De overgang en andere getijden

Na de vooraankondiging van een Podcast, ‘de Veertigers’, over hoe je dat zou (kunnen) beleven, kon ik mij niet herinneren of ik daar destijds zelf bij stilgestaan heb. De overgang van 20 naar 30 jaar wel want toen kreeg ik ineens wat last van mijn borstkas en belandde ik bij de huisarts. Hij hoefde niet lang na te denken over de oorzaak: het had te maken had met het beginnende buikje welke zich rond mijn 30ste aan het vormen was. “Dat buikje heb je nog niet geaccepteerd. Daarom hou je, onbewust, je buik in waardoor je verkeerd bent gaan ademhalen. En dan raakt de boel daarboven wat in de stress.” Ik raakte even buiten adem van deze constatering en besefte mij ineens dat mijn gewicht zich negatief aan het ontwikkelen was. Jaren en jaren was ik 75 kilo en nu begon ik, naast de jaren, ook in kilo’s te groeien.

“Mannen ademen namelijk vanuit hun buik.” Zei hij.

Ik zie nog die grijns op zijn gezicht. Zo was hij. En een beetje raar ook. Soms had hij twee verschillende sokken aan en één keer vroeg hij aan mij, toen ik tegenover hem zat, of ik toevallig verstand had van een verstopte riolering. “Nee dokter, mijn riolering werkt altijd prima.” was mijn antwoord.

Waarna hij in de lach schoot en daadwerkelijk begon met dokteren.

Er veranderde na mijn 30ste nog wel meer. Het leven werd allemaal wat serieuzer. Ik werd vader en ‘kreeg’ een hernia die geopereerd moest worden. Ik kwam daarachter nadat ik het voetballen weer even opgepakt had. Want na elke wedstrijd begon ik steeds meer last te krijgen van die rug. Ik begreep toen ook de opmerking ‘Je hebt maar één rug’, die kreeg ik regelmatig naar mijn hoofd geslingerd wanneer ik zware dingen aan het sjouwen was en niet even kon wachten op de hulptroepen. Wedstrijden voetballen gaf ik daarna maar op en hield het bij potjes met mijn kinderen en hun vriendjes. Met pijn in het hart hoor, maar soms moet je het verstand gebruiken wil je niet versleten zijn rond je pensioen.

Ja, het spreekwoord ‘Verstand komt met de jaren’ klopt als een zwerende vinger!

Toen ik 40 werd zou het leven pas echt beginnen volgens de verjaardagskaarten die ik kreeg maar ik beleefde dat niet zo. Ik ging naar mijn werk en daarnaast probeerde ik mijn kinderen op te voeden. Probeerde ja, want in opvoeden had ik nooit les gehad, kon ik hoogstens terugkijken hoe mijn ouders mij opgevoed hadden. Streng doch rechtvaardig maar het voelde aan als een warme deken. Wij, mijn zus, broer en ik gingen niet in discussie maar werden hooguit wat chagrijnig. Je wist waar de grenzen lagen en er waren regels zoals helpen met de afwas of de tafel dekken of opruimen. Of helpen in de groentetuin. Of de auto wassen, van binnen en buiten. Of houthakken voor de openhaard.

Natuurlijk kregen we er ook veel voor terug. Dat was op zondag met het gezin en wat vriendinnen en vriendjes naar het zwembad. Of we gingen naar het bos, strand of naar het sportveld, om te kijken naar het 1e voetbalelftal van onze voetbalclub, Quick’35 en later Sc Terschelling.

En op zaterdagavond een bakkie chips met een glaasje gazeuse!

Pas nadat ik de 50 gepasseerd was kreeg ik het gevoel dat het leven aan het beginnen was. En accepteerde ik mijn buik. Dat kwam door stoppen met roken (weer die wijsheid) en genieten van lekker eten en drinken. Maar ook in het bewegen kwam de klad omdat ik veel meer met de auto moest doen.

Waar ik mij niet achter verschuilen wil, hoor.

