Een avond uit duizenden!

Nooit eerder had ik er zo naar uitgekeken. En nooit eerder deed ik mijzelf doen verbazen dat ik hier zo naar uitkeek. Eerst dacht ik nog dat het kwam door mijn leeftijd. Dat zie je wel vaker bij 50-plussers. Dat ze milder, rustiger én sentimenteler worden. Eigenlijk wel een logisch gevolg want je hebt al van alles meegemaakt in het leven en kent inmiddels wel de meeste klappen van de zweep. Maar deze keer voelde ik mij als een kind in afwachting van….

De Avondvierdaagse van Winschoten en omstreken!

Na twee jaar mocht het weer! Het voelde als de weidegang van de koeien die weer naar buiten mogen na een lange winter op stal. Het mocht weer! Want de Avondvierdaagse van Winschoten en omstreken is een heel bijzonder evenement omdat het voor iedereen, van jong tot oud, tot de verbeelding spreekt. En dan met name voor de laatste avond want dan worden alle toeters en bellen uit de kast gehaald om er een écht feestje van te maken.

Een geweldig feest!

Daar kwam ik enkele jaren terug al achter toen ik dit evenement voor het eerst mee mocht maken. Er werd mij aan alle kanten verteld hoe leuk deze intocht wel niet was. Maar ja, ik had ruim 30 jaar in Den Haag en omstreken gewoond en was, na wat avondvierdaagse ervaringen aldaar, nogal sceptisch over hun enthousiasme. Want de vierdaagse die ik daar gewend was voelde nu ook weer niet zo spannend en spectaculair zoals mij hier in Groningen beloofd werd. In mijn beleving liepen we met een paar scholen mee en was de intocht wel wat feestelijker dan de dagen ervoor maar ook niet zo heel bijzonder.

Maar die paar honderd kinderen hadden wel lol hoor, daar zal ik niks van zeggen.

Mijn verwachtingen waren waarschijnlijk daarom niet hoog. Tot ik samen met mijn dame naar het centrum van Winschoten fietste. Want daar was het druk, superdruk. Overal stonden mensen langs de weg en allemaal in afwachting van wat er komen zou.

Ik heb een uur lang met open mond van verbazing en bewondering aan de kant van de weg gestaan!

Wat een deelnemers! De schatting was toen enkele duizenden enthousiastelingen die aan het lopen waren plus dan al die mensen die hen aanmoedigden waarmee het aantal aanwezigen nog veel hoger werd. En hoe leuk was het om te zien hoe al die deelnemers ‘versierd & beloond’ werden met snoepjes of chocolade medailles, omgehangen door familie en vrienden.

Vanaf die avond was ik liefhebber van dit evenement.

Helaas mocht het twee jaar niet georganiseerd worden en daarom keek ik er ook zo naar uit. En volgens mij was ik niet de enige die ernaar uitgekeken had. Want het viel mij al op dat het op de voorgaande avonden, wanneer ik na het eten naar mijn schoonvader fietste om de hond uit te laten, al gezellig druk was in de stad. Overal zag je jong en oud rondlopen, uitgelaten, zingend, lachend en vrolijk. En overal stonden tuinstoelen langs de straten, zo nu en dan zelfs een bankstel met daarop toeschouwers van de wandeltocht. Of, als er geen wandelaars voorbijliepen, werd er gezellig met elkaar bijgepraat. Of met een bekende die voorbijfietste.

Het bewijs dat dit soort evenementen daadwerkelijk verbindend zijn!

Afgelopen vrijdag was het dan eindelijk weer zover. Het beloofde weer een mooie avond te worden want het weer werkte ook nog eens mee. Het was wel broeierig maar niet genoeg om ook nog af te sluiten met een flinke onweersbui, zoals we enkele jaren terug meemaakten. Nee, de Goden waren ons goed gezind kunnen we wel zeggen en mijn humeur was in opperbeste stemming. Tegen acht uur die avond fietsten we naar de plek waar het defilé starten zou. Alle deelnemers hadden zich, na het lopen van de vierde afstand, verzameld op het sportveldencomplex van WVV. Een gevarieerd gezelschap van schoolkinderen en begeleiders, verengingen en iedereen die zich maar presenteerde wilde, van heel jong tot heel oud en met of zonder rugzakje. Om acht uur was de start van hun finalerondje, onder vrolijk gekleurde muzikale begeleiding van harmonie en fanfares uit de omgeving en opgeleukt door dansmariekes en jantjes.

Een feest voor hen maar ook voor ons die langs de kant stonden.

En dat waren veel mensen. Heel veel mensen! En ik durf hier wel te beweren dat ook zij er erg naar uitgekeken hadden want er was geen zuur of chagrijnig gezicht te ontdekken. Zelfs de categorie ‘korte lontjes’ waren afwezig, er was geen wanklank te horen.

Een verademing haast in deze tijden.

We zagen veel rood aangelopen koppies, zowel bij de allerkleinsten als sommige ouderen. Logisch, want ze hadden kilometers in de benen en kregen het extra zwaar door de warmte maar ook door alle zoetigheden die om de nekken gehangen werden door enthousiaste Oma’s, Opa’s, vaders en moeders. Maar bovenal zagen we hele blije gezichten, blij omdat ze het voor het eerst mee mochten lopen. Of blij omdat ze als kind ook al meeliepen en nu als vader of moeder die herinneringen tastbaar konden delen met hun nageslacht.

Dit was de 74ste editie van de avondvierdaagse! (Dankzij vele vrijwilligers!)

Na ruim een uur hadden de laatsten van de stoet ons gepasseerd en stapten we snel weer op de fiets om bij het Oldambtplein verder te kijken naar de wandelende en rollende deelnemers. Ook hier was het erg druk en zag je iedereen erg genieten van zoveel gezelligheid bij elkaar. Maar ook van het aanwezige straattheater, twee vissers in gele regenpakken mét gele zuidwester op die met snoepjes visten, boven de hoofden van de gillende en plezier makende kinderen.

Véél leuker dan met je snufferd de hele dag naar een schermpje turen toch!

Vanaf een muurtje bij Theater de Klinker hadden we goed zicht en zagen we zelfs mensen staan op de stelling staan van de versierde, draaiende ‘Edens’ molen. Feestelijk. En de kers op de taart voor dit prachtige evenement.

Tegen half tien waren we weer thuis en ja:

Het was een avond uit duizenden!

 

 

In goede en kwade tijden..

Gisteren, 64 jaar geleden, gaven mijn ouders elkaar het ja woord voor de wet. Dat was in 1958. Op 27 november van datzelfde jaar deden ze het nog eens dunnetjes over en werd het kerkelijk huwelijk ingezegend. Dat was toen voor hen en alle familie een belangrijk moment. Met beide keren de rode draad:

‘Tot de dood ons scheidt.’

Zij hadden besloten om op Terschelling te gaan wonen en werken, ver van hun ouders en andere familieleden in Jutphaas (Nieuwegein) en Zaandam. Dat was een hele stap in die tijd en had zeker een hele mooie aflevering van ‘Ik Vertrek’ opgeleverd. Niet lang daarna kregen ze een dochter en of het nog niet genoeg was, een jaar later een zoon.

Een Koningspaar.

Binnen twee jaar verhuisden ze twee keer, van een appartement naar een iets groter huis maar wel een met een ruime tuin waar gespeeld en groente gekweekt kon worden. Mijn vader, Timmerman van beroep, maakte voor de kinderen een schommel, een wip en van een houten karrenwiel maakte hij een draaiend rad.

In ’64 kwam ik ter wereld en had ik ineens een grotere broer en zus, hoe leuk was dat.

Onze opvoeding was een waar de eenvoud van afspatte maar we waren gelukkig. Pa was zes dagen per week aan het werk en Ma verzorgde ons. Toen we wat ouder werden hielp ze wel eens achter de kassa bij enkele winkels in het dorp en op zondag gingen we erop uit met het gezin. Dan gingen we naar het strand, bos of duin en toen het eiland een prachtig openluchtzwembad kreeg, waren we haast elke zondagmorgen wel aan het zwemmen.

Onder fanatieke aanmoedigingen van onze moeder.

Want zij was van de categorie ‘sportief’. Ze gymde fanatiek en ze liep met ons zo’n beetje alle Brandaris Wandeltochten die er in die jaren georganiseerd werden. Ik was nota bene 2,5 jaar toen ik al mee mocht lopen!

In ons gezin was een duidelijke structuur.

’s Morgens werd er ontbeten, stipt om 12 uur kregen we warm eten en ’s avonds om 6 uur brood. Zaterdags werd daar iets van afgeweken omdat er door drie kinderen gesport moest worden maar die ruimte was er ook gewoon. Tussendoor verwende moeder ons met wentelteefjes, pannenkoeken of gebakken vis en ze maakte voor haar hardwerkende man zo nu en dan een pannetje snert. Dat was echte liefde want zij kon, sinds de oorlog, geen peulvruchten meer verdragen.

Zij gruwelde daarvan.

Wanneer zij naar de Wal moest met een van ons, voor ziekenhuisbezoek of zoals met mij, voor de logopedie lesjes naar Leeuwarden, zorgde ze altijd dat er eten klaar stond voor mijn vader en eventueel andere gezinsleden. Zij cijferde zichzelf weg zodat mijn vader zich kon concentreren op zijn werk maar dat gebeurde op een gezonde manier. Alles was in evenwicht, met respect voor elkaar. En samen waren ze in hoge mate bewust van het hebben van een gezin, die verantwoordelijkheid droegen ze samen, schouder aan schouder. Een van hun lijfspreuken was altijd:

“Het huwelijk is geven en nemen maar meer géven dan nemen.”

En zo is het natuurlijk ook. Maar het was niet altijd zo hoor. Regelmatig waren er wel hobbels of valkuilen te nemen maar doordat er een evenwicht was tussen hen werden stormen getrotseerd en vuurtjes tijdig geblust. Daarmee leerden ze, bewust of onbewust, ons belangrijke levenslessen. Levenslessen die, hoe ouder we werden, steeds meer gewicht kregen en ons richting gaven. Dat hielp bij lastige keuzes maken. Maar de rode draad was dat ze ons altijd steunden, ook in mindere tijden.

Ook al waren ze het niet altijd eens met onze keuzes.

Mijn moeder was altijd erg talig en zij hield ervan om mooie spreuken te bewaren. Die knipte ze dan uit en die plakte ze dan ergens in huis op de muur, meestal in haar ‘womencave’ waar ze tekende of iets naaide of even televisie ging kijken zodat Pa beneden voetbal kon kijken. Er was ook altijd muziek om haar heen, via de radio luisterde ze graag naar bijvoorbeeld ’50 pop of een envelop’, Arbeidsvitaminen of Jan Veen met zijn Candle Light en haar favoriete artiesten waren Boudewijn de Groot, Connie van den Bos of The Cats.

Een van die spreuken aan de muur bleef bij mij hangen: ‘Zelfvertrouwen is de basis van je kunnen.’

Vanaf ongeveer ons 15e jaar vlogen wij al een beetje uit. Zus en broer gingen naar school in Harlingen en ik kwam in Leeuwarden terecht. Daar kregen we te maken met zogenaamde Kostouders waar we van maandag tot vrijdag verbleven. Op vrijdagavond kwam het hele zooitje weer thuis en konden ze niet meer tegen elkaar zeggen:

“We zijn weer onder ons.”

Weer enkele jaren later vlogen we echt uit. Broer en ik zochten het in het Westen van het land en zuslief deed het tegenovergestelde: Zij kwam weer terug op het eiland en bleef daar tot op de dag van vandaag. Dat vonden mijn broer en ik wel fijn want zo was er altijd een back-up voor onze ouders, voor als er met eentje wat loos was.

Mijn ouders kenden vele mooie momenten. Ze genoten van het eiland, hadden daar zelfs een eigen plekje waar ze op mooie dagen een rustpunt vonden in de drukte van de week. Ze noemden dat ook ‘hun paradijs’ en tot op de dag van vandaag ben ik er nog niet achter waar dat was. Maar ze beleefden ook prachtige (fiets) vakanties en ze stonden midden in het leven, tussen de eilanders en in het verenigingsleven. Later werden ze trotse oma en opa van acht kleinkinderen en inmiddels vier (bijna vijf!) achterkleinkinderen.

“Wat zijn wij toch gelukkig maar waar hebben we het aan verdiend.”

Dat hoorde ik ze ook vaak tegen elkaar zeggen. Maar zoals het in menig leven gaat ontstonden er toch kleine scheurtjes. Moeder begon, tegen haar wil, steeds meer te vergeten. En wij zagen hoe Pa, na al die jaren zorg die ze mijn vader en ons gegeven had, nu haar taken overnam. Hij leerde zichzelf koken, deed de was en boodschappen en andere huishoudelijke taken, duwde haar rolstoel zodat ze toch nog wat buiten kwam en organiseerde ondertussen feestjes ter ere van hun huwelijk:

50 jaar, 55 jaar en 60 jaar.

Plus de nodige verjaardagen. Hiermee oogstte hij diep respect. Van ons, maar ook van de mensen om hun heen. En als mijn moeder ineens een helder moment had riep ze vrolijk lachend “Vergeten gaat steeds beter!” Je mocht je gelukkig prijzen zo’n helder moment mee te maken want daar had je dan weer even je vrouw of, in ons geval, onze moeder of oma mee terug zoals we haar het grootste deel van ons leven meegemaakt hebben.

Goedlachs, soms best wel streng maar wel een moeder om trots op te zijn.

Zij is nu 93 lentes en sinds twee weken ging ze ook ineens fysiek achteruit. Pa, bijna 88 jaar, was altijd al heel helder naar ons toe: “Ik verzorg haar en zolang ik dat zelf kan doen dan doe ik dat.” Maar hij weet ook wat zijn grens is en die is nu bereikt. Ook nu weer zo helder als glas:

“Ik kan haar niet meer verzorgen. Ik durf het niet meer aan.”

Hierop werd er zorg aan huis aangevraagd, in samenwerking met mijn zus. En toen moest die ontzettend zware beslissing genomen worden. Zodra er een kamer vrij zou komen in het verpleegtehuis zou Moeder daar opgenomen worden.

Dat moment ligt inmiddels enkele dagen achter ons.

Moeder is woensdag opgenomen waarmee het grootste gedeelte van de verzorging door mijn vader vervallen is. Dit was een verdomd moeilijke en zware beslissing voor mijn vader maar wel de beste beslissing. En velen zullen dat beamen want wij zijn echt niet de enige die hiermee te maken krijgen en dat maakt het draagbaar. Pa heeft er alles aan gedaan om haar zo lang als mogelijk bij zich te houden en hem valt niks maar dan ook écht niks te verwijten! Want hij ging door, hij steeg boven zichzelf uit want dat had hij immers 64 jaar geleden beloofd.

“Dat is toch vanzelfsprekend!” zegt hij dan als ik hem zeg dat ik hem daarin om bewonder.

Er is een nieuwe fase aangebroken in onze familie, een fase waar we allemaal doorheen moeten. Een fase die ik wil delen omdat het veel mensen overkomen is.

Liefde is loslaten.

Hij gaat nu elke dag naar haar toe om haar gezelschap te houden. Ik denk aan het liedje van Maarten van Roozendaal, ‘Het te late einde’:

In dit te late einde:

Soms leest hij dan gewoon een krant

Soms vertelt hij weer over vroeger

Streelt haar eindeloos de hand

Maar het is nog geen einde! Het is ‘gewoon’ en nieuw begin.

Potverdomme wat zijn wij trots op hem!

De confrontatie met Berg & Dal 2

Na het midweekje in Limburg zitten we alweer midden in het dagelijkse leven, staat de wekker weer op standje ‘vroeg op’ en zullen de herinneringen onderdeel worden van onze toekomst. Voor mij blijft het een bijzondere ervaring, waarschijnlijk omdat ik er nog maar twee keer eerder geweest was.

Dat was in Noorbeek en in Valkenburg.

Die keer in Noorbeek was omdat ik mee mocht met de familie van een vriend. We waren een jaar of 16. Twee gebeurtenissen zijn mij altijd bijgebleven. Het eerste was de gang van zaken na een kerkdienst die we mee mochten maken. Want na de dienst liep de kerk leeg en de kroeg ernaast vol en dronken we nog vóór het middaguur een heerlijk Gulpens biertje! Het tweede dat mij bijgebleven is werd een nogal bloederige toestand. Ik heb mij daar namelijk voor het eerst ‘nat’ geschoren, met het mes van de vader des huizes.

Er moest een flink stuk aluinblok tegenaan gegooid worden!

Maar beide keren was gewoon met de auto dus heb ik de bergen alleen maar mentaal gevoeld, niet fysiek. Het zijn heuvels hoor, menigeen heeft mij de afgelopen twee weken wat dat betreft gecorrigeerd. Maar wel heuvels waar ik, al fietsend, als een berg tegenop zag. Naar beneden ging best wel goed, we tikten soms de 40 km/u aan en ik begreep nu wel waarom men steeds vaker begint over helmplicht op de fiets.  

Ik kneep, naast mijn samengeknepen billen, mijn remmen kapot!

Want je zou maar vallen, ken inmiddels genoeg verhalen van bekenden die dat hebben ervaren. Vooral als we de laatste afdaling naar onze B&B namen, de Snijdersberg, inclusief een haarspeldbocht. Dan werd het echt wel even spannend.

Och, nu noem ik ons verblijf weer een B&B en dat klopt niet helemaal.

Want alleen de eerste B van Bed klopte. Die tweede B stond niet voor Breakfast maar voor Bakkerij. Dat heb ik zelf verzonnen want die Bakkerij zat aan de overkant van de weg. Daar haalden we onze broodjes voor het ontbijt. Van die lekkere Kaiser- en Schnittbroodje. Dat laatste broodje werd steevast door de verkoopster ‘Sneetjes’ genoemd, ook al vroeg ik om Schnittjes.

Het beleg verzonnen we ook maar zelf.

Mijn vrouw wist dit. Zij had dit ook aan mij verteld. Maar ja, om maar even het cliché te bevestigen, die informatie is op de een of andere manier niet blijven hangen. We moesten het dus doen zonder ontbijt zoals we altijd zagen in het tv-programma ‘Bed & Breakfast’. Dat beeld had ik voor mij maar de werkelijkheid was dus anders. Ik ging nog wel op zoek naar het missende haakje of plankje in de badkamer maar de teleurstelling was groot.

Het was er gewoon.

Uiteindelijk had ik toch nog iets gevonden en na ontvangst van ons envelopje (“Exact het gevraagde bedrag.”) kwam de vraag van de eigenaar of we nog tips hadden. Mijn antwoord was dat ik geen raam kon ontdekken welke open kon. Een gemis voor ons want wij slapen altijd met een open slaapkamerraam. Maar goed.

Er moet altijd wat te klagen overblijven toch?

Woensdag stond in het teken van Maastricht want op het programma stond een bezoek aan de Sint Jan kerk en de Basiliek Sint Servaas. En verder een heleboel winkels met als tussendoortjes enkele terrasjes aan het Vrijthof, deze keer zonder André Rieu en walsende 60 plus echtparen. We tikten die dag de 14000 stappen aan en toen we weer in de auto stapten slaakte ik een zucht van verlichting omdat we niet naar huis hoefden te fietsen.

Die avond vulden wij met bankhangen en Feyenoord aanmoedigen.

De voorlaatste dag van ons midweekje bestond weer uit een fietstocht van om en nabij de 35 km. Nu wel met volledige ondersteuning van onze accu’s op mijn verzoek. Van Geulle via Ulestraten en nog een heleboel leuke plaatsjes naar Valkenburg alwaar wij op zoek gingen naar aardbeienvlaai, daar hadden we al de hele week zin in maar konden het nergens krijgen. Ik spotte uiteindelijk op een terrasje een aardbeienvlaai maar dat terras zat vol. Dan maar naar het volgende terras waar een bord op straat ons lokte met de boodschap ‘Koffie met diverse soorten vlaai’. De ober noemde de soorten in rap tempo op maar aardbeien hoorde ik niet. Dat was volgens hem vloeken in de kerk.

Dan maar de rijstevlaai.

En over de rest van de week kersen-, abrikozen- en appelvlaaien. Je moet toch wat en ach, we fietsen die calorietjes er wel weer af. En je moet ook van het leven genieten anders verzuur je. En zure en zeurende mensen hebben we de laatste jaren genoeg gezien.

Die avond kregen we dan toch eindelijk aardbeien maar dan zonder vlaai en mét ijs!

We gingen namelijk op bezoek bij vrienden van ons, Jan & Jans en de kinderen. Jan komt uit Stadskanaal en Jans uit Gasselternijveen. Zij zijn 33 jaar geleden geëmigreerd naar Limburg alwaar zij een gezin gesticht hebben. Wat mij direct na binnenkomst opviel was dat de beide dochters meer Limburgs bloed in zich hadden dan hun ouders.

Zij zongen, wij vertelden.

Er was veel bij te praten natuurlijk. Laat in de avond en na een heerlijke maaltijd met onder andere verse asperges en verse rodekool namen we hartelijk afscheid:

“De volgende keer bij ons!”

De volgende dag reden we weer noordwaarts, met een bezoekje aan het ‘Witte Stadje’, Thorn. Ook hier waren we onder de indruk van een bouwsel uit het verleden, de Abdijkerk of de Sint- Michaël kerk van Thorn. Hoe hebben ze dat toch kunnen bouwen als je kijkt hoe we tegenwoordig bouwen. Het stadje was ook prachtig en zeer de moeite waard om te bekijken. Je moest wel een zonnebril op want de zon weerkaatste op al het witte om ons heen.

Even later reden we weer verder, nu richting Den Haag alwaar wij met kinderen en kleindochter uit eten gingen, ouderwets in een vol en gezellig restaurant.

Dat was weer een fijn weerzien.

Tegen middernacht waren we weer thuis en ik droomde weg met Jacques Brel:

‘Dan wacht mijn land, Mijn vlakke land’.  

 

 

De confrontatie met Berg & Dal

Het is goed om in je leven zo nu en dan even stil te staan bij jezelf. Even frontaal botsen met je ikke, jezelf eens goed onder de loep nemen. Die confrontatie had ik afgelopen week toen wij een paar dagen elders doorbrachten.

Dat elders was Geulle, een plaatsje in Zuid-Limburg.

Ver van mijn comfortzone kan ik wel zeggen. Eigenlijk hadden we deze week op Terschelling moeten zitten, zouden we een week een B&B runnen van een goede vriendin van ons maar door miscommunicatie hadden wij de verkeerde week vrij genomen. Het B&B ging daardoor niet door en toen hadden we een week ‘over’ zeg maar.

“Waar wil je nu heen?” vroeg mijn vrouw.

Dat was de eerste confrontatie met mijzelf want ik wist mij geen raad met die vraag. Waar ik nu heen wilde? Die moest ik even laten landen want mijn gedachte om ergens heen te gaan bleef meestal steken tussen Den Haag, Groningen en Terschelling.

Meer heeft een mens niet nodig in het leven.

Maar dat is mijn beleving en die is niet almachtig natuurlijk. En zo zijn we ook niet getrouwd waardoor de relatie tussen mij en mijn vrouw in evenwicht is. Maar dat wil niet zeggen dat onze beider belevingen wel eens botsen. Voorzichtig en redelijk veilig voor mij stelde ik voor om dan ‘maar’ naar Texel te gaan. Omdat zij daar nog nooit geweest was. Ze twijfelde even.

“Of naar Limburg!” riep ze.

Wow! Even stokte mijn adem. “Limburg? Maar dat is helemaal beneden..” zei ik, terwijl ik de kaart van Nederland even visueel voorbij liet trekken én mijn vooroordeel over het zuiden liet oprispen. “Limburg?”

“Ja, Limburg!”

“Ik weet daar een leuke B&B.” Mijn zwijgen op deze mededeling stond gelijk aan groen licht voor deze actie en niet lang daarna kwam de uitslag: “We gaan naar Geulle, dat ligt vlakbij Maastricht. Het is een appartementje.” riep ze super enthousiast en vervolgens: “Oh heerlijk, ik zie mij al zitten op een terrasje met een wijntje. Of met een cappuccino met aardbeienvlaai!”

Ik was om.

Want het duurde toch nog wel even voordat het zover was waardoor ik een beetje wennen kon aan deze plannen. En op een gegeven moment begon ik er zelfs naar uit te kijken en durfde ik er zelfs vooruit te komen naar de mensen om mij heen:

“Ja, wij gaan een midweekje naar Limburg!”

Waarop vaak met ontzag en bewondering gereageerd werd. Toch kwam er een klein, ieniemienie oprisping mijnerzijds. Dat kwam nadat mijn vrouw mij halverwege die gewenningsperiode nog iets opbiechtte:

“We nemen de fietsen mee!”

Die had ik niet zien aankomen. “Fietsen mee?” zei ik, stomverbaasd en vervolgde mijn verbazing met een stomme vraag: “Waarom moeten de fietsen mee? Je kan daar toch niet fietsen?” Nu reageerde mijn vrouw met verbazing: “Natuurlijk kan je daar fietsen! Waarom kun je daar niet fietsen?”

“Omdat daar allemaal bergen zijn natuurlijk!” antwoordde ik geërgerd.

Dat ze dat niet snapte. “Daarom wielrennen ze daar altijd want met een gewone fiets kan het niet. Die bergen zijn zo hoog dat je er halverwege afvalt.” Terwijl ik dat zei zag ik al aan haar blik dat ik volledig de plank aan het misslaan was en dat de fietsen gewoon meegingen.

Afgelopen maandag was het dan zo ver.

Via Duitsland zakten we naar beneden en na een kleine vier uurtjes rijden zaten we in onze B&B te Geulle, een dorpje net boven Maastricht en beneden de Snijdersberg lag. Deze berg heeft een hoogte van 110 meter en een hellingspercentage van 13,8% en een lengte van een kleine kilometer.

Waarmee mijn vooroordeel maar eventjes bevestigd werd!

Die avond bereidden wij ons voor op de volgende dag, de dag dat er een fietstocht op het programma stond. Een onderdeel waar ik nog steeds mijn twijfels over had. De accu’s van onze fietsen hingen die avond aan de stroom en ik hing al in gedachten aan al die klimpartijen al aan het zuurstof. Stiekem verlangde ik al een beetje naar die fietstocht want ik was behoorlijk overtuigd van mijzelf dat het niet fijn fietsen is in de bergen van Limburg.

We begonnen vlak, de Snijdersberg lieten we links liggen.

In standje eco om de accu te sparen. Het ging best wel goed en we genoten van alles om ons heen, Limburg is mooi, dat kon ik niet ontkennen. Maar in de loop van de 50 km die we die dag fietsten had ik toch regelmatig momenten om op te geven, zulke venijnige beklimmingen én vals plat moesten er getrotseerd worden. Ik raakte zelfs wat geïrriteerd. Dat kwam voornamelijk omdat mijn lieverd steeds van mij wegfietste. Niet omdat ze van mij af wilde maar omdat zij voorwielaandrijving heeft.

En ik een midden motor.

Het moment dat we beiden stuk gingen was toen we van Gulpen naar Margraten fietsten, aan die helling leek geen einde te komen en het was alsof we boven water kwamen want we kregen ook nog eens dikke wind en regenbuien te verwerken. Mijn gemoed was inmiddels in mijn schoenen gezakt maar na de bezichtiging van de Amerikaanse begraafplaats in Margraten was ik zó onder de indruk dat ik mijzelf even flink toegesproken heb.

Ik heb het recht niet om te klagen!

De volgende dag brachten we door in Maastricht, een ‘rustdag’. Met twee keer koffie op het Vrijthof met vlaai. De dag erna zaten we weer op de fiets en nu wist ik er beter mee om te gaan. En we hadden besloten om meer gebruik te maken van onze ondersteuning dus standje eco kon in de fietstas. Daarmee werd het laatste restje van mijn eigen verzet tenietgedaan en moest ik wel bekennen dat het mooi fietsen is in Limburg. En dat die vlaaien best lekker zijn.

Wat mij wel opviel waren de honden daar.

Ik zag maar twee soorten: Of Keeshondjes met de daarbij horende zonnebank gefrituurde meiden of Labradoodles. Die laatste soort snap ik wel, dat zijn lieve honden.

En eerlijk is eerlijk, dat zijn die Limburgers ook!

 

Wat voor stel?

Kan ik het nog terugdraaien? Ik heb geen idee en daarom schrijf ik het maar van mij af, dat werkt therapeutisch. Want waar ik ooit bang voor was lijkt inmiddels toch waarheid te worden. Waar ik altijd afstand van heb proberen te houden lijkt nu toch te gebeuren. Noem het karma of eigen schuld dikker bult, links of rechtsom zijn wij gewoon de sjaak en zullen wij de hoon moeten dragen.

Mijn vrouw en ik zijn (bijna) getransformeerd tot ANWB stel!

Althans, we zijn aardig op weg. Ik realiseerde mij dat toen wij gingen fietsen, een rondje Dwingelderveld. Deze route had de dame hier in huis gevonden via ‘die handige App’ van de ANWB en toen ze dat zei, zette zij mij daarmee, onbewust weliswaar, aan het denken. Want ik besefte ineens hoe gevangen ik al zat in het web van deze Algemene Nederlandse Wielrijders Bond.

Hellup!!

Jarenlang heb ik mij verzet tegen deze club want ik vond het allemaal maar oubollig, saai en zeurderig. Vooral dat eeuwige zeuren, zoals bijvoorbeeld een weg waar wat hobbels inzaten. Als ze er dan overheen reden dan stoten ze het hoofd tegen het dak van de auto. Ik dacht dan altijd:

Dan zul je wel te hard gereden hebben!

Of dat blad van ze! Dat blad bestond volgens mij al ver voor de boekdrukkunst en is niet weg te denken uit ons leven. Het is het blad dat altijd overal rondslingerde in de kamer en niemand las het in mijn beleving. Het is net zoiets als die irritante mug die ’s nachts je slaapkamer terroriseert. En juist op dat moment kun je dit blad niet vinden om die mug mee dood te slaan!  

En dan noemen ze het ook nog, heel bescheiden, ‘de Kampioen’!

Toen er in 2004 een concurrent voor de ANWB werd opgericht was ik de eerste die lid werd. Deze club heeft twee keer een auto van mij mogen afslepen en ik moet zeggen, tot volle tevredenheid hoor. Alleen is alles aan verandering onderhevig en werd ik vermoedelijk milder in mijn antipathie tegen deze club. Hoe dat kwam? Nou, bijvoorbeeld toen ik wandelschoenen nodig had.

Dertig procent korting!

Dat trok mij toen over de streep. En ze hadden eigenlijk best wel mooi spul in die winkels, met sokken die gemerkt waren met een R en een L zodat je ze nooit verkeerd aan kon doen. En die meneren en mevrouwen van de Wegenwacht zijn toch wel hele aardige én kundige mensen, daar kwam ik ook achter in de loop der jaren want mijn dame was al langer lid.

Ik werd uiteindelijk ook lid.

Nadat ik zag dat je enkel een vinkje hoefde te zetten of je wel of niet de Kampioen wilde hebben! Dat trok mij over de streep. Toch bleef de Kampioen onze mat bevuilen want hij stond nog op naam van mijn vrouw. Dat werd even een discussie. Ik vertelde over mijn traumatische herinneringen maar zij vertikte het om ook het vinkje weg te halen want zij vond het een gezellig blad. “En er staan altijd hele leuke onderwerpen én fiets- en wandelroutes in!”

Daar had ik niks tegen in te brengen.

We kochten een fietsendrager voor de auto en die bleef onuitgepakt in de schuur liggen want ik ben niet zo avontuurlijk ingesteld. Het fietsten en wandelen in de voor mij veilige omgeving van Oldambt vond ik best genoeg. Maar na het zoveelste rondje bemerkte ik wat sleur en toen hoefde mijn vrouw alleen nog maar dat laatste duwtje te geven: “Ik heb een leuke fietsroute gevonden, een rondje Dwingelderveld. Een route van 36 km en we starten in Spier.”

Dwingelderveld, dat kende ik wel.

We hadden daar al eens gewandeld toen we aan het trainen waren voor de Fjoertoer Terschelling. En ik ben daar ooit met mijn hospita en hospes tijdens mijn middelbare schoolperiode geweest. De hospes was een Drenth en de hospita een Fries en zij vertelden over de krentenbossen van Dwingeloo. Ik, puber van kop tot teen, vond dat maar raar want krenten zijn gedroogde druiven en die hangen niet in bomen. Daarom namen ze mij mee naar Dwingeloo zodat ik het met eigen ogen kon zien. En waarachtig! Ik heb toen een stekkie meegenomen en bij mijn ouders in de tuin gepland en sindsdien (mijn fantasie hè) groeit de krentenboom ook op Terschelling. Afijn, ik heb aan Dwingeloo mooie herinneringen overgehouden.

Zondag werd de fietsdag.

Nadat ik de fietsendrager redelijk makkelijk (en tot mijn grote verwondering dat ik dat kon) op de trekhaak gezet had en de fietsen zo vast als een huis stonden, vertrokken wij naar Spier in het mooie Drenthe. Even later volgden we al fietsend de bordjes, ja de ANWB bordjes. En we genoten. Maar wij niet alleen, het was gezellig druk op de fietspaden. Alleen viel het mij op dat wij wel erg veel tegenliggers hadden. En die keken niet echt blij en op mijn ‘Moi’ of ‘Hoi’ kreeg ik bij hoge uitzondering een groet terug.

Of een soortgelijk gebrom.

“Allemaal ANWB stellen!” grapte ik naar mijn vrouw, “De een nog chagrijniger dan de andere!” Ze reageerde niet. Misschien wel omdat ze bij zichzelf dacht: de pot verwijt de ketel. Want wij hebben min of meer dezelfde fiets en, ik durf het hier haast niet te zeggen, allebei dezelfde snelbinders! En niet zomaar snelbinders, nee, in de kleuren van de Terschellinger vlag: rood, blauw, geel, groen en wit.

‘Zwijgen Veldmuis, nu zwijgen en gewoon achter je vrouw aanfietsen’ zei ik tegen mijzelf.

De route was erg mooi, we fietsten langs allerlei landschappen, door bos en heide of polder. En de bordjes die we moesten volgen klopten als een bus. We hebben maar twee keer verkeerd gereden maar dat was mijn schuld omdat ik weer te moeilijk dacht. Aan het einde van de rit kwamen we erachter dat wij tegendraads de route gefietst hadden en begreep ik de soms dodelijke blikken en gebrom.

Ach ja.

Daarom zijn wij natuurlijk nog nét níet een ANWB stel!

Een goed gesprek

Mijn vrouw heeft eigenlijk altijd wel een goed humeur maar soms doet ze er nog een schepje bovenop. Afgelopen zaterdag kwam ze tegen het middaguur vrolijk thuis na een ochtendje bij de kapper gezeten te hebben. Ik keek haar glimlachend aan want een vrouw die net terugkomt van de kapper is een gelukkige vrouw.

Dat is een feit.

Eigenlijk waren we allebei extra goed gehumeurd deze dag want ik had genoten van mijn ochtendje schrijven en van de begeleidende muziek. We aten een door haar meegebrachte broodje haring en toen stelde ze voor om even ‘de Straat’ in te gaan, de winkelstraat van Winschoten.

De koopgoot zeg maar.

“En dan gaan we lopend, kunnen we weer wat conditie opbouwen!” Nou, daar zei ze wat. Want ook bij ons kwam de corona dan toch nog aan de deur. Door de prikjes hebben we gewoon uitstel gekregen en daardoor hebben we precies volgens de gedachte achter de inentingen, de maatschappij niet ontwricht. Toch had het virus flink aan onze conditie gevreten en daarom reageerde ik enthousiast: “Goed plan, we gaan lopend!” Even later liepen we die kant op en dat viel niet mee. Dat kwam vast doordat we 14 dagen binnen gezeten hadden.

Even acclimatiseren.

Licht hijgend bereikten we de finish, het begin van ‘de Straat’. Nu kwam, althans, zo denk ik erover, het allerergste: Namelijk lopen, stilstaan, winkel in, winkel uit, praatje hier, praatje daar et cetera, et cetera. Op zich wel weer eens leuk hoor, op een zaterdagmiddag even door de straat lopen. Maar in dit geval hebben we het over een winkelstraat die ooit de langste was van Nederland en dan is het best een pittig stukje lopen als de conditie je een beetje in de steek aan het laten is. Ik was dan ook blij dat we redelijk snel een winkel binnengingen, een winkel in woonaccessoires.

Want daar stond voor bij de ingang een bank!

Ik hoefde niets te zeggen. Vrouwlief liep direct door en ik zetelde mij op de bank van om en nabij de 3000 eurootjes. Ze weet dat ik mij niet zo met accessoires bezig hou en nu kon zij rustig rond gaan neuzen, zonder zuchtende man. De bank zat best lekker voor een bank en ik pakte mijn telefoon om het nieuws even door te nemen.

Tot er een oudere heer en dame de winkel binnenliepen.

“Ga daar maar zitten.” zei de dame en wees mijn richting op. Ik kreeg gezelschap. Na elkaar begroet te hebben begon het gesprek natuurlijk over ons lot, het lot waar de meeste mannen mee leerden leven: of je blijft voor de winkel staan als je partner naar binnen wil of je gaat binnen aan de stamtafel zitten.

Stamtafel?

Ja, vroeger had je in elke kroeg een stamtafel maar sommige winkels hebben dit gekaapt en lokken nu de mannen binnen door een stamtafel-gevoel te creëren. Meestal op een strategische plaats in de winkel en vaak voorzien van koffie en thee of een lekker wijntje. En dat is nog niet alles, want voor de inwendige mens ligt er ook genoeg alleen blijf ik daar altijd af want anders gaan ze wijzen:

“Kijk, die is zijn gewicht op peil aan het houden!”

Ik sla daarom altijd beleefd af als er weer een van de dames op mij afkomt om mij te verleiden met zoete koekjes of hartigheidjes. En dan denk ik hardop om mijzelf te overtuigen dat als ik wat wil eten of drinken, ik wel naar een horecagelegenheid ga!

Flauwekul allemaal!

Maar ja, we leven nu eenmaal in een welvarend land en dan zal dit er wel bij horen. De man, 82 lentes jong, was het met mij eens dat we in een prachtig land wonen. “En nog durven enkelen te klagen over hoe wij het hier doen,” zei hij tegen mij, “terwijl wij mogen leven in vrede en alles hebben om ons leven nóg aangenamer te maken. Ik begrijp dat niet. De wereld wordt er daardoor niet beter op. Het lijkt wel of men gewoon vergeet in wat voor weelde wij eigenlijk leven. Iedereen is boos op elkaar. In de Tweede Kamer heeft het fatsoen en het respect plaats gemaakt voor schelden en elkaar vernederen, ‘Bekende Nederlanders’ willen continue aandacht en zodra je de televisie aanzet of de kranten leest dan is het één en al ellende waar men over bericht. Wat is dat toch?

“Die onvrede?”

“Ja,” zei ik, “ik hoor ook steeds vaker om mij heen, jong én oud, zeggen dat ze liever niet meer het nieuws volgen of naar praatprogramma’s kijken. Ik neig ook steeds meer die kant op te gaan. Wij streamen tegenwoordig liever series of tv-programma’s dan dat we naar actualiteiten of naar het nieuws kijken. Want er hoeft maar iets te gebeuren en al die programma’s willen er dan een plasje over doen. Het liefst met bekende Nederlanders..”

“En dát trek ik niet meer!”

“Inderdaad,” zei de man naast mij en hij ging even verzitten zodat we elkaar goed konden aankijken. “En ze blazen alles op! We vliegen van hype naar hype en ik zeg U eerlijk, het maakt mij onrustig. Want de waan van de dag regeert lijkt het wel en dat lijkt sinds we het internet hebben alleen maar erger geworden te zijn. En weet U, ik kom uit een rood nest hè, maar het sociale lijkt wel helemaal weg uit de maatschappij. Zo zijn wij niet opgevoed.”

Ineens een lach op zijn gezicht:

“Weet U waar ik wél graag naar kijk? Naar de serie met die drie vrienden, ‘Dwars door de Lage Landen.’ Dat is gewéldig! Die wandelen van België naar Pieterburen, via het Pieterpad en ontmoeten allerlei mensen die allemaal wel iets te vertellen hebben. Daar zouden al die boze mensen eens naar moeten kijken, dan ontdekken ze misschien wel weer hoe mooi van eenvoud het leven kan zijn!”

De man stond op, hij moest weer verder.

“Bedankt voor dit gesprek,” zei ik, “en ik ga kijken! Ik stream het wel. Dát is weer het mooie van Internet!”

 

 

 

Omdenken, dé toekomst!

Er wordt nogal wat gevraagd van onze gewoonten. Voor een paar jaar terug was vliegen heel normaal. We vlogen overal heen waar we maar wilden. Voor een vakantie, een weekendje weg, een zakelijke bijeenkomst of gewoon even om een terrasje te pakken in de zon of een voetbalwedstrijdje in Camp Nou. Totdat begin 2020 de wereld stopgezet werd.

Dat was nog eens een gewaarwording!

Ineens waren de luchten weer blauw, zonder de bekende ‘krijt’ strepen. En de stilte deed ons weer de vogels doen horen. Daarnaast werd waarneembaar dat er minder uitstoot was, de lucht werd schoner en de verdwenen smog gaf een heldere blik op onze omgeving én een heldere geest. Een bewustwordingsproces welke ons deed beseffen dat hoe we leefden misschien toch allemaal iets téveel van het goede was geweest, en ja, dat gezegde: ‘Overal waar ‘te’ voor staat…’.

Daar zat best wel veel waarheid in.  

Het leverde een hoop discussies op maar over het algemeen waren de meeste mensen het er wel over eens dat er iets aan gedaan moet worden. De grenzen van onze welvaart waren bereikt en het roer moest om. Voor onszelf maar ook voor alle generaties na ons. Doorpakken nu. We hadden daar kennelijk een pandemie voor nodig om dit te beseffen maar goed, het doel heiligt de middelen en ja:

Het is een kwestie van omdenken.

Quotes over dat zogenaamde Omdenken zag ik al regelmatig voorbijkomen op het sociale circuit. Zoals ‘Als de moed je in je schoenen zakt, ga dan eens op je kop staan (-Loesje’). Of deze: ‘Als een ongeluk in een klein hoekje zit, dan zit geluk dus overal!’ Of die van Kiki Toll, dat meisje van 16 jaar uit ‘Over mijn lijk’: “En als het leven je laat struikelen, maak er dan een salto van!” Of ‘Geloof niet alles wat je denkt.’ Vooral deze laatste legt weer een ander probleem in onze maatschappij bloot, het probleem van het eigen gelijk. Maar goed, nu doorpakken met zijn allen en niet alleen maar naar de boeren en de industrie wijzen met het bekende vingertje.

Nee, ook naar jezelf kijken.

Door bijvoorbeeld bewuster te gaan vliegen. Of sowieso bewuster na te denken of bepaalde gewoontes die er in de loop der jaren ingesleten zijn, eigenlijk nog wel van deze tijd zijn. En waarom moeten we eigenlijk om de acht weken op vakantie? En verrek, ons eigen land is eigenlijk ook best wel mooi. Of stel jezelf eens de vraag waarom je elk weekend de deur uit moet? Vooral wanneer je je woonplek ‘gezellig’ hebt gemaakt of zodanig ingedeeld hebt zodat je je daar erg thuis voelt. Want dan is het toch wel heel raar dat je steeds maar de deur uit moet, toch?

Dan komt ook weer het ‘heilige moeten’ om de hoek kijken.

Ja, er werd lekker op los geluld in alle praatprogramma’s tijdens ons ‘gevangenschap’ en even leek het erop dat we snapten dat het anders moest. Even, want sinds alle maatregelen weer ingetrokken werden lijken de beloftes die we onszelf deden als smog boven onze steden verdwenen te zijn.

Met als dieptepunt de lange rijen in de vertrekhallen van Schiphol.

Ontzettend dik aangezet door de media, hoor, dat sloeg nergens op. Ze maakten van iets wat je hooguit vervelend mag noemen, iets dramatisch. Want elk weldenkend mens moest van deze berichtgeving op de pot omdat er niet zover hier vandaan ook rijen stonden. Met dat verschil dat die mensen aan het vluchten waren voor hun leven, bang voor al het geweld van een doorgeslagen dictator. En elk weldenkend mens snapt die rijen op Schiphol ook wel want ja, personeelstekort, daar hoef je geen wiskunde voor gestudeerd te hebben. In heel veel branches is er personeelstekort. Zoals hier in de facilitaire hoek. Het is de nek die het hoofd doet draaien zeg maar. En ook nu weer moeten we naar onszelf kijken.

Want we willen niets.

We willen niet meer zwaar – of onderbetaald werk uitvoeren. En we willen ook niet extra betalen voor een vliegticket. En we willen dat ons kroost de beste banen krijgen met het beste salaris en het liefst met werkzaamheden die niet te zwaar zijn. En zo voeden we onze kinderen ook op, wennend aan een ‘rijk’ leven. Pap en Mam betalen wel als ze iets willen en de auto brengt ze wel naar school wanneer het regent.

En een limiet aan zakgeld was er wel maar uitzonderingen evenzoveel meer.

Ik snap de tegenstand tegen dit soort gedachtes, dat we moeten veranderen. Voor mij niet in dit geval want ik ben niet zo reislustig ingesteld en ik weet dat ik daarin niet tot de meerderheid behoor. En de gunfactor in deze is enorm, ik gun iedereen de hele wereld. Maar het mag best wel iets minder allemaal, dat lijkt mij niet een hele grote opoffering.

En willen is kunnen.

We moeten ook eens ophouden met, wanneer er stront aan de knikker is, naar anderen te wijzen. Gewoon niet meer doen. Ga eerst eens bij jezelf te rade. Wees eens oprecht eerlijk over jezelf. Klopt het wel wat ik hier beweer? Lag het ook niet een beetje aan mijzelf? Ging ik er misschien met twee gestrekte benen in? Heb ik wel goed geluisterd?

‘Luisteren kan zoveel zeggen.’

Daarom omdenken. Zo las ik van de week over een andere, ingesleten gewoonte: grasmaaien. Wij Nederlanders houden het graag kort, dat deden onze voorouders en daarom doen wij het ook. Daar is op zich niks mis mee maar het is beter om het even niet in de maand mei te doen. De reden is dat het gras dan alle ruimte krijgt om nog even lekker door te groeien. Want dat zit vol met heerlijkheden, voeding waar onder andere de bijtjes en de vlinders wel pap van lusten en ja, we weten inmiddels dat die heel erg belangrijk zijn voor ons voortbestaan.

Als dank bestuiven zij dan weer onze gewassen!

En wij, de mensheid, verbinden ons weer meer met de natuur.  

Ooit zijn we zo ook begonnen, toch?   

Haal nooit tompoezen met de fiets!

Haal nooit tompoezen met de fiets! Ik kwam daar afgelopen woensdagmorgen achter toen ik lekker duurzaam op de fiets tompoezen ging halen bij de bakker. Daar aangekomen zag ik een van de bakkers al hard aan het werk. Zijn hele werkbank lag vol met vrolijke tompoezen in de kleuren, roze, wit en geel. Hij was ze aan het snijden, een karweitje dat wel even de aandacht vraagt.

Net als het eten van een tompouce.

Er was vlak bij die werkbank een opstopping ontstaan want ik was niet de enige die, lichtelijk kwijlend, naar het schouwspel aan het kijken was. De felle kleuren brachten mij weer terug naar maandagmiddag, toen ons het droevige nieuws bereikte dat Henny Vrienten overleden was. Want hij en zijn band Doe Maar hebben in mijn jeugdjaren dit soort felle kleuren flink op de kaart gezet. Dat deden ze tijdens hun optredens en met hun platen. Maar ook door de Doe Maar merchandise zoals buttons en haar- en polsbandjes. Waarmee ze misschien deze kleuren wel toegankelijker gemaakt hebben voor onze generatie want ‘mijn kleuren’ waren voor die tijd beperkt tot zwart of blauwe. 

De behoefte om iets fel groens of roze te dragen had ik eigenlijk nooit.

Maar Henny en zijn kornuiten kleurden zo onze puberteit en ze gaven ons de Nederpop, popmuziek in eigen taal met teksten waar wij jeugdigen wel wat mee konden. We konden het verstaan, Google Translate bestond toen nog niet hè. Daarom hakte het overlijden van Henny er denk ik ook flink in. De liedjes van Doe Maar bekten lekker en de muziek, ja die muziek was ‘weer eens wat anders’. En heel kenbaar.

Vaak bij de eerst noten wist je al dat het Doe Maar was.

Nadat de band zichzelf opgeheven had vanwege hysterische taferelen á la The Beatles, verdween Henny een beetje op de achtergrond maar was wel dagelijks te horen. Hij nam de taak van Harry Bannink over en schreef liedjes voor Sesamstraat en Het Klokhuis. Hierdoor werden opnieuw generaties door hem beïnvloed, zonder dat ze het eigenlijk wisten.

Wie is er niet groot geworden met deze fantastische tv-programma’s!

Later toerde hij nog met twee andere grote muziekmannen, George Kooymans en Boudewijn de Groot of zagen we hem met zijn zoon hele mooie, ter plekke verzonnen kleine liedjes zingen bij de media-uitzending van de Wereld Draait Door. Als 32-jarige vond ik hem qua uiterlijk maar zo zo (daar dachten de meisjes anders over). Maar als oudere jongere vond ik hem altijd een mooie man, keurig in de kleren en een opmerkelijke vriendelijkheid en rust uitstralend. Dat ik dat zo voelde komt waarschijnlijk omdat we tegenwoordig zoveel schreeuwers om ons heen hebben, schreeuwers die er alleen maar op uit zijn om onrust te creëren voor eigen gewin. Heel wat anders dan die échte kerels die ik hierboven benoemd heb. Maar dat was. Misschien heb ik daarom wel de hele week dat liedje in mijn hoofd:

‘Alles gaat voorbij, alles gaat voorbij..’

Maar haal nooit tompoezen met de fiets! De doos die ik pakte bevatte vier tompoezen en even schoot het door mijn hoofd dat wij maar met zijn tweeën zijn. Zou ik die bakker vragen of hij er twee in een doosje kon doen of zou ik maar toegeven aan het lot? Was dit nu typisch zo’n welvaart dingetje? Maar die man was al zo druk met snijden, zijn handschoenen zaten al onder de bakkersroom en zoals ik al zei, het vraagt even de aandacht dat snijden. Ik liep met de doos en vier tompoezen door naar de kassa en bedacht dat we ze gingen opeten bij de ochtend- en avondkoffie.

Puur uit overmacht!

Toen ik weer thuis was pakte ik de doos uit de fietskrat en schrok enorm! Want ik zag door het venster van de doos een kleurenpalet van roze, geel en wit, net zoals ik eerder zag die dag op de werkbank van de bakker.

Maar niet meer in die volgorde van kleurschakering!

Het was een slagveld! Het was Picasso! Alles zat door elkaar en nadat ik de doos geopend had om twee van deze lekkernijen eruit te pakken, moest ik heel goed kijken welke onderdelen er bij welk gebakje hoorde. Gelukkig had ik goed opgelet bij de bakker hoe ze eruitzagen (tussen het kwijlen door) en na wat strijk- en glaceerwerk kon ik twee herkenbare tompoezen opdienen.  

En ’s avonds weer.

Maar haal nooit tompoezen met de fiets! Want dat is desastreus voor dit Koningsmaal. Ik had het doosje met vier tompoezen in het kratje van mijn fiets gelegd, op een lekkere, zachte boodschappentas. Daarna ben ik gaan fietsen. Tot zover niks aan de hand, wij Nederlanders zijn goed in fietsen, staan er zelfs wereldwijd om bekend. Maar nu komt het:

De angel zit in de overgangen tussen fietspad en straat of weg.

Daar gaat het mis. Oké, je hebt dan ook nog het bekende boomstronken probleem die zodra ze de kans krijgen menig fietspad op een hobbel brengen, maar dat is de natuur, daar valt mee te leven. Maar die overgangen, die aansluitingen lopen niet vlekkeloos en zorgen ervoor dat je boodschappen haast je kratje uitvliegen.

En bij mij, man, de ballen een flinke optater geven!

Er zal vast een reden voor zijn, dat ze het asfalt van het fietspad enkele centimeters eerder stoppen dan het aansluitende wegdek vereist. Alleen ik begrijp dat niet en probeer die reden te zoeken. Was het geld op? Was het vrijdagmiddag tegen einde dienst? Was het asfalt op? Was de benzine op van de asfalteermachine? Was er een spoedklus op de A7?

Wie het weet mag het zeggen.

Die avond stonden die andere twee tompoezen op het menu. Mijn vrouw nam er een cappuccino bij en ik een bakkie koffie. Normaal willen we nog wel eens een foto maken van iets lekkers dat wij of anderen gemaakt hebben maar deze tompoezen waren daar niet geschikt voor, dat zouden te heftige beelden geweest zijn.

Maar ach, wat zou het.

Waar het terecht komt is het toch donker!

De bom is gevallen… 

Even moest ik naar adem happen toen ik de binnen gekomen melding op mijn telefoon zag: Henny Vrienten op 73 -jarige leeftijd overleden. Dat sloeg bij mij en vele generatiegenoten in als een bom kan ik wel zeggen. 

De dood van Henny is net zo’n schrikbeeld als voor als de bom valt. 

Henny Vrienten, de voorman van de band Doe Maar, een band die in het Nederlands zong en met teksten kwam die heel veel jongeren aangesproken heeft. Liedjes zoals ‘1 Nacht alleen, Dansen met Alice, Doris Day, Heroïne, Is dit alles, Belle Hélène, Je loopt je lul achterna, Nachtzuster…’ 

Et cetera, et cetera…  

Teksten die vaak luidkeels meegezongen werden vanwege die herkenbaarheid voor ons, pubers in wording of volwaardige pubers. Want het was immers je eigen taal en ja, dat daalden de woorden net even wat makkelijker in dan als bij talen uit den vreemde. En zij vielen op met hun kleding maar ook met de stijl van hun platenhoezen, felle kleuren waarmee je gezien kon worden. Die kleuren verwerkte je dan weer in je kleding.  

