Blaosmeziek

‘Blaasmuziek, op een mooie zondagmorgen, Blaasmuziek, blaast mij omver, Met toeters en bellen een mooi verhaal vertellen, Zondagse blaasmuziek blaast mij rijk’

Voorgaande is mijn eigen vrije vertaling van het prachtige, Limburgse lied ‘Blaosmeziek’, van Gé Reinders. Ik moest daaraan denken nadat ik gelezen had dat muziekvereniging Excelsior uit Finsterwolde bekend maakte dat ze gingen stoppen. Noodgedwongen, want het lukte hun niet meer om nieuwe leden te werven. Volgens de vereniging heeft de jeugd andere interesses, bijvoorbeeld de telefoon en het internet. Persoonlijk denk ik dat het ook te maken heeft met de tijd waarin we leven. Want er is al zoveel.

En we moeten al zoveel.

Herman van Veen bezong dat al zo mooi: ‘We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan.’ En zo is het natuurlijk ook. Anders hoor je er niet bij. En nu hebben we hier in Stad ook nog het Groninger Forum erbij gekregen en moeten we en kunnen we nóg meer. Uiteraard wil ik daar ook heen, ik hou wel van veranderingen en nieuwigheden, maar ik wacht nog even tot de rijen bij de ingang opgelost zijn zodat ik ten volle kan genieten van het gebodene.

Om je aan te sluiten bij een fanfare moet je wel echt iets hebben met trombones, tuba’s, trompetten of bugels. Of er moet een andere reden zijn om je erbij aan te sluiten, bijvoorbeeld de sociale contacten die je bij een vereniging kan opdoen. Sterker nog, dat was voor mij, jochie van 11, 12 jaar de reden om mij aan te sluiten bij de fanfare. Het sociale contact waar ik het meest interesse in had heette Karin en zij bespeelde de bugel. Maar ik was niet de enige die interesse had in Karin. Japie, een maatje van me, vond haar ook leuk. Zo besloten wij om allebei lid te worden van muziek-vereniging ‘Schylge’ zodat we nog dichter bij haar in de buurt konden komen. En omdat de jeugd zich toen ook al niet zo gauw aansloot bij de fanfare, hadden wij redelijk veel kans om met Karin op te kunnen trekken.

Zonder kapers op de kust van leeftijdgenootjes.

Mijn instrument werd de tuba, Japie ging direct op de trombone. Meneer van Dijk, zelf een verdienstelijk tuba blazer, kwam wekelijks bij mij thuis om mij noten te leren lezen. Hierdoor leerde ik de tuba te gebruiken waarvoor hij ooit gemaakt is. Deze vriendelijke man deed zijn best en ik deed ook mijn best, maar een echt succes werd het niet. Want het viel mij tegen. Ik hoefde eigenlijk alleen maar ‘hoem papa, hoem papa’ te toeteren, de melodie was in mijn ogen ver te zoeken. Daarnaast sloeg de goede man de maat op mijn schouder waardoor mijn vingers bij elke slag naast de ventielen raakten. En juist die ventielen gaven nog enigszins klank en kleur aan de lucht die ik er via het mondstuk ingeblazen had.

Natuurlijk gaf ik niet op, ik keek wel uit.

Hier zat maanden zeurwerk in: “Mag ik bij de fanfare?!” Uiteindelijk zwichtten mijn ouders en mocht ik bij de fanfare. Het hoogtepunt waren de dinsdagavonden. Dan repeteerden we met de gehele fanfare in een van de oude lokalen van de MULO, onder de bezielende leiding van een dirigent uit Harlingen, Marinus Beuker. En dat klonk best goed, zo met zijn allen. Zelfs mijn eenvoudige inbreng viel niet uit de toon!  Maar dat kwam vast doordat meneer Van Dijk nu niet de maat sloeg op mijn schouders.

Hij moest immers nu zelf blazen.

De muziek die wij speelden vond ik nooit zo interessant, ik was immers een puber in opleiding.  Maar nadat we ineens ‘The Floral Dance’, van de The Brighouse and Rastrick Brass Band gingen spelen, raakte ik ineens enthousiast.

Dat kwam natuurlijk doordat dit nummer de Top 40 gehaald had!

Want nu waren wij, fanfaristen der Noordelijke eilanden, ineens modern! En dat was best wel stoer natuurlijk. Na enige tijd werd ik gepromoveerd van tuba naar trombone en kwam ik ineens tussen ‘bekende’ eilander trombonisten te zitten, zoals Piet de Jong, Jan Hek, ‘meneer’ Koopmans en Schelte de Groot. Japie en ik werden daartussen gemoffeld op onze aangepaste trombones.

Aangepaste trombones?

Ja, met ventielen. De ‘groten’ hadden schuiftrombones waarmee ze naast flink konden uithalen, ook nog een leuke show weggaven door te gaan staan en dan met die instrumenten te zwaaien en te zwieren. Wij, de debieltjes…euh ..de ventieltjes, zaten er dan een beetje sneu bij. Maar dat deerde niet, want het hoogtepunt moest eigenlijk nog komen. En dan heb ik het niet over de optredens die wij als fanfare moesten uitvoeren. Nee, die deed je gewoon omdat het erbij hoorde. Zoals Sinterklaas en zijn Pieten begeleiden na aankomst in de Terschellinger haven. Dan moest je in uniform met witte handschoentjes aan. Eerst hielpen die handschoentjes nog wel een beetje tegen de kou maar enkele uren later, we moesten het hele eiland over, waren we verkleumd. Aan het einde van de rit had je geen vingers meer over en kreeg je pas laat in de avond weer het gevoel terug in de vingers.

Maar dat deerde niet, het was voor een goed doel.

Tijdens de jaarlijkse uitvoering van de vereniging in Zalencentrum ‘Actania’, kwamen haast alle eilanders naar ons kijken en luisteren. Met aan het einde vrij dansen onder het genot van een drankje. En in de kleine uurtjes lekker een broodje kroket snaaien in de keuken van de uitbater. Dat waren prachtige tijden maar het mooiste was toch echt Karin, het meisje uit de Bugel-hoek, het meisje waar het Japie en mij om te doen was. Want als wij op die dinsdagavonden klaar waren met repeteren mochten wij haar naar huis begeleiden. En wanneer we dan bij haar achter huis stonden mochten wij haar een kus geven, omstebeurt. Nu was een ‘kus’ een groot woord hoor. Je hield de lippen stijf op elkaar en dan drukte je ze op de hare. Maar het was hemels, het was fantastisch en het was genoeg om lid te blijven bij de fanfare.

Eigenlijk zou elke muziekvereniging een Karin moeten hebben!

 

Cowboys en Cowgirls accessoires

“Heb je je schoenen wel netjes opgeruimd?” vroeg de vrachtwagenchauffeur aan mij terwijl ik bezig was met het maken van een toegangspasje, voor hem en zijn collega. Of ik wát? Vol verbazing keek ik hem aan.

“Ja, heb je je schoenen wel netjes opgeruimd?”

“Daar schreef je zondag toch over, op OldambtNu.nl. Dat je vrouw daarover zat te mopperen.”     Mijn mond viel open en ik lazerde haast van mijn stoel. Dit had ik nog nooit meegemaakt! Dat een ‘wildvreemde’ mij aansprak over mijn hobby. Ik schrijf al een jaartje of vijfentwintig in het openbaar en nu, op mijn werkplek, werd ik als zodanig herkend.

“Ga je nu over mij schrijven,” vervolgde hij lachend “omdat ik ‘de eerste’ ben die je herkende? Tja, de verleiding was groot natuurlijk maar beloven kon ik het niet. “Dat hangt van mijn vrouw af, meestal brengt zij mij wel op ideeën. Haast dagelijks.” Lachend liepen ze weg en ik zwom even weg in mijn eigen ijdelheid. De deur ging weer open en de collega van mijn ‘fan’ kwam weer binnen. Of ik zijn tasje ook gezien had. “Tasje?” “Ja, ik had een zwart tasje bij mij, daar zitten mijn belangrijke papieren in.” Ik keek om mij heen en onder de balie maar zag niks liggen. Toen keek ik naar hem en zei:

“Bedoel je dat tasje wat je onder je arm draagt?”

Hij gaf zichzelf een klap voor het hoofd en bulderend van het lachen liep hij achter zijn kameraad aan. Ik rende om de balie heen en liep naar buiten: “Maar nu heb ik wél een onderwerp voor komende zondag! Namelijk over mannen met tasjes, dat mannen die eerder vergeten omdat ze het eigenlijk niet gewend zijn!”

Vrouwen wel. Want zij hebben die tasjes hard nodig voor alle spullen die ze dagelijks meesjouwen. Zoals de lippenstift, de make-up, wat kleingeld voor toiletbezoek, zakdoekjes, hygiëne verbandjes, pepermuntjes, de mini-vibrator, naald en draad, nieuwe panty, spiegeltje, paracetamol, portemonnee en huissleutels.

Voor de duidelijkheid: dit is een gemiddelde tas en niet de tas van de dames in mijn directe omgeving!

Die vrouwen in mijn directe omgeving veranderen daarentegen wel vaak in opgewonden standjes wanneer ze een nieuwe tas zien! Die vreugde is vergelijkbaar met een man die getuige is van een prachtig doelpunt, bijvoorbeeld van Quincy Promes, na wéér een strakke voorzet van Hakim Zyech!

Soms denk ik wel eens, had ik vroeger maar beter mijn best gedaan op school, met handenarbeid. Dan was ik misschien wel heel handig geworden met het maken van damestasjes en zat ik wellicht nu niet in een nat, herfstig en somber landje maar ergens op een wit strandje onder een tropisch zonnetje mijn stukkie te schrijven.

Of ik dicteerde het mijn secretaresse!

Natuurlijk gebruiken mannen ook wel eens tasjes. Maar die zijn meestal van plastic en de opdruk is lang niet zo spannend als bijvoorbeeld Zybille (?) Zusss, Emperio Armani, Ralph Lauren, Piet (?) Gabor of Enrico Benetti. Nee, op die van de mannen staat meestal:

‘Jumbo’, ‘Aldi’ of ‘AH’. 

Die gaan voor eenvoud. En goedkoop. Maar toch zien we sinds enkele jaren een ommekeer, zo nu en dan zie je een man met een tasje. In de winkelstraat of, zoals ik van de week meemaakte, op de werkvloer. En nee, dan heb ik het niet over die heuptasjes! Je weet wel, zo’n ieniemienie-tasje aan een riem die vaak net onder de pokkel tevoorschijn komt. Waar hooguit een pakkie shag met een wegwerpaansteker in zit. Nee, dat is weer het andere uiterste.

Mannen zien heus wel de voordelen van een tasje, hoor. Want je kan, in plaats van in je broek- of overhemd zak.. bijvoorbeeld je telefoon erin doen. Maar ook je portemonnee, je mondspray, je oortjes, je oplader en je sleutelbos waar huis, schuur en auto aanhangt.

Handig, maar de argwaan lijkt tot nog toe nog steeds te winnen.

Ook uit onverwachte hoek worden wij getriggerd tasjes te gebruiken, namelijk vanuit de klus-en bouw hoek. Tegenwoordig kun je allerlei gereedschap-tassen kopen, met stoere opdrukken zoals Stanley, DeWalt, Conrad, Parat, et cetera. Je hebt ze in schouder-, koffer-, rug- maar ook als gordeltassen, die laatste voor het Cowboy-gevoel. Ze worden ook wel ‘organizers’ genoemd waardoor je precies weet wat je pakt als je op een keukentrap of ladder staat en je vrouw net op dat moment met de buurvrouw staat te kletsen.

Ja, daar is over nagedacht!

En steeds meer klussers maken gebruik van deze ‘tasjes’. Daar kwam ik achter toen ik Sean-Lou, een collega, vertelde dat ik ‘herkend’ was en over het ‘zoek geraakte tasje. Sean-Lou is zo’n handyman (niet dé Handyman). Sean-Lou kan alles. Onlangs had hij nog zijn wasmachine gemaakt. Daarnaast lijkt hij ook nog op de klusser Al Borland, uit die komische serie van begin jaren ’90: Home Improvement. Die gozer speelde in de serie de rechterhand van Tim ‘The Toolman’ Taylor en had ook altijd zo’n gereedschap riem om. Sean-Lou was helemaal niet verbaasd over het onderwerp, mannen met tasjes en klussers met tasjes;

“Tijdens het klussen maak ik gebruik van een gereedschap gordel!” zei hij, zonder blikken of blozen.

Hij liet mij een foto zien van een riem met daaraan verschillende ‘uitsparingen’ van leder, van verschillende groottes. “Vet stoer, man! Je lijkt wel een Cowboy!” zei ik, en voelde mij een tikkeltje jaloers. Sean-Lou begon nu enthousiast te vertellen:

“Dat ding is super handig als je bijvoorbeeld veel te schroeven hebt, zoals laatst toen ik mijn zwager aan het helpen was met gipsplaten te monteren. Ik had een hele doos schroeven in mijn tasje gekiept waardoor ik naast de trap vasthouden hem ook voorzien kon van schroeven. “En écht hè, mijn zwager was diep, diep onder de indruk!”

Dat laatste is typisch Sean-Lou, beetje van de overdrijf zeg maar.

Mijn fantasie ging op de loop. Want waarom dragen de dames niet van dit soort gordels, als echte cowgirls? Zo losjes om de heupjes, met de hele inhoud van hun tasje zó in het zicht!

Toch maar eens in de groep gooien, de groep ‘dames in mijn directe omgeving’.

 

Wanordelijkheden

“Tjonge jonge, wat zijn jullie toch ontzettend bewerkelijk!” Ik keek even op van mijn telefoon en zag vrouwlief de schoenen rangschikken in de gang. Soort bij soort en links bij rechts. Even schoot door mijn hoofd dat een linkerschoen niets kan zonder de rechterschoen en vice versa. Snappen ze dat in de Haagse politiek ook?

En vervolgens keek ik maar weer op mijn telefoon, even weg van de verwarring.

Ik zat naar beelden te kijken van de voetbalwedstrijd FC Den Bosch-Excelsior. Niet naar de wedstrijd zelf hoor, maar meer naar de beelden van een groepje ‘zangtalenten’ op de tribune. Even daarvoor hadden ze een spandoek uitgerold met de tekst: ‘M-side (hartje) Zwarte Piet’. Toen moest ik wel heel even heel hard lachen. En nadat ik hoorde dat ze Sinterklaasliedjes begonnen te zingen ging ik helemaal stuk. Want we spreken hier over de ‘harde kern’ van een voetbalclub en ja, daar zitten vaak heel veel eencelligen tussen die voor niks terugdeinzen, het liefst geweld gebruiken en tenminste drie keer in één zin het woord ‘kanker’ gebruiken voor elk  zelfstandig naamwoord.

Stoer zijn en tegelijk Sinterklaasliedjes zingen?

Na de laatste ‘Zie ginds komt de stoomboot’ gingen ze ‘los’ op een speler van Excelsior en in die teksten zat totaal geen liefde. Nee, die waren, zachtjes uitgedrukt, harteloos. Nadat die speler het huilen nader stond dan het lachen legde de 30 jarige scheidsrechter de wedstrijd stil.

Dat was pas stoer!

Die scheidsrechter nomineer ik dan ook voor een erelidmaatschap van ‘de Echte Mannen club’. Dat kon deze week mooi geregeld worden want afgelopen dinsdag was het Internationale Mannendag. In eerste instantie dacht ik: ‘Wat moeten wij mannen met een Mannendag?’ maar na het zien van de beelden uit een voetbalstadion dacht ik: ‘Ja, er valt nog een hoop te doen.’ Want echte mannen gaan naar het voetbalstadion om naar het voetbal te kijken, om te genieten van een mooie actie of een mooi doelpunt. Niet om mensen op hun kleur af te rekenen.

Want in ons land is niemand een racist, toch?

Wij weten immers beter. Wij hebben een oorlog achter ons liggen, bijna 75 jaar geleden. En daarom weten wij dat rassenhaat een dodelijk gif is. We willen verbinding, geen verdeling. We moeten over onze vooroordelen heen leren stappen, dan ben je pas stoer. En we moeten ons niet laten meeslepen in groepsgedrag: kijk maar naar die sneue gasten op die tribune, kijk maar naar die sneue en laffe gasten in Gorinchem en kijk maar naar de jaren ’90 waarin groepen jongeren ‘poten’ gingen rammen in de bosjes.

Ja, debiel gedrag tegen minderheden is van alle jaren…

“Hallo! Ik vroeg je net wat! Waarom zijn jullie mannen zo ontzettend bewerkelijk? Waarom laten jullie alles achter je slingeren?” Mijn vrouw stond nu voor mij in een nét-niet-dreigende houding. Dat zag ik gelukkig als voordeel en daarom reageerde ik direct, voordat de poppen echt aan het dansen gingen.

“Ja, sorry. Klopt. Ik beken! Je hebt helemaal gelijk!”

Ik wist ook precies waar het om ging. We hebben namelijk een schoenenrek in de hal staan, zo’n metalen rekje. Nee, niet van de IKEA. Deze keer is hij van Leen, die heeft ook vaak van die handige dingetjes voor in huis. Afijn, telkens als ik mijn schoenen erop zet, achterstevoren zodat ze blijven haken achter de hak van de schoen, donderen ze eraf. En omdat ik mij niet laat kennen door zo’n duf rekje, buk ik wederom en doe een tweede poging. Maar terwijl ik weer rechtop sta dondert er altijd wel weer een schoen af en ben ik er ineens flauw van. Dan is mijn grens van geduld bereikt en geef ik de schoenen een schop, draai mij om en laat de irritatie van mij af glijden.

Totdat mijn geliefde er wat over zegt.

“Ja sorry schat, je hebt gelijk.” zei ik nogmaals. Want ik wilde er vanaf en ik moest nog mijn Facebook tijdlijn bekijken, mijn mail checken en dat ene grappige plaatje nog even delen op WhatsApp. Dat hoefde ik niet tegen haar te zeggen en ik wist ook al wat zij nu tegen mij ging zeggen:

“Leg die telefoon nou eens weg!”

Als ze dat zegt dan word ik zó boos op haar want ik weet dat ze gelijk heeft. Mijn telefoon is mijn allessie, mijn second love, mijn maîtresse in eenzame uurtjes, mijn op-een-na-grootste- liefde. Ik vind de huidige GSM’s echt de uitvinding van de eeuw. Je kan er (haast) alles mee: het nieuws volgen, je mail checken of versturen, je werkrooster bekijken, klok kijken, regenbuien volgen, filmpjes bekijken, foto’s mee maken, notities mee maken, betalen bij de kassa, iets online mee bestellen, foto’s op bekijken, radio luisteren, muziek luisteren en de lichamelijke inspanningen van de dag ermee vastleggen.

En je kan ermee bellen!!!!

Natuurlijk zie ik ook wel dat ik min of meer verslaafd ben aan dat ding. Daarom heeft ze ook gewoon gelijk. En soms moet je, als echte man, je vrouw ook gewoon gelijk geven. Dat is goed voor de relatie. Dat is goed voor jezelf, even kritisch naar jezelf kijken. Dan leg je de telefoon even weg want zolang er geen App is die je schoenen op de goede manier opruimt heb je op dat moment ook niets aan die telefoon.

Ik stond op, omhelsde haar en gaf haar een dikke knuffel. “Sorry lieverd, ik ga mijn leven beteren en zal er voortaan op letten.” Ze smolt natuurlijk en ik maakte direct even een slag door huis, tuin en schuur om het een en ander op te ruimen. Zoals die hamer en schroevendraaier die al dagen op mijn werkkamertje lagen vanwege een klusje waar ik in gestrand was. En die broek die al wekenlang aan mijn kast hing, met de gedachte deze nog aan te doen maar die dag kwam maar niet.

Zo was ik nog wel even een dik uurtje bezig maar ik wist wat mijn beloning was.

Lekker op de bank zitten ‘vegen’ op mijn telefoontje!

Met als hoogtepunt de winnende goal van Mendes Moreira tegen FC Den Bosch.

 

 

Krasse knarren versus confrontaties…

Het is het cliché der clichés maar het is echt zo, het leven vliegt voorbij! Sinds ik de 50 gepasseerd ben, heb ik steeds meer het besef dat het leven nu pas echt gaat beginnen. En dat ik voort moet maken.

Want het is zó voorbij!

Steeds vaker hoor ik mij dat zeggen en steeds vaker krijg ik de bevestiging. En dan realiseer ik mij dat ik fysiek geen 18 meer ben. Dan voel ik hoe de jeugdigheid uit mijn lichaam kruipt terwijl dat botst met wat ik geestelijk denk…dat ik nog steeds een jonge god ben. Ik laat mij dan ook niet gek maken door jongere geesten en sta mijn mannetje, puur op karakter.

Dat noemen ze ook wel doorzettingsvermogen.

Maar dat strookt dus niet met de werkelijkheid.  Steeds vaker bemerk ik dat mijn lichaam ’s morgens langer nodig heeft de stramheid te verdrijven. De motor loopt prima maar piept zo nu en dan. Mijn rug is de grootste boosdoener, zo een keer per jaar zit de boel vast. Vroeger ging ik dan direct plat  liggen maar dat is, voor mij althans, achterhaald. Nu trek ik mijn wandelschoenen aan en… Nee, mijn vrouw trekt mij mijn wandelschoenen aan.  

En dan ga ik lopen. Terwijl elke stap een pijnscheut veroorzaakt blijf ik lopen, kilometer na kilometer. En met elke kilometer loop ik steeds rechter en rechter en na een paar dagen zit de boel weer los.

En voel ik mij weer die jonge god!

En tóch steeds weer die confrontaties! Dan zegt bijvoorbeeld zo’n jochie of meisje ineens ‘U’ tegen mij. Ja, prima opgevoed hoor, maar kap daar eens even mee! This is 2019!

En ik ben misschien wel niet genderneutraal maar wel leeftijdneutraal!

Of er volgt een confrontatie na een potje stoeien met mijn zonen. Wanneer ik binnen enkele seconden ineens op de grond lig, in een ijzeren greep die mij slechts nog het woordje ‘kappen!’’ doet uitschreeuwen. Dat dan het besef wegebt dat ik toch nog heel even gedacht had ze nog wel aan te kunnen…

Pijnlijk. Fysiek en mentaal ben ik dan haast al dood.

Daarom roep ik steeds harder en harder dat het leven pas begint bij vijftig. En dat geven we ook mee aan ons kroost. Kleinkinderen? Ah joh, geniet nou maar van het leven, alles op zijn tijd. En zo denkt mijn vrouw er ook over, we vormen één front tegen de ouderdom en genieten van wat het leven ons geeft. We eten lekker, we drinken graag een drankje en zo nu en dan rijden we naar Den Haag om weer even bij te praten met mijn drie zonen. Want wij rijden heel makkelijk en zonder het gevoel ‘Den Haag is zóóóó ver weg’ die kant op. Stikstofvriendelijk, met een gangetje van 100 km per uur en broodjes en koffie als smakelijke onderbreking.

Onlangs was het weer zover.

We hadden afgesproken bij mijn oudste zoon en zijn vriendin. Tot onze grote verrassing waren zijn broers er ook. Gezellig! Na de knuffels en het uitwisselen van wat gekkigheid kregen mijn vrouw en ik niet een koekje maar beiden een envelop bij de koffie. Met een stuiver als postzegel. “Omdat we met Kerst niet bij jullie kunnen zijn krijgen jullie nu alvast wat van ons.” zei zoonlief. “Oké,” zei ik, “dan maken we die enveloppen met de Kerstdagen wel open, dat is leuker.” En legde vervolgens de envelop naast mij neer. Tot ergernis van de aanwezigen want ze riepen ineens allemaal in koor:

“Nee joh, dat duurt veel te lang. Maak nu nou maar open!”

Mijn vrouw en ik keken elkaar begripvol aan, wederom die confrontatie; geduld versus ongeduld. Alles moet snel tegenwoordig. We gaan nu richting kerst maar de folders voor Pasen zijn al gedrukt en liggen halverwege januari al op de mat….

Er zat bij ons beiden een kraskaart in met de tekst: ‘Krassen voor geluk’. De link met de stuiver aan de voorzijde van de envelop was snel gelegd. En opnieuw wilde ik aangeven dat het toch leuker was om dit onder de kerstboom te doen maar de blikken om mij heen zeiden genoeg en braaf begonnen we te krassen. De tekst die daarna verscheen deed mij vloeken en mijn vrouw gaf een gil:

We worden opa en oma!

Opa en Oma. Zijn ze nou helemaal belatafeld! De jongens en de ‘Gezegende onder de Vrouwen’ keken mij seconden lang aan nadat ik gelezen had. “Waarom huil je nou niet? Normaal begin je altijd te huilen?” Klopt, ik ben de laatste jaren emotioneler dan vroegere jaren maar nu was daar geen sprake van. Dat kwam natuurlijk door de tekst op de kraskaart. Het was opnieuw de confrontatie met het ouder worden en dat was ik in die seconden aan het verwerken. 

Deze confrontatie was toch echt wel een in de categorie ‘Code Rood’!

Want we waren nog niet zo ver. Tenminste, ik niet. Mijn vrouw daarentegen sprong overeind en knuffelde de kersverse ouders en ik schuifelde er schoorvoetend achteraan. En daarna feliciteerden we onze andere zonen want die werden immers Oom. Die titel, Oom, kon ik ooit wel hebben zonder dat confronterende gevoel. Ik heb zelfs, toen ik voor het eerst Oom werd, de OZS opgericht, de Oomzegger-schap Stichting. Met zelfgemaakte ledenpasjes. Een stichting met huisregels, onder andere dat je altijd kleingeld bij je moest hebben zodat je je neefjes/nichtjes wat toe kon stoppen om snoep of een ijsje te kunnen kopen.

En je moest naar sigaren ruiken.

Ook dat is inmiddels gedateerd, roken deed je vroeger… Maar goed, de volgende dag waren ze nog steeds zwanger. En langzaam daalde het besef en ietsje te snel steeg de vreugde. Want toen we die middag door een winkelstraat liepen, stopten we ineens, tegelijk, bij de speelgoedwinkel… Ik kocht een mini voetbal en mijn vrouw een leesboekje. Die mocht ons kleinkind dan meenemen als het bij ons kwam logeren.

Bij opa en oma Muis.

Later die avond reden we weer huiswaarts en voelden we ons ook een beetje zwanger. We waren er stil van en als we wat zeiden dan ging het over een koffertje, rompertjes, voorleesboeken en spenen.

Grijnzend keek ik opzij, naar de oma naast mij: “En op die speen zetten we dan de teksten ‘lievelings oma en lievelings opa’! 

Ik kreeg die grijns de rest van de reis niet meer van mijn smoel!

Wie de schoen past…

Het was nog net geen stampvoeten wat mijn vrouw deed maar het kwam wel heel erg dichtbij.   Man, man, wat kunnen de dames soms tekeer gaan als ze even last hebben van een ..euh…dipje!

Dipjes, damesdipjes noem ik ze maar even voor het gemak.

De meeste mannen zullen dit wel herkennen en de meeste vrouwen zullen dit wel ontkennen. Die dipjes zijn verkrijgbaar in allerlei varianten, zoals bijvoorbeeld het ‘voorjaars-dipje’, het ‘ik-heb-geen-kleding-dipje’, het ‘herfst-dipje’, het ‘chocola-tekort-dipje’, het ‘ik-ben-te-dik-dipje’, of ‘mijn-haar-zit-voor-geen-meter-dipje’, of ‘ik-heb-geen-kont-dipje, of ‘mijn-man-ziet-mij-niet-meer-dipje…’

En nog veel meer, vul zelf maar in.

En dan zeggen ze wat over ons, mannen, dat wij ons altijd zo vreselijk aan kunnen stellen wanneer we bijvoorbeeld een griepje hebben of zo. Terwijl het allang wetenschappelijk bewezen is dat de mannengriep vele en vele malen erger is dan bij vrouwen. In moderne taal: mannengriep is geen Hoax, het bestaat!

Deze keer betrof het een ‘ik-heb-geen-schoenen-dipje’.

Ze stampte met haar laarsjes op het laminaat en riep mij toe dat ze diezelfde  laarsjes helemaal zat was. En dan moest ze ook nog vanwege de weersomstandigheden sokjes dragen en dat was helemaal verschrikkelijk. Mijn ogen gleden langs haar broek naar beneden en ik zag twee gezellige laarsjes met een printje van een of ander luipaard of tijger en mijn onbegrip voor deze in mijn ogen totaal nutteloze discussie steeg eerder dan dat ik het met haar eens was.

Ik keek haar aan. Ik hoorde haar aan. Ik liet haar uitrazen.

Dat is over het algemeen het verstandigste om te doen in zo’n situatie maar ik zag aan haar ogen dat ik mij nu toch even moest inspannen. Inspannen om het te begrijpen, het te kúnnen begrijpen. En ik had wel in de gaten dat ik nu heel goed op mijn woorden moest passen om nog redelijk gezellig de dag door te komen. Dus even alle zeilen bijzetten terwijl er allerlei gedachtes door mijn hoofd spookten: Moest ik nu zeggen dat ze er nog prima uitzagen? Fout natuurlijk, want dan struikelt ze over het woordje ‘nog.’ Of moest ik gewoon toegeven, toegeven dat ze er inderdaad niet uitzagen en dat er eigenlijk maar een ding opzat:

Nieuwe kopen!

Maar dat vond ik te makkelijk. Ik loop zelf op schoenen van 35 euro en op sportschoenen van 25 euro. En die laatste zijn pas echt aan vervanging toe want als ik op een steentje stap dan voel ik die dwars door de zool heen. En daarbij heeft zij veel meer schoenen dan ik waardoor het klagen in mijn ogen totaal ongegrond is, onrechtvaardig eigenlijk. Als ik dat dan zou zeggen dan weet ik eigenlijk direct haar antwoord, dan gaat zij mij wijzen op mijn ‘zondagse’ schoenen. Dit zijn een paar hele dure van ene Floris die ik alleen maar draag bij feesten  en partijen. Elke keer als zij een ‘ik-heb-geen-schoenen-dipje’ heeft gooit zij mij die Floris schoenen weer naar mijn hoofd, waardoor ik nu een pesthekel aan die schoenen heb gekregen.

En ik krijg er nog steeds blaren van!

Maar ik klaag niet en ik stamp niet met de voeten! Ik accepteer en draag mijn ongemak. Daarom heb ik als man ook gewoon veel meer rust in het hoofd. Dat zit in onze genen. Zij, oftewel de vrouw in het algemeen, hebben steeds maar weer van die oplaaiende dipjes zoals hier beschreven. Soms worden die dipjes aangewakkerd door de weersomstandigheden. Ik hoor bijvoorbeeld elke eerste  zomerse dag wel een keer dat ze nieuwe teenslippers nodig heeft. In het begin van onze relatie reageerde ik daar nogal eens op door te zeggen dat ze die vorige zomer al had aangeschaft maar dat doe ik al niet meer.

Is onbegonnen werk!

En wanneer het buiten weer kouder wordt dan begint ze weer over nieuwe sloffen. Net als vorig jaar. En alle voorgaande jaren. Plus een nieuwe winterjas, dat is een echte Gouwe Ouwe! Toen we in oktober even een fris weekje hadden gaf mijn allerliefste vrouw aan dat ze het steeds zo koud had op de fiets. Zij fietst tegenwoordig ‘elektrisch’ en trapt dapper door weer en wind naar haar werk en dat moedig ik ook aan. Want naast het feit dat ze daardoor super stikstofvriendelijk is, scheelt het ook nog een stuk in de portemonnee.

En heb ik wat meer om uit te geven!

Althans, dat dacht ik. Want ook hier komen de genen van de vrouw weer boven drijven. Ze kreeg namelijk een ‘ik-heb-geen-schoenen- voor- op- de fiets-dipje.’ Mijn eerste reactie was dat ze dan harder moest fietsen; “dan krijg je het vanzelf warm schatje”. Dat weet ik uit ervaring want ik fietste ook altijd naar het werk. Ook tijdens ijzige kou. Dan fietste ik harder en harder totdat het zweet op mijn kop als ijspegels aan mijn kin bengelde. Maar mijn vrouw  fietst al zo hard. Ze trapt zelfs zo hard dat de aandrijving het niet bij kan houden waardoor het systeem haar weer als het ware afremt! Daar is ze nog over gaan ‘klagen’ bij de fietsenzaak. Dus voor haar geen bloed, zweet en tranen maar keiharde kou die via allerlei manieren tussen lijf en kleding kruipt.

En nu moet ze daar weer gepaste kleding en schoeisel voor aanschaffen…

Het spreekwoord ‘Vrouwen bloot, handel dood’ bevestigd eigenlijk mijn bedenksels hierover. Het betekent dat bij warm weer er weinig verkocht wordt omdat …..de dames dan liggen te zonnen! Ervan uitgaande dat de nieuwe bikini of het nieuwe badpak al gekocht is natuurlijk…

Met mijn uiterste begripvolle smoel keek ik naar haar. Ze had haar jas aan, de haartjes mooi in de vorm, sjaaltje om en de lipjes mooi rood gestift. Klaar voor wat boodschappen te doen maar ja, die schoenen hè,  die stonden op deze zaterdagmiddag haar flink in de weg. Ik besloot toch te kiezen voor de makkelijkste weg. “Lieverd, rij dan zo meteen even de Straat in en haal jezelf nieuwe laarsjes, je werkt er immers hard voor!”

Maar dat was niet genoeg om haar te kalmeren. Het zat te diep. Het was een dip.

Ik ben ervoor in behandeling…

 

Beste Eenzame Planeet toerist,

Nu we aan de laatste twee maanden van het jaar begonnen zijn, zien we naast de paddenstoelen ook weer de lijstjes uit de grond schieten. Lijstjes met wensen voor Sinterklaas, de Kerstman, lijstjes voor de Top 2000 en lijstjes met overzichten van het jaar. En sommige van die lijstjes kijken al naar het jaar wat volgt:

Het magische jaar 2020.

Zo heeft de reisgids ‘Lonely Planet’ ook weer een lijstje gemaakt, namelijk een lijstje met populaire vakantiebestemmingen. Ze maken die lijstjes omdat jullie, toeristen, steeds meer tijd hebben om te reizen. En omdat jullie vermaakt willen worden. Want je moet alles een keer in je leven gezien en ervaren hebben. Althans, zo denken jullie. Enkele jaren geleden werd Texel nog genoemd in de gids en hield ik, liefhebber van het eiland Terschelling, de adem in. Want stel je voor dat ze ineens allemaal ook naar ‘mijn’ eiland zouden komen!

Nou, dan mogen de zandzakken voor de deur en hoeven ze zich daar niet meer alleen druk te maken over de stijgende zeespiegel…

Kennelijk hebben ze van Lonely Planet toen niet verder gekeken dan Texel lang is want daarna werd het weer even rustig en moesten jullie, reislustigen, het doen met de gebruikelijke reisjes naar Ibiza, Lesbos en Italië. Tot vorige maand, toen was Nederland wederom weer aan de beurt. Deze keer wezen ze Utrecht aan als populair gebied. Ze bedoelden hoogstwaarschijnlijk de provincie Utrecht want de stad is al aan het dichtslibben en de Domtoren staat de komende jaren nog in de steigers.

Wat wel weer een kunstwerkje c.q. bezienswaardigheid op zich is.

Maar er is nog een reden dat ze Nederland aanraden, namelijk de ‘feestjes’ die er georganiseerd worden in het nieuwe jaar.

Je zou dan na aankomst op Schiphol direct kunnen doorreizen naar Amsterdam om daar Koningsdag te vieren. Doe wat oranje kleding aan of zet iets geks op je hoofd en je hebt geheid een leuke dag. De dagen erna kun je gebruiken om weer enigszins bij je positieven te komen. Daarna pak je de trein op het speciaal voor de Formule 1 aangelegde spoor en laat je je vervoeren naar Zandvoort. Hier kun je genieten van snelle raceauto’s die tot ons vermaak lekker veel CO2 uitstoten. Of, als  je wat avontuurlijker aangelegd bent, kan je lekker gaan wandelen in de omgeving van het circuit. Wie weet kom je dan een bibberende, copulerende rugstreeppad of een schuilende zandhagedis tegen.

Gevlucht voor het geweld op het circuit.

Ongeveer twee dagen na dit spektakel mag je weer met ons meedoen en gaan we met zijn allen de Bevrijding vieren. Ik heb eigenlijk geen idee of Bevrijdingsdag in 2020 nu wel of niet een nationale vrije dag is.. Want ze zijn in ons land nog steeds aan het bakkeleien of het nu wel of niet een Nationale Feestdag is. Er was iets met ‘om de vijf jaar’ terwijl iedereen het toch wel met elkaar eens is om het elk jaar in vrijheid te vieren. Want die vrijheid vieren blijft nodig, vooral nu we weer een opkomst zien van het rechts-extremisme. Eigenlijk zijn we het verplicht, het te vieren.

Want die vrijheid werd duur betaald!

Maar er zal vast wel ergens een muziekfestival zijn, een leuke braderie of ander vertier. Je zou zeggen dat er nu wel genoeg gefeest is maar er komt nog een toetje. Voor velen vast de kers op de taart. Je moet dan wel even een paar dagen overbruggen want het begint op 12 mei.

Ideetjes genoeg zou ik zeggen.

Ga bijvoorbeeld lekker uitwaaien op Texel of pik een dagje in de rij staan bij de Efteling mee. Of ga knuffelen met luipaarden in Beekse Bergen of overleef een dagje strand op Scheveningen op de eerste de beste zonnige dag. Of leer en ervaar file rijden op de A1, de A4, de A7, de A12, de A13, de A16, de A27, de A50, de A58 of de A58, inclusief ongelukken kijken van dichtbij waardoor er weer een file kan ontstaan…

Mogelijkheden genoeg.

En beste toerist, dan mag je tot slot naar Rotterdam, de stad van Dick Advocaat die de plaatselijke voetbalvereniging Feyenoord landskampioen maakte nadat niemand maar dan ook niemand meer geloofde in dit team. Rotterdam, de stad die geen winkelcentrum heeft maar een koopgoot!

En de stad die de eer heeft het Eurovisie Songfestival te mogen organiseren!!!

Het zat eraan te komen hoor, dat Nederland weer mee mocht doen met dit fantastische muziekspektakel. Jaren en jaren telde ons land niet mee en nadat wij een Indiaan gestuurd hadden wist men ineens dat er een andere weg ingeslagen moest worden. We besloten het stoerste mokkel van Nederland met een stem als een klok te sturen, de Haagse Anouk. Zij haalde de voorrondes en werd negende! Bij menig schuchtere Nederlander begon er nu toch iets te kriebelen. Want de laatste keer dat wij er een beetje toe deden was ergens… nou ja, lang geleden. Na Anouk volgde The Common Linnets, met die leuke blonde meid uit de Achterhoek.

Of was het nou Twente?

Nou ja, maakt niet uit, beide streken worden ook niet genoemd in Lonely Planet gids. Dit zangduo werd tweede en enkelen onder ons gingen er in geloven. Daar schrok de organisatie van en daarom stuurden ze het jaar erop Trijntje Oosterhuis en kwamen we niet verder dan de halve finale. Hierdoor werd iedereen weer chagrijnig en stuurden we vervolgens Douwe Bob, O’G3NE (?) en Waylon.

En wederom werd het weer hangen en wurgen. Tot vorig jaar. Toen ging het allemaal anders. Een totaal onbekende gast kwam met een best wel geinig liedje. En hij was gewoon ‘gewoon’, niet extravagant.

En de rest is geschiedenis.

Trouwens, even voor de duidelijkheid, voorgaand songfestival geneuzel heb ik even gegoogeld hoor, want de laatste keer dat ik naar dit festival keek was ik nog afhankelijk van twee televisiezenders…

Dat was op Terschelling. Dat ligt in het Noorden van Nederland, net als Friesland, Groningen en Drenthe.

Daar is niets te doen.

En dat willen we graag zo houden. 

Generatie dingetjes

Steeds vaker word ik geconfronteerd met ‘de generatiekloof’.

Gelukkig maar.

Want als dat niet het geval geweest zou zijn dan was ik óf een zure ouwe kerel die overal over zat te zeiken óf ik was dood. Beide opties staan niet in mijn vocabulaire want ik heb niks maar dan ook niks met de zure medemens en wat de dood betreft mag ik alleen maar dankbaar wezen om er nog te zijn. Om er nog te mógen zijn!

Want dat is niet vanzelfsprekend, ik herhaal het nog maar eens.

Generatiekloof is een kloof die ontstaat tussen oud en jong wanneer ze elkaar niet meer begrijpen omtrent opvattingen of normen en waarden. Beide partijen kunnen daar over gaan zeuren, met in de meeste gevallen verbittering als gevolg. Of je luistert wel naar elkaar waardoor de kloof kleiner wordt. Door bijvoorbeeld met elkaar samen te werken.

En van elkaar te leren.

Dat vergeten we nog wel eens de laatste jaren. We verdelen ons steeds vaker in twee kampen, gevoed door onbegrip en angst. Maar dat is ook de rekening die we gepresenteerd krijgen door hoe wij met zijn allen leven, hoe we de wereld overbelasten want we willen alles, op elk moment van de dag en het liefst zo snel mogelijk. En als we niet op onze wenken bedient worden dan komen we op voor onze rechten. Zonder enige nuance! Zo hard als het maar kan!

En tegelijkertijd vergeten we onze plichten…

Dit is niet alleen hier een probleem. Ook elders op de wereld wordt een soort van tweestrijd gevoerd. Dat komt ook doordat bepaalde figuren op deze wereld een steeds grotere muil ontwikkelen en er garen bij spinnen om tweedracht te zaaien. Twee goede (slechte) voorbeelden zijn de Brexit en de gang van zaken in de Verenigde Staten.

Iedereen staat niet naast elkaar maar tegenover elkaar.

Aangemoedigd door grote schreeuwers die hier een slaatje uit willen slaan, die precies weten hoe ze die onderbuikgevoelens kunnen voeden met verzonnen of verdraaide verhalen. Waren wij voorheen nog een land die heel goed was in het zogenaamde polderen, nu zijn we verdeeld tot op het bot en heerst de afgunst. We gunnen elkaar niks meer. Zodra iets niet gaat zoals we met zijn allen ooit hebben afgesproken krijg je een grote bek of een middelvinger. Hele generaties worden daarmee geconfronteerd en dat leidt weer tot klagen en wijzen naar anderen.

Want het ligt nooit aan jou!

Ik wapen mij tegenwoordig tegen het negatieve want ernaar luisteren kost je alleen maar energie. Met andere woorden: ik gebruik gewoon mijn gezonde verstand. We krijgen de kans om wat van dat leven te maken, hoe bevoorrecht wil je zijn! Want teveel mensen om ons heen kregen (of krijgen) die kans niet.

Teveel. Veel teveel.

Geniet! En zie ook de kleine dingen die het leven wellicht ‘gewoon’ maken maar aan de andere kant ook weer zeer aangenaam. Zo had ik van de week twee startende pubers over de vloer, een gozer van 13 en een meid van 15 jaar. Zij wonen bij ons in de straat en hadden nog nooit van wentelteefjes gehoord.

Over generatiekloven gesproken…

Dat vertelden ze mij toen ik tosti’s ‘uit de pan’ voor ze aan het bakken was. Dat kenden ze ook niet en toen mochten ze dat bij ons proberen. Tosti’s uit de pan zijn niets meer dan tosti’s uit de pan.

Meer is het niet.

Maar er zit wel degelijk verschil in met de tosti’s die uit het tosti ijzer komen. Want het begint met de liefde voor het product. Het brood welke ik hiervoor gebruik komt uit een echte bakkerij, prachtig stoer boeren bruin brood. Die beleg ik dan met goudgele plakken belegen boeren kaas, vers aangesneden bij de plaatselijke kaasboer. De ham laat ik achterwege, we eten immers al genoeg vlees met zijn allen.

Toch?

Vervolgens komt er weer zo’n lekkere stoere boterham op te liggen en die besmeer ik met boter, margarine of olijfolie. Daarna leg ik de tosti met gesmeerde kant in de voorverwarmde koekenpan, besmeer dan de vrijgekomen andere kant en sluit het geheel af met een andere koekenpan, ondersteboven. Zorg dat de pan niet te heet wordt en doe het deksel niet te snel dicht, anders kan het geduld niet naar binnen.

Zing eventueel een liedje. Of ruim alvast de vaatwasser uit. Of praat gezellig met het gezelschap.

Draai dan de tosti om en doe vervolgens weer iets waardoor de tosti rustig de tijd heeft een tosti te worden. Realiseer dat de tijd om een tosti te maken peanuts is op een heel leven. Wanneer de tosti aan beide kanten Bahama-bruin is haal je de tosti uit de pan en snij je ‘m schuin doormidden. Leg ze dakpansgewijs op een bord en spuit ernaast wat Hela currysaus. Dus niet die van Remia, AH, Jumbo, Plus of Oliehoorn.

En geniet dan van het resultaat: Beide kinderen hebben drie tosti’s naar binnen gewerkt alsof ze weken niet gegeten hadden!

En nu dus aan de wentelteefjes. Omdat ze vakantie hadden kwamen ze om 10 uur binnen lopen en gingen ze braaf aan tafel zitten. Tijdens het bakken namen we de week door: school, voetbal en randzaken zoals vriendjes en vriendinnetjes. Eigenlijk ging ik terug in de tijd toen ik aan het vroegpuberen was. Ik heb genoeg herinneringen met oudere generaties en daardoor bouw je ook respect voor elkaar op. Dan wordt ik enthousiast en probeer ik mijn herinneringen weer met hun te delen, om te laten zien dat ik ook geworsteld heb met puberprobleempjes zoals zij dat nu hebben.

“De Lagere school vond ik geweldig, het middelbaar onderwijs vond ik verschrikkelijk. Voetballen deed ik op het schoolplein, op straat en op het voetbalveld en mijn eerste verkering was met Karin. Toen was ik zes.”

Maar ze hadden geen aandacht voor mij, ze vielen aan op de wentelteefjes die vers gebakken (in de roomboter) op hun bord lag. Ze vonden het heerlijk. En het rook ook zo lekker.

Ik was het met ze eens.

En de generatiekloof was als sneeuw voor de zon verdwenen!

De sleet zit in de keet

Mijn vrouw is een beetje teleurgesteld in mij want ik verras haar de laatste tijd nooit meer. Zij houdt ervan om verrast te worden met een bloemetje, een lief briefje in haar lunchzakje of een spontane ‘Ik hou van je!’

Dit floepte er van de week ineens bij haar uit, tijdens het kijken naar Binnenstebuiten. Mijn reactie was een lang zwijgen terwijl ik normaal gesproken altijd wel de discussie aan ga, maakt niet uit waarover.

Want nu had ze gelijk, ze had gewoon gelijk!

Even probeerde ik mij er nog uit te redden met een oprisping: “Maar ik kijk nu toch ‘gezellig’ met je naar Binnenstebuiten?” Want eerlijk gezegd krijg ik jeuk van dit programma, behalve wanneer die koks erop uitgaan om bij een kleine ondernemer iets te proeven zoals een lekker biertje, bonbonnetje of een mooi stukje vlees. Maar hoe iemand een oude verbouwde school of kerk inricht zou mij een zorg zijn, vooral om hoe ze praten:

“Deze ruimte heeft hele fijne, delicate vibrerende accessoires waar je de oorsprong van het gebouw in terug kan herkennen..”

En dan staat manlief ernaast, braaf te knikken. En even later mag manlief wat vertellen en dan staat vrouwlief weer braaf mee te knikken. Volgens mij is het van A tot Z gescript en dan ben ik weg want ik hou van spontaniteit. En geloof mij, deze praatjepot’s zijn niet spontaan! Want kijk maar eens een paar afleveringen achter elkaar, dan zie je dat ze allemaal hetzelfde doen uiteindelijk. Het enige verschil zou je nog kunnen zoeken in de inrichting, maar de woorden die gebruikt worden in al die programma’s komen allemaal overeen:

‘Details’. ‘Sfeer’. ‘Warmte’. ‘Verloren ruimte’. ‘Basis kleuren.’ ‘Robuust’. ‘Stijlen’. ‘Mix’. ‘Design’.

En daar ben ik op de een of andere manier allergisch voor. Net zoals de reclame die we tussendoor opgedrongen krijgen. Overgevoelig noemt mijn vrouw dat. Dan zit ik zwaar te zuchten op de bank en dan weet zij al hoe laat het is en wil ze het liefst wegzappen van het onderwerp. Want zij kan zich daarvoor afsluiten. En ik niet. En daardoor ontstaat er toch een probleempje in onze relatie.

Kennelijk zat ik nu te zuchten terwijl wij samen op de bank naar Binnenstebuiten zaten te kijken en kreeg ze dat ‘gevoel’ weer dat onze relatie een beetje vastgeroest is.

Tja, de vrouw en haar gevoel. Menig man krijgt hier mee te maken. En hoe je je ook verdedigt, dat gevoel is een dingetje hoor. Je moet van goede huize komen om iets van dat gevoel weg te nemen. Ik wil mij niet op de borst slaan maar meestal lukt het mij wel. En niet door een bosje bloemen mee te nemen, ook niet door twee bossen bloemen mee te nemen bij de supermarkt omdat twee bossen in de aanbieding zijn voor vijf euro, nee, puur door gewoon iets liefs te doen.

Door bijvoorbeeld even het strijkwerk weg te strijken.

Of heel lekker te koken, precies datgene waar zij zo zin in had toen zij s’morgens door weer en wind op haar fiets naar het werk ging. Zij is bijvoorbeeld gek op stamppotjes en zo maakte ik voor haar van de week boerenkool met worst. Nu hoor ik je al zeggen dat de vorst er eerst over moet maar dat is makkelijk te simuleren door de boerenkool eerst een paar uur in de vriezer te leggen. Dan denkt die boerenkool:

‘Hè! Het vriest! Nu wordt ik nóg lekkerder!’

Maar goed, daar wordt zij dan heel gelukkig van en dan denk ik: Waarom bloemen als je het ook met boerenkool kan zeggen! Soms vraagt ze ook of ik nog van haar hou en dan antwoord ik altijd met de woorden: “Kind, je moest een weten! Dat is met geen pen te beschrijven!” en ga vervolgens weer door met mijn bezigheden van dat moment. Eerder nam ze daar nog wel genoegen mee maar nu was de maat kennelijk vol.

Volgens haar zit de sleet er in.

“Lieverd, ik hou toch van je!” riep ik haar liefkozend toe en trok daarbij mijn meest ernstige doch liefdevolste blik. Maar het was te laat, het was niet meer spontaan in haar ogen en ik moest nu mijn volledige aandacht geven. “Laten we erover praten schatje. En ja, ik weet het dat ik soms niet al te scheutig ben met complimentjes maar geloof mij, geloof mij allerliefste, ik hou van je met heel mijn hart en van hier tot de maan en zelfs nog verder dan de maan!”

“Zie je wel! Je neemt mij niet serieus!”

Oké, daar had ze wel een punt en toen heb ik maar toegegeven dat ze gelijk had. Ik schoot tekort en beloofde haar mijn leven te beteren. “Zal ik morgen de was anders even vouwen, dat scheelt jou weer werk.” Want dat was ook een dingetje, dat ik steeds minder in het huishouden doe. Dat klopt. Maar dat komt ook omdat zij mij niet helemaal vertrouwd met het huishouden. Ik ben wat makkelijker in de uitvoering daarvan.

Daarom doet ze het liever zelf.

“Nee hoor, dat hoeft niet. Ik heb liever dat je het lijstje met klusjes afwerkt want ook dat wordt eerder langer dan korter. Pfff….dat was weer een statement maar ik hield mij in, uit liefde. Nu heb ik laatst wel een paar muurtjes gesausd maar we kwamen erachter dat het niet helemaal dekkend was, met andere woorden, het moet nog een keer. Een beetje klusser had dan allang een pot verf bijgehaald en de muren opnieuw gedaan maar in dit verhaal zat dat er niet in.

Want ik ben geen ‘beetje klusser.’

Nu heb ik mijzelf voorgenomen om op zeer korte termijn die pot verf te kopen en de muren van een tweede laag te voorzien. Daarmee toon ik haar mijn liefde en zal zij mij vergeven voor mijn botte houding en kan de sleet weer in de kast.

Eergisterenmorgen kwam ik beneden en struikelde haast over de wasmand met de keurig opgevouwen was. Op de bank zat haar zoon en ik wees op de mand: “Heb jij dat gedaan?” Een dikke grijns van oor tot oor verscheen op zijn gezicht: “Ja, dat had Mam gevraagd. In een Appje. En dat doe ik dan direct!”

Tsssss…. De jeugd van tegenwoordig is ook niet meer wat het geweest is!

De postbezorger belt altijd twee keer

Het verbaasde mij niet dat de postbezorgers in de provincie Groningen het meest geliefd zijn. Zo een keer per maand tref ik wel eens een postbezorger aan de deur en die staat mij altijd vriendelijk te woord, glimlach om de mond en ogen die oprecht uitstralen lol in het werk te hebben. Dat verbaasde mij dan weer wel want dit beroep is behoorlijk uitgekleed. Door de politiek. Die bedachten enige jaren geleden dat het monopoly van de PTT, TPG, TNT, Post.NL, of weet ik veel hoe ze zichzelf tegenwoordig nog noemen, maar eens afgelopen moest zijn.

Laat het maar over aan de marktwerking, dat is goedkoper!

Toen kwamen er ineens andere postbedrijven bij en werd onze post vanuit diverse loodsen en huiskamers gesorteerd en naar de geadresseerde gebracht. Ja, je las het goed, huiskamers. Want medewerkers van Sandd kregen de bakken met post thuisbezorgd waarna ze het zelf mochten sorteren en zelf mochten bepalen wanneer ze het gingen bezorgen. Dat laatste overigens wel binnen een bepaalde tijdsduur.

Dat was een soort thuisbezorgd.nl voor postbezorgers zeg maar….

Ik vond dat altijd raar. Want de ouderwetse postbode was een beroep op zich. Deze mensen waren trots op hun werk en trotseerden alle weersomstandigheden, onwetend over de ‘gevaren-codes geel-oranje en rood, enkel om jouw post veilig aan huis te bezorgen. Daarnaast tekenden zij een geheimhoudingsverklaring en moesten ze, uiteraard, van onberispelijk gedrag zijn. De postbode was belangrijk voor alle lagen van de bevolking en kreeg daar ook naar betaald. Voor het zakelijke postverkeer maar ook voor de particuliere post natuurlijk. De postbode was een begrip. En er waren ook BP’ers, Bekende Postbodes zoals Pieter Post, Raymond van Barneveld, Berry van Aerle, Piet Kleine, Paulus Post (Oebele), Hein Gatje (J.J. de Bom), Anton Gleuf en last but not least…

Postbode Siemen Sietsema!

De postbode kwam overal en kon ook vaak verhalen vertellen of overbrengen, van wijk tot wijk of van dorp tot dorp. En de postbode was ook een belangrijke schakel in de liefde. Ik heb jarenlang vele brieven geschreven naar mijn geliefde en dan was het altijd ontzettend spannend wanneer je weer een brief terug kreeg:

‘En morgen, als de postbode mijn huis weer heeft gevonden, dan stort ze mijn hart vol… met al het liefs uit ….Scheemda.’

Maar de laatste jaren lag mijn post bij iemand anders in huis. Dan lag mijn felicitatie-kaart voor Tante Truus ineens op de keukentafel van de Sandd bezorger en zat hij of zij lekker te sorteren, onder het genot van een bakkie pleur en een sprits. En als je pech had kreeg de kleuter in dit huishouden het ook nog even te pakken met zijn limonadehandjes of hij of zij vouwde er vliegtuigjes van…

Dit heeft jaren geduurd, dat was nog ver voor de privacywet bedacht werd.

Maar het allerergste was dat je er niet meer op kon vertrouwen dat je post nog wel bezorgd werd.  Want niet elke nieuwe postbezorger nam zijn/haar werk serieus. Op zich ook wel logisch want de salarissen waren een stuk lager. Want door simpel het woord postbode om te buigen tot postbezorger kon men het uurloon lekker naar beneden schroeven. Maar nu lijkt het er op dat de post weer een monopoly zal worden, want Post.NL gaat een fusie aan met Sandd. Maar dat is natuurlijk mosterd na de maaltijd.

Want er is haast geen post meer.

Ja, de blauwe enveloppen van de Belastingdienst. Terwijl het gros van de mensen aangegeven hebben deze digitaal te willen ontvangen, blijven ze stug die enveloppen opsturen. En verder krijgen we nog folders. Veel folders met aanbiedingen die wij eigenlijk niet kunnen laten liggen. En tussendoor valt er ook nog wel eens een bekeuring op de mat maar dat is het dan eigenlijk ook wel.

En hoe zit het met de verjaardag ’s kaartjes?

Nou, die zijn er nog wel maar we gebruiken ze nooit. We doen die felicitaties tegenwoordig gewoon via Facebook. Ideaal! Facebook houdt je op de hoogte, geeft je een seintje dat 1, 2, 3 of zelfs meer vrienden van je jarig zijn. En soms staat er dan ook nog eens hoeveel jaar je geworden bent waardoor je je wensen nóg specialer kan maken.

Echt, sinds ik Facebook heb feliciteer ik mij het ongans!

Elke dag is er wel iemand jarig. En het ergste is dat ik al niet eens meer naar de verjaardagskalender kijk. Terwijl ik een hele mooie heb, ooit gekregen van aardige collega’s met persoonlijke foto’s. Die hangt in de wc maar ik kijk er niet meer naar. Vergeet zelfs regelmatig de maand om te slaan waardoor het bijvoorbeeld nu nog september is in onze plee. Nee, zodra ik mij overgeef aan een toiletbezoek kijk ik alleen nog maar naar mijn telefoon. En stuur ik vanaf de pot mijn digitale wensen naar de jarige. En aangezien de meeste mensen de kalender op de wc hebben hangen en vast óók hun telefoon meenemen, is het zeer waarschijnlijk dat als iemand je feliciteert met je verjaardag, deze persoon ook op dat moment met andere dingen bezig is….

Ja, nu ga je er ineens anders naar kijken hè!

Het is niet voor niets dat de telefoon tien keer viezer is dan de wc-bril. Maar ik dwaal weer eens af. Dat doe ik wel vaker. Oh ja, ik had het over de minimale post die nog op de deurmat valt. Maar dat hebben we natuurlijk aan ons zelf te danken. Want wie schrijft er tegenwoordig nog een brief of kaart? Haast niemand meer. We sturen nu een mailtje of …dat kan korter….een Whatsappje.

Dit is dus geen klaagzang maar een hand in eigen boezem steken!

Maar voor nu is het een feit dat de Groningse postbezorgers het meest gewaardeerd worden. Dat lijkt mij logisch toch? Want in dit deel van Nederland zijn de mensen nog onthaast, staan altijd open voor een praatje. En daarom belt de postbezorger eerst één keer en blijft dan wachten.

Want hij snapt dat je waarschijnlijk achter huis nog even met de buurman/vrouw staat te praten.

Om vervolgens een tweede keer aan te bellen!

 

Lui

Nu de laatste tractoren en de laatste klimaatdemonstranten Den Haag weer verlaten hebben, kunnen we weer over tot de orde van de dag. Want het leven gaat nog steeds door, ondanks de klimaat- stikstof- en ‘hoe beledig je de boer’ crisis. Terwijl ik wel bewondering heb voor al die demonstranten hoor, ik doe het ze niet na en wil hier wel even bekennen nog nooit gedemonstreerd te hebben. De reden?

Omdat ik te lui ben.

En omdat ik helemaal geen zin heb in de reis die je ervoor moet maken. Want er komt wat bij kijken hoor. Want eerst moet je bedenken hoe je er heen gaat, met de auto of met de trein. In mijn geval wordt dat de trein want ik heb een bloedhekel aan file rijden. Of je moet een elektrische auto hebben want dan mag je op de ‘Tesla-strook’! Deze strook komt er straks bij als wij, simpele fossiele brandstofrijders, weer teruggezet worden naar 100 km per uur. Die elektrische coureurs mogen dan op de ‘Tesla’ strook wel 130 km per uur rijden.

En opnieuw hebben we een tweedeling in ons land!

Dan de voorbereiding op de demonstratie dag. Er moet een lunchpakket gemaakt worden. Daarbij komt dan nog een thermoskan koffie want die oploskoffie in de trein is niet te zuipen. Eenmaal in de trein mag je dan hopen een plekkie te vinden want ik ben natuurlijk niet de enige die naar het Haagse gaat waardoor je voorbij Zwolle geheid als een sardientje in een blikje omringt ben door mede-demonstranten. Vervolgens moet je dan naar je startplek lopen, meestal is dat het Malieveld in Den Haag en mag je hopen dat je je blaas nog heb kunnen legen in de trein of op het station. Of zoals ik wel eens doe, bij de Mac Donalds, die hebben fantastische waterbesparende toiletten.

Dat is voor mij als 50 plusser de voornaamste reden om te gaan juichen als ik die grote M zie aan de horizon!

En dan moet er nog geprotesteerd worden! Het lijkt wel een dagtaak maar dat is het ook. Daarom heb ik veel respect voor al die demonstranten. Althans, als het echt ergens om gaat. Zoals bijvoorbeeld bij de hierboven genoemde demonstraties. Beiden hebben en maken een punt. Maar ik ben niet voor alle demonstraties hoor, bepaalde zwart-wit discussies sla ik over omdat het de groep waar het uiteindelijk om gaat een biet zou wezen.

Als ze maar hun cadeautjes krijgen…

Maar goed, we gaan weer over tot de orde van de dag. En die orde is onder andere dat we midden in een regenperiode zitten. Mijn eigen persoontje kreeg het behoorlijk te verduren en ben een aantal keren flink nat geregend. Maar zoals een plaatsgenoot mij van de week vertelde toen we aan het schuilen waren voor weer een hoosbui, het water komt nooit verder dan je vel! Dat zei zijn opa altijd en die man had alle gelijk van de wereld.

En door al die regen roeiden we haast ongemerkt de herfstmaand oktober in.

En oktober is voor mijn vrouw het startsein dat het ‘gezellig’ gemaakt moet worden in huis. Afgelopen voorjaar had ze het een en ander aan huisraad via Marktplaats verkocht, onder andere enkele lampen en diverse ‘accessoires’. Ondanks dat het in eens een stuk donker was in huis (‘Tis nog nooit zo donker west’)  ruimde het mooi op. 

Althans, zo dacht ik erover.

Ik zag het maar als een genetisch bepaalde fase, als een vorm van nesteldrang zeg maar. We zien dat elk voorjaar terugkomen in de natuur en dat slaat dan weer over naar de mens. Dus ook op mijn vrouw. Maar nu zitten we in de herfst van het jaar 2019 en dan krijgt ze weer de kriebels.  Want die ‘lege plekken’ in het huis moeten weer opgevuld worden. Dat bedenkt ze samen met medestanders in het complot, zoals haar Woonmagazines, het digitale Pinterest en haar ‘deskundige-op-dit-gebied’ achterbuurvrouw. Dat opvullen gaat niet in één keer maar in fases.

Want dan valt het niet op en breekt bij mij het zweet niet uit.

Inmiddels hebben we weer licht in huis. Naast diverse accessoires in de vorm van gezellige kleine lampjes, schaaltjes en een gouden beeldje van een Toekan (?) staan er ook weer echte lampen. Die laatste hebben andere kappen gekregen zodat ze weer een tijdje ..euhhh…periode mee kunnen.

Tot de volgende fase aanbreekt.

En dan begint alles weer opnieuw. Het is een soort van onrust. Onrust die ze heel goed kan delen met die achterbuurvrouw. Die twee kunnen ook uren en uren praten over de inrichting van huis, , over op welke plek iets moet staan en welke kleur het object moet hebben. En zodra ze dan zeg maar  kleur bekennen wordt mijn hulp gevraagd.

Zoals afgelopen dinsdag.

Ik had dat tasje van de verfwinkel allang zien staan maar liep er met een grote boog omheen. Tot moeder de vrouw mij erop wees: “Ik heb een klusje voor je! Die muren moeten geverfd worden.” Mijn eerste reactie was een natuurlijke reactie: “Verven? Die muren hebben toch al een kleur?” waarna ik door wilde lopen naar boven, naar mijn eigen veilige klusjes loze kamertje.

Want ik hou niet van klussen.

Ze hield mij tegen, haalde mij een beetje aan en sloot af met een kus. “Joh, die muurtjes heb jij zo geverfd. En jij kan dat ook zo goed, jij hebt het geduld om ook bij de randjes netjes te verven.” Natuurlijk voelde ik mij gevleid en uiteindelijk zwichtte ik voor haar vleierij. “Oké, ik ga er van de week mee aan de slag.” en wurmde mij los uit haar omhelzing. Tenminste, dat dacht ik: “Ho, ho, dat kun je nu toch wel even doen, je bent vrij vandaag!”

Fout!

Want ik moet eerst aan het idee wennen, dan ga ik een plan maken en tot slot bepaal ík de dag, niet zij!

Want waar de man woont draagt hij de kroon!

PS Het werd een compromis. Ik mocht die dinsdag nog wat voor mijzelf doen als ik maar beloofde om zondag te gaan verven.

 

 

Niet gek maar knettergek!

Het is zover. Het mag niet meer. Althans, ik mag het niet meer doen, ik moet voortaan genderneutraal schrijven! Want regelmatig heb ik het over ‘mijn vrouw’ omdat zij mij nogal eens inspireert te schrijven over de verschillen tussen man en vrouw maar dat mag dus niet meer. Voortaan moet het anders, bijvoorbeeld:

Mijn partner…of…Mijn mens…?

Eigenlijk dacht ik steeds dat al dat geleuter over genderneutraal vanzelf wel zou verdwijnen. De NS was er in 2017 al mee begonnen door op het perron ‘Beste dames en heren’ te vervangen voor ‘Beste reizigers’.

Daar was over nagedacht…

Ach ja, dit soort oprispingen werkt bij de nuchtere inwoners van dit land natuurlijk behoorlijk op de lachspieren. En het inspireerde mij toentertijd om er een stukkie over te schrijven. Daarom ben ik wel blij met deze gekkies die de hele dag dingen verzinnen om maar een beetje aandacht te genereren.

Want een dag niet gelachen is een dag niet geleefd!

Opvallend vaak komen deze bedenksels uit de hoofdstad, Amsterdam, de stad van trendsetters en, die hoor je ook steeds vaker, de influencers. Deze laatste roeren zich voornamelijk op het internet, hitsen de boel een beetje op waarna heel Nederland daar weer op gaat reageren. En dan hebben de influencers hun doel bereikt, namelijk aandacht.

Zo zagen we na de gruwelijke moord op een advocaat ineens opperste verontwaardiging in de hoofdstad. Terechte verontwaardiging natuurlijk om de daad, debiel voor woorden. Maar ook verontwaardiging met een luchtje. Want er werd door de media gesuggereerd dat er in Amsterdam wel eens wat gesnoven werd. Dat criminelen daar dik verdienen omdat er veel gebruikt wordt. Wij, de meerderheid, wij, nuchtere Nederlanders, weten dat allang. Want Amsterdam is niet meer alleen poep op de stoep zoals Ciske de Rat dat zo grappig en leuk kon zingen, nee, de Hoofdstad gaat naar de gallemiezen!

Want de cocaïne klotst tegen de kades van de Amsterdamse grachten op!

En die crimineeltjes varen er wel bij. Dat zijn jochies op scootertjes met hoodies die niets anders doen dan die rotzooi verkopen aan brave, hippe Amsterdammers. Amsterdammers die denken zo verdomde hip te kunnen zijn dankzij dat poeder, in hun flitsende wereldje met bakfietsen, scootertjes, bierfietsen en blote mannen en vrouwen op bootjes in de grachten.

En dan moet je betalen, betalen, pannekoek!

Maar van dat snuiven ga je raar doen. Ten eerste snuif je jezelf het neustussenschot weg, ten tweede sterft je grijze massa af mits je die überhaupt nog hebt want ja, hoe kom je erbij om poeder met je neus op te snuiven en ten derde krijg je kronkels in je kop. En ja, dan bedenk je ineens dat de visboer in de stad weg moet want die trekt teveel toeristen aan. Of de letters I AMSTERDAM moeten weer weggehaald worden want ook dat trekt teveel toeristen aan. Of je maakt de stad zo ontzettend duur om in te wonen waardoor er geen leraar meer wil werken. Met van de week het trieste resultaat dat een basisschool sluiten moest …

Mijn advies? Stop met snuiven!

En kijk daarna eens om je heen want er is meer dan Amsterdam. Je mag best trots zijn op je stad maar inmiddels is het trotse gedrag overgegaan in hautain gedrag. Wij, in jullie ogen eenvoudige burgers uit de provincies, komen niet alleen naar Amsterdam omdat het Amsterdam is. Dat denken jullie.  Nee, wij komen voor jullie zelf.

Om vervolgens hoofdschuddend en vol medelijden terug te rijden naar huis…

Je zou zeggen dat ik afwijk van waar ik mee begon maar niets is minder waar. Want er was nieuws wat eigenlijk ook zo in Amsterdam bedacht had kunnen worden. Het nieuws kwam nu uit het land van de Gele Hesjes, Frankrijk. Men had bedacht dat speelgoed voortaan genderloos moest worden.

Ja, ik herhaal het hier maar even, ze willen genderloos speelgoed!

Natuurlijk schoot ik even in de lach en ging vervolgens verder met mijn bezigheden. Maar dit nieuws verspreidde zich miraculeus want het werd natuurlijk weer opgepakt door die internet gekkies. Waarom? Omdat het afwijkt van de norm en daarmee kan je de boel lekker opstoken. En ja hoor, de nuchtere mensen die we hier nog in dit land hebben (lees: de meerderheid), vielen om van verbazing. Ik dacht eerst nog dat het wel over zou waaien maar een van onze eigen ministers vond het een goed plan en besloot dat ook maar even te twitteren of op een andere manier aan het volk kenbaar te maken.

Het klootjesvolk zeg maar…

Als deze idioterie een bodem krijgt dan mag ‘de mens’ in de speelgoedwinkel straks niet meer vragen of het een cadeautje voor een jongetje of een meisje is. Het meisjes en jongens inpakpapier moet dus in de ban en daarvoor krijg je genderloos papier. De blauwe en roze muisjes op de beschuitjes gaan ook op de schop, die worden straks in de fabriek van De Ruijter op een hoop gegooid en komen gezamenlijk in een genderneutraal doosje. En Roze Zaterdag, dat gaan ze dan ook verbieden, toch?

Of gaat dat de trendsetters, de influencers en de hipsters met hun omgekrulde broekpijpjes en blote voeten in de schoentjes dan te ver?

Weet je, ik ben voorstander van dat iedereen zichzelf kan en mag zijn. Dat is onze verworven vrijheid. Dat zijn de regels in dit land. Maar ga nu asjeblieft niet de boel op stang jagen en van alles verzinnen om een perfecte maatschappij te willen creëren. Alle drie mijn zonen hebben op voetbal gezeten en toen speelden zij al met meisjes in de teams. Ik sprak dan met de vaders van die meiden en die waren apetrots op hun voetballende dochters. Terecht. Dat zijn voor mij ‘blauwe meisjes’, niks mis mee. En zo ken ik ook een jongen die ontzettend goed dansen kan, landelijk valt hij regelmatig in de prijzen.

En ook daar is niks mis mee!

Maar voor mij gaat er wel wat mis als ik genderneutraal schrijven moet. Want de meeste onderwerpen worden mij hier thuis aangedragen door mijn vrouw…euh…mijn mens, week in week uit.

Om de doodeenvoudige reden dat mannen en vrouwen wel degelijk verschillend zijn!

En dat heeft ook weer zijn/haar leuke kanten, toch?

De dame met de lamp

Vorige week zondag kreeg ik via WhatsApp een foto onder ogen. Op deze foto was te zien hoe Anneke, een kennis van ons, door haar man innig omhelsd werd nadat haar laatste minuten als actieve verpleegkundige waren ingegaan, ze ging met pensioen. Haar man, kinderen en kleinkinderen haalden haar op omdat dit natuurlijk een heel bijzondere dag was.

Ze was ontzettend geroerd…

En het roerde mij. Want ik zag in die ene ontroering haar hele werkbare leven voorbij komen. Zevenenveertig jaar geleden begon ze bij het RK Ziekenhuis in Groningen en de laatste jaren werkte ze op de afdeling Acute Opname in het OZG. Met plezier draaide ze al die jaren dag-avond en nachtdiensten. En natuurlijk waren er dagen dat het zwaar was.

Heel erg zwaar….

Dat waren de dagen dat jonge mensen en mensen van haar eigen leeftijd kwamen te overlijden. Dan troostte zij zich maar met het feit dat zij die laatste uren aan hun bed gestaan heeft, dat ze het vreselijke lijden enigszins heeft kunnen verlichten door medisch in te grijpen maar ook door kleine gebaartjes, zoals eventjes over de wang of door het haar strijken. Maar ook door de patiënt lieve, geruststellende woorden toe te fluisteren of gewoon door snel in te grijpen bij ongemakkelijke, mensonwaardige momenten..

Zwijgend, zonder bravoure maar enkel uit mededogen…

Jaren en jaren liep ze als een Florence Nightingale door de gangen van het St. Lucas ziekenhuis. Samen met haar collega’s draaide ze haar diensten zonder klagen. Collega’s waar ze mee kon lachen maar ook waar ze mee kon huilen, dan droegen zij het kruis gezamenlijk en ja, dan is de last minder. Deze collegialiteit is juist zo bijzonder en belangrijk. En die zie je vaker bij mensen die hulp verlenen. Want ze zijn zich allemaal bewust van het feit dat zij zich bevinden tussen de realiteit van pijn en verdriet en leven en dood.

Hun handelen is van levensbelang.

Alleen wordt dat nog wel eens vergeten. Dan uiten we onze pijntjes in ongenoegen. En omdat mensen zoals Anneke op dat moment het dichts in de buurt zijn, krijgen zij het vol over zich heen. En waar de meeste mensen dan wild om zich heen beginnen te slaan of verbaal vreselijk uit hun pan gaan, blijven de dames en heren in de zorg rustig en kalm.

Daar kan menig kort lontje een voorbeeld aan nemen.

Maar ik zag meer op die foto. Ik zag dat ze eigenlijk nog helemaal niet wilde stoppen. Want dat zit niet in haar systeem. Anneke staat in mijn ogen dan ook symbool voor al die medewerkers in de zorg. Die medewerkers die voor ons klaar staan wanneer we ons in een ongemakkelijke positie bevinden. Medewerkers die zorg geven omdat ze onder andere de volgende eigenschappen hebben: betrokkenheid, empathisch vermogen en passie.

Enorme passie.

En flexibiliteit. Want ook in de verhuizing naar het splinternieuw ziekenhuis zag zij iets positiefs, ondanks dat er daardoor op een andere manier gewerkt moest worden. Daarom snap ik de huidige realiteit niet. Een realiteit die deze mensen dwingt om acties te voeren voor wat meer salaris en wat minder werkdruk. Zo las ik van de week een krantkop: ‘Vierhonderd patiënten de dupe van acties ziekenhuispersoneel’. Hoezo de dupe? Want in mijn ogen ligt de oorzaak dat er gestaakt wordt niet bij de verzorgenden maar bij de werkgevers en de politiek. En ik denk dat die vierhonderd patiënten eerder begrip voelen voor de situatie dan dat zij zich de dupe zullen voelen. Want in elke branche worden de CAO’s aangepast aan de tijd, aan de welvaart en aan de vraag. In dit geval om meer handen aan het bed.

Want de vraag om zorg neemt eerder toe dan af!

Want links of rechtsom, de mens zal altijd zorg nodig hebben. Bij de een vanwege minder goede genen, bij de andere omdat deze de verleidingen van de welvaart niet kan weerstaan. Terwijl we er alles aan doen om deze verleidingen aan te pakken, zoals bijvoorbeeld bij het rook-alcohol- en drugsbeleid. Maar laten we de voedingsindustrie hierbij niet voorbij gaan, want ook die zijn er debet aan dat we steeds meer zorg nodig hebben. Iemand die nooit rookt of drinkt kan nog steeds ten onder gaan door producten te eten waar allerlei toevoegingen inzitten die niet natuurlijk zijn.

Puur en alleen maar om het langer houdbaar te maken en er lekkerder uit te laten zien!

Daarom blijft de grote vraag waarom men er maar niet uit wilt komen. Zijn hun handen echt gebonden of zijn ze bang voor hun eigen inkomen? Zorg is niet uit te bannen. Je kan niet zeggen: we stoppen met de zorg want het is te duur. Het gaat hier om mensen, niet om producten. En er zijn mensen zoals Anneke die de zorg zien als hun roeping. Net zoals ooit Florence Nightingale, ‘The Lady with the lamp’, haar leven inzette om te zorgen voor de medemens. En geloof mij, niet iedereen is in de wieg gelegd om zorg te verlenen! Dat zit in je of niet. Een poster van Loesje laat precies weten hoe dit soort mensen zijn en hoe ze hun werk uitvoeren:

‘Twee ogen, twee oren, twee handen, twee benen. Ik kan wel acht dingen tegelijk!’

Anneke gaat nu genieten van haar welverdiende, vrije tijd. Ze hoeft niet meer in weer en wind ’s avonds de deur uit als iedereen lekker thuis zit, met de feestdagen werken terwijl haar gezin gezellig thuis aan tafel zit of kant en klare maaltijden nuttigen omdat ze een avonddienst heeft. Nee, ze heeft haar plicht ruimschoots gedaan en ik herhaal het nog maar eens, zevenenveertig jaar heeft ze zorg gegeven. Voor mensen zoals jij en ik. Samen met haar man mag ze nu gaan reizen en de wereld verkennen. Zonder te zorgen. Zonder zorgen.

Maar ik hoop oprecht dat de zorg gaat krijgen wat ze verdienen zodat er nieuwe Anneke’s zullen opstaan en het edele vak van verpleegkundige of anders gaan oppakken.

Anders moeten wij met zijn allen ons serieus grote zorgen gaan maken….

 

Met andere ogen

Logisch dat ik het zelf niet gezien had. Daarom draag ik een bril. Maar dankzij een goedziende collega kwam ik erachter: het montuur van mijn bril was gebroken. Dat was best wel vervelend want dat kan weer kosten met zich meebrengen en daar zit ik nou net effe niet op te wachten. Aan de andere kant…

‘Elk nadeel hep zijn voordeel!’

Want de relatie tussen de bril en mij is niet goed. Regelmatig vervloek ik dat ding, wij passen niet bij elkaar. Eigenlijk al vanaf de eerste dag botert het niet tussen ons, laat hij zich ook wel eens (expres!) vallen of hij drukt zichzelf zó zwaar op mijn neus dat ik er koppijn van krijg.

Regelmatig overviel mij dan ook de gedachte om van ‘m te scheiden…

Maar ja, dat kost geld. En ik weet nog dat ik deze bril mee naar huis nam, ter kennismaking met mijn naasten. Op één persoon na, de enige man overigens, vond iedereen hem hip. Helaas liet ik mij leiden door de meerderheid en besloot er toch voor te gaan, terwijl een klein stemmetje in mijn hoofd zei dat ik het niet moest doen. Want deze bril was teveel bril. Als ik ergens binnen zou komen dan zou men mij niet zien maar wel de bril.

En daarna zagen ze mij pas…

Want dat was op dat moment de mode. En ik ben niet van de mode, ik ben van gewoon. Hier was dus duidelijk sprake van een ongelijkwaardige relatie. Dit kon nooit goed gaan maar eigenwijs als ik ben besloot ik toch door te zetten. Al gauw ging het mis, de bevestiging van het neusvleugeltje brak af. Einde relatie!

Dacht ik.

Vrolijk liep ik de brillenwinkel binnen en keek al met een schuin oog naar de andere, minder opvallende brillen aan de wand die zich lonkend aan mij toonden. Niet extravagant maar gewone, envoudige brilletjes. De opticien was snel klaar met zijn oordeel. Eigenlijk veel te snel:

“Dit mag nooit gebeuren! U krijgt een nieuwe want hij valt nog binnen de garantie!”

Het voelde aan als een mislukte poging tot relatietherapie en ik werd nog chagrijniger. Hoe kwam ik van dat ding af? En hoe moest ik dit thuis vertellen want mijn vrouw had inmiddels ook een hekel gekregen aan deze bril. Ook zij voelde dat dit ding het derde wiel aan de wagen was.

Steeds vaker verzocht ze mij om mijn oude bril op te doen, zelfs als we naar bed gingen want ‘dat was prettiger om naar te kijken..’

Daarnaast begon ik ook anders te kijken naar dingen. Bijvoorbeeld naar het Westen des Lands. Daar hadden ze bedacht om de Formule 1 races naar Zandvoort te halen. Naar Zandvoort! Zandvoort, het Scheveningen van Noord-Holland. Als ex-Westerling kende ik Zandvoort wel. Van de files er naar toe wanneer het een beetje begon te zomeren. Dat kwam omdat de naam groter is dan de bestaande infrastructuur, die bestaat namelijk uit louter B weggetjes en olifantenpaadjes. Gelukkig kon er een keuze gemaakt worden want in Assen, dat ligt in Drenthe maar valt nog steeds onder Nederland, ligt een hele mooie racebaan. En die racebaan ligt precies tussen een prachtige infrastructuur van mooie 100 km wegen waar haast nooit files staan. En op een steenworp van Assen ligt een schitterend vliegveld waar de heren van Mercedes, Renault, Ferrari en Alfa Romeo prima kunnen landen met hun autootjes.

Er is zelfs plaats voor de Pitspoezen!

Maar de arrogantie won uiteindelijk toch van de logica. Enkele prominenten in ‘het wereldje’ kochten her en der wat mensen om en de keuze viel toch op Zandvoort. Heel nuchter Nederland viel achterover van verbazing. Inmiddels weten we dat naast het aanpassen van de wegen, ook het spoor daar op de schop moet. Zodat de liefhebbers van de Formule 1 met de trein ernaar toe kunnen. Ik vraag mij dan af wat er met dat spoor gebeurt als dat weekendje racen voorbij is.

Ik zou zeggen: Zet ‘m in als spoorlijn tussen Noord-Holland (via de Afsluitdijk) en Friesland!

Dat maakt dan de druiven ietsjes minder zuur. Maar dit soort mensen kijken met een andere bril naar ons, eenvoudige stervelingen buiten de Randstad. Wij zijn immers de boeren die teveel stikstof produceren, daarom bedacht deze week een jochie van notabene Democraten’66 dat de boeren maar eens flink aangepakt moesten worden. Heel raar, want de grootste uitstoot manifesteert zich boven de Randstad. En die hebben niet zoveel veeteelt, enkel wat kinderboerderijen zodat de kinderen daar ook leren waar de melk vandaan komt…

Maar ja, die bril van mij hè. Daar was iets mee waardoor ik wellicht alles verkeerd zag.

Daarom ging ik vorige week naar de opticien. Op advies van mijn vrouw, zij had daar ook een bril gekocht en was zeer tevreden met het advies en het resultaat. Ik kwam precies volgens afspraak om 2 uur binnen, hijgend als een oud paard want ik probeerde met mijn ‘gewone’ fiets mijn vrouw bij te houden.

Ja, zij rijdt elektrisch tegenwoordig.

De opticien was geduldig en gaf mij een brillendoekje om de nattigheid van mijn hoofd te deppen. Even later werd ik getest door apparatuur waar menig opticien zijn vingers bij af zou likken. Mijn ogen waren er niet beter op geworden, zo bleek.

Met andere woorden, ik moest aan een nieuwe bril.

Ik keek bedrukt want het blijft altijd maar weer een aanslag maar van binnen was het feest, liepen al mijn rode en witte bloedlichaampjes de polonaise. Na de oogtest kreeg ik een kleuren analyse. Een wat? Ja, een kleurenanalyse. Om te kijken wat voor mens ik ben. Een zeer vriendelijke dame liet mij alle kleuren van de regenboog zien middels gekleurde doeken en na een minuut of tien wist ze het:

Ik was een Lente en Winter mens!

En ze wist ook direct welke bril daarbij paste. Ze liep naar de brillenwand, zocht en zocht en ja, daar was hij. Hij was verkeerd teruggelegd door een klant, in het vakje ‘zomer’. Nadat ik hem opgezet had voelde het direct goed en vroeg ik haar ten huwelijk.

Die vriendelijke dame?

Nee, die bril natuurlijk!

 

 

Sneue sukkeltjes

‘Als een ballon, een ballon, een ballonnetje, Een ballonnetje, dat danst in de wind Aan een draadje naar de zon, Gaat zo’n lekker dikke, rooie, mooie luchtballon Een ballon, een ballon, een ballonnetje, Een ballonnetje, dat danst in de wind Aan een draadje naar de zon, Gaat zo’n lekker dikke mooie Lekker dikke rooie, B’lon, b’lon, b’lon’

Voorgaande tekst komt uit het liedje ‘Als een ballonnetje’ van cabaretier, zanger, kunstschilder en dichter Toon Hermans. Toon leefde grotendeels in een tijd dat ballonnetjes nog gezien werden als onderdeeltjes van onschuldige vrolijkheid en verdriet. Vrolijkheid omdat ballonnen (kinder)feestjes opleukten en verdriet omdat ze vaak werden opgelaten bij crematies of begrafenissen, als symbool voor het loslaten van het leven…

‘Maar wat geweest is, is geweest…’ zong Boudewijn de Groot ooit.

Want de ballonnen zijn de onschuld voorbij lijkt het wel. De magie is weg, ten onder gegaan aan de moderne tijd. Ballonnen komen steeds vaker negatief in het nieuws vanwege de vervuiling van Moeder Aarde. Zo leuk ze hierboven door Toon beschreven zijn, dansend in de wind, zo veel schade brengen ze nadat ze klappen en op de grond vallen.

Want ze komen terecht in de voedselketen van het dierenrijk, met alle gevolgen van dien…

Gelukkig weten we dat en zie je steeds vaker dat er eerst goed nagedacht gaat worden alvorens men overgaat tot het oplaten van die ballonnen. En je ziet steeds vaker dat gemeenten, al dan niet na een burgerinitiatief, aangeven ballon-vrij te willen zijn. Over het algemeen gaat dat zonder slag of stoot want het kroost lijkt zich al steeds vroeger bewust te worden van de gevolgen van vervuiling.

Je zou dan kunnen zeggen: jong geleerd, oud gedaan.

Maar niets is minder waar, de ballon heeft namelijk een nieuwe functie gekregen en dan met name onder het uitgaanspubliek. Was het voorheen nog alcohol of drugs die men nodig had, nu zoeken ze het (ook) in lachgas want we willen meer, omdat we niet meer tevreden zijn met wat we al hebben…

Dat is toch om te brullen!

Toen ik jong was had ik maar een paar biertjes nodig om een leuke avond te hebben. En ik rookte, shag. Geblowd werd er toen wel maar daar had ik niets mee, vond het stinken en had er totaal geen behoefte aan. De kick kreeg ik door bijvoorbeeld gewoon gezellig mee te zingen in de kroeg op nummers van de enige échte André Hazes en ik sloot de avond af met een vette hap in de snackbar waar je alweer wat ontnuchterde door de felle TL-lampen. Of we gingen na sluitingstijd van de kroeg of disco nog even mee met leeftijdgenoten van het ‘vaste land’ die hun vakantie vierden op ons eiland, gezellige jongens en meiden waarmee we een band hadden gekregen.

Dit waren prachtige avonden en nachten waar ik nog regelmatig met zeer warme gevoelens aan terugdenk.

Meer hadden we niet nodig. In de loop der jaren kwamen er steeds meer ‘genotsmiddelen’ bij en zagen we de opkomst van chemische zooi, verpakt in vrolijk gekleurde pilletjes. Alcohol, wiet en sigaretten waren niet genoeg om een leuke avond te hebben, dacht men. Daarbij moet nog wel even gezegd worden dat voorgaande ‘genotsmiddelen’ ook slecht zijn voor de gezondheid en absoluut niet thuishoren in het menselijk lichaam.

‘Stom hè….’ik vind ’t gewoon lekker!’ zou Petje Pitamientje gezegd hebben.

Ik ook hoor. Alcohol en shag waren voor mij onlosmakelijk verbonden met een avondje stappen. Alleen dat blowen vond ik maar niks, dat gelurk aan zo’n grauwe peuk. En soms werd dat ding ook nog doorgegeven en moest je wel andermans lichaamssappen proeven, gadverdamme!

Er zou maar eentje tussen zitten met een koortslip!

Maar ieder zijn ding, ieder zijn behoefte, ieder zijn meug. Alleen hebben ze nu weer wat nieuws, namelijk het inhaleren van lachgas. Dat klinkt onschuldig maar we weten inmiddels beter. Het kan leiden tot zuurstoftekort, bevriezing van de longen, gesprongen trommelvliezen, neurologische aandoeningen en hersenschade.

Maar van dat laatste hebben ze kennelijk al last want je bent toch wel echt een super sneue sukkel als je op straat aan zo’n ballon gaat zitten lurken!

Dan zet je jezelf toch wel echt te kijk. Dat kinderen met ballonnen spelen snap ik, maar dat je als puber of als volgroeide puber met een ballon loopt, mag je jezelf toch wel even serieus afvragen of je alles wel op een rijtje hebt.

Man, man, wat zet je jezelf voor lul!

En natuurlijk hoor ik, 50 plusser, af te geven op deze bezigheden. Toen ik jong was keken die 50 plussers van toen ook meewarig naar de jeugd. Alleen met dat verschil dat onze ouders geen ‘Curling’- ouders waren.

Curling-ouders?

Ja, deze term kwam ik van de week tegen in een artikel en ik vond hem briljant! Ze bedoelen ermee dat er ouders zijn die continu het levenspad van hun kroost aan het schoonvegen zijn waardoor de kinderen niet meer kunnen omgaan met tegenslag en teleurstellingen. Sterker nog, ze noemen het pamperen van je kind zelfs kindermishandeling! Steeds vaker maken we ons daar schuldig aan omdat we liever het conflict met het kind vermijden dan het conflict in de ogen kijken: ‘Naar je kamer! Nu!’ En kinderen voelen dat en buiten het uit, voelen zich prins- en prinsesheerlijk als ze hun opvoeders weer hebben gedist.

Stelletje loeders!

Maar ik snap het wel van die ouders want de kinderen van tegenwoordig zijn een stuk bijdehanter dan in vroegere jaren. Zodra je ze met een argument om de oren slaat om ze ergens op terecht te wijzen, krijg je tientallen argumenten retour, snel even gegoogeld natuurlijk. Je moet echt van goede huize komen om nog steeds door je kinderen als leider te worden gezien.

Dus niet als lijder.

Als Papa tegen zijn kleine meid zegt, ik citeer uit nog maar even een klassieker:

‘Ben je bang voor ’t hondje, Hondje bijt niet, Papa zegt dat ie niet bijt’

Dan kijkt die kleine meid Papa sceptisch aan omdat ze allang weet om welk ras en soort het gaat. Eentje die niet bijt.

“En nu wil ik naar de Mac!”

Het betere lik werk

We zijn uitgelikt. Na jaren en jaren is het over en uit. Dat zal niet makkelijk gaan want we likten ons rijk. Sommigen likten alleen, anderen deden het met de partner of de hele familie en er waren zelfs mensen die het in groepsverband deden. Als je dan toch op zoek zou moeten gaan naar de Nederlandse identiteit dan kwam je wat het likken toch wel heel dichtbij.

Dan had je de Nederlandse identiteit beet bij de kop!

Net op het moment dat ik dit nieuwsbericht met mijn vrouw wilde delen, voelde ik dat het alweer misgegaan was. Beteuterd keek ik naar mijn buik en zag daar een paar kruimels aardappel liggen op mijn overhemd. Op zich was dat nog niet zo erg maar ja, de jus, die maakt vlekken…

“Nee, hè Ar, hoe krijg je het toch voor elkaar?”

Ik keek nu nóg beteuterder want ze had het gezien en ik wist nu wat er komen zou. “Ga nou dichter bij de tafel zitten en leg die telefoon weg!”

“Ja, ja, ik weet het! Maar ik lees net een bericht en daar zal jij wel blij van worden denk ik.” Dit was natuurlijk tactiek van mij want dit onderwerp moest zo gauw mogelijk van tafel want het is een terugkerend probleem. Al jaren knoei ik eten, op het laminaat of erger, op mijn kleding. En vaak heb ik die kleding net uit de kast gehaald waar het fris en schoongewassen op mij wacht, allemaal uit liefde voor mij want mijn lieve vrouw wil dat ik er tiptop bij loop.

En dan zit ze niet te wachten op geknoei met eten op haar Meesterwerkjes….

In het begin van onze relatie gooide ik het nog op mijn genen. Mijn vader heeft namelijk last van dezelfde kwaal. Toen lachten we erom. Maar die tijd is voorbij. Nu probeert zij mij alsnog op te voeden. “Je moet meebewegen. Dichter bij de tafel zitten en dan niet de vork naar je mond brengen maar de mond naar de vork. Dat kon ik heus wel alleen vergeet ik dat steeds, dan zit ik alweer met mijn kop ergens anders of ik zit, zoals hiervoor beschreven, tijdens het eten op mijn telefoon te kijken.

Tja, dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden.

Nu houdt mijn vrouw van eigen initiatief nemen dus ik stond direct op, liep naar de kraan, pakte de punt van de theedoek, deed daar een beetje afwasmiddel op en maakte het puntje nat. Vervolgens drukte ik het op de vlek en begon zachtjes te wrijven terwijl de dame aan de eettafel hoofdschuddend verder at. Opnieuw probeerde ik het gesprek te openen over het nieuwsbericht wat ik voor het ontstaan van de vlek aan haar wilde vertellen.

“Je hoeft niet meer te likken, schat!”

Nu had ik haar aandacht maar nog niet van harte. Toch besloot ik nu door te drukken. “Jij spaart toch zegels bij de supermarkt?” Ze knikte, maar ze gunde mij geen blik waardig. Want ze wist dat ze dat overhemd welke ik nu driftig aan het opwrijven was, die middag nog gewassen en gestreken had. Ze had duidelijk geen zin in zoete broodjes maar ik zette nu alle zeilen bij:

“Jouw supermarkt gaat eindelijk over op digitaal sparen!”

“De zegels worden gewoon bijgeschreven op je bonuskaart.” vervolgde ik. Nu had ik haar aandacht! Want ik hoorde haar al langer klagen over die stomme zegeltjes. En ik klaagde dan rustig met haar mee want ik heb zegeltjes plakken al jaren terug de rug toegekeerd. Maar dat was omdat ik solidair was met de kassa- medewerker. Ik erger mij al jaren aan de manier van hoe die jongens en meiden moeten werken: “Wilt u koopzegels? Wilt u zegeltjes voor de pluche beesten? Wilt u zegeltjes voor de messen-set? Wilt u zegeltjes voor de handige opbergbakjes? Wilt u zegeltjes voor de Jan de Bouvrie placemats?

Wilt u ….et cetera, et cetera….

Vreselijk! Het zou mij niet eens verbazen als we over een tijdje te horen krijgen dat de gemiddelde kassa medewerker psychische hulp moet inroepen. En geloof mij, het zit diep bij die meiden en jongens. Ik heb zelfs al een keer gehoord dat iemand tijdens het bedrijven van de liefde het hele riedeltje van hierboven eruit gooide toen het hoogtepunt naderde… Het is dat dit stel daarna direct in therapie gegaan is want de lol die ze altijd hadden tussen de met zegels gespaarde lakens was toch even voor een paar maanden weg.

Zo zie je maar weer waar al die onzin naar toe kan leiden…

Maar het ging mij ook om de smaak van die zegeltjes. Ooit likte ik er op los om de benzine zegels op te kunnen plakken maar had daarna de hele avond het gevoel dat ik een stuk rubber in mijn mond had in plaats van een tong. Ze smaakten ook anders dan de zegels van de Koningin, die waren best lekker. Hoe die van de koning smaken weet ik niet want ik stuur al lang geen brieven of kaarten meer.

Ze komen toch niet aan…

Mijn vrouw daarentegen maakte er altijd een hele ceremonie van. Dan maakte ze zichzelf een cappuccino, pakte vervolgens de zegels uit het zegeltjes-opvang-bakje, zette via Spotify Julio Iglesias op en ging dan aan de keukentafel lekker zitten likken. En daarna kwam het plakken, precies tussen de lijntjes en rechtop! En dan, wanneer er genoeg boekjes vol waren kwam het heugelijke moment van inleveren. Wij hebben inmiddels al het een en ander bij elkaar gespaard: de beroemde en beruchte messenset, een prachtig mooie houten snijplank, diverse pannen en de wijnglazen waarvan de suggestie gewekt werd dat het om kristal ging.

Eigenlijk moeten die supermarkten het gewoon omdraaien. Wanneer je als klant zegeltjes wilt dan vraag je er zelf maar om! Ons land is een pamperlandje aan het worden. En we moesten toch meer participeren? Nou, laten we dan beginnen bij de zegels. Dat is beter voor de klant want die kiest dan ervoor om wel of niet dat hele riedeltje aan te horen.

En belangrijker, het is beter voor het liefdesleven van de kassa medewerkers!

 

48 uur

Soms zijn er van die dagen die vanaf het begin tot het eind vol gepland zijn. Zoals vorig weekend. Mijn zus werd 60 jaar en omdat het leven gevierd moet worden besloot ze het dit keer maar eens groots aan te pakken. Tot onze grote vreugde hield ze het feestje op Camping Cupido, een camping op Terschelling die twee jaar terug het 60 jarig lustrum bereikt had.

Ons kent ons zou je haast kunnen zeggen!

Maar wij waren er erg blij mee want we hebben wat met die camping. Een beetje boel zelfs. Mijn vrouw heeft daar van kinds af aan altijd gekampeerd. Eerst in een tent, daarna in een caravan en weer later in een stacaravan. En in het begin van de jaren ’80 kreeg ik als eilandbewoner ook een klik met deze camping want mijn vrouw en ik kregen ‘verkering’.

Een logisch gevolg van een camping met zo’n naam, Cupido, de Godin van de Liefde.

Enkele maanden geleden viel bij ons de uitnodiging van zuslief op de mat. We boekten direct twee stacaravans voor ons gezin. Helaas kon de vriendin van mijn oudste zoon niet mee en mijn ‘bonus’ zoon kon pas vanaf zondagmorgen.

De weersvooruitzichten waren zodanig goed dat we zaterdagmorgen direct de eerste boot pakten, in de wetenschap dat die middag op het strand wel een powernapje gemaakt kon worden. Net na Groningen kregen we bericht dat mijn jongens uit Den Haag ook onderweg waren en ik slaakte even een zucht van verlichting want het was toch wel erg vroeg. Om tien uur stonden we op de haven van Terschelling en huurden we fietsen, waaronder twee tandems voor de jeugd..

Ja, iedereen had er zin in!

Na wat rondhangen bij de Brandaris en na het aanschaffen van een normale zwembroek voor mij, mijn vrouw had namelijk de ‘roze surfplankjes-zwembroek’ meegenomen, besloten we naar het strand van Paal 8 te fietsen. Heerlijk via de ‘Longway’, een prachtig fietspad door de bossen en duinen waar we volop konden genieten van de natuur en de stilte. Die stilte kreeg het behoorlijk te verduren want de jongens waren zó uitgelaten dat zang  en gelach de boventoon voerde. Eenmaal bij het strandpaviljoen werd het eerste biertje al gauw besteld en wist ik, als oudere, wijze man, dat  door de alcohol in combinatie met de warmte het inkakken niet lang meer op zich zou laten wachten.

En dat moest ik voor zijn want we moesten nog wat kilometertjes maken!

Tegen het middaguur zaten we weer op de fiets en de gang naar mijn geboortedorp, Midsland, was ingezet want daar moest ook nog wat gewinkeld worden. Vervolgens fietsten we langs mijn zus om haar even een verjaardagsknuffel te geven en daarna konden we inchecken op de camping. Na deze verplichtingen was er even een paar uur gelegenheid voor ontspanning. Wij hadden het strand in ons hoofd vanwege de bloedverstikkende hitte maar het kroost wilde liever in het Duinmeertje, gelegen naast de camping.

En zij waren in de meerderheid.