Maar na het behalen van de titel ‘Abraham’ leek het wel of alle puzzelstukjes in elkaar vielen. Alsof de onzekerheden in mijn leven als sneeuw voor de zon verdwenen en er een bepaalde rust voor terugkwam. En zelfvertrouwen. De Opa van een collega sprak zich daar heel mooi over uit:

‘Het pad wat jij hebt bewandeld loop ik alweer terug!’

Een prachtige wijsheid die veelzeggend is. Wat wij 50-plussers hebben natuurlijk al het een en ander meegemaakt en worden niet gauw meer verrast. Nou ja, een kleindochter krijgen was toch wel weer heel bijzonder, vooral als ze bij je zit en ineens naar je lacht…

De Oma hier in huis wist dat natuurlijk allang!

Maar ja, waren de meiden in de puberteit al niet veel verder dan wij jongens? Toen wij nog puisterige pubers waren en soms niet eens de signalen van verliefde meisjes zagen? Van de week hadden we hier nog een verliefd pubermeisje over de vloer en die snapte maar niet waarom de jongen waar ze een oogje op had, niet toehapte. “Komt door de anderhalve meter. Die gozer kan niet anders natuurlijk.” riep ik jolig, maar ik werd door de aanwezige dames aangekeken alsof ik er niet toe deed.

Lucht was ik voor ze.

Maar zonder lucht kan je niet leven, toch?

Ook kwam ik erachter dat opvoeden onherroepelijk verbonden is met het tijdsbeeld waarin je opgroeit. Mijn moeder vond de tijd waarin wij kinderen moesten opvoeden een stuk ingewikkelder dan in haar tijd. Terwijl ik altijd dacht dat de 50-tiger en 60-tiger jaren een stuk zwaarder waren omdat ze een heleboel niet hadden wat wij nu wel hebben. Nu denk ik wel eens dat de jongeren van nu het ook weer zwaarder hebben dan wij in onze jongere jaren. Bij ons was alles over het algemeen duidelijk. Nu krijgen de jongeren enorme hoeveelheden aan informatie te verwerken waardoor je, in mijn ogen, soms verzuipt in de meningen.

En wie is dan je reddingsboei.

Het nadeel van 50Plus is toch wel Henk Krol. Maar erger is de overgang voor de dames, als ik mijn eigen dame mag geloven. Van de week kwam ze best wel vrolijk beneden. Ze had geluisterd naar een Podcast over opvliegers. Alles werd haar ineens duidelijker. Al haar irritaties over ‘rommeltjes’ in huis bijvoorbeeld. Want vóór de overgang deerde dat niet.

Zei ze.

En ik kreeg een kus.

 

Appels met peren vergelijken

Het werd een appeltaart. Eerst dacht ik dat het mijn beloning was omdat ik (eindelijk) de garage opgeruimd had, maar dat waren mijn eigen hersenspinsels. Het was gewoon omdat vrouwlief een zooitje appels gekregen had van een collega met boomgaard en ja, daar moet je dan wel wat mee doen.

En ik dien mij bij dit proces afzijdig te houden.

Want eten bereiden in het algemeen veroorzaakt hier in huis nog wel eens een discussietje. Dat steekt soms de kop op. Zoals bijvoorbeeld een maand geleden. Vrouwlief wist een adres waar je stoofperen kon halen, bij mensen met een perenboomgaard hier in Winschoten. Perenmevrouw Annelies was niet thuis maar er lagen twee zakken keurig op ons te wachten op het plateau bij de voordeur van de statige boerderij in Winschoten. De ene zak bevatte peren die zelf van de boom gestapt waren en de andere zak bevatte geplukte peren. Daar zit dus verschil in.

De gevallen peren zijn rijper dan die nog aan de boom hangen zeg maar.

Nu zijn wij zelf ook al een beetje aan de rijpe kant dus we voelden wel een klik met deze peren. Vooral mijn vrouw, die vindt stoofperen namelijk onlosmakend verbonden met ‘gezelligheid’, ‘herfst’ en ‘pruttelende pannetjes op het fornuis’.

Ik vind stoofperen gewoon lekker.