Dat gaf een beetje kleur aan onze soms best wel kleurloze puberbestaan.  

Maar ook de overbekende buttons. Die spelde je op je jas, voor mij naast de buttons van Madness of de bekende Smiley en hoorde je er helemaal bij. Of je droeg de felgekleurde haarbanden alhoewel ik dat dan weer net even te ver vond gaan. Het allermooiste vond ik de aankondiging dat ze zouden stoppen, dat ze de band gingen opheffen. Dat klinkt raar maar ik had daar alleen maar bewondering voor: 

Op het hoogtepunt stoppen. 

Want het liep namelijk vreselijk uit de hand, zó populair werden ze. En dat zij het lef hadden om te stoppen tekende ze juist, de stekker eruit te trekken en vervolgens op een andere manier verder gaan met teksten en muziek schrijven. Henny deed dat bijvoorbeeld door het stokje van Harry Bannink over te nemen bij Sesamstraat en Het Klokhuis. Hij vond dat een geweldige eer en dat sierde weer zijn bescheidenheid. En het was ook niet niks want Harry Bannink was ook een hele grote componist waarvan we heden ten dage nog steeds kunnen genieten, bijvoorbeeld ‘Nikkelen Nelis’, ‘Tearoom Tango’ of ‘Op een mooie Pinksterdag’.  

En dan nog enkele honderden liedjes die ertoe doen. 

Maar Henny was goed, heel goed. En dat werd terecht gezien. Later kwam Doe Maar weer even bij elkaar voor wat concerten. Het publiek was nu een stuk ouder maar je zag na afloop hun ogen weer glinsteren, ze herbeleefden weer even hun jeugd. Doe Maar was daar immers een onderdeel van en het mooie van hun liedjes was dat generatie na generatie liefhebber werd. Dat ondervond ik toen mijn nog jonge kinderen de muziek van Doe Maar begonnen af te spelen en ik samen met hen mee kon zingen. Waarmee maar weer aangetoond werd dat de liedjes van Doe Maar de tand des tijds prima doorstaan heeft.  

Zo goed waren ze!  

Zo goed zullen ze blijven. Maar we gaan Hennie missen. Zijn zachtaardigheid, zijn vriendelijkheid en zijn kijk op het leven, vertaald in allerlei liedjes. De ene keer grappig en klein, de andere keer groots en veel gevoelige snaren rakend.  

Toen vorig jaar september bekend werd dat de afscheidstournee afgelast werd vanwege ziekte van Henny, had ik een vermoeden maar wilde daar niks van weten. Ik had dat vermoeden omdat hoe grootst hij ook was, hoe klein hij zich kon maken. Geen toeters en bellen, geen plek in Boulevard of andere roddel programma’s maar gewoon klein en bescheiden.  

Een mooi mens. Een voorbeeld voor velen. Geen boos mens maar een mens die snapt dat het leven te kort is om steeds boos te zijn. Samen met die andere grote, Jan Rot, gaan ze het in die andere wereld als die bestaat opleuken. Die gedachte hou ik dan maar weer vast, dat de mensen waarvan wij al afscheid hebben moeten nemen nu kunnen genieten van deze twee mensen die ons zoveel gegeven hebben.  

Alles gaat voorbij:

Je leeft maar een keer
Dus weet wat je doet
Leef volledig zonder spijt
Want berouw doet niets goed
Zie het leven als een nachtbar
Vallen en weer opstaan
Alles maar dan ook alles gaat weer voorbij 

Rust zacht en bedankt voor al het moois. 

Effe een bakkie doen

“We kunnen natuurlijk zondag ook even naar je ouders gaan?” Dat gooide mijn vrouw vorige week ineens op tafel terwijl ik nog volop in het ritme van werken zat. Ze opperde dat omdat er drie vrije dagen in het verschiet lagen en op de een of andere manier keek ik daar erg naar uit.

Dat heb je wel eens.

Het moest even bezinken. Want het zou namelijk betekenen dat ik weer een verplichting had na een flink aantal werkdagen. En ‘even’ naar mijn ouders gaan vergt toch wel wat organisatie want ze wonen immers niet naast de deur. Maar met de uren die volgde werd ik eigenlijk steeds enthousiaster. Want de vooruitzichten waren eigenlijk optimaal: Het weerzien met mijn ouders, weer even ‘thuis zijn en de weersverwachting.

“Regel het maar.” zei ik tegen mijn secretaresse.

Ik laat dat soort dingen graag aan haar over en even later kwam ze met de dagindeling: 08:15 uur snelboot, 09:00 uur op Terschelling en dan de hele dag genieten om aan het einde van de middag weer te vertrekken met de ‘Half zes-boot’, zoals we dat in de volksmond zeggen. Ik wilde mijn vader Whatsappen hoe laat het schikte om langs te komen. Dat klinkt misschien wat koeltjes want kinderen zouden altijd op welk tijdstip dan ook even bij hun ouders binnen moeten kunnen lopen. Maar in dit geval is het anders omdat mijn vader mijn moeder verzorgt. Hij kookt voor haar, hij doet de afwas, hij doet de was en hij doet de boodschappen.

Plus alles wat ik hier niet benoem.

En dat vergt een structuur die wij graag respecteren. “Hoi, met Janet.” Ik keek op van mijn WhatsApp scherm en zag mijn vrouw met haar telefoon aan het oor: “Hoe is het daar?” Ze had hem al aan de telefoon en ze vroeg of het schikte dat wij effe op de koffie kwamen en zo ja, hoe laat.

Mijn vader reageerde enthousiast en half elf was een mooie tijd.

Dan konden ze rustig opstarten voegde hij er nog aan toe. De avond ervoor lagen we op tijd in bed nadat ik mijn taak uitgevoerd had, lekkere broodjes smeren voor tijdens de reis. “Als we tussen half zeven en kwart voor zeven in de auto zitten zouden we op tijd in Harlingen kunnen zijn.” zei ik tegen de dame naast mij in bed en gaf haar een kus voor de nacht.

We reden daadwerkelijk om twintig voor zeven weg.

En hoe dichter we bij Groningen kwamen hoe onbehaaglijker ik mij begon te voelen. En dat was terecht want ik had de vertraging bij Stad onderschat. Vrouwlief tikte onze route in op Maps en zei toen: “We zijn om vijf over acht in Harlingen.” Het zweet brak mij nu uit en ik vervloekte mijzelf om deze domme misrekening. Toen we de A7 ter hoogte van Hoogkerk opreden deed ik iets wat totaal buiten mijn comfortzone ligt.

Ik gaf extra gas!

Want normaal trap ik het gaspedaal zo ver in wat toegestaan is. Voor mij geen bekeuringen op de mat want dat is zonde geld, dat is enkel de kas spekken van de Staat en dat vertik ik. Natuurlijk heb ik in het verleden wel bekeuringen gehad hoor, alleen op een gegeven moment was ik er klaar mee, vooral nadat ik inzag dat je met hard rijden geen moer opschiet.

Maar nu moest er een boot gehaald worden!

Het was gelukkig rustig op de weg en we sjeesden in VVD-stijl voorwaarts. De bomen langs de weg keken het met lede ogen aan en probeerden zoveel mogelijk de door mij veroorzaakte uitstoot weg te wuiven met hun ontluikende bladeren.

Tegen beter weten in.

In Harlingen aangekomen stapte mijn vrouw bij de brug uit om zich lopend naar de terminal te begeven. Het was acht uur, we hadden vijf minuten ‘gewonnen.’ Ik reed de parkeerplaats op voor een plekje en maakte uiteraard een extra rondje omdat ik zo dicht mogelijk bij de uitgang van het parkeerterrein wilde parkeren.

Ook een foute gedachte, de parkeerplaats stond stampend vol.

Daarna liep ik hard (!) richting terminal en nadat we de toegangscontrole gepasseerd waren, hoorde ik de dame in kwestie over de portofoon de medewerkers aan boord informeren: “De laatste passagiers komen er nú aan!” De laadklep ging omhoog nadat wij aan boord waren en de drie kwartier die de reis duurde ben ik hoestend en hijgend doorgekomen.

“Maar ik rook niet!” zei ik tegen mijzelf, om mijn abominabele conditie goed te praten.

Om negen uur zetten wij voet aan wal en haalden onze huurfietsen op. Vervolgens dronken we een bakje koffie bij het Wakend Oog en daarna fietsten we richting het Groene Strand alwaar het fietspad ons verder zal leiden naar de stilte, in samenwerking met flora en fauna in haar lente kleuren- en geluiden. Eigenlijk zou ik mijn pet op moeten zetten want het zonnetje was verraderlijk fel.

“Oh….Ik ben de rugtas vergeten! Die staat nog bij het Oog!”

Opnieuw moest ik in de benen, nu met behulp van pedalen scheurde ik weer terug naar het terras. De tas stond nog op de plek waar ik hem neergezet had, onder het terrastafeltje. Opgelucht fietste ik weer terug en konden wij onze fietstocht voortzetten.

Opvallend was het feit dat het relatief rustig leek op het eiland.

We konden lekker doorfietsen en de terrasjes waren niet overbevolkt. Later die week kwam ik erachter hoe dat kwam. Ik zag beelden uit Amsterdam voorbijkomen en daar liepen ze nek aan nek, kont aan kont en schouder aan schouder.

Ieder zijn meug.

Exact om half elf waren we bij mijn ouders en we werden verwend met koffie, opgespoten pondkoek, champignonsoep en eigengemaakte Paas-vla (met bitterkoekjes en rum) als toetje. Die middag fietsten we nog even een slag om en om half zes zaten we weer aan boord. Mijn cluppie verloor de Beker maar het maakte niet uit en tegen negen uur waren we weer thuis. Moe maar voldaan, ondanks de wat ongelukkige start.

Maar ach.

‘Het leven klopt van geen kant en daarom is het zo de moeite waard.’ (Jan Rot)

En zo is het!

 

Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen

Steeds meer kom ik erachter dat mijn ouders, als we het hebben over zuinig zijn, eigenlijk hun tijd al ver vooruit waren. Ik moest hieraan denken omdat ik steeds vaker zie hoe er vanuit allerlei hoeken tips worden gegeven om de vaste lasten niet te hoog op te laten lopen. Vaste lasten die door de een na de andere crisis flink uit de hand lopen. De bankencrisis gaf al een duidelijke boodschap af:

The sky is niet meer de limit.

Mijn ouders wisten dit allang. Want het was bij ons nooit over de top. Er werd ‘gewoon’ warm gegeten tussen de middag en ‘s avonds aten we brood, ‘gewoon’ wit en bruinbrood. Het beleg was ook eenvoudig. Met kaas, pindakaas of hagelslag. En dan dubbel. Zo nu en dan kwam er wat extra’s voorbij op de broodtafel, zoals bijvoorbeeld Balkenbrij, gebakken tomaat, gebakken vis (ondermaatse schol, schar of tong), bloedworst of wentelteefjes. Als ik daar weer aan denk loopt het water mij uit de mond.

En wanneer je tussendoor trek kreeg dan mocht je altijd een boterham smeren.

Er ging bij ons dan ook veel brood door. Tussendoortjes zoals wij die nu kennen en waar de schappen in de winkels vol mee liggen kenden we eigenlijk niet. Je weet wel, die zogenaamde gezonde reepjes en pakjes drinken waar volgens de verpakking alleen maar de juiste bouwstenen inzitten voor een kind in de groei.

Nou, groeien doe je er zeker van!

Surprise eieren met salmonella bestonden nog niet. Wij aten enkel de voorloper daarvan, met Pasen. Dan aten we hardgekookte eieren die door ons zelf flink toegetakeld waren met stiften, zo overdadig dat de kleurstof dwars door de schil ging en je heel wat kleurstof binnenkreeg. Maar dat was maar één keer per jaar, daar werd je niet druk van zoals we dat tegenwoordig nog wel eens zien bij kinderen. Toen ik later het nest verliet kwam ik erachter dat het voor heel veel mensen de gewoonte was om wekelijks patat en snacks te halen of zelf te frituren. Dat fenomeen kende ik ook niet, ik snackte enkel na een flinke stapavond.

Even lekker ‘een vette bek’ te halen.

Maar thuis werd er altijd alles aan gedaan om zo zuinig mogelijk te leven. Eten weggooien was uit den boze. Ik kan mij nog goed herinneren dat er altijd wel een klein schaaltje met een restje groente op tafel stond. En je moest niet verbaasd opkijken als je in het pannetje jus met saucijsjes een stukje kip, gehaktbal of zelfs haas tegenkwam.

Eigenlijk was dat pannetje al de voorloper van een gourmetschotel bedenk ik mij nu.

De overgebleven gekookte aardappelen werden aan het einde van de week verwerkt tot ‘slaatje’, een soort van huzarensalade met ei, augurk, ei en ham. De topping bestond uit slasaus en onder het slaatje lagen mooie, frisgroene bladeren sla.

Uit eigen tuin natuurlijk.

Die groentetuin staat mij nog scherp voor ogen. Vooral de boerenkool. Want daar zaten nog wel eens koolwitjes in die wij er dan uit moesten vissen. We verzamelden ze in een conservenblikje en vervolgens ging er petroleum zodat we de rupsen konden cremeren.

Voor het geval ze van plan waren om opnieuw huisvesting te zoeken in de boerenkool.

Naast voorgaande zuinigheid leerden we om te gaan met energie en water. Onze ouders bestookten ons met kreten zoals: “Deur dicht, we stoken hier niet voor de vogeltjes!” of “Doe die kraan dicht, dat kost allemaal water!” Maar ook kreeg je pas weer nieuwe tandpasta als de tube tot aan de opening dicht gerold was en het zeepblok helemaal opgelost was. De auto werd gewassen met behulp van twee emmers water en hout voor de open haard werd gezaagd met een beugelzaag.

Zonder motoraandrijving!

Dat houtzagen deden mijn broer en ik vaak samen want dan kon je aan twee kanten krachtig zagen. De boomstam lag dan op een bok en we zaagden we ons het apezuur. Daarna werden de stukken hout door ons met een bijl gekliefd waarmee je een hoop frustratie kwijt kon, mocht je die hebben natuurlijk want we leefden in een best wel overzichtelijke tijd zonder veel afleidingen en gedoetjes.

Dit soort klusjes zou je de voorloper kunnen noemen van krachttraining in een sportschool.

Natuurlijk was het niet altijd een zuinige boel bij ons, er waren over het jaar verdeeld genoeg uitspattingen. Met feestjes vloeiden de drank rijkelijk en de sigaretten stonden uitnodigend in de bekende glaasjes op de tafels, naast de schaaltjes met leverworst, komkommer en Gelderse worst. En de niet te missen rolletjes boterham- en cervelaatworst met augurk, bij elkaar gehouden met een cocktailprikkertje.

Die cervelaatworst heeft voor mij óók weer een herinnering!

Want wij, kinderen, moesten ook wel eens boodschappen doen. Dan kreeg je een boodschappenbriefje (geschreven op een lege, gebruikte envelop) voor de slager mee: 2 ons sterf-op-straatworst en een pakje blauwe band. Dat briefje gaf je dan gewoon aan de slager en die wist precies wat mijn moeder bedoelde: 2 ons cervelaatworst en een pakje blue band margarine. Wanneer er gehakt op het briefje stond schreef ze met een uitroepteken eindigend ‘gehaktkruiden!’ op.

Maar ook dat wist slager Boer, die kende zijn klanten.

En wij kenden hém want de beloning voor het halen van de boodschappen bestond uit een plakje worst, de ene keer dikker dan de andere keer gesneden maar de smaak was verrukkelijk! Dat kwam vast doordat deze slager nog een zogenaamde ‘zelf slachtende’ slager was, dat deed hij op zijn eigen abattoir achter in de tuin.

Mooie tijden.

Maar ik zie dus een herhaling van zetten als ik terugkijk naar mijn jeugdjaren. De generatie van mijn ouders keken altijd met respect naar wat hen gegund en gegeven werd. “Wat zijn we toch gelukkig maar waar hebben we het aan verdiend!” was een zin die ik regelmatig bij ons in huis hoorde. Heel wat anders dan het hautaine gedrag van tegenwoordig. Want niets is vanzelfsprekend omdat er altijd de kans aanwezig is dat er allerlei spaken in de wielen gestoken kunnen worden.

Zoals een pandemie of een oorlog….

 

 

 

 

Woorden die je raken

‘Waarom schieten koude ogen vuur dat branden blijft als alle muren en wij hier weg zijn.’ Deze zin uit het refrein van het nummer ‘Liedje voor Beslan’ en gezongen door een aantal gerenommeerde zangers en zangeressen, repeteert zich steeds in mijn hoofd wanneer ik de beelden uit Oekraïne zie die wij dagelijks te verwerken krijgen.

Dat verwerken is een hele opgave.

Want de beelden zijn weerzinwekkend en het sterkt alleen maar mijn mening, hoe goed wij het hebben in dit land. Via radio, televisie en internet worden we onvrijwillig getuige van een massa slachting, veroorzaakt door een échte dictator.

Een laffe gek die alle vrijheden van de mens met voeten treedt!

‘Waarom schieten koude ogen vuur.’ Je leest deze vraag bij de Oekraïense bevolking in de ogen. Ze snappen het niet en het valt ook niet te snappen. Het intense verdriet voedt de haat, enorme haat waarvan niemand weet wat de gevolgen kunnen zijn. De hoeveelheid traumatische ervaringen stapelen zich op in de hoofden van jong en oud en de rest van de wereld kan alleen maar toekijken, hoofdschuddend.

Onze handen gebonden.

Toch zie je overal in ons land mensen opstaan die op alle mogelijke manieren proberen te helpen. Door van alles in te zamelen of door gevluchte Oekraïners in huis te nemen. En dat laatste is nogal wat want het is echt niet niks om een deel van je eigen leven ineens te moeten delen met mensen die een andere taal spreken en andere gewoonten hebben. Ik zou dat niet kunnen. Maar des te meer respect heb ik voor al die hulpverleners en het laat maar weer zien:

De meeste mensen deugen!

Het enige wat ik kan doen is geld storten. Oh ja, en we hebben onze airmiles weggegeven terwijl ik eigenlijk niet eens wist dat ik ze had. Maar het is een makkelijker manier dan mensen in huis nemen, vooral omdat je totaal geen idee hebt hoelang deze ellende nog zal voortduren. Mijn empathisch vermogen is wel degelijk aanwezig, ik voel hun pijn en ik merk dat ik het mij heel erg aantrek. Dat vermogen om je in anderen in te leven is deels door mijn opvoeding ontstaan maar ook deels door boeken die ik gelezen heb, als kind en later als volwassene. Daarom zijn en blijven boeken nog steeds heel belangrijk. Het vormt je. Het opent je ogen en je creëert er eigen inzichten mee. Als kind ‘lees’ je met veel plaatjes en tekeningen en bedenk je je eigen teksten. Daarmee trigger je de geest. Later worden het louter letters die in een bepaalde volgorde gezet worden en wederom wordt er een beroep op je voorstellingsvermogen gedaan.  

Geheel naar eigen interpretatie en geïnspireerd door de woorden van de schrijver.

Tegenwoordig zijn er nog steeds boeken. Over allerlei onderwerpen. Alleen heeft het lezen een flinke knauw gekregen omdat alles steeds meer gevisualiseerd geworden is. De beelden hoef je niet meer zelf te bedenken maar die worden bedacht door de makers. Of gefilmd door getuigen. Hoe vaak zie je niet mensen met een telefoon voor- of boven hun hoofd taferelen filmen, van vechtpartijen tot (zware) ongelukken op de weg. Ongegeneerd, schijt aan wat die gebeurtenissen allemaal voor de slachtoffers teweeg hebben gebracht en puur uit sensatiezucht.

En dan kwijlend en hijgerig delen.

Of we filmen leuke dingen, zoals een concert of een mooi vakantietafereel. Dat is ook leuk alleen vergeet je dan één belangrijk ding: namelijk zelf te kijken en te genieten. En dat is jammer want er wordt juist allerlei vermaak bedacht en uitgevoerd om van te genieten. Maar het moet ook allemaal sneller en het liefst zo kort mogelijk. Zoals het beroemde fragmentje van Omroep Maxim laat zien: “Dit is een heel mooi mandje gemaakt door de firma Tichelaar. Het werd gebruikt op tafel als versiering en fruitmandje.” Nee, het moet korter, krachtiger. In hapklare brokken en het liefst ook nog thuisbezorgd!

“Mand!”

Boeken daarentegen vertragen, houden je langer in spanning of beroering. Met korte of lange zinnen worden karakters van de hoofdpersonen uitgelegd zodat je ze leert kennen. Je kruipt als het ware onder hun huid. Dan lees je over iemand die gevangen zit door de bezetter en kruipt de angst en de onmacht zo uit het boek je geest in. Het moment dat het boek je te pakken heeft waardoor je niet meer stoppen kan. In de ban van het boek.

Modern gezegd: bingereading.

Dat woord ‘binge’ is het Engelse woord voor braspartij, dat je overmatig consumeert. De streamingdiensten hebben dat woord weer gepikt om series aan te prijzen ‘die je in één keer uit wilt kijken’, alle 8 of soms wel 10 afleveringen. Bingewatchen noemen ze dat. Er zijn inmiddels ook Nederlandse woorden voor, comakijken of de iets mildere variant, marathonkijken.

Ja, ze weten het allemaal mooi te brengen.

Er wordt nu anders gelezen. De concentratie gaat bij sommigen al verloren naar een zin of drie zeg ik wel eens gekscherend, naar aanleiding wanneer iemand zegt dat mijn stukjes tekst te lang zijn. Tja, dat kan. Maar hoe zeg je dat dan over een boek met een gemiddelde van tweehonderdvijftig bladzijden? Voor lezen moet je wel wat meer moeite doen. Het is meer dan de afstandsbediening pakken en vanonder je kleedje op de bank series kijken. Maar het allergrootste voordeel van lezen is dat je voorstellingsvermogen getriggerd wordt om wat je leest te visualiseren en te begrijpen. Eigenlijk ben je als lezer je eigen regisseur. Het is meer dan ‘ik hou van jou en blijf je trouw’. Het is, ik citeer nu de mooiste liefdevolle zin van Nederland, geschreven door Arthur Japin: ‘Dit is het enige wat telt, lieverd, dat iemand meer in je ziet dan je wist dat er te zien was.’

De kracht van woorden, prachtig!

Net als al die krachtige zinnen van het Liedje voor Beslan, geschreven door Marjolein van der Klauw:

‘Het donker gevaar kende ik heus wel, ‘t was daar in de verte, in ogen en woorden op beeld,
maar nooit hier, in de armen van mamma, nooit hier.’

 

Wekelijkse mindset

De lade waar normaal gesproken mijn onderbroeken in liggen was leeg. En in de sokken-la eronder lagen slechts nog de zomersokken. Dit was een vreemde gewaarwording want dit was de eerste keer sinds ons samenwonen dat ik misgreep. Want zij doet mij altijd weer verbazen hoe snel ze kleding van mij weer gewassen en gestreken in de kast heeft liggen. Misschien komt het wel omdat ze niet zo van de vaste dagen is zoals we uit het verleden kennen.

Maandag Wasdag, om er maar eentje te noemen.

Een paar keer per week hoor ik het haar zeggen dat ze een afspraak heeft met de wasmachine, de droger of de waslijnen buiten. Nu komt dat niet omdat ik altijd mors op mijn kleding, dat gaat juist de laatste tijd best goed maar sinds haar vader in een verzorgingshuis zit doet ze zijn was er ook nog eens bij. Zonder een wanklank. Wanneer alles dan weer schoon is heb ik een gelukkige vrouw in huis.

En van een gelukkige vrouw in huis krijg je vanzelf een gelukkige Veldmuis!

Maar ik moest nu wel zelf aan de slag. Dat klinkt heel dramatisch maar dat is het niet hoor, ik ben een moderne man al zeg ik het zelf. En er is geen haar op mijn hoofd die haar erop zou afrekenen. Integendeel. Ik bewonder haar juist omdat ze het altijd weer kan opbrengen om de was te doen tussen haar drukke werkdagen door. Natuurlijk zou ik ook die wasmachine een draai kunnen geven maar zoals ik al hierboven beschreef, het is háár ding en ze doet het daarom liever zelf. Allemaal op zolder, ook het strijkwerk. Dat strijken doet ze ook wanneer het haar uitkomt en daar staat ook geen dag voor.

Dinsdag Strijkdag, om er maar eentje te noemen.

Zij geniet van een mooi stukje strijkwerk. En zelf heb ik ook goede herinneringen aan strijken, tijdens het LAT’n geleerd van haar via een Skypeverbinding. Dat was toen ik nog in mijn flatje woonde in Den Haag. Dan zette ik de strijkplank voor het raam voor wat afleiding van buiten en streek de boel weg. Helemaal rechts op de plank stond dan een asbak want ik rookte toen nog en ernaast stond een glas met een paar slokjes whisky als inhoud.

Om het klusje wat op te leuken zeg maar!

Maar dat hoef ik ook niet meer te doen want ook dat is haar ding. Natuurlijk heb ik ook taken in het huis hoor. Ik kook. Wij bekijken haast per dag wat we gaan eten. Mijn vrouw kan zich nog wel eens laten beïnvloeden door gerechten die ze online ziet of wanneer iemand in haar omgeving het over een bepaald gerecht heeft. Daar kan ze dan ‘ineens’ zo’n zin in hebben. Ik heb dat alleen met hutspot, rode bietjes en frikandellen. Maar alles bij elkaar genomen is dat een mooie manier om gevarieerd te eten. En het houdt de spanning er een beetje in zodat er geen sleet in de keet ontstaat. Voor ons geen vaste dagen voor de warme prak:

Woensdag Gehaktdag (of worreloavend voor de vegetariërs onder ons).

Dat doen we ook om het ritme van ons werk een beetje te doorbreken hoor. Want daar kan een mens ook behoorlijk chagrijnig van worden. Vooral deze dagen en dan doel ik op de wisseling van winter- naar zomertijd én de huidige weersomslag van afgelopen week. Man, man, van T-shirt en korte broek moesten we ineens weer naar trui en thermo ondergoed! Ik kan daar bloedchagrijnig van worden! En dat ‘uurtje vooruit’ werkt ook niet mee, vooral omdat ik die zondagochtend werken moest.

Ik voel daar al de hele week de naweeën van.

Nu zei iemand tegen mij dat ik mij aanstelde. Het was een kwestie van mindset. Ik heb dat woord nu maar eens opgezocht want je hoort dat steeds vaker. Het is een denk- en gedragspatroon van een persoon of groep en je kan je ertegen verzetten door bepaalde patronen in je leven te veranderen. Oké, als ik dan even teruglees doe ik dat ook een beetje. Zodra iets een gewoonte dreigt te worden schakel ik even terug en probeer het anders te doen. Omdat ik wist dat er een uur korter slapen in het vooruitzicht lag, ben ik op tijd naar bed gegaan zodat ik niet de volgende dag gapend mijn werk zou doen.

Nou, het hielp geen moer!

De la kijkt mij leeg aan. Dan toch maar eens op zolder kijken, haar Walhalla. Ik nam direct even de stofzuiger mee want we zijn ook flexibel met het schoonhouden van ons huis. Meestal in de weekenden pakken we het hele huis aan en stofzuigen meerdere keren per week. Daar staan ook geen vaste dagen voor.

Donderdag Kuisdag.

Mijn sokken en onderbroeken lagen klaar om gevouwen en ín elkaar gevouwen te worden maar kennelijk was er een kink in de kabel gekomen. De deurbel, een telefoontje of anders. Zodoende ging ik nu zelf aan de slag want dat kan ik wel. En het hoeft niet zo precies als bijvoorbeeld de handdoeken. Alhoewel, mijn sokken hebben richtingaanwijzers. De L van links en de R van rechts. Volgens de verkoper belangrijk als je veel wandelt. Flauwekul, dacht ik, tot ik ze een keer andersom aan had.

Ik liep alle kanten op!

En dan gaat het mis. Want afgelopen vrijdag moest ik pizzabodems halen bij de supermarkt maar stond ik ineens bij de visboer. Ik schopte snel een schoen uit en ja hoor, de sokken verkeerd om. Even zat ik in tweestrijd want wij aten bij mijn ouders altijd vis op vrijdag en dat speelde even op. Logisch, want het werd wekelijks herhaald, daar hadden ze ook al een vaste dag voor:

Vrijdag Visdag.

Snel wisselde ik de sokken en liep regelrecht naar de supermarkt voor pizzabodems. Want zij kon er zo’n zin in hebben en voor ons lag een verplichtingsvrij weekend. Althans, ook dat waren ooit ook van ‘die dagen’:

Zaterdag Klusdag en zondag Kerkdag.

Mooi niet, dit ís een kwestie van mindset!

 

 

 

 

 

 

Uiteindelijk komt alles goed

En toen was die dag er ineens. Die dag waarvan je wist dat die eens zou komen alleen heb ik nooit geweten dat het zo lang zou kunnen duren.

Om precies te zijn 39 jaar!

Toen ik een jaartje of 17, 18 was kreeg ik serieuze verkering met een prachtig meisje uit Scheemda. Die verkering ontstond ‘ineens’ in Bar-Dancing Dellewal nadat zij mij spontaan vol op de mond kuste. Zo! Die kwam binnen! Ik was gekust door het Mooiste Meisje van de klas, zo voelde het. Terwijl ik nooit bij haar in de klas gezeten had. Maar zij was het type meisje waar ik wel naar keek maar waarvan ik altijd dacht dat ze te hoog gegrepen was.

Tot zij mij in de greep kreeg!

Het was haar laatste avond op Terschelling, het eiland waar zij al jarenlang vakantie vierde met haar familie en waar ze ook een bekend gezicht werd als vakantiekracht bij de plaatselijke drogisterij op West-Terschelling. Ze moest nu weer terug naar ‘de Wal’ om verder te gaan met de studie die ze volgde.

En och, wat was ze mooi!

Ik fietste die avond dronken naar huis. Niet dronken van de drank maar dronken van de liefde. Nadat ik thuisgekomen was had ik zelfs de neiging mijn ouders wakker te maken om hun te vertellen wat mij overkomen was maar ja, toch maar niet. Het was ook een heel andere tijd.

In die tijd besprak je niet alles met je ouders.

De volgende dag was ik al een brief aan het schrijven en liep ik met hele volières vlinders in mijn buik over het eiland.  Natuurlijk vertelde ik het wel direct aan mijn vrienden en later ook aan mijn ouders. De reacties waren louter positief want ja, iedereen gunt een ander de liefde toch? Tien brieven verder was ik nog steeds hoteldebotel en mocht ik zelfs ook wel een keertje bellen naar haar. En ik wist: dit nooit meer loslaten want zo’n mooie meid krijg je nooit weer.

Maar niet te lang want ja, elke tik kost geld.

Weer tien brieven later werden voorzichtig de eerste afspraken gemaakt om elkaar weer te gaan zien. Wij waren de grondleggers van het fenomeen latrelatie kun je wel zeggen. Ik ging eerst naar haar en regelde met mijn baas dat ik tien dagen achter elkaar werkte en dan vier dagen vrij was zodat ik dan naar Scheemda kon afreizen. In eerste instantie zou ik in de plaatselijke jeugdherberg slapen maar nadat ik kennis had gemaakt met de ouders mocht ik intern.

Maar niet samen in één slaapkamer natuurlijk!

Dat was ook onmogelijk te doen want er werd door beide ouders patrouilles gelopen tussen de slaapkamers waardoor je het niet eens in je hoofd haalde. Eén keer lukte het mijn geliefde om even snel bij mij in bed te kruipen maar al gauw werden we gestoord door mijn moeder en was het ontdekkingsreizen weer voorbij. Maar zoals elke puber waren we vindingrijk en wisten we onze ontdekkingsreizen wel op andere plekken voort te zetten. En dat wisten onze ouders ook wel want zijn waren ook jong geweest.

De liefde maakt vindingrijk!

Het duurde twee jaar toen er een kink in de kabel kwam. Wij waren even oud maar zoals bewezen is zijn de meiden altijd nét even wat volwassener in denken en doen. Ik was wat speelser, hield ervan om uit te gaan, een biertje te drinken en mee te zingen met André Hazes of Drukwerk. Zij was al veel verder, wilde reizen maken en ze was zelfs al begonnen met het verzamelen van een uitzet. Voor als wij zouden gaan samenwonen, dat zij dan al potten, pannen, servies en bestek ingekocht had zodat we ons leven konden beginnen als (getrouwd) stel. Ik, zei de gek, wist in eerste instantie niet eens wat een uitzet was en had daar dan ook nooit bij stilgestaan! Een vage herinnering zegt iets dat ik slechts een schroevendraaier in bezit had.

Een hersenspinsel vermoed ik.

En het sparen lukte mij ook niet echt. Mijn salaris verdeelde ik eerlijk onder de kroegbazen van Terschelling en kreeg daar een hoop gezellige avonden voor terug. Dat kostte mij wel de hoofdprijs want dat prachtig mooie meisje maakte het uit.

Dat had ik niet zien aankomen!

Mijn speelsheid maakte plaats voor verdriet, intens verdriet die ik nog nooit ervaren had. Dat was een ervaring die mij ineens volwassen maakte. Ik ging in Militaire Dienst en bleef haar brieven sturen. Eerst werden ze nog wel beantwoord maar op een gegeven moment stopte dat.

Het was klaar.

Ik begon een leven op te bouwen in Den Haag maar bleef aan haar denken. Eén gedachte spookte door mijn hoofd, de gedachte dat ik haar pas weer zou tegenkomen in een bejaardentehuis. Een vreselijke gedachte. Vooral als zij daar dan hetzelfde over zou denken. Want dan hadden we verloren tijd achter ons liggen. Tijd die nooit meer ingehaald zou kunnen worden.

Gelukkig voor ons liep het anders.

Tien jaar geleden vonden we elkaar weer en het was vanaf het begin goed. De ‘verloren jaren’ werden beperkt tot een jaartje of 30 maar leverden ons wel vier prachtige zonen op. In die tien jaar werkten we samen voor een nieuwe, gezamenlijke uitzet door allebei fulltime te werken. We konden het huis kopen wat we huurden en verbouwden het naar onze eigen wensen. Ook de tuin voor- en achter kregen een nieuwe jas aan en ons samengestelde gezin, met aanhang precies tien leden (en een kleindochter), kreeg eindelijk gestalte.

Maar er ontbrak nog wel iets in onze uitzet!

De kers op de taart zeg maar. Daar kwamen we achter toen we van de week even samen een dagje naar Emmen gingen. Even sneupen in de winkelstraat. Na wat kledingwinkels (natuurlijk!) kwamen we in een ‘Kook- & Tafelen’ winkel terecht, de ideale winkel voor het samenstellen van een uitzet. Na een aantal slagen door de winkel bleven we hangen in de bestekhoek.

Even later stonden we weer buiten.

Met een bestek-set.

Tiendelig!

 

 

De tijd doden

Van de week zat ik tussen de bedrijven door met zes collega’s in één ruimte te pauzeren. Je zou dan zeggen dat het een gezellige boel was en dat het ene na het andere gespreksonderwerp over de tafel vloog maar niets was minder waar.

Vier van de zes zaten zwijgend te turen naar hun telefoon.

Ik nu eens niet. En dat was waarschijnlijk de reden dat het mij opviel. Best wel uniek want ik kan er ook wat van. Maar ik had mijn portie turen al gehad en was er even zat van. Tja. Maar ik verwijt ze niks. Want ik snap ze volkomen. Ik geniet ook van dat ding want je kan er zo ontzettend veel mee, zoals de krant lezen, Social mediaberichtjes volgen of posten, thuis het licht of de verwarming alvast aandoen, antwoorden op vragen opzoeken, radio luisteren of tv kijken, foto’s uit je privéleven delen, mailtjes lezen of versturen, beeldbellen, als zaklamp gebruiken en ermee betalen.

Oh ja, je kan er ook mee bellen!

Positief gezien kan je het ook zien als een mooi tijdverdrijf. Of om de tijd mee te doden. Heel veel tijd doden. Misschien wel te veel. Daar kom je dan achter op je sterfbed. Dat je ineens denkt: ‘Shit, ik heb mijn ‘bucketlist’ nog niet helemaal afgewerkt! Want het bleef bij plannen maken op mijn telefoon.’

En dan ben je te laat.

Maar goed, je weet dan wel veel. En stel dat er leven na de dood is dan heb je wel wat te vertellen in dat Eeuwige Leven. Want we worden steeds bijdehanter op deze planeet. Kinderen zijn haast geen kinderen meer want ze googelen alles. Zodra je ze iets wijs wilt maken om zeg maar de fantasie wat te prikkelen, pakken ze de telefoon en factchecken dan even in luttele seconden jouw onzinverhaal. Ik kon mijn kinderen nog zelfverzonnen verhaaltjes vertellen voor het slapen gaan.

Mijn tweejarige kleindochter zal zeer waarschijnlijk mij wel even gaan voorlezen!

En dan niet een paar bladzijden uit ‘Dikkie Dik’ of ‘Jip & Janneke’. Die fase is ze dan al voorbij. Ja, we worden wijzer en wijzer. Op zich niks mee maar soms slaan we erin door. Vooral dat laatste maakt van de samenleving een warboel.

En raken we steeds meer met elkaar in de knoop.

Een goed voorbeeld is de huidige oorlog. Maar dichterbij kunnen we er ook wat van. Politici die over elkaar heen rollen en elkaar de loef af proberen te steken. Nieuwe partijen die zich presenteren als nieuwe politiek en uiteindelijk ook eindigen in ordinaire ruzies, vuilspuiterij en machtsmisbruik.

En we maken het ervoor onszelf ook niet makkelijker op.

Want zodra er wat Saharastof valt raken we helemaal in paniek en staan vervolgens in de file voor de autowasstraat. De media kloppen dat ook direct weer op en melden op dreigende toon dat het voorlopig ook nog eens niet gaat regenen. Ja, dan raken we oververhit en kunnen we niet meer nadenken en maken we ook nog eens ruzie met andere wasstraat gebruikers.

Zucht.

Een afkoelingsperiode is dan aan te raden. Ik heb drie emmers koud water gevuld. Twee heb ik vrijdag leeggegooid over de auto en de overgebleven emmer over mijn hoofd. Dat scheelt 12,50 euro en die heb ik weer omgezet in 5 liter benzine.

Want ja, de benzine wordt duur betaald.

Maar we hoeven nog niet te vluchten voor hel en verdoemenis vanwege een knettergekke dictator. Wij hebben natuurlijk wel onze eigen gedoetjes. Zo las ik van de week op mijn telefoon (om de tijd te doden in de wachtkamer van de tandarts.) even snel de krantenkoppen van het Algemeen Dagblad, altijd een serieuze krant in mijn ogen met zo nu en dan wat licht verteerbare berichten. Maar ook zij lijken steeds meer de kant op te gaan van de zogenaamde ‘Juice’ kanalen want of ik het wil of niet, ik weet precies van de hoed en de rand over vrouwenrammer Lil’ Kleine, vrouwenverslinder André Hazes jr., ‘ikdoenietmeermee’ Famke Louise of die verschrikkelijke familie Meiland die nu over de ruggen van mensen in de bijstand een tv-programma maken waarin ze een maand lang, ja een maand lang(!) in een, ik citeer, bijstand huisje gaan wonen.

‘Zwangere haas aangereden.’

Ik twijfelde om het artikel helemaal te gaan lezen en begon ineens te verlangen naar de tandarts die drie gaatjes zou gaan behandelen. Toch klikte ik het bericht open en las: ‘Opmerkelijk ongeval op het Berlijnplein in Leidse Rijn. Daar is vanmorgen een haas aangereden. Het dier (ja, ja!) brak haar rug en overleed. Na onderzoek (ja, ja!) door de dierenarts bleek dat de haas zwanger was.’ Ik heb het bericht vervolgens nog drie keer opnieuw gelezen maar het stond er echt, inclusief een foto van een agente met een dekentje in haar hand waar twee pootjes uitstaken.

“Zonder verdoving graag!” zei ik haast smekend tegen de tandarts toen ik in de stoel zat.

Dit valt niet meer onder dierenleed. Dierenleed is het bewust mishandelen van dieren. Of je moet voortaan auto’s weren op het Berlijnplein? We slaan door. Ik probeer altijd rekening te houden met dieren die oversteken en zit daarom tijdens het autorijden niet op mijn telefoon te koekeloeren. Zo zag ik van de week nog kraaloogjes in het licht van mijn koplampen. Het betrof een vos die in de berm wat zat te eten. Wellicht een haas. Ik zag hem op tijd want ik reed gewoon de maximumsnelheid.

De vos leeft nog.

Op de Oude Rijksweg bij Scheemda staan in het najaar en winter van die gele verkeersborden die waarschuwen voor overstekende eenden en dat begreep ik niet want ik heb daar nog nooit eenden gezien. Niet eendje. Dat komt denk ik omdat eenden kunnen vliegen dus die steken wel vliegend over denk ik dan.

Anders zijn het domme ganzen.

We moeten leren accepteren dat er aan ons leefwijze consequenties verbonden zijn. Bijvoorbeeld dat je met een auto iemand, mens of dier, kan aanrijden.

Soms ook een haas, mits die er niet als een haas vandoor gaat!

Aan de flotter

Sinds begin van dit jaar komen wij haast dagelijks in het verzorgingstehuis waar mijn schoonvader woont. Niet omdat hij onze zorg nodig heeft hoor. Nee, dat is voor negenennegentig procent ons uit handen genomen sinds hij daar in de verzorging zit.

Wij hebben de handen nu vrij en klappen die stuk voor de zorg die hij daar krijgt!

Ze vertroetelen hem en je ziet hem met de week opknappen. Als we nu langs gaan komen we op visite en hoeven we in principe niks meer. Nou, dat ene procentje doen wij. Dat is de hond uitlaten. Herstel, dat is hét hondjé uitlaten. Want het gaat om een kruising tussen Maltezer en een Shih Tzu en ja, ze noemen het een hond maar ik vind het meer op een Perzische kat lijken. Lobke heet ze, een jaar of acht terug door wijlen mijn schoonmoeder gehaald en nu een geliefd gesprekspartner van mijn schoonvader.

En inmiddels van de hele afdeling want Lobke heeft een hoog aai- en knuffelgehalte.

Zodra we de kamer uitlopen met Lobke vliegen de Aah’s en Oooh’s ons om de oren en zijn we min of meer verplicht om de inwoners even te laten genieten van deze zwabber op pootjes. Nu is verplicht niet het juiste woord want het is fijn om deze mensen wat kleur te kunnen geven op hun oude dag.

Want ze hebben al zoveel meegemaakt.

Mijn schoonvader zit nu nog veel op zijn kamer. Hij is bezig met ‘landen’ zeg maar. Ik heb begrepen dat er meerdere mannen in het verpleegtehuis zijn maar die komen ook niet zo gauw van hun kamers af. Die leven een wat teruggetrokken bestaan. Daarentegen zie je wel de dames in de gangen rondlopen, op zoek naar wat gezelligheid. En misschien in de hoop nog een leuke man tegen te komen.

Hier in Groningen noemen ze dat ‘flotteren’.

Flotteren betekent zwieren, op stap gaan. Soms kan je het zelfs ruiken, dat het een flotter-avond is. De definitie van dit luchtje is dat je zin hebt om op zoek te gaan naar de vlinders in je buik. Zo’n avond waar onrustige hormonen om je oren vliegen. De dames in het verzorgingstehuis hebben kennelijk nog steeds die behoefte want sommigen vragen regelmatig aan mij of die man nog eens uit zijn kamer gaat komen. Er zal vast ook een stukje nieuwsgierigheid bijzitten.

Het is iets van alle tijden.

Ik herken het van mijn eigen jeugdjaren. Zodra de eerste lenteavonden zich aankondigden flotterden wij ook wat af. Wij jongeren vonden elkaar bij onze hangplek, de lantaarnpaal vlak voor ons huis. Tegenwoordig zijn dat vaak speeltuintjes of van die trapveldjes met hoge hekken eromheen. Wij moesten het doen met een lantaarnpaal en een stuk trottoir.

Maar die scheen wel haar licht op ons waardoor het nooit donker werd!

Het was voor ons jongens de plek om je uit te sloven voor de meiden. En voor de meiden de plek om onder de aandacht te blijven van de jongens. Meestal was er ook een bal bij betrokken en die belandde nog wel eens in de sloot aan de overkant. Dan wierp je jezelf op om de bal eruit te halen, in de hoop dat een meidenhand je ene hand vastpakte zodat je met de andere hand de bal kon pakken.

Dat waren van die gelukzalige pubermomentjes.

Vanuit het slaapkamerraam van mijn broer kon ik zien of er al jongens of meiden stonden, dat was het voordeel om er vlakbij te wonen. En dat deden anderen straatgenoten ook want als je daar een keer alleen stond duurde het nooit lang voordat er een andere bijkwam staan.

Daar kwam geen groeps-App aan te pas.

Maar da’s ook logisch want toen praatten we nog gewoon met elkaar en zat je niet kromgebogen over een telefoon te hangen. In mijn beleving waren dit altijd hele fijne avonden, vooral die vroege voorjaarsavonden, daar denk ik met veel plezier aan terug. Dan voelde je je heel wat, kon je de hele wereld aan en genoot je van je vrienden. Natuurlijk stonden we er ook in de koudere maanden van het jaar maar dan was het toch weer nét even anders. Behalve als de winter inviel, dan rook je die flotterlucht weer tijdens het schaatsen of tijdens een sneeuwballen gevecht.

De aantrekkingskrachten tussen mensen blijft een bijzonder gegeven.

Een nadeel van dichtbij de hangplek wonen was er ook. Niet voor mijn moeder. Die hoefde slechts de achterdeur te openen: “Muis! Thuiskomen!” Natuurlijk reageerde ik niet maar dat deden de oudere jongens wel: “Ja Muis, je moet naar huis! Hij komt eraan!” En wat hadden ze dan een lol! Als ik later dan chagrijnig in bed lag, hoorde ik soms het gelach van die gasten die nog wel ‘buiten mochten spelen’ en werd mijn chagrijn er eentje van categorie Code Rood.

Uiteindelijk sliep ik in met de gedachte dat de nieuwe dag vast weer nieuwe kansen zou brengen.

Toen ik voorzichtig een beetje mocht uitgaan was het hek van de dam. Overdag stonden we dan niet meer bij de lantaarnpaal maar brommerden we naar de haven alwaar boten af en aan toeristen dropten op ons mooie eiland. Wij keken dan vanaf onze Zundapp’s en Kreidlers naar de meiden die eraf liepen. Met een beetje mazzel kwam je ze dan die avond weer tegen in de discotheek en was het kennismaken geblazen. Of je kreeg de deksel op de neus.

Maar meestal ging het goed.

Dan ging het vermaak na de disco op de camping nog even door. En er ontstonden zelfs echte vriendschappen die elke vakantieperiode erna steeds hechter werden tussen eilander – en jeugd van ‘de wal’.

Mooie tijden.

Tijden die zich in elke generatie herhalen. Op jeugdige leeftijd maar ook op oudere leeftijd zoals in het verzorgingstehuis van mijn schoonvader. In de gangen schuifelen ze dan rond of ze gaan even zitten aan een van de zitjes in de gang. Op zoek naar die lantaarnpaal of andere hangplek uit hun jeugd. Want de herinnering blijft.

Net zoals de behoefte om niet alleen achter te blijven.

 

 

S5, zo gek nog niet

Het komt waarschijnlijk door die weerzinwekkende beelden en nieuwsberichten uit Oekraïne dat ik veel bezig ben met mijn verleden als dienstplichtig militair. Ik was toen 20 jaar en wilde de wijde wereld in. De militaire dienstplicht was een mooie eerste stap en echt keus had ik daar niet in want het woord zei het al, het was een ‘plicht’. Nu waren er wel manieren om afgekeurd te worden voor deze burgerlijke plicht maar dat zag ik niet zitten. Ik was immers een stoere jonge kerel, in de kracht van mijn leven en ik wilde actie en avontuur.

Het roken van zware shag maakte het hele plaatje compleet.

Een van de manieren om naar huis gestuurd te worden was de kwalificatie S5 maar dat zag ik helemaal niet zitten. Dat S5 is overigens niet een halfzus-of broer van S10 hoor. Nee, S5 is een gezondheidskwalificatie die ze gebruikten voor dienstplichtigen ‘die je beter niet het veld in wilde sturen.’ Die waren geestelijk wat instabiel en dat is niet handig als je in oorlogsgebied rondloopt. Wij, de ‘normalen’, maakten daar vaak grappen over en voelden ons verheven boven die S5’ers.

We wisten niet beter.

Toch glipte er wel eens eentje tussendoor. Zoals in ons peloton. Daar kwamen wij achter tijdens een schietoefening. Die gast lag in schiethouding en op het moment dat hij de trekker overhaalde, weigerde het wapen. Hij stond op, draaide zich om naar ons en terwijl hij de trekker bleef overhalen riep hij: “Hij doet het niet!”

Onze Wachtmeester schreeuwde: “Dekken!!!”

Terwijl wij ons zo plat als mogelijk op de grond geworpen hadden, werd zijn wapen snel afgenomen en mocht de onfortuinlijke dienstmaat met Groot Verlof. Hij wel. Wij moesten nog even een paar maandjes door. Nu was dat voor de meesten onder ons geen probleem want doordat je zoveel met elkaar omging, ontstonden er ook vriendschappen. Het mooie was dat iedereen uit alle lagen van de bevolking opgeroepen werd voor de dienstplicht en je zou het haast kunnen zien als een soort van heropvoeding.

En je leerde respect voor elkaar te hebben.

Inmiddels zijn we bijna 40 jaar verder en met de wetenschap van nu ben ik toch anders gaan kijken naar die kwalificatie S5. Want je kan nu gerust zeggen dat zij waarschijnlijk hun tijd al ver vooruit waren. Dat ze helemaal geen zin hadden in dat militaristische wereldje met al dat hanige gedrag onder elkaar. Dat ze allang in de gaten hadden dat als het tot een oorlog komen zou, jij en al die anderen met dezelfde pakjes aan enkel als kanonnenvlees dienden. Want ook toen waren er al bommen en granaten waar geen kruid tegen gewassen was, ook niet dat beetje kruit uit je geweer.

En de man- tegen- man gevechten zoals in de film Braveheart lagen al ver achter ons.

Uiteraard heb ik wel enorm veel respect voor al die jongens en meiden die zich ingezet hebben voor de vrede. Overal ter wereld. En op 4 mei herdenk ik. Dan denk ik aan al die jonge levens die uit plichtsbesef en Vaderlandsliefde hun levens offerden zodat alle generaties na hen in vrede kunnen leven. Maar we zouden het niet meer moeten wíllen dat mensen de ellende, de verschrikkingen van een oorlog mee zouden moeten maken. Want het kan de rest van je leven tekenen, littekens die lichaam en geest voor altijd ontsieren.

Of de ‘rest van je leven’ is je ontnomen.

Toch begin ik weer te twijfelen na het zien van de ‘supporters’ rellen zoals vrijdagavond bij de wedstrijd Vitesse- Sparta. Want de dienstplicht had zeker iets positiefs. Je leerde namelijk met elkaar om te gaan. En als ik dan die paar simpele relschoppers tekeer zie gaan dan denk ik dat een beetje heropvoeding wel gewenst is. En zo zijn er legio voorbeelden te noemen want fatsoen is allang de norm niet meer. Die is ingeruild voor agressie. En niet alleen in de voetbalstadions. Je ziet het overal om je heen, opgefokte koppen die niks meer pikken en daarmee, kennelijk, erg tevreden mee zijn.

Gevoed door ontevreden.

Het chagrijn van onze welvaart tiert welig in onze samenleving. Maar we leven (nog) niet in oorlog en dat we daar blij mee moeten zijn staat buiten kijf. Wel zullen we te maken krijgen met de gevolgen van de oorlog. Voornamelijk in de portemonnee als we ons luxeleventje willen handhaven. Want de benzineprijzen vliegen door het dak en als je pech hebt zul je het thuis ook nog moeten bezuren wanneer je stookt met gas. Een oplossing voor dat laatste zou een verlenging van de Warme Truiendag kunnen zijn.

Niet één dag maar zolang de winter nog duurt.

En misschien moeten we ook wel weer een autoloze zondag invoeren. Of iets minder producten bestellen uit China zodat de massaproductie/slavenarbeid een kleinere impact krijgt op ons klimaat. En misschien moeten we meer lokaal gaan kijken. Want om de hoek produceren ze ook alleen kost het dan iets meer. En ja, ook de politiek moet dan water bij de wijn doen door de BTW te verlagen van gezonde voeding.

En misleidende informatie op producten verbieden.

Willen is kunnen zei mijn moeder altijd maar dan moet de wil er wel zijn. Zo zal het altijd blijven gaan. Ik hoop van harte dat de wil er is om de oorlog van Rusland in Oekraïne en de rest van de wereld te doen stoppen. En dat hoop ik niet omdat ik goedkopere benzine wil of geen hoge gasrekeningen maar uit medeleven voor de inwoners van Oekraïne én voor die net volgroeide Russische pubers die dood en verderf zaaien.

In plaats van uitgaan op zaterdagavond of verliefd worden.

Of werken aan hun studie. Of sporten in de sportscholen. Of boodschappen doen voor hun Opa of Oma. Of samen met hun geliefde bouwen aan een invulling van een toekomst, misschien wel met kinderen als het hun gegund is.

Terwijl de aanstichters veilig op hun troon zitten, ver weg van al het geweld en hun waanzinnige gedachten.

Delend met Jaknikkers.

 

 

 

Waanzin, oftewel het ontbreken van gezond verstand

Wat is dat toch dat bedrijven tegenwoordig willen weten of de levering of de aankoop van iets goed gegaan is. Of je tevreden bent. Of je er goede ervaringen aan overgehouden hebt. Of de persoon die je aan de lijn had je goed te woord heeft gestaan. Of dat je niet bent blijven zitten met vragen die misschien toch wel gesteld hadden moeten worden. En of je een cijfer zou willen geven. Of zou je het willen duiden door het bedrijf te kwalificeren met een ster, misschien wel vijf sterren?