De jeugd ging alvast vooruit en nadat ik mijn nieuwe zwembroek aangedaan had en zonder schaamte naar buiten durfde, volgden wij. We besloten door het ondiepe deel van het meertje naar de overkant te lopen waar de jeugd vol smart op ons zaten te wachten en terwijl ik daarmee bezig was, wist ik wat er komen zou…

Daar kwamen de mannen ineens op mij afstormen!

Ooit liep ik de 5 kilometer in 17,5 minuut en daar plukte ik nu de vruchten nog van. Nou ja, het schilletje van de vruchten. Maar het was genoeg om de wal weer te bereiken zonder nat pak en teleurgesteld dropen de heren weer af naar hun handdoekjes. Even later kregen ze dan toch hun zin toen we met de bal het water ingingen. Een beetje gooien, een beetje duiken naar de bal en tussendoor een paar slagen zwemmen. Ze gebruikten nu een tactiek die ik niet zag aankomen. Dat kwam doordat ik geen bril op had en omdat ik recht tegen de zon inkeek: de bal werd hoog opgegooid, mijn richting op. Ik probeerde de bal te volgen en vervolgens lag ik onderuit na een pittige bodycheck van mijn middelste zoon. En daarna was het hek van de dam en kreeg ik de ene na de andere worsteling te verwerken, tot grote hilariteit van die gastjes natuurlijk want ja, dit moest weer eens even want :

‘We zien je niet zo vaak meer, Pa!’           

Die avond vierden we mijn zus haar verjaardag en het werd een verdomd leuk feestje! Zelfs haar volksdansclub had de moeite genomen om haar eens even goed in het zonnetje te zetten en konden wij allemaal genieten van trekzak muziek, dans en zang! De volgende dag zaten we om 9 uur buiten aan het ontbijt en was (bonus) zoon nummer vier ook gearriveerd. Na het ontbijt stond fietsten naar het huis van mijn ouders op het programma want daar zouden de rest van de familie zich ook nog even verzamelen om wat foto’s te maken. En daarna was het alweer tijd om afscheid te nemen van mijn ouders en de rest van de familie.

Op de een of andere manier gaat mij dat steeds moeilijker af…

Hierna werd het toch het strand en nadat ik ter water was gegaan werd ik opnieuw gebodycheckt en kreeg ik een flinke hap zout water naar binnen. Deze keer was het de zoon van mijn vrouw, die wilde zich ook even laten gelden en mijn jongens waren ervan onder de indruk. Maar nadat een van die gasten een kwal had gezien wisten ze niet hoe gauw ze uit het water moesten komen en besloten we maar om weer terug te gaan naar het Duinmeertje. Dat kwam ook wel goed uit want wij moesten de caravans nog even schoonmaken, de jeugd ging nog even zwemmen. Vlak voor vertrek naar de haven kregen mijn vrouw en ik nog even de gelegenheid om de oude eigenaresse van de camping een warme en welgemeende knuffel te brengen.

Ook dat afscheid ging ons steeds moeilijker af…

Tegen de avond zaten we weer op de boot terug, voldaan en tevreden over een heerlijk weekend met ons (samengestelde) gezin. Het toetje van dit weekend was tevens de kers op de taart want we hebben de gehele reis op het dek kunnen zitten, genietend van de Waddenzee met al haar schoonheid. En we beseften dat na jaren de rust terug was in ons gezin, dat de jongens het hartstikke goed doen en steeds meer hun eigen weg aan het bewandelen zijn.

Ondanks dat we ze nooit een airco meegegeven hebben naar school…

Stemmingmakerij

Nu we weer midden in de zomerse temperaturen zitten, besef ik opnieuw dat de kranten van tegenwoordig wel erg vaak op sensatie belust nieuws verspreiden. Want na de vorige hitte periode schreeuwden de krantenkoppen ons toe dat de zomer voorbij was en Paulusma liet al wat ballonnetjes op met de suggestie dat er een horrorwinter ons in aantocht was…

En trouwens, hoe zit het met die wespenplaag die ze ons beloofd hadden?

Ik zie er zo nu en dan heus wel eentje rond mijn bierflesje cirkelen maar ben er nog niet van onder de indruk. Wel zie ik veel van die blauwe vliegen maar dat komt waarschijnlijk van de afval containers die zo lekker gaan meuren met deze hitte. Wij hebben inmiddels een eigen afvalbrengstation achter het huis, in de vorm van vier containers. Ze staan niet in de tuin maar achter de schutting, zo ver als mogelijk verwijdert van ons buitenleven zodat je niet in de stank zit. We scheiden ons wezenloos en zo nu en dan gaat er wel eens wat mis, dan ligt er wat plastic in de GFT bak of wat GFT afval in de grijze bak en moet ik mijn vrouw weer streng toespreken. Ja, dat moet ik want ik ben de baas van dit station. Zodra er een bak geleegd is stort ik mij met water en groene zeep op deze madencouveuses en schrob mij het ongans. Vervolgens stop ik er een verantwoord biologisch afbreekbaar plastic zak in en parkeer de bak weer op zijn plaats. Dat is mijn taak, ooit stilzwijgend aan mij opgelegd door vrouwlief.

Terecht ook, want ik scheid nagenoeg foutloos!

Zelfs het afsluitringetje van een melkpak of dat kleine reepje plastic waar ze de dop van de Croma fles mee afsluiten, kieper ik in de plastic afvalcontainer. Daar ben ik behoorlijk autistisch van geworden maar dat komt omdat ik steeds weer die beelden zie van dode vissen en vogels met plastic afval in of aan hun lijfjes. Het is al zó erg dat door het eten van vis, wij ook plastic consumeren en er, misschien, uiteindelijk ook aan dood gaan.

Want goed is het zeker niet voor lijf en leden!

Mijn geliefde echtgenote is daar wat makkelijker in. Dat geeft niet, ik ben in dit geval haar stofzuiger. En als ik wat mors op de grond, een pinda, een aardappel of wat kruimels brood, is zij mijn stofzuiger. Zo zijn de taken eerlijk verdeeld en leven we volop in harmonie. Maar toch denk ik eraan om bordjes boven de containers te maken met daarop de teksten: Rest-Plastic-GFT-Papier. Net zoals op het echte afvalbrengstation.

Dan heb ik een eigen afval-imperium!

Een vriendin van mij wees op het maken van een wespenlokfles, met limonade erin want wespen zijn gek op zoet. Dat was een goed idee! Zo kon ik mooi die klere beesten vangen voordat ze de aanval op mij zouden inzetten of voordat ze aan mijn bier gaan zitten lurken! Daarbij opgeteld het feit dat ik direct de vruchten plukte van mijn scheidingsdriften want in de plastic container lag nog een plastic waterflesje. Ik knipte de fles doormidden en vervolgens duwde ik de bovenste helft omgekeerd in de onderste helft. Daarna freubelde ik er wat ijzerdraad omheen zodat het lokflesje opgehangen kon worden en vulde het met limonade en stukjes meloen.

Na een uurtje draaide ik de dop er af en gooide die terug in de container….

Vol trots vertelde ik het later aan mijn achterbuurjongen lars en zijn maatje Koen, twee jongens van 13 jaar. Met grote regelmaat heb ik gesprekjes met die gasten over van alles en nog wat. Bijvoorbeeld over Ajax en zo, maar dat laatste levert nogal eens flinke discussies op. Want Ajax is slecht en FC Groningen is goed volgens de mannen.

Zalig zijn de onwetenden…

Nadat ik weer eens helemaal afgezaagd werd door de mannen over mijn club voorkeur kwam het gesprek over wie hun boterhammen smeert voor naar school. Want Koen laat dat altijd over aan zijn moeder. “Aan je moeder? Kan je dat niet zelf dan?” sprak ik mijn verbazing uit. “Jawel hoor maar dit is veel makkelijker, hoef ik het lekker niet te doen.”

“Ja, oké, dat snap ik maar je bent al 13 jaar. En als je ze zelf smeert weet je ook wat je erop hebt zitten. Dan wordt je niet verrast met beleg wat je niet lust.” “Ik lust alles!” zei het ventje, eigenwijs. “Tuurlijk,” zei ik, “maar je kan ook wel eens geen zin hebben in kaas of worst op je brood. Of pindakaas of chocopasta.” Opnieuw ontkende deze pre-puber. “Nee, want we doen dat altijd in overleg. Zij vraagt aan mij wat ik op mijn brood wil, dan zeg ik wat ik erop wil hebben en dan voert zij dat uit.” Zijn maatje bemoeide zich nu ook met het gesprek en zei dat zijn moeder dat ook altijd doet. Hierop besloot ik het over een andere boeg te gooien:

“Maar je moeder werkt de hele dag en dan moet ze ook nog eens jouw boterhammen smeren? Hoe leuk is het dan om tegen haar te zeggen: ‘Mam, ik smeer mijn eigen boterhammen wel zodat jij even lekker kan uitrusten van het werk!’ Of wachten jullie tot het weer Moederdag is?” Hij keek mij aan of ik niet helemaal zuiver was en nam een hap van het ijsje die hij net gekregen had van de moeder van zijn vriendje.

En daarmee was het gesprek ten einde en gingen ze voetballen op het pleintje….

Ruim een week hing de wespenlokfles te lokken maar de wespen hadden totaal geen interesse. Terwijl wij ze toch wel zo nu en dan om het hoofd hadden vliegen. Ik Appte verontwaardigd die vriendin en gaf aan dat het gewoon een hoax was, die wespenlokfles. Allemaal stemmingmakerij. Ze reageerde vol verbazing want bij haar thuis zaten er al heel wat gestreepte lijkjes in. En daarna kwam de vraag welke limonade ik gebruikt had.
Ik pakte de fles uit de koelkast en bekeek het etiket:

Granaatappel siroop. 0% suiker & calorieën….

Alles draait om de eenvoud

Ze bestaan dus echt. Bakjes die speciaal gemaakt zijn om een banaan in te vervoeren. Bakjes die de vorm hebben van een banaan. Bakjes die ook de kleur hebben van een banaan, geel. Ik wist dat niet, totdat een collega zo’n ding uit haar tas haalde. Volgens de eigenaresse was het juist handig, was het bedacht om het kneuzen van de banaan te voorkomen. Daardoor komen er geen bruine vlekjes op en wordt de banaan niet zacht of ranzig op zekere plekken. Mijn mond viel open en ja, dan zie ik er wat dom uit maar voor dit soort onzin zet ik ook speciaal mijn domme gezicht op. En ik weet heus wel dat er bakjes zijn waar je je gesmeerde boterhammen in kan vervoeren. Dat noemen we in de volksmond ook wel een broodtrommel, weliswaar een uitstervend soort omdat plastic boterhamzakjes of kant en klare sandwiches in dikke, plastic verpakkingen steeds meer terrein winnen. Want ja, anders moet je elke dag het trommeltje schoonmaken en dat kost tijd.

Maar bakjes om bananen in te vervoeren waren mij vreemd, totdat die collega dat ding ineens uit haar tas haalde.

Logisch was het wel dat het uit de tas van een vrouw kwam. Want die zijn gevoelig voor dit soort onzin. En dat blijft mij verbazen, dat hoef ik hier niet meer uit te leggen. En elke, zichzelf respecterende man weet dat ook. Mannen scheuren een banaan van de tros, stoppen die in hun zak of leggen die in een plastic tasje die ze mee naar werk nemen. Als ze die banaan dan enkele uren later op gaan eten zal er gerust een bruin vlekkie op zitten maar dat deert de man niet en drie happen later is de banaan opperdepop.

Zo doen wij dat!

Natuurlijk vertelde ik het direct aan mijn vrouw toen ik thuis kwam, van dat ‘bananen-moment’. Maar zij keek er niet van op en ging rustig door met strijken, met een glimlach van oor tot oor want ze had een nieuw strijkijzer en die was zó ontzettend fijn om mee te strijken dat ze alles uit de kast gehaald had om het opnieuw te strijken.

Zelfs mijn onderbroeken stonden stijf van de strijkbeurt!

Vervolgens kwam de verbazing: “Wist je dat dan niet? Er zijn ook uitvoeringen met een touwtje, die kun je dan om je nek hangen. Voor kinderen zeg maar. Ze bestaan al jaren en je hebt ook uitvoeringen voor een tomaat, appel of komkommer.” Hoofdschuddend liep ik de kamer uit, weg van al die rariteiten die de mens steeds maar weer verzint. Zelfs de komkommer mag niet zacht worden! Straks vertellen ze mij ook nog dat er bakjes zijn met bovenop een bobbel.

Die zijn dan voor de boterhammen met een spiegelei!

De wereld slaat door. Of niet de wereld, maar de verwende welvarende mensheid slaat door. Maar toch blijven sommige dingen nog steeds voortbestaan. Ten eerste in onze geest, vroeger was immers alles beter en een ieder heeft wel zoete herinneringen aan iets. En zo nu en dan, haast op één hand te tellen, komt zo’n herinnering weer tot leven.

Zo waren wij laatst getuige van een prachtig tafereel, namelijk het afhalen van eigen gekweekte sperziebonen. De heer des huizes haalde de bonen van de planten af en de vrouw des huizes ging ze ‘doppen’, met behulp van haar dochter, kleindochter, kleinzoon, mijn echtgenote en haar zoon. Daar waren ze een hele middag mee bezig en ondertussen werd er gepraat, gelachen en wederom gepraat.

Want de herinneringen werden met elke gedopte sperzieboon steeds helderder.

Herinneringen aan vroegere tijden toen dit soort activiteiten nog in vele huishoudens uitgevoerd werden. En, zei de heer des huizes, alvorens wij naar school gingen, moest elk kind zijn kamer opruimen en aardappels schillen. Het ontbijt bestond uit pap of dikke plakken brood met kaas of spek en romige, verse koemelk.  En niemand had een gluten-allergie, een lactose -intolerantie of last van andere fratsen. En na schooltijd werd er meegeholpen in de moestuin. Daar werd niet over gediscussieerd.

Dat deed je gewoon.

En als je dan vraagt of ze gelukkig waren in die tijd dan krijg je een volmondig ‘ja!’ retour, want ze waren gelukkig met wat ze hadden. De wereld was nog beperkt tot het dorp verderop en de meeste familieleden woonden vlakbij elkaar. En iedereen praatte met elkaar, over kleine dingen en over grote dingen die ze uit de krant haalden of via de radio meekregen. En vakantie vieren was beperkt tot een dagje langs de snelweg, auto’s kijken vanuit de berm. Daar was niks exclusiefs aan terwijl dat tegenwoordig wel allemaal gewenst is. Hoe verder we weg gaan hoe interessanter het is.

Althans, dat denken sommigen onder ons.

Nu, vele jaren later is de moestuin nog niet uitgestorven maar veel scheelt het niet meer omdat de welvaart ons opslokt, we moeten van alles. Daardoor kunnen we onze eigen boontjes niet meer zelf doppen en zoeken we het in diepvries bonen of in potten. Onder de noemer dat gemak de mens dient. Maar we zien niet dat het gemak een keerzijde heeft, namelijk gemeenschapszin. We zitten midden in de tijd van het ‘Individualisme’, oftewel:

‘Ikke, ikke en de rest kan stikke!’

Aan het einde van de middag werd ik geAppt met de vraag of ik ook ‘gezellig’ kwam want dan gingen we met zijn allen eten. En ja, een deel van de drie enorme emmers met sperziebonen stond op het menu. “Met een gehaktbal of hamburger!” zei de moeder des huizes, daarvan had ze nog een paar liggen in de vriezer.

De spontaniteit van deze onverwachte wending van de dag was voor mij al genoeg reden om in te gaan op de uitnodiging.

En nadat de klok zes uur geslagen had zaten wij met zijn allen in de tuin aan de tuintafel, met daarop enkele grote pannen met sperziebonen, aardappelen, gehaktballen en hamburgers in de jus. En iedereen praatte met elkaar en genoot van de maaltijd.

Hoe eenvoud het leven tóch echt hartstikke mooi kan maken!

 

Stille boel

Het is stil in de wijk en dat maakt mij een ietsepietsie neerslachtig.. Het lijkt wel uitgestorven, zelfs de vogels hoor je nog amper hun liederen zingen. Alsof ze weten dat ‘zingen’ nu geen zin heeft want er is toch niemand die er naar luistert. De familie Ekster, gehuisvest in de bomen achter ons huis, hoor ik nog wel regelmatig krijsen. Die kunnen zich nog geen vakantie veroorloven want hun kinderen zijn nog net even te klein. Vorige week raakte ik bevriend met deze familie nadat ik een zwembadje voor ze geregeld had. Niet een zwembadje van de Action maar gewoon een schaal uit een van de keukenkastjes, gevuld met fris, koel water. Deze had ik op het dak van het schuurtje gezet en niet veel later kwamen ze het bekijken.

Eerst Pa Ekster, als verkenner van de familie, of alles wel veilig was. Zijn ogen schoten alle kanten op, op zoek naar potentieel gevaar maar die was er niet want iedereen is op vakantie. En de katten uit de buurt weten dat ik op de loer lig met mijn waterpistool dus daarvan hoefde hij ook geen gevaar te duchten.

Soms wil ik de natuur wel eens helpen.

Nadat hij voorzichtig zijn linker poot liet zakken in het water en door had dat er niks gebeurde, sprong hij er ineens in en liet zich zakken door zijn poten, zijn veren wijd gespreid zodat het frisse water de wekenlange droogte kon afvoeren. Dat was het teken voor de rest van de familie die vanaf het dak van de garages toekeken om toe te treden tot dit tropische zwemparadijs. Niet veel later was het een vrolijk waterfestijn op het dak van mijn schuurtje en vanaf mijn schrijfkamertje keek ik met genoegen toe, het voelde aan als een goede daad.

Misschien haal ik de krant of Hart van Nederland er wel mee!

Maar verder is het stil. We zitten nu midden in de piek van de vakantieperiode en dan ga ik ineens de dingen missen die ik gewend was. Lachende kinderen in de tuin, barbecue geuren, een startende motor, een bladblazer, jankende kinderen in de tuin, blaffende honden, lachende volwassenen in de latere zomeravond en vuurkorf geuren.

Enkel de stemmen van ons zelf vertellen mij dat wij nog wel thuis zijn..

Zelfs de rijen bij de kassa in de supermarkt lijken even verleden tijd. Ik heb niet eens de tijd om even wat zaken op mijn GSM te checken want je bent zó aan de beurt! En het verkeer is helemaal een lachertje. Nu hoef je hier in Groningen al niet echt te spreken over drukte op de weg maar er is nu zó weinig verkeer dat je jezelf eenzaam en verlaten kan voelen op de A7!

Behalve bij Stad, daar is het momenteel net de Randstad!

Ach ja, de vakantieperiode. De foto’s stromen binnen van familie en vrienden met daarop echte vakantie taferelen. Foto’s van witte strandjes, blote benen met gelakte nagels, gevulde zwembaden met groene krokodillen en roze flamingo’s, donkere luchten van zomerstormen boven exotische meren, historische gebouwen en bruggetjes, terrastafeltjes gevuld met de heerlijkste mediterraanse gerechten die we nooit zo lekker thuis kunnen maken en vrolijke korte broekjes, jurkjes, petjes en hoedjes.

Even leven in andere culturen, even geen El Paso, boerka’s en politici die ergens wat van vinden…

Maar nogmaals, het is hier nu wel erg stil! En het weer hier is helemaal klote, het lijkt eerder herfst dan een mooie zomerse dag in augustus. Ik gun jullie natuurlijk wel die vakantie maar voor ons, achterblijvers, is het behoorlijk saai. Kunnen we volgend jaar niet gewoon allemaal tegelijk gaan? Dan leggen we massaal de sleutel onder de mat en gaan we lekker weg. Dan komen we elkaar wellicht tegen op een terras, strand of camping en spelen we een spelletje Jeu de Boules of Skip-Bo. Tot diep in de nacht want overdag is het daar veels te warm voor.

“Ar! Weet jij waar mijn quiche schaal is?”

Ik schrok. Ik zat zo in gedachten bij al die vakantiegangers dat ik even mijn positie vergeten was, op mijn schrijfkamertje met buiten de een na de andere vette regenbui. Quiche schaal? Hebben wij die dan? Dat komt omdat ik nogal simpel ben wat gebruiksvoorwerpen zijn in de keuken. Als ik saus moet uitscheppen dan pak ik de eerste de beste grote lepel om dat uit te voeren want het moet snel anders wordt het eten koud. Maar officieel hebben wij daar een sauslepel voor.

Die ligt keurig in de bestek lade, naast de groente- en aardappellepels en het sla bestek.

Maar ik ben niet zo van de hokjes en daardoor ben ik ook niet zo bezig om die hokjes te vullen. Als ik een bord tegen kom waarop ‘Bread’ staat dan durf ik er rustig een pannenkoek op te leggen. Of thee te drinken uit een kopje waar ‘Coffee’ op staat. Zo’n lefgozer ben ik wel. Zo zijn er ook mensen die voor hun raam op de vensterbank het woord ‘Home’ neerzetten. Dat snap ik dan weer niet, dan denk ik dat die mensen dat doen omdat ze kennelijk bang zijn om hun huis voorbij te rijden?

Home is toch where the heart is?

“Die ronde, wit keramieken schaal..”, riep mijn vrouw nogmaals van onderaan het trapgat. Ik liep naar de overloop: “Huh? Welke schaal bedoel je precies?” antwoordde ik haar. “Die witte ronde quiche schaal, die we ik vorig jaar voor mijn verjaardag gekregen had.” “Geen idee lieverd, geen idee…”

“Oké, ik zoek wel verder. Gaat het schrijven goed?”

“Euh..ja, prima.” En ik sloot mij weer op in mijn mancave zoals ze dat tegenwoordig noemen, over hokjes gesproken. Terwijl ik mij weer installeer zie ik de regen zich opnieuw storten op de lege achtertuinen. Verlaten achtertuinen met verlaten schuurtjes.

Op één schuurtje na. Die van ons. Met daarop een witte, ronde schaal, nu gevuld met regenwater….

 

 

Want dieren zijn precies als mensen….? 

Mijn vrouw wil waslijnen in de tuin want die had ze ook op haar vakantieadres. Dat was haar goed bevallen: “Het is zóóóó heerlijk om je was buiten op te hangen! Je ziet dan alles lekker wapperen in de wind en ja, het ruikt ook zo heerlijk als het buiten gehangen heeft. En het is zo droog!”

Ik kon het niet met haar eens zijn….

Eerst wel hoor. Toen ik in de vakantie iets eerder van bed was dan zij hoorde ik de wasmachine zijn laatste lied centrifugeren. Even later gooide ik de was in de wasmand en liep naar buiten, naar de waslijnen. Er stond een klein wit tafeltje naast, die was bestemd voor de wasmand. Die link kon ik zelf wel bedenken als moderne man zijnde.

Want mannen zijn praktisch!

Maar mannen zijn ook haantjes! Dat zagen we weer tijdens het politieke zomerreces toen er toch weer wat politici van zich lieten horen. In negatieve zin en als klap in het gezicht van hun kiezers. Want er is ruzie in de Baudet en de Rebellenclub. De een kreeg meer aandacht dan de andere en wat doe je dan als haantje? Juist, de gebraden haan gaan uithangen! De dames van de PvdD hadden daar ook moeite mee want de oprichtster wil dat er iemand opkomt voor het dier, dus ook voor de gebraden haan. Maar het inmiddels vertrokken Partij voor de Dieren lid waarmee ze het aan de stok kreeg, wilde juist dat ook de menselijke problemen van de gebraden haan benoemd worden.

Dat zowel het dier maar ook de mens wel eens hulp nodig hebben.

En laten we eerlijk zijn tegen elkaar, wij mensen zijn natuurlijk beesten als het om huisdieren gaat. En we slaan alleen maar door want we willen het beste voor ons huisdier. We behandelen onze huisdieren als mensen en dan geven we ze, bijvoorbeeld, een stukje (kruidige) worst.

Of sterker, het dier eet mee met wat die dag de pot schaft!

Nu ben ik geen kenner van dieren maar ik weet wel dat dieren andere voeding nuttigen dan de mens. Dat spul is gewoon te vinden in de supermarkt, sterker nog, tegenwoordig heeft elk zichzelf respecterend dorpje of winkelcentrum wel een dierenwinkel waar je dat allemaal kan kopen. Plus nog alle andere, vaak onnodige accessoires zoals een elektrische deken, hondensokken met anti-sliplaag, een decoratieve drinkfontein, een opblaasboot, een knuffelhol of speelgoed uit de intelligentie-speelhoek.

Dat laatste is voor katten, die zijn kennelijk slimmer dan honden..

Ja, de vrouwen doen dus tegenwoordig ook aan haantjesgedrag. Op zich een mooi bewijs dat man en vrouw steeds gelijkwaardiger worden maar persoonlijk krijg ik er ontzettende jeuk van, meer dan van die arme processierups. En over deze diertjes gesproken, wie komt er voor deze onschuldige diertjes op? Diertjes die zo lekker knus in onze bomen hangen?

Niemand!

En ondertussen doen we er alles aan om deze aankomende vlinders af te maken… Eigenlijk is het gewoon een vorm van genocide, dat durf ik hier wel te beweren. En eigenlijk is het wachten op het moment dat iemand oproept tot een stille tocht, op Facebook bijvoorbeeld.

Inclusief een minuut stilte.

Maar ik dwaal af, ik had het over de dames van de Partij voor de Dieren. Want terwijl zij aan het kibbelen waren speelde zich een drama af in menig tuin. Gelukkig zag een oplettende facebook strijdster dat wél en zette dat direct online. Binnen no time werd het massaal gedeeld waardoor erger voorkomen kon worden. Maar dat was door haar inbreng, niet door die van de PvdD! Het trieste aan dit verhaal is dat de moordenaar er eigenlijk niks aan kan doen, ze voeren enkel een opdracht uit.

En dat is het gras maaien!

Grasmaaien? Ja! De slimme robot grasmaaier die tegenwoordig ons gele …euh…groene gazon maait, schijnt nogal rigoureus te werk gaan. Ze zien namelijk de baby-egeltjes boven het hoofd en maken ze een kopje kleiner. Rigoureus vermalen ze alles wat ze op hun pad tegenkomen; egeltjes, mollen maar ook veldmuisjes. Met al die open slaapkamerramen van tegenwoordig moet je het geweeklaag wel eens gehoord hebben….

En dan gaat het egeltje, het molletje of het muisje dood.

En dat is de schuld van de mens omdat die te lui is om het gras te maaien! En doordat de mens dat gras niet meer hoeft te maaien is er geen lichaamsbeweging meer waarna obesitas de macht overneemt van het menselijk lichaam. En dan moet je weer naar de sportschool. Zo snijdt het mes van de slimme robot grasmaaier uiteindelijk aan twee kanten. Daarom heb ik het gras zelf gemaaid op ons vakantieadres. Met een domme elektrische maaier. Want ik moest rekening houden met de palen van de waslijnen.

En het witte tafeltje waar de wasmand nog op stond.

Binnen no time had ik de was opgehangen en inderdaad, het was een mooi gezicht al die wapperende was. Even later vertelde ik tijdens het ontbijt dat ik de was al opgehangen had en dat het inderdaad geen straf was om te doen. “En het is inderdaad een mooi gezicht, dat gewapper! Net als vroeger!” zei ik, gemeend. “Ja he, eigenlijk moeten we thuis ook maar een paar waslijnen ophangen…..”

“Als de was droog is dan ga ik het gras maaien, goed?” zei ik, totaal in Zen met mijzelf omdat wij het  zo eens met elkaar waren. Dat kwam vast door de vakantie die wij genoten. Ze knikte en liep glimlachend de tuin in. Enkele minuten later was ze alweer terug terwijl ik nog even een beschuitje smeerde.

“Schat..”

“Lief hoor, dat je de was opgehangen hebt, maar dat heb je zeker nooit eerder gedaan?” Ik keek haar vragend aan en begreep uit haar woorden dat ik iets niet goed gedaan had. En dat had ik goed gezien. Want alles hing door elkaar zei ze, sokken, handdoeken, mijn zwembroek, handdoeken, haar BH, theedoeken, mijn kroeldoekje… Dat hoorde niet, je moet altijd van groot naar klein werken of andersom.

Tja, wist ik veel. Ik had gewoon de volgorde van de wasmand aangehouden.

Dat noemen we ook wel praktisch…

 

Helden en Antihelden

Als een klap bij een veels te blauwe hemel kwam voor mij (en wellicht vele anderen) het bericht dat Floris is overleden. Dit bericht vond ik nog een stuk erger dan het ‘fake nieuws’ dat Amerigo, het paard van je weet wel, vorige maand overleden was.

Maar ja, soms vliegen de komkommers je om de oren in medialand.

Maar ridder Floris van Rosemondt, mijn jeugdheld, is niet meer. Wekenlang  hield hij en zijn kompaan Sindala ons in de ban met zijn avonturen en dat was wel even wat anders dan de Fabeltjeskrant en Paulus de Boskabouter. Wij maakten kennis met figuren die we hooguit wel eens in strips voorbij zagen komen, zoals Maarten van Rossum, Wolter van Oldenstein, De Sergeant en last, but not least, Lange Pier.

En Gravin Ada van Couwenberg natuurlijk, waar Floris (en de mijne) zijn hart sneller van ging kloppen.

Achteraf  waren het maar 13 afleveringen…In zwart-wit. Maar dat was logisch want ja, je was kind en het speelde zich allemaal af in de Middeleeuwen, toch? Toen had je geen kleuren televisie… Ik weet nog het moment dat ik voor mijn verjaardag een Floris-boek kreeg, gemaakt van de serie met heel veel foto’s. Die waren in kleur. Dat was wel even een openbaring, dat bloed op dat schild moest wel echt zijn want het was rood!

Ik heb dat boek ook meerdere malen bekeken en verdronk dan in het verhaal. Vervolgens speelde ik Floris met mijn vriendjes en we schreven het ene na het andere hoofdstuk, met op de achtergrond het decor van de Terschellingse duinen en bossen. Floris en zijn avonturen spraken duidelijk tot de verbeelding van mijn generatie. Latere generaties moesten het hebben van series als The A team en programma’s van die nasynchroniserende schreeuwzender met lachmachines, Nickelodeon.

Of, nog erger, alles van Bassie & Adriaan!!

Slechts 75 jaar mocht mijn held worden en nu is hij in de ridderhemel. Want ondanks zijn latere filmkarakters (ruim 140!), onder andere in Turks Fruit, Keetje Tippel, Soldaat van Oranje, Spetters, The Blade Runner, The Hitcher, Blind Fury en de Heineken ontvoering, bleef hij voor mij Floris, de ridder die het kwaad bestreed met zwaard en listige plannetjes.

Het wordt nu een spannende boel daar in de hemel!

Wij, stervelingen, gingen van de hemel naar de hel want wat was het warm afgelopen week! Het was zelfs zó warm dat ik mijn zwembroek aandeed. Tot grote vreugde van mijn vrouw want ze vindt ‘m zo mooi. Ik niet. Hooguit lekker luchtig, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Want er zit een printje op. En als het nou een printje was van streepjes of bolletjes of vierkantjes, dan was het te accepteren.

Maar een printje van roze surfplankjes met mannetjes erop……

Kom op zeg, ik ben een grijze, spierwitte, dikke, kalende man van halverwege de 50. Die staan echt niet meer op een surfplank hoor, die donderen daar direct vanaf. Maar mijn vrouw ziet dat dus anders. Of ze ziet het écht anders, dan ziet ze niet mij maar een mooie, gebruinde slanke adonis met sixpack en lange wapperende haren in de tuin zitten, met een surfplankje losjes op z’n schouder…

Mensen zijn immer steeds vaker visueel sterk ingesteld!

En weet je, ik heb geen goede herinneringen aan surfen. Ooit, in onze verkeringstijd, heb ik een keer op zo’n plank gestaan. Een keer op de Midwolderplas en een keer achter dijk op Terschelling, op het Wad. Bij die laatste ging het mis, want toen ik eenmaal op de plank stond zag ik mijzelf steeds verder van de dijk afdrijven… Gelukkig zagen mijn vrienden dat ook waardoor ik niet gered hoefde te worden door de helden van de KNRM. Toen wist ik dat ik geen surfer was en dat ik mij ook nooit meer moest voordoen als surfer.

Dus ook geen surfzwembroeken meer dragen!

Maar ja, het was zo ontzettend warm deze week dat ik overstag ging om hem dan toch maar aan te doen. Wel in een veilige omgeving, mijn tuin, zodat er niemand aanstoot aan zal geven. Ik was de hele week in de tuin te vinden om verkoeling te zoeken, verkoeling die overigens nergens te vinden was.

Zelfs de vogels zaten niet wijdbeens maar wijdvleugels om zo nog enige koeling te vangen tussen de veertjes.

En tussendoor mocht er ook nog gewerkt worden, precies de diensten op de warmste uren van de dag waardoor ik elke avond totaal uitgesurfd thuis kwam. Mijn vrouw had het slimmer aangepakt, die had nog een weekje vakantie. Zij vertelde mij dan ’s avonds hoe heerlijk het was op haar zonnebedje en hoe ze zich zo nu en dan koelde door de tuinslang over haar heen te laten sproeien.

En na deze verkoelende praat volgde dan weer een ontzettende plaknacht…

In de tijd van Floris had je deze temperaturen niet. Daarom droegen ze ook harnassen want het zette toch niet uit zoals onze bruggen dat wel doen tegenwoordig. En als Floris het dan eens warm had dan voldeed een maillot, korte broek en overhempie. En eventueel een cape wanneer het regende. Maar nu is het anders. Het wordt steeds warmer en warmer en nu is het een kunst om ermee om te leren gaan. Je hoort ook steeds vaker de term ‘hitteplan’. Persoonlijk ben ik voor een hitteplan maar dan volgens de Spaanse Slag. Die hebben immers genoeg ervaring. Mijn idee is dan om lekker vroeg uit de veren te gaan, je werk te doen en tussen twee en vijf siësta houden. Daarna weer even wat werkzaamheden uitvoeren en dan tegen negen uur in de avond lekker gaan eten met een goede wijn.

Het Zwitserleven gevoel zeg maar!

Maar dan gewoon in ons eigen land. Het land waar ooit winterdag de Elfstedentocht geschaatst werd en het land waar Piet Paulusma ons waarschuwde voor horrorwinters. Die horrorwinters zien we nog slechts op oude polygoonbeelden en Piet is van de Nationale televisie verbannen.

En de Elfstedentocht?

Die doen we tegenwoordig zwemmend….

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Niksnutten

Niksnutten zijn wij Hollanders. Wij kunnen urenlang niks doen. Niets meer en niets minder. Tenminste, als ik de krant moet geloven. De Amerikanen vinden dit ‘niks doen’ heel apart en nu ze het ontdekt hebben, ‘omarmen ze het oer-Hollandse niets doen’ want dat is goed tegen de groeiende burn-outs in dat land. Ik weet precies wat ze bedoelen. Ik heb de afgelopen twee weken regelmatig aan de eettafel gezeten en een beetje dom naar buiten zitten staren, met alleen het tikken van de klok als metgezel. Plus omgevingsgeluiden, zoals een auto die voorbij reed, een koekoek die zijn bekende oeuvre met de wereld deelde, een buurman die iets aan het timmeren was, een loeiende koe in de achtertuin, de vuilniswagen die de groene bakken leegde en een dikke mantelmeeuw die weer eens klaagde over de eeuwige honger in zijn lijf.

Ze noemen dit ook wel vakantie!

Maar ik snap wel wat die Amerikanen bedoelen. Niks doen is best een leuke bezigheid tussen al het moeten. Ik herinner mij als kind dat er soms dagen voorbij gingen van niks doen. Gewoon dom vervelen. In een stoel of vanaf de bank helemaal niks doen. Zelfs niet nadenken. Staren tot je hoofd leeg is en enkel de omgevingsgeluiden toelaten. En het dan ook uitspreken naar je familieleden:

“Ik vervéééééééél me..”

Soms was er een opleving. Dan bedachten mijn broer en ik dat we gingen monopolyen. Dan trokken we dat spel uit de kast, bouwden de boel op, telden het geld en kozen een kleur pion. Zonder chips of snoepjes want dat kregen wij maar twee keer per week, op woensdagmiddag en zaterdagavond. Als de hele tafel bedekt was met het monopoly-spel dan keken we elkaar aan en zeiden: “Heb jij nog zin?”

“Nee..” was het antwoord, en vervolgens werd alles weer opgeruimd..

Maar niks doen wordt steeds moeilijker. Het wordt moeilijker vanwege de smartphone. Die dingen geven zoveel vertier… Je kan er bijna alles mee. Lezen, schrijven, mailen, televisie kijken, films kijken, bankzaken regelen, spullen kopen, foto’s maken, muziek zoeken en luisteren, contacten onderhouden via allerlei social media, bellen(!), enzovoorts, enzovoorts… Zelfs als we in de rij staan bij de kassa bekijken we effe dat ding om de tijd te doden.

Want voordat je het weet ben je dood!

En een ongeluk zit in een klein hoekje, daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben. Ik kom hier op na het lezen van een bericht van de politie. Zij hadden (opnieuw) een bericht online gezet met het verzoek naar de mede weggebruikers om eens begrip te tonen wanneer er een weg afgezet wordt. Want na een flinke aanrijding waarbij een van de slachtoffers aan het vechten was voor zijn leven moesten ze de weg afzetten zodat alle hulpverleners veilig en snel hun werk konden doen. Hierop werd door sommige automobilisten ontzettend agressief gereageerd en dat ventileerden ze middels intimidaties zoals schelden en opgestoken middelvingers.

De sukkels.

Ze willen niks begrijpen, zijn alleen maar bezig met hun eigen sores, zoals een te kleine piemel of iets dergelijks. Waarom zo gefrustreerd? Een grote lul ben je toch al!

En als je dan toch stil staat, pak je telefoon en speel dan even een spelletje Candy Crush (op niveau..) en zeik niet tegen die mensen die een ander mens aan het helpen zijn. Of bel je vrouw en maak na jaren van onderlinge strijd een einde aan je huwelijk.

Je vrouw zal er zeker van opknappen!

Dit soort gedrag ontstaat uit de negatieve kant van verveling. Door frustratie en door verwend gedrag. Maar je kan je ook positief vervelen, daar is niks mis mee. Want we moeten al zoveel. Alle dagen vermaak, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, dag in dag uit. De kinderen van nu hebben niet eens meer tijd om te spelen want het weekendje Londen, het dagje naar de Efteling of het Sweet Fourteen, Fifteen, Sixteen party’s moeten nog gevierd worden.

En de terugkom-dagen van die Sweet Fourteen, Sweet Fifteen en Sweet Sixteen.

Je kan het zo gek niet verzinnen of het is al verzonnen! Als we elkaar maar bezig houden. Maar zo nu en dan zie je nog iets voorbij komen waarvan je denkt: Ja! Er zijn nog mensen die het doen, het leven simpel houden. Laatst zag ik enkele foto’s van een kinderfeestje. Er zaten acht kinderen aan een gedekte tafel, de jarige stond op de stoel en werd toegezongen. Daarna een foto waarop de acht genodigden plus de jarige aan het sjoelen waren. Ze stonden allemaal om de sjoelbak heen en hadden aandacht voor elkaar. Op de volgende foto liepen alle fuifnummers in de tuin en ze deden een potje trefbal. En dan de laatste foto. Hier zat het hele spul weer aan tafel te genieten van zelfgebakken, ik herhaal, zelfgebakken pannenkoeken!

Met veel, heel veel poedersuiker en stroop!

De huidige opvoeders boksen tegen elkaar op, bang dat hun kind als niksnut wordt aangezien. Dus hoe groter je uitpakt met iets hoe meer respect je kind krijgt. Denken ze dan. En tussendoor even werken want ja, het kost ook wel wat hè, al die uitjes. Maar we liggen liever krom dan dat we eens wat afzeggen, alles moeten we meemaken want anders hoor je er niet bij. Maar een keer niks doen is geen schande hoor.

Nooit geweest ook…

De klok van ons vakantieadres tikt onze laatste vakantie-uren weg. Over een paar uur zijn we weer aan de andere kant van de Waddenzee en moeten we er weer tegenaan. Dan begint het dagelijkse leven weer, komen de beslommeringen weer om de hoek kijken en moet de structuur van het normale leven weer in het gareel komen. Straks bij de boot zien we ‘verse aanvoer’ van gestreste mensen die op zoek zijn naar wat rust. Rust en natuurlijk ook vertier.

Dat moet ook, genieten van het leven.

De klok tikt verder en de kater waar wij op passen miauwt. Hij wil weer naar buiten want de zon schijnt en de vogeltjes fluiten vrolijk en verleidelijk. Ik sta op uit mijn stoel en laat hem vrij. Even voelde ik bij mijzelf een kater opkomen van jewelste maar dat was ook zo weer verdwenen.

Want zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens!

Hoera! Vakantie!

De vakantieperiode is weer aangebroken en velen onder ons maken daar gebruik van. Even ontspannen, even niks moeten, hoe heerlijk kan dat toch zijn. Mijn vrouw en ik zijn al een weekje bezig en worstelen ons door de eerste dagen. Worstelen ja, want vanaf de eerste dag voelden we ons moe, ontzettend moe. Een van de grote ‘boosdoeners’ van dit euvel is de bestemming. Wij vieren onze vakantie namelijk op Terschelling en daar zijn de luchten zwaar, ontzettend zwaar. Dat komt door de zuivere luchten. Het zuurstofgehalte is hier abnormaal hoog vertelde men mij hier in de wandelgangen.

Precies een week geleden vertrokken we. Om zes uur ging het wekkertje en mijn planning was om rond kwart voor acht in de auto te zitten. Tegen mijn vrouw had ik half acht gezegd…

Twee uurtjes later stond de auto in standje ‘lang parkeren’ en zaten wij in standje ‘de vakantie is begonnen!’ Zodra je aan boord bent van de boot naar Terschelling, begint ook je vakantie. Dat klopt als een boot, om maar eens een woordje wat schippersjargon te gebruiken. Je voelt per gevaren kilometer de onrust uit je verdwijnen en plaatsmaken voor ontspanning. Ik voelde dat op een gegeven moment ook en deed mijn ogen even dicht terwijl ik mijn hoofd in mijn hand liet rusten.

“Ar! Ar!!!!”

Ik schrok wakker en zag mijn vrouw een beetje beschaamd naar mij kijken. Plus drie dames die tegenover ons zaten, aan de raamzijde van de boot. “Je snurkte!” zei mijn vrouw fluisterend, terwijl ze duidelijk bezig was haar lachen in te houden. Maar het kwaad was al geschied. “Geeft niet hoor, dat zijn we wel gewend.” gilden de dames mij breed lachend toe. Ik lachte terug maar van binnen was ik totaal van slag, voelde ik mijzelf een ouwe lul die betrapt werd op een oude mannen kwaaltje…

Maar er was geen vaargeul meer terug!

Ik mompelde wat als “Tja, begin van de vakantie…” en begon ineens quasi interessant in de krant te bladeren die voor mij lag. Dat is best wel eens lastig, als je lichaam ouder is dan je geest. Het is een kwestie van toegeven maar daar voel ik mij soms te goed voor en dan kom je in de ontkenningsfase, in de categorie ‘eigenwijze ouwe kerel’.

Maar dat dutje aan boord was kennelijk een aankondiging voor het verdere verloop van onze vakantie!

Want we sliepen als kanonnen, lagen er ‘s avonds al voor tienen in terwijl de zon nog onder moest. En normaal ga ik er s’ nachts nog wel een paar keer af om af te wateren (ja, ja, ouwe mannenkwaal!) maar nu sliep ik zomaar door! Dat was wel even een rare gewaarwording, voelde mij weer die baby die ook voor het eerst doorsliep, tot grote vreugde van mijn ouders. Nu was het tot grote vreugde van mijzelf want een goede nachtrust is ook wel wat waard.

Wij komen al jaren en jaren op Terschelling en we deden altijd alles met de fiets. Dat is ook geen straf want je kan hier ontzettend leuk fietsen; door de polders, langs de dijk, door de duinen en door de bossen. Natuurlijk pakte je dan makkelijk grote delen van het eiland en zou je denken dat je op een gegeven moment wel alles gezien hebt. Dat klopt grotendeels, maar je moet wel blijven kijken om al dat moois te zien wat er op het eiland bloeit en groeit. Maar dit jaar ging het anders. Mijn vrouw kwam met het idee:

Zullen we de komende dagen gaan wandelen in plaats van fietsen?

Dit moest niet eens eerst bezinken bij mij want ik begin wandelen eigenlijk steeds leuker te vinden. Was ik ooit meer van het hardlopen, nu ik wat zwaarder ben dan voorheen kan ik een goede wandeling ook wel waarderen. Vooral omdat je er nagenoeg geen blessures aan overhoudt. Daarbij opgeteld het feit dat we deze dagen even niks moeten. We hoeven nergens op tijd te zijn, we hebben even geen haast want we hebben immers vakantie.

En, in de auto kom je er langs, op de fiets zie je het en wandelend beleef je het!

Deze wijsheid kregen wij van de week te horen van een goede vriendin. Dat klopt ook! Wij hebben inmiddels vele kilometers achter ons liggen en we zijn tot de conclusie gekomen dat we het eiland ineens heel anders meemaken. We zien de pracht en praal van de wilde bloemen die hier volop groeien, de geuren die ze verspreiden zijn een lust voor de neus, we horen en zien de vogels die continue bezig zijn met fourageren en dat doen ze onder een scala van prachtige wolkenvelden die juist hier, op het eiland, zo goed te zien zijn.

En daar mogen wij tussen- en onderdoor lopen, zonder prikkeldraad afzettingen!

Tijdens een van onze wandelingen langs de Waddenkant kregen we met een extra beleving te maken. We vonden namelijk een half aangevreten karkas tussen de schelpen, het zeewier en de uitgevreten krabbenschildjes. Het was en flink karkas en we dachten dat het om een ree’tje ging waardoor wij zelfs ietsjes opgewonden werden.  We voelden ons weer even dat kind wat van alles ontdekte aan de waterkant, terwijl pa en ma even verderop lagen te zonnen achter hun windscherm. Maar na onderzoek en informatie ingewonnen te hebben bij een deskundige vuurtorenwachter, bleek het te gaan om een zeehond. Maar dat mocht de pret van het beleven niet drukken en we sjokten lekker door, loerend naar meer avonturen.

Afgelopen donderdagmorgen liepen we een uitgezette tocht van 10 kilometer. Deze tocht wordt al 56  jaar georganiseerd en uitgezet door de organisatie van de Brandaris Wandeltochten. De routes zijn afwisselend en altijd weer erg verrassend. Vandaag liepen we om Oost, dwars door de duinen en licht schurend tegen de Boschplaat aan. Een kleine twee uurtjes later zaten die kilometers in de benen en nadat we weer thuis waren moest ik even een uurtje plat om bij te tanken.

Want dat is het mooie van vakantie. Even niet op de tijd letten. Even helemaal niets.

Maar wel zo nu en dan je even het apelazarus lopen!

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Wie de roos wil plukken moet de doornen niet ontzien…’

Omdat we dit weekend in Winschoten weer kunnen genieten van het Rozenfestival ben ik het eigenlijk wel verplicht om dit stukje zingend te beginnen:

 

‘Ik geef je een roosje mijn roosje

Ik geef je een roos elke dag

En ik hou van jou tot de wei zonder dauw

En de echo niet lacht om een lach’

 

Met speciale dank aan Conny Vandenbos. Ik ben min of meer met deze zangeres opgegroeid. Ooit lag zij tussen de platencollectie van mijn ouders en draaiden we haar liedjes met grote regelmaat. Van ‘Ik ben gelukkig zonder jou’ tot en met ‘Sjakie van de hoek’. Ze lag tussen andere grootheden van die tijd, zoals Toon Hermans, Wim Sonneveld, Vicky Leandros, Max & Betsy (!) en Bryan Ferry. Plus de nodige klassieke muziek, waaronder mijn favoriet, ‘Peter en de Wolf’ van Sergej Prokofjev.

 

Een gevarieerd gezelschap kun je wel zeggen.

 

Het cabaret en het betere Nederlandse lied is blijven hangen. Vicky Leandros heb ik losgelaten. Vicky is naar mijn idee categorie Helen Fischer en daar loop ik ook niet warm voor. Terwijl er toch genoeg mannen rondlopen die haar uit de kunst vinden. Dat noemen ze ook wel de ‘Wow’- factor. Ik kende die Wow- factor niet maar bij navraag gaat het erom of er een zogenaamde ‘klik’ is tussen twee mensen en zo ja, dan noem je dat de Wow-factor. En wanneer er dan geen sprake is van een Wow- factor dan vertel je dat de volgende dag ‘gewoon’  via een Whatsappje..

 

Sukkels.

 

Vroeger gebruikte je naast woorden ook symbolen om je liefde voor een ander te verduidelijken. De roos is zo’n symbool. De roos staat voor liefde, geluk, vreugde en genegenheid. Maar ook voor gratie en schoonheid. Ik zou best mijn vrouw elke dag wel een roos willen geven want zij presteerde het ooit om bij mij de Wow-factor te raken.

 

Toen zij mij voor het eerst kuste stond ik in vuur en vlam en hoogstwaarschijnlijk heb ik toen heel hard ‘Wow!’ geroepen.

 

Het is alleen zo jammer dat rozen zo verrekte duur zijn. Daarom uit ik mijn liefde voor haar op een andere manier. Met groenten bijvoorbeeld. Ik uit mijn liefde voor haar door een lekkere salade te maken. Of ik uit het in brood.  Dan smeer ik haar boterhammetjes met haar lieveling ’s beleg. Of met huishoudelijke taken. Dan strijk ik zo een hele wasmand weg zodat zij dat niet meer hoeft te doen.

 

Of ik koop twee bosjes rozen bij de supermarkt, die zijn vaak in de aanbieding!

 

En daar is ze dan ook blij mee, hoor. Ik kan eigenlijk op dat gebied nooit iets verkeerds doen. Daarnaast blijven er genoeg gebieden over waar ik het wel verkeerd kan doen. Simpele dingen, maar zo ontzettend fout. In haar ogen dan hè. Gisteren lagen de tuinstoelkussens niet op de tuinstoelen maar op de grond toen ze thuis kwam van werk.

 

Nou, de tuin was even te klein.

 

Maar dat kwam natuurlijk doordat ze net thuis kwam van een drukke werkdag. Dan zit ze nog in een flow van concentratie en dat moet ze dan nog even loslaten. Flow is ook zo’n Wow woord trouwens. Dat hoor je steeds vaker om je heen: “Ja,ik ga even door nu hoor, zit zo in een flow!”

 

En ik zeg het zelf ook steeds!

 

Zoals afgelopen zondag. We hadden bedacht samen even het huis te doen. Mijn vrouw zou beginnen met stoffen en ik moest er dan achteraan om te stofzuigen. Niet omgekeerd. Dat lijkt op een tactiek en dat is het ook! Want doordat zij met zo’n blauw lapje in het ‘niets’ staat de wuiven, zuig ik dat ‘niets’ weer op. In de volksmond noemt met dat ‘niets’ ook wel stof. Ik zat er klaar voor, we hadden net het ontbijt op en zij zat nog even lekker in haar Libelle. Mijn geduld werd op de proef gesteld want ze zat een half uur later nog in die Libelle.

 

Zeker het kerstnummer…

 

Afijn, ik zat in de flow om wat te gaan doen dus ik bedacht dat het schuurtje in de tuin wel even opgeruimd kon worden. Na een kwartiertje stond ze ineens naast mij en gaf ze aan erg blij te zijn met mijn actie. Als beloning kreeg ik te horen dat zij nu ging stoffen én daarna ging stofzuigen! Van pure blijdschap en omdat die verdomde flow maar niet ophield, ging ik de garage ook opruimen. Want al mijn gereedschap lag niet meer in de betreffende kisten maar op de werkbank. Deze klus duurde wat langer maar dat mocht de flow niet drukken, ik bleef dapper doorgaan. Mijn vrouw had de flow ook te pakken want zij stond ineens de vloer in de woonkamer te dweilen.

 

Ik begon van enthousiasme te zingen: “Ik geef je een roosje, mijn roosje….”

 

Na theetijd bleef ik onrustig. Vrouwlief daarentegen was klaar en ze ging lekker zitten met een woonblad. Mijn hoofd tolde van de strijdlust en eureka! Ik wist wat ik moest doen! Er moest nog even een kabel getrokken worden, voor een betere wifi hogerop in ons huis. Wij hadden al een jaar geleden een apparaat ontvangen van de provider maar ik heb altijd even tijd nodig om een plan te maken. Dat plan had ik nu rond: gat in de woonkamer vloer boren, kabel erdoor, in de kruipruimte de kabel oppakken en vervolgens weer even een gat boren in de vloer ter hoogte van de trap naar boven. Oh ja, en dan moet ik wel even het laminaat in de gang eruit halen omdat daar het kruipluik zit…

 

Een kind kan de was doen!

 

Zij keek mij aan en zei niks toen ik haar van mijn plannen vertelde. Dat begreep ik pas nadat ik mijzelf weer uit de kruipruimte had gewurmd, toen ik van top tot teen onder het zand zat…

Uiteindelijk was de klus na een uurtje geklaard. Mijn geliefde verzocht mij buiten al mijn kleren uit te doen. “Ja, ook je onderbroek!” kreeg ik te horen, iets te venijnig.

 

Ik was even niet haar roosje. Ik was haar brandnetel…

Over bandjes enzo…

Genieten. Het lijkt wel alsof dat woord steeds vaker uit mijn mond rolt. Nu ben ik snel tevreden hoor, een lekker bord eten of een vers gemalen bakkie koffie kan mij in extase brengen. Of wanneer mijn vrouw ’s morgens fris en fruitig naar beneden komt, met een brede glimlach en de lipjes mooi rood gestift. Dat is even anders hoe ik er meestal bijloop om die tijd; joggingbroek (en joggen ho maar…) en een zwart t-shirt.

Want zwart kleed zo lekker af..

Maar zonder flauwekul, ik geniet ook zo van het wonen hier in Groningen en ja, ik val in herhaling maar het is gewoon zo. Vooral hoe mensen hier nog met elkaar omgaan in het dagelijkse leven. Naast het groeten op straat maar ook hoe men zo maar even een praatje begint. Zoals van de week. Ik moest twee nieuwe autobanden hebben. Eigenlijk vier, maar dat is direct zo’n aanslag dus werden het er twee. Terwijl de bemanning van deze speciaalzaak de banden gingen verwisselen en ik aan een bijzonder lekker bakkie koffie stond te lurken, liep een andere klant net het kantoortje uit. Hij keek mij aan en ik hem … en voordat ik er erg in had waren wij in gesprek.

We hadden zeg maar een band…

Eerst natuurlijk over de reden dat we daar waren, het kopen van een band. Mijn verhaal was niet zo spannend, ze waren gewoon versleten, maar zijn verhaal was een stuk spannender. Het betrof een camper en een van de banden was geklapt, tijdens het rijden! Een scheur van hier tot Tokyo en ommelanden! Dat had ook met het gewicht te maken, zo’n camper krijgt wel wat te verduren want naast kleding en beddengoed moet er ook wat drank en eterij mee, dat scheelt weer in de uitgaven en dat begrijp ik volkomen.

Je kan je euro’s maar één keer uitgeven hè!

Maar ik, of beter gezegd wij, genieten ook van onze achterbuurjongen, Lars. Deze 12 jarige prepuber en aanstaande brugpieper houdt ook van een praatje. Eigenlijk van heel veel praatjes. Maar het is geen praatjesmaker, nee, er komen wel degelijk mooie praatjes uit. Regelmatig komt hij even buurten voor een goed gesprek of om gewoon even zijn verhaal vertellen. Met dezelfde regelmaat krijgt hij dan van ons een ijsje, maar, zoals hij zelf zegt:

“Ik kom hier niet voor het ijs, hoor!”

Hij denkt tegenwoordig ook na over geldzaken. Hij gaf aan dat vijfhonderd euro niet zoveel was. Nee, niet op een bedrag van een miljoen, dat was ik wel met hem eens. Maar vijfhonderd euro blijft voor mij toch een flink bedrag. Ik heb het niet in mijn portemonnee, laat staan op mijn rug. “Voor dat bedrag kan je vijf paar voetbalschoenen kopen.” zei ik, om zijn verbeelding te prikkelen aangezien hij voetbalgek is. “Of 417 kopjes koffie in de kantine van je voetbalclub.”

“Of je kan er 714 ijsjes van kopen!” zei ik, en wees hem op het ijsje welke hij op dat moment aan het wegstouwen was.

Hij verblikte of verbloosde niet en gooide het maar over een andere boeg. Hij begon te vertellen over de estafette die ze moesten lopen tijdens de school sportdag en daarmee was het financiële item afgesloten. Hierna bespraken we nog even de streken die hij uithaalde op zijn bijna oude school en de discussies die hij nog wel eens gevoerd heeft met zijn Juf en zelfs met de directeur.

Ja, de jeugd van tegenwoordig is een stuk mondiger.

Maar daarmee niet vervelender hoor. Ik hou wel van dit soort gesprekjes. Het houdt de geest jong en zo blijf ik een beetje verbonden met deze generatie. En zoals we dankzij het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau weten, snakken we met zijn allen naar verbondenheid. Daarom duiken we ook zo gretig met zijn allen in het water om samen met Maarten van der Weijden een stukkie te gaan zwemmen. Of we kleden ons in oranje kleding om de voetballende dames aan te moedigen.

Of we gaan ineens allemaal lederen armbandjes dragen!

Dat laatste lijkt onderhand wel een plaag! Waren armbandjes voorheen nog typische vrouwen accessoires, de kerels hebben het nu ook ontdekt. Naast lederen armbandjes heb je ze ook met kralen, gelijk als zo’n bid snoer die Moslims gebruiken, een Tasbih of zoals wij ze kennen, de Rozenkrans. In mijn omgeving zie ik ze tegenwoordig ook en ik ontwikkelde een interesse in deze bandjes. Er waren er bij die hadden er eentje om de pols maar er waren ook gasten die er wel zes of zeven om de pols droegen. Bij eentje dacht ik zelfs dat hij daardoor wat scheef liep maar ik kan mij daarin natuurlijk ook vergist hebben.

Het triggerde mij en ik voelde een drang om te kopen opkomen…

Dat uitte zich in het loslaten van kleine proefballonnetjes over het onderwerp bij vrouwlief. Daarmee peilde ik direct of zij het wel leuk vond want voor lul lopen doe ik liever niet. Ondanks haar twijfelende reactie vanaf het eerste ballonnetje, durfde ik het ook te roepen toen we een keer in de koopgoot van Groningen liepen, de Herestraat. Want hier zou vast wel zo’n bandje te koop zijn! Maar haar diepe zucht zei genoeg en deed mijn ballon niet knappen maar exploderen.

“Sukkel! Ik wilde je er eentje geven voor onze trouwdag, volgende week!”

“Echt? Dat meen je niet! Ach lieverd, wat lief!” Ik was oprecht verrast. En toen kwam toch weer die twijfel. “Maar effe voor de goede orde, wat kost zoiets eigenlijk?” Dat is mijn Nederlandse identiteit hè, op de centen blijven letten, vooral omdat het om iets totaal onbelangrijks ging. “Ik dacht iets van 65 euro.” zei ze, zonder blikken of blozen.

Mijn kooplust verdween als sneeuw voor de zon.

“Vijfenzestig euro??” riep ik, iets te hard want iedereen in de Herestraat keek onze kant op.
“Laat maar! Niet kopen! Vijfenzestig euro voor een stukkie leer! Zijn ze nou helemaal van de pot gerukt… We leggen er wel 65 euro bij, dan koop ik er wel twee autobanden voor.”

Want op vier armbanden kan je immers niet rijden!

Vlaggetjesdag

Elk jaar weer zien we ze weer terugkeren op Social Media, die foto’s van rugtassen aan de vlaggenstok met daaronder een blije of zelfs juichende geslaagde scholier. Rugtassen die haast uit elkaar vallen omdat er jarenlang kilo’s aan boeken in gezeten hebben maar nog net in staat zijn een dagje te hangen. Boeken ja, sommige keurig gekaft, andere nog niet eens uit het cellofaan gehaald… 

Het digitale tijdperk is nog niet helemaal van de grond gekomen!

Alle trotse vaders, moeders, opa’s en oma’s of welke verzorgende dan ook, laten je dan weten dat hun zoon, dochter, kleinzoon, kleindochter of pleeg- of bonuskind geslaagd is. Voor sommigen is dat een jaarlijks terugkerende ergernis, anderen vinden het juist leuk omdat ze zelf ook ooit juichend onder zo’n rugtas aan een vlaggenstok hebben gestaan.

Alleen kwam het toen niet op Facebook..

Ook in onze omgeving was het raak. Onze vier zonen hebben hun opleiding met succes afgerond. En daar bleef het niet bij want ondergetekende heeft het afgelopen jaar ook weer in de schoolbanken gezeten en …met succes afgerond! Ik was een zogenaamde BBL’er zoals ze dat tegenwoordig noemen, een dag naar school en vier dagen werken. Daaraan voeg ik met trots mijn leeftijd toe, 55 lentes, waardoor we hier met recht kunnen zeggen dat je nooit te oud bent om te leren.

Dat het wat stroever ging dan in mijn jongere jaren is natuurlijk helder, dat was ‘mijn handicap’.

Maar leuk vond ik het wel. Vooral de mix aan leeftijden in onze klas, van 19 jaar tot ..euh..ja, 55 jaar. Ik was de oudste van het stel en dat werd mij ook regelmatig voor de voeten geworpen. Maar ik leed daar niet onder hoor, want 50 plussers (behalve zuurpruim Henk Krol!) zijn relaxed. Die maken zich niet meer druk en weten inmiddels wel hoe het leven in elkaar zit.

Het leven begint echt bij 50!

Maar het was soms best wel pittig, vooral de dagen vlak voor de examens. Op school hadden ze gezegd dat je elke dag minstens een uur moest studeren. Nou, dat nam ik mij dan ook wel voor alleen schortte het nog wel eens aan de uitvoering. En daardoor werd ik vlak voor de examens behoorlijk nerveus. Dat uitte zich onder andere in gechagrijn richting mijn vrouw. En omgekeerd. Zij werd weer chagrijnig van mij omdat ik steeds zo afwezig was. Dan zat ik geestelijk afwezig te zitten bij haar in de tuin en dan begint ze ineens over hoe prachtig de planten erbij staan. Ik snurk dan iets van “Ja, mooi hoor…” en tuur vervolgens weer verder op mijn telefoontje terwijl ik eigenlijk best weet dat ik in de schoolboeken zou moeten turen. En ik weet ook dat ik haar gewoon met aandacht moet antwoorden want zij pikt dit soort gedrag niet, het werkt juist als een rode lap.

“Leg die telefoon nu eens weg!”

Geschrokken (en zwaar geïrriteerd..) legde ik mijn gsm naast me en keek haar met een stoïcijnse blik aan, onder begeleiding van een diepe zucht. “Ja, zucht maar, ik vroeg je alleen maar wat hoor!” zei ze, duidelijk geïrriteerd. “Je moet eens wat meer aandacht hebben voor je omgeving, bijvoorbeeld voor de planten in de tuin.” Ik keek om mij heen, zweeg en zag niks. Ja, planten. Planten waarvan ik de naam niet eens weet. Terwijl zij dat mij wel honderd keer gezegd heeft. Het vlaggetje op de hoek van het schuurtje zag ik wel, het vlaggetje van Terschelling die trots wapperde in de wind.

“Ja, mooi hoor..(!)” en ik keek met een schuin oog naar mijn gsm.

Ze slikte en ging toen door. De schat. Ik snap wel dat ze soms even overkookt. “Het is alleen jammer van de Hortensia’s. Die heb jij niet goed gesnoeid en daardoor geven ze dit jaar minder bloemen.” Nu had ze mijn aandacht: “Huh! Hoezo mijn schuld? Ik had je toen gebeld! Op je werk nota bene, of ik ze mocht terugsnoeien want ik moest de schutting voorzien van nieuwe planken. En dat was goed zei jij toen!” Ik pakte direct mijn gsm, dat had ik wel verdiend. “Ja, dat klopt, maar je hebt het niet goed gedaan en daarom hebben we nu minder bloemen.”

De rest van de avond stond de vlag er wat treurig bij…

Na al dat vlagvertoon van de geslaagden komen de diploma uitreikingen en dat zijn tegenwoordig hele evenementen. Scholieren en studenten gaan dan allemaal ‘op sjiek’ en hun verzorgers doen er alles aan om hun kroost zoveel als mogelijk te doen opvallen. Vroeger was er enkel strijd onder ouders om op te vallen qua traktatie op verjaardagen, nu ligt die druk bij het examen bal. Limousines, vrachtwagens of zelfs helikopters worden ingezet.

The sky is the limit!

De scholen doen net zo hard mee. Ik ben eens bij een diploma uitreiking geweest die uren duurde doordat er tussendoor veel geëntertaind moest worden. Dat noemen ze dan een toegevoegde waarde of iets dergelijks. In mijn tijd werd je naam geroepen, liep je naar voren, kreeg je een hand en in je andere hand het felbegeerde papiertje en kon je weer terug naar je plaats. Nadat al je klasgenoten de buit binnen hadden ging je de stad in om het eens lekker op een zuipen te zetten.

Niets meer en niets minder.

Maar ach, tegenwoordig mag je elke dag wel een vlaggetje ophangen. Daarom vlagden wij in de afgelopen week voor al die wandelaars hier in de omgeving. Zij liepen weer de jaarlijkse Avondvierdaagse en afgelopen vrijdag mochten wij, de niet-lopers, die duizenden sportievelingen weer binnenhalen. Onder de muzikale klanken van de fanfares , de vrolijke dansjes van de dansMariekes en de dansJannen en ons bewonderend applaus. Hoe leuk zijn deze dagen toch elk jaar weer hier in de Gemeente Oldambt. Hoe leuk en gezellig is het dan langs de route, waar jong en oud aanwezig zijn en gezellig met elkaar praten. Social talk, maar dan zonder telefoon..

Alleen daarom zou je de vlag al willen uithangen!

 

 

 

 

 

 

 

De klapperrrrs… van de week

Beduusd van mijn actie die ik even daarvoor, in een fractie van een seconde, had uitgevoerd, keek ik verdwaasd door het slaapkamerraam naar buiten en weer naar de plek waar ik die fractie eerder nog horizontaal lag, in mijn bed. Door de knetterende klap had ik niet eens de gil van mijn vrouw gehoord die inmiddels rechtop in bed zat, met de hand voor de mond: “Wat een knal was dat hè,” zei ik, terwijl ik naar buiten bleef kijken naar het vervolg. Op dat moment werd ik verblind door een enorme lichtshow en kwam ik weer tot mijn positieven.

Het onweerde.

Ik begon direct te tellen en kwam tot twintig. Volgens de berekeningen is 3 tellen één kilometer dus het moest een kilometertje of zes, zeven in de buurt zijn geweest. Misschien wel recht boven Scheemda? Of boven Oude Pekela? Het voorspelde noodweer kwam immers vanuit het zuiden. Maar de donder was zó ontzettend hard en langdurig dat het leek alsof ons dak in tweeën scheurde.

Daarna was het stil.

Doodstil. Zelfs de honden en de katten uit de buurt waren zo onder de indruk van voorgaand natuurgeweld dat zij respectievelijk vergaten te blaffen en te schijten in onze tuin. Wij werden er ook stil van en maakten daarom maar snel gebruik van de gelegenheid en doken weer in bed. Want de volgende dag stond er gewoon weer een werkdag in de planning en ja, dan moet je toch je rust pakken voordat er wallen onder je ogen ontstaan.

Werken is leuk en je krijgt er ook nog eens wat voor maar er gaat altijd zoveel vrije tijd inzitten..

Uiteraard waren we al uren ervoor, wat zeg ik, dagen ervoor gewaarschuwd dat het zou gaan onweren. Het zou heel erg gaan onweren. Het zou verschrikkelijk gaan onweren. Het zou het ‘onweer des doods’ worden….

Superlatieven schoten tekort om ons, simpele zielen, te waarschuwen.

Maar heeft het wel zin al die waarschuwingen?  Want wij Hollanders zijn toch per definitie een nuchter volkje. Wij zijn de uitvinders van nuchterheid, vaak te lezen als tegeltjeswijsheden zoals bijvoorbeeld: ‘Het leven is hard. Daarna ga je dood’ of ‘Als ik gemekker wil horen koop ik wel een geit!’ of ‘ Als ik niet antwoord, ben ik niet arrogant, maar jij niet interessant.’

Waarom dan steeds vaker van die aanstellerige, overdreven waarschuwingen. Betutteling, ook op andere vlakken beginnen we er steeds beter in te worden. Zodra medewerkers van het Openbaar Vervoer gaan staken ligt ‘heel Nederland plat’ en spreekt men over ‘horror-files’ en een ‘ontwricht land’. Ik ben anders opgevoed. Als het buiten steenkoud was had mijn vader het altijd over een ‘dun windje’. Wanneer het nog kouder was dan steenkoud dan had mijn vader het over een ‘gemeen dun windje’.

Daar was geen woord Frans bij.

Nadat we de klap te boven waren gekomen las ik de volgende dag dat het Kruidvat met flitsend nieuws kwam. Deze winkel blijkt namelijk verkozen te zijn als een van de populairste winkels in ons land. Of, zoals ze dat zo mooi toevoegden, het ‘meest toekomstbestendige’. Net zoals de winkels van Rituals en … de Ikea! Die laatste zag ik niet aankomen want de Ikea is geliefd bij menig vrouw en gehaat bij menig man. En aangezien er ongeveer net zoveel mannen als vrouwen rondlopen in ons land zou dat betekenen dat er sprake is van een gelijkspel. Of er zijn steeds meer mannen die hun mening hebben aangepast?

Of snappen ze nu eindelijk de handleidingen…

Nu was ik van de week toevallig in het Kruidvat (of de Kruidvat..) en wederom viel het mij op dat het er een chaos was, alsof iemand even vlak voordat ik mijn fiets geparkeerd had, de lont van het Kruidvat aangestoken had en de boel tot explosie kwam. Want het is er altijd een chaos, je moet slalommen tussen de shampoos, de tandenborstels, de huid-oliën en de gadgets waar je achteraf eigenlijk niets aan hebt. Want óf er is teveel voorraad óf de winkel is te klein om het allemaal op te slaan. Het begint steeds meer op een rommelmarkt te lijken maar misschien is het daarom wel een winkel waar men graag komt. Even sneup’n! Want rommelmarkten worden ook graag bezocht heb ik mij wel eens laten vertellen. Door deze positieve aandacht voor het Kruidvat bedacht het management om nóg een konijn uit de hoge hoed te toveren.

Ze starten namelijk een vibratorlijn!

Want dat is echt iets van deze tijd, volgens de deskundigen. Het is heel normaal dat die dingen tegenwoordig in menig nachtkastje liggen. En dat geloof ik wel. Want we benoemen het ook steeds vaker, een vibrator is een vibrator en niet meer een ‘massagestaaf’ (niet te verwarren met de gehakstaven van onze hedendaagse tijd). Zo werden ze nog genoemd in de tijd dat ik als puber plaatjes keek in de catalogus van de Wehkamp. Niet eens stiekem hoor, die catalogus werd vroeger bij ons gewoon door de postbode bezorgd en vond gretig aftrek bij mijn broer en mij. Dat was een onderdeel van onze puberteit. En dat was nog de tijd dat postbodes gewoon hun werk deden en zorgden dat onze post vertrouwelijk behandeld werd. Dat was nog de tijd dat scholen examens van hun leerlingen veilig konden opsturen via de postbode met op zijn pet de initialen ‘PTT’.  En er raakte nooit iets kwijt.

Maar ik dwaal af..

Een derde van de winkelende vrouwen zijn wel in voor deze nieuwe producten, zo lees ik. Want, ik citeer een van de krolse klanten: ‘Mijn man in bed is ook niet alles.’ Dat zijn geen opbeurende citaten als ik eerlijk ben, hoe graag ik ook elke vrouw een fijn intiem leven gun.

‘Make love not war’ is mijn motto.

Blijft over dat twee derde van de winkelende dames in het Kruidvat wél tevreden zijn met de kunsten en acrobatische toeren van hun partner.

En dat geeft mij dan wel weer een goed gevoel.

Oergevoelens

“Haal je hand daar eens weg! Viezerik!” riep mijn vrouw mij toe. Ik keek haar aan en zag een zeer verontwaardigde blik in haar ogen die ik niet plaatsen kon want ik was mij van geen kwaad bewust. Was het mijn positie? Ik lag namelijk zijwaarts op de bank TV te kijken. Naar mijn favoriete progamma, First Dates.

En dan de Engelse versie!

Want de Nederlandse versie is een grote kermis. Daar worden karikaturen tegenover elkaar gezet die eigenlijk tegen zichzelf beschermd zouden moeten worden. Want wij kijkers willen graag gluren bij de buren, wij willen vermaakt worden en dan het liefst door leedvermaak. Geef het volk brood en spelen… voyeurisme van de hoogste categorie. Vanaf de bank klinken dan de quasi verontwaardigde oooh’s en aaah’s en vinden we dat het eigenlijk niet moet kunnen.

Maar de week erop zitten we er toch weer klaar voor, met chips en bier, op de eerste rang.

“Wat is er nu weer?” vroeg ik, mij nog steeds van geen kwaad bewust. Ik lag gewoon even na het eten te chillen op de bank, in mijn trainingsbroekje, T-shirt en vest. Eventjes  bijkomen van de warme maaltijd en van mijn inspanningen van het koken.  En na te denken over wat de ‘liberale’ leider van FvD nu weer allemaal gezegd had. Deze overrijpe kakker met een vlotte babbel uitte zich kritisch over de moderne vrouw. Want deze dames zijn zo druk met hun carrière dat ze nauwelijks nog kinderen op de wereld zetten omdat ze daar geen tijd meer voor hebben. Ik heb ook een fulltime werkende vrouw en ik wil daarom nog even wat toevoegen aan zijn relaas.

Namelijk dat ze ook niet meer koken!

Maar ook Baudet ziet dat de dames steeds slimmer worden en dat ze zich niet meer laten gebruiken als broedkast. Vroeger stonden meneer Pastoor en andere religieuzen aan het voeteneind van de echtelijke sponde stonden om te checken of er nog voortgeplant werd. Nu doet deze gladjanus een poging want hij is bang voor slimme vrouwen.

De stakker.

“Haal die hand eens uit je broek!” riep mijn vrouw mij toe en trok nu een gezicht van afgrijzen. “Waarom?” antwoordde ik, nu wat snauwerig want ik voelde mij behoorlijk in het kruis getast. Mijn taak, het koken van het avondeten, had ik immers met goed gevolg afgelegd en nu begint ze ineens over mijn hand die ik deels in mijn broek heb zitten. Waarom? Geen idee, dat gaat soms vanzelf. Misschien wel omdat ik dat lekker vind. Of omdat hele veel mannen dit wel eens doen.

“Ja, waarom lig je daar met die hand in je kruis? Dat is toch goor?” Even dacht ik terug aan de Europese verkiezingen van afgelopen donderdag. Had ik toch beter op de FvD moeten stemmen? Dan kwamen dit soort vragen van mijn vrouw niet bij haar op. Dan stond ze tijdens mijn chill uurtje met mezelf nog gewoon in de keuken de boel op te ruimen en was ze daarna naar boven gegaan om te strijken.

Eigenlijk zo gek nog niet, die ideeën van Thierry…

“Goor? Hoe kom je daar nu bij?” en ik haalde mijn hand uit mijn broek er rook even vluchtig aan mijn hand. “Ik heb net nog gedoucht! Ik ruik enkel bloemetjes van de Badedas. Geen lavendel! Niks mis mee.” En ik stopte mijn hand weer terug op de plek die in opspraak was. Ze ging nu helemaal los.

“Je bent Al Bundy toch niet!” zei ze, zwaar geïrriteerd omdat ik niet deed wat zij wilde.

“En hoe kom je erbij dat alle mannen dat doen?” Ik haalde nu mijn hand uit mijn broek en ging rechtop zitten. Hier was zwaarder bewijsmateriaal nodig. Ik spuugde nu even in mijn handen, wreef ze even stevig in elkaar en tikte op mijn telefoon de volgende zoekopdracht: ‘Waarom zitten mannen graag met hand in hun broek?’ Bam! Direct tientallen hits op dit onderwerp! En weet je op welke sites? De Viva, de Flair, Grazia.nl, Ze.nl en natuurlijk nog de Libelle en de Linda.

Ja mannen, we worden in menig media platform compleet uitgekleed en geanalyseerd!

Ik begon het direct voor te lezen aan mijn vrouw en tijdens het lezen werd ik alleen maar enthousiaster. Mijn vermoeden werd bevestigd. Want ik ben echt niet de enige man op deze wereld die, let op dames, deze afwijking heeft. Oké, Baudet doet het waarschijnlijk niet, die snuift wel aan zijn zakje lavendel.

Over afwijkingen gesproken.

“Mannen doen dit ter bescherming van hun ‘erfgoed’. Want stel dat er ineens uit onverwachte hoek een voorwerp (bal) of vuist die richting op komt. Daarnaast voelen ze zich er comfortabel en veilig bij.”

“Aldus  de schrijfster…”

Ik keek mijn vrouw nu indringend aan over mijn bril, een standje die ik volgens haar van mijn vader heb overgenomen. Zij keek op haar beurt terug met een blik vol ongeloof, onbegrip en ….spijt. Spijt dat ze ooit met mij een relatie begonnen is, spijt dat ze nu net een man moest treffen die zijn hand in zijn broek stopt.

Onverstoorbaar ging ik verder, genietend van mijn gelijk want het werd nóg mooier!

“Maar er zijn nog meer redenen. Doordat ze dit doen maken ze een stofje aan, het stofje oxytocine. Dit stofje werkt namelijk kalmerend en komt ook los bij de moeder-zoon verbinding. Eigenlijk is het jullie eigen schuld!”

“Kijk”, vervolgde ik, nu kaarsrecht zittend omdat mijn gelijk een honderd procent score zou gaan opleveren, “Kijk, en nu komt het! Het is een gewoonte van heel lang geleden, nog langer geleden dan de dag dat de vrouwen ook kiesrecht kregen zodat zij ook mochten stemmen op politieke figuren, een recht waar ze voor geknokt hebben.”

Ik moest even ademhalen, zo diep zat ik nu in mijn gelijk.

Zij zweeg omdat ze wist dat ik nu door zou gaan. “De oermannen deden het al! Kijk maar, het staat hier!” en ik drukte mijn gsm onder haar neus waarna ze direct haar neus optrok. Ik deed net of ik het niet zag. “De oerman, Janet, de oerman! Voor elk gevecht met een andere oerman of wild beest duwden ze effe de hand in de broek, roken eraan en vielen toen hun slachtoffer aan!”

Ze stond op en liep zwijgend naar boven.

Vast strijkwerk…

PS: ik heb gestemd. Op wie? Op een vrouw!

Kom je buiten spelen?

‘Kom je buiten spelen?’ Dat was in mijn jeugd een vraag die dagelijks wel een paar keer passeerde. Een vraag die meestal dan ook positief beantwoord werd door de toehoorder want buiten was het veelal spannender dan binnen. Buiten was vrijheid, avontuur, spanning, vrolijkheid en buiten waren je vrienden.

En de meisjes.

Die waren er ook vaak bij. Bij haast alles wat wij deden. Zelfs bij oorlogje spelen in de duinen deden de  meiden dapper mee en menig veldslag werd zelfs gewonnen door hun. Of lieten wij ze winnen, zolang we maar bij ze in de buurt waren en van hun aanwezigheid konden genieten… De wapens bestonden voornamelijk uit een combinatie van een uit hout gezaagd geweer met een ‘pyleke-buis’ (installatiebuis) als loop, bij elkaar gehouden door duct tape.  En op de loop zat een knijper die functioneerde als vizier. Sommige onder ons hoefden hun fantasie niet te gebruiken want die kregen van hun ouders gewoon een volautomatisch geweer die lekker knetterde nadat je de trekker overhaalde.

Voor de duidelijkheid: de pyleke-buis schieters riepen ‘pang’ of ‘paw’, overigens zonder verantwoording te hoeven afleggen bij het Openbaar Ministerie..

Nadat je geraakt was stortte je klagend ter aarde, de een nog mooier dan de ander en heel vaak geholpen door het podium waar je op dat moment op stond: op een van de vele Terschellinger duinen. Het naar beneden rollen resulteerde in prachtige sterfscènes die haast niet meer te evenaren waren. Dat je daarna onder het zand kwam te zitten en plekken kreeg van de prikken van het helmgras, deerde de pret niet.

En na tien tellen mocht je gewoon weer meedoen.

Maar het was niet alleen maar oorlog voeren daar in de buitenwijken van mijn woonplaats, Midsland. Nee, er werd ook gevoetbald. Op straat, met vier jasjes als doel. En als er dan eens een auto voorbij kwam, die waren toen nog op een hand te tellen, dan gingen we even opzij. Of we speelden een partijtje voetbal bij een vriendje in de tuin, die had daar twee doelen staan en dat was natuurlijk nóg leuker.

Zodra de weilanden weer weilanden werden en het gras hoog genoeg was, deden we na schooltijd ‘meiden de jongens’. Dan verstopten de meiden of de jongens zich in het hoge gras en wachtte je in spanning af wie je vond. Ondertussen at je van wat er om je heen groeide, bijvoorbeeld de zuurstengels die het weiland toen nog rijk was en je maakte van Madeliefjes alvast een ketting, om het meiske te imponeren. En dan werd je gevonden. En dan kreeg je een kusje!

Soms werd er van tevoren afgesproken waar zij zich zou gaan verstoppen maar dan was er al wat meer aan de hand, dan zat je in de fase ‘bijna verkering’.

Voorgaande zijn zomaar wat herinneringen die bij mij opkwamen nadat ik een grappig filmpje zag van twee jochies die in de regen buiten aan het spelen waren. En herinneringen die een groot onderdeel waren van mijn best wel gelukkige jeugd. En die draag je heel je leven met je mee en zodra je zelf kinderen krijgt, probeer je dat gevoel door te geven. Dat lukte deels omdat mijn jongens in een totaal andere omgeving opgroeiden dan ik. Mijn kinderen wilden wel buiten spelen maar hun generatie kreeg al te maken met de nadelen van ons groeiende, welvarende land. De oorzaak? Alle straten slipten dicht door geparkeerde auto’s en jakkerend verkeer. En die paar kinderen die toch nog voorzichtig met een bal tussen de auto’s durfden te laveren, kregen vaak te maken met boze volwassen omdat die bang waren voor krassen op hun auto.

Dat zijn vast volwassenen die nooit jong zijn geweest …

Ach ja, ik ben een beetje in een sentimentele bui en dan blik je wel eens terug naar vroegere tijden. Die bui vormde zich boven mijn hoofd nadat wij vorig weekend naar Terschelling afreisden. Want mijn moeder werd op Bevrijdingsdag 90 jaar. Negentig jaar en nog steeds zelfstandig wonend dankzij haar sportieve levensstijl en mijn vader, want die doet de zorg.  Ik heb daar een stukje over geschreven omdat ik heel erg ben van liever pluimen geven bij leven dan bij de uitvaart…Maar dat was niet de enige reden van mijn sentimentele bui, het kwam ook door het feit dat we onze vier zonen weer eens een keer bij elkaar hadden want dat was twee jaar geleden alweer voor het laatst geweest.

Ja, wij zijn een zogenaamd ‘samengesteld’ gezin en dan zijn bepaalde zaken niet meer zo vanzelfsprekend.

Het werden twee zeer intensieve dagen. Intensief omdat alles met de fiets gebeuren moest want de auto’s stonden in Harlingen geparkeerd. Maar dat is het mooie van het eiland, fietsen is daar geen straf, zelfs niet met windkracht 6 en een temperatuurtje ‘winterjas’. En we namen al het gemopper over dat fietsen van de mannen op de koop toe, want we wisten dat ze in hun hart genoten van de fietsritjes, de lol, de gein en de gezelligheid.

Vooral ondergetekende moest het ontgelden voor al dat ‘leed’, bestaande uit zadelpijn, vermoeidheid door het tegen de wind in fietsen en het steeds maar overal op tijd moeten zijn. Maar gelukkig heb ik een brede rug en ik kon mijn geklaag over hun geklaag weer kwijt bij mijn vrouw en bij de vriendin van mijn jongste zoon. Vooral die laatste vond het geweldig om zo het eiland te leren kennen want dit was haar eerste keer.

Die tijdsdruk kwam doordat ik persé wilde dat we die avond met zijn allen de Dodenherdenking op het eiland zouden meemaken. Een herdenking die begint met een stille tocht door het dorp en vervolgens tegen acht uur eindigt bij het Monument, ooit opgemetseld door een oom van mijn vader.

We waren ruim op tijd. En eenmaal meelopend in de stoet nam de stilte bezit van de jongens. En begrepen ze weer dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid die ooit bevochten is door jonge mensen, net zo jong als zij nu zijn. Ze zagen de leeftijden van de gesneuvelden op de grafstenen staan en de stilte overdonderde, slechts een merel zong hun lied.

Een lied voor de gevallenen. Omdat zij nooit meer buiten kunnen spelen….

https://muizenstaartjes.nl/vergeten-gaat-steeds-beter/

 

Vergeten gaat steeds beter…

Mijn moeder is vandaag jarig. De cijfers 80 in haar leeftijd hebben plaats gemaakt voor de cijfers 90 en nu is ze een jaar ouder geworden als haar moeder ooit geworden is. Het bereiken van deze mijlpaal heeft ze naar mijn idee zelf bewerkstelligd door altijd maar in beweging te zijn én, niet geheel onbelangrijk, door positief in het leven te staan. 

Ze draagt niet voor niets al haar hele leven de bijnaam ‘Truus de Trimster’.  

Het is niet niks, 90 jaar. Daarom schrijf ik dit stukje, omdat ik maar ook mijn broer en zus haar zo dankbaar zijn voor wat ze ons allemaal meegegeven heeft in het leven. Dat besef wordt alleen maar groter nu we zelf grijze haren ontwikkelen, kwaaltjes krijgen en ook regelmatig wel eens dingen vergeten. 

Ja, bij ons gaat het vergeten ook steeds beter, lieve moeder! 

Zij spoorde ons altijd aan om dingen op te schrijven en gaf daarin zelf het goede voorbeeld. Overal in het ouderlijk huis liggen nog steeds briefjes of kaartjes met overduidelijk haar (prachtige en sierlijke) handschrift. Briefjes met daarop recepten van gerechten die ze ooit van haar moeder had gekregen, gewoon wat aantekeningen of kaartjes of memo’s  met spreuken of gedichtjes waar ze eens door geraakt werd.  

Zij heeft de liefde voor onze taal op ons overgebracht. 

Dit is opnieuw een ode aan haar. Het kan niet vaak genoeg beschreven worden omdat we zo trots op haar zijn. En omdat het vergeten steeds beter gaat. En omdat ze altijd een voorbeeld was en is voor ons. Zij heeft ons gedragen en op de wereld gezet. Uit liefde. En ze heeft ons vervolgens gevoed en opgevoed. Uit liefde. En ze heeft ons vervloekt als we weer eens wat uitgevreten hadden… 

Ja, ook uit liefde. 

En tussen al dat opvoeden door deelt ze nog elke dag de liefde met onze vader die nu zorgt. Uit liefde voor haar. Regelmatig krijg ik een foto van wat hij nu weer gekookt heeft en sta ik versteld van zijn kookkunsten.  Die twee rechter handen waarvan ik er maar eentje geërfd heb, doen dat toch maar weer even. Ik had er ooit een opleiding voor nodig om een beetje te kunnen koken, hij schudt inmiddels het ene na het andere gerecht uit zijn mouw. Maar ik weet het geheim.  

Het is de liefde!  

Al 61 jaar zijn ze getrouwd en nog steeds zijn ze stapelgek op elkaar. Een relatie op puur gelijkwaardige basis van twee mensen die elkaar feilloos kennen, aanvoelen én respecteren. “Geven en nemen, maar altijd iets meer geven dan nemen,” riepen ze ons altijd toe. Dat is een van de belangrijkste ingrediënten voor een liefdevolle relatie.  

Als kinderen leefden we een geregeld, stabiel leven waarin structuur een van de pijlers was. Structuur die nodig was om een gezin van een hardwerkende aannemer draaiende te houden. Die structuur bestond onder andere ook uit huishoudelijke taken voor ons. Die taken stonden op lijstjes die afgekruist werden na uitvoering zodat er geen onenigheid ontstond: Tafel dekken, tafel afruimen, afwassen of afdrogen, houthakken en helpen in de (groente) tuin.  

Geloof me, dat was echt pedagogisch verantwoord! 

Want wij zijn daar niet slechter van geworden, integendeel, daar plukken wij sinds we uitvlogen zijn nog elke dag de vruchten van. Zelfstandig de wereld in, die boodschap gaf ze ons eigenlijk mee. En niet teuten! Aanpakken, daar was ze van. Maar het was niet altijd strak en streng. Want wanneer je ziek was dan was ze er voor je. Dan kreeg je stukjes sinaasappel met wat suiker en een beschuitje met wat suiker en kaneel en dat mocht je dan opeten op de bank, vanonder je dekentje. En naast je lagen dan Donald Duck’jes, de Tina’s of een leesboek van de Bieb. En een emmer, voor het geval dat er gespuugd moest worden.  

En tussendoor dronk je samen een kopje thee, met wat honing want dat was goed voor je keel. 

De zaterdagavonden.’ Dan creëerde ze altijd gezelligheid, bijvoorbeeld door op de zaterdagavond wat lekkers bij de koffie te doen. Ik zie mijzelf nog steeds staan in de keuken, haar te helpen met het maken van tompoezen of het aansnijden van een Sneeuwster. Of ze bakte zelf iets, en dan was het vechten om de gardes af te mogen likken. En wat te denken van de verse scholletjes en tongetjes die we met enige regelmaat voorgeschoteld kregen, lekker stevig gebakken, voor op brood. En winterdag was er altijd wel een keer gebakken bloedworst,  gebakken tomaat of balkenbrij wat de avondmaaltijd sierde. Ja, s’ avonds aten wij brood en tussen de middag werd er warm gegeten. 

In rap tempo! 

Want Pa wilde altijd na het eten nog even een tukkie doen. En dat vond ze logisch want ze was altijd vol lof over hem, over haar (Her)mannetje die hard voor zijn centen moest werken. Eigenlijk was zij het hoofd van het gezin. Zij hield de boel draaiende, zat ons achter de vodden met huiswerk maken, stond aan de zijlijn op het voetbalveld als we moesten voetballen, ging met haar dochter graag naar ‘Oude Liedjes Zingen’ en onderhield de sociale contacten.  

Zij was de spil van het gezin. 

De dag begon voor haar al in de vroege morgen. Ze was al beneden om Pa zijn ontbijt te verzorgen want die moest als eerste de deur uit. Dat ging volgens een strak schema want hij moest personeel van huis halen en naar de bouwplek brengen en die rekenden erop dat ze op tijd gehaald en gebracht werden. En die moesten voor 12 uur ’s middags weer naar huis gebracht worden want ook bij hen stond moeder de vrouw klaar met de warme prak.  

En ’s middags vice versa. 

En als wij ook naar school waren begon het huishouden weer. Alles om mijn vader de ruimte te geven zijn werk goed te doen en ons op tijd op school te krijgen. Een opstelling waar zij bescheiden in was, zij schikte zich in haar rol als ‘echtgenote van’. Maar de zondag was er voor de ontspanning. Dan gingen we de bossen in of we verbleven urenlang op het strand. En we genoten volop met het hele gezin van de plek waar onze ouders ooit een bestaan opbouwden en een gezin stichtten: Terschelling!  

Lieve Moeder, vandaag is het weer zondag en nu zijn we er (haast) allemaal om dat met U te vieren. Als dank, als enorme dank! Het zijn een kleine duizend woorden geworden van lof die natuurlijk veel tekortschieten voor wat wij werkelijk aan respect voelen maar zo blijft het nog een beetje leesbaar. En u kunt het nog eens nalezen, desnoods elke dag weer. 

Want vergeten gaat immers steeds beter.. 

Elke dag anders

Vroeger had je vaste dagen om wat te doen. Op maandag deed men de was, op dinsdag werd die was gestreken, op woensdag werd de kapotte kleding ‘versteld’ (voor de jeugdigen onder ons: versteld is een ander woord voor reparatie) en at men vaak een gehaktbal bij het eten, op donderdag was het ‘kuis’ dag (voor de jeugdigen onder ons: kuisen is schoonmaken), op vrijdag at men vis omdat enkele religieuzen ooit bedacht hadden dat er op die dag geen vlees gegeten mocht worden, de zaterdag was de dag om te klussen en werd het grind in de tuin of oprit aangeharkt en op zondag ging met naar de kerk.

En op maandag begon voorgaande riedel helemaal weer van voren af aan!

Hier krijg ik dus jeuk van. Ik hou niet van dit soort ritmes. Daarom zul je mij nooit horen zeggen dat vroeger alles beter was. Want vroeger was alles niet beter, vroeger is geweest en zal nooit meer terugkomen. Net als deze dag die ook weer voorbij gaat. Net zoals Koningsdag ook weer voorbij is. Die dag was vroeger wel beter want het werd altijd gevierd op 30 april, Koninginnedag. Toen was het negen van de tien keer wél mooi weer. Koningin Beatrix dwong dat kennelijk af, ze had, heb ik van horen zeggen, een direct lijntje met ‘boven’. Haar zoon nam op een gegeven moment de tent over en omdat hij ook niet van repeterende dagen hield besloot hij zijn verjaardag gewoon op zijn eigen verjaardag te vieren.

Met slecht weer als straf…

Vrijdag slingerde het Rode Kruis zelfs het bericht de wereld in dat de Koningsdag-vierders op moesten passen op onderkoeling! Ja, echt waar, de betutteling ten top en de krant van Wakker Nederland die niks moet weten van regeltjes, deelde graag dit bericht.

En alle landen om ons heen lachten besmuikt in hun vuistje, die gekke Hollanders toch…

Herinneringen aan vroeger zijn natuurlijk wel altijd leuk om zo nu en dan even terug te halen. Absoluut. Maar de wereld draait wel door en stilstand is achteruitgang. Hier bij mij thuis leven we dan ook van dag tot dag. Hier geen ‘maandag wasdag’. Hier hangen mijn onderbroeken nooit op dezelfde dag aan het wasrek in de tuin. Nee, die kunnen op elke dag van de week wel een keer gespot worden in onze tuin. En weet je hoe mijn vrouw die onderbroeken checkt of ze droog zijn?

Dan grijpt ze even met haar hand in het kruis!

Onderhands! Meestal doet ze dat in de loop, als ze even achter huis moet zijn. En als ze nog wat vochtig zijn dan blijft het slechts bij kruisgrijpen en loopt ze gewoon door. En nee, het is niet op zijn Trump’s. Ze doet het op haar eigen manier; vluchtig maar wel elegant. Zij wast dus wanneer het uitkomt. Gewoon omdat dat kan. Heerlijk. Geen dag is hier hetzelfde. Geen sleur achter onze deur.

Nu hoor ik je al denken: Waarom doet zij de was? Waarom doe jij dat niet? Je houdt niet van vaste dagen maar wel van vaste patronen? Ze strijkt ook zeker alles zelf? Ben je zo ouderwets ingesteld? Ze vult zeker ook elke dag je broodtrommeltje? En als het beleg je niet zint geef jij haar zeker commentaar?

Ruuuustiggg!

Zij doet inderdaad de was. Niet omdat ik het niet wil of dat ik het niet kan. Ik weet heus wel het verschil tussen de bonte en de witte was en dat bepaalde kledingstukken niet te heet gewassen mogen worden. En dat sommige kledingstukken niet in de droger mogen. En nog iets, ik kan ook strijken. Dat heeft zij mij enkele jaren terug geleerd. Via Skype, omdat zij in Winschoten woonde en ik nog in Den Haag. Ik ging dan met de strijkplank voor de camera van de computer staan en dan gaf zij aanwijzingen. Ze was het alleen niet eens met de randverschijnselen die via haar beeldscherm tot haar kwamen, randverschijnselen die ikzelf had bedacht om het strijken enigszins wat op te leuken. Want links, op het uiterste puntje van de strijkplank stond een glas whisky en helemaal rechts een asbak met een brandende peuk. Zo kon ik mijn verslavingen combineren met dit gezellige, huiselijke tafereeltje.

Als het had gekund had ze mij zó door het scherm getrokken!

Maar ik kan het allemaal. Alleen ik mag het niet doen van haar! Terwijl zij eigenlijk precies hetzelfde doet als ik maar nét even anders. Het zal ‘het gevoel’ wel zijn. Vrouwen doen graag aan gevoel. Ik denk enkel: zou gauw mogelijk die was wegwerken! Nou, ‘even’ is er echt niet bij. Bij de wasmachine staat een enorme verzameling aan middeltjes en geurtjes die de was schoon, zacht en lekker moeten maken. Toen ik nog op mezelf woonde stonden er slechts drie flessen, voor de witte was, de bonte was en de verzachter. 

Hou het simpel.

Maar mijn kennis is haar te min. Haar kennis van het wassen daarentegen is internationaal bekend. Onze gezamenlijke zonen bellen regelmatig voor adviezen wanneer zij aan het wassen geslagen zijn. Ja, de jongens zijn hartstikke modern bezig en wassen, strijken en koken erop los. Dat komt natuurlijk omdat de vrouwen in hun leven van dezelfde generatie zijn en zij weten niet beter dat zowel de man als de vrouw de was doet.

Want die generatie doet absoluut niet aan vaste patronen.

Dat hebben ze weer van ons geleerd en dat doet mij deugd. Zoals wij de vaste patronen van onze ouders verafschuwden, verafschuwen onze nazaten weer de onze en doen ze het op hun manier. Maar toch zei mijn oudste zoon laatst tegen mij dat hij het opvoeden heel anders zal gaan doen, ondanks dat ik best wel streng was (maar wel rechtvaardig) en zo nu en dan lijnrecht tegenover hem stond.

“Ik ga heel streng zijn!” zei hij.

Prima. Veel succes. Ik zie dat kleine grut wel tegemoet als ik moet oppassen. En dan vertel ik ze wel hoe wij het deden en hoe hun vaders daar destijds op reageerden.

En vervolgens ga ik ze alles leren wat hun ouders eigenlijk niet willen!

 

 

 

Andere sferen

Mijn vrouw en ik zijn inmiddels wel uitgepraat. Alles wat er gezegd moest worden is wel gezegd of opgeschreven en mochten er dingen zijn die toch besproken moeten worden dan doen we dat modern door elkaar effe een WhatsAppje te sturen. Een enkele keer communiceren we via de analoge weg, dan maken we gebruik van die oh zo handige, leuke en gezellig gekleurde memoblaadjes naast de koelkast om bijvoorbeeld een belangrijke boodschap op te schrijven.

Heel handig, vooral wanneer je dat briefje vergeet mee te nemen….

Gelukkig is dat dan weer digitaal op te lossen door een foto van het boodschappenbriefje te maken en deze door te Appen naar diegene die op dat moment verloren rondloopt in de supermarkt. Dat is natuurlijk ook een vorm van communiceren zonder te praten. Want alles is immers al gezegd, we kennen elkaar door en door en weten wanneer er wat gezegd of gezwegen moet worden. Dat zwijgen is voornamelijk mijn ‘ding’. De ene keer bewust, de andere keer gaat dat vanzelf.

Zoals enkele weken geleden, toen ze aan de eettafel bezig was met een zogenaamd ‘Moodboard’.

Daar had ik nog nooit van gehoord maar na het zien van mijn verbaasde blik vertelde ze mij dat het eigenlijk een vorm van communicatie was. Want ze plakte met Velpon de door haar uitgeknipte plaatjes van interieurs en de daarbij behorende ‘accessoires en details’ die ze gevonden had in de Libelle en interieurmagazines, op het bord. “En als het klaar is moet jij hem daar ophangen!” zei ze enthousiast en wees naar het kale muurtje nabij de keuken. Zonder mijn reactie af te wachten ging ze verder: “Leuk hè! Dan kan jij en iedereen die hier over de vloer komt zien hoe ik het hier ingericht wil hebben. Zó gezellig!”