Toen we weer thuis waren wilde ik al beginnen met schillen maar ik kreeg de kans niet. Of beter gezegd, mijn vrouw wilde dat niet. Ik mocht er niet aankomen. En daar zit de crux aangaande onze discussietjes. Over hoe iets te koken. Zij is nogal van de stamppotjes en sudderpannetjes en ik ben iets moderner daarin. Neem bijvoorbeeld spruitjes. Zij kookt ze nog net niet snotgaar en ik hou de spruiten op bijtgaar. Dat laatste vind ik lekkerder maar de spruitjes ook, dat vertelden deze groene rakkers mij laatst toen ik ze aan het klaarmaken was.

Te lang in de pan vonden ze toch echt te heet.

Of het koken van prei. Ook daarin verschillen wij van mening. Mijn geliefde doet er altijd een beetje azijn door en kookt ook deze groente lang. En ja, dat vind ik helemaal niks. Peper en zout, meer niet wat mij betreft. En ook niet te lang koken. Verder leven wij best wel in vrede met elkaar hoor, zijn dit eigenlijk maar speldenprikjes in onze relatie en zal ‘de liefde van de man’ gewoon zijn doorgang blijven vinden via de gebruikelijke weg, de maag. 

Want zij kan namelijk heel goed bakken!

En dat moet ik dan weer opeten. Het is vaak zo lekker dat ik naast het baksel ook nog vlinders voel in mijn buik. Dat weet ze en daar maakt ze handig gebruik van. In de keuken heeft ze bakboeken staan, onder andere van ene Rudolf. Dat is die gozer van TV, van 24 Kitchen. Soms is het hier in huis echt Rudolf voor en Rudolf na.

Dan voel ik mij als man behoorlijk ontmand zeg maar.

Ze ging dus zelf de peertjes schillen en al gauw hoorde ik wat gemopper. De schil was stug zei ze, waarop ik direct het schilmes voor haar ging aanzetten. Ik bood niet aan om te helpen met schillen want ja, dat wilde ze immers niet. Na enig gepuf moesten de peren gevierendeeld worden en nu werd ik wat zenuwachtig want daar moet je een goed mes voor gebruiken. Want een beetje stoer stoofpeertje laat zich niet zomaar het mes op de kruin zetten! Ik stond op en ging bij het aanrecht staan en keek hoe ze met het schilmesje de peer in vieren probeerde te snijden. Ze keek op en zonder een woord gezegd te hebben wist ik wat ze bedoelde:

“Doe ik het weer niet goed?”

Met dat ‘weer bedoelde ze het moment dat ze met de deegroller in de weer was voor een van haar taarten. Ik heb nogal de neiging mij er dan mee te bemoeien omdat ik ooit kokkie ben geweest. En dan leer je hoe je het deeg moet rollen met de deegroller. Het belangrijkste bij dit werkje is dat je tijdens het rollen het deeg regelmatig even los moet maken en bestuiven moet met bloem. Dan rolt het makkelijker uit.

Zij deed dat op dat moment niet.

En op de een of andere manier trek ik dan een smoel die boekdelen spreekt. En dat irriteert haar en ik snap dat. Als ik een klus doe waar ik niet goed in ben en er staat iemand met twee rechterhanden naar mij te kijken, irriteert mij dat ook. Vooral als ze dan zeggen: “Dat doe je verkeerd!” Daarom heb ik in de loop der jaren geleerd nooit te gaan klussen als er een ‘gediplomeerde’ bij staat.

Ik bracht het voorzichtig, met handschoenen aan zeg maar:

“Nee lieverd, je doet het hartstikke goed. Ik heb zo’n zin in dit baksel.” Dat is voor haar genoeg om door te vragen: “Wat doe ik niet goed?” “Niks lieverd, ik zou hooguit het deeg zo nu en dan even losmaken…en wat bestuiven..” en begon direct over iets anders.

Bijvoorbeeld bespreken wat ze de volgende dag wil eten.