Want als je dat zou invullen kan het desbetreffende bedrijf zichzelf misschien wel verbeteren!

Zeuren om een schouderklopje, in een soort drang naar bevestiging of aandacht. Of is het gewoon marketing, een maniertje om binnen de radar te blijven van de klant? Maar wie heeft deze gekkigheid eigenlijk verzonnen? Is dat iemand geweest die tijdens de opvoeding alleen maar complimentjes ontvangen heeft?

Hebben we daarom ‘De Dag van de Complimenten’ ingesteld?

Voor de goede orde, er is niks mis mee om iemand een compliment te geven. En er is ook niks mee om een compliment te krijgen! Beter gezegd dan ongezegd! Maar het moet niet ‘een motje’ worden waaraan elke spontaniteit aan ontbreekt. En falen mag!

Dat is echt niet iets traumatisch.

Want dan kan het spreekwoord ‘Met vallen en opstaan leert men lopen’ ook in de prullenbak. Dat is voor losers, weg ermee! Terwijl we juist groeien door het maken van fouten. Kiki Toll, dat meisje uit het tv-programma ‘Over mijn lijk’, zei daar het volgende over op haar sterfbed:

“En als het leven je laat struikelen, maak er dan een salto van.”

Wat een wijze meid! Maar waarschijnlijk komt dat wel omdat zij de dood in de ogen keek. Zij besefte haar sterfelijkheid, dat niets maar dan ook niets vanzelfsprekend is. Zij besefte dat je beter wat van het leven kon maken dan het af te breken. Positief staan in het leven brengt meer op dan altijd maar weer die negatieve kanten aan te wijzen. In mijn ogen is dat misschien wel de weg naar een perfecte maatschappij. Maar dwing het niet af met mailtjes om een bevestiging te krijgen of je het goed gedaan hebt. Dat is niet realistisch. Dat is een sprookje.

Ik geloof niet in sprookjes.

Net zoals ik niet geloof dat een religie iets toe kan voegen aan een perfecte levensstijl. Kijk naar Urk. Of kijk naar Spakenburg, waar de jeugd ook aan het doorslaan is. Behalve op zondag want dan eren ze de Almachtige die hen een Eeuwig Leven belooft, onder invloed van producten die in de krochten van onze wereld geproduceerd worden en met duizenden kilo’s tegelijk in de havens van Rotterdam en Antwerpen binnenkomen.

Kennelijk is er vraag naar….

Hel versus Hemel. Over de hel gesproken, die is tot grote ontsteltenis van de wereld losgebroken in Oekraïne. Door een land waar wél een dictator heerst. Ik benoem dat hier zo expliciet want er is een groepje mensen in óns land die vinden dat wij in een dictatuur leven. Daarom stel ik voor dat die mensen in de vorm van een uitwisselingproject eens een weekje in Rusland mogen rondlopen. Dan kunnen ze ’s avonds kijken naar de televisie met al het moois wat de Staatsomroep te bieden heeft.

Helaas zal er geen uitzending zijn van Ongehoord Rusland te zien zijn…

Uiteraard kunnen ze daar ook Feesboeken alleen pas wel op wat je erop zet want anders is de kans groot dat je internet ineens een flink stuk trager zal gaan. Oh ja, en ga vooral niet naar buiten om een stukje te demonstreren zoals je nu wekelijks in Nederland doet. Zet dat maar even op een laag pitje, wil je geen verlenging krijgen van je verblijf aldaar.

Oorlog is niet meer van deze tijd.

Alleen zijn dictators daar nog steeds niet achter. Die denken dat je gewoon een blik burgers opentrekt en die in een camouflagepak naar het front stuurt, terwijl je weet wat de gevolgen zijn. Gevolgen zoals PTSS, zwaar verminkt of erger, de dood vinden, ergens in een Godvergeten hoek. Gevolgen waar wij steeds meer achter komen in onze hang naar een perfecte wereld maar bij Poetin is dat kwartje nog niet gevallen.

Het gezond verstand op deze planeet weet dat allang.

En daarom is het zo belangrijk dat deze meerderheid zich laat blijven horen. En dan heb ik het dus niet over extreme gedachtegangen zoals we, helaas, ook in ons land horen. Van personen die zich extreem gedragen in de politiek maar ook in de samenleving. Personen waar je niet mee in discussie kan gaan omdat ze maar één ‘waarheid’ kennen en dat is hun eigen waarheid. En spreek ze niet tegen want dan worden ze agressief, met alle gevolgen van dien.

Tot in de rechtszaal, dan huilen ze krokodillentranen.

Misschien blijkt dan wel dat ze als kind te weinig complimentjes gehad te hebben. Dat geloof ik oprecht want niet elk kind groeit op in een fijne en veilige omgeving. En de feiten worden ook onderkend door onze eigen overheid. Die geven zelfs aan dat ruim vier op de tien Nederlanders te maken krijgen met psychische problemen. Daarom is het belangrijk dat we in die zorg gaan investeren en niet bezuinigen.

Ondertussen zien we dat het gezond verstand zich overal uitspreekt tegen de oorlog:

De UEFA zal geen Champions League finale laten spelen in Sint-Petersburg. Het Eurovisie Songfestival wil geen Russische deelname. Het Rotterdams Philharmonisch orkest schort de samenwerking op met de Russische dirigent vanwege zijn sympathie met Poetin. De Zwitserse banken weigeren nieuwe rekeningen te openen van Russen en Russische bedrijven. Het Pools nationaal voetbalteam weigert de kwalificatiewedstrijd tegen Rusland te spelen. Russische artiesten in alle categorieën spreken zich uit tegen de oorlog.

De Oekraïense grenswachten op Slangeneiland deden het ultieme. Deze dertien Helden offerden hun leven als antwoord tegen de agressor op de vraag of ze zich over wilden geven.

‘Krijg de klere!’

Zij leven als helden voort. De daders hun leven lang met een schuldgevoel.

 

 

 

 

Om de dooie dood wél!

Volgens het maatschappelijke reclamebureau Sire zouden we meer na moeten denken over het lot wat ieder van ons te wachten staat, namelijk de dood. Want het schijnt over het algemeen geen populair onderwerp te zijn om over te praten. Dat gold ook voor mij. Maar ik merk dat ik de laatste jaren er toch meer mee bezig ben, om verschillende redenen. Dat zal vast te maken hebben met mijn leeftijd, aangenomen dat ik 80 plus mag worden.

Want dan ben ik al over de helft.

Dat is een reden. Maar ook doordat ik door de jaren heen mensen heb moeten laten gaan, net zoals ieder mens daar mee te maken krijgt. Natuurlijk kwamen de sterfgevallen van jongere mensen hard binnen. Keihard. Maar ook de ouderen deden enorm pijn omdat je zoveel herinneringen aan ze hebt, herinneringen waarvan je deel mocht uitmaken. Met andere woorden, met elk sterfgeval in je omgeving sterf je zelf ook een beetje.

Maar mag je nog even door.

Een andere reden zijn mijn ouders. Die hebben nu een leeftijd bereikt dat wij, mijn ouders, broer en zus, het regelmatig hebben over een einde wat gaat komen. Gewoon met nuchter verstand hebben we al het een en ander besproken en weten alle partijen wat de wensen zijn. Natuurlijk praten we daar niet graag over. Je hebt de neiging het voor je uit te duwen maar eigenlijk weet je wel beter.

Want er is door niemand aan te ontkomen.

Mijn ouders wonen nog op zichzelf. Mijn moeder die dit jaar de 93 mag aantikken, weet niet meer dat zij mijn moeder is maar ik weet dat nog wel. En ik kan het accepteren omdat ik wel weet dat zij mijn moeder is. Dat is in mijn geval ook logisch want zij en ik hebben samen van alles beleefd, in goede en slechte tijden. Als kind, als puber en nadat ik uitgevlogen was als starter in de maatschappij. Zij was een steun en toeverlaat, vooral nadat ik mij na twintig jaar Terschelling in Den Haag ging vestigen. Elke maandagavond zaten wij wel een uur aan de telefoon en luisterde zij met alle geduld van de wereld naar mijn belevenissen in de grote stad.

Belevenissen die nu flarden in haar geheugen zijn geworden.

Mijn vader van bijna 88 jaar helpt haar met die herinneringen. Hij is haar rots in de branding. We hebben het vooral met hem over de toekomst of beter gezegd, het ongewisse. Want zoals Youp van ’t Hek dat zo mooi zong: ‘Niemand weet hoe laat het is.’ Wijlen cabaretier en kunstenaar Jeroen van Merwijk schreef er ook een prachtig en best wel grappig lied over. ‘Mijn Vriend de Dood’. Hij beschrijft in dit lied dat de dood vanaf het begin van je leven bij je is. Tot het bittere einde: ‘En hij heeft mij sinds die tijd, van ver en dichtbij begeleid, hij is een trouwe reisgenoot, m’n vriend, de dood.’ En zo zijn er nog veel meer liedjes gemaakt over ‘de Man met de Zeis.’

Of ‘Magere Hein.’

Ja, dit zijn bekende mannen in onze cultuur. We hebben ze maar een naam gegeven om de dood iets dragelijker te maken. Maar wij zijn niet de enigen die namen verzonnen hebben om de dood te duiden. In Griekenland heet hij ‘Thanatos’ en in India ‘Yama’. Allemaal mannelijk en ik weet niet of dat te maken heeft met het Glazen Plafond, momenteel weer een actueel onderwerp in Haantjesland. Maar gelukkig zijn de rollen toch wel goed verdeeld want er zijn ook vrouwelijke varianten van de Dood. Zo heeft Ierland ‘Banshee’ en in Mexico de altijd lachende en op haar Frans’ uitgedoste, ‘La Calavera Catrina’. Wereldwijd zijn we er dus wel mee bezig.

Het lijkt wel een pandemie.

De mens is wel steeds bewuster bezig met haar sterfelijkheid en de garantie ermee geconfronteerd te worden. Vroeger werd er eigenlijk niet over gepraat maar gelukkig gaat dat tegenwoordig al een stuk beter. We zien ook dat Tv-programma’s over dit onderwerp zoals ‘Over mijn Lijk’ of ‘Ik mis je’ heel goed bekeken worden. En haar vruchten afwerpt. Want steeds vaker hoor ik om mij heen hoe mensen hun eigen uitvaart organiseren, in samenspraak met hun geliefden. Eigenlijk begint daar het rouwproces al en dat is, hoe ontzettend klote het ook is, toch een hele fijne manier van afscheid nemen.

Daarmee maak je het niet definitief maar zet je het afscheid op ‘tijdelijk.’

Want uiteindelijk onderga je hetzelfde lot maar dan wellicht in een ander jasje. Jeroen van Merwijk zong verder: Hij is rustig, zegt niet veel. Geeft zwijgend iedereen z’n deel. Je kunt van hem altijd op aan, hij zal nooit iemand overslaan.

Mijn veel te vroeg gestorven Tante Riet antwoordde op de vraag of ze niet bang was voor de dood: “Nee, niet echt. Het zal er wel goed zijn want er is nog nooit iemand van teruggekomen.” Dat optimisme heb ik altijd onthouden. Zij effende met dat zinnetje het pad van angst voor de dood die ik had. Eigenlijk zorgde zij daarmee dat ik haar nooit vergeten zou en daarmee schiet mij weer een zin te binnen uit een liedje van Bram Vermeulen, die ik hier iets aangepast opschrijf:

‘Zij heeft een steen verlegd.’

Maar het verdriet blijft voor velen omdat je zo graag je leven met de overledenen had willen delen. Zoals ik altijd even wekelijks met mijn moeder de week door kon nemen. Daarom is het zo belangrijk om er over te praten bij leven. Om uit te spreken wat je dwars zit of juist te vertellen waarom je de ander zo liefhebt. Of wat jullie zo bindt.

Of welke muziek je zou willen horen bij het afscheid.

Muziek biedt troost. Hoe mooi is dat toch dat al die Creatieve Kunstenaars die in ons leven passeren, het donkere in ons leven wat kunnen verlichten. En ja, daar komt hij hoor:

‘t Het nog nooit, nog nooit zo donker west, of ‘t wer altied wel weer licht.

Dank Ede Staal, Dank!

 

Valentijns valkuilen

Morgen is het Valentijnsdag en als ik de wereld om mij heen geloven moet is dat een bijzondere dag. Want volgens de geschriften zou de kans aanwezig kunnen zijn dat je verrast gaat worden door je geliefde of, wanneer die niet op voorraad is, door een onbekende. Dat laatste blijft een raar gegeven. Dat je een kaartje stuurt naar iemand die je eigenlijk heel erg leuk vindt maar de naam van de boodschapper blijft anoniem. Zo kan het natuurlijk nóóit wat worden!

Maar dat terzijde.

Wellicht gaat het ook een beetje om de spanning. En een kaartje komt nét even beter over dan een fotootje van je geslachtsorgaan want je moet er wat meer moeite voor doen. Veel meer! En mocht je niet weten hoe je iemand het hof kunt maken kijk dan eens naar de natuur, hoe de dieren het doen. De ene paringsdans is nog mooier dan de ander en de niet-zo-goed-dansende dieren sloven zich uit door een heel mooi en aantrekkelijk nest te maken waar zelfs de vreemdste vogels geen nee tegen kunnen zeggen!

Maar een fotootje maken van je geslachtsdeel(tje) kan elke sukkel.

Daar maak je geen indruk mee. Dat staat als een paal boven water (zó flauw, sorry) kunnen we nu wel zeggen sinds al die ontboezemingen van de ‘BN’ers’ ons om de oren vliegen. Net als alle grappen, woordspelingen en grappige plaatjes die ons via Whatsapp berichtjes binnenkomen. Persoonlijk denk ik dat die BN’ers nu liever ON’ers zijn, Onbekende Nederlanders. Maar waarschijnlijk was dat juist het probleem, steeg de roem boven het verstand uit en zullen ze nu met de billen bloot ..eh…niet de juiste woordkeuze:

Zullen ze nu het boetekleed om moeten doen!!!

Nu weet ik ook wel dat het niet alleen bij deze categorie mannen gebeurt. Wij, het gewone volk, zullen vast niet heiliger zijn dan de Paus. Oei! Weer een verkeerde woordkeuze! Dat weten we sinds alle misbruikschandalen in en rondom de Katholieke kerk. Maar laat ik het anders zeggen. Wij mannen (en vast ook enkele vrouwen) moeten ook de hand in eigen boezem steken en…

Och!

Excuus! Die woordverspelingen floepen er steeds maar weer uit. Maar wat ik zeggen wil is dat wij mannen (en vast ook enkele vrouwen) ook eens naar onszelf moeten kijken. Eigenlijk geldt dat voor alles wat wij doen en wellicht worden we dan wat genuanceerder in het naar anderen wijzen. Wie de schoen past zeg maar, om er maar weer eens een spreekwoord bij te halen. Want de tijden veranderen en bepaalde gedragingen uit het verleden bieden geen enkele garantie voor een beschaafde toekomst. De mens is gelijkwaardig aan elkaar en niemand mag zichzelf boven de andere verheffen. Die tijd ligt achter ons.

Alleen is nog niet iedereen erachter weten we inmiddels.

Valentijnsdag was in het verleden ook anders. Het kwam van overzee, overgewaaid uit Amerika en een groepje mensen die daar gevoelig voor waren en Nederlandse tradities zoals Sint Maarten of Sinterklaas oubollig vonden, raakten enthousiast. Eerst werd er wel eens een bloemetje besteld of een bossie rozen. Of je stuurde een kaartje. Maar meer was het eigenlijk niet. Nu, jaren later, lijkt het dat we massaal meedoen met alle gekheid rondom deze dag, de Dag van de Liefde.

Liefde, dus niet geilheid.

Liefde en geilheid willen nog wel eens voor verwarring zorgen. Zoals Stef Bos dat ooit zo mooi bezong in het liedje Hilton Barcelona, wanneer hij een slippertje van een zakenman beschrijft. Het verstand werd even verdreven door een partijtje hitsigheid: ‘Dan zakken al z’n hersens een halve meter lager.’ Dat is natuurlijk heel poëtisch beschreven en het laat het menselijk falen zien. Maar het wordt een stuk dramatischer als het om machtsmisbruik gaat.

Dat misbruik is beslist nog niet verdreven.

We willen zo graag een veilige werk- en leefomgeving maar doordat alles aan het veranderen is raken we nog wel eens in de war. Want de haantjes veranderen niet mee. Die vangen ‘signalen’ totaal verkeerd op, vaak ook doordat het thuis al niet meer lekker loopt.

Maar het is overal om ons heen en echt niet alleen bij Talpa of bij Ajax.

Want tegenwoordig hoor je meer dat mensen scheiden dan dat ze trouwen, samengestelde gezinnen en ‘liefdesbaby’s’ die ouwe kerels weer jong maken. Daarbij hoor ik ook steeds vaker reclames voorbijkomen over datingsites. En wat te denken van al die datingprogramma’s op de televisie: ‘First Dates’, ‘Lang leve de Liefde’, ‘Boer zoekt Vrouw’.

Dat gaat zelfs Valentijn boven zijn pet!

Nu ben ik, tot groot verdriet van mijn geliefde, een fan van het tv-programma ‘First Dates’. Ik vind het leuk want duurt niet lang, er komen mensen voorbij in alle soorten en maten en je krijgt een piepklein inkijkje in andermans leven. Daarnaast is het soms ook ontzettend tenenkrommend maar een paar pareltjes maken een hoop goed. Dan zie je hoe ze om elkaar heen dansen, hoe de juiste signalen worden opgepakt, hoe de spanning stijgt en … hoe ze ontzettend irritant kunnen zeiken over wat ze niet lusten of wie er betalen gaat:

“Ah, daar is het bekende kistje…”

Of dat ze even naar de WC moeten. Want dan moeten ze hun beste vriendin of vriend informeren over hoe het gaat. Hoe het, hij of zij is en of er ‘een romantische klik’ is. Ik vraag mij dan weer af of ze dat ook doen tijdens het Spel van de Liefde, midden in de hitte van de strijd even een Snapchatje maken: “Oh schatje, oh schatje ik…Wacht!” “Effe een Snapchatje maken!”

En weer door!

Zoals ik al zei, Valentijn heeft veel concurrentie gekregen en zal steeds meer moeite hebben om het hoofd boven water te houden. Het zat er dik in want hoe kan je als eendaags-uitvoering het opnemen tegen de horizontale programmering van al die relatie programma’s en Apps. Dat is onmogelijk. Daar heeft Cupido nooit genoeg pijlen van in zijn pijlkoker. Maar zo erg is het nu ook weer niet want ook de liefde is aan veranderingen onderhevig.

Liefde bestaat niet op bestelling. Het moet je overkomen!

 

 

 

Wat er werkelijk toe doet

Dat ene halve uurtje vogeltjes tellen in de tuin leverde best wel een goed resultaat op. Als ik een schatting mag maken uit hoeveel leden de familie Mus bestaat, kom ik uit op een stuk of dertig. De Koolmezen zijn minder vertegenwoordigd maar al wel jaren trouwe buurtgenoten. In de bomen boven de garageboxen woont de familie Ekster en deze bestaan uit Pa, Ma en dochter. Of zoon, dat laat ik in het midden. Ze wonen in de boom naast de familie Kraai. Deze familie bestaat uit twee leden en ik vermoed dat zij kinderloos zijn. Wellicht moeten ze een consult aanvragen bij die Leidse vruchtbaarheidsarts een optie. En dan is er nog dat ene Roodborstje.

Altijd alleen en altijd met de borst vooruit!

Ja, dat is een trots vogeltje. En het maakt mij weer trots dat dit vogeltje mij thuis regelmatig een bezoekje brengt. Want daarmee besef ik mij dat ik best wel op een mooi plekje wonen mag. En een veilige plek. Veilig en vrij. We leven niet in angst voor een oorlog zoals nu in de Oekraïne. Daar is het momenteel spannender dan hier al zal niet iedereen het met mij eens zijn. Die vinden dat wij in eigen land in oorlog zijn met een dictatoriaal bewind, regerend vanuit Den Haag. Op zich ben ik het eens dat onze politici daar niet het recht hebben op de schoonheidsprijs.

Maar om het nou een dictatoriaal bewind te noemen?

Afgelopen dinsdag zou een Haagse delegatie namens Nederland in gesprek gaan met de Oekraïense president Volodymyr Oleksandrovytsj Zelensky. Zo hoorde ik s ’morgens op de Radio 1. Onze delegatie bestond uit zwaar geschut: Mark Rutte en Wopke Hoekstra. Nou is Volodymyr niet een naam om zo maar even uit te spreken maar hoe zou Volodymyr de naam Wopke uitspreken vraag ik mij dan weer af. Afijn, iets later na dit nieuws kwam het nieuws dat niet Mark en Wopke in gesprek gingen met Volodymyr maar Boris uit Engeland: “Ik hoort dat hier een fuif is?” Dat was natuurlijk vanwege hiërarchische redenen.

Net zoiets als de klucht Jan Peter Balkenende versus president Bush in 2003.

Dit zijn van die momenten zoals dat je dat had bij het ‘poten voor een potje’ voetbal. Op welk moment werd je gekozen? Als eerste? Of ergens in het midden…of als laatste! Ja, de hiërarchie kan soms behoorlijke gênante momenten opleveren, vooral als je ambitieus ingesteld bent zul je zo nu en dan een stapje terug moeten doen omdat iemand hoger op de ladder voorrang krijgt.

Nu heb ik die Boris niet hoog staan hoor.

Dat is een populist van de ergste soort. De ellende in Engeland stapelt zich per dag op en de Ieren en de Schotten schamen zich diep. Maar ja, zolang er mensen op dit soort gasten stemmen zullen we het ermee moeten doen. En als dan uiteindelijk de realiteit de stemmer inhaalt, het moment dat de kiezer inziet dat ook de populisten de problemen niet kunnen oplossen, moeten we weer met zijn allen de scherven opvegen.oevee

En krijgt het vertrouwen in de politiek opnieuw een deuk.

 

En geloven we niks meer, wil niemand nog wat aannemen van een ander. Ook in eigen land rollen de populisten over elkaar heen, het liefst al Tweetent en het liefst zó ontzettend ranzig dat je je afvraagt hoe dit soort mensen vrij mogen rondlopen. En ja, ik heb het over die totaal gestoorde en volslagen idioot van een Willem Engel! Maar Veldmuis, maak je niet zo druk, hij is maar in zijn eentje. Klopt. Maar toch zijn er mensen die hem (financieel) steunen in zijn ‘strijd’, mensen die in hem een soort van Verlosser zien.

‘Maar engelen bestaan niet!’ zong Ron Brandsteder ooit in zijn Honeymoonquiz.

En zo is het ook. De waarheid van deze engel bestaat niet want niemand heeft immers de waarheid in pacht. Maar hij is wel de bevestiging van het feit dat polariseren een nieuw soort politiek is: roep iets idioots en je hebt direct een zooitje volgelingen erbij. Het is een manier om aandacht te vragen voor je eigen tekortkomingen. Een gevecht tegen de gevestigde orde. Wellicht zijn het die mensen welke als laatste gekozen werden voor dat voetbalpartijtje. Of ze voelen zich in de steek gelaten door de mensen om zich heen, omdat ze niet meer serieus genomen worden.

Zij zien dan toch ineens het licht in een Engel zonder vleugels.

Wanneer je het tegen het licht zou houden zou je zien dat het niks voorstelt. Gewoon geen aandacht geven dan bloedt het vanzelf wel dood. Maar helaas, we leven in een wereld vol mediakanalen en die moeten allemaal hun zegje doen. En dat krijgen ze ook want de media smullen van extreme gedragingen. Gedragingen die alleen maar onrust veroorzaken. Het is als de hele dag energiedrankjes drinken en maar niet begrijpen waarom het zo druk is in je hoofd.

Vogeltjes tellen met een lekker bakkie koffie of thee brengt rust!

En wellicht het besef dat wij, de mens, slechts onderdanen zijn van de natuur. Want de flora en fauna blijven gewoon hun ding doen. Gratis. Elk seizoen wegens groot succes verlengd! Als je het dan over vrijheid wil hebben zoek het dan niet in boos zijn op alles en iedereen maar probeer wat van die vrijheid tot je te nemen. Kijk eens goed naar die vogeltjes of de eerste Sneeuwklokjes die hun pareltjes tonen.

Of blijf liggen op de bank en bestel iets lekkers bij de flitsbezorger.

Dan hoef je straks helemaal het huis niet meer uit. Met andere woorden, dan zit je vrijwillig thuis in een lockdown. Het is opmerkelijk dat we schreeuwen om onze vrijheid maar ondertussen de deur niet meer uit willen want alles kan je tegenwoordig thuis laten bezorgen. Van ontbijt tot aan het diner of voor iets lekkers bij de koffie. En als we buiten komen dan sluiten we ons af met oordoppen in, communiceren we via een schermpje en ….

En voelen we ons eenzaam.

Terwijl Vadertje Tijd door blijft tikken..

 

 

De emmers beginnen over te lopen

Roerig! We zijn het nieuwe jaar roerig begonnen. Ik kan er geen ander woord voor bedenken.

‘Het regent harder dan ik hebben kan.’

Zong Blöf ooit. Dat gevoel. Steeds vaker betrap ik mij erop dat ik tussen de oren wat onrust bemerk. Dan ontvang ik enkele signalen uit mijn grijze massa waarmee gezegd wordt dat het teveel is. Zo las ik een NOS-interview met drie coronapatiënten. Een jaar na hun IC opname. Het was natuurlijk fake nieuws (!) en het waren natuurlijk allemaal acteurs(!), maar het waren wel verdomd goede acteurs want ze kregen mij aan het huilen. Wat een ellende. Mensen die volop in het leven stonden en nu nog steeds bezig om weer enigszins te herstellen van alle lichamelijke ongemakken die het virus hun gegeven heeft.

‘Joh, het is maar een griepje’ zeggen sommigen dan.

Maar ook de toestanden in dat tv-programma waar ikzelf nooit naar keek deden wat met mij. The Voice. Ik keek daar nooit naar omdat ik mij dood erger aan de reclames tussendoor. En de aanwezigheid van dat andere ‘fenomeen’, Bekende Nederlanders. Dat er deelnemers tussen zaten die heel goed zingen kunnen staat buiten kijf. Ik zal de laatste zijn die dat wil ontkennen. Maar goed, nu werden mij enkele beelden van dit programma opgedrongen. Ik kon Zappen wat ik wilde maar alle mediakanalen berichtten erover.

Begrijpelijk, want het ging om een dikke, etterende en stinkende wond.

De een na de andere ‘ster’ viel van zijn voetstuk. Het seksisme werd opnieuw blootgelegd en past, niet verwonderlijk, naadloos in het rijtje racisme, narcisme, egoïsme, sadisme, terrorisme en extremisme. Stuk voor stuk niet uit te roeien kwaad welke telkens weer de kop weet op te steken. Hoe graag we er ook vanaf willen, het lukt maar niet. Misschien door je te verplaatsen in het slachtoffer. Want het zou jezelf maar eens overkomen. Of je dochter. Of je zoon. Of wie dan ook. En ook hier komen dan weer de bekende argumenten ter verdediging van de aanranders naar voren die kant of wal raken.

‘Joh, het is maar een grapje’ zeggen sommigen dan.

Ik kan mij een artikel herinneren van de jongeren site Sikkom. Een jonge studente plaatst een oproep op Facebook want ze was op zoek naar een kamer. De reacties eronder ga ik hier niet herhalen maar ze passen goed in het rijtje van de dingen die bij The Voice gebeurd zijn. En nog erger, Sikkom heeft de betrokken accounts even bekeken en zij kwamen tot de conclusie dat deze ‘heren’ vaders waren van dochters.

De ranzigheid tiert welig in ons beschaafde landje.

Dit betrof een jonge meid maar het overkomt alle leeftijden. Zo sprak ik ooit een dame van middelbare leeftijd die in de avonduren in haar eentje ging wandelen. Ze heeft dat maar een paar keer gedaan want ze kreeg de ene na de andere suggestieve opmerking naar haar hoofd geslingerd. En niet door puberende gastjes maar door gewone volwassen mannetjes.

Straatintimidatie noemen ze dat op zijn Rotterdams.

Daar waren het voornamelijk jonge, nieuwe Medelanders en heel het land sprak er schande van. Maar mannen, laten we nu eens eerlijk zijn. Kijk eens in de spiegel! En kom dan tot de conclusie dat het niets te maken heeft met waar je vandaan komt. Nee, het heeft te maken met fatsoen! En wellicht met tekortkomingen thuis. Of wellicht heb je geen vrouw thuis en zit daar de frustratie. Dat kan. Maar dat geeft geen vrijbrief om vrouwen ‘in ’t wild’ zomaar aan te spreken met suggestieve opmerkingen.

Want dan ben je wat mij betreft een miezerig kereltje.

Ik heb het hier nu over mannen die vrouwen lastigvallen maar het geldt natuurlijk voor elke sekse. Overal loert het seksisme om de hoek om met haar klauwen een prooi te verschalken alleen ben ik bang dat wij mannen daarin vooraan lopen. Het zal vast te maken hebben met onze oer- voorouders. Toen waren de mannen nog jagers. Maar die tijd ligt ver achter ons en nu zijn we op zoek naar de ultieme samenleving waarin we pas dickpics c.q. cuntpics sturen na wederzijdse toestemming.

Voor de liefhebbers dan wel te verstaan.

Natuurlijk is er ook de categorie ‘mannen onder elkaar’. Daar bespreken mannen dingen die ze leuk vinden. En lekker. En dan heb ik het niet over eten. Jeroen van Merwijk schreef daar een liedje over: ‘Dat vinden jongens leuk,’ te vinden op Spotify en YouTube. Een mooi stukje zelfreflectie al zeg ik het zelf. En ja, er is natuurlijk ook een categorie ‘vrouwen onder elkaar.’

Die hebben het ook niet alleen over haken of de nieuwste outfit.

Maar dat moet kunnen en dat maakt het leven ook leuk. Maar alles moet niet verleukt worden, een ander probleem waar ik onrustig in mijn hoofd van word. Zo hoorde ik van de week dat minister van Justitie, Dilan Yesilgöz een gesprek wil met de carnavals burgemeesters.

Carnavals burgemeesters?

Ik had daar nog nooit van gehoord. Maar na nader onderzoek gaat het gewoon om de burgemeesters die een gemeente vertegenwoordigen waar carnaval gevierd wordt! Want dat bekt veel lekkerder dan ‘gewoon’ burgemeester. En als het lekker bekt dan verkoopt het ook beter, zo denken de kranten ook tegenwoordig.

We zijn aan het ver-Eftelingen lijkt het wel.

Het lijkt wel of we ons tegenwoordig drukker maken over een afgebroken spookslot dan over wat er allemaal om ons heen gebeurt. Maar misschien is dat ook wel weer logisch. Dat we zo een beetje kunnen vluchten uit de werkelijkheid. Want die werkelijkheid kan nog wel eens naar de kop stijgen met alle gevolgen van dien. Hoe vaak hoor je niet dat mensen niet meer naar het nieuws kijken omdat het allemaal ellende is? Dat snap ik wel maar je kop in het zand steken lost helemaal niets op.

En RTL Boulevard of Shownieuws is ook geen toegevoegde waarde.

Roerige tijden zijn het. Gelukkig kunnen we weer even landen dankzij de natuur want die blijft ‘normaal’ doen.

Even de emmer legen. Vogels tellen!

 

 

 

 

Met vallen en opstaan

Mijn schoonvader heeft vorige week zijn zelfstandigheid gedeeltelijk moeten inleveren omdat zijn lichaam niet meer mee wil werken. Dat is wel even een moment om bij stil te staan voor een man van 80 jaar. Een man die zijn hele leven hard gewerkt heeft als draglinemachinist. Hij zwierf over de hele wereld om geld te verdienen voor zijn gezin en heeft daar veel voor moeten laten. Gelukkig kon hij tijdig stoppen met werken en genoot hij samen met zijn vrouw van het leven.

Totdat zij vijf jaar geleden overleed.

Vanaf toen begon zijn gezondheid hem in de steek te laten. Alsof hij toen pas ruimte gaf aan zijn eigen kwaaltjes. Maar hij onderging zijn lot als een echte kerel en vertrouwde op de mensen in de gezondheidszorg zoals mensen op hem konden vertrouwen als hardwerkende draglinemachinist. Met grote bewondering keken wij ernaar, hoe hij de pijn droeg en hoe hij telkens weer opkrabbelde. Het leven was te mooi om bij de pakken neer te zetten. Want de geest won het van de lichamelijke ongemakken.

“Straks spring ik weer over het hekje!” zei hij.

Maar hij wist wel beter. Want de rug deed niet meer mee. Versleten door jarenlange inspanningen voor zijn opdrachtgevers. Ik ben daardoor anders gaan kijken naar bepaalde takken van arbeid en snap de arbeidsinspectie ook steeds meer. En als ik naar mijzelf kijk, hoe ik in het verleden nooit wegliep van zwaar tillen. Dat ik gewoon begon met tillen in plaats van te wachten op andere helpende handen. En hoe vaak werd dan niet tegen mij gezegd:

“Je hebt maar één rug! Wees daar zuinig op!”

Dat sloeg ik in de wind want ook ik had last van haantjesgedrag en dat resulteerde in een operatie aan mijn rug nog vóór mijn 28ste levensjaar. Mijn schoonvader was toen 50 jaar en al langer bezig met de slijtage van zijn lijf.

En zat daardoor de laatste jaren aan huis gekluisterd.

Terwijl de geest nog intact is en dat maakte het nog lastiger. Want zoals hij zelf al zei: “Als ik ‘s morgens opsta dan neem ik mij van alles voor. Dan wil ik naar buiten om de hond uit te laten of om een boodschap te doen. Of ik rij even met de auto naar de kinderen of ik ga gewoon even een stukje rijden met de auto. Helaas kwam hij de laatste tijd niet verder dan zijn slaapkamer, de keuken, de badkamer en de bank.

En op de goede dagen zat hij in zijn sta-op stoel.

Tevreden een sigaartje te roken en te genieten van muziek en sport op de TV. Of hij luistert naar muziek, een heel belangrijk onderdeel van zijn leven. Het liefst Fats Domino maar van Jannes wordt hij ook blij. Eigenlijk alle Nederlandstalige muziek is wel aan hem besteed. Jaren terug kreeg hij zelfs menig Scheemder op de dansvloer na het oprichten van een carnavalsvereniging.

‘Als ge maar leut het’ moet hij gedacht hebben.

Maar nu het lichaam versleten in de sta-op stoel zit of op de bank ligt zijn het slechts nog herinneringen. Bijna 81 jaar aan herinneringen. Mijn vader maakt al 88 jaar herinneringen maar loopt er beter bij. Toch is bij hem ook slijtage te zien en zijn de botten stijf bij het opstaan, dankzij het harde werken.

Zij werkten in de tijd dat ‘ergonomisch werken’ nog niet bedacht was.

Wel maakten ze de veranderingen mee die door de arbeidstijdenwet omschreven werden. Maar in het begin van hun carrière werkten ze nog volgens de arbeidstijden van de bijbel zeg maar, toen was de zondag hun enige rustdag. Want ja, er moest opgebouwd worden. De wonden van de allesverwoestende oorlog moesten geheeld worden.

Maar sinds vorige week is het alle dagen zondag!

Want hij is terecht gekomen in een waar paradijs! Vanaf de verhuisdag wordt hij overladen met zorg. Dat begint al met een helpende hand om uit bed te komen en met wassen en aankleden. Na het ontbijt neemt hij plaats in zijn stoel en komen ze koffie brengen. Aan het eind van de ochtend krijgt hij soep en tussen de middag een bord vol warm eten. En dan mag hij ook nog eens kiezen uit twee maaltijden!

Oh ja, en op zijn toetje krijgt hij zelfs slagroom!

Na het middageten is er tijd voor een dutje. Nu niet op de bank zoals hij thuis vaak deed maar gewoon op bed. Na het dutje komen ze alweer binnen met thee, inclusief een koekje en mag hij aangeven wat hij die avond op zijn brood wil eten. Tussen dit alles door krijgt hij de (nog) noodzakelijke medicijnen en is er zelfs tijd voor een praatje. Van de week vroegen wij hoe hij het vond, of hij al die aandacht niet een beetje te veel van het goede vond.

Hij vond het allemaal geweldig!

Dat snap ik wel want wij zagen dat de mensen die daar werken er echt mensenwerk van maken. Dat was een geruststelling. Voor mij maar vooral voor mijn vrouw. Want zij was sinds het overlijden van haar moeder zijn mantelzorger geworden. Dag in dag uit, week in week uit en jaar in jaar uit regelde zij van alles voor hem. Daarnaast deed zij zijn boodschappen, de was, maakte ze schoon, hielp hem weer op de been na een val of als hij niet meer van de bank of bed kon komen, hielp hem bij het douchen na ‘een ongelukje’ of dronk gewoon gezellig koffie of een borrel met hem zoals een dochter met haar ouwe vader hoort te doen. Natuurlijk had ik ook een taakje. Ik mocht regelmatig voor hem koken en de ramen lappen. Maar zij was de Opper Mantelzorger.

Daar is geen woord van overdreven.

Gisteren heeft ze samen met haar broer en zus de spullen in het huis van hun vader uitgezocht. Want niet alles kon mee natuurlijk. Uiteraard ging dat gepaard met gemengde gevoelens want er werd een hoofdstuk afgesloten.

Voor hun, voor hun kinderen en uiteraard voor hun vader zelf.

 

 

 

 

Bedgeheimen

Oké, ik kom uit de kast! Ik werp mijzelf wel op voor al die mannen (en vrouwen) die er eigenlijk niet over durven te praten. Soms denk ik dat we het over alles maar dan ook alles kunnen hebben behalve over het onderwerp van deze column. Zodra ik in mijn omgeving er openlijk voor uit kom, lijkt het wel of ik iets bevrijdend ’s gezegd heb. Dan zie ik de gezichten opklaren door de herkenning:

“Dat heb ik ook!”

Daarom bij deze, ik, en nog veel meer mensen in dit land, heb Apneu. Zó, dat is eruit. Heerlijk! Nog net niet wereldkundig maar dit is een begin! Ooit vertelde ik het aan een collega en die reageerde met een wedervraag: “Wát? Heb je een aap geneukt?” Hij had er nog nooit van gehoord. Hij had wel de striemen op mijn gezicht gezien maar bleef op de een of andere manier discreet. Hij zag de grieven van de riempjes van het Osas masker wel in mijn gezicht maar bleef discreet. Misschien dacht hij wel dat ik er privé, rare (seksuele) gewoonten op nahield.

Gelukkig kon ik er wel om lachen.

Maar goed, apneu dus. Letterlijk betekent het geen lucht. Het zijn ademstops in je slaap waardoor je nooit uitgeslapen raakt. Volgens mijn arts was het een wonder dat ik nog tijd had om tussen de ademstops te slapen, zoveel had ik er.

Inclusief de geluidsoverlast.

Daar had ik zelf geen weet van natuurlijk. Het was zelfs zó erg dat ik ooit, na een avondje flink innemen in de kroeg, iets van veertig man wakker gehouden had met mijn gesnurk. Ik sliep toen in een jeugdherberg vanwege een familiereünie. Met allemaal neven en nichten en de daarbij behorende ‘kouwe kant’ sliepen we in één grote slaapzaal. Toen ik de volgende morgen wakker werd waren alle bedden al leeg. Nadat ik beneden kwam en de ontbijtruimte betrad, keken een heleboel mensen heel erg boos naar mij. Ondanks dat ik familie ben.

Nogmaals mijn oprechte excuses!

Maar ja, ik kon er weinig aan doen. Ik had toen ook nog nooit gehoord van een mogelijke oplossing. Om precies te zijn, een septum- en conchareductie. Dit is KNO-jargon voor het breken van je neustussenschot, weer rechtzetten en verkleinen van de neusschelpen. Deze ingreep werd pas veel later gedaan, toen ik verkering kreeg met een dame die op de afdeling KNO werkt. Zij hoorde al aan mijn spraak dat ik voor die operatie in aanmerking kwam. Het is volgens mij ook een familie dingetje, wij Veldmuizen snuiven en knorren er nasaal op los!

Vluchten kon niet meer.

De apneu kwam om de hoek kijken nadat ik een nachtje met allerlei draadjes aan een kastje doorgebracht had. Al gauw stond er een monteur (echt waar!) voor de deur en die ging mij uitleggen hoe ik het apneuapparaat gebruiken moest. Echt nieuw onder de zon was het niet voor mij want ik kon mij de journaalbeelden van jaren terug nog herinneren waarin je zag hoe iemand een masker opzette met daaraan een luchtslang.

Toen dacht ik bij mijzelf: Dat nooit!

Maar inmiddels ben ik al jaren ‘fan’. Ik slaap als een roosje en droom er elke nacht op los. Sterker nog, ik zou niet meer zonder kunnen. Dat bleek enkele weken geleden toen wij op een vrijdag naar Terschelling gingen. Eenmaal op het eiland kwamen we erachter dat mijn apneu apparaat niet meegekomen was met de bagage.

Paniek!!

Na contact met de leverancier kreeg ik te horen dat ze een apparaat naar Terschelling zouden sturen maar ik wist dat die niet eerder dan zaterdag er zou zijn. Dat werd een nacht niet slapen. Uitgeput en diepbedroefd zat ik de volgende morgen aan het ontbijt en ging toen toch maar weer proberen te slapen. Met een paracetamol kwam ik toch tot rust en ‘sliep’ tot een uurtje of twaalf. Eenmaal beneden ging mijn telefoon. Mijn broer: “Hoe is het met Pa en Ma?” “Prima,” zei ik, “beter dan met mij…” Na mijn uitleg zei hij: “Ik ben nu in Groningen. Zal ik dat ding bij je thuis ophalen? Dan geef ik het daarna wel af bij Rederij Doeksen in Harlingen.”

“Graag!”

Want ik had geen bevestiging gehad van de leverancier dat er een pakketje onderweg was. Mijn vrouw belde direct een hele lieve vriendin die een huissleutel had of zij de tas met apparaat buiten wilde zetten. De tas stond in de kamer, dat wist ik zeker. Tegen één uur belde broer op dat hij de tas te pakken had en onderweg naar Harlingen was.

Bij ons stopte een taxi voor de deur.

Een jongen stapte uit en overhandigde mij een doos met daarin het zo geliefde apparaat. Helaas zonder masker… Maar mijn troef, mijn bovenste beste broer, was ook onderweg en ik werd weer kalm, voelde de paniek mijn lichaam verlaten. Om het te vieren gingen we lekker uit eten en om half zeven kreeg ik na aankomst van de middagboot van de purser van Rederij Doeksen de tas aangereikt.

Ja, ik lijk wel verslaafd aan … lucht!

Nu zijn er wel verschillende manieren om van die ‘verslaving’ af te komen, onder andere stoppen met roken en afvallen. Dat eerste is mij prima gelukt en ik ben inmiddels vier jaar rookvrij. Maar dat afvallen is minder makkelijk maar volgens de diëtiste ben ik wel op de goede weg. Ooit komt er een dag dat ik weer vrij kan ronddromen in mijn bed en mijn vrouw hoeft dan niet meer te denken dat ze in een aflevering van Star Wars is beland.

En inderdaad, het is verre van romantisch.

Zij moest er in het begin wel even aan wennen maar sinds ik haar ermee kon vérwennen is ze om! Want zij zat in de overgang en dan schoot haar temperatuur regelmatig in standje Code Rood. Ik koppelde dan de luchtslang los en koelde haar hele lijf met koele lucht die onder grote druk uit de slang kwam.

Hoe zeggen ze dat ook alweer?

‘Onder druk wordt alles vloeibaar.’

 

Schaamteloos

Zaterdag belde mijn vriend Tinus op. Of ik hem maandagmorgen kon helpen met de aanvraag subsidieregeling verduurzaming en verbetering Groningen. Het ging om een bedrag van 10.000 euro en je zou het kunnen zien als pleister(tje) op de wonden die de gaswinning in de loop der jaren in Groningen heeft achtergelaten. Want er was al eerder een ronde geweest om in aanmerking te komen maar doordat hij digiblind is werd dat hem niet. Gelukkig kon hij zich nu beter voorbereiden en met hulp van zijn zoon werden alle documenten klaargezet.

Zodat het ‘de tiende kon gebeuren!’

Voorgaande is natuurlijk een kreet uit de reclamecampagne van de Staatsloterij maar hoe grappig het ook is, hier ging het niet om een grap. Integendeel, dit was serieus geld waar iedereen die woonde in de door de provincie aangewezen postcodes, recht had op 10.000 euro.

Recht op! Het ging niet om een gokje!

Voor Tinus en vele anderen was dit heel belangrijk. Want dit bedrag kon een aanzet zijn voor verbetering of verduurzaming van zijn huis. En die verbeteringen waren nodig ook! Ik hoorde een lichte trilling in zijn stem: “Het is onze laatste kans!” Daar was ik het niet mee eens. “Ze hebben de postcodes aangewezen die recht hebben op dit bedrag dus links- of rechtsom moet je het gewoon krijgen.”

Maar Tinus had daar zo zijn twijfels over.

Ik begreep dat ook wel. Het belazeren van Groningers is al jaren aan de gang. Op radio en televisie kwamen de eerste berichten al binnen, berichten zoals dat er meer aanvragen binnen zouden komen dan dat er geld in de pot zat. Maar omdat ik best simpel in het leven sta kon ik daar niks mee. Want ja, zoveel huizen in zoveel postcodegebieden is zoveel huizen keer 10 duizend euro. En als je dan toch blijft zeggen dat er te weinig in de pot zit dan betekent dat maar één ding:

Je kan niet rekenen!

Het is, helaas, een onderdeel van een beleid welke ons niet vreemd is. Het alom gevreesde en zwaar irritante ontmoedigingsbeleid. Bedacht om het kaf van de koren te scheiden zodat niet iedereen van de subsidie genieten kon.

“Tinus! Maak je geen zorgen, maandagmorgen ben ik om half negen bij je!”

Na aankomst bekeek ik hun laptop en sloot hem direct aan op netvoeding om een lege accu te voorkomen. Ik zag ook dat er een update aan zat te komen maar die liet ik met rust want dan zul je net zien dat die update heel veel tijd in beslag zou nemen. De zoon van Tinus had alles keurig klaargezet op het bureaublad en nadat de klok op negen uur stond zagen we dat er nog 8000 aanvragers voor ons waren.

“Nou, dat valt nog mee..”

Om de moed erin te houden. Tijdens het wachten luisterden we naar RTV Noord. Nou, dat bevorderde ons gemoed ook niet. De verslaggever was de straat opgegaan want de aanvragen konden namelijk ook via de analoge weg aangeboden worden. Bij de Gemeentehuizen stonden dikke rijen met mensen die alle papieren geprint hadden om deze vervolgens op het Gemeentehuis in te leveren.

Want het Gemeentehuis is er immers voor de burgers.

Rijen dik en toch wist de verslaggever net die ene eruit te pikken waardoor de situatie nóg schrijnender werd: hij interviewde een hartpatiënt van 83 jaar die in de rij stond. De man had een stoel bij zich zodat hij zo nu en dan even kon uitrusten want hij stond er al vanaf half acht. En dit was voor hem de beste manier want hij had geen verstand van computers. Tinus zuchtte eens diep en even liet hij zijn hoofd rusten op zijn arm naast de laptop op de eettafel.

Tegen tien uur werd het voorgaande ‘nieuws’ herhaald.

Plus een verhaal van iemand die aan de beurt was in de digitale wachtrij maar op het moment suprême uit de rij geknikkerd werd. En weer achteraan kon sluiten….

Dat gaf de burger moed.

Inwendig begin ik te koken want dit soort berichtgeving is wel erg op het negatieve gericht en daar kan ik slecht tegen. Want de teller voor mij op het scherm liep toch echt af! Met andere woorden, heel veel mensen lukte het wel om erdoor te komen. Ik moest nu alle zeilen bijzetten om de pensionado naast mij weer op te beuren. “Blijf erin geloven Tinus! Kijk naar de teller van de wachtrij, we zitten al (!) op 5076! Dus al die anderen is het al gelukt ja!”

Mijn vriend keek mij aan en dacht vast dat ik niet goed ben.

Maar hij wist ook dat ik op dat moment de enige was die hem kon helpen. Mits het systeem ons er niet uit donderen zou. Dat was nog mijn grootste angst. Want zoals Peter Pannekoek het al zei in zijn oudejaarsconference, de overheid en computerprogramma’s hebben nog niet veel succesverhalen afgeleverd. Tegen twaalf uur stond de teller op 4500 en hij liep nog steeds af. Nu was de dochter van Tinus binnengekomen om mij af te lossen omdat ik naar mijn werk moest. Ik begreep nu ook dat er mensen speciaal vrij voor hadden genomen.

Maar dat is vast niet iedereen gelukt bedacht ik mij!

Want door de corona besmettingen zit de een na de andere bij huis. Anderen zullen dat op moeten vangen. Velen zullen dat accepteren maar vandaag kon dat wel eens betekenen dat je 10 rooitjes mis zou lopen.

Waarmee de zoveelste reden van deze onzinnige manier van geld verdelen bevestigd werd.

De dochter van Tinus moest wel om half twee naar de tandarts maar gelukkig wilde mijn vrouw die een dagje vrij had de dochter weer aflossen. Tijdens het verloop van al die uren werd zelfs mijn optimisme behoorlijk op de proef gesteld en vervloekte ik diegene die dit ‘systeem’ bedacht hadden. Hoe zouden die nu kijken naar al die mensen die zo graag in aanmerking willen komen voor een bedrag waarmee ze geleden leed iets zouden kunnen verzachten? Een bedrag wat totaal een schijntje is van al die miljarden aan inkomsten van het Groningse gas? Lezen ze al die berichten van mensen die uren en uren achter een computer gezeten hebben of in de rij hebben moeten staan voor het Gemeentehuis? Slapen ze nog wel goed?

Ik zou niet meer kunnen slapen.

Tegen drie uur kreeg ik een appje van mijn vrouw: “Het is gelukt! Vraag niet hoe maar het is gelukt!” De collega waar ik mee werkte schrok van de kreet die mij ontglipte. Een kreet van vreugde. Nu is het afwachten of Tinus en al die andere aanvragers krijgen wat ze toekomen, wat hun als een worst voorgehouden is. Ik gun het ze. En ik gun de nieuwe, kersverse regering het inzicht om dit nooit, maar dan ook echt nooit meer op deze manier te organiseren.

Want het is om je dood te schamen!

 

 

 

 

We zitten weer aan de goede kant van het jaar

Terwijl de medewerkers van de Gemeente Oldambt zich een slag in de rondte moeten werken om alle naar buiten gekeilde kerstbomen te versnipperen, bedenk ik mij dat over precies driehonderdeenenvijftig dagen het weer kerst is. De liefhebbers van de kerstdagen zullen vast wel aan het aftellen zijn. Die kijken zuchtend tegen die driehonderdeenenvijftig dagen op zoals mijn vrouw tegen een stapel strijkgoed kan opzien. Waarschijnlijk vinden ze wat troost door nu al na te denken over wat er gegeten gaat worden, wie er op welke dag mag (of moet!) komen en of er nog meer verlichting aangeschaft moet worden.

Ik neig meer naar: ‘Heerlijk, de Feestdagen liggen weer achter ons!’

Zodra we de nacht van 31 december gepasseerd zijn roep ik altijd euforisch om mij heen en naar iedereen die het maar horen wil dat we weer aan de goede kant van het jaar zitten. Vooral als er even een paar zonnige dagen zijn voel, ruik en zie ik het voorjaar en dat maakt mij bijzonder heppie de peppie. Dan krijg ik weer zin in dingen rondom het huis doen, maak ik kluslijstjes of ik bedenk klusjes.

Vervolgens komt het uitstellen.

En voor je het weet is het alweer kerst. Maar goed, het houdt je bezig. Elk nieuw jaar biedt weer nieuwe kansen. Ik heb soms wel eens het idee dat ik in de film Groundhog Day beland ben omdat sommige klusjes te lang blijven liggen. Omdat ze niet uitgevoerd zijn. Dat heeft hoofzakelijk te maken met het feit dat ik niet handig ben. Maar zoals ik al zei, elk jaar biedt weer nieuwe kansen en wat zag ik op reclameborden van een bouwmarkt langs de weg staan?

‘Het is niet scheef. Het is jouw project!’

Kijk, daar hou ik nou van! Dus wie weet ga ik er dit jaar echt voor. Ik heb ook het vermoeden dat in de boosterprik een stofje zit die onhandige mannen zoals ik handiger maakt. Want sinds ik geboosterd ben kan ik een toekomstig projectje even in mijn hoofd visualiseren en zie ik een prachtig eindresultaat. Dat was vóór de prik anders. Dan zag ik wel een resultaat maar geen eindresultaat als je begrijpt wat ik bedoel. Dus door die booster heb ik in ieder geval perspectief voor het nieuwe jaar, een perspectief waar wij met zijn allen zo naar snakken.

Behalve de demonstranten natuurlijk.

Die genieten juist van deze ellende en krijgen zo lekker aandacht. Op de een of andere manier kregen ze dat eerder niet maar dankzij Willem Engel, Thierry Baudet en nieuwkomer Viola Holt krijgen ze dat nu wel. Gelukkig is mijn empathisch vermogen hoog en gun ik ze dat ook. Doe je ding, ga elke zondag ergens rondjes lopen met zijn allen, ga lekker koffiedrinken op een grasveldje, zoek ruzie met het gezag en knuffel je medezusters en broeders zo stevig als je maar kan. En zoek op de andere dagen van je boze leven het internet af om mensen die wel hun verantwoordelijkheid hebben genomen af te zeiken.

Dan ga ik gewoon lekker door met leven want zoals we inmiddels weten kan dat zomaar voorbij zijn.

Wij zijn geboosterd het nieuwe jaar ingegaan terwijl ik vorig jaar nog de hoop had dat de twee prikken genoeg weerstand zouden bieden. We kwamen daarmee nogal bedrogen uit maar dat had natuurlijk te maken met het feit dat nog niemand van de hoed en de rand wist. Het virus was onzichtbaar en openbaarde zich in dood en verderf. Wat we wel weten is dat de prikken die we massaal genomen hebben in ieder geval een hoop ellende voorkomen hebben dus ik blijf mijn mouw opstropen.