Zwijgend liep ik de trap op naar mijn schrijfkamertje, drukte de computer aan en Googelde het woord Moodboard.

‘Een Moodboard is een sfeerbord. De bedoeling van een sfeerbord is om een sfeer te uiten’.
Het stond er echt! Maar goed, ondanks dat we niet meer praten heerst er een prima sfeertje in ons huis. Tenminste, tot vorige week. Want sindsdien is de sfeer in huis eerder sfeerloos dan gezellig. De reden van deze ommekeer is het feit dat de vrouw des huizes bedacht had om wat huiselijke relikwieën, zoals enkele vazen en lampen, op marktplaats te zetten.

Oh ja, en een roze beeld, van een lam op ware grootte welke ze autistisch schaap blijft noemen.

Ik ben gestopt met haar daarin te verbeteren. Maar dat heeft ook te maken met het feit waar ik dit stukje mee begon, dat we uitgepraat zijn. Wat rest is slechts de berusting. Want ze is in bepaalde opzichten behoorlijk halsstarrig en daar moet ik telkens op anticiperen. Om nog maar even een voorbeeld te geven van haar halsstarrigheid, ze vertikt het telkens weer om een bakje onder de koffiemachine te zetten. Dat bakje heb ik ooit bedacht omdat deze (koffiebonen) machine ingesteld staat op een uurtje stand-by. Daarna zet de machine zichzelf uit en spoelt de leidingen nog even schoon. En dat spoelwater wordt dan opgevangen met dat bakje.

Dan wordt het oorspronkelijke lekbakje van het apparaat namelijk niet vuil.

Ja, je leest het goed, het oorspronkelijke, geïntegreerde lekbakje mag niet vies worden. Want het oorspronkelijke lekbakje is veel lastiger om schoon te maken en je hebt het niet direct door wanneer het te vol raakt waarna een overstroming kan ontstaan die nóg lastiger is om schoon te maken.

Wij mannen zijn nu eenmaal praktisch maar zij vertikt het om dat toe te geven.

Maar de sfeer is uit het huis want ze heeft alles verkocht. Inclusief het roze lam. Dat lam staat nu ergens op een vensterbank van een boerderij in Heiligerlee, een prima plek voor een lam mag ik wel zeggen. Wij hebben nu alleen nog maar een plafonnière maar die geeft zoveel licht dat de hele wijk vol in het licht komt te staan dus we doen dat alleen in noodgevallen. Met andere woorden, we doen nu, nadat de duisternis ingevallen is, alles op de tast. Dat is best wel geinig en ook best wel lekker maar ook hier zijn grenzen aan verbonden.

Want het is niet elke dag feest!

Daarom moest ik wat verzinnen en tijdens het lezen van de krant zag ik toch ineens weer een lichtpuntje.
Een artikel over een workshop, ‘Telepathie met je hond.’
‘Telepathie is het vermogen tot rechtstreekse overdracht van gedachten en gevoelens en van informatie op afstand zonder gebruik van taal of technische hulpmiddelen’, lees ik verder in het artikel.

Mijn interesse was gewekt en even later zat ik op de website van de bedenkers te koekeloeren. Het kwam erop neer dat je hele gesprekken kon voeren met je hond zonder te spreken of te blaffen! Aan het einde van de workshop, na een gezamenlijke stiltewandeling in de bossen, zo las ik, weet je alles van je hond en ervaar je jezelf rijk door ‘een schat aan informatie’ die je van je lieveling te horen krijgt.

Het moet niet gekker worden!

Wat zou zo’n hond dan allemaal te vertellen hebben vraag ik mij dan af. En zou de hond willen dat je weet wat hij uitgevreten heeft toen jij aan het werk was of wat hij met dat teefje heeft uitgespookt in de bosjes van de uitlaatplek? Of misschien zegt hij wel dat het eten wat je elke dag trouw voorzet eigenlijk niet te vreten is? Of je krijgt te horen dat hij het absoluut hond onwaardig vindt dat hij een jasje aan moet omdat jij denkt dat het te koud is buiten?

Want dan kom je mooi van een koude kermis thuis!

Afijn, ik heb geen hond maar dit soort geneuzel heeft mij wel aan het denken gezet om iets met telepathie te gaan doen. Want als ik die telepathie onder de knie krijg kan ik zonder te praten én in het donker toch contact maken met mijn geliefde.

En misschien komen we daardoor wel weer in hogere sferen.

Kloven

Nadat de eerste verkiezingsuitslagen binnen gedruppeld waren voelde ik een unheimlich gevoel op mij neer dalen. Een gevoel welke ik de laatste jaren steeds vaker voelde want wat is er toch met ons landje aan de hand? Waar is het gezonde en nuchtere verstand gebleven waar wij Hollanders toch om bekend stonden? Want we zien steeds vaker kloven ontstaan tussen de bevolking, kloven die onze verbondenheid, we zijn immers allemaal mens, doen splijten en tegen elkaar opzetten.

Er is nu zelfs sprake van een orgasmekloof!

Haak nu niet af en laat je haakwerk toch nog even liggen want we moeten hier even over praten. Even serieus elkaars intimiteiten delen om alle negatieve obstakels weg te nemen en blokkades te elimineren. De enige manier om je los te maken van vastgeroeste levensstijlen. En goddank, we kúnnen en mogen er in deze roerige tijden ook over praten dankzij de vele vrije geesten die ons in het verleden de weg daarin gewezen hebben.

De orgasmekloof dus.

Het is de kloof tussen man en vrouw. Het is het verschil in salaris tussen man en vrouw. Het is het verschil van denken tussen man en vrouw. Het is het verschil tussen een overhemd en een blouse. De vrouw schiet namelijk ontzettend tekort in haar orgasmes terwijl de man zich een ongeluk kan orgasmeren, een nieuw woord voor meerdere orgasmes, te vergelijken met consumeren maar dan anders natuurlijk want je gaat niet even lekker orgasmeren in de winkelstraat.

Het gaat hier over de hetero-vrouw!

Want de dames die de liefde delen met hun gelijken hebben geen problemen op dit gebied. Voor hen is het ‘bekend terrein’, die weten alle wegen en zijweggetjes heel makkelijk te bewandelen.  Zonder gebruik van een navigatiesysteem! Mannen hebben daar meer moeite mee en schakelen daarom een navigatiesysteem in.

Daarom heet zo’n systeem ook een Tom-Tom en niet een Wendy-Wendy. 

De jeugd heeft over het algemeen geen last van een orgasmekloof blijkt uit het onderzoek. Die hebben goed opgelet en van onze seksuele sores allang geleerd hoe het wél moet. Daar hebben ze vast op school les in gehad door leraren met vrije geesten. Ik vind dat mooi want het scheelt deze jongeren een hoop gelazer in de toekomst wanneer ze in een relatie zitten. Daarom is het te hopen dat er niet een of andere politieke partij hiervoor een online kliklijn voor gaat openen want dan begint alle ellende weer opnieuw.

Dan hebben we de Barbie’s en de Ken’s weer aan het dansen.

De jeugd is daarom ook gelukkiger dan de ouderen onder ons, verteld het onderzoek verder.  Gelukkig maar want de jeugd heeft de toekomst. Ja, ik spring nu ineens over op een ander onderzoek welke van de week geopenbaard werd, een onderzoek naar hoe gelukkig wij Nederlanders zijn. En wat bleek? Wij Nederlanders zijn weer een treetje gestegen op de geluks-ladder en staan nu op de vijfde plaats van de 156 deelnemende landen!

Met stip!

Oké, je kan nog wat sikkeneurig worden van het feit dat het niet om een podiumplaats gaat maar ik was er behoorlijk van onder de indruk. En je hebt ook écht een punt als je even de Groninger kinderen aanhaalt in het verhaal want die zijn bang, bang voor aardbevingen en bang dat hun ouders aan al die ellende onderdoor gaan. Je moet wel super egoïstisch zijn als je dan nog durft te zeggen dat de Groningse gasbel helemaal leeggezogen moet worden! Dan ontneem je het geluk van die kinderen om op te groeien zoals kinderen horen op te groeien:

Zonder angst!

Maar hoe kan het toch dat het gevoel anders is, het gevoel dat er een tweedeling in ons landje aan het ontstaan is? En waarom is iedereen dan zo ontevreden en zo agressief naar elkaar? Komt dat doordat elke mening tegenwoordig ook direct weer de opstanding van een nieuwe politieke partij is? Nederland telt ruim 17 miljoen inwoners en 28 politieke partijen plus nog wat rondfladderende mannetjes en vrouwtjes die ook volgelingen zoeken voor hun politieke ideeën of tekortkomingen.

Bijvoorbeeld de POV, de Partij voor de Orgasme-arme Vrouw?

Deze partij zal zich dan gaan inzetten om de luie man een schop onder zijn kont te geven. Hij moet niet meewerken aan een ‘liefdes-baby’ als hij zijn tweede relatie aangaat, nee, ze moeten later kunnen zeggen dat het eigenlijk een ongelukje was na een wilde nacht in de duinen of nadat ze de nieuwe Ikea eettafel eens flink getest hadden! Hij moet niet vertrouwen op een Tom-Tom maar op zijn eigen navigatiemiddelen! Moeder de vrouw zal dan ’s morgens met een verliefde doch vermoeide blik in haar dankbare ogen zijn ontbijt gaan maken, met gebakken eieren en uitgebakken spek omdat het potverdorie haar een enorm lentegevoel geeft weer eens echt de liefde genoten te hebben!

Sodemieter op met je liefdesbaby’s, wees een echte kerel!

Volgens het geluks- onderzoek lijden we aan ‘cultuurpessimisme’. Cultuurpessimisme oftewel in het Latijns ‘mentem omnia in deterius culturae’, betekent dat wij dingen liever negatief zien dan positief. Dat is onze honger naar het eeuwige klagen, om maar even een onderdeeltje te noemen van de Nederlandse identiteit. Het glas (ja ja, daar komt ie weer) is half leeg in plaats van half vol. We spelen liever de rol van het slachtoffer dan van de held.

Toch is er volgens het Centraal Planbureau voor de Statistiek een nuance te benoemen.  Want als je al die mensen met verschillende meningen bij elkaar brengt en je laat ze met elkaar spreken, dan blijken ze toch meer overeenkomsten te hebben dan ze van tevoren dachten. En zien ze dat het allemaal wel meevalt. En er hoeft maar eentje op te staan die ineens niet een grote muil opzet maar iets aardigs zegt over zijn of haar tegenstander. Daar kan geen agressie tegenop, daarmee snoer je de kwaadsprekerij en duw je de boosheid de hoek in. 

“Blijf jij maar even in de hoek staan en als je afgekoeld bent mag je weer meedoen!” 

Ja, samenleven is best moeilijk en de sociale media en al die nieuwsbrengers doen hun best om onze schermpjes te vullen. Maar soms schieten ze door en worden de kloven alleen maar groter en dan is het maar net aan welke kant je staat van de kloof en of je de loopbrug nog wel kan zien. Of die mooie fietsbrug die hier in Winschoten ons straks zal verbinden met het Oldambtmeer en omstreken.  

De Pieter Smitbrug om precies te zijn, genoemd naar een fantastische burgemeester die ook niet van kloven hield.  

Carpe diem!  

Doe eens lief

“Doe eens lief..” zei mijn vrouw tegen mij, nadat ik flink op haar zat te mopperen omdat ik voor de zoveelste keer gestuit was op een enorme irritatie. Ze keek mij aan met haar meest lieve blik; kopje ietsjes schuin en grote, smekende ogen. Net als puppy’s altijd zo koddig kunnen doen, hunkerend naar een extra (honden) koekje of ter verontschuldiging omdat ze weer wat kapot gevreten hebben… Maar zij is geen puppy en ik moet mij gewoon kunnen irriteren in mijn relatie!

Dus ging ik door.

Dat recht heb ik. Daar heb ik voor getekend toen we ter gemeentehuis ons verbonden. Dat staat in de kleine lettertjes, ergens halverwege het contract op bladzijde 183. Stel dat ik niet de ruimte heb om mij te irriteren dan is de kans op ontploffingsgevaar aanwezig. Dan is de kans groot dat ik mijn ergernissen op anderen ga botvieren. Dan ga ik bijvoorbeeld lekker negatief reageren op Facebookberichtjes, lekker schelden en grove opmerkingen maken om de ander zo hard als mogelijk te raken. Of heel hard lachen om filmpjes waarin te zien is dat iemand in elkaar geschopt wordt. Of ik ga heel hard met de auto rijden op de linker rijbaan rijden en dan ga ik vlak achter zo’n treuzelaar rijden die niet harder wil dan 130. En in de bebouwde kom stop ik niet voor voetgangers en fietsers, nee, dan lach ik ze lekker uit omdat ze dom door de regen moeten, de sukkels. En als ze mij dan boos aankijken dan stop ik en stap ik uit om ze effe flink uit te schelden.

Wie denken ze wel dat ze zijn!

Daarom is het beter om het lekker dicht bij huis te houden. Niets is lekkerder dan je irriteren aan je partner en het is, nogmaals, ook fijner voor de buitenwereld. Dat scheelt een hoop onrust in de samenleving. En er hoeven geen campagnes meer gevoerd te worden om elkaar er nog maar eens op te wijzen dat we allemaal een onderdeel zijn in die samenleving, dat we echt van elkaar afhankelijk zijn.

“Doe eens lief zeg!”

Ze keek mij nu iets minder gezellig aan dan even daarvoor. Dit was de blik ‘mijn geduld is nu op’ en voor mij het sein dat Code Oranje was ingezet door de autoriteiten. Met andere woorden, op mijn tellen passen! Toch nam ik de gok om het recht in eigen hand te nemen, op zijn Urks zeg maar alleen dan zonder fysiek geweld: “Ja, maar dat ding ligt altijd in de weg en daarbij is het zogenaamde gemak van dat ding hoofdzakelijk ongemak!”

“Waar heb je het over?”

Haar gezicht stond nu gelijk aan het weer van de laatste weken: regen, hoosbuien en heel veel wind. Onstuimig zeg maar. Want dat is haar irritatie aan mij! Dat ik soms onduidelijk ben. En vaak afwezig,  wel fysiek aanwezig maar mentaal totaal ergens anders. Ik vind dat wel meevallen, je moet soms gewoon geduld hebben in een relatie anders komt er teveel druk op de ketel. Dat is bij ons terug te vinden in de bijlage van ons contract, aanhangsel 22D. En in aanhangsel 38F bijvoorbeeld staat dat zij het recht heeft kaarsjes te branden, onder het kopje ‘gezelligheid in huis brengen’.  En daar maakt ze ook grif gebruik van. En in aanhangsel 38G staat dat ik ze uit mag blazen wanneer het bedtijd is.

Geloof het of niet, maar ik ben soms wel twintig minuten bezig met die brand- en sluitronde!

“Ik heb het over dat mandje. Je weet wel, die mand die je ooit kreeg in je kerstpakket.” Haar gezicht klaarde ineens op want dat was haar, hoe zeggen ze dat tegenwoordig, haar ‘lievelings’. Ooit gekregen van haar baas, gevuld met crackers, paté, kaarsjes en een fles wijn. Maar bij mij stond die mand al gauw in de irritatie top 5. Vanaf de eerste dag kreeg ik ruzie met dat ding omdat het mandje in elkaar geklapt kon worden. Goed bedacht, maar het werkte niet en hij veerde altijd weer direct terug in zijn oorspronkelijke vorm waardoor de mand steeds niet zo wilde liggen als mijn bedoeling was.

Dag in, dag uit!

Zoals gisteravond, toen ik een bureaustoel op moest halen bij mijn schoonvader. Neem mijn auto maar had mijn vrouw gezegd. Door mijn timmermansoog zag ik dat de stoel precies door de deuropening van haar auto op de achterbank kon maar halverwege bleef hij ergens achter hangen waardoor ik niet door kon duwen. Uiteraard gaf ik niet op maar toen ik bijna door mijn rug ging bleek, na inspectie met de zaklamp op mijn gsm, dat de boosdoener bestond uit een dwarsliggende mand. Of zoals mijn vrouw steeds zegt, die handige mand. Nu werd ik tot waanzin gedreven en na een stevig gevecht tussen man en mand moest de mand toch het onderspit delven en verdween hij in de grijze container van mijn schoonvader. Nee, de mand haalde zelfs de recycling container niet meer!

Na haar dit verteld te hebben verdween eigenlijk direct mijn irritatie, ik voelde het zó uit mijn lijf stromen en een serene rust kwam tot mij.

Maar nu sloeg het weer om. Donkere wolken vormden zich boven Huize Veldmuis. Want het drong nu tot haar door dat het mandje niet meer een onderdeel van ons leven was. Ik had de mand al eens eerder in de container gemieterd nadat ik erover gestruikeld was maar toen heeft zij hem er direct weer uitgehaald en kreeg ik een mand vol met verwensingen over mij heen… Haar mandje, waar ze zo aan gehecht was, lag nu enkele kilometers verderop in een donkere, grijze container, te wachten op de grote grauwe vuilniswagen die het mandje met huid en haar zal op eten. Het mandje zal nooit meer parmantig aan haar linker arm hangen tijdens het boodschappen doen en slechts de herinnering zal nog meegedragen worden, herinneringen aan een mand waarin ooit, op een mooie decemberdag,  crackers, paté, kaarsjes en wijn in gezeten hebben….

“Doe eens lief!!!!!!!”

Gilde ik nu naar mijn vrouw. “Het is maar een mandje! En we hebben nog genoeg boodschappentassen, van de AH en van de Jumbo.” Mijn redding was het feit dat de eettafel tussen ons in stond waardoor het mij lukte om op haar in te blijven praten: “En wie weet krijg je dit jaar wel weer een nieuwe kerstmand van je baas! Weet je wat, ik doe wel een oproep op Marktplaats, voor een nieuwe mand!”

Het bleef nog lang onrustig….

 

 

 

Getuige

Het mooie van bijzondere momenten in je leven is dat ze je altijd bijblijven, dat je er geen moeite voor hoeft te doen om ze te onthouden. Ze worden dan opgeslagen in een speciaal kamertje in je hoofd, goed beveiligd en aan alle kanten ingedekt zodat de tijd des levens er niet mee aan de haal gaat. Soms gaan die momenten wel een eigen leven leiden, dan worden ze nóg mooier dan ze waren en zal de werkelijkheid wel iets aangedaan worden maar in de basis blijft het hangen zoals je het ooit beleefd hebt. Vaak gaat het om verrassende gebeurtenissen waarvan je in bepaalde sferen raakt, geraakt door het bijzondere, geraakt door het besef dat je er bij mocht of mag zijn.

En dan wil je het delen, zo vaak als mogelijk en zolang anderen het willen horen.

Eerst was er nog de twijfel. Moet ik dit bijzondere moment wel delen? Zit men wel te wachten op iets  waarvan ik deze week bijzonder opgewonden van geworden ben en waarvan ik volgens mijn vrouw heel raar van ging doen? Vast, maar ik was niet de enige en daarom deel ik het dan toch.

Om het gevoel nog even lekker vast te houden!

Mijn eerste, vergelijkbare moment, welke in mijn geheugenkamertje ‘dat blijft je leven lang bij’ al jaren verborgen zit, is de maanlanding in de nacht van 20 juli op 21 juli 1969. Slechts vijf jaar was ik nog maar. Waarschijnlijk kwam het door de entourage; met ons gezin, midden in de nacht voor de buis en onder de indruk van mijn ouders omdat zij weer onder de indruk waren van wat er via de (zwart-wit) televisie hen getoond werd.

Op 7 juli 1974 was ik getuige van de finale van het wereldkampioenschap voetballen in Duitsland. Een gevoelig onderwerp maar het moet nu even aangehaald worden, Nederland-Duitsland. Eindstand 1-2. Opnieuw was er een trauma geboren die haar weerga niet kende bij de liefhebbers van voetbal.

Later dat jaar, om precies te zijn 29 oktober 1974, werd ik ‘s nachts mijn bed uitgehaald om te kijken naar de bokswedstrijd Mohamed Ali versus George Foreman. Zaterdag 11 juni 1977, ik zat inmiddels in een naderende puberteit, werd ik ‘s morgens om vijf uur uit bed gehaald door een opgewonden vader: “Ze zijn de trein bij De Punt aan het aanvallen!” en enkele seconden later zaten we weer met de hele familie voor de televisie met grote ogen te kijken naar overvliegende straaljagers en schietpartijen om de gegijzelden te bevrijden na een wekenlange kaping. Ook dit maakte een onuitwisbare indruk voor alle betrokkenen…

Op 29 mei 1985 ging ik met mijn vader voor de televisie zitten om te kijken naar de finale van de Europacup 1 (Tegenwoordig Champions League) in het Heizelstadion te Brussel, tussen Liverpool en Juventus. De gordijnen gingen dicht tegen het voorjaarslicht en het wachten was op het fluitsignaal. Het liep anders, de beelden van geweld en paniek die tot ons kwamen waren onwerkelijk en verslagen keken wij toe, verslagen omdat wat wij zagen niet te beschrijven was en waar wij en niemand op deze wereld voorbereid waren.

Het voetbalspelletje was ineens niet meer zo leuk…

Het klaarde wat voetbal betreft enkele jaren later weer op, om precies te zijn op 25 juni 1988. Toen werd Oranje Europees Kampioen na een 2-0 zege op Rusland dankzij Ruud Gullit en de wereldgoal van Marco van Basten. Heel Nederland werd stapelgek en heel Nederland kleurde oranje.

Voorgaande gevoelens zullen velen onder ons ook meedragen, zich blijven herinneren omdat het gebeurtenissen die het zogenaamde collectieve geheugen vormen. Daar waren wij allemaal getuige van, van historische waarde.

Afgelopen dinsdag werd ik weer blij verrast. Dinsdag 5 maart 2019! De voetbalwedstrijd Real Madrid- Ajax stond op het programma. Oftewel, David tegen Goliath. Oftewel Klein Duimpje tegen de Reus. Oftewel 90 miljoen tegen 580 miljoen eurootjes. Ajax had thuis verloren met 1-2 maar dat was niet direct een reden om geen geloof in de return te hebben. Ajax had immers vele kansen gehad om te scoren maar Real hoefde maar twee kansen te krijgen om ze te benutten en dat deden ze dan ook.

Toch wil ik hier wijlen Johan Cruijff even memoreren: “Je speelt altijd met elf tegen elf. En een zak met geld kan niet scoren!”

Ik moest de volgende dag wel om 5 uur mijn bed uit maar een bepaalde kracht wist mij te overtuigen dat ik toch moest gaan kijken. Een spanning nam plaats in mijn lichaam en ik begon er van te hoesten en daarom besloot ik wat medicatie voor de keel te nemen, een glaasje Schylger Juttersbitter. Mijn vrouw keek vanaf haar troon even op want ze weet dat ik een matige drinker ben en half negen in de avond was best wel vroeg, dat was ze niet gewend van mij. We hadden afgesproken dat zij, als de wedstrijd zou beginnen, naar boven zal gaan om daar vanuit haar bed wat anders op televisie te gaan kijken.

Dat noemen ze ruimte geven in een relatie, zij noemt het liefde uit zelfbehoud.

En daarbij gezegd, ik ben geen fanatiek kijker van voetbal, kan mijn tijd wel beter gebruiken. Maar deze keer dus niet. Deze keer was het anders. Ik had al een filmpje gezien op het internet waar ik zag hoe de meegereisde fans van Ajax een geweldig feestje aan het bouwen waren op het Puerta del Sol, voor mij werd na het gezien te hebben het Plein van de Hemelse Vrede. Want wat was dit mooi! Er werd niks gesloopt, enkel gezongen en gedanst, prachtig!

Direct na het fluitsignaal ging het al bijna mis en kreeg mijn ‘flow’ gevoel een klein krasje te verwerken; de kopbal van Varane op de kruising. Maar daarna nam Ajax het over en hoe! En dat resulteerde in de 7e minuut al in een doelpunt van Ziyech waarna ik even heel erg begon te schreeuwen. Mijn vrouw was nog beneden en zij schrok zo dat ze bijna haar thee omgooide.

Gelukkig accepteerde ze mijn excuses voor deze uitbarsting.

Ruim tien minuten later sprong ik van de bank nadat Neres na een onnavolgbare actie van Tadic de bal voor de 2e keer achter de keeper wist te wippen. Nu was het oermens in mij los en gooide ik alle chroom van mij af en schreeuwde allerlei krachttermen richting TV, met gebalde vuisten richting de wereld boven ons.

Real moest wisselen door blessures en Garteh Bale kwam erin, een voetballer die net zoveel verdiend als de gehele Ajax selectie… Hij stond niet voor niets reserve bleek later, het enige wat goed zat bij hem was zijn haar…in een knotje, hoe leuk!

De 2e helft begon weer in het voordeel van Real maar Ajax nam het uiteindelijk weer over en Tadic maakte een wereldgoal nadat Mazraoui de bal wel in het veld hield. Daar dachten de Spanjaarden anders over maar de VAR gaf Ajax het voordeel. Terecht 0-3!

Telefoon! Mijn vrouw, nog steeds beneden omdat ze helemaal beduusd was om mijn reacties op de wedstrijd en deze kant van haar mannetje nog niet eerder gezien had, keek mij verbaasd aan wie er op dit uur mij nog belde. Het was mijn vader, die zat ook te kijken en was ook helemaal verrukt en blij. Dat wilde hij even delen.

“En,” zei hij, “ik ga straks mijzelf straks trakteren op een heerlijke whisky, dat hebben we wel verdiend!”

Dan was er toch weer Real die de 1-3 maakte. Er was nog genoeg tijd en even trok er bij mij een bui over. Tot die vrije trap. Uit die best wel onmogelijke hoek nam Lasse Schone deze vrije trap en man oh man, nu sprong ik haast door het plafond en schreeuwde dat dit de mooiste avond van mijn leven was. De bal ging met een boog de 16 meter in, zo over keeper Courtois heen en naadloos in de kruising.

1-4. Het lijkt wel een rugnummer!

Er gebeurde daarna nog van alles maar ‘we’ wisten het zeker, Ajax zou doorgaan en Real was klaar met de Champigons League. “Dit is fantastisch!” riep ik mijn vrouw toe toen het eindsignaal geklonken had, “dit is geschiedenis, dit overtreft alles! Je bent getuige van een unieke gebeurtenis! Eens in de 20 jaar maak je dit mee. Het is net als de fans van Feyenoord gevoeld moeten hebben toen ze na een jaartje of 20 weer eens kampioen werden. Zo wint Ajax eens in de 20 jaar van dit soort clubs, denk maar aan 1995 toen ‘we’ van AC Milan wonnen!”

Met open mond keek ze mij aan, zoveel flauwekul had ze nog nooit gehoord. Maar ja, vrouwen hè, die hebben andere liefhebberijen waardoor ze gauw over ging op de orde van dag. Ze vroeg aan me of ik ook nu naar bed ging want ze wist wel dat voor- en nabesprekingen van wedstrijden niet aan mij besteed waren.

“Ga jij alvast maar,” zei ik tegen mijn vrouw, ik wil alles nog zien, zelfs als ik er tien reclameblokken voor door moet ploegen.” En opnieuw begon ik met superlatieven te strooien waarna ze gauw naar boven snelde, mij alleen latend in mijn geluk.

De volgende dag werkte ik met allemaal Ajax liefhebbers en van de acht uren die we gewerkt hebben, hebben we acht uren de wedstrijd keer op keer besproken…

Dit getuige verslag moest ik even kwijt. Fijn weekend allemaal enneuh…voor de liefhebbers, zondag speelt Ajax weer tegen Fortuna Sittard.

 

Huishoudelijke mededelingen

Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt nadat ik op de TV het woord ‘piemelrietjes’ voorbij hoorde komen. Ik heb geen idee meer in welke context maar Google is almachtig en je bent nooit te oud om te leren. Dat digitaal opzoeken was in dit geval ideaal. Want ik hoefde er niet voor naar de Bieb, om schoorvoetend aan een van de medewerkers te vragen of er boeken zijn of informatie te vinden is over piemelrietjes. Ik had heus wel een vermoeden, dat is man’s ‘dirty mind’, maar dacht er direct achteraan dat het natuurlijk niet echt was, dat het gewoon een Van Kooten & de Bie woordspeling was uit een ver verleden.

Of een achtergebleven restje van de seksuele revolutie van de jaren ’60.

Na het woord ‘piemelrietjes’ ingetikt te hebben kreeg ik maar liefst negen pagina’s met voltreffers voor mijn neus, waarna mijn aandacht direct getrokken werd door één ‘hit’ die ik even niet verwacht had. Want waar denk je waar ik naar verwezen werd?

Naar de Huishoudbeurs!

Even was ik van slag, want wat hebben piemelrietjes met de Huishoudbeurs te maken. De Huishoudbeurs, ooit halverwege de jaren ’50 bedacht om huisvrouwen kennis te laten maken met het vak huishouding en alle zaken daaromheen. Dat was nog de tijd dat de meisjes naar de Huishoudschool gingen om daar bijvoorbeeld te leren koken. Daarom roepen kinderen van nu altijd nog dat Oma altijd zo lekker kookt! Deze beurs stamt nog uit de tijd dat alles anders ging. Dat was de tijd dat de mannen nog 60 tot 80 uur per week maakten, dat ze hele gesmeerde broden met worst en kaas meenamen naar hun werk omdat ze dat nodig hadden om zware arbeid te kunnen verrichten.

Toen was er nog geen sprake van overvloedige obesitas.

Dat was de tijd dat de man het hoofd van het gezin was en de vrouw de motor van het gezin. Dat was de tijd … euh…die sommige mannen nu eigenlijk wel weer terug willen. Die willen weer terug naar vroeger want toen was alles beter.

Nou, niet beter, hooguit wat minder gecompliceerder zou ik zeggen.

En dan heb ik het niet alleen over die ‘moeder’s kindjes’ zoals Carla en Frank van Putten altijd zo briljant uitbeelden (tik maar in op YouTube) maar over de angstige mannen, angstig om hun macht te verliezen. Sommige van dat soort mannen namen al het zekere voor het onzekere door een politieke partij op te richten. Om zich tegen de opkomst van de zelfstandige vrouw te verzetten. Om te bewerkstelligen dat de vrouw zich weer onderwerpt aan de klassieke leest, het huishouden.

De nostalgie in het pluche, terwijl regeren toch echt vooruitzien is!

Nu denk ik niet dat de moderne vrouw zich opnieuw een schort aan laat trekken. Sinds het gezin allang niet meer de hoeksteen van de samenleving is werken de meeste vrouwen en doppen ze hun eigen boontjes. Een inhaalslag die ze eigenlijk heel goed uitvoeren. En trouwens, in die keukens zie je steeds vaker dat de kerels het overnemen. De ene omdat hij het gewoon leuk vindt en de andere man omdat hij zo kan bijdragen aan het huishouden.  Oh ja, en dan is er nog de categorie man die het keukenschort om doet omdat hij gewoon lékker wil eten….

Zelfs mijn vader, een stoere bouwvakker van 84 lentes jong, heeft zich het koken aangeleerd en kookt nu de sterren van de hemel!

Complete gelijkheid is er nog niet maar we zijn op de goede weg. Maar wat hebben piemelrietjes nu te maken met de Huishoudbeurs? Die vraag zette mij er toe om toch maar op die google link van de Huishoudbeurs te klikken. En vervolgens op het programma.

Ik overdrijf als ik zeg dat wat ik las mij de broek deed afzakken maar de eerder hier genoemde seksuele revolutie uit de jaren ’60 is nog steeds bezig! Want ik dacht altijd, naïef als ik kan zijn, dat het een beurs was met daarop bedrijven die hun huishoudelijke producten aan de man … euh… aan de mens wilde brengen. Niets meer en niets minder.

Maar het programma liet iets heel anders zien.

Zo was er een plein en die noemden ze ‘Het plein der lusten’. Natuurlijk dacht ik eerst dat het over eten ging, over dingen we wel en niet lusten, maar na de beschrijving helemaal gelezen te hebben kwam ik toch op iets heel anders, ik citeer: “Hier leer je als vrouw weer je zintuigen scherp te zetten, hoe leuk het is om meer aandacht te besteden aan je partner en omgekeerd. Dit geeft nieuwe energie in de veilige omgeving van andere enthousiaste vrouwen.”

Mijn blozen deed mij gauw verder lezen, op zoek naar een zelf-parkerende auto, een magnetron die je commando’s kan geven of een lekkere kookworkshop waar je van af kon vallen.

Maar het hield niet op. Het volgende programmaonderdeel was de Toiletquiz met niemand minder dan de acteur Barry Atsma, een acteur die menig vrouwenhart op hol laat slaan. Hier kon je een jaar lang Eco sexy duurzaam toiletpapier winnen. Ja, ik moest dat zinnetje ook even teruglezen maar het stond er echt, Eco sexy toiletpapier! Opgewonden las ik verder en nu stuitte ik op een workshop Erotische Gedichten schrijven. En even verderop konden de dames leren haken onder de bezielende en wellicht erotische leiding van Bobbi Eeden, een pornoster!

‘Even rustig ademhalen…’ Het liedje van Acda en De Munnik schoot even door mijn hoofd.

Dit was revolutie! Dit was een huishoudbeurs in schaapskleren! Dit was Kamasutra, dit was Sodom en Gomorra! Hiermee vergeleken is de Libelle Zomer Week hooguit een uitbreiding van de Efteling! En het is natuurlijk begonnen toen ene meneer Christian Grey met zijn 50 tinten grijs op een andere manier aandacht besteedde aan de vrouw. Misschien is het daarom wel dat wij mannen achter het fornuis kruipen, schichtig om ons heen kijkend of we de partner nog wel goed genoeg behagen.

Was het dan allemaal erotisch georiënteerd?

Nee, er was ook nog genoeg te zien voor de minder opgewonden standjes, zoals een heus dierenplein met onder andere de workshop Kroelen met Konijnen, een modeshow, een TrimjeFit-met Wendy, een workshop lederen mini-tasjes maken, een workshop Wandhangers maken, een workshop Kleding opvouwen en opbergen, een babyhoek en nog veel en veel meer. Voor de man onbegrijpelijk, maar ik begrijp nu wel dat de vrouw gewoon geen tijd meer heeft voor het huishouden!

En oh ja, die piemelrietjes. Dat zijn rietjes in de vorm van een piemel, ik citeer uit de folder: ‘Leuk voor vrijgezellen-feestjes en Carnaval…’

 

 

 

 

Liefde maakt blind

Mannen zijn anders dan vrouwen! Dat zal niemand betwisten want vrouwen hebben andere fysieke kenmerken dan de man, kenmerken die ik hier echt niet hoef uit te leggen. Nee, ik heb het hier over het mentale verschil en daarover kun je blijven schrijven, dat is een onuitputtelijke bron met (dankbare) onderwerpen voor ons, de verwonderde en in mijn geval, verwarde man. Vanmorgen werd mij weer zo’n onderwerp in de schoot geworpen, het onderwerp ‘blind voor vrouwendingen’. 

Waarom zie ik het nooit?

Mijn partner in de liefde is gisteren geopereerd aan haar linkeroog. Aan staar. Ze halen dan de vertroebelde lens eruit en stoppen er een kunstlens voor terug. Met andere woorden, ze halen het originele onderdeel eruit en stoppen er een splinternieuwe onderdeeltje voor terug.

Dankzij de wetenschap!

Ze loopt hier nu rond in beperking, dat wil zeggen dat ze even bepaalde dingen die ze gewend is om te doen even niet mag doen. Die taak heb ik nu gekregen en aangezien ik gek ben op rollenspellen hebben we bedacht dat ik nu haar verpleegkundige ben. Madam zit gezellig zielig te Netflixen vanuit haar Haagse relaxstoel en ik zorg voor een natje en een droogje.

Zo ging het gisteren nadat ze, gelukkig, weer heelhuids thuis gekomen was.

De nacht had ze ook goed doorgebracht en het is mij gelukt haar niet een keer een elleboogstoot te geven na een onhandige draai in de echtelijke sponde. Nu zou dat geen gevolgen gehad hebben voor haar oog, hooguit een vloek, want ze moet een week lang slapen met een beschermkapje over haar oog.

Voor de goede orde, ik slaap met een tok!

Want wij zijn in bed best wel onstuimig, soms is het net apenkooien. En over apen gesproken, zoals een baby aap aan haar moeder hangt zo hangt mijn schatteke aan mij, de hele nacht door! Dat is waarschijnlijk ook de reden dat ik regelmatig midden op de dag instort op de bank, om zo wat slaap in te halen.

Die dutjes zijn dus eigenlijk gewoon uit onmacht.

Afijn, toen we vanmorgen wakker werden en we elkaar hadden gecheckt op blauwe plekken en dergelijke, begon zij hardop na te denken hoe ze haar haren zou gaan wassen want er mag geen water in het beruchte oog komen. Daar had ze al eerder hardop over nagedacht en ik ving iets op dat ik dan haar haren maar moest wassen. Nu ben ik een best wel moderne man maar haren wassen van een ander is voor mij wel even een ‘dingetje’. Of laat ik iets duidelijker zijn, haren wassen van een vrouw, dat is voor mij wel een ‘dingetje’. Daar heb ik geen ervaring mee. Dat komt wellicht doordat ik enkel drie jongens op de wereld gezet heb en geen meisjes. Op de een of andere manier is mij dat nooit gelukt. Toen die gasten klein waren heb ik hun haren heus wel een keer gewassen en sterker nog, ik waste ook de haren van de hond, maar de haren van een vrouw had ik nog nooit gedaan. Wel heb ik laatst de haren van mijn moeder op haar eigen verzoek geborsteld, dat was niet wassen maar qua gevoel kwam het aardig in de buurt.

Daarom dacht ik hardop tegen mijn geliefde dat ik nog wel iets zou bedenken, soms ben ik best wel inventief.

We gingen eerst ontbijten en ik had wat bedacht tijdens de nachtrust. Het kostte wat slaap maar het was een geniaal plan: “Ik haal zo even een badmuts en dan knip ik er een rondje uit. Die trek ik dan over je hoofd, dan onder je haargrens tot over je ogen. Dan zijn je ogen bedekt en kun je zelf je haren wassen!”

Trots op deze oplossing nam ik een hap van mijn koolhydraatrijk brood, nam een slok van mijn koffie en keek genoegzaam kauwend haar vragend aan, wat ze ervan vond. Ze staarde mij aan, net zoals die cowboy’s in die prachtige spaghetti westerns. Ik dacht zelfs het geluid van een mondharmonica te horen!

“Ik doe het zelf wel, laat maar.” was haar antwoord, was haar vonnis…

Ze ging naar boven en ieder deed zijn ding. Ik haalde de vaatwasser leeg, vrat als beloning een chocolaatje van het schaaltje chocolaatjes welke mijn schatje van de achterbuurvrouw gekregen had, trok een stofzuiger door de kamer, nam nog even deel aan de zin en onzin van de diverse media op de telefoon en pikte nog een chocolaatje omdat ze wel heel erg lekker waren. Vervolgens vergat ik de discussie bij het ontbijt.

Zoals ik wel vaker dingen vergat die er niet toe doen.

Even later kwam ze weer fris, fruitig en goedgemutst beneden en passeerde ik haar onder aan de trap. Nu kon ik de badkamer in en daarna stond een stukje schrijven op mijn programma. Ik sloot de deur achter mij en net toen ik bij de vijfde tree van de trap was ging de deur weer open en keek ik in twee, of nou ja, anderhalf paar boos kijkende ogen: “Je ziet het niet hè! En je vraagt je ook niet af hoe ik het gedaan heb!”

Mijn benen begonnen te trillen van het balanceren op trede vijf, waarvan ik wist dat een van de bouten wat los zat en dat ik daar toch eens wat aan moest doen. Maar het kwam ook doordat ik totaal geen idee had waar ze het over had. Vragend keek ik haar aan, als een hond zijn baasje kan aankijken…

“Hoe ik mijn haren nu gewassen heb!” antwoordde ze, bijtend op haar lippen.

“Maar je ziet het niet! Je ziet het nooit!” vervolgde ze haar relaas, duidelijk zwaar teleurgesteld. “Omdat het je niet interesseert. Wanneer ik wat verander in huis zie je het niet, wanneer ik iets in de tuin gedaan heb zie je het niet, wanneer ik een nieuw jurkje of bloesje aan heb zie je het niet en wanneer ik de was gedaan heb zie je het niet.”

We zijn inmiddels een paar uur verder en ik loop op mijn tenen. Telkens scan ik alles om mij heen en sla het op, om haar vóór te zijn wanneer ik weer iets moet zien. Mijn ogen zijn prima alleen mijn grijze massa loopt wat achter ben ik bang. Over vier weken moet het andere oog onder het mes en kan ze daags erna weer perfect alles zien. Dan is ze (qua ogen..) weer een jonge meid en zal ze waarschijnlijk nóg meer dingen zien die ik niet zie.

En dan zal ze mij met andere ogen gaan bekijken.

Ben ik bang….

Opstandig

Over een week of vier rollen we weer de lente in en kunnen we ‘de winter’ van ons afschudden. De Friezen kunnen weer rustig slapen en zich voorbereiden op het zoeken naar kievietseieren. Gelukkig kunnen ze dát nog wel doen want we bevinden ons midden in het langste Elfstedentocht-loze tijdperk, al 22 jaar om precies te zijn. En daar worden ze opstandig van want ze willen zo graag ijs. Want zodra het ook maar even vriest staan ze al op hun schaatsen en vervolgens zie je ze in ruim gedeelde filmpjes door het maagdelijk ijs zakken.

Best sneu.

En dat vinden velen onder ons, daar hoef je geen Fries voor te zijn. Daarom is het wél raar dat er zo zuur gereageerd werd op die 15000 opstandige scholieren die onlangs bezit namen van Den Haag. Om te demonstreren voor een beter klimaat. Zij willen namelijk ook dat de winters weer koud zijn, met sneeuw en ijs. Zij willen ook genieten van schaatstochten zoals hun ouders en voorouders dat hebben mogen ervaren.

Maar nee, we klagen liever, al dan niet gevoerd door populisten die van alles doen om tweedeling in de maatschappij te creëren.

Ik was aangenaam verrast door de actie van de jongeren. Want ook ik was in de loop der tijd wat sceptischer geworden over de mentaliteit van de, zoals elke oudere het zich wel eens minachtend laat ontvallen, ‘de jeugd van tegenwoordig..’. Deden ze eindelijk eens iets anders dan over hun telefoon hangen, bank hangen of lachgas snuiven, was het wéér niet goed!

Terwijl de jeugd toch echt de toekomst heeft! Laten we dat vooral niet vergeten.

“Ja, maar ze demonstreren onder schooltijd!” was een van de bezwaren van de tegenstanders. Ik snap dat niet. Want deze demonstratie had inhoudelijk toch echt met enkele schoolvakken te maken,

zoals:
met Biologie, afdeling dieren. De dierenwereld raakt immers ook van slag door de temperatuursverhoging. Neem bijvoorbeeld de Indiase halsbandparkieten, de Amerikaanse rivierkreeftjes en de Aziatische tijgermug. Deze gedijen prima hier. Die parkieten en die kreeftjes noemen we zelfs al een plaag en de tijgermug is ook hard op weg om ons vreselijk te gaan irriteren.

En wat te denken van het vak Natuurkunde. Het klimaat is immers onderhevig aan natuurwetten. Net zoals het onderhevig is aan Wiskundige berekeningen, zodat we onze dijken tijdig verhogen om natte voeten te voorkomen. En Geschiedenis, een vak waarvan we hebben geleerd dat er in vorige tijden toch echt meer ijs lag dan tegenwoordig.

Die 15000 scholieren hebben die ene donderdag eigenlijk heel veel geleerd! En tegelijkertijd ons, volwassenen met het wijzende vingertje, een lesje.

Maar het was ook Maatschappijleer. Niks maatschappelijke stage, laat ze gewoon een dagje demonstreren in Den Haag! Want naast dit alles leerden ze ook dat saamhorigheid een verbindende factor is. Grensoverschrijdende saamhorigheid, want de Belgische, Zweedse en Duitse scholieren gingen hen reeds voor. En afgelopen week zagen we ook dat de Engelse jeugd de straten opzochten om hun zorgen te tonen.
En toch vonden enkele politici in Den Haag en klimaatontkenners dat deze scholieren ver over de scheef gingen. Er was er zelfs eentje die vond dat ze bijles moesten krijgen in plaats van een les demonstreren. Of men lanceerde foto’s van het afval wat in sommige schoolkantines bij elkaar geveegd was. Onder die foto’s stond dan de boodschap dat de ‘klimaatspijbelaars’ eerst maar eens naar zichzelf moesten kijken. Klopt. Maar wees dan ook zo eerlijk om te erkennen dat elke generatie de boel wel eens liet slingeren. En daarbij opgeteld, wie heeft al die verpakkingen van heden ten dage bedacht? Waren dat die kinderen die donderdag langs het Torentje in Den Haag liepen?

Echt niet.

De zure regen die de jongeren over zich heen kregen is inmiddels weer wat geluwd en nu genieten we al een paar dagen van voorzichtige, lenteachtige dagen. Mensen duiken hun tuinen weer in en schoffelen voorzichtig de koude grond wat los naast de sneeuwklokjes en de kleurrijke krokussen die zich openvouwen om ten volle te genieten van het heldere zonlicht. Die temperaturen zijn best wel verwarrend voor sommigen onder ons.

Want neem nou de potloodventers, die moeten veel eerder naar buiten om hun kunstjes te vertonen dan voorheen, toen er nog strenge winters waren. Want een beetje venter houdt de basisregel in acht:

Nooit met kou uit de bosjes springen!

Deze informatie heb ik van een opstandige en klagende potloodventer. Hij klaagde niet over de huidige weersomstandigheden hoor, nee, het ging over de concurrentie. Want er is een groeiende groep piemelmaffia die meisjes en vrouwen bestoken met foto’s van hun jonge- en oude heren.

Het digitale tijdperk kent geen grenzen!

Deze digi-dick’s denken dat ze daarmee de ontvanger kunnen opwinden maar niets is minder waar. Want de meeste ontvangers schieten eerder in een lachstuip voor zoveel zieligheid, zoveel, ik citeer een populaire kreet uit een van onze woondecoratie-programma’s, foto’s met een ‘minimalistisch karakter’!

Om deze vorm van aanranding hét kopje in te drukken, zou je ze eigenlijk allemaal online moeten zetten, op bijvoorbeeld de website www.sneuepiemels.nl. Dan kunnen we er met zijn allen om lachen en denken deze lulletjes rozenwaters er vast nog wel een keer over na alvorens zich zo te tonen aan het andere geslacht.

En als we het dan toch over echte palen hebben: Aan de schandpaal met die lui!

Het blijkt maar weer dat het best lastig is om op te groeien in een digitaal tijdperk en sommigen kunnen de weelde echt niet aan. Het heeft veel voordelen maar ook nadelen, nadelen waar je eigenlijk in onderwezen zou moeten worden hoe daarmee om te gaan.

Voor jong en oud!

Bijvoorbeeld hoe je moet omgaan met negatieve reacties op een dagje demonstreren in Den Haag. Want je had toch net op school geleerd dat demonstreren een grondrecht is. En je voelt je gesteund door 350 Nederlandse wetenschappers of hebben die teveel gezopen in hun studentenhuisjes? In het verleden demonstreerden scholieren ook. En als je daar wat van vond dan moest men achter de typemachine gaan zitten, de brief in een envelop doen, een postzegel plakken en naar de dichtstbijzijnde brievenbus lopen.

Er was dus tijd genoeg om na te denken alvorens je iets verstuurde. En er was dus tijd om tot bezinning te komen…

Back to the roots

Geachte mevrouw de burgemeester, welkom terug!
Ik ken u niet en u kent mij niet maar laat ik eens onbescheiden zijn, we hebben wel enkele raakvlakken te delen. Om te beginnen heeft u, net als ik, uw ‘roots’ verlaten om in het Westen een leven op te bouwen. U verliet net als mij het Noorden, u Delfzijl en ik Terschelling. Twee plaatsen met een eigen haven en allebei ook verbonden met de Waddenzee.
Maar er is nog meer.
U kwam onder andere in Amsterdam te werken en later in Haarlem. Ik heb vier maanden in Haarlem gewoond, om precies te zijn in de Ripperda-kazerne alwaar ik mijn dienstplicht begon te vervullen. En laat die meneer Ripperda, Wigbolt Ripperda, nu weer uit Groningen komen. Uit Winsum! Misschien was dat wel de reden dat u zich zo thuis voelde in Haarlem? Want die gast liep daar al rond in de jaren 1572, om de stad te verdedigen tegen de Spanjaarden.
Prachtig verhaal toch, een Groninger die de stad Haarlem verdedigde!
Na mijn dienstplicht ging ik in Den Haag wonen en werken en ook hier hebben we een raakvlak. Den Haag is immers de thuisbasis voor de politiek en dat is zoals we weten, een van uw liefhebberijen. Nadat ik hoorde dat een andere liefhebberij van u toneelspelen is, kreeg ik het zowaar voor elkaar om wederom een raakvlak te vinden. Want ik heb ooit, in de zesde klas van de Lagere School, een soort van toneelstuk geschreven voor de jaarlijkse schoolavond.
De titel van dit stuk was ‘De prinses die niet kon lachen.’
Dat dit compleet geïnspireerd was door een ‘echt’ toneelstuk welke ik eerder dat jaar gezien had in een theater te Leeuwarden doet niet meer ter zake. En van plagiaat had ik nog nooit gehoord… Het bewijst wél weer hoe belangrijk theater voor de mensheid is; je kan er gewoon van genieten maar je kan je er ook door laten inspireren en zelf iets scheppen. Creatief bezig zijn. Iets maken of doen waar anderen weer van kunnen genieten maar waar men ook energie van krijgt.
Positieve energie.
U staat positief in het leven als ik het een beetje goed ingeschat heb. En u bent het daarom vast wel met mij eens dat het de laatste jaren wel eens ontbreekt aan positiviteit. Het positivisme zit in een verdomhoekje en daarom is het goed dat om daar wat meer aandacht aan te besteden. En daarom is het goed dat de keuze op u gevallen is, zodat we de zon weer een beetje zien schijnen en dat Groningen zich de rug gaat rechten. Dat deed u al door hardop te zeggen dat de Groninger best wel wat trotser mag zijn op zichzelf, op zijn gemeente en op zijn provincie. Want mede dankzij Groningen zit het grootste gedeelte van ons land er warmpjes bij en worden er simpele of overheerlijke gerechten bereidt op talrijke fornuizen.
Ja, ja, we moeten van het gas af.
Ik weet het standpunt van uw partij, Groen Links. Maar nu staat u boven de partijen en hoeft u enkel ons, de politieke partijen én de inwoners van Oldambt, te leiden. En geloof mij, de dag dat we echt ‘groen’ worden is dichterbij dan u denkt, het is een kwestie van tijd, van anders denken, het afleren van gewoontes. En het moet vooral niet teveel kosten want het leven is al duur genoeg.
Ondergetekende doet zijn best maar ik kook nog wel op gas. Op een dikke vijfpitter van 90 centimeter breed. Het fijne van op gas koken is dat je ziet hoeveel vuur er onder de pannen zit. En het resultaat is verbluffend, ze likken hier de pannen uit.
Zó lekker!
Maar ik ben mij wel bewust dat het anders zal moeten. Dat het gas eraf moet en dat we meer moeten nadenken over de welvaart waarin we leven. En dan met name over de gevolgen van die welvaart. Ik uit dat bewustzijn door bijvoorbeeld lopend naar de supermarkt te gaan en niet met de auto. Dat lukt natuurlijk alleen met kleine boodschapjes anders belast ik de ziekenhuizen weer met herniaklachten die ik opgelopen heb omdat ik een krat bier mee moest sjouwen. Daarnaast loop ik naar mijn wekelijkse sportuurtje in de plaatselijke sportschool. Voor de duidelijkheid, terug ook! Of ik pak de fiets, als ik bijvoorbeeld super gezond brood zonder foute toevoegingen moet halen. Die broden kosten wat meer dan in de supermarkt maar doordat ik fiets kost het geen benzine.
Een win-win situatie!
Nu moet ik wel zeggen dat het wandelen en fietsen in de afgelopen maand wat tegenviel. Dat kwam niet door de horror-winter waarin we ons volgens die Fries Piet Paulusma bevinden maar doordat ik me de afgelopen maand niet geschoren heb. Je kon namelijk kiezen in januari welke trend je ging volgen, in de trant van Stoptober (stoppen met roken) en Movember (je snor laten staan). Het ging om de volgende trends: Januadry of Januhairy. Die eerste hield in dat je een maand lang geen alcohol nuttigde en die tweede dat je jezelf een maand niet zou scheren of knippen.
De keuze als drinker met mate(n) was snel gemaakt!
Ik viel dus even terug in de oertijd, de tijd dat de hele wereld nog hartstikke groen was. Maar na een week kwam ik erachter dat het toch prettiger is om het een en ander dagelijks bij te houden. Dat loopt en fietst toch wat relaxter! Wielrenners scheren zich immers ook! Het is nu februari en ik ben weer op alle fronten geknipt en geschoren, tot grote vreugde van mijn echtgenote.
En u bent tot onze grote vreugde nu officieel de burgemeester van de gemeente Oldambt!
Toen u zei dat u nog wel eens over het woord Oldambt struikelde moest ik hardop lachen en vond ik weer een raakvlak. Want ik ben daar ook al een paar keer over gestruikeld. Dat is het Westerse wat we nog van ons af moeten schudden. Maar geloof mij, ‘slechte’ gewoontes zijn snel af te leren. En daarbij opgeteld, de gemeente is nog jong. Net als de eerste burgemeester van deze gemeente, Pieter Smit.
Een burgervader die door de inwoners in het hart gesloten werd maar ons veel te vroeg ontvallen is, helaas.
Beste burgermoeder, na het wonen op een kluitje in de Randstad kunt u nu gaan genieten van deze mooie plek op Aarde, de plek met haar weidse zichten, gekleurd door de koolzaad-, de mais en de korenvelden, haar gemoedelijke dorpjes, het groeten van elkaar op straat, de file loze wegen, de leuke evenementen en de nuchterheid van haar bewoners. Ik geniet hier al een tijdje van en zie hier het laatste raakvlak welke wij mogen delen; Ik heb ook het Westen verlaten om hier een nieuw leven op te bouwen!
En daar heb ik nog geen dag spijt van gehad!
Heel veel succes en plezier in uw nieuwe functie,
Hoogachtend,

Arjen Veldhuizen

Op therapeutische basis…

Met twee handen greep ik hem beet waarna ik zo snel mogelijk naar de achterdeur liep. Op het moment dat ik mijn vrouw passeerde in de keuken lette ik extra op, op haar en op wat ik in mijn handen had. Eén onverwachte beweging van haar zou funest kunnen zijn.

Nu hebben wij redelijk de ruimte in onze keuken maar toch ontstaan er zo nu en dan nog wel eens wat kleine aanrijdingentjes….

Zowel mijn vrouw als ik bevinden ons graag in de keuken. Zij om te bakken en ik om te koken. Daarbij komt ze er ook graag om mijn rotzooi op te ruimen, dan pakt ze haar favoriete vaatdoekje die ze liefkozend ‘doukie’ noemt (..) en mopperkont ze alle spetters weg die ik nog wel eens achterlaat op aanrecht en fornuis.

En vloer!

Zoals van de week. Ik pakte met mijn rechterhand een pan kokende pasta van het fornuis en draaide mij om, richting gootsteen om de pasta af te gieten. Opeens voelde ik weerstand waardoor de pan scheef kwam te hangen en een deel van het kookvocht over de vloer flikkerde….. De veroorzaker van de weerstand was niemand minder dan mijn vrouw, mijn keukenprinsesje, mijn sta-in-de-weg-je…

Ze had weer wat spetters gezien en bedacht spontaan haar doukie te pakken om ze te elimineren.

En ja…sorry hoor, ben niet zo van de dogma’s….Maar vrouwen en verkeer….Het kan verkeren!

Ze werd niet boos. Hooguit was ze ietsepietsie lichtelijk geïrriteerd. Dat ze niet direct uit haar pan ging kwam natuurlijk doordat ze nu kansen zag haar doukie weer volop te kunnen gebruiken. Niks spetters, het hele Oldambtmeer lag hier op de vloer! Misschien moest er nog wel een extra doukie aan te pas komen.

Het lukte mij nu om haar te passeren zonder lichamelijk contact. Wel hoorde ik haar verbaasd mij nakijken: “Wat doe jij nu weer?”

Ze heeft daar een handje van, weten wat ik aan het doen ben. Dat komt natuurlijk omdat ik nu 24/7 bij haar woon en daar moet ze nog even aan wennen. Aan de andere kant, ik vraag het nooit omgekeerd. Ze is een volwassen vrouw en ik mag er dan ook vanuit gaan dat wat zij doet een reden heeft. Neem bijvoorbeeld haar, hoe zal ik het een beetje lief zeggen, ‘interieur-onrustjes’.

Met grote regelmaat worden meubels en accessoires bij ons thuis verplaatst.

Zoals de eettafel. Deze stond geheel ontkoppeld van de muur in de eethoek. Maar van de een op andere dag stond hij ineens dwars, met een kant tegen de muur. Ze zag dat ik het opmerkte en keek mij vragend aan. Want ze wil dat ik erop reageer. Dat ik dan zeg: “Goh, heb je de boel eens anders gezet. Wat leuk ja!” Maar dat doe ik niet. Want dat is haar ‘ding’ zeg maar en als zij daar gelukkig van wordt, prima! En wij mannen dijen nooit zo uit wat praten betreft dus mijn reactie bleef bij een simpele knik met het hoofd, waarbij mijn wenkbrauwen een milliseconde opveerden. Oh ja, en mijn ogen draaiden zich even om in de kassen… Dat moet ik eigenlijk niet doen omdat ik weet dat ze daar een hekel aanheeft.

“Vindt je het niks?” vroeg ze, met lichte verontwaardiging in haar stem. Ik herstelde mijn fout op tijd. “Jawel hoor! Ja, dit is veel beter zo!” Ik keek haar aan met mijn meest geloofwaardige blik die ik in huis heb. Die blik waarmee ik vroeger bij mijn ouders thuis ook altijd succes oogstte als ik weer iets uitgevreten had en mijn onschuld bewijzen moest.

“Nee, niks meer aan doen, prima zo!” En om voorgaande kracht bij te zetten:  “En zo ruimtelijk nu hè!” zei ik, waarna ik weer met een vers bakkie koffie naar boven wilde lopen, naar mijn ‘man cave’ zeg maar (maar dan zonder een bar, alcoholische versnaperingen, bank en pooltafel..).

Opnieuw ging ik in de fout. Niks naar boven rennen. Dat is vragen om moeilijkheden. Ik maakte er een schijnbeweging van door te zeggen: “Zal ik je even een lekkere cappuccino maken? Dan drinken we even samen koffie aan de eettafel en weten we meteen of het lekkerder zit..”

Dit was op het randje van de grens of ze mij nog serieus nam. Want de tafel heeft al eerder zo gestaan dus er was eigenlijk niks nieuws onder de zon. Nogmaals, het is gewoon haar ‘ding’ en daar heb ik mij maar in te schikken. Dat zijn van die dingen in relaties, elkaar in de waarde laten en elkaars rariteiten ..euhhh…elkaars hobby’s gewoon accepteren. Ze speelde het spel mee en even later zaten we, gezellig, aan de eettafel ‘nieuwe’ stijl en keerde de rust weer terug.Net op het moment dat ik de deurkruk van de achterdeur met mijn elleboog opende, herhaalde ze haar vraag, nu wat luider: “Wat doe je in godsnaam?!” Zonder te antwoorden liep ik naar buiten en gooide mijn vangst achter de overgebleven resten van de hortensia’s. Waar die hoort.

“Zo,” zei ik toen ik weer binnen kwam, “ik snap echt niet hoe dat beest binnen gekomen is!” Mijn vrouw keek mij verbaasd aan. “Hoe bedoel je? Welk beest?”

“Die kever! Er zat een kever in de kamer, op het tafeltje naast de bank!”

Dat was het natuurlijk niet. Ja, het was wel een kever maar deze was van metaal. Op een stokkie met een voetje. Voor de broodnodige decoratie zeg maar. Mijn vrouw én al die lui van die woonprogramma’s op de televisie noemen dat ook wel ‘woonaccessoires’. En naast de televisie ligt een kaarsendover en deze heeft naast het ‘hoedje’ om de kaars te doven aan de andere kant een kever.

Er is weer een nieuwe hype gaande, de zogenaamde kever-decoratie- hype.

Waren we net verlost van de jarenlange terreur van Boeddha beeldjes in alle soorten en maten, nu is de kever hot. Mijn verwarring is groot. Ik heb altijd gedacht dat vrouwen niet zo van de insecten zijn, dat ze er bang voor zijn. Waarom worden die beesten dan nu massaal toch in huis gehaald?

Het is de complete verwarring die wij mannen moeten ondergaan. Ik ben daar nu voor in behandeling, bij een heuse therapeut. Samen proberen we de verwarring te ontrafelen, zodat ik deze streken van mijn vrouw enigszins kan leren begrijpen. Ik ben al drie keer geweest en de therapeut raadde mij onder andere aan om het van mij af te schrijven.

Dat doe ik dan ook braaf. Boven in mijn schrijfkamertje. Maar alvorens ik achter mijn bureau ga zitten check ik eerst alles om mij heen. Of alles, bureau, stoel, computer, nog wel op dezelfde plek staan. Op de plek waar het de vorige dag stond. En de dag ervoor.

Want die zekerheid is weg. En voordat je het weet moet ze mij van de vloer opvegen

En dan heeft ze heel veel doukies nodig!

 

 

55

Allereerst: allemaal bedankt voor de leuke en lieve felicitaties voor mijn verjaardag! Altijd leuk om deze ook digitaal te kunnen (en mogen) ontvangen. Was het in vroegere dagen nog afwachten bij wie je op de kalender stond en of de postcode je huis nog kon vinden, tegenwoordig hoeven we daar niet echt meer over na te denken omdat we er digitaal op gewezen worden.

Eigenlijk hebben we het er alleen maar drukker mee!

Doordat mijn verjaardag dit jaar iets anders liep dan normaal, ben ik toch maar even achter het toetsenbord geklommen om het te delen met jullie, omdat het eigenlijk toch wel bijzonder was. En omdat het goed afgelopen is hoor.

55 jaar geleden kwam ik op 8 januari in het (tochtgat) Harlingen ter wereld nadat ik enkele dagen mijn moeder dwars gezeten had. De beide dokters op het Terschelling, Mathijssen én Smit, hadden daags ervoor besloten dat mijn moeder met gezwinde spoed naar het St. Jozefziekenhuis in Harlingen gebracht moest worden. Voor de helikopter was het te mistig en het vaarverkeer had nog geen radar waardoor er toch wel een probleempje ontstond. Maar Rederij Doeksen had nog wel de Holland, Paraat En Start Klaar, en dit prachtige schip bracht mijn ouders en ondergetekende (als verstekeling zeg maar) naar de overkant van de toen nog My Little Pony, Jutlandia klapstoeltjes en andere moderniteiten vrije Waddenzee.

Enkele dagen erna, op 8 januari 1964 om kwart over vijf in de middag, werd ik geboren na de uitvoer van een keizersnee. Naast dit heugelijke feit kreeg ik later de wetenschap dat het ook de geboortedag was van wijlen David Bowie en Elvis Presly, maar ook die van Lager School klasgenote Ineke en Anita, de latere buurvrouw van mijn broer.

Vanaf dat moment waren wij de rest van onze levens toch wel een beetje met elkaar verbonden.

Nu ben ik niet zo van verjaardagen. Natuurlijk, het is fijn ouder te mogen worden maar om nou te zeggen dat het een hoogtepunt van het jaar is, nee. Dat komt voornamelijk omdat mijn verjaardag elk jaar weer in de eerste week na de feestdagen valt. Ook dit jaar.. En ik weet van mezelf dat zodra het oude jaar ingewisseld is voor een nieuwe, dat iedereen even op gang moet komen. En dat iedereen weer een beetje zijn of haar ritme moet zoeken. En dat iedereen weer een beetje op zijn of haar lijn gaat letten.

Dus een feessie met allerlei lekkers bij Veldmuis is dan echt effe teveel van het goede.

Jarenlang bleef ik dus zitten met gebak, leverworst, frisdranken en bier. En aangezien verstand met de jaren komt, besloot ik om mijn verjaardag voortaan over te slaan. Tuurlijk, er mag altijd gefeliciteerd worden maar verder geen gedoetjes zoals ‘Wanneer vieren we het?’ of ‘Wat moeten we hem nu weer geven?’

Na mijn 50ste is een fles whisky altijd goed!

Maar dit even terzijde. Mijn vrouw is van deze kronkel op de hoogte en we zouden er niets aan doen. Dat respecteert ze, onder dwang want ze is natuurlijk van de gezelligheid.  Ik was gewoon die dag in Assen voor mijn wekelijkse verplichtingen en zij was ook gewoon aan het werk gegaan. “Je krijgt je cadeautje wel als je vanavond thuis komt!” riep ze nog voordat ze naar haar werk ging.

Prima. Geen gedoe. Zet maar bij mijn whiskyverzameling neer.

Die ochtend trilde mijn telefoon regelmatig maar ik nam niet op, alles op zijn tijd. Net na de lunch trilde mijn gsm weer en mijn nieuwsgierigheid won het nu en in de display stond ‘Echtgenote, Janet’. Hier klopte iets niet en na mij verontschuldigd te hebben nam ik op.

“Hoi met mij, sorry dat ik bel maar je vader is met de helikopter naar het MCL gebracht.. Je broer is al onderweg. Hij zet zijn vrouw op de boot zodat zij zich over je moeder kan ontfermen want ze is toch vrij en je zus kan dan gewoon blijven werken.  Ik kan nu weg van werk, kan jij ook weg?”

Oké, die kwam even binnen. Want als je met de heli het eiland afgaat dan is er wel wat aan de hand. Dan is het niet omdat je een vinger afgezaagd hebt met de cirkelzaag. Of toch wel, jaren geleden, in de tijd van dokter Van Schie, had mijn vader een black-out en lag ineens zijn wijsvinger tussen het zaagsel. Hij is toen met die vinger naar Van Schie gegaan en toen bedachten ze samen dat het tegen vier uur in de middag was, dat de heli dan weer richting thuisbasis zou vliegen.

Na een telefoontje was het geregeld, hij mocht mee naar Leeuwarden en ze zetten hem wel even bij het ziekenhuis af. De vinger werd er weer aangezet alleen kwam er een ziekenhuisbacterie om de hoek kijken waardoor hij op de IC terecht kwam en zijn verlof noodgedwongen moest verlengen.

Maar hij kon daarna wel weer zijn vinger gebruiken!

Levensbedreigend zou het dan nu moeten zijn… Net als weer enkele jaren later, toen was het ook levensbedreigend want hij had een longembolie. Deze keer werd hij met de ambulance naar de heli gebracht en werd terstond horizontaal ingeladen. Mijn allerliefste zus was daarbij en maakte van dit best wel unieke moment nog een paar foto’s. Gewoon met een fotocamera, in die tijd speelde dit zich af. Maar ook deze keer kwam hij weer fris en vrolijk het ziekenhuis uit, wel met wat medicatie maar dat hoort er nu eenmaal bij.

Even priemde een vervelende gedachte door mijn hoofd. Hij is bijna 85 jaar jong… En drie keer is …..

Snel schudde ik het van mij af. Ik was ook een jaar ouder geworden en daarmee ook wijzer dus ik reageerde heel verstandig: “Ik kom nu naar huis, ik pik je dan op en dan rijden we samen naar Leeuwarden. En onderweg bel ik broer en zus wel even voor de details.”

Ruim anderhalf uur later waren we op de spoedeisende hulp en niet veel later werden we binnen geroepen op de zeer moderne afdeling, het zag er allemaal gelikt uit en nóg belangrijker, de medewerkers waren super vriendelijk! Hij was blij verrast en ja, waar is dit nu voor nodig maar eigenlijk is het wel hartstikke leuk! Ik haakte daar op in door tegen de verpleegkundige te zeggen dat mijn vader de allerbeste vader van de wereld is.

“Want hij komt gewoon met de helikopter naar de wal om mij te feliciteren met mijn verjaardag!”

We mochten gezellig bij hem gaan zitten en ondertussen werd er van alles met hem gedaan, infuus aangelegd, hartfilmpje en bloed aftapperij. En hij praatte als Brugman, Kees Brugman! (zo heet een oude vriend van hem en wij maken daar al jaren grappen over, maar ook dit even terzijde). En zolang hij praat was het goed, toch? Ondertussen was broer ook gearriveerd en niet veel later kwam ook nog de oudste kleinzoon met zijn vrouw, zijn in gezegende toestand vrouw. Ik realiseerde mij dat mijn vader 55 jaar geleden ook in het ziekenhuis was, naast zijn vrouw die hem toen een zoon geschonken had…

De dokter vroeg van alles en pa antwoordde uitgebreid. Zo is hij. Geen details vergeten. Ook al is het twintig jaar geleden. En nee, ik slik geen maagtabletten die wel zijn voorgeschreven. Want ik las de bijsluiter toentertijd en gooide die zooi direct in een hoek. “Ik redt mij prima met Rinnies. Ik koop één keer per jaar de kleinste verpakking en kom hou dan nog over!” Zijn eerder genoemde, ietwat uit het lood staande wijsvinder stak hij omhoog en keek de dokter indringend aan: “Ik bijt gewoon een klein hoekie van die rinnie eraf, kauw er goed op en weg is het maagzuur!”

De dagen erna kwamen er nog wat onderzoekjes maar steeds was er weer die verbazing van doctoren en verplegend personeel. Bloed goed, zuurstof goed, ijzer goed. Deze man verkeerd in top conditie. Ook hier had hij steeds een antwoord op: “Ik fiets veel. Wel 80 kilometer in de week. Door weer en wind!”

Ik keek met een schuin oog naar de spiegel en bedacht mij dat mijn vader misschien wel twee keer in mij past…..

Ook kregen ze te horen dat hij thuis zijn vrouw, onze lieve moeder, verzorgd. Klopt. Met de mantel der liefde. Ik snap nu ook dat mijn moeder zich steeds afvroeg of ze Herman wel dag gekust had, alvorens hij in de ambulance stapte om naar de helikopter gebracht te worden. Want zo’n vent wil toch elke vrouw? Want hij kookt, hij maakt het huis schoon, hij wast de haren van zijn Truusje, hij lapt de ramen en tussendoor verzorgd hij ook nog even de paarden van de buurtjes zodat die even elders kunnen ontspannen.

En daarnaast is hij ook nog vrijwilliger bij Stichting Bunkers Terschelling! Daar staat hij in het winkeltje of, als het even nodig is, gidst hij de toeristen rond in dit unieke project.

Draaf ik door? Nee, ik ben trots. Apetrots op deze man en deze vrouw. Want dat is een goed stel! En natuurlijk is het niet altijd rozengeur en maneschijn geweest maar ze hebben alle stormen doorstaan, wisten met alle ontwikkelingen van hun kinderen op een zeer moderne manier om te gaan en te verwerken en ze blijven zo ontzettend gek met elkaar.

Bewonderenswaardig.

Pa zit nu weer opgeknapt en dubbel gecheckt op de boot. En op de haven van Terschelling staat mijn allerliefste zus en mijn allerliefste moeder hem op te wachten. Mijn moedertje die wel eens wat vergeet de laatste tijd maar nooit haar humor:

‘Vergeten gaat steeds beter!’ roept ze ons toe als ze daar even aan herinnert wordt. Straks mag ze haar Herman weer knuffelen en kussen. En even later vraagt ze dan misschien wel: “Heb ik je al een kus gegeven?” Waarop mijn vader vast gaat zeggen: “Nee, dat heb je nog niet gedaan!”

Zou dat het geheim zijn van die twee?!

Het glas is vol of half leeg

De chocolade paashazen liggen alweer in de winkels en dan weet je dat het Nieuwe jaar weer begonnen is. Dat weet je ook na het lezen van de eerste nieuwsberichten van het piepjonge jaar in wording. Dat we 85 miljoen euro armer zijn geworden in de nacht van 31 december op 1 januari. Om precies te zijn, 70 miljoen aan vuurwerk en 15 miljoen aan de schade van datzelfde vuurwerk. En daar zit nog niet de schade bij van het net niet afgefikte Scheveningen, daar moeten nog even wat onderzoekjes naar gedaan worden. En ach ja, die wind die ineens draaide…Dat hadden we niet afgesproken met het KNMI…

Volgens mij was hier toch echt sprake van een code rood. Felrood!

Voorgaande is geen verrassing. Dat zien we elk jaar terug en elk jaar weer zijn we het eens dat al deze onzin moet stoppen. Tegen beter weten in. We wensen elkaar ieder jaar weer een gelukkig nieuwjaar en profiteren, van dat gevoel, er hooguit maar één dag van. Want toen we op 1 januari wakker werden en hoorden over de ellende in Scheveningen, explodeerde de verontwaardiging als Pools illegaal vuurwerk over ons land.  En kwam de teleurstelling. De teleurstelling dat het weer een puinhoop geworden was. De teleurstelling in de mensen die zich verzetten tegen de ontruiming van de Boulevard. En het verdriet over de doden die er landelijk te betreuren vielen, de agressie tegen hulpverleners en de vernielingen maakten dat de Nieuwjaarsdag toch niet zo gelukkig was begonnen als we eigenlijk gewild hadden…Vijfentachtig miljoenen euro’s, in vlammen op. Van zo’n bedrag moet je, bijvoorbeeld, toch wel een ziekenhuisje open kunnen houden?  Want ook dat is een probleem wat zich landelijk aan het ontwikkelen is….

Misschien is het een kwestie van wennen maar sorry, mijn gezond verstand kan en wil er niet aan wennen!

En dan heb ik het nog niet eens over de andere kosten, kosten die we zullen moeten maken om onze belaagde hulpverleners, politie,  brandweer en ambulancepersoneel, weer fysiek op te lappen zodat zij weer de straat op kunnen.

En mentaal, zodat ze ook weer dúrven, de straat op gaan!

Allemaal voor onze veiligheid. Want dat eisen we, een veel gehoorde klacht is immers: ‘Als je ze nodig hebt zijn ze nergens te vinden!’  Grote flauwekul. Verbeter de wereld en begin nu eens echt bij jezelf. Begin in je eigen omgeving. Geef aan je nageslacht door dat ze met hun poten van andermans spullen af moet blijven! Dat heet opvoeden! Ooit heb je kinderen op de wereld gezet in een staat van opwinding of in een vloek en een zucht, maar daarna moet je wel je verantwoording nemen.

En als je naar anderen wijst, wijs je met drie vingers naar jezelf!

We lopen ook altijd te klagen over al die regeltjes die er steeds verzonnen worden en waar wij, burgers, ons aan moeten houden. Ikzelf ook hoor, klaag me regelmatig suf. Deze regeltjes worden bedacht door politici. Die reageren op de waan van de dag. Zo las ik laatst dat politici minstens twee keer per dag ‘geschokt’ zijn. Daarom zitten ze ook steeds op hun telefoontjes in de Kamer, om de waan van de dag bij te kunnen houden. En zodra ze dan op de gang ondervraagd worden door het journaille wat ze vinden van, ik noem maar even een voorbeeldje, de overlast van open haarden en vuurkorfjes, dan reageren ze geschokt. En vervolgens bedenken ze een regeltje om hier wat aan te doen. Want geloof mij, open haarden en vuurkorfjes mogen straks (ook) niet meer!

Daarom mijn verontwaardiging: waarom mochten ze dan wel duizenden pallets op elkaar stapelen en in de fik steken?

Waar is het gezond verstand dan gebleven? Gezond verstand was toch ook ooit een ‘traditie’, we zijn toch weldenkende mensen? Dat gezonde verstand is allang weg. Dus we zullen aan die regeltjes moeten wennen. Want wij leven in een welvaart die uit haar voegen barst en kunnen die weelde niet meer dragen. En ja, daarom toch die regeltjes, als laatste redmiddel om het nog een beetje gezellig te houden onder elkaar. Want elke mening, elke irritatie moet aangepakt worden. Net zolang tot er niemand meer wat te klagen heeft, dan spreken we niet meer over de welvaart maar over het Paradijs…

Oeps! Straks willen we ook nog het eeuwige leven! En we willen de miljoenen van de Staatsloterij en de Postcodeloterij. En als we niks winnen in die loterijen dan worden we opnieuw boos. Boos op alles en iedereen. Dan draait de wind in onze hoofden en steekt er weer een flink portie afgunst de kop op en daarmee zetten we onszelf in vuur en vlam. Zonde. Negatieve energie trekt onze accu’s leeg en misschien kunnen we daarom wel niet meer alles aan, verdrinken we in onze eigen ellende en worden onze lontjes alsmaar korter.

Tot zover mijn verontwaardiging. Dat moest ik even kwijt.

Gelukkig is het glas bij mij altijd halfvol en niet half leeg. Daarom schuif ik nu die negatieve deken van mij af, we zitten immers weer aan de goede kant van het jaar! De dagen gaan weer lengen, het licht buiten wordt weer helderder en de trekvogels komen weer terug van de overwintering in warmer oorden. Zodra ik de kieviet weer zie is voor mij het voorjaar begonnen. Dan fladder ik net als een kieviet boven de polders, door ons huis. Dan schud ik als het ware mijn wintervacht van mij af. En voel ik mij weer licht als een veertje!

Helaas is de weegschaal realistischer..

Maar daar wordt ik niet sikkeneurig van want ik heb tegenwoordig een vis, zo’n tropische verrassing. Voor op mijn werk. De zogenaamde kantoorvis. En voordat iedereen begint te klagen; de vis zit in een ruim, rechthoekig aquarium en niet in een ronde kom. Die vis geeft mij namelijk rust en daardoor voer ik mijn werkzaamheden beter uit. Dat is goed voor mijn werkgever en dus ook weer goed voor de economie. Dan krijgen we misschien volgend jaar een nóg hoger geldbedrag op onze januari-salarisstrookje…

We hadden trouwens eerst een kantoorhond waar je mee kon knuffelen tijdens de koffiepauze, om bijvoorbeeld je salarisstrookje te vieren, maar die moest steeds uitgelaten worden en daardoor ontstond er onrust op de werkvloer. Vooral als het slecht weer was buiten..

Daarom mijn advies voor het Nieuwe Jaar: neem een vis. Je hoeft die niet uit te laten en ze hebben geen last van het vuurwerk. Althans….Die onderzoeken lopen nog.

2018…een terugblik

Net zoals voorgaande jaren op deze dag ben ik vanmorgen extra vroeg mijn bed uitgestapt. Stilletjes, zodat vrouwlief even lekker kon uitslapen. Ook zij heeft het Oude Jaar immers achter zich. Vervolgens gooide ik alle dieettips van 2018 overboord en verloor mij in een stevig ontbijt; een koppel gebakken eieren met spek en een bak stevige koffie. Na dit vreetfestijn trok ik mijn jas en wandelschoenen aan, zette mijn pet op en vulde mijn rugtas met nog wat resten kerstbrood, enkele plakken rollade en een thermoskan sterke, zwarte koffie. Met een scheut cognac, dan bleef het lekker warm.

Want vandaag zou ik hem weer tegenkomen, die man waar ik in de loop der jaren steeds meer bewondering voor gekregen heb.

Het was wel een gok. Waar zou hij zich bevinden? De meeste kans was toch in de buurt van water, bij het Winschoterdiep of ergens rond het Oldambtmeer. Want daar houdt hij van, met zijn getekende kop starend in de toekomst en nadenkend over het jaar wat achter ons ligt. Die ene keer dat ik hem trof in de koffiehoek van de Albert Heijn was omdat het in dat jaar écht winter was. De winters van tegenwoordig stellen niks meer voor, ook al blijft Piet Paulusma volhouden dat we een horrorwinter krijgen. De kwakdeus.

Met Erben Wennemars hijgend in zijn kielzog…

Toen het enigszins licht geworden was liep ik al ter hoogte van de Blauwe Roos, het verkeersknooppunt van Winschoten. Van daaruit nam ik het fietspad langs het Winschoterdiep, richting de Kloosterbrug. Want mijn vermoeden was dat hij wel eens bij de nog te bouwen fietsbrug zou kunnen staan, genoemd naar de zo geliefde burgervader én Groninger van het jaar, wijlen Pieter Smit. En mijn vermoeden werd bevestigd! Ik zag hem al van ver staan, in zijn bekende pose.

De man die net zoveel neuzen heeft als het jaar nog dagen!

Ik versnelde mijn tred en bedacht mij dat het meedoen aan de Fjoertoer op Terschelling, eerder dit jaar, mij toch wel de nodige loopervaring heeft opgeleverd. Werd ik voorheen nog wel eens moe van alleen de gedachte al om een stukkie te lopen, nu draai ik mijn neus er niet meer voor om en maak heel makkelijk de ene na de andere kilometer.

Niet veel later schudde ik hem hartelijk de hand. Het viel mij op dat zijn enorme handen net zo getekend waren door het leven als zijn hoofd, getekend door al die jaren die achter ons liggen en van het dragen van al die herinneringen. En natuurlijk, ik kon ‘m niet ontwijken, kreeg ik van een van die kolenschoppen een enorme dreun op mijn schouders. Nadat ik ons een bak koffie had ingeschonken en hem een stuk kerstbrood gegeven had gingen we tegen de pas opgeknapte dijk zitten, in de luwte, zodat de motregen niet helemaal vat op ons kreeg.

“Het was me wel weer een jaartje, hè!?” begon ik het gesprek.  

“Nou,” antwoordde de man en slikte een stuk kerstbrood weg, “dat kun je wel zeggen. Het lijkt wel of we het steeds drukker krijgen met zijn allen, eigenlijk zoveel drukker dat we het niet meer een plaats kunnen geven en daar dan weer van in de war raken. Sterker nog, ik denk dat ik nu precies het probleem benoem waar we met zijn allen onder lijden. We worden van te veel zaken op de hoogte gehouden, iedereen krijgt een podium, elke idioot kan zijn mening ventileren. Plus daarbij opgeteld al die media die ons bestoken via het internet, de radio en de televisie. Er zijn zoveel zenders en die willen allemaal vertellen wat er op de wereld loos is, zowel bij jouw achterbuurman Frits of bij de achterbuurvrouw Tjitska, die aan de andere kant van de wereld woont.”

Ik kon slechts knikken want ik heb een achterbuurman die Frits heet en aan de andere kant van de wereld woont een nicht van mijn vrouw die Tjitska heet! En hij ging gewoon door, blij dat er weer eens iemand naar hem wilde luisteren, bedacht ik mij.

“Die Friezen hè, die kregen ook weer eens aandacht.” Ineens begon hij hard te lachen: “Bij gebrek aan ijs!” “En nee, dan heb ik het niet over dat gedoe bij Dokkum, ik heb het over het feit dat ze de culturele hoofdstad van Europa mochten zijn. En ja, er was wel een Elfstedentocht maar die werd deze keer gezwommen! Door topper Maarten van der Weijden. Enkele azijnpissers haalde hun genoegen uit het feit dat Maarten de volle 200 kilometer niet haalde maar voor mij, eenvoudige sterveling die na één baantje zwemmen al kapot is, is hij de Koning van het water!”

“Moi!” Een midlifer met buikje op een racefiets passeerde ons.

“Natuurlijk werd er wel geschaatst maar daarvoor moesten we helemaal naar Zuid-Korea, daar waren immers de Olympische Winterspelen. Dat was nog voordat Noord- en Zuid- Korea elkaar weer eens de handen gingen schudden, na jarenlange onenigheid.”

Hij nam een slok van zijn koffie en ik haakte er snel op in:

“Ja, dat was een historisch hoogtepuntje, plus het feit dat het op Koningsdag was en dat onze Koning zijn verjaardag toch maar mooi in onze provincie vierde! Een statement naar de rest van het land, dat die maar eens moeten beseffen dat zij er warmpjes bijzitten dankzij ons gas en dat velen hier daarvoor op de blaren moeten zitten.”

De man knikte en zei: “In Zeerijp ging het al flink tekeer…”

We zwegen even. Ik sneed een luchtiger onderwerp aan. “Dat was wel weer raar hè, dat ‘we’ er niet bij waren in Rusland, bij het WK voetbal. Een voetballand als Nederland hoort daar toch gewoon bij te zijn? Gelukkig deden de dames het een stuk beter, die mogen in het nieuwe jaar meedoen met het WK in Frankrijk!” De man moest even verzitten, gromde iets wat leek op ‘Waarom staan er geen fatsoenlijke bankjes langs dit mooie kanaal…’  en antwoordde:

“Dat komt omdat ze teveel verdienen. Waarom je uitsloven als het geld binnenstroomt. En de mentaliteit. Die gasten zijn meer bezig met hun haardracht en tattoos dan met het spelletje, het spelletje dat zo leuk is om te doen en waar haast iedereen wel mee opgegroeid is. Gelukkig staat nu Ronald Koeman voor de klas en die heeft door hoe hij ze moet aanpakken. Ronald is zelf ook jong geweest, hij snapt die gasten en het feit dat we in andere tijden leven.”

“Zo, daar kan geen analyse van die mannetjes van ‘Voetbal International’ tegenop!” kopte ik deze voorzet in. De ‘rechtsbuiten op leeftijd’ negeerde mij en vervolgde zijn relaas: “Die lui van VI zitten daar alleen maar om de boel op te naaien, zogenaamd het vrije woord te verspreiden. Ik zie dat anders. Het zijn een stel zure, oude wijven die scoren over de rug van anderen en krijgen daar ook nog eens dik voor betaald. En het zijn maar middelmatige voetballers geweest hè!”

“Ja, dat klopt.” zei ik, en ik schonk hem nog wat koffie bij waarna hij gretig de mok aan zijn mond zette. Ik wilde nog zeggen dat er poedersuiker in zijn dikke baard zat maar kreeg niet de gelegenheid.

“Maar ach, dat zijn allemaal maar oppervlakkigheden,” vervolgde hij, “entertainment. Geef het volk brood en spelen! Maar ondertussen blijkt dat we almaar dikker worden en de lontjes korter, verhogen ze de BTW op groenten en fruit, weten de kinderen niet meer hoe ze zich moeten vervelen en worden ze té beschermend opgevoed, worden er cursussen ‘Omgangsvormen’ gegeven aan raadsleden van Gemeenten, ik herhaal, raadsleden, lopen de toeristen de wereld plat en raken toeristische steden overbevolkt en worden de zomers alleen maar heter en heter met als gevolg dat we droog komen te staan..”

“Dan maar allemaal aan het alcoholvrije bier! Want dat lijkt nu toch wel geaccepteerd na het debacle van Buckler” grapte ik, maar ik wist dat hij gelijk had.

“Heeft u nog meegekregen dat we hier tegenwoordig een heel modern ziekenhuis hebben?” “Jazeker!” zei de man, “het ziekenhuis in Delfzijl en Winschoten zijn samengevoegd tot één ziekenhuis, dat kon mij natuurlijk niet ontgaan want mijn ouderdom komt ook met gebreken.” En hij gaf mij een knipoog. “Maar dat was wel even een verhuizing zeg, een hele organisatie.” “Klopt’, zei ik, dat was een hele klus maar ze hebben het gered. Nu nog de kinderziektes oplossen en dan hebben we er weer een schier zaikenhoes bij.”

De man keek mij even verbaasd aan.

“Ha, ja, dat is Gronings, ik probeer me dat een beetje aan te leren. “Maar we mogen echt trots zijn op dit nieuwe ziekenhuis want ik was onlangs in een Haags ziekenhuis omdat mijn zoon daar lag maar man, man, wat een oude zooi en wat een onvriendelijk personeel. Dat is in het OZG een stuk beter! Wat wel jammer was dat RTV Noord zo weinig aandacht besteedde aan de opening van het ziekenhuis, daar snapte ik geen hout van.”

“Wilt u trouwens wat rollade? Is van de echte slager, superlekker. Ik had expres wat plakken achter gehouden voor u met kerst omdat ik elk jaar weer uitkijk naar onze ontmoeting.” Dat was niet aan dovemans oren besteed en voor ik het wist had hij alle plakken opgegeten. 

Toen nam hij het gesprek weer over. “Jij ging toch trouwen in 2018? Is dat nog doorgegaan of heeft ze zich bedacht?” en weer klonk er een bulderende lach over het Winschoterdiep. “Nee klopt hoor, we zijn eind mei getrouwd. Nou ja, een geregistreerd partnerschap was het eigenlijk. Het gekke was dat hier geen kosten aan verbonden waren terwijl wij toch een ambtenaar een keer 20 minuten en een keer 8 minuten van zijn werk gehouden hebben. Die eerste keer was het gesprek in het Gemeentehuis plus het invullen van enkele formulieren. De tweede keer was ook in het Gemeentehuis, het daadwerkelijke trouwen maar dat was zomaar klaar! Acht minuten later stonden we buiten! Daar valt niks romantisch van te maken maar ach, het gaat erom dat we het leuk met elkaar hebben, toch? Bent u eigenlijk getrouwd of getrouwd geweest?”

“Euh…Nee, dat pad heb ik nooit belopen.” Ik keek hem aan en zag ook geen spijt of zo.

 “Maar effe wat anders, over trouwen gesproken,” en opnieuw kreeg ik een harde klap op mijn schouder, “jij en je familie hadden nog wat te vieren hè! Het zestig jarig huwelijksfeest van je ouders! Man, man, dat is tegenwoordig wel bijzonder hoor, ik denk dat jongere generaties dat niet meer zullen halen, hooguit doen ze het in drie keer: 20 jaar bij die, 20 jaar bij die andere en 20 jaar bij weer een andere omdat die laatste niet kon koken!” Hij begon te bulderen van het lachen en even verderop sloeg een hond aan.

En dat kwam niet door het vuurwerk.

“Ja, zestig jaar inderdaad. We hebben dat in kleine kring mogen vieren en het was een mooie dag. En het deed ons maar weer beseffen hoe dankbaar we mogen zijn dat ze nog onder ons zijn. En de liefde tussen die twee hè, die spat er nog van af!”

De man stond ineens op en trok mij ook overeind. Hij keek mij vervolgens diep in de ogen en zei: “Dat, jongeman, die liefde. Dat is wat we meer naar elkaar moeten tonen. Niet onze tekortkomingen maar wat wij kunnen, wie we zijn. De wereld ligt aan onze voeten, grenzen vervagen en we moeten ons realiseren dat we het met elkaar moeten doen. Met respect voor elkaar, wat voor afkomst je ook maar hebt. Dat is waar het om draait, niet om ik maar om wij!”

“En nu ga ik weer verder. Er zijn nog veel mensen die vandaag in mij geloven en waar ik mee in gesprek moet. Neem alleen maar je eigen familieleden die zich overal op de wereld bevinden. Ooit hebben hun vaders over mij verteld, over die man die net zoveel neuzen heeft als het jaar nog dagen.  

Verdomd, ik dacht toch echt dat hij vochtige ogen kreeg. Of waren het mijn eigen ogen….

Fijne jaarwisseling en een goed, rustig, gezond, begripvol en vooral liefdevol 2019!

 

 

 

 

 

 

 

 

Lichtpuntjes

Hier thuis voeren wij elk jaar weer de discussie of ‘de donkere dagen voor kerst’ wel of niet gezellig zijn. Mijn vrouw vindt van wel. Ik ben meer voor het seizoen erna, het voorjaar.

Haar enthousiasme begint over deze periode begint meestal omstreeks eind september, begin oktober. Zij begint te stralen als het eerste blad van de bomen valt, verwondert zich telkens over de afwisselende herfstkleuren en kruipt knorrend van opwinding in bed dicht tegen mij aan zodra de regen hard tegen de ramen klettert vanwege de eerste najaarsstorm.

Door de elementen raakt zij helemaal in haar element!

Zodra de klok eind oktober weer teruggezet wordt naar wintertijd, gaat ze helemaal los. Want dan kunnen de kaarsjes weer aan. Niet één of twee kaarsjes, nee, hele pelotons. Waxinelichtjes, geurkaarsen, dompelkaarsen, drijfkaarsen, figuurkaarsen, we hebben van alles in huis. Deze kaarsjes liggen op voorraad in de la van het tv meubel en voordat de bodem in zicht is, haalt ze snel weer nieuwe want een avond zonder…..Nee, dat kan echt niet!

Dus laat die donkere dagen maar komen!

Ik heb ook eens een zak kaarsjes gekocht maar dat waren, zei ze zwaar teleurgesteld, niet de goeie. Want die dingen hebben namelijk verschillende branduren en ik had die met het laagst aantal branduren gekocht.

Hoe kon ik nou toch zo stom zijn!

Uiteraard zag ik het probleem niet. Is het kaarsje opgebrand dan pak je gewoon weer een nieuwe, toch? Maar goed, daar denken de geleerden anders over. Mannen denken anders dan vrouwen, dat is nu eenmaal zo. Vrouwen zijn bijvoorbeeld ook van de kussentjes en volgens mijn kapster, Nirmen, zijn ze ook van de (fleece) dekentjes. Maar in mijn wijk zijn het vooralsnog de kussentjes. Laatst kwam hier zelfs een buurvrouw haar pas gekochte kussentje laten zien. Nou, het huis was te klein en vele enthousiaste kreetjes vulden de kamer. Enkele dagen later lagen hier ineens ook nieuwe kussentjes op de bank…

Het blijft een gek fenomeen. De vrouw koopt zich een orgasme aan kussentjes en wij mannen gooien diezelfde kussentjes direct opzij want die dingen liggen altijd maar in de weg! Nou ja, het zij zo. We hebben er maar mee te leren leven, toch?

Ieder zijn ding, leven en laten leven. En nooit commentaar geven….

Vorige week kwam mijn vrouw weer helemaal lyrisch thuis. Ze was naar die winkel geweest die zo ontzettend goedkoop is. Zo goedkoop dat wanneer je het weer zat bent, weg kan gooien. En dan koop je gewoon weer wat nieuws. Uit zelfbescherming mompelde ik cynisch: “Ach ja, we leven nu eenmaal in een weggooi maatschappij….Na mij de zondvloed.”

“Arjen Veldhuizen! Dat hoorde ik!” antwoordde ze boos. Hierop besloot ik mijn mond maar te houden want ze gaf twee hele heldere signalen af, namelijk het uitspreken van mijn volledige naam en het toontje waarop ze mijn naam zei. Dat beloofde niet veel goeds. Dat zijn de meest heldere waarschuwingen die een vrouw kan geven en ik weet zeker dat veel mannen dit herkennen, dat durf ik hier wel te beweren. En ja, zo vlak voor de kerst, vrede op aarde dus laat ik dan maar beginnen om de lieve vrede te bewaren in mijn eigen omgeving…

Daarom gooide ik het snel over een andere boeg, zo verstandig als ik ben. “Nou, laat eens zien, wat voor moois heb je je gekocht dan?” Deze woorden kwamen van ver en om ze kracht bij te zetten trok ik daarbij mijn allervriendelijkste gezicht. “Led- kaarsen!” antwoordde ze argwanend en ze keek mij indringend aan. Maar haar enthousiasme deed haar boosheid vergeten en ze vervolgde, haast kirrend: “Daar hoeft alleen maar een batterijtje in en je hebt er de hele avond plezier van!” Het zag er inderdaad uit als een kaars en het vlammetje was gewoon een stukje plastic wat heen en weer bewoog. Even dacht ik haar te wijzen op de inhoud van de la van het tv meubel, de voorraad kaarsen. Maar ik bedacht mij net op tijd dat dit een zinloze actie zou worden. Soms is het beter je keutel in te trekken wil je niet in een verhitte discussie terechtkomen.

En ik wist, er komt nog véél meer…

Dat manifesteert zich in de periode na Sinterklaas. Want dan moet er een boom komen, een kerstboom om precies te zijn. Dat lijkt eenvoudig maar dat is het niet. Want wat voor boom moet er komen? Een grote, een kleine, een Nordman of een Groene fijnspar, een duurzame, een met of zonder kluit. En hoe tuigen we de boom op? Gekleurde ballen? Zilveren ballen? Gouden ballen?

Pingpong ballen?

Ze gaat dan de deur uit om zich te laten inspireren door anderen en na terugkomst krijg ik dan te horen of ze daadwerkelijk geïnspireerd was. Helaas, dit jaar niet, het viel tegen. Dan breekt bij mij het zweet uit want een rusteloze vrouw in huis is niet fijn. En hecht ze nog waarde aan mijn, bescheiden mannenmening?

Neuh…

Gelukkig vervrouwde ze zich en ging ze digitaal speuren naar ideetjes voor de kerstboom en aanverwanten. Je zag haar wikken, wegen, nog eens een keer wikken en na een aantal uurtjes kwam de beslissing! Het werd een kleine Nordman in een pot op een bijzettafeltje! Met kralen kettingen die aan de onderste takken werden gehangen al ware het een treurwilg.

Maar niks getreurd, ik was allang blij want er zou een zee van rust neerdalen in ons húske!

En natuurlijk zaten er ook lampjes in de boom. Laat er licht schijnen in de duisternis, zo dacht iemand tweeduizend jaar geleden er ook over. Nu moet ik eerlijk zeggen dat mijn vrouw best wel bescheiden is qua hoeveelheid lampjes. Buiten hangt ze nagenoeg niks op en ik spreek uit ervaring: het kan erger! In een vorig leven woonde ik in een straat waar duizenden, nee, miljoenen lampjes opgehangen werden door de bewoners. Het waren er zoveel dat er piloten waren die dachten te maken te hebben met een nieuwe landingsbaan van Schiphol!

Echt waar!

Maar gelukkig is mijn vrouw daar niet zo van. Nee, zij is van het fijnere werk, van de details zegt ze. “Daarom ben je natuurlijk ook met mij getrouwd, want ik heb ook fijne details.” riep ik haar vrolijk en tevreden zittend naast de kerstboom, toe.

Ze keek mij aan, nam een hapje van een kerstkransje met gekleurde suikertjes en bladerde weer verder in de Libelle, de kerst-editie.

Want dat is gezellig!

Fijne Kerstdagen!

Boekenwurmen

De jeugd leest niet meer zoals wij, dertigers en alles daarboven, opgevoed zijn. Mijn eigen kinderen raken na 4 zinnen al compleet in de war, beginnen dan al te klagen dat het ‘zo veel’ is en haken het liefste af, op zoek naar Playstation of andere moderne afleiding. Terwijl ik ze er altijd op wees dat lezen zo ontzettend leuk is. Dat komt natuurlijk door mijn achtergrond. Lezen werd mij met de paplepel ingegoten. Mijn vader las boeken, mijn moeder las boeken en mijn broer en zus lazen boeken. En de wekelijkse gang naar de Bibliotheek was net zo normaal als de gang naar de kerk, al was die laatste gang vaak verplicht door het gezag.

Het gezag bestond toen nog uit ouders, ooms en tantes, opa’s en oma’s, buren, leerkrachten, voetbaltrainers en bibliothecaresse ’s.

Naar de bibliotheek gaan voelde nooit aan als een verplichting. Het was altijd fijn toeven in ‘de Bieb’. Ik kon daar rustig een uurtje rondhangen, speurneuzend tussen (jeugd) boeken zoals ‘Pinkeltje’, ‘De Vijf’, ‘Bob Evers’, ‘Frank Distel’, ‘Arendsoog’,  ‘de Scheepsjongens van Bontekoe’ en uiteraard de helden Sietse en Hielke Klinkhamer van ‘De Kameleon’.  Ik deed dat het liefst op de vrijdagavond want dan had je wat te lezen in het weekend. Met de gelezen boeken onder de arm liep ik dan naar het gebouwtje naast mijn school alwaar ik, na het inleveren van de boeken, mij kon laven aan de grote voorraad boeken in de enorme boekenkasten. En als ik mazzel had dan waren de leukste meisjes van mijn klas er ook en was er even tijd om een beetje te chillen met elkaar, zonder eventuele concurrentie van andere jongens.

Dat ik daardoor te laat thuis kwam en op mijn flikker kreeg nam ik maar op de koop toe.

Ze hadden in die Bibliotheek ook stripboeken. Die konden mij ook bekoren. Thuis had ik wel een paar eigen stripboeken maar die waren op twee handen te tellen. We hadden het goed in die tijd maar niet breed dus stripboeken werden sporadisch aangeschaft.