Het schilmesje kwam duidelijk tekort om de harde peren te splijten. “Laat mij je even helpen!” zei ik en pakte mijn grootste koksmes. Ze liet het toe. Binnen no time waren alle peren gesneden en terwijl ik mijn mes schoonmaakte en weer in de la legde liet ik haar alleen met de rest van het proces. Dat was voor haar voldoende, nu kon ze ongestoord de wijn, suiker en kaneelstokjes toevoegen. De volgende dag waren de twee grote pannen met peren afgekoeld en ja, ze waren heerlijk. Ze vulde er tientallen bakjes en potjes mee want het was niet alleen voor ons zelf.

Vorig weekend was dus een appelweekend. Naast appeltaart stonden er nu allemaal potjes appelmoes. Allebei van zeer hoge kwaliteit. Om niet bij elk kopje koffie een stuk appeltaart te nemen besloten we een deel in te vriezen. Maar dat ging niet.

De vriezer lag vol met bakjes stoofperen…

Verantwoordelijkheden

Het zal tevergeefs zijn. Het komt toch niet aan, wie je er ook wat van laat zeggen. Dit was mijn eerste gedachte nadat ik las dat onze nationale komiek Jochem Meijer even zijn gal spuwde over het groepje ontkenners van het virus Covid19. Of, in zijn woorden, ‘mafklappers’. Het was best wel bijzonder dat juist hij dat ventileerde want hij is een cabaretier die je zelden uit zijn slof hoort schieten. Maar hij is wel iemand die uitverkochte zalen trekt. Misschien komt dat wel omdat hij een enorme positieve instelling heeft en dat is waar de meeste mensen toch naar verlangen. Dat straalt hij ook uit.

Daar heb ik niet even wat struinwerk op het internet voor nodig..

Maar ook hij zal niet gehoord worden door al die ontkenners, complotdenkers en aanverwanten die zichzelf rekenen tot een hogere orde dan wij, het eenvoudige volk. Wij zijn immers ‘bange schapen’ en laten ons leiden door angst en zij alleen, de ontkenners van het virus, weten de waarheid.

Oké, na wat uurtjes zoeken op het internet maar ze weten het wel!

Maar het is geen angst die ons de huidige regels doen respecteren. En het is ook geen angst om een bezoek aan mijn kinderen in Den Haag af te gelasten, zoals wij dit weekend helaas moesten doen. Of niet zoals wij ons voorgenomen hadden, naar mijn ouders gaan op Terschelling omdat ze ook niet meer de jongsten zijn. Nee, het is absoluut geen angst. Het is je verantwoordelijkheid nemen. Voor jezelf, maar ook voor familie of vrienden, met of zonder onderliggend lijden. Maar ook voor je werk, voor je je collega’s.

Daarom gaan gezond verstand en verantwoordelijkheid vaak prima samen.

Maar we bevinden ons momenteel in een hele rare situatie. Heel de wereld worstelt met het virus omdat men er (nog) te weinig van weet en een klein groepje blijft maar in de ontkennende modus zitten. En blijven ons, het gezonde verstand van Nederland, bestoken met hele rare weetjes. Ik hoef ze hier niet te herhalen maar van de week hoorde ik zelfs dat de corona patiënten in de ziekenhuizen eigenlijk acteurs zijn, ingezet door grotere, duistere machten.

Tja…..

En daarbij komen dan nog de politici die over elkaar heen rollen in plaats van eens goed samen te werken. Pak eens door met zijn allen zodat we straks weer alles kunnen doen wat wij voor de uitbraak van het virus ook deden. Even een harde reset, een bittere pil slikken of in de zure appel bijten, noem het zoals je het noemen wilt maar respecteer het. Maar ga niet onnodig lang debatteren over de fouten die er gemaakt worden in Den Haag.

Nee, los ze samen op!

En ja, wat voor beleid hoor ik je nu al zeggen. Maar daar zit nu juist de angel, men weet het (nog) niet. En tot zolang proberen we van alles om het gevecht tegen deze onzichtbare vijand te winnen. Zo simpel is deze realiteit. Maar nee, de oppositie gaat lekker vanaf de zijkant zitten blèren wat er allemaal fout gaat in hun ogen, of beter gezegd, in de ogen van hun eventuele kiezers. Bij de eerste golf leken ze nog mee te gaan in het beleid maar toen waren de verkiezingen nog relatief ver weg. Nu staan we aan de vooravond van de verkiezingen en ja, de waan van de dag maakt iedereen stapelgek.