Al moet ik vier keer per jaar!

Want de wereld draait door en wij draaien mee. En het zou toch wel heel fijn zijn dat alles weer gewoon open kan zodat we weer eens een terrasje kunnen pakken of een winkel kunnen bezoeken. Dat is voor ons burgers leuk maar helemaal voor al die mensen die daarmee hun boterham verdienen. Ook daarom laat ik mij prikken.

Want ik wil dat er een einde komt aan deze toestand.

Ik wil weer mensen zonder mondkapjes zien zodat ik ze niet straal voorbijloop omdat ik ze niet herkend had. Ik wil weer zien of iemand lacht of ik wil weer mensen zíen praten! Soms, heel soms verlang ik zelfs weer naar die mensen die in hun enthousiasme met consumptie praten waardoor de aerosolen in overvloed over mij heen gestort worden.

Of nee, doe toch maar niet!

Natuurlijk willen we allemaal hetzelfde. Terug naar het normaal en weer verder gaan met ons leven. Terwijl dat leven soms best ingewikkeld kan zijn, dan draait de boel net even te snel en weet je even niet meer of je alles nog wel begrijpt. Zo las ik laatst over een ‘genderreveal-party’. Daar ik opgevoed ben met Twee voor Twaalf zocht ik het op en viel van de ene in de andere verbazing:

Een gender-revealparty is een feest waarbij aanstaande ouders, vrienden en familie uitnodigen om bekend te maken of hun nog ongeboren baby een meisje of een jongentje is. Het wachten is, en dat is geen grap want alles moet tegenwoordig maar kunnen, op een party waarbij je de aanstaande ouders kan volgen bij het máken van de baby! Via een live streaming, net zoals die demonstranten tegenwoordig zich helemaal gek streamen. Die lopen met de GSM in de hand alles te filmen en plempen dat op social media. Grappig feit is dat die GSM een apparaat is wat elke vrijheid tart maar dat vergeten we maar weer snel want we kunnen ook niet meer zonder. Want we leven in de 21ste eeuw met al haar gemakken.

En ongemakken natuurlijk.

Die nemen we dan maar weer voor lief. Het leven is immers geven en nemen. Ons is nu weer een nieuw jaar gegeven en ik hoop van harte dat we daar eens wat bewuster van worden.

Want het is beslist niet vanzelfsprekend!

 

 

 

 

2021, een terugblik

Het scheelde dat ik al de hele week vroege diensten had waardoor ik al voor de wekker wakker was geworden. Ik probeerde in te schatten hoe laat het was maar dat lukte niet want ik had nogal diep geslapen. Dan maar even de wekker checken want ik wilde niet te laat komen op mijn jaarlijkse afspraak.

De afspraak met de man die net zoveel neuzen heeft als het jaar nog dagen!

Half acht. De wekker stond een kwartier later maar ik was nu toch al wakker. Ik sprong uit bed en even later vulde ik de thermoskan met koffie, belegde nog wat overgebleven kerstbroodjes met gerookte zalm en griste de fles Jutterbitter uit het vriesvak. De gebraden rollade, speciaal gebraden omdat hij dat vorig jaar al zo lekker vond, sneed ik in mooie plakken en legde dat in een diepvriesbakje. Dat bakje had eerder nog dienstgedaan bij de plaatselijke Chinees, voor de Babi Pangang.

Een duurzaam bakje dus.

Om dat duurzame een beetje erin te houden besloot ik om lopend, met een gevulde rugtas, richting de Pieter Smit brug te gaan alwaar wij vanmorgen vroeg afgesproken hadden. Net als vorig jaar, alleen was de brug toen nog niet in gebruik. Toen zat de man op de brug helft gezien vanaf Blauwe Stad en ik op de brug helft gezien vanaf de Hoorntjesweg. Die situatie was ontstaan door miscommunicatie tussen ons maar dat is tegenwoordig ook in het dagelijkse leven schering en inslag. We komen om in de communicatiemiddelen maar in plaats van daarvan gebruik te maken communiceren we juist steeds minder.

Steeds vaker zie je mensen zich afsluiten van alles en iedereen om hen heen.

Door de jaren heen is deze man eigenlijk een hele goede vriend geworden. Eigenlijk een allemansvriend want hij loopt elk jaar altijd op deze ene dag dwars door heel het land, op zoek naar mensen die even met hem willen praten.

Even het jaar doornemen wat achter ons ligt.

Terwijl ik over het fietspad naast het Winschoterdiep liep zag ik de brug van verre al liggen, een beeld die over de jaren kenmerkend zal zijn voor de Gemeente Oldambt. Ik had spijt van de winterjas die ik had aangetrokken want het was helemaal niet koud. Na toch nog een klein half uurtje lopen liep ik het fietspad naar de brug op en keek ik hoopvol of ik hem al zag. Ja! Daar stond hij! Zijn rijzige gestalte hing gebogen over de reling van de brug alwaar hij neerkeek over het onder hem door razende verkeer van de A7. De grijze bos haren had hij in een staart en in plaats van de gebruikelijke alpinopet had hij nu een hoed op.

Ik gaf een brul: “Goeiedag eem!”

Hij draaide zich direct naar mij om, spreidde zijn armen en omhelsde me. Ik schrok me dood! Zijn gezicht zag er zo anders uit dat ik hem haast niet herkende. Zelfs zijn baard zag er tiptop en verzorgd uit! “Wat heeft u nou met uw gezicht gedaan?” vroeg ik verbouwereerd, want van die markante, oudere kop was geen sprake meer. Nee, ik zag een jongere versie van mijn vriend en even, heel even, schoot het door mijn hoofd dat deze persoon misschien wel een zoon was van mijn vriend.

Hij zag mijn verbazing en bulderend van het lachen omhelsde hij mij:

“Ja, ja, dat is even schrikken he! Maar wat Dirk Kuyt kan, kan ik ook!”

“Maar hoe kom je aan zo’n nette baard?” vroeg ik, terwijl ik naar hem opkeek want hij was toch echt wel rond de twee meter. Voorheen zat die baard namelijk vol met muizenissen en nu zag hij eruit om door een ringetje te halen. “Ja mooi he! Dat leer ik van een gozer die vlogt, The Bearded Dude. Die geeft allerlei tips hoe je een baard mooi kan houden met allerlei olietjes enzo.”

En weer klonk die bulderende lach waarna een net gepasseerde fietser geschrokken omkeek.

“Kom,” zei ik, “laten we de brug aflopen richting Blauwe Stad. Daar staat een prachtig exemplaar van de Social Sofas. Die hebben ze dit jaar geplaatst, aan beide kanten van de brug.” Bij de bank aangekomen deed de man zijn lange, grijsleren jas uit en legde die op de met mozaïek beklede bankje. “Ik heb ouwe botten en hou de kou liever op afstand.” waarna hij ging zitten.

Ik zette mijn rugtas tussen ons in, schonk de koffie in en deed er een scheut kruidenbitter in.

“En?” vroeg de man. “Hoe is het met jou?” Terwijl hij dat zei keek hij mij recht in de ogen en nam een slok van de koffie. “Goed!” antwoordde ik. “Naar de omstandigheden dan wel te verstaan want we leven momenteel in een rare wereld.” De man knikte instemmend en zuchtte diep. “Nou, dat kun je wel zeggen. In al die jaren dat ik op deze dag rond aan het sjouwen ben, zijn de laatste twee jaren toch wel heel erg bizar..” Dan, ineens wijzend naar boven waar een zilverreiger overvloog en zingend: “Maar de vogels vliegen nog steeds van West- naar Oost- Berlijn, worden niet teruggefloten, ook niet neergeschoten..”

“Klein Orkest. Blijft een wereldnummer!” zeiden we tegelijk en schoten in de lach.

“En wat zijn die zilverreigers toch mooi hè,” zei ik enthousiast, “je ziet ze hier heel veel in de polders.” “Voorheen zag je ze eigenlijk nooit in mijn beleving. Het zal vast wel te maken hebben met dat andere probleem waar we mee te maken hebben, de opwarming van Moeke Aarde.” Mijn gesprekspartner dronk nu in één teug de koffiemok leeg en zei: “Daar ben ik ook bang voor. We zitten op mijn jas op dit mooie bankje maar dat was jaren terug ondenkbaar, dan moest ik de jas tot bovenaan dichtdoen wilde ik mijzelf een beetje warm kunnen houden.”

“Maar deze jutterkoffie helpt daar ook goed bij!” en hij gaf mij een vette knipoog.

Ik schonk opnieuw in en gaf hem de mok terwijl hij een plak rollade aan het eten was. Na een slok koffie nam hij weer het woord: “Nou, vertel grote vriend, hoe was het afgelopen jaar voor jullie? Zijn jullie er nog een beetje zonder kleerscheuren vanaf gekomen?” “Ja, best wel. Terwijl we toch in onze indirecte omgeving mensen verloren hebben door dat kolere virus. En dan lopen er toch nog mensen rond die maar roepen dat het om een griepje gaat!”

“Hoe dan? Er is in mijn hele leven nog nooit iemand gestorven aan een griepje!” zei ik bozig.

“Rustig jongen,” zei de man terwijl hij een arm om mij heen sloeg, “we leven nu eenmaal in een tijd van wantrouwen naar alles en iedereen. Dat zegt meer over die mensen dan over jou dus laat het los.” Natuurlijk had hij gelijk. En ik kan mijn tijd wel beter gebruiken dan mij druk maken over alle problemen in de wereld. Ik kan enkel mijn best doen om wat van het leven te maken in plaats van mij druk maken over dingen waar ik geen verstand van heb.

“Carpe Diem!” brulde ik vanuit mijn tenen.

“Juist!” schreeuwde mijn vriend. “Zo is het!” riep hij lachend en gaf mij een flinke doch vriendschappelijke klap op mijn schouder. “Maar vertel eens, hebben jullie dat plaatjesboek van Historisch Scheemda nog vol gekregen?” “Jazeker,” antwoordde ik, “we hebben zelfs meerdere boeken kunnen vullen voor enkele liefhebbers. Het was ook een superleuke actie van de plaatselijke supermarkt. De eigenaren, de familie Lukens, wilden zo hun 10-jarig jubileum vieren en dat hebben ze geweten want het werd een groot succes!”

“Dat had een verbindingsfactor 10 durf ik wel te zeggen!”

“En we zijn met een soort buggy op Mars geland. Dat ding gaat op zoek naar sporen van leven, hoe gek kun je het toch allemaal maar weer maken!” De mond van de man naast mij viel even open van verbazing. Dat verbaasde mij weer want hij liep toch echt wel wat jaartjes mee maar dit was voor hem dan toch wel een openbaring:

“Mooi,” zei de man, “respect voor het verleden en nieuwsgierig naar de toekomst!”

Ik pakte de rugtas en gaf hem een broodje met zalm. “Nou ja zeg, wat een feest! Is die besmeerd met echte roomboter?” “Ja, natuurlijk, zei ik, “uit respect voor de zalm want dat eten we niet elke dag.” We keken even voor ons uit, richting de brug en ‘het zwanenmeer’. Nadat het broodje op was begon ik enthousiast te vertellen over De Run, de ultraloop die dit jaar toch mocht doorgaan. “Ik heb samen met mijn vrouw een deel van het parcours ‘bewandeld’ en besefte mij toen pas hoeveel inspanning dit gevergd moest hebben van de deelnemers én de organisatie. Honderd kilometer! Enkele jaren terug was het wijlen Hendrik Jan Doornekamp die de 100 nog op klompen liep!”

“Categorie ‘niet lullen maar poetsen’ zeg maar.”

Zijn jullie eigenlijk afgelopen jaar nog op vakantie geweest?” vroeg hij, terwijl hij beide mokken vulde met de gebruikelijke ingrediënten. Ik wilde bezwaar maken maar ach, het is de laatste dag van het jaar en soms moet je de teugels even laten vieren. “Jazeker, we hebben drie heerlijke weken op vakantie kunnen vieren op Terschelling. En geloof mij of niet, we hebben wederom plekken ontdekt en bewandeld waar wij voorheen nooit kwamen. Maar het allerbelangrijkste was de tijd die we weer mochten doorbrengen met mijn ouders!”

“Na een jaar afwezigheid en enkel telefoontjes of facetimen.”

“Dat is hartstikke mooi zeg! Mooi dat jullie elkaar weer hebben kunnen meemaken. Zo hoort het ook!” En ik kreeg opnieuw een forse klap op mijn schouder waarmee hij zijn opmerking kracht bijzette. “Ik hou van dit soort verhalen. Vooral nu, in deze barre tijden dat mensen uit elkaar gedreven worden. We moeten juist verbinden! Net zoals de makers van deze mooie bankjes ooit bedacht hebben!”

“Ja, precies, laten we daarop drinken!” zei ik en vulde twee borrelglaasjes, nu zonder de koffie.

Terwijl we proosten keek ik tersluiks even op mijn horloge: half tien. Ik wist dat ik nog maar even had want mijn vriend moest weer door, juist op deze laatste dag van het jaar. Snel sprak ik verder: “En laten we proosten op iedereen die iets positiefs bijdragen aan de samenleving. Dus niet op die lui die de hele dag op social media zure berichten de wereld in helpen. En ook niet die lui die lulkoek verkopen voor eigen gewin waarmee de polarisatie alleen maar aan het toenemen is. Nee, laten we proosten op de steeds kleinere groep vrijwilligers, de mantelzorgers, de mensen in de Zorg, de hulpverleners, de cultuur en de horeca en iedereen die nu noodgedwongen bij huis zit. Laten we dat wat meer voor ogen hebben in plaats van eigen meninkjes ventileren met gescheld, dreigementen of geweld!”

“Stop het selfieïsme, het egoïsme, het extremisme!”

Ik moest even naar adem happen. De man schraapte zijn keel, nam een slok van de borrel en zei: “Het zit je hoog, hè.” “Laat het los en geniet gewoon van alles om je heen en kijk naar de dingen die je nog wel kan doen. Carpe Diem, weet je nog?!”

Hij had gelijk.

“Maar even wat anders, ik zit toch nog ergens mee.” Toen ik dat zei keek ik hem recht in de ogen. “Wij zijn nu al jaren bevriend maar ik weet uw naam niet eens?” De man glimlachte en antwoordde: “Ik dacht dat je het nooit zou vragen!” “Mijn officiële naam is Bernardus Antonius en mijn roepnaam is Herman.” De eenden en zwanen die verderop druk bezig waren met dobberen en foerageren vielen nu stil.

Net als ik.

“Huh?” antwoordde ik verbaasd. “Dat zijn de namen van mijn Opa en mijn vader!” “Ja, dat klopt. Zij vertelden in vroegere dagen op 31 december altijd over mij, of jullie die man ook gezien hadden. Die man die net zoveel neuzen heeft als het jaar nog dagen! En telkens als ik vandaag in gesprek ga met iemand dan zal mijn naam mee veranderen in de naam van de mensen die mij elk jaar doen voortleven. Zo simpel is het. Niks meer en niks minder!”

Ineens stond hij op, griste zijn jas van de bank en gooide hem over zijn arm. Met de andere hand pakte hij nog een broodje zalm uit mijn rugzak en stopte die in zijn jaszak:

“Voor onderweg!”

We schudden elkaar krachtig de hand. Hij draaide zich om en liep weg. Nadat hij slechts nog een stipje was aan de horizon liep ik ook weer naar huis. Iets zwalkend van de drank maar ach:

Carpe Diem!

Wij wensen iedereen een heel gelukkig en vooral vriendelijk en gezond Nieuwjaar!

Janet & Arjen

 

 

 

 

Actieve Kerstherinneringen

De dagen vóór kerst zijn eigenlijk best wel zwaar. Want er moet een hoop georganiseerd worden alvorens we de vrede op Aarde kunnen vieren. Dat is in beide gevallen nog steeds een strijd helaas. Natuurlijk kun je al weken van tevoren voorbereidingen treffen want de supermarkten puilen uit met vacuümgetrokken carpaccio ‘s, Gravad lax’, varkenshazen en rollades. En de vriesvakken puilen uit van de zoetigheden zoals omeletten Sibérienne, Tiramisu’s, kerstboomstammetjes of Cassata bombes. 

We leven niet mét maar ín de Hoorn des Overvloeds! 

Vooral nu, in deze tijden, verlangen we naar vrede, naar rust in de tent. We zijn al die onrust in de maatschappij zat en verlangen naar de tijden dat we normaal met elkaar omgingen. Misschien wel naar de tijden toen geluk nog gewoon was.  

De nieuwe regering krijgt het druk. 

Die kunnen dan eindelijk, net als de meeste burgers al jaren doen, aan het werk gaan! Want dit land heeft een schop voor de kont nodig. Maar dan moeten die politici wel eerst hun eigen ‘selfies’ een schop geven. Normaal een taak voor de kiezer maar aangezien de kiezers momenteel ook het spoor bijster zijn moeten de kersverse politici eerst maar even bij zichzelf te rade gaan.  

Persoonlijk ben ik voorstander van een verbod op verschijnen in televisieprogramma’s.  

Ze mogen pas hun zegje komen doen op de TV wanneer ze echt wat te melden hebben of een crisis opgelost hebben. Oh ja, en ze mogen niet meer Tweetjes de wereld insturen. Het is hier verdomme geen Amerika! Als je wat te vertellen hebt dan moet het ten eerste iets zinnigs zijn en ten tweede breng je dat naar buiten via de reguliere weg: de Journaals op radio en TV zodat iedereen het horen kan. En die lui in de oppositie moeten een cursus volgen, de cursus omgangsvormen. Misschien dat ze het dan eindelijk weer eens over de inhoud kunnen hebben in plaats van domme oneliners de wereld in helpen. 

Neem je kiezers serieus!  

Ik hoop dat het verstand gaat regeren en dat het eigenbelang naar achteren geschoven zal worden. Samen de schouders eronder zetten, met een duidelijke koers en geen afleidende gedoetjes. En schrijf dingen op!  

Dat scheelt momenten van niet actieve herinneringen! 

Zalig kerstfeest. Sorry van voorgaande want daar zit niemand op te wachten. Vooral niet op Tweede Kerstdag. Lang geleden was ik niet zo met dit soort gedachten bezig. Ik was toen nog gewoon een kind en volgens mijn actieve herinneringen was ik best wel gelukkig. Ondanks dat er bij ons thuis geen kerstboom in de kamer stond. Maar ik kan mij ook niet herinneren dat ik daar iets traumatisch aan overgehouden heb. Een vriendje van mij had er wel altijd een thuis staan. Een den. Hij was daar altijd heel trots op, vooral omdat zij echte kaarsjes gebruikten maar ik kon er niet echt opgewonden van raken. 

Ik heb ook geen actieve herinneringen aan kerstpakketten. 

Terwijl ik er afgelopen week al drie heb gehad! Drie! Over Hoorn des Overvloeds gesproken! Maar ik ben er niet mee opgegroeid en had er daarom waarschijnlijk ook niet veel mee. Wel moest ik altijd lachen om de teleurstelling van sommige collega’s als het pakket tegenviel. Dat vond ik wel humor, vooral omdat ze in september er al over begonnen:  

“Ik ben benieuwd wat we dit jaar krijgen..”  

Een van de kerstpakketten heb ik al aangebroken: de zak chips, de popcorn en de schuimblokken zijn al op. Verder vond ik in een ander pakket, tussen de houtkrullen, een snijplank, enkele soorten pasta’s, potten Italiaanse saus en enkele kaarsen. 

Vooral de kaarsen deden het goed bij mijn vrouw! 

We hadden vroeger wel een kerststal. Die had dat vriendje dan weer niet. Het zal wel iets te maken gehad hebben met wel of niet kerks zijn, geen idee eigenlijk. Maar de herinneringen aan die kerstdagen van toen zijn goed. Vooral kerstavond. Want dan gingen we naar de nachtmis en zat de kerk vol met mensen die je voorheen eigenlijk nooit in de kerk zag. Dat snapte ik wel want ik vond de (verplichte) bezoekjes aan de kerk vreselijk saai.  

Maar na de Nachtmis was het altijd gezellig.  

Dan stond iedereen in en buiten de kerk gezellig met elkaar te praten en wij, de kinderen van al deze nachtbrakers, renden er vrolijk tussendoor. En we wisten dat er dan nog iets op het programma stond, namelijk een ‘rijk’ gevulde broodtafel. Het brood bestond uit maar liefst twee soorten: wit of bruin gesneden. Het woord ‘afbakbroodjes’ was toen namelijk nog niet opgenomen in de Dikke van Dale. Maar er was wel een Kersttulband, met spijs. De kunst (of het geklieder..) was om dan om de spijs heen te eten, de laatste hap was de beloning. Echte amandelspijs, dus niet die witte bonen spijs van tegenwoordig waarvan je direct het maagzuur krijgt. En er waren vleeswaren! Dat was best wel bijzonder want dat kregen we zelden.  

Het kerstdiner bestond normaliter uit haas of, bij gebrek aan konijn, uit kip. 

Dat hing van de vangst af van de plaatselijke jagers. Ik heb ook wel eens fazant voorbij zien komen. Zo herinner ik mij nog een verhaal dat mijn vader ’s morgensvroeg een fazant onder de auto kreeg. Hij stopte, liep terug naar het slachtoffer en verloste het dier uit zijn lijden. Daarna werd het onfortuinlijke dier in de auto gelegd en mee naar huis genomen. Van de grotere veren maakten wij dan weer een mooie pen of we zetten ze ter decoratie in een flesje op onze slaapkamer. 

Alle hierboven genoemde dieren hadden wel het Beter Leven Keurmerk met tien sterren! 

Die leefden net als wij in mooie tijden. Mooie maar magere tijden. Maar we hadden niets te klagen hoor. Mijn moeder was creatief genoeg en dat kwam ook doordat we op een eiland woonden. Zo aten we regelmatig gebakken schol of tong, wentelteefjes van oud brood of balkenbrij. Of ze bakte de allerkleinste aardappeltjes in de schil, met spekjes. Of we kregen (opgebakken) kliekjes. 

Ik denk dat wij vanavond gezellig gaan klieken. 

Met een mooi kaarsje naast het bord. 

Ze gingen hard, ontroerend hard

Nooit keek ik. Het interesseerde mij niet. Het was denk ik hetzelfde zoals anti-voetballers het altijd zo ‘gevat’ zeggen: “Ik ga niet kijken naar een stelletje volwassen kerels die een beetje dom achter een balletje aan lopen rennen.’’ Of deze: “Hebben ze ḿ eindelijk, schoppen ze ḿ weer weg!” Als voetballiefhebber vond ik dat altijd domme antwoorden maar die dommigheid begon ik zelf ook te verkondigen als het om schaatsen ging. Vroeger vond ik schaatsen nog wel leuk maar sinds ze elke week schaatsen uitzenden was ik er ineens klaar mee. Vooral met de voor- en de nabeschouwingen.

“Een beetje dom rondjes schaatsen.” zei ik dan tegen mijn omgeving.

“En altijd maar dezelfde kant op! En wat valt er dan nog over te praten…We zien toch dat ze een rondje schaatsen? En ook in welke tijd, toch?” Ja, mijn vooroordelen gooide ik zó op tafel voor wie het maar horen wilde. “En ze hebben elke week wel een kampioenschap, inclusief de ‘omdat het zo lekker bekt’ termen als ‘Koninginne- of Koningsritten’.

Ja, ik zat er lekker in…

Inmiddels ben ik een stuk milder geworden. Dat komt absoluut door het feit dat verstand met de jaren komt. Want wie ben ik om hierover te oordelen? Ik hoef er namelijk niet naar te kijken toch? En wat zong de band Doe Maar ook alweer hierover?

‘Er zit een knop op je TV, die helpt je zo uit de puree. Druk ‘m in en ga maar mee, de bloemen buiten zetten’

En zo is het natuurlijk ook. Er is genoeg ander tijdverdrijf te vinden en voor ieder wat wils. Daarom keek ik denk ik ook nooit naar de Formule 1 races. Mijn (voor)oordeel was dat ik het tijdverspilling vond. Om mij heen hoorde ik liefhebbers erover praten of met de dag enthousiaster worden wanneer het bijna zondag was. Daags ervoor begon het al. Dan hoorde ik mensen om mij heen over wat voor circuit het was, hoeveel bochten het had en wie er op pole position vertrekken mocht. Oh ja, en telkens dat ge-emmer over op welke banden er gereden moest worden!

“4- seizoenen banden,” zei ik, “dan ben je overal van af!”

Zó grappig! Maar deze sport werd steeds meer serieuzer genomen en kreeg fanatieke aanhangers. Die gingen ver, soms bleven ze er zelfs voor wakker! Of ze kleden zich in F1 tenue, sloten deuren en gordijnen en waren voor niemand bereikbaar. Met F1 merchandise voor zich op tafel! Maar ook de dames onder ons konden een woordje meepraten als het om de Formule 1 ging en dat zag je bij de voetballiefhebbers toch wel wat minder.

Daarom kennen ze in de F1 scene de term ‘hooligans’ niet.

Bij voetbal zit er gewoon te veel testosteron op de tribunes. Veel vrouwen vinden (mannen)voetbal niks aan en daarom moeten de mannetjes hun mannelijkheid wel tonen door ontblote bovenlichamen en veel bronstig gebrul. Sommigen gebruiken daar dan ook nog buitensporig geweld bij maar dat komt omdat ze te kleine piemels hebben.

Wie het kleine niet eert is het grote ook niet weerd..

Maar het had natuurlijk ook te maken met het feit dat er een Nederlander aan meedeed en die reed zijn rondjes best wel goed. Maakten we vroeger nog grapjes over vader Jos die regelmatig in de grindbak parkeerde, zijn zoon Max had toch meer controle. En als ‘wij’ iets goeds doen op sportgebied komt het chauvinisme om de hoek kijken en kleuren de tribunes vanzelf oranje.

Tot vorige week zondag keek ik dus nooit.

Ik kreeg kippenvel van de oranje gekleurde tribunes op het circuit van Abu Dhabi en moest erkennen dat het mij toch wel wat deed. Aan de praatjes die in de studio gevoerd werden voelde ik toch een zekere spanning maar ik bleef alert. Want ik had mij voorgenomen dat zodra ze het zouden hebben over de Koningsrit, ik de televisie direct zou uitgooien om weer over te gaan tot de orde van de dag. Mijn vrouw kwam thuis van een boodschapje en was verbaasd dat ik op de bank zat en de TV aan had. “Dat doet hij anders nooit..”. Ik had zelfs de wekker gezet, had een nachtdienst achter de rug, zodat ik alles mee zou krijgen. “Ach ja,” zei ik, het moest er maar eens van komen dacht ik zo..” Ze legde gauw de boodschappen weg en kwam erbij zitten.

“Gezellig!”

Eigenlijk wilde ik vragen of ze niet iets moest bakken want ik had de ingrediënten voor een lekker baksel wel zien liggen op het aanrecht. Toch besloot ik maar niets te zeggen en quasi geconcentreerd keek ik naar raceautootjes die met de daarbij behorende herrie rondjes reden. Meer was het eigenlijk niet. De dame naast mij op de tribune vroeg zo nu en dan hoe het zat maar ik wist het niet en maakte mij eraf met:

“Schat, ik heb geen idee!”.

Na rondje 35 kreeg ik een beetje in de gaten hoe het nu zat met die banden. Ondertussen had ik op mijn telefoon Translate bijgezet want er werden veel dingen geduid in het Engels. Bij ronde 42 (denk ik) kreeg ik een mentaal dipje en besloot ik even horizontaal de binnenkant van mijn ogen te bekijken, de weerslag van nachtdiensten. Maar ik werd weer wakker van enige consternatie op de TV én die vrouw die naast mij op de tribune zat.

Er was iets met een safetycar of zo.

Nadat ik mijn bril weer opgezet had zag ik dat het om de laatste ronde ging. En Hamilton reed nog vooraan, Verstappen erachter. Net zoals de twee uur daarvoor. Toen verdween ineens die safetycar en zag ik hoe Max met minimale ruimte Lewis voorbijging.

Binnen enkele seconden waren de rollen omgedraaid!

De euforie op TV nadat Verstappen als winnaar over de finish gegaan was kwam met donderend geweld onze huiskamer binnen. Mijn vrouw zat te gillen, ik voelde nattigheid uit mijn ogen komen en mijn vader belde om te vertellen dat Max Verstappen de F1 gewonnen had.

Ik liep neuriënd naar de keuken om het eten voor te bereiden:

‘Wij houden van Oraaaaaaaaanje’

Niet alles is wat het lijkt

“Het opvoeden van mijn vier kinderen thuis is makkelijker dan leidinggeven aan deze vergadering!” Aldus Ockje Tellegen, Voorzitter van een Kamervergadering over emancipatie, na enig soebatten over wie het woord had (en mocht hebben). “Het lijkt wel een kleuterklas!”

Die ene zin omvatte alles hoe de burgers momenteel denken over politiek Den Haag!

Want het is een zooitje hoe ze met elkaar omgaan. En de vergelijking met een kleuterklas is zelfs een belediging voor alle kleuters in dit land. Man, man, man, ik blijf mij telkens maar weer verbazen wat ik lees of zie in de media. Het lijkt wel alsof sommigen continue bezig zijn met het zoeken naar quotes om aandacht te genereren. Deze Voorzitter maakte korte metten met al die ego’s. Even tot de orde van de dag en kappen met die grote bekken!

En doen waarvoor je gekozen bent!

Zo vlak voor het kerstreces vond ik dit wel een mooie afsluiting van het jaar. Zo kunnen ze onder de kerstboom eens goed gaan nadenken. En dan hoop ik dat ze gaan beseffen dat ze als volksvertegenwoordigers het volk vertegenwoordigen. Op een beschaafde manier. Wees een voorbeeld voor de kiezer en laat zien dat we in een democratie leven. Dus zonder dreigementen, scheldpartijen of provocaties. Misschien heeft dat dan wel zijn weerslag in de samenleving en winnen ze daarmee terug wat wij al enkele jaren kwijt zijn in dit land:

Vertrouwen.

Want daar komen we verder mee. Hier in huis hebben we binnenkort ook kerstreces, om precies te zijn duurt dat maar liefst twee dagen, Eerste en Tweede Kerstdag. Het politieke reces duurt drie weken want ja, verschil moet er zijn denk ik dan maar zo. Ik vind het prima maar blijf wel gewoon het land regeren want de samenleving draait gewoon door. Die kun je echt niet stilzetten.

Zoals Tita en Tika Tovenaar dat konden…

Maar dat was fake, nep. Sprookjes. Ik zeg het er maar even bij want we leven in een tijd dat nep nieuws aan de orde van de dag is. Ook hier zie je vaak dat het gaat om meninkjes van personen die zo hun aandacht weten te krijgen. Meninkjes die ver staan van de werkelijkheid en absoluut niet gebaseerd zijn op feiten. Dit soort mensen werden vroeger geholpen door deskundigen maar sinds alle bezuinigingen in de afgelopen decennia is die hulp er niet meer. Wegbezuinigd. Maar het internet is een dankbaar podium en daarmee bereiken ze weer mensen die daar gevoelig voor zijn. Hierdoor ontstaat er een soort van ‘achterban’ en die doen er ook weer alles aan om aandacht te krijgen voor hun gedachtengoed, steeds vaker kwaadschiks dan goedschiks.

En dat is weer voer voor de media.

Want de programma’s moeten gevuld worden. Dat is voor mij al een reden om niet meer naar die talkshows te kijken. Ik zit niet te wachten op gasten die allemaal een plasje willen doen over een onderwerp waar ze nooit voor opgeleid zijn geweest. Geef ze alleen een podium over hun eigen expertises. En nodig niet mensen uit die een platform zoeken voor hun eigen onzin want dan ben je alleen maar bezig met sensatie en achterklap. En ja, we worden in dit land misschien steeds goedgeloviger. Ik durf te wedden dat als ik zeg dat wij een kunstboom hebben, er mensen in dit land zijn die dat zullen ontkennen. Net zoals ik laatst mensen in korte broek zag rondlopen. Dat zijn de zogenaamde ‘Seizoen-ontkenners’. Die bepalen zelf wel wanneer het lente, zomer, herfst of winter is. Je hoeft ook niet te proberen ze duidelijk te maken dat het KNMI toch hele andere dingen zegt. Heeft totaal geen zin en is verspilde moeite.

En als Piet Paulusma zegt dat we een horrorwinter krijgen schieten ze een lachstuip!

Dat snap ik dan wel weer want Piet kondigt elk jaar een horrorwinter aan. Het begint onderhand een klucht te worden en niemand grijpt in. We hadden ooit ‘Rokjesdag’, bedacht door wijlen Martin Bril. Daarvan wist je dat die dag zou komen want er was altijd wel één mooie, warme dag in de zomermaanden. Gewoon humor in combinatie met de sierlijkheden van een vrouw. Maar bij Piet is het anders. Hij heeft schaats-ijs in zijn aderen en hij had het liefst elf kinderen op de wereld gezet en ze de namen gegeven van de Elf Steden.

Fake, het is allemaal fake en ver van de realiteit.

Want het klimaat doet niet meer wat wij in het verleden mee hebben gemaakt. Wij hebben zo’n hoge levenstandaard dat we de krachten van de natuur aan het uitputten zijn. Daar doen we allemaal aan mee, gewild en ongewild. En in sentimentele buien denken we terug aan de lange, ijskoude winters want die zijn tot de verbeelding gaan spreken. Door reclamefilmpjes van vrolijke mensen in de sneeuw, winkelkarretjes die besneeuwd op een parkeerplaats achtergelaten zijn (…) en hele gezellige, lieve en mooie mensen die aan een rijk gevulde kersttafel zitten.

Alles wordt geromantiseerd.

Zelf denk ik ook nog vaak aan die heerlijke schaatstochten in mijn jonge jaren maar mijn verstand weet dat we dat nauwelijks nog gaan meemaken. En de meerderheid van de bevolking weet dat. Die gebruiken gewoon hun nuchterheid en combineren dat met gezond verstand. Die willen niet leven in een kleuterklas en doen gewoon waar ze goed in zijn. En de ene is beter dan de andere maar ook dat hoort erbij.

Realiteitszin.

Bij ons thuis heeft mijn geliefde de boel weer wat kleur gegeven. Nadat de Sint met zijn Pieten weer huiswaarts gekeerd was, werd de kerstboom weer van zolder gehaald. Inclusief alle accessoires natuurlijk maar niet overdreven. De verlichte ster voor het raam is ze vergeten denk ik maar ik zeg niks.

Dat was ín huis.

Afgelopen zaterdag werd de buitenboel aangepakt. Licht in de duisternis maar niet zo dat het vliegverkeer het zou verwarren met een landingsbaan. En ja.
Onze kerstboom is zwart. En nep.

Maar hij lijkt wel op een kerstboom! Met ballen. Een boom met ballen.

Net als Ockje!

 

Verjarende verleidingen

Sinds gisteren zijn mijn vrouw en ik weer even oud. Dat is elk jaar weer hetzelfde liedje. Om precies te zijn duurt deze verjaar-pret 35 dagen. Daarna ben ik weer een jaar ouder. Vorige week begon ze al te plannen, hoe de verjaardag te vieren. Want ook dit jaar zal het anders moeten dan normaal. De visites moesten maar in etappes komen besloten we. Nu was dat geen hogere wiskunde hoor, onze verjaardagen vieren wij over het algemeen in bescheiden kring. Sterker nog, ik vier mijn verjaardag het liefst niet. Maar de dame hier in huis van middelbare leeftijd wel. Lekker koffie drinken, gebakje, klessebessen, wijntje, hapje en lekker klessebessen. 

Gezellig!

Een verjaardag geheel volgens de regels van het RIVM werd het. Aangezien ik de ober was deze dag, de jarige hoeft natuurlijk niets te doen, vond ik dat wel prettig. Zo kon ik de situatie goed overzien, kon ik op mijn gemak de cappuccino’s maken of de leverworst snijden en eventueel zijdelings mee doen aan het gesprek. Zijdelings, want sommigen praten meer dan Hugo en Mark samen op een persconferentie. Een goed verstaander weet precies wat ik bedoel maar in het kader van de emancipatie van de mens ga ik het hier niet uitleggen want tegenwoordig leven we met heel veel korte lontjes.

En zwijgen is goud.

Omdat ik mijn verjaardag toch niet ga vieren hadden we besloten om de plaatselijke bakker te sponsoren door daar het gebak te gaan bestellen. Want zij kreeg mijn budget. Normaal gesproken wil zij het liefst zelf bakken maar ja, na een week werken moet je soms ook even makkelijk doen. De gedachte alleen al aan die gebakjes van de bakker deed mij al lichtjes kwijlen want ik ben een behoorlijke zoetekauw. Dus dikke prima, ik was allang blij dat zij zich erbij neergelegd had dat ik mijn verjaardag niet vier. Want eigenlijk vindt ze dat helemaal niet leuk. 

Dat is ongezellig. 

En dat zit niet in haar systeem, ongezellig. Wel in de mijne tot haar (soms) grote ergernis. Ik ben denk ik nog wel eens een bietsie cynisch. Zij is bijvoorbeeld nu al met de kerstdagen bezig en ik juist met de dagen erna. Dat iedereen weer zegt ‘blij te zijn dat het weer achter de rug is’ of dat men klaagt over ‘al dat gevreet’ en ‘volgend jaar doen we het anders’. 

Tegen de tijd dat de volgende kerstdagen zich melden zijn de meesten dat alweer vergeten.

Nu liggen de feestdagen nog voor ons en vandaag vieren we de verjaardag van Sinterklaas en zijn Pieten. Ik hoop oprecht dat het voor alle kinderen een echt gezellig avondje wordt, met heel veel rijmpjes, leuke cadeautjes en, niet geheel onbelangrijk, aandacht voor elkaar. Dus niet alle remmen los en graai je pakjes á la Black Friday maar een gezellige familieavond met vrolijkheid, pepernoten en warme chocolademelk met heel veel slagroom. 

Voor de warme herinneringen voor later.

Wij kregen ook een cadeautje. Een kraskaart van mijn schoonvader, de zogenaamde ‘december-kalender’. Die gaf mijn schoonmoeder ons altijd maar nu zij er (helaas) niet meer is heeft hij die taak op zich genomen. De komende dagen en weken gaan we dus elke dag krassen. Goed voor de hebzucht zegt mijn donkere kant dan weer. Sorry. Maar misschien lees ik wel teveel de kranten en kan ik sommige dingen niet rijmen.

Terwijl ik juist zo van rijmen hou.

Zo las ik van de week dat de helft van de Nederlandse bevolking het financieel krap heeft. En hoorde ik een discussie op de radio over het feit dat gokken tegenwoordig gelegaliseerd is. Ik had daar geen idee van want ik gok eigenlijk nooit en doe ook niet mee aan loterijen. De laatste loterij waar ik aan meegedaan had was nog in mijn jeugdjaren op Terschelling. De plaatselijke verenigingen hielden een keer per jaar een soort van bazaar mét Rad van Fortuin. Zo konden ze de kas van de club een beetje spekken. Ik kreeg dan een paar gulden van mijn ouders en kocht daarvan lootjes. 

En won dan een slagroomtaart of een rollade.

Eén keer won ik een behoorlijke grote knuffelbeer waarna ik direct achterna gezeten werd door een paar plaatselijke zwangere dames. Of ik de beer niet aan een van hun wilde geven. Voor de ongeborene. Achteraf had ik ze gewoon moeten laten opbieden zodat ik van dat geld nog meer lootjes had kunnen kopen maar nee, ik vond, als rondrennende puber in wording, de beer eigenlijk zelf ook wel leuk. Dus mocht het kind wat zonder beer moest opgroeien zich hierin herkennen: Sorry!

Later begon de beer een loopbaan als mascotte van het plaatselijke shantykoor.

Maar ik wist niet dat het gokken gelegaliseerd was. Ik kwam er pas achter nadat ik reclames voorbij zag komen waarin we verleidt worden om een gokje te wagen. Gokje ja, ze gebruiken expliciet een verkleinwoordje voor iets wat enorme grote problemen kan gaan opleveren. Net zoals rokers graag een ‘sigaretje’ of een ‘peukje’ gaan roken, of dat een alcohol liefhebber een ‘glaasje’ drinkt. 

Wat die glaasjes betreft doen we het ‘goed’: we zitten in de Top Tien van vaakst dronken volkeren..

Het gokken is nu nóg toegankelijker gemaakt. Of beter gezegd, wat krom is hebben ze recht gemaakt. Als roker moet je tegenwoordig echt nog je best doen om aan rookwaren te komen én een goed gevulde portemonnee hebben. Daarnaast ben je haast een paria want ja, roken is zó jaren ’60 en op steeds meer plekken wordt het geweerd.

Maar net als de bazaar spekte de roker een instantie.

In dit geval De Staatskas. En nu steeds meer rokers de pijp aan Maarten geven viel die Staatskas behoorlijk af. Dus ja, het legaliseren van gokken is gewoon een verkapte manier om weer een hoop geld te genereren en dat noemen we dan heel mooi ‘kansspelbelasting.’

En is de cirkel weer rond.

Wedden dat er straks ook suikerbelasting ingevoerd gaat worden? Dan heb ik een probleem want zoals ik al schreef hou ik van zoet.

Want wie zoet is krijgt lekkers!

Pijnpuntjes

Ruim een week geleden wist ik al waar ik zou eindigen: in de tandartsstoel. Een van mijn kiezen klopte vol verwachting met oplopende regelmaat tegen mijn zenuw aan. De ene na de andere pijnstiller zorgde ervoor dat het enigszins te dragen was maar het was natuurlijk een doekje voor het bloeden. En voor de spijt. Die spijt drukte nog eens extra in die zenuw want ik had al veel eerder naar de tandarts én de mondhygiënist moeten gaan. 

Zoals ik dat altijd keurig twee keer per jaar deed. 

Niet omdat ik het zo fijn vind maar omdat het mijn verantwoording is. En omdat de boel nu eenmaal onderhoud nodig heeft om klachten te voorkomen. Maar ik doe het ook voor de mensen om mij heen, dat wanneer ik mijn tanden ontbloot zij niet van het uitzicht of de stank over hun nek gaan. 

Maar door de ‘Coronings’ liep mijn hele schema in de soep.

Want door de huidige omstandigheden draait alles een paar tandjes langzamer. Door ziekte op de werkvloer of door de (tijdelijke!) beperkingen die ons opgelegd zijn. Nu denken sommige mensen dat je dan gewoon een blik personeel opentrekt zodat ons snelle leventje gewoon door kan gaan maar helaas, dat is een sprookje. Overal zijn personeelstekorten. Door de afbraak vanuit Den Haag wat al jaren geleden ingezet werd, door de huidige omstandigheden maar ook doordat niet elk baantje zomaar geaccepteerd wordt. 

Zoals bijvoorbeeld werken in de ziekenhuizen.

Daar wil je ook niet werken want de kans dat je een grote bek krijgt is groter dan dat je loonsverhoging of een compliment krijgt. En die grote bekken verleggen met de dag hun grenzen want ook de Huisarts is tegenwoordig een gewilde plek om even lekker je ongenoegen te uiten, net als in de supermarkt of in een horecagelegenheid. Maar dit zet natuurlijk een negativiteit op gang die ons in de toekomst nog meer problemen zal gaan bezorgen. 

Problemen die erger zijn dan kiespijn!

Hoe moeilijk is het nou eigenlijk? Niet toch? Het is een kwestie van rekening houden met elkaar. Helaas kan dat niet zonder regeltjes en ik begrijp dan ook niet de weerstand ertegen. Zo bedacht ik mij laatst dat ik elke maand 145 euro betaal aan een zorgverlener terwijl ik, gelukkig, haast geen zorg nodig heb. Oké, nu effe omdat ik klagende kiezen heb maar verder valt het wel mee. En ik betaal graag die 145 euro zodat ik meebetaal aan de zorg van anderen die minder gelukkig zijn wat de gezondheid betreft.  

Gedeelde smart…

Maar het is crisis op de werkvloeren. Zo las ik van de week dat het personeel van de Hema op Terschelling van ‘de Wal’ afkomt. Die pakken s ’morgens de eerste boot, doen hun kunstje tussen de worsten en alle andere artikelen en varen dan weer naar huis. En zo zag ik ook al eens de postbode op de boot naar het eiland gaan. 

Aan de andere kant….

Waarom ook niet. Aan ‘de Wal’ gaat menigeen met de trein of auto naar het werk en die hebben relatief gezien dezelfde reistijden. Vooral in de Randstad mag je er wel wat tijd voor uittrekken. Maar op het eiland wonen gewoon te weinig mensen waardoor er handen tekortkomen. En je vestigen op het eiland is ook niet zo makkelijk: er is te weinig woonruimte en als je er wat vindt betaal je de hoofdprijs.

Maar daar hebben we landelijk last van. 

In verhouding geeft dat meer last dan kiespijn. Ik hou er normaal gesproken niet van om in slachtofferrol te vallen of naar anderen te wijzen maar doordat die kies op mijn zenuwen aan het werken was, doe ik het lekker toch. En voordat de vrouwelijke lezers van dit stukje smalend over mij heen gaan vallen omdat zij mij een dikke aansteller vinden want wij mannen ervaren kwaaltjes altijd als tien keer erger, dan is mijn antwoord; Ja, het is tien keer erger! 

En ja! Ik was heel zielig! 

Vooral omdat ik wist dat ik nu weer genomineerd was voor een wortelkanaalbehandeling. Die heb ik al eerder mogen ondergaan. Vroeger, toen ik nog niet tegen dit soort problemen aanliep, hoorde ik wel eens mensen om mij heen over deze behandelingen.

Het moest iets afschrikwekkends zijn.

Althans, dat zag ik aan de gezichten van de boodschappers. Ik nam mij voor nooit maar dan ook nooit aan een wortelkanaalbehandeling te beginnen. En ik rookte al, ook in gezelschap van wat alcohol dus ik had wel wat anders aan mijn hoofd. Maar ja, dan gaan de jaren voorbij en merk je dat naast je lichaam ook enkele onderdelen van dat lichaam wat gebreken beginnen te vertonen. Door slijtage natuurlijk! Dat gebit van mij heeft al heel wat voedsel moeten verwerken in de loop der jaren waardoor het ook wel logisch is. Inclusief de snoepjes die eigenlijk voor de kinderen bestemd waren…

Maar daar betaal ik dus nu mijn tol voor.  

Afgelopen donderdag moest ik mij melden bij de tandarts en nadat ik in de stoel lag probeerde ik wanhopig nog een stukje lente te vinden in de ogen van zijn assistente maar helaas, ze waren onverbiddelijk in hun oordeel:

Ik had eerder aan de bel moeten trekken!

En ook beter onderhoud moeten uitvoeren. In mijn hoofd beloofde ik plechtig dat ik beter mijn best zou doen. Dat kon ook niet anders want er zaten enkele vingers, een slurppijpje en een boor in mijn mond. Het felle lampje boven op het hoofd van de tandarts leek ineens op dat witte licht wat mensen wel eens zien wanneer ze bijna overgaan naar een andere dimensie. 

Gelukkig flitste niet mijn hele leven voorbij.

Snel sloot ik mijn ogen en dacht aan leuke dingen. Dat lukte redelijk want ik voelde toch niks door de verdoving. Ik hoorde wel alles. Ik hoorde het vakjargon tussen tandarts en assistente maar ook de diepboringen in de spelonken van mijn kaak en het doorzagen van de zéér geïrriteerde wortel van mijn sneue kies.

Eind december gaan ze het afmaken.

Ik verheug mij er nu al op.

Het Selfie-tijdperk

Zal ik het vragen aan de Sint? Of krijg ik dan de kous op de kop? Dat hij gierend van het lachen zichzelf afvraagt of ik het nog wel een beetje op orde heb tussen mijn oren. Nu weet ik ook wel dat we in dit land steeds gekker zijn gaan doen. Dat we niet meer precies weten hoe we ons moeten gedragen. Dat we steeds gekkere dingen bedenken omdat we een vervelend en verwend volkje aan het worden zijn. 

Dat we onszelf boven de andere stellen en ook alles beter weten. 

Dit komt niet uit de lucht vallen maar dat is zo gegroeid. Je kunt wel zeggen dat het uit noodzaak geboren is omdat ooit het gezin de hoeksteen van de samenleving was.

Ooit.

Dat is niet meer zo, net zoals ‘Het Land van Ooit’. Waarschijnlijk beide té oubollig. Het gezin begrijp ik dan nog wel want we scheiden tegenwoordig sneller dan dat we trouwen. En ja, wie zit er nog te wachten op theatrale riddergevechten of op de avonturen van de Baron en de Barones van Ooit, zeer creatief tot de verbeelding gebracht door fantastische actrices en acteurs?

Slechts het kind van de rekening.

Maar het leven werd ook duurder. Door afbraak van sociale zekerheden maar ook doordat we zelf steeds meer gingen consumeren, aangespoord door de commercie. Deze laatste leerde ons te consumeren. De markt breidde zich uit en iets kopen werd nog nooit zo makkelijk. Vanaf de bank bestelden we containers vol met spullen waar wij gelukkig van werden. 

Althans, dat werd ons voorgehouden.

Dat we het geluk konden kopen. Maar inmiddels zijn we erachter dat we hier over het algemeen met een fopspeen te maken hebben. Het meeste spul wat we binnenhalen geeft een klein genotsmomentje maar daar blijft het meestal bij. Dat zagen we terug na de eerste ellende die de pandemie met zich meebracht. We ‘ontdekten’ ineens weer dat ‘het toch weer de kleine dingen zijn die het doen’. Een wandeling door bos, duin of polder met de kinderen.

Die ontdekking duurde maar even.

Want het mag natuurlijk niet te lang duren. Dat recht (!) hebben we tegenwoordig vinden sommige mensen onder ons. We willen alles zelf bepalen want wij weten het beter. En als je dat niet zint dan heb jij een probleem en ik niet! Het is vergelijkbaar met hoe mijn generatie werd opgevoed: je waagde het niet om je te verzetten tegen je ouders. Maar je wist dat er achter die strengheid wel een soort rechtvaardigheidsgevoel zat waardoor je het grotendeels wel pikte.

Met zo nu en dan een uitbarsting maar die was te pareren.

Maar we veranderden door alle omstandigheden van een sociale samenleving in een individuele samenleving. Het individu staat bóven de samenleving. ‘Het is mijn leven dus ik bepaal!’ Gekscherend zou je kunnen zeggen dat we in het tijdperk van het Selfie-isme zijn beland. Dat komt deels door de welvaart waarin we leven en deels door hoe de politiek ons in de afgelopen decennia deze kant opgeduwd heeft.

Onder de noemer van het zogenaamde zelfbeschikkingsrecht.

Mooie ontwikkelingen alleen schieten sommigen erin door. Die kunnen niet omgaan met deze vorm van vrijheid. We zien steeds vaker excessen. Kijk maar naar afgelopen vrijdagavond toen Rotterdam in brand werd gezet. Een demonstratie (ook een recht in dit vrije land) liep compleet uit de hand. Naast de materiële schade die hier weer uit ontstond was er ook een enorme verontwaardiging. Terechte verontwaardiging want waar zijn wij in dit land in Godsnaam mee bezig? Maar er kwam ook weer verontwaardiging van een minderheid, versterkt door filmpjes op het internet.

Verontwaardiging over de harde aanpak van de politie…

Het is de omgekeerde wereld. Maar dit soort lui trappen uiteindelijk in hun eigen val en beperken hun eigen vrijheid. Ze roepen nu hard dat ze niet meer mee willen doen maar straks mógen ze niet meer meedoen. Dan worden ze uitgespuugd door de maatschappij. En over spugen gesproken, het personeel in enkele Friese ziekenhuizen wordt bespuugd en uitgescholden wanneer ze bezoekers op het naleven van de huisregels aanspreken.

In mijn ogen gaat dat alle perken te buiten!

Ik heb in mijn jonge jaren wel eens films gezien die zich afspeelden in de toekomst. Een toekomst vol anarchie, de strijd tussen de macht en het volk. We namen het niet serieus, waren ons terdege bewust dat het maar film was en sliepen er geen minuut minder om. Maar tegenwoordig bekruipt mij soms het gevoel dat we in die tijd zijn beland, dat die scenaristen eigenlijk een beetje gelijk hebben gekregen.

Maar ik ben een doemscenario-weigeraar.

Want, ik kan het niet vaak genoeg zeggen, de meeste mensen deugen. De terreur zoals hierboven beschreven staat speelt zich hoofdzakelijk af door een paar idioten en via de toetsenborden. De oorzaak van mijn eigen twijfel is dat de media er maar over blijft berichten en dat talkshows juist dit soort mensen spreektijd of zendtijd geven. Alles voor de kijkcijfers. Wat dit laatste betreft kijk maar eens naar sommige nieuwe omroepen die sinds kort een uitzendlicentie hebben gekregen, voor de toegevoegde waarde.

Nou, wat een toegevoegde waarde…

“Ik denk dat ik het toch op mijn lijstje ga zetten.” zei ik tegen mijn vrouw. “Want het is gewoon handig. Dan kan Sinterklaas daar mij wel om uitlachen maar ik heb toch niet meer zoveel met die nieuwe sinds ‘de Echte’ niet meer onder ons is.” Terwijl ik dat zei wist ik ook wel dat het nergens op sloeg, starend naar het papiertje waar enkel nog ‘Verlanglijstje Arjen’ op stond.

“Maar Arjen, we hebben geen hond en ook geen kat!” kaatste vrouwlief terug.

“Ja, duuh, dat weet ik. Maar we laten de hond van je vader uit en onze kinderen hebben allemaal katten dus dan is het altijd handig om het maar alvast in huis te hebben, voor als we moeten oppassen.” Terwijl ik dat zei was ik ook direct overtuigd van mijn gelijk en beschreef mijn wensen op het papiertje:

‘Poepzakjeshouder’

‘Kattenhengel’

‘Letter A, melk’

‘Hondenpakje (niet voor mezelf)’

 

Burenplicht

“Mous!” zei de groenteboer tegen mij en in eerste instantie keek ik hem verbaasd aan. Hoe weet hij dat mijn bijnaam ‘Muis’ is? En muis spreek je dan uit op zijn Gronings: mous? Nadat ik opnieuw keek naar wat ik op de toonbank had neergelegd, viel het kwartje.