En van gele hesjes hadden we nog nooit gehoord.

Die strips las ik rustig telkens weer opnieuw, het liefst tijdens het ontbijt en nog in pyjama outfit. Ooit vond ik op ‘de Nollekes’, de vuilnisbelt van Terschelling, twee flinke stapels ‘Donald Duck’s’. Waarschijnlijk daar neergegooid door iemand die wel een abonnement kon betalen want ze lagen keurig op nummer gestapeld. Even later zaten ze tussen de snelbinder van mijn fiets en vloog ik naar huis om mijn gevonden schat daar te laten zien. En om zo snel mogelijk de eerste exemplaren te verslinden natuurlijk.

Het voelde aan alsof ik even Sjakie van de Chocoladefabriek was, die net de Gouden Toegangskaart te pakken had!

Dat zijn dingen die je bijblijven. Net zoals sommige boeken, zoals Oorlogswinter van Jan Terlouw of de boeken van Roald Dahl. Elke avond lag ik in bed te lezen, eerst legaal en later op de avond, als de tijd ‘bedtijd’ overschreden was, nog steeds. En ook hier nam ik de straf die daarop volgde voor lief. Want door te lezen was je even in andere werelden en ja, stoppen was haast onmogelijk want het einde van het hoofdstuk gaf vaak al aan dat het nóg spannender zou worden…

De cliffhanger! Toen al!

Wetenswaardigheden haalden we ook uit de boeken. Voor mijn 11e  verjaardag kreeg ik ‘Ons Jeugd Boek’, een boek vol met korte verhalen, knutseltjes, raadselplaatjes, gedichtjes en puzzels. Oh ja, en Indianen- en Cowboyverhalen! Die raadseltjes zijn nog steeds hip want zodra je ergens solliciteert kan je er een fles wijn op zetten dat je, alvorens echt in gesprek gaat, eerst even wat testjes op de computer moet afwerken.

Dat noemen ze ook wel je ‘cognitieve vaardigheden’.

Maar ik verslond ook de boeken van ‘Hoe en Waarom’, boeken die specifiek iets vertelden over bijvoorbeeld elektriciteit, vissen of belangrijke uitvindingen. Toen ik 16 werd kreeg ik nog meer kennis te verwerken middels het boek ‘Lannoo’s Jeugd Encyclopedie’. Leuk feitje is dat dit boek nu ingedeeld is in de categorie 0-12 jaar….

Een mooi bewijs dat de jeugd van tegenwoordig een stuk bijdehanter is dan wij op die leeftijd.

Ach ja. Het is ook wel logisch dat de jeugd niet meer leest. Want van alle boeken zijn inmiddels wel films gemaakt en soms zijn de films er misschien wel eerder dan het boek… Wij hadden vroeger ook wel films maar dat was hoogstens één keer per week dat er een film te zien was in de plaatselijke bioscoop. ‘Bud Spencer en Terence Hill’, ‘Porky’s Pretpark’…

Nou ja, dat niveau dus.

Tegenwoordig kun je 24/7 films kijken. In de bioscoop, thuis op de televisie of via Tablet of GSM. Elk uur van de dag, week in week uit. Logisch dat je dan niet meer tijd hebt om te lezen. Maar jammer is het wel. Want door alles maar te visualiseren raakt de fantasie op een zijspoor. De hoofdpersoon uit een boek krijg je op een presenteerblaadje, daar hoef je niet meer over na te denken. Je hoeft nergens meer over na te denken, wat je ziet is wat je krijgt.

Daar kan geen schrijver tegenop schrijven.

En zijn er toch dingen die je graag wilt uitdiepen dan is het internet er. Alles, maar dan ook alles is terug te vinden op het internet. Ik vind dat hartstikke mooi hoor, ik geniet er met volle teugen van en zou, als ik heel eerlijk ben, niet meer zonder kunnen. Maar het gevoel hè, het is zo anders….

De bibliotheek is er nog wel maar ook deze zal zich moeten overgeven aan het nieuwe tijdperk, aan veranderingen. Zoals alles is ook dit fenomeen aan verandering onderhevig. Gezinsleden lopen niet meer met boeken door het huis maar met tablet of GSM. Ervaringen zoals hierboven beschreven zullen langzaamaan verdwijnen uit onze herinneringen.

Dat is geen drama, dat hoort bij ons nieuwe geluk want het is mooi dat het allemaal maar kan. Maar soms bekruipt mij het gevoel, dan wordt ik er een beetje verdrietig van omdat ik er ooit wel heel veel geluk in vond. Van de week hoorde ik een mooie spreuk voorbij komen, in een filmpje van een paar ouwe TV persoonlijkheden en die spreuk mag je hieronder, mist je het niet allang opgegeven hebt, lezen!

‘Op zoek naar het geluk raken wij steeds verder verwijdert van de tevredenheid.’

 

Het chagrijn van de welvaart

Stress bij de Appie! Ze bedachten, zoals elk jaar, enkele kerstrecepten maar nu blijkt dat deze recepten niet de opgewonden staat van de keukenprinsen en prinsessen kunnen bevredigen.  Ze zouden ‘te vegetarisch’ zijn! De redactie van de Allerhande ging iets te snel in op de hype van deze tijd, het hebben van een dieet of het minder eten van vlees of vis. Maar veranderingen moet je voorzichtig brengen, niet door de strot duwen. Die moet je kneden, even laten rusten, weer kneden en pas serveren wanneer de tijd er rijp voor is. Op kousenvoeten. Heel zachtjes. Heel voorzichtig.

Net als de egeltjes.

Natuurlijk hebben ze gelijk bij Albert Heijn want we vreten ons obesitas aan alles waaraan een stukje vlees of vis zit. En we zijn al zo ongeduldig dat we het zelfs al niet eens meer koken, bakken of braden, dan gaat het gewoon rauw de stortpijp in!

Ja, het is soms bij de kannibalen af!

Het gaat natuurlijk om het milieu. Al die koetjes en kalfjes en hun soortgenoten verzuren de boel en Appie en Kornuiten zien daar weer iets in. Door bovenstaande actie. Zij bereiden zich voor op de toekomst van nep- vlees en vis (en wellicht nep- groenten?) zodat onze Aarde nog wat langer mee kan gaan.

Dat is geen fake-nieuws!

Maar we pikken niks meer en de klachtenlijn van de Appie raakte over bezet. Want reageren is nooit zo makkelijk geweest sinds de geboorte van het Internet, alleen raken we daardoor wel in een burgeroorlog. En die oorlog krijgt steeds meer zuurstof, zuurstof die ons door het internet aangereikt wordt. Dagelijks worden we gevoerd met informatie en meninkjes en die delen we ook weer massaal.

We delen, knippen en plakken er lustig op los, zonder na te denken over de inhoud, laat staan de gevolgen…

Er was een tijd dat de laatste maanden van het jaar gezellig en leuk waren. De aftrap werd ingezet door de herfst. Nou, dit jaar was er geen herfst, de korte broek of het jurkje kon gewoon aanblijven. Het chagrijn ontstond bij blad blazend Nederland want het blad viel maar niet. Daar sta je dan met je super bladblazer op het grasgroene gazon, met je ANWB laarzen en bijbehorend water-en winddicht windjack! Er viel hooguit een boom om vanwege een voorzichtig herfststormpje, niks geen bergen met goudkleurig blad.

En de egeltjes raakten ook allemaal van slag!

Dan hadden we het gesteggel om Sint- Maarten. Had deze heilige al geduchte concurrentie met het op angst gebaseerde Halloween (over tradities gesproken..), nu kregen ze ook nog te maken met de vraag op welke dag het gevierd moest worden! Want 11 november is de dag dat mijn lichtje branden mag. Behalve als het op zondag is, dan gaan we weer massaal in de clinch met elkaar omdat zondag de Dag des Heren is, binnenkort wellicht de Dag des Mensen….

We leven in een 24 uurs maatschappij. Behalve met Sint- Maarten, dan gaan we ineens weer lekker hypocriet doen.

Vervolgens komt die Turk uit Spanje, maar ook daar was weer wat over te zeggen en in plaats van vrolijk werden we er ontzettend chagrijnig van. Met name de volwassenen. De kinderen zal het worst wezen, misschien hooguit dat het dan wel een vegetarische worst moet zijn. Maar het chagrijn zit hem in de aandacht die we er met zijn allen aan besteden. We pompen het ‘sociale’ media vol met plaatjes van Sylvana zodat zij publiekelijk aan de schandpaal genageld mag worden, roepen dat we geen racisten zijn maar de commentaren doen tóch echt anders vermoeden.  En we schreeuwen elkaar de les door elkaar geschiedenislesjes op te leggen, uit naam van de traditie. Niets meer en niets minder. Zelfs als dat ten koste gaat van een grondrecht…

Maar we zijn tegen pesten, dat moet wel even gezegd worden want pesten is zó vorige eeuw!

Gelukkig hebben we het Glazen Huis nog. Oh nee, dat mag ook niet meer want dat geld ging allemaal over de grenzen terwijl wij het hier in eigen land veel harder nodig hebben! Al jaren was dit de leukste week van het jaar en maakte het de donkere dagen een stuk lichter. Want muziek en verbondenheid kwamen op een ludieke manier samen, bedacht door mensen met de juiste intenties. Maar een groepje zure mensen in Nederland kwam in opstand en welnu, het Huis ligt in gruzelementen, doel bereikt.

Maar niet het goede doel!

En dan is het Kerst. Vrede op Aarde. Nou ja, bijna vrede, want we maken ruzie bij wie we aan de vegetarische dis moeten zitten op 1e of 2e kerstdag. Want er zijn mensen, dat is echt waar, die eisen dat je aan hun kerstontbijt, kerstbrunch of kerstdiner moet zitten. Daardoor zit het chagrijn weer aan tafel en wensen we dat het volgend jaar maar weer beter zal worden.

De wens is de vader van de gedachte.

Na de kerst hebben we nog een paar dagen om tot bezinning te komen. Maar daar krijgen we de kans niet voor want we moeten nog met elkaar op de vuist over het vuurwerkprobleem! Vooralsnog lijken de liefhebbers het voordeel van de twijfel te genieten, zie ik nog niet direct de blokkeerfriezen in actie komen. Maar de tegenstanders, onder andere de dierenliefhebbers en ikzelf vanwege mijn gehoor, zijn zich aan het wapenen. Dat wordt een enorme Facebook- en Talkshows- campagne met alles erop en eraan!

Dan gaan we knallen!

Het jaar is moe gestreden door ons zelf. Toch stappen we positief over want we voetballen weer op wereld niveau. Daardoor kunnen de hooligans zich weer gaan richten op de dingen waar ze ooit voor bedacht zijn, namelijk lopen schreeuwen in voetbalstadions in plaats van langs de kades van een of andere stad.

En in januari beginnen we weer opnieuw te klagen over alles en nog wat, over Anouk die zo nodig in het Nederlands moest gaan zingen, over het feit dat er elke avond darten op de televisie is, over wel of niet inentende ouders, over transgenderbenamingen, over hufters in het verkeer, over een te nat voorjaar, over te dure zorg, over de privacy wet, over het Songfestival, over de te hete zomer, over de bladblazer in de schuur…

Of over de kerstrecepten van de Appie….

Duurzaamheid en zo…

Elke dag opnieuw krijg ik berichtjes van haar en daarin vraagt zij mij het hemd van het lijf. Braaf geef ik haar dan die informatie, om de lieve vrede maar te bewaren.  En stiekem geniet ik ook wel weer van al die aandacht maar….

Het houdt niet op! Niet vanzelf…

Ze vraagt mij echt van alles. Hoe lang ik geslapen heb, wat ik gegeten heb, of ik gewandeld heb, of ik gefietst heb.. Soms vraagt ze zelfs of ik ook hardgelopen heb! Dat ze al die vragen ging stellen had ik niet begrepen toen ik de Samsung Health App installeerde. Ik wilde alleen maar weten of ik wel genoeg aan beweging deed want er waren wat kilootjes bijgekomen nadat ik niet meer fietsend naar mijn werk ging.

De App moet wel vrouwelijk zijn want soms komen al die vragen over als ‘zeuren’. Dan ben ik er wel even klaar mee en geef ik gewoon geen antwoord. Het mooie aan haar, ik noem haar liefkozend ‘Sammy’, is dat ze dan niet gepikeerd raakt als ik wat mopper of tegensputter op haar vragen.

Sammy houdt alle bewegingen bij zoals stappen, fietsritjes en andere sportieve bezigheden. Mits je de telefoon op je lichaam draagt natuurlijk. Dat stimuleert mij om steeds meer te bewegen. En als er geen reden is óm te bewegen dat verzin ik wel een reden. Als ik bijvoorbeeld brood moet halen dan kan ik dat zo om de hoek halen. Maar dat doe ik dan niet, dan fiets ik helemaal om Winschoten heen en haal het brood bij Meinardi.

Plus een paar krentenbollen voor op de terugweg, als beloning.

Of zoals afgelopen maandag, tijdens de Adrillen. We hadden een afspraak bij de diëtiste en zijn daar lopend heen gegaan. Want daar scoor je bij een diëtiste natuurlijk punten mee! De afspraak was overigens voor mijn vrouw hoor, en omdat ik meestal hier in huis kook mocht ik mee.

Herstel, moest ik mee!

Want ik ben nogal sceptisch als het om diëten gaat. Want je mag tegenwoordig niks meer als mens eten, dieren hebben het soms beter! Kijk maar eens om je heen, de ene hond is nog dikker dan de andere en de katten bij mij in de buurt trekken hun neus op voor een verse muis. Ik ben dus sceptisch en mijn vrouw weet dat en daarom moest ik mee. Het ijzer smeden als het heet is zeg maar. Natuurlijk was ik tot de tanden bewapend, had van alles geGoogled over koolhydraten, gluten en lactose’s want deze dame ging bij mij echt niet het belegen stukje kaas van het volkoren brood eten.

Want mijn stelling is dat we doorslaan. Is het niet een dieet dan is het wel een allergie waar we mee te maken hebben. Tegenwoordig ben je al niet meer normaal als je gewoon eten besteld in het restaurant. En dat is heel verwarrend voor het personeel, die moeten nu wel drie keer vragen of je niet tóch ergens allergisch voor bent. De koks staan trillend en bevend in de keuken en kijken regelmatig door de klapdeuren of de klanten nog wel leven…

Nee, ik overdrijf niet!

De diëtiste riep ons vrolijk binnen en we kregen zelfs koffie! Gewone koffie, dus niet van beukennootjes of  paardenbloemenwortels. Dat was een mooie binnenkomer en ik ging er relaxed bij zitten en liet, zoals we hadden afgesproken, de beide dames aan het woord want ik schijn nogal eens in gesprekken in te breken. Maar hoe verder het gesprek vorderde, hoe relaxter ik werd en soms mocht ik ook wat zeggen en kreeg ik van de dames de complimenten voor mijn inbreng. Maar het mooiste was toch de bevestiging, dat we het eigenlijk best wel goed deden thuis. We koken niet uit zakjes, lezen braaf de etiketten, snacken met mate en eten gezond en eerlijk brood.

Wat schrijf ik nou? Eerlijk brood?

Excuses, ik liet mij even meesleuren in moderne Nederlands grachtengordeltaal. Ik lag even op een ‘bedje van diverse slasoorten met knapperige selderij en malse met de draad mee gesneden stukjes vrije uitloop kippenborst, gevarieerd met gesauteerde pijnboompitjes uit de vrije natuur’. Daar wordt je nu eenmaal wat zweverig van.

Oké, onze smeerboter moest omgezet worden in halvarine, daar kon ik wel mee leven.

Na een klein uurtje liepen we vrolijk naar buiten en lazen het nieuws dat we weer een nieuwe burgemeester hebben. Een burgermoeder om precies te zijn, Cora- Yfke Sikkema. Ze is nu nog wethouder in Haarlem en heeft duurzaamheid, economie en mobiliteit in haar portefeuille.

“Dan zal ze vast wel blij met ons zijn, met onze duurzaamheden van de laatste tijd!” zei ik enthousiast tegen mijn vrouw terwijl wij richting de jaarmarkt liepen, want de Adrillen laat je als Oost Groningers niet links liggen. “En wellicht krijgen we het nu voor elkaar dat de fietspaden eens nader bekeken worden want op sommige plekken lijkt het wel op het wegennet van België!”

Mijn vrouw gaf mij een arm voor wat behaaglijkheid op deze herfstdag terwijl wij het lege en verlaten oude Lucas ziekenhuis voorbij liepen. Mijn gedachten gingen even naar de opening van het nieuwe OZG, hoe mooi dat toch wel was met de Koning erbij en zo. Plus een goede ranking in de Top 100 als toetje, genoeg redenen om trots op te zijn in deze roerige tijden voor ziekenhuizen.

“Kijk!” wees ik naar de overgang straat-fietspad:  “Hier zit een enorme gleuf en als je daar met je fiets overheen fietst dan zitten je nieren in je nek!” “Dat is een mooi klusje voor Cora-Yfke, opvullen die gleuven!”

Even later staan we op de markt te kletsen met een oom en tante van mijn vrouw. Er trilde wat in mijn broekzak. Het was Sammy weer. Met een tussenstand van stappen. Het was geen tussenstand qua snelheid maar het doel van de dag, 6500 stappen, was reeds bereikt. Mijn vrouw zag mij zuchten, dat Sammy mijn aandacht weer trok. “Waarom zet je haar dan niet gewoon uit, we bewegen toch wel.”

Tja. Daarvoor moet je de gebruikershandleiding lezen. En dat doe ik dan weer niet.

Ik ben immers een man.

 

 

 

Make love, not war

Regelmatig worden er bij mij thuis discussies gevoerd, mits we niet op onze telefoon zitten te loeren. Die gesprekken zijn de ene keer lollig, de andere keer wat serieuzer en een enkele keer vurig. Vooral die laatste zijn het leukst maar ze vreten energie. Meestal val ik in slaap na zo’n discussie.

Ja, dat doen mannen wel vaker. Dat wij in slaap vallen na de ‘actie’ zeg maar. Maar ik heb het hier over een pittige discussie, niet over pittig stoeiwerk in de echtelijk sponde en dan wil ik best nog wel even een discussie aangaan over eerder genoemd vooroordeel.

Maar praten is best vermoeiend. Praten is niet voor iedereen weggelegd maar ik kan er wel wat van, vooral als ik mijn gelijk wil. Want ik heb altijd gelijk, zo ga ik het gesprek aan. De dame hier in huis  kan ook praten. Dat is fijn want in gezelschap hoef ik dan niet steeds het woord te voeren, kan ik bijvoorbeeld het eten bereiden, de kaasblokjes snijden of gewoon suf op mijn telefoon loeren. Want zij houdt de gasten wel bezig.

Zij kan praten als Brugman zou je kunnen zeggen, althans, als de echtgenote van Brugman.

Daarnaast behoort zij tot de categorie vrouwen die details uit gesprekken kunnen halen die je ooit, soms al vele jaren terug, er een keer uitgekraamd hebt. En die worden dan voor je voeten geworpen, als een dooie kip bij de luipaardjes in Safaripark Beekse Bergen. Daar kan geen man tegenop maar ik ben eigenwijs genoeg om het zo nu en dan toch te proberen. En als ik daar dan mee bezig ben, ben ik ineens een ‘haantje’ of ‘betweter’.

Oh ja, en daarna komt de vraag waarom ik zo opstandig ben.

Ik snap die vraag ook wel  want ik ben over het algemeen best wel rustig. Waarom dan zo opstandig? Omdat je soms gewoon het debat aan moet gaan want anders is het evenwicht weg in de relatie. In de Tweede Kamer debatteren ze ook. Daar worden ze ook voor betaald en daarom is het krom dat er politici lopen die het vertikken om in debat te gaan. Die lezen liever een gedicht voor of roepen iets in het typische Nederlandse Latijn. En daar komt het weer, ‘Van onze belastingcenten!’

Wij kunnen in dit landje ook goed praten. Praten tot je het eens wordt. Of tot je een ons weegt. We noemen dat ook wel vergaderen en dat doen we overal. Bij de voetbalclub, op het werk, in het buurthuis, bij de schaatsvereniging of gewoon in familiekring. In die vergaderingen probeer je tot afspraken te komen waarin iedereen zich kan vinden.

Er zijn ook mensen die schreeuwen.

Die doen dat op het internet of, als ze heel erg gespannen zijn, gewoon op straat tegen de verkeersregelaar, of tegen het meisje achter de kassa of tegen de chauffeur van die vrachtwagen die te lang op de linker rijbaan blijft rijden of tegen de hulpverlener die een gewond iemand langs de kant van de weg wil verzorgen… Deze schreeuwers zijn de mensen met de korte lontjes. Naar mijn mening de pest voor onze samenleving. Deze mensen zouden heropgevoed moeten worden maar als je dat aan ze voorlegt dan krijg je direct een grote bek.

En door die grote bek ontstaat dan weer de zogenaamde ‘zwijgende meerderheid’.

Ja meerderheid, gelukkig zijn de meeste mensen in ons landje dat nog steeds dus vergeet dat asjeblieft niet! Houdt stand! Je maintiendrai! De brutalen hebben de halve wereld maar dan hebben wij nog steeds de andere helft!

Maar het kan nog erger. Want er zijn namelijk ook mensen die doorslaan in hun gedrag, in hun gelijk. Extremisten of radicalen, types die niet het gesprek aan willen gaan omdat alleen hún waarheid goed is en dan dingen uitvreten om aandacht te krijgen. Een podium zoeken. We kennen natuurlijk die lui van Islamitische Staat die her en der, onder de noemer van hun God, dood en verderf zaaien. Geweld wat elke God verafschuwt, schuwen zij juist niet. Zoals de christenen heel vroeger deden met hun kruistochten.

Dat vergeten we nog wel eens.

Maar er zijn er nog veel meer, veel dichter bij huis. Volkert van der G, de moordenaar van Pim Fortuin was er ook een. Hij had maar één ding voor ogen in zijn leven en dat was zijn zorgen over het milieu om te zetten in het procederen tegen de vervuiler. Dat mag, maar als je iemand voor zijn kop schiet heb je verloren, ben je gewoon een extremist. Dan heb je nog Karst T., die met zijn auto de Koningin en haar familie wilde aanrijden. Hij haatte het koningshuis en ook hier liep het fout af. Helaas. En dan was er nog de moord op Theo van Gogh, een man van het vrije woord, die in koele bloede doodgestoken werd door Mohamed B.

Allemaal diep trieste verhalen die ons land deed bibberen van de koorts. Koorts? Ja, koorts, want mensen die geweld niet schuwen zijn ziek. Zwaar ziek. Want ze zijn het gesprek niet aangegaan maar uit de weg gegaan.

Aan voorgaande moest ik denken toen ik het nieuws hoorde over de ontruiming van het provinciehuis in Flevoland. Er lag daar een verdacht pakje bij de ingang van het gebouw. Uiteraard werd er groot alarm geslagen en alle hulpdiensten stonden, excusez le mot, op scherp. Het bleek een schreeuw om aandacht te zijn van een groep mensen die tegen het beleid zijn in de Oostvaardersplassen, het gebied van de wilde paardjes en dergelijke. Deze dieren verhongeren omdat ze zich sneller voortplanten dan het gras groeit. Dat noemen we ook wel natuur, oftewel een natuurlijk verloop van de natuur.

Zo is dat ooit bedacht.

Het pakketje was loos alarm maar de boel was ‘lekker’ enkele uren ontregeld, zowel in het provinciehuis als in de nabij gelegen rechtbank en het station. En er werden spandoeken aangetroffen met daarop teksten die de Staatsbosbeheer medewerkers vergeleken met de SS, de Duitse zwarthemden die dood en verderf zaaiden in de 2e Wereldoorlog.  

Ja, onze ‘Ko de Boswachter’ werd door mensen die dieren beschermen, vergeleken met de SchutzStaffel uit het Deutsches Reich…

Daarom ben ik van de discussie, van het gesprek. Ook hier thuis. En mocht het gesprek dan eens een keer uitlopen op een ruzie dan kijk ik alweer uit naar wat er na die ruzie zal gaan plaatsvinden….

Het weer goedmaken!!

 

 

 

 

 

 

 

En dan nu het weer….

Terwijl de herfst zich toont door al het groen om ons heen goud te kleuren, bedenk ik mij dat de korte broek best wel weer gedragen kan worden.

Niet dat ik van plan ben om nog op vakantie te gaan, hoor. Ja, eerst hadden we nog wel plannen, om naar het Griekse Santorini te gaan, maar dan moet je eerst op de weegschaal. De dierenbescherming heeft daar ingegrepen naar aanleiding van de abominabele arbeidsomstandigheden van de ezels. Want de ezels die gebruikt werden om de toerist de vele steile hellingen en trapjes te laten trotseren, trokken dat niet meer en zakten door hun hoeven. De obesitastoerist van boven de 100 kilo moet voortaan maar gaan lopen, zo snijdt het mes aan twee kanten moeten ze gedacht hebben. Daarom is de kerstman nu ook op dieet want zijn rendieren Dasher, Dancer, Prancer, Vixen, Comet, Cupid, Donder, Blitzen en Rudolph lezen natuurlijk ook de krant en eisten nu ook aanpassing van hun arbeidsomstandigheden.

Met een crash dieet moet dat nét kunnen zo vlak voor de feestdagen.

En Sinterklaas dan? Die zat op de grens. De Sint is van acceptabel gewicht en zijn paard is een stuk sterker dan die negen rendiertjes van de kerstman. Kijk maar naar de trekkracht: die Finse middenstander heeft maar liefst negen RK nodig om zich voort te bewegen en onze Turkse vriend heeft maar één PK nodig.

En die kracht noemen we ook wel ‘Amerigo’s’.

Voor mij dus effe geen vakantie want ik zit net over de grens van die 100 kilo. Dat komt doordat ik anderhalf jaar geleden gestopt ben met roken en volgens mijn dokter ‘vreet’ je er dan zo maar 10 kilo aan. Maar wat zou het, ik hoef helemaal niet naar Griekenland want het is hier ook fantastisch! En ezels zijn hier niet nodig want ik woon in Noord-Nederland, mijn vlakke land! Niks trapjes en hellinkjes, enkel zo nu een dan een verkeersdrempeltje.

En over de nog te bouwen Pieter Smitbrug maak ik mij helemaal geen zorgen, daar fiets ik zo overheen omdat mijn conditie met sprongen vooruit gaat sinds ik niet meer rook!

Iedereen moet wel wennen aan de huidige weersomstandigheden. De seizoenen zijn anders dan anders en daar raken we van in de war. Bijvoorbeeld afgelopen weekend, toen ik mijn zondagse kleren aan mocht. Mijn gevoel zei: het is herfst dus we doen weer een t-shirt onder het overhemd. De actuele temperaturen lieten mij vervolgens zweten als een otter.

Maar ook al die mensen die naar verre oorden vlogen in de afgelopen maanden, op zoek naar de zon omdat ons landje nu eenmaal niet een stabiel, tropisch klimaat heeft. Die mensen keken vanuit het vliegtuig nog even achterom boven Schiphol en zagen een strakblauwe lucht, volle terrasjes en stranden met mannen in kekke korte broekjes en vrouwen in vrolijke, zomerse jurkjes en vrolijk spelende kindertjes in de autoloze straten omdat iedereen op vakantie was.

Ja, het blijft wennen.

Het is ook te zien aan mijn auto. Oktober is eigenlijk het seizoen voor egeltjes .. Maar door het huidige weer zit mijn auto nog steeds onder de muggenlijken. Daarom is er tegenwoordig ook op elke hoek van de straat wel een autowasstraat te vinden. Die schieten als paddenstoelen uit de grond (en dat heeft weer niets met de maand oktober te maken). De muggen blijven, door het warme weer, veel langer onder ons. Wanneer ik nu mijn auto door zo’n straat heen manoeuvreer en vervolgens de A7 oprij, zitten er geheid weer een miljoen of drie muggen op de grill uit te hijgen of hun laatste adem uit te blazen.

Die snappen het ook niet meer!

Want waar is de herfst? Waar is het gure weer? Waar is de regen die de pas gelapte ramen weer bevuild, waar zijn de windvlagen die het blad van de bomen doet afvallen en er daarna mee in gevecht gaat, voordat de mannen met de bladblazers er weer aankomen. En waar zijn de hoog gesloten kragen van de jas van de fietser, die met samengeknepen ogen en open mond zichzelf een weg baant op de fiets, tegen de wind…

Moet ik eigenlijk nog wel een nieuwe winterjas kopen? Of moet ik mijn zomerkledinggarderobe uitbreiden?

Zoveel vragen en dat allemaal omdat we de seizoenen aan het verliezen zijn. Aan de andere kant laat het maar weer zien dat alles, echt alles, toch echt aan verandering onderhevig is. Niets blijft hetzelfde. Of is dit gewoon een dipje in de atmosfeer. Dat kan natuurlijk ook. Misschien zitten we met kerst wel midden in een horror-winter en kunnen we de deur niet meer uit omdat de sneeuw ons parten speelt. Of vriest het zo erg dat we in december, januari én februari elke maand een Elfstedentocht of de Oldambtrit kunnen schaatsen. Die laatste was overigens in 1996 voor het laatst….

Voorlopig is het nog ‘gewoon’ zomer. De treinen rijden nog gewoon op tijd omdat er nagenoeg geen bladeren op de rails liggen. Over twee weken is het alweer november en kunnen we ons gaan voorbereiden op de eerste novemberstormen. Of waren die van vorig jaar november de laatste….

We weten het niet. Wat ik wel weet is dat mijn rug al jaren in het najaar in een soort van slot schiet. Dan loop ik zo krom als een hoepel. En geloof mij of niet, tijdens het schrijven van dit stukje schoot het mij in de rug!

Wat maar weer bevestigd dat de seizoenen dan wel misschien in de war zijn maar het menselijk lichaam nog steeds haar eigen koers vaart.

Weer of geen weer.

 

 

 

 

 

 

 

Tegenstrijdigheden

‘Gaat heen en vermenigvuldigt u.’ Nog niet zo lang geleden kreeg je als vrouw dit te horen van onze kerkelijke leiders. De vrouw van toen had enkel te zorgen voor het huishouden en haar hardwerkende echtgenoot. En voor nageslacht, door zich gewillig in de echtelijke sponde aan hem te onderwerpen.

Elk nieuw kind dat ter aarde kwam was natuurlijk dan ook direct lid van de kerk waardoor de grip op het gezin mooi bleef voortbestaan. En daarmee het voortbestaan van de kerk en van de wereldbevolking. Grote gezinnen waren dan ook heel normaal en na elke geboorte werd er alweer op aangedrongen opnieuw zwanger te worden en ja, voorbehoedsmiddelen was een vies woord in die tijd… Er waren wel wat ‘middeltjes’ zoals bijvoorbeeld citroensap of voor het zingen de kerk uit… De pil was toen nog een ‘Ver-van-mijn-bed’ show, laat staan ‘de pil voor de mannen’ die we heden ten dage bij ons moeten dragen volgens de trendsetters.  

Weer enkele decennia later noemden de politieke leiders met een christelijke achterban, het gezin ‘de hoeksteen van de samenleving.’ Een warm gezin zorgt voor een stabiele basis in de maatschappij, was de gedachte hierachter. Helaas dwong diezelfde maatschappij af dat er harder gewerkt moest worden om elke maand de vaste lasten te kunnen betalen waardoor ook de vrouw aan het werk moest.

En toen maakten we kennis met het zogenaamde ‘sleutelkind’.

Deze kinderen kregen van hun hard werkende ouders een sleutel van het huis en waren aan zichzelf overgeleverd gedurende de afwezigheid van de ouders. Het kinderkoor met de bekakte R,  ‘Kinderen voor Kinderen’, schreven er zelfs een liedje over:

“M’n ouders moeten werken
Er is nooit iemand thuis
Daarom kreeg ik een sleutel
De sleutel van ons huis
Nu zit ik elke middag ongestoord
Met chips voor de TV
Uren achter de PC
Met keihard mijn muziek
Er is toch niemand die het hoort”

Hierdoor raakten een deel van die kinderen het spoor bijster en bedachten we voor-tussen- en naschoolse opvang.

Nu moesten de ouders nóg harder werken om dat allemaal te kunnen betalen waardoor de kinderen op zondag dubbel  verrast werden.. ”Wie zijn toch die man en die vrouw die elke zondag het vlees snijden..”. Mits hier sprake is van ouders die nog bij elkaar zijn. Bij gescheiden ouders ligt het nog iets gecompliceerder.

Ik moest aan voorgaande denken nadat CDA Fractievoorzitter Sybrand Buma zich zorgen maakte over de bevolkingsgroei. Want het vermoeden bestaat dat ons landje zo rond 2060 uit haar voegen zal barsten door een geschat inwonersaantal van twintig miljoen. En de grootse aandrijver daarvan is de immigratie.

Ja, er zitten inderdaad weer verkiezingen aan te komen.

Twee tegenstrijdigheden in mijn ogen want we moesten ons aan de ene kant voortplanten al waren we konijnen en nu maken ze zich zorgen vanwege overbevolking. We doen niet meer aan grote gezinnen; een, twee kinderen per gezin is tegenwoordig redelijk normaal. En als het even kan ook op latere leeftijd, neem Eva Jinek maar als voorbeeld. Een carrière vrouw en nu een prachtige moeder van zoon Pax. Van wie? Van Pax.. Een Latijnse naam welke ‘vrede’ betekent. Ja, ook de namen veranderen; Pax, Xess, Jess, Lax, Nix of Uxs, het kan allemaal.

Maar dit even terzijde.

De populaire steden hebben nu al last van overbevolking, met name van alle toeristen die zich over de hele wereld verspreiden. Neem nou Venetië. Daar kan je een dikke bekeuring krijgen als je even op de stoep gaat liggen of op een monument gaat zitten…En is het niet ons eigen Amsterdam waar populaire toeristenwinkeltjes dicht moeten om zo de toerist te weren? Het is echt waar, er is zelfs sprake van een viswinkel die dicht moet, na 35 jaar daar vis verkocht te hebben.

De kibbeling en de haring zijn te toeristisch!

En even voor de duidelijkheid, die toeristische overloop komt niet door de immigratie. Nee, dat komt door de welvaart. Onder andere doordat we massaal zijn gaan reizen omdat we teveel geld en teveel vrije tijd hebben. En daar komt het weer; omdat we steeds bezig gehouden moeten worden.

Die welvaart begint ondertussen aardig te irriteren!

En nu hebben ze in Groningen bedacht dat er niet meer gerookt mag worden in de stad. Nou ja, enkel bij ziekenhuizen en scholen creëren ze rookvrije zones. Dat snap ik wel, maar waarom kan ik sigaretten en dergelijke nog steeds overal kopen? Waarom verkoopt de Appie Heijn in (!) het UMCG dan wel bier en energie dranken? Ook slecht voor de gezondheid toch? En waarom mag ik wel friet, frikandellen en kroketten eten in die ziekenhuizen?

Of een broodje bal met een kwak mayonaise..

Dan rook ik niet die peuk bij de ingang van het ziekenhuis maar kom uiteindelijk wél met een vet hart binnen via de ingang van de spoedeisende hulp… Allemaal tegenstrijdigheden waar we met zijn allen hoorndol van worden. Natuurlijk snap ik dat het om een gedragsverandering gaat. De laatste jaren van mijn rokerige leven voelde ik mij al steeds bekeken wanneer ik buiten bij een winkel stond te roken, wachtend op mijn vrouw die binnen een jurkje aan het kopen was. Ik kreeg dan genoeg verontwaardigde blikken toegeworpen dat men last had van de rook. Als een paria ging ik me steeds meer ging verschuilen, peuk diep in mijn handpalm zodat ik er niet direct op werd aangekeken.

Winkels met pilaren bij de ingang hadden mijn voorkeur of ik ging in de luwte van een leegstaand winkelpand staan, die gunde men toch geen blik waardig. Dat brengt mij meteen weer op de volgende tegenstrijdigheden, namelijk dat we geen leegstand willen wat winkels betreft maar wel als het effe kan online ons bevredigen met de aankoop van alles wat er maar te koop op de wereld is!

Want dat is net even goedkoper en ze komen het nog thuis brengen ook!

Ach, de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend. En grenzen vervagen, identiteiten vervagen en gewoontes vervagen. Dat komt omdat we steeds wijzer worden met zijn allen en omdat we met zijn allen willen werken aan de perfecte wereld. Zonder ziektes, oorlogen en andere zaken waar de meesten onder ons niets mee te maken willen hebben. Dat zijn de gevolgen van de welvaart.

Wen d’r maar aan.

Weekend!

Het is zaterdagmiddag en ik ben aan huis gekluisterd omdat ik moet oppassen op mijn grote vriend, Ruben. Zijn moeder is met mijn echtgenote op stap, naar een Fair hier ergens in het Groninger land. Het was oppassen of meegaan.

De keus was snel gemaakt.

Ik zie het maar als oefenen. Op een eventuele toekomstige taak, oppassen op de kleinkinderen. Mochten mijn nazaten dit lezen, ik schrijf ‘eventuele toekomstige taak’ dus niks moet, alles mag! Het oppassen komt mij wel goed uit want ik heb veel klusjes gedaan in de afgelopen week waardoor ik wel wat rust kan gebruiken.

Want er is wel effe een lijstje afgewerkt, hoor!

Het feest begon buiten. De schutting moest opnieuw in de verf. En het schuurtje moest dan natuurlijk ook want anders was het maar half werk. Mijn jongste zoon had dit enkele jaren geleden al gedaan maar eigenlijk was dat niet de goede verf. Die verf hadden we achter huis op de gevel gedaan maar er bleef verf over en ja, zonde, dus verfden we de schutting er ook mee. Tegen het advies van de bouwmarkt! Mijn zuinigheid leverde dus dubbel werk op want al gauw ontstond er een kaalslag op de schutting en voorzag ik al minachtige opmerkingen van deze en gene uit mijn omgeving. Want hoe kan je nou muurverf op de schutting kwakken? Heb je niet op school gezeten? Kijk je geen ‘Huis & Tuin’?

Het zweet brak mij uit want ik wist dat het niet even een kwestie was van een nieuwe verflaag. Er waren enkele planken verrot dus die moesten eerst vervangen worden. Allemaal extra werk waar ik niet op zat te wachten want ik ben niet zo van de klusjes.

Ik kan mijn tijd wel beter gebruiken!

“En schat, die kast in de schuur..die je ooit geprobeerd hebt te repareren…die valt van ellende uit elkaar dus euh….” voegde mijn bazin mij nog even toe, vlak voordat ze naar haar werk ging.

Afijn, de klussen zijn inmiddels geklaard en menigeen heeft mij gecomplimenteerd met het eindresultaat. Maar op mijn lauweren rusten was er niet bij want ik kreeg direct een nieuwe opdracht, omdat ik zo lekker bezig was. Er moest een andere kleur op de muren in de woonkamer. Dat was sneller geschreven dan gedaan en dan heb ik het over de keuze van de kleur. Wekenlang hingen er van die gekleurde papiertjes aan de muren en telkens moest ik mijn mening geven. Niet dat er naar die mening geluisterd werd hoor, neuh…. dat was meer voor de vorm.

Want Majesteit is het meestal alleen eens met haar eigen voorkeuren als het om de inrichting gaat. En ik ben het helemaal met haar eens, ik schik mij in haar wil, haar wil geschiedde…

Tot een bepaalde hoogte natuurlijk, laat ik dat hier even duidelijk duiden! Maar de kleur is nu eindelijk gekozen en sterker nog, ik heb al twee muurtjes in de verf gezet zodat ze rustig kan wennen aan de kleur. Tussendoor verfde ik in mijn enthousiasme ook nog even de voordeur, van binnen en buiten en op een paar kleinigheidjes na is dat best mooi geworden.

Al zeg ik het zelf…

Nu heb ik dan even tijd voor mezelf. Even geen klusjes. Klusjes? Waarom gebruik ik eigenlijk een verkleinwoord? Waarom heb ik het over een ‘lijstje’? Het zou gewoon lijst moeten zijn, met hoofdletters: De Lijst! Want het ‘lijstje’ is onuitputtelijk, er zit geen einde aan. Want zodra ik iets weggestreept heb, verzint de dame hier in huis wel weer een nieuwe klus. Of er ontstaat vanzelf een klus, zoals van de week toen het gootsteenkastje onder water stond. Een gil vanuit de keuken trok mij ruw van de bank en enkele tellen later lag ik op mijn knieën te dweilen en kwam ik erachter dat een van de rubberen ringen van de sifon de veroorzaker was.

Dat zijn de tussendoor klussen, de ‘daarzitikeigenlijknietoptewachten-klussen’.

Gelukkig kan ik het van mij afschrijven en mede dankzij Ruben heb ik daar nu tijd voor. We zitten aan de eettafel. Hij op zijn Tablet en naast hem een bakkie chips en ik achter mijn laptop met een bak koffie. Even mannen onder elkaar, de bril van de WC mag gewoon omhoog blijven staan, we luisteren muziek via YouTube en de speaker staat lekker hard en de nieuwe van Diggy Dex, ‘We dansen de zon op’, op repeat.

Een heerlijke zaterdagmiddag.

En een heerlijk weekend! Die begon gisteravond al met het kijken naar een Judo les van Ruben. En vanmorgen kon ik even naar de voetbalwedstrijd kijken van achterbuurjongen Lars. Ik had verwacht dat hij zou spelen als een krant omdat hij met zijn klas op kamp was geweest maar niets was minder waar. Hij maakte drie goals en gaf één assist, einduitslag 5-2 voor WVV.

En als klap op de vuurpijl mag ik morgen van mijn geliefde echtgenote en opdrachtgever live kijken naar de wedstrijd PSV-Ajax!

“Maar dan moet je wel eerst even de plekjes op de voordeur bijwerken, de plekjes die je niet goed geraakt hebt met verven.” fluisterde ze mij lieftallig toe.

Beste Johnny en Winston,

Nu ik de zoveelste brief van jullie heb mogen ontvangen heb ik maar eens besloten om jullie terug te schrijven. Dat lijkt mij wel zo fatsoenlijk en jullie krijgen gelijk; de aanhouder wint.

Want jullie sturen al jaren enveloppen naar mij alleen weet ik eigenlijk niet of ze wel echt voor mij bestemd zijn. In de aanheft staat namelijk:  Aan de bewoners van…. en dan volgt het adres. Dat is wel mijn adres maar ik heet geen ‘de bewoners van…’. Normaal gesproken mag je natuurlijk niet andermans post lezen, dat is niet netjes. Daarom legde ik de brieven altijd enkele weken apart om de geadresseerden, ‘de bewoners van’.. de kans te geven om hun post op te halen.

Helaas, tot op de dag van vandaag zijn ze nog niet langs geweest om hun post op te eisen.

Toen heb ik maar eens de stoute schoenen aangetrokken en heb zowel de brief van Winston als die  van Johnny geopend. Nou, dat was even schrikken! Want jullie beloven in die brieven gouden bergen, minimaal vijfentwintigduizend euro, uitlopend naar wel vijf miljoen euro! Johnny vroeg in de brief of de Gouden Kaart in de envelop zat. Snel ging ik op zoek en waarachtig, ik had ‘m! Ik voelde mij Sjakie in de Chocoladefabriek! Op de andere kaartjes stonden allerlei prijzen afgedrukt zoals een fiets, een reis, een TV en nog veel meer. Vervolgens moest ik naar een website waar ik enkele gegevens moest invullen waarna ik gegarandeerd één van de prijzen zou ontvangen.

Gegarandeerd.

Winston was wat directer in zijn brief. Het was volgens hem namelijk de laatste kans! Ook hier zat een Gouden Kaart en op die kaart stond een code. Niet zomaar een code, nee, een unieke code! Daarnaast schreef hij het volgende wat mij achter de oren deed krabbelen;

‘Komende zondag zit Nederland massaal voor de buis.’

Nou, dat kon niet in mijn geval want ik moest naar een verjaardag. En dan zal de televisie echt niet aanstaan mag ik hopen. Winston gaf geen garanties op een prijs maar moedigde wel aan om ook naar een website te gaan alwaar, na het invullen van enkele gegevens, de unieke code ingevuld kon worden. Was het niet de vijf miljoen dan waren en nog genoeg geldprijzen over die er gewonnen konden worden.

En ja, de verleiding werd steeds groter en groter want er stond op de Gouden Kaart toch echt een code, de unieke code!!!

Met het schaamrood op de kaken legde ik snel de brieven weer weg, het mijzelf kwalijk nemend dat ik zomaar andermans post open gemaakt had waarin staat dat de geadresseerde enorme prijzen gewonnen had!

Ik zag mij al staan in de rechtszaal…..

En dat in tijden waarin de privacy een flink podium gekregen heeft. Ik wilde er over Tweeten maar bedacht mij op het laatste moment. Want Tweetjes willen nog wel eens als een boemerang terugkomen. Daar kwam Thierry Aartsen, nieuw Kamerlid voor de VVD, van de week ook achter. Alvorens zijn beëdiging moest hij flink door het stof voor zijn Tweets. Ik heb ze ook gelezen en kwam tot de conclusie dat de nuance weer eens ver te zoeken was. Zou dit het zoveelste debacle worden voor een VVD lid?

Je zou zeggen dat de kiezer uiteindelijk beslist, het oordeel over deze partij zal vellen waarna deze partij uiteindelijk zal verdwijnen. Maar niets is minder waar. Want een onderzoek toonde aan dat deze stemmers trouw op hun partij blijven stemmen. Dat zit nu eenmaal in hun systeem. Zo worden ze geboren en opgevoed. Alles moet hetzelfde blijven. Ze spelen hockey en golf, dragen blauwe blazers en geruite broeken en roken graag een sigaartje in een Chesterfield fauteuil. En ze hebben ooit bij een studentenvereniging gezeten, herstel, de boel op stelten gezet. Veel drinken en dan later, als ze in de politiek zitten, ons gaan vertellen dat alcohol slecht is en daarom mag je tegenwoordig onder de 18 jaar niet meer een paar biertjes drinken.

Stelletje hypocrieten.

Natuurlijk is voorgaande gebaseerd op vooroordelen, een onderbuikgevoel waar we ons allemaal wel eens schuldig aan maken. Neem nou dat kersverse Kamerlid Thierry. Dat schijnt volgens de berichten van mensen die met hem gewerkt te hebben, ook zijn politieke tegenstanders, best wel een goede gast te zijn. Hij heeft zijn hart op de tong maar is ook bereidt te luisteren naar andere meningen.

Dat is tegenwoordig best wel bijzonder!

Want neem nou de Gemeente Brunssum. Tijdens de gemeenteraadsvergaderingen gaat het er zo stevig aan toe dat de burgemeester besloten heeft alle raadsleden op cursus te sturen. Een cursus omgangsvormen, om uiteindelijk weer waardig en fatsoenlijk met elkaar om te gaan. Zodat er weer naar elkaar geluisterd zal worden.

Na de uitzending van de Rijdende Rechter van afgelopen dinsdag lijkt het mij helemaal geen raar idee om deze cursus landelijk in te voeren. Het kost alleen wel een paar centen, alleen al in Brunssum tachtig duizend euro… Maar goed, als de wereld er wat gezelliger van zal worden lijkt het mij een goede investering. En aangezien de overheid volgend jaar bijna zestig miljard euro binnen gaat halen door de BTW te verhogen op onze boodschapjes, kapper bezoekjes en medicijnen, moet zo’n cursus toch wel in te voeren zijn.

En mocht dat geld al voor andere zaken gereserveerd zijn zoals bijvoorbeeld voor de politie, onderwijzers of de helpende handen in de zorg dan mag het van mijn part gesponsord worden door die hebzucht kwekende en agressief brieven spugende cluppie’s van jullie, beste Johnny en Winston, de Postcode- en Vriendenloterij.

Dat zou nog eens een prijs wezen, daar kan geen ijstaart of een doos met koekjes tegenop. En het mes snijdt aan twee kanten!

Bedankt voor jullie aandacht, het was fijn even wat duidelijkheid te scheppen.

Met welgemeende groet,

Een van de bewoners van dit huis!

Van God los…

Na vanavond weet ik het zeker: ons land is van God los!

Nederland was ooit een gezellig, kneuterig en een rechtvaardig land, een land met normen en waarden waar menig ander land een voorbeeld aan zou kunnen nemen. Voetbalfans van twee clubs stonden gebroederlijk naast elkaar in de vakken van het stadion hun ploegje aan te moedigen, men had respect voor de ouderen en de ouderen hadden respect voor de jongeren, de politie was je vriend, op de snelwegen waren we een heer, boeven sloegen mekaar op de neus en op zondag gingen we naar de kerk.

Dat hielden we aardig wat jaartjes vol totdat de arrogantie ons parten ging spelen, arrogantie die geboren werd nadat we aan de welvaart roken. Die arrogantie maakte plaats voor hele korte lontjes want we werden individuen en ja, ho eens even, ik mag zeggen wat ik denk.

Gadverdamme!

Terwijl ik dit schrijf komt de stoom uit mijn oren en neus en zullen ze later wel zeggen dat ik emotioneel niet helemaal toerekeningsvatbaar was maar ho eens even, ik mag zeggen wat ik denk!

Vanwaar deze agressie ineens?

Ik heb vanavond gekeken naar een aflevering van de Rijdende Rechter. Deze aflevering was de druppel, ik gooi de tv de deur uit en kijk nergens meer naar. Dan hoef ik ook niet meer ergens van op te kijken! De commerciële zender had ik al verbannen vanwege de vele riool programma’s maar nu komen daar ook nog de ‘Doe effe normaal’ tv zenders, NPO 1, 2 en 3 bij!

Dan maar alle dagen Netflix!

Normaal was dit programma een van mijn favoriete programma’s. De ene keer ging het om een overhangende boom, de andere keer over een schutting die op de verkeerde grond gepaald was en weer een andere keer ging het om overlast van geluid bij de buren. Kneuterigheid ten top doch zeer ontspannend om naar te kijken. Dan ging je voor jezelf een mening vormen en dan maar hopen dat deze mobiele rechter daar ook zo over dacht.

Ik was al jaren fan!

Maar na vanavond is het klaar. Het ging over… Ja, waar ging het eigenlijk over? Zelfs dat was niet te volgen, het was zó gênant dat er geen chocola van te maken was. Als ik bij dat programma zou werken dan had ik allang gezegd: “Hup, dit is niks, inpakken en wegwezen willen we de kijker nog serieus nemen. We pakken dat item wel over die overhangende dakgoot in Katwijk.

Deze aflevering was nog erger dan de riooljournalistiek die de heren Santegoeds of Verlinde bedrijven. Dit was martelen. Dit was geestelijke mishandeling van de deelnemers én van de kijkers. Hier waren de gedoetjes van VVD’ers, D66’ers en ING bankdirecteuren echt helemaal niets bij. Die zou je dan, in het licht wat de Rijdende Rechter allemaal liet zien, nog weg kunnen schrijven als kwajongensstreken. Politiek Den Haag had je wel aan kunnen rekenen dat zij hier geen vragen over gesteld hadden tijdens het wekelijks vragenuurtje. Vragen over hoe het nu eigenlijk zit bij de aanstichters, de Nederlandse Christelijke Radio Vereniging (NCRV) en de Katholieke Radio Omroep (KRO) die betaald worden met belastinggeld. Voor de duidelijkheid (en ik heb er zo’n hekel aan om dit te zeggen maar doe het nu toch!), ONS BELASTINGGELD! Vragen hoe ze zo van God los zijn geraakt door de Rijdende Rechter naar mensen te sturen die eigenlijk tegen zichzelf beschermd zouden moeten worden. Op de website van de NCRV en de KRO  staat: Samen Leven, Samen doen, Samen Geven en Samen Zien. Allemaal heel christelijk opgeschreven maar het gaat vreselijk fout bij de uitvoering ervan!

God is ook boos en toonde dat al door orkaan Florence op ons af te sturen. En terecht!

De Rijdende Rechter, Meester John Reid, had ook in kunnen grijpen. Als medebedenker van de ontzettend leuke cartoon Fokke & Sukke schat ik hem toch hoog in en zal hij morgen de NCRV en KRO laten weten per direct te stoppen met zijn medewerking aan dit programma. Of was Meester Reid ooit als student verbonden met die studenten-gekkies van Vindicat uit Groningen?

Want dan zal het alleen maar erger worden, ben ik bang…

We kijken steeds minder televisie en dat begin ik ook steeds meer te begrijpen. Ik wil niet op mijn vrije avond, gezeteld op mijn Leen Bakker bank, op de hoogte gebracht worden van pornofilmpjes in Whatsappgroepen of van geile buurmannen die zoenen met de buurvrouw. Van mij mogen ze dat doen maar niet in mijn woonkamer. Dat is categorie leedvermaak. En daar hou ik niet van. Niemand houdt daar van want we houden ook niet van pesten. En we houden ook niet van kinderen die door een Staatsecretaris teruggestuurd worden naar hun oorspronkelijke land terwijl politieke partijen als de PVV en het Forum voor Democratie hoogtij vieren. Daar houden we niet van.

Nee, we smullen er van!

Want er is geen beter vermaak dan leedvermaak. Zodra er ook maar iets van ruzie in de straat is staan we direct klaar om te kijken. Met de mobiel in camera stand want dan kunnen ze die filmpjes weer door Appen naar anderen. Zelfs als wordt er iemand in elkaar geslagen dan kijken we, nog net niet kwijlend van sensatiezucht en als de hulpverlener in beeld komt vallen we die lastig omdat ze het feestje bederven…..

Sensatie is het nieuwe roken durf ik hier wel te beweren!

Overdrijf ik? Neen! Integendeel. Het bewijs zag ik tijdens de Hoorzitting, een onderdeel van het programma. Dan komen de kemphanen bij elkaar in een plaatselijke horeca-gelegenheid en gaat de rechter proberen te ontdekken waar de problemen liggen. Op de voorste rij zitten de hoofdpersonen maar dat is niet belangrijk, we weten immers al wat hun probleem is. Nee, het gaat om de mensen erachter, die gaan daar zitten om te kijken wat er allemaal staat te gebeuren. Oké, dat mag natuurlijk, we leven in een vrij land. Maar ik zag ook kinderen en toen ging bij mij het licht uit, toen knapte er iets en wist ik dat de normen en waarden die wij ooit met zijn allen bedacht hebben, voorgoed verdwenen zijn.

Geïnfecteerd door de kijkcijfers. En nee, het gevaar zit niet in de meningokokken Type W! Het gevaar zit in ons zelf zolang we accepteren dat de televisie dit soort bagger over ons heen mag gooien elke avond.

Gadverdamme!

Yin en Yang

Er zijn veel verschillen tussen man en vrouw. Fysiek, maar ook op mentaal gebied. Vrouwen begrijpen mannen niet en mannen begrijpen vrouwen niet. Een veel gehoorde geklaagzang aan beide zijden.

Als je er even over nadenkt is het eigenlijk wel raar. Want waarom voelen ze zich dan tóch over het algemeen aangetrokken tot elkaar? Het zijn immers tegenpolen, het is Ajax tegen Feyenoord, het is Geert tegen de Islam, het is Groningen tegen Friesland, het is Lothar Matthäus tegen Frank Rijkaard, het is Gordon tegen Gerard, het is Tilly tegen Conny en het is Johan Derksen tegen iedereen.

Het is eigenlijk Yin en Yang, want ze kunnen niet met elkaar en niet zonder elkaar.

Yin is hier het vrouwtje. Het symboliseert de donkere maan. En Yang is het mannetje, die staat weer voor de heldere zon. Nou ja zeg! Hoe treffend! Want hoe vaak horen mannen niet dat ze wat serieuzer moeten zijn en niet voor hun problemen weg moeten lopen? En hoe vaak horen we niet dat vrouwen vaak chagrijnig zijn en alleen maar blij worden van shoppen en chocolade?

Die Yin en Yang zijn zo gek nog niet! Eigenlijk is het is dan ook best logisch dat er mannen en vrouwen zijn die op hetzelfde geslacht vallen. En lopen de heteroseksuelen vreselijk achter de waarheid aan. Doen ze dat alleen maar omdat het toevallig ooit begon met een man en een vrouw? Want nogmaals, vrouwen en mannen kunnen nog wel eens van mening verschillen. Dus waarom zou je dan in vredesnaam met elkaar het leven willen delen?!

Dat stelletje wist natuurlijk niet beter!  Afgelopen week werd voorgaande maar weer bevestigd. Ik kwam plotseling een dagje thuis te zitten.  Dat kwam doordat ik de dag ervoor op een bankje gezeten had, onder een Overijsselse boom. Vervolgens kreeg ik jeuk. Na nader onderzoek bleek dat ik te pakken was genomen door de Jeukrups. Ja! De Jeukrups! Om precies te zijn, de Eikenprocessierups.

Daardoor kon ik natuurlijk niet meer werken, en ja, ik moest natuurlijk ook nog bellen met een advocaat om de eigenaar van de Overijsselse boom aansprakelijk te stellen. Want deze hadden mij moeten waarschuwen voor deze jeukerds.

Vandaar een dagje vrij!

Tot mijn grote vreugde was mijn vrouw die dag toevalligerwijs ook vrij. Dat zal ze wellicht eerder in ons samenzijn al verteld hebben, maar ja, die verschillen tussen de seksen hè… Mannen luisteren nooit!

Toen wij halverwege de ochtend gezellig en vrolijk een ontbijtje met een eitje genoten, begon mijn vrouw ineens wat te mopperen. Het weer sloeg om zeg maar…. Zoals een goed man betaamt luisterde ik er in eerste instantie dus niet naar, maar nadat ze mij tot de orde geroepen had, kreeg ze mijn volle aandacht: “Leg die telefoon nou eens weg als ik tegen je praat!”

Die telefoons vreten aandacht, dat zijn vrouwen in het kwadraat!

“Wat is er aan de hand, lieverd?” zei ik op een rustige toon om het vuurtje niet teveel op te stoken en trok  mijn meest aandachtige gezicht.  Want ik wist dat er nu geen plaats meer was voor een ondermaats grapje. Ze keek me aan met een blik die…(en zuchtte eens heel diep…) en toen kwam het:

“Doordat jij ook vrij bent, loopt mijn hele planning van de dag in de war!”

Die kwam binnen! Dit was de bal in mijn kruis;  gelijk het schot van Ronald Koeman in de Europacup- finale voor Barcelona (1992) tegen Sampdoria in het Wemblystadion te Londen. Barcelona won daardoor maar ik lag steunend en kreunend op de grond. Met een van pijn vertrokken gezicht had ze nu mijn volle aandacht. “Wat heb ik in vredesnaam met jouw planning te maken?” vroeg ik met een piepstem en wreef mijzelf ondertussen over mijn onderbuik. Naast de inentingen tegen mazelen en dergelijke,  zouden ze nog wat moeten toevoegen, namelijk spul tegen pijn in je ballen!

“Ik had vandaag van alles willen doen, maar daar komt nu niks meer van terecht, want jij bent ook thuis!” zei ze, zonder te lachen. “Waarom komt daar niks meer van terecht? Je kan toch gewoon ‘je ding’ doen.. Ik vermaak me wel hoor. En hoor eens even, ik woon hier ook hoor!” antwoordde ik haar. Maar dat wilde ze niet horen, ze is een vrouw. En die denken anders dan mannen.

Met lede ogen keek ze mij aan: “Nee, jij bent er nu en dat is anders dan wanneer ik alleen ben.”

Ik hield de rest van de dag last van dat klote gevoel en besloot mij wat af te zonderen zodat ik niet als een rode lap zou gaan werken. En zodra ze iets vroeg dan was ik direct een en al oor omdat ik de stemming niet wilde verpesten. Die was immers al verpest.

En ik begreep er niks van.

Afijn, uiteindelijk kwam de rust weer terug nadat ik de schutting opnieuw in de verf ging zetten. Op de een of andere manier vinden de dames dat fijn, dat je als man je klusjes in en om het huis uitvoert zonder tegen te spartelen.

Heel vroeger ging de man jagen en was moeder de vrouw blij als je dan thuis kwam met een stuk dinosaurus of mammoet. Nu doen ze klusjes…..

Enkele dagen later kwam de achterbuurvrouw weer even buurten,  en vol bewondering keek ze naar mijn geleverde klus. De superlatieven vlogen tussen de schuttingdelen heen en weer en ik begon te glimmen als een aap met zeven staarten. Toen de dame met een koppie thee geland was op een van onze tuinstoelen, zei ze dat haar vriend zo zou komen.  Ze had dus maar even tijd voor een praatje.

“Maar eigenlijk komt het mij helemaal niet uit!” zei ze ineens.

Ik kromp ineen. Mijn vrouw reageerde direct op de buuf: “Ojee, ja dat snap ik. Je hele planning is nu zeker in de war!” Hierop antwoordde de buuf instemmend. Natuurlijk was het verstandiger geweest dat ik nu mijn mond hield. Maar nee, ik moest hier weer zo nodig een opmerking over maken.

“Waarom komt het niet uit dat je vriend langs komt? Dat is toch leuk? Misschien neemt hij wel een bosje bloemen mee, of hij vraagt je ten huwelijk!?” riep ik, zwaar verontwaardigd en voelde ik me opnieuw behoorlijk in het kruis getast.

Ik was even helemaal klaar met dat geYin en geYang!

 

Verstand komt met de jaren…Toch?

Vanaf het moment dat de mens rondliep in slechts een berenvelletje zijn ze gaan nadenken over een perfecte wereld, de ideale samenleving om precies te zijn. Een wereld van vrolijkheid en mededogen.

Bij wijze van spreken.

Nobel, maar zo’n wereld creëren gaat natuurlijk niet zomaar. Om dat te bereiken moesten regeltjes bedacht worden! Regeltjes waar iedereen zich aan moest houden zodat alle neuzen de goede kant op gingen staan. Nu was de communicatie in den beginne nou niet bepaald een sterk punt van de mens. Men schreef wat teksten op rotswanden (vaak opgeleukt met een tekeningetje) of men liet zo nu en dan enkele rookpluimpjes de lucht ingaan. Of ze bazuinden het een en ander rond door van dorp naar dorp te reizen. Ja, en veel regels waren het natuurlijk nog niet in het vroegste vroeger. Op een gegeven moment was er iemand die wat orde in de chaos bracht. Hij bedacht een stuk of tien regels en gebood zijn aanhangers om die regels na te leven. Want dat was de sleutel voor een mooie, ideale wereld, het eeuwige leven zelfs, zonder haat en nijd. Een collega van Hem vond dat wel een goed idee en schotelde die tien geboden, na er wat aan versleuteld te hebben, voor aan zijn volgelingen.

Afijn, dat was vroeger.

Op school leerden wij dat die tien regeltjes er nou niet bepaald voor gezorgd hebben dat de wereld er beter van werd. Sterker nog, de ene oorlog volgde de andere op. En dan waren er nog een zooi individuen die elkaar het licht in de ogen niet gunden en ook voor de nodige ellende zorgden.

Gelukkig bedacht iemand het spreekwoord ‘Verstand komt met de jaren.’

Sinds de Tweede Wereldoorlog proberen we dat ook in de praktijk uit te voeren, verstandig met elkaar omgaan. We kiezen mensen die daarin voorop lopen maar zodra ze het niet goed doen of ineens dingen gaan roepen die tegendraads zijn met wat we hebben afgesproken, druipen ze af en krijgen ze later een baantje ergens in het bedrijfsleven of in de zorg. Om het daar, meestal, ook weer fout te doen.

Maar dit even terzijde.

Die verstandige mensen komen regelmatig bij elkaar en dan verzinnen ze regeltjes. Ooit waren dat verstandige regeltjes, neem bijvoorbeeld de verkeersregels of de regels die er afgesproken worden tussen werkgever en werknemer, het zogenaamde CAO. Zonder deze zaken zou het een puinhoop op de weg of op de werkvloeren zijn geweest.

Maar de laatste jaren slaan we door!

Neem bijvoorbeeld de regel dat je niet meer in het wild mag plassen. Ik heb het dan niet over kerkmuurtjes of door brievenbussen plassen, nee, ik bedoel écht in het wild je blaas legen, bijvoorbeeld tegen een boom. Vooral in deze tijden van enorme droogte zou dat eigenlijk gewoon moeten mogen. We deden het immers al toen we in die berenvelletjes liepen, dat was heel normaal en de bomen groeiden er wel bij. Maar het mag niet meer en als je nu naar de bomen kijkt lijkt het wel of de herfst al ingetreden is…

Tegenwoordig zeg je niet meer tegen je maat ‘Wacht effe, ik pak effe een boom’ maar ‘Wacht effe, ik pak effe een Dixie’

Of een Eco-urinoir, zoals ze onlangs langs de Seine in Parijs hebben geplaatst. Gelukkig hoeft onze Elfstedenzwemmer, Maarten van der Weijden, daar niet langs! Nee, die zwemt lekker in ons eigen poepbacterie water! Hij heeft er gewoon schijt aan en laat zich niet betuttelen door het negatief zwemadvies want je gaat er niet van dood, je raakt er hooguit wat aan de diarree van.

Bestaat er eigenlijk ook een negatief wérkadvies want onze toetsenborden zijn vaak smeriger dan de gemiddelde Dixie….

Betuttelen, dat woord is inherent verbonden aan al die regeltjes die men tegenwoordig verzint. We willen geen hobbeltjes in onze perfecte wereld en doen er alles aan om ze direct glad te strijken. Neem bijvoorbeeld het nieuwste verbod-bordje:

‘Hunebed niet beklimmen’

Hier was over nagedacht. Een oude Indiaan vond het maar raar dat onze kinderen bovenop de Hunebedden klommen. Niet omdat hij vond dat het veels te gevaarlijk was voor die kinderen, maar omdat het een graf betrof. Dit ging over respect. Dat vond ik wel mooi van iemand waarvan de verre voorouders ook niet met respect zijn behandeld. Het was een mening waar ik wel begrip voor kon opbrengen maar in dit geval… Het is al wat jaartjes terug, toen men nog nooit gehoord had van Monuta of Yarden…

Al een jaartje of vijf duizend.

Natuurlijk moet je respect tonen. Maar we moeten niet doorslaan. Leg je kinderen uit wat een Hunebed is en laat ze het mysterie van deze enorme keien ervaren door het aan te raken, erop te klimmen en er desnoods vanaf te vallen, zodat ze ook leren om te gaan met gevaren. Want zoals we weten worden kinderen te beschermend opgevoed. Maar vertel wél het verhaal!

En ja, dan is er nog de goudvis.

Een van de toppunten in regeltjesland. Goudvissen mogen niet meer in een kom want dan is het einde (!) zoek volgens de Dierenbescherming. Het dierenwelzijn drijft zichzelf inmiddels naar een hoogtepunt. Want dieren tonen immers altijd hun liefde en dat kan je van je medemens niet meer zeggen. Persoonlijk denk ik dat dit komt omdat dieren niet het denkvermogen hebben van de mens, alhoewel ik over het denkvermogen van de mens de laatste jaren steeds vaker mijn wenkbrauwen frons.

Voorbeeld?

Onlangs zijn er in Limburg vijftig demonstranten bij elkaar gekomen van het cluppie ‘Burning Souls’. Even voor de duidelijkheid, het had ook Groningen, Zuid-Holland of Zeeland kunnen zijn hoor, maar in dit geval was het een dorpje in Limburg. Ze hielden een wake op het plaatselijke plein. Was dat voor oud VN-baas Kofi Anan die ons ontvallen is of omdat het van de week alweer vijf jaar geleden was dat Prins Friso verongelukte?

Nee, het was vanwege een stalbrand, waarbij 23000 kippen zijn omgekomen….

Even was ik van slag. Heel even dacht ik aan de twee miljoen, ik herhaal, twee miljoen kilo kaas die in een Spaanse stal zijn omgekomen door een vlammenzee maar gelukkig kwam ik bijtijds weer bij zinnen en las het hele artikel uit:

Want naast de wake én de minuut stilte voor de gebraden kippetjes hadden ze ook spandoeken, met een tekst waar heel goed over nagedacht was:

‘Stop de stalbranden!’

Afijn, verstand komt met de jaren. Met horten en stoten denk ik dan maar. En kippetjes zijn best leuke dieren dus ik snap ze wel, die demonstranten. Dat ze dieren een stem geven. Maar hoe doen we het dan met de kazen?

Theoretisch schat ik in dat we hier onze schouders voor zullen ophalen.

Alhoewel…..

 

 

Alle hens aan dek!

Het kleine meisje met de blonde paardenstaart rende naar de reling van het dek en tilde al een voetje op om erover heen te klimmen, alwaar de diepte van de Waddenzee op haar lag te wachten. De mensen op de bankjes slaakten van schrik een ongeruste, ingehouden gil en stonden klaar om op tijd in te grijpen, voordat…. Enkele seconden later kwam de vader erbij staan, in relax tenue: hempie, short en op slippers. Nog relaxer dronk hij van zijn watertje en pas op het moment dat zijn dochtertje haar tweede beentje wilde bijzetten, pakte hij haar bij de schouder en checkte tegelijkertijd zijn Twitter account. Een zucht van verlichting ontsnapte bij de toeschouwers op de bankjes.

Ik moest direct denken aan het onderzoek van Veiligheid.nl en de Stichting Opvoeden.nl. Volgens dat onderzoek worden kinderen te beschermend opgevoed.

Nou, dit meiske dus niet!

Uit het onderzoek bleek dat de vaders het meest hun kroost beschermen. Dat was wel opmerkelijk. Want meestal zijn het de vaders die van stoer en avontuur houden, tenminste, als ik kijk naar mijzelf maar ook naar mijn collega leeftijdgenoten vaders. Wij lieten onze kinderen in bomen klimmen of slootje springen en met voetballen lieten wij ze echt niet van ons winnen! Nee, we glommen juist van trots als ze weer eens thuiskwamen en onder de modder zaten of als ze zich verkleden als soldaten met onze Militaire dienstkleding aan, gevonden op zolder, om de hele middag buiten diverse veldslagen te overleven.

Maar kennelijk zijn de huidige vaders wat voorzichtiger. Ze zien hun kinderen ook vaker vanwege de papa-dagen enzo en daar worden ze dan wat voorzichtiger van lijkt het wel. De huidige Papa generatie werkt niet om en nabij de 60 uur per week zoals onze vaders dat wel deden. Die vaders die dan op zondag aan tafel het vlees sneden, aangekeken door enkele verbaasde ogen…

Wie is toch die man……?

Tegenwoordig werken de moeders ook allemaal en die zijn gewoon te moe om zich dan nog druk te maken of hun kinderen wel veilig spelen. En daarnaast houden ze wel van een beetje spanning. En mocht  het dan een keertje misgaan met het kind dan kunnen ze hun liefde kwijt in het troosten.

Opmerkelijk was het bericht dat kinderen zich niet meer kunnen ‘vervelen’. Het gemiddelde kind wordt constant bezig gehouden omdat de opvoeders veel meer vrije tijd hebben dan voorheen. In mijn jeugd ben ik één keer naar Slagharen geweest en één keer naar de Dierentuin in Emmen. Het moderne kind zit bijna elk weekend wel in zo’n gelegenheid. En het heeft zo ontzettend veel speelgoed en digitale afleidingen waardoor het vervelen totaal uit hun beleving is verdwenen. Menig kinderhuishouden zou heel goed door kunnen gaan als dependance van Bart Smit of Intertoys. Kregen wij vroeger enkel cadeautjes met een verjaardag en met Sinterklaas, tegenwoordig krijgen ze al een cadeautje als ze zelfstandig een zebrapad oversteken of als ze hun veterstrikdiploma gehaald hebben.

En nee, ik ben niet jaloers.

Het meisje en haar vader lopen weer verder de boot op. We zijn op de terugweg van een weekje paradijs .. euh…Terschelling. Met de laatste boot, om de reis naar het vaste land maar zo lang als mogelijk uit te stellen. Na de kaartjescontrole renden we snel naar het dek want met het huidige weer móet je op het dek zitten! Moeten ja, want als je daar kan zitten kun je twee uur lang genieten van de Waddenzee, met al haar gezichten.

Een unieke belevenis!

Er stonden twee mensen op en wij namen snel hun plaats in. Mijn vrouw kwam naast een vrouw te zitten en deze drukte direct haar verrekijker onder de neus van mijn vrouw: “Kijk! Zeehonden!” en ze wees op enkele stipjes verderop op een zandbank. “Kijk maar!”

Uit fatsoen gaf mijn vrouw de verrekijker ook aan mij en ik deed net of ik ze ook zag. Dat was niet zo want mijn bril zat in de weg, maar aangezien ik die beesten wel eens vaker gezien had deed ik toch maar verrast.

Wij zijn fatsoenlijk opgevoed, toch?

En wij konden ons heel goed vervelen. En als we het niet zelf konden dan verveelden we onze broers of zussen wel. Of, als we echt de smoor in hadden omdat er geen flikker te doen was, verveelden we onze ouders. Ik heb wat zitten turen naar buiten, met slechts het geluid van een tikkende Friese klok op de achtergrond. Soms wel uren achtereen. Want het boek was gelezen, de strip kon ik zo uittekenen en op de televisie was niets te zien.

Ja, het testbeeld.

Naast mij kwam een stevige dame met halflang blond haar te zitten. Met een blauw gestipte haarband. Zo’n dame uit een verhaal van Annie M.G. Schmidt. Zij had ook een verrekijker bij zich en zette het op een turen. Ze tuurde niet onafgebroken, nee, ze brak het zeer regelmatig af en dan stopte ze snel een stuk chocola in haar mond en al kauwend ging ze dan weer zitten turen.

Ik werd er tureluurs van.

Ze moest wel snel eten met die warmte, anders smolt de chocola natuurlijk. Toen de chocola op was stond ze weer op en verdween uit mijn zicht. Wellicht terug naar haar man, die niet weten mag dat ze gesnoept had…

Na deze mooie afsluitende reis reden we weer terug over de A7 naar huis. Overwegend zwijgend. Er was niet veel te zeggen, ieder met zijn en haar eigen gedachten na een week van bijpraten met familie en vrienden, fietsen, wandelen, verbranden op het strand en genieten van mens en natuur.

Even niets. Enkel een snelweg onder ons die dit weekje vakantie achter ons liet.

Gelukkig hebben we de foto’s nog!

 

Nestgevoelens

Voor de meeste mensen is het gewoon. Even langs ’t ouderlijk huis voor een bakkie, even bijkletsen wat de week ons weer gebracht heeft. Of even je vader helpen met een klusje.

Hij hielp jou vroeger immers ook.

Wanneer de ketting van je fiets eraf lag of je had een lekke band. Dan hielp hij je en gaf meteen aanwijzingen want er komt een dag dat je het zelf doen moet. Of, we hebben het immers over het ouderlijk nest, het helpen bij je eerste vliegbewegingen. Dat noemen ze in mensentaal ‘op eigen benen staan.’

Of je helpt je moeder even omdat ze het zo warm heeft. Dan vul je een teiltje met water voor haar zodat ze daar lekker met de voeten in kan gaan zitten zodat ze zich iets lekkerder zal gaan voelen. En je geeft haar ook even een kopje kruidenbouillon, om het zoutgehalte op peil te houden.

Zij hielp jou vroeger immers ook.

Wanneer je ziek thuis bleef van school. Dan maakte zij dat kopje thee voor je en smeerde een beschuitje met suiker. Of ze pelde een sinaasappel en sneed dat in kleine stukjes zodat je er extra lang van kon genieten vanonder je dekentje op de bank. Later doe je dat bij je eigen kinderen omdat je geslaagd was voor het diploma ‘op eigen benen staan.’

Mijn bezoeken aan het ouderlijk huis zijn op één hand te tellen. Niet omdat ik het niet wil maar omdat simpelweg gewoon niet kan. Vierendertig jaar geleden besloot ik namelijk om het ouderlijk huis te verlaten en tweehonderd kilometer verderop te gaan wonen, van het rustige Terschelling naar het hectische Den Haag.

Da’s niet om de hoek.

Vandaag, wellicht de dag die straks de geschiedenisboeken ingaat als de warmste ooit, mag ik weer even terug. Terug naar Terschelling, een gevoel welke door Terschelling’s eigen Hessel ooit zo treffend bezongen werd. Want het is een gevoel, een gevoel van thuiskomen. Even terug naar de basis. Even terug naar waar het allemaal begon.

Even weer kind zijn.

Naast de afstand zijn het natuurlijk ook de kosten. Ik ga even terug naar de gemeente waar ik geboren en getogen ben maar moet wel net zoveel betalen als een toerist. Dat steekt wel eens. Vroeger kon je nog de toeristenbelasting terugkrijgen bij de gemeente maar dat is afgeschaft. Maar beste gemeente, de ‘kinderen’ komen nog steeds elk jaar weer even thuis hoor.

Maar ik wil niet zeuren nu.

Want er staan mij enkele dagen te wachten van bijpraten, fietsen, bijpraten, wandelen en genieten van het mooiste eiland van de wereld. En bijpraten. Ik verheug mij er nu al op dat ik vanavond ‘achter dijk’ op het bankje zit, starend over het Wad, genietend van kinderen die enthousiast en opgewonden krabben aan het vangen zijn en wellicht ontstaat er een leuk gesprek met een of andere eilander of toerist. En vanmiddag is de kans erg groot dat ik naast mijn vrouw op een handdoekje lig bij Midsland aan Zee op het strand, waar ik gewoon met het fietsje naar toe ben gereden zonder files en stress.

Nu ben ik niet echt een strandligger maar vandaag maak ik graag een uitzondering want het is bloedheet. Ik heb wel tegen mijn vrouw gezegd dat we van die beachball plankjes mee moeten nemen, zodat  ik niet steeds op mijn kleedje hoef te blijven liggen. Want slapen doen we s’nachts!

Behalve afgelopen nachten dan…

En als ik dan vanavond onder de douche sta zie ik het strandzand van mijn lijf verdwijnen in het doucheputje. Net als vroeger toen we met onze ouders na een hele dag op het strand onder de douche moesten om het zand uit alle naadjes en gaatjes weg te spoelen. Mijn vrouw, ooit een volbloed toerist, moest zich altijd in het Duinmeertje afspoelen.

Dat is eigenlijk veel leuker!

Door de ramen van de boot zie ik de Brandaris en weet ik dat ik bijna thuis ben. Op de Brandaris werken enkele oud klasgenoten van me, klasgenoten die niet kozen voor de hectische wereld aan de andere kant van het Wad. Zo ging dat.

Nu nog een klein uurtje en dan meert de boot aan. De boot waar ik vroeger als ‘schoolgaand kind in de kost’ elke week heen en weer ging. Tegen gereduceerde tarieven overigens! Ik ging meestal op zondag met de laatste boot weer naar de Wal en kwam dan vrijdagavond weer terug. En die vrijdagavonden waren feest! En dat begon al op de boot want je was niet de enige die een schoolweek achter de rug had. De tijd aan boord verdreef je met, laat ik het modern houden, chillen, kaarten en uitbundig doen. En daar werd een biertje niet bij geschuwd.

Ja, herinneringen. Weer even terug naar mijn roots. Het is niet zo dat op het eiland de tijd stilgestaan heeft hoor, absoluut niet. Maar er zijn wel allemaal plekjes die de herinneringen terugroepen en dan doet de geest vanzelf de rest.

Een weekje mag het duren. Laat het asjeblieft niet te snel gaan…

Overal waar Te voor staat….

Mijn vrouw moest van de week even de Langestraat in en ik mocht mee. Niet als bescherming voor haarzelf, dat ze zich bijvoorbeeld vergrijpt aan een impuls aankoop en dat ik haar dan moet tegenhouden of dat ik haar zo moet afleiden dat de neiging tot kopen vanzelf wegebt. Nee, ik mocht mee, gewoon voor de gezelligheid en dat kwam mij prima uit want ik was in een gat gevallen.

Niet letterlijk.

Het ging om een creatief gat. Mijn ouders hebben onlangs hun 60 jarige trouwdag mogen vieren en wij, de kinderen, hadden bedacht een mooi boek te geven met daarin hun leven beschreven in zowel tekst en beeld. Mijn broer was zo slim geweest om rond de jaarwisseling mijn vader te triggeren om ‘de boel’ eens op te schrijven, samen met ons Mams. En met ‘de boel’ bedoelde hij hoe het leven van onze ouders vorm kreeg en dergelijke. Nou, dat vond mijn vader wel wat want zijn oudste broer had ook net een boek geschreven over de familie en dat was toch wel erg leuk.

Hierdoor geïnspireerd kroop ook hij achter de computer en enkele dagen later vulden onze mailboxen zich met mail van hem, keurig en redelijk gedetailleerde verslagen van ruim 60 jaar lief en leed, inclusief geboorteverhalen van hun drie kinderen. Mijn broer, altijd al de slimste van de drie , belde mij toen op met de vraag of ik van al die informatie een verhaal kon maken, “Je bent altijd bezig met schrijven en zo…En dat doe je best wel goed en zo…”. Daar hoefde ik niet over na te denken!

Dat was best wel een eer om te doen!

Vanaf eind januari tot vorige week zat ik elk vrij moment boven op mijn kamertje te tikken, te zuchten, te onderzoeken en te checken. En soms te vloeken, wanneer er iets mis ging met een foto of dat er een tekst versprong. Of te verbazen, want de gedachtes, de lol, de dromen, de ideeën die mijn ouders hadden in hun jeugd had ik eigenlijk ook! En ja, het zijn een hoop Te’s waarmee de titel van dit verhaaltje waarschijnlijk anders doet denken.

Maar de rode draad in hun verhaal was toch het harde werken, de liefde voor het eiland en het enorme doorzettingsvermogen van die twee. Het deed mij beseffen hoe trots ik op ze mag zijn!

En ben!

Het boek is nu af en binnenkort gaan we naar het ouderlijk huis op Terschelling voor de overhandiging! Maar nadat het klaar was en de proefdruk geslaagd was kwam het gat. Het diepe, donkere gat waarin ergens de verklaring lag tegen de verveling die ineens bij mij optrad. Natuurlijk, televisie kijken of een stuk gaan fietsen of wandelen is een optie maar het gaf geen voldoening. En het warme weer speelde mij ook parten waardoor ik in de ‘ik –verveel-me’ modus bleef hangen.

Dan maar mee met de vrouw voor wat kleine boodschapjes!

Net halverwege de winkelstraat kwamen we een bekende tegen uit onze straat, een jongedame in zo’n Veerkamp-jurkje, want dat is in. Net op het moment dat ik wilde roepen dat mijn vrouw daar sloffen van had, van dat motiefje, begonnen de dames te praten en wist ik dat mij daarmee het zwijgen werd opgelegd.

Want mannen praten alleen maar onzin of over sport.

Nee, vrouwen gaan veel dieper, die zijn altijd veel inhoudelijker. Al gauw ging het dan ook over jurkjes, tasjes, winkeltjes, weekjes naar de zon en de kinderen.

En over geduld!

Mijn oren spitsen zich na het horen van het woordje ‘geduld’ en ik hoorde het haar, mijn vrouw, toch echt zeggen: “Ja, Arjen zegt wel vaker dat ik een Jantje Ongeduld ben en daarin heeft hij ook gelijk.” Trots ging ik rechtop staan en de jongedame in Veerkampjes-outfit keek mij vol bewondering aan en beaamde het, dat zei haar partner ook altijd tegen haar.

“Hoe komt dat toch? Dat jullie altijd verstandiger zijn en meer geduld hebben? ” vroeg ze aan mij waardoor ik er nog verstandiger bij ging staan. “Dat komt, meisje (!), doordat wij op onze leeftijd alles wel een keer gezien of meegemaakt hebben. Wij zijn middenklassers, oudere mannen met een buikje maar vol innerlijke rust en we zijn levensgenieters pur sang. We zijn trots op onze vrouwen omdat ze zich voor ons nóg mooier maken dan ze al zijn. En soms springen jullie even uit de band, dan kleden jullie je in Luipaardenmotiefjes omdat dat mode is volgens jonge, snelle kledingontwerpers die het niet hebben.”

“Geduld.” Ik herhaalde het nog maar eens.

De dames hingen nu aan mijn lippen en ook andere winkelende dames hielden even in… Of was dit verbeelding van mij? Ik ging maar gauw verder, terugtrekken was geen optie meer…

“Die mode-lui hebben geen geduld omdat ze steeds moeten scoren in de kledingindustrie. Daarom zijn ze toen Luipaard-knuffelpakjes en jurkjes gaan bedenken en hebben wat Franse toeristen gevraagd om in Dierenpark Beekse Bergen even uit te stappen ter hoogte van de Luipaarden, om met ze te knuffelen. Zo ontstond  de hype en daar zijn jullie, vrouwen, nu eenmaal gevoelig voor. Terwijl wij, oudere mannen, direct al zagen dat dit jatwerk was in de hoogste categorie. En we weten ook dat dit wel weer overwaait en dat jullie ons weer verliefd laten raken door in klassiekere kleding naast ons te gaan lopen zodat wij trots als pauwen met jullie mogen pronken.

Dat geduld hebben wij. En wellicht kennen deze modemannetjes en vrouwtjes de Veerkampjes wel helemaal niet omdat ze toen nog volop ‘Bassie & Adriaan’ keken. Dat mag. Zij én jullie mogen je ook wel eens vergissen.”

Twee paar ogen keken mij aan. Twee paar zéér verbaasde ogen keken mij aan en ik dacht er iets van medelijden in te zien. En ineens besefte ik het! Ik ben een ouwe lul aan het worden! Maar toen ik bij de HEMA mijn fiets pakte en er best wel lenig opsprong nam de innerlijke rust het weer over.

Oké, een ouwe lul: maar wel een Tevreden ouwe lul! 

 

Gewichtig

Het belangrijkste nieuws deze week was toch wel het nieuws dat we met zijn allen toch echt te zwaar aan het worden zijn. Vijftig procent van de bevolking is te zwaar. En veertien procent daarvan heeft obesitas, een sjiek woord voor te dik zijn. En laat ik maar direct uit de kast komen, ik ben ook te dik!! Sterker nog, ik behoor tot de op één na laatste categorie, ernstige obesitas.

Daar ben ik mooi klaar mee!

Ik ben nog niet ten dode opgeschreven want er is nog een categorie die nóg ernstiger is, extreme obesitas. Die categorie boezemt mij dusdanige angst in omdat extremisten behoorlijk gestoord zijn en omdat ik, wat obesitas betreft, absoluut niet het hoogste podium wil bereiken. Dan blijf ik liever op de 2e plaats, zeg maar de Joop Zoetemelk van Tour de Obesitas.

Natuurlijk heb ik het steeds ontkent, gaf ik regelmatig de schuld aan de stomerij wanneer er weer een overhemd onder spanning kwam te staan. Of ik riep, zwaar geïrriteerd, tegen mijn vrouw dat ze weer eens de boel te heet gewassen had. Dat slaat echt nergens op want ze is zó goed met de was dat mijn eigen jongens in Den Haag háár bellen hoe ze iets moeten wassen! Maar toch gaf ik haar de schuld alleen wist ik dat ik geen respons zou krijgen want we doen namelijk samen de was.

In theorie dan.

In de praktijk loopt het ietsepietsie anders. De wil is er wel hoor, die moet ergens in huis liggen alleen ik weet nog niet precies wáár. Natuurlijk wringt dat wel eens bij mijn hardwerkende echtgenote. Vijf dagen per week werkt ze zich het vuur uit de sloffen en dan moet ze ook nog eens de was doen! Daarom hadden we op een romantische avond afgesproken dat ik mij voortaan óók met de was bezig zou houden.

‘Wie het eerst bij de wasmachine is mag de was doen!’ riepen we schaterend naar elkaar. Voor de duidelijkheid, onze wasmachine staat op zolder.

Tot nog toe was zij steeds de eerste. Natuurlijk heb ik uit alle macht geprobeerd er eerder te zijn dan haar, maar het lukte gewoon niet. Meestal ging het halverwege de wenteltrap naar zolder al mis. Zij haalde mij dan in omdat ik vast kwam te zitten, zeg maar obstipatie tussen traphek en trapas.

Opnieuw de bevestiging van mijn overgewicht probleem.

Hier is sprake van onmacht. Natuurlijke onmacht. Het begon namelijk anderhalf jaar geleden. Op een mooie januari dag stopte ik met roken. En als je niet meer rookt gaan ineens andere zaken je interesseren, zoals het koekje bij de koffie. Of, in mijn geval, overheerlijke eigen baksels van mijn vrouw. En ik had ineens trek in méér eten. Dan maakte ik een pan verse pasta met eigengemaakte paprikasaus, zelf gemarineerde kipfilet in olijfolie, basilicum, oregano, knoflook, peper, zout en zelf gesneden groentes zoals paprika, courgette en een uitje. Om maar even iets lekkers op te noemen. En na mijn bordje keurig leeggegeten te hebben schepte ik nog maar eens op omdat, over opscheppen gesproken, het zo gruwelijk lekker was…

En ja, daar zit de fout want normaal stak ik dan een sigaret op!

‘Onze energie balans is verstoord!’ lees ik verderop in dezelfde krant.

Dat lees ik en tegelijkertijd is het ook wel logisch. We krijgen meer energie binnen via het dagelijks eten. Meer dan we verbranden kunnen. En dat is de reden dat we steeds dikker worden want we bewegen een stuk minder dan voorheen. Kijk maar eens hoe snel we de auto pakken tegenwoordig. En is er even geen eigen auto voorhanden, dan pakken we die van zoon of dochter wel even. Maar de voeding die wij tot ons nemen is wel een hoofddader hoor, daar zit van alles in wat we niet nodig hebben, zoals bijvoorbeeld suiker.

Daarom is het ook heel dapper van de Aldi en de Lidl om te stoppen met een product die barst van de suiker en andere stofjes die niet in ons lichaam horen, de energiedrankjes. Althans, de jeugd mag het niet meer kopen. Maar misschien is dit wel een goed signaal naar hun ouders, om het spul maar helemaal niet meer te kopen zodat hun kroost niet meer stuiterend door het leven hoeven te gaan.

Maar ja, zien ze die boodschap (noodkreet van de Voedsel en Warenwet!) wel, want de ouders zitten tegenwoordig ook allemaal op hun mobiel te koekeloeren. Dit probleem groeit net zo hard als mijn buik en dat werd van de week nog eens bevestigd door notabene de Reddingsbrigade! Ja, de Reddingsbrigade, die lui die ons uit het water halen als we te ver in zee gaan omdat we eigenwijs zijn. Want het schijnt dat ouders met hun kroost naar het strand of duinmeertje gaan en eenmaal genesteld in het zand of kuil komt de gsm tevoorschijn. Ja, en dan kan je erop wachten dat kleine Kayan, Manasse, Xess, Rowan, Zaya, Louane, Mateo, Jaxx en Bobby en de rest snel hun vrijheid pakken en er vandoor gaan! (voorgaande namen zijn vrij gepikt uit kindernamen top 10 2018).

En de Reddingsbrigade moet dan gaan zoeken. Dat eisen die ouders dan min of meer…Het kan dus voorkomen dat als je een keer aan het verzuipen bent, de mensen van de Reddingsbrigade je kinderen aan het zoeken zijn. Juist, en dan hebben ze even geen tijd voor jou, dat wordt dan watertrappelen!

Nu hept elk nadeel zijn voordeel, mijn overgewicht dus ook. Naast het eeuwenoude grapje van het afdakje en goed gereedschap is mijn vrouw niet getrouwd met een man van 90 kilo maar heeft ze er nu een van 110 kilo!

Dat is meer dan de prijs die ze ervoor betaald had!

Tot slot nog even het verhaal van ene Simone over dit onderwerp. Zij had morbide obesitas. Dat is die hoogste categorie, de Chris Froome van de Tour de Obesitas zeg maar. Ze ging het gevecht aan en nu loopt ze de marathon.

Kijk. Dat moeten we zien te voorkomen. Ik wil best afvallen maar ik vertik het om na het afvallen een marathon te moeten lopen!

Niet normaal!

Nee, het is niet normaal om een ziekenhuis te verhuizen.

Maar soms moet je.

Toen de beslissing enkele jaren geleden viel om de ziekenhuizen van de Ommelander Ziekenhuis Groep (OZG) in Delfzijl en Winschoten, respectievelijk de locaties Delfzicht en Lucas, te gaan sluiten was het nog een ver-van-mijn-bed-show voor velen.

Ik ben geen medewerker van het ziekenhuis, slechts sporadisch een ‘klantje’ in de categorie kleine ingrepen die niet noemenswaardig zijn. Daar zal ik jullie niet mee vervelen. Maar ik ken wel een paar medewerksters, waaronder mijn vrouw, en daardoor maak ik het hele proces van beslissing om te verhuizen tot aan de verhuizing vanaf de zijlijn mee. Want nogmaals, het is niet normaal.

Wel bijzonder!

Vandaag, 30 juni 2018, is de verhuizing in volle gang. Gisteren, 29 juni, was de laatste dag in het oude ziekenhuis. Mijn vrouw was de avond ervoor aan het bakken geslagen want er moest op die laatste dag wel wat lekkers bij de koffie. Aardbeien kwark- cake.  En niet alleen voor haar eigen (KNO) cluppie maar voor iedereen die maar langs kwam. Daarom gebruikte ze dan ook de grootste ovenschaal die wij in huis hebben.

Het typeert de sfeer.

De medewerksters die ik daar ken werken er al heel wat jaartjes, 17, 36 en 37 jaar. Mijn vrouw was 17 jaar toen ze daar haar opleiding begon en is tot op de dag van vandaag nooit meer weggegaan en gaat elke dag met veel plezier naar haar werk. Deze dames hebben, zoals je ziet, daar een historie liggen van grote betekenis. Want hun werk in het ziekenhuis is een deel van hun leven geworden.

En van hun families.

Met het verstrijken van de tijd richting de verhuizing steeg het besef dat er een einde aan een tijdperk zou komen. Steeds vaker vertelde mijn vrouw als ze thuis kwam wat er allemaal op touw stond. En als haar vriendin langs kwam dan gingen de gesprekken al gauw over het werk, over de verhuizing en over de veranderingen die onlosmakelijk met deze verhuizing te maken kregen, flinke veranderingen. Want naast een splinternieuw gebouw moeten ook de procedures aangepast worden, naar ‘het nieuwe’ werken zeg maar. Want de techniek in dit nieuwe gebouw is het neusje van de zalm waardoor oudere technieken in dit nieuwe ziekenhuis tot het verleden zullen behoren. Neem bijvoorbeeld alleen al de luchtbehandeling van het gebouw, of de verlichting, of de operatiekamers…Allemaal van een hoogstaande kwaliteit waardoor er nog beter gewerkt kan worden. En wat te denken van de nieuwe ligging van het ziekenhuis. Het is nu niet meer 5 minuutjes fietsen naar het werk maar ruim een half uur.

Voor de moderne mensen onder ons, met de elektrische fiets is het 20 minuten fietsen vanaf Winschoten naar het ziekenhuis in Scheemda!

De laatste weken werd de druk groter en groter. Soms lag mijn vrouw in bed nog te vertellen wat er voor de verhuizing allemaal nog gedaan moest worden. Ze droomde er zelfs over! Maar een ding was heel helder, de sfeer er naar toe was eigenlijk heel goed en leuk. En gezellig, een niet geheel onbelangrijk deel voor de dames.

Is dat je werk mee naar huis nemen? Nee, ik noem het betrokkenheid. Want het is niet normaal om even een ziekenhuis leeg te trekken en elders iets nieuws op te zetten. Meestal verbouwen ze wat of er wordt een vleugeltje bijgebouwd. Maar helemaal nieuw is niet de normale gang van zaken.

Mijn vrouw haar moeder heeft er ook gewerkt. In de Linnenkamer. Wanneer ik in onze verkeringstijd bij hun was dan viel het mij op dat er tussen moeder en dochter veel over het werk in het ziekenhuis gepraat werd. Dan kwam alles voorbij, de leuke dingen, de minder leuke dingen en de vervelende dingen. En ja, er werd ook wel eens gemopperd, over het beleid, over collega’s. Maar dat hoort er ook bij. Maar de loyaliteit was vele malen groter, zo groot dat je het niet moest wagen kritisch te zijn op de gang van zaken daar. Het spreekwoord ‘Uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt’ is hier heel toepasbaar. En daar valt niets negatiefs van te maken, het personeel maakt het ziekenhuis en het ziekenhuis maakt het personeel.

Als Streekziekenhuis hebben ook de burgers een band met het OZG. Er zijn kinderen geboren, familieleden behandeld, geopereerd of ja, de keerzijde van het leven, gestorven. Lief en leed ligt in een ziekenhuis heel dicht bij elkaar. In november 2016 stierf mijn schoonmoeder in het ziekenhuis, na drie weken van zeer liefdevolle verpleging.

Extra bagage maar ook wel weer mooi.

Zoals ik al hierboven schreef, ik heb (gelukkig!) nooit zoveel te maken gehad met het ‘zaikenhoes’. Maar ik heb wel gezien met welke enorme gedrevenheid er gewerkt wordt. Wie je daar ook tegenkomt, artsen, verplegend personeel, baliemedewerkers, beveiligers, schoonmakers, mensen van de technische dienst enzovoorts, ze zijn allemaal betrokken en bevlogen dat ze deel mogen uitmaken van dit ziekenhuis.

Vanaf vandaag zullen er enkel nog de herinneringen zijn aan Delfzicht en het Lucas. Een tijdperk afgesloten, een nieuw tijdperk staat voor de deur. Het Lucas, de oudste van de twee, heeft het honderd jarig jubileum op acht jaar niet gehaald.

Net niet.

Ooit opgezet door Pastoor Holtel en dankzij onder andere de gulle gevers, de broers Mattheus en Lucas Fleerkamp, kreeg Winschoten haar ziekenhuis. Mattheus? Waarom werd het dan het Lucas ziekenhuis genoemd? Omdat Lucas net iets guller was dan zijn broer!

Eind 1925 kwamen De Nonnen. Olympia, Didaca, Eutichia en Praxedis om precies te zijn. Prachtige namen en prachtige mensen die hun goedheid en gedrevenheid doorgaven aan hen die hun opvolgden. En de grondleggers van het OZG!

Ik weet zeker dat de komende weken, maanden misschien wel, het kletsen hier thuis over het werk gewoon door zal blijven gaan. Van mij mag het.

Want het is, zoals Pastoor Holtel bij de opening op 12 januari 1926 al zei; Een schoone en nuttige inrichting!

 

 

 

 

De jeugd heeft de toekomst

Ruben, een jongen die regelmatig bij ons de ijs-voorraad test, is nog maar net 9 jaar maar weet nu al precies wat hij later wil worden. Hij wil namelijk dealer worden van Tesla’s. Voor die paar mensen die nog niet weten wat een Tesla is, dat is een elektrische auto.

En eerlijk gezegd, het is best wel een mooie auto om te zien dus ik begrijp Ruben wel.

Ik zie deze auto’s vaak rijden met een Taxibordje op het dak zodra ik in de buurt van Schiphol kom. Voorheen waren die taxi’s vaak van het merk Mercedes, Audi of BMW maar tegenwoordig wordt ik links (en rechts!) ingehaald door louter Tesla’s.

Elektra doet het momenteel goed. Alles moet elektrisch als het effe kan. Kijk maar eens in je schuur,  bij menigeen staat er voor kapitalen aan elektrisch gereedschap in. Bijvoorbeeld een boorhamer, accuboor, afkortzaag, vlakschuurmachine of een robotmaaier of een kantjesknipper. Voor een paar tientjes te koop bij de Lidl of de Aldi, wekelijks liggen de schappen er vol mee. En als het kapot is dan kopen we gewoon een nieuwe want het is ja niet duur. Oja, en voor het zaterdagmorgen-gevoel heeft ook elk huishouden wel een bladblazer en zo halverwege september mag deze van stal want dan vallen de eerste blaadjes al.

Wat zal het stil zijn als de stroom eens een keer uitvalt….