Voor de goede orde, ik stem, dus ik mag hier iets over zeggen.

Maar het zijn niet alleen de politici die over elkaar heen buitelen. Ook alle deskundigen of zichzelf benoemde deskundigen die dagelijks de praatprogramma’s vullen maken er een zooitje van. Je vraagt je af waar ze toch steeds die tijd vandaan halen.

Alsof ze niets anders te doen hebben…

Aan de andere kant laat het maar zien dat alle meningen in dit land wél een podium krijgen. Terwijl dat door sommigen ontkent zal worden want die vinden dat de vrijheid van meningsuiting in gevaar is. Dat er grotere machten bezig zijn met allerlei plannetjes om zo de burgers onder de duim te krijgen. Raar, want als ze aan het demonstreren zijn en de media komt daar verslag van doen, belagen ze de medewerkers van die media met veel verbale, fysieke agressie en bedreigingen. Dan moet je niet raar opkijken dat de media je dan niet meer willen volgen, puur om de veiligheid van hun mensen te kunnen blijven waarborgen. Met andere woorden, wil je jouw mening delen?

Doeslief dan!

En oh ja, over vrijheid gesproken. Zijn we het verhaal van de 94-jarige Rotterdammer Jan Hoek vergeten? Die heeft tien jaar van zijn vrijheden in moeten leveren! En dat was nog in de tijd zonder Netflix, zonder internet, zonder elke tien minuten een trein, zonder een infrastructuur van schitterende snelwegen, zonder Thuisbezorgd.nl, zonder Gsm’s, zonder Whatsapp, zonder Facebook, zonder Bol.com, zonder accu’s op fietsen, zonder Mc Donalds of KFC, zonder voetbal voor-tijdens- en nabeschouwingen, zonder elk weekend schaatswedstrijden, zonder elk familielid een eigen auto, zonder kant en klare maaltijden bij de supermarkten en zonder elke dag een praatprogramma op de televisie. Ja, je vraagt je dan af, wat deden die mensen in die tijd dan allemaal?

Werken! Niks meer, niks minder.

En bouwen aan de beschaving waar jij en ik nu in mogen leven. Dus kijk eerst eens naar jezelf voordat je naar anderen wijst. Kap eens met dat wantrouwen naar alles. Ik ben 56 jaar en heb nog steeds een groot vertrouwen in de mensheid. Daar is niks naïefs aan, het is voor mij de werkelijkheid en daardoor kijk ik positief de wereld in. En geloof mij, dan is het leven veel leuker! En natuurlijk heb ik ook teleurstellingen gekend maar ik zet mij ertoe er niet in te blijven hangen.

Dat kost alleen maar (negatieve) energie.

Humor helpt ook. Dat weten mensen met een gezonde dosis humor. Denk daaraan als je in winkel of ziekenhuis gewezen wordt op de (tijdelijke) regels. Geloof mij, dan is het best te dragen.

Gedeelde smart is en blijft toch echt halve smart!

 

 

Kerkgangen

Nu we weer even weten hoe ze er in Staphorst bijlopen (en in nog vele andere plaatsen in Nederland), mag ik ervan uitgaan dat we de mensen die hoofddoekjes dragen vanwege hun geloofsovertuiging even met rust laten? Of beter, voor altijd! Het was gelukkig al redelijk rustig aan dat front omdat we de laatste tijd een andere ‘vijand’ hebben, namelijk het virus Covid 19 met al haar randverschijnselen.

En dan vooral met de randverschijnselen…

Want de beelden vanuit Staphorst met kerkgangers deden mij even terugvallen in de tijd. Alsof de tijd daar stil gestaan had. En dan denk ik: waarom gaan al die mensen die graag alles bij het oude willen houden, niet in Staphorst wonen. Want toen was alles beter.

Toch?