In Groningen noem je boerenkool ‘mous’!

Ik had, terwijl ik het zakje boerenkool op de toonbank legde, ‘boerenkool’ geroepen. Stom van mij. Het heeft helemaal niets met mijn bijnaam te maken waardoor ik de toonbank.. eh.. plank weer eens flink missloeg. Dit zijn van die momenten dat je blij bent om een mondkapje te dragen want je kan je daarachter mooi verschuilen.

Eenmaal thuis legde ik de ‘mous’ in de vriezer.

Zodat de vorst er even goed overheen kon gaan. Want na deze koninklijke interruptie kun je namelijk de ‘mous’ voordat je het in de pan gooit, nog even flink vergruizelen zodat het extra fijn ‘gesneden’ is.

Het smaakte hierdoor nog lekkerder!

En het was het derde stamppotje van dit seizoen. Het eerste stampotje waarmee wij het seizoen openen was hutspot of stamppot wortels zoals ik dat hier ook wel eens hoor. In Den Haag en omstreken noemden we dat altijd ‘peen & uien’. Dat werd ook gebruikt in het scheldwoorden circuit:

“Hé jij daar! Ja jij, met je peen en uien muil!”

Daar kon ik altijd wel om lachen, vooral omdat de persoon in kwestie inderdaad een gezicht trok die te vergelijken was met een peen en uien muil. En nee, dat kan ik niet uitleggen in woorden. Dat moet je gewoon zien. Het tweede stamppotje wat wij hier in al elkaar gestampt hebben was stamppot appels, gemaakt door mijn vrouw toen ik niet thuis was omdat ik er niet zo van hou. Ik kan mij ook niet herinneren dat mijn moeder het ooit gemaakt heeft en ja, wat een boer niet kent dat vreet hij niet.

Gelukkig kan ik zelf koken.

Ik loop daar best wel mee te koop maar dat komt omdat het een flink onderdeel is van mijn leven. Van ieders leven. Want eten moeten we allemaal. Daarom probeer ik iedereen om mij heen te enthousiasmeren voor het koken. Dat de tijd die je erin stopt er aan tafel weer uitkomt. En daarbij is samen eten een hele sociale bezigheid en, iets wat we tegenwoordig aan het kwijtraken zijn, verbindend. Daarom reageerde ik onlangs ook op een oproep op Facebook van een jongen die ik nog ken uit mijn jeugd op Terschelling. Zijn 30-jarige motor, een BMW K100LT, vertoonde gebreken en dat stemde hem heel droevig want zijn gezondheid beperkte hem in het zelf repareren en uitbesteden zou wel eens duur uit kunnen vallen. Hij zag maar een uitweg en dat was verkopen.

De reacties op zijn post waren geweldig!

Want de een na de andere bood hulp aan en de rode draad was ‘Niet verkopen!’ En ik herkende er een soort van Burenplicht in, een (vrijwillige) plicht die op Terschelling heel normaal is. Zodra er iemand hulp nodig heeft komen de buren in actie. De een na de andere voormalige eilandbewoner bood zijn hulp aan om te helpen met de motor en dat was zo mooi om te zien dat ik spontaan aanbood om dan het eten te verzorgen. Het was een positieve golf die steeds groter en groter werd en ons even de negativiteit van de huidige tijd vergeten deed.

Positief was even écht positief!

De ontvanger vond dit natuurlijk overweldigend en kreeg op zijn beurt er weer energie van. Dit kon wel eens een hele spontane reünie worden van een aantal jongens die ooit tijdens hun jeugdjaren samen opgroeiden en nadien elkaar uit het oog verloren zijn.

Op zoek naar een bestaan aan ‘de Wal’ omdat er op het eiland niet voor iedereen werk was.

En ja, dan moeten we eerlijk zijn, deze positieve golf werd in gang gezet door social media. Plus de nodige sentimenten die we in elkaar herkennen en het romantiseren van vroeger. Naar de jaren dat je nog jong, fris en fruitig was zonder bijzondere lichamelijke klachten. Naar de jaren dat de wereld nog aan je voeten lag en dat je eigenlijk geen idee had tegen welke problemen je zou gaan oplopen.

‘We waren groen als gras’ zoals Acda & De Munnik zongen.

En zo was het ook. Tegenwoordig is dat groene bij de meeste jeugdigen er wel af. De grens van vroeg-volwassenen is behoorlijk naar beneden gesteld sinds we opgroeien met het internet. Kroop ik nog als jong pikkie achter de benen van mijn moeder als mij iets gevraagd werd, nu beginnen dit soort knaapjes hele discussies met je te voeren over allemaal hedendaagse problemen.

‘Super vet’ maar je krijgt zo wel minder tijd om kind te kunnen zijn…

Het probleem van de motor was dankzij een goede tip snel verholpen maar de eigenaar vond het wel jammer dat de reünie daarmee niet doorging. Gelukkig kwam hij op een creatieve oplossing, namelijk dat er natuurlijk wél een nabespreking moet komen! De zaak moet nog wel even geëvalueerd worden anders leren we er niet van en zal het probleem zich wellicht opnieuw aandienen.

Hoe kom je erop!

Dat is niet zo moeilijk. Wij waren dan wel groen als gras maar we wisten wel zelf na te denken. Met behulp van de bibliotheek konden we onze kennis vergroten door veel te lezen, in samenwerking met wat we in onze omgeving zagen. Maar ook door krachtige leerkrachten die ons wisten te prikkelen met hun enthousiasme. Aanvullend gebruikte je gewoon je fantasie. En dat is het verschil met tegenwoordig.

Want alles is of word voorgekauwd.

Met filmpjes op YouTube bijvoorbeeld. Je kan daar bijvoorbeeld zien hoe je een lekkere stamppot maakt. Of hoe je een mooie en originele Sint-Maarten lampion maakt. Zo worden kinderen vroegwijs. Het bewijs kwam aan de deur. Vier meisjes met lampions aan de deur, van een jaar of 10, 11, schat ik in. Na het zingen riep ik enthousiast:

“Goed gedaan, jongens!”

Waarop een van de meiden antwoordde: “Wij zijn vrouwen!”

 

 

De Club van het leven

Zanger, componist en tekstdichter Jan Rot is bezig met zijn laatste tournee. Letterlijk met zijn laatste tournee. Niet omdat hij met pensioen gaat, hij moet nog 64 worden, maar omdat hij niet lang meer te leven heeft. Terwijl hij met zijn laatste krachten uit zijn zieke lijf zijn liedjes zingt, ontregelen ‘voetbalsupporters’ de Nederlandse voetbalvelden. 

Waarom? Geen idee! 

Dat ze met bier gooien vind ik niet zo spannend. Bij Noorderslag was het ooit zelfs een traditie. Ik vind het eerder zonde. Want wat kost een biertje tegenwoordig in het Stadion? Vijf euro voor een halve liter? En dat gooi je dan op het veld, in de hoop een speler van de tegenstander te raken. 

Wat een lol.

En wat zetten ze zichzelf te kijk. Want iedereen om hen heen ziet nu dat je eigenlijk niet tegen drank kan. Je koopt het wel maar eigenlijk lust je het niet. Toch? Maar het is een rare gewaarwording. Ik bedoel, als je een broodje kroket koopt gooi je dat vervolgens toch ook niet naar iemands hoofd? En is deze tijden van crisis zou ik toch wat zuiniger omgaan met mijn euro’s. Of heb je die genoeg? Dat zou bijzonder zijn want de Voedselbanken zijn niet voor niets in het leven geroepen. Of worden deze gasten gesponsord door Pap en Mam, om zo conflicten in het huishouden te voorkomen? Grappig detail is dat bij Feyenoord het bier het goedkoopst is. Maar dat komt omdat het eigenlijk een lightversie is van het echte grote mensenbier.

Dan snap ik het wel dat je het wilt gooien!

Maar waarom moet alles gesloopt worden? Waarom moet alles kapot? Waarom plegen ze dan geweldaanslagen op stewards, handhavers en politieagenten door ze onder andere te bekogelen met vuurwerk? Geen wonder dat er steeds meer stemmen opgaan voor een algeheel vuurwerk verbod. Trouwens, even eerlijk, het is niet alleen dat clubje voetbalhooligans die steeds met vuurwerk voor de dag komen. Nee, er is ook nog een clubje die geloven dat we in een dictatuur leven en om dat kracht bij te zetten gooien ze ook vuurwerk naar de politie. 

In de Naam der Vrijheid??

Het is gewoon drammerig, egoïstisch en extremistisch gedrag van de bovenste plank. En we weten wat extremisme allemaal voor ellende veroorzaken kan. Maar waar komen al die frustraties vandaan? Komt het omdat je club nooit wint? Hoor je je hele leven al bij de verliezende partij? Het is maar voetbal hoor. Een spelletje. Ooit bedacht ter vermaak van de spelers maar ook voor het publiek. 

Of is het verveling?

Maar hoe dan? Want je hebt alles! Maar je wilt meer want met minder nemen we geen genoegen. Een seizoenkaart van gemiddeld 400 euro is niet genoeg en daarom moeten we wel rellen. Uiteraard met sjaal voor het gezicht en capuchon op want overal staan camera’s. En als die er niet zijn dan is er altijd wel iemand in de buurt die jouw acties even vast wil leggen.

Dát is pas een beperking van je vrijheid!

Maar ja, dat snap je later pas, wanneer je voor de rechter staat. En dan komt de spijt, vooral omdat je de rest van je leven weet waar je voor werken moet. Was nou maar gewoon tevreden geweest met je leven. Was bijvoorbeeld bij een club gegaan. Zo zat ik vroeger bij een voetbalclub en volleybalclub. En bij een gymnastiekvereniging. Je had dan je wekelijkse trainingen en in de weekenden de wedstrijdjes. Met andere woorden, je had geen tijd om überhaupt naar een stadion te gaan laat staan tijd om te rellen. We leefden gewoon ons leven.

En ja, met zo nu en dan een teleurstelling.

Toch schijnt er behoefte te zijn aan clubs. Zo zie ik regelmatig een banner voorbijkomen van de zogenaamde Avontuurlijke 50+ Klub. In eerste instantie dacht ik hier te maken te hebben met een soort dating- annex parenclub, maar dat was weer mijn verdorven geest. Kan ik niks aan doen hoor, is gewoon een stofje in mijn hoofd wat minder aan het worden is. Waarom ze club met een K schrijven is mij onduidelijk maar misschien zijn het Friezen.

Die schrijven bijvoorbeeld akwadukt in plaats van aquaduct.

Deze 50-plussers verzinnen wekelijks allerlei activiteiten die ze dan samen kunnen doen. Van museumbezoek tot aan Punniken in het Bos en van een college in Kunstgeschiedenis tot aan een High Tea in Hogere Sferen(?). En dat allemaal met één doelstelling: om je vrije tijd én geest een zinvolle invulling te geven. Nobel streven hoor, en ze rellen er niet bij alhoewel ik wel heel veel 50-plussers bij die zogenaamde demonstraties voor de vrijheid zie lopen en dansen.

Maar dat is een vooroordeel dat ik niet kan staven.

Allemaal niet mijn ding. In mijn ogen plaats je jezelf buiten de diversiteit aan generaties. Ik ga het liefst met alle leeftijden om. Want als ik alleen met 50-Plussers om zou gaan dan vermoed ik dat de onderwerpen van gesprek alleen maar gaan over het komende pensioen, de kinderen en de kleinkinderen, de reizen naar resorts in verre landen en de te dure brandstofprijzen. En over de jeugd, dat ze rellen en alles moeten slopen.

“Dat deden wij vroeger niet.”

Onzin natuurlijk want rellen is van alle tijden. Alleen is er wel een verschil met toen en nu. Toen hadden we niet zoveel afleiding én welvaart als nu. Wellicht uit verveling of geïnspireerd door anarchistische ideeën of onder invloed van wierook en andere ‘genotsmiddelen’ werd er nog wel eens gereld. Of men deed het vanuit idealistisch oogpunt, voor een betere toekomst voor onze nakomelingen.

Dat is deels gelukt.

Deels, want veel zaken zijn weer teruggedraaid door de politiek. Maar ook daar zullen we mee moeten leren leven want we leven nu eenmaal een democratie. Met al haar haken en ogen want een perfecte wereld bestaat helaas niet. Je kan er wel aan bouwen door jezelf een beetje te gedragen, zowel jong als oud.

Jan Rot zal ons straks moeten verlaten.

Maar zijn glas blijft half vol en niet halfleeg!!!

 

Een mooie dag

Als je allebei werkt wil het nog wel eens voorkomen dat je elkaar even niet tegenkomt. Zo had ik onlangs vijf avonddiensten en mijn wederhelft vijf dagdiensten. Ja, dan zie je elkaar niet veel. Toen ik vorige week vrijdag na de laatste avonddienst thuiskwam werd ik verwelkomd door een leuke, mooie vrouw die gezellig in haar stoel een wijntje zat te drinken. Het weekend stond immers voor de deur. Ik herkende haar als mijn geliefde maar stelde mijzelf toch maar even voor: “Hoi, ik ben die man die al de hele week ‘s nachts bij je in bed kruipt!” En gaf haar een spontane, dikke kus. 

Het was fijn elkaar weer te zien. 

Avonddiensten zijn niet mijn favoriete bezigheid. Ik mis het samen warm eten maar ook het samen zijn in de avond, dat geeft toch net even een ander gevoel dan, bijvoorbeeld, samen ’s morgens ontbijten. Maar het voordeel van elkaar even niet zien was dat we nu veel te bepraten hadden want ja, als je elkaar heel vaak ziet ben je wel eens uitgeluld. Of het gesprek slaat om naar dagelijkse sleur en komt al gauw de haast in -elk -huishouden-wel -eens -te -horen -zin om de hoek kijken:

‘Je hebt weer niet geluisterd he?!’ 

Nou, deze keer had ik wel oren naar een goed gesprek en ik verbaasde mijzelf dat elke zin die zij mij voorlegde, daadwerkelijk tot mij doordrong. Natuurlijk zag ik wel iets van argwaan in haar ogen maar ze vond het resultaat belangrijker. Nu moet ik wel zeggen dat ik zelf wel verrast was over mijn inbreng maar nadat ik intern even een factchecker liet meedraaien, sinds mijn prikjes in mijn lichaam aanwezig, bleek het te gaan om een welgemeende actie.

En daar bleef het niet bij.

Dat kwam na mijn tweede glas wijn.  Ineens zei ik: “Zullen we anders zondag even naar Stad om te gaan winkelen?” Nu hoor ik al vele lotgenoten denken: ‘Drank maakt meer kapot dan je lief is’ maar in dit geval moet ik die teleurstellen want ik wilde het echt. Oké, één fractie van een seconde speelde het wel even door mijn hoofd: ‘Zei ik dat nou echt? En ben ik dan wel op tijd terug voor Ajax- PSV?’ Maar die fractie kreeg geen voet aan de grond en daardoor zat er een hele gelukkige vrouw naast mij.

Vervolgens liepen we in polonaise naar boven en kropen intens gelukkig het bed in!

De zaterdag mocht ik helemaal naar mijn eigen zin inrichten en dat deed ik dan ook grotendeels in mijn mancave. Zij liep ondertussen fluitend door het huis en allebei hadden we een heus Huisje Weltevree dagje. Toch voelde ik in de loop van de dag een soort van beklemmend gevoel opkomen maar een paracetamolletje deed wonderen. De dag werd met een spannende Scandinavische Netflixserie afgesloten en de wekker werd gezet zodat we de zondag optimaal konden besteden.

De zondag waarvan je wist dat die zou komen…

Schoenen. Nieuwe schoenen waren eigenlijk de reden om naar Stad te rijden. Ze was al lokaal wezen kijken maar dat deed ze A: alleen en B: ze kon geen keuze maken. Normaal gesproken was er altijd wel een vriendin die mee zou gaan maar die was even niet voorhandig. En sinds haar vaste vriendin al ruim een jaar lang een vriend heeft en de hele dag met een verliefde glimlach op haar gezicht rondloopt, bleef ik over. Want ik zou eventueel misschien wel wellicht of mogelijkerwijs een doorslaggevend oordeel kunnen geven.

Ja, het kan verkeren.

Rond half een waren we in Stad en het was heerlijk, zonnig weer. Die ochtend had ze nog wel geopperd om in plaats van te gaan winkelen te gaan fietsen maar dat voorstel werd resoluut verworpen door mij. Een man een man, een woord een woord. Hand in hand liepen we naar de eerste schoenenwinkel. De eerste schoenenwinkel volgens haar plan. Want nadat we die eerste winkel weer uitliepen wilde ik naar die van de overkant maar dat had ik niet goed, die winkel had niet de schoenen die zij zocht. Ik vind dat zó knap! Dat je dat al van tevoren weet! Dat deed mij denken aan de bijzondere gaven van een andere vrouw, ene Jomanda. Deze in blauwe vitrage geklede dame hield via de radio en seances in het land half Nederland voor de gek door mensen op te roepen flessen water bij de boxen van de radio te zetten. Want dan werd dat water ingestraald. Dit is waarschijnlijk net zoiets!

Een soort derde oog denk ik.

Vervolgens liepen we van winkel naar winkel en regelmatig gaf ik aan dat het zo gezellig was. Zij keek mij dan enkel vertwijfeld aan. Maar het doel heiligt de middelen en voorlopig was ze lekker aan het winkelen en sterker nog, haar mannetje ging zelfs mee naar binnen!

Bij de derde winkel was het raak!

“En wat moest je nog meer hebben?” vroeg ik, nadat we weer buiten stonden. “Euh, ik moest eigenlijk alleen nieuwe schoenen..?” “Oké,” zei ik, “maar het is nog vroeg en er zijn ook nog andere winkels toch?” Natuurlijk kreeg ik gelijk en vervolgens liepen we van winkel naar winkel. Ook hier werden sommige kledingwinkels straal voorbijgelopen. Maar ik liet dat los en bleef keurig volgen. “Eigenlijk,” zei ik toen we de Herestraat uitgelopen waren, “eigenlijk ben vandaag naast je vriend ook je vriendin!” Ze wist nu zeker dat ik vol in de overdrijfversie zat en trok mij weer mee de winkel in die we nu voor de tweede keer betraden. Bekend terrein en ik nam direct positie in voor het pashokje. Na het ‘Kan ik u helpen’ werd het ene na het andere kledingstuk gepast en na mijn goedkeuring zaten we om twintig over vier in de auto.

Ze was blij met wat ze gekocht had.

Zei ze tegen mij.

Om kwart voor vijf waren we thuis en schakelde ik de voetbalzender in en zag de spelers van Ajax en PSV het veld oplopen.

Het was een héle mooie dag!

 

 

Tussen de eilanden

Wij mochten vorig weekend op Terschelling een Bed & Breakfast runnen. De eigenaresse en vriendin van ons ging even een paar dagen naar de Wal. Eerder waren we zelf al eens gasten van deze B&B tot grote vreugde van mijn geliefde. Vrouwlief is namelijk erg gecharmeerd van B&B’s. Ze kijkt daarom ook graag naar de TV serie Bed & Breakfast en diep in haar hart zou ze er zelf ook wel een willen runnen.

Natuurlijk maak ik mij daar zorgen over.

Want het is niet enkel de gasten verwelkomen en een lekker ontbijtje neerzetten. Er komt veel meer bij kijken, kijk maar naar het tv-programma. B&B gasten zijn kritisch. Ze hebben thuis alles naar hun eigen hand gezet en eigenlijk verwachten ze dat ook op andere plekken waar ze vertoeven. En daarom blijft het nooit alleen bij gasten ontvangen en ontbijtjes maken want klussen is het derde wiel aan de wagen. Want dan moet er ineens een hakie in de douche voor de handdoek. Of een plankje boven de wastafel. Of een kastje voor kleding. Of de kabels van het teeveetje aan de muur moeten weggewerkt worden. Of er moet een soort van waarschuwing op die te lage balk tegen het kopstoten. Of er moet een douchedeur in de douche geplaatst worden want het ontbrekende douchematje wordt nat.

En ja, waar is dat douchematje eigenlijk?

Gelukkig had deze B&B het prima voor elkaar en verwelkomde mijn wederhelft de gasten op haar aller charmantst en verzorgden wij het ontbijt. Of nee, zij verzorgde het ontbijt en ik moest telkens mijn goedkeuring geven voor het steeds meer vullende dienblad. Maar daar had ik geen tijd voor. Ik was aan het nadenken over de gebeurtenissen die zich lang geleden op andere eilanden afspeelden, om precies te zijn de Zeeuwse (schier)eilanden. Wij hadden namelijk de film gezien, De Slag om de Schelde, en waren daar erg van onder de indruk geraakt.

Wat een treurnis, angst, leed en verdriet!

En ongekende heldenmoed! Ik kon het niet loslaten. Waarschijnlijk ook omdat er een groepje mensen is die de ellende van toen vergelijken met het heden. Die roepen dat hun vrijheid afgenomen is door hun eigen regering, demonstreren met Jodensterren op de borst en noemen hun vijanden ‘NSB’ers of ‘Bruinhemden’.

Ik heb medelijden met hun geschiedenisleraren…

Want kijk naar ‘De Slag om de Schelde’ en weet dat de vergelijkingen volledig mankgaan. Het was toen écht oorlog. Al vier jaar zat ons land in de greep van een agressor en werd je geliquideerd wanneer je verzet pleegde. Of je werd doodgeschoten omdat de vijand de dader(s) van een aanslag niet te pakken kon krijgen, dan werd je gewoon van straat geplukt en waren de laatste beelden het vuurpeloton.

En laat ik de martelingen niet vergeten!

Het was oorlog, geen pandemie. Inmiddels 76 jaar geleden. ‘Dit nooit weer!’ zeiden we tegen elkaar. In de loop der jaren ben ik die woorden steeds meer gaan begrijpen. Vanaf jonge leeftijd werden wij theoretisch wel bewust gemaakt dat oorlogen niet fijn zijn maar visueel lag dat toch wat anders. Wij keken naar oorlogsfilms die de situatie toch wat rooskleuriger neerzette dan de werkelijkheid. We zagen de ene na de andere held het kwaad vergelden op zo’n manier dat wij daar als kijker enige voldoening van kregen.

Ver van de waarheid.

De documentaires en films die later gemaakt werden, naderden toch meer de werkelijkheid. Het zwijgen over de verschrikkingen werd doorbroken en ineens zagen we tijdens het geweld de mens tevoorschijn komen: de angst in de ogen, de tweestrijd over welke keuzes er gemaakt moesten worden, de woede en het verdriet, het enorme verdriet voor alle partijen, voor beide kanten van de loopgraven. Deze mensen waren niet alleen maar met zichzelf bezig. Zij offerden hun leven, niet voor eigen gewin maar voor het algemeen belang.

Tegenwoordig tiert het egoïsme welig…

Van de week moest ik even een sleutel bijmaken en tegenover deze winkel staat een oorlogsmonument. Met daarop de namen van heel veel mensen die de oorlog niet overleefd hebben. Mijn ogen lazen de namen en in mijn geest vormden zich beelden van mensen in doodsangsten, onder erbarmelijke omstandigheden. Namen van vaders, moeders, oma’s en opa’s, kinderen…

‘Dit nooit weer!’

Zeiden we tegen elkaar. Want we kwamen erachter dat de meeste mensen deugen. We verenigden ons met andere landen en culturen maar een oorlog voorkomen is nog niet gelukt. En dat zal ook niet lukken ben ik bang want de manier om een oorlog te voeren is aan het veranderen. Want niemand zit te wachten op de gevolgen van oorlog voeren, zoals bijvoorbeeld PTSS. En dat is echt niet iets van de laatste jaren, ook na de Bevrijding in 1945 vielen er nog slachtoffers te betreuren.

Elke oorlog is traumatisch!

Daarom neemt oorlogstuig zoals drones en lange afstandsraketten het van de mens over. Die kijken de vijand niet in de ogen, die zien de angst niet en die zien niet of ze te maken hebben met een zoon, dochter, vader of moeder. Ze doen gewoon waarvoor ze geprogrammeerd zijn, namelijk het doel totaal te vernietigen.

Ons rest maar te hopen dat niemand de keuze maakt op de knop te drukken.

Maar voorlopig leven we hier in vrede en vrijheid alleen lijkt het wel of we het verleden vergeten. Sommigen kunnen de vrijheid niet aan, worden agressief omdat ze te veel met zichzelf bezig zijn. Kijk naar de bedreigingen via het internet, het liefst anoniem. Of kijk naar het geweld op straat, de messentrekkerij, het kopschoppen of de agressie tijdens een demonstratie. Of zoals van de week, opnieuw, het rellen tijdens of na een voetbalwedstrijd.

Rondom een voetbalwedstrijd!

Mijn vrouw loopt vrolijk de kamer binnen nadat ze de gasten uitgezwaaid had. Ik was weer terug in het heden, in een B&B op Terschelling. Ook ooit een ‘bezet’ eiland, nu met een eigen Oorlogsmonument en geadopteerde oorlogsgraven van jonge mensen van een andere nationaliteit die zich opgeofferd hadden voor onze vrijheid.

“Kijk eens! Ze waren zó tevreden dat ik een doosje chocola gekregen heb!”

 

Gekkigheid

Nadat Giel Beelen de onzin in het leven nog eens benadrukte door een goedje op de markt te brengen waarmee je je innerlijke zelf kon vinden, besloten wij die innerlijke rust te zoeken op ons geliefde Waddeneiland, Terschelling. Dat is inderdaad nog een ouderwetse manier maar in al die jaren dat ik op deze wereld leven mag blijf ik hier toch steeds die innerlijke rust in mijzelf vinden.  

Zonder toevoegingen! 

Gewoon puur natuur. Daar is niks gelogen aan en de NVWA hoeft daar geen onderzoek aan te verspillen. We ruilen even dit soort gekkigheid van het leven in voor een portie innerlijke rust op natuurlijke basis. Gekkigheid ja, want dat zien we steeds vaker om ons heen. We vinden tegenwoordig overal wat van en geloven niemand meer. Zelfs als je er jaren voor gestudeerd hebt is het niet meer vanzelfsprekend dat men jouw beweringen nog zal geloven.  

Het wantrouwen tiert welig. 

Maar zodra er een DJ opstaat met een goedje om je innerlijke rust te vinden, lijken de sceptici van de wetenschap ineens een stuk minder sceptisch. Want het is wel Giel Beelen en die is hip. Ooit kon ik hem wel waarderen als DJ van 3FM want hij ging echt voor de muziek.  

Ondanks zijn fratsen en grollen. 

Gekkigheid die soms nogal controversieel was en meerdere malen tot ontslag leidde. Dat had dan weer niks te maken met de stand van de Maan zoals de meiden Van Lexmond beweren. Dat had gewoon te maken met de feiten, dat er grenzen zijn aan extremiteiten in onze beschaving. En zo zijn er meer ‘bekende Nederlanders’ die steeds weer opnieuw aandacht weten te genereren in plaats van gewoon te doen waarom ze ‘bekende Nederlanders’ geworden zijn: 

Zingen, acteren, vloggen, bloggen, rappen of wat dan ook. 

Maar ach, elke gek zijn gebrek. Deze aandachttrekkers verdienen geen aandacht maar ze halen bij mij het bloed onder de nagels vandaan. En de media moet zich ook eens achter de oren gaan krabben. Waarom ze hier haast dagelijks berichten over plaatsen. Het is tenenkrommend dat dit soort geleuter een podium krijgt van journalistiek Nederland terwijl er toch echt veel belangrijker zaken zijn die verslagen moeten worden.  

En dan heb ik het niet over dat kinderachtige gedoe in de Tweede Kamer! 

Waar ze elkaar dagelijks de loef proberen af te steken. Niet voor het volk maar enkel voor eigen gewin met oneliners die de media halen. Het liefst zo agressief mogelijk. Want dat is de tendens van tegenwoordig. Met twee benen erin gaan om de ander zo snel mogelijk te kunnen uitschakelen.  

En dat is terug te zien in de maatschappij. 

De politie bevestigd dat er veel meer agressie is in ons land. We schelden elkaar bij het minste geringste verrot of we bedreigen elkaar, anoniem natuurlijk, met de meest vreselijke verwensingen. Zo zagen we Sigrid Kaag afgelopen week aan het woord met de dader die haar en haar familie bedreigd had. Ik heb niet zoveel met haar als politicus maar ik vond nu dat ze goed bezig was door die gozer even heel duidelijk te maken wat een impact dreigementen kunnen hebben.  

Van elk woord wat ze zei droop de angst af. 

De dader vond dit wel heel confronterend (en hij was natuurlijk niet de enige in die rechtszaal..) en ging diep door het stof. Hij deed dat zoals de meeste bedreigers dat de afgelopen jaren deden, met laffe antwoorden zoals: “Ik deed het in een opwelling van woede…ik was te impulsief…ik had er niet over nagedacht..”  

Hij kreeg gevangenisstraf. 

Ik zou een andere straf geven. Ontneem hem alle digitale kanalen zodat hij bij de volgende dreiging iets meer zou moeten doen. Net als vroeger! Eerst een krant kopen, daar met een schaar de dreigende woordjes uitknippen, die woordjes op een A4’tje plakken (wel in de goede volgorde..), dan netjes het papier vouwen zodat het in een envelop past, vervolgens het adres erop zetten en niet vergeten een postzegel te plakken want anders krijgt de ontvangende partij er ook nog een boete over van Pieter Post.nl.  

Oh ja, ook nog naar buiten, op zoek naar een brievenbus! 

Als je dan gepakt wordt dan hebben we het ergens over! Dan kom je er niet mee weg door te stamelen dat het een impulsieve actie was omdat je boos was geworden op iemand die anders denkt dan jij. Dan was het met recht een doordachte actie en krijg je wellicht wat jaartjes strafvermindering en mag je iets eerder weer meedoen in de maatschappij. 

Zoals die andere miljoenen Nederlanders die niet deze gekkigheid uithalen. 

Het maakt mij kwaad en dat moet ik los zien te raken. Die kwaadheid over al die onzin die we dagelijks over ons heen krijgen geeft bij mij juist innerlijke ónrust. Daarmee kan ik niet meer op zoek naar mijn innerlijke zelf en raak ik misschien wel het spoor bijster. En ja, daar is het volgende echte probleem waar wij in dit land mee te maken hebben, de GGD’s kunnen de vraag niet meer aan om al die mensen te helpen die hun innerlijke zelf kwijt aan het raken zijn.  

Geen wonder dat we dan naar dat spul van Giel Beelen gaan grijpen! 

Gelukkig heb ik uitwijkmogelijkheden genoeg om mij heen. Maar dan moet je er wel oog voor hebben. Zo fietsen wij graag in het Groninger landschap en komen dan totaal ontspannen weer thuis. Zonder te kijken naar de Maanstonden, zonder druppels te slikken maar met een gezonde dosis realiteitszin. Want alles draait om de eenvoud, het leven is al ingewikkeld genoeg. 

Maar nu dus een weekendje Terschelling.  

Daar zijn wij sinds vrijdagmiddag mee bezig en vanaf het moment dat we de boot opstapten, voelde ik al wat kriebelen in mijn innerlijke ikje. Na een heerlijke reis over de prachtige Waddenzee en nadat wij met onze fiets het eiland op fietsten werden de kriebeltjes kriebels en wist ik weer waar mijn innerlijke zelf was. Daar heb ik geen ‘influencer’ voor nodig. 

Mijn innerlijke zelf ligt al jaren hier, tussen de dijken en de duinen! 

 

 

 

Een nieuwe herfst

‘Herfst verkleurt weer langzaam alle bomen, ‘k heb ’s nachts allang weer m’n pyjama aan’, zong Gerard Cox, een regeltje uit de klassieker ‘Het is weer voorbij die mooie zomer’. Dit nummer druipt van de nostalgie en doet mij dan ook altijd terugverlangen naar vroeger, toen de zomers nog zonnig waren en de dagen eindeloos leken. Het verkleuren van het blad aan de bomen blijf ik een mooi schouwspel vinden, ondanks dat ik geen herfstmens ben. Of laat ik het anders stellen, ik kijk altijd tegen de herfst op maar als ik er eenmaal inzit kan ik het ook wel weer waarderen.

Mits het niet regent!

Met het vallen van de bladeren vallen ook de eikels weer van de bomen maar volgens een bericht in de krant vallen er dit jaar te weinig. Hierdoor komen de wilde zwijnen op de Veluwe in de problemen want die vinden een eikeltje een lekkernij, zoals wij mensen graag patat of biefstuk eten. Vreemd verhaal.

Eikels genoeg in onze samenleving zou je zeggen.

Maar die herfstkleuren kleuren onze wereld en dat geeft de burger weer moed om er extra van te genieten. Mijn lieve echtgenote heeft van de week de koektrommel alweer gevuld met speculaasjes en ik zal op korte termijn een lekkere hachee maken met rode kool en zelfgemaakte aardappelpuree. 

Met echte aardappelen van het Groninger land!

Of een stamppotje. Wie lust dat niet, die traditionele gerechten die aan de seizoenen gebonden zijn. Nu kan ik wel zeggen dat mijn vrouw stamppotjes lust los van het seizoen. Een boerenkoolstamppot midden in de zomer terwijl de mussen van het dak vallen kan ik haar dan zo voorzetten. Met de bekende worst natuurlijk. Ik probeer dat steeds tegen te houden want wat de voeding betreft ben ik wel heel erg conservatief ingesteld. Stamppotjes eet je in het najaar, met uitzondering van een stamppotje rauwe andijvie.

Die maak ik trouwens onder protest.

Vanwege de andijvie die mijn moeder (sorry Mam) mij altijd voorschotelde. In mijn herinnering stond het pannetje andijvie de hele ochtend te pruttelen en werd het om 12 uur geserveerd. Klokslag 12 uur want structuur was belangrijk in ons gezin. Het was de olie in een constant draaiende machine. Maar van die andijvie heb ik een klein traumaatje overgehouden. Nadat ik op mijzelf ging wonen deed ik de andijvie direct in de ban tot ik het zelf leerde koken, toen begon ik het ietsjes te waarderen. En om nog even terug te komen op mijn moeder, zij kookte verder prima hoor, het was puur de andijvie waarvan ik gruwelde. 

Mijn middelste zoon roept zelfs dat zijn Oma het allerlekkerste kookt!

Terwijl ik toch een opleiding voor kok gevolgd had. Maar ja, Oma’s hè, die hebben altijd een streepje voor bij de jeugd. Ik kan mij ook nog de dikke jus op de vastkokers herinneringen van mijn Oma van moeders kant en de groentesoep en komkommer in het zuur van mijn Oma van vaders kant. Net als de jeneverfles van mijn Opa die hij onder zijn stoel op de grond legde wanneer de fles visueel leeg leek te zijn. Leek, want zodra de fles horizontaal lag versmolten minuscule jeneverdruppels met elkaar tot een volwaardig slokje voor het eten.

Onder het genot van een mooie Bolknak sigaar van Avior of Hofnar.

Dat vond ik als jochie natuurlijk erg interessant en keek ik vol bewondering naar dit schouwspel, totdat ik beroerd werd van de blauwe rook die de kamer vulde. Zodra de rook om mijn hoofd weer verdwenen was, pietpeuterde ik snel het sigarenbandje van de peuken in de asbak af en plakte die in mijn verzamel schrift. Rond mijn 12e pikte ik de peuken uit de asbak om ze achter huis aan te steken waarmee ik mijn (ex-)verslaving in gang had gezet. Een verslaving die ik vier jaar geleden beëindigd heb. 

Maar ik dwaal weer eens af.  

Al die winterkost is vaak stevige kost waardoor je wel moet oppassen voor je gewicht. Want we zijn te zwaar aan het worden. Naast dat wij zwaargewichten daar zelf al veel moeite mee hebben, heeft de uitvaartbranche er ook steeds meer moeite mee. Steeds vaker moeten de kisten breder gemaakt worden omdat de overleden persoon veel te dik is. En dat is nog niet alles, de overledenen zijn daardoor ook veel zwaarder en moeten de dragers een tandje bijzetten of ze schakelen over naar 8 dragers.

En ja, de energieprijzen komen ook hier om de hoek kijken!

Want te zware mensen moeten ook langer de oven in. Dat kost sinds we weer gezellig in een energiecrisis zitten extra brandstof en ook nog eens extra tijd. Nu is het niet zo dat je dan net als de hierboven genoemde andijvie een hele ochtend moet pruttelen maar reken maar gauw op een kwartiertje extra per kist.

Positief hieraan is dat de koffie met cake of de borrel tijdens de napraat ook kwartiertje langer kan.

Want vaak zijn crematoria net zo druk als de rijen bij de Mac-drive, de benzinepompen in Duitsland en de Ikea.  En dat is best wel gek. Want soms duren bevallingen wel uren of zelfs dagen wanneer de baby nog geen zin heeft zich naar buiten te persen.

Je krijgt meer tijd om ter wereld te komen dan om eraf te gaan lijkt het wel.

Ach ja, gekkigheid natuurlijk. Maar wel zaken waar iedereen wel mee te maken krijgt. En vooral als we in de herfst van ons leven zitten, denken we er steeds vaker aan. Ik ook. Eigenlijk sinds ik over ‘de helft’ ben. Daar zou je van in paniek kunnen raken maar ik word er juist rustiger van. Ik geniet steeds meer van de kleine dingen en hóef niet meer alles te zien of te beleven. En nee, ik ben absoluut nog lang niet klaar met het leven want het leven is verrukkelijk!

Op één ding na!

Daar kan ik mij mateloos aan irriteren en voor mijn gevoel begint het elk jaar eerder. Was het voorheen nog in de herfst, tegenwoordig begint het al half augustus begin september.

Wat?

Het bladblaasseizoen!

 

 

Nog even aandacht voor de Pestvogel

Nu we ‘de Week van het Pesten’ achter de rug hebben plak ik er nog een dagje extra aan vast. Want net als vele anderen heb ik een ontzettende hekel aan pesten. Het woord ‘pest’ heeft een negatieve lading en ja, het is afgeleid van de ziekte die in de Middeleeuwen welig tierde. Tientallen miljoenen mensen zijn er toen aan gestorven en ik kan mij voorstellen dat ze toen dachten: 

Dit nooit weer! 

Het lukte ze gelukkig om de Pest uit te roeien maar het pesten ging gewoon door. Daarom hebben we ‘de Week van het Pesten’ bedacht. Om er aandacht aan te geven, in de stille hoop dat het een keer ophoudt.  

Terwijl de Pestvogels zo nu en dan overvliegen. 

Een negatieve naam voor een hele mooie vogel en dat zijn veel vogelaars het met mij eens. Waarschijnlijk heeft dat te maken met onze taal. Het Nederlands smijt graag met ziektes terwijl de Engelsen, de Duitsers en de Fransen veel liever werken met poep, pies of seksueel getinte scheldwoorden. Hopelijk noemen ze de Pestvogel in die landen dan niet de Kutvogel of de Piskuif, ook dat zal afbraak doen aan een prachtige vogel. 

De Koekoek, die kun je wel verdenken van pestgedrag! 

Die legt haar eieren gewoon in een nest van een andere vogel. Die ruimte krijgt ze nadat ze het geluid van een Sperwer imiteert waarna de oorspronkelijke bewoners van het nest op de vlucht op de vlucht slaan. Daarna kan ze haar eieren leggen en vervolgens vliegt ze weer weg van haar verantwoordelijkheid. 

Echt duivels gedrag van die Koekoek! 

Maar laat ik bij het onderwerp blijven, pesten. Tijdens mijn jonge jaren en nog voordat ik puber werd, hoorde ik bij het groepje pestkinderen. Dat speelde zich voornamelijk af op de Lagere School en dat was in de tijd dat er nog nauwelijks aandacht aan besteed werd. Natuurlijk pesten kinderen elkaar wel eens, ik werd zo nu en dan ook gepest, maar ik heb het hierover regelmatig pesten. Ik wist donders goed dat ik meedeed met de rest en maakte het enkele klasgenoten het leven zuur. Zonder geweld, maar woorden of uitlachen kunnen geestelijk nog veel zwaarder zijn. Het zal vast te maken gehad hebben met groepsgedrag maar ik vertik het om mij daarachter te verschuilen.  

Maar dat ik eraan meedeed is een feit. 

Daar kwam ik achter nadat ik zo rond mijn 25ste in contact kwam met een van mijn oud klasgenoten. Door haar werd ik met de neus op de feiten gedrukt. Zij vertelde een rottijd achter de rug gehad te hebben op de Lagere School terwijl ik altijd met warme gevoelens terugdenk aan die periode. Haar verhaal raakte mij enorm en het voelde als een keiharde confrontatie met de realiteit.  

Sindsdien ben ik een fanatieke tegenstander van pesten.   

Nadat ik zelf kinderen kreeg met de daarbij behorende verantwoording, benadrukte ik dat naar de kinderen. “Waag het niet om wie dan ook te pesten!” Dat valt gewoon in de categorie ‘opvoeden’ en staat onder het kopje ‘sociale omgangsnormen’.  Ik gaf dat ook aan op school en overal waar de jongens zich vertoonden. Er zijn ook ouders die hun kinderen altijd geloven en dan zeggen “Dat doet mijn kind niet!” maar die verschuilen zich achter hun eigen waarheid doordat ze met oogkleppen op lopen. Ik keek gewoon naar hoe ik zelf was op die leeftijd en wist donders goed dat er wel eens wat gejokkebrokt moest worden wanneer ik weer eens door baldadigheid in een benarde positie was beland. En ja, soms is pesten een reactie op irritant gedrag van anderen, dat begrijp ik ook wel. Ik probeer ook wel eens iemand de gek aan te steken maar ik incasseer dan ook weer. 

Met een lach.  

En ik beken. Ik schrijf ook wel eens wat lelijks over Marco Borsato, dat hij mij op de een of andere manier enorm irriteert. Zijn liedjes maar ook zijn verschijning en al dat geneuzel eromheen. Maar ook recenter, over een aantal mensen die de wereldwijde pandemie ontkennen ‘want het is maar een griepje.’ Want steeds vaker zie ik dat er een groepje mensen de grens van tolerantie voorbijschieten en zichzelf boven de wet plaatsen omdat ze er anders over denken. En sommigen slaan zo door dat ze dreigementen of zelfs geweld nodig hebben om hun zin door te drijven. Daardoor wordt het steeds moeilijker om er begrip voor op te brengen en wint de irritatie door alle onzin die ze verspreiden. 

Tot tien tellen helpt. 

Of gewoon door snel door te scrollen of het item verwijderen uit de tijdlijn op social media. Want ik kan er niks mee. Als ik erop zou reageren dan krijg je direct een hele batterij reacties erop terug, reacties die er vaak niet om liegen en ver weg staan van de werkelijkheid.  

Vaak veroorzaakt door eigen chagrijn en gevoed door algoritmes om de maatschappij te ontwrichten. 

Helaas is ‘De Week van het Pesten’ alweer voorbij en hoop ik maar dat we volgend jaar er geen aandacht meer aan hoeven te geven. Dat iedereen na deze week eens goed is gaan nadenken over dit lelijke fenomeen en zichzelf een goed in de spiegel bekijkt. Dat door groot succes ‘De Week van het Pesten’ zichzelf opgeheven heeft. Maar niet alleen op de scholen maar ook op andere plekken, zoals bijvoorbeeld op de werkvloer waar vele volwassenen (!) zich schuldig maken aan pestgedrag. Want ook daar gebeuren dingen die we tegenwoordig, in een wereld waar iedereen zichzelf moet kunnen zijn, niet door de beugel kunnen.  

Zoals bijvoorbeeld vuurwerk gooien naar hulpverleners of handhavers.  

Debiel gedrag van de hoogste orde. Gedrag wat al vanaf jonge leeftijd afgekeurd zou moeten worden door de opvoeders want ook dat hoort bij het opvoeden en valt onder het kopje ‘respect voor anderen.’ Doemdenkers zullen mij naïef vinden en mij daarom uitlachen. Ook dat is een vorm van pesten.  

Gelukkig is voor de meeste mensen het glas halfvol en weet ik wel beter.   

 

(Foto: De Pestvogel, gespot op Terschelling door Peter van Suijlekom) 

 

‘De Schijf van mijn Wijf’

Het stond al klaar in de gang van de winkel en dat begreep ik wel want eigenlijk was het een Sta In De Weg. ‘Het’ is een rond, houten bord met een doorsnede van 140 cm en ‘het’ was besteld door mijn geliefde. Terwijl zij de randzaken besprak met de dames in de winkel probeerde ik ‘het’ in de auto te krijgen.

Tegen beter weten in.

Mijn timmermansoog had allang gezien dat het niet passen zou. Toch probeerde ik het. Wederom tegen beter weten in. Nadat ik de schijf weer teruggerold had op de plaats voor in de winkel, liet ik de dames weten dat het ‘m niet zou worden. In politiek Den Haag blijven problemen onoplosbaar zoals we afgelopen weekend zagen maar hier werd direct een oplossing voor bedacht: ‘’Oh, dan kan Jaap het morgen wel even brengen!’’ zei een van de winkeldames. 

Opgelost.

Nu we beneden alles wel zo’n beetje opgepimpt hebben, is de bovenverdieping aan de beurt. Onze slaapkamer is al klaar maar de details moeten nog. Die schijf is een van die details. Want deze komt aan de muur te hangen, aan de kale muur zodat deze muur niet meer kaal is. Maar eerst moet de schijf iets gaan worden en dat staat nu in de planning. Nadat Jaap keurig volgens afspraak de schijf de volgende dag had afgeleverd, rolde ik het ding direct door naar de garage alwaar er naast ruimte wellicht ook wat vergetelheid van de dame in huis om de hoek kwam kijken. Helaas duurde die vergetelheid tot aan vorige week zaterdag:

“Ar, wanneer ga je die schijf verven?’’ vroeg ze zo argeloos mogelijk. Want zij kent mij. Ze kan ook verven hoor maar ze weet dat ik die klus dan opeis. Niet omdat ik het leuk vind maar omdat ik in dit huishouden dat soort klusjes doe. Ondanks mijn timmermansoog want ik heb, helaas, niet de handen van een timmerman. En oh, wat zou dat fijn zijn, twee rechterhanden die alles konden maken wat ze in handen kregen. In samenwerking met mijn timmermansoog zou dat een ideale combinatie zijn. Want ik zie vaak genoeg de teleurstelling in haar ogen wanneer ik chagrijnig aan de slag ga om iets te maken. En als het dan niet lukt dan neemt het chagrijn alleen maar toe en is elk woord wat zij inbrengt, te veel. 

Gelukkig kan ik het van mij afschrijven.

Soms lukt er wel iets alleen word ik daarna niet direct op een schild gehesen. Dat komt omdat het meestal een stukje improvisatie is, ik ben zeg maar de MacGyver in de familie. Zo hoorden we al enige tijd getik in de badkamer. Telkens wanneer je de badkamer betrad, leek het net of iemand vanaf buiten steentjes tegen het badkamerraam gooide. Dit duurde dagenlang, weken gingen zelfs voorbij en de irritatie groeide. Ten einde raad Appte ik de man die de badkamer gefikst had, Marcel, en vroeg hem om raad. Hij gooide het op de glazen douchewand, dat daar wat mee aan de hand was.

Peinzend bracht ik de dagen erna door.

Tot ik tijdens een mooie nacht weer in bed kroop na een plaspauze. Lichtelijk geïrriteerd want ik moest daar natuurlijk weer voor in de badkamer zijn. Het slapen lukte daarom niet meer en mijn brein werkte overuren. Op jacht naar een briljante list om deze merkwaardige geluiden uiteindelijk te doen smoren.

Eureka!

Ik sprong uit bed, rende de trap af en pakte uit de keukenla twee tandenstokers. Vervolgens nam ik dezelfde route terug maar sloeg nu af naar de badkamer. Ik bekeek de douchewand, liep er omheen en als een dokter die de vinger op de juiste pijnlijke plek legde, duwde ik een van de tandenstokers tussen glazen douchewand en de profiellijst. Vervolgens luisterde ik weer, bewoog mijn hand met de tweede tandenstoker enkele centimeters onder de eerste en drukte deze op dezelfde manier tussen glas en profiel.

Het was stil!

Daarna heb ik voor de zekerheid tien rondjes om de douchewand gelopen maar het bleef stil. Even dacht ik in mijn euforie om Doornroosje te wekken maar ik besloot haar in Droomland te laten. Ik had al lol genoeg en vroeg mij af of zij het ook zou opmerken, de volgende morgen wanneer zij onder de douche zou stappen.

Afijn, lang verhaal kort, ze ontdekte het direct de volgende dag!

“Wat moeten die tandenstokers in de douchewand?” vroeg ze nadat ze mij erom wakker gemaakt had. Ik snapte de urgentie maar om mij er nou voor wakker te maken? Afijn, ik wees haar erop dat het doel de middelen heiligt en dat ze blij moet zijn. “Dit is toch fantastisch!” zei ik. “Hoe je met zo weinig hulpmiddelen een groot probleem oplossen kan!”

“En daar zitten de kosten niet in!” en sprong daarna opgetogen uit bed.

Die ochtend dook ik enthousiast de garage in, schuurde de schijf splintervrij en verfde het ding. Terwijl ik ermee bezig was hoorde ik op de radio dat de allerbekendste schijf van Nederland, De Schijf van Vijf, anders moest. Ik zuchtte eens diep. Want wat is er fout aan die schijf? Nou, een heleboel volgens de bedenkers.

De melk, de eieren en het vlees moesten eraf.

En de ontbrekende onderdelen zoals vitamine B12 en D3 vullen we wel aan met supplementen.  Gelukkig leven we in een land waar dit soort bedenksels bedacht mogen worden. Ik blijf gewoon bij mijn eigen Schijf van Vijf waar ik mee opgegroeid ben. En volgens mijn diëtiste doe ik dat prima, ik moet alleen minder opscheppen.

Maar naast de Schijf van Vijf waar ik groot mee geworden ben hebben we dus nu de ‘Schijf van mijn Wijf’ zoals ze dat in Den Haag zouden zeggen. Nadat ik deze geverfd had moest er behang op, speciaal voor dit soort schijven op de markt gebracht. En natuurlijk met een tafereeltje, in dit geval een stel flamingo’s die staan te chillen aan het water en met pioenrozen in de bomen.

Ja, echt…

Voor mij is nu weer het peinzen begonnen. Hoe ik de schijf op ga hangen…

 

24 uur met Johan oftewel de dood of de gladiolen

Terwijl Urk steeds weer een stapje dichter bij een Urkxit komt, gaat Informateur Johan Remkes dit weekend ergens op de heide bij Hilversum in gesprek met Rutte, Kaag en Hoekstra.

En zonder alle spindoctors die er omheen lopen.

Hij haalt ze persoonlijk op met zijn Volvo en niemand mag bij hem voorin zitten. Maar voordat ze instappen moeten ze alle drie hun telefoontjes inleveren bij de dienstdoende Bode van de Tweede Kamer. “En de riemen om! Alle drie, anders gaan we niet weg!” zei Johan en hij keek ze daarbij heel streng aan.

In zijn achteruitkijkspiegel zag hij drie beteuterde gezichten zitten.

Vierentwintig uur heeft hij de tijd om dit stelletje ongeregeld weer op orde te krijgen. Zonder flauwekul en gekonkel dus. Op zijn Gronings wellicht. Om het onderlinge vertrouwen wat op te vijzelen staat er in het persbericht. Nou, dat zal tijd worden ook! Man, man, ik erger mij er onderhand dood aan. Na de verkiezingen snapte ik dat je niet zomaar een nieuwe regering vormt maar zoals het nou gaat vraag ik mij af of deze gasten niet te veel klappen hebben gehad op hun studiebolletjes toen ze nog student waren. Dat ze tijdens de ontgroeningen naast mentaal ook fysieke klappen hebben moeten incasseren en dat ze daarom nu dit gedrag vertonen. Het gedrag van drammerige, verwende kinderen waar totaal niet mee te praten is!

Om je dood te schamen!

Kleuters! En echte kleuters kun je het niet eens kwalijk nemen, die weten niet beter. Maar dit zijn volwassenen die maar één ding moeten doen: het land regeren. Alleen maken ze er een potje van. Geen wonder dat we in dit land steeds meer van God losraken. Als gekozen afgevaardigden van het klootjesvolk zouden zij toch het goede voorbeeld moeten geven? Elkaar met respect bejegenen, altijd blijven praten en proberen om te kiezen voor een breed gedragen, gulden middenweg? Want dat verwachten ze toch ook van ons, dat we met elkaar leven en niet tegen elkaar? Regeren, dat is wat ze moeten doen. Daarom zijn wij naar de stembussen gegaan waarna deze 150 mensen onze nationale en internationale zaken op orde kunnen houden.

Helaas zijn ze in de praktijk alleen maar bezig elkaar de loef af te steken.

Dat doen ze in de Kamer zelf maar nog liever op de TV of op de radio. Want dan staan ze in de schijnwerpers en kun je veel draagkracht genereren waar je voor staat. Plus de zieltjes die er gewonnen moeten worden. Dat snap ik. Maar ik raak het begrip kwijt. Ik wil dat men samen gaat werken zodat de enorme problemen waar wij allemaal mee worstelen eens opgelost gaat worden. Dus niet meer met je hoofd op de TV en daar een beetje gaan roeptoeteren wat de anderen allemaal fout doen. Doe gewoon je werk, pak de problemen aan waar we mee te maken hebben.

Dat doen wij, het volk of gepeupel of hoe je het maar wilt noemen, namelijk ook!

En dan ook echt gaan doorpakken. Bijvoorbeeld met het creëren van woonruimtes voor starters. Het is namelijk niet normaal hoeveel jongeren er nog bij hun opvoeders in het nest zitten terwijl zij allang weten hoe ze moeten uitvliegen. Als de ellende op de woningmarkt zo doorgaat ontstaat er straks een generatie die pas rond hun 35ste jaar het huis uit gaat. Met alle gevolgen van dien. De ouders worden gek omdat ze al 35 jaar ‘ruim je kamer op’ roepen en de kinderen worden gek omdat ze niet als volwassenen kunnen leven: “Pakken we nog even een biertje na het werk?”