En dan hebben we nog de elektrische fietsen. Tegenwoordig wordt je ook door die dingen aan alle kanten ingehaald, zie ik op het Winschoter Oldambtplein de bestuurders de gekste capriolen uithalen die maar net goed gaan omdat ze de fiets niet onder controle kunnen houden. Nu is dit makkelijk schrijven want elke bestuurder van welk voertuig dan ook moet verdomd goed uitkijken om dit plein veilig te kunnen passeren. Als ik in de auto of op de fiets dit plein benader rij ik al zó rustig zodat ik op alles kan anticiperen. Dus ik steek ook mijn hand uit (ja, ze bestaan nog!), rij niet tegen de rotonde route in en als autobestuurder kijk ik zo vaak links, rechts en weer naar links dat wanneer ik de rotonde voorbij ben mijn nekspieren zo soepel zijn dat ik daarna mijn hoofd bijna 360 graden rond kan draaien…

Mijn jongens hadden nog nooit gehoord van Tesla’s toen ze 9 jaar waren. Ze speelden wel met autootjes. Die auto’s werden tijdens het spelen begeleid door zelf voortgebrachte motorgeluiden. De lippen werden stijf op elkaar geperst en dan hard blazen. Hoe harder je blies, hoe harder de motor klonk en hoe harder de auto reed. Want toen maakten de auto’s nog geluid, behoorlijk geluid en dat kwam niet alleen door de dikke uitlaten.

Tesla’s hoor je niet echt. Een Tesla zoeft.

Dat ‘bijgeluiden’ maken heb ik ze zelf geleerd omdat dit mij ook werd geleerd toen ik kind was. Oké, toen mijn kinderen de autootjes ontdekten had je ook al de eerste auto’s op batterijen maar die batterijen waren zó op en dan moesten de motoren weer op de ouderwetse manier aangedreven worden, zeg maar op ‘fossiele brandstoffen…’

Het laminaat kreeg best veel te verduren want ‘die fossiele brandstoffen’ lekten nogal!

Dat heb je niet met elektra. Dat is veel schoner en stiller. Soms zo stil dat we er geluiden aan moeten hangen om het weer veiliger te maken. Onze situatie in Groningen en de opwarming van de Aarde heeft dat alleen maar aangescherpt, een boost gegeven waardoor iedereen nu bestookt wordt dat we moeten omschakelen.

Helemaal mee eens! We moeten van het gas af!

Het lijkt erop dat Den Haag er nu ook niet meer om heen kan maar echt vlotten wil het nog niet. Want ook hier is het Grote Geld een belangrijke factor. En ja, het draagvlak is wel groter geworden maar nog niet groot genoeg voor de rest van de stemgerechtigden in ons landje. Nee, die houden zich er liever buiten want ach, ja Groningen…

Dat is ver weg.

En zolang de rest van de Nederlandse bevolking zich niet echt druk maakt over de situatie in Groningen zal de politiek haar eigen plan kunnen blijven uitvoeren, namelijk het plan van pappen en nathouden tot de echte opstand in het land uitbreekt. Of, God voorhoede het, de eerste doden zullen vallen…

En tot ze echt gaan beseffen dat er in Groningen geld gepompt moet worden (in plaats van het tegenovergestelde…) sturen ze de commercie op ons af. Snelle jongens die geld ruiken en die gaan dan ons, het volk, aanraden apparatuur te kopen waardoor we onafhankelijk van het gas kunnen geraken. Met subsidie! Bijvoorbeeld  door onze muren te isoleren, zonnepanelen op het dak te leggen en warmte uit de Aarde te halen.

Of ze dreigen met het opschroeven van de belasting op gas, met een procentje of 75!

Tesla’s zijn ontzettend mooie wagens, dat ben ik helemaal eens met Ruben. Zo’n auto zou ik heel graag willen hebben omdat hij mooi is maar ook omdat het de toekomst is. Dat snapt Ruben allang en daarom wil hij later Tesla’s verkopen. Daarom heb ik er al een gereserveerd bij deze toekomstvoorspeller. Dat wordt wel jaren en jaren sparen want duurzaam is niet goedkoop maar ach, Ruben is ook nog niet zover dus tegen de tijd dat hij zijn eigen Tesla zaak opent heb ik misschien al de helft bij elkaar gespaard.

En ja, ooit gaan we met zijn allen, in fases, van het gas af en bouwen we de boel om in huis zodat we lekker duurzaam verder kunnen leven. Ik heb dat geduld en ik heb geleerd dat geduld een schone zaak is.

Ik wel. En Ruben, dat jochie van 9 jaar ook.

Nu de Overheid nog.

 

Wandelkaart

Volgens een krantenbericht uit het jaar 1966 heb ik, toenmalig peuter van tweeëneenhalf jaar, meegelopen aan een wandeltocht. Geloof me, ik kan daar niks meer van herinneren maar het bewijs, dat krantenbericht, zit in een van onze fotoboeken waardoor het wel waar móet zijn! Mijn ouders waren altijd fanatieke deelnemers en dat was waarschijnlijk de reden dat ik zo vroeg al op pad moest. Op oudere leeftijd wierpen zij zich op als stempelaars en zaten zij achter een tafeltje stempeltjes uit te delen. En dropjes, mijn moeder had altijd een trommel met dropjes bij zich om uit te delen aan kinderen én volwassenen.

Het ging hier om de Brandaris Wandeltocht, een wandeltocht die altijd in de zomermaanden georganiseerd werd en inmiddels een begrip is op het eiland Terschelling. Want menig toerist én eilanders liepen hier aan mee. En nog! De routes, 10, 20 en de laatste van het seizoen 40 kilometer, werden regelmatig omgegooid zodat alle (mooie) plekjes van het eiland gezien werden. We liepen toen nog zonder GPS of telefoon, hoefden enkel de wit met blauwe (10 km) of rode (20 km) paaltjes te volgen die daags ervoor langs de route door vrijwilligers in de grond geslagen werden. Tegenwoordig benoemen we dat, hufterproof bestendig.

Even helder, ik liep dus 10 kilometer toen ik ongeveer tweeënhalf jaar was! Er mag geklapt worden!

In de jaren erna bleven wij meedoen aan deze tochten. En na elke tocht kreeg je een nummertje en uiteindelijk kreeg je dan de felbegeerde medaille; brons, zilver of goud. Medailles die ik nu nog wel eens tegenkom als ik een doos van ‘vroeger’ door aan het spitten ben.

Toen ik later als militair mijn dienstplicht vervulde moest er ook weer gewandeld worden, nu met volle bepakking op je rug waaronder een halve puptent. De jaren erna kwam ik erachter dat wandelen mij eigenlijk veel te langzaam ging. Via een collega kwam ik bij een hardloopclubje terecht, met de originele naam ‘De Roadrunners.’ Daar leerde ik hardlopen in groepsverband en ik leefde mij voornamelijk uit op de 10 kilometer.

Dat was ver genoeg om heelhuids de finish te halen en redelijk blessurevrij door te kunnen leven.

Maar toen ik de 50 jaar naderde en mijn gewicht wat toenam, bedacht ik mij dat hardlopen misschien toch niet zo ‘mijn ding’ was. Gelukkig was er dan nog mijn fiets die mij enigszins nog sportief op de benen hield.

Of beter gezegd, in het zadel hield.

Dagelijks fietste ik heen en weer tussen mijn werk, 16 kilometers in totaal. En dan fietste ik zo hard als ik maar kon, hield wedstrijdjes met bejaarden op elektrische fietsen en op een gegeven moment had ik zelfs zo’n broekje aan met zeem, een shirt met op de rug een uitsparing voor een bidon en op mijn hoofd een fietshelm.

Overdreven?

Nee hoor. Want mijn fiets was een snelle fiets waardoor ik er zelf natuurlijk ook ‘snel’ uit moest zien. Toen ik ‘m kocht zei ik tegen de fietsenmaker dat ik een fiets zocht met zo’n min mogelijk weerstand. Het werd een fiets met maar liefst 24 versnellingen!

Dat was wel overdreven!

Want al gauw kwam ik erachter dat ik in werkelijkheid maar enkele versnellingen gebruikte en ja, in Den Haag en omstreken zijn de Pyreneeën ver te zoeken, hooguit een verdwaald Schevenings duintje zou nog een reden kunnen zijn om een lichtere versnelling te activeren. Maar 12 waren ook genoeg geweest!

Maar sinds een jaar fietste ik ook niet meer omdat er privé wat zaken veranderden. Hierdoor zit ik alleen nog maar in de auto en als ik niet in de auto zit dan zit ik in een stoel op mijn werkplek(ken). Daarbij opgeteld besloot ik ook maar te stoppen met roken en vervolgens begon mijn lichaam kilo’s te vreten waar Holle Bolle Gijs jaloers op zou zijn geweest.

En toen kwam mijn vrouw met het idee om te gaan wandelen!

Tegen het einde van 2017 zijn we daarmee begonnen. Eerst stukjes door Winschoten, later halve rondjes Blauwe Stad, op een mooie maandag in maart een rondje Dwingeldervelden en in april van dit jaar kwam het tot een sportief hoogtepunt, de 25 kilometer van de Fjoertoer op.. Terschelling!

Dat was wel even wat anders dan 10 kilometertjes.

Ik moest aan voorgaande denken toen ik van de week langs de kant van de Beertserweg stond, te kijken naar alle deelnemers van de Avondvierdaagse. Ik viel van de ene in de andere verbazing. Zoveel enthousiasme bij elkaar had ik nog nooit gezien. Jaren geleden liep ik ook wel eens mee met de Avondvierdaagse in Leidschendam maar de hoeveelheid wandelaars die daar liepen waren een fractie van wat ik nu allemaal voorbij zag komen! En wat te denken van al die fanfares, drumbands en Majorettes die de boel zo knap opleukten, wat een gezelligheid allemaal!

Voetballers, volleyballers, korfballers, judoka’s, scholen, bedrijven maar ook andere clubjes die Oldambt rijk zijn waren vertegenwoordigd, luid hun ingestudeerde yells of liederen zingend om de aandacht te vragen voor waar zij voor staan.

Naast deze vrolijkheid viel mij nog wat op, namelijk de publieke belangstelling. De wandelaars waren ruim vertegenwoordigd, een paar duizend, maar het publiek was met nog meer! Overal stonden ze, in de Langestraat, bij het Oldambtplein, bij het Schönfeldplein, overal waar de wandelaars hun ereronde liepen. Of ze zaten, ik zag hele tuinsets langs de kant van de weg gestald zijn met enthousiast mensen erop.

Maar het aller-aller leukste was toch wel hoe de wandelaars door het publiek verrast werden. Telkens zag je weer iemand de weg op schieten met iets van een lint in de hand met daaraan geen medaille maar snoepgoed, cadeaubonnen of cadeautjes. Of droge worsten! Deze werden de wandelaar om de nek gehangen waarna de gulle gever of geefster zich weer aansloot bij het publiek. Sommige volwassenen kregen zelfs blikjes bier omgehangen en een enkeling zag ik zelfs lopen met een sixpack!

Maar bij een ruime meerderheid, de kinderen, betrof het snoepgoed in alle smaken, geurtjes en kleurtjes waardoor het een nog vrolijker aanblik gaf.

Even bedenk ik wat nadeeltjes aan deze happening. Door al dat omhangen van ‘van alles’ werden er wel een heleboel herniaatjes gekweekt….En wat zal het een aanslag zijn op de tandjes….De kinderen zullen wel stuiterend het weekend doorkomen van al dat suiker. Maar ach, wandelaars bewegen en beweging is goed tegen rugklachten en obesitas dus mijn bedenkingen raken kant nog wal.

En het allerbelangrijkste staat als een huis! Het doel, samenzijn en het leuk hebben, heiligt de middelen!

 

 

Toen was geluk….

Bijzondere herinneringen. Iedereen heeft ze wel. Zo sprak ik laatst Martin, een Scheveninger en woonachtig in de Terschellingsestraat(!) die vertelde over een Oud & Nieuw herinnering.
Het was een jaar of 55 geleden en hij was een knaapje van een jaar of 12. We spreken over eind jaren ’50, begin ’60. De tijd dat de winters nog winters waren. De tijd van Toen geluk nog heel gewoon was zeg maar..
Tussen kerst en de jaarwisseling was het voor de jeugd gewoongoed om kerstbomen ‘te rausen’. Martin deed daar ook aan mee en naast de lol was er ook de strijd tussen de wijken om maar zoveel mogelijk kerstbomen te verzamelen voor het Vreugdevuur. In zijn wijk werden de kerstbomen neergelegd op de T-splitsing van de straat waarin hij woonde en om het geheel een beetje ‘body’ te geven werden er ook autobanden opgegooid die vrijwillig afgestaan werd door het autobedrijf in die zelfde straat. Dat ruimde mooi op. Ja, het was in de tijd dat het woord ‘milieu’ nog niet het gewicht had van heden ten dage.
Het was niet specifiek voorgaande herinnering want tot op de dag van vandaag vieren ze in Den Haag en omgeving zo de jaarwisseling. Weliswaar zonder de autobanden en tegenwoordig ook zonder sneeuw… Maar goed, de reden van zijn herinnering was dat er ineens een man met een buikorgeltje verscheen. De man begon te spelen en er ontstond een sfeer van gezelligheid, saamhorigheid en ontroerend geluk. De dagen erna sprak iedereen erover maar niemand wist wie hij was en waar hij vandaan kwam. Eén man met een simpel buikorgeltje wist die nacht velen te raken met zijn vrolijke en ontroerende klanken.
Het jaar daarop werd er voorgaand aan de jaarwisseling al gespeculeerd of de man met het buikorgel er weer bij zal zijn. Vol spanning wachtte men de klok van 12 af maar helaas, het bleef bij de kerstbomen fik, vuurwerk en de autobanden… Ook de jaren erna kwam hij niet opdagen en was de herinnering geboren.
Het deed mij denken aan de Pinksterdagen op Terschelling. Deze weekenden waren op zichzelf al bijzonder door de vele motoren die ons eiland opzochten. En de berijders van die mannen-speeltjes vormden een bont gezelschap van ruwe bolsters met blanke pitten. En dan waren er natuurlijk ook de in leer gestoken stoere meisjes die daar omheen zwermden. Rijen dik stonden de motoren in de , toen nog, maagdelijke Oosterburen, de hoofdstraat van het dorpje Midsland. En de kroegen puilden uit. Wij, opgroeiende jochies in de jaren ’70, trotseerden dit ‘geweld van de vaste wal’ en liepen vol bewondering maar wel met een wijde boog om de motoren heen door de drukke dorpsstraat. Later, toen we zelf tot het motorisch geweld behoorden middels onze Zundapp’s en Kreidlers, werd de angst wat minder en toerden we langzaam rijdend (en zetten we ons stoerste smoel op) door dezelfde straat waarin onze gasten luidruchtig vertoefden.
Maar de echte herinnering zat in de 2e Pinksterdag, de dag dat het hele zooitje met de laatste boot vertrok richting de dagelijkse sleur van werken of sleutelen aan de motor bij gebrek aan werk. Want op één van die vol gepropte schepen van Rederij Doeksen verscheen op een gegeven moment ‘de Trompetter’! Vanaf het hoogst mogelijke punt van het schip zette hij de trompet aan zijn lippen en begon te spelen. En hoe! De prachtigste klanken klonken over het havenplein en de uit eilanders bestaande menigte plus de opvarenden van de schepen luisterden…muisstil.
De ontroering van zijn muziek deed de eilander gemeenschap de massale overlast van de motoren vergeten. En vele jaren daarna (in mijn herinnering althans) werd dit op de 2e Pinksterdag herhaald en werd het havenplein alsmaar voller en voller want iedereen op het eiland, van Oost tot West en van jong tot oud, wilde dit meemaken..
Het was de tijd van toen geluk nog heel gewoon was zeg maar.. Je zou er een film over kunnen maken!

Een Libelle maakt nog geen zomer..

Het was me het weekje wel. Sterker nog, het was de Libelle Zomerweek! Mijn vrouw en haar vriendin zijn dinsdag geweest. En vorig jaar zijn ze ook geweest. En dat jaar ervoor óók! Zij vertrokken afgelopen dinsdagmorgen toen ik om acht uur in de sportschool aan het knoeien was met allerlei fitness apparaten. Zij gingen naar Almere, om precies te zijn naar het Almere Strand.

Nooit geweten dat ze daar in de polder ook een strand hebben….

Door mijn fanatieke gesport kon ik de dames niet uitzwaaien. Nu snap ik dat je als lezer je nu afvraagt waarom er überhaupt uitgezwaaid moest worden? Ze gaan enkel naar Almere en geloof me, dat is echt niet de andere kant van de wereld! Sterker nog, ze zouden vroeg in de avond weer thuis kunnen zijn om aan te schuiven voor de avond maaltijd.

Waarom dan dat overdreven uitzwaai-gedoe?

Omdat de Libelle Zomerweek voor de dames een feestdag is. Niets meer en niets minder. Het was al een feest toen ze zich vorig jaar, gebogen over de laptop, inschreven. Dat werd beklonken met een roseetje. Daarna gingen ze aftellen en hoorde ik regelmatig hoelang het nog duurde. Maanden, weken en uiteindelijk dagen werden afgeteld (vandaar nu een tekort aan Rosé) en afgelopen maandag was het nog één nachtje!

Het werd dan ook een onrustige nacht.

“Hoe laat denken jullie weer thuis te zijn, ongeveer?” vroeg ik, want de ‘De doe- het-zelf kip’ stond op het menu en de bereiding zou nogal wat tijd in beslag nemen. Twee maanden terug hadden we de eieren gekregen en vervolgens uitgebroed. Resultaat? Twee kippen die om het huis lopen. Ja, om het huis, we laten ze lekker scharrelen zodat het korte leven wat ze hebben uiteindelijk wel in alle vrijheid mag plaatsvinden. Want alle katten uit de buurt lopen hier ook vrij rond te scharrelen en in onze tuin te schijten dus waarom onze kippetjes niet. Oh ja, en bijvoeren is niet nodig, ik heb ze flink vet gemest dus gaten in de afrastering knippen of Emile Ratelband, Hans Klok of Hanny mobiliseren is absoluut niet nodig.

De kippetjes zijn inmiddels slachtrijp en de dames vonden de Libelle-dag wel een zodanige feestelijke dag om de huiskippen op het menu te zetten. Om precies te zijn, getrancheerde kipfilet in een marinade van tym, rozemarijn en een teentje knoflook. Met bloemkool (helaas nog geen Hollandse) en een gekookt aardappeltje.

“Geen idee!” antwoordde mijn vrouw op mijn praktische vraag hoe laat ze thuis zouden zijn. “Daar willen we nog niet aan denken. We gaan eerst genieten van deze dag enneuh…je wacht maar met koken totdat wij je bellen vanuit de auto op de terugweg!”

Ja, daar sta je dan als man met een ‘Doe- het- zelf-kip’ en een Zelfstandige echtgenote. En een knuppel in mijn hand want daarmee moest ik de kip knock-out slaan volgens het bericht in het Algemeen Dagblad. Het artikel ging over je eigen kippen uitbroeden, voeden, doden en opeten.  Om bewustwording te kweken van het proces welke vooraf gaat aan het kipfileetje alvorens het in de pan bruin gebakken gaat worden. Na het knock-out slaan kwam het mes en daarmee… Nou ja, laat ik je de details maar besparen… Vroeger was kippen eigenhandig slachten wel heel normaal. En was het ook heel normaal om er als man zo bij te staan, met knuppel en mes. Maar toen had je ook nog geen Libelle Zomerweek. Toen waren de vrouwen nog dagelijks bezig met de was, het huishouden en de kinderen opvoeden. Die hadden geen tijd om naar een strandje in de Flevopolder te gaan, laat staan om zo’n vrouwenblad te lezen! Ja, de Bijbel. Daar mocht in gelezen worden.

Dat dan weer wel.

Tegen half acht die avond kwamen de dames thuis. Dit was ook een evenement op zich! De ene na de andere tas werd naar binnen gesjouwd en onderwijl kwam het gekakel mij tegemoet. Dat was niet van de arme kip die ik aan het ontleden was maar van de Libelle dames. Want het was zóóóóó leuk! En kijk eens wat ik gekocht heb! En hier, allemaal kleine verpakkingen van Van Peijnenburg koek! Oh, en ik heb zo’n leuk jurkje gekocht! En er waren alleen maar vrouwen, op een enkele man na maar die moest natuurlijk als pakezel dienen, de sukkel!

En vervolgens stonden ze bijna in hun jurkies te piesen van het lachen!

Dit zijn voor mij en vele mannen met mij, bekende momenten. Momenten om gewoon te zwijgen, zo nu en dan te knikken en ‘Ja’ of ‘Leuk!’ te roepen of door gewoon te glimlachen. In mijn geval was het nog iets makkelijker want ik ging de kip bakken en maakte  tegelijkertijd een sausje voor over de bloemkool. Multitasking noemen ze dat ook wel maar dit even terzijde. En de dames hadden daar toch geen oog voor, die waren druk met uitpakken en de kreetjes van geluk vulden weldra ons huis.

Tijdens het eten ging het gekakel gewoon in alle hevigheid door. En mijn vrouw liet nog doorschemeren dat ze helemaal vergeten was om mij het cadeautje te geven.

Eerst eten.

Na het toetje, een bakje zacht romige yoghurt met aardbeitjes van onze Boerenwinkel uit Winschoten, kwam het cadeautje op tafel. Het was een bidon. Een Bidon. Twee paar ogen keken mij blij aan en het kakelen viel even stil, in afwachting van mijn reactie. Een reactie op het krijgen van een Bidon, lichtblauw. “Het is van Mepal!” voegde mijn vrouw nog toe, doelend op het merk.  Daar zijn vrouwen gevoelig voor. Ik niet. Als iets van ‘iemand anders is’ voel ik mij schuldig en voelt het niet als ‘van mij’. En ik drink water uit een flesje waar eerst iets anders ingezeten heeft, vraag maar aan mijn fitness-coach.

Maar dat mag kennelijk niet en daarom kreeg ik nu deze Bidon.

Ik snap wel waarom mannen tegenwoordig zich steeds minder man voelen. Dat komt door de vrouwenbladen zoals de Libelle. Maar ook de Linda, de Viva en al die andere blaadjes. En ik snap nu ook het project van ‘De doe-het-zelf-kip’. Want mannen weten niet meer dat ze ooit op Aarde zijn neergezet als jagers. Jagen, slachten en opeten! En zodra het donker werd de Libelle vrouw bekoren en beminnen. Ik probeerde te reageren op mijn cadeautje maar dat was niet meer nodig.

De dames zaten alweer op hun telefoon uit te zoeken wanneer de volgende Libelle Zomerweek is. 

Over privacy gesproken….

Inmiddels ligt er een lijstje naast de vriezer op het aanrecht. Op dat lijstje staan enkele pennenstreken , onder andere traphekwerk vastzetten, buitenmuur en garagedeur verven. Met mijn naam erboven! Dat lijstje ligt er al even. Een maandje of vier schat ik zo in. Daarvoor werd het mij met enige regelmaat mondeling voorgelegd maar zoals wel vaker ging dat het ene oor in en het andere oor uit.

Volgens mijn vrouw dan.

Nu schrijft ze het dus op. Het begint al een behoorlijk epistel te worden want elke week komt er wel een opdrachtje bij. Als ik ZZP’er was kon ik hier een goede boterham verdienen. En ja, het zijn opdrachten, geen verzoekjes. Dat stadium is ze al voorbij. Natuurlijk heb ik geprotesteerd. Ik heb ook een leven en ze weet dat haar mannetje niet zo van de klusjes is, hij is meer van het koken om maar eens een voorbeeld te noemen. Daar is ze het wel mee eens maar dan wijst ze naar mijn pokkel en herinnert zij mij weer aan het feit(je) dat ik meer moet bewegen. Daar heeft ze gelijk in en dat irriteert mij want ze heeft wel vaker gelijk. En als de dames gelijk hebben dan gaan ze zich er ook naar gedragen en dat werkt voor mij net als een rode lap voor een stier.

Maar ik moet meer bewegen, nog niet zolang geleden werd mij dat ook al door mijn fysiotherapeut aangeraden. En wat ik jaren tegen heb kunnen houden is hem nu gelukt, ik sport in een sportschool! Tot nog toe ben ik twee keer geweest. De eerste keer zal mij nog lang heugen want ik flikkerde bijna van de loopband af. Ik vond het tempo wat te laag en dacht deze iets omhoog te schroeven door op het plusje voor mij op het dashboard te drukken. Maar ja, je beweegt wat instabiel door het lopen op een bewegende vloer en daardoor had ik niet in de gaten dat ik een sneltoets te pakken had…De band versnelde en ik moest nu rennen om de band bij te kunnen houden en niet achterwaarts eraf gegooid te worden!

En uiteindelijk op het internet terecht te komen van de een of andere blooper website…

Het liep gelukkig goed af. Ik kon tijdens het rennen het minnetje aandrukken waarna het tempo direct een stuk rustiger werd. Daarna mocht ik kennis maken met alle andere ‘werktuigen’, werktuigen die ik wel eens op tv gezien had. Met van die strakke en gespierde jongens en meisjes die daar dan moeiteloos mee om weten te gaan. Zij wel. Ik keek eens om mij heen en zag geen strakke en gespierde jongelui. Ik zag enkel vijftig plussers met buiken en enorme buiken.

Ik viel niet op!

Mijn fysiotherapeut vertelde mij na het eerste uurtje dat ik de dagen erna vast wel wat spierpijn zal krijgen. “Maar dat gaat vanzelf weer over, hoor!” zei hij met een brede glimlach, om mij natuurlijk gerust te stellen.

Toen ik even later thuiskwam en de auto weggezet had, voelde ik mij dom en dapper. Dom dat ik met de auto naar de sportschool was gegaan (2,6 kilometer) en dapper dat ik dan nu eindelijk mijn lichamelijke conditie eens goed ga aanpakken. Het eten stond al klaar, schnitzel met aardappelen en sla. Ik voelde me zó goed dat ik zelfs extra sla opschepte.

Na het eten viel ik in slaap op de bank…

Maar de volgende dag geen spierpijn. En de dagen erna ook niet. Dat gaf de burger moed. De week erop ging ik voor de tweede keer en trots vertelde ik aan mijn fysiotherapeut dat ik nergens last van gehad heb. “Dus laten we er vandaag maar een tandje bijdoen, ik wil pijn lijden!” Vervolgens liep ik enthousiast, met handdoek nonchalant over mijn schouders, naar het eerste onderdeel van mijn training, deze keer was dat de fiets. Ruim een uur later had ik alle onderdelen achter de rug en waarachtig, het deed een paar keer best wel pijn! Toch had ik de volgende dag geen spierpijn en mijn kapsones groeiden, ik ben toch niet zo stram als men mij wel eens heeft voorgespiegeld…

Mijn naam staat dus bovenaan het lijstje met klussen. Op het aanrecht, naast de vriezer. Van de week begon ze (mijn vrouw..) er weer over. In het bijzijn van haar vriendin. Die laatste bekeek daarop het lijstje en las het hardop voor. Mijn reactie was dat dit mijn pensioenlijstje was. Klusjes voor na mijn werkbare leven.

Voor de duidelijkheid, ik moet nog een jaartje of dertien.

Nu kreeg ik van twee kanten van alles naar mijn hoofd geslingerd. Ik werd in een hoek gedreven. En dan zoek ik een uitweg. “Ik ga een klacht indienen tegen jou!” riep ik tegen mijn vrouw. “Want dat lijstje is een inbreuk op mijn privacy! Want per 25 mei aanstaande geldt de Algemene Verordening Gegevensbescherming en die worden hier met voeten getreden!”

Twee paar zeer verbaasde ogen keken mij aan.

Ik vervolgde mijn verdediging. “Ja, privacy ja! Dat briefje ligt hier, open en bloot en voor iedereen te lezen. Je vader, je zoon, de achterbuurvrouw, de voorbuurvrouw en haar dochter, je vriendinnen en als mijn jongens hier zijn kunnen zij dat ook zien!”

Opnieuw keken twee paar ogen mij verbaasd aan, nu met stomheid geslagen….

Aandacht

De soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend. Dit prachtige spreekwoord blijft haar waarde houden. Ook in 2018. Want we leven in het ‘Waan van de Dag’ tijdperk. Zo zie ik de laatste dagen berichten op Facebook profielen verschijnen waarin men aangeeft aanstaande vrijdagavond om acht uur twee minuten stil te zijn.

Vrijdag is het 4 mei. Vrijdag is het Dodenherdenking, dat is het al een jaartje of drieënzeventig.

Daarom begreep ik die posts niet, althans, niet direct. Want je moet wel heel simpel van geest zijn als je niet weet dat we op 4 mei de doden herdenken; jongens, meisjes, mannen en vrouwen die ooit gevochten hebben voor onze vrijheid. We gedenken door er twee minuten bij stil te staan. Honderdtwintig seconden. Dat is niets op een heel uur, een hele dag, een week, een maand, een jaar of drieënzeventig jaren.

Het is niets op al die, te vroeg uit het leven weggerukte levens…

Wij weten dat. Allemaal. Nou.. bijna allemaal. Want zoals we de laatste jaren wel vaker meemaken zijn er altijd een paar mensen, ik herhaal, een páár mensen die zich gaan vervelen. Die weten niet meer hoe ze moeten omgaan met vrijheid en gaan dan dingen verzinnen. Ze vertellen dat aan hun naasten en die luisteren er naar want ze willen geen discussie, laat staan een ruzie. Want verder is het wel een aardige gozer of meissie, we hebben allemaal wel iets waar een ander zich aan ergert.

Toch?

We accepteren elkaar zoals we zijn. En wordt er eens eentje boos omdat de ander aan het doorslaan is dan trap je wel even op de rem, dat hoort een vriendschap te kunnen hebben. Toch gaat het de laatste jaren steeds vaker mis. En het gaat mis zodra we niet meer naar elkaar luisteren. En als je je niet gehoord voelt dan zoek je elders, dan zoek je een podium en kom je uiteindelijk tot de conclusie dat er maar één gelijk heeft.

En dat ben jij!

Vroeger moest je dan behoorlijk werk verrichten wilde je dat men naar je ging luisteren. Eerst met handgeschreven statements, later middels typemachines en nog veel later met computers. Maar nog was het flink aanpoten want al dat geschrevene moest wel gelezen worden natuurlijk.

En toen kwam het internet.

De wereld ligt ineens aan je voeten. Heb je een mening dan zet je het gewoon op het Wereldwijde Web. Natuurlijk blijft het altijd zoeken naar broeders en zusters die dezelfde mening delen. Voor de duidelijkheid: Jouw mening! En op een gegeven moment ga je roeptoeteren. Steeds harder en steeds gerichter. Want het gaat om jouw mening en die mening zou iedereen moeten delen, toch? Maar echte volgers krijg je nog niet waardoor de frustratie oploopt. Want je krijgt geen aandacht! En als je geen aandacht krijgt ga je zeuren, stampvoeten en dwars gedrag vertonen.

Dan ineens is er die ingeving!

Je bedenkt iets waarvan je weet: ik krijg dan aandacht! Als ik dit naar buiten breng dan heb ik het hele land tegen mij maar dat kan mij niet schelen, ik wil aandacht! En dan doe je een oproep op Facebook, en die oproep luidt: #Geen 4 mei voor mij! En vervolgens schrijf je er wat onzin bij en ja hoor, de media pakken het op en de rest gaat vanzelf.

Je hebt je aandacht!

Zo gaat het de laatste jaren steeds vaker. Bedenk maar iets totaal tegendraads en je krijgt de volle aandacht van alle media, van Hart van Nederland tot aan het NOS Journaal, het maakt niet uit. Zelfs als eenling krijg je tegenwoordig de aandacht! Je moet, uiteraard, wel alert zijn om op het juiste moment toe te slaan. En dan het liefst op een zo groot als mogelijk podium, kijk maar naar de Suzuki die zijn neus tegen de Naald in Apeldoorn zette. Of kleinere podia als we kijken naar een recenter voorbeeld, toen het licht op een vuurtoren het een nachtje begaf. Dag in dag uit vliegen de hashtags ons om de oren, allemaal op jacht naar aandacht. Allemaal verwarde mensen die kennelijk te weinig liefde hebben gehad, mensen die niet met vrijheid om kunnen gaan….

Vanzelfsprekend ben ik vrijdagavond om acht uur twee minuten stil! Dat heb ik meegekregen van mijn ouders, daar heb ik begrip voor dankzij de leraren waarvan ik onderwijs heb mogen genieten en dat voer ik uit omdat dat het minste is wat je kan doen voor de nabestaanden. Maar toch doe ik een oproep. Een oproep naar de media. Of ze gewoon weer over het ‘gewone’ nieuws willen berichten en niet over miezerige mannetjes of vrouwtjes met kronkels in de kop.

Die mensen horen wel aandacht te krijgen hoor. Van psychiaters.

Koninklijke bevestiging

Hoe zou de Koning het gehad hebben in het mooie Groningen? Wellicht moet het hem opgevallen zijn dat alle auto’s zo netjes gewassen waren, ze glommen het Hoge bezoek tegemoet! Daar gingen wel wat files aan vooraf, zoals bijvoorbeeld bij de Blauwe Roos. We zijn natuurlijk wel gewend aan files bij de Blauwe Roos maar deze week kwam het tot een hoogtepunt.
De reden? Een gratis wasbeurt voor de auto!
Dat is natuurlijk hartstikke leuk van deze autowasserette maar ik vertikte het om in de file aan te sluiten dus ik bleef thuis. Want ik ben net van al die files in het Westen verlost en dan ga ik er niet hier een beetje vrijwillig instaan omdat mijn auto gratis gewassen kan worden!
Eg nie..
Daarnaast ben ik trouw aan mijn eigen autowasserette. Toen ik daar voor het eerst kwam kreeg ik, na betaald te hebben, een zakje in mijn handen gedrukt. De inhoud voelende was mijn nieuwsgierigheid gewekt en trok ik het zakje open: een droge worst! Niet dat ik dat lekker vind, integendeel, maar puur omdat ik het leuk vind dat ik dat zomaar iets krijg.
Daar ben ik Hollander genoeg voor!
De worst lust ik niet maar ik heb genoeg liefhebbers in mijn omgeving. Met alle respect voor droge worst hoor, ik snap heus wel dat deze worsten gretig aftrek vinden. Maar ik krijg ’t spul niet weg, kauw me het apelazarus en dan nog krijg ik het niet weg. En daarna ben ik nog uren bezig met een tandenstokertje om de restjes tussen mijn tanden en kiezen weg te krijgen. Nee, geef mijn portie maar aan Fikkie. Of aan Fokke, Teup of Sijzo.
Of aan Willem!
Het was een mooi feest in de stad. Groningen liet zich op haar best zien, met alle ins en outs. Met veel interesse keek ik mee via de buis en weet je wat ik na de uitzending voelde? Trots. Enorme trots! Het was voor mij opnieuw een bevestiging dat mijn keus om hier te gaan wonen de juiste is geweest. Ik voel me hier als een vis in het water. Als eb wat hoort bij vloed. Als een slager in zijn slagerij of een als een boer op zijn land.
Het valt mij trouwens op dat veel Groningers heel trots zijn op hun afkomst. Wanneer ik bij collega’s enige tijd in de auto zit dan wijzen zij mij op al het moois in de provincie. Of ze rijden even een andere route om te laten zien hoe mooi het allemaal wel niet is. “Kijk dan! Wat een ruimte he!” roepen ze dan enthousiast, en ik gil dan even zo hard mee in mijn enthousiasme.
Dat komt ook doordat ik de taal, het Gronings, best wel goed verstaan kan. Mocht er een keer een woordje voorbij komen waar ik niks mee kan dan vraag ik altijd even terug te spoelen, waarna het kwartje uiteindelijk toch valt. Soms probeer ik het zelf ook wel eens maar meestal kijkt men mij dan bedenkelijk aan en weet ik weer even mijn plaats: een Terschellinger die ruim dertig jaar in Den Haag gewoond heeft en nu weer terug is in het Hoge Noorden.
Dat kun je zien als een beperking.
Toch rij ik in een schone auto. Mijn vrouw kon de aantrekkingskracht van het woord ‘gratis’ niet weerstaan en griste mij de sleutels uit mijn zak met de woorden: “Ruim jij de vaat even op, maak het fornuis schoon en ja ook met jiff! en droog het aanrechtblad goed!”
En weg was ze met mijn auto!
Op dat moment was ik even de Koning. Mijn Hofdame ging de auto even laten wassen. De echte Koning was maar een paar uur in Groningen en Ommelanden maar dankzij zijn feestje zag heel Nederland dat het goed toeven is in Groningen. En op de een of andere manier legde ik heel even de link tussen Noord – en Zuid Korea. Die bereikten op Koningsdag ook een hoogtepunt door elkaar eindelijk weer eens in de ogen te kijken (en te knuffelen!) en ze beloofden elkaar om zich weer te gaan verbinden. Net zoals onze Koning hoog in zijn vaandel heeft staan: verbinden!
Want zodra de verbinding goed is loopt alles soepeler en kunnen deze verbintenissen leiden naar grote successen. Dat zagen wij aan het optreden op de Vismarkt van Arnold Veeman, Izaline Calister en Diggie Dex, die samen het prachtige laid ‘Mien Grunneger Stad’ zongen, aan mijn vrouw die met liefde met mijn auto door de wasserette tufte, aan Prins Maurits en zijn vrouw die even weer in de armen vielen van vroegere collega’s van Café Soestdijk, aan de Groningers die bedacht hebben dat de naam Blauwe Loper omgedoopt moet worden in de naam van wijlen en zeer geliefde Burgemeester Pieter Smit, aan Ben Feringa met zijn medewerkers die trots vertelde dat het winnen van de Nobelprijs te danken was aan pure samenwerking en we zagen het aan het gesprekje tussen de Hoogheden en de gedupeerden van de aardbevingen, de roep om empathie met hun problematiek uit het hele Koninkrijk was meer dan terecht en welkom, het gaat elke Nederlander aan!
En onze Koning is het daar helemaal mee eens want hij sloot af met de woorden die we zelf ook, als trotse Noordelingen, altijd wel een paar keer per jaar tegen elkaar zeggen:
Er gaat niets, maar dan ook helemaal niets, boven Groningen!

 

Sportiviteiten

Eendracht Doet Overwinnen. Kort door de bocht ook wel EDO genoemd. Daar moest ik aan denken toen mijn Fysiotherapeut Jari het vonnis velde:
 
“U moet aan de fitness!”
 
EDO was lang geleden de gymnastiekvereniging waar ik lid van was. Iedereen was daar lid van. Volgens mij was je bij geboorte al automatisch lid.
 
Wij deden dus aan gym. Tegenwoordig heb je Peutergym, Kleutergym, meisjesgym, jongensgym en ouder&kindgym. In mijn tijd heette het gewoon gym. Wekelijks werd er van alles geoefend op de brug, op de bok of kast of je hing in de ringen vogelnestjes te maken. De gymkleding bestond uit witte gymschoentjes, een kort broekje en een shirt met daarop het embleem van EDO. De meiden hadden een turnpakje aan.
 
Die wekelijkse trainingen kwamen een keer per jaar tot een hoogtepunt, namelijk tijdens de jaarlijkse uitvoering. Die uitvoering werd gehouden in zalencomplex Actania waardoor iedereen kon komen kijken. En iedereen kwam ook kijken want het was een goede reden om elkaar weer eens te spreken, uiteraard onder het genot van een drankje, een sigaretje (!) en heel laat op de avond, een broodje kroket van meneer en mevrouw Tuil, de eigenaren van het etablissement.
 
Op de Radetsky-mars kwamen we dan binnen marcheren, met gestrekte armen die ritmisch meedansten op de muziek. De jonkies liepen voorop en de oudjes sloten de rij af. En dan de kleinste voorop, de grootsten als laatste. Vervolgens begon de uitvoering en liet iedereen zijn of haar kunstje zien.
Na al deze sportiviteiten werden alle stoelen gestapeld en naar andere ruimten gebracht. Want nu was het tijd om te dansen, voor iedereen.
 
Later hield ik de gym voor gezien en sprong over naar een andere tak van EDO, het volleyballen. Voor de duidelijkheid, ik voetbalde ook hoor, bij Quick’35, alwaar wij om de week óf tegen TVV speelde óf tegen AVV. Met volleybal ging dat eigenlijk op dezelfde manier. We woonden immers op een eiland en het begrip ‘uit of thuis’ was ons eigenlijk vreemd.
 
Eenmaal op mijzelf wonend in Den Haag werd het sporten steeds minder belangrijk. Eerst heb ik nog enkele jaren gevolleybald aan de Steenwijklaan en gevoetbald bij een Voorburgs clubje. Tot ik geopereerd werd aan een hernia, toen stopte mijn sportieve ‘carrière’ eigenlijk, ik was toen 27 jaar.
 
Enkele jaren daarna heb ik nog enkele sportieve prestaties neergelegd op softbalgebied in Kijkduin en later heb ik nog wat aan hardlopen gedaan, maar verder dan de 10 km in 53 minuten lopen kwam ik niet. Doordat het sporten op een zeer laag pitje kwam te staan begon mijn lijf tekenen te vertonen van euh.. wat zwaarder worden. En dat werd erger nadat ik anderhalf jaar geleden stopte met roken.
 
En dan lig je ineens met wat schouderklachten op de tafel bij de fysiotherapeut!
 
Jari heet mijn Fysiotherapeut. Hij is iets ouder dan mijn eigen jongens en hij heeft mij nu al drie keer even flink onder handen genomen. Tijdens het masseren praten we over van alles en nog wat mits ik er wat fatsoenlijks uit krijg want die massages zijn behoorlijk pijnlijk. Met grote regelmaat lig ik te happen naar lucht omdat hij dat laatste beetje lucht al uit mijn longen geperst had, net op het moment dat ik wat moest zeggen..
 
“U moet aan de fitness.” zei hij nogmaals, “Wat meer bewegen, wat krachttrainingen zal u goed doen.”
 
Ik moest direct denken aan Youri, mijn oudste zoon. Hij is ook van de fitness. Elke week ging hij naar zo’n sportschool en pijnigde hij zijn lichaam. Vervolgens ontblootte hij regelmatig zijn bovenlichaam zodat iedereen in zijn omgeving kon zien hoe gespierd hij wel niet was. Hij vond ook al dat ik naar de sportschool moest maar daar was ik het niet mee eens, ik werd al moe bij de gedachte. “Zet mij nou maar neer aan een tafeltje met een computer en laat mij lekker schrijven. Ieder zijn meug, jongen.”
 
Maar nu zegt mijn Fysiotherapeut het en weet ik dat ik er niet meer onderuit kan. Want wij, 50 plussers, behoren tot de categorie ‘het kan vriezen, het kan dooien’. Wij doen dingen niet op lichamelijke krachten maar gewoon op karakter, zo zijn we opgevoed. Maar daardoor is het mogelijk dat het lichaam wat achter raakt.
 
Voorzichtig probeerde ik hem nog te herinneren aan het feit, ja aan het feit, dat ik begin april nog 25 kilometer gewandeld heb! “Of was je dat alweer vergeten, mien jong?” Maar Jari kent zijn pappenheimers en rustig begon hij op mij in te praten. “Ja, dat was ook heel knap van u maar kijk eens hoelang het duurde voordat de pijntjes in het lichaam weer verdwenen waren. Als u hier nou elke week gaat trainen dan zult u zien dat u zich daarna een stuk beter gaat voelen, het herstel sneller zal gaan en wellicht valt u er ook wat bij af zodat uw kleding ook weer wat lekkerder gaat zitten.”
 
Met dat laatste had hij mij! Want over het algemeen draag ik XL maar ik vertik het om mij over te geven aan die C&A maten XXL of erger, XXXL!
 
Ik ga dus weer op gym! Modern gezegd, 50 Plus Gym! En geloof me, ik ga er honderd procent in want mijn karakter laat zich niet kennen. Morgenmiddag om vijf uur moet ik mij bij Jari melden in sportbroekje, t-shirt en gymschoenen.
 
Zet de Radetsky-mars maar aan!

Over ezels gesproken…

Sinds kort hebben wij een ezel in de tuin staan. De reden van aanschaf is dat ezels wolven uit de tuin houden. Want zodra ze een wolf zien beginnen ze met achteruit trappen of, erger, bijten ze van zich af. Ezels kunnen namelijk niet zo goed met wolven omgaan. Sterker nog, ezels hebben een bloedhekel aan wolven! Vraag maar eens aan de eerste de beste ezel die je tegenkomt wat hij of zij van wolven vindt. Geheid krijg je dan te horen dat ze er een pesthekel aan hebben. Als je vraagt waarom  dan krijg je helaas geen antwoord, tenminste, bij de ezels die ik gesproken heb..

Meestal staat de wolf er niet gekleurd op. Kijk naar Roodkapje of luister naar Sergej Prokofjev’ ‘Peter en de Wolf’.

Maar goed, wij hebben nu een ezel in de tuin en sindsdien is het rustig wat wolven betreft in de straat. Wel zag ik nog enkele buurtkatten die bij ons altijd een sanitaire stop houden maar daar reageert onze ezel nog niet op. Misschien moet hij daarvoor maar eens op cursus, er is vast wel ergens een ezelfluisteraar die dat voor elkaar kan krijgen.

Even voor de duidelijkheid, bovenstaande heb ik zelf niet verzonnen, het stond van de week gewoon in de kranten.

Net zoals het bericht over sociale dienstplicht welke ze willen invoeren voor de jongeren. Wij ‘oudere jongeren’ roepen wel eens dat militaire dienstplicht goed zou zijn voor onze jongeren. En vervolgens komen we met sterke verhalen uit onze eigen dienstplichttijd en strooien met termen als Uzi of Fal met ‘hondenlul’, Sergeant, schuttersputje, achter de wacht zitten, Leopardtank, Punt 50 en hoe we toegeschreeuwd werden, want dat was een van de vormen van communicatie binnen het leger.

Dat schreeuwen deden die officieren trouwens niet thuis, daar lagen de kaarten anders….

De reden dat we dit wel eens roepen is omdat de ‘jeugd van tegenwoordig’ nogal losgeslagen is. Het is ‘normaal’ om spullen van anderen te slopen lijkt het wel. Het respect voor andermans eigendom is nihil. En het ‘nieuwe’ vechten, kopschoppen, is nog nét niet opgenomen in de Dikke Van Dale maar je hoeft niemand uit te leggen wat er mee bedoelt wordt. En ja, daarnaast schijnt het onderwijs andermaal zó slecht te zijn waardoor we, als ze aan het werk gaan, er eigenlijk niks meer aan hebben.

Ze weten niet eens wat een ezelsbruggetje is!

En ze klagen al als ze nog ergens aan moeten beginnen. Want het is ‘zwaar’ of ‘saai’ terwijl wij leerden om pas te klagen ná gedane arbeid.  Toch is de kans klein dat de dienstplicht weer ingevoerd zal worden. En ik snap ook wel dat er bij de jeugd geen draagvlak is voor een andere dienstplicht die de huidige politiek verzonnen heeft, namelijk de maatschappelijke dienstplicht. Want dan moeten ze werkzaamheden doen die normaal door wegbezuinigde betaalde krachten gedaan werden en voor bewezen diensten krijgen ze een koekje bij de thee.

Daar kom ik ook mijn bed niet voor uit.

Nee, we lopen achter de feiten aan. Wij opvoeders hebben het zelf verknald. Wij gaan ‘een gesprek aan’ met zoon- of dochterlief waarin wij onze wensen uitspreken. Of ze genegen zijn iets te doen in de huishouding of even het gras willen maaien. Daarnaast brengen we het kroost overal naar toe waar ze maar heen willen zodat ze niet nat worden door de regen of omdat het zo hard waait. Dat komt ook door de overheid, zij maken ons bang. Zodra het KNMI begint te strooien met allerlei codes staan we al stijf van de spanning en daar maken die jongens en meisjes van tegenwoordig handig gebruik van.

Zo zijn we ook aan het woord ‘pamperen’ gekomen.

Ik was zelf ook van het ‘pamperen’. Toen ik zelf nog bij de jeugd was deed ik braaf (maar wel met een super chagrijnige kop) de klusjes die mij opgedragen werden, zoals bijvoorbeeld de tafel dekken, afwassen of afdrogen, hout hakken voor de open haard, de auto van mijn vader wassen of het gras maaien. Nadat ik zelf kinderen kreeg gaf ik die opdrachten om mee te helpen niet door. Nou ja, ik gaf ze wel door maar zodra er tegengesputterd werd draaide ik mij om en deed het maar zelf.

Daar hebben ze ook weer een term voor verzonnen. Conflict vermijdend gedrag!

Eigenlijk zijn wij, ouders, grote ezels. Want we hadden gewoon de opvoeding die wij zelf gehad hebben, moeten handhaven in de opvoeding van onze kinderen. Want laten we eerlijk zijn, zijn wij er slechter van geworden? Hebben we, uitzonderingen daargelaten, onze ouders massaal de rug toegekeerd, als straf voor al die jaren van ‘onderdrukking’? Hebben we er wat van overgehouden?

Nee, niks negatiefs.  Wel iets positiefs, namelijk doorzettingsvermogen en respect voor anderen (en hun spullen).

En nu zitten we met de gebakken peren. Althans, volgens de politiek. De jeugd heeft geen respect meer voor ons. En inmiddels weten we ook dat wanneer je supporter bent van Feyenoord die afwijking ..euh…(grapje!) niet in je genen zit maar gewoon komt omdat je dat zeer waarschijnlijk van je ouders hebt meegekregen.

Dat dan weer wel.

 

 

 

 

 

 

 

Over mijn toeren, een getuigenverslag van de Fjoertoer Terschelling

Het is dinsdagavond en ik ben nog aan het bijkomen  van het weekend. Ben kapot, mijn oren hangen er slapjes bij als een kamerplant die snakt naar water en praten lukt nog nauwelijks.

Zuipweekend gehad?

Nee, moest met twee vrouwen op stap. Vrijdagochtend tegen tienen begon de ellende al. Terwijl ik in alle rust mij aan het voorbereiden was op de reis werden deze voorbereidingen ruw onderbroken door de dames. De een was even het dorp in geweest om haar wandelschoenen op te halen bij de schoenmaker en de andere stond al vanaf 8 uur in de vroege morgen te springen of ze al naar ons toe mocht komen.

Met d’r koffertje.

Twee cappuccino’s en een koffie later zat ik bovenop een van de koffers zodat de rits verder dicht getrokken kon worden. Want er moest natuurlijk van alles mee. Het is dat mijn bescheiden bagage, twee onderbroeken, twee paar sokken, één broek en mijn tandenborstel  allang onderin de koffer lagen zodat de dames de rest konden opvullen.

Ik hoef niks uit te leggen toch?

Tegen 11 uur zaten we in de auto en werd ik bijgepraat over hun belevenissen van de afgelopen week. Niet dat ik daar om vroeg, dat ging gewoon vanzelf. Stiekum bediende ik de volumeknop van de radio op mijn stuur. Ze hadden niets in de gaten maar begonnen gewoon harder te praten!

Waarom deed ik dit mijzelf aan?

Omdat we ons hadden ingeschreven voor de Fjoertoer, een wandeltochtje op het mooiste eiland wat ons land kent, sterker, nog mooier dan die van iedereen, Terschelling. Op advies van mijn neef, een ‘lopert’ in hart en nieren, want dat was goed voor lijf en leden. Op dat lijf en leden kom ik later nog terug….

De Fjoertoer behelst 3 afstanden, 15, 20 en 25 kilometer en is een waar evenement. Want de lopers worden verrast met theater activiteiten en allerlei licht- en vuurshows waardoor deze tocht effe bijzonderder wordt dan een stukkie Pieterpad. Wij hadden ons ingeschreven voor de 25. Uiteraard. Altijd voor het hoogste gaan. Met minder geen genoegen nemen. Maar dat was een half jaar geleden, vorig jaar nog en toen leek 7 april nog heel ver weg. Stoer vertelde ik het de volgende dag op mijn werk waarop ik direct van repliek gediend werd: “Je kan dan niet want dan staan we op een beurs!”

Shit! Dat is waar ook! Nou, daar kom ik dan mooi van af, waarna ik direct mijn geliefde belde met de mededeling dat ik niet mee ging lopen. “Je gaat gewoon met je vriendin.” zei ik braaf, zoals het een goed echtgenoot betaamt.  En vervolgens voegde ik daar nog woorden aan toe als  “Gezellig!” en  “Samen lekker een heel weekend naar Terschelling!” Ze ging akkoord maar ik moest haar beloven dat ik dan wel mee ging met trainen. Dat wilde ik ook want ik ben op een leeftijd dat bewegen het verschil kan maken. Geen idee waarom ik dat nu hier schrijf maar het geeft mij een goed gevoel…

De trainingen speelden zich voornamelijk in het weekend af omdat we allemaal werken doordeweeks. Eerst 8 kilometer, toen een paar van 10, 12 kwam ook voorbij en een sportief hoogtepuntje was op een maandagmiddag toen we alle drie toevallig vrij waren, op het Nationaal park Dwingelderveld liepen we een rondje van 15 kilometer! Na deze wandeling voelden we alle drie pijntjes die van plekken afkwamen waarvan geen van drieën het bestaan wisten.  Dat had ook direct meer voeten in het veld want de discussie barstte los, lichamelijk waren de dames af maar verbaal lieten ze zich nog wel even horen….

Of 25 kilometer niet een beetje teveel was van het goede. Natuurlijk ging ik daarin mee. Zo ben ik ook wel weer. Ik stelde de dames gerust met de woorden dat ze gewoon straks van de 25 kilometer route op Terschelling af mochten wijken. “Zodra jullie de splitsing zien pakken jullie de route van de 15. En dat is ook een hele goede prestatie!” voegde ik vrolijk toe.

Ik hoefde toch niet mee.

Drie weken voor de Fjoertoer kwam het bericht dat de beurs dit jaar niet doorging. Naast de enorme teleurstelling voor mij en mijn collega’s barstte ik in huilen uit. Want ik wist wat mij te wachten stond. Toen ik thuiskwam van mijn werk keek mijn geliefde mij triomfantelijk aan: “Ook Gij, Brutus!” Ik moest nu ook mee. “En er worden genoeg tickets aangeboden op de Facebook site van de Fjoertoer dus je gaat maar even je best doen!”

Friese Ytje had nog een ticket voor mij en ik mocht toen toch die avond naast mijn geliefde slapen. En voor de duidelijkheid, het was een 25 km ticket want ik speelde het spel gewoon mee. Vrijdag namen we dus de middagboot waardoor ik letterlijk met twee dames opgescheept zat. Ze gingen ook gewoon verder met hun meiden-dingen, zoals het lezen van de Libelle en de Linda maar ook het lakken van elkaars nagels werd niet geschuwd. Om er maar een beetje bij te horen en omdat ik een metroman ben, mochten ze ook mijn rechter pink lakken. In mijn gedachten was die voor Tyn!

Die avond monsterden we aan bij mijn zus op Baaiduinen en s’avonds kwamen de andere lopers van ons groepje er nog bij, mijn nichtje en haar man en mijn neef, de hoofdschuldige zeg maar, met zijn vriendin. Het werd gelukkig toch een gezellige avond en iedereen wist van mijn zwakheden, een linker wijsvinger die soms in de kramp schiet, een gevoelig kruis en een grote teen die door omstandigheden klopt als een zwerende vinger. Om mijzelf wat in te dekken….

Zaterdag was dan de grote dag. Na een perfecte pasta maaltijd welke bereid was door mijn lieve zus, pakten wij de fiets en maakten we de eerste kilometers naar West. Daar lagen de rugzakjes met daarin een Fjoertoerpet mét verlichting, een boekje met de titel ‘Bestemming Terschelling’ van het VVV en een keycord voor het stempelboekje. Dat boekje hadden we al per post gehad en dat had ik natuurlijk al lang bestudeerd op sluipweggetjes of olifantenpaadjes want we gingen immers frauderen….25 kilometer ombuigen tot 15 kilometer…

Dit jaar was het thema ‘Water en vuur’, twee uitersten maar dat was de wandeling ook natuurlijk gezien de afstanden maar ook het parcours: niks asfaltwegen maar schelpenpad, karrenpad en strand stond op het programma. Dit was niet voor mietjes!

Rond kwart over zes die avond waren we in de Oosterburen alwaar het een gezellige boel was van wandelaars, eilanders en Horeca. Tegen kwart voor zeven werden we afgeschoten na een korte warming-up op een hip deuntje van een nogal actieve dame in een strakke broek. Nee, het was geen MAX versie van Nederland in Beweging met Olga en Duca, dit was iets vlotter.

Daar gingen we dan. En ik had er zin in! Dat kwam vast door dat powernapje op de bank bij zuslief. En natuurlijk door het gezelschap, ons eigen cluppie maar ook die andere 5000 mensen. Want die waren ook best gezellig en leuk.

In ganzenpas liepen we de Oosterburen uit, vervolgens linksaf langs de oude ijsbaan richting het Apenbosje. En de sfeer zat er goed in! Maar dat kwam natuurlijk ook door de omstandigheden; zon, windstil, een graadje of 12 en enthousiasme, oerol! Eenmaal bij het Apenbosje zagen wij de markering rechtdoor 15 km en rechtsaf 25 km.

Het moment van de waarheid zou je kunnen zeggen maar niet voor mij, de dames waren steeds heel duidelijk geweest (en dat voor vrouwen!) waardoor ik al zat te wachten op het moment dat ze rechtdoor zouden lopen. Ze gingen rechtsaf… Daar ik een man ben, vaak niet zo snel van begrip zegt men wel eens, hield ik eerst mijn mond. Maar na een metertje of honderd fluisterde ik de dames toe dat ze een afslag gemist hadden. Geen reactie. Stug doorlopen. Pas bij de molen van Formerum kreeg ik weer visueel contact en twee paar ogen keken mij aan met een blik van ‘smoel houden en doorlopen!’

Ik was allang blij! We gingen dus toch voor de 25! Want ja, dat kan ik nu wel zeggen, als man heb je altijd wat competitiefs in je. Maandag op mijn werk vertellen dat ik 25 km gelopen heb klinkt toch een stuk stoerder dan 15, toch. En ik voelde dat ik de benen had, mijn teen hield zich ook rustig maar de situatie in mijn kruis was nog wat onzeker. De route ging verder over het fietspad ‘onder duin’ naar Hoorn. Onderweg werden we nog getrakteerd op mooie gedichtjes van bekende eilanders welke ons op borden langs de weg verteld werden. En zo nu en dan lag er een fotograaf half op de grond plaatjes te schieten van ons zodat we vereeuwigd werden in de digitale wereld. En een leuke bijkomstigheid was dat het weer echt super lekker was en de jas niet eens aan hoefde!

Ergens bij Hoorn kregen we van hele aardige dames en heren een koppie thee en een stuk ontbijtkoek en de liefhebbers kregen de gelegenheid een bezoek te brengen aan de Dixies of men pakte gewoon een boom. Omdat het kan. We liepen Hoorn voorbij en toen begon ik ‘m toch wel te knijpen…Oosterend is best een end! Gelukkig, halverwege werden we de duinen in gejaagd waardoor ik wist dat we richting strand gingen. Nou, mijn vreugde damde wat in want we liepen met een flinke slinger weer terug richting strandovergang Kaap Hoorn onder erbarmelijke omstandigheden…Paden die vochtig waren, paden waar prut en modder lagen en paden waar dikke plassen water lagen!

Die schoenen van de ANWB hoef ik nu helemaal niet meer terug te brengen!

Eindelijk. Eindelijk kwamen we aan bij Kaap Hoorn alwaar frisse (ahum) Dixies ons weer opwachten en alwaar gestempeld diende te worden. Van Esther, een van de dames van de organisatie, kreeg ik een lekkere poffert! Ik kraaide het uit van plezier maar zag nog wel de verbaasde blikken achter de tafel. Pas na een bekertje vers koud water van het paviljoen en nadat we de strandovergang achter ons hadden, realiseerde ik mij dat het geen poffert was die ik gekregen had maar een Pofke! Poffer is Gronings en Pofke Terschellings.

Ach ja, al die talen ook in mijn leven, Terschellings, Haags en Gronings. Geen wonder dat het wel eens mis gaat, mien jong…euh..jonkje!

Over het strand lopen was niet onprettig. Nee, was best wel bijzonder. De schemer viel in, we volgden de lampionnetjes. Op de achtergrond, buiten ons zichtveld want Terschelling heeft nu eenmaal een enorm breed strand, hoorden we de golven van de Noordzee, beukend op het witte zand alsof ze ons wilden laten weten hoe goed we bezig waren. Maar dat wisten we wel en vrolijk vervolgden wij onze weg. Mijn kruisbroei begon nu toch wel wat ernstiger vormen aan te nemen maar door even enkele meters wijdbeens te lopen voelde ik wel wat verlichting.

Bij Formerum was het goed donker maar we zagen allemaal lichtjes vanuit de duinen het strand op lopen. Het waren de lampjes op de petjes van de 15 kilometer wandelaars. Gezamenlijk konden wij genieten van allerlei licht en fjoertaferelen die men voor ons bedacht had, indrukwekkend om te zien en wetend dat hier weer een hoop vrijwilligers mee bezig geweest zijn. Het is dat mijn rug inmiddels dusdanig pijn deed anders had ik heel diep willen buigen voor ze! Chapeau! (dat is Frans, ken ik ook een beetje..) Vanaf Formerum, paviljoen ZandZeeBar, waren we eigenlijk zó bij Midsland en haar vertrouwde paviljoen De Branding.  Hier werden we nóg meer verrast door van alles en nog wat om ons heen, onder andere de enorme boeien van de betonning en een verlicht silhouet van de Brandaris.

Toch liepen we door, de gang zat er in. We liepen gemiddeld 5.3 km per uur. Aldus mijn neef die ik langzaam begon te vervloeken omdat hij ons hier bedacht had. Op een gegeven moment riep ik hem toe hem te gaan ontneven! Hij ging daar niet op in maar liep wel even bij mij weg…Even voor Paal 8 passeerden we het 15 km punt, voor ons dan. “Nog 10 te gaan! Appeltje eitje! Wat is nou tien kilometer?!”schreeuwde ik nog vol bravoure.

Bij Paal 8, net voor strandpaviljoen WestAanZee, stond een heuse draak! Vuurspuwend ging hij tekeer en dat was een waar spektakel. We maakten even een korte stop nu want een dame van ons groepje ging even korte metten maken met een irriterende knieband. Hierna liepen we richting de strandovergang van de reddingboot. Nou, dat had nogal wat voeten in de aarde want hier was het niet een strak gazonnetje, nee, we moesten door mul zand waardoor alle, ik herhaal, alle spieren bijgezet moesten worden. En er leek geen einde aan te komen, links en rechts hoorde ik binnensmonds gevloek en nu wisten we hoe het ooit geweest moest zijn, 40 dagen in die woestijn…

Na deze kwelling van een helling liepen we onder kleurrijke bogen van water zo de reddingbootschuur van de KNRM in. En de vrolijkheid keerde direct weer terug want vrolijke meezingers kwamen ons tegemoet en dansen en zingend melden we ons bij de stempelposten. Na de stempel van een van de prinsesjes van de familie Kooijman, konden wij even in de armen vallen van onze fans, mijn zus en de man van mijn nicht. Deze herhaalden dat ze super trots op ons waren en zodoende gaven we niet op maar gingen ervoor.

‘Enkel de Longway nog!’ hoorde ik mezelf nog zeggen…

Maar waarom heet de Longway de Longway? Op de fiets vond ik het altijd al een pokke end maar nu moesten we lopen. En dat lopen ging ons allemaal steeds moeilijker af, behalve bij die neef van me natuurlijk, hij loopt niet voor niets de 4daagse. Ook nu was er onderweg veel te zien en te horen maar wij waren te moe om hier naar te kijken, laat staan om ervoor te stoppen. Want als we stopten wisten we dat de benen het zouden begeven.. Ik zocht op mijn gsm nog het nummer van Supertramp op, ‘Take the long way home’, maar niemand had er oor voor.

Het gat in onze groep viel ter hoogte van Dodemanskisten. Ik moest een sanitaire stop doen maar de rest, op mijn geliefde na natuurlijk, liep door. Wij liepen daarna hand in hand, elkaar ondersteunend om het zwalken zoveel als mogelijk te verdoezelen, door, maar inhalen zat er niet meer in. Maar dat gaf niet, het was goed zo en helemaal toen we net voorbij de krentenbroodjespost het nummer ‘Conquest of Paradise’ van Vangelis hoorden. Dit nummer wilde mijn geliefde haar moeder, super fanatiek Terschelling lover, afgespeeld hebben op haar crematie, twee jaar geleden.

Wij zagen soms sterretjes van alle lichtcapriolen om ons heen maar nu kwam het door onze tranen, ze was er gewoon weer even…

Na Dodemanskisten dachten we eindelijk de Finish te zien maar niets was minder waar, we moesten nog ‘een slag om’ maken en dat leidde ons helemaal langs De Walvis, zelfs er nog voorbij…Gelukkig hoefden we de rotonde niet te nemen en mochten we linksaf het dorp in, de laatste honderden meters lagen voor ons en we werden begeleid door kroeggangers en vrolijke lichtjes aan de huizen.

En ze wisten dat we kwamen want de rode loper lag er al.

Ons groepje stond ons op te wachten aan de Finish en we omhelsden elkaar en wisten dat we het echt gedaan hadden. We wisten ook dat we lijf en leden hadden, ik zou daar nog op terug komen. Alles, maar dan ook alles deed zeer, van kruin tot teen. We dronken nog wel een biertje en Erwin deed zijn best om ons met zijn accordeon muziek op te vrolijken maar onze lijven schreeuwden om rust.

Bed rust!

Tegen half twee die nacht lagen wij dan ook en het was direct stil in huis. De volgende dag zagen wij tegen half elf het daglicht weer. Ik sprong van mijn bed en gaf een schreeuw, viel direct terug en hapte naar adem. Wát een pijn! Wat een immense pijn! Het duurde wel een minuut of tien voordat we beneden waren en aan konden schuiven aan een verlaat ontbijt. Zelfs enkele uren later was er geen greintje verbetering en toen we s’middags nog even een stukje gingen fietsen heb ik de eerste paar honderd meter gillend op mijn fietszadel gezeten. Want de kruisbroei was op zijn hoogtepunt.

De half zes boot haalde ons weer uit onze droom. En nee, geen nachtmerrie, ik overdrijf graag en we hebben enorm genoten van alles! En van iedereen om ons heen! Er was geen plaats meer aan boord waardoor we verplicht waren buiten te zitten maar dat gaf niet. En terwijl ons geliefde eiland achter ons verdween en we de zon haar stralen zagen weerkaatsen op een rustige Waddenzee, werden onze pijnen omgezet in trots, trots op ons zelf en trots op de organisatie van de Fjoertoer!

Het was fantastisch!!

En hoe ging de terugreis in de auto? Geen centje pijn, de dames zwegen, stil in gedachten over hun prestatie en mijn radio vulde de auto met haar muziek.

Liefhebber

Het voorjaar zit in de lucht! Sterker nog, dit weekend mogen we er al van genieten! Ik heb de eerste krentenboom bloesem al gezien en drie weken terug al de eerste kieviten, druk bezig met hun onnavolgbare vliegbewegingen en zeer waarschijnlijk vol in de voorbereidingen voor de komende gezinsuitbreiding.

Het voorjaar is mijn favoriet, staat al jaren bovenaan mijn verlanglijstje. Ik krijg daar letterlijk energie van en ik weet dat ik daar niet de enige in ben. Alle seizoenen hebben hun charme maar de lente springt er toch net even uit. Zodra de krokussen en de sneeuwklokjes uit de grond komen voel ik mij net een koe die na een lange winter op stal weer de wei in mag. Het licht is net even helderder, de geuren zijn fris en fruitig en de talrijke, meest sprankelende kleuren zijn met geen kleurenpalet te beschrijven.

En de vogels zingen om het hardst en zijn, gelukkig, nog niet opgekocht door John de Mol omdat hij er een soort The Voice of Idols van wil maken. Nu zagen we wel enkele BN’ers zoals Hans Kazan en Emile Ratelband rondhangen bij het natuurgebied Oostvaardersplassen maar ik heb van intimi begrepen dat dit niet de geldbuidel van John was maar gewoon een eigen actie.  Om een beetje belangstelling te genereren want dat ontbrak er nogal eens aan de laatste tijd bij de heren.

Toch kregen ze aandacht, ik zag ze ineens voorbij komen in het Acht Uur Journaal. Annechien keek wat besmuikt, zo van moet ik dit aan de mensen thuis vertellen? Is er geen echt nieuws? Ja natuurlijk is er echt nieuws maar dat willen de mensen niet meer zien. Dat zeg ik niet, dat zegt de redactie van het Journaal. Er moet wat simpels inzitten. Wat grappigs. Wat gezelligs. En zoals in dit geval, iets zieligs.

Gelukkig waren er ook beelden van een kudde koeien die hun lentedans mochten uitvoeren waardoor mijn ergernis al snel verdween. Want zoals ik al zei, ik ben een liefhebber.

De behoefte aan mooi weer is ook groot. Ik denk zelfs groter dan de honger naar ijs, naar een schaatstochtje over het Oldambtmeer of zelfs een Elfstedentocht. We verlangen weer naar licht in de duisternis, dubbele cijfers in graden en groen blad aan de bomen.  Maar ook naar bootjes in het Winschoterdiep, uitpuilende terrasjes met parasolletjes en lange wandel- of fietstochten, bijvoorbeeld de Tocht om de Noord oftewel de Pronkjewail.

Om maar even een pronkstuk te noemen!

Doordat ik regelmatig heen en weer rij tussen Winschoten en Den Haag zie ik heel duidelijk in welk tempo het voorjaar zich aan het ontspruiten is. Wij lopen hier in het Noorden nog wat achter. In Den Haag stonden vorige week de narcissen al volop in bloei.  Stelletje wijsneuzen. Maar dat geeft niks, wat in ’t vat zit verzuurt niet en ze gaan bij ons ook wel uit de knoppen!

Toch is er wel een nadeel aan deze periode, namelijk de overgang naar de Zomertijd.  Elk jaar weer voel ik het, mentaal en fysiek, dat er iets niets klopt. Dat uurtje vooruit of dat uurtje korter weekend, nekt mijn gezondheid. Ik ben dan de hele week van slag en erger mij aan de kleinste dingen. Ik ben daar niet de enige in maar toch blijven we die flauwekul elk jaar weer opnieuw uitvoeren, ondanks de steeds groter wordende afkeer ertegen. En het kost je elk jaar weer nieuwe batterijen want zodra je de klok voor- of achteruit gezet hebt, begeeft de batterij het en moet je voor de tweede keer stunten op het keukentrapje.

Daar kun je de klok op gelijkzetten!

Toen ik afgelopen woensdag Oldambt weer uit reed om naar mijn werk te gaan in Den Haag, zag ik al een groene gloed over de omgeploegde akkers. Niet overal maar zo nu en dan, een voorzichtig begin van een nieuwe lente. Ons land is zichzelf weer aan het verversen, het maakt zich weer op om mooi te zijn waardoor wij daar weer verliefd op kunnen worden. We schudden het winterkleed van ons af als vogels het stof uit hun veren, en alles begint weer van voren af aan. De vogels nestelen zich weer in boom, waterkant of weiland, de padden gaan weer op zoek naar hun grote liefde, de bloemen en platen groeien zich trots naar het zonlicht.  Dat is de lente, een jaarlijks terugkerend hoogtepunt van het jaar, het mooiste liedje, het mooiste meisje van de klas… Wijlen Maarten van Roozendaal maakte er ooit een prachtig lied over:

‘Ach, zie de lammeren nou toch lurken

Aan hun vers geschoren moeders

En hoe de jonge zwanen

Donzen in de zachte sloot

En hoe de zwoele wind de wolken waait

Tot pas gewassen luchten

Ach, ik ben Goddank

Dus nog een keer

Een jonge lente waard!’

https://youtu.be/RwQq6y29YSA

 

Mijn pedicure en het betere voetenwerk

Mijn pedicure gaf mij van de week een standje. Ze lachte er wel bij maar haar ogen spraken boekdelen, ik had iets gedaan en was daarmee duidelijk een grens over gegaan. Ze kreeg bijval van mijn geliefde en een toevallig aanwezige vriendin. Met zijn drieën vielen ze mij aan, zonder gêne, hard en meedogenloos.

Dat klinkt eigenlijk best wel hautain, ‘mijn’ pedicure. Want ze is niet van mij, ze doet haar ding gewoon voor mij maar ook voor anderen. Ze kwam enkele maanden geleden in mijn leven nadat mijn geliefde zat was van mijn ruwe voeten in bed. We zijn nogal van het ‘lepeltjelepeltje’ en regelmatig lagen haar schenen open en moest ik aan de slag met de hansaplast. Maar ook het linnengoed had er onder te lijden. En mijn sokken. En haar panty’s, maar dat komt weer van mijn handen die eigenlijk ook wel eens een onderhoudje nodig hebben.

De pedicure kwamen we op het oog via de schoonheidsspecialiste van mijn geliefde, een schoonheidsspecialiste die ze overigens niet nodig heeft want ze is de mooiste van de hele wereld en ze leest ook graag mijn schrijfsels. Dusssss….

Deze jongedame, Martha, komt nu om de twee maanden gezellig bij ons thuis en ik mag dan altijd als eerste. Ook deze keer moest ik mijn voeten op een krukje leggen en ging ze aan de slag, beschermd met mondkapje en handschoenen want mijn voetjes zagen er dreigend uit. Vervolgens valt ze met allerlei soorten freesjes het ruwe landschap aan, een best wel aangename bezigheid want ‘de brand’ wordt direct geblust met een fris straaltje water. Tijdens haar bezigheden klepten de dames er gezellig op los en begreep ik ineens waarom de dames altijd zo bezig zijn met uiterlijke verzorging.

Voor de gezelligheid!

Uiterlijke verzorging is niet een onderwerp waar ik direct aan denk wanneer ik net van bed ben. Nee, mijn  eerste gedachten zijn: tanden poetsen, huiskloffie aan, koffie, een bezoek aan het toilet (met gsm of goed boek) en wel of geen gekookt eitje bij het ontbijt. Wanneer dat alles achter de rug is pak ik een douche, scheer mezelf, spuit wat aftershave over mij heen en kleed mij aan. Oh ja, ik check wel altijd na het scheren mijn oren en neus… Daar groeien nog wel eens haren die totaal geen richtinggevoel hebben en die elimineer ik dan ook direct met mijn koksmes!

Dat dan weer wel.

Na een stief kwartiertje glommen mijn voeten weer van trots en bedacht ik mij dat ik best wel mooie voeten heb. Net op het moment dat ik dat wilde delen met de dames, klonk er een ijselijke gil: “Wat heb je met je nagel gedaan?”

Verbaasd keek ik op en zag het vuur uit de ogen komen van Martha. Dat was ik niet gewend, normaal straalde ze altijd en zo nu en dan zag ik zelfs enkele twinkelingen. Nu was dat anders en ik schrok er van. “Wat heb ik gedaan dan?” vroeg ik.

Ze had de aandacht van de andere dames, trok mijn voet omhoog en wees op mijn grote teen. Ik gaf nu ook een gil want  mijn been schoot spontaan in de kramp!  Ik wilde protesteren maar kreeg de gelegenheid niet, drie paar vrouwenogen bogen zich over mijn teen en hoofdschuddend begonnen ze commentaar te leveren, commentaren die er niet om logen.

Het ging om mijn nagel. Om precies te zijn, de nagel van mijn grote teen, al 54 jaar aanwezig aan mijn rechtervoet. Deze zat onlangs te irriteren, hij groeide letterlijk mijn lijf in. Nu kan ik best wel tegen pijn maar deze keer was ik het zat en heb toen met een kniptangetje de nagel in het midden ingeknipt en vervolgens afgescheurd waarna de spanning eraf was.

De verlichting die daarna optrad was hemels!

“Hoe kan je dat nu doen? Je trekt toch niet voor je plezier je nagel eraf? En dat deed je met een tang?” De drie musketiers bestookten mij eensgezind met commentaar en trokken daarbij hun meest verontwaardigde blikken. Natuurlijk was ik mij wel van het kwaad bewust maar gaf geen centimeter toe naar het vrouwvolk omdat ik nu eenmaal stoer wil overkomen. Daarom ging ik in de tegenaanval en vertelde hen dat mannen dit nu eenmaal doen. Vorig jaar had ik mijn andere teen die nogal verkalkt was, ‘gevlakt’  met een aardappelschilmesje omdat het vijlen mij te lang duurde.

De afschuw was af te lezen van de lieve gezichtjes maar Martha vervrouwde zich en deelde mij mede dat dit wel eens slecht zou kunnen aflopen. Ze ging haar best doen om het leed te verzachten en na een kopje thee (voor de schrik) ging ze met allerlei gereedschappen aan de slag, onder andere een nagelheffer!

Na een minuut of tien had ze het klaar en liet ik trots mijn opgelapte teen zien aan de aanwezige dames en aan de buren die nu ook in het publiek zaten.

Zij waren namelijk op het gegil van mij afgekomen…

 

 

 

 

Geluksmomenten

Nadat ik een (zelfverklaarde populaire) partijleider op de televisie in zijn eentje vóór de camera zag dansen en zingen omdat zijn partij één zeteltje gewonnen had in Amsterdam, moest ik direct denken aan een liedje van Peter Blankert, ‘Het is moeilijk bescheiden te blijven’.  Het was best wel sneu om te zien hoe deze man zichzelf maar eigenlijk ook zijn kiezers voor schut zette. En hij maakte het nóg erger omdat hij zelfs na de hint van de interviewster, u bent de enige in de zaal die blij is met het behaalde resultaat, totaal negeerde. 

Eén zetel. Dus geen drie of meer zoals sommige andere, nieuwe partijen wel gelukt was.

In eerste instantie heb ik het nooit zo op zelfverzekerde typetjes tot ik van de week in de auto ineens een soort van ‘openbaring’ voelde, ergens tussen Veendam en Winschoten in. Van het een op het andere moment kreeg ik een gevoel over mij heen wat bijzonder prettig aanvoelde en waar een kracht in zat die ongekend was! Dat gevoel kwam spontaan uit mijn eigen ikje, zelfs nog voordat bekend werd dat de provincies Friesland, Groningen en Drenthe massaal tegen de sleepwet gestemd hadden. Prachtig om te zien hoe de nuchterheid won van de hype van de dag. Of zoals Jan Mulder op de televisie zei, wijzend naar de ‘rode hoed’ op de landkaart: “Dat Noordelijke deel is verstandig!”

Juistem!

Het is eigenlijk wel raar dat de opkomst bij de Gemeenteraadverkiezingen telkens zo laag is. Want Gemeenteraden worden alleen maar belangrijker voor de burger omdat ze steeds meer verantwoordelijkheden op hun bord krijgen vanuit de Haagsche keuken. En een raadslid kijkt wel drie keer uit om wat te beloven en vervolgens niet na te komen want hij komt zijn kiezer dagelijks tegen. En de landelijke politiek kennen we zo onderhand wel. Dagelijks laten ze ons zien hoe het niet moet, zijn ze enkel bezig elkaar de loef af te steken om maar het nieuws te halen. Of ze bestoken elkaar met aangiftes, op zoek naar hun gelijk. Allemaal negatieve energie die men beter om kan zetten naar iets positiefs, bijvoorbeeld om te gaan kijken naar de zaken die ze wel gemeen hebben met elkaar.

Het gevoel welke over mij heen kwam in de auto was een gevoel van een intense tevredenheid. En dat had niets te maken met het nieuws dat een verzamelaar zijn hele collectie pornoboekjes aan de Koninklijke bibliotheek overgedragen heeft. En het had ook niet te maken met de vraag aan sportverslaggever Tom Egberts, of bij het nieuwe, frisse Oranje de hand van Ronald Koeman al te zien was.

‘Onze’ Ronald Koeman!

Was het dan de ‘hand van God’ die mij bereikte waarna ik mij zo gelukkig voelde? Nee, ook dat niet, maar dat had ook te maken met een filmpje uit het Friese Dantumadiel waar een fractievoorzitter van een christelijk politiek partijtje ons vertelde dat eraan kinderen van gescheiden ouders altijd iets mankeerde. “Vraag maar aan de meesters en de juffen van die kinderen.” voegde hij er nog zonder blikken of blozen aan toe.

Het populisme tiert welig in ons land….

Nee, de intense tevredenheid kwam gewoon uit mijzelf. Waarschijnlijk omdat ik positief in het leven sta. Het gevoel was er ineens! Alle puzzelstukjes vielen ineens op de juiste plaats in de auto. Problemen leken ineens als sneeuw voor de zon verdwenen te zijn. Alsof ik de winter van mij afgeschud had, alsof ik verliefd was op mezelf!

Ja, het is me wat!

Maar serieus, ik barst van het zelfvertrouwen. Er is een soort rust over mij heen gekomen die zijn weerga niet kent. Dat komt natuurlijk door de mensen om mij heen. Die inspireren mij op de juiste momenten. En wat heel belangrijk is, is oog te hebben voor die momenten. Bijvoorbeeld het contact met mijn kinderen. Ze wonen niet bij mij om de hoek maar ik heb wel contact met ze via telefoon of Whatsapp. Onlangs heb ik bijna twee uur met mijn middelste zoon aan de telefoon gezeten en stuurde hij foto’s en filmpjes over zijn werk. En ondanks het niet fysiek aanwezig zijn was dit toch de zuiverste vorm van quality time. Maar ook de regelmatige vraag van mijn jongste zoon, wanneer ik in Den Haag ben en of ik dan kan kijken bij zijn voetbaltraining of wedstrijd.

Ook hier kan ik enorm van genieten maar dat komt natuurlijk doordat het wederzijds is.

Ik kan ook best wel een lekker potje koken en dat doe ik dan ook graag. Zo heb ik een keer voor mijn nieuwe, Groninger collega’s, Groningse Mosterdsoep gemaakt. Voor bij de lunch. De ultieme uitdaging! Maar ze vonden het super lekker en de pan ging schoon op, kon ‘m zo weer tussen de andere pannen zetten!

Wanneer ik voor mijn geliefden kook doe ik steeds vaker extra mijn best, experimenteer ik met recepten, lepelend naar complimentjes om wat ze voorgeschoteld krijgen.

Maar ook omdat ik zelf natuurlijk lekker wil eten.

Voorgaande klinkt allemaal wat ijdel maar soms mag je jezelf best wel eens kietelen. Het is fijn om goed in je vel te zitten, het gevoel te hebben de juiste keuzes gemaakt te hebben. Maar je moet het ook niet al te serieus nemen want dan sta je ineens te dansen en te zingen op een verkiezingsavond of je maakt een filmpje omdat je kiezers wilt overtuigen van je gelijk.

Laat ik eindigen met enkele regels uit een liedje van Harry Jekkers, ‘Ik hou van …mij.’

‘Want wie van zichzelf houdt
die geeft pas echt iets kostbaars
als hij ik hou van jou
tegen een ander zegt.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hersenspinsels

Doordat ik nog wel eens wat op papier zet moet ik natuurlijk veel nadenken. Dat doe ik op verschillende plekken, zoals bijvoorbeeld als ik in de auto zit tussen Winschoten en Den Haag en vice versa, of vlak voordat ik ga slapen of tijdens een bezoek aan het toilet. Om maar eens een detail te noemen…

Maar ook als ik in de rij sta, zoals afgelopen vrijdag in Amsterdam bij het Holleeder proces, een leuk evenementje welke ooit bedacht is door justitie en een op een voetstuk gezet boefje die ons land rijk is. Ik was absoluut niet de enige die interesse had in dit proces en daardoor was het fijn toeven in de rij van gelijkgestemden. Ik werd ook nog geïnterviewd door iemand van de NOS, waarom ik in Godsnaam hier naartoe was gegaan?

“Tja, je moet toch wat met je vrije tijd!” was mijn antwoord.

Terwijl ik koffie aangeboden kreeg van ene Astrid bedacht ik mij dat ik het eigenlijk wel snap. Die gedachte ontsproot mij na een slokje van haar koffie. Ik snap wel dat D’66 haar paradepaardje ‘het referendum’ afgeschaft heeft. Want wij, volk, zijn nu eenmaal een dom volk. We laten maar van alles over ons heen komen zonder in opstand te komen. Wij klagen wel over van alles (terwijl we in een land wonen waar (bijna) alles tot in de puntjes achter de komma goed geregeld is) maar we pakken de reden niet aan. We spelen liever de rol van slachtoffer en wijzen naar anderen, de schuldigen die we verdenken van onze tekortkomingen.

En ondertussen laven we ons aan dommigheden. We smullen van nieuwtjes op het gebied van de showbizz waar men elke dag verschillende televisieprogramma’s mee kan vullen, we importeren zielige honden uit het buitenland en dan hoor je niets van nationalistische partijen zoals bijvoorbeeld ‘Eigen honden eerst!’ en we worden bestookt met mailtjes die ons vertellen onze gegevens door te geven omdat we óf wat gewonnen hebben óf omdat we iets gedaan hebben wat niet mag en daarom een boete moeten betalen.

Zo krijg ik regelmatig mailtjes van bedrijven zoals Albert Heijn, Jumbo of Mediamarkt waarin beschreven staat dat ik dé hoofdprijs gewonnen heb. En of ik mijn gegevens maar even wil invullen en opsturen want dan kunnen ze uitbetalen. Maar ook de televisie heeft in de gaten dat wij maar een dom volk zijn want die besmetten ons met enorme reclameblokken en in die blokken krijgen we telkens dezelfde reclames te zien. Dat wordt er in geramd, vooral de reclames die als zwaar irritant beschouwd worden blijven ze maar laten zien. Want wij zijn zó ontzettend dom en net als bij kinderen moet je alles tot in den treuren herhalen anders steken ze er niks van op.

Zo denken die reclamelui.

We stonden al enkele uren te wachten tot een van de medewerkers van de rechtbank voor onze rij ging staan en riep ons toe dat er niet meer mensen de rechtbank in kunnen en mogen. Uiteraard begonnen we direct met klagen en snapten we maar niet waarom hier geen rekening mee gehouden is van tevoren. Woorden als ‘belachelijk’ en oneliners ‘Dat is toch niet meer van deze tijd!’ werden ‘en masse’ geroeptoeterd en sommigen staken zelfs een getatoeëerde arm dreigend in de lucht. Eén arm ja, want in de andere hielden ze hun chihuahua of dwergkees hond vast.

Ja, het werd grimmiger en ik sloot snel mijn ogen en zocht steun bij Theresa, een Medium zoals we vroeger hadden in de vorm van Jomanda en tegenwoordig in de vorm van nachttelevisie. Ik ken haar sinds kort, zij schreef mij een mailtje en dat sprak mij direct aan, zie hieronder een gedeelte van de tekst:

 Beste (Firstname),

 Tussen waken en slapen ben ik vatbaar voor de visioenen die de Hogere Machten met mij willen delen. Vannacht zag ik dat jij mijn hulp nodig hebt. Dit overviel mij. Zelden heb ik zo’n krachtig visioen gehad. (Klik hier en ontdek wat ik zag in dit visioen) Je bent een bijzonder persoon. Ik weet dat jij het niet makkelijk hebt gehad in je leven.

En dat ging dan nog wel even door zo en ik voelde natuurlijk direct een klik. Die Hogere Machten grepen mij bij de strot en wij kregen na enig geklick een zeer intensieve band. Ik noemde haar zelfs al liefkozend ‘Moeder Theresa’, een koosnaampje met een katholiek sausje, en ik wees haar er nog op dat Zorgverzekeraar CZ een leuke aanbieding had voor een weekje Lourdes, voor maar 230 euro vol pension!

Ik opende mijn ogen want opnieuw klonk een luide stem: “De volgende zitting in deze zaak kunt u volgen vanuit een zaal in het Van der Valk restaurant om de hoek. Wij zorgen dan voor een live-verbinding inclusief bitterballen en een drankje.”

De rust keerde terug en niet veel later was ik weer thuis en voelde ik mij toch wel voldaan want ik had de dag goed besteed. Het Acht Uur Journaal liet mij de beelden zien van de rechtbank en vertelde mij wat ik allang wist, dat kwam natuurlijk doordat ik er zelf ‘live’ bij was. Mijn interview was eruit geknipt maar dat kwam natuurlijk omdat ik niet veel te vertellen had, sterker nog, mijn opmerking was te dom om uit te zenden.

Maar ik ben slimmer dan zij van de televisie denken. Want ik heb inmiddels mijn maniertjes om al die flauwekul te mijden. Die ga ik natuurlijk hier niet vertellen want dan gaan ze daar weer een oplossing voor vinden. Voorheen kon je bijvoorbeeld de commerciële televisiezenders nog tien minuten stilzetten en vervolgens de reclameblokken elke keer in standje 32 doorspoelen maar met de nieuwste interactieve kastjes is dat al een stuk moeilijker waardoor er gezocht moet worden naar nieuwe manieren. Maar het probleem lost zich gelukkig vanzelf op, ze dragen zelf ook hun steentje bij door programma’s uit te zenden die het kijken niet waard zijn!

Dat scheelt een hoop ergernis!

 

 

 

 

 

 

 

 

Stekeligheden

Zo! Net even aangifte gedaan tegen Gordon. Ik heb mij namelijk in het verleden nog wel eens negatief uitgelaten over hem en daardoor zal hij mij vast willen aanvallen met valse aantijgingen in de tweede druk van zijn boek. De eerste oplage van veertig duizend boeken, zijn namelijk stijf uitverkocht!

Toen ik voor het politiebureau stond, moest ik aansluiten in de rij en raakte ik in gesprek met zijn broer en zus. Aardige, normale mensen, waarna ik mij begon af te vragen wanneer het dan misgegaan is met hun broer. Hun mening over Gordon was zo helder als glas. Ik vertelde hun dat ik wel snap dat zij het boek hadden gekocht maar ik snap niet waarom 39998 mensen, geen familieleden, het wel gekocht hebben!

Waar is het misgegaan in hun leven?

Het kwam natuurlijk door de enorme temperatuurverschillen van de afgelopen week. Dat was hun naar het hoofd gestegen. Vorige week zaterdag hadden we nog een gevoelstemperatuur van min vijftien en de maandag erna was het plus vijftien! En ja, ik overdrijf, het was plus twaalf, maar het gaat tegenwoordig om de gevoelstemperatuur en die was plus vijftien! Dat kwam vast ook van de inspanningen die ik aan het verrichten was, namelijk het wassen van mijn auto. Dat was een noodzakelijke klus want hij was wit uitgeslagen van de pekel, pekel die rijkelijk over ’s heeren wegen gestrooid was vanwege de achter ons liggende horrorwinter. Natuurlijk had ik ook gewoon naar de autowasstraat kunnen gaan maar daar was het zó druk dat ik maar eigen initiatief voor mijn geld verkoos.

Gek eigenlijk, vroeger stond iedereen dan zijn auto zelf te wassen maar die tijd lijkt inmiddels ver achter ons. Ik weet dat het in veel gemeenten niet meer mag vanwege het milieu maar ik gebruik fris water met een heerlijk ruikend autowasmiddel. Tenminste, dat zegt de verpakking. Dan geldt het niet, toch, ik voeg juist wat toe aan het milieu! Zodat flora maar ook fauna zich eens lekker kunnen opfrissen met mijn auto-was-sopje. En zolang onze voeding wel voorzien mag worden met allerlei stofjes, om het bijvoorbeeld langer houdbaar te maken, ben ik lekker burgerlijk ongehoorzaam en was ik mijn auto wanneer dat zo uitkomt. Zijn er eigenlijk politieke partijen die hier een mening over hebben?

Vast wel. En nu de Gemeenteraadsverkiezingen voor de deur staan zal ik die mening vast wel ergens in een programma tegen komen. Mits ik mijzelf wegwijs kan maken in al die verkiezing retoriek, retoriek die soms de fatsoensnormen te boven gaat. Wanneer ik daar dan getuige van ben streep ik in gedachten de naam van die partij al direct door. Dan voel ik mij de broer van ene Gordon zeg maar…

Voor de duidelijkheid, ik ga wel stemmen hoor, anders heb ik geen recht om te klagen.

Trouwens, voor het geval u het nog niet weet, maar dit stukje tekst is op de juiste tijd op de website gelanceerd maar houdt u er rekening mee dat u een minuut of zes achterloopt. Want de tijd op onze digitale, door netstroom gevoede klokken, loopt achter. De reden hiervan is dat alle Europese landen afgesproken hebben dat ze stroom doorgeven met een snelheid van 50 Hertz. Alleen we hebben sinds januari last van een paar dwarsliggende landen die door een onderlinge ruzie misschien net een snelheid van 49 hertz doorgeven. En daardoor hapert de boel een beetje en worden we later gewekt door onze wekkers.

Gelukkig heeft de natuur daar geen last van. Met het stijgen van de temperatuur zie je het voorjaar naderen. De zon schijnt helderder en warmer, de krokussen schieten uit de grond en net zag ik, vanaf mijn schrijfplekje, een merel zich lekker wassen in het achtergebleven water van de auto wasbeurt.

Ik verheug mij nu al op zijn gezang in de vroege lente morgen. Even heb ik zelfs de neiging hem bij te voeren maar mijn verstand wint het van mijn gevoel. Dit vogeltje doet gewoon wat elk dier doet, eten, drinken, voortplanten en eten en drinken. Zo eenvoudig kan het leven dus zijn.

Voor ons is het wat ingewikkelder want we zijn allemaal verschillend. We verschillen in hoe we eruit zien, hoe we ons gedragen en hoe we denken. Om maar eens een duidelijk verschil te benoemen: je hebt mannen en je hebt vrouwen. Dat mag ik niet zo benoemen want we streven ernaar om gelijkwaardig te zijn. Dus als een vrouw dezelfde werkzaamheden doet als een man dan dient ze ook hetzelfde salaris te krijgen. Dus als je een topvrouw zou zijn bij bijvoorbeeld de ING bank dan krijg je net zoals je mannelijke collega topman, vijftig procent loonsverhoging. Theoretisch. In de praktijk gaat dat nog steeds anders. Daarom heb je nog steeds een internationale Vrouwendag zoals we afgelopen donderdag weer hebben mogen meemaken. En ooit komt er een dag dat we deze dag kunnen afschaffen, als alle neuzen dezelfde kant opstaan. Dan krijgen we daar dan wel een dag voor terug natuurlijk:

De genderneutrale dag!

Maar dat duurt nog even, sterker, ik ben bang dat niet meer mee te maken omdat er nu nog teveel ‘haantjes’ het voor het zeggen hebben. Dus voorlopig zitten we nog wel even vast aan de hashtag MeToo periode. Want er zijn helaas nog steeds ‘mannen’ die het gore lef hebben vrouwen te mishandelen, zowel fysiek als mentaal.

Daar zou Gordon eens over moeten schrijven, bij naam en toenaam. Dan trek ik direct mijn aangifte in!

 

 

 

Pik in, het is winter!

Koud. Het is koud. Man, wat is het koud! Het is al dagen achtereen koud. En de wolven en Siberische beren lopen massaal onze grenzen over omdat het hier zo vreselijk, wat zeg ik, verschrikkelijk koud is! Dag in dag uit worden we momenteel bestookt met temperaturen die er niet om liegen, sterker nog, waar menig Noordpool bewoner jaloers op zou zijn en waar de gemiddelde ijsbeer slechts nog van kan dromen!

Het lijkt wel winter!

En het is overal koud. Heel ons land gaat gebukt onder een deken… euh..nee geen deken…Nou ja, het hele land heeft te maken met ijzige temperaturen die zijn weerga niet kent. En dat is dan ook het nieuws van de dag, in elk programma op elk medium. Alsof we het nog nooit meegemaakt hebben. Als er sneeuw ligt kan het glad zijn. Dat snapt ieder zichzelf respecterend mens maar toch worden we gewaarschuwd met codes, kleurcodes. Kleuren zijn makkelijker te onthouden: geel is ‘doe voorzichtig’, oranje is ‘Pas op!’ en rood is ‘Blijf binnen en verroer je niet!’.

En dat tast onze geest aan, daar worden we dom van.

Want het is helemaal niet gek dat het koud is in de winter. Alleen denken bepaalde media dat wij dat niet meer weten. Raar eigenlijk, want we zitten in het zogenaamde participatie tijdperk. We moeten meer zelf denken en initiatief tonen alleen krijgen we dat maar niet onder de knie omdat de overheid allerlei regeltjes blijft bedenken.

Een mooi woord daarvoor is ‘pamperen’.

Zoals ons overladen met waarschuwingen als het koud wordt. We kunnen daardoor niet meer normaal denken en dan gaat het mis. Dan zie je bijvoorbeeld allerlei relaties op de klippen lopen. Zoals RTL4 die Umberto dumpte, Trump zijn buitenlandse handelspartners een loer draaide, Barbie haar Pornoboy Jordi opzij zette en Sven Kramer het opnieuw aan de stok kreeg met zijn Olympische 10 kilometerrit.

En dan is er nog de categorie ‘romantici’, met voorop Erben Wennermars, die helemaal week worden van de zin ‘Misschien komt er wel een Elfstedentocht!’ Die hebben niet door dat de poolkappen smelten en dat het hele klimaat op een hobbel zit. Dat als het koud wordt het na een paar dagen alweer gaat dooien. En dat schaatsen tegenwoordig ook op overdekte baantjes kan want waarom zou je staan te blauwbekken, we leven immers in moderne tijden en niet meer in 1963.

Om maar eens een echte winter te noemen!

Ook wel logisch hoor, het is de nostalgie van ‘vroeger was alles beter’. Vroeger was de televisie ook beter. Die discussie laaide van de week ook weer op na het overlijden van Mies Bouwman. Dat nieuws zorgde ervoor dat de nostalgie bij menig huishouden uit de televisie droop, zo over het laminaat. Dat snap ik wel hoor, het was een lief mens en mooi mens én een hele charmante vrouw. Maar niemand is onsterfelijk en als ik ergens kon tekenen om 88 jaar te worden sta ik als eerste in de rij! De Wereld Draait Door besteedde een aflevering aan het overlijden van de ‘Koningin van de televisie’ en dat was een verademing na twee weken Mart Smeets die over de Olympische Spelen ouwehoerde.

Nogmaals, ik heb heel veel respect voor sporters maar ik hoef niet steeds voor-tussen- of nabeschouwingen voor gespiegeld te krijgen. Overdaad schaad. Net zoals ik niet elke dag darten en elk weekend schaatsen op televisie hoeft te zien. Waarschijnlijk is dat de reden misschien ook wel dat men nog wel eens zegt dat de televisie vroeger beter was. En misschien ook wel de reden dat zenders als Netflix en dergelijke flink voet aan de grond krijgen in menig huishouden. Wij zijn inmiddels ook besmet met het kijken naar Netflix en dat bevalt mij best, maar ook hier geldt de regel van overdaad, dus we proberen een seizoen van een serie niet in één avond te kijken.

Dat doen we dan in twee avonden…

En daarna kijken we een week niet want anders wordt ons leven wel heel sneu. Nee, dan wandelen we een stuk of zij gaat haken en ik ga schrijven. Of zij gaat strijken en ik ga stofzuigen. Of zij gaat de boodschappen doen en ik ga het slot van de voordeur maken. Het is maar hoe je de tijd vult naast de dagelijkse arbeid. Wij participeren in ons eigen huishouden en doen niet aan codes en we laten ons helemaal niet opnaaien door ‘de waan van de dag’.

Daarvoor is het leven te kort en duren de winters te lang!

De derde

Het voelde als een enorme opluchting! Na 39 jaar was daar dan eindelijk het verlossende woord en hoefde ik er niet meer over te zwijgen. Mijn vrouw kwam net binnen van haar werk en overmand van blijdschap en met tranen in de ogen rende ik haar tegemoet. Ter hoogte van het gasfornuis en de kruidenkast viel ik haar in de armen en klemde ik mijzelf aan haar vast als een jonge aap bij zijn moeder.

Ze schrok zich te barsten!

“Hé joh! riep ze, “Wat is er aan de hand? Doe effe normaal zeg!” Snikkend  wilde ik aan mijn verhaal beginnen maar besloot toch eerst maar even mijn excuses aan te bieden…Want ja, misschien was mijn reactie ook wel wat overdreven. En daarbij opgeteld, mijn vrouw is de rust zelve en ik weet dat ze een hekel heeft aan dit soort dramatische taferelen. Of het moet echt dramatisch zijn natuurlijk, maar ze kent mij langer dan vandaag en prikt overal doorheen. Als ik voorheen geveld was door de griep dan vond zij dat ik mij aanstelde. Wat dat betreft heeft ze mij haar excuses moeten aanbieden want het is inmiddels wetenschappelijk bewezen dat mannen meer last hebben van de griep dan vrouwen. En dat ze zich absoluut niet aanstellen!