Het was natuurlijk een rare situatie. Overal is groepsvorming nu even niet handig maar deze beminde gelovigen dachten daar anders over. En ze gingen ook nog eens voor het zingen de kerk ín! Terwijl alle koren in ons land monddood gemaakt zijn zongen zij in Staphorst er lustig op los. Wie heeft dat eigenlijk bedacht, zingen in de kerk? Heeft Onze Lieve Heer dat ooit bedacht of was dat een van zijn discipelen? Niet dat ik wat tegen zingen heb, integendeel. Maar ik vond die liedjes in de kerk vaak onnavolgbaar, in tekst maar ook in melodie.

En daarbij, anderen kunnen veel beter zingen!

Daarom zong ik nooit mee als we naar de kerk gingen. En als mijn ouders dat in de gaten kregen, deed ik net alsof ik zong, ondertussen turend in het kerkboekje. De verhalen in die boekjes vond ik over het algemeen wel interessant, die las ik graag want dat waren best wel mooie verhalen. Maar ik las ze ook omdat ik mij vaak doodverveelde in de kerk. Ik vond het saai. Ondanks dat mijn vader ons altijd probeerde te triggeren om mee te gaan naar de kerk met zijn eigen bedachte tegelspreuk:

‘In de kerk is altijd werk!’

Nou, daar waren de meningen over verdeeld. Mijn zus deed wel braaf wat Pa zei maar mijn broer en ik dachten daar totaal anders over. Dat kwam mede door de situatie waar wij ons in bevonden. Want op Terschelling waren wij, katholieken, een minderheid. Tot 1960 hadden ze geen eigen kerk. Sterker nog, mijn vader werkte als timmerman bij Bouwbedrijf Van der Zee, het bouwbedrijf van zijn oom Regnerus van der Zee, de broer van mijn Oma. Ze kerkten in een (aangekocht) huis op West- Terschelling of in de werkplaats van het bouwbedrijf. Na de werkzaamheden op zaterdagochtend werd rond het middaguur de werkplaats schoongemaakt zodat er zondags twee diensten gehouden konden worden. Het magazijn diende als biechtstoel en kleedkamer.

Grappig, de vader van Jezus was ook timmerman!

Maar zomerdag werd dit te klein want de toeristen hadden Terschelling ook ontdekt en ja, sommigen onder hen namen God mee op vakantie! Regnerus van der Zee kreeg toen de opdracht een kerk te bouwen en dat gebouw kreeg de vorm van een tent, geheel passend in de gedachte van een toerist. Leuke bijzonderheid hieraan is dat de staalconstructie uit Hoogezand kwam.

Maar dit even terzijde.

‘We’ hadden nu een eigen, echte kerk, de Petrus de Visser kerk. Zomerdag werd daar flink gebruik van gemaakt. Als jochie vond ik het toen ook wel te doen want de kerk zat dan vol met toeristen in vrolijke toeristenkleding. Nee, daar zat niks Staphorsters bij. Ik keek dan lekker om mij heen en soms werd ik dan even voor een uurtje verliefd op een van de aanwezige toeristenmeisjes. Maar winterdag was het anders. Dan zat je soms alleen met je eigen gezin in de banken, met tegenover je de pastoor. Dat waren meestal de zaterdagavonden, voorafgaand op een avondje ‘Wie-kent-Kwis’ of de ‘André van Duinshow’. Een enkele keer bleef de televisie uit en gingen we tafelbiljarten of sjoelen met studenten van de Hogere Zeevaartschool. Deze jongens zaten op het internaat en gingen ook naar de kerk. Mijn ouders nodigden hen dan wel eens uit voor een bakkie koffie en wat huiselijke gezelligheid omdat ze niet naar hun eigen familie konden.

Dan moesten wij de zelfgemaakte tompoezen of de sneeuwster ineens delen!

Maar goed, we zaten er soms ook alleen met het eigen gezin. Ik weet nog goed dat de pastoor, terwijl hij keek naar twee chagrijnige broers, vroeg of we tijdens deze dienst wel zouden moeten gaan zingen. Heel even gloorde er hoop voor ons maar dat duurde maar een fractie van een seconde: mijn vader vond dat er prima gezongen kon worden!