“Euh…even aan mijn moeder vragen..”

Pak alle echte problemen aan en laat je partijbelangen even los. Want anders komen we er nooit uit. Tegenwoordig hebben alle meningen ook allemaal een eigen politieke partij en dat creëert alleen maar meer verdeling. Allemaal tere zieltjes waardoor niemand meer wat kan zeggen, schrijven of, zoals we vorige week zagen, tekenen.

Natuurlijk is empathie een belangrijk onderdeel van onze samenleving.

En ja, het doet pijn als je zoals ik regelmatig te horen krijgt dat ik te dik ben. En ja, als je genderneutraal bent kan het wel eens zijn dat iemand je toch met hij of zij aanspreekt. Of dat je te horen krijgt dat je best wel goed Nederlands spreekt terwijl je roots in een ander land liggen. Of als je de vaccinatie wantrouwt je toch weer elke dag met de gevolgen geconfronteerd wordt. En als je vegetarisch bent toch dat schaaltje met worst voor je neus ziet langskomen omdat de gulle gever even geen rekening hield met jouw principes.

Ik snap dat zoiets schuurt maar wees eerlijk: laten we eerst de grote problemen oplossen!

En als we dat op een rijtje hebben is er misschien wel even tijd om jouw probleempjes op te lossen. In mijn geval zal dat minder eten worden, bewegen doe ik al genoeg en eigenlijk heb ik geen politieke partij voor nodig. Maar obesitas is wel een van de grote problemen in onze welvaart en daarmee benoem ik al het probleem: welvaart = overdaad = we vreten ons een slag in de rondte.

Maar al die politieke partijtjes willen hun kiezers niet teleurstellen want dan worden ze op Facebook of op andere sociale media afgemaakt dan wel afgebrand. Maar geloof mij, zodra ik gestemd had wist ik al dat ik teleurgesteld zou worden! Want regeren is net als koken, er is nog nooit een kok gevonden die naar alle monden koken kan.

En links- of rechtsom, of je door de hond of de kat gebeten wordt, het is nooit goed.

Ik hoop van harte dat Remkes het schip weer op koers gaat krijgen. Want dat heeft dit verwende land nodig, een strenge hand. Dat hij opstaat als ze niet willen luisteren en blijven mokken: “Naar jullie kamer! En ga daar maar eens goed nadenken over jullie gedrag!”

Of laat alle fractieleiders opstappen zodat verbindende politici de kans krijgen zoals ik vrijdagavond in Het Oog op Morgen hoorde.

Allemaal ‘een functie elders!’

 

 

Alles moet bespreekbaar

Wat? Hoorde ik het nou echt? De vier dames zaten aan het tafeltje op 1.5 meter afstand van de mijne waar ik mijn koffie zat te drinken. Naar mijn schatting tussen de 40 en 60 jaar jong maar leeftijd schatten gaat bij mij nog wel eens mis. Dat ze er goed uitzagen zag ik dan wel weer goed. Keurig verzorgde en charmante dames: gelakte nageltjes, haartjes gewassen en geföhnd en mooi in de kleding. 

Ik dacht zelfs in een vlug geworpen blik een decolleté gezien te hebben.

Maar dat durfde ik niet voor mijzelf te bevestigen want dan zouden zij mij kunnen betrappen op lichte staar en daar heb ik geen last van. Althans, nog niet. Maar volgens mijn huisgenote komen de kwaaltjes er heus wel aan dus ik moest mij niet helemaal veilig voelen. Zo kwam ze laatst thuis met een verhaal waar ik wel even van schrok. Ze vertelde dat mannen een bepaald stofje in het hoofd hebben die ervoor zorgt dat je niet andere mensen, welk geslacht of geen geslacht dan ook je voorkeur heeft, lastigvalt met obscene opmerkingen. Of handtastelijkheden. Het (eeuwige) gevecht tussen geremd- en ongeremd gedrag. 

Een soort remvloeistof denk ik.

Dat stofje verdwijnt met de jaren dat je ouder wordt. Met andere woorden, hoe ouder hoe minder remmingen je ontwikkelt. Je kan dan op je vingers natellen in wat voor categorie je dan valt, namelijk in de categorie Vies Oud Mannetje.

Ik hield mijn adem in…

En moest denken aan dat nummer, Dirty Old Men van de Three Degrees. Maar ook aan podloodventers in lange jassen die uit de bosjes springen. Of ja, een aantal jaren geleden was er nog sprake van de Rennende Rukker maar dat snap ik dan weer niet. Want in beweging blijven of in dit geval hardlopen is juist goed voor je geestelijk welzijn en dan zou je zeggen dat de remvloeistof in je hoofd níet af maar toeneemt!

Of heb ik ze nu niet meer op een rijtje?

Ach ja, alles is of moet bespreekbaar zijn tegenwoordig en daarom durf ik het ook wel aan om dit te benoemen. Zo vroeg een meisje in het tv-programma ‘First Dates’ aan de jongen tegenover haar of hij een ‘propper of een vouwer’ was. Naar gelang het gesprek duurde begreep ik uiteindelijk dat het ging om een activiteit op het toilet en bleef ik de rest van de avond met allerlei vragen zitten, met de hamvraag wat ik dan ben.

Alles bespreekbaar maken is prima maar soms is zwijgen toch echt goud!

Onlangs hoorde ik op de radio een gesprek over mannen-emancipatie. Deze emancipatie laat mannen de traditionele ‘mannelijkheden’ loslaten waardoor de vrouwen zich weer verder kunnen emanciperen. Dat lukt al aardig als ik zo eens om mij heen kijk. De vrouwen zijn tegenwoordig de mannen in onze maatschappij. Ze laten zich niet meer de kaas van het brood eten en eisen hun plek in gelijkwaardigheid.

Tot grote ergernis van de narcisten onder ons.

Het is soms ook best lastig. Als ik voorheen een vrouw in een mooie jurk zag dan zei ik dat ook: “Wat zie je er vandaag weer prachtig uit!” Net zoals andersom dat tegen mij gezegd werd en wanneer ik er op mijn ‘zondags’ bij liep. Dat streelde mijn ego als man. Maar tegenwoordig is dat een stuk lastiger om te zeggen want niet elke vrouw is daarvan gediend omdat je als vrouw er wat van moet vinden. Zelfs als mijn eigen geliefde aan mij vraagt of ik haar nieuwe jurk, broek of wat dan ook leuk vind, durf ik al haast niet een negatief of positief reisadvies af te geven voordat we naar buiten gaan.

Nee hoor, dat is een grapje.

Ik ben waarschijnlijk al zó geëmancipeerd dat ik dan gewoon kan zeggen of het wel of niet staat. En zij is al zo geëmancipeerd dat ze dat voor waarheid aanneemt en vervolgens chagrijnig naar boven rent om iets anders aan te trekken. Dat chagrijn laat ze vervolgens ook boven waarna wij alsnog de reis aanvangen.

Een relatie gebaseerd op gelijkwaardigheid.

En andersom ook hoor. Ik kleed mij ook wel eens fout en dat zegt ze dan ook of ze schiet in de lach zodra ik de kamer inloop. Dan weet ik genoeg en zonder wat te zeggen keer ik om en loop ik terug naar boven.

Ook chagrijnig.

Ik had het goed gehoord. De dames naast mij hadden het over het vallei orgasme. Waarschijnlijk doordat ik dik 50 plus ben en het stofje in mijn hoofd toch wat aan het afnemen is, hadden ze nu mijn aandacht. Dit was duidelijk weer zo’n voorbeeld dat alles besproken kan worden, zelfs op een anderhalve meter terras. Ik dacht gelijk terug aan eind 2011, begin 2012 toen het boek ‘Vijftig tinten grijs’ uitgebracht werd.

Dat werd een bestseller!

In dat boek kwamen allerlei attributen voor die sterk tot de verbeelding spraken. Er werd zelfs een Fifty Shades of Grey lijn gelanceerd die de pakketdiensten overwerk bezorgden. Er kwam zelfs een film! De seksuele revolutie van de vrouw kwam (heel flauw) letterlijk tot een hoogtepunt. Voor mij als man was dat wel even een dingetje want ik groeide op zonder seksuele voorlichting en met enkel de Wehkamp catalogus waarin de vibrator nog massagestaaf genoemd.

Wist ik veel.

Het vallei orgasme dus. De dame die erover begon was wild enthousiast en haar tafelgenoten hoorden haar, zonder gelach of flauwe opmerkingen aan en eentje vertelde dat ze er een Podcast over beluisterd had. Afijn, het had iets te maken met een Taoïstische filosofie en je kon online lessen volgen waarna je seksleven totaal veranderen zou. Zonder de man. Die zou je dan later eventueel les kunnen geven maar noodzakelijk was het niet want het ging om jou als vrouw, niks meer en niks minder.

Ik bestelde uit nieuwsgierigheid nog maar een koffie.

“Nou, ik ben ermee gestopt hoor. Het duurde zó ontzettend lang!” zei de vrouw die de Podcast beluisterd had.

Het gezelschap viel stil.

“Het orgasme?”

“Nee joh, die Podcast!!”

Run Forrest, run!

Terwijl ik volop in training ben voor de Run Winschoten van komende vrijdag en zaterdag, denk ik terug aan mijn hardloop verleden. Die begon al vroeg. Op de Lagere School was ik, samen met Rients en Stado, de snelste als het om hardlopen ging. Rients was dat zelfs op zijn klompen! Nadat hij naar het voortgezet onderwijs ging waren Stado en ik de snelste waardoor wij er altijd strijd tussen ons was. Met hardlopen maar ook als we de schaatsen ondergebonden hadden.

Als voetballer liet hij mij wel zijn hielen zien.

Enkele jaren later hadden mijn broer en ik bedacht mee te doen aan een 10 km hardloopwedstrijd op Koninginnedag. De wedstrijd begon om 9 uur en wij werden wakker om tien voor negen. Dat was dus korte broek, T-shirt en gympen aan en in een sprint naar de Start die midden in het dorp was. 

We sloten aan in het Startschot.

Het waren tien rondjes van een kilometer over verhard en onverhard terrein. Onder de deelnemers herkende ik ook een paar marathonlopers en even zonk de moed mij in de gympies. Maar met het verstrijken van de tijd lukte het om ze achter mij te houden waardoor de moed weer omhoog kroop. 

Uiteindelijk werd mijn broer eerste en ik tweede.

Trots vertelde ik iedereen hoe mijn broer en ik die marathonlopers ‘eruit gelopen’ hadden maar jaren later begreep ik pas dat zij een 10 km heel anders lopen. Een marathonloper noemt een 10 km een warming up als het ware. Maar desalniettemin bleef ik wel trots op dit resultaat, ook omdat de schoenen die ik toen had ver van echte hardloopschoenen stonden. 

Wij gingen toen nog merkloos door het leven.

Rond mijn 20ste ging ik in Militaire Dienst en kon wat hardlopen betreft mijn lol op. Je had natuurlijk de zogenaamde ‘speedmars’, dat was een snelle verplaatsing te voet. Verder kon je je dagelijks uitleven op de atletiek- of stormbaan want in vorm blijven was natuurlijk heel belangrijk voor een militair. Anders win je geen oorlog. 

In mijn ogen wint niemand een oorlog, zijn er louter verliezers…

Mijn parate tijd was in Seedorf, Duitsland. En omdat je niet elk weekend naar huis kon werden wij op zaterdag beziggehouden met een veldloop van 5 km. Dan liep je met een paar pelotons rond de kazerne en de snelsten wisten dat ze dan warm konden douchen.

De ‘verliezers’ kregen dan een koude douche omdat het warme water op was.

Ja, ik kon altijd warm douchen want ook toen was ik nog een razende renner. Dat kwam ook door mijn gewicht, ik woog ergens rond de 70 kg dus ik had ook niet veel mee te sjouwen. Ik liep gewoon zo hard mogelijk, wars van technieken of hulpmiddelen om het hardlopen te verfijnen.

Gewoon dom lopen en blik op oneindig.

De jaren daarna verslapte het een beetje, liep ik enkel nog wel eens een sprintje tijdens een voetbalwedstrijd en tegen mijn 30ste levensjaar hing ik mijn gympies aan de wilgen hangen vanwege een rugoperatie. Dat hield ik een aantal jaren vol totdat een collega mij zover kreeg om bij een hardloopvereniging te gaan. Ik vond het eigenlijk wel een goed idee want ik zat qua gewicht al gauw boven de 90 kg want ik was een liefhebber van het snoep welke ik wekelijks aanvulde voor de kinderen.

En proefde veel van dat snoep voor!

Het betrof een cursus van 12 weken en op de laatste trainingsdag kon je dan met gemak 5 km hardlopen. Dat klopte. En ik begon het zelfs leuk te vinden want ze leerden je hoe je het beste een warming-up kon en een cooling-down kon uitvoeren, niet geheel onbelangrijk wilde je de volgende dag niet met spierpijn op je werk verschijnen. Maar ik leerde ook hoe je je moest voorbereiden op een wedstrijd qua voeding en ik liet mij echte hardloopschoenen aanmeten bij een gespecialiseerde hardloopzaak, inclusief zo’n strak hardloopbroekje.

Van een populair merk!

Wedstrijden lopen vond ik trouwens nooit zo fijn. Want de zenuwen speelden mij dan toch parten waardoor sanitaire stops een vervelende bijkomstigheid werden. Want als er een paar honderd man voor jou zijn geweest zijn is het verblijf op de pot goorder dan goor en ranziger dan ranzig. Toch liep ik de 10 van Leiden en de CPC loop, ook de 10 km. Naast die vervelende zenuwen voor de wedstrijd vond ik het ook te druk, moest je soms uitkijken dat je niet op iemands enkels ging staan of je kreeg een por in je zij omdat een loper je in wilde halen. 

Daarom liep ik het liefst alleen, met MP3 spelertje in mijn strakke broekje en oortjes in.

Dat apparaatje zakte nog wel eens weg in mijn broek en dat gaf dan weer een scheef beeld van de werkelijkheid. Na mijn 40ste waagde ik mij toch weer aan een wedstrijd. Het was werk gerelateerd en het betrof de Paleizen Estafette van 72 km tussen Paleis Soestdijk en Paleis Het Loo. Deze afstand liep je met een team van zeven lopers plus een begeleider op de fiets. Nadat de bewoners van Paleis Soestdijk waren gaan hemelen werd het parcours aangepast en bestond het strijdtoneel zich rondom Apeldoorn. Gemiddeld deden er 35 teams mee en werden er hele snelle tijden gezet. Onze hoogste klassering bleef steken bij de 14e plaats maar dat mocht de pret niet drukken want het was een leuk dagje uit met de stichting en de borrel aan het einde maakte veel goed.

Op een gegeven moment hing ik mijn loopschoenen echt aan de wilgen en werd ik teamcaptain. Samen met chauffeur Eek ronselden we dan collega’s zodat er weer een team naar Apeldoorn kon afreizen en hoefden wij ons verder niet meer uit de naad te lopen.

Volgende week is er weer een Run in Winschoten met onder andere de ultra run van 100 km. Dat vergt wel even training want je bent er dan de hele dag mee bezig. Doe ik mee met de Run dan?

Ja, als klappende toeschouwer!

 

Slaapkamergeheimen

Normaal gesproken slaap en stoei je in een slaapkamer maar wij hadden vorige week anders besloten. We hadden namelijk een nieuw bed gekocht. Op zich is dat niet ongewoon, iedereen koopt wel eens een nieuw bed. Of krijgt een bed van iemand anders ‘omdat deze nog in prima staat is.’  

Of je kocht zoals ik een ‘showmodel’ bij een grote meubelzaak.

Dat was ergens in 2012. Het betrof een 2-persoonsbed en die werd aangeboden ‘voor weinig’. Dat ‘weinig’ trok mij al gauw over de streep en ja, hoeveel mensen zullen op dit bed gelegen hebben toen het in de showroom stond? Je gaat toch niet zomaar midden in een winkel op een bed liggen?

Achteraf denk ik toch dat ongeveer 20.000 mensen het wel gedaan hadden….

Maar dat wist ik toen nog niet dus meenemen die handel. Ik kon een Caddy lenen, met imperiaal. Na wat proppen, passen en meten kon het bed mee en reed ik, best wel trots op mijn koopje, dwars door Den Haag. Enkele maanden later kwam de twijfel mijn slaapkamer binnenwandelen want op een gegeven moment begon de krachten van die 20.000 mensen die even op het bed gelegen hadden, zich te openbaren. Het verzakte aan ‘mijn’ kant zo erg dat ik op een gegeven moment haast uit het bed gleed! Wanneer ik alleen lag was dat niet zo’n probleem want dan schoof ik wel naar het veilige midden, maar wanneer de vriendin er was moest ik alle zeilen bijzetten om niet uit het bed te lazeren. 

Zelfs in lepeltje-lepeltje houding wist ik nog wel eens aan de aandacht van de dame te ontsnappen.

En hing ik buiten boord. Voordat ik dit best wel unieke en komische bed beslapen mocht, sliep ik op een gekregen houten, eenpersoonsbed. De reden van het krijgen was heel triest. De eigenaar, Pater Paulus en broer van een zeer gewaardeerde collega, overleed plotseling op 44-jarige leeftijd. De collega wist van mijn situatie, net gescheiden met alle financiële gevolgen en gunde mij de spullen van zijn broer. 

Dat was een lot uit de loterij!

Want naast het bed kreeg ik een complete huisraad, van een flesopener tot aan een wasmachine en kon ik daarmee mijn flatje inrichten. De spullen zijn later weer doorgegeven aan een jong stel die samen gingen wonen. Behalve de flesopener en een schilderij van het Laatste Avondmaal. Uit respect voor Pater Paulus heb ik die bewaard zodat ik niet vergeet hoe dankbaar ik toen was met al die spullen.

Dat zijn van die handvatten die je in het leven soms aangereikt krijgt.

We hebben nu een nieuw bed gekocht. Een grotere en een hogere. Het oude bed was enkele jaren terug ook een koopje maar geen showmodel. Toch raakte ook deze uit vorm, we rolden als het ware steeds naar elkaar toe. Nu vonden we beiden dat geen probleem want ‘dat gef allemaal niks want wie hoalt van mekaar, holadié, holadió!’ Maar soms voelde het ook als een kacheltje wanneer de ene na de andere opvlieger zich manifesteerde onder de dekens.

En klom ik naar de zijkant van het bed voor de verkoeling.

Dat gebeurde een paar keer per nacht en werd ik soms oververmoeid wakker. Daarom besloten we om nu maar eens te investeren in een bed met meerdere kwaliteiten. Althans, dat zei de verkoper waarna ik met mijn verdorven geest direct weer beelden zag die het daglicht niet verdragen kunnen.  

In dit geval ging het om de motor….

Want hoofd- en voeteneind kunnen we in hoogte verstellen waardoor het slapen een uitermate doelmatigheid krijgt, mede dankzij de unieke topper en de stabiliserende bedbodems waarna je bij het wakker worden denkt:

‘Ik weet het ineens! Dit ga ik doen!’

Voorgaande stond in de folder die we meekregen nadat de koop beklonken was. Op zich wel een mooi vooruitzicht, dat we straks, als het bed eenmaal in onze slaapkamer staat, we wakker worden en dan weten wat we gaan doen. Want volgens diezelfde folder bleek dat de mens (gemiddeld) 32 jaar van zijn leven slaapt! Maar voordat het zover was moest er natuurlijk wel even wat gedaan worden.

De slaapkamer moest leeg, behangen en geverfd worden.

Die druk ontstond nadat de beddenboer ons gebeld had met een datum van bezorging. Ik had mijzelf een week gegeven om de klus te klaren. Eerst moest het oude bed naar zolder, voor de logees. Die weten nu ook dat dit bed je nader tot elkaar brengt. Nu hoop ik wel dat ze als ze naar elkaar toe rollen dat doen zoals de egeltjes het doen:

Héél voorzichtig!

Vrouwlief was natuurlijk in haar nopjes want ze mocht zich gaan storten op kleur verf en behang. Dit gebeurde al ver voor D-Day hoor, ik werd soms overstelpt via de App met foto’s van behang. Gelukkig kreeg ze goed advies van een plaatselijke verf- en behangwinkel plus een leuk ‘detail’, namelijk een decoratief stuk behang welke op een ronde triplexplaat geplakt werd. Deze decoratie kon je dan weer over het andere behang ophangen zodat de muur wat ‘breekt’.

Vroeger noemden ze dat een schilderij dacht ik maar ik hield wijselijk mijn mond.

Het muurtje achter het hoofdbord van het bed moest behangen worden en dat deden wij even op een maandag namiddag, zonder ruzie en een prima resultaat. Voor het verven van de muren had ik één middag nodig. Voor de afwerking werden er piepschuimen sierlijsten gekocht. Die kon je met sierlijstenlijm zó tegen het plafond drukken.

Dat kon ík zelfs!

Met een kitspuit lijmde ik de lijst, stapte het trapje op en drukte de lijst tegen het plafond. Toen ik van het trapje afstapte om de volgende lijst te voorzien van lijm, hoorde ik ineens een klap achter mij. De lijst lag op de grond.

De rest van de week ben ik alleen maar bezig geweest om die lijsten vast te krijgen. En nee, niet met de sierlijstenlijm maar met supermontagelijm. En nee, ook niet op verstek.

Gewoon rechttoe-rechtaan.

Als je slaapt heb je immers toch je ogen dicht!

Leven om te werken of werken om te leven?

‘Werken is wel leuk alleen gaat er zoveel vrije tijd inzitten’. Een bekende en grappige tegeltjeswijsheid maar wel eentje die zichzelf uit het oog aan het verliezen is. Want steeds meer mensen werken deeltijd of parttime, juist omdat ze méér vrije tijd willen!

Een luxe die men zich vroeger niet kon permitteren.

Toen waren zesdaagse werkweken normaal en werd de zondag gebruikt voor ontspanning, vaak bestaande uit een gang naar de kerk. Die gangen naar de kerk zorgden er ook voor dat het voortplantingsproces goed voortgezet werd waardoor grote gezinnen meer regel was dan uitzondering. En al die monden moesten gevoerd worden waardoor er eigenlijk alleen maar tijd was om geld te verdienen.

Begrippen als ‘Even een weekendje weg’ of ‘Ik neem een sabbatical’ moesten nog bedacht worden.

De grote gezinnen zijn inmiddels zo goed als uitgestorven. We zien ze alleen nog maar op de televisie zoals bijvoorbeeld in het programma ‘Een huis vol’, met onder andere het inmiddels beroemd en beruchte elftal, de ‘Buddenbruckjes.’ Ik kijk er graag naar. Het valt mij op hoeveel structuur er in die gezinnen zit en hoe alle leden van de gezinnen meewerken in het dagelijkse huishouden.

Zonder het bekende zeurwerk.

Op de familie Buddenbruck dan weer na, dat is echt het huishouden van Jan Steen! Hilarisch op zijn tijd en zo nu en dan tenenkrommend. Opvallend is dat deze gezinnen heel ontspannen omgaan met de drukte die een groot gezin met zich meebrengen en dat ze niet drie slagen in de rondte hoeven te werken om het gezin draaiende te houden. Dat moesten ze vroeger wel en dan werd inderdaad in menig huishouden de bekende vraag gesteld:

“Wie is toch die man die op zondag altijd het vlees komt snijden?”

Want begin vorige eeuw waren werkweken van 50 of 60 uur meer schering dan inslag en was er weinig ontspanning. Het vertier werd gezocht aan het einde van de werkweek. Wanneer ze het loonzakje ontvangen hadden doken ze de kroeg in, met als eindresultaat dat de kroegbaas er beter van werd en het loonzakje alleen maar leger en leger.

Dat werd geen Atje voor de sfeer…

Gelukkig mogen we wel zeggen dat die tijden voorbij zijn. Werkweken bestaan tegenwoordig uit 24 of 32 uur en als je vraagt waarom men niet meer uren wil maken, kijken ze je aan alsof je niet wijs bent. Wat dat betreft zou die tegelwijsheid ingeruild kunnen worden voor een nieuwe:

‘Vrije tijd is leuk maar er gaat zoveel werk inzitten.’

De keerzijde is dat we ook steeds meer willen in al die vrije tijd. En er is natuurlijk ook veel meer te besteden. Want ook al werken we steeds minder, de loonzakjes worden gevuld door beide partijen en de lonen zijn een stuk hoger. Dus man/vrouw, vrouw/vrouw, man/man of hen/hun, hoe je het maar noemen wil:

Werken zal je!

Met natuurlijk de uitzonderingen op de regel maar daar zijn vangnetten voor. Of je moet kunnen leven van de wind. Maar ook dan zul je toch iets om handen moeten hebben want anders gaan de dagen (en nachten!) wel heel lang duren denk ik zo maar. Maar de tijden dat het gezin nog gezien werd als ‘de hoeksteen van de samenleving’, zijn allang voorbij. Deze politieke kreet werd gesmoord nadat diezelfde politiek de vaste lasten lekker liet oplopen. Met alle gevolgen van dien. Moeder kon niet anders meer dan haar schort afwerpen en ook aan de slag te gaan op de arbeidsmarkt en de kinderen moeten zichzelf redden of kwamen onder bewind voering van de voor- tussen of naschoolse opvang.

En dat alles kost bakken met geld!

Vervolgens waren beide ouders aan het einde van de week zó moe dat de vraag wie op zondag het vlees ging snijden veranderde in de vraag wie het vlees kwam brengen! Thuisbezorgd.nl,  Etenmetgemak.nl of Bezorgland.nl.

Of hoe ze ook allemaal maar mogen heten.

Ik moest hieraan denken nadat ik afgelopen vakantie op de camping met een buurman in gesprek kwam. Deze gepensioneerde politieman heeft vanaf de eerste dag dat hij met pensioen ging, ruim twee jaar moeten wennen aan het níet meer werken! Naast het missen van de werkzaamheden als agent miste hij vooral het omgaan met zijn collega’s en de contacten met de burgers. De structuur was ineens weg, de regelmaat van op tijd op zijn werk verschijnen omdat er een collega afgelost moest worden was ook weg. Zelfs het de avond tevoren smeren van de boterhammen begon hij te missen.

Maar bovenal het ouwehoer- of serieuze praatje tijdens de koffie- of andere pauzes.

Dat was compleet weggevallen en nu waren hij en zijn vrouw aan elkaar overgeleverd om de rest van hun leven in te delen. Gelukkig was het huwelijk goed en was de fundering gebouwd op evenwicht waardoor het uiteindelijk allemaal goed kwam. Maar dat duurde ruim twee jaar en daar was de man nog steeds zichtbaar van onder de indruk.

Ik denk daarom dat werken goed is voor de mens.

Want dan ga je ook intenser genieten van de vrije dagen die je hebt. Dan kijk je uit naar de weekenden waar je de ‘beloning’ voor je zwoegen kan uitgeven aan leuke dingen. Bijvoorbeeld door lekker uit eten te gaan, te gaan winkelen, wandelen of fietsen of een bioscoopje pakken. Of om met de kinderen naar een of ander pretpark of dierentuin te gaan.

Al is een dagje uit met je kinderen ook best een vermoeiende bezigheid.

Door de pandemie zijn de werkvloeren inmiddels verweven met de privévloeren en dat was wel even wennen! Kon je voorheen de huiselijke rompslomp nog een beetje ontvluchten door naar je werk tóe te gaan, nu lag je werk ineens tussen die rompslomp. De één vond het heerlijk om te werken in eigen omgeving en de andere snakte naar de contacten op de werkvloer.

De werkvloer waar geen vuile was lag, slingerend speelgoed of zeurend kroost zoveel herrie maakte dat het zakelijke gesprek daar onder moest lijden.

Ik blijf erbij. Werk is (positieve) bezigheidstherapie!

 

Komkommer & kwel

Sommige mensen verlangen terug naar het verleden, naar de tijd dat we alles nog een beetje konden verwerken. Het Nieuws had toen nog niet zo’n tempo zoals we het nu kennen. Maar ik heb geen verlangen naar die tijd, wel goede en mooie herinneringen.

Maar ik mis wél de komkommers!

Om precies te zijn, de komkommertijd. Deze tijd speelde zich meestal af in de zomermaanden want dat was toch iedereen op vakantie en werd er ook geen nieuws gemaakt. En geen nieuws is meestal goed nieuws. Helaas kunnen we deze zomer wel zeggen dat er geen komkommer te bekennen is. Van alle kanten worden we momenteel bestookt met nieuws en daar zitten echt geen mooie komkommers bij.

Het verrottingsproces is al begonnen zeg maar.

Je moet er oog voor hebben om de goede eruit te filteren. Want goed nieuws is beter voor de geest. Neem de Olympische Spelen. Hier waren, ondanks wat opstartproblemen, weer vele hoogstandjes te zien. Maar ook op voetbalgebied zagen we PSV schitteren tegen Ajax, notabene om de Johan Cruijff schaal.

Nou was dat voor mij een klein dieptepuntje.

Maar voor de aanhang van PSV was dit natuurlijk ontzettend goed nieuws (na een verloren jaar..). En dan is er nog een club, Feyenoord. Deze hebben ook een goede start gemaakt in de Europese omgeving. Nu maar hopen dat ze dat in eigen land vast kunnen houden zodat we een leuke competitie krijgen. Het liefst een competitie waar de winnaar pas op de laatste competitie dag bekent zal worden.

Gezonde spanning valt ook onder de categorie goed nieuws!

Net als dat we geen mondkapjes meer hoeven te dragen in de winkels. Want dat vond ik toch wel het vervelendste onderdeel van de regels die ons opgelegd werden. Ik miste de expressie in de gezichten om je heen. Je wist niet meer of iemand vriendelijk of boos naar je keek of gewoon een praatje wilde beginnen. De woorden werden gesmoord achter het kapje.

‘Kap nâh!’

Toch zie ik ook wel het voordeel van de mondkap. Dat de mensen die ‘met consumptie’ praten je niet meer raken. Ik moet bekennen dat het mij ook wel eens overkomt en daarom hou ik mij graag aan het afstand houden. Maar wat deze zomer ook opleukte was de terugkeer van mijn favoriete Diskjockey Rob Stenders op de radio. Hij zat eerst bij Radio 2 maar besloot ergens in het voorjaar om te verhuizen naar Veronica. Vijf maanden was hij niet te horen op de radio en ik voelde mij diepongelukkig, begon in mijn chagrijn zelfs de radio te negeren en enkel nog te luisteren naar de hapklare brokken van Spotify.

Tot eind juni, toen begon Rob weer met zijn Bonanza bij Veronica.

Ik was eerst bang dat het programma overladen zou worden met commercieel geouweneel maar niets was minder waar, het programma was één op één overgenomen uit zijn Radio 2 tijd, inclusief de goede muzieksmaak. Ik kon mijn geluk niet op en ventileerde dat haast dagelijks naar mijn geliefde vrouw. En weet je wat zo mooi is?

Zij was het met mij eens!

Gelukkig weet zij ook wat nieuws betreft het kaf van de koren te scheiden. Het goede nieuws uit het slechte te filteren. Optimisme versus pessimisme. Zo zag zij ook hoe een supermarkt de plank flink missloeg door medewerker Lars te vertellen dat hij geen nagellak mag dragen. Want volgens de manager is de Glanerbrugger bevolking daar nog niet aan toe. Deze persoon heeft waarschijnlijk onder een steen geleefd want de Glanerbruggers hoef je niet te vertellen of ze ergens wel of niet ‘aan toe’ zijn. Hoe verzin je het!

Terwijl we in 2016 Nagellakheld Tijn Kolsteren toch met zijn allen in onze harten hadden sloten…

Gelukkig zijn er ook managers die niet in de prehistorie leven en kan Lars aan de slag bij de concurrent. Achter de kassa en mét gelakte nagels. Dit soort berichten staan in het begin onder het kopje ‘slecht nieuws’ maar worden uiteindelijk goed nieuws. Het lijkt wel een sprookje;

‘Lars en zijn nieuwe werkgever leefden nog lang en gelukkig!’

Nu moet ik toegeven dat sommige berichten in eerste instantie positief bedoeld zijn maar om kunnen slaan in het negatieve. Vaak heeft het te maken met de reacties die eronder gezet worden. Bijvoorbeeld wanneer de demissionair minister-president naar Groningen komt om met eigen ogen te zien dat er nog heel veel problemen zijn met betrekking op de aardbevingsschades, stromen de negatieve en soms absurd idiote reacties binnen.

Waarmee de echte dialoog in de kiem gesmoord wordt.

Of neem die ex-baanwielrenster Elis, die in 2016 nog Olympisch kampioen werd. Zij versloeg het baanwielrennen bij de NOS. Ook hier werd de inhoud, het verslaggeven en de kennis van de sport, naar achteren gedreven omdat er figuren waren die het op haar uiterlijk hadden voorzien. Dat moeten vast hele mooie mensen zijn geweest, dat kan niet anders want anders reken je iemand anders niet af op het uiterlijk.

Ik kan hier niks mee, verwerp het en schaam mij ervoor.

En ik weet ook niet wie het zijn want veel ‘reaguurders’ verbergen hun identiteit of vallen onder de categorie ‘nep-accounts’ (terwijl ze alles om hun heen ‘fake’ noemen). Een ding weet ik wel over ze. Ze zijn misschien knap, slim en hebben misschien zelfs de waarheid in pacht.

Maar ze zijn super lelijk vanbinnen!

Gelukkig houdt de humor en relativeringsvermogen de meeste mensen op de been. Zo zagen we hoe een kat in Scheemda het vertikte om uit een boom te klimmen. De brandweer was er op een gegeven moment klaar mee en zaagde de boom om!

Opgelost!

Natuurlijk kwam hier commentaar op. Ook ik was verontwaardigd na het lezen van de kop van dit nieuwsberichtje. Onnodig bleek, de boom stond al op de nominatie gekapt te worden. Typisch een geval van verder lezen dan je neus lang is…

Of gewoon niet reageren. Leg even je telefoon weg of maak een ommetje. Jouw reactie zal de wereld echt niet verbeteren.

Enkel (heel even) je eigen geweten.

Overdrijven is ook een talent; een rectificatie

“Ja hoor, je valt best mee!” antwoordde de dame van de winkel mijn vrouw lachend toen we de winkel uitliepen. Ik lachte maar een beetje mee en pijnigde mijn hersencellen over wat ik dan eigenlijk niet goed gedaan had. Of beter gezegd, niet goed beschreven had. Want de winkelmevrouw las wel eens wat van mij en vertelde ons dat ze best wel eens met mij te doen had.

Het schuurde tegen medelijden aan..

Ze doelde daarmee op bepaalde situaties die zich afspeelden tussen vrouwlief en mijzelf, waarbij ik, daar ben ik nu wel achter, overduidelijk de rol van slachtoffer op mij nam. Dit was voor mijn vrouw alleen maar een bevestiging van wat zij wel eens dacht. En ook uitsprak, alleen dan wuifde ik het weg dat ze het niet zo serieus moet nemen. Want ze vindt dat zij soms neergezet wordt als een niet zo leuk mens in mijn schrijfsels. Ja, dat was best wel even ongemakkelijk nu het zo rechtstreeks gezegd werd in plaats van een reactietje op het digitale papier. Nu moest ik rustig blijven en goed nadenken over hoe ik hierop zou reageren voordat er ruzie in de keet zou ontstaan. Weglachen was een optie.

Maar ik ken mijn lieverd en koos voor de nuance.

Ik gaf mij over aan de situatie die deze late zaterdagmiddag ontstaan was. Even met de billen bloot en omdat het tegen sluitingstijd was hoefde de overgave van mij jegens mijn geliefde nooit lang te duren. Helaas had de eigenares van de winkel geen haast om te sluiten zodat ze aan hun weekend konden beginnen en moest ik langer op de blaren zitten.

Ik keek mijn vrouw aan net zoals ik dat deed vlak voor mijn JA woord op het Gemeentehuis:

“Ach lieverd, het valt onder schrijversvrijheid hè. En soms moet je de boel een beetje overdrijven anders is het maar saai om te lezen. Daarnaast is het voor heel veel lotgenoten … euh… mannen, een soort van bevestiging dat mannen en vrouwen soms weleens verschillen van gedachtegangen…”.

Twee paar vrouwenogen keken mij nu bedenkelijk aan.

Ik voelde aan mijn water dat ik mij even op glad ijs bevond en begon de boel maar een beetje te bagatelliseren: “En het is maar een hobby van mij hè, dat schrijven.” vervolgde ik mijn pleidooi. “Therapeutisch, dat van mij afschrijven werkt ook weer therapeutisch en dat is goed in deze onzekere tijden!” Persoonlijk vond ik dat een prachtige, heldere slotzin maar ik had al snel door dat ik de enige was die zo dacht.

Ik beloofde haar om het recht te zetten.

Dat de soep niet zo heet gegeten wordt als zij opgediend wordt. En zo is het ook. Ik heb juist heel veel respect voor haar. Zo ontzettend veel respect dat ik haar regelmatig benoem in mijn stukjes. Misschien lijk het dan misschien op een beetje klagen van mij maar als je goed leest zie je hoe trots ik op haar ben.

Echt waar!

En laten we eerlijk zijn, de meeste mannen klagen over hun partners. Andersom gaat het niet anders. Zo hou je elkaar een beetje bezig maar tussen de regels door is het een en al liefde! Nu ik bewezen acht dat lezers wel eens daaraan twijfelen ben ik wel gaan nadenken hoe ik het vertrouwen van mijn vrouw in mij terug kan verdienen. Hoe ik haar kan plezieren. Even dacht ik haar een eigen kledinglijn op te laten zetten want dat is tegenwoordig in. Zonder er eens goed over na te denken had ik al een mailtje gestuurd naar enkele supermarkten, zoals de Jumbo, Albert Heijn, Plus, COOP, Poiesz en de Spar. Of zij plaats in de schappen hebben voor de kledingstijl van mijn vrouw.

Er gingen geen mailtjes naar de Lidl en de Aldi.

Die waren al bezet. De Aldi heeft ene Sylvie en de Lidl heeft Andre Hazes senior. Op zich verrassend dat laatste want meestal eist Junior alle aandacht op. Of beter gezegd, sommige media publiceren alle bewegingen van Junior omdat zij denken dat wij, het volk, daar behoefte aan hebben. Persoonlijk denk ik dat het volk eerder gezond verstand verkiest boven al dat geouwehoer over Junior met zijn escapades.

Maar ik dwaal weer eens af.

Beide winkelketens gaan de kledinglijn verkopen van deze BN’ers. Waarom? Geen idee. Ik ken niemand in mijn omgeving die daar behoefte aan zou hebben. En hoe meer ik erover nadacht hoe slechter ik het plan dan ook begon te vinden. En ik kan er zelfs heel boos over worden dat ik überhaupt op de hoogte ben van dit soort debiele weetjes over een paar over het paard getilde en overgewaardeerde Bekende Nederlanders.

Bah!

Waar is de correctievloeistof wanneer je het nodig hebt! Dus beschouw voorgaande alinea’s maar als niet geschreven of vergeet het. Gelukkig voor mij kwam de Verlossing c.q. Afleiding ineens op mijn pad. De verlossing kwam deze keer in de vorm van de stoffeerder die mij appte met de boodschap alle spullen binnen te hebben. Of hij vrijdag kon komen om alle vitrages, rol- en plissé gordijnen op te hangen. Natuurlijk kon dat want dit viel onder de categorie ‘interieur’, de hobby van vrouwlief. De vrouw waar ik elke nacht naast mag liggen had eerder alles uitgezocht en nadat de stoffeerder weer weg was kon ik maar tot één conclusie komen:

Het is prachtig geworden!

En dat heb ik dan te danken aan mijn vrouw! En dat meen ik oprecht, van kruin tot teen en alles wat ertussen zit! En ja, ik heb haar ellenlange zoektochten naar de juiste producten en de juiste kleuren misschien hier en daar wat belachelijk gemaakt. Haar een beetje geplaagd zeg maar. Maar dat hoort erbij in een relatie. Het is heel belangrijk dat je om elkaar moet lachen. Zij lacht mij ook heel vaak uit. Ook op momenten dat ik dat juist niet wil, meestal op die momenten dat ik mijzelf erg bewust ben van dat ik een man ben.

Maar ja, zoals ik al zei, schrijven werkt therapeutisch!

 

 

Allemaal rottigheid

Boze mensen. Je ziet ze steeds meer. Natuurlijk blijven ze, gelukkig, in de minderheid maar ze eisen wel steeds vaker de aandacht waardoor de suggestie ontstaat dat ze met heel veel zijn. Maar nogmaals, dat is gelukkig niet zo. Het lijkt zo omdat wij, eenvoudige burgers die gewoon hun leven leiden, via allerlei kanalen in aanraking komen met de daden die boze mensen uitvoeren.  

Zoals dat groepje vakantievierende jongens op Mallorca. 

Ondanks de vakantie waren ze toch ergens boos om en schopten ze de 27-jarige Carlo dood. Met zijn dertienen. Vervolgens pakten ze snel het eerste het beste vliegtuig naar Nederland om daar een lulverhaal op te hangen bij hun ouders. 

Al gauw bleek dat ze waarheid tekortkwamen… 

Wat ik mij dan afvraag is of er dan toch nog ergens iets van spijt om de hoek komt kijken wanneer ze hun bebloede sneakers aan het schoonmaken zijn. En dan niet spijt omdat ze nu niet meer mooi wit zijn maar spijt omdat ze iemand vermoord hebben.  

Net als die jochies die dat meisje van 14 jaar mishandelden. 

Hoe komen ze op het idee om een meisje in het gezicht te slaan omdat zij niet wilde antwoorden op een hele domme vraag. Nu weet ik wel, domme vragen bestaan niet. Maar wél als je het in combinatie doet met geweld. 

Dat is zelfs oerstom! 

En ze zijn zo ontzettend laf! Het maakt mij kwaad, heel erg kwaad. Ik probeer mij dan voor te stellen hoe het bij hun thuis gaat. Krijgen ze te weinig aandacht omdat Pa en Ma allebei aan het werk zijn? Of zijn Pa en Ma gescheiden en wordt er onderling niet gecommuniceerd hoe het gaat met hun kroost, welke ze toch ooit samen op de wereld gezet hebben? Zijn de ouders totaal de regie kwijt omdat ze geen conflicten met de kinderen willen? Of is het verveling van het kroost omdat ze alles al hebben wat hun hartje begeert en missen ze de spanning, spanning die ze bijvoorbeeld wel vinden in de games die ze op hun kamertje spelen? Of is het juist afgunst omdat ze het thuis niet breed hebben waardoor ze zwaar gefrustreerd rondlopen? 

Frédérique is sterker dan al die gastjes bij elkaar.  

Zij wil geen vervolging van de dader(s) omdat zij zich kan voorstellen hoe erg het is voor de ouders. Hoe jong ze nog is, hoe groot zijn nu al haar daden. Haar vader steunde Frédérique in dit verhaal en ook dat is te prijzen. Goed voorbeeld doet volgen. De moeder dacht er anders over maar zij steunt haar dochter wel. Maar toch weer reacties van een andere boze groep uit onze samenleving. Het was te soft naar hun idee. Waarmee ze eigenlijk Frédérique nog een (figuurlijke!) trap nageven. Want wie zijn wij om de idealen van dit meisje onderuit te halen?  

We moeten haar juist steunen!  

Maar waar komt toch altijd weer die agressie vandaan? Is het echt die liefde waar het aan ontbreekt? Of zien we de liefde niet meer omdat we als het ware digitaal opgevreten worden? We streamen met grote gulzigheid het ene kopschoppen filmpje na het andere want voor een portie sensatie zijn we wel te strikken. Die ‘sensatie’ van een kopschopfilmpje op het internet stellen we boven wederzijds respect, respect voor de ander en respect voor andermans bezittingen. Hoe diep kan een mens zakken. Of moeten we toch eens wat meer in de spiegel kijken, naar ons eigen gedrag?  

Ik denk van wel. 

Want de dagelijkse diarree die we voorbij zien komen op het internet via beeld én tekst heeft wel degelijk invloed op ons doen en laten. En we ‘pikken niks meer’ en ‘bepalen zelf wel even hoe wij leven!’ Steeds vaker gevoed door de moderne ‘vrijheidsstrijders’ zoals sommige politici en andere ‘influencers’.  

Sommigen spiegelen zich aan hen en daar gaat het fout. 

Terwijl dichtbij jezelf blijven makkelijker is. Want je bent niet op de wereld gezet om iemand op zijn of haar kop te schoppen. Of bruut door het hoofd te schieten. Toch? Je bent immers uit liefde geboren! Ik snap dat wanneer je boos bent je empathisch vermogen flink op de proef gesteld wordt. Of wanneer het allemaal tegenzit dat je dan veel liever de oorzaak daarvan bij een ander zoekt dan bij jezelf.  

Je even wentelen in een slachtofferrol. 

Maar daar schiet je in mijn ogen niets mee op. Het zuigt al je energie uit je lijf wanneer je steeds maar aan het klagen bent. Je kan veel beter dat kleine beetje energie wat er zit, doelmatig gebruiken. Bijvoorbeeld om de hulptroepen in te zetten die dit land rijk is. En ja, ik weet dat er nog vele handen tekortkomen in die sectoren maar zoek het dan dichter bij huis. 

Bij je geliefden waar je mee opgegroeid bent. 

Een vaststaand feit is dat we grenzen verleggen door groepsdruk, alcohol en drugsgebruik. Alcohol blijft een venijnig (legaal) groot probleem en drugsgebruik neemt eerder toe dan af, met in de bijsluiter de criminaliteit. Het snelle geld is immers duivels aanlokkelijk. Ik zie geen oplossing maar ik kan wel zeggen dat ik geen drugs gebruik en dus het circuit niet financieel ondersteun. 

Maar de groepsdruk is niet minder gevaarlijk! 

Dat laten bovenstaande feiten wel weer zien. Misschien moeten we het geen aandacht meer geven. Misschien moeten we wel alles wat met geweld te maken heeft niet meer streamen en delen.  Misschien moeten we stoppen met alles wat criminaliteit juist aantrekkelijk maakt. Door bijvoorbeeld niet meer te snuiven, spuiten, slikken en zuipen.  

Zodat we weer zelf kunnen denken en niet onder invloed. 

Maar vooralsnog zullen dit soort bizarre gebeurtenissen niet uit te roeien zijn. De wereld verandert elke dag en wij veranderen met haar mee en dat kunnen we enkel maar accepteren. En heel veel van die veranderingen zijn ontzettend mooi en geven ons leven steeds meer kleur. Maar zoals altijd kan niet iedereen die weelde aan en wordt geweld ingezet. Onze handen zijn wat dat betreft gebonden. 

Maar we kunnen er wel openlijk (!) afstand van doen.  

 
 

Afrondingsfases

Nadat onze tuin voorzien was van schuttingen, een overkapping, tegels en groene zones kwam mijn vrouw in actie voor de zogenaamde ‘details’. Die ‘details’ ben ik van haar gewend inmiddels en ik laat haar lekker haar gang gaan. Als ik er last van heb dan laat ik dat haar subtiel weten. Zo staat er bijvoorbeeld een metalen emmertje in de badkamer, in het nisje achter de wc. In dat emmertje zit een kaars. Met een lont. Naast de emmer staat een vaasje waar stokjes uitsteken. 

Een kaasfondue pannetje zeg maar!

Beiden geven geur af. Beiden hebben dezelfde geur, namelijk Jasmijn als ik de tekst mag geloven. De bedoeling van deze voorwerpen is om ervoor te zorgen dat het lekker ruikt in de badkamer. Dat snap ik wel, want over het algemeen zal dat lekkerder ruiken dan de geuren die normaal verbonden zijn met badkamers. En dan met name de toiletbezoeken.

Toch?

Dat lijkt mij een understatement. Maar je kan het ook overdrijven. Ik ben namelijk een leunplasser. Als ik bijvoorbeeld wildplas, tegen een boom of zo, dan leun ik altijd met een arm tegen die boom en doe mijn ding. Het is waarschijnlijk ontstaan in het verleden, wanneer ik als jongere te diep in het glaasje gekeken had en het nodig vond om even lekker wild te gaan plassen. Dat mag tegenwoordig niet meer, nu schoppen ze gewoon iemand hartstikke dood… Maar goed, er staan geen bomen in mijn badkamer dus dan leun ik tegen de muur.

Vooral s’ nachts, dan slaap ik door tijdens het plassen.

Afijn, zodra ik dan in positie ben komt de ergernis want ik hang dan boven dat emmertje en begint het gevecht met mijn reukorgaan. Dat ene fonduepannetje is nog wel te dragen maar dat emmertje is vreselijk actief, irriteert mateloos mijn para nasale sinussen en de bulbus olfactorius en kruipt vervolgens verder in de diepste spelonken van mijn gevoelige lijf.

Het zit tegen misselijkheid aan…

Kennelijk ben ik hypersensitief als het om luchtjes gaat want vrouwlief hoor ik er niet over klagen, die vindt het juist heerlijk ruiken. Ik stel mij aan zegt ze dan. Vervelend, want vanwege mijn leeftijd moet ik er ‘s nachts ‘wat vaker uit’. En telkens volgt dan de confrontatie met Jasmijn. Daarom zet ik tegenwoordig de emmer voor het slapen gaan direct op de wastafel zodat ik de rest van de nacht heerlijk voorover hangend mijn plasjes kan doen. 

Niet te ver voorover anders heb ik ineens zo’n geurstokje in mijn neus. 

Ach ja, geurtjes te over tegenwoordig. Het is big business, je hebt zelfs een prutteldeprut- potje welke je aan moet steken. Dit is een zogenaamde geurkaars en op de bijsluiter staat in geuren en kleuren dat ‘de typische houten brede lont het geluid maakt van een knapperend haardvuur.’ Ja, ze weten het goed te verkopen! Deze laatste verdrijft nare geurtjes van het koken zegt vrouwlief dan. Nare geurtjes? Je begrijpt dat ik dat stuitend vind als keukenprins en wederom kruipen we dan weer in onze loopgraven om het uit te vechten.

Ja, elk huisje heeft zijn kruisje!

Nu de details in de tuin. Daar vallen niet de groene zones onder maar wel de toegevoegde groene zones zoals hangplanten, bomen en vogelzaadsilo’s. Die silo is wel een dingetje zeg! Want het gevogelte wist dat ding vanaf de eerste dag te vinden en regelmatig moest de silo bijgevuld worden. Tot zover een dikke prima, alleen ze maakten er een rotzooitje van! Er werd namelijk naast veel morswerk ook flink gepoept. Vogels kunnen tijdens het eten ook direct poepen! En al die zaadjes en uitwerpselen vielen op de tuintafel en tussen het grind waardoor het worteldoek zich er dood aan ging ergeren. De brandende zon in combinatie met regenwater deden de rest.

Het lukte ons niet dit in de kiem te smoren…

En weldra verschenen er allemaal groene sprietjes tussen het grind en moesten we op de knieën om het onkruid weer te verwijderen. Na drie weken haast dagelijks onkruid wieden hebben we de silo ook verwijdert. Als dat gevogelte zich niet netjes gedragen kan ben ik er klaar mee. Want het was niet alleen op de knieën, er moest ook van alles weggezet worden zodat we er goed bij konden. Van alles ja, want de tuin raakt voller en voller met ‘accessoires’ zoals ze dat tegenwoordig zo mooi noemen.

De vele meubels in onze tuin.

Want sinds mijn vrouw Handige Tinus in haar vriendenkring heeft, bedenkt ze van alles om het maar gezellig en makkelijk te maken in de tuin. Zo maakte Tinus vorig jaar al een prachtige tuintafel van steigerplanken die eigenlijk op mijn ‘to do’ lijst stond. En toen de tuin klaar was maakte hij, wederom op haar verzoek, een zuil voor onder de overkapping. Naast dat je er wat op kon zetten had Tinus het meubel zo gemaakt dat er ook via de achterzijde wat ingezet kon worden. Bijvoorbeeld dingen waar ik met mijn tengels af moet blijven.

Die zuil is nu haar domein.

Enige tijd later kreeg ik ook iets voor mijzelf, ook voor in de tuin. Deze keer was het eigenlijk een verlenging van het aanrecht, oftewel een verlenging van de keuken. Het werd een keukenbank met twee kastjes en twee lades. Aan de ene kant had Tinus wieltjes gemonteerd en aan de andere kant een handgreep zodat ik de keukenbank makkelijk verplaatsen kon. Het detail zat hem in de handgreep.

Want daar kon een mooie theedoek aan gehangen worden..

Maar het was niet genoeg. Ze wilde ook een bijzettafeltje voor onder de overkapping. En zo geschiedde. En vorige week zondag bedacht ze ineens dat ze nog een bijzettafeltje wilde voor naast de achterdeur. Voor als we eten in de tuin. Want dan kun je, nadat je de hor geopend hebt, daar de borden even opzetten en de hor weer snel dicht doen.  

Dat scheelt slijtage van de vliegenmepper.

Voor nu lijkt het erop dat het klaar is en alle details ingevuld zijn. En in afwachting van het volgende project volop genieten natuurlijk!

Spelregels

De vakantie is voor ons weer voorbij en daarom gaan we weer over tot de orde van de dag. Dat begon afgelopen maandagmorgen al toen ik het nieuws hoorde over het wangedrag van Engelse supporters. Het was De Day After van de finale van het Europees Kampioenschap voetbal. De Italianen wonnen met penals en daarmee kwam het voetbal niet ‘thuis’, zoals de Engelsen hadden gehoopt.

Gelukkig maar!

Want nadat er vóór de wedstrijd al ongeregeldheden waren (lees: 19 agenten gewond, het zou je werk maar zijn) ging na het verlies de beerput der hooligans helemaal open en stroomde het internet vol met racistische commentaren omdat enkele spelers van de Three Lions de penalty misten. Het is dat ze het zelf al gedaan hebben maar je zou zo’n land zó af laten drijven.

Ankers los en laat maar gaan.

Voorgaande schreef ik uit enorme frustratie. Het lijkt wel alsof we steeds idioter met elkaar omgaan in deze wereld. En ja, ik weet het, ik moet nu niet alle Engelsen over een kam scheren want de meerderheid van de Engelsen houden wel rekening met de medemens.