Halleluja!

Ze moet dat nog in gedachten gehad hebben want ze knuffelde me even en zei toen, heel lief in mijn oor, dat ze even haar jas uit ging doen en of ik dan even wat te drinken wilde inschenken. “Dan zijn we tegelijk klaar en gaan we even praten over jouw …euh.. gemoedstoestand.” Ik maakte haar een warme chocolademelk want het was koud buiten. Daar hoefde je niet voor de deur uit, nee, de laatste dagen worden we aan alle kanten gewaarschuwd dat het koud gaat worden. Heul koud!  En weer zitten de Russen erachter want na de misser van Halbe komt er opnieuw narigheid uit de Russische hoek,  er is namelijk een beer onderweg! Een beer? Zijn ze niet in de war met die wolf die ze nu weer bij Putten gespot hebben? Ook zo’n hysterisch mediadingetje. Want omdat de wolf hier niet voorkomt is het bijzonder dat hij/zij toch de grens oversteekt. Alsof er een bordje naast het reguliere douane bordje nog een bord hangt:

‘Verboden voor wolven’

Maar we zien nu dus ook beren op de weg. En die beer is geen echte beer hoor, nee, het gaat om een koudefront welke onze kant op komt. En iedereen stort zich daar weer op want ja, die kranten, tijdschriften, televisie – en radio rubrieken moeten wel vol natuurlijk. En alléén maar nieuws uit Pyeongchang kunnen ze ons ook niet aandoen, ondanks dat de naam van deze plaats in Zuid-Korea ‘Vrede & voorspoed’ betekent.

Want het is nu al een overdaad aan nieuws over de Olympische Spelen. Want wij gaan goud winnen. Minstens! Oranje boven! Schreeuwende krantenkoppen en nieuwsgierig makende spotjes op de televisie overheersen onze dagelijkse bezigheden. En daarna krijgen we massaal de teleurstelling over ons heen.  Dat het niet gelukt was omdat ‘de benen’ niet goed waren, het te hard waaide voor een driedubbele flikflak of omdat er een veertje brak. Je kan natuurlijk ook zeggen dat de tegenstanders gewoon beter waren. Tegenstanders die door ons gemopper hun overwinning ondergesneeuwd zagen worden maar ja, het zijn ook niet voor niets de Olympische Wínterspelen!

De media schreeuwen om goud en nu ik erover nadenk schreeuwen ze eigenlijk om verbinding in dit land. Kijk maar naar vroegere tijden, toen het Nederlands Elftal (mannen!) nog indruk maakten op de internationale voetbalvelden. Iedereen, echt iedereen hing dan in de gordijnen van blijdschap of bevolkten de  Hollandse pleinen om hun vreugde te tonen aan de ander.

Ach ja…Das war einmal…

Om mijn feeststemming te benadrukken spoot ik direct maar een flinke dot slagroom op de warme chocomelk ook al was het nog geen weekend. Zelf nam ik een klein glaasje whisky, een kleintje, omdat het inderdaad ook voor mij nog geen weekend was. Vervolgens settelde ik mij aan de eettafel en nam een slokje van mijn whisky waarna ik mijzelf even voelde ‘landen’ zoals dat tegenwoordig zo mooi heet. Mijn vrouw kwam er nu ook bijzitten, blij verrast door de slagroom op haar chocomelk en keek mij vol liefde aan zoals ze het grootste gedeelte van de dag naar mij kijken kan.

Daar kan ik niets aan veranderen.

“Nou. Vertel!” zei ze en nam direct een slokje van de chocomel waarna een randje slagroom op haar bovenlip mij weer flink afleidde. “Euh…euh…”stamelde ik, “Nou ja het zit zo, ik las vandaag in de krant dat jongens het vaker niet redden in de derde klas van de Middelbare School dan meisjes.” Mijn vrouw bleef mij vragend aankijken en nam nog maar een slok uit de gevulde mok. Ik vermande me en ging verder: “Het ligt onder andere aan het schoolsysteem en daardoor gaat talent verloren! Vooral hoe de leraren met de jongens omgaan is niet goed, ze demotiveren juist in plaats van motiveren. En de jongens krijgen vaker op hun donder dan de meiden en ze zijn gauwer tevreden met een ‘zesje’ dan hun vrouwelijke opponenten.”

Mijn vrouw keek mij nu glazig aan en dan weet ik dat het haar geen bal meer interesseert. Dan is ze aan andere dingen aan het denken, huishouden of wanneer ze die nieuwe jurk gaat halen.

“Dat is nu precies de reden dat ik indertijd na de derde klas MAVO voor een andere opleiding gekozen heb!” ging ik verder. “Het was niet te harden op die school, moest ondanks dat de leraren wisten dat moeite had met de leerstof, uren en uren voor het bord blijven staan om het juiste antwoord te geven. En ondertussen lag de klas in een deuk, inclusief de leraar. Lekker motiverend!” Ik voelde de woede weer opkomen.

“En toen ben ik de opleiding voor kok gaan volgen en daardoor eet jij nu elke dag zo lekker!”

Ik had nu weer haar aandacht. Ze nam nog een slok en lepelde er wat extra slagroom achteraan en keek mij aan, indringend: “Dat klopt. Als jij kookt is het eten heerlijk! Met andere woorden, dan mogen we nu die leraren wel eens gaan bedanken dat ze jou hebben laten spartelen op de MAVO. Toch?”

Ik slokte de whisky in een keer naar binnen en begon de aardappelen maar te schillen.

 

 

Bevoorrecht (uit: OldambtNu.nl)

Groningers! Weten jullie wel hoe fijn het is om hier, in deze provincie, te mogen wonen?

Voor mij is het helder. Ik wil hier nooit meer weg. Na zes jaar heen en weer rijden tussen Den Haag en Winschoten, mag ik mij sinds september van vorig jaar inwoner van de Gemeente Oldambt noemen.

Goeiendag eem!

Maar ik wil hier dus niet meer weg.  De belangrijkste reden is natuurlijk ‘mien wichie’ maar de andere reden is dat ik ben gaan houden van de ruimte, de weidsheid van de mais- en koolzaadvelden, de rust en …geen file’s! Elke keer als ik hier over de A7 zoef en ik hoor op de radio dat het vaststaat op de A4, de A12 en de A13 (om maar eens wat drukke straatjes te benoemen), zit ik te schateren achter het stuur. Het verkeersinfarct van het Westen is nu chronisch en jaloers kijken ze naar ons ‘in de provincie’ omdat we zoveel ruimte genieten. Voorheen keken ze alleen maar naar Groningen voor het gas en Arjen Robben maar sinds kort hebben ze dan eindelijk ook oog voor andere zaken. Zaken die voor de Groninger heel gewoon zijn maar die zijn vergeten door de Randstedelingen.

Mijn vrouw zei laatst al: “Let op mijn woorden! In de nabije toekomst komen hier steeds meer Randstedelingen naar toe. En bedrijven zien ook dat hier meer ruimte is waardoor er straks ook genoeg werk voor al die ‘Westerlingen’ zal zijn.”

Ik ben het totaal met haar eens.

Dat komt omdat ik 33 jaar in de Randstad gewoond heb. De 21 jaar ervoor bracht ik door op Terschelling doordat ik de mazzel had dat mijn ouders zich daar gevestigd hadden. Ja, hoe Noordelijk wil je het hebben. Dit eiland werd vaak bezocht door Groningers en daar pluk ik nu de vruchten van als je kijkt naar het oppikken van de taal (!) maar ook andere gebruiken zoals bijvoorbeeld het groeten op straat. Elkaar groeten in het Noorden is heel normaal. In de Randstad niet, daar lijkt het of iedereen in zijn of haar eigen wereld zit. Toen ik in 1985 mij in Den Haag ging vestigen, stak ik mijn hand op naar iedereen onder een begeleidend ‘Hoi!’. Ik kreeg enkel verbaasde en soms zelfs verontwaardigde blikken teruggeworpen.

De boodschap was duidelijk.

Toch waren er een paar mensen die niet contact gestoord waren. En geloof me of niet, die kwamen uit Groningen! Groningers die ik op Terschelling had leren kennen. Dankzij hun had ik direct een kamer en kon ik ook nog eens direct aan het werk!

Het voelt voor mij als thuiskomen, als een warme deken of een aai over de bol. Vooral toen ik van de Gemeente Oldambt een welkomst geschenk kreeg. Want op een prachtige dag lag daar ineens een doos vol met kortingsbonnen en gratis toegangskaartjes van bedrijven in de Gemeente op de mat.

U begrijpt dat ik een klein vreugdedansje maakte. Na al die jaren van Gemeentelijke belastingen afdragen kreeg ik ineens iets terug… Ik kan mij trouwens niet herinneren of ik ooit iets van de Gemeente Den Haag heb mogen ontvangen, het reguliere stembiljet of een brief dat de straat weer opgebroken ging worden even niet meegerekend.

Voordat ik er erg in had, had mijn vrouw de Blije Doos al een voorinspectie gegeven waarna de restjes aan mij gegeven werden. Zo gaat dat hier. Mijn vreugde bond behoorlijk in na het zien van de resterende inhoud. Want het eerste kaartje was een gratis jaarabonnement op een speelparadijs. Altijd leuk om zoiets als vijftig plusser te krijgen. Of denken ze soms dat ik al de titel ‘Opa’ dragen mag? Het volgende kaartje was van het plaatselijke zwembad, een vrijkaartje om eens lekker te zwemmen. Ook leuk, vooral omdat ik niet van zwemmen hou. Ik heb lang geleden een trauma van het schoolzwemmen overgehouden en sindsdien mijd ik dit soort nattigheden.

Toch werd ik blij van het gratis appeltaartje bij een supermarkt! Die had ze kennelijk over het hoofd gezien en ik stopte ‘m gauw in mijn portemonnee. Want zodra ik daar in de buurt ben haal ik dat lekkernij op en trakteer mijzelf dan op een flinke punt die ik verorber in mijn autootje op een parkeerplek bij het Winschoterdaip. Zo houdt ik mijn pokkel op stand en heb ik even heerlijke minuten voor mezelf zonder dat iemand mij terecht wijst op de gevolgen van deze vreetbui. Wat er over is van het taartje neem ik mee naar huis en dan vertel ik dat ik deze gekregen heb van de redactie van OldambtNu.nl.

Ik ben een bevoorrecht mens. Niet alleen omdat ik hier mag wonen maar ook omdat ik voortaan om de twee weken een stukje voor OldambtNu.nl mag schrijven!

Symmetrie. Of het ontbreken ervan

En dan is er die dag dat je erachter komt dat je hoofd niet symmetrisch is! Tenminste, dat zei die man van de brillenzaak tegen mij. Mijn bril zat niet goed waardoor een bezoekje aan de opticien wel noodzakelijk was. Vooral omdat ik er gek van werd om mijn bril steeds weer met mijn wijsvinger recht op de neus moest zetten.

Mijn hoofd niet symmetrisch! Wat denkt hij wel! Dat zeg je toch niet tegen je klanten? Zit jouw bril wel goed?

Gelukkig voor hem hebben mijn ouders mij netjes opgevoed en sloeg ik hem niet in elkaar. Ondanks dat hij vlak voor me stond, een kopstoot had hem zeker geraakt. Minimaal een gebroken neus, eventueel nog een gebroken oogkas had hem dat opgeleverd. Niet symmetrisch…

Zijn vrouwelijke collega was het kennelijk met mij eens en zag het gevaar want ze stapte direct een paar stappen opzij. Ik zag haar denken: ‘Waar is de EHBO tas ook alweer?’ Maar zoals zo vaak wist ik mij te beheersen. Beheersing die ik mee heb gekregen en waardoor ik mij kan onderscheiden van de dierenwereld. Want dieren rammen er direct op los. Als het om eten gaat maar ook bij de driften die onlosmakelijk te maken hebben met de voortplanting. Driften die wij, de mens, ook wel kennen maar dan een stuk gematigder. Waarom? Omdat dieren altijd maar denken dat ze, wanneer ze niet de ander bespringen, ze uiteindelijk zullen uitsterven.

Daar heeft de mens geen last van, uitzonderingen op de regel natuurlijk want er zijn ook mensen die zich als beesten gedragen. Helaas. En er zijn ook mensen die willen dat beesten zich gedragen als mensen maar laat ik daar helder in zijn: Dat gaat echt niet lukken!

Eenmaal thuis liep ik toch maar even naar de spiegel en begon mijzelf eens goed aan te kijken. Waar zit de fout? Hoe symmetrisch is een mens eigenlijk van nature? Nu weet ik ook wel dat ik niet moeders mooiste ben maar volgens mij mankeert iedereen wel iets. Toch? Ik druk nu bijna mijn neus op de spiegel en ja, verdomd! Dat klopt niet! Mijn ene oor staat lager op mijn hoofd dan het andere!

Mozeskriebel, ik ben niet perfect!

Ik kijk nog eens. Eigenlijk best moeilijk om ‘gelijk’ te kijken naar beide oren en direct de vinger op de juiste plek te zetten. Mijn kapper doet altijd aan beide kanten een duim. Dan staat hij achter mij en drukt de duimen ter hoogte van mijn bakkebaarden en probeert dan het evenwicht te vinden, of de grenzen van mijn opgeschoren bakkebaarden wel gelijk staan. Schilders van portretten doen dat ook wel eens, dan steken ze hun duim op naast de geportretteerde, lopen terug naar hun schildersezel en kwakken er dan weer een laag verf op.

En dat zuig ik niet uit mijn duim!

Hé! Mijn ene bakkebaard is langer dan de ander? Of is de andere korter? Ik druk nu twee wijsvingers links en rechts tegen de grenzen van mijn bakkebaarden aan en geloof het of niet maar ik heb zo wel een half uur gestaan. Nu zou je denken dat er een conclusie getrokken kan worden maar niets is minder waar, dit blijft een raadsel waar die lui van ‘Wie is de Mol’ een puntje aan kunnen zuigen. Of alles op en aan mijn kop is inderdaad niet symmetrisch waardoor ik dit nooit meer recht kan trekken. Mijn opticien heeft misschien wel gewoon gelijk. En kijk ik dus met een scheve blik tegen alles en iedereen aan, dus ook tegen de wereld. Ik voel een cosmetische ingreep aankomen. Misschien dat een plastisch chirurg mij kan helpen door het liften van een oor. De vraag blijft alleen…Welk oor?

En komt het dan nog wel goed met mijn opgeschoren bakkenbaarden?

 

Ruben

Mijn vriend Ruben is er en we zitten gezellig aan tafel. Hij zit ‘te werken‘ op zijn tablet en ik op mijn laptop. Hij is aan het Minecraften en ik zit te schrijven. Hij heeft een druivensapje en ik een bakkie koffie. Zijn moeder en zijn oma zijn aan het wandelen en mijn geliefde is ook mee.

Ik ben dus eigenlijk aan het oppassen!

Want Ruben is acht jaar en nog een kind en ik ben vierenvijftig en nog geen opa. Terwijl dat al wel gekund had, theoretisch gesproken. Mensen om mij heen zijn het al of zijn in afwachting van het praktiseren van deze titel. Titel ja, net zoals vader, moeder, oom, tante, opa en oma. Tot nog toe ben ik vader en oom, de titel van opa moet ik nog maar afwachten.

En nee, ik heb geen haast!

Ruben zit nu op zijn tablet te kijken naar Enzo Knol, een Vlogger. Ik leg hem uit dat Vloggers vertellen over hun leven door alles wat ze doen te filmen. “En ik ben een Blogger,” vertel ik hem, “ik schrijf over alles wat ik meemaak.” Aandachtig kijkt hij naar wat ik doe en omgekeerd kijk ik bij hem. Dan snoert hij de mond van Enzo door op het kruisje rechtsboven in beeld te klikken.

“Zal ik een huis voor je bouwen?” en ondertussen opende hij weer Minecraft. “En wil je dan een stenen of een houten huis?” Mijn keuze viel op een houten huis. “Maar wel een huis waar ik de ruimte heb, met een bed en een keuken. En een bank! Want daar kan ik dan mooi dutjes op doen.” Het mannetje ging ijverig aan de slag. Ik moest nog wel even aanwijzen van welk hout het huis gemaakt zou worden en na enig overleg was die keuze ook gemaakt. Nu mocht ik niet meer meekijken waardoor ik weer verder kon met mijn eigen bezigheden.

Dit is misschien wel mijn toekomst. Oppassen op een kind, een kleinkind. Oud ontmoet jong en jong ontmoet oud. Daar kan ik enorm van genieten en ja, zelfs van leren. En met dat leren bedoel ik de huidige snelheid in de samenleving van allerlei zaken, neem bijvoorbeeld de mobiele telefoon. Ik heb zo’n ding en kan er aardig mee overweg maar ik weet zeker dat ik er nog véél meer mee kan doen. Mijn vader snapt dat ook en die krijgt weer hulp van zijn kleinzoon, Patrick. Deze logt dan op afstand in en verhelpt het probleem of legt hem uit aan zijn opa hoe en wat hij in het vervolg moet doen. Het is in dit geval digitaal ontmoet analoog, jong versus oud. Bijzonderheid is natuurlijk dat die ‘ouwe’ van me 83 lentes jong is en zijn kleinzoon wordt dit jaar 30.

Ja, hij is van het jaar 1988, het jaar dat ons voetbal op de eerste plaats van het Europees kampioenschap eindigde!

Daar zit vijftig jaar tussen maar zie dat niet als een kloof. Integendeel, mijn vader haakt goed in bij de jeugd en heeft goede contacten met zijn kleinkinderen. Via Whats-app of gewoon even een telefoontje plegen, hij houdt graag wat deze contacten betreft de gang er in want ze moeten wel weten dat ze een opa hebben! En nogmaals, je blijft er jong bij.

Vriend Ruben kreeg het huis niet af op zijn tablet want de dames Klessebessen kwamen alweer terug van hun blokje om. Maar hij beloofde mij er thuis mee verder te gaan en dan krijg ik binnenkort het eindresultaat te zien. Wie weet gebruik ik het later nog eens, wanneer ik met pensioen ben en genoeg overgehouden heb om zelf een huis te bouwen. Ruben komt mij dan vast helpen want hij wil Bouwvakker worden.

Zo zie je maar, hoe op een gewone doordeweekse zondag jonge geesten oudere geesten inspireren!

 

Keerpunt

Mijn geliefde en ik zijn nu alweer zes jaar bij elkaar en de wederzijdse liefde spat eraf.

Alles is liefde was bij ons van toepassing en we rolden over elkaar heen om dat te tonen, in de vorm van;

Een eigen baksel, een super lekkere warme maaltijd of een lekker ontbijtje, het snel wassen van een broek die lekker zit, het kopje koffie wat klaar stond na een lange werkdag, de boodschappen even snel in huis halen, de ramen lappen, het huis van boven naar beneden stofzuigen, een spontaan cadeautje, een aai door het haar en een warme kus, een Ikeakastje in elkaar zetten, een goede rugmassage geven, zachtjes doen bij een dutje op de bank, de auto stofzuigen, het bed voorverwarmen of alvast de tandpasta op de borstel doen.

Allegaar zaken die uit liefde voor de ander gedaan werden onder de noemer van ‘geven en nemen’.

Maar ook bij ons zie ik nu een kentering. Ja, echt waar! Zelfs onze relatie is aan verandering onderhevig. Ik zal het hieronder proberen te duiden, ik hoop dat je het droog kan houden….

Toen we net bij elkaar waren zaten we dicht, heel dicht tegen elkaar aan op de bank. We keken elkaar continue aan, luisterden naar elkaars verhalen en tussendoor overladen we elkaar met lieve woordjes, kusjes en streelden we elkaar tot kippenvel momenten. Na enkele jaren ging mijn geliefde in de andere hoek van de bank zitten, met de armleuning als welkome ondersteuning. Zo zaten we elk op een hoek en genoten we nog steeds van elkaars gezelschap. Liefde is ook loslaten!

Op een gegeven moment besloten we dat mijn geliefde best wel op de andere bank mocht zitten, lekker met haar rug tegen de leuning en de beentjes gestrekt op de bank. De afstand tussen ons was precies een armlengte dus we konden gedurende de avond elkaars handen nog steeds aanraken.

Aanrakingen die onze lijven deden sidderen!

Tot vorige week. Ineens werd alles anders! Ik wist niet wat mij overkwam en richtte mij zelfs tot Stichting Korrelatie en die waren zelfs verbijsterd en hadden na ons gesprek geestelijke hulp nodig!

Wat was namelijk het geval? Mijn geliefde ging op haar ‘eigen’ bank zitten maar niet naast mij. Nee, ze ging helemaal in de andere hoek zitten! Nu was er geen sprake meer van één armlengte maar van een enórme afstand en ik voelde een koude rilling over mijn rug lopen. Was dit het einde?                   Ik hield me eerst stil. Ben immers gepokt en gemazeld vanwege mijn rijpe leeftijd. En misschien zat ze gewoon even niet lekker in haar vel of zat ze in een nieuwe fase in haar leven of misschien had ze er iets over gelezen in de Libelle of de Linda. Vrouwen zijn soms best wel (vaak) ingewikkeld en ze hitsen elkaar op in de net beschreven bladen. Als man kun je daar niet veel mee. Je kan het hoogstens doorbreken met het geven van een bosje bloemen of een leuk onderdeel van het Pip servies. Of een doosje bonbons.

Toen zag ik het! Naast haar lag een bolletje wol en in haar hand hield ze iets vast. Ik keek nog eens goed, zette mijn bril recht op mijn neus en herkende het voorwerp: Een haaknaald!                             Ik had haar er wel eens over gehoord, zo zijdelings, dat ze wel eens wat wilde gaan haken maar ik sloeg daar geen acht op, stom als ik ben. We zeggen allemaal wel eens wat, toch? Op allerlei manieren betuigde ik mijn liefde voor haar zodat ze de kans niet kreeg om aan haken te denken. Dat kost best wel veel energie maar ach, je krijgt er zoveel voor terug. Toch?

Want als de vrouw gaat haken betekent het dat de liefde over is, of op zijn minst even bevroren is. Zo denk ik nu eenmaal en ik kan daar niks aan doen.

Natuurlijk hield ik mij in. Ik zweeg en deed net of er niks aan de hand was en zette de TV aan om De Wereld Draait Door te kijken. De onderwerpen en de gasten waren leuk en aandachtig luisterde ik naar wat er gezegd werd, ondertussen die vrouw verderop totaal negerend. Tot ik ineens nog wat hoorde… Een zachte vrouwenstem maar dat was niet de stem van mijn geliefde die daar verderop in onze huiskamer aan het freubelen was…

“Aan deze kant heb je een bol met garen en in de andere hand de haaknaald. Die heb je zo vast, als een pen. Je gebruikt naald nummer 5 en we gaan een super snelle omslagdoek maken..”

Ik zette de TV harder en deed opnieuw of er niks aan de hand was. Nico Dijkshoorn was nu aan de beurt en ik luisterde aandachtig. Tot ik weer die stem, die zacht sprekende stem, hoorde: “Voor de basis beginnen we met zes losse…Een..twee..drie…”                                                                                         

Nu was ik het zat! Ik zette de TV op pauze (lang leve de interactieve televisie!) en vroeg mijn geliefde waar ze wel niet mee bezig was. “Ik probeer iets op TV te volgen maar uit jouw hoek komt een nogal hijgerige stem en die irriteert behoorlijk! Wat ben je in Godsnaam aan het doen?” 

Ze schoot in de lach en begon enthousiast te vertellen dat ze begonnen is met haken, om precies te zijn met het haken van een omslagdoek. En die stem is van een filmpje op YouTube. Daar vertellen ze precies hoe je het moet doen en zo leer ik het mezelf. Handig toch!

En ik moest dat toch leuk vinden en het was gezellig en ik heb dit al altijd willen doen.

Mijn wereld stortte in. Mijn vrouw is aan het haken geslagen en nu is mijn leven voorbij. Ik sputterde nog waarom dit zich nu ineens openbaarde en haalde er zelfs een 80 jarige bij: “Je tante is van de week 80 geworden en die krijgt een Tablet en ik heb een relatie met een 30 jaar jongere vrouw en die koopt zichzelf een haaknaald en begint met haken! Zonder overleg en gewoon tijdens mijn favoriete programma.” Ik ging er nu bij staan: “Waar is het mis gegaan? Ben ik niet meer woest aantrekkelijk voor je? Krijg je geen kriebels meer in je buik van me? Kook ik niet goed meer? Haak je me? Euhhh…Haat je me?”

Inmiddels zijn we een week en honderdduizend haakbewegingen verder. Ik ben inmiddels in therapie en de omslagdoek is bijna klaar. We zijn tot een compromis gekomen. Ze haakt alleen wanneer ik er niet ben en om toch de spanning in onze relatie te behouden gaat ze na dit project een ander, erotisch project beginnen:

Het haken van een boxershort voor mij!

Metamorfose

Onlangs was ik in de culturele hoofdstad van Europa, Leeuwarden. Ik was daar met mijn collega vanwege werkzaamheden, serieuze zaken dus. Tegen het middaguur en twee klanten verder besloten we even aandacht te besteden aan de inwendige mens. Mijn volkoren broodjes met belegen kaas lagen geduldig te wachten in mijn werktas, gebroederlijk naast een appel en een banaan.

“Zullen we bij de Mac even een Mac kroket halen?” vroeg mijn collega ineens.

Ik verstijfde want hij zette mij voor een dilemma. Ik ben namelijk totaal geen liefhebber van dit fast-food gebeuren en elke kans om dat te verkondigen pak ik met beide handen aan. De mensen om mij heen weten dat. Mijn kinderen ook. Zij hebben mijn afkeer van deze keten, mijn preken over hoe slecht die broodjes wel niet waren en dat de frietjes veel te dun waren om over de zoete saus maar te zwijgen, al zo vaak moeten aanhoren dat ze het wel hebben moeten ervaren als traumatisch.

“Een wat? Een Mekka-kroket?” vroeg ik in gespeelde verbazing omdat ik donders goed weet wat het is, dat is de kracht van reclame immers. “Ja, een Mac kroket,” zei mijn collega, “hartstikke lekker hoor!” Ik besloot mijn principes even overboord te gooien onder de noemer van dat je pas ergens over mag oordelen na het ondervonden te hebben en enkele fast seconden later zaten wij in de auto deze zogenaamde delicatesse, op te vreten!

Gadverdamme! Wat een goor, klef broodje! Maar de kroket zelf was wel te eten, alhoewel ik de sausjes erop moeilijk kon definiëren waardoor ik het nou niet echt kroketwaardig vond. Enkel mosterd had ik meer dan voldoende gevonden maar ik ben wat eten betreft best wel traditioneel ingesteld. Voor boerenkool met rozijntjes  of spinazie met ananasstukjes schuif ik mijn bord opzij.

Nee, ik ben van het echte koken. Zelf koken, maar ook een goed restaurant kan mijn waardering krijgen. Zo werd ik van de week uitgenodigd voor een diner ter ere van de 80ste verjaardag van een tante van mijn geliefde. Het diner was in het plaatselijke Balkan restaurant en naast het prettige gezelschap werden we verwend met allerlei lekkers, van voorgerecht tot en met het nagerecht, waarvan het ijs met Baklava voor mij een klein, zoet hoogtepuntje was. Maar ook de bediening was vriendelijk, attent en gaf ons alle tijd om van de dis te genieten en dat maakt dan zo’n avond, in mijn beleving, helemaal af.

‘Dat zie je niet bij de Mac Donald!’ Dat noemen ze ook wel appels met peren vergelijken maar toch gebruikte ik dat altijd tijdens mijn betoog tegen de fast-food terreur.

Afijn, voorlopig was het een feit dat ik een broodje kroket van de Mac in mijn mik heb lopen douwen. Via de autoroute van het bedrijf, de Mac Drive. Deze route had ik één keer eerder gereden omdat geliefde en kroost een Mac Fleuri wilden en ik daar anoniem mee instemde omdat het zo …lekker is. Ik besloot toen om enthousiast te zijn, net zoals in de reclames op de televisie. Je weet wel, allemaal vrolijke mensen omdat ze mogen eten bij de Mac Donalds. Maar uiteindelijk was ik zó enthousiast dat het kroost en mijn geliefde het schaamrood op de wangen hadden vanwege mijn overdreven, best wel irritante gedrag: “Jaaaa, u bent dat meisje uit de reclame! Wat leuk!” riep ik het meisje achter het loket toe. Of “Dit is mijn eerste keer dat ik wat koop bij de Mac Donalds! Normaal ging ik alleen maar bij jullie naar binnen om te plassen..”

Het werkte wel. Het kroost wil niet meer met mij naar de Mac.

We besloten toch nog maar even naar binnen te gaan want ja, het is goed piesen bij deze Amerikaan. Eenmaal binnen liepen we langs digitale zuilen waar je je bestelling al kon plaatsen. Maar dat wist ik niet en liep dus door, richting de toiletten. Voorbij de zuilen doemde het bekende kassa buffet op met daarachter de meisjes en jongens van de Mac. Rechts ervan waren de toiletten en niet veel later stond ik weer zonder druk op de blaas te wachten op mijn collega, bij de koffiehoek. Dat zag er appetijtelijk uit, verse bonen-koffie! En een boel zoetigheden in de vorm van Brownies en donuts keken mij lachend toe vanuit hun vitrine. Dat zoete sloeg ik maar over maar de koffie leek mij wel lekker, al was het alleen maar om de kroket-smaak weg te spoelen. Ineens werd ik aangesproken door een dame, veertiger schatte ik in, op hoge benen en idem hakken. Of ik al besteld had en zo ja, of ik niet wilde gaan zitten. Ik legde haar uit dat ik even op mijn collega moest wachten alvorens ik een keuze ging maken in de koffiehoek. Ze gaf mij haar allerliefste glimlach en liep weer verder. Nog geen tel later kwam er weer een dame voor mij te staan, het tegenovergestelde van het vorige typje maar met dezelfde vraag. Ook deze dame moest ik teleurstellen en ook zij vervolgde haar weg.

Daar was mijn collega. Al gauw maakten we onze bestelling bekend bij de koffiehoek dame, twee ‘gewone’ koffie. Direct kregen we een wedervraag: “Is er iemand van u 65Plus?”

Ik hapte naar adem! Wat een brutaliteit eigenlijk! Komt er dan alleen maar jeugd hier? Zien wij er zó oud uit? Heb ik een John de Wolf blouse aan? Zie ik eruit als Henk Krol? Woon ik in een aanleunwoning? Of bevind ik mij in een aflevering van Hendrik Groen?

Mijn collega antwoordde snel dat wij nog niet tot die categorie behoorden en de dame ging aan de slag met de koffie. “Gaat u maar zitten hoor, we brengen het zo aan tafel.” En ja, enkele minuten later werd er een dienblaadje voor ons gezet met daarop twee kopjes koffie, twee houten roerstaafjes verticaal ernaast, het suikerzakje horizontaal en het melkcupje speels ertussen. Oh ja, en een verpakt stukje noga ernaast! Met de smaak van nougat!

Wat een feest!

Toen we opstonden om weg te gaan pakte ik keurig het dienblaadje op om het op de afruimkar te plaatsen. Opnieuw stond ‘die lange’ ineens weer voor me en ze pakte het dienblad over; “Zal ik het even voor u opruimen?”

Mijn mond viel open en ik liet het maar gebeuren. Even later, in de auto was ik er nog stil van. De Mac Donalds waar ik altijd zo op afgegeven had, heeft sterallures!

 

 

 

Duck

 

Er zijn van die dagen dat het leven ineens stil staat. Iedereen maakt zo’n dag wel eens mee. Zo’n dag met een rauwe rand…

Vandaag is zo’n dag. Vandaag kreeg ik te horen dat een oude jeugdvriend, Ronald, gestorven is. Een bijzondere jeugdvriend. Een bijzonder mens met een bijzondere kijk op het leven. We waren klasgenoten op de Lagere School. In de vijfde klas bleek dat hij nog een jaartje over moest doen maar hij bleef onze vriend, onze klasgenoot. Dat sprak vanzelf omdat hij goed was met de hele klas. Vrolijk en gek doen was zijn credo en hij hield van ons allemaal. Dat laatste bleek wanneer hij jarig was, dan nodigde hij niet een paar vriendjes uit zoals gebruikelijk was maar gewoon de hele klas. Dan hoefde hij niemand teleur te stellen.

Ja, zo’n mens was hij.

Ik kwam graag bij hem thuis. Zijn (bonus) vader was een rustige, aardige man en zijn moeder was een leuk, gek en vrolijk maar vooral een lief mens. Hij had duidelijk de genen van zijn moeder. Met verbazing keek ik altijd toe hoe Ronald met zijn ouders omging, hoeveel liefde daar eigenlijk in zat en hoeveel vrolijkheid. Misschien was ik hier wel getuige van het vrije opvoeden maar, zoals altijd is er een maar, wel met respect naar elkaar toe. Achter hun woonhuis was een lange, smalle tuin en helemaal achterin stond een schuurtje waar wij speelden. Samen met nog een paar vrienden vormden wij een soort ‘bende van de Zwarte Hand’ zeg maar, en speelden we cowboytje of soldaatje. Er zijn in dat straatje achter dat schuurtje complete oorlogen gevoerd. Dat kon ook prima daar want even verderop was het hotel van Ronald zijn ouders waardoor we genoeg terrein hadden om ons uit te leven. Of we verzamelden ons daar met de verworven buit die we gejat hadden uit de tuintjes in ons dorp.  Tussendoor was er dan een pauze, dan kregen we wat te drinken met een koekje of iets dergelijks.

Op een mooie avond kregen wij thuis bezoek. Ronald kwam langs met zijn moeder en ze vroeg aan mijn ouders of ik met haar en met Ronald mee mocht naar Leeuwarden om daar naar een theatervoorstelling te gaan. Natuurlijk mocht dat en een periode later zaten we op de Koegelwieck, de nieuwe, snelle boot tussen het eiland en Harlingen. Ik kan mij nog herinneren dat ik zeeziek werd want de Waddenzee was behoorlijk driftig, maar goed, dat duurde maar drie kwartier. We sliepen bij Ronald zijn oma in Leeuwarden, in de bedstee. Het theater was geweldig en het stuk, een sprookje volgens mijn herinnering, inspireerde mij alleen wist ik dat toen nog niet.

Later viel dat kwartje pas.

Wij mochten in de zesde klas zelf een soort van toneelstuk bedenken en opschrijven. Het beste stuk wat geschreven werd zou dan uitgevoerd worden op de jaarlijkse ‘schoolavond’. Mijn inzending won het, ‘De Prinses die niet lachen kon’. Vele jaren later kwam ik erachter dat het stuk in Leeuwarden, waar ik met Ronald heen mocht, eigenlijk dezelfde strekking had en toen besefte ik dat het de reinste plagiaat was!

Het was ook de tijd van de bijnamen. Jan Yellow, Rooie, Bram Schram, Pillie waren zo maar wat namen en mij noemden ze Muis. En Ronald noemden we Duck, naar onze stripheld Donald Duck. Nu gaat het verhaal dat ik die naam bedacht heb maar dat kan ik mij niet echt meer herinneren maar ik voel mij wel vereerd. Ik kan mij wel herinneren dat de naam Ronald vervaagde en dat Duck een algemeen gebruik werd. Sterker nog, Duck werd een begrip op zowel het eiland als ver daar buiten. Want Duck hield van gezelligheid, van vrolijkheid en niet teveel van ‘gedoetjes’. Militaire Dienst was een aanslag op zijn leven en gelukkig begrepen ze dat uiteindelijk in Den Haag ook. Duck was Duck en die hoorde bij Terschelling, net zoals het vanzelfsprekend was Eb overgaat in Vloed en omgekeerd.

Het was een mooie tijd en we groeiden op tot volwassenen. Onze wegen scheiden toen ik naar ‘de wal’ vertrok voor wonen en werken maar elk jaar als ik even terug was op het eiland kwam ik hem wel tegen. Dan stonden we gauw een uurtje effe lekker bij te kletsen, vertelde hij over zijn ongelukken en verbaasde ik mij altijd dat hij het er weer levend had afgebracht. Volgens mij heeft hij ook alles gebroken wat je maar kan breken in het menselijke lijf. En dan was er altijd die interesse naar hoe het met mij ging,  en die lach, dat gekkigheidje of weer een bijzonder verhaal die enkel hij mee kon maken. Hij maakte altijd wel wat mee en dat kon hij je dan ook zó vertellen dat het voelde of je erbij was geweest.

Zoals de vader van Dik Trom altijd zei: ‘Het is een bijzonder kind. En dat is tie!’ Duck was een bijzonder mens met een hart van honderdtachtig klompen goud. Hij was onderdeel van mijn leven, of beter gezegd, hij was een belangrijke schakel in ménig leven en wist ons te raken met zijn innemende manier van omgaan met mensen. Het bericht van zijn overlijden sloeg in als een bom. De hele dag al heb ik contacten via allerlei social media met oud klasgenoten over dit vreselijke bericht. En niet alleen bij zijn leeftijdgenoten sloeg dit in als een bom maar ook bij de oudere generaties die hem kenden. En ik weet zeker dat de huidige jeugd hetzelfde ervaart…

En dan lazen we de teksten van zijn zoon en dochter, zó mooi en zó herkenbaar hoe hij hun opgevoed heeft: op zijn Duck’s!

Het dorp Midsland heeft averij opgelopen. Flinke averij want als je even een ‘slag om’ gaat maken in het dorp dan mist er iets en knal je met je kop tegen de muur van stilte. Mijn goede vriend Jan zei mij vandaag tijdens een telefoongesprek over dit grote verlies het volgende:

“Duckie, de Nachtburgemeester van Midsland en omstreken, is niet meer..”

Rust zacht Ronald.

2017, een terugblik

‘Wat een drukte nog!’ bedacht ik me toen ik net na het middaguur de supermarkt van Winschoten binnenliep. Zelfs op Oudjaardag 2017 blijven we maar consumeren, inslaan alsof het de laatste dag is van ons leven of voor het geval er weer een horrorwinter (van twee dagen) voor de deur staat…

Nou ja, oké, het is de laatste dag maar enkel van het jaar, niet van ons leven. En wat die horrorwinter betreft, buiten is 11 graden en binnen staat de kachel op 20 graden. Dat overleven we dan ook wel weer.

Met mijn mandje in de hand laveerde ik tussen het winkelend publiek. Hele gezinnen passeerde ik, die waren druk aan het vergaderen wat er die avond gegeten moest worden.. Ondertussen rende ik bijna maar dat komt omdat ik boodschappen doen een noodzakelijk kwaad vind. En ik ben zo’n autist die enkel koopt wat er op het boodschappenbriefje staat, heb ik van mijn moeder geleerd. Nu was dat briefje kort: 1 x poedersuiker en 1 x pakje roomboter.

Net voorbij het chips ‘pad’ passeerde ik de koffiehoek. Ook zo’n fenomeen van de moderne tijd. Komt aardig in de buurt van ontbijten bij de Zweed. Nu moet ik Ikea niet helemaal afvallen want zij en wij hebben dit jaar goede zaken gedaan en nu ik een beetje begin te snappen hoe dat meubilair in elkaar zit ben ik best wel tevreden. Vooral wat de prijs aangaat. Alleen die rubberen matjes die zij pannenlappen noemen gaat mij te ver, veels te ver!

“Goeiedag eem!” klonk het keihard achter mij. Ik keek om en keek recht in de ogen van een zeer goede, oude vriend van mij. Hij is niet alleen bevriend met mij maar ook met de gehele familie van mijn vaders kant. Deze man kom ik, zoals mijn omgeving inmiddels wel weet, alleen maar tegen op Oudejaarsdag.

Ik kijk hem aan en groet hem hartelijk: “Goeiendag eem, sinds wanneer groet u in het Gronings? U woont hier toch niet, u komt toch van overal en nergens?”

“Ja, dat klopt mien jong, maar ik kom hier de laatste tijd wat vaker en ach, je pikt wel eens wat op toch? En ieder vogeltje zingt hoe ’t gebekt is en driemaal drie is negen en ieder zingt zijn eigen lied.”

Lachend geef ik hem een stevige hand en ik bekijk hem nog eens goed.Hij heeft inderdaad net zoveel neuzen als het jaar nog dagen heeft!

“Maar wat doet u hier, midden in die drukke supermarkt. U bent toch meer een buitenmens?”

“Ja, ook dat klopt, maar normaal gesproken spreken wij elkaar altijd veel vroeger in de ochtend en meestal heb jij dan al koffie voor mij bij je. Vandaag duurde het maar en duurde het maar, vandaar dat ik even naar binnen geglipt ben in dit gekkenhuis.”

Hij had gelijk. Ik nam dan thermosflessen met koffie mee en vorig jaar had ik nog een stuk vergeten kerstbrood bij me. We spraken dan ergens af en tijdens het koffiedrinken namen we dan het jaar door. “Wilt u nog koffie of zullen we snel naar buiten gaan?” vroeg ik, want ik wilde wel weer met hem het gesprek aangaan want dat hoorde nu eenmaal bij deze dag. “Nee, ik moet geen koffie meer, ik heb al een paar bakkies op en sta nu stijf van de cafeïne.  En ik moet ook aan mijn gezondheid denken ook al gelooft niet iedereen in mij.” zei hij terwijl hij zijn rugzak oppakte.

Ik rekende af en even later liepen we richting Blauwe Stad, een mooi, rustig en waterrijk gebied waar je redelijk goedkoop een huis kan bouwen. Het zat door de crisis behoorlijk in het slop maar inmiddels wordt er weer volop gebouwd. Na een kwartiertje lopen gingen we zitten op een bankje.

“En? Hoe was uw jaar?”

Kreunend gooide de man zijn enorme rugzak af en zette deze voor zich. Een rugzak boordevol gebeurtenissen van het afgelopen jaar. “Zo! Dat ding is weer behoorlijk zwaar dit jaar. Dat komt vast door al die aanslagen. Turkije, Amerika, Engeland, Rusland, Zweden, Spanje…. Dat zal in 2018 echt niet minder worden ben ik bang.” Ik knikte instemmend en antwoordde. “Maar aan de andere kant moeten we ons ook niet gek laten maken hè, de kans dat je komt te overlijden door een bijensteek is groter dan door terrorisme. Alleen wilt een deel van ons land dat niet zien omdat ze zich op laten naaien door politici die alles de schuld geven behalve hun eigen ‘soort’. De een doet dat met het verspreiden van boze tweetjes en de andere gebruikt wollige, het liefst Latijnse woorden om zijn volgelingen angst aan te jagen. Die willen terug naar de jaren ’50, alsof het toen allemaal goed en veilig was! En weet u, het ergste is dat ze nog van de media een podium krijgen ook! Want daarmee trek je kijkers, lezers en luisteraars.”

De man knikte en stak een pijp op!

“Rookt u nu pijp? Dat wist ik helemaal niet..Twee jaar terug zat u nog aan de E-sigaret, toch? Ik ben trouwens al een jaar gestopt met roken en voel mij dan ook 365 dagen aangekomen. Ik heb me toch een pokkel!”

“Ja, klopt, ik rookte elektrisch maar ben toch maar begonnen met het echte werk. Want om even terug te komen op de gevaren in onze samenleving, fijnstof en stralingen zijn momenteel de grootste gevaren om aan dood te gaan. Daarom ben ik maar weer gaan roken, daar heb ik dan zelf nog plezier van in plaats van dood te gaan van de fijnstof die veroorzaakt wordt door anderen. En wist je trouwens dat vallen één van de vaakst voorkomende doosoorzaken is tegenwoordig? We worden steeds ouder maar we vallen ook vaker. En wat te denken van al die mensen met hun mobiele telefoontjes. Die lopen daar de hele dag op te koekeloeren en vergeten dat ze deelnemen aan het verkeer. Ik ben blij dat ik maar een man van één dag ben!” en hij inhaleerde eens extra diep.

“Aan de andere kant, “ vervolgde de man, “nu we het toch over bijen hebben. Nog een gevaar wat op de loer ligt is het feit, ik herhaal, het feit dat er enorme bijensterfte is. Als er straks geen bijen meer zijn zal het snel voor iedereen afgelopen zijn. Eigenlijk maakt de wereld zichzelf kapot alleen zijn we inmiddels zó egocentrisch dat het maar niet bij iedereen wil doordringen.”

Een diepe zucht ontsnapte me na al die narigheid. Mijn vriend hoorde dat en gaf mij een (flinke) klap op mijn schouder:

“Rustiggggg! Het is niet allemaal zo zwart -wit jongeman. Moet je eens kijken naar al die welvaart die er is. In dit land heeft iedereen recht van spreken, krijgen zelfs goudvissen in te kleine vissenkommen spreekrecht! En we hebben wéér meer geld uitgegeven aan Sinterklaas, Kerst en vuurwerk dit jaar, we zijn Europees Kampioen voetballen geworden, we hebben twee Pandaberen naar Nederland gehaald en daardoor kunnen we nu live kijken hoe ze de bamboe naar binnen werken, er hangt eindelijk een Nederlandse vlag in de Tweede Kamer en ieder zingt zijn eigen volkslied, Feyenoord is sinds jaren, sinds járen en járen weer eens kampioen geworden, er is nog steeds geen oorlog uitgebroken tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten van Amerika en Gordon neemt 2,2 miljoen mensen in de maling door niet te trouwen. En ja, ik verlies de nuance, we zijn Europees kampioen geworden met de dámes en niet met de mannen en in Rusland zijn WIJ er niet eens bij!”

Verdomme, dacht ik, dat is inderdaad zo! We hebben ons niet geplaatst voor het WK!

“Maar zie de zonnige kant van geen WK. Je hoeft geen oranje vlaggetjes op te hangen, onze Koning hoeft niet gezellig op de foto met die enge Poetin, je hoeft geen oranje tompoucen meer te halen, je hoeft geen oranje kleding aan te doen en je leeft een paar jaar langer omdat je hart minder te verduren gekregen heeft. Het enige nadeel ervan is dat Oranje, wanneer ze het goed doen, juist voor verbinding zorgt in ons land, verbinding waar we eigenlijk zo naar verlangen want daar schort het tegenwoordig nog wel eens aan. Maar beste jongen, jij hebt volgens mij ook wel wat positieve zaken meegemaakt in het afgelopen jaar, of niet?”

“Ja,zeker weten!” zei ik, “Want ik woon nu eindelijk officieel in Winschoten! Na zes jaar mocht dat ook wel eens. En ik ben minder gaan werken in Den Haag. En mijn jongste zoon zijn wens is in vervulling gegaan door een operatie te ondergaan om een lichamelijk ‘schoonheidsfoutje’ weg te laten halen. Na jaren van zoeken naar een oplossing is het dan toch gelukt en kan hij de hele wereld aan, dankzij het geduld van zijn huisarts en de artsen van het AMC!”

De oude man keek mij breed lachend aan en sloeg een arm om mij heen. “Zie je wel, dit is een mooi voorbeeld van nooit opgeven.”

“En ik ben nu volop bezig met mijn nieuwe baan,” ga ik enthousiast verder, “een baan met fijne collega’s én waardering voor je werk wat je verricht. En we hebben de badkamer kunnen verbouwen, mijn geliefde gaat fulltime werken op een andere afdeling, haar zoon is gaan samenwonen, mijn oudste zoon is gaan samenwonen, mijn middelste zoon heeft zijn rijbewijs gehaald, mijn schoonvader is het gevecht aangegaan tegen de kanker en vooralsnog staat het 3-0 voor hem en geniet hij nu van Spaanse temperaturen, mijn jongste zoon slaagde voor het VMBO en ik schrijf nu, op dit moment, mijn 200ste Muizenstaartje! Maar ik ben mij wel degelijk bewust van al dat geluk hoor. En daardoor ook wat emotioneler de laatste jaren. Ik kan al janken als ik hoor dat mijn schoonvader een bord met snijboontjes krijgt voorgeschoteld in het Spaanse van een bevriend Zeeuws echtpaar. Of de dag dat bekend werd dat nagellakker Tyn overleden was, u weet wel, dat jochie dat ineens voor het Glazen Huis stond met zijn vader en zichzelf wegcijferde voor mensen in den vreemde. Youp van ’t Hek noemde hem de Messias, ik sluit mij daar volledig bij aan!”

Opnieuw kreeg ik een bemoedigende klap op mijn schouders.

“Zo, dat zijn mooie berichten, knul” zei de man, “je hebt dat goed gezien. Dat is goed voor de weegschaal van het leven, het tegenwicht zeg maar. En de kunst is dat te blijven zien want dat geeft het leven juist een glans. En het helpt ons om de strijd aan te gaan met het kwaad, de vooroordelen en de afgunst die de laatste jaren een te groot podium kregen.”

“Volgens mij hoort dat emotionele ook bij het ouder worden.” vervolgde ik, mijn vader heeft laatst al zijn kleinkinderen en aanhang een mail gestuurd. Drieëntachtig jaar wijsheid las ik daar in, en liefde! Ik citeer: ‘Jullie Oma wordt wel wat meer een Vergeet-mij-nietje maar ze blijft een mooie bloem!”

“Brullen! Brullen beste vriend, dan kan je mij wegdragen, dan kun je mij uitwringen en zijn de zakdoeken niet meer aan te slepen. Maar het allermooiste is dat de geadresseerden, de lezers van die mail, die zin er ook uitpikken en de warmte ervan zien. Prachtig toch!”

“Helemaal mee eens!” zei de man. Hij snoot zijn neus en strekte zich daarna even flink uit. “Maar ik moet er weer vandoor, hoe gezellig het ook is vriend. Maar er zijn nog wat plekken waar ik mij vandaag moet melden, Den Haag, Bennebroek, Utrecht, Coevorden, Terschelling…enzovoorts. Want die familieleden van jou wonen overal in het land dus ik heb de tijd die mij vandaag nog rest volop nodig. En jij moet dit vandaag nog allemaal opschrijven want anders klopt het verhaal niet.”

Hij had gelijk. We stonden op en namen hartelijk afscheid. Hij ging Westwaarts, ik ging weer terug naar mijn geliefde. “Ze zal wel begonnen zijn met oliebollen bakken!” riep ik hem nog na maar de tegenwind blies mijn woorden retour.

Namens mijn geliefde Janet wensen wij jullie alle geluk, liefde en verbinding toe voor het Nieuwe Jaar!

Boodschap

O-ne-sie. “Wat is in Godsnaam een O-ne-sie?” bedenk ik mij terwijl ik door winkelstraat loop. Om de haverklap zie ik die dingen in de etalages hangen, zelfs bij de etalages met de niemendalletjes waar de gemiddelde man opgewonden van dient te raken.

Eenmaal thuis vroeg ik daarom wat dat was, zo’n O-ne-sie. Verbaasd kreeg ik een wedervraag: “Een wat? Een O-ne-sie?” “Ja”, zei ik lichtelijk verontwaardigd, “zo’n dierenpak zeg maar. Zo’n pak aan één stuk waar je jezelf in moet wurmen, eigenlijk een soort dikke pyjama.“ antwoordde ik ietsjes vertwijfeld..  Even was het stil en ineens kreeg ik een volle lading lach om mij heen: “Oooohh, je bedoelt een Onesie!”  

Ja sorry hoor, ik kan niet elke dag van alle nieuwe dingetjes op de hoogte zijn. Ik ben geen trendsetter en ik ben absoluut niet elke dag bezig met de mode. Ja, twee keer per jaar. Dan ga ik een winkel in en koop een nieuwe spiekerbroek en een overhemd. En tussendoor een paar nieuwe boxers bij de Hema. En elk jaar wel een vest. Ik ben gek op vesten maar dat voegt niks toe aan dit stukje schrijven dus vergeet dat maar direct.

Maar voorgaand gedoe deed mij denken aan Jay Lopez, alleenstaande vader van vijf kinderen. Dit rolmodel voor elke vader is te zien in het tv programma ‘Een huis vol’, NPO1 rond de klok van zeven uur. Vijf kinderen, 3 zonen en 2 dochters in de leeftijd van 3 jaar tot en met 12 jaar. Ik rolde er van de week in toen het dutje op de bank niet lukte. Ook aan deze informatie heb je niks en ik snap ook niet waarom ik dit nu weer opschrijf, vergeet ook dit maar snel.

Ik keek dus naar ‘Een huis vol’. Een programma over drie enorme gezinnen: een gezin met 10 kinderen, een gezin met 6 kinderen en het gezin van Jay Lopez. Naast het respect voor de andere gezinnen gaat mijn meeste respect naar Jay en zijn kroost. Ik weet zeker dat hij wel wist wat een Onesie was. Want hij lakt ook de nagels van zijn dochters, vraagt zijn moeder om informatie over ‘vrouwenproblematiek’ zodat hij zijn dochter van 12 kan bijstaan en hij doet zelfs hun haren. Dat laatste doet hij zó goed dat zelfs de vriendinnen van deze dame eigenlijk ook wel door haar vader gekapperd willen worden.

Want hij weet wel wat zijn meiden willen omdat hij zich daarvoor interesseert. En hij neemt de tijd voor ze. De kinderen voelen dat en laten dat op verschillende manieren aan hem weten. Door een simpele knuffel of een handgeschreven briefje op de koelkastdeur met de boodschap dat de vaatwasser uitgeruimd is zodat papa even wat extra tijd voor zichzelf heeft. Hij hoeft niet echt tijd voor zichzelf. Zijn tijd zit in zijn nakomelingen. Dus zet hij die tijd weer om in extra aandacht voor zijn kroost. Hij laat zijn kinderen stralen puur door er voor ze te zijn.

Op woensdag heeft hij vrij. Dan ruimt hij alle kamers op, verschoont het beddengoed en vouwt de kleding op van zijn jongste dochter omdat deze graag de hele kledingkast overhoop haalt om haar kledingkeuze te bepalen. Dan heeft hij nog een zus die hem helpt met het gezellig maken van het huis. Zij staat hem bij om de vrouwelijke ‘touch’ in het huis te brengen.

Naast dit ‘bedrijf’ heeft Jay nog een bedrijf. Hij is meubelmaker en hij legt vloeren. Ook hier hoor je hem niet klagen en doet hij wat hij moet doen. Alles, echt alles doet hij op zijn eigen, relaxte manier en klagen staat niet in zijn woordenboek. Zelfs als een van zijn zonen toch weer even naar beneden komt terwijl hij eigenlijk in bed hoort te liggen. Gierend van het lachen zegt hij tegen ons, de verbaasde kijker van deze prachtige documentaire, dat zijn zoon dit elke dag doet. Even naar beneden, even naar zijn vader die een kopje thee drinkt, even een momentje samen pikken. Lachend krijgt de jongen te horen dat hij geen thee krijgt en gewoon lekker naar zijn bed moet gaan. En de jongen lacht ook, geeft zijn vader een knuffel en loopt weer naar boven.

Maar het wordt nog mooier. Zijn oudste dochter kreeg een prachtige ring, in de vorm van een hartje. Jay gaf de ring omdat hij zo trots was op zijn dochter. Omdat zij aan het veranderen was van een jong meisje in een jonge vrouw.  Haar broertjes en zusje stonden erbij en waren net zo enthousiast als papa en hun grote zus, geen wanklank was er te horen.

Als ik dit zo teruglees is het eigenlijk een klein kerstverhaaltje. Maar kerstverhaaltjes zijn vaak verzonnen en dit verhaaltje is dat niet. Misschien is het een kerstboodschap! Dat alle vaders (en moeders) naar dit programma zouden moeten gaan kijken. Zet alle boeken over opvoeden bij het oud papier en leer én geniet van Jay Lopez, in Een huis vol!

Fijne Kerstdagen!

Gefreubel

Mijn geliefde is met drie andere dames ‘iets gezelligs aan het doen’.  Dat doen ze wel vaker, want ze houden van gezelligheid. Ze pakken de ene keer een filmpje, de andere keer gaan ze een stuk wandelen of ze schuiven aan bij een theekrans. En tussen de bedrijven door praten ze dan de hele tijd. Waarover? Euh… ik weet het natuurlijk niet zeker, maar het zal niet continue gaan over het laatste Achtuur Journaal.

Of misschien wel maar dan gaat het hoogstens over de jurk van Annechien of de lengte van het rokje van Dionne. Hiermee zeg ik niet dat dit clubje vrouwelijk schoon niet veel inhoud heeft, laat ik hier en nu daar héél duidelijk in zijn, maar ze kijken soms naar dingen waar ik als man niet direct een spraakwaterval voor zal openen.

Zij wel.

Deze keer zitten ze bij een van de dames in huis, bij de single van dit viertal. Want mannen mogen er niet bij. Dat zeggen ze niet zo direct, maar dat bedoelen ze wel. Want mannen verpesten dan de sfeer. Zo denken zij, maar wij mannen ook. Tijdens mijn jeugdjaren op Terschelling gingen mijn vrienden en ik ondergrondse hutten bouwen in het bos bij Midsland-Noord. Na enkele dagen van stevige arbeid zaten wij ondergronds en beloofden elkaar onder het roken van stiekeme sigaretten dat er geen meiden bij mochten.

Want zodra er meiden bij zouden komen, dan wist je als jongen dat de lol snel zou veranderen in gedoe. Toch kregen enkele meiden er lucht van en niet veel later struinden ze om ons heen en probeerden ze het ‘gezellig’ te maken. Kort daarna kwam Staatsbosbeheer en werden al onze hutten, inclusief het gangenstelsel, vernield en mochten wij daar niet meer komen.

Dat dus.

Ik zit dus alleen thuis, maar treur niet, want ik voel mij gesterkt door de andere twee mannen die ook alleen thuis zitten, op De Dag des Heren zoals men de zondag altijd zo mooi noemt. Het is ook best wel prettig om keihard Radio 1 aan te hebben staan, zodat ik lekker naar voetbal kan luisteren. Zonder afgeleid te worden. Ik voel mij er zo prettig bij dat dit stukje schrijfwerk mij totaal geen moeite kost. De woorden rollen achter elkaar uit mijn toetsenbord.

Elk nadeel heeft zijn voordeel!

De dames zijn vandaag aan het freubelen. Wat hebben vrouwen toch met freubelen? Wat is überhaupt freubelen? Freubelen komt van de Duitsers, ze zeggen daar Fröbelen en het betekent, let op: kleuters bezighouden. In dit geval is het ook een soort knutselen, namelijk kerststukjes maken. Dat is niet zomaar even wat plantjes aan elkaar breien en dan als kers op de taart een kaars in het midden, nee, er ging een heel ritueel aan vooraf.

Sinds een week of vier zijn ze al in een groepsApp met elkaar hierover aan het beppen. Hoe gaan we het doen, wat gaan we gebruiken en oh ja, niet geheel onbelangrijk, welke wijn drinken we erbij en wie zorgt voor wat lekkers bij de thee?

Op de Day Before werden nog enkele puntjes vermeld, gladgestreken en opgelost. Mijn geliefde begon alvast met haar bijdrage, een kerstkrans van schuim met vruchten, slagroom en yoghurt (jjjighh..). Ik heb eerst ruim een uur in de herrie gezeten van een keukenmachine die eiwit aan het opkloppen was en daarna nog eens vier uur het zeurende geluid van onze heteluchtoven aan moeten horen, want dat eiwit moest langzaam gebakken worden. Heel langzaam. Een collega man-in-het-zelfde-schuitje had enkele ringen geproduceerd en leverde zo zijn aandeel voor een middagje rust… euhhh… middagje gezelligheid!

Vanmorgen verzamelde de freubelclub zich bij Intratuin alwaar allerlei planten werden gekocht waarmee de dames het gevecht mochten aangaan. Tegen drie uur werd ik gebeld. Of ik even de telefoon van mijn geliefde wilde brengen, want ook wij, 50 plussers, zijn nu eenmaal verslaafd aan dat ding. En dat doe ik dan braaf, tandenknarsend, want ik moest weer in de benen en AZ-Ajax was best spannend.

Tegen vier uur kreeg ik via Whatsapp een foto van het gemaakte toegestuurd. Met als bijschrift of ik ‘even’ twee haakjes aan de buitendeur wil maken, zodat daar straks de kerstkrans aan opgehangen kan worden.

Soms denk ik wel eens: ik ben te goed voor deze wereld. Maar deze keer trapte ik er niet in en bleef gewoon mijn eigen ‘ding’ doen, morgen is er weer een dag! Dat is ook de man in mij, zo stoer, zo charmant en zo aardig, dat zie je in één ogenblik.

Het is nu vijf uur en zoals een goed huisman betaamt, heb ik het vlees voor het avondeten gemarineerd en de bijgerechten voorbereid. Onder het genot van een biertje, want ja, het is voor mij ook zondag, toch?

 

Rampen

Na het natuurgeweld van de afgelopen week likken we onze wonden en kunnen we de dagelijkse beslommeringen weer een plek geven. Wereldwijd is men begonnen met acties om ons de verschrikkingen van de afgelopen dagen te kunnen laten verwerken. De teller staat al op enkele miljoenen euro’s. Miljoenen die wij nodig zullen hebben om er weer bovenop te krabbelen want ook nu weer werden we verrast door Moeder Natuur. Natuurlijk, we weten dat we hier in een land wonen met strenge winterse dagen, ja dagen, maar telkens trappen we er weer opnieuw in en is het leed al geschied, is het hele land ontwricht en worden we overspoeld met codes, geel, oranje of nog erger, rood!

En wat was het erg! In twee dagen was alles wit!

De beelden die tot ons kwamen waren mensonterend: Lange files, auto’s die langs de weg gestrand waren, geschaarde vrachtwagens, kleumende kranten- en postbezorgers die naast de fiets liepen in plaats van erop, Erben Wennemars in alle talkshows op de televisie want stel dat het doorzet…., fietsers die kromgebogen over het stuur zich een weg baanden naar werk of school waar hen lof wachtte omdat ze de barre tocht overleefd hadden en Geert Wilders kwam met een Tweetje dat het allemaal de schuld van de Moslims was.

“De Elfstedentocht van 1963 is er niks bij.” vertelde Erben bij Eva en je zag zijn ogen vochtig worden.

Het was een barre tijd maar over het algemeen leven we nog. En dat hebben we te danken aan het KNMI. Sommige weermannen/vrouwen vertelden het ons op een rustige manier, dat we van code oranje overgingen naar code rood.  Anderen, zeg maar de paniekweermannen/vrouwen die rondlopen bij sommige televisieprogramma’s, gingen helemaal los en al het echte nieuws, de wereldse problemen, werden als ..euhh… sneeuw voor de zon weggeschoven. En niet alleen op de tv, ook op de radio deed men braaf mee aan dit circus.

Circus ja! Waar gaat dat toch heen in dit land? Ik loop al 53 jaar rond in dit landje en weet inmiddels heus wel dat als het winter is, de kans op sneeuw toeneemt. Daar hoef je niet voor geleerd te hebben, dat hoort nu eenmaal bij dit land. En als het dan sneeuwt of het heeft gesneeuwd, dan pas je je daarop aan. Dan loop je wat voorzichtiger zodat je niet uitglijd en je vermijd fiets of brommer vanwege het feit dat die maar twee wielen hebben. Want de auto alleen pas je wel je snelheid aan, ook al heb je winterbanden! Want je wilt niet je medeweggebruikers in penibele situaties brengen. Dat heet verantwoordelijk auto rijden. Dat doe je ook wanneer je in een wolkbreuk terecht komt. Dan houdt je wat in en ga je niet stoïcijns 130 km per uur door blijven rijden omdat het daar nu eenmaal staat aangegeven. Die lijpo’s die dat wel doen zijn hersenloze, onverantwoordelijke kloothommels met te weinig inlevingsvermogen en vaak ook te kleine piemels. En ja, er bestaan ook zulke vrouwen alleen die hebben helemaal geen piemels, die zijn waarschijnlijk zeer zo geworden door een tekort daaraan.

Nederland paniekland. Alles is geregeld hier en toch blijven we paniek schoppen. Voor elke scheet die er gelaten wordt bestaat wel een regeltje en de enige privacy die je nog hebt is op het toilet mits er niet een perverseling daar een cameraatje heeft opgehangen voor een of ander RTL of SBS6 programmaatje waar dan weer 2,2 miljoen mensen naar gaan zitten kijken… Geloof me, het kan slechter in de wereld. Echt slechter! Er zijn landen waar orkanen zo nu en dan even huishouden of landen waar door de enorme droogte het brandgevaar op de loer ligt. En dat was er ook al vóór de klimaatveranderingen.

Wanneer ik dat dan zie dan denk ik: Ik woon in Nederland en ben eigenlijk best een bofkont!

Kijk eens naar het mooie van sneeuw. Hoe sereen alles er dan uitziet en wat is het dan genieten tijdens een wandeling. Al het grauwe van de kaalheid van de winter, bedekt door een witte laag spul waar je sneeuwballen mee kan gooien, waarop je sleetje kan rijden of waarmee je sneeuwpoppen kan maken. Het kleurt de donkere dagen wat lichter, net zoals glazen huizen die neergezet worden om geld in te zamelen voor een goed doel in een land die het nóg slechter hebben dan wij. Want dit ludieke evenement, ooit bedacht door 3FM en het Rode Kruis voor mensen die echt hulp nodig hebben, ligt sinds enkele jaren onder vuur. Want wij hebben in ons land de voedselbanken, die zijn er niet voor niets. Doordat onze mega supermarkten elke dag propvol moeten liggen zodat wij ons kunnen laven aan voedsel en dranken, om onze magen te vullen en onze dort te lessen. Wat bijna over datum is (ook weer zo’n regeltje) of er niet zo mooi meer uitzag, werd zo in de container gegooid.

En dat zagen enkele slimmeriken en die richten toen de voedselbank op zodat de minder bedeelden onder ons wat extra’s hadden. Klopt allemaal, prachtig initiatief. Maar klaag dan niet over andere succesformules, begin desnoods zelf een actie. Want je kan er haast je klok op gelijk zetten dat het gezeik zo na de zomer weer begint: eerst de Pieten discussie, dan de discussie over Serious Request en dan de discussie over het vuurwerk. Jaarlijks geven we trouwens 60 á 70 miljoen euro uit aan legaal vuurwerk. Ik herhaal, LEGAAL vuurwerk.

Serious Request haalde vorige jaar een krappe 9 miljoen euro op.

Ik vind het een van de leukste weken van het jaar omdat ik naast de leuke muziek ook verbinding zie. Verbinding waar we, diep in ons hart, zo naar snakken in dit land. Want we weten donders goed dat we in een prachtig land leven. En we weten dat alles goed geregeld is en dat de natuurrampen hier eigenlijk best wel meevallen. En we snappen ook heus wel dat er mensen elders op de wereld andere zorgen hebben dan de voorraad van een voedselbank, of een Piet nou zwart of paars is, of de sneeuw een sneeuwstormpje is of een vlokje, of dat ene Gordon trouwt of wat Evert Santegoeds daarvan vindt.

Die mensen die ‘elders’ wonen maken zich zorgen of ze de volgende dag wel levend halen omdat er geen voedsel of water is. Rijst en water. Water en brood. Of zoals de leeuw in Burger’s Zoo te Arnhem gedacht moest hebben na het doodbijten van zijn soortgenoot:

Het leven is eten of gegeten worden….

Maten

“Hoe zwaar is uw man geschapen?”

“Dat vroeg de gynaecoloog aan mijn vrouw toen ze telefonisch een uitslag bespraken.” zei de man die al een tijdje naast mij zat op het bankje bij de Hema en net zoals ik, zat te wachten op zijn partner. Hij begon daarover, zó ineens uit het niets. “Ze heeft namelijk last van een verzakking en ze gaan haar opereren. De boel weer wat omhoog liften zeg maar.”

Voordat ik wat kon zeggen ging hij verder.

“Maar die dokter vroeg of ík zwaar geschapen ben! En het bleek nog een vent te zijn ook! Ik had dat vanaf de bank in eerste instantie natuurlijk niet in de gaten, zij was immers via de telefoon met hem in gesprek. En daarom begreep ik ook niet dat ze in een vreselijke lachbui uitbarstte. Man man, ze rolde bijna over de grond van het lachen.”

Hulpeloos keek ik snel even achterom, de winkel in, of mijn geliefde er alweer aankwam maar dat was valse hoop want zij heeft altijd heel lang nodig in een winkel. Het zinnetje ‘even een boodschapje doen’ is net zo waar als dat de NCRV/KRO deelnemers van de Rijdende Rechter tegen zichzelf beschermd worden en dat ze zeggen dat integriteit hoog in het vaandel staat. Want bijvoorbeeld het kopen van een Hema worst kan voor haar genoeg reden zijn om een uurtje weg te blijven. En waarom? Omdat het zo leuk is en als het dan een keertje niet zo leuk is komt ze wel weer iemand tegen voor een praatje.

Ik krijg daar maar geen vinger achter. Als ik die worst zou halen sta ik twee minuten later weer buiten. Mochten die twee minuten uitlopen dan had dat te maken met de drukte bij de kassa.

Nu bleef ze ook weer lang weg. Ik had beter mee naar binnen moeten gaan zodat ik de boel een beetje op kon jagen. Maar nee, ik moest zo nodig even zitten op dat klere bankje.  Met naast mij een gozer die een vrouw heeft met een verzakking. Hij ziet waarschijnlijk in mij een makker, een lotgenoot of ik zie eruit als een kerel dit in hetzelfde schuitje zit. Ik heb géén idee! En waar blijft ze nou? Ik wil hier weg, ik hoef niet te weten dat zijn vrouw een verzakking heeft en ik hoef helemaal niet te weten hoe zwaar hij geschapen is. Al vermoed ik wat dat laatste betreft dat het meer een lammetje is, gezien de vrolijke reactie van mevrouw Verzakking.

Hij ging verder: “Ik wilde de telefoon overnemen want ja, het is wel een dokter die je aan de lijn hebt en die hebben altijd maar zoveel minuten per patiënt, maar ze vermande zich en ging verder met het gesprek. Tenminste, dat probeerde ze maar veel succes had het niet. Telkens herhaalde ze de vraag en schaterde het daarna uit: Of mijn man zwaar geschapen is?”

Ik staarde inmiddels ongemakkelijk naar mijn schoenen want ik had het idee dat elke voorbijganger naar ons keek.

“En erger, ik hoorde die gast ook keihard lachen aan de andere kant, de lul! Vervolgde hij. “Alsof hij zwaar geschapen is. Alsof mannelijke gynaecologen per definitie zwaar geschapen zijn!” Hij stootte mij nu aan omdat hij kennelijk voelde dat ik afdwaalde. “Dat is toch niet zo?” en ik moest hem nu wel aankijken. En antwoord geven…

“Tja, geen idee eigenlijk. Volgens mij hoef je niet persé zwaar geschapen te zijn om gynaecoloog te worden.” Ik probeerde er nog een grapje in te gooien: “Kleine handen en slanke vingers zijn volgens mij wel een pre.”

“Precies!” zei de man, het grapje totaal negerend. “Maar wie geeft hem permissie dit soort vragen te stellen aan mijn vrouw? Want je weet dat je dit soort zaken niet moet vragen aan de dames want die gaan daar geheid grapjes over maken. Dat zit in hun genen. En hunnie zeggen dat wij weer een voorkeur hebben voor een flink bos hout voor de deur maar ik ken zat kerels die met minder ook zeer tevreden zijn! En weet je, ze snappen niet dat dit soort grappen slecht zijn voor ons libido en vervolgens gaan ze dan klagen als onze jongeheer zich wat minder snel de rug recht. Daar stranden huwelijken op man!”

Ik was het nu zat. Ik rechtte mijn rug om op te staan maar de poging om te gaan staan strandde omdat hij mij bij de arm pakte en verder ging met zijn verhaal. “Ze vroeg toen waarom de dokter dat moest weten en toen vertelde die grapjas dat het te maken had met de operatie. Ze gaan namelijk ‘van onder naar binnen’, of zeg maar via ‘de havenmond van de Maasvlakte.’ De kans is dan wel aanwezig dat het wat uitscheurt waardoor ze moeten hechten.”

Ik rukte mijzelf nu los van zijn armgreep en ging staan, in starthouding om hard weg te rennen maar dit roofdier liet niet los en stond ook direct op en pakte opnieuw mijn arm en ging daarna dreigend recht voor mij staan:

“Die mafkees die zich dokter noemde wilde dáárom weten hoe zwaar ík geschapen ben! Want als ik een roede heb van dik twintig centimeter dan moest hij daar rekening mee houden tijdens het hechten!”

Een golf van misselijkheid trok door mijn lijf en ik hapte even naar adem. Toch voelde ik ook medelijden naar voor deze man en ik zag de angst in zijn ogen. Hij trok mij dichter tegen hem aan en sputterde: “En weet je wat mijn vrouw zei, schaterend van het lachen? Dat de dokter er rustig een zooi hechtingen in kon punniken want ‘mijn man had toch achteraan gestaan bij het uitdelen’!”

Ineens stond mijn echtgenote naast mij, vrolijk lachend zei ze dat ze ook een Hema worst gekocht had. Want die zijn zo lekker bij de boerenkool.

 

 

 

Verbouwen is oorlog

Wij hebben een verbouwing achter de rug en mijn psychiater heeft mij opgedragen dat te delen met anderen. Dat is goed voor het verwerkingsproces.

De badkamer was aan vervanging toe. Mijn vriendin zei dat vijf jaar geleden al, maar ik kon het steeds tegenhouden door te zeggen dat het allemaal nog prima te doen was en ja, die lekkage onder de douchebak…

Ach.

Dat viel best mee. Gewoon even met een badhanddoek de boel opdweilen en het probleem was opgelost. Of opgeschort, het is maar hoe je het bekijkt. Maar daar was mijn meissie het niet mee eens, waardoor de irritaties zich per week opstapelden bij mijn vriendin. En dat werd, uiteraard, ook regelmatig naar mij geuit. Of naar de visite, zo halverwege de avond wanneer de tongen wat losser gingen zitten door wijn of andere alcohol houdende drankjes. Want dan zocht ze steun bij het gezelschap, waardoor ik als het ware met mijn rug tegen de muur kwam te staan. Nu kan ik daar tegen. En ik kan dat ook wel lang volhouden, maar nu – vijf jaar later – heb ik er toch maar mee ingestemd om de badkamer eens goed aan te pakken.

En die lekkage van verrotte verwarmingsbuizen twee maanden terug hielpen daar natuurlijk ook bij, maar dat heb ik haar maar niet gezegd. Of wel, maar dan was het in mijn gedachten en niet via de spreekbuis. Zij vindt dat een vervelende eigenschap van mij en ik snap dat niet. Ik denk meer na voordat ik met woorden ga strooien. ‘Bedachtzaam’ noemen ze dat ook wel. Maar over het algemeen denken leden van het andere geslacht daar anders over, zij gooien het liefst al hun gedachtes, zeer gedetailleerd, op straat of voor onze voeten. En dat noemen ze dan weer ‘praten’.

Ineens snap ik de link kippenhok en kakelen.

Maar dit even terzijde. Voordat de aannemer begon, had ik de eer om de oude badkamer te ontdoen van zijn huidige samenstelling: het plafond, het badmeubel, de tegels en nou ja zeg, er zit nog een tegellaag onder… Ook die weg, met behulp van mijn vriend en trouwe makker de pneumatische hamerboor, voor echte mannen. Al dat spul heb ik naar beneden lopen sjouwen en in de bouwcontainer gegooid. Na een weekje werken zat die container bijna vol, waren mijn handen ruwer dan het grofste schuurpapier (P80) en heb ik wel drie tubes klovenzalf er doorheen gejaagd.

Want ja, je wil ‘s nachts niet genegeerd worden door de bazin omdat je handen te ruw zijn… Toch?

Na al dat slopen moest er ook weer aan opbouwen gedacht worden. En opbouwen betekent dan dat je de deur uit moet om het één en ander uit te zoeken. Zoals tegels voor op de vloer en muren, maar ook badkamermeubels. Logisch. Alleen, er moet dan ook een keuze gemaakt worden en daar beginnen de irritaties. Want jij denkt makkelijk en zij denkt moeilijk. En jij denkt zo goedkoop mogelijk en zij hoort graag de verkoper vertellen hoe speciaal het is allemaal. En ja, daar zit een prijskaartje aan.

En zij wil dat je dan mee gaat, naar tegelbedrijven en badkamer-specialisten. Want we moeten samen beslissen en ja, het is toch ook…

Gezellig!

Als slaaf – euh – als partner in deze relatie ga je dan maar weer mee, want je weet dat ze gelijk heeft. En zo kan je op de juiste momenten de vinger op de knip houden en eventueel enthousiasme direct in de kiem smoren, zodat die gladde verkoper vanzelf de moed laat zakken. Op mijn vraag waarom die kastjes en dergelijke zo duur zijn, werd mij gretig verteld dat het om de afwerking van de naadjes ging. Als die niet goed zijn, dan neemt het meubel vocht op en zal deze zichzelf opblazen.

En dat willen we niet.

Maar hoe kan het dan dat het waaibomenmeubilair welke ik onlangs uit de badkamer gesloopt hebt, geen millimeter vochtproblemen vertoonde? Leg mij dat dan eens uit, meneer de verkoper! Dat zei ik niet echt hoor, dat dacht ik. Toen we later in de auto stapten, was het eerst ijzig stil. Totdat de bom naast mij explodeerde en ik van alles naar mijn hoofd geslingerd kreeg omdat ik absoluut niet meewerkte en meedacht. Na deze vloedgolf kwam ze tot rust en kwam ik met mijn verhaal over het oude meubilair. En ik voegde eraan toe dat die spullen van Ikea nog niet eens zo gek waren.

En toen zaten we weer op één lijn, want die Zweed kan bij haar wel een potje breken.

Natuurlijk, je moet ze dan nog in elkaar zetten, maar ik was door de jaren heen al zo getraind dat dit een appeltje-eitje klus zou worden, daar had ik alle vertrouwen in. Ikea en ik zijn twee handen op één buik. Ik snap na al die jaren van ergernis nu hoe en waarom bepaalde gaatjes er zitten en ik werk gewoon volgens de handleiding.

Want die is best wel duidelijk.

Vorige week was de opening van de badkamer. Ik mocht eerst en mijn partner keek toe vanaf de wc-pot. Dat lijkt porno, maar dat was het niet. Dit was puur genieten van onze nieuwe badkamer en we hebben de rest van de avond dan ook in de badkamer doorgebracht.

Tante Riet

Er zijn mensen die op de een of andere manier enorme indruk maken op andere mensenlevens. Die staan in het leven op een manier waarvan je denkt:

Dat zouden eens meer mensen moeten gaan doen.

Ook ik ben in de gelukkige omstandigheden zo’n mens te kennen. Of, helaas, gekend te hebben. Mijn Tante Riet, zusje van mijn vader, tante van mijn neven en nichten. Vandaag is het precies 10 jaar geleden dat ze op 61 jarige leeftijd kwam te overlijden. Zij was een bijzonder mens. Een mensenmens. Vol van wijsheid, liefde en humor. Heel veel humor.

Vandaag zou ze in haar 71ste levensjaar gezeten hebben, nog hartstikke jong en nog jaren voor de boeg. Maar het was haar niet gegund. Of speelden hogere machten haar parten, waardoor er in hogere sferen beslist werd dat ze eerder gehaald moest worden. Omdat ze daarboven ook wel zagen dat mijn tante, onze tante een bijzonder mens was. En de Almachtige Leider aldaar had kennelijk wat last van ongeduld en wilde niet langer wachten…

Daar zijn wij hier mooi klaar mee!

Maar begrijpen doe ik het wel. Zij was bovennatuurlijk. Zij was de tante die elk kind zich wenst. Bij haar kon je je verhaal kwijt, zij luisterde en keek nergens van op. En ze oordeelde niet of ze deed dat wel maar dan dacht je dat ze je adviseerde. En dat nam je dan ook gewoon aan, ze was immers je vriend, je vriendin, je vader, je moeder en je opa en oma tegelijk. Tante Riet had geen kinderen maar dat hoefde ook niet want wij waren dat voor haar. Zonder al onze opvoeders tekort te doen, er zijn immers periodes in het leven van een kind waarin ouders simpelweg in de weg lopen. Omdat er puber gedoetjes waren die niemand begreep.

Dan passeerden wij onze opvoeders en liepen linea recta naar Tante Riet!

In mijn geval was dat niet elke dag mogelijk, ik zag mijn tante hoogstens één á twee keer per jaar omdat we op Terschelling woonden. En zij woonde in Jutphaas.  Als wij ‘aan de wal’ waren en op familiebezoek gingen of wanneer zij met haar nicht Joke op Terschelling vakantie vierde. Zij zag mij dan in alledaagse gemoedstoestanden: lachend, klierend, dronken, chagrijnig en normaal. Zij kwam graag op Terschelling, haar geliefde eiland. En ook op het eiland raakte ze bekend en geliefd onder de bewoners. En mijn vrienden vonden haar en haar nicht Joke ook leuk en voelden zich op hun gemak bij haar.

Wanneer ik in haar omgeving was dan zag ik hoe mijn neven en nichten ook met haar wegliepen, als een gelijke van ons.

Onze grote zus!

Wanneer er een neven- en nichten reünie georganiseerd werd was Tante Riet er ook. Daar werd niet eens een discussie over gevoerd, dat was vanzelfsprekend. En ik geloof ook niet dat andere tantes of ooms daar problemen mee hadden, puur omdat ook zij het gevoeld moesten hebben hoe bijzonder ze was en hoeveel aantrekkingskracht zij had op ons, de jongere generatie Veldmuizen.

Mijn geliefde heeft haar ook gekend. Wij hadden immers eerder een relatie, zeg maar Fase 1 en dat speelde zich af in de jaren ’82 en ’83. Dat was een tijd dat samen slapen ‘not done’ was terwijl we toch al rond de 18 jaar waren. Of mijn ouders stonden te waken tussen onze slaapkamers of mijn geliefde haar ouders stonden te waken… Op een gegeven moment moest er kleding gekocht worden omdat mijn geliefde zuster ging trouwen en toen kregen wij de mogelijkheid om dat aan ‘de Wal’ te doen, om precies te zijn in Hoog Catharijne in Utrecht. En je raadt het al, we mochten slapen bij deze ruimdenkende Tante!

In één slaapkamer! In één bed!  

Mijn geliefde kreeg dat weekend nog een rondleiding in de huisartsenpraktijk waar Tante Riet werkte. Als doktersassistente, het beroep waar mijn geliefde net mee begonnen was. Mijn tante was daar het aanspreekpunt, ze was de agenda van de artsen en daardoor ook de spin in het web. Want alles moest goed en soepel verlopen.  Ze was de Zuster Klivia zeg maar. Na de rondleiding was ook mijn geliefde zeer onder de indruk van MIJN tante! En tot op de dag van vandaag probeert zij ook te werken zoals mijn tante haar werk deed; met twee benen op de grond, groot verantwoordelijkheidsgevoel en altijd tijd voor een gulle lach.

Lieve Tante Riet, ik ga er van uit dat je nog steeds over onze schouders meekijkt met wat wij doen en hoe wij het leven zonder jou opgepakt hebben. Je bent niet dood voor ons, je bent een belangrijk onderdeel van ons leven. Je naam komt altijd weer terug: gesproken, geschreven en gedacht. Nooit zal ik haar legendarische antwoord vergeten toen ik vroeg of ze niet bang was voor de dood, ze zei toen vol overgave en doodnuchter:

“Het zal er wel goed wezen want er is nog nooit iemand teruggekomen.”

En vervolgens een dikke knipoog!

 

 

 

Haantjes

Als geboren Fries (Harlingen) werd ik van de week wel even behoorlijk zenuwachtig na het kijken van de algemene beschouwingen. Het ging over de motie van wantrouwen waar Wilders mee op de proppen kwam. Hij wil geen dubbele nationaliteiten in de Kamer. Gaap.

Maar moet ik nu gaan oppassen?

Want eigenlijk heb ik ook twee nationaliteiten (als het aan de Friezen had gelegen). Nu werk ik niet in de 2e Kamer en heb ik een Friese gevoelswaarde van 10 dagen (zolang lag ik na mijn geboorte in het Harlinger ziekenhuis) maar ik voel mij wel aangesproken, ik voel mij in mijn eer aangetast en op mijn pik getrapt. Sterker, ik voel mij een minderheid. En als minderheid ben je tegenwoordig in dit land de pineut. Want je mag niks van de ‘massa’, behalve dan je aanpassen aan hun levenswijze en gedragingen.

Nou, daar ben je mooi klaar mee!

Ach ja, die Geert. Hij weet donders goed dat zijn populariteit tanende is. Vooral sinds FvD hem rechts aan het inhalen is. Die lui willen hetzelfde alleen proberen ze wat intellectueler over te komen. Door zo nu en dan met wat Latijnse namen te strooien, een baard te laten staan of een piano te bespelen.

C’est le ton qui fait la musique!

‘Verandering is de wet van het leven. En degenen die alleen kijken naar het verleden of het heden zullen zeker de toekomst missen’. Aldus J.F. Kennedy. Nou heeft de PVV, samen met de SGP, het toch nog voor elkaar gekregen dat de Nederlandse vlag in de Kamer opgehangen mag worden. Daarbij opgeteld het verplicht zingen van het Wilhelmus bij het ontbijt zijn dat toch wel rake klappen waar men nog lang over zal napraten.

De sleet zit er gewoon in. Net als bij het (Nederlands) mannenvoetbal. De koek is op, de peper is uit de zonnebank gebruinde reetjes en dat komt allemaal door haantjesgedrag. De voetballers van tegenwoordig verdienen zo ontzettend veel geld dat ze het niet meer kunnen opbrengen om er nog wat voor te doen. Ja, een onderbroekenlijn opzetten of ze krijgen regelmatig zendtijd bij bepaalde tv/radioprogramma’s om te vertellen over hun nieuwste tattoo of de geboorte van hun liefdesbaby. Zelfs bij het ‘RTL7, Meer voor mannen’ programma Voetbal Inside zit de sleet er in en lijkt het meer op dronkenlappen gekakel dan een inhoudelijk sportprogramma. En nee, klopt, ze zeggen ook dat het kantine gelul is maar ondertussen nemen ze het zelf wel heel erg serieus omdat ze er een goede boterham aan verdienen. Maar ik vind er niks meer aan, ze ondermijnen de intelligentie van de gemiddelde man en bevestigen elke uitzending alle clichés over de man.

Daar zijn wij, de moderne man, mooi klaar mee.

Ons haantjesgedrag is de ondergang van ons man-zijn als wij niet tijdig het tij keren. Want vrouwen doen niet aan haantjesgedrag en daarom doen ze het zo goed op de … voetbalvelden! Bij hun zitten de stadions wel vol en is de aanstelleritis- cultuur omdat er een tikkie uitgedeeld wordt ver te zoeken. Hier zie je een prachtig voorbeeld dat de tijd onderhevig is aan veranderingen. Jaren geleden, toen ik nog op de Lagere School zat, deed onze school elk jaar mee aan het schoolvoetbal toernooi. Dit was een jongens ding, de meisjes moedigden ons aan met al hun schoonheid en enthousiasme en kalverliefdes ontsproten zich in de bebossingen achter de doelen. Hier waren de rollen duidelijk en helder: wij de haantjes, zij de kippetjes.

Tot er op een kwade dag een nieuwe meester verscheen, Meester Tans.

Of eigenlijk kan ik, met de kennis van nu, beter zeggen: Tot er op een mooie dag een nieuwe meester verscheen, Meester Tans. Deze lange, hippe vogel die aan Doctor Who deed denken ging veranderingen brengen. Hij ging een steen verleggen in ons zo rustige, voortkabbelende beekje, of beter gezegd, hij gooide er een trottoirtegel in! Want bij de eerste oproep om op het sportveld bij elkaar te komen voor de selectietrainingen Schoolvoetbal deelde hij ons mede dat ook de meisjes mee mochten doen! Zo dan! Dat hakte er in! Meisjes mee laten doen met voetballen!

Zo zout hadden wij het nog niet gegeten en daarom vertelden wij dat ook allemaal, met rode konen, s’ avonds bij het avondeten. Nu brak de pleuris uit. Want onze ouders, met name de vaders natuurlijk, vielen van hun stoel af na het horen van dit verschrikkelijke nieuws. Als zoon was dat natuurlijk wel gaaf om te zien, voor het eerst was Pa niet boos op jou maar op een volwassene, een meester notabene!

Het werd een hele strijd maar uiteindelijk won Meester Tans. Want Mieke mocht meedoen en, als ik het mij nog goed herinner, Tamara, Ineke en Wilma ook. Eigenlijk waren zij (en Meester Tans) de grondleggers van het huidige niveau van het damesvoetbal. En zo zien we maar weer het gelijk van het feit dat we onderhevig zijn aan veranderingen. Dat blijft zich ontwikkelen.

Behalve….

Vorige week, na de storm, waren de ramen bij ons zo vies dat ik spontaan mijn geliefde aanbood ze te wassen. Ik vroeg waar mijn eigen, professionele ramenlap-set was bestaande uit een inwasser, een trekker, een spons en een emmer. Deze bleek nog bij haar vader te liggen maar dat was geen probleem want zij had ook een setje, van ene Hara, een schoonmaakhulp voor de moderne vrouw en ooit aangeschaft op zo’n party bij ons thuis. In plaats van een diepe zucht pakte ik dit aan en kreeg toen uitleg waarna na elk woord mij de moed in de schoenen zakte:

“Je maakt de inwasser nat, dan verdeel je drie (!) druppels uit dit blauwe flesje over de inwasser, wrijf er vervolgens even overheen en daarna kan je beginnen.”

Na tien minuten ramenlappen waren de ramen een brij van strepen en gooide ik de boel in de gootsteen, pakte de auto en reed naar mijn schoonvader, riep hem razend toe dat ik vrouwen niet begrijp en nam mijn eigen, vertrouwde setje mee. Eenmaal thuis vulde ik mijn emmertje, deed er een beetje dreft bij en vijf minuten later waren de ramen brandschoon!

Ramenlappen is dus niet aan veranderingen onderhevig! De rest van de dag liep ik als een trotse haan door het huis!

Echte Mannen

Onlangs heb ik, als een soort statement, een partij opgericht. Dat oprichten duurde om precies te zijn een minuut of vijf en ontstond spontaan.

De reden? Omdat we in een kwaad daglicht gezet werden door figuren als Harvey Weinstein waardoor ‘de gewone’ man in een verkeerde hoek gedrukt wordt. Let wel, de gewone man is niet hetzelfde als de gewone burger van onze minister-president, Rutte. Nee, daar bemoei ik mij niet mee om het simpele feit dat ik geen flauw idee heb over wie hij het heeft. Net als dat ik totaal niet begrijp waarom hij onze dagelijkse boodschappen duurder wil maken door de BTW te verhogen. Op álle boodschappen. Dus ook gezonde producten zoals groenten en fruit. Ik snap het dan niet meer, we leven immers in het Obesitas- tijdperk. We worden steeds dikker en dikker en ondertussen laten we toe dat er overal suiker en andere voedingssupplementen in onze voeding gestopt mag worden. Dat mag van Den Haag.

Of, met andere woorden, de fabrikanten mogen ons legaal vergiftigen…

Het is goedkoper om de zogenaamde ‘vette hap’ in huis te halen dan een aardappeltje, groenten en fruit. Daarnaast worden we wel aangespoord meer te bewegen, zitten is immers het nieuwe roken, maar komen we niet uit de stoel omdat we het té goed hebben. Een gemiddeld gezin heeft drie auto’s voor de deur staan waarmee we dagelijks stilstaan in de files op de A13 of in de straat bij de school. En als we niet een auto hebben dan is er wel een scooter of een elektrische fiets. Allemaal schijnbewegingen van de welvaart en ondertussen raken we geestelijk van het padje af en klagen we ons een hoge bloeddruk aan en hebben ‘anderen’ het altijd gedaan, zijn zij de oorzaak. En ja, ook ik ben te zwaar, zuchtend en steunend trek ik mijn schoenen aan om vervolgens vanaf de bank in de stoel van de auto te belanden. Ik maak amper nog meters met de benenwagen en het fietsen naar mijn werk is voorbij omdat ik nu te ver van mijn werk woon. En ik ben al ruim tien maanden geleden gestopt met roken waardoor ik meer begon te eten.

Mijn voordeel is wel dat ik redelijk kan koken dus bij mij komen er geen geprepareerde zakjes in huis om sausjes te maken of soepjes te maken. Natuurlijk is dat niet genoeg om van mijn ‘pokkel’ af te komen. Daarom probeer ik sinds enkele weken elke dag een stuk te lopen. Zonder skistokken maar wel in een rap tempo. Mijn Drentse neef Richard zette er nog wel even een andere stok voor achter de deur door mij te overtuigen van een inschrijving voor een wandelevenement, de Fjoertoer op Terschelling. De 25 kilometer, tja, direct maar hoog inzetten toch?

Maar dit soort zaken zijn niet uit te leggen. We zijn bezig ons zelf te vernietigen. Neem het nieuws wat afgelopen week naar buiten kwam. De insecten populatie neemt enorm af. Insecten die wij nodig hebben om te kunnen leven, hoe irritant ze soms ook zijn. De oorzaak is nog niet helemaal helder maar er moet wel iets aan gedaan worden.

Ook hier weer de vraag aan onze grote leiders in Den Haag: Waarom laten we het zover komen?

Maar goed, ik heb dus een partij opgericht. De Mannen Partij. Wij van de MP zijn echte mannen. Soms nog jongens maar meestal heren. Zelfstandige kerels die van wanten weten en met een geëmancipeerde blik op de wereld om hun heen kijken. Een blik die even verder gaat dan bier, chips en voetbal om maar een cliché over mannen te noemen. Wij van de MP zitten niet ongevraagd met onze klauwen aan de dames en doen niet aan oneerbare voorstellen. Oké, we laten soms wel een boer of een scheet maar dat moet van de dokter omdat je niks moet opkroppen. En we doen dat alleen als we bij onze geliefde zijn of bij onze beste vrienden. Uit liefde. En als we bij onze beste vrienden zijn dan laten we ons niet opnaaien door onze beste vrienden. Nee. Als een beste vriend een onbehoorlijke opmerking zou maken naar een meisje of vrouw dan spreken wij die beste vriend daar op aan. Want bij beste vrienden kun je dat doen anders kan je ze geen beste vrienden noemen.

Wij mannen moet heropgevoed worden wat dat betreft, meegaan met de tijd want de tijd van de oermens is al een tijdje voorbij….

Wij zijn echte mannen. Mannen die zichzelf kunnen redden en niet Mama’s kindjes blijven. Strijken, koken, ons eigen broodtrommeltje vullen en boodschappen doen is voor ons net zo normaal als even een dutje doen op de bank. Ook verzorgen we ons goed, trekken elke dag een schone onderbroek aan en vouwen de sokken uit alvorens ze in de wasmand verdwijnen. Ook zetten we zelf koffie en maken een cappuccino’tje voor de lady als zij dat behaagt, houden de deur voor haar open of dragen de zware tassen van de wekelijkse boodschappen. Wij zijn geëmancipeerd van kale kruin tot aan de tenen maar hebben ook beperkingen. Vraag ons niet mee te kijken met ‘Boer zoekt Vrouw’ of ‘Heel Holland Bakt’ of ‘RTL Boulevard’. Ook wij van de Mannen Partij hebben zo onze grenzen. Grenzen die heel belangrijk zijn want dat is goed voor het ego en libido.

Tot nog toe bestaat de partij uit twee leden, Voorzitter Johan en de titel Vice Voorzitter heb ik mijzelf maar toebedeeld. Bij gebrek aan kandidaten. Mocht je interesse hebben om lid te worden dan kan dat middels een reactie hieronder. Het kost niets, hooguit wat energie om je als echte man te gaan gedragen. Maar uiteindelijk zal je dan de vruchten ervan kunnen plukken en zal een prachtige toekomst in het verschiet liggen. En mocht je jezelf ook wat mannelijker willen kleden, ga dan eens langs bij de hoedenzaak ‘Trix’ in Emmen. Daar staan twee alleraardigste dames die jouw een echte mannelijke hoed of pet kunnen aanmeten waarna die vreselijke baseball- caps de vuilnisbak in kunnen! En mocht dat nog niet voldoen, koop jezelf dan een paar schoenen van Mascolori, Van Bommels of Pepe Milan!

Mannen! Verenigt u! De tijd is er rijp voor!

 

Marco

‘Ah bah, wat een misère, als Marco staat te blèren.’ Een bekende zin uit het liedje van Doe Maar, Doris Day. De Marco in dit liedje was operazanger Marco Bakker en wij, de tijdsgenoten van deze artiest, wisten direct om welke Marco het ging. Dat kwam natuurlijk doordat alles wat eenvoudiger was in die tijd. De afleidingen die wij hadden waren te overzien. Je had school, sporten en buitenspelen. Pas in de avond kon de tv aan en hadden we de keuze tussen twee en later drie zenders. En soms pakte je een Duitser mee, dat hing van het weer af of als een van de gezinsleden naar zolder ging om de antenne bij te draaien, dan pikte je nog wel eens een extra zendertje uit de lucht.

Hoe klein onze wereld toen nog was, hoe groot was de beleving die we hadden. En de tijd ging een stuk langzamer, de klok tikte traag de minuten weg en wanneer je je bewust werd van die klok noemden we dat ‘verveling.’ Het was de tijd dat showbizz nog niet bestond, dat we gewoon de krant lazen om het nieuws tot ons te nemen en op zondagavond kon je vanaf zeven uur pas al het voetbal zien op de tv. Oh ja, en iedereen luisterde naar de radio: Het Weeshuis van Hits, de Avondspits, Arbeidsvitaminen, 50 Pop of een Envelop, Muziek Mozaïek, de Soulshow, de Dik voor mekaar Show, Los Vast, de Top 40, de Stemband (voorheen Raden Maar) of Germaine sans Gêne. Dit laatste programma beluisterde ik als vroegpuber samen met mijn oudere, professioneelpuberende broer, op zijn zolderkamer. Rooie oren radio. En illegaal want de VPRO was not done in ons huishouden.

Tegenwoordig gaat het allemaal anders. Sneller. Razend snel. En is alles, ondanks de ontwikkelingen op allerlei gebieden, niet meer zo eenvoudig als we zouden willen. Want we weten veel meer. En we stellen aan het leven steeds hogere eisen.

Marco Bakker was dus niet zo geliefd volgens de tekst van Doe Maar. Wat mij betreft klopt dat ook wel. De enige keer dat ik hem wel ‘koel’ vond was die keer dat hij in de film van Theo & Thea meespeelde, Theo & Thea en het mysterie van het Tenenkaasimperium. Marco Bakker tikt tegenwoordig bijna de 80 jaar aan en dan ben je zo goed als afgeschreven om op tv of op de radio nog je kunsten te vertonen.

Daar zijn we vanaf!

Maar er huist al jaren nog een Marco op de radio en televisie, ene Marco Borsato. Mensen om mij heen weten dat ik op hem reageer. Heel heftig reageer. En dat bedoel ik dan negatief. Het is een soort allergische reactie en ja, dat kan gevaarlijke situaties opleveren. Zodra ik zijn stem hoor of de eerste tonen van de muziek weet ik niet hoe snel ik de ruimte verlaten moet. Of als ik in de auto zit en Marcootje zet in dan schiet mijn hand uit naar de autoradio en druk ik op een andere zender. Ja, dan kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan.

Het ergste is dat doordat ik hem zo mijd, ik toch op de een of andere manier altijd precies weet wanneer er een nummer van hem begint. Is hier dan sprake van een zogenaamde haat-liefde verhouding? Ben ik eigenlijk stapelgek op alles wat Marco doet maar haat ik hem tegelijk? Of komt het gewoon doordat zijn liedjes altijd hetzelfde zijn, traag en fluisterend begin en op het end knallen met veel bombarie en geschreeuw? Dat laatste is het natuurlijk, ik ben toch niet gek.

Nu reed ik vandaag in mijn auto en daar was hij ineens weer op de radio. Zoals gebruikelijk ‘tikte’ ik de radio op een andere zender en bedacht mij dat hoe traag ik ook opgegroeide, hoe prettig de techniek van tegenwoordig óók kan zijn. Maar ik bedacht mij ook dat mijn ‘afschuw’ voor deze man misschien wel een beetje ‘een ding’ van mij werd. En juist als je ergens een hekel aan hebt … dan ja, dat noemen ze dan karma…. Dan lig ik straks tussen zes plankjes en hoor ik vanaf mijn wolkje dat mijn geliefden voor een nummer van Borsato gekozen hebben in plaats van mijn eigen wensen, enkele nummers van Bram Vermeulen. Die hadden ze na familieberaad maar direct gecremeerd onder de noemer ‘Hij merkt er toch niks meer van.’