En zo geschiedde, dit was nog uit de tijd dat Vaders wil wet was!

Om nog even terug te komen op dat zingen in de kerk, ik vind het wel mooi als een koor aan het zingen is. Dat zijn vaak getrainde stemmen en ik hoef mij dan enkel te concentreren op het luisteren. Neem bijvoorbeeld het ‘Ave Maria’, ooit door mijn nichtje Silvia schitterend gezongen in de Barbara-kerk te Vreeswijk, voor haar zus die ging trouwen. Of het lied ‘Uit ijzer en vuur’, een lekkere, vlotte meezinger van Huub Oosterhuis (ja, de pa van Trijntje en Tjeerd).

Bij dit liedje klom ik nog nét niet op de banken!

En ja, oké, de kerstliedjes waren ook wel leuk. Maar het grootste gedeelte van het jaar was het geen kerst en moesten we het doen met die saaie zooi. Daarom snap ik die lui in Staphorst niet. Denken ze dat ze onsterfelijk zijn of zo? Dat God hun behoedt voor het virus omdat ze elke zondag naar de kerk gaan? Naar de kerk gaan maakt je nog geen goed mens.

Ernaar leven wel.

Maar dan moet je het wel in een breed vlak bekijken. Dus niet enkel de Joods christelijke grondslag is zaligmakend. Nee, er is meer dan ons ‘eigen merk’, net zoals er meer is tussen hemel en aarde. Behandel anderen zoals jij ook behandeld zou willen worden.

De tekst op de Eerste Steen van de Petrus de Visser kerk was daar al vooruitstrevend in:

‘Gij zijt niet langer vreemdelingen en gasten.’

 

 

Het Heilige moeten

‘Het regent harder dan ik hebben kan.’ Deze prachtige zin, komende uit het gelijknamige liedje van Bløf, schoot door mijn hoofd nadat mijn vrouw een beetje mopperend door het huis liep. Een beetje hoor, een klein herfststormpje zeg maar. Het was aan het einde van een volle werkweek en dan snap ik ook wel dat het irritatielijntje wat dunner is.

Zij werkt in de zorg.

En ja, dan moet je constant alert zijn. Dat doet ze al decennialang met veel passie en liefde, inclusief een stralende lach. Maar sinds de Covid 19 uitbraken is het niet meer zo leuk en merk ik dat het haar tegen gaat staan. En zij is daar niet de enige in. Steeds vaker horen we dat het zorgpersoneel van alles over zich heen krijgen wanneer ze mensen aanspreken die zich niet aan de huidige Covid regels willen houden.

Zelfs de vrolijke inzet van Tik Tok Tammo lijkt het chagrijn in het OZG niet te kunnen keren.

Nee, er zijn nog steeds mensen die schijt hebben aan de huisregels van het ziekenhuis. Net zoals ze schijt hebben aan de huisregels van bijvoorbeeld Rederij Doeksen, de reder die de overtochten tussen Harlingen en de eilanden verzorgt. Of ze hebben schijt aan de huisregels van de Jumbo, de Plus, Albert Heijn, Aldi of wat voor soort winkel dan ook.

Wat is de definitie van huisregels eigenlijk?

Huisregels zijn regels die gelden in een bepaald gebouw, bijvoorbeeld in een openbaar gebouw, passagiersboot of winkel. Of in je eigen huis. Duidelijk verhaal lijkt mij. Dus als ze willen dat je een mondkapje draagt dan doe je dat gewoon. En mocht je het even vergeten zijn bij binnenkomst en een medewerker spreekt je daarop aan dan zet je eerst je breedste glimlach op en daarna direct het mondkapje.

En vervolgens een duim omhoog ten teken van waardering voor de medewerker.

Geloof mij, het leven wordt er dan alleen maar leuker op! En het heeft niets met angst te maken maar gewoon met alert zijn voor het ongewisse. En als we het ongewisse onder controle hebben kunnen we evalueren en daarna kan elke mening hierover zijn gelijk krijgen. Of zijn ongelijk, maar dat hoort bij het spel. En het scheelt een hoop gedram! Soms is het verstandiger om even je mening voor je te houden. Daarom besloot ik om even mee te gaan in de klaagzang van mijn vrouw. En ik deed wat op dat moment het verstandigste was:

Haar aankijken en goed luisteren.