We noemen dat ook wel ‘normen en waarden’.

De ‘normen en waarden’ zijn een geweldig duo en bieden ons handvatten hoe met elkaar om te gaan. En mocht je ze even vergeten zijn, ze staan gewoon in de spelregels die we ooit met elkaar afgesproken hebben. Zo heeft het voetbal ook spelregels en oh ironie, die zijn ooit bedacht door de uitvinders van het voetbal, de Engelsen. Kort door de bocht is dat twee keer 45 minuten voetballen, bij een gelijkspel wordt er verlengd en als er dan nog geen beslissing gevallen is mogen beide elftallen elk minimaal vijf penalty’s nemen.

Maak je ze niet dan verlies je.

En vervolgens leg je je daarbij neer. Natuurlijk mag je dan je emotie tonen maar dat wil niet zeggen dat je dan alles om je heen moet slopen of erger, iemand het ziekenhuis in moet slaan. Het is gewoon asociaal en je sluit je daarmee af van de samenleving. En wanneer je dan voor de rechter staat, komt de spijt en wring je je in allerlei bochten voor een beetje strafvermindering:

“Ja Edelachtbare, ik flipte want ik had ruzie met mijn vriendin.”

Gelukkig hebben we de Schotten nog. Dit (terecht) trotse volk maakte er weer een feestje van tijdens het EK en ze ruimden zelfs hun eigen rommel op! Naïef als ik ben hoop ik dat de jongeren (en ouders!) die na het drinken van een biertje dat ook gezien hebben. Want het lijkt tegenwoordig schering en inslag om na het chillen in een park, bos of op het strand er een teringzooi van te maken. En wat bezielt je in Godsnaam om de flesjes na ze geleegd hebben, kapot te gooien? Kun je je dan helemaal niet indenken dat iemand anders zich er de volgende dag aan kan snijden? Misschien wel je kleine buurjongetje dat de volgende dag met emmer en schepje datzelfde strand oploopt… Wij hadden vroeger ook zuipfeestjes maar de flesjes hielden we heel want er zat waarde aan, het statiegeld.

En dat geld gebruikte je weer voor het volgende feestje!

Maar we hebben het kennelijk te goed. En dan verliezen we het zicht op de spelregels. Soms kunnen we er ook niks aan doen. Dat is wanneer de spelregels tijdens het spel gewijzigd worden. Zo hebben wij hier in Winschoten op het Oldambtplein een zogenaamde ‘shared space’ (gedeelde ruimte) rotonde. Sinds 1939 kennen we het fenomeen rotonde en leerden we tijdens verkeerslessen op school en voor ons rijexamen hoe je te gedragen op een rotonde. Dat ging natuurlijk niet altijd goed maar het was toch goed genoeg om heel Nederland er mee vol te bouwen.

Rode draad was: rechts erop gaan en richting aangeven waar je eraf wilde.

Bij de ‘shared space’ rotonde worden min of meer alle spelregels ineens weer losgelaten. Er zijn geen regels, je moet jezelf maar zien te redden! Daar kregen we geen les in, het was er gewoon ineens. Het doel van deze rotonde is dat je dan nog beter gaat opletten dan je al deed en daardoor zou het veiliger moeten worden.

Op papier een uitstekend plan!

Want verkeersongelukken kunnen veel onnodig leed geven. Voor alle betrokken partijen! Te vaak zie ik dat er nog te hard gereden wordt op 30 km zones in bijvoorbeeld Midwolda of Heiligerlee. En dan heb ik het niet over onzinnige 30 km zones zoals de Hoofdstraat in Blauwe Stad. Deze weg is best wel veilig want de fietsers hebben een eigen fietspad, plus nog een berm om uit te wijken. Daar hoef je geen verkeersdeskundige of verkeerspsycholoog voor te zijn. Maar ons heropvoeden middels de gedachte achter het shared space plan gaat je niet lukken.

En waarom niet?

Omdat we mensen zijn en mensen maken nu eenmaal fouten. Als ik naar mijzelf kijk en deze rotonde nader probeer ik alles te doen wat ‘shared space’ van mij verlangt. Zowel op de fiets als in de auto. Ik doe dat zó overdreven dat ik vaak, nadat de laatste horde gepasseerd te hebben, nog urenlang last van mijn nek heb, gekregen van het over mijn schouders kijken. Maar ook doordat ik mijn armen tijdens het fietsen zó overdreven moet strekken om de richting aan te geven zodat medeweggebruikers zien wat mijn bedoelingen zijn.

Maar zoals ik al zei, ik ben een mens.

En ik heb al een paar keer gehad dat ik net die fietser of net die voetganger niet zag. Omdat ik met mijn hoofd met andere dingen bezig was zoals bijvoorbeeld dat akkefietje op mijn werk, de spijt van een te dure aankoop of de ruzie met een van de kinderen omdat die lege flesjes bier op straat stuk heeft staan gooien.

Of dat zogenaamde belangrijke Appje op die verdomde telefoon!

In mijn ogen kan je het niet permitteren om de spelregels te veranderen wanneer het gaat over mensenlevens. Elke mens met gezond verstand snapt dat het een keer heel erg mis kan gaan.

Heel erg mis.

De laatste week voor de wekker

Dat is wel het nadeel van vakantie vieren. Doordat je allemaal leuke dingen doet en even uit je ritme gehaald wordt, vliegt de tijd voorbij. Voor mij betekent dat, achteraf, dat drie weken in een stacaravan wel te dragen zijn doordat we meevliegen met die supersonische snelheid. Daarbij is het idee dat ik straks weer heerlijk in mijn eigen huis zit heel aanlokkelijk wat maar weer aangeeft dat ik het in het Groninger land erg naar mijn zin heb.

Gelukkig maar, want ik moet daar langer dan drie weken verblijven!

Op het moment van schrijven zitten we in de laatste week van onze vakantie en zijn we uitgeput. Uitgeput van een prachtige strandwandeling! Bij Paal Acht gingen we westwaarts het strand op en dan via de Noordsvaarder naar het Groene Strand, langs de vloedlijn. De wandeling voerde ons langs plekken waar we nog nooit geweest waren, ondanks dat ik hier gewoond heb en mijn vrouw hier altijd vakantie vierde. En wellicht ook omdat het vroeger militair oefenterrein was van de luchtmacht. We lieten onze ‘gids’, eilander vriendin Marianne, met grote regelmaat even weten hoe wij genoten van de wandeling.

Want het was genieten met een grote G!

Van het strand, de enorme vergezichten, de parelmoeren stapelwolken die ons afwisselend in de felle zon of verkoelende schaduw zette en dat alles werd versterkt door de zilte geur van enorme hoeveelheden harige mosdiertjes die eerder die dag achtergelaten waren door de Noordzee.

Een heuse vijand voor de garnalenvissers volgens vuurtorenwachter Peter.

Maar we moesten ook bijkomen van het weekend want het was opnieuw volle bak in de caravan. Deze keer mijn oudste en jongste zoon met hun vriendinnen. Plus kleindochter Roméline, het mooiste meisje van de wereld! Het jongste stel sliep in de tent en de anderen bij ons in de caravan.

Ja, dat was een uitdaging!

Maar ach, het weer was goed en we konden gelukkig veel buiten vertoeven. En net als vorige week werd ik ook nu door de mannen getest of ik nog een beetje lenig was. Voetbal en badminton werden afgewisseld met kleine stoeipartijtjes, dat blijven ze leuk vinden. Zodra het mij te gortig werd riep ik heel hard ‘Pas op! Mijn rug!’ en hielden ze ermee op. Dat heb ik ze wel geleerd in de loop der jaren. De kleine meid liep steeds vrolijk en almaar zwaaiend naar iedereen door ‘het veld’ of ze ging zitten om te spelen met grassprietjes en madeliefjes. De ontdekkingstocht van een jong kind op een eiland.

Wie is daar in onze families niet groot mee geworden!

De eerste avond stonden er pannenkoeken op het menu en werd onze caravan een soort van Foodtruck. Het keukenraam diende als doorgeefluik en telkens als ik weer een pannenkoek klaar hard, riep ik naar het gezelschap buiten op het ‘terras’ dat er weer een naturel, kaas of spekpannenkoek klaar was.

Vooral de mannen bleven erin eten!

Dat kwam natuurlijk door de zware, zuivere luchten van het eiland maar ook door alle fietstochten die er gemaakt werden, over de net van verse schelpenlagen voorziene fietspaden. Zoon Sil en vriendin Steffie volgden ons met de scooter, gelukkig elektrisch waardoor we nog steeds de prachtige natuur konden horen.

Want de natuur moet je met al je zintuigen kunnen beleven.

Het werden drie drukke dagen maar het was ook weer fijn dat we weer eens bij elkaar waren. Even elkaars leven bijpraten in een van de mooiste omgevingen die ons land rijk zijn, wat wil een mens nog meer. Alleen komen er altijd aan alle leuke dingen een eind en stonden we afgelopen zondag weer op de haven, om afscheid te nemen van het hele spul. Na de uitzwaaiceremonie zeiden we, net als onze ouders dat altijd zeiden als de logees weer uitgezwaaid waren:

‘We zijn weer onder ons!’

Maar terwijl wij terugfietsten over het fietspad van de Noordsvaarder en mijn vrouw weer allerlei kreetjes van verrukking uitte over al het moois om haar heen, was ik stil. Stil van het afscheid nemen. Stil van de al die sombere gezichten die aan boord gingen, somber omdat ze hun geliefde eiland moesten verlaten of somber omdat ze hun geliefden moesten verlaten.

Omdat aan de andere kant van het water de plicht weer roept.

Want dat afscheid nemen van dierbaren gaat mij steeds meer tegenstaan. Ik moet het te vaak doen, mijn hele leven al. Dat komt door al die afstanden die tussen ons zitten. Het is geen dorp waar wij met alle geliefden wonen. Nee, we worden gescheiden door afstanden die door allerlei omstandigheden ontstaan zijn in de loop der jaren.

Geografische gezien dan hoor!

Het begon al als kind, wanneer de Opa’s en Oma’s, ooms en tantes of neven en nichten van de wal weer weggingen. Of later als onze toeristen vrienden en vriendinnen vertrokken. Dat wij op de pier stonden zodat wij zo lang als mogelijk konden blijven zwaaien, uitzwaaien. Later moest ik zelf als vijftienjarige afscheid nemen omdat we aan de Wal op school zaten. Elke zondag ging je weer weg, met een weekendtas gevuld met schone kleding en schoolboeken.

Grote broer en zus waren mij al voorgegaan.

Mijn ouders waren toen ineens weer met zijn tweetjes. Maar vrijdagavond kwamen we dan weer thuis, ook weer in het gezelschap van een goed gevulde weekendtas maar nu met vuile was. Het weekend stond geheel in het teken van voetbal, volleybal en nasi op zaterdagmiddag. En de zondag bestond uit zwemmen in zwembad De Dôbe en een wedstrijd van ‘Het Eerste’, met als afsluiting een uurtje feesten in de OK18.

En daarna weer naar de haven met een weekendtas met schone kleren.

Want aan de andere kant van het water was de structuur. Van het naar school gaan, stage of gewoon werk. En dat staat ons nu ook weer te wachten, na drie weken vakantie op het mooie Terschelling, inclusief quality time met mijn ouders na ruim een jaar!

Nu rest ons weer het heilige moeten.

Hoe laat zette we ook alweer de wekker?

Een keer per jaar doen we ingewikkeld

De echte liefhebber van kamperen zal zich niet herkennen in dit stukje, maar ik vind kamperen best wel ingewikkeld. Of beter gezegd, ik vind op vakantie gaan ingewikkeld. Eén keer per jaar verhuizen we onze (voor mijn gevoel de gehele) inboedel naar elders om daar dan enkele weken te vertoeven. Zoals ook dit jaar, ons huis is drie weken lang een stacaravan en dat geeft het gevoel alsof je vanuit je rijtjeshuis ineens in je schuurtje gaat wonen.  

Dat is even wennen. 

‘Maar je krijgt er heel veel voor terug!’ zegt men dan. Klopt, maar dan moet je er wel oog voor hebben. En daar was ik blind voor geworden, had eigenlijk een hekel had aan kamperen. Lang geleden ben ik namelijk op vakantie geweest naar de Ardennen en moest ik drie weken lang in een stacaravan leven. Dat klinkt best leuk maar doordat het ook drie weken lang regende werden het loodzware weken.  

Het voelde aan alsof ik drie weken in een zwembad gelegen had.. 

Zo vochtig was het. En dat is niet fijn kan ik je vertellen. Ik had toen met mijzelf afgesproken nooit weer een stacaravan te betreden, tot 2012. Toen had mijn geliefde mij overgehaald met haar drie weken in een stacaravan te gaan zitten, op Terschelling. De liefde zat diep en dat het op Terschelling zou gaan afspelen was het laatste zetje om mijn gelofte van eind jaren ’80, om nooit meer in een stacaravan te verblijven, te verbreken.  

Gelukkig maar. 

Want het waren achteraf drie hele leuke weken. En ik kwam erachter dat het leven op een camping eigenlijk best wel leuk is. De verse broodjes uit de kampwinkel, het (gezamenlijk) buitenspelen met voetbal, volleybal en badmintonracket en de mooie warme nachten onder een deken van miljarden sterren. En dat alles met het minimale aan comfort. Ik maakte ook kennis met het sanitair gebouw welke midden op de camping stond. Daar werd ik onder andere verrast door een dame die ‘s morgens om half acht gezellig onder de douche begon te zingen! Terwijl ik notabene op de wc zat omdat ik om de een of andere reden niet in de caravan naar de wc mag van mijn geliefde. Ik treed dan ook hier uit mijn veilige haven die ik in Winschoten heb en dat is best wel eens confronterend om in een ruimte te zitten met meerdere wc’s.   

AirPods of andersoortige muziekdragers is een aanrader.  

Kortom, ik was weer om en nam al het ongemak voor lief. Nu zitten we weer in de caravan en had ik van de week even een deja vu met het verleden. Want dinsdagmiddag begon het te regenen en dat ging door tot en met woensdagmorgen. We moesten die dinsdag twee keer een fietstochtje maken en we werden ook twee keer zeiknat. 

Van top tot teen. 

Die avond hebben we de kachel maar aangezet om kleding en schoenen te kunnen drogen. Het wasrek bestond uit open kastdeurtjes en stoelen. Met de ramen open, anders stikten we van de warmte want het is immers zomer. Maar het was allemaal te dragen want we hadden al een paar hele mooie dagen achter de rug. Want dat is zo mooi van een eiland, de meeste bewolking waait over.  

Een van de redenen dat we zo gek zijn op dit eiland. 

Ik heb die liefde voor het eiland ook altijd uitgedragen maar daar kleven ook nadelen aan. Want dan worden die mensen ook weer enthousiast en willen ze hier ook heen. Op zich was dat te doen, totdat de corona ons overviel. Want toen moesten al die andere mensen die eigenlijk alleen maar naar het buitenland op vakantie gingen, ook ineens naar ‘ons’ eiland. En dat is wel een dingetje want je moet je dan wel weten te gedragen als een eilandliefhebber. 

En dat blijkt voor sommigen best wel lastig te zijn. 

De echte liefhebber krijgt het vanzelf ingegoten, dat gaat van generatie op generatie. Die nemen je mee als zijnde baby, peuter, kleuter of pre-puber. Daarna wordt het even stil en als volbloed puber komen ze dan weer terug om met vrienden en vriendinnen de jeugdcampings te bevolken, inclusief het nachtleven.  

Herinneringen maken. 

Zo zijn onze kinderen ook ‘besmet’ geraakt en daar is geen Pfeizer, Moderna of Jansen vaccin tegen opgewassen. Zij hebben ook herinneringen gemaakt en die willen ze herbeleven of, zoals de oudste zoon, doorgeven aan zijn mooie dochtertje.  

Maar zoals met alles heeft elk voordeel ook een nadeel. 

Want zodra de kinderen erachter komen dat wij weer een paar weken op het eiland verblijven, plannen ze zelf ook direct een paar daagjes in. Zo hadden we vorige week middelste zoon Sven en zijn mattie Robin even over. Ze hadden er zin in en dat werd ook regelmatig en al weken, wat zeg ik, maanden ervoor in de App gedeeld met ons. En op de dag waarvan je wist dat die ging komen belden ze al vanuit de auto dat ze onderweg waren en er heel erg veel zin in hadden. 

Nou, wij waren er ook klaar voor! 

Natuurlijk stonden we op de haven en nadat de Willem Barentsz had aangelegd volgde het inmiddels bekende elleboogbegroeten. Tien minuten later zaten de heren in een taxi, op weg naar de fietsenboer die ook E-scooters verhuurde.  

Want er moest ontspannen worden, inspannen deden ze wel op het werk. 

Het werden gezellige dagen met voetballen, tafeltennissen en badmintonnen. Maar de dagen begonnen met een zwempartij in het Duinmeertje, onder aanvoering van mijn vrouw. Dat was traditie want haar moeder deed dat vroeger ook altijd met haar. Ik smoesde mij eronder uit en dat werd, gelukkig, geaccepteerd.  

Er zwemt namelijk een snoek in dat water van anderhalve meter… 

Een soort Monster van Lochness zeg maar. Gelukkig lieten ze mij met rust en zwommen ze braaf hun baantjes met Moeder Eend en werd er, zonder dat ze er zelf erg in hadden, opnieuw een traditie geboren. 

Hoe ingewikkeld we het ons soms kunnen maken, een traditie is zo gemaakt! 

 

 

 

 

 

 

 

Vrij straatjes en andere herinneringen

Mijn vrouw deed het altijd in het Achterlaantje van Scheemda of in het aansluitende parkje, daar hadden ze hutten gebouwd. Ik had meerdere plekjes maar dat kwam natuurlijk omdat ik op een eiland opgroeide, romantische plekjes genoeg.  

Plekjes waar je jezelf onbespied achtte. 

Ik moest daar laatst aan denken nadat ik bij ons in de wijk twee pubers om elkaar heen zag draaien. Tijdens dat draaien werden er kusjes uitgewisseld met de daarbij behorende aanrakingen, flirterige grapjes en gegiebel. Fantastisch wat verliefdheid doet met de mens. Ik zie dat liever dan dat ze elkaar de kop inslaan, een rare vorm van bezigheidstherapie die sommigen onder ons maar blijven uitvoeren. Maar ja, dat is mijn naïviteit wellicht. 

Imagine all the people.. 

De plekken waar ik en mijn pubergenoten vertoefden als we in een hormonen-rollercoaster verkeerden waren divers. Op Lagere School leeftijd waren dat de weilanden waar het gras, de zuring, de boterbloemen en de paardenbloemen meer dan twee kontjes hoog stonden. Het liefdesspel wat we speelden heette ‘Meiden- de Jongens’ of ‘Jongens- de Meiden’. We speelden dit vaak met Klas 5 en 6 en een beetje valsspelen hoorde erbij. Want sommigen wisten hun favorieten altijd direct te vinden omdat hier stiekum afspraken over gemaakt werden van tevoren.  

Wanneer ik zo’n rijk gevuld weiland zie koester ik de herinneringen. 

Op latere leeftijd verdween dit groepsgedrag en zocht je donkere straatjes op. Zo was het straatje naar ‘t Achterom populair of de ingang van de gymzaal. En zo waren er nog veel meer plekken waar je van wist niet gezien te worden. Maar ja, dat is ook het voordeel van in een dorp wonen hè, daar is het kunstlicht minimaal aanwezig en waren er genoeg sterren te tellen. 

Hoe romantisch! 

En camera’s op straathoeken en huizen zoals we die nu kennen waren toen nog slechts beperkt tot een toekomstbeeld, slechts opgetekend in stripboeken. Nu was het heus geen Sodom en Gomorro hoor, wat er zich allemaal afspeelde in de spelonken van de duisternis. Het was niets meer dan zuinige kusjes geven en de handen deden onhandige handelingen want ja, het was geen vak op school, de liefde. Maar de hormonen maakten vreugdevolle sprongetjes in alle delen van het lichaam en even voelde je je de gelukkigste puber van de wereld. 

En zij ook. 

Vlakbij het uitgaansleven op West- Terschelling heb je het Seinpaalduin en ik dacht veilig mijn liefde te verklaren aan een meisje die ik ontmoet had die avond.  Dat bleek een vergissing want al gauw kwam ik erachter dat dit duin toch niet zo geschikt was om elkaar te onderzoeken.  

Want de vuurtoren Brandaris keek mee. 

Om de vijf seconden stond je vol in het licht van een van de vier lichtbundels waardoor de lol er al gauw vanaf was. Dus gingen we maar weer terug naar de kroeg en stortten we ons weer in het feestgedruis.  

En de vlinders in de buik feestten mee. 

Kalverliefdes zijn gelukkig van alle tijden en iedereen zal zo wel zijn of haar herinneringen daaraan hebben. Net als aan het dorp of stad waar men geboren en getogen is. Die herinneringen van mij liggen dus op Terschelling en het toeval wil dat wij daar nu onze vakantie aan het vieren zijn. We fietsen nu door duin en polder waardoor de herinneringen versterkt naar boven komen plus het ‘En langs het tuinpad van mijn vader’ gevoel. En nee, het is niet terugverlangen want de tijd loopt gewoon door en is aan veranderingen onderhevig.  

Maar ik zal het blijven koesteren. 

Die herinneringen van het opgroeien als kind naar de volwassenheid waar ik nu ben hebben ze mij nooit af kunnen pakken. De enige die dat misschien later wel voor elkaar krijgt is meneer Alzheimer, mocht deze aan mijn deur komen te staan. Ik hoop dan dat mijn kinderen mij zullen voorlezen uit mijn herinneringen die ik in de loop der jaren heb opgetekend zodat die Alzheimer toch geen poot tussen de deur krijgt.  

Want ik zie van dichtbij wat hij teweeg kan brengen. 

Hoe hij herinneringen probeert kapot te maken, beetje bij beetje. Gelukkig heeft mijn moeder mijn vader nog, hij is de Brandaris in haar leven. Hij kan het geduld opbrengen om haar herinneringen voor te lezen. Ogenblikken die goud waard zijn want zodra je in haar gezicht de herkenning en de herinnering terugziet, komt daarmee ook weer even zijn vrouw en mijn lieve moeder terug.  

En hoor ik haar weer lachen zoals ze vroeger lachen kon. 

Op de feestjes die er waren, in huiselijke kring of met dorpse evenementen waar jong en oud voor uit liep. Zoals de jaarlijks gymnastiek uitvoeringen, schoolavonden of toneelavonden. Midden in het leven en midden in de samenleving.  

Een groot voorbeeld voor ons. 

Dat vergeten van haar heeft ook wel voordelen hoor. Want als ze zou begrijpen dat mijn fiets elektrische ondersteuning heeft zou ik van haar een flinke portie verontwaardiging over mij heen gekregen hebben. “Wat? Een E-bike? Ben je helemaal gek geworden!”  

“Wat een flauwekul!” 

Mijn zus vertelde van de week dat ze daarom nog geen fiets heeft met ondersteuning en mijn broer denkt daar hetzelfde over. Maar ja, ik ben de jongste in huis en die zijn nu eenmaal altijd net even wat vlugger met de zaken anders aan te pakken. Dat is een logisch gevolg van hoe je het vaak ziet gaan met de opvoeding. De eerste moet het altijd doen volgens de regeltjes, de tweede wordt daarin meegezogen in het kielzog maar bij de derde komt het verval, dan zijn de opvoeders moe gestreden en hebben ze niet meer de puf om te handhaven. 

‘Als twee honden vechten om een been….’ 

Ik ben nu weer even ‘thuis’, het blijft telkens een feestje. In een caravan, drie staanplaatsen verwijderd van waar mijn vrouw elk jaar en in elke vakantie stond met haar ouders. Zij was als het ware aangespoeld op het eiland en ik heb haar, met een kleine onderbreking van om en nabij de 27 jaar, opnieuw kunnen jutten.  

Arjen’s Lobke uit Groningen! 

 

 

  

 

 

Een confrontatie met het ‘normaal’

Nu we weer een beetje controle krijgen over ons leven merk je wel dat we daar weer enorm aan moeten wennen. ‘Hoe ging het ook alweer?’ lijken we onszelf steeds af te vragen. Zo had ik een confrontatie met Stad, na acht maanden niet geweest te zijn.

Dat was even schrikken!

Op de Grote Markt schrok ik van de hoeveelheid mensen en heel even had ik de neiging om rechtsomkeert te maken. Nou is schrikken een groot woord hoor, ongerustheid is meer op de plaats in dit geval. Het voelde wat ongemakkelijk want ik was nog niet gevaccineerd, dat was pas een week later. Maar ik zat niet te wachten om besmet te raken terwijl de finish in zicht is!

Dan waren alle voorgaande ‘inspanningen’ van het afgelopen jaar voor niets geweest!

De reden dat we naar Stad gingen was omdat mijn gezelschap wilde winkelen, voor het ‘echie’ en niet op afspraak of online. Ze weten dat ik daar niet zo van ben waardoor mijn taak al snel duidelijk en helder was.

Ik mocht die middag met kleindochter in de kinderwagen voor de winkels wachten.

En dat was wel weer even een ervaring want er liep genoeg volk over en weer. Sommige gehaast, anderen slenterend en ietwat verveeld maar over het algemeen allemaal getooid met een brede glimlach! Zo nu en dan kwam er wel iemand bij ons staan zodat we samen een partijtje ‘dom kiekn’ konden beginnen. Dat waren trouwens voornamelijk mannen waarmee maar weer bevestigd werd dat vrouwen graag winkelen en mannen niet. Maar soms kwamen er ook mensen naast mij staan om even een sigaret te roken waarna ik driftig om mij heen keek of ik soms bij een rookpaal stond, zo’n ding die ‘vroeger’ nog te vinden waren rondom het station.

Maar dat was niet het geval.

Nu kan ik het wel hebben hoor, ben zelf fanatiek roker geweest. En meestal geniet ik dan ook nog wel mee wanneer er iemand in mijn omgeving aan het roken is. Maar juist dat pontificaal in de buurt van mensen gaan staan in een drukke straat om een peuk op te steken was voor mij óók een reden om te stoppen. Het werd namelijk gênant omdat ik voelde dat anderen er last van hadden.  

En de lontjes zijn knap kort de laatste jaren…

Dat werd later maar weer bevestigd. Want naast het winkelen was er nog een prioriteit die op het programma stond, namelijk een terrasje pakken. Dat deden we ook en ook hier zag je dat we daar weer even aan moeten wennen. De serveerster niet, die was er helemaal klaar voor en vol enthousiasme heette zij ons welkom en werd zij daarmee onze persoonlijke gastvrouw waardoor het feestje echt een feestje werd.

We voelden ons meer dan welkom!

Terwijl wij genoten van het gebodene kwamen er twee mannen voor ons aan een tafeltje zitten. Ook zij kregen een warm welkom van de serveerster en het leek alsof alle aanwezigen gelukkig waren. Althans, dat dacht ik. Want de beide heren ergerden zich aan mijn kleindochter omdat het meiske lekker aan het brabbelen was. Hoe klein ze ook nog is, ook zij genoot. Mijn schoondochter ving hun geklaag op maar was zo verstandig om er niet op in te gaan.

Gelukkig maar.

Want deze zeer vredelievende opa had dan zeer waarschijnlijk even die vredelievendheid op een laag pitje gezet om deze eigenheimers even goed de les te lezen. Om ze even heel duidelijk te maken dat zij niet alleen op deze wereld leven en dat kinderen nu eenmaal het voortbestaan van de mensheid garandeert. Doen we dat niet dan is er straks niemand meer die je verzorgen kan aan het einde van je leven. Maar het allerergste is dat je dan eenzaam en alleen sterft en geloof mij, dat is het allerergste wat een mens overkomen kan. En voordat je dan je ogen zal sluiten komt geheid de spijt nog even langs, spijt dat je hele leven een groot egocentrisch verhaal is geweest.

Dat iedereen eigenlijk een ontzettende teringhekel aan je had.

Excusez le mot, maar dit moest mij even van het hart. Want van dit soort lieden krijg ik uitslag. En het lijkt erop dat er steeds meer van dit soort types rondlopen. Ik geef de schuld aan de welvaart waarin wij leven, de welvaart waar sommigen de weelde niet van kunnen dragen. Dat zijn hele vervelende mensen en het allerergste is dat ze ook nog vaak een podium krijgen.

Het Podium der Hufters.

Dit soort mensen zitten in alle lagen van de bevolking en je kan ze overal tegenkomen; in winkels, op straat, in het zwembad, op het terras of op de (snel)weg. En sinds een aantal jaren ook op Social Media, daar tieren de onderbuikgevoelens welig en begint het behoorlijk op een riool te lijken. Het lijkt wel of men er genoegen inschept om iemand anders zo hard als mogelijk te raken, aangevoerd door voorbeelden van de ‘deskundigen’.  Zo zagen we na de onwel wording van Christian Eriksen een Tweet voorbijkomen van ene Willem Engel.

Te ranzig om hier te herhalen.

Je kan het niet bedenken maar hij dus wel. Willem Engel was allang doorzien dat hij geen engel was maar nu gooide hij zelf het laatste restje geloofwaardigheid te grabbel door de hartstilstand van Christian Eriksen te gebruiken voor zijn Waarheid.

Terwijl Christian niet eens gevaccineerd is!

En dan heb ik het nog niet eens over Engel’s misbruik van gelden voor een stukkie grond in Spanje. Maar hij is niet de enige die de boel probeert te flessen, neem bijvoorbeeld Sywert met zijn mondkapjesdeal. Wellicht kunnen ze een deal sluiten met Thierry Baudet. Deze wil een eigen samenleving creëren met eigen scholen, eigen woningbouwverenigingen en een eigen betalingssysteem. Oh ja, vergeet ik er nog eentje:

Een eigen dating App!’

Doen! Vooral doen. Ga naar Spanje, gebruik het geld van Sywert en kies Baudet als Grote Almachtige Leider.

Naar Noord-Koreaans voorbeeld….

Dat zou dan voor de achterblijvers Stap 1 zijn naar een huftervrij land!

 

Het gevoel van de Twaalfde Man

Dat het EK voetbal begonnen is merk ik vooral aan alle reclameblokken die gevuld zijn met Oranje sentimenten. Het ene na het andere spektakel wisselt zich af tussen de programma’s op tv en computer waarmee maar even duidelijk gemaakt moet worden dat we als één mens achter het Nederlands Elftal moeten staan.

Het terugverlangen naar 1988!

Langzaam zien we hoe huizen en straten zich onderdompelen in een oranje zee van strengen oranje en driekleurige vlaggetjes, ballonnen en andere versiersels. En daar blijft het niet bij want de middenstand doet ook mee. Die lokken de klanten met allerlei spullen die ons in de juiste stemming moeten brengen. Zoals oranje drankjes, chips en borrelnoten.

Zelfs de fles shampoo is nu een oranje knaller!

Het enige oranje wat ik hier in en rondom het huis kan ontdekken is het oranje deksel van de plastic afvalcontainer. Sorry. Want ik weet dat er fanatiekelingen onder ons zijn met een onvoorwaardelijke liefde voor het Nederlands Elftal. En ik weet ook dat zij hun huizen mummificeren met alles wat maar oranje is waardoor hele straten transformeren in een oranje enclave. Ik begrijp dat wel, vooral nu ‘we’ na zeven jaar weer mee mogen doen. En als ik even terugga naar dat WK in 2014 met onder andere de eclatante overwinning op Spanje met de snoekduik van Robin van Persie, begint er bij mij wel iets te kriebelen hoor. Maar nog net niet genoeg om enthousiast te worden voor het komende EK.

Terwijl ik toch echt een voetballiefhebber ben!

Regelmatig denk ik terug aan al die Oranje hoogtepunten die achter ons liggen. Die zitten bij mij opgeslagen in een soort kluisje in mijn hoofd, want de herinneringen zijn heel beeldend en soms weet ik zelfs nog precies wat de verslaggever zei.

Of beter gezegd, schreeuwde!

Menig liefhebber weet dat nog. Neem Dennis Bergkamp, hoe hij de pass van Frank de Boer op miraculeuze wijze aannam, de Argentijnse verdediger met een Hans Klok goocheltruc in de maling nam en vervolgens met buitenkantje rechts de bal links langs de keeper in het net schopte.

Ik heb toen denk ik wel tien minuten gillend door de kamer gelopen.

Of Marco van Basten. Tegen de Duutsers. Die pass van Wouters, de aanname van Marco en vervolgens die sliding waarna de bal links langs de keeper in het net lag. De herhaling heb ik toen niet eens meer gezien want ik rende nu naar buiten en liep gillend door de wijk! Daar werd het traumaatje van 1974 effe vereffend!

Plus nog wat sentimenten die er waren over de Duutsers.

Voetbalwedstrijden kunnen mij dus ook in hogere sferen brengen. Tijdens het schrijven over dit onderwerp schiet de kluis in mijn hoofd weer open en komen de beelden van bijvoorbeeld Giovanni van Bronckhorst, Johan Neeskens en Arie Haan weer voor ogen. En ja, Giovanni zijn afstandsschot, die vergeet ik nooit meer. Hoe hij de bal vanaf de linkerzijde diagonaal over de verbouwereerde keeper stijf in de kruising schoot. Of hoe Johan zijn penalty’s loeihard de netten in joeg. En hoe Arie met zijn schot de Duitse keeper Sepp Maier verschalkte. Die keeper dacht dat de bal naast ging maar dat had hij mooi mis!

Mijn oudste zoon deed jaren later ook een Van Bronckhorstje, tegen VUC in Den Haag.

Ik stond langs de kant en werd overmand door emoties. Kan daar nog steeds kippenvel van krijgen! Het maakt mij daarom ook niet uit in welke setting een voetbalwedstrijd gespeeld wordt, als er maar strijd en mooi voetbal te zien is. Want het blijft een mooi spelletje al ligt overschatting op de loer. Overschatting door bijvoorbeeld een aantal matige ex-voetballers bij elkaar te zetten in een tv-programma waarna zij ons even gaan vertellen wat er allemaal fout ging.

Matige ex-voetballers, dus niet Cruijff, Van Hanegem, Bergkamp of Van Basten!

Toen mijn drie jongens nog op voetballen zaten was ik met grote regelmaat te vinden op de sportvelden, zowel bij de wedstrijden als bij de trainingen. Winterdag gingen we met de auto en nam ik ook andere spelertjes mee omdat hun ouders andere verplichtingen hadden. Dat leverde leuke gesprekjes op, zoals voetballertje Mike die vertelde zich te verheugen op de avond want dan kwam Kees weer op tv. “Kees?” vroeg ik. “Ja, Kees, van Flodder!”

En vervolgens verscheen er een brede lach op zijn smoel!

Soms waren die gesprekjes in de auto ook flink confronterend. Zo zat pupil Hoessein bij mij in de auto en die vertelde even aan zijn maatjes naast hem dat hij, toen hij nog in Irak woonde, beschoten werd. Natuurlijk kreeg hij de vraag of er met echte kogels geschoten werd. Na de bevestiging werd het stil in de auto. Heel stil.

Via de binnenspiegel zag ik aan de koppies dat dit even verwerkt moest worden.

Of die keer toen onze verdediger ruzie kreeg met de spits van de tegenpartij, allemaal opstandige pubers van rond de 16 jaar. Zijn moeder stond naast mij en zag hoe haar zoon begon te matten. Ze gilde zijn naam en rende het veld in en iedereen dacht dat ze haar zoon ging helpen. Dat klopte ook.

Ze pakte hem bij de arm, keek hem recht in de ogen en zei:

“Eruit jij! Op het veld wordt niet gevochten!”

Vol bewondering en verbazing keken alle ouders en aanhang naar dit tafereel. Niemand zei ook wat want dit was nou precies hoe het zou moeten zijn langs de lijnen. Sindsdien stelde ik mijzelf ook anders op want ja, het is maar een spelletje!

Nogmaals, ik ben een echte liefhebber!

Ik heb nog geen enkel vlaggetje hangen maar ik snap de oranje hype wel. En wellicht zijn we deze keer extra hieper de pieper omdat we weer de eenheid in dit land willen na alle ellende van het afgelopen jaar. We zien het al doordat we ons massaal laten prikken en nu doordat we ons, nog enigszins onwennig, in het feestgedruis storten van een paar partijtjes voetbal.

Waarmee we als het ware de pandemie onder de grasmat schoffelen!

 

 

Het gemak dient (niet altijd) de mens

Het zou mij niks verbazen als de buren denken dat wij steeds ruzie hebben want we zijn de laatste tijd nogal luidruchtig. Hoewel wij ook wel eens woorden hebben valt dit niet onder de categorie ruzie. We zijn echt geen heiligen en ach, wie is er niet zo nu en dan met een ruzietje groot geworden. Herman van Veen zong erover:

‘We houden onze woorden binnen, maar al beheersen we het spel, een ding blijft toch altijd bestaan, de zoete oorlog van het minnen…’

Door zo’n mooie zin zou je haast expres ruzie gaan maken! Maar de onstuimigheid in ons huis is te danken aan alle hightech om ons heen, de zogenaamde slimme apparaten. Zo hoeven we al maanden niet meer de lichtschakelaars te beroeren als de lampen aan moeten. En op de afstandsbediening van de radio/tv ligt een laag stof omdat deze eigenlijk overbodig geworden is.

We hoeven slechts nog commando’s te geven!

Want zowel licht als muziek en televisie is aan te sturen via de stem. Daardoor is het soms in huis een kakofonie van stemmen, vooral als we van mening verschillen over wélk commando er geroepen moet worden. Want bij een irritant liedje wil ik Troel, zo noemen we haar, een opdracht geven:

“Hey Troel, doe de muziek uit!”

Waarop mijn vrouw antwoordt: “Hey Troel, doe de muziek áán!”

Verder kunnen we vragen om het licht aan te doen want ook de lampen zijn slim en duurzaam. In totaal zijn er acht lampen aangesloten en als je dan vraagt om de lampen aan te doen, zegt Troel: “Goed, ik doe alle acht lampen aan!”

Maar soms luistert ze niet goed.

Dan gaan er maar een lamp of twee aan. Of ze gaan niet uit. Dat komt waarschijnlijk door een dipje of hikje in de Wifi. Of misschien ook wel doordat we soms tegen elkaar in commanderen, dan snapt ons digitale mokkeltje het ook even niet meer en gooit ze de kont in de krib. Als het al laat in de avond is en je roept dan dat alle lampen uit mogen, geeft ze na uitvoering nog een bonus:

“Welterusten. Voor wanneer zou ik de wekker moeten zetten?”

Ik kan daar wel eens nogal bot op reageren, bemoeimens dat ze kan zijn: “Doe alle lampen uit en néé, je hoeft géén wekker te zetten!” Inmiddels vraagt ze het ook niet meer want de techniek laat toe dat zo’n apparaat zichzelf steeds weer opnieuw uitvindt.

Daarom noemen ze het ook een slim apparaat.

Wanneer zij nu de lampen uitdoet, hoor je ineens krekels! Ook heel slim weer van haar want nu ga ik superrelaxed mijn bed in en zak ik zo weg. Dan droom ik over lange, zwoele zomeravonden met mijn geliefde, op een kleedje in het gras, een grassprietje tussen de lippen want roken doe ik niet meer en een gekoeld rosétje uit de picknickmand.  Om het zoenen een extra bite te geven.

Inderdaad, een nacht die je alleen in films ziet.

Maar naast de nadelen is het ook erg grappig. Zo bedacht ik laatst om haar eens de volgende vraag te stellen, uit verveling:

“Hey Troel, wat kunnen we gaan doen vandaag?”

Na een korte stilte: “Wat dacht je van een Doe het Zelf Project. Ik kan je wel helpen met tips.”

De lolbroek.

Maar och, wat word je er lui van. Het gemak neemt plaats in de stoel van het nadenken. Als je bijvoorbeeld vergeten bent de verwarming uit te zetten, net nadat je al een uurtje onderweg bent voor een dagje uit, hoef je dus niet meer chagrijnig en met een kwade kop (‘Ik dacht dat jij dat zou doen?!’) terug te rijden om de thermostaat een standje te geven. Nee, je gaat gewoon naar de App, tipt de temperatuur naar beneden en vervolgens kijk je elkaar even gelukzalig aan en denk je:

“Wat zijn we toch gelukkig en waar hebben we het aan verdiend.”

We zijn natuurlijk niet de enige slimmeriken. Zo kregen we via WhatsApp een filmpje van de kinderen waarin onze kleindochter een hoofdrol had. Ze stond in haar ledikant met de babyfoon te ‘spelen’ en die beelden werden natuurlijk naar beneden gestreamd, naar de ouders die op de bank zaten. Moest ikzelf vroeger nog opstaan van de bank, naar de kamerdeur lopen en onderaan de trap luisteren of ik het kroost nog hoorde, tegenwoordig wordt het grut gewoon live gestreamd en kunnen de ouders zelfs via de babyfoon het kind te sommeren om te gaan slapen!

Sterker nog, mijn zoon vertelde dat hij altijd via de babyfoon een slaapliedje zingt!

Vanaf de bank hè! Daar kan je wat van vinden natuurlijk maar toen ik nog in het jonge kroost zat had het een uitkomst geweest kunnen zijn. Want als ik voorlas of een slaapliedje zong, lag ik eerder te slapen dan het kind. Op zich leuk, maar soms veroverde ik zoveel ruimte in het bed dat de peuter haast geplet werd tussen zijn pa en de muur.

Knus met de Grote K!

Maar het heeft natuurlijk, zoals alles dat heeft, nadelen. Want we worden van al die slimmigheden naast lui ook stuk dommer. Terwijl het apparaat, ironisch genoeg, er wél slimmer wordt. Daar zou je bang voor moeten zijn, niet voor een prikkie.

En dan zijn er nog de Apps.

Die maken over het algemeen het leven een stuk makkelijker, denk maar eens aan Maps of de App die jou verteld dat het pakketje onderweg is. Maar ook hier zit een keerzijde aan, namelijk dat we ons niet meer kunnen laten verrassen. Zo had ik vorige week vrijdagmiddag online een mooi boeket bloemen besteld, voor onze 3-jarige trouwdag.

Die mocht ik natuurlijk niet vergeten!

‘Ping! Uw pakket is klaar voor verzending.’

De Post.nl App! Ik schoot overeind en pakte snel de GSM van de bruid. “Wat moet je daarmee?” vroeg ze. “Euh ja, Android GSM’s worden aangevallen door een virus. Ik scan de boel effe voor je.”

Loog ik.

En verwijderde snel de Post.nl App van haar gsm!

 

Met de kennis van nu

Had ik het nou goed gehoord, zei Annechien nu echt dat de directeur van de Efteling op gesprek ging met de informateur? 

Ik had het goed gehoord.

Mevrouw Hamer wilde kennelijk ook de mening horen van de bewoners van de Efteling. Bijvoorbeeld die van Holle Bolle Gijs, of hem nog wat dwars zat. Gijs had wel een dingetje want sinds de Efteling haar deuren moest sluiten, is Gijs behoorlijk afgevallen. Op zich best goed in deze obesitastijden maar Klein Duimpje en die vreemde snoeshaan van een Fakir lachen hem nu steeds uit. Maar ook als de andere Sprookjesbosbewoners voorbijliepen hoorde hij toch echt dat er veel gegniffeld en gewezen werd. En de Draak betrapte hij erop dat die de draak met hem aan het steken was. 

Dus zo raar was het niet dat die directeur naar Den Haag moest.

En iedereen weet dat er politici zijn die nog in sprookjes geloven. Zo is Wilders liefhebber van de Droomvlucht. Logisch. Als je zo in het leven staat als hij dan is het fijn om zo nu en dan even een uitvlucht te kunnen nemen in een fijne droom. En we leven in een wereld dat we steeds meer in sprookjes wíllen geloven, dat zien we de laatste jaren genoeg om ons heen.

En politiek Den Haag realiseert zich dat ook.  

Sprookjes en de werkelijkheid komen steeds dichter bij elkaar. Net zoals wij de laatste jaren met een andere bril naar onze geschiedenis zijn gaan kijken. We gaan steeds meer nadenken en uitzoeken hoe onze voorouders de geschiedenis geschreven hebben. Eigenlijk is dat heel erg flauw want we doen dat met de kennis van nu.

Achteraf.

En achteraf kijk je een koe in de kont. Maar in Den Haag zullen ze knopen moeten doorhakken over hoe we met het verleden om zijn gegaan. Zo zijn we al bezig om opnieuw te kijken naar de activiteiten van sommige helden uit het verleden. Helden die helden werden over de ruggen van anderen. Helden die voor anderen de vijand waren in die geschiedenis. En nu iedereen op deze wereld zijn of haar stem kan laten horen, zullen we dat moeten accepteren. Want hoe je het ook wendt of keert, we zijn allemaal met elkaar verbonden en we eisen allemaal een plek op deze wereld.

‘De een zijn dood, de ander zijn brood’ pikt men niet meer.

Ik vind het prima dat we terugkijken en onze excuses aanbieden voor het (wan)gedrag van sommige historische figuren maar laten we het tijdsbeeld wel voor ogen houden. Men wist toen niet beter. We denken dat we het nu wel beter weten maar ook daar valt over te twisten. Want over honderd jaar zeggen ze dat waarschijnlijk ook over ons, dat wij niet beter wisten. Dan kijkt men terug op de roerige jaren 2000 en schudt men het hoofd. Dan zien ze beelden van rellende mafkezen die opgefokt worden omdat ze even bepaalde dingen niet mogen vanwege een wereldwijd probleem. Of van figuren die zich supporters noemen van een voetbalclub, hoe die reanimerende hulpverleners bestoken met vuurwerk en brandende fakkels. Figuren die in de rechtszaal nog dommer voor de dag komen:

‘We wilden juist helpen met de reanimatie…’

Ik denk dat men zich over honderd jaar nóg de ogen uit de kop zit te schamen! Waarschijnlijk gaan ze dan ook de straat op om te demonstreren. En eisen ze excuses van de regering voor al die wanvertoningen die in het verleden plaatsvonden in de stadions en langs de sportvelden. Hoe het toch mogelijk was dat in een welvarend land als Nederland er zoveel van dit verwende gedrag te zien was.

Verziekt gedrag, veroorzaakt door afgunst en verveling.

Maar ik dwaal af. En ik kan ook niet in de toekomst kijken. Wel naar het verleden. Dat doen wij niet alleen in ons land maar wereldwijd. Ook daar vallen helden van hun voetstuk af en vinden beeldenstormen plaats. Hier blijkt maar weer dat in het verleden behaalde resultaten niet een garantie voor de toekomst is. Nederland is dus echt niet het enige land dat het braafste jongetje van de klas wil zijn. Mijn gezonde verstand zegt dat het voornamelijk de landen zijn die van zichzelf zeggen beschaafd te zijn.

En welvarend.

Welvarend en belerend zitten dicht bij elkaar waardoor we wel moeten oppassen niet door te slaan. Wij weten het beter en jij hebt dat maar te accepteren. Wij gaan wel even het wiel opnieuw uitvinden. Zo hoorde ik laatst op de radio dat de flora om ons heen ook een stem moet krijgen. We hebben natuurlijk al de Partij voor de Dieren maar eigenlijk moet er nu ook een partij komen voor de plantjes en de boompjes.

Of in ieder geval iemand die hun stem kan laten horen.

Want bomen praten alleen maar in het sprookjesbos. Daarom werd er jaren terug nog enorm om Prinses Irene gelachen, zij fluisterde en knuffelde met bomen. Nu, dertig jaar later wordt daar niet meer zo hard om gelachen en kan een boom ook rekenen op de steun van een advocaat. Gelukkig maar want anders lagen alle bomen op deze wereld al om en viel er niet veel meer te knuffelen.

En te fluisteren.

Ik moest indertijd ook heel erg lachen om die gekke prinses. Zó geestig! Ze hoefde zich natuurlijk niet druk te maken over de dagelijkse ‘gewone mensen’ problemen want ze was immers een prinses. En dan ga je uit verveling dingen verzinnen. Maar sinds we bezig zijn met het uitwonen van de aarde ben ik daar toch anders over gaan nadenken en heb ook ik de boom en alle flora omarmd.

Maar ik fluister niet met ze hoor!

Waarmee maar gezegd kan worden dat het wiel, met de kennis van nu, inderdaad opnieuw uitgevonden mag worden. En dan is het inderdaad logisch dat de directeur van de Efteling op de koffie moest komen op het Binnenhof.

En kunnen ze het er meteen even over hebben, of die kus van die Prins voor Doornroosje niet onder ongewenste intimiteiten viel…

 

Help! Mijn man is géén klusser

Ze zegt het niet hardop maar ik lees het in haar ogen, dat ik geen klusser ben. Ik ken haar al een aantal jaartjes en ik weet dat ze eigenlijk een klussende man had willen hebben. Helaas ging dat aan haar voorbij en kreeg ze een niet zo handige Harry (voor alle Harry’s: voel je vooral niet aangesproken!).

Ik kom daar de laatste tijd steeds vaker achter.

En zij ook… Mocht mij een tweede leven gegund zijn dan wil ik graag ter wereld komen met twee rechterhanden! Met behoud van mijn timmermansoog want die heb ik wél. Alleen kan je daar zo weinig mee, die kan de theorie niet omzetten naar de praktijk. Daarom ben ik helemaal klaar met die twee linkerhanden! Het liefst zet ik ze op Marktplaats maar ben bang dat ik ze zelfs daar niet kwijtraak. Met andere woorden, ik zal er in dit leven maar in moeten berusten dat ik ze heb. En dat ik daardoor de meeste klussen in en om het huis aan de rechtshandigen over moet laten.

Mijn vrouw is gek op die rechtshandigen.

Zo helpt ex- motorrijder en zeer handige Harry, Tinus, ons regelmatig uit de klusnood. Voordeel is dat het mij een hoop hoofdbrekens scheelt maar het nadeel daarvan is dat ik gewoon overgeslagen word. Vrouwlief is zó gek met hem dat zij tegenwoordig eerst met hem overlegt wanneer ze weer een ideetje heeft voor in- of om het huis.

Het went, zo’n handige vent!

En ik mag ook nog nog wel enkele klusjes doen, hoor. Zo mocht ik onlangs een deurkozijn op zolder verven. En het is mij gelukt om de opdracht twee vogelhuisjesstandaards te maken binnen te slepen. Ja, ja, het was wel even een strijd met Tinus wat betreft die vogelhuisjes ‘onderzetters’ want hij is geliant met houtbewerkingen, maar in dit geval was ik goedkoper.

Ik had namelijk de palen al in huis!

Tja, wie wat bewaard heeft wat. Nu ga ik er de komende tijd over nadenken hoe ik die dingen in elkaar ga zetten. Eén ding weet ik al: ik moet een beroep doen op de zaagmachine van Tinus. Dat staat als een paal boven water. Gelukkig houdt hij net als ik van een Juttertje ‘bij beginnende keelpijn’ en weet ik bij welke slijter ik die kan halen.

Zo houden we elkaar gezond!

Dat is trouwens niet de enige opdracht die ik binnen had gesleept. Er was nog een andere en daar ben ik al maanden over aan het nadenken. In het halletje bij de voordeur hangt een radiator en die hangt daar vreselijk in de weg. Zelfs ik snap dat, daar heb je geen twee rechterhanden voor nodig. Dat kan ik zelfs zonder zweihoek wel zien! Hierdoor kan de voordeur niet negentig graden open, stagneert de boel al bij zeventig graden, om en nabij.

Genoeg stof tot nadenken lijkt mij.

Regelmatig laat ik mijn timmermansoog even rondgaan in het halletje maar wederom valt het kwartje niet. Ik gaf die informatie dan door aan mijn huisgenote en die leek daarin te berusten. Leek. Want van de week kwam de vitrage man langs voor de definitieve meting. Ook zo’n handige Harry. Rinus heet hij en dat zette mij even aan het denken. Tinus, Rinus, allebei kerels met twee rechterhanden.

Zou het dan aan de naam kunnen liggen?

Want dan zie ik nog licht in mijn stuntelig klusleven. Ik moet dan alleen mijn naam veranderen, namelijk in mijn geboortenaam: Adrianus. Zou het zo simpel zijn? Mijn gezonde verstand denkt hier toch anders over want waar komt dan de uitdrukking ‘Handige Harry’ dan vandaan? Dat suggereert toch dat alle ‘handigen met twee rechterhanden’ Harry zouden moeten heten?

De betekenis was gauw gevonden:

Handige Harry: ‘Iemand, vooral een man, die buitengewoon handig is.’ Nou was dat niet zo verrassend. Ik besloot verder te lezen want er stond nog een verhaaltje onder. Tijdens het lezen brak het zweet mij uit en werden mijn vermoedens enigszins bevestigd. Ik citeer:

‘Tweederde van de vrouwen wil een Handige Harry als partner, 34 procent zegt dat ze haar huidige liefde zou dumpen voor iemand die weet hoe zijn gereedschapskist te gebruiken.’

 Ik schrok mij de kolere! Dit was stof om serieus te nemen! En die grap dat goed gereedschap onder een afdak hangt moet ik voortaan maar even voor mij houden. Want mijn gereedschap is een rommeltje, alles ligt door elkaar op de werkbank. En werkbank is een groot woord in deze want hoe ik die ooit in elkaar gezet heb…

Dat was gelijk als vloeken in de kerk voor elke Handige Harry, Tinus of Rinus!

Afijn, Rinus had zijn metingen genoteerd en toen hij de voordeur uitliep, verontschuldigde mijn partner zich voor het feit dat de voordeur niet helemaal open kon. “We zijn aan het nadenken hoe we dit moeten oplossen.” Dit zei ze heel lief en onschuldig.

“Oh, maar dat kan ik ook wel voor jullie fixen!” zei Rinus.

“Echt waar?” zei mijn vrouw, iets te enthousiast. “Jazeker! Ik haal deze radiator weg en hang dan een design radiator op. Is geen probleem, appeltje eitje, poepen zonder drukken.” Mijn vrouw was in alle staten en nadat ze Rinus op haar vrolijkst uitgezwaaid had, belde ze enthousiast naar mijn werk om het hele verhaal te vertellen. In geuren en kleuren.