Bij deze daarom alvast een waarschuwing: mocht voorgaande werkelijkheid worden dan zal ik de rest van mijn dooie leven bij ieder van jullie blijven spoken!

Maar dit even terzijde. Ik zat dus in de auto en kreeg een verstandig moment. Het betrof immers een nieuw nummer van onze knuffel Italiaan en misschien was dit wel een goed liedje. Het voordeel van de twijfel zeg maar, en kom op Veldmuis, er zijn al boze mensen genoeg! Ik drukte weer op de zender en echt, na drie zinnen zat ik te gruwelen in mijn stoel, vond ik de bomen aan de kant van de weg ineens heel erg dicht bijstaan en moest ik stoppen voor mijn eigen veiligheid.

Enkele minuten later stond ik stil langs de weg, op zo’n pechstrook. Marco zong nog steeds:

“Oh wat is het fijn, om weer thuis te zijn” en “Ben nergens zo gelukkig als ik m’n eigen kleine stukje paradijs”

Ik heb het echt geprobeerd, het hele nummer afgeluisterd maar ik kon er niks mee. En de allergische reactie leek zelfs heviger dan ooit: mijn tenen verkrampten, mijn benen verzuurden, mijn maag begon zuur op te ripsen en mijn trommelvliezen scheurden millimeters na millimeters in tot ik centimeters ontsluiting had. Toen ik de presentator van de radio daarna hoorde zeggen hoe mooi hij het nummer wel niet vond, voelde ik spontaan een golf uit het diepste van mijn lichaam omhoog komen en spoog ik, na het autoraampje net op tijd geopend te hebben, over het Zoab van de N33.

Ah bah, wat een misère.

VOG seizoen

Het is officieel. Vanaf morgen mag het weer legaal en hoeven velen onder ons het niet meer stiekum te doen. Voor sommige liefhebbers duurde het te lang en vielen voor de verlokking, de drang om ‘het’ te doen was groter dan de wilskracht. Sommigen deden het in de vroege morgen maar er waren er ook bij die het midden in de nacht deden, tot grote ergernis van de buren want ja, het gaat absoluut niet geluidloos. Maar het aller-, allerergste was dat zelfs mensen met een VOG verklaring meededen aan deze burgerlijke ongehoorzaamheid!!

VOG????

VOG, oftewel de Verklaring Omtrent Gedrag is een papiertje waarmee je kan bewijzen dat je redelijk stabiel in de maatschappij staat, dat je zeg maar zonder ‘zonden’ bent of de ideale schoonzoon- of dochter, het is maar wat je belangrijk vindt. Dit is ooit verzonnen door een bange ambtenaar die in iedereen een crimineel zag of vader was van een prachtige dochter waar menig manspersoon wel een beschuitje mee zou willen eten.. Een nachtmerrie voor vele vaders van prachtige dochters.

De VOG dus. Ter voorkoming van wangedrag. Maar wat is de definitie van wangedrag? Gedrag dat tegen de regels van het fatsoen ingaat, maar wie bepaalt dat? Waar ligt de grens van het fatsoen? Ik zou zeggen dat elkaar met respect behandelen in dat lijstje hoort. En je houden aan normen en waarden. Zo ben ik opgevoed en dat hoop ik weer door te geven door het ook daadwerkelijk uit te voeren.

Wie goed doet..

Maar afgelopen week werd die norm even stevig bijgesteld en nogal behoorlijk ook. Dik over de rand van fatsoen heen. Want daar was ineens Camiel Eurlings. Camiel wie? Camiel Eurlings, ooit minister in het kabinet Balkenende Vier, Kroonprins van het CDA, president –directeur van de KLM en nu lid van het Internationaal Olympisch Comité.

Maar we kennen hem het beste van toen hij zijn ‘At your service’ speech hield op het CDA congres, om zijn steun uit te spreken naar Maxime Verhagen die een samenwerking met de PVV wel zag zitten. De liefdesverklaring van Camiel deed Maxime huilen en de rest van Nederland zat met het schaamrood op de kaken thuis op de bank te kijken hoe deze krolse katers om elkaar heen liepen en elkaar besproeiden met loftuitingen.

Ik vergat pardoes mijn eigen gedrag en gooide de tv uit het raam.

Vanwaar deze agressie? Dat komt omdat Camiel losse handjes heeft. Op zich kan dat, korte lontjes genoeg tegenwoordig in onze maatschappij en de uitdrukking ‘kopschoppen’ zal binnenkort opgenomen worden in de Dikke van Dale. Maar Camieltje sloeg zijn vriendin in elkaar, een meisje, een vrouw en ja, dan ga je te ver in mijn ogen en nu druk ik mij nog enigszins mild uit. In mijn ogen ben je dan een miezerig, klein, smerig mannetje en dien je direct ontheven te worden van al je functies, IOC lid, van je mannelijk lid en alles wat er in de toekomst nog voor je ligt.

Niets meer en niet minder.

Het IOC zat dus met hem in zijn maag en zette hem voor het blok: hou de eer aan jezelf, Camiel, treed af. Maar Camiel zou Camiel niet zijn en uitte dat door er toch weer een VOG uit te slepen! En kon dus aanblijven als IOC lid! Zoals ik van de week al las in een column hoeven we daarom geen waarde meer te hechten aan deze verklaring, de schrijver noemde het dan ook heel toepasselijk het VOGvodje.

En daarom snap ik nu ook dat er mensen waren mét een VOG in de binnenzak die het toch deden: burgerlijk ongehoorzaam zijn! Terwijl pas morgen het seizoen echt gaat beginnen lapten ze de regels aan hun laarzen. Oké, ze deden het stiekum. Eerst achter het tuinhuisje en de brutalen pakten er ook nog een stukje tuin bij maar ja, in hoeverre kun je bladblazen vergelijken met het in elkaar rammen van je vrouw?

Laat ons zingen

Na het opstaan heb ik, onder het genot van een vers bakje koffie, het Wilhelmus gezongen. Gewoon. Om mij in te kunnen leven in de geest van Sybrand van Haersma Buma. Want hij vindt dat als we voortaan op de scholen het Wilhelmus gaan zingen, alle problemen in dit land verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Het volkslied zingen is goed voor de verbinding zegt Sybrand. “Voor de eenheid in het land.”

Na het zingen voelde ik niks. Geen opluchting of iets dergelijks. Vervolgens hield ik mijn problemen, mijn zorgen en andere perikelen die we allemaal dragen, eens goed tegen het licht. Opnieuw zag ik geen verbetering. Dan maar de tv aan. Er kwam een blondje in beeld, een WNL presentatrice van het programma Goedemorgen Nederland. Met een i-Pad in de handen. En de gebruikelijke heupjes-scheef-houding zoals de meisjes van WNL dat moeten laten zien. Ze keek er ook intelligent bij want dat stond op de autocue: nu intelligent kijken, nu lachen, nu de lipjes tuiten, nu weer moeilijk kijken en nu met veel bravoure de autocue overgeven aan de andere presentatrice. Het hoofdnieuws was natuurlijk het gebakkelei tussen de Almachtige Grote Leiders van de Verenigde Staten en Noord-Korea. Landen waar het volkslied er nog wel ingeramd zit! Het liefst met de hand op de linkerborst, een traan in de ogen en met een blik van standvastigheid die elke vijand doet beven. En met veel vlagvertoon.

Misschien is immigreren naar een van deze landen een optie, Sybrand, mits die landen er straks nog wel zijn natuurlijk.

Ik besloot de straat op te gaan om te kijken of daar enige verlichting te vinden was opgetreden maar ook nu weer ving ik bot. Want doordat ik wat in gedachten verzonken was had ik die ene auto niet gezien. Een fractie van een seconde later werd er hard geclaxonneerd en als finale kreeg ik een opgestoken middelvinger. Geschrokken liep ik terug naar huis en stapte in mijn eigen auto. Hier ben ik veilig. Hier ben ik sterk. Hier ben ik heilig. Dit is mijn kerk. Dit is mijn haven. Hier leg ik aan….

Bang voor de grote boze wereld met al die boze mensen. Bij het eerste de beste stoplicht was het weer raak. Ik trok iets te laat op nadat het licht op groen gegaan was en dat werd mij duidelijk gemaakt door de persoon in de auto achter mij. Op een niet vriendelijke manier, dat zag ik wel aan haar gebaren toen ik in de achteruitkijkspiegel keek.…. Ze articuleerde wel heel goed want ik kon woord voor woord lezen wat ze er allemaal uitkraamde en nee, dat was niet voor herhaling vatbaar…Ik stapte uit en stelde haar voor samen het Wilhelmus te gaan zingen, om tot elkaar te komen, maar ik kreeg niet eens de gelegenheid want ze passeerde mij vol gas, zag nog net hoe de rook uit haar oren kwam.

Sybrand, het lijkt wel of iedereen boos is!

In complete verwarring parkeerde ik mijn auto bij een ijssalon en kocht mij een troostijsje: malaga, hazelnoot en ja, doe maar drie bolletjes, kokos. Snel stapte ik weer in de auto, drukte op de centrale deurvergrendeling en verloor mij in de drie smaken ijs, even weg uit de grote boze wereld. Ondertussen las ik een nieuwsbericht op mijn gsm. ‘Willem van Hanegem sluit zich aan bij de politieke partij Forum voor Democratie.’ Het verbaasde mij niet want Willem was altijd al met politiek bezig. In bijna elk interview wist hij de vragen over voetbal altijd al zo te draaien dat het uiteindelijk over politiek ging. Daarom is hij nu op de juiste plek want met zijn commentaren over voetballers of coaches sloeg hij meestal toch al de plank mis. Zijn rugnummer was voorheen 10 bij een clubje uit Rotterdam. Nu krijgt hij rugnummer bij 16.280…. De directeur van deze club,  Thierry, is zo blij als een kind want hij heeft een BN’er weten te strikken en dat schijnt goed te zijn voor de beeldvorming. Want alle fans van Van Hanegem gaan nu natuurlijk ook die overstap maken naar het FvD omdat ze geen eigen mening hebben. Net zoals al vele PVV’ ers gedaan hebben omdat ze inzien dat het met Wilders niet gaat lukken om al die verdraaide buitenlanders terug naar hun ‘eigen’ land te sturen. Geert zegt het immers te hard en te recht voor zijn raap, Thierry heeft ervoor gestudeerd en doet het met moeilijke woorden waardoor het minder hard klinkt.

Ja, Sybrand, zowel in de politiek als op het voetbalveld is de verbinding ver te zoeken, het Nederlandse voetbal staat op de 36ste plaats van de FIFA ranglijst. Ondanks het zingen van het Wilhelmus voor de wedstrijd…

Daarom mijn wat cynische reactie op je idee om het Wilhelmus te gaan zingen. Dat is iets van vroeger maar vroeger is dood, de wereld draait immers door. Misschien moeten we gewoon wat minder bang zijn voor elkaar en eens uit onze schaduw stappen. Zingen is zeker een bindende factor maar ga nou asjeblieft niet bepalen wat wij moeten zingen en kom ook niet met een zogenaamd ‘Koningslied’….

Laat dat lekker over aan de creatievelingen die dat kunnen, die muziek en zang met elkaar kunnen combineren waarna onze geesten vanzelf vervuld zullen worden met verbinding. Net zoals de één goed is in politiek is de andere weer goed in voetballen!

 

 

Pura Vida, een verslag.

Het Spaanse ‘Pura Vida’ vertaald zich letterlijk als ‘Pure Leven’. Maar het is ook een soort van groet, een levenswijze, zowel voor je geliefden als voor jezelf. Hoe je het beste uit het leven haalt, genieten van de mooie dingen die er al ‘gewoon’ zijn en die gecreëerd worden door de mens.

Je wenst elkaar Pura Vida.

Afgelopen zaterdag gingen wij weer naar Blauwe Stad om daar de elfde editie van Pura Vida mee te mogen maken, het evenement waar het Noord Nederlands Orkest ons al jaren in hogere sferen gebracht heeft. Thema’s als onder andere Abba, filmmuziek of het alom geliefde Groningse lied werden al goed ontvangen.

Vorig jaar waren wij getuige van de tiende editie en het thema was dan ook jubileumwaardig, een tribute to The Rolling Stones. Tim Akkerman, Erik Corton en Tim Knol waren hier speciaal voor uitgenodigd en geloof me, het werd een memorabele avond met een spectaculair slot in de vorm van een ruim vijf minuten durend vuurwerk waar ze in Scheveningen een puntje aan kunnen zuigen.

Het leuke van Pura Vida is dat het gratis is. Voor mij hoeft dat niet hoor, ik heb voor iets moois altijd wel geld over maar hiermee creëren ze dat het toegankelijk is voor iedereen. Het kost je slechts een knaak voor een klapstoeltje of helemaal niks want je kan ook zelf een stoel meenemen. Net zoals een hapje en een drankje, alles mag en je bent verplicht tot niets. Ja, enthousiast zijn over het wat er geboden wordt maar dat is niet zo moeilijk want het is een fantastisch, indrukwekkend schouwspel.

Pura Vida leeft. Overal om ons heen hoorden we dat men er ook naar toe ging. Ik werd er zenuwachtig van. “We eten om vijf uur hoor, dan kunnen we zes uur op de fiets zitten.” Mijn geliefde en haar vriendin zouden mee eten en de zus van die vriendin. Gezellig, hoe meer mensen aan tafel hoe gezelliger vinden wij.

Deze zaterdag stond dus op ‘tijd’. ‘s Morgens begon ik al achter die ‘tijd’ aan te lopen omdat ik dacht kwart over negen bij de kapper te moeten zijn. Tijdens mijn fietsritje kreeg ik al een appje van mijn geliefde of ik al onderweg was naar de kapper… Zij was namelijk gebeld met de vraag waar ik bleef omdat ik er kwart vóór negen al had moeten zijn. Ik vervloekte mijzelf om zoveel stommiteit!

Een slecht begin van de dag, vooral omdat ik een eerdere afspraak met de kapper pardoes vergeten was. Gelukkig was mijn kapster, Nirmen, niet boos op mij en schonk ze mij zelfs nog een bakje koffie in waardoor ik even kon landen. Een klein half uurtje later stond ik weer op straat met een keurig kort koppie waarna ik snel naar huis fietste want ja, we stonden immers op ‘tijd’.

Eenmaal thuis gekomen begon ik daarom direct met het marineren van de kip voor het avondeten: Pandang rijst met een mix van kip, courgette, paprika, sugarbeans ui, taugé en kastanjechampignons. De gesneden kip marineerde ik met kipkruiden, sherry, sojasaus en gember. Zóóó lekker! En een klein pepertje.

Het is immers Pura Vida time!

Hierna snel nog even naar de opticien voor het kiezen van het juiste montuur voor een nieuwe bril, vervolgens nog even wat wijn inslaan en tegen vier uur stond ik in de keuken om de maaltijd voor te bereiden. De dames waren inmiddels ook gearriveerd en binnen no time klonken er opgewonden stemmen aan mijn kookeiland over kleding, schoenen, de laatste roddels en over wat de avond ons brengen zou.

Om precies vijf uur stond het eten klaar maar ik moest het nog even in de wacht zetten… Nog niet alle nagels waren gelakt…

Om kwart voor zes zette ik de toetjes op tafel, een glaasje gevuld met geplette Bastogne koeken, mascarpone, aardbeienjam, verse aardbeien en half geslagen slagroom met sinaasappellikeur. Pure Vida!

Exact om zes uur zaten we op de fiets en om half zeven waren we ter plaatse en zagen we een prachtig decor aan het Oldambt meer: het inmiddels bekende, immense podium voor het Noord Nederlands Orkest cs., de tribunes voor de VIP’s, de mensen van de beveiliging, de koffie- en dranktentjes en de stoeltjesuitgifte punten. En een heleboel mensen! Even later zaten we op onze stoelen en kletsten we ons met allerlei bekenden naar half acht waarna het spektakel kon beginnen:

‘Echoes of Queen’

Het Noord Nederlands Orkest, onder leiding van dirigent Dirk Brossé en solisten Joseph Clark, Jennie Lena en Yollandi Nortjie namen ons aan de hand door het repertoire van good old Freddy Mercury en zijn mannen. Met deze band zijn heel wat generaties opgegroeid waardoor er veel herkenning was in de nummers. Terwijl wij ons tegoed deden aan onze picknick manden vol met koffie, wijn, worst en andere hartigheden trakteerden zij ons op een geweldige show.

Pura Vida liet ons genieten en de natuur genoot mee want we waren getuige van een prachtige zonsondergang en het leek of zelfs de vogels als decor dienden want zij vlogen boven het podium op de maat van de muziek mee.

Voor mij was het hoogtepunt van de avond de solo van The Voice of Holland finaliste Jennie Lena, die een schitterende vertolking gaf van Queen’s hit ‘Somebody to Love’. Het was een moment van kippenvel in de hoogste gradatie en dat had echt niet te maken met de kou die langzaam via onze benen aan het opklimmen was vanaf de koude nazomer grond. Nee, dit was een meesterlijk optreden en dat werd massaal gewaardeerd door het publiek die zelfs gingen staan om haar daar deelgenoot van te maken.

En het was nog niet eens de finale!

Die kwam even later. Deze bestond uit ‘Barcelona’ ‘We Will Rock You’ en ‘Bohemian Rhapsody’. Vooral ‘Barcelona’ was een voltreffer, misschien ook wel gezien de recente gebeurtenissen daar. Met het voetbalstadion nummer ‘ We are the Champignons’ werd en dan toch echt afgesloten en vervolgens konden de klapstoeltjes weer ingeklapt worden, de lege bekertjes en flessen opgeruimd en sloten we aan in de file op de fietspaden, een alleraardigst fenomeen die normaal voor het autoverkeer is weggelegd.

Opvallend was de sliert rode achterlichten die je enkel maar hoefde te volgen en zo nu en dan moest je even luid doorgeven dat er een obstakel gepasseerd moest worden:

“Paaltje!”

Na een half uurtje waren we weer thuis, werden de blazen geleegd en kon onder het genot van cappuccino’s, thee en koffie de social media geladen worden met onze ervaringen en werd er tussendoor gezellig nagepraat. Was er geen minpuntje te noemen dan, we zijn immers Nederlanders? Ja, er waren te weinig stoelen en ik hoop dat de organisatie daar volgens jaar toch wat mee gaat doen, al huur je een zooi van die bierbanken in die ze ook gebruiken tijdens de oktoberfeesten. En voor mij persoonlijk was het een minpunt dat ik het ‘Grönnens Laid’, wat bij aanvang gezongen werd, niet van tevoren geleerd had.

Nu stond ik als enige tussen die 12000 mensen niet mee te zingen…

 

Winterswijk versus Hollywood

Wat is het allerbeste recept voor een avondvullend, cultureel programma op een plek waar je het niet snel zal verwachten?

Men neme een Winterswijker steengroeve. Zet daar vervolgens een groepje creatieve breinen in en laat die dan even met rust zodat de verkregen inspiratie goed kan doordringen in deze geesten. Haal dit groepje er pas weer uit als de inspiratie goed ingetrokken is en zet ze vervolgens om een tafel, voorzien van eten en drinken want dat is goed voor de geest.

 

En geef ze pen en papier! En zet er een piano naast! En geef ze een gitaar!

 

Daarna opnieuw het hele zwikje even laten bezinken. Even laten rijpen. Na deze periode stel je een paar leiders aan. Daadkrachtige mannen en vrouwen die van doorpakken weten. Die goed kunnen luisteren naar de creatievelingen en tijdens dat luisteren van alles gaan regelen. En er zijn meer ingrediënten nodig. Zoals vrijwilligers. Dit ingrediënt is misschien wel een van de belangrijkste ingrediënten. Deze mensen moeten gemasseerd worden in een marinade van enthousiasme. Enthousiasme waar je de vingers bij aflikt.

 

Dat gevoel achteraf, dat je beseft dat je eigenlijk nog wel een portie lust omdat het zo lekker is…

Alles natuurlijk op smaak gebracht met de beste kruiden en specerijen.

 

Vlees, vis, groente en fruit zijn het lekkerst na goede verzorging. Restaurants dwepen met die informatie. Dan staat er niet gewoon een tournedos op de kaart maar een tournedos van het Lakenvelder, de Jersey of het Charolais rund. Of ze leggen iets op ‘een bedje van diverse lente sla’ en besprenkelen dat met een 18 jarige Italiaanse azijn met Aziatische pinda olie. Dit alles lijkt overdreven maar aan de andere kant… hebben ze gewoon gelijk! Want een koe die lekker kan grazen in de wei en kan genieten van het zonnetje, zit natuurlijk veel lekkerder in haar vel dan zeg maar de gestampte doorsnee koe. En daardoor smaakt ze extra goed.

 

En als de kropjes sla met liefdevolle handen uit de grond getrokken worden in plaats van aan de lopende band gekeeld te worden dan geloof ik oprecht dat deze sla blaadjes veel en veel lekkerder zullen smaken.

 

En dat hebben die hierboven genoemde creatievelingen goed begrepen in Winterswijk. Die weten mensen te raken, te enthousiasmeren en op een voetstuk te zetten waardoor ze boven zichzelf uitstijgen met hun talenten. Want dat hebben ze, talent.

 

Maandenlang wordt er gezocht naar de juiste smaken, de juiste geuren en kleuren en de juiste combinaties. En er moesten keuzes gemaakt worden, welk ingrediënt kan wel en welk ingrediënt zou af doen aan de smaak.

 

En dan zijn er natuurlijk nog de gasten die aan de dis verschijnen. Deze mensen zijn in de loop der jaren verwend tot op het bot geraakt. Zij zagen in de afgelopen jaren Jesus Christ Superstar via Symfonia en The Wall van Pink Floyd naar Shakespeare’s Midzomernacht. Verwend door prachtige creativiteit, vol muziek, dans, spektakel en prachtige teksten om de verhalen die men wilde vertellen te duiden. Wij, de gasten, vertellen dat weer met veel plezier door aan hen die er niet bij waren en zij hoorden ons met ongeloof aan..

 

”In een steengroeve?”

 

Inmiddels zijn wij doorgewinterde fans. Je weet als toeschouwer wat je verwachten kan maar toch weten ze ons elk jaar weer in die groeve te verrassen. Zoals het een goed kok betaamt. Alle zintuigen worden in het hart geraakt, smaakpapillen worden geprikkeld, ogen worden gestreeld en de oren draaien overuren. Waarna de volgende verrassingsaanval alweer ingezet is.

Haut cuisine. Niets meer en niets minder.

Wij mochten ook dit jaar weer getuige zijn van de kunsten in het Steengroevetheater te Winterswijk. Het thema was: ‘Cinema’. We werden meegenomen door een van de gebroeders Lumière, Louis, de ontdekkers van de cinematograph, de voorloper van de filmcamera zeg maar. . Met Achterhoeks accent, ere wie ere toekomt.

 

De zon brak door nadat het in de uren ervoor onafgebroken geregend had. De vele plassen waren daar stille getuigen van maar ze werden direct aangevallen door de crew met waterstofzuigers zodat de dansers zo min mogelijk gehinderd zouden worden. Wij, publiek of beter gezegd gasten van dit driesterren restaurant, zaten hoog en droog. En werden gewarmd door het enthousiasme om ons heen, in afwachting van wat komen zou.

De menukaart zag er in ieder geval uitdagend uit! De avond zou zich in 4 take’s afspelen en we zagen al vele bekende gerechten: Once Upon a Time in the West, Gotham City Revisted uit de film Batman, de speech uit The Great Dictator met Charlie Chaplin, mega indrukwekkend uitgevoerd door Sten Geerdink en Lovesong for a Vampire van Annie Lennox uit de film Dracula. Of, As If we Never Said Goodbeye uit Sunset Boulevard, vertolkt door Linda de Wit…briljant, wat een dijk van een stem!

We kregen niet een paar gerechtjes van de kaart, nee, we kregen alles! Ruim 33 gangen en we raakten vol van alles wat zich voor onze ogen afspeelde zonder overdaad.

 

En dan het dessert. Een taartbombardement, met een rijke garnering van de Pirates of the Caribbean. En als toefje op de taart was er de finale, Hooray for Hollywood, waar alle deelnemers van dit spektakel een applaussaus over zich heen kregen als dank voor deze overheerlijke gerechten.

 

Meester-koks in actie. Dansers en danseressen op bergschoenen, een super swingend koor, de top dirigent Gerben op laarzen voor zijn indrukwekkend orkest en de regisseur Jasper in actie om de mix van spel, dans, muziek, licht, video en effecten in goede banen te leiden. En alle anderen die dit fantastische spektakel tot stand gebracht hebben waardoor wij een superavond gehad hebben.

Bij deze, wederom vanachter mijn bescheiden schrijftafeltje: Dank jullie wel voor een schitterende avond!! We hebben genoten!

Voordat de bom valt

Laat ik nog maar even een stukkie schijven voordat de oorlog uitbreekt tussen Donald Trump en Kim Jong-un. Deze twee niet zo snuggere leiders zijn de boel lekker aan het opstoken en ik voel mij daar niet zo happy bij. De Almachtige Leider naar Noord-Koreaans voorbeeld, Donald Trump, zag van de week hoe zijn collega weer twee proefraketjes de lucht in schoot. Onder het genot van een Noord-Koreaans sigaretje. Dat sigaretje zat mij dwars want ik, ooit verwoed roker, ben er inmiddels van overtuigd dat roken slecht voor je is, dat roken een vorm is van zelfdestructie en dat je er beter aan kan gaan beginnen als je dood bent. In het Hiernamaals zeg maar. Maar ventje Kim Jong-un zat dus lekker te roken en dat maakte mij angstig omdat hij toch ook wel moet weten hoe slecht het is. Of hij is daar niet bang voor omdat hij weet dat straks toch de pleuris uitbreekt…. 

Voordat de bom valt.

Heb inmiddels al mijn nagels al afgekloven en straks begin ik aan mijn teennagels. Typen zonder nagels is geen pretje maar ik moet dit doen. Voor volk en vaderland. Als de bommen gaan vallen dan lost het niet alleen het wel/niet roken probleem op maar ook vele andere problemen.

Bijvoorbeeld dat de fipronil die wij inmiddels toch via een schijnbeweging (koekjes, kipfiletje of Cup a Soupje, mayonaise, Piet Piraat koekjes, kroketten etcetera, etcetera..) binnen hebben gekregen, geen kwaad meer kan doen. Of het file probleem, daar zijn we in één klap mee klaar!  Daarnaast hebben we de zekerheid dat Wilders nooit de Leider van dit land geworden is en niemand maakt zich meer druk over het vluchtelingen probleem waarna Baudetje en zijn opa Hiddema, ooit advocaat van de duivel…eeh… de weduwe van Rost van Tonningen, lekker zich kunnen laven aan hun lavendelzakjes.

En er is natuurlijk veel meer maar ik heb daar nu geen tijd voor om dat allemaal op te schrijven.

Voordat de bom valt.

Toch is er een dingetje die ik jullie niet onthouden wil. Ik kreeg namelijk een mailtje van ene Shannah. Daar stond het volgende in:

‘Hi Arjen,

Wil jij ook dat het iedere dag een feestje is om naar je werk te gaan? En ben jij dol op de Zweedse gehaktballetjes en simpele doe-het-zelf projectjes? Kom dan werken bij Ikea Groningen!’

Mijn eerste reactie? Ik dook onder de tafel en ben daar ruim een uur blijven zitten. Ineen gedoken en handen tegen de oren zoals kleine kinderen doen bij onweer, in afwachting van de klap. De reden van mijn schrikactie is het feit dat ik niet snap hoe Ikea aan mijn mailadres gekomen is. Alles wat wij van Ikea in huis hebben staat op naam van mijn geliefde. Dat was de afspraak tussen haar en mij en is opgenomen in het contract welke wij aangegaan zijn. Ik gedoog Ikea artikelen maar mijn naam mag er niet mee verbonden worden.

Maar nu hebben ze mij toch gevonden. Eerst dacht ik nog aan een Hoax, een nepbericht, maar niets was minder waar. Had Shannah het echt op mij voorzien of was het al fout gegaan tussen Donald en Kim en was de wereld op dit moment aan het vergaan en lag de digitale administratie door de ingeslagen raketten, op straat? Dan eindig ik dus mijn leven als een potentieel medewerker van Ikea…

Sneller schrijven! Ik moet nu wel. En in de verdediging want ik wil niet als Ikea liefhebber de geschiedenisboeken in. Voor het geval er toch nog mensen zijn die deze oorlog overleven. Ik heb niks met Ikea, krijg er jeuk en uitslag van. Gelukkig is er opvang voor mannen met het Ikea-syndroom en ben ik er nu voor in behandeling..

Maar ja, als die bom valt…

Dan ben ik te laat en daarom moet ik toch nog even die Zweedse toko afzeiken. Neem nou dat mailtje. Volgens de schrijfster is die baan bij Ikea extra leuk wanneer je van Zweedse Ballen houdt. Ik hou heus wel van ballen maar wel mijn eigen ballen. Al jaren maak ik die bij feestjes en partijtjes, Indisch georiënteerd en die hebben niks met die Zweedse beschuitstuiters te maken. Maar vervolgens heeft ze het over ‘simpele doe-het-zelf projectjes.’ Die zag ik niet aankomen. Ikea en simpel? Pak de bijgeleverde ‘bouw-tekening’ en je weet dat het woord ‘simpel’ totaal misplaatst is. Deze handleidingen zijn zo simpel dat menig relatie erop stuk gelopen is. Voordat Ikea zich in onze samenleving nestelde werd er 1 op 6 gescheiden. Volgens de laatste statistieken van het CBS is dat nu 1 op 2.

Dusssssss…..

En dan het woord ‘projectjes’! Volgens mij is het gewoon ‘project’ en valt er niks te verkleinen. Noem het dan een klusje. Ik snap dat verkleinen wel want het moet simpel overkomen terwijl de werkelijkheid kei- en keihard is. En dat komt door hun ‘simpele’ handleidingen. Het klopt nooit, je bent er uren en uren mee bezig en aan het eind van de rit hou je onderdelen over. En dat laatste geeft je het gevoel dat je gefaald hebt, dat het meubel elk moment in elkaar kan storten.

En ja, dan breekt de pleuris uit en slaap je een nachtje op de bank….Dat zijn van die momenten dat je hoopt, oprecht hoopt dat er ergens op de wereld twee randdebielen ruzie krijgen en elkaar gaan bestoken met enkele bommetjes. Die worden dan afgevuurd met behulp van de Hängsyren pannenlappen zodat ze hun vingers niet branden aan de raketjes… Wij hebben die dingen ook sinds kort. Tot mijn grote ergernis. Tot mijn hele grote ergernis! Het materiaal is van rubber en dat voelt aan alsof ik een sadomachistisch pakje betast. Al mijn rugharen steken de kop op zodra ik die dingen in mijn handen heb. Ik ben zelfs in staat om de pannen zo, met mijn blote klauwen, van de kachel te plukken! Alles liever dan die rubber matjes tussen mijn vingers. Maar dat is natuurlijk niet slim. Daarom had ik ze van de week, toen mijn geliefde nog niet thuis was, onderin een kast gegooid. Ver achterin zodat de kans extra klein was dat ze gevonden werden.

En ja, de kast is van Ikea. Nood breekt wetten.

Maar zoals ik al eerder geschreven ontgaat mijn geliefde niets. Ze kwam thuis, dronk een glaasje water en liep vervolgens naar de kast om iets te pakken.

“Waarom liggen die handige Ikea pannenlappen hier??”

Een flard van een tekst van Doe Maar schoot mij opnieuw door het hoofd: Laat maar vallen want het komt er toch wel van…..

Mocht de oorlog echt uitbreken dan was dit dus mijn laatste stukje. Ik wens jullie allen een plezierig een aangenaam verblijf in het Hiernamaals.

Gender neutraal stukkie

In het kader van de gender neutraal hype: Beste lezer,

nu de eieren in opspraak zijn stikt het van de journalisten in Kippenland. Het is natuurlijk sensationeel nieuws in deze tijden van komkommers en aanverwante groentes. En het werd nog smeuïger, of beter gezegd, ranziger toen ik vanmorgen in de krant las dat er een kippenboer achter de tralies zit. Niet vanwege zijn strijd tegen de bloedmijt maar vanwege ontucht met minderjarigen! Dus ook onder kippenboeren bevinden zich viezeriken, daar kan geen fipronil tegen op! Waarschijnlijk is dit nieuws al eerder gepubliceerd geweest maar toen ging het waarschijnlijk om een 25 jarige Barnevelder.

Punt.

Maar sinds eiergate is zijn beroep een stuk interessanter geworden voor het journaille en hebben we te maken met een pedofiele kippenboer. Als ik vanaf volgende week weer eens een gezond eitje tik, zal ik zeer waarschijnlijk moeten denken aan zijn of haar…euh…het baasje (ik schrijf gender neutraal) die ervoor heeft gezorgd dat ik dat eitje op kan eten…Ik denk dat ik nog maar even mijn ei boycot verleng met enkele weken….

Ruim twee miljoen kijkers zagen dat de dames van het Nederlands voetbal Elftal, tegen de Denen, in het muurtje niet hun handen voor hun kruis hielden bij een vrije trap. En men zag dat ze na een onfortuinlijk contact met een tegenspeler, hinkelend en met een pijnlijke grimas op het gezicht niet gillend gingen liggen maar gewoon bleven voetballen! Hier valt geen gender neutrale opmerking op te maken, slechts de opmerking dat de dames beter tegen de pijn kunnen dan de mannen. Maar ach, dat wisten de dames allang en die lopen dat ook altijd luid en duidelijk te verkondigen: mannen zijn mietjes wanneer ze een pijntje voelen.

Mijn niet zo vriendelijk gender antwoord hierop is dan ook: Stelletje bitches!

In de nacht die volgde op de overwinning op de Denen beefde de aarde op Kos. Al snel kwam het nieuws dat er ook Nederlandse vakantiegangers bij betrokken waren en ik schrok daar hevig van want die horen bij mijn ‘soort’. Maar het werd nog erger….

Er waren ook Bekende Nederlanders op het Griekse eiland!

Ik hapte naar adem en wist wat voor avond het zou worden: op de bank met een bak chips en dipsaus, twee dozen tissues, mijn neus tegen de tv en zappen tussen RTL Boulevard, Shownieuws, Hart van Nederland, Telegraaf TV en alle programma’s van WNL. In afwachting van interviews met deze BN’ers en bij gebrek aan, familieleden en collega’s van deze BN’ers.

Het werd de avond van mijn leven en ik moest uiteindelijk nog een derde doos tissues uit de voorraadkast halen want mijn verdriet uitte zich in een onuitputtelijk gesnotter over het leed wat mij ter oren kwam via de hijgerige een zwaar op sensatie bewuste lieden der presentatoren, zoals u wellicht weet is dat een gender neutrale benaming voor de samenvoeging van presentatoren en presentatrices.

Eva sloeg ik die avond maar over want die had voor mij afgedaan sinds ze een hele uitzending besteedde aan haar katten… en die van Bekende Nederlanders! Een uitzending over komkommers en alle aanverwante groentes was zeer zeker interessanter geweest.

Nu snap ik dat ik met die laatste zin alle katten liefhebbers tegen mij in het harnas jaag. En die gaan mij dan haatmails sturen. Want je mag niets meer zeggen en als je dat dan toch doet dan stromen alle internetsites vol met de meest vreselijke scheldwoorden, verwensingen en doodsbedreigingen. In plaats van de nuance is het juist de kunst om lekker hard uit te halen, zo grievend mogelijk en zo gender neutraal als mogelijk want zowel de mannen als de dames onder ons doen er aan mee.

Dat bleek maar weer toen een man via de media bekend maakte dat hij al dertig van die gewraakte eieren in zijn mik had zitten. Hij volgde een dieet en moest elke dag een zooitje eieren naar binnen werken. Hij was geschrokken en bedacht dat hij maar even alarm moest slaan, voor er nog meerdere dieet slachtoffers gaan vallen.. Normaal gesproken had dit geen nieuwswaarde maar nu wel natuurlijk want we moeten gevoed worden met nieuws, nieuws en nieuws. Nadat het bericht de wereld in was geholpen werd de man overstelpt met haatmails en werd hij belachelijk gemaakt op het wereld wijde web. Door mensen die een podium zoeken zodat ook zij waardering kregen voor hun mening.

En van de week was er oma die volop in de aandacht kwam, buiten haar schuld om. Ze liep met de kinderwagen en die belandde in de sloot. Schande werd er van gesproken en hoe is het mogelijk dat iemand niet eens een kinderwagen onder controle kan houden! De ware reden was dat de hond ineens ergens achterna ging en met de riem de kinderwagen mee nam….

Overmacht zou je denken, als normaal denkend mens. Maar niets was minder waar en ook deze vrouw werd vervolgens gevierendeeld en met doodsbedreigingen overladen in plaats van met steunbetuigingen….

Sneue gasten, die reaguurders, maar één ding doen ze dan wel weer goed en lopen ze al ver voor op de NS en de diverse gemeentes in ons land:

Of je nou een vrouw of een man bent, beide krijgen evenveel bagger over zich heen dus we spreken hier van gender neutrale reacties!

 

 

Multitask Woman

Multitasken is het uitvoeren van meerdere handelingen of processen op hetzelfde moment.

Voorgaande leer ik van Wikipedia maar natuurlijk wist ik dit wel. Het is bedacht in de computerwereld maar de gemiddelde vrouw is ervan overtuigd dat zij ook goed kan multitasken. Ik kom op dit onderwerp omdat ik met verbazing naar mijn geliefde zit te kijken. Ze zit op de bank, op haar gebruikelijke elegante wijze (de benen zijdelings onder de billen), te bellen met een vriendin en ondertussen bladert ze door de wekelijkse folders. En geloof me, er komen hele volzinnen uit haar mond dus de aandacht voor de personage aan de andere kant van de ‘lijn’ is honderd procent aanwezig. En vice versa. Want ik weet eigenlijk honderd procent zeker dat haar belgenote er ook zo bij zit.

Ik ken ze,mijn pappenheimers.

Het is dat ze de telefoon tegen haar oor moet houden anders keek ze ook nog even rustig enkele pagina’s Printerest of Facebook door tijdens het bellen. Onbegrijpelijk, ik zou na vijf minuten totaal het spoor bijster zijn en mijn toehoorder ongemerkt op de voordeeltjes van de Plus of Appie Heijn wijzen. Maar zij niet. Zij dwaalt niet af en alle onderwerpen die een vrouw bezig houdt passeren de revue en mijn verbazing stijgt naar een hoogtepunt waar menig man van dromen zou.

Nu is mijn geliefde natuurlijk de aller-leukste, de aller-liefste en de aller-knapste van de heeeeele wereld maar ze heeft nog iets waar ik best wel trots op ben.

Ze heeft een ingebouwde scanner!

En nee, ik overdrijf niet, het is echt zo. De Knight Rider valt bij haar in het niet. Of, nu we toch bezig zijn nóg meer aangedikt, de Bionic Woman oftewel Lindsay Wagner ( de Vrouw van Zes Miljoen, een serie waar wij 50 plussers vroeger altijd naar keken), is een Barbie als je haar vergelijkt met mijn geliefde partner.

Ik snap dat de vraag rijst of al deze superlatieven niet een beetje overdreven zijn en daar kan ik volmondig met ‘Nee’ op antwoorden want zij is een Super Woman.

Laat ik het uitleggen.

Onlangs zat ze wederom op de bank te multitasken en wees ze mij op een van de planken van ons, naar Zweeds voorbeeld, TV meubel. Deze zat verkeerd om. Zoals het een goed man betaamt zat ik direct op mijn knieën voor het meubel en moest ik, tot mijn grote verdriet en intense woede omdat ik dat over het hoofd gezien had, toegeven dat ze gelijk had.

En geloof me, je vrouw gelijk geven is een opgave wanneer ze ook daadwerkelijk gelijk heeft!

Ik kon haar alleen maar gelijk geven. En zoals mannen dan altijd zeggen: “Ik ga daar van de week effe naar kijken, schat.” En vervolgens gaan daar enkele weken overheen. Op een mooie dag kreeg ik toch ineens de geest: zij was naar haar werk en ik pakte mijn gereedschap! Nu wist ik dat ik slechts één schroevendraaier nodig had omdat ik inmiddels al diverse Zweedse meubels in elkaar gezet had. Mij krijgen ze niet meer gek!

Ik haalde de TV en de boxen van het meubel, trok het meubel iets van de kant, schroefde wat bevestigingen los van het deksel en legde deze vervolgens voorzichtig op de bank,haalde de laden leeg, verlegde nog enkele snoeren en uiteindelijk kwam ik bij de boosdoener, de plank die van de verkeerde kant was. Even snel wisselde ik de plank van positie, vulde de laden weer, schroefde enkele bevestigingen weer vast en legde het deksel weer terug op het meubel. Nu restte mij nog het terugplaatsen van de TV en de boxen en, haast vergeten, het meubel duwde ik in haar totaliteit weer terug tegen de wand.

Triomfantelijk zat ik even later op de bank, deed en dutje en bedacht mijzelf een grapje: ik zeg niks tegen haar en wacht rustig op het moment wanneer ze het gaat ontdekken. Als ze het überhaupt wel gaat ontdekken!

Man, man, wat had ik een pret!

Aan het einde van die prachtige middag kwam ze thuis, vrolijk en goedgemutst als altijd en ik zat onschuldig te zitten op de bank. Ze had de jas nog aan,ik kreeg een kus en een, twee, drie, vier, vijf, zes seconden erna kwam het:

“Wat is er met dat kastje gebeurd?”

Na nog een blik zag ze het: “Oooooh, je hebt de plank omgedraaid! Wat goed van je! Hij staat alleen te ver van de wand af…”

Ik zat in opperste verbazing dit tafereel te bekijken en was al mijn tekst kwijt. Dit is niet normaal. De pret duurde slechts zes seconden! Dit zijn bovennatuurlijke krachten. Op de een of andere manier scant zij, voordat ze s’morgens de deur uitloopt om naar haar werk te gaan, het huis. Kamer voor kamer, hoek voor hoek, kier op kier. Dat slaat ze vervolgens allemaal op, ergens in haar grijze massa onder haar geverfde haar. Wanneer ze dan thuis komt activeert zij haar scanner en scant ze opnieuw de kamer, de hoekjes en de kiertjes en vergelijkt ze die met de situatie van die ochtend.

Zoek de verschillen. En zij vindt ze. Mijn Multitask Woman!

Hoofdstukken

Het leven leest zich als een boek. Zo zie ik dat. Het ene boek zal wat saaier zijn dan de andere, het andere boek laat zich lezen als een thriller, roman, comedy of als drama.

Of als fictie. Dat zijn de fantasten onder ons, mensen die van alles een eigen werkelijkheid maken die mooier is dan de werkelijkheid. Maar dit even terzijde.

Hoofdstuk na hoofdstuk passeren en de rode draad ben je zelf. Zoals de meeste 50 plussers heb ik al aardig wat hoofdstukken achter de rug. Zo begon het eerste hoofdstuk op Terschelling, daarna volgden respectievelijk de hoofdstukken Den Haag, Stompwijk, Den Haag, Leidschendam en nu sinds begin juni ben ik begonnen aan het hoofdstuk Winschoten, Groningen.

Die hoofdstukken zijn natuurlijk allemaal met elkaar verbonden. Zo is het eerste hoofdstuk, de periode Terschelling, onlosmakelijk verbonden met het huidige hoofdstuk: de stap om te gaan samenwonen met mijn geliefde. Want in hoofdstuk één leerden wij elkaar op Terschelling kennen, zij als ‘badgast’ en ik als eilander. We werden verliefd en hadden twee jaar ‘verkering’. We reisden die jaren heen en weer tussen Terschelling en Scheemda en genoten van die spaarzame momenten samen. Tussendoor belden we eens per week (vanwege de kosten..) en schreven we elkaar brieven waarin we onze belevenissen vertelden en deelden we het verdriet van het missen…

Facetime, Skype, WhatsApp of een eigen mobiel was nog een ver –van- ons- bed –show.

En toen schreven we drama. Het ging ‘uit’. Het sprookje was uit tussen Romeo en Julia, de harde werkelijkheid van het leven haalde ons in en ieder ging zijn eigen weg. Kapot was ik er van en alleen met mijn verdriet liep ik langs de vloedlijn van het Noordzee strand, boos op alles en iedereen want ik wist dat dit niet zomaar kalverliefde was…

Maar het leven ging door en ook dit kreeg een ‘plekje’, maar het bleef sluimeren.

Ruim dertig jaar en vele hoofdstukken later beginnen we aan een nieuw hoofdstuk. We vonden elkaar weer. Het was geen jeugdliefde, nee, het was echte liefde en dat sterkte ons. Natuurlijk waren de opvolgende jaren heftig maar ze waren ook weer mooi omdat we elkaar kracht gaven om door te zetten. En wij niet alleen aan elkaar, ook de mensen om ons heen braken door hun plafond en steunden ons waar nodig. En dan onze kinderen. Verschillende karakters die dankzij wederzijds begrip, praten en nog meer praten, uiteindelijk onze situatie accepteerden waarna de rust de tijd kreeg en zich kon nestelen in ons verhaal, ons boek.

Nu, halverwege het jaar 2017, werk ik nog twee dagen in Den Haag en de overige dagen in Groningen. Mijn nieuwe werkgever gunt mij, een 50 plusser die maar steeds afgewezen werd, een nieuwe kans en die pak ik met beide handen aan. Zijn enthousiasme voor zijn bedrijf heeft mij doen ontwaken, mijn gespreide bedje in Den Haag zal ik langzamerhand achterlaten want soms moet je uit je comfortzone stappen.

En geloof me, dat werkt verdomd verfrissend!

Mijn flat staat te koop en zodra deze verkocht is mag ik gebruik maken van de gastvrijheid van een goede vriend in Stompwijk. En zodra mijn werkzaamheden in Groningen echt op gang komen zal de toekomst zich helemaal gaan richten op het Noorden. En dat zijn weer allemaal nieuwe hoofdstukken voor mijn boek! Hoofdstukken welke wij als samengesteld gezin de komende dagen, weken, maanden en jaren zo goed als mogelijk proberen in te kleuren. Door samen te genieten, te gunnen en te plezieren.  

Want daar draait het immers om in het leven.

 

 

 

 

Klus bezigheden

Dit weekend was er voor mij geen strand of verkoeling op een lekker terrasje langs het water. Nee, er moest geklust worden! Om precies te zijn in mijn Leidschendams flat. Heel slim om dat te plannen in het tot nu toe warmste weekend van het jaar…Eerder die week was ik ook al de klos want ik moest aan de slag in Winschoten, om precies te zijn in de voor- en achtertuin. Dat is het nadeel van twee woningen, je bent nooit klaar. Een gedeelte van de achtertuin moest bouwrijp gemaakt worden voor een brandhout-opslag. We hadden namelijk een partijtje hout op de kop getikt maar dat moest natuurlijk wel een droog plekje krijgen. En ondergetekende wist dat wel te bouwen. Tenminste, in mijn hoofd wist ik het wel maar de praktijk bleef beperkt tot het verwijderen van twee coniferen en een vierkante meter grind.

Ja, dat is al best veel!

Dan de voortuin. Daar kon ik niet onderuit want mijn geliefde had een afspraak gemaakt met de overbuurman en zijn dochter. Zij hadden namelijk aangeboden ons te helpen met, daar zijn ze weer, de coniferen uit de voortuin te trekken. Deze groene afscheiding was al jaren een sta in de weg van onze tuin en naar ik begrepen heb waren er al Kamervragen over gesteld. Er zat niks anders op dan de schep in de grond te zetten alleen was een schep niet genoeg omdat de boompjes behoorlijk geworteld waren.

Daarom namen we de hulp van ‘de annerkaant’ van harte aan!

Dinsdagmorgen kwam Sandra, de dochter, op haar Shibaura ST 320 trekker mét maxi loader. Dat is geen kattenpis maar het serieuzere werk en geloof me, ik was diep onder de indruk toen dit stoere wichie de straat in kwam rijden. De trekker werd in positie gezet en vervolgens stapte ze op het kraantje wat achterop de trekker gemonteerd zat. Ze bespeelde de joysticks van de kraan alsof het een piano betrof, ondertussen geconcentreerd luisterend naar de aanwijzingen van haar vader. Een uur later lagen de coniferen op straat en reed ze weer huiswaarts. Haar vader gooide nu een bladblazer op zijn rug en blies al het verloren zand van de wortels weer keurig de tuin in.

Toch wel handig, die dingen…

Vervolgens gingen we een aanhanger halen om het groen af te voeren en tegen de middag was de operatie Voortuin achter de rug. Ik was dus mooi op tijd voor mijn middagdutje. Mijn geliefde appte nog hoe ver we waren waarop ik terug appte dat we goed op weg waren… En legde mijn vermoeide lichaam ter ruste op de bank en droomde ik weg met alle indrukken van die dag (ochtend..).

Afgelopen weekend moest ik dus aan de bak in mijn flat. De klus bestond voornamelijk uit verfwerk. Vrijdag was ik al begonnen met schuren en daarna kon ik eerst gaan schoonmaken want alles was wit geworden van de stof. Zaterdag nam ik eerst de voordeur onder handen en zondag was voor het grovere werk, de muren witten. Op een gegeven moment had ik zo de smaak te pakken dat ik ook nog even de helft van de woonkamer meenam in mijn strijd, van bruin naar wit.

Het zag er ineens een stuk frisser uit!

Klaar is het nog niet. Er wachten nog enkele deuren die nu blauw zijn. Volgens mij was dat een populaire kleur in de jaren ’80… Tijdens het schuren kwam de kleur oranje tevoorschijn. Dat was volgens mij een populaire kleur in de jaren ’70…

Ja, tijdens het verven van een huis kan je een behoorlijke geschiedenis tegenkomen. Maar ook tijdens het tuinieren want die Groningse coniferen zijn er ooit ingezet omdat ze toen in de mode waren. Tijdsbeelden die onze levens doorkruisen, tijdsbeelden die ons klussers altijd bezig zullen blijven houden. Want voordat je het weet is de klus die je met bloed, zweet en tranen uitgevoerd alweer zijn tijd voorbij en moet je weer aan de slag. Het is de onrust van heden ten dage en die onrust moet gestild worden. Die kleur op de muur, dat behangetje of het schuurtje in de tuin. Alles is aan verandering onderhevig en dat is het lot van de klusser. Ben je handig of zelfs een beetje handig dan hoef je je nooit te vervelen, dat heb je direct een hobby. Dat is ook de reden van het bestaan van al die klusprogramma’s. En het bestaan van al die bouwmarkten. Een walhalla voor sommigen. Daarom worden we overspoelt met klusprogramma’s en worden de meeste bouwmarkten heilig verklaard. Vroeger ging je naar de kerk in het weekend, nu naar de bouwmarkt.

Klussen is niet zo mijn ding maar ook ik ontkom er niet aan. Toch was ik gisterenavond zo trots als een aap met zeven staarten na het klaren van de klus. Toen ik aan het begin van de avond, na een langdurige koude douche weer fris en fruitig achter mijn computer ging zitten, beloonde ik mijzelf met het schrijven van dit stukje.

Zo heeft iedereen zijn eigen hobby!

 

 

 

 

Ode aan mijn moeder

Bevrijdingsdag is voor mij onlosmakelijk verbonden met de verjaardag van mijn moeder. Vandaag is ze 88 jaar geworden, een leeftijd om trots én zuinig op te zijn en dat ben ik dan ook. Helaas kunnen we haar niet persoonlijk feliciteren en daarom schrijf ik nu deze ‘ode aan mijn moeder’, om haar nogmaals duidelijk te maken dat ik zo blij ben dat zij mijn moeder is.

Vanmorgen hebben wij haar via de telefoon toegezongen. Halverwege zong zij al in volle borst mee, de schat.

Oké, fysiek is ze in topconditie maar geestelijk is ze soms wat in de war. “Vergeten gaat steeds beter!” roept ze dan lachend. Humor is nu eenmaal een rode draad in haar leven. Maar voor haar is het ook een daad van verzet, verzet tegen het vergeten want het is zonde om alles wat achter je ligt niet meer te kunnen herinneren. En als 88 jarige heb je veel herinneringen, leuke en minder leuke herinneringen die het leven zoveel kleur geeft en gegeven heeft.

Geertruida Smit, geboren 5 mei 1929 te Zaandam als dochter van Piet Smit, een bekende Zaanse beurtschipper en Maria Jansen. In de volksmond gewoon Truus. Of Trui, zo noemt mijn vader haar met regelmaat. Ze was zus van Tiny, Riet, Wim en Arie, inmiddels allen ons ontvallen. Ze was 11 jaar toen de 2e Wereldoorlog begon en heeft die tijd bewust mee moeten maken. Tot haar grote spijt. Ik weet nog goed dat ze elk jaar rond deze tijd alles verafschuwde wat te maken had met de dood en verderf die die oorlog ons heeft nagelaten.

Ze ziet liever de zon schijnen en heeft een hekel aan regen en storm.

Na de Lagere School doorliep ze de MULO en daarna werkte ze als administratief medewerkster en loketbediende op De Lichter, het (drijvende) kantoor van haar vader. Haar moeder, mijn oma, deed het huishouden en in mijn herinneringen was het een hele lieve, zachtaardige oma. Mijn moeder leerde mijn vader kennen toen ze met vriendinnen in de bus op vakantie naar Duitsland ging en enkele jaren later vestigden ze zich op Terschelling alwaar mijn vader ging werken bij zijn Oom, Regnerus van der Zee, eigenaar van Aannemingsbedrijf Van der Zee. Mijn moeder voedde ons op en werkte zo nu en dan bij Ben de Jong, de voorloper van de Blokker in Midsland.

Fietsen is haar hobby. Elke dag weer een ‘slag om West’. Even naar de keurslager en de Hema en daarna ergens een espressootje met een glaasje water. Zes dagen per week. 72 kilometertjes per week, ruim 3700 kilometerjes per jaar. Behalve als het ‘klote weer’ is. Daar wordt ze dan flink chagrijnig en onrustig van.

Toen ik aan de wal ging wonen belden we wekelijks. Zoiets als het wekelijkse gesprek met de minister president maar dan anders. Want zij wilde op de hoogte blijven. En ik ook.  We belden dan op maandagavond want dan was mijn vader naar de zangclub. We zaten dan zo een uur weg te lullen en hadden het over het van alles en nog wat. Bijvoorbeeld over de nieuwste plaat van Boudewijn de Groot of ze vertelde dat ze s’nachts, als ze niet slapen kon, op de dijk ging liggen om naar de (volle) maan te kijken. Want ze was gek op de maan en gek op het eiland waar ze op mocht wonen sinds ze met mijn vader ‘ging’. Inmiddels gaan ze al bijna 59 jaren met elkaar. Ze begonnen op Striep, toen naar ’t Achterom en de Westerdam te Midsland en nu op Kinnum. Ze is moeder van 3 kinderen en Oma van 8 kleinkinderen en één Bonus-kleinkind.

Een gevuld leven van hard werken, opvoeden, een huishouden runnen en mijn vader bijstaan als echtgenote van een ondernemer. Zij was de gastvrouw als er iets te vieren was op de zaak en mengde zich moeiteloos tussen de medewerkers waarmee ze altijd veel lol kon trappen. Doordeweeks stond stipt om 12 uur het warme eten op tafel want dan kon mijn vader daarna nog even een dutje doen. Tussendoor wandelde ze vele Brandaris wandeltochten met haar kroost en later, toen ze te oud werd om zelf te lopen, ging ze op post staan om te stempelen. Met een trommeltje dropjes voor de jeugd. Thuis had ze ook altijd zoetigheid liggen en als de kinderen dan weer eens op het nest kwamen werd menig snoeppotje gezocht, gevonden en leeg gevreten. Gebleken is dat dit niet slim was want ik ben nu te zwaar. Mijn moeder niet want die fietste dan gewoon een extra ‘slag om’. Bewegen is minder wegen, het zou een motto van haar kunnen zijn.  En ze was altijd te vinden in de gymzaal in haar zwarte gympak, bij Eendracht Doet Overwinnen. Op latere leeftijd, als eind zeventiger begin tachtiger, gaf ze gymles aan de bejaarden….

En toen bleek ineens dat ze een sporthart had en kreeg ze een pacemaker. Inmiddels alweer tien jaar geleden. De artsen snapten er niets van wanneer ze mijn moeder voor het eerst in de wachtkamer kregen: “Mevrouw, u geboortedatum…klopt dat wel? Dat was dus voor haar een bevestiging en tevens de kers op de taart na al haar inspanningen.

Achtentachtig jaar mamsie. Wat een prachtige leeftijd. Vandaag vier je het met je geliefden en wij nemen er vanavond een borrel op. We proosten dan op jouw leven en hopen dat je nog vele jaren onder ons mag zijn in goede gezondheid. En ja, het vergeten gaat steeds beter maar wij helpen je wel de herinneringen te bewaren. Dit is een klein eerbetoon aan jou, van je zoon die je het langst bij je gedragen hebt zoals je dat laatst wist te herinneren.

En ja, ik was soms een dwarsligger maar ik kan het niet vaak genoeg zeggen, je bent een moeder waar wij, je kinderen, ontzettend trots op zijn!

Normen en waarden?

‘Rachel Hazes op psychiatrische afdeling ziekenhuis.’ Schreeuwde een kop in het Algemeen Dagblad mij toe. Ik scrolde snel verder omdat ik totaal geen behoefte voelde om de geestesgesteldheid van deze zonnebank geroosterde dame te volgen.

Er zijn wel belangrijke zaken op de wereld. Oké, waarom lees ik dan het AD, moet ik mij dan niet alleen beperken tot de Volkskrant, Trouw of het NRC? Ach, die doen er ook aan mee want anders leest niemand de krant meer. Daardoor weten we alles van BN’ers. We weten wanneer ze het gedaan hebben, wanneer ze hét gaan doen, met wíe ze het doen, met wie ze het gaan doen en vervolgens krijgen we ze s’ avonds ook weer te zien bij DWDD, RTL Late Night en Pauw. 

Daarom dit stukje, voor het geval je het gemist hebt. Verderop lees ik dat ene Bram Bakker, psychiater van beroep en regelmatig te zien op de TV, vermoedt (!) dat mevrouw Hazes er ernstig aan toe is. Ik check direct al mijn media apps of Gerard Joling zijn menig al geventileerd had maar die was druk, zat te lunchen bij onze koning en werd bediend door maar liefst vier lakeien!

De wereld staat ondertussen zo’n beetje in brand maar acht, Christus moest ook aan het kruis genageld worden dus een beetje ellende zijn we onderhand wel gewend,toch? Daar moeten we maar mee dealen.

Ik vraag mij wel steeds af waarom die BN’ ers steeds in het nieuws komen en na enig onderzoek weet ik hoe. Er zijn namelijk mensen die, zodra ze een BN’ er zien, fotograferen of gaan volgen tot er iets onoorbaars gebeurt en dán fotograferen. Of filmen, dat is nog geiler natuurlijk. Die mensen noemen zich journalisten of het zijn gewoon mensen zoals jij en ik. Die laatste groep wordt ook aangemoedigd foto’s en filmpjes op te sturen naar obscure krantjes of televisieprogramma’s en die beloningen zijn niet mis.

Net als bij ongelukken op straat of bij branden. Zo leuk!

Dankzij al die filmpjes en foto’s weten we nu dat Humberto en Dionne iets hebben met elkaar. En we zijn dan weer verontwaardigd waarom RTL Boulevard daar eerst niets over zei. Vervolgens gaat de gierput open en stapelen de meninkjes zich per tweet op. In dat straatgevecht gaat het erom wie van de twee het slechts is: Humberto omdat hij getrouwd is of Dionne want van getrouwde mannen (en vrouwen) blijf je af. Dat laatste snap ik niet want hoe kan iedereen dan scheiden? Je moet eerst trouwen om te kunnen scheiden toch? Dus per definitie gaat de vlieger van ‘je blijft van getrouwde mannen/vrouwen af’ niet op.

Maar kennelijk willen we dit alles. Want nadat de eerste roddelratten het privé leven van deze twee mensen openbaar maakten zagen we ook de kijkcijfers van RTL Late Night omhoog schieten. De reden? Misschien gaat Humberto er wel iets over zeggen in zijn eigen talkshow! En dan de teleurstelling als hij er niks over zegt. Dan gaan ze hem weer afbranden en zorgen oogkleppen ervoor dat mededogen, naar de kinderen bijvoorbeeld, ver te zoeken zijn. Jij, Humberto, bent van ons omdat we jouw kop elke dag op TV zien en wij jouw hebberige reclame gespuis voorzien van kijkcijfers die juichend hun zakken vullen.

Sterker nog, het is een complot tegen de menselijkheid! Met John de Mol als hoofd van al die Farizeeërs. Die heeft nu ook SMS 6 erbij gekocht dus het wordt één grote orgie van televisieprogramma’s waarin het aller slechtste in de mens naar boven komt. En de publieke omroepen raken er ook al mee besmet want daar zag ik van de week een programma waarin je moest raden of een vrouw, kennelijk voor veel geld omgekocht om mee te werken, zwanger of gewoon super dik was. Ze was niet zwanger… Dat was grappig zeiden de verantwoordelijken van de zender, KRO/NCRV geloof ik. En zo maak je het bespreekbaar… De emancipatie van de vrouw, obesitas en niet zwanger kunnen worden omdat steeds meer mannen lui zaad hebben omdat ze te weinig bewegen.

Het wachten is nog op de beelden van live onthoofdingen door IS op een van onze zenders. Of van kinderen die schuimbekkend door saringas naar adem happen. Och ja, dat laatste konden we van de week al zien in de Journaals, weliswaar werd men gewaarschuwd maar dat maakt juist nieuwsgierig. En dat weet John!

En toch maken we ons allemaal zorgen over de teloorgang van onze normen en waarden. Ruim 85 % van onze bevolking deelt die mening. Daar zitten dan ook onze nieuwe Medelanders tussen. Dat snap ik want zij zien de haat groeien. Haat die door enkelen steeds weer opnieuw gevoed worden. Neem die twee mannen die hand in hand in Arnhem liepen en vervolgens in elkaar geslagen werden. Direct wordt er weer gewezen naar onze ‘kut-Marokkaantjes’ omdat het bepaalde mensen errug goed uitkomt. Toen ik in eind jaren ’80 in Den Haag kwam wonen hoorde ik ineens over ‘poten rammen’. Bleu als ik was, ik kwam immers van een eilandje, vroeg ik wat dat was. Lachend vertelde men (blanke, ruwe bolsters, ruim ouder dan de 14 jarige daders in Arnhem) dat ze na het stappen met zijn allen het Haagse Bos ingingen om mannen in elkaar te slaan die in elkaars broeken zaten te friemelen.

Want dat was grappig.

Later heb ik in menig voetbalstadion gezeten waar iedereen uitgescholden werd voor homo en weer wat later, voor kanker homo. Ja, we zijn zó ontzettend tolerant voor mannen en vrouwen die een andere voorkeur hebben dan de onze…..

Helaas moet ik de conclusie trekken dat we dat niet zijn. Natuurlijk, uitzonderingen zijn er altijd op de regel maar laten we niet hypocriet gaan doen omdat het ons nu effe goed uitkomt. Dus geloof een Thierry Baudet niet als hij zijn strijdmakker Theo Hiddema op straat kust ter ondersteuning van de homo’s onder ons want die Thierry schrijft via een achterdeur heel erg slecht over vrouwen. Maar die kus kwam hem nu goed uit. de Judas!

Normen en waarden krijg je pas als je ze zelf uitdraagt.

Dus als je Rachel Hazes op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis ziet dan neem je dat ter kennisneming aan. Bedenk desnoods dat ze vermoedelijk de verkeerde gang ingelopen is. En als je zo graag foto’s en filmpjes wilt maken, maak ze dan van je eigen omgeving. Van je kinderen, van de vogeltjes die druk doende zijn de lente te laten ontluiken of van je geliefde!

Delicate kwestie…

Daags na de verkiezingen sprak ik een oude kennis van mij. Ik kwam hem tegen in de drogisterij waar ik net allerlei aanbiedingen gehaald had om mijn voorraadkast te vullen en mijn portemonnee te sparen. Drie halen/ twee betalen, je kent het vast wel. Toen ik hem zag viel het mij op dat hij wat moeilijk liep, een beetje gammel. Net als kinderen doen als ze in hun broek gescheten hebben. Bij mij rees de vraag wat er aan de hand was met hem want we zijn immers even oud en ik loop er toch wat parmantiger bij dan hem. En ja, niet iedereen is hetzelfde maar als 53 jarige behoor je volgens mij nog niet tot de categorie ‘oud & gebrekkig’.

Ik sprak hem aan en legde mijn boodschappen, tandpasta, gel en douche-gel in het vak met leesbrilletjes zodat ik hem de hand kon schudden. Hij legde de zijn boodschappen ernaast, een pakje maandverband. Er was even een feest van herkenning maar zijn gezicht betrok met dezelfde snelheid in een pijnlijke grimas. Na het uitwisselen van allerlei koetjes en kalfjes durfde ik het dan toch te vragen:

“Waarom loop je zo raar?”

Hij zuchtte. “Tja…Wil ik dat wel vertellen..Het ligt nogal gevoelig namelijk.” Ik schrok me rot, begon hem direct te overladen met excuses want ik wilde hem niet voor schut zetten hier tussen de leesbrilletjes en de snoephoek. Toen grijnsde hij even en sprak geruststellend toe dat het nou ook weer niet zó erg was. Hij vervolgde: “Ik ben geholpen aan mijn… euh… euh…Knikkerzak!” Mijn grijze massa vertaalde het direct, wij mannen weten dan gewoon direct waar het over gaat. Bij vrouwen noemen ze die zone ook wel kippenhok, hoef ik niet uit te leggen toch?

Een tsunami van medelijden voelde ik over mij heen komen. Dit was een gevoelig onderwerp in de categorie Code Rood, dit gun je geen enkele man toe, zelf Thierry Baudet niet. Ik wilde hem eigenlijk direct aan de borst drukken maar kon mij op het laatste moment nog nét beheersen. “Kom”, zei ik, “we gaan even een bakkie doen aan de overkant…Of beter, we pakken effe een biertje!”

Nadat we beide afgerekend hadden, het meisje aan de kassa deed heel discreet dus zonder te vragen zijn boodschap direct in een tasje terwijl ik het zonder tasje moest doen,  liepen we naar het café aan de overkant. Aan zijn gezicht te zien was hij opgelucht, opgelucht omdat er iemand naar hem luisterde en van kruin tot teen begrip toonde. We gingen achterin het etablissement zitten aan een twee persoons tafeltje zodat we geen last hadden van mee-luisteraars. Na geproost te hebben op het weerzien van elkaar stak hij van wal.

“Ja man, ik kreeg steeds last met fietsen, net alsof er een naald in mijn zakie gestoken werd. En op een gegeven moment begon het steeds dikker te worden en dat voel je hoor! Maar goed, na maanden van uitstel en smoesjes dan toch maar eens naar de Uroloog. Dat was ook weer een rare gewaarwording, een vent die aan je zaakje zit met rubber handschoenen…”

Het zweet brak mij uit, deze man heeft het echt niet makkelijk gehad.. Ik bestelde een portie bitterballen plus nog twee lekkere Belgische biertjes. Dat had hij wel verdiend.

“Ik moest geopereerd worden. Niet even onder plaatselijke verdoving maar compleet zeg maar. De ontsteking moest er in het geheel uitgesneden worden, uit de wand, en dat was geen probleem want we spraken hierover een ‘rekbaar’ gebied. Pfff…hoe komen ze er op! Afgelopen woensdag was het dan zo ver, toen iedereen wat te kiezen had. Nou, ik had niks te kiezen, ik moest met de billen bloot en kreeg een blauw schort voor! En dan natuurlijk allemaal zusters aan mijn bed die, fluisterend, mijn situatie uitlegden aan hun collega’s. Dan denk ik weer dat ze dat later, in een van hun zeldzame pauzes, nog even lachend nabespreken. Toch verscheen er tussen al dat vrouwengeweld toch nog een man aan mijn bed, de anesthesie-verpleegkundige . Hij hing mij aan het infuus en ik voelde dat hij met mij meevoelde. Hij bracht mij vervolgens naar de OK en ondertussen bespraken we wat voetbalzaken en de verkiezingen. In de operatiekamer werd ik niet warm ontvangen, het was er ontzettend koud maar dat hoorde erbij zei mijn broeder. Toch maakte ik mij zorgen want elke man weet dat kou en mannelijkheid niet echte vrienden zijn van elkaar…Straks moeten ze het daaronder warm föhnen omdat ie in zijn schulp gekropen is!”

Ik hoorde hem ademloos aan. Wist niks te zeggen en voelde mijn hart kloppen in mijn keel. Deze man heeft het niet makkelijk gehad, man man, hij is door een hel gegaan!

De onfortuinlijke ging verder met zijn relaas: “De anesthesist gaf mij een ruggeprik en korte tijd later voelde ik het warm worden. Ik schrok want ik dacht eerst dat ik spontaan incontinent geworden was maar het was, gelukkig, enkel de verdoving. Vanaf mijn navel tot aan mijn tenen voelde ik niks meer. Ik vroeg mijn maat die achter mij stond of hij mijn knieën even plat wilde leggen want die waren nog opgetrokken en dat was een vermoeiend standje. Hij begon te lachen en legde mij uit dat ik gefopt werd.” “Toen wij je prikten moest je toch voorover bukken en daardoor trok je ook je knieën op. En dat plaatje blijf je onthouden.”

Na een korte plaspauze vervolgde hij weer zijn verhaal. “Op een gegeven moment kwam de Uroloog binnen en hij gaf mij een hand. Ik keek op en keek in een paar schitterde ogen!”

“Hè?” was mijn reactie…

Hij lachte. “Het was niet die kerel die mij onderzocht had, het was zijn vrouwelijke collega.” “Maar het interesseerde me ook niet meer, ik was kennelijk onder invloed van de narcose of zoiets. En zo’n operatie, ach, dat was best te doen. Na een half uurtje lag ik op de uitslaapkamer en kreeg ik een raket. En daarna een katheterisatie. Dan gaan ze met een slangetje in je..”

“Stop!” zei ik. “Ik hoef niet alles te weten! Man, ik heb echt met je te doen. Zit iedereen zich druk te maken over de verkiezingen, over dat Dion Stax zo voor schut stond tijdens de verkiezingsavond en zijn er alweer complottheorieën over stembusfraude…. Dat is toch niets met wat jij allemaal door moet maken?!”  

“Ja, ach, het is achter de rug. Fysiek heb ik het nu wel onder controle maar geestelijk kreeg ik het te verduren. Dat ik nu met maandverbandjes in mijn onderbroek rondloop maakt mij al niet meer zoveel uit, dat zie je toch niet, maar het zijn de vrouwen om mij heen. Mijn eigen vrouw noemde mij een ‘zeurzak’ en haar vriendin rolde tuimelend ons huis binnen nadat ze bedacht had mij voortaan meneer Wijdbeens te noemen…Niks empathie. En ze vertellen het ook gewoon aan iedereen, zonder schaamte maar wel met een dikke laag leedvermaak. Tenminste. Zo voelt het.”

Hij stond ineens op en gaf mij een klap op mijn schouder. “Fijn dat je mijn verhaal even wilde aanhoren. Maar ik moet nu echt weg want ik ben bang dat ik aan het lekken ben…alcohol verdunt het bloed hé…Groetjes en tot gauw, hopelijk in betere tijden!”

Ik keek hem na en voelde me zwaar klote….

Zint eer ge begint

Er komt weer een nieuw koningslied. Toen ik dat las dacht ik eerst aan een goede grap van een hele slechte cabaretier maar niets was minder waar. Het was echt. Ik snap het ook wel weer. We zijn in dit landje zo enorm heftig op zoek naar onze eigen identiteit dat we dit soort fratsen bedenken om ons zelf en de omgeving te overtuigen dat wij een eigen identiteit hebben. Dat viel mij al eerder op want alle televisieprogramma’s begonnen ineens het woord ‘Holland’ of ‘Nederland’ in de titel te gebruiken. En onlangs, als kers op de taart… toen onze minister-president al co-presentator van het tv programma Goedemorgen Nederland opende met: “Goede morgen landgenoten!”

Uiteraard met een glimlach want dat doen optimisten namelijk altijd, zo leerden we dat in de afgelopen weken willen we de spotjes en debatten geloven. Maar nog niet zo lang geleden was het een beladen woord want was het niet drs. Hans Janmaat, fractievoorzitter der Centrum Democraten, die zo zijn zendtijd voor Politieke Partijen startte? De man die door menigeen verfoeid werd vanwege zijn uitermate heftige en racistische uitspraken, die man die doodgezwegen werd want zo zat ons gedachtegoed niet in elkaar. Want wij, Nederlanders, waren immers tolerant en een voorbeeld hoe je op deze wereld met elkaar om moet gaan!

Ik voelde mij daarom niet aangesproken. Ik wilde alleen even het journaal zien en stuitte toen op dit super irritante stompzinnige programma. Ja, de presentatrices zien er mooi en gelikt uit maar die alsmaar terugkerende cliffhangers brengen mijn geestelijk gestel onnodig schade toe. En ik wil voorkomen om straks beticht te worden als ‘die verwarde man’, want daar lopen er al genoeg van rond en het neemt alleen maar toe omdat de wereld gek aan het worden is.

Waarom worden we gek? Omdat we verdrinken in meninkjes en het allemaal beter weten. Dat mag, dat heet vrijheid van meningsuiting, maar, zoals ik al zo vaak gezegd heb, gaat het om de toon van de boodschapper. We zijn wat het brengen van die meninkjes bepaald niet allemaal even muzikaal.. Zou dat de reden zijn dat sommige politici terug in de tijd willen? Neem bijvoorbeeld Thierry Baudet van de Forum voor Democratie. Hij zat bij de EO zijn wens uit te spreken dat op alle scholen het Christendom weer onderwezen moet worden. Godsdienst les noemden we dat. Kennelijk denkt hij een afgezant van God te zijn die in de vorm van een bekakte politicus naar onze Aarde gestuurd is. Want Onze Lieve Heer maakt zich zorgen want onze kerken lopen leeg en de Islam wint steeds meer terrein. Misschien wel omdat moslims nog niet zo welvarend zijn als wij en wel tijd vrij maken om hun geloof te belijden. Sommige politici of leiders van splinter partijtjes pakten dit op en gingen er mee aan de haal. Maar de grondlegger, Onze Lieve Heer, dacht daar er toch echt heel anders over maar het is maar net hoe je Zijn woorden interpreteert: voor eigen gewin in dit geval, net zoals de heer Wilders de Koran negatief uitlegt waardoor er nog meer zieltjes doelloos als zombies achter hem aanlopen.

Want het is zo lekker om je eigen ontevredenheid op anderen af te reageren!

Dik dertig jaar geleden kreeg ik nog net het laatste staartje van Godsdienstles mee. Het was toen al een uitstervend vak want men was bezig met de beschaving en de daarbij horende welvaart. Er was geen ruimte meer voor en we kregen het steeds drukker. De tol van de welvaart. Geen tijd meer voor boswandelingen maar lekker shoppen in het winkelcentrum. Je raakt het spoor dan inderdaad bijster als je het allemaal niet meer bijhouden kan. Plus daarbij opgeteld de vele schandalen die onder de kerkbanken vandaan kwamen, de ontzuiling ging niet meer gepaard met een zachte hand maar met een sloopkogel.

Toch hoort dit erbij. Ons hele leven is aan veranderingen onderhevig. Daar kun je niet onderuit, je wordt meegezogen want je wilt de voordeeltjes ervan niet missen. Toch? Neem bijvoorbeeld het Sinterklaasfeest. Dat is nu populair (zachtjes uitgedrukt…) omdat het door populisten omarmd werd maar in de jaren ’90 werd het feest uitgespuugd, het was oubollig en zwaar ouderwets. En vervolgens werd de Kerstman omarmd. Gewoon cadeautjes onder de (kunst)kerstboom, het liefst zo duur mogelijk en daarna vreten tot uiteindelijk de hele familie onderuit gezakt zat op de bank. Om gezamenlijk naar Scrooge te kijken. Of naar Home Alone 8.

Wat nou Nederlandse identiteit!

Maar ik vond het wel dapper hoor, dat lavendelsnuiver Baudet bij de EO zieltjes aan het winnen was. Hij is een stuk stoerder dan Wilders. Want die wilde campagne voeren in het dierenasiel. Daar wachtte hem immers geen tegenspraak, hooguit een klagelijk gemiauw of een woeste blaf. Wat ik ook vreemd vond was dat dit al daags ervoor aangekondigd werd terwijl er toch wat herrie was met een van zijn lijfwachten. Je zou dan toch aanraden om de agenda niet teveel openbaar te maken. Of was dit bewust gelekt, om zieltjes te winnen bij alle dierenliefhebbers? Die smelten immers bij het zien van elk zielig dier. Hij ging uiteindelijk niet omdat het asiel het toch niet zo’n goed idee vond en er waren al mensen die ‘114, red een dier’ gebeld hadden vanwege zijn komst….Dus zelfs geen debat in het asiel.

Hoe dan Geert???

Jules Paradijs, ja die ooit de Telegraaf bestierde, zat bij een WNL programma te klagen over de nieuwe minister van Justitie, Stef Blok. Had deze man dan iets niet goed gedaan, vroeg ik mij af, begint het gelazer opnieuw? Nee, er was gewoon niks te melden maar Paradijs had wel wat te melden: “Die man is onzichtbaar, je hoort of ziet niets van hem!”

Misschien omdat hij gewoon zijn werk goed doet Jules!

Eigenlijk zijn wij allemaal verwarde mensen. Dit is niet meer uit te leggen aan de rest van de wereld en dat is ook de reden dat Nederland volop in de schijnwerpers staat. Ik snap dat mensen met hun gevoel gaan stemmen woensdag maar ik raad ze toch aan het met hun volle verstand te doen. Doe het desnoods zingend, en zing dan voor mijn part onder de noemer het doel heiligt de middelen de eerste strofe van Het Lied voor de Koning (mits hij niet huilend asiel aangevraagd heeft in een Koningsliedvrij buitenland….)

‘Lang zal hij leven, gelukkig en goed

Dan doen wij ook met wat durf en wat moed

Hoe we ook onderling allen verschillen

Ieder kan helpen bij wat wij graag willen

Dan is er niemand meer werk’lijk alleen

Eén voor ons allen en allen voor één’

Prestatie

Het zat er aan te komen. Al maanden waren we aan het sparen en op een gegeven moment komt dan die dag. Want dan is het doel bereikt. De gedachte alleen al, dat die dag zou komen, deed mij het dun uit de broek lopen….
Natuurlijk was het sparen leuk en het gaf ook enorm veel voldoening om bij de kassa het zo effe in een split second af te tikken, (of teleurstelling omdat je het gespaarde bedrag ineens ingeleverd moet worden…) maar in mijn geval had het doel een staartje en in dat staartje zat nu juist het probleem.
Want we moesten ervoor naar de Groninger vestiging van die Zweed, Ingvar Kamprad Elmtaryd Agunnaryd, kort door de bocht ook wel Ikea genoemd…
Mijn geliefde had namelijk bedacht dat wij een wandmeubel nodig hadden. En haar oog was gevallen op een Zweeds model, Billy of Birk of Thore of Hasse…whatever..Ik hield mij gedeisd als ze weer op de Ikea- website zat te koekeloeren om uit te vogelen hoe de kast eruit zal komen te zien. Mijn mening was van minimale waarde want mijn geliefde had allang de keuze gemaakt, dat vormt zich in haar hoofd en over het algemeen ben ik het daar gewoon mee eens. Niet omdat ik een volgzaam type ben hoor, maar meer omdat mijn interesses elders liggen dan hoe de bank moet staan en welke kleur vaas er voor de ramen moet.
Op een mooie vrijdag kwam het onderwerp ‘kast’ weer ter sprake. Er was voldoende gespaard zei mijn geliefde en voordat ik er erg in had stemde ik ermee in om dan maar direct naar de Ikea te gaan. Niet om direct te kopen maar meer om het meubel wat te verkennen zeg maar. Tenminste, dat was mijn idee omdat ik mij voorgenomen had de zaterdag en de zondag wat schrijfwerk te verrichten. Een stief half uurtje later waren we er en ik dirigeerde mijn geliefde direct, met lichte dwang naar de kasten afdeling. Dus we lieten de leuke Sommar vaasjes, de handige (niet!) Bevara zakklemmen (Zakklemmen? Ja, zakklemmen!) en de Kvistbro bijzettafeltjes links liggen.
Geloof me, dat scheelde een hoop tijd!
Binnen vijf minuten hadden we onze kast gevonden en moesten we alleen nog kleur bekennen. Het werd zwartbruin. Vervolgens konden we op een computer de kast samenstellen want dan weet je hoe duur het wordt en welke onderdelen je nodig hebt. Van poten tot en met deurbeslag, alles moest jezelf samenstellen zodat jouw wensen ten optimale benut zouden worden. Pffffff…Ik werd al moe als ik eraan dacht. Kennelijk had mijn geliefde mij door toen ze achter de computer zat want ik gaf niet veel sjoege om haar mee te helpen. En dat bevestigde ze door ineens op te staan en even verderop een medewerker aan te spreken of hij ons kon helpen. Nou dat kon hij, mij totaal negerend omdat hij allang gezien had dat er bij mij niets te halen was, en even daarna klikte hij er op los en zag ik hoe er op het scherm een wandmeubel verscheen. Mijn geliefde was zeer onder de indruk van deze bebaarde, stoere Zweedse Handyman en ik stond er wat verloren bij, probeerde zo nu en dan ook wat te zeggen maar voelde aan alle haren op mijn hoofd dat er totaal niet naar mij geluisterd werd.
Verdomme, waarom heb ik nou niet de genen van mijn vader meegekregen. Die heeft twee rechterhanden en bouwde daar huizen mee alsof het Lego was. Maar ik heb daar niks van meegekregen, zelfs geen pink! En ik had ook geen Lego als kind…
“En alles is op voorraad!” wist de Zweed te vertellen en mijn geliefde kon zich nog net inhouden en een omhelzing te voorkomen. “Daar gaat mijn vrije weekend..” verzuchtte ik maar er was toch niemand die luisterde. Niet veel later werden de benodigdheden ook nog even geprint en hoefden we alleen nog maar het magazijn in om alles bij elkaar te zoeken. Zó handig, achter elk voorwerp stond het stelling en vaknummer dus binnen no time stond het spul op de kar. Even later lag alles in de auto en reden we terug naar huis. Ik was mentaal nu zo ver dat ik ervoor zou gaan. Als een echte man zei ik haar dat we de volgende dag op tijd uit bed zouden gaan en dat we samen, ja samen, de aanval zouden openen op de handleiding van BESTÅ, dat was de naam van de kast. “En als ik wat fout doe dan doe ik dat niet expres en dan noemen we het gewoon een vergissing!” dekte ik mij in. “En als we elkaar aanspreken dan doen we dat zo rustig als mogelijk en niet met een bepaalde toon..”
Mij geliefde ging direct met alle voorwaarden akkoord en ik begon vol zelfvertrouwen de auto uit te pakken en zette direct alles gesorteerd op een plek in de huiskamer waar het niet in de weg zou staan.
De volgende dag begonnen we stipt om 9 uur en we werkten geduldig de plaatjes van de handleiding af. Ook gooiden we direct al het karton naar buiten zodat dit niet in de weg zou gaan liggen tijdens onze werkzaamheden. Mijn geliefde wilde eerst het ‘beslag’ nog keurig natellen en sorteren maar daar stak ik een stokje voor: “Het klopt toch nooit en je houdt altijd beslag over!” zei ik terwijl ik terugdacht aan de door mij in elkaar gezette meubeltjes in de afgelopen jaren. Want ons huis is onderhand behoorlijk Zweeds ingericht dus ik ben een ‘kenner’. Of ik een ‘kunner’ ben bestaan er in mijn omgeving nog best wel wat twijfels.
De dag verliep verbazingwekkend goed. Zo nu en dan een kleine oprisping maar die werd snel weggelachen of weggekust. Ik kreeg er zelfs lol in en mijn geliefde ook. Een dikke twaalf uur later stond de kast en ja, Vader Veldhuizen, de kast stond als een huis! Trots als een aap met zeven staarten vierden wij onze inzet van die dag tot diep in de nacht. En in de week erna herstelde ik nog even het Ikea TV meubeltje waar een plank verkeerd om in zat en ik zette nog even een ladekast in elkaar, helemaal alleen (!) en nagenoeg zonder handleiding.
Maar het aller, aller mooiste was toch wel de wetenschap dat ik nu voorlopig even niets meer hoef te bouwen. Waarom niet?
Omdat het spaarpotje leeg is!

Neem een parkiet!

Nadat ik de pan op het vuur gezet had om een restje zuurkool op te bakken, flikkerden buiten de een na de andere groene parkiet uit de lucht. Mijn eerste gedachte was dat ik nu op moest gaan letten want er dreigde gevaar! Dat wist ik nog van mijn geschiedenislessen op de Lagere School, daar leerde ik dat mijnwerkers altijd parkieten in een kooitje in de buurt hadden staan. Want die parkieten vielen spontaan dood neer als er levensgevaarlijke gassen vrijkwamen waarna de mijnwerker wist: Wegwezen!

Onderschat ik de parkiet? Of, met andere woorden, onderschat ik de natuur? Onderschatten wij de natuur? Ja, dat doen we. We proberen wel iets aan het milieu te doen, bijvoorbeeld door het afval een beetje te scheiden en schonere auto’s aan te schaffen. Later blijkt dan dat het afval uiteindelijk weer op één hoop ligt en dat die schonere auto’s gemanipuleerd worden, met andere woorden, we worden in de maling genomen. Niks rustig slapen, laat staan gezond weer op. Wij willen wel maar die lui die de (financiële) touwtjes in handen hebben willen niet. We moeten ook minder suiker naar binnen werken en ondertussen stoppen ze het zelf overal in, echt overal in. Zelfs in de potjes van Hak! Je moet dus niet de groenten van Hak hebben…. De sperzieboontjes kijken mij sindsdien treurig aan vanachter hun glazen wand, je ziet dat ze al die zoetigheid ook niet lekker vinden en zo waren we ook nooit opgevoed door sperziePapa en sperzieMama.

En dat in een tijd dat ‘zitten’ het nieuwe roken wordt. Was ik net gestopt met roken, loop (of beter gezegd ‘zit’) ik weer tegen een nieuw probleem aan. Want ik beweeg te weinig, sleep mij van stoel naar bank en van bank naar stoel. Natuurlijk vecht ik ertegen door zoveel als mogelijk de fiets te pakken of te gaan lopen maar of het helpt…merk er weinig van. Het is natuurlijk ook de tijd van het jaar. Januari. Februari…Depressieve maanden, ik heb er niks mee. Daarbij opgeteld de ontwikkelingen in de wereld, bijvoorbeeld in de ‘Verenigde’ Staten maar ook de ontwikkelingen in ons eigen landje maken alles nóg zwaarder. Want we weten inmiddels dat zelfs de aller slechtste scenario’s werkelijkheid kunnen worden, zie het Oekraïne referendum, zie de Brexit, zie de nieuwe president van de VS….Die persvoorlichter van Trump, Sean Spicer, doet mij trouwens aan iemand denken, namelijk aan Al Sahaf, die persvoorlichter van Irak tijdens de Golfoorlog. Die ontkende ook alles…

En zie onze eigen verkiezingen straks in maart…. We hebben de keuze uit maar liefst 28 politieke partijen waardoor het nóg moeilijker zal worden de juiste keuze te maken. Het waren er in eerste instantie 81 maar die hebben het, gelukkig, niet allemaal gered. Als dat wel zo was geweest had ik ook een partij opgericht: De Partij Tegen de Splinter-en Populistische Partijen! Trouwens, in de crisisjaren ’30 waren er 54 partijen aangemeld bij de Kiesraad. Toen waren er 100 zetels te verdelen (nu 150). Toen werden er groepen weggezet en nu weer. Toen brak er oorlog uit…Nee, ik ga nu te kort door de bocht, we zijn veel wijzer toch?

Over wijzer gesproken, ik heb de stemwijzer geraadpleegd maar het beantwoorden van de (slechts) 30 stellingen hebben mij nog niet kunnen overtuigen. Voor mij blijft het spannend tot in het stemhokje. En na de keuze zal een onzekere tijd aanbreken. Onzeker ja, want heb ik dan wel de goede keuze gemaakt? Komen door mijn stem andere partijen waar ik absoluut niet op zou stemmen, niet aan de macht? Ik heb wel eens eerder ‘strategisch’ gestemd en kwam daarna bedrogen uit.

Zal ik een parkiet meenemen in het stemhokje?

De Hema rookworst ziet er lekker uit en ik zet mijn nieuwe koksmes, bij elkaar gelikt met Appie Heijn zegeltjes, in de worst. Eigenlijk direct erna voel ik een enorme pijnscheut in mijn vinger, die vinger die ik vergeten was weg te halen om de worst op zijn plaats te houden. De snijplank kreeg er spontaan een rode blos van…

Zo zie je maar weer. Het gevaar in de wereld is dichterbij dan we denken/of wat ons voorgehouden wordt door een paar grote schreeuwers: het zit in ons eten, in onze pannen en onze messen. Dus ook maar voortaan een parkiet op het aanrecht!

En dan noem ik hem/haar Geert of Greet!

Detail

Mijn vaders vader, mijn opa dus, zou vandaag 116 jaar geworden zijn. Je begrijpt dat ik in de verleden tijd schrijf want hij is al jaren niet meer onder ons. Gisteren ben ik, herstel, mócht ik weer een jaartje ouder worden.

Er staan nu maar liefst 53 jaren op mijne teller!

Het leven moet je vieren zeggen ze wel eens maar ik had mijn geliefde al medegedeeld geen drukte van mijn verjaardag te willen maken. We hebben een behoorlijk heftige periode achter de rug en mijn schoonvader zit ook behoorlijk in de lappenmand en daarom zouden we mijn verjaardag sober vieren, het jaar is nog lang genoeg om leuke dingen te doen. En we waren weer lekker samen na twee weken gescheiden zijn van bed, bad en brood.

Toch wilde ze persé een taart bakken en ik mocht kiezen. Het werd de ouderwetse appeltaart (dus niet die van Rudolf of van de winnaar van Heel Holland Bakt!), ik vond dat het jaar maar eens gezond beginnen moest! Zaterdag ging ze die maken en ik ging aan de slag om het een en ander aan salades te maken voor de Nieuwjaarsborrel die we die avond bij mijn nieuwe werkgever hadden. Dat had ik aangeboden aangezien ik in een ver verleden het mooie vak van kok mocht uitoefenen. Maar ook omdat dit bedrijf groot gebleven is door hart voor de klanten te hebben en klein gebleven doordat we niet de pretentie hebben kapsones te krijgen. Niks geen gedoe met managers die na een zoveelste workshop of rollenspel de mensen op de werkvloer de les willen lezen…

Een heerlijk vooruitzicht!

Op mijn verjaardag schrokken wij om 10 uur wakker. Nou ja, dat viel ook wel weer mee, er zouden hooguit wat telefoontjes komen van familie en vrienden dus de schrik was onterecht. Ik trok rustig mijn joggingbroek, t-shirt en vest aan, poetste mijn tanden en startte vervolgens de beneden etage op: gordijnen open, koffieapparaat aanzetten, laptop aanzetten, koffiekopje onder het koffieapparaat zetten waarna het gekrijs van de koffiebonen mij wisten te vertellen dat ik zo aan een heerlijk vers bakkie kon lebberen en tot slot haalde ik een paar boterhammen uit de vriezer voor het ontbijt. Het verjaardag ontbijt! Nou, daar mocht ook wel een eitje bij. Ondertussen was mijn geliefde begonnen met haar ochtendritueel, douchen en aankleden en zette ik alvast het theewater op zodat we gelijk aan konden vallen aan het ontbijt.

Een dag zoals alle andere dagen.

Toch voelde ik regelmatig mijn gsm trillen: Facebook had kennelijk de wereld om mij heen kenbaar gemaakt dat ik vandaag jarig ben. Wijs als ik ben, hoe ouder je wordt hoe wijzer, liet ik het trillen links liggen en ging gewoon door met mijn bezigheden.

Totdat ik ineens getik op de ramen hoorde…

Nu was ik wel nieuwsgierig. Was het de Staatsloterij die ons de gewonnen Mini kwam brengen? Dat kon eigenlijk niet want ons Oudejaars lot, volgens traditie gekregen van mijn schoonvader, was nét niet het winnende volgens de lotchecker van deze oplichters…euh…van deze loterij. Driekwart van de deelnemers was daarover zwaar gepikeerd, sterker, ontzettend boos over geworden las ik in diverse media.

Het jaar begon dus weer goed! Iedereen was weer boos. Nadat we even samen gekomen waren dankzij Tijn kreeg Turkije alweer een aanslag te verwerken, werd Wendy boos op Youp en waren een heleboel mensen pissed-off omdat ze niet zeker wisten of ze nu wel of niet een prijs gewonnen hadden (kans om wat te winnen is 1 op 4,4 miljoen..)

Nu was ik zelf ook boos maar dat was vanwege de berichten over hoe jong en oud(!) brandweer, politie en ambulancepersoneel aanvielen. In mijn boosheid hierover bedacht ik ook direct de oplossing: de namen noteren en doorgeven aan al deze instanties. Zodra zij  zich in de komende jaren over een slachtoffer buigen van een ongeluk of andersoortig netelige situatie en vragen naar haar of zijn naam, eerst effe die naam checken in de ‘ik-viel-hulpverleners-aan’ checker. Bij een positieve uitslag de patiënt gewoon laten liggen, de spullen weer inpakken, opstaan en terugrijden naar de kazerne.

Ik keek recht in de ogen van mijn vader! Ik wreef mijzelf nog eens in de ogen want ja, mijn vader woont hier dik 4 uur reizen vandaan, een prima reden om een verjaardag even te vieren via een telefoontje of een Appje. Hij tikte nog eens op het raam en toen drong het pas echt tot mij door. Terwijl ik naar de voordeur rende riep ik nog gauw even naar boven: “Wist jij hiervan af?”

Toen ik de voordeur wijd open gezet had keek ik recht in drie lachende, zingende gezichten: Pa, Ma en Zus!

‘Lang zal hij leven, lang zal hij leven in de gloria!’ klonk het driestemmig. Dit was toch wel erg leuk! Naast de spontaniteit om zo’n lange reis te maken om hun jongste zoon te verrassen genoot ik uiteraard ook van het gezang want dat kunnen ze wel, zingen. Na binnenkomst stormde ik naar boven om mijzelf toch maar even wat feestelijker aan te kleden en niet veel later voegde ik mij toe aan het gezelschap, inmiddels uitgebreid met mijn schoonvader, mijn geliefde haar beste vriendin met zoonlief en mijn jonge oude vriend Jan uit Akkrum. Deze laatste is nog maar 52 jaar, vandaar dat ik hem nog categoriseer als ‘jong’.

Even later zaten we gezellig aan de koffie met een overheerlijk stuk appeltaart. Met verse slagroom, je wordt maar een keer in je leven 53 nietwaar. En natuurlijk werden er herinneringen opgehaald van 53 jaar geleden. Dat mijn moeder drie dagen voor mijn geboorte met mijn vader nog even het Arjen’s duin beklom en daarna een standje kreeg van de Baakster (kraamverpleegster) ‘Tante’ Rim. En dat de vliezen braken maar ik er maar niet uit wilde komen. “Ja Mam, ik heb het langst bij je gezeten hè, en daarom hou je het meest van mij!”

Voorgaande anekdote komt bij ons in de familie steeds weer terug, in de trant van: ‘Opa, vertel nog eens van vroeger, van die goeie ouwe tijd..’ Maar er kwamen nu nog wat details bij, of beter gezegd, een zeer belangrijk, groot detail:

“Ja,” zei mijn vader, “en het duurde toen nog drie dagen. Dokter Mathijssen raadpleegde nog even zijn collega dokter Smit want volgens Mathijssen lag de baby behoorlijk dwars en hij dacht aan een keizersnede. De andere dokter onderzocht mijn moeder ook want die had kleinere handen en ook hij kwam tot dezelfde conclusie: Met spoed naar de Wal!”

We woonden immers op een eiland. Na overleg bleek dat de helikopter niet mocht vliegen want het was te mistig. De reddingboot mocht ook niet uitvaren want ze hadden nog geen radar aan boord. Mijn vader heeft toen Rederij Doeksen gebeld en die zeiden direct dat sleepboot De Holland (wel met radar) deze klus wel klaren kon en niet veel later zaten mijn moeder, mijn vader, dokter Mathijssen en Tante Rim aan boord.

Enkele uren later kwam ik ter wereld. Een nonnetje, ik ben geboren in het Katholieke Sint Joseph ziekenhuis te Harlingen, kwam even later met mij op haar arm mijn vader vertellen dat hij er een zoon bij gekregen had. Waarop mijn vader droog antwoordde dat hij allang wist dat het een zoon zou zijn. Dat was natuurlijk raar. Want in 1964 werden er nog geen echo’s gemaakt, laat staan pret-echo’s! “Hoe weet u dat dan?” vroeg de gelovige non ongelovig.

“Omdat in de afgelopen week twee dokters tijdens hun onderzoeken bij mijn vrouw heel duidelijk het scrotum voelde zitten!”

Jullie begrijpen dat mijn ego gestreeld was en dat ik, een dag na mijn 53ste verjaardag, mijzelf nog nooit zo mannelijk gevoeld heb in al die 53 jaren!  

P.S. Dank jullie wel voor alle felicitaties , goede wensen en mooie foto’s die ik gisteren via Smoeltjesbouk (Facebook), telefoon en via de mail heb mogen ontvangen.

2016, een terugblik

Het was te merken vandaag. Ik stapte uit bed en deze keer ging het niet zo vlotjes als andere dagen. Met een schuin oog keek ik nog even naar mijn bed maar ook daar was niets bijzonders aan te zien. Ja, de boel lag wat omgewoeld en het tweede kussen lag ook niet meer op zijn plek. Maar ook dat was niet raar, ik kruip daar altijd tegen aan wanneer mijn geliefde en ik weer gescheiden van tafel en bed zijn, oftewel, zij is dan in Groningen en ik in Leidschendam. Ter compensatie, ik vergelijkbaar haar dus absoluut niet met een kussen.

Laat dat even duidelijk zijn!

Wat was de reden van mijn stramheid, mijn stijve rug en gammele benen? Ik hoorde een knal en zag verderop in de straat een rookwolkje opstijgen. Nu wist ik het weer, klaar wakker! Het is vandaag Oudejaarsdag en nu begrijp ik ook alle bovenstaande klachten want er zit weer een heel jaar op mijn rug! Maar liefst 366 dagen (Schrikkeljaar) zitten er weer op, 366 dagen die we mee moesten sjouwen, soms als ballast, soms als lichte bagage, soms zonder iets te hoeven sjouwen omdat alles even meezit.
Ik zeg expliciet ‘we’ want daar bedoel ik ook jullie, lezers, mee. Iedereen heeft zijn of haar bagage, bij de een is die zwaarder dan bij de andere en anderen gaat het misschien dan eventjes wat meer voor de wind. Maar de last blijft, dat is nu eenmaal zo en hoort bij het leven. Er is wel wat aan te doen natuurlijk, je moet soms niet alles willen dragen….
Die gedachte verlicht mijn klachten enigszins en daarom ga ik maar weer verder met mijn bezigheden, opstaan en aankleden en dan een kopje koffie. Buiten is het allang licht maar dat komt omdat ik al een flink deel van de dag geslapen heb, heb net de eerste nachtdienst van de vijf erop zitten.

Soms zit het mee, soms zit het tegen. Maar elk nadeel ‘heb’ zijn voordeel, nogmaals dank wijlen Johan Cruijff, het blijft een mooie lijfspreuk.