“We moeten zoveel!” zei ze. “Ik moet fulltime werken, ik moet douchen, ik moet mijn haar föhnen, ik moet mij opmaken, ik moet flossen, ik moet de tuin vegen, ik moet sporten, ik moet strijken, ik moet wassen, ik moet wandelen, ik moet fietsen…Alles moet!”

“Klopt lieverd,” zei ik zo rustig mogelijk, “je hebt helemaal gelijk!” Terwijl ik dat zei bleef ik haar aankijken. Sterker nog, wij mannen worden geacht dat te doen, ook een aftakking van het begrip ‘het heilige moeten’. Al mijn zintuigen stonden nu voor de volle honderd procent op scherp zodat zij geen extra munitie kreeg om haar gemoedstoestand te versterken. Haar ogen spraken boekdelen. Ik zag haar denken: Neemt hij mij nou in de maling of is mijn man echt begripvol? Dat was weer voor mij de aanleiding om ook inhoudelijk verder te gaan met het onderwerp. En vooral niet met grappen en grollen voor de dag te komen.

Soms is zwijgen goud.

“Het lijkt wel alsof we geleefd worden, dat we van alles moeten want anders horen we er niet bij.” zei ik, met mijn meest oprechte gezicht. Opnieuw keek zij mij aan met die ogen van ongeloof. Nu moest ik doorzetten want het was vrijdagavond en ik wilde lekker gaan Netflixen met haar. En omdat de tijd vliegt wilde ik haast maken en was er geen plaats voor een echtelijk veldslagje. Daarbij doet zij precies hetzelfde als ik chagrijnig ben. Alleen gaat dat iets anders want ik ben een zwijger. Zij laat mij dan gewoon met rust en uiteindelijk vind ik mijzelf wel weer en keren we weer terug in het normale.

En komt ze er weken of maanden later op terug wat ik toen gezegd had…

Zal ik alvast de kaarsjes aansteken? Even schoot die gedachte door mijn hoofd maar nee, zaak was om nu binnen haar irritatiegrenzen te blijven en niet dingen te doen die ik anders ook nooit zou doen. Hoe vaak is zij ’s avonds niet thuisgekomen dat ik in het donker op de bank tv zat te kijken. Steevast kreeg ik ‘wat ongezellig’ naar mijn hoofd geslingerd dus als ik dat nu toch zou voorstellen dan wist ze gelijk dat ik haar in de maling nam.

De kaarsjes aansteken is nu eenmaal haar ding.

Als we dan naar bed gaan ben ik degene die de brand- en sluitronde moet lopen. Dat is een ongeschreven wet hier in huis. Zoals zoveel mensen een dagelijks ritme hebben. Ik besloot actief in haar malaise mee te gaan en liep met haar mee, richting de keuken. “Ik ben het met je eens hoor, heb respect voor je. Vooral hoe je jezelf altijd gered hebt. Helaas zitten daar veel dingen in die moeten en ja, na een volle werkweek kan de emmer nog wel eens overlopen.”

Ik vond het best goed en geloofwaardig klinken.

Dat vond zij ook want ik zag de ‘hij neemt mij niet serieus’ blik uit haar ogen verdwijnen.  “Kom, we gaan lekker televisiekijken!” voegde ik er snel aan toe. Ik zette snel de televisie aan en we vielen precies in het begin van ‘Bed & Breakfast’, háár favoriete programma. Net op het moment dat ik weg wilde zappen gilde zij enthousiast “Oooh, komt dat nu? Leuk!” en ze ging er eens lekker voor zitten, het gemopper zag je zo van haar afglijden dankzij het programma van deze bejaardenzender.

Ik zweeg. En dacht na over het voorgaande gemopper van haar. Over het ‘van alles moeten’. Zoals samen naar ‘Bed & Breakfast’ kijken.

Nu was ik chagrijnig!