“Hij gaat voor ons een offerte maken, goed hè!” kirde ze door de telefoon.

Toen ik die avond thuiskwam was haar enthousiasme nog in volle glorie aanwezig. Opnieuw kreeg ik de hele riedel te horen en voelde ik mij steeds kleiner worden. En ja, ik raakte in tweestrijd want aan de ene kant scheelde mij dit weer veel denkwerk maar aan de andere kant was het ook in strijd met mijn mannelijkheid. En ja, ik weet ook wel dat daar tegenwoordig niet meer zo zwaar aan getild hoeft te worden, dat de man best zijn zwaktes mag laten zien.

Dus tel je zegeningen.

Oké, ik kan wel aardig koken, bedacht ik redelijk opgelucht.

En de liefde van de vrouw gaat ook door de maag!

 

Muizen in mijn hoofd

Als fanatiek radioluisteraar is het momenteel afzien geblazen. Al een week of drie erger ik mij enorm en schakel van de ene na de andere zender. Maar veel helpt het niet. Haast elke zender heeft het er wel over en nu ben ik er klaar mee!

Ik luister alleen nog maar muziek en podcasts via Spotify!

Tegen mijn principes want Spotify was niet aan mij besteed. Het was mij altijd te oppervlakkig, hapklare brokken waar je niet bij na hoefde te denken. Geef mij maar een goede radiostem die enthousiast is over goede muziek of een serieuze discussie kan voeren over een actueel onderwerp. Met al haar achtergronden en zonder afleiding van beelden en met enthousiasme over de inhoud.

Niet over de randverschijnselen in onze samenleving.

Zo luisterde ik altijd naar mijn favoriete DJ, Robbie Stenders. Doordeweeks met zijn ‘Platenbonanza’ en ‘Stender’s Late Night’ en in het weekend ‘De Verrukkelijke 15’. Haast alles wat hij draaide was goed en hij wist ook heel vaak van alles te vertellen over het nummer waardoor het luisteren nóg leuker werd. Maar zoals het altijd gaat was ik niet de enige die dat van hem vond en werd hij weggekocht door Veronica alwaar hij volgens eigen zeggen nóg meer radio kan maken.

Ergens in de zomer gaat hij daar dagelijks zijn ‘Platenbonanza’ te maken.

En ik ga met hem mee. Want zijn vervangers op Radio 2 doen het nét even anders en halen bij lange na niet de kwaliteit van Stenders. Maar de laatste weken gaat het op elke radiozender alleen maar over dat zwaar overschatte en tenenkrommende Songfestival en daar krijg ik vlekken van!

Mijn vrouw zegt dat ik mij niet zo moet aanstellen.

En ze zegt dat het logisch is dat men het steeds heeft over het Songfestival want Nederland is dit jaar de organisator. “Dus maak je niet zo druk!” Maar helaas, dat doe ik dus wel. Zodra ik het woord ‘Songfestival’ hoor, zapp ik weg van radio of tv. Muziek luister ik alleen nog maar via Spotify zodat ik van alle zin en onzin over het Songfestival verschoont kan blijven. Ik ben mijn eigen DJ geworden. Met alle respect voor de liefhebbers van dit festival hoor, maar ik heb er helemaal niks mee. Vroeger al niet, tussentijds niet en tegenwoordig al helemaal niet.

Ik heb er op de een of andere manier een aversie tegen.

Het is niet mijn muziek. Het zijn niet mijn liedjes waar ik van in beroering raak. Dat heb ik ook bij bijvoorbeeld Marco Borsato. Ik heb niets met die gozer. Ik vind hem een enorme aansteller en oprecht de uitvinder van de krokodillentranen. Dan is hij weer eens failliet, dan is hij vreemdgegaan en vervolgens komt hij weer langs op tv om te vertellen dat hij zo gek is op zijn ex-vrouw. En als hij niet op de tv is dan is hij wel op de radio om dat allemaal in geuren en kleuren te vertellen, uiteraard met enkele stiltes die zijn emoties moeten tonen waardoor half Nederland weer smelt en aan zijn voeten gaan liggen. ‘Ach ja, hij is vreemdgegaan maar toch ook zo gewoon gebleven..’. En het medeleven komt tot een hoogtepunt wanneer hij vertelt hóe gek hij toch is op de moeder van zijn kinderen. 

Het is te veel.

Zodra ik de eerste tonen hoor van een van zijn liedjes zit ik al op een andere zender of druk ik op de mute-knop. Best bizar eigenlijk. Want op de een of andere manier weet ik altijd precies wanneer het een nummer van hem is. Of er schieten flarden van teksten van hem door mijn hoofd en dan moet ik op mijn tong bijten om ze niet uit te spreken. Maar ik ben daarvoor in behandeling.

Al jaren.

Ik kan er ook flink chagrijnig van worden. Want muziek hoort het leven aangenamer te maken. Het biedt troost of brengt het je in euforische sferen. Of het versterkt je goede humeur waarmee je de dag bent opgestaan.

Maar dat is bij mij nu even ver te zoeken.

Gelukkig heb ik een vrolijke, lieve en mooie vrouw. Zij sleept mij erdoor heen en leidt mij af met háár muziek, de inrichting van het huis. Sinds vrijdag slaapt ze weer rustig want na dagen van twijfel, slapeloze nachten en opnieuw die twijfel is de kogel door het huis. Het besluit welke kleur de nieuwe vitrage zal worden, is genomen! We gaan niet voor Night Black maar voor Steel Grey. Men zegt wel eens dat bevallen een slijtageslag is maar kleur in het interieur bedenken komt aardig in de buurt! Plus daarbij opgeteld een man die daar weer geen muizen van in het hoofd krijgt maakt het voor haar nog onbegrijpelijker.

Mijn leven is maar makkelijk.

Althans, dat vindt zij. Terwijl ik zo ook mijn probleempjes heb, zie de tekst hierboven… Ze snapt niet dat ik niet zo bezig ben met het interieur. Als zij zegt het wordt groen dan zeg ik oké. Als zij zegt het wordt blauw dan zeg ik oké. 

En dat maakt haar weer aan het twijfelen.

Het liefst wil ze er dagelijks over praten. ‘Wat als…’of ‘Als we nou eens…’ Dat soort gesprekken. Plus de daarbij horende voorbeelden uit de woonbladen of van Printerest. Ik raak eraan gewend. Verbaas mij niet meer over haar onuitputtelijke drang om het huis aan te kleden, het interieur op te leuken. Natuurlijk heeft het ook te maken met het feit dat we momenteel aan huis gekluisterd zitten.

Dit alles wordt versterkt omdat de afleiding weg is, dat we al twee jaar niet op vakantie kunnen.

Vakantie lijkt iets van vroeger. Van de week hoorde ik twee mannen aan de koffietafel op het werk praten over vakanties in het verleden en de plannen voor de komende zomer. Het viel mij gewoon op, had dit soort gesprekken al tijden niet gehoord en het voelde als een frisse wind.

De behoefte is groot om de muizen weer even los te laten.

Als we maar wél van de vleermuizen afblijven!!

 

Zoals de ouden zongen, piepen de jongen

Zo nu en dan steekt het weer de kop op, de discussie over het herinvoeren van de dienstplicht. Meestal aangewakkerd door ouderen wanneer de jongeren weer eens flink tekeer zijn gegaan en buiten de lijntjes hebben gekleurd. Ook door mij, vooral nadat ik weer eens lees dat er hulpverleners belaagd worden, dan roep ik net zo hard mee dat deze lamstralen eens flink aangepakt moeten worden.

Want van hulpverleners en ordebewaarders blijf je af!

Het lijkt wel alsof de agressie toeneemt en dat de jongeren zich niet meer kunnen beheersen, vaak onder invloed van drank en drugs. Daarbij is er genoeg media die al die ongein graag publiceren waardoor onze kijk op de jeugd enigszins aan het vertroebelen is. Daar moeten we wel eerlijk in kijk altijd even terug hoe jezelf was in de lentedagen van je leven.

En niet elke pre-puber, puber of laat puberend kind is een lastpak.

Een van de argumenten die genoemd worden in het dienstplicht-verhaal is dat de hedendaagse ouders heel veel moeite hebben om het kroost in bedwang te houden en liever conflicten vermijden. Ik heb dat zelf ook ondervonden tijdens het opvoeden van mijn drie kinderen. Regelmatig zag ik dat het consequent opvoeden met dezelfde regelmatigheid even losgelaten werd, de ene keer omdat ik gewoon moe was en de andere keer omdat ik niet lekker in mijn vel zat. 

Niets menselijks is mij vreemd.

Maar het is wel gek dat ik hieraan toegaf want in mijn herinneringen lieten mijn ouders de teugels van het opvoeden niet altijd vieren. Die opvoeding was ‘streng doch rechtvaardig’ en ‘de structurele discipline’ was altijd wel aanwezig. En ik had maar één optie als ik niet wilde luisteren:

Ik hád maar te luisteren! 

Je wist wat je grenzen waren en hoever je kon gaan. Daarnaast werd mij respect bijgebracht. Voor de mensen om mij heen maar ook voor hun eigendommen. Maar dat respect voor anderen lijkt wel te verdwijnen. We pikken niks meer en schelden bij het minste geringste de andere helemaal verrot. Dat doen we op straat, in de winkel of op het World Wide Web.

Vaak gevoed door eigen frustraties.

Ook is het respect voor andermans eigendommen behoorlijk weg. Eigendommen waar men hard voor gewerkt en gespaard heeft, dan wel als eigendom of door vrijwilligers met veel liefde bewerkstelligd. Hoe vaak lees je niet dat er weer speeltoestellen van speeltuintjes vernield zijn of dat er auto’s bekrast zijn. Ik begrijp daar geen snars van. Als mijn kinderen buiten gingen spelen dan herinnerde ik ze regelmatig aan het feit dat ze niks mochten slopen. En als er een raam sneuvelde door een mislukte voetbal actie dan werd er gauw een nieuw raam geregeld.

Inclusief welgemeende excuses!

Hoe moeilijk is het nou om iemand met respect te behandelen? Waarom lijkt het dat schofferen van anderen meer standaard is dan de norm? Steeds vaker hoor ik van mensen dat ze stoppen met Facebook omdat ze al die scheldpartijen, opgedrongen meningen en pesterijen zat zijn. Ik snap de reageerders wel. Want als je in jouw ogen iets doms leest is de verleiding groot om daarop te reageren. Maar het is negatieve energie.

En het voegt niets toe.

Ja, ergernis. En al die ergernis stapelt zich op en op een gegeven moment loop je de hele dag chagrijnig rond. En vergeet je te genieten van het leven. En geloof mij, dat leven gaat sneller voorbij dan je lief is! De dag dat je sterft is ook de dag van het besef:

‘Zo dan! Dat ging snel voorbij!’

Nu is mijn respect niet eindeloos. Ik kan bijvoorbeeld geen greintje respect opbrengen voor lieden die de afgelopen week er met het thema vandoor gingen van Het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Om je dood te schamen! Het was een klap in het gezicht, wat zeg ik, een trap in het kruis van al die mensen die ooit voor onze vrijheid hebben gevochten, zowel nationaal als internationaal. Jonge mensen vaak, die door de oproepplicht onder Moeders rokken weggetrokken werden, verscheept naar het oorlogsgebied alwaar ze of een vreselijke dood tegemoet traden of levenslang getraumatiseerd waren door al het leed wat ze gezien hadden. Of na de bevrijding alsnog een uitvlucht zochten…

PTSS is van alle tijden.

En wat te denken van al die onschuldigen die geëxecuteerd werden vanwege hun afkomst of hun overtuiging, zoals de Joden, zigeuners, homoseksuelen, communisten, gehandicapten en vakbondsleden. En hielpen die vergeldingsacties? Nee, elke keer stonden er nieuwe helden op die hun leven waagden voor de vrijheid.

Echte helden, niet de ‘vrijheidsstrijders’ die het pamflet van FvD ondertekenden!

Doodschamen moeten ze zich. Deze sneue, narcistische en om aandachttrekkende loenatik’s zouden een flinke schop onder de kont moeten krijgen. Sterker nog, ze zouden op herhaling moeten bij hun geschiedenisleraren. Of eens op bezoek gaan bij de oorlogskinderen die nu in bejaardenhuizen zitten en hoofdschuddend kijken naar de onvrede in dit land. En laat die mensen dan hun verhalen vertellen hoe het was om op te groeien in tijden van oorlog, armoede en hongersnood. Verhalen die je doen gruwelen als je tenminste een beetje empathisch vermogen in je donder hebt meegekregen in je leven.

Daar leer je van dat niet alles vanzelfsprekend is.

Maar zoals de ouden zongen, piepen de jongen. Al generaties lang doen we dit al. Ook daarom is het belangrijk dat we ons daarvan bewust zijn anders glijden we steeds meer af richting de afgrond van het onfatsoen. Dat moeten we thuis doen, op werk maar ook moeten de politici zich daarvan bewust worden. Want vooral die laatste geven geen goed voorbeeld naar hun kiezers waardoor deze zich ook gaan bedienen van populistisch en egocentrisch gedrag.

Er zijn in de afgelopen decennia genoeg voorbeelden van te noemen.

De kiezer wil dat we niet tegenover elkaar maar met elkaar kunnen samenleven. Dat de politici naar elkaars overeenkomsten kijken en niet naar elkaars verschillen. Dan maakt de kans dat het vertrouwen en respect weer hervonden zal worden groter.

‘Harder praten geeft meer geluid, maar niet meer gelijk.’

 

 

De kater in de gordijnen jagen

Mijn vrouw is de laatste dagen nogal onrustig. Ze drentelt van het ene naar het andere raam, zowel beneden in huis als boven. Je zou haast zeggen dat dit een typisch geval is van nesteldrang, gezien de tijd van het jaar maar die tijd ligt natuurlijk ver achter ons. En ja, het is lente volgens de kalender alleen weten de temperaturen dat nog niet.

Maar waar komt deze onrust dan wel vandaan?

Nou, het ontstond enkele dagen geleden. Ons huis moet namelijk opnieuw ‘in de kleren’. Rinus, een stoffeerder uit de buurt, bracht enkele boeken met stalen van rol- en plissé gordijnen. En vitrage. Die vitrage is voor boven en die gaan zorgen voor privacy, zoals de bijgaande tekst in het boek mij vertelde.

Dat snapte ik wel.

En ik was het ook heel erg eens met haar. Want nu hangen er rolgordijnen en die hangen niet de hele dag naar beneden. Met dien verstande dat het mij al een paar keer overkomen is dat ik uit mijn bed stapte en via een bezoek aan de badkamer pontificaal in beeld kwam te staan nadat ik de deur van mijn ‘kleedkamer’ opende:

Rolgordijn hing al in standje ‘overdag’ en ik stond nog in standje blote kont!

In principe mag dit niet gebeuren. Een van onze huisregels is dat het rolgordijn pas omhooggaat nadat alle inwoners van dit huis gekleed zijn. En met gekleed bedoel ik echt gekleed, dus niet slechts in string, boxer of ballenknijper. Of nog rigoureuzer, in Adams’ of Evakostuum. Mijn vrouw mag gezien worden hoor maar ik heb op mijzelf wel het een en ander aan te merken en ken mijn grenzen.

En ja, kleren maken de man is het spreekwoord toch?

Maar in huis loop ik wel eens in mijn blote niksie en dat komt omdat ik mij hier thuis voel. En daarom is het voor alle partijen prettiger dat er vitrage voor de ramen gaat komen. Enige tijd geleden had ik al aangegeven zwarte vitrage mooi te vinden en ze was het met mij eens. En als we het eens zijn dan scheelt dat weer debatteren of ellenlange discussies over hoe en wat. Want dat kan zij dan, oeverloos vergaderen hoe ze het wil. Maar dat niet alleen, ze probeert het dan te visualiseren met plaatjes die ze gevonden heeft op Printerest, een App waar ze oeverloos op kan zitten turen.

Zelfs tijdens een spannende Netflixserie!  

Vrouwen zijn soms onbegrijpelijk voor de man durf ik hier wel te beweren. Maar soms ook heel voorspelbaar. Want ik weet al wat voor commentaar ik hier weer op krijg, namelijk dat vrouwen twee dingen tegelijk kunnen, multitasken. Dus plaatjes kijken op Printerest en ondertussen de ontknoping van een spannende serie meekrijgen.

Ik geloof er niks van! Is onmogelijk!

Vooral als het om een Scandinavische serie gaat. Daar zit geen woord Engels bij wat nog eventueel te volgen zou zijn. Dan zegt de ondertiteling: ‘Zij is vermoord door haar boodschappenbezorger.’ Maar zij hoort dan, terwijl ze op haar telefoon zit te turen: ‘Hun blev myrdet af sin dagligvareleverandør.’ 

Meestal moet ik dan even terugspoelen. 

Want dan weet zij ook wie het gedaan heeft en zijn al die driehonderdvijftig afleveringen niet voor niks door ons bekeken. En door al dat terugspoelen duurt zo’n serie veel langer dan de makers oorspronkelijk bedoeld hebben. Plus dat naast het terugspoelen ook met grote regelmaat het beeld even op pauze gezet moet worden omdat óf de telefoon gaat óf er weer een vriendin of buurkind binnenloopt voor een praatje.  

Gelukkig ben ik een geduldig mens en kan ik het wat mij afschrijven… 

Maar mijn vrouw is momenteel wat onrustig. Ze twijfelt heel erg over de kleur. Wat de vitrage betreft dacht ik dat we eruit waren maar nu twijfelt ze ineens. Of zwart niet te veel ‘wegvalt’ in het raam. “Kijk”, zegt ze terwijl ze wijst naar de vitrage aan het haakje, “dit is Leem. Of deze, dat is Brownie. Of deze, Night. Die is ook mooi hè?” Ik haal diep adem en probeerde empathie te tonen terwijl ik mij afvroeg hoe ze op die namen gekomen zijn. Brownie? Lekker!

Maar in dit geval kon ik er geen brownie van maken.

“Maar schat, we hadden toch zwart afgesproken? We hebben dat toch gezien bij andere woningen tijdens onze fietstochtjes?” Ze is het met mij eens. Of toch niet? Opnieuw loopt ze naar boven met de stalen vitrage. Even later komt ze weer beneden: “Die inbetweens, dat zou ook kunnen.” Mijn grijze massa begint nu op volle toeren te draaien want ik weet niet wat inbetweens zijn.

Heeft ze mij dat al eens uitgelegd?

Ik voel mijn bloeddruk omhoogschieten want ik heb geen zin in woorden. Ik zat net op de bank na een werkdag en had mijzelf een klein dutje beloofd, een powernapje om dan de rest van de avond niet steeds gapend door te brengen.  “Wat is het verschil tussen inbetweens en vitrage?” vroeg ik met enige aarzeling. Ze trok nog net niet de wenkbrauwen op en gaf geduldig antwoord. “Nee, ik vind vitrage mooier!” zei ik, vastberaden. Soms moet je als man even doorpakken. “We hebben dit enige tijd geleden al ruimschoots besproken en we waren het met elkaar eens.” voegde ik nog toe en draaide mijzelf op zijdelings op de bank, als teken van einde discussie.  

Ze zei niets en liep weer naar de eettafel waar alle boeken lagen met de stalen. 

“Oké, maar Ar, de kleur van het rolgordijn in de huiskamer. Daar ben ik nog niet over uit.” En vervolgens kwam ze weer met allerlei voorbeelden die ze voor het raam hield. Snel gaf ik aan al haar keuzes in dit geval te respecteren want ik voelde de dag behoorlijk op mijn slaap werken. Ze snapte de boodschap en liet mij met rust en ik dommelde langzaam weg op het geluid van haar heen en weer getrippel op het laminaat.  

De achterdeur ging open. 

“Buuf, je komt als geroepen! Wat vind jij mooi?” 

Voeding voor de geest

Computerspelletjes of games zijn tegenwoordig populairder dan buiten spelen of het lezen van een stripverhaal of boek. Dat komt waarschijnlijk doordat de verbeelding het hier wint van de fantasie, zeg maar de hapklare brokken versus uren koken in de keuken. Of suf op je scooter rijden of lekker schakelen op je Zundapp 517. 

Of een relatie met een opblaaspop hebben of een echt mens… 

In mijn jeugd kwamen de eerste computerspelletjes op de markt en nee, ik kreeg er geen van mijn ouders. Maar een vriendje wel waardoor ik het toch een beetje meekreeg. Het spel heette ‘Pong’. Niks meer, niks minder. Op een zwart beeld zag je horizontaal een witte stip van links naar rechts en van rechts naar links bewegen. De kunst was om dat stipje tegen te houden met een verticaal streepje welke je bediende met de bijgeleverde controller. 

Het was een sensatie! 

Maar nog niet sensationeel genoeg dat je er uren tijd aan verspilde, dat bleven we gelukkig toch nog het meest buiten doen. Dat ‘buiten’ kon overal zijn want je kleurde de situaties gewoon zelf in. Wanneer wij cowboytje speelden was de omgeving het Wilde Westen en wanneer we soldaatje speelden werd de omgeving vanzelf oorlogsgebied.  

Daar kwam geen computer aan te pas. 

Nu snap ik iedereen wel die urenlang spelletjes spelen op een scherm. Want ten eerste ziet het er fantastisch uit en ten tweede zijn de speelmogelijkheden ongekend. Zo zag ik van de week op televisie een man die gek was op vrachtwagens en eigenlijk het vak van chauffeur zou willen uitoefenen. Helaas liep zijn pad anders maar hij compenseerde het met de digitale versie van vrachtwagenchauffeur. Dan ging hij voor de computer zitten, toetste de route in die hij wilde rijden en even later stuurde hij vanuit een levensechte cabine met het bijgeleverde stuur richting Warschau. 

Inclusief boetes wanneer hij te hard had gereden! 

En zo zijn de mogelijkheden talrijk. Alleen gaat er zoveel tijd inzitten. Hoe vaak hoor je niet dat de jeugd uren en uren zitten te gamen. Neem bijvoorbeeld FIFA, het beroemde voetbalspel. Niet die Super League editie hoor, althans, nog niet want het verstand lijkt het nu nog te winnen van het geld. Maar als het geld eenmaal zal gaan lonken kan je er toch echt op wachten dat deze competitie gestart zal worden.  

Want geld maakt alles vloeibaar… 

Het spel ‘Pong’ was leuk maar je hield wel tijd over voor andere dingen. Het huidige gamen slokt wel veel tijd op waardoor er haast geen tijd meer is om bijvoorbeeld daadwerkelijk tegen een bal aan te trappen. Terwijl dat juist zo leuk is. Want het doen wint het nog altijd van het virtuele in mijn ogen.  

Behalve bij de wat agressievere spellen zoals bijvoorbeeld Black Ops natuurlijk! 

Dat is ook oorlogje spelen maar lang niet meer zo onschuldig als hoe wij het als kind speelden. Het is akelig levensecht gemaakt, een schijnwerkelijkheid waar we voor moeten oppassen. Want zodra het verstrikt raakt in de werkelijkheid is het einde zoek. Gelukkig heeft een mens denkvermogen en zijn ook die spellen een soort van voeding voor de geest.  

Maar dan moet dat denkvermogen wel in de basis goed gevoed worden. 

Daarom is voorlezen bij kinderen zo belangrijk. Want gebleken is dat de jeugd steeds minder leest. En steeds slechter schrijft. Van dat laatste heb ik ook nogal eens last. Maar als het echt moet en ik ga er even voor zitten, ontstaan er op het papier sierlijke en leesbare letters. Dat komt vanwege de basis.  

Die was goed en degelijk.  

Toen mijn jongens nog klein waren heb ik ze ook voorgelezen. Alleen viel ik daarbij nog wel eens in slaap waardoor het kroost soms dagen moest wachten voor de ontknoping van het verhaaltje. Maar dat mag geen reden zijn om het niet te doen. Want ze creëren hun eigen beelden tijdens het vertellen en daarmee ook hun fantasie. Vooral nu, nu ze veel op het tablet of spelcomputer zitten waar alles al ingevuld is en waardoor de geest niet meer geprikkeld wordt om na te denken hoe iets zou gaan of hoe iets of iemand eruitziet. Alle zintuigen worden geprikkeld en daarnaast vergroten ze ook nog eens hun woordenschat. 

Eigenlijk zitten er alleen maar voordelen aan. 

Want het is niet alleen het voorlezen. Het is ook even quality time met het kind. En wat dacht je van de rust die het met zich meebrengt zo vlak voor het slapen gaan. Maar het allerbelangrijkste is dat je de kans voor het kind vergroot de interesse in lezen te behouden. Dat het fijn is om van pagina naar pagina te lezen, van hoofdstuk naar hoofdstuk en dan de ontdekking van het verhaal, met als hoogtepunt het plot van het boek.  

Het idee hebben zelf het mysterie ontrafeld te hebben! 

Op school werden we regelmatig voorgelezen. Ik kan mij Meester Bakker nog goed herinneren die meestal op vrijdagmiddag ging voorlezen.  Tijdens het lezen rookte hij er ook lekker op los, iets wat de meesten onder ons nu niet meer voor kunnen stellen. Dan keek ik gebiologeerd naar zijn neus waar met vaste regelmaat twee dikke pluimen rook naar buiten werden geblazen terwijl hij vertelde over de avonturen van de Scheepsjongens van Bontekoe. Het was altijd ook doodstil in de klas waarmee de week mooi rustig afgesloten werd. 

Zo ging dat gewoon. 

En wanneer er een illustratie bij het hoofdstuk was, deelde hij dat door het open boek aan ons te tonen. Maar ook de andere Meesters en Juffen lazen vaak voor. Of ze verzonnen zelf een verhaaltje. Zo hadden wij Meester de Jong.  Die nam ons, als het mooi weer was, mee naar de dijk en dan vertelde hij het verhaal van ‘de Snoek met de Zes Pootjes.’ Net als een collega van mij zijn zoontje altijd voorleest met eigen verzonnen verhaaltjes. 

Hoe leuk is dat, het toppunt van je fantasie gebruiken! 

Kunnen lezen en schrijven is een spreekwoord. De betekenis slaat de spijker op zijn kop: 

Tegen alles bestand zijn! 

 

 

Actieve en wat mindere actieve herinneringen

“Het was volgens mij begin jaren ’80 dat FC Groningen promoveerde naar de eredivisie. Tegen Cambuur was dat. Ik was daarbij!” De persoon aan de andere tafel keek mij aan en trok de schouders iets omhoog:

“Oh, oké. Dat kan. Toen was ik nog niet geboren.”

Dit soort momenten heb ik steeds vaker en ik merk dat zo’n antwoord best wel even binnenkomt. Niet keihard ofzo, want het hoort erbij maar die confrontaties met de generatiekloof beginnen soms een beetje ongemakkelijk te voelen. Het hangt ook een beetje af van de persoon die je voor je hebt, of ze wel wíllen luisteren naar wat je te zeggen hebt.

Dat ze niet gaan gapen zeg maar..

Want dat is dodelijk voor de verteller. Toch blijf ik volhouden in het vertellen want anders ben ik bang dingen te vergeten. “Vergeten gaat steeds beter!” roept mijn lieve moeder dan altijd. Daarom is het zo belangrijk de grijze massa te blijven trainen. En fysiek in beweging te blijven. Dat zei mijn moeder in betere tijden ook altijd tegen ons en iedereen. Daarmee was ze eigenlijk neuropsycholoog Erik Sherder al ver voor met zijn Ommetje.nl, de App waarin je gestimuleerd wordt steeds meer te bewegen.

Mijn moeder had niet voor niks de bijnaam ‘Truus de Trimster’!

Maar het vergeten sluipt er toch regelmatig in. Niet alleen bij mij, ook bij mijn vrienden. Dan hadden we het over een herinnering en dan was er altijd wel eentje die het zich niet meer herinneren kon. En dat is best een rare gewaarwording. Maar dat heb ik ook wel wanneer ik naar oude foto’s kijk. Het is fijn dat ze er zijn want het kan herinneringen makkelijker vasthouden in de toekomst maar soms moet ik wel even drie keer kijken. Zoals méér haar en veel minder buik.

Het schuurt regelmatig tegen terugverlangen aan…

Zo is er een foto waar ik naast mijn toen nog jeugdliefde sta, nu mijn partner in het heden. Ik merk dat ik steeds intenser naar die foto moet kijken om de bijbehorende herinneringen in de goede volgorde te zetten. Want soms is die gozer op die foto een vreemde voor mij aan het worden.

Met zijn Goddelijk lichaam!

Hij staat daar ietwat nonchalant lachend in de camera te kijken alsof hij de hele wereld aankan. Maar dat was niet waar, dat kan ik mij nog wel herinneren. Ik liep niet over van zelfvertrouwen. Het Ik T-shirt welke ik draag op de foto is van een bekend sportmerk en dat kan ik mij dan wel weer herinneren want die ‘leende’ ik vaak van mijn broer. Over mijn arm hangt een sweater die ik uitgetrokken had, waarschijnlijk omdat ik het warm kreeg van de zomerse zon en van dat mooie meisje naast mij.

Mijn jeugdliefde kijkt mij lachend en verliefd aan.

Zou het komen door de hoeveelheid haar wat ik toen nog had. Had, want nu kijk ik er zo doorheen en boven op mijn hoofd begint zich al enige tijd een kale plek te vormen. En daarbij doet de haargroei bij mij een beetje flauw want het groeit wel op plekken waar God het nooit bedoeld had tijdens het scheppen van de mens.

Beelden uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst blijkt maar weer…

Natuurlijk gaan de jaren tellen maar ik heb het gevoel van mijzelf te vervreemden. Dat is best een rare gewaarwording. Het zal wel bij het leven horen en ik denk dat ook menigeen zichzelf herkent in deze materie want ja, alles is aan verandering onderhevig. En het kost je alleen maar heel veel (negatieve) energie om die veranderingen niet te accepteren.

Daar kan en mag je best wel weemoedig van worden.

Want naast het keiharde feit dat je lichaam andere vormen aanneemt, zullen ook gewoontes veranderen of zelfs helemaal verdwijnen. Eigenlijk is dat best wel heel erg verdrietig, dat we dingen moeten loslaten om het nooit meer te beleven.

Zaak is om het dan los te laten.

Ik vergelijk het wel eens met voetballen. Ooit was ik een begenadigd (ahum..) beoefenaar van dit spelletje. Vanaf mijn jongste jeugd waren blokjesvoetbal, partijtjes op straat, trainingen en de wedstrijden op de voetbalvelden een dagelijks onderdeel. Jaap Fischer bezong het ooit in een lied:

‘Het draait altijd om de bal.’

Dat klopte als een bus. Nadat ik mijn jeugdjaren achterliet op Terschelling en mee ging doen aan een volwassen leven aan de wal, liet ik de bal ook weer even voor wat het was. Pas achter in de twintig besloot ik toch weer te gaan voetballen in een vriendenteam van DEVJO, in Voorburg. Dat duurde precies een half jaar want ik ging steeds brakker lopen na de wedstrijden.

Er werd een hernia geconstateerd.

Daarna heb ik mijn voetbalschoenen aan de wilgen gehangen en leerde ik omgaan met deze enorme teleurstelling. Ja, het voelde echt als een teleurstelling dat ik niet meer kon voetballen. Gelukkig kon ik in de jaren erna nog wel een beetje mijn ei kwijt in de partijtjes met mijn kinderen, hun vriendjes en hun vaders. Dierbare herinneringen heb ik aan die avondpartijtjes op mooie zomeravonden waar wij vaders het opnamen tegen ons kroost.

De rugpijn die zich de volgende dag openbaarde hoorde er gewoon bij.

Je ziet dit soort voetbalpartijtjes haast niet meer. Waarschijnlijk hebben we tegenwoordig andere prioriteiten. Soms denk ik wel eens dat men tegenwoordig liever ‘kant en klare brokken’ wil, betaald entertainment in plaats van lange zomeravonden lekker een partijtje spelen met de jeugd. Terwijl je daar nu juist van die leuke actieve herinneringen aan blijft houden…

Ach ja, veranderingen.

Het hoort nu eenmaal bij het leven dat we dingen vergeten, achter ons laten. Gelukkig vinden we veel terug op bijvoorbeeld Facebook zoals die foto die ik hierboven beschreven heb. De maakster van de foto heet Anneke, een toeristenmeisje die toen met ons en vele eilanders omging.

Alleen kan ik mij haar tot op de dag van vandaag niet meer herinneren terwijl vele anderen dat wel kunnen.

Zwaar irritant, die niet actieve herinneringen…

Behoeftes

Het blijft een gek fenomeen, die vrije in- en uitloopdames. Dit zijn dames die altijd maar dan ook altijd wel wat te praten hebben en met grote regelmaat bij elkaar over de vloer komen. Waarom? Omdat alles besproken kan en moet worden. Er zit volgens mij ook geen rem op… Hier in huis is het niet anders. Een paar keer per week loopt er van alles binnen en meestal ben ik dan de zwijgende barman die alle aanwezigen van een koffietje, cappuccinootje of drankje voorziet. 

Ik ben, zeg maar, de Victor van First Dates. 

Het bezoek is Covid-neutraal hoor, het beperkt zich tot een achterbuurvrouw, haar moeder, haar dochter en nog een vriendin die verderop woont in de wijk. En best inspirerend in deze tijden waarin ik niks beleef. Zo stond ineens de achterbuuf weer in de kamer. Wij zaten net voor de buis om naar Bed & Breakfast te gaan kijken toen ze binnenkwam.  

“Stoor ik?” 

“Nee, natuurlijk niet! Ga zitten. Cappuccinootje?” was het antwoord van mijn vrolijke wederhelft en dan weet ik genoeg. Normaal zet ik dan het geluid van de tv uit en activeer de ondertiteling. Dat zijn ze van mij gewend en ze zeggen daar ook niks over.  

Zolang zij maar kunnen kletsen.  

Nu zette ik de tv helemaal uit want ik heb een haat-liefde verhouding met dat Bed & Breakfast programma. Omdat ze bij Omroep Max denken dat ik seniel ben of zo want elke keer herhalen ze hetzelfde riedeltje: over waarover het programma gaat en wat de bedoeling is van de enveloppen die gevuld moeten. En de hoofdpersonen zelf doen ook mee aan de herhaling want elke week opnieuw mist er wel een haakje of een plankje in de douche of ze zeggen het meest dodelijke wat je maar kan zeggen: 

“Leuk schilderijtje, maar ik zou het bij ons niet ophangen…” 

Maar soms heb ik ook geen klik met de mensen die eraan meedoen en dan zapp ik het liefst weg, ware het niet dat mijn wederhelft toch wil blijven kijken. Gelukkig is er dan nog genoeg te zien op mijn telefoon en sluit ik mij af van het gezamenlijke uitje, de kusjes voor het slapen gaan en het ontbijtje waarvan telkens weer gezegd wordt dat het zo overvloedig is. 

Duuuh! Dat is omdat het op televisie is natuurlijk! 

Eigenlijk is het gewoon sluikreclame want als je in dit programma de champagne mag ontkurken kun je er haast wel van uitgaan dat je de tijd erna volgeboekt bent. En de mindere B&B ’s ook hoor. Want tegenwoordig maakt het eigenlijk niet uit of je er positief of negatief uitkomt, in beide gevallen trek je er mensen mee. 

Want smaken verschillen nu eenmaal. 

Deze keer was de reden van samenkomst van buuf en mijn geliefde dat ze elkaar al drie dagen niet gezien hadden. Ik haalde eens diep adem want dat zou betekenen dat deze dames nu drie dagen in moesten halen met praten. Dat zijn 72 uren gesprekstof. Oké, er gaan iets van 20 uurtjes vanaf want er moet ook geslapen worden natuurlijk maar dan nog blijven er dik 50 uur over! En deze dames kunnen praten als Brugvrouw dus elke minuut zal gevuld worden met informatie!

Informatie waar ik niet echt op zat te wachten… 

En ik wist dat mijn vrolijke echtgenote heel wat te vertellen had want ze was na lange tijd weer eens wezen winkelen! In Stad! Samen met dat andere praatmonster van verderop in de wijk. Alle afspraken waren van tevoren vastgezet en zo konden ze van de ene naar de andere winkel. Ze kregen gemiddeld 20 minuten in elke winkel om hun ding te doen en ja, dat viel niet mee achteraf.

  Dat was een hele opgave voor de dames, zo’n tijdsbeperking.

Toen ze weer thuiskwam van dit ‘uitje’ verwachtte ik minimaal een aanhanger met kleding en aanverwante artikelen maar niets was minder waar. Sterker nog, het was ‘maar’ een tas, wel goed gevuld maar niet overdreven.

 Ik zei niks, vroeg enkel of het leuk was en zette ondertussen het eten op. 

En het was leuk geweest. Alleen wel jammer dat je je aan de tijd moet houden want normaal heeft ze veel meer tijd nodig. Dat klopt. Ik ben een keer met haar mee geweest omdat het alweer een tijdje geleden was en ja, het huwelijk is geven en nemen. Uren waren we zoet en uren heb ik gewacht op de stoel bij het pashokje, aan de stamtafel met koffie (en later een glas wijn) of buiten voor de winkel.

En waar slaagde zij uiteindelijk?

Bij de eerste winkel die we gepasseerd waren nadat we de auto geparkeerd hadden… Ik had nog gevraagd: “Moeten we hier niet naar binnen?” Nee, die was te prijzig had ze toen gezegd. Vervolgens sjouwden we van winkel naar winkel en nét op het moment dat ik dacht dat ze zou opgeven liep ze toch die eerste winkel in!

Was ik er weer ingetuind!

Het debat brandde los en ik kon aan de slag als Kamerbode. Zwijgend, zoals het een goed Kamerbode betaamt. Nou was dat niet moeilijk want ik kwam er toch niet tussen en meestal doet mijn mening er niet toe. Want dan vallen ze mij direct aan en dan ben ik ineens De Dominee of De Burgemeester. Waarom? Omdat ik nog wel eens de neiging heb om mijn mening met veel handgebaar te ondersteunen. Mijn favoriete standje is toch wel het opgeheven vingertje. Natuurlijk zocht ik naar mijn geliefde Kamervoorzitter Khadija Arib maar zij was nergens te bekennen waardoor ik geen gelegenheid kreeg bij de interruptiemicrofoon.

Dan maar mijn best doen op de cappuccinootjes, dacht ik bij mijzelf.

Na goedkeuring over de kwaliteit van de cappuccino en ja, ik heb er twee zoetjes in gedaan, luisterde ik met een half oor naar de ruis om mij heen en constateerde ik dat ik het eigenlijk wel prettig vind die vrije in- en uitloopdames. Want het doorbreekt, net als het winkelen, even de covid-sleur.

Want daar hebben we allemaal enorm behoefte aan.  

Umuganda

Zo, de Nationale Opschoon-dag hebben we weer achter de rug! Het viel mij al op dat allerlei Bekende en minder bekende inwoners van de gemeente Oldambt met grijpstok en vuilniszak druk bezig waren onze rotzooi op te ruimen.

Ik herhaal, onze rotzooi!  

Ze hopen daarmee te bewerkstelligen dat wij vervuilers misschien eens gaan nadenken alvorens iets te laten vallen op de grond. Neem bijvoorbeeld de lege verpakkingen van een bekende hamburgerboer. Dit afval kom je vaak tegen in de berm langs ‘s Heeren wegen, onderweg uit het autoraam gegooid.

 Dat gaat in één moeite door.  

Terwijl er toch best veel inspanning aan vooraf gegaan is. Want je moet er eerst nog naartoe rijden met de auto, naar die hamburgerboer. Dan sluit je aan in de rij en je voelt de trek al toenemen. Trek ja, want de warme maaltijd bij Pa en Ma thuis was eigenlijk nog niet zo erg lang geleden.

Maar ja, de diëtiste zegt altijd dat je om de twee uur wat eten moet, toch?  

Na lange minuten die uren lijken mag je bij de praatpaal je wensen kenbaar maken nadat je het raampje geopend hebt. Op dat moment trotseer je de kou van buiten die de trek in eten doet omslaan in vreselijke honger. Hoeveel kan een mens eigenlijk hebben vraag je je dan wel eens af. Vervolgens rij je door en moet je weer je raam openen om te betalen. Dat is best irritant want je ziet ondertussen hoe de ene na de andere tas met het snelle voedsel in de auto voor je verdwijnt. Je geduld wordt nu wel heel erg op de proef gesteld! En de klok tikt gewoon verder en voor je het weet zijn er al tien minuten van je leven voorbij! 

En nog steeds heb je niks te kanen! 

Even later mag je dan eindelijk de buit opeten in de auto op de parkeerplaats en is je honger weer gestild. Vervolgens rij je dan na een paar minuten weer verder, het is immers ‘fast food’, en nadat je de rijksweg opdraait realiseer je je dat de lege verpakkingen nog naast je op de bijrijder stoel liggen.

Shit!

Snel doe je het raam open en mietert de boel naar buiten. “Pffff, die rommel die je er ook van hebt! Gelukkig is de Nationale Opschoon-dag er, die mensen zijn echt goed bezig!” denk je dan, waarna je met een tevreden en voldaan gevoel je weg weer vervolgen kan.

Ach ja.  

Ik zou het moeten snappen want ik ben ook jong geweest. En ik weet heus wel dat niet alleen de jongeren wel eens wat op de grond laten vallen hoor, het is iets van alle leeftijden. Maar toen ik jong was liepen we nog niet mee in demonstraties in Den Haag tegen de milieuvervuiling. Althans, wij kregen er van school niet eens vrij voor, dat kwam niet eens in ons op. Maar in die tijd hadden de leraren ook geen studiedagen.

Nee, die gaven gewoon les.

En weet je, ik snap al die mensen wel dat ze nadat de eerste warme dag zich bewezen had, allemaal naar buiten renden. Hier in de omgeving ook, de prachtige Pieter Smitbrug moest haast de spitsstrook openen om al het verkeer doorgang te kunnen verlenen. Even zat de schrik erin nadat er een éénrichtingsbord werd neergezet maar dat was gewoon een hele leuke 1 april grap. Heel veel vrolijk in het leven staande mensen konden daar even heel hard om lachen!

Dat was wel even nodig in een land met enkele humorlozen….

Maar naar buiten gaan is hier in het Noorden niet zo bijzonder. Wij zijn ruimte gewend en kunnen gaan en staan waar we willen. Maar in de drukkere steden is het eerste groene wat er te vinden is een park of een nog niet bebouwde of vergeten groenstrook tussen twee flatgebouwen in. En ja, die raken zo vol met al die mensen die snakken naar een beetje voorjaar, vooral nu in deze barre tijden. 

Volkomen begrijpelijk! 

Maar nadat al die mensen weer naar huis gaan blijft het park vol. Vol met lege verpakkingen van alle vreterij en drankjes. En dát snap ik niet! Het is ónbegrijpelijk dat men er zo’n teringzooi van maakt! Ik kan er maar geen grip op krijgen, geen verklaring voor bedenken waarom mensen dit toch steeds blijven doen. Dagelijks worden we geconfronteerd met het feit dat we de aarde aan het vervuilen zijn, op allerlei manieren maar we leren er kennelijk niks van. Of komt het doordat we weten dat de gemeente het wel weer achter onze konten opruimt, net zoals onze moeders dat bij ons deden? Of erger, vinden we dat gewoon vanzelfsprekend want ja, die vuilnisbakken worden ook nooit geleegd en ja, dan vraag je er toch om?

Zijn we zo’n verwend klerevolkje geworden?

Misschien is niet meer opruimen een optie? Dat deed mijn moeder bij mij ook en het hielp. Of de optie Rwanda. Dit Afrikaanse land heeft een hele lelijke geschiedenis achter de rug, de gruwelijke genocide van de Hutu’s op de Tutsi’s in 1994 zal menigeen nog bijstaan. Al jaren was er sprake van haat tussen de meerderheid, de Hutu’s en de minderheid, de Tutsi’s. Uiteindelijk sloeg de vlam in de pan en resulteerde die haat in een slachting van naar schatting 500.000 tot 1 miljoen medeburgers, waaronder gematigde Hutu’s en Tutsi’s.

Een onvoorstelbare en diepdroevige gebeurtenis…

Maar het land heeft zich in de loop der jaren herpakt en wel op een hele bijzondere manier. Elke laatste zaterdag van de maand moeten alle Rwandezen tussen de 18 en 65 jaar meedoen aan ‘Umuganda’:

‘Samenkomen met een gemeenschappelijk doel om een resultaat te bereiken.’

Ze vegen dan samen de straten, verrichten kleine reparaties aan straten en afwateringen, planten bomen of bouwen met zijn allen scholen. Naast het verstevigen van de band tussen de eigen bevolkingsgroepen creëren ze een enorme saamhorigheid, breed gesteund door de bewindslieden die ook gewoon meedoen aan Umuganda.

Naast de opkomende tweedeling in ons landje plus de Haagse leugentjes zie ik nu een kans!

Ons aller geestelijk welzijn

De dag dat ik eindelijk geprikt gaat worden komt met de week dichterbij. Eindelijk! Want ik hoop natuurlijk dat we straks van al die ellende af zijn en dat we weer met zijn allen de boel weer kunnen opstarten. Maar waar ik het meeste naar uitkijk is toch wel de rust die dan weer zal terugkeren in ons land, dat het groepje achterdochtige en aandachttrekkende burgers weer huiswaarts keren en iets nuttigs gaan doen in plaats van overal beren achter de bomen te zien.

Het tv-programma ‘Familiediner’ kon het wel eens heel druk krijgen…

Maar we zijn er nog niet. De besmettingen lopen alweer weer flink op, de hele week al boven de 7000 en dat is op zijn Gronings nait goud. En op zijn Nederlands ook niet! Toch doen de meeste mensen het goed en dat is puur omdat die zich wel houden aan de (nog steeds tijdelijke!) regels. Helaas zijn er ook mensen die daar anders over denken of het soms even vergeten. Zo hoorde ik dat de boten naar de Waddeneilanden tjokvol zitten en de regeltjes behoorlijk aan boord losgelaten worden.

Waarschijnlijk denken ze dat corona bij Den Helder, Harlingen en Holwerd stopt…

Dat is dus niet zo. Sterker nog, corona zit ons wereldwijd dwars. Behalve op Urk natuurlijk. Deze gezegende plaats in Nederland heeft, bij monde van één van de 21 kerken, bedacht om alle opgelegde regels los te laten. “Kom maar naar de kerk want God beschermt jullie gelovigen.” Waarom? Omdat men tegemoet wil komen aan de nood en geestelijk welzijn van de gemeente.

Nou inderdaad, aan het geestelijk welzijn van deze gemeente schort een hoop!

En ja, ik weet dat vis eten goed voor de mens is en dat de Almachtige het goed kon vinden met de vissers maar dat wil nog niet zeggen dat je dan ook het gelijk aan je zijde hebt staan. Kijk alleen maar even naar het afgelopen jaar, ze zijn ze daar behoorlijk van God losgeraakt. Het enige positieve over Urk is de 8-koppige familie Jelies. Zij deden mee in de TV serie ‘Een huis vol’ en dat was nog wel te behappen.

‘Aan de nood en geestelijk welzijn!’

Hoe durven ze! Alsof de rest van Nederland daar geen last van heeft! Alsof Urk een eigen Staat is! Nou, als dat zo was dan had ik direct hun Ambassadeur op het matje geroepen en deze geadviseerd om serieus na te denken over een Urkxit! Spuit maar een stuk zand op midden in de Noordzee, bouw het vol met kerken en doe lekker jullie eigen ding. En daarna zal ik die Ambassadeur de deur uitzetten met de woorden:

“Ben je nou helemaal belatafeld of heb je geen kruis meer in je broek!”

Zo, dat lucht op. Nu effe totaal iets anders. Ik ben erachter gekomen dat het mij nog nauwelijks lukt om netjes met pen te schrijven. Het lettertype ‘Hanenpoten’ komt dichter in de buurt. Sterker nog, stel dat ik mee zou doen aan een repetitie ‘schoonschrijven’ dan was ik geslaagd met een tien, plus de bekende griffel. Ik ben gelukkig niet de enige die daar steeds meer moeite mee heeft want het schrijven met een pen begint onderhand aardig uit te sterven. We doen alles via de digitale weg en laten de pen steeds meer ongemoeid.

Oké, het bekende boodschappenbriefje is nog wel analoog. Thuis gebruiken wij daarvoor een kladblok en soms kan ik later niet eens meer ontcijferen wat ik daags ervoor opgeschreven had.

Met als resultaat dat ik met het verkeerde thuiskom…

Terwijl ik vroeger van de meesters en juffen toch echt netjes schrijven heb geleerd. Binnen de lijntjes! En oh, wat was dat leuk! Dictees waren mijn favorieten maar ik had er ook lol in om alles wat de leraren op de borden schreven direct in een schrift te schrijven. Later kwam ik op een school waar je extra cijfers kon scoren door je aantekeningen in een zogenaamd ‘netschrift’ te schrijven. Hoe verzorgder het eruit zag, hoe hoger het cijfer. En het mes sneed hier natuurlijk aan twee kanten want A je concentreerde je voor de tweede keer op de leerstof en B de leraar kon het nu ook lezen en direct checken of je de lesstof wel begrepen had. En C, je kreeg er ook een cijfer voor.

Zo kon ik de wat mindere cijfers op repetities mooi opkrikken!

Tussendoor schreef ik veel brieven met allerlei vrienden en vriendinnen in het land want ook daar kon ik enig genoegen in vinden. De contacten werden gelegd in de vakantieperiodes op Terschelling en vervolgens had ik dan de hele winter weer genoeg adressen om brieven naartoe te sturen. Het schrijven was leuk maar ook het ontvangen van brieven, ik had een dagelijkse gang naar de brievenbus om te kijken of er ook post voor mij was. Naast mijn eigen handschrift kon ik ook van andere handschriften genieten. Het mooiste handschrift was van een zekere Inge uit Rotterdam. Die schreef haar letters met een digitale precisie. Natuurlijk probeerde ik dat ook in mijn retourbrief te doen waardoor het schrijven met de pen alle aandacht kreeg. Ik nam daar ook de tijd voor.

Ik voelde mij de koning te rijk met een chique vulpen en een mooi schrijfblok.

Op een gegeven moment kwam ik ook in aanraking met de digitale wereld en het duurde dan ook niet lang of ik schreef alleen nog jaarlijks de kerstkaarten. Maar ook die vielen weg want ja, wie stuurde nog een kaartje en even leek het erop dat het definitief de strijd verloor met de opkomst van de digitale wereld.

Maar misschien moeten we gewoon elkaar weer brieven schrijven, zoals vroeger.

Of een brief sturen naar de krant omdat je het ergens niet mee eens bent. Want dan moet je eerst goed nadenken alvorens het op papier komt anders wordt het een grote knoeierij. Plus het voordeel dat de boosheid wat zal afnemen in de boodschap. Geloof mij, dat scheelt je een hoop donkere gedachten.

Maar vergeet niet de envelop! Voor je het weet staat de inhoud op een foto….

 

Iedereen is van de wereld

Nu de verkiezingen achter de rug zijn is het altijd weer even spannend wie als eerste zijn of haar verkiezingsbeloften verbreekt. Je kan dan als gedesillusioneerde kiezer jezelf in een geel hesje hijsen of weer elke dag je chagrijn op Facebook delen, mag allemaal. Maar het verstandigste is om gewoon de democratie te respecteren en je erbij neer te leggen.

Want het hoort er gewoon bij.

De meeste partijen likken hun wonden en gaan weer over tot de orde van de dag. Natuurlijk gaan ze evalueren wat er fout gegaan is in de campagne maar echt zorgen maken zullen ze niet want ze zijn al jaren gewend om in het pluche te zitten van de Tweede Kamer.

Zij liever dan ik.

En vanuit die hoek laten ze dan het (onderbuik)gevoel horen van hun kiezers en is de cirkel weer rond. Maar blijf vooral stemmen want dan heb je zelf ook het recht om te klagen! Want dat is nu eenmaal een van de rechten die je hebt in dit land. En de Nederlandse burger heeft veel rechten, zoveel dat er fluwelen handschoenen voor nodig zijn om hem of haar aan te pakken. Daarom hoor je hier ook zo vaak dat er een ‘te zachte aanpak’ is wanneer er sprake is van wanordelijkheden of criminaliteit.

Maar dat zegt men alleen als het zo uitkomt.

Want zodra de politie wel hard optreedt is het land ineens te klein voor een klein groepje mensen. Die beweren dan ineens dat we in een dictatuur wonen. Vaak wordt er dan ook nog ‘privacy’ bijgehaald terwijl ze alles filmen met hun telefoontje. Ik begrijp dat soort mensen niet.

Neem de verkiezingen.

Je mag hier in alle vrijheid je stem uitbrengen zonder bang te hoeven zijn voor represailles. En als je het ergens niet mee eens bent mag je dat uiten. De manier waarop je dat uit kan wel eens tot een verhitte discussie leiden omdat de laatste jaren het fatsoen weg is uit het debat.  

Alleen beginnen we aardig te lijken op Rupsje Nooitgenoeg..

Daarom is het altijd goed om te luisteren naar mensen die wel een dictatuur hebben meegemaakt. Kijk naar onze eigen historie, de Tweede Wereldoorlog. Een goed voorbeeld. Maar ja, dat is alweer 76 jaar geleden en we vergeten zo snel. Recentere verhalen over dictatuur komen bijvoorbeeld uit Syrië. Die mensen hebben verhalen die lijken op de verhalen van de Tweede Wereldoorlog maar dan alleen in een moderner jasje.

Onlangs hoorde ik de Syrische vluchteling Anwar Manlasadoon op de radio zijn verhaal doen.

Hij blogt namelijk over de verschillen tussen zijn land en Nederland. Hoe zij het ervaren om in een land te wonen waar je gewoon mag doen wat je wil zonder tussenkomst van de overheid. Voor de duidelijkheid, doen wat je wil binnen de lijntjes die we ooit met zijn allen uitgezet hebben en staan beschreven in de Nederlandse Grondwet. Anwar vertelde nu over de verschillen in verkiezingen, hoe het er in Syrië toegaat. In Syrië heb je om de zeven jaar ook verkiezingen en dan staat er het volgende op het stembiljet, niet groter dan een A-viertje:

Assad, JA