Want zodra het vuurwerk vannacht los zal barsten, zit ik lekker binnen en kijken we wel via de camera’s naar alle miljoenen die de lucht invliegen. Het Nieuwe Jaar staat immers voor de deur.
Voor velen is dat een reden om even terug te kijken. Voor mij ook. Daarom ben ik vanmorgen, toen ik klaar was met werken, direct naar mijn afspraak gegaan.
Een afspraak met een goede, oude wijze vriend van mij. En dat kon alleen vandaag. Dat kan eigenlijk altijd alleen maar vandaag. Deze vriend is een markant persoon, hij heeft namelijk net zoveel neuzen als het jaar nog dagen heeft.

Al zolang ik leef loopt hij op deze dag rond en staat hij voor het afgelopen, oude jaar. Vorig jaar heb ik hem, tot mijn grote vreugde, eindelijk eens kunnen spreken en dat was een goed gesprek. Ik kwam hem toen tegen bij de Kloosterbrug van het Winschoterdiep, eenzaam en alleen zoals altijd en kouwelijk omdat het weer te wensen over liet. Maar dat is de ‘tied van het joar.’
We hebben toen afgesproken het dit jaar weer te doen, maar dan wel in Den Haag want ik had een plicht te vervullen, namelijk werken. Dat klinkt heel zwaar, heb bijna de neiging te zeggen: ‘In naam der Koning!’ maar dat is het absoluut niet hoor.

Op de fiets met in mijn fietstassen twee thermoskannen met koffie en nog een restant kerstbrood fietste ik naar de afgesproken plek, naar de nieuwe windmolen op de grens Den Haag-Voorburg. Dat ding ‘dat er ineens stond’ nabij het verkeersknooppunt Prins Clausplein volgens enkele boze, ontevreden omwonenden. Een uitermate goede en duurzame plek voor een goed gesprek.
Ik zag hem staan, in de schemer van de vroege morgen, in zijn lange jas, de armen heen en weer bewegend voor een beetje warmte en die eeuwige grote tas bij zich, vol met gebeurtenissen die er in het afgelopen jaar ons gepasseerd zijn. We groeten elkaar hartelijk en hij deed, waarachtig, ook nog even de Dab. “Als de Koning dat kan dan moet ik het toch ook kunnen he!” zei hij met zijn breedste glimlach. Zijn haar en baard zagen er verzorgd uit en dat verbaasde mij enigszins.

“Hebt u nu u haar geblondeerd?” vroeg ik, verbaasd. “Ja, dat klopt,” zei hij, “ik ga met de mode mee en ook een beetje met de trend. We zagen het in Amerika, die man is straks president en tja, we weten eigenlijk ook wel wie het hier gaat worden straks in 2017…”.

“Nou, leuk is anders,” antwoordde ik. “Ik hoop niet dat onze relatie hierdoor verstoord raakt. Ik heb u altijd gezien als een zeer verstandig man maar die voorbeelden van deze nieuwe ‘Leiders’ spreken mij totaal niet aan, zij zijn juist eerder bezig haat te zaaien dan verbinding. En verbonden zijn wij allang niet meer!”

Ondertussen schonk ik een grote mok met koffie voor hem in, afgelopen jaar gekregen voor Vaderdag van mijn kroost, met de tekst: Voor de allerliefste papa!
Dankbaar pakte hij de mok aan. “Je hebt helemaal gelijk jongen, maar gisteren kuierde ik nog even door de stad en toen bood een kapster mij een knipbeurt aan. In het kader van ‘zullen we wat liever voor elkaar zijn in het Nieuwe Jaar’. Maar het moest dan wel geblondeerd worden want ze had een hoop van dat spul alvast ingekocht, voor het geval als het straks écht een trend gaat worden en nu kon ze dan op mij mooi oefenen. En tja, wie ben ik om daar dan wat van te zeggen, kleren maken de man, niet het haar! En over echte mannen gesproken. Trump is dan wel gekozen tot ‘Man van het Jaar’ en Wilders is gekozen tot ‘Politicus van het Jaar’, er was maar eentje die daar echt voor in aanmerking zou moeten komen en dat is Tijn, dat jochie die met zijn vader Nederland binnen een kwartiertje weer wist te verbinden door zijn verhaal, zijn zeer zware lasten, met ons te delen. En dan toch nog de kracht vinden om aan anderen te denken! Want het kan altijd minder…Youp van ’t Hek noemde hem, terecht, de nieuwe Messias!”

We waren beiden ineens minuten stil, staarden wat om ons heen en ik voelde mijn ogen weer vochtig worden.

“Lekker bakkie, pik!” zei de man. “Schenk maar weer bij, ik krijg het al wat warmer van binnen.”. “Mooie mok trouwens, heb je ze thuis allemaal weer op een rijtje? Ik bedoel, sta je weer op één lijn met je kinderen?” Ik droogde mijn ogen en reageerde enthousiast: “Jaaa, ze komen alle drie weer over de vloer en ze accepteren alle drie mijn geliefde! We hebben onlangs nog met zijn allen samen gegeten, uit de braadpan die mijn geliefde ooit van haar Opa kreeg met de woorden: ‘Ooit zal je deze braadpan moeten gebruiken omdat je een groot gezin krijgt.’

“Dat was een wijs man!” zei de oude man en ik zag aan zijn ogen dat hij echt blij was met dit nieuws, hij gunde het ons diep vanuit zijn hart. “En nu op naar een harmonieuze, liefdevolle toekomst, vervolgde hij, een nieuw hoofdstuk beginnen en genieten van jullie samengestelde gezin.”

“En van mijn nieuwe baan!” schreeuwde ik hem haast toe, het verkeer op de kruising A12, A13 en de A4 werd steeds luidruchtiger. Hij reageerde enthousiast en keek mij vragend aan. “Ja, ik heb werk gevonden. Ik word adviseur in alarmsystemen voor particulieren bij een bedrijf in Groningen…euh…Grunn! De bedoeling is dat ik in Den Haag minder ga werken en dan ondertussen de boel in Grunn ga opbouwen. Het sluit prachtig aan bij mijn huidige werk en ik kom in een warm nest, een klein bedrijfje zonder kapsones maar wel met serviceverlening die je tegenwoordig nog maar weinig vinden kan!”
“En weet u, vervolgde ik voordat de man reageren kon, ik voel mij weer eens gewaardeerd na al die afwijzingen op sollicitaties in de afgelopen jaren.”

Hij sloeg de armen om mij heen en slingerde mij al dansend rond. Hij was sterker dan ik dacht maar dat zie je wel vaker met die generatie, die hebben altijd echt hard moeten werken en hoefden niet naar de sportschool om spieren te kweken.

“Maar hoe gaat het eigenlijk met u? Wat vond u van het afgelopen jaar?”

“Tja,” antwoordde de oude man, “die vraag kan ik beter aan jou stellen want jij, of beter gezegd je vader, hebben mij ooit verzonnen. Maar ik weet waar je naar toe wilt en ik ben het met je eens. Het was het jaar van een daadwerkelijke tweedeling. Een jaar met terreur overal ter wereld, vrachtwagens die als wapen werden gebruikt, Lone Wolf’s die zich buiten de maatschappij plaatsten en podia zochten…en kregen, politici die steeds populistischer gedrag gingen vertonen, politici die angst zaaiden en, helaas daarna vele stemmen oogsten, burgers die steeds agressiever reageerden op mede burgers die er een andere mening op na houden.. Geen jaar om over naar huis te schrijven. En ‘we’ mochten niet meedoen met het EK voetbal in Frankrijk!”

Ik schoot in de lach. “Ja, dat klopt, ‘we’ stonden aan de zijlijn van de (kunst) grasvelden. Achteraf gezien misschien wel goed voor onze gezondheid…. En het scheelde alle kassières in de supermarkten heel wat braaf opgedragen vragen aan de klanten: ‘Wilt u er Wuppies bij’ of ‘Spaart u nog voor de EK voetbal’? En onze straten bleven verschoond van oranje en rood-wit-blauwe vlaggetjes.”
De man antwoordde nu ook lachend: “Ja, elk nadeel ‘heb’ zijn voordeel’!” en hij knipoogde naar iets in de lucht en voegde daaraan toe: “Het leven is een sprankje licht tussen twee oneindigheden van duisternis.”

“Pffff…die heeft u niet van uzelf!” “Nee, dat klopt” zei hij, die heb ik gejat van die andere goede vriend van je, die komt regelmatig met mooie spreuken op de proppen, volgens eigen zeggen uit ‘de spelonken van zijn geest’.

De eerste thermoskan was nu leeg. We aten gezamenlijk een stuk kerstbrood en keken al kauwend wat voor ons uit. Met halfvolle mond zei ik het fijn te vinden hem weer te zien en hij gaf mij instemmend een dreun op mijn schouder.
“Er is een hoop muziek bijgekomen in de hemel of hoe je het hiernamaals ook maar noemen wilt.” , zei de oude man. “David Bowie, Prince, Leonard Cohen, Otis Clay, Rick Parrit, Mieke Telkamp, Toots Thielemans, Corrie Brokken, George Michael…om er maar een paar te noemen. Joop Braakhekke krijgt er hoop celebraties bij! En ja, kijk eens naar je eigen Arjen, je lieve schoonmoeder heeft jullie ook moeten verlaten maar ik weet zeker dat ze het daar naar haar zin heeft. Het was immers je eigen Tante Riet die, vlak voor haar veel te vroege overlijden, iedereen positief benaderde door te zeggen: “Het zal wel goed zijn daarboven want er is nog nooit iemand teruggekomen!”

Ik knikte instemmend. “Ja, maar er was er wel ooit eentje teruggekomen maar die was ook zo weer vertrokken, die tellen we dan maar niet mee.” zei ik een tikkeltje aangebrand omdat ik, zoals velen onder ons, het niet snap dat mensen té jong moeten overlijden. Maar ja, van het concert des levens krijgt niemand een program….”

“Goed zo”, zei de oude man, “relativeren is een manier om dingen te verwerken. Minder groot te maken dan ze zijn, effe de boel laten bezinken voordat je een oordeel vormt. Dat is wat er de laatste tijd aan scheelt. We nemen uitspraken klakkeloos over en oordelen ons een slag in de rondte, vooral op social media. Wat dat betreft is er niks meer sociaals aan. Op TV kijken we in groten getale naar afzeik programma’s en als we iemand massaal aan de schandpaal kunnen nagelen (Daar moet een piemel in!) voelen we ons pas een eenheid. Het liefst zo hard, grof en grievend mogelijk. En het liefst zo anoniem mogelijk. Want de donkere kant in de mens wordt gevoed. We scanderen ‘minder, minder, minder’ en kijken elkaar er dan lachend bij aan, trots op onze zogenaamde ‘eenheid’ maar ondertussen weten we verdomd goed dat wij eigenlijk zo niet willen leven, dat onze ouders ons zo eigenlijk niet opgevoed hebben. We hebben het zo goed in dit land maar we willen meer en meer en we willen vooral niet dat delen met anderen. En dan de verharding in diverse landen. Frankrijk heeft haar Le Pen, de Filipijnen kregen Duterte, een moordenaar in de hoogste orde, de Britten hebben zichzelf uit de EU gegooid met een krappe, ik herhaal, krappe meerderheid, wij geven 30 miljoen euro uit aan een zinloze en ondoordacht referendum en onze aankomende minister-president noemt ons parlement knettergek en ook alle rechters deugen niet. Die gaat Erdogan achterna, ik hoop dat we elkaar volgend jaar nog zullen treffen want ik ben bang dat emigreren de beste oplossing is.. ”

De oude man keek diep treurig uit zijn ogen en leek ineens een stuk ouder dan hij werkelijk is.

“En wat te denken van al die splinterpartijtjes in de politiek! Zo kunnen ze nooit meer eensluidende beslissingen nemen en blijven grote problemen onaangeroerd en worden ze alleen maar groter en groter. Totdat het kalf verdronken is…Leren ze dan niet van Syrië? Of van al die andere brandhaarden in de wereld? Daar is zoveel verdeeldheid en de ellende blijft maar door etteren.”

“Alleen vergeten we dat steeds vaker. We vergeten onze afkomst en dat we het met elkaar moeten doen.” verzuchtte hij. “En dat de wereld aan verandering onderhevig is en dat vroeger niet alles beter was. Misschien was men alleen wat gelukkiger omdat we toen niet alles wisten wat er op de wereld gebeurde..”

Ik sloeg mijn arm om hem heen en zweeg. Om de boel wat op te beuren zei ik: “We zwijgen best wel veel hè, dit jaar. Zullen we de leuke dingen van het jaar nog even doornemen?”

De man keek in zijn tas en daar was de glimlach weer. “Wat dacht je van die meid op die evenwichtsbalk, kom, hoe heet ze ook alweer? Oh ja, Sanne Wevers! En Sepp Blatter hebben ze eindelijk met een rode kaart definitief van de velden gestuurd. En ze zijn begonnen met doellijntechnologie tijdens voetbalwedstrijden en het gebruik maken van een ‘videoref’ laat ook niet lang meer op zich wachten. En een nog prachtiger verhaal, 2e Kamer Voorzitter Anouchka van Miltenburg moest wijken voor Khadija Arib. Anouchka is een mooie meid hoor, maar als voorzitter was ze niet zo handig. Geert werd gek maar is daar inmiddels van teruggekomen, ze doet het hartstikke goed!”

“En Feyenoord won de KNVB beker en PSV werd, dankzij laksheid van de Godenzonen uit Amsterdam, kampioen van Nederland!”

Een flauw glimlachje trok om mijn mond. Ja, Ajax speelde gelijk tegen De Graafschap. Ik had het eigenlijk verdrongen…. “En wat dacht je van onze Groninger Hoogleraar Ben Feringa. Die won de Nobelprijs! Daar stonden ze in de Randstad wel even van te kijken! Ja, het was wat voetballen betreft een treurig jaar maar daar was dan ineens die Max Verstappen. Die jongen deed menig mannen – en vrouwenhart sneller kloppen wanneer hij zijn rondjes om de kerk reed. En de jeugd, ook daar was goed nieuws over. Die gingen massaal buiten spelen, de straat op om Pokemon Gó’s te zoeken. Dan zag je meisjes en jongens met hun gsm voor hun neus door stad en land zwerven, op zoek naar figuurtjes waarvan ik de namen nog steeds niet kan uitspreken. Helaas leidde dat ook weer tot opstoppingen in het verkeer want ook volwassenen deden mee, volwassenen die thuis waarschijnlijk uitgespeeld waren met hun vrouw en de dagelijkse sleur wilden doorbreken. Soms denk ik wel eens dat de wereld steeds zotter aan het worden is…”

Ik moest hard lachen. Vooral omdat ik ook een keer met mijn jongste zoon ‘op jacht’ ging. Vroeger ging je vissen met je vader, zo zie ik het maar.

“Wil je nog meer goed nieuws?” vroeg de man. “Ja, graag, laten we het jaar positief afsluiten!” zei ik en schonk de laatste koffie in zijn mok. Ik hoefde geen cafeïne meer, moest nog slapen en had geen zin om de hele dag rechtop in mijn bed te zitten.
“Nou, we zijn uit de crisis en de huizenprijzen schieten weer omhoog.” vervolgde mijn gesprekspartner. “De arbeidsmarkt stijgt in alle provincies en het dolfinarium in Harderwijk moest stoppen met het aftrekken van de dolfijnen… En je zoon Sven heeft de aanrijding met een auto zonder al teveel schade overleeft, hij kan zijn vingers weer goed bewegen en de veroorzaker van de aanrijding heeft zich van zijn beste kant laten zien. En de opbrengst van Serious Request was toch nog een flink bedrag. Zo zie je maar weer, er zijn nog genoeg goede mensen over! We hebben het in eigen hand maar het komt nooit vanzelf. Vijftig procent van de bevolking kan dan wel het hele jaar boos zijn, dan blijven er toch nog altijd vijftig procent mensen over die positiever in het leven staan. Het glas is halfvol of half leeg”

Mijn ogen vielen haast dicht. Niet omdat het gesprek saai was, integendeel, maar gewoon omdat ik zo ontzettend moe was. Mijn wijze, goede oude vriend met net zoveel neuzen als het jaar nog dagen heeft zag het aan mij en grinnikend gaf hij mij weer een klap op de schouder en zei: “Het is klaar, de tas is nagenoeg leeg, de last is een stuk minder geworden en wij gaan elk ons weegs. Zoals we dat elk jaar doen. Ik ga er van uit dat we elkaar voortaan in Groningen gaan treffen maar laten we dan ergens binnen gaan zitten. Dat is beter voor mijn oude botten. En neem dan oliebollen mee, dat kerstbrood was niet te nassen”

Nadat we elkaar hartelijk de handen geschud hadden en ik beloofd had hem volgend jaar weer op te zoeken, fietste ik weer naar huis. Even later lag ik weer in mijn bed, fitter dan ooit tevoren en weldra droomde ik van het Nieuwe Jaar, het jaar waarin we weer wat gelukkiger mogen worden en wat toleranter tegen elkaar zullen zijn.

Namens mijn geliefde Janet wens ik jullie allemaal een gelukkig, gezond, verstandig en een verbindend 2017!

Eerste Kerstdag

Eerste Kerstdag, 2016. Voor mij een rustdag want ik hoef niet te koken omdat mijn schoonvader ons uitgenodigd had bij de plaatselijke Chinees te gaan eten. Want ook Chinezen doen aan kerstdiners. Mijn beperkte grijze massa wist dat niet en ik was dan ook lichtelijk verrast. Ik zou wel zien wat er op mijn bord verschijnt. Belangrijker is dat mijn schoonvader zelf met dit idee kwam na een zeer zware periode voor hem. Hij moet sinds enkele weken alleen verder en tot nog toe doet hij dat bijzonder goed. Zijn huis is netjes, hij kookt voor zichzelf of hij haalt een (verantwoorde) maaktijd op bij de plaatselijke slager of groenteboer en zijn kledingkeuze is prima, netjes zelfs. Ik ben half alleenstaand, zodra ik in mijn flat ben neem ik het niet zo nauw met hoe ik eruit zie en loop grotendeels erbij als een ‘slobber’,  zoals mijn geliefde dat zo lief kan zeggen via Skype. Maar zodra ik bij haar ben scheer ik mij netjes, kleed ik mij netjes, trek ik elke dag een schone onderbroek aan (en sokken!) en kook ik de sterren van de hemel want ja, de liefde gaat immers door de maag!

We werden warm onthaald door de Chinezen. Ook door de niet-Chinezen, dat waren ‘Ollander’s’ in dienst van. Ze hadden wel Chinese kleding aan maar dat was dan ook echt het enige kenmerk dat ze ook bij deze club hoorden. We zaten een beetje op ons eigen, een ruimte in het restaurant maar wel vlakbij de ‘afhaalhoek’.  Daar zaten mensen op hun kerstbest geduldig te wachten op nummertje 12, 20 of 33. Met kroepoek en sambalbij. Het vliegt door de Chinees en het zoemt? Een Sambalbij!

Gadverdamme Veldmuis, je maakt het nou wel heel voorspelbaar!

Een van de niet-Chinezen, een jongedame, bracht ons het aperitief en zoals gebruikelijk, zo ben ik nu eenmaal, liet ik duidelijk mijn dankbaarheid horen want zij werkt immers tijdens de Kerstdagen om mij te plezieren!  “Dankjewel, heerlijk hoor!” Ze keek mij argwanend aan en antwoordde: “Nou, het is mijn eerste dag en het zal ook wel mijn laatste dag zijn…”.

Oké, de toon was gezet. Maar ik laat mij  niet zo snel van slag brengen en mijn enthousiasme was dan ook voor geen millimeter aangetast. We proosten om op onze Oma, moeder, schoonmoeder en echtgenote en even later werd de soep opgediend, tomaten of kippensoep maar wel op zijn Chinees en dat kunnen ze goed. Na de soep mochten we het buffet aanvallen. Oké, het was wat klein opgezet, maar de smaak van de vele gerechten streelden onze papillen en we hadden tijd genoeg, we mochten tweeënhalf uur gebruik maken van hun onderdak, hun gastvrijheid en de door hun bereidde gerechten.

Halverwege de avond kwam hun nieuwe Spits weer even aan de tafel en ik probeerde haar op d’r gemak te stellen door te zeggen dat het allemaal lekker liep. Want ik zag haar overal heen en weer rennen, met ogen in de stand serieus maar wel zo nu en dan met een glimlach naar de klant. En als ze achter de bar bezig was wist ze haar vier collega’s zo te mijden dat ze niet in de weg liep, in mijn ogen was ze alleen daarom al geslaagd voor deze missie, haar nieuwe carrière misschien wel. Want het restaurant zat inmiddels vol en de ‘afhaalhoek’ ook maar die kregen een drankje voor het lange wachten.

Mooi kerstgebaar.

Maar opnieuw werkte mijn opmerking niet erg bij het meiske want ze haakte er direct op in, op een best wel sombere toon, haast doordrenkt met een opkomende depressie: “Ik weet niet of ik het goed doe en ik heb ook al een glas laten vallen..”

Mijn tafel antwoordde haar bemoedigend: “Kom op meid, je doet het prima en scherven brengen geluk!” En waarachtig, haar mondhoeken gingen nu toch echt opzij en voor het eerst die avond zagen we haar tanden. Het deed mij denken aan het verhaal van het Lelijke Eendje…..

Het nagerecht bestond uit vers fruit. Goed fruit, smaakvol en zoet en ja, Chinezen weten heus wel wat ze kopen om de klant tevreden te stellen. Maar wij ‘Ollander’s ‘ willen daar dan wel wat ijs bij. Met slagroom natuurlijk, om de ‘pokkel’ en het cholerasterol …euh…cholesterol gehalte op peil te houden.

Ook een mooie kerst traditie.

Een Chinese dame uit de keuken had even wat tijd over en kwam buurten of het allemaal gesmaakt had. Loftuitingen vlogen haar om de oren maar zeikerds als wij ‘Ollander’s’ kunnen zijn kreeg ze ook de boodschap mee om wat ijs te leveren. Het liefst de smaken aardbei, walnoot, After-Eight, stragiatella,  smurfenijs, Boerenjongens (die kwam van mijn geliefde af) en chocolade-ijs.

Met haar breedste glimlach kalmeerde ze ons direct en zette ons ook weer met alle benen op de grond: “Natuurlijk kan dat geregeld worden, maar we hebben alleen maar vanille –ijs! Het komt eraan!”

En weg was ze.

Niet veel later werden vrolijke vierkante bordjes op onze tafel gezet door …. onze leerling Chinees. Opnieuw strooiden we met superlatieven en nu leek ze wat meer relaxed , dacht ik zelfs een flink stuk zelfvertrouwen in haar ogen te zien en ze durfde nu ook wat meer de tafel rond te lopen om de bestellingen voor elk van ons neer te zetten.

Ze vertelde nu uit zichzelf dat het beter ging, goed zelfs had haar nieuwe werkgever gezegd en beter zelfs dan ‘die andere nieuwe’ want die was naar de keuken gestuurd. Dusssssss! Het was mooi om te zien. Ze veranderde van een meisje zonder zelfvertrouwen in een jonge, zelfstandige vrouw, van een lelijk eendje in een mooie zwaan en van een Nanny McPhee in een prachtige vrouw waarvoor je wel drie keer per dag je mooiste kleding aan zou willen doen!

En een schone onderbroek..

Tevreden keerden wij huiswaarts waarna ik met mijn geliefde vanaf de bank een kerstfilm meepikten. Het was een mooie, dankbare Eerste kerstdag.

Bedankt Kerstman…euh…Pa!

Verontwaardiging

De verontwaardiging tiert welig in ons landje. Velen onder ons voelen zich niet meer begrepen en uiten dat massaal. Hier vliegen wij elkaar in de haren vanwege kadasterovertredingen (zie De Rijdende Rechter), dierenleed, scheidsrechters (vrijwilligers) die niet goed fluiten, grensrechters (vrijwilligers) die niet goed vlaggen, hangjongeren, hangouderen op opgevoerde scootmobiels, winkels die sluiten omdat de klandizie afneemt doordat we massaal online bestellen, te lang in de rij staan in de supermarkt, bekeuringen voor te hard rijden, te lang stil blijven staan bij een stoplicht wat een fractie van een seconde eerder op groen is gesprongen en het lawaai van bladblazers. Wat dat laatste betreft: daar ben ik ook verontwaardigd over!

 

Zucht. Diepe zucht. Hele diepe zucht…

 

Van de week zat ik te zappen en bleef hangen bij Hart van Nederland, de nieuwssite van SBS6. Dit programma wil dicht bij de kijker staan en dat zetten ze vaak kracht bij door aan te schuiven bij diezelfde kijker aan de keukentafel wanneer die wat te vermelden heeft. Zij zijn het verlengstuk van de Gewone Man, momenteel ook een hot item want de politiek zoekt ook de Gewone Man omdat de Gewone Man zegt niet gehoord te worden in Den Haag behalve door Geert Wilders, de Baudetjes, de Jan Roosjes en de Jan Dijkgraafjes.

 

Een voice-over dikt de boel wat aan en de geïnterviewde mag dan voordoen wat hij of zij beleefd heeft. Voorbeeld? Laatst heeft een oudere heer iemand uit de auto gehaald die van een dijkje in de sloot beland was. HvN zocht de oudere heer op en vervolgens zagen we hoe hij opnieuw het dijkje af moest lopen, met gevaar voor eigen leven, en daarna mocht hij wijzen naar de plek in de sloot waar de auto gelegen had. Na dit spectaculaire televisiemoment mocht hij weer omhoog klimmen alwaar men hem een warme deken omdeed, net zoals dat eerder gedaan door een omstander na zijn heldendaad.

 

Ik kreeg ineens trek in een goed glas whisky en ik had behoefte aan een goed gesprek met die lieve mensen van Korrelatie. Deze mensen helpen mensen in geestelijke nood en ik kan je verzekeren, ik was in geestelijke nood! De man aan de andere zijde van de telefoon luisterde naar mijn verhaal en moedigde mij ook steeds aan om echt alles te vertellen. Want dat hielp om alle voorgaande informatie te verwerken zei hij.

 

Zijn advies was om toch te blijven kijken naar dit soort programma’s ‘want dan wen je er straks aan en hoef je je ook niet meer te verbazen.’

 

Ik zou liegen dat ik er nooit eerder naar gekeken had. Soms is er gewoon geen ontkomen aan. Als ik er dan aan bloot gesteld word probeer ik mij er van af te sluiten maar dat lukt niet altijd. Dan hoor ik de voice-over vertellen dat een buurman zijn huis met gezin in de brand gezet had omdat hij in de war was. HvN gaat dan aanbellen (soms komen ze gelijk aan met de hulpdiensten!)  bij de buren en vragen ze naar hun mening. De antwoorden zijn variërend doch voorspelbaar: “Hij was eigenlijk een hele gewone man.” of “Je hoort wel eens van die verhalen maar nu komt het wel heel dichtbij!” of “Nou, wij hebben nooit wat gemerkt dat daar iets aan de hand was.” of “Ik heb hem gisteren nog gegroet maar ik heb niets aan hem gemerkt?”

 

SBS6 is ook de zender die Astro TV uitzend. Via hunnie kan je dan contact leggen met mensen die je ontvallen zijn. Ik houd het bij een waxinelichtje aansteken voor de foto van onze zo gemiste geliefden.  Maar goed, ieder zijn meug.

 

Maar van de week bleef ik dus weer hangen (en geloof mij, het blijft een wurging!) en het nieuws kwam uit Leidschendam- Voorburg, voorheen aparte voorstadjes van Den Haag maar sinds een aantal jaren samen gevoegd.

Het gedeelte Voorburg was boos. Heel boos. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik ging er eens goed voor zitten. Ging het nu weer over asielzoekers die opgevangen moesten worden? Of was het trottoir nog niet opnieuw bestraat vanwege dwarsliggende tegels waarover je (bijna) je nek kon breken? Of ging het over de vele pleziervaartuigjes die elke dag maar weer de Vliet bevaren waardoor de bruggen aan dezelfde Vliet zo vaak open moeten en daardoor er weer een verkeersinfarct ontstaat?

 

Nee, niets van dit alles. Het ging om een windmolen die er ‘ineens stond’! Oké, het was geen molentje, het was een joekel van een molen, zo een die je steeds vaker in ons landschap ziet verschijnen. Ze zetten die dingen neer omdat ze energie opwekken. Energie die we nodig zullen blijven hebben, steeds meer en meer want de fossiele brandstoffen raken namelijk op. En zoals we weten zijn fossiele brandstoffen nou ook weer niet bepaald goed voor het milieu.

 

En ach, wat te denken van al die KPN zendmasten die uit de grond getrokken worden zodat we overal, echt overal elkaar kunnen bereiken met al onze communicatiemiddelen. Nu zat daar, volgens de geïnterviewden, juist het probleem. De Gemeente Den Haag heeft namelijk dan ding ‘ er zomaar ineens neergezet.’ Zonder dit gecommuniceerd te hebben naar de bevolking. Nu trek ik dat laatste ernstig in twijfel want toen ik onlangs over de A13 richting de A4 in de auto zat kon ik niet om de omvang van de bouw heen: een enorme kraan en een enorme mast waren toegevoegd aan de Leidschendamse-Voorburgse horizon. Dus al was er geen communicatie, die mast stond er als een paal boven water waardoor je kon weten dat de Gemeente Den Haag iets van plan was…

 

Op datzelfde moment keek ik naar links en zag de Skyline van Den Haag: de Tieten van Den Haag, de Hoftoren, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Nieuwe Babylon. Net na het passeren van het Prins Clausplein zag ik rechts van mij de piste van SnowWorld, Zoetermeer. Deze laatste komt eng dichtbij als je over de Stompwijkseweg richting Stompwijk rijdt maar ik geloof niet dat de Stompwijkers zich ook gaan melden bij HvN.

 

De verontwaardiging was desondanks in Voorburg hevig en heftig. Hun hele uitzicht was bedorven, vervuilt en om het maar even in gewoon Nederlands te zeggen: Naar de klote. Elke morgen werden ze nu wakker en moesten ze de confrontatie aan met hun nieuwe uitzicht: de bootjes op de Vliet, de autoweg, de weilanden met paardjes en schaapjes en… die enorme molen. De Voorburgers waren hevig verontwaardigd over deze horizonvervuiling.

 

Verdrietig besloot ik een blokje om te lopen. Bij mij om de hoek heeft een jaar of veertig een kroeg gezeten maar de eigenaar is ermee gestopt. Sinds vorige week zat er ‘ineens’ een chinees restaurant in! Elke dag wordt ik nu geconfronteerd met af- en aan rijden van auto’s die hun bestellingen komen ophalen. En tijdens topdrukte hoor ik het afzuigsysteem zoemen omdat de koks het systeem op de hoogste stand gezet hebben. Het is dat we daar al (lekker) gegeten hebben anders had ik HvN gebeld. Wanneer ik de hoek omloop van de flat kijk ik tegen de nieuwe aanbouw aan van het ziekenhuis Antoniushove. Ik heb dat zien opbouwen vanuit mijn keuken. Voorheen was het laagbouw, nu zijn ze wat hoger gegaan. Het betreft een oncologisch instituut en ik hoop van harte dat vele patiënten hier goed geholpen gaan worden.

 

Eenmaal thuis gekomen pikte ik nog even het late NOS journaal mee.  Ze lieten mij beelden zien van vluchtende mensen uit Aleppo, Syrië. Daar stonden ooit enorme gebouwen.

 

Nu staat er niets meer.

Joop!

Nu ik er eens goed over nadenk is Braakhekke nou niet bepaald een goede naam voor een kok. Een niet uitnodigende naam om eens lekker een lekkere en goede maaltijd te gebruiken. Toch vergat ik dat volkomen wanneer Joop zijn kunsten op de televisie liet zien.

Hij was naar mijn weten de tweede televisiekok, de eerste was Ria van Eindhoven. Deze Ria mocht op televisie laten zien hoe je bijvoorbeeld de spruitjes ook kort kon koken in plaatst van een ochtendje op een laag pitje laten ‘sudderen’. Dat deed ze in het programma ‘Avro’s servicesalon’.  Nu hebben we ‘Koffietijd’ en ‘Tijd voor Max’, programma’s die onze ouderen plezieren moeten omdat ze overdag zich anders gaan vervelen. Meestal gaan die programma’s over ziektes, vergeten zangers en zangeressen of dieren. En Bekende Nederlanders natuurlijk, de rode draad van bijna elk televisieprogramma….

En tijdens die programma’s staat er dan een kok, meestal een dame, te koken. Het liefst zo alternatief mogelijk en vaak zie ik aan de snelheid van de techniek van snijden dat we hier te maken hebben met een stelletje amateurs op sandalen die hun mannen niet meer kunnen plezieren en zich daarom vol op het koken storten. En in het voorjaar zetten ze zich in voor de Paddentrek.  Gezellig. En dat het gezellig wordt is wel duidelijk want er moet wel bij gedronken worden, we weten immers dat de 50 plus generatie een behoorlijk drankprobleem heeft. Ik behoor inmiddels ook tot die groep maar weet mij nog te beheersen, ik drink met maten.  

De informatie over Ria heb ik zojuist opgezocht want ik had echt helemaal niks met Ria. Ik had haar ergens verstopt in de spelonken van mijn geest. Ik ergerde mij dood aan haar. Kijk dan niet is gauw gezegd maar ik ben ook van die generatie die opgroeide met twee tv zenders. Dus don’t blame the messenger!  Maar ik moet Ria erbij halen zodat ik Joop kan bewieroken. Want Ria was misschien wel de eerste TV kok maar haar humor smoorde in de gerechten die ze maakte. Natuurlijk was het een andere tijd, het was de tijd die onze knettergekke Geert Wilders nu zo graag terug wil zien: blank en tien kilo aardappelen in de kofferbak als we op vakantie gingen naar de buitenlanden.  

Joop had wel humor. En Joop gebruikte zijn hele lichaam om te koken. En om zijn boodschap aan je over te brengen: koken is leuk en koken is goed om de vriendschap met je familie en vrienden te onderhouden. Hij was leuk gek. Met en gek petje op en binnen handbereik grote glazen wijn om zijn stembanden te smeren. Alles gelardeerd met humor. Maar ook geen geneuzel over gezondheid, nee, juist roomboter gebruiken en dan pakte hij met zijn mannenklauwen een stuk boter om deze vervolgens bij de aardappelen te gooien. Niks lepel of deeghaak!

Joop is uitgekookt. Rest ons de herinneringen. Maar Joop was ook uitgekookt in het opzetten van mooie bedrijven alhoewel ik ook wel wist dat het voor vele BN’ ers trendy was om daar te gaan eten. Met de paparazzi onder de tafels zodat de diarree blaadjes elke week weer gevuld konden worden. Maar los van dat alles was hij de eerste, echte kok die menigeen stimuleerde dit mooie vak uit te gaan oefenen. Ook mannen. Dacht ik (op jonge leeftijd) altijd dat alleen vrouwen konden koken bleek dat dit helemaal niet zo was.

Mannen kunnen juist heel goed koken.

Ik ken een gozer uit Stompwijk, eigenaar van een transportbedrijf en type bouwvakker met tattoo’s die enige tijd geleden een kookcursus ging volgen. Nu kookt hij de sterren van de hemel. Of mijn eigen broer, die belde mij jaar in jaar uit, meestal met kerst, met vragen over recepten en welke kruiden/ specerijen goed met elkaar matchen. En tussendoor las hij uit het opengeslagen Jamie Oliver boek op het aanrecht, gretig op zoek naar lekkere, gezonde gerechten in plaats van de snelle, over geproduceerde kant-en klaargerechten uit de supermarkt waar de kleine lettertjes op het etiket boekdelen sprak.    

Joop hield van koken maar ook van het product.  Met respect voor het dier, dieren die goed behandeld werden alvorens ze geslacht werden. Want mensen eten nu eenmaal dieren, de slager slacht deze dieren en verteld met passie over zijn producten. Tegenwoordig weten ze zelfs waar het dier gegraasd heeft of heeft liggen rollenbollen in de modder.

Joop Braakhekke mocht niet oud worden. Slechts 75 jaar. Maar ik weet zeker dat het een reden heeft, Onze Lieve Heer dronk ook graag een wijntje en nu heeft hij er ook nog een echte Chef bij!

Splinters

Splinters kunnen behoorlijk irritant zijn. Ze kruipen onderhuids en als je te laat bent dringen ze je lijf binnen waarna het begint te etteren en te zweren.

En dat willen we niet!

Ik moest hieraan denken na het aanhoren van Jan Terlouw (85 jaar) die bij de Wereld Draait Door ruim zeven minuten zijn visie op de huidige wereld mocht verkondigen. Jan Terlouw, voormalig politicus voor D66 én schrijver, onder andere van de (jeugd) boeken ‘Oorlogswinter’ en ‘Koning van Katoren’. Beide boeken heb ik als kind gelezen, verslonden en uiteindelijk versleten.

In zijn betoog had hij het over vertrouwen. En hij gebruikte daarvoor het metafoor van een touwtje uit de brievenbus laten hangen zodat er in- en uitgelopen kon worden. Dat deed men in vertrouwen en over het algemeen werd daar geen misbruik van gemaakt. Inmiddels weten we dat dit niet meer kan, maar de heer Terlouw gebruikte het als een metafoor en was zich terdege bewust dat het beter is geen touwtjes meer uit de brievenbus te hangen. Nee, hij doelde op vertrouwen. Vertrouwen wat we niet meer hebben in elkaar. De patiënt vertrouwd de dokter niet meer. De werknemer vertrouwd de werkgever niet meer. De burger vertrouwd de klusjesman niet meer. De ouders vertrouwen de leider van het jeugdvoetbalteam niet meer. Het electoraat vertrouwd de politiek niet meer.

En zo zijn er tal van voorbeelden te noemen.

Dat komt doordat we wijzer zijn geworden. Van alle kanten worden we bestookt en we worden overladen met nieuws via het internet. Dit laatste geeft ons vanaf de bank ingang tot alles wat er in de wereld om ons heen gebeurd. De kunst is om dan de waarheid van de leugen te kunnen onderscheiden maar dat is helaas, niet voor iedereen weggelegd. En sommigen onder ons nemen eerder de ‘waarheid’ van Facebook  aan dan van de serieuzere nieuws rubrieken. Of stoppen ze de koppen in het zand door enkel de roddelpers in al haar hoedanigheden te volgen, opvallend is dat men wel weet wie onder ‘bekend  volk’ zwanger is, gaat scheiden of last heeft van een poliepje in de anus dan wie de Minister van Onderwijs is of hoe er gestemd wordt in de 2e Kamer over een belangrijk onderwerp… Ja, er is wel een mening natuurlijk maar die is gebaseerd op oproerkraaiers die enkel allerlei Tweets de wereld in helpen met hun ongenoegen. Enkel hun ongenoegen, nooit eens een goed idee om een probleem op te lossen.

En dan heb ik het over een uitvoerbare oplossing! Dus geen nietszeggende kreten als grenzen dicht, muren bouwen of iedereen die tegen het zwarte is van Zwarte Piet Linéa recta het land uitsturen! Dat doen we niet in een beschaving. En mochten we dat na de komende verkiezingen wel gaan doen dan zijn we geen haar beter dan al die landen die nog ver achter lopen in de fase naar beschaving, landen waar we nu met zijn allen zo’n grote bek over hebben!

En over beschaving gesproken…

Is het beschaving om iemand allerlei ziektes toe te wensen, of iemand een kogel te sturen, of een grote bek te hebben aan iedereen die er een andere mening op na houdt dan de jouwe? Oh ja, en dan onder de noemer van ‘vrijheid van meningsuiting’, terwijl beschaving juist de nuance hoog heeft staan in het vaandel. Is al dat tonen van onderbuikgevoelens goed voor de samenleving waarin wij leven? Ik blijf erbij dat het juist onze ondergang kan gaan betekenen.

En ja, meneer Terlouw wil dat we weer vertrouwen in de politiek krijgen. Ben het helemaal met hem eens! Ik heb altijd gestemd maar ben het ook niet altijd eens met beslissingen die ze daar in Den Haag nemen. Maar dat hoort nu eenmaal bij onze democratie. Geen één partij kan grote problemen met een vingerknip oplossen. Want je moet samenwerken met al die andere gekozenen en die hebben allemaal verschillende meningen over de verschillende onderwerpen. Meninkjes die soms gehoord worden en soms niet en daar moet je je dan leren bij neer te leggen. Of je radicaliseert en begint een eigen partij. En daar zit veel gevaar in, al die splinterpartijtjes, al die afscheidingen van grotere partijen zorgen voor verwarring in de samenleving. We krijgen er steeds meer: de Piratenpartij, de SGP, 50 Plus, VNL, DENK, de Vrijzinnige Partij, de Libertarische Partij en het Forum voor Democratie…

Zakkenvullers. In plaats van om de tafel te gaan zitten met de grotere jongens om tot een goede samenwerking te komen bijten ze zich vast op eigen winst. En uiteindelijk pakken ze één of twee zeteltjes in de Kamer. Sneu. Zonde van de energie. En laat ik ‘m er ook eens ingooien: Zonde van ons belastinggeld!

Meneer Terlouw had het niet over  dat we ‘terug moeten naar vroeger’ maar hij had het juist over de toekomst! Over hoe wij met onze wereld om zouden moeten gaan. Hoe we het vernietigen ervan, ooit zijn we daar mee begonnen, weer teniet kunnen maken door nu te investeren. Toen we bezig waren met dat vernietigen stonden we er niet zo bij stil maar het is net als met roken (of teveel drankgebruik): ooit was roken (en drinken) een gemeen goed en wisten we nog niet dat we bezig waren met het afbreken van ons lichaam. Nu weten we beter, dankzij de wetenschap en het nuchter vermogen om daar ook iets mee te doen.

En let wel, aan vroegere tijden denken is helemaal niet erg, je kan er van leren en je kan vele, mooie herinneringen daaraan terughalen als je je kinderen met de haartjes nog even laat opblijven. Dat mag, maar geloof me, elke ‘vroeger’ heeft naast haar hoogtepunten ook genoeg dieptepunten.

Toen meneer Terlouw klaar was kreeg hij, terecht een langdurig en gemeend applaus. En in de rest van de week werd zijn speech regelmatig besproken, zowel door tegenstander (die het in mijn ogen toch niet helemaal begrepen hebben) en door voorstanders. Het raakte mij. En ja, ook ik weet dat politici die niet meer politieke verantwoordelijkheden hebben vaak veel fraaier spreken dan ten tijde dat ze op het pluche zaten. Maar dat klopte ook wel want ze hadden immers een gezamenlijk politiek belang en daar bleven ze ook achter staan. Ze scheidden zich niet af maar gingen, achter gesloten deuren weliswaar, het debat erover aan. En soms kwam daar dan weer een prachtig compromis uit en steeg hun zelfvertrouwen waarmee ze de landelijke problemen schouder aan schouder konden gaan aanpakken. En durfden ze beslissingen te nemen die niet altijd leuk waren voor de burger. Er is nog nooit een kok gevonden, die koken kan naar alle monden. Maar dat is nu eenmaal de democratie.

En natuurlijk kun je splinterpartijtjes ook een democratisch recht noemen maar zoals iedereen weet, splinters irriteren alleen maar en zijn totaal nutteloos!  

 

Geen kind meer

Ziekenhuizen. Gelukkig heb ik er nog niet zo vaak in hoeven liggen. Een keer moest ik er 10 dagen doorbrengen vanwege een hernia-operatie en een keer een nachtje vanwege een neuscorrectie. Ze vielen mij toen al op, de dames en heren van de verpleging. Of beter gezegd, iedereen die aan mijn bed stond om het mij zo comfortabel mogelijk te maken terwijl ik er toch behoorlijk oncomfortabel bij lag.

Zij zien dat niet meer. Ze zijn door de wol geverfd en het maakt ze echt niet uit of er allerlei draadjes uit verschillende gaten van je lichaam komen of dat je in je broek gescheten hebt omdat je even de controle kwijt was. En als je door een ongecontroleerde beweging het infuus lostrekt staan ze even later de boel weer rustig aan te sluiten zonder je te veroordelen.

Ik zie ze als engelen. Of als de Goede Feeën in die andere sprookjes. Of als de moeders van alle Bambi’s ….

In de afgelopen weken was ik vaak in het ziekenhuis omdat, helaas, mijn geliefde schoonmoeder daar lag. Telkens werd ik weer verrast hoe de verpleging met haar omging. Telkens raakte ik ontroerd hoe liefdevol zij mams benaderden en telkens voelde ik de genegenheid van het verplegend personeel en van de artsen. Diepe, respectvolle genegenheid voor mijn prachtige, liefdevolle schoonmoeder die zo zwaar getroffen was door het leven wat ze zo liefhad…

Het waren vaak kleine dingen. Kleine dingen die, als je er zo bijzit als naasten, zo groot kunnen zijn voor de patiënt. Ik zag hoe de verpleging haar arm voorzichtig op een kussen legde, hoe ze haar even verlegden zodat ze weer net even lekkerder lag dan ervoor. Maar ik zag ook hoe ze even met de hand door d’r haar streelden, of even langs d’r wang en dan haar liefdevolle woorden toesprekend. Of even met een vochtig washandje de lippen beroerden zodat ze niet zo’n droge mond kreeg.

En als we dan de volgende morgen haar weer bezochten lag ze er altijd heerlijk gewassen bij, haar haren keurig geborsteld, schone kleren aan en een schoon bed. Als we dan s’ avonds naar huis gingen stelde de verpleging ons ook altijd wel even gerust; ‘Ga maar lekker slapen, wij houden haar in de gaten en zorgdragen dat ze rustig de nacht doorkomt. Want de nacht maakte haar bang en eenzaam, maar ook daar wisten de dames en de heren goed rekening mee te houden.

Alles werd in het werk gesteld om haar zo min mogelijk te laten lijden.

En uiteraard was er veel bezoek. En dat bezoek werd ook weer opgevangen door het personeel zoals jezelf thuis ook bezoek zou willen ontvangen. Hoe vaak ik de voedingsassistente wel niet de kamer binnen zag lopen om te kijken of we nog wel genoeg koffie, thee of frisdrank hadden. Zo lief! Zo zorgzaam! Zo hartverwarmend naar ons toe!

En dan kwam dan toch die dag, de dag dat je geen kind meer zult zijn. Ik citeer uit het prachtige lied ‘Geen kind meer’ van Karin Bloemen:

‘De dag waarop je moeder sterft, de dag die al je dagen

Van dan af aan wat grijzer verft, al hou je niks te klagen…’

Praatles

Mijn moeder bakt pannekoeken in de koekepan. Voorgaande klopt niet want ten eerste is het pannenkoeken en koekenpan volgens de nieuwe spelling en ten tweede heeft mijn moeder ze al heel lang niet gebakken, althans, voor mij dan.

In de tijd dat wij nog nooit van de nieuwe spelling gehoord hadden bakte ze de pannenkoeken nog wel bruin, maar toen woonde ik nog in haar nest en viel ik nog onder haar bewind. Oei, dat klinkt streng, bewind, maar kloppen doet het wel een beetje want in die tijd had je gewoon te luisteren naar je ouders en was er nauwelijks sprake van overleg. Ja, jeugdigen onder ons, dat kunnen jullie je natuurlijk niet voorstellen.

Maar het was ook geen schrikbewind hoor! Laat ik daar wel even helder over zijn. Want we mochten best veel alleen was dat anders dan nu. Toen mochten onze kleren wel vies worden van het buitenspelen. Klom je in een boom om een appel te gappen (ja, appels groeien in bomen en niet in de Jumbo of Albert Heijn) dan kwam je er even later groen uit. En mocht je broek tijdens die klim een flinke winkelhaak oplopen dan werd deze diezelfde avond nog even genaaid, tijdens de Wie Kent Kwis of de Andre van Duin Show. En was het niet meer te naaien dan werd er gewoon een knielap aan genaaid om de scheur te verdoezelen.

Ik zag er soms net uit als een lapjeskat!

Maar mijn moeder bakt pannekoeken in de koekepan. Deze zin schoot mij van de week weer binnen toen ik, door omstandigheden, s’nachts in het Universitair Medisch Centrum Groningen moest zijn. Want daar ben ik ook wel eens geweest als kind. Met mijn moeder want ik had een spraakgebrek. En mijn ene been was langer dan de andere maar dat heeft hier niets maar dan ook niets mee te maken.

Ik kreeg een gehoor test en nog wat onderzoeken en uiteindelijk kwam ik in Leeuwarden terecht bij een Logopediste, een niet tot de verbeelding sprekende dame op leeftijd . Ik moest op praatles! In Leeuwarden.En we woonden op Terschelling. Tegenwoordig zit er in elk gehucht, dorp of om elke hoek in de straat van een zichzelf respecterende stad en op elke school wel een Logopediste. Er zijn meer Logopedistes dan groenteboeren of warme bakkers durf ik hier wel te beweren!

Die Logopediste leerde mij woorden goed uit te spreken. Dus ‘zeep’ in plaats van ‘teep’ en ‘skelter’ in plaats van ‘shelter’. Die woorden werden in een schriftje gezet en eronder was dan ruimte voor een bijpassend plaatje welke ikzelf erbij mocht plakken. We waren snel tevreden. Mijn jongste zoon heeft enkele jaren bij een Logopediste gelopen. Een wel tot de verbeelding sprekende jongedame. Hij (en ik) gingen altijd met plezier bij haar op bezoek. Na vier jaar intensief woordjes leren uitspreken én stickers plakken, trouwde hij haar en ze leefden nog lang en gelukkig…

Het waren dagjes uit. Gezellig met moeder de stad in en later weer terug met de trein en boot. De volgende dag ging ik dan naar mevrouw van der Meulen, een oudere weduwe die jeugdig bleef doordat alle kinderen van het dorp daar in en uit liepen. Dan kregen ze een dropje en speelden vervolgens weer verder. De oudere jeugd legden bij haar hun puber probleempjes neer of de gedoetjes op school of met hun ouders. Mijn privilege was vertellen over mijn bezoek aan de Logopediste en het avontuur eromheen. Ook daar ging ze dan op in en ze leerde mij onder andere onderstaande zin:

‘Mijn moeder bakt pannekoeken in de koekepan.’

En als ik de zin dan zonder haperen kon voorlezen dan bestond de beloning uit een dropje!

Herfsttaferelen

Ze doen het weer. Eigenlijk deden ze het al ergens in augustus maar toen was het meer voor spek en bonen. Of ze waren aan het oefenen. Of ze waren begonnen aan een warming-up. Maar nu begint het echte werk:

Het bladblaas-seizoen is begonnen!

De bladblazers van de gemeente waar ik woon begonnen al in augustus. Dan bliezen ze snoeppapiertjes, takjes van bomen en een enkel te vroeg gesneuveld blaadje naar één kant van de straat of trottoir. Natuurlijk is dat mooi, de straat ziet er opgeruimd uit (je zou bij mij in de straat van de grond kunnen eten!)en schone straten nodigen niet uit om rotzooi achter je neer te gooien. Althans, voor de gemiddelde mens met een gemiddeld verstand.

Persoonlijk heb ik niks tegen bladblazers maar waarom maken ze zoveel herrie! Is er nou niemand die zo’n ding stiller kan maken? We kunnen uit zout- en zoet water energie opwekken en we hebben de (Groninger) kennis om moleculaire motoren te bouwen die ooit in ons lichaam medische klachten kunnen oplossen. Om maar eens twee briljante, sorry, geniale uitvindingen te noemen. Maar een bladblazer stiller te krijgen lijkt nog ver weg, een utopie.

Vanmorgen zag ik een bladblazer niet lopen te blazen maar zittend te blazen. Op een klein trekkertje reed hij rustig over het trottoir en ondertussen werd vanaf de zijkant ‘geblazen’.  Kennelijk mag lopen niet meer, zijn die dingen te zwaar voor op de rug en heeft de Arbo er korte metten mee gemaakt. Dit apparaat maakt trouwens net zo veel herrie. Vandaar natuurlijk dat de bestuurder oorkleppen droeg.  Tijdens deze werkzaamheden zat hij ondertussen op zijn gsm te Feesboeken of te Tinderen, dat kon ik nu net niet zien vanaf mijn balkonnetje.

Maar er zat een zwaailicht achter op het karretje!

Mag je eigenlijk met je gsm klooien terwijl je aan het bladblazen bent? Of heeft hij aan zijn stuur ook zo’n slimme fietsbel die gaat trillen, oplichten en bellen als je een gevaarlijke kruising nadert of dat er een tegenligger aan komt?

Tegenwoordig is het zo dat voordat  een herfstblaadje de grond raakt na een prachtig lente- en zomerseizoen zijn werk gedaan te hebben, wordt het al op een hoop geblazen door hun vijanden, de bladblazers. Misschien is dat wel prettig voor mensen die gevoelig zijn voor vallende blaadjes maar ik vind het zo sneu. Sneu omdat ook het herfst seizoen erbij hoort, jaar in jaar uit, eeuw in eeuw uit. En nu kan het nog, straks is de aarde zo opgewarmd dat de seizoenen tot het verleden gaan horen en we óf het hele jaar in korte broek kunnen lopen óf het hele jaar in regenpak.

Voordeel daarvan is dat je niet meer seizoensgebonden kleding hoeft aan te schaffen. Zoals bijvoorbeeld een voorjaars-jas. Of een ‘tussen-de-seizoenen-in-jas’. Of een gezellige, warme en behaaglijke winterjas. Die benamingen heb ik geleerd van mijn geliefde. Ik had altijd twee jassen, een winter- en een zomerjas. Dat was makkelijk te onthouden en ik hoefde mij haast nooit te vergissen. Als de zomerjas niet meer warm genoeg aanvoelde wist ik dat de winterjas aan moest. En omgekeerd.

Mannen logica.

Vorige week ben ik met haar naar de stad geweest want ze moest een winterjas. Aangezien wij elkaar niet zo vaak zien ging ik gezellig met haar mee, elke minuut bij elkaar is meegenomen  nietwaar en ze had beloofd dat we niet de afslag naar de Ikea zouden nemen. Eenmaal in de stad was het winkel in,winkel uit en dat ging nog wel even zo door. Telkenmale werd door haar, wanneer er weer een jas aangetrokken werd, mijn mening gevraagd en ook dat ging best goed.. Want beste lezer, onze mening wordt dan wel gevraagd maar negen van de tien meningen worden in de wind geslagen, op bladblazer sterkte zal ik maar zeggen om nog even terug te komen op voorgaand onderwerp.

Mijn mening werd dan in de groep gegooid en die groep bestond uit een welwillende verkoopster en de spiegel. Zo nu en dan trad ik op als een echte man. Dat was wanneer ik de jas totaal niet mooi vond en dat riep ik dan (te) luid of ik trok een ‘wat een vreselijke jas!’ smoel. Dan hing ze ‘m snel terug en volgde ze mij naar de uitgang van het etablissement.

Na een uurtje of twee begon ik de hoop op te geven. Zij niet. Ik volgde haar een nieuwe winkel in en na enkele blikken in de jassenhoek verdween ze in de hoek waar sjaals hingen. Nu raakte ik even het spoor bijster. Misschien was dit even een schijnbeweging dus ik bleef staan waar ik stond, in de jassenhoek. Even later kwam ze naar me toe en toonde mij een sjaal. Voor bij haar nieuwe jas. 

Mijn mond zakte open en ik hapte naar lucht. Ben ik seniel aan het worden? Heb ik iets gemist in de afgelopen uren?  Zit ik in een programma van SBS6?

Ze begon te lachen en zei de raadselachtige woorden: “Vrouwen denken altijd verder…”

Ja, dacht ik, mannen ook maar dan gaat het meestal om iets vunzigs. Maar goed, de sjaal werd afgerekend en vervolgens moesten we weer terug naar een eerder bezochte winkel. Ze liep daar naar binnen, pakte een jas en trok die aan. En de sjaal werd tevoorschijn gehaald en die sloeg ze om haar poezelige nekje, schikte de boel wat en ze was klaar voor de winter!

Ik was met stomheid geslagen.

Spiegeltje, spiegeltje….

Afgelopen vrijdag was het weer zo ver. Grote schoonmaak in Huize Veldmuis! De reden daarvan was niet omdat ik zo’n enorme schoonmaak freak ben of leidt aan ernstige smetvrees, nee, het moest even omdat mijn geliefde onderweg was uit Groningen en dan wil ik dat ze in een schoon huis terecht komt. Dan wil ik niet dat ze een toilet betreedt waaraan je kan zien dat er de hele week twee mannen gebruik van gemaakt hebben. Om maar even een voorbeeldje te noemen..

Mannen wc’s zijn trouwens altijd goed te herkennen. Dan heb ik het niet over de gebruikelijke bril-problematiek (omhoog/omlaag) of over de vloer die er steeds ranziger uit gaat zien na een paar dagen. Nee, je ziet het ook aan de verzameling lege toiletrollen en, het meest herkenbare, het leesvoer wat ruim vertegenwoordigd is in de kleinste ruimte van menig huis. Mannen houden ervan om tijdens het ledigen van hun darmen leesvoer te nuttigen. Het ene eruit, het andere erin zeg maar. Dat noemen we ook wel pragmatisch denken. Of je tijd nuttig besteden. Daarom zitten mannen ook vaak langer op de plee dan de dames.

Nu las ik laatst dat we met zijn allen in de verkeerde houding zitten. De wc, zowel de hoge als de lage zit, zorgdraagt ervoor dat je niet in de goede houding zit. Je sluit de boel af in plaats van dat je de sluizen wijd open zet. Daar zijn ze dus nu achter gekomen las ik tijdens een van mijn toiletbezoeken. Hoe moet het dan?

Gehurkt!  

Dat gaat natuurlijk niet zomaar, we zijn immers niet allemaal een Youri van Gelder of Sanne Wevers. Toch is er een oplossing: een klein krukje. Je gaat zitten op de pot en dan zet je je voeten op het krukje en voilà, de hurkhouding is een feit. Die krukjes zijn te krijgen bij onder andere IkeNee, Intertoys en de Hema. Zo handig! En, om maar even in de stemming te blijven, ze kosten geen drol!

Ik besloot eerst te gaan stoffen. Daar had ik ooit speciale doekjes voor gehaald, die pruts je aan een speciaal blauw stokje en dan kan je aan de slag. Het werd een veldslag. Weldra vulde de stof mijn huiskamer. En er bleef ook wat hangen aan het doekje, geweldig! Na een uurtje lag het overtollige stof op de grond en kon ik gaan stofzuigen. Tussendoor stortte ik mij op het schoonmaken van toilet en douche en regelmatig realiseerde ik mij dat er plekjes waren waarvan ik het bestaan vergeten was..

Oh ja, de spiegel die aan mijn kledingkast hangt kan ook wel een spray’tje gebruiken!

De keuken was een apart hoofdstuk. Mijn geliefde wist mij later ook te vertellen dat ik de keuken dagelijks aan moest pakken nadat ik haar vertelde dat ik plekken tegen was gekomen die zó vettig waren dat ik er wel een fles of zes mee had kunnen vullen. Ik wist dat wel maar zoals ik al zei, het is een mannen huishouden en die kijken niet zo nauw.

Voor de douche maakte ik gebruik van een goedje wat je gewoon op de tegels kon sprayen. Daarna moest je maken dat je weg kwam anders ging je knock-out van de lucht. Na een minuut of twintig ging ik de ruimte weer in, met zuurstofmasker waarna ik gewapend met de douchekop het goedje van de muren en vloer het afvoerputje in kon jagen. En waarachtig, alles zag er weer bling bling uit en het rook naar bloemetjes. De beestjes, onder andere de zilvervisjes, lagen bewegingloos in het roostertje van het afvoerputje. Missie volbracht.

Tijdens het stofzuigen viel het mij op dat het stonk. Terwijl ik de zak vorig jaar nog geleegd had. Toen schoot het mij binnen dat men daar ook weer iets op gevonden had, namelijk geurstaafjes die je opzuigt waarna je huis, tijdens het stofzuigen, in het geheel naar limoen of lavendel gaat ruiken. Briljant als je ze in huis hebt, irritant als dat niet het geval is.

Weet je wat trouwens ook irritant is? Ik had laatst schoonmaakmiddelen voor het (mannelijk) lichaam gehaald. Twee halen/ een betalen. Het was van het merk Dove, Men + Care. Na een tijdje begon het mij op te vallen dat mijn haar geen gel meer nodig had: ik hoefde mijn hand er maar door te halen en het zat in ‘model’. Na bestudering van het gekochte materiaal kwam ik tot de ontdekking dat het alleen maar voor het lichaam bestemd was en niet voor de haren. De kolere lijers! Ik moest dus weer terug naar die winkel van twee halen/een betalen om schoonmaakmiddel voor de haren te halen.

Waarom doen ze het niet standaard in één fles? Het bestaat! Wij mannen zijn immers praktisch, twee flessen zijn onlogisch dus beste Kruidvat, Etos, DA en Trekpleister, leidt je caissières zodanig op zodat zij bij de kassa op tijd in kunnen grijpen en je de juiste flessen mee kunnen geven! Of verkoop alleen nog maar die twee in een zooi in plaats van aparte flessen!

s’Avonds om tien voor acht was het huis schoon en zat ik gedoucht en geschoren op de bank. Mijn maat belde mij nog even maar ik moest het kort houden want tijdens het scheren was er een bloedbad ontstaan doordat ik kennelijk uitgeput was van alle schoonmaak werkzaamheden. Gelukkig had ik nog wat aluin en smeerde daarmee alle wonden in waarna ik eruit zag als een pierrot en begon ik spontaan Bonny te zingen;

‘Droog je tranen Pierrot, oh Pierrot
Geef toch een glimlach cadeau, oh Pierrot’

Nadat ik uitgezongen was kwam mijn geliefde binnen en toen ik later aan de spiegel in mijn slaapkamer vroeg wie de schoonste flat van Leidschendam had, antwoordde zij: uw huis is het schoonste, van het hele land!

Maandag

Maandagmorgen. Zeven minuten over half acht. Mijn geliefde en ik werden ruw gewekt door de wekker radio: de Amerikaanse band Nirvana schreeuwde ons wakker met het nummer ‘Smells like teeen spirit’.

Goed bandje, maar zo willen we de maandag niet beginnen!

Het waren al enerverende dagen. Dat zijn ze eigenlijk altijd al want wij moeten onze liefde van ‘twee weken niet bij elkaar zijn’ in één weekend stoppen. Zo gaan we al vier jaar met elkaar om. Dat is onze realiteit. Ondertussen zoeken we naar een oplossing en vertrouwen we op de liefde die alles overwint.

Er stond weer veel op het programma. Een zakelijk gesprek, een afspraak met de kapper, tussendoor op ziekenbezoek bij schoonmoederlief, een bruiloft en nog wat kluswerk in huis. En dan tussendoor de enorme schrik dat een van de kinderen aangereden werd op zijn fiets door een auto. Mijn jongste zoon Sil bracht ons telefonisch op de hoogte. “Pap, niet schrikken hoor…het is niet super ernstig maar Sven is aangereden. Hij heeft verwondingen aan zijn hand en aan zijn benen en ze brengen hem nu naar het ziekenhuis. Ik houd je de rest van de avond wel op de hoogte…”

Dit zijn van die berichten die je nooit wilt horen als ouder. Dat zijn nachtmerries van de hoogste categorie. Er spookt direct van alles door je heen en je vervloekt jezelf omdat je die gasten er altijd al op wijst voorzichtig te zijn in het verkeer, dus goede verlichting en niet teveel met die telefoon lopen klooien. En dan hoor je ze zuchten, klagen en mopperen…Wat een zeikerd die ouweheer! Waar bemoeit hij zich mee, ik kan de hele wereld aan!

Dat dacht ik ook altijd op die leeftijd wanneer mijn ouders zaten te ‘zeuren.’ Dus begrijpen doe ik die gasten wel. En dit ongeluk was niet zijn schuld. De automobilist haalde een scooter in en zag de tegemoetkomende fietser niet. Wat maar weer bewijst dat jij wel kan opletten in het verkeer maar dat het voor anderen niet vanzelfsprekend is, een feit die ik ook vaak aan mijn omgeving probeer uit te leggen.

Diep in de nacht kreeg ik zoonlief zelf aan de telefoon. Hij was weer thuis en het ging goed met hem. Wel was hij tig hechtingen rijker maar de boel was goed ingepakt. Hij was ook vol lof over het politie- en ambulancepersoneel, die hebben zich goed over hem ontfermt. Zo hoort het ook en dat kan nooit te vaak gezegd worden in deze grote boze wereld. En over de onfortuinlijke chauffeur had hij ook geen kwaad woord, die was erg aardig geweest en is de hele tijd bij hem gebleven voordat hij afgevoerd werd naar het ziekenhuis.

Zoals ik al zei, de wereld is nog niet bedorven zoals sommigen nog wel eens suggereren.

Mijn geliefde wist de mannen van Nirvana de monden te snoeren en opnieuw haalden wij aan dat Gerard Ekdom nooit naar Radio 2 had moeten gaan. In het begin vond mijn geliefde het fantastisch nieuws want hij was zo leuk en dan die stem! Dat was zooooo heerlijk om mee wakker te worden!

Ik dacht daar anders over. Die Ekdom is nog steeds te wild en had gewoon bij 3FM moeten blijven. Daar was hij nog steeds op zijn plaats, ondanks zijn leeftijd. En het is radio hè, dan zie je de DJ’s toch niet. Al gauw begon het ergeren. Zijn muziekkeus was anders dan we gewend waren. Tjesus, wat is die gozer druk op de vroege morgen! Of zijn we nu ook al te oud geworden voor Radio 2? Dat kan natuurlijk ook…

Dit was dus geen goed begin van de dag. Ruw gewekt worden op de dag dat we weer afscheid moeten nemen van elkaar en de opmerking of we ook al te oud worden voor Radio 2. Maar ook deze hobbel werd glad gestreken door de liefde en even later kuste zij mij een goede reis.

En ze beloofde dat de wekkerradio van zender gewisseld zou worden: Radio 5 met Henk Mouwe en Manuela Kemp….

Van omroep Max…

Kakker

Ojee! Twee kakkers van middelbare leeftijd in de trein van Den Haag naar Groningen. Inclusief de bekende aardappel- in- de- strot stem, zeg maar de Lullo’s van Jiskefet maar dan wat jaartjes ouder..en grijzer. Ik gokte dat ze in Leiden uitstapten maar de heren bleven zitten. Moet ik nog langer naar hun gewauwel luisteren. Ze hebben het over tv series en een van de kakkers kijkt veel. Heel veel. Hij had laatst effe een hele reeks van House of Cards gekeken. Met zijn kakvrouw waarschijnlijk of zijn kakvriendin, beide weten nog niet van elkaars bestaan en dat moet ook maar even zo blijven dus die informatie geef ik nu niet. Gis maar. Goed voor de fantasie.

Maar de serie was ‘meesterlijk’, ‘top serie’ en ‘fantastisch’. Tijdens het opnoemen van al die superlatieven dacht ik, achter in zijn keel tussen huig en tong, een stukje van een aardappel te zien. Het is dus echt waar…

Zijn medekakker stapte uit in Amsterdam-Zuid. Ik zag opluchting op zijn gezicht: Pfff…van die ouwehoer ben ik af! De ouwehoer resette zich even en begon daarna met andere treinreizigers te praten. En vooral met de dametjes die vlakbij zaten. Want ja, zijn kakvriendin begon de laatste tijd toch steeds meer negatieve aandacht op te eisen en het woord ‘kiezen’ was al een paar keer gevallen. “Wat nou kiezen!” moet hij gedacht hebben, “het leven is veuls te kort dus geniet er nou maar van!” “En als we samen zijn hebben we het toch goed? Kom je iets tekort?”

Nauwlettend hield ik ze in de gaten en voelde de inspiratie opkomen. Werden er al telefoonnummers uitgewisseld? Zag ik slinkse en steelse blikken die over en weer geworpen werden, op zoek naar een teken van verstandhouding, een teken van contact of een teken van herkenning? Of moet ik het gewoon geiligheid noemen? De kakker was aan het jagen, hij voelde aan zijn water (en wellicht ook aan zijn aardappel) dat er wat te jagen viel. En als mannen dat voelen dan worden ze een soort van charmant, gaan ze zich uitsloven en voelen ze zich weer even de trotse haan in een kippenhok.

Tot de vos binnenkomt en dat was in dit geval de conducteur die ons mededeelde dat station Duivendrecht bereikt was…

Als een zeepbel spatte mijn inspiratie uiteen. Waar moest ik nou over schrijven? Over de Algemene Beschouwingen? Over de rechtse, linkse en er tussenin politiek? Dat het allemaal niet eerlijk was en is? Over het feit dat ik de Algemene Beschouwingen persoonlijk wel leuk vind omdat ik naast het inhoudelijke wat er best wel te horen is, altijd het idee heb dat politici enkel tijdens deze dagen echt aan het werk zijn . De rest van het jaar zijn ze of onderweg, of op werk(!)bezoek of op reces. Nee, we worden al overladen met nieuws uit Den Haag, ik zal mijn fantasie maar eens aanspreken.

De kakker werd vast opgehaald door zijn kakvrouw die net bij haar kakvriendje geweest was. Hij wist dat natuurlijk niet en was ook blind voor de signalen die zij uitzond. Nee, dit ging al jaren zo en het enige signaal wat hij oppikte was het Netflix signaal. En dat zag zij ook, vrouwen hebben daar een soort sensor voor en daarom stapte ze uit de vicieuze cirkel. Ze zocht wat intimiteit, wat warmte omdat haar man afgelopen weekend geen tijd voor haar had vanwege een serie die hij binnen 48 uur bekijken wilde. Hij haalde het net niet, het ging om 52 afleveringen.

Haar kakvriendje een paar jaartjes jonger was deerde haar niet, zij voelde zich weer even de koningin van de slaapkamer. En van de woonkamer. En van het dressoir in de hal. En van de werkbank in de schuur.

Oja, en van de badkamer.

Beste Mark

Weledelgestrenge Heer Rutte. Geachte minister-president. Excellentie.

Beste Mark.

Uit respect voor u als minister –president  ga ik niet jij’en of jouw’en. Zo ben ik namelijk opgevoed.

Van de week ging u voor ons, volk, door de knieën en door het stof omdat u spijt had van eerdere beloften. Het woord ‘sorry’ was dan ook Het Woord van de Week en iedereen had het erover!

Van mij had het niet gehoeven hoor, sorry zeggen. Toen u die 1000 euro beloofde snapte ik direct dat u dat niet kon waar maken. Ik heb niet zo’n hoog IQ als de gemiddelde kiezer van uw cluppie maar ik wist wel dat het gewoon een lokkertje was om nog meer kiezers te winnen. Daar hoefde je niet voor gestudeerd te hebben en de meeste mensen die het recht hebben om te kiezen wéten dat ze politici niet serieus moeten nemen. Waarom niet? Omdat ze altijd maar weer moeten polderen en compromissen sluiten want er zijn net zoveel meninkjes als deelnemers aan het electoraat.

En we weten dat ‘sorry’ zeggen iets van deze tijd is. Daarvoor vertikte men het en was het leve de arrogantie, maar enige jaren geleden kwam er een omslag: Gewoon toegeven dat je iets fouts gedaan hebt, excuses aanbieden en vervolgens weer verder gaan met je praktijken.

Want ja Mark, u zal ook weer door het stof moeten vanwege MH17. ..Na deze diep trieste ramp (aanslag!) gaf u strijdvaardig aan dat de onderste steen boven moest komen. En dat de verantwoordelijken gestraft moeten worden. Echt, ik voelde uw kwaadheid en wilde u ook geloven maar zo zit de wereld, helaas, niet in elkaar.

En over een aantal jaren zult u ook weer sorry moeten zeggen en toe moeten geven dat die 130 km per uur eigenlijk ook niet zo zaligmakend was als u en uw vrindjes steeds dachten. Want dan blijkt dat de natuur er toch wel door belast werd. En dat medische klachten zich opstapelden omdat de lucht toch niet zo schoon was als jullie ons steeds voorhielden. Of erger, dat Veilig Verkeer Nederland met cijfers naar buiten komt waaruit blijkt dat er een toename is van verkeersslachtoffers. Dodelijke slachtoffers, omdat er zo hard gereden wordt dat zelfs airbags het niet meer kunnen opvangen…

Voorbeelden in overvloed maar dat hoort nu eenmaal bij regeren. En als je verantwoordelijkheid neemt moet je natuurlijk ook die verantwoordelijkheid nemen als het mis gegaan is. Persoonlijk heb ik diep respect voor mensen die dát doen want er is ook een categorie azijnpissers die vanaf de bank alleen maar commentaar leveren en hun ‘mening’ uiten zonder eerst effe het een en ander uit te zoeken.

En beste Mark, dat je ook nog een paar uurtjes in de week lesgeeft aan een vmbo klas is ook te prijzen, dat zie ik liever dan een Jan Peter Balkenende op een skateboard…..

Maar. Ja, nu komt de maar. Want u heeft, wat mij betreft, onlangs een grens overschreden. Een grens die door al uw voorgangers gerespecteerd werd heeft u met voeten getreden. Een schandalige vertoning waarvan ik vind dat u eigenlijk direct moet aftreden. En zelfs 1000 excuses maken verlicht geenszins mijn woede want dit past een premier niet, dit is een premier onwaardig, dit is ons land onwaardig, dit is Europa onwaardig en eigenlijk zouden ze u moeten verbannen naar een ver oord hier vandaan. Als straf. Zonder behoud van wachtgeld. Met een partner want aangezien u die nu nog steeds niet heeft maakt dat de straf waarschijnlijk erger…

Sorry! Nu ga ik te ver. Dat gezeik over wel of niet een partner of wel of niet hetero of homo zou mij eigenlijk totaal niet boeien. Dat willen ze bij WNL (Wakker Nederland…) wel weten maar ik absoluut niet, echt niet! Maar ik ben zo kwaad…Zo ontzettend kwaad en dan wordt ik vals!

Het NOS Journaal bracht mij namelijk op de hoogte (die krijgen ook nog een brief!) dat u, minister president van Nederland, gebeld heeft met Albert Verlinde (verder in dit verhaal geduid als ‘deze persoon’) in de uitzending van RTL Boulevard! Omdat deze persoon ging stoppen als presentator van dit..euh…tv programma.

Hoe haalt u het in uw Haagsche grijze massa deze persoon te bellen! En het allerergste, hoe haalt u het in uw botte…excusez le mot, hersens om deze persoon veren in den reet te stoppen vanwege zijn dienstjaren bij hierboven genoemd ‘tv programma’ namens ALLE NEDERLANDSE BURGERS!

Kijk, dat u Gordon gedoogd en een liefhebber bent van de Toppers, dat gedoog ik nog, dat is uw vrije tijd en daar heb en wil ik niks mee te maken hebben. Maar dat u op de televisie deze riooljournalist toespreekt namens ALLE NEDERLANDSE BURGERS en hem op een voetstuk zet al ware deze persoon een persoon die in de historieken der Nederlandse geschiedenis bijgeschreven zou moeten worden, is niet één brug te ver maar alle bruggen te ver! U tast mijn Nederlands Burgerschap aan, van kruin tot mijn kleine teen!

Schandalig! Rioolpolitiek! De muur tussen roddel en serieuze journalistiek is geslecht. Tot en met de fundering! Dit komt nooit meer goed en ons land zal ik chaos veranderen en uiteindelijk naar de verdoemenis gaan….

Daarom deze brief, in de hoop dat u toch nog wijs genoeg bent om uw fout toe te geven en vervolgens af te treden. Het is niet anders. Vervroeg de verkiezingen en met kerst zit u in ballingschap ergens ver weg onder de kerstboom, uw zonden te overzien en uw wonden te likken.

Ja en niks voorwaardelijk! We schepen u op met een partner!

Goed advies!

“Je moet ook meer zoenen!”

Ik stootte wat klanken uit, meer kon ook niet want er zat van alles in mijn mond plus, ja plus, een blauw, gehandschoende vinger. Maar als je die klanken zou vertalen naar Algemeen Beschaafd Nederlands dan hoorde je: “Nog meer zoenen?” Hoe dat zo? Wij leven volgens het principe -Een uur niet gezoend is een uur niet geleefd!-‘’

“Oké, dat is best veel maar het mag best meer, daar krijg je hele mooie witte tanden van!” zei de mondhygiëniste, waarna ze weer verder ging met de aanval op, haar eigen woorden, enorme muren van tandsteen.

Nu is het bij ons thuis wel een item hoor, de kus. Ik hoef het niet te wagen om s’morgens uit bed te stappen zonder eerst mijn prinsesje een goedemorgen kus te geven. En omgekeerd natuurlijk, ook een kusje vóór het slapen gaan. Maar ook een kusje als ik even een boodschapje ga doen, zelfs al is het bij de Super om de hoek. En in de dagen dat we van elkaar gescheiden zijn doen we het telefonisch. Zowel ‘live’ als via de App. Wat dat laatste betreft, hoe meer de geschreven ‘kus’ uitgerekt wordt hoe meer de kus gemeend is. Het kan namelijk kort en bondig: Kuss. Of die hele sensuele, licht erotische met de pikante S: Kusssssssssss.

Ja, je hebt ook die emoticon van twee gelippenstifte lipjes… (voor de oudere garde onder ons, dit zijn symbooltjes die emoties uitdrukken. Een zo’n symbooltje drukt vaak een heleboel uit waardoor je minder hoeft te schrijven. Voor luie mensen is dat dus wel handig maar er komt een tijd dat we alleen nog maar met die symbooltjes met elkaar communiceren want het gaat super snel en als je een beetje bij wilt blijven of in ieder geval contact wil houden met de mensen om je heen moet je er wat mee doen dus ….. Wen d’r maar an!).

Vooralsnog blijft het geschreven woord in mijn geval toch krachtiger. Daarom overschrijf ik haar graag met liefdevolle woorden en zij zet die woorden dan weer om in zoete zoenen en heerlijke likkebaardende kussen waardoor mijn tandjes meer stralen dan die van het gemiddelde Mclean’s model.   

Tenminste, als ik de theorie van de mondhygiëniste geloven moet.

Sinds ik gestopt ben met roken is het ook een stuk lekkerder. Mijn geliefdej heeft niet meer het idee een asbak uit te likken wanneer ze mij kust en ik heb niet meer het idee dat ik naar een volle asbak ruik. Dus we zoenden daardoor al vaker, zelfs tijdens de Olympische Spelen op TV gaf ik eraan toe ondanks de wetenschap bekeken te worden door, o.a., Henry Schut, Daphne Schippers, Dionne de Graaf, de advocaat van Yuri, het hele dames-en heren hockey team, het hele dames volleybal team, het hele dames handbal team, Erben Erben Wennemars Wennemars, Churandy Martina en Annechien Steenhuizen want tussendoor was er ook nog gewoon nieuws.

Wanneer Chef de Mission Maurits Hendriks in beeld kwam hielden we even in want ja, de angst dat hij een van ons naar huis zou sturen zat er inmiddels goed in! Maar we konden niet anders dan tijdens de sportieve hoogstandjes van onze afgevaardigden door te gaan met zoenen want er was zo veel, zo verschrikkelijk veel sport op TV dat we soms gewoon even naar adem moesten happen.  

Overdaad schaadt. Toch heb ik mensen gesproken die alles keken. En als ik dan zei dat een beetje overdreven te vinden dan kaatsten ze de bal terug, of teveel zoenen ook niet een beetje overdreven was.. Kaatsen is geen Olympische sport maar was wel in 1928 (Amsterdam) een demonstratiesport tijdens de Olympische Spelen. Maar dit even terzijde.

We hebben inmiddels de slotceremonie al een paar dagen achter de rug, de lintjes zijn uitgedeeld, de 450.000 condooms zijn gebruikt, de Bobo’s hebben elkaar weer van alles in de bips gestopt en alle sporters zitten weer gezellig thuis bij familie en vrienden, na te praten. En er zal vast wel weer flink gezoend worden.

Daar zouden ze nou eens een Olympische sport van moeten maken!

Een Midzomernachtdroom in Winterswijk

De kalk aan mijn schoenen en op de traptreden van het trappenhuis van mijn flat verraden dat het geen droom geweest is…

Of was het wel een droom….

Zodra de laatste fluit klonk in de Steen- en kalkgroeve van Winterwijk voor de medewerkers van Sibelco, om aan hun welverdiende vakantie te beginnen, werd dit woest geologische oord betreden door een groep creatievelingen die voor de zesde keer iets unieks op poten gingen zetten.

Een openlucht theater met alles erop en eraan: Een midzomernacht in Winterswijk….

Maanden lang hebben ruim 300 mensen hieraan gewerkt. Hun vrije tijd opgeofferd om ons te plezieren. Vrijwilligers die een pluim verdienen, vrijwilligers die hun Winterswijk op de kaart zetten! Want we hebben het hier over een theater voor vier dagen! En in die vier dagen mogen 12000 mensen er van genieten. Je moet dan wel dertig meter de diepte in, om getuige te zijn van deze groep geweldenaars die ons even uit ons dagelijks leven willen optillen. Om vervolgens, na ruim drie uur, ons weer zachtjes neer te zetten. Nog nét iets los van de grond, ontwakend uit een diepe slaap vol dromen. Even los van de realiteit, even weggetrokken uit het dagelijkse moeten en licht van hoofd en leden geworden door wat wij te zien en te horen kregen…

Een midzomernachtdroom in Winterswijk…

Ja, ooit was het een droom van William Shakespeare. Maar nu was de droom weer tot leven gewekt door eerder genoemde enthousiastelingen, enthousiastelingen die het verhaal zo mooi vonden dat ze het vertaalden naar 2016 en ons, simpele zielen der mensdom, er deelgenoot van te maken.

Natuurlijk had ik wel eens van Shakespeare gehoord. Er zijn of niet te zijn, dat is de kwestie. En op school heb ik ‘hem’ gelezen, The Merchant of Venice en dezelfde titel ook nog gezien in de Koninklijke Schouwburg te Den Haag, met onder andere Bram van der Vlugt. In eerste instantie vond ik het maar saai. Ouwe meuk van honderden jaren geleden en ze praten zo raar… Maar de deskundigheid van de leraar wist mij te raken en ik begon het een beetje te begrijpen. Het woordje ‘saai’ vervaagde en ik was trots op mijzelf, trots om ook voor dit soort ‘entertainment’ open te staan.

Een midzomernachtdroom in Winterswijk, met als hoogtepunt een allesomvattende bruiloft. Een droom over de liefde. Een droom waarin alles kan en mag, zelfs tovenarij. Gedragen op prachtige, uitgekiende muziek, belicht vanuit allerlei hoeken op de juiste momenten en doorspekt met scherpe, humorvolle zinnen die de geest masseerde en het lichaam deed ontspannen. Met mensen van vlees en bloed, met prachtige namen zoals Hertog Theseus en Hertogin Hippolyta, Philostrata en Egeus. Of Demitrius, Helena, Lisander en Hermia. Maar ook mevrouw Rutjes, Mutti Tutti, Botte Nick en Carla Kruk. We schrijven immers 2016 en het ging om een vrije bewerking van deze beroemde komedie.

Het werd nog dromeriger. We werden meegenomen naar het elfenrijk. Het Rijk van Zijne Koninklijke Hoogheid Koning Oberon, begeleidt door zijn stoere en stinkende motorbende ‘WoudBoys’ en zijn prachtige Koningin Titania. En haar volgelingen, ook weer met namen die tot de verbeelding spreken zoals Lazarus, Motje, Prada, Zaad, Spinrag, Viktor, Rolf, Coco, Chanel en Elfje 13. En onze favoriet: Puck!

Ik wilde niet meer wakker worden!

En dan de dansers en danseressen. Op onnavolgbare wijze wisten ze ons vanuit alle hoeken en gaten hun kunsten te laten zien. En het klopte: elke stap, elke pas, elke beweging kwam overeen met het verhaal. Ik herkende de donkerte die een nacht brengen kan en zoals je ze alleen in dromen beleven maar ook het licht van vrolijkheid, vreugde, euforie en …van de liefde!

Ontroerend zo mooi, om te janken zo mooi…

We keken naar een machtig schouwspel maar halverwege de avond brak het wolkendek en werden we getrakteerd op regen. Maar het deerde de spelers niet en wie zijn wij dan om te jammeren? Hun enthousiasme werkte als een poncho en het genieten ging gewoon verder.

Naast alle dans, de fantasierijke beelden en het verhaal was er natuurlijk ook de schitterende muziek en zang. Muziek en vertalingen onder bezielende leiding van Gerben Kruisselbrink en, zoals ik al zei, uitgekiend tot in de puntjes. Want het geheel was doorspekt met muzikale grappen en wederom hoorde ik weer hoe twee nummers tegen elkaar in gezongen werden, kunststukjes op zich als je het mij vraagt. Uiteraard ontbrak ‘Ein Sommernachtstraum’ van Mendelssohn niet maar we werden ook verder heen en weer geslingerd in de muziekgetijden, bijvoorbeeld van ‘With or without You’ van U2 tot aan ‘Als de dag van Toen’ van Reinhard Mey en van ‘Kiss’ van Tom Jones tot aan ‘Sweet dreams’ van de Eurythmics maakten deze droom intens, magisch, sfeervol en… romantisch. En wat werd er goed gezongen, zowel door de acteurs/actrices als door het Projectkoor! Het kippenvel op de armen tierde welig en de oren lieten zich gewillig strelen! De Steengroeve mag trots zijn op zoveel talenten!

Natuurlijk was er bij ons ook verwarring. Dromen zijn nu eenmaal verwarrend. En het verhaal leende zich daar ook uitermate goed voor. Maar om het zo nu en dan even te duiden (mooi woord blijft dat toch) verscheen de man met misschien wel de mooiste (spreek)stem van ons land in de Arena, Bram van der Vlugt. Ik realiseerde mij dat ik dus twee keer in mijn leven een stuk van Shakespeare gezien heb waarin twee keer deze ras- acteur zijn opwachting maakte.

Hij deed dat zoals we hem kennen: rustig, duidelijk, helder, imponerend en met veel humor. Wie is er niet mee groot geworden… Als een herder tussen zijn schapen praatte hij ons bij, volkomen in zijn element en wij hingen aan zijn lippen. En natuurlijk zorgde hij ervoor dat deze midzomernacht op alle fronten goed afliep en wij rustig uit onze diepe slaap konden ontwaken. ‘Alles komt goed, als je er maar in gelooft!’

We kregen gelukkig nog de gelegenheid na te praten met de regisseur van deze avond, Jasper Korving. Natuurlijk, we kenden hem al een aantal jaren en hij is goed, heel erg goed want hij let op elk detail, weet zijn mensen op een fantastische manier te motiveren én te inspireren en is de creativiteit zelf, met een grote C.

Wij kwamen ergens midden in deze midzomernacht thuis.

Moe. Gelukkig. Voldaan. Verliefd. De stille getuigen waren wat kalkresten op kleding en schoenen maar dat deerde niet. We kusten elkaar en proefden de avond, een midzomernacht zoals William Shakespeare het ooit bedoeld had…

Genotsmomenten

In de trein van Groningen naar Den Haag. Deze keer reis ik 1e klas want de NS had een actie: voor 9 eurootjes maar! Dat is ook de prijs van een pakje shag maar ik ben gestopt met roken dus nu hou ik over. Nou ja, gestopt….ik heb nog wat sigaartjes en die bewaar ik voor feestelijke gelegenheden. Mits ik er zin in heb want dankzij een paars pilletje (nee, niet die waar je dan de hele dag vrolijk in het gelid van gaat staan) taal ik niet meer naar een rokertje. Dat komt omdat deze pilletjes zorgdragen dat er geen dopamine aangemaakt kan worden. Dat is een stofje wat je aanmaakt wanneer je iets lekkers of prettigs doet. Het fraaie van dit pilletje is dat het bij mij precies werkt want ik ervaar nog steeds blijdschap, momenten van genot en zit lekker in mijn vel. Behalve als ik een sigaret opstak, dan voelde ik niets, hooguit schuldgevoel omdat ik het toch weer probeerde.

Stoppen dus.

Toen de eerste nieuwe etiketten op de pakjes sigaretten en shag verschenen was voor mij de maat vol. Gruwelijke foto’s! Daar wil ik niet mee gezien worden en bij deze feliciteer ik de anti-rook club met dit succesje. Daar moet een borrel op gedronken worden! Oh nee, toch niet, want van alcohol kun je, onder andere, slokdarmkanker krijgen. Ik herhaal, onder andere! Daarom vraag ik het toch maar even nu ik zo bezig ben met het onderwerp: wanneer komen er op de flessen drank van dit soort foto’s? En hoe zit het met de drank-en voedsel industrie? Die gebruiken immers teveel suikers in hun producten waardoor we te zwaar worden en, uiteindelijk, er ook weer kanker van kunnen krijgen….

Pfffff….ik krijg ineens zin in een peuk!

Gelukkig mag je in de 1e klas van de trein niet roken. In de 2e klasse trouwens ook niet. Ik vraag mij af wat nu het verschil is tussen de 2 klassen want ik zie alleen maar gelijkenissen: men belt hier ook luid en duidelijk, het geschommel is net zo erg als in de 2e (en daardoor slaat regelmatig mijn cursor op hol..), het stinkt, het is te warm, de stoelen zijn vies en ik hoor al anderhalf uur lang gepiep en geklaag van een tochtdeur die snakt naar een likje olie in haar/zijn scharniertjes.

Aha,ik weet het verschil! Je hebt meer beenruimte en je betaald er meer voor!

Ik hoor nu ook muziek. Van een gozer die schuin tegenover mij zit. Of beter gezegd, ligt half op zijn rug in de stoel. Net zat hij nog te bellen in zijn beste Engels en verdomd, ik corrigeerde hem zo nu en dan dus mijn Engels is nog best in orde. Hij slaapt nu en heeft ‘oortjes’ in maar toch kunnen we meegenieten. De gehoor industrie vaart er wel bij. De laatste jaren hoorde ik vaak van mijn kinderen dat ze vonden dat ik moest stoppen met roken. Terecht, teveel mensen om ons heen zijn ons te vroeg ontvallen dus ik begrijp hun argumentatie en na ruim 35 jaar roken is het ook wel het verstandigst. Alhoewel ik het buiten staan met andere rokers best wel zou gaan missen… Maar nu ik gestopt ben kan ik hun aanspreken op hun ‘oortjes’ gedrag, dat die altijd veel te hard staan waardoor ze later aan een gehoorapparaat moeten. Heerlijk, ik verheug me nu al op de hoeveelheid dopamine die hierdoor in mijn grijze massa aangemaakt zal worden!

Dat wordt een genot’s explosie!

Komkommertijd

Nieuwsjunks noemen de zomermaanden ‘komkommertijd’ maar, op een paar komkommertjes na, hoeven we daar deze zomerperiode niet van te spreken. Want de heren Trump en Erdogan blijven ons bezig houden en daarnaast kregen we weer te maken met intrieste gebeurtenissen die de wereld deed huilen zoals bijvoorbeeld, de Pokémon-Go rage. In eerste instantie reageerde ik enthousiast want de jeugd kwam door dit spel weer eens buiten maar al snel sloeg dat om toen ik volwassenen langs de weg zag staan, gebogen over hun androidje/i-phoontje en op zoek naar een virtueel gedrochtje. Sommigen doen het lopend of op de fiets, anderen pakken de auto. Die laatste groep is snel te herkennen; zodra er iemand voor je ineens op de rem gaat staan of plotseling de auto in de berm parkeert, weet je dat je met een Pokémon- jager te maken hebt. En ja, mannen zijn jagers en daarom is het ook wel weer te begrijpen. Hun vrouwen kijken het tafereel met lede ogen toe en vragen zich af wanneer hij eindelijk weer eens op haar gaat jagen maar helaas, daar is nog geen App voor gemaakt…

De jeugd loopt dus weer lekker buiten te struinen en dat maakt het straatbeeld weer een stuk gezelliger. Mijn jongste zoon vroeg laatst ook ineens aan mij of ik zin had in ‘een straatje om’ te gaan. Het was net weer droog na urenlange regenbuien waardoor ik wel zin had in een wandeling. Terwijl ik hem wees op de kikkertjes die over de paden sprongen had hij alleen maar aandacht voor zijn telefoon en maakte hij mij deelgenoot van Pokémon’s die her en der op straat liepen.

Wij visten vroeger.

En de vangst aten we die avond direct op waardoor we ons echte jagers voelden. Maar ja, tijden veranderen en de verveling overheerst in deze moderne tijden. En allerlei regeltjes houden onze kinderen thuis: ze kunnen niet meer voetballen op straat, als ze teveel gillen tijdens een spelletje Verstoppertje beginnen de buren te klagen en als ze vakken willen vullen om wat bij te verdienen moeten ze zich eerst identificeren en minimaal 15 jaar zijn. Maar op hun 13e of 14e met het eerste de beste vriend(innetje) direct het bed delen (soms zelfs nog in een Ferrari- of Prinsessebed) gelden geen regels, dat is een taak voor de ouders. Maar ja, die ouders willen vriendjes zijn met hun kroost en laten het maar gedwee toe zodat er geen conflict ontstaat tussen beide generaties. Zo wordt ons kroost een zorgeloze jeugd onthouden en leren ze niet omgaan met een afwijzing…

Of je laat je kind turnen. Dan wordt je ook een zorgeloze jeugd onthouden. Maar ja, hij of zij heeft talent en in Naam der Koning en voor Volk en Vaderland zullen deze talenten benut moeten worden zodat zij later Het Land eeuwige roem kunnen geven. Opoffering van het hoogste niveau. Dag in dag uit moet er getraind worden en voor feestjes, Pokémonspelletjes of andere gezelligheid was geen tijd. Zoals te zien in de documentaire ‘Langs de oevers van de Yangtze’, waarin fotograaf Ruben Terlou je meeneemt naar een gymzaaltje waar kinderen klaar gestoomd werden om later onuitvoerbare acrobatische toeren te kunnen maken. Tot ons aller vermaak. Nee, voor deze kinderen gelden regels, zoals het niet eten van junkfood of drinken van tientallen blikjes energiedrank, allemaal ten strengste verboden en allemaal voor de glorie. Of, op latere leeftijd, een biertje drinken, een biertje welke dezelfde naam draagt als van de sponsor….

Soms kan je het dan niet meer aan en grijp je naar middelen die, zogenaamd, de geest verruimen. Want ja, dat poederen was je al gewend maar je wist niet dat wanneer je je neus poederde, je in nóg hogere sferen kwam dan enkel een paar ringen aan een touwtje…

Gelukkig kwam de bezinning en je onderging je straf. Een straf van hoon en gelach want dat gaat prima vanaf de bank met een zak chips en een krat bier binnen handbereik, ondertussen zappend tussen de afzeik- en roddeltelevisie programma’s die debiel Nederland met veel plezier elke dag bekijkt.

Je ging daarna toch weer trainen. Trainen en trainen en waarachtig, je bleef goed en begon weer te winnen. Iedereen sloot je weer in de armen want ja, The winner takes its all.

Tot ze weer een reden vonden. Na een avondje stappen werd je naar huis gestuurd. Tien uur vliegen. Want je had een grote mond en je had gedronken. En weer kreeg je hoon en gelach over je heen, die kwalificatie voor de finale waren we alweer vergeten…

Afgelopen vrijdag was de Grote Finale. Het Nederlands Olympisch Management won ‘glansrijk’ van de Lord of the Rings. Zij hebben die verhalen van grote sporters die eens uit de band sprongen kennelijk niet meegekregen. Want zij zijn altijd braaf geweest in hun leven en zijn nooit hun boekje te buiten gegaan. Het ergste wat ze gedaan hebben is pissen in de plantenbak van het clubhuis of iets te geil gekeken naar het serveerstertje die rond ging met de ‘bitterballs’.

Eigenzinnigheid is in hun ogen een vies woord en past in hun ogen al helemaal niet bij een sporter.

Waarom moest Yuri eigenlijk mee naar Brazilië? Wisten ze niet dat deze topsporter anders was dan de gemiddelde sporter? Konden ze hem, met al hun bestuurlijke kennis en levenswijsheid, niet aan?

Nee, van komkommertijd was geen sprake. Helaas….

Even een vlekje wegwerken..

Mijn geliefde is een doorzetter. Een positief ingesteld. Ze liep gisteren maar liefst vier keer gillend naar buiten om de was aan het wasrek te redden van de regen en maar liefst vier keer zei ze dat het nu droog zou blijven. Ik ben geduldig en keek het allemaal van een afstandje aan. Dat is het verstandigste om als man te doen. Eigenlijk zijn wij mannen heel erg verstandig maar dit even terzijde.

De helft van de was behelsde kleding van ondergetekende. Ik ben nogal van de vlekken. Dat neemt ziekelijke vormen aan. Schone kleding blijft bij mij gemiddeld een half dagje schoon. Meestal zijn het mijn shirts. Die bevlek ik het snelst. De laatste jaren lukt het mij al wanneer ik mijn tanden poets. Dan draai ik het dopje van de tandpasta en doe wat tandpasta op de tandenborstel en voilà…het kwaad is dan al reeds geschied. Tandpasta spettertjes op mijn shirt. Ik geef de schuld aan de hedendaagse tandpasta. Die is dunner dan jaren terug toen het in die knijptubes zat, je weet wel, die tubes die je van onderen af op moest rollen. Wat er in zat haalde je er ook uit.

Maar het blijft niet bij tandpasta. Als ik iets eet gaat het meestal ook mis. Soms kun je aan mijn kleding zien wat ik gegeten heb. Zelfs als ik helemaal over mijn bord hang kan het al mis gaan en vervloek ik mijzelf over mijn klungeligheid en vraag ik mij af waar ik dit in Godsnaam aan verdiend heb. En dan heb ik nog niet eens het ergste benoemd. Want wanneer ik aan het koken ben gaat het helemaal mis en moet ik later van mijn geliefde horen dat ze sommige kledingstukken wel drie keer moest ‘behandelen’ om de vlekken eruit te krijgen.

Mijn weerwoord is dan standaard: “Maar we hebben wel lekker gegeten!”

Toch wilde ik dit chronische probleem elimineren en na enkele goede gesprekken kwamen we op twee opties;

De eerste: naakt tanden poetsen, eten en drinken en koken.

De tweede: met een slab voor tanden poetsen, eten en drinken en wanneer er gekookt moet worden een schort voor.

Beide hadden wel iets alleen naakt koken vond ik te gevaarlijk. Arbo technisch gezien zou dat onverantwoordelijk zijn. Ja, oké, je zou een emmer koud water naast het fornuis kunnen zetten maar dan is er nog een probleem want wij hebben de messenset van de Albert Heijn en die zijn scherp..vlijmscherp! Het is dus optie twee geworden en na een weekje van oefenen kan ik nu wel zeggen dat mijn kleding en ik dat goed doorstaan hebben. Soms was ik nog wat in de war, stond ik naakt in de keuken met enkel een schort voor maar gelukkig was er dan wel de visite of mijn geliefde die mij wezen op de vergissing..

Toch was er gisteren ineens genoeg was te verwerken maar dat kwam doordat we, op twee zonen en twee schoondochters na, een vol huis hadden. En die moesten natuurlijk ook allemaal mee eten. Daarbij opgeteld kwam dan ook nog even de vriendin van mijn geliefde langs met haar zoon en donderdag schoven mijn schoonouders ook nog even aan.

Gezellig! Alleen werkte het weer niet mee en was het even code rood op was-gebied afgelopen vrijdag  want er moesten ook nog even koffers ingepakt worden… voor een paar daagjes Terschelling.

We zitten nu op de boot en we voelen de drukte weer van ons af glijden. Oké, het was vanmorgen wel vroeg opstaan maar ruim een kwartier voordat we echt in de auto moesten zitten stonden we beiden klaar voor vertrek. We zijn een echt team! Zelfs de zon werkt mee want die straalt ons tegemoet en tevreden nippen we aan onze koffie en cappuccino.

Tussen het schrijven door kijk ik even op Facebook en wat schertst mijn verbazing? Er staat: ‘Goedemorgen Arjen! Laat je vandaag niet natregenen in Midsland. Er is regen voorspeld..’

Maar zoals ik al aan het begin zei, mijn geliefde is positief ingesteld en reageerde op mijn door tranen bevlekte (!) gezicht: “Ach joh, dan gaan we vanmiddag gewoon even naar West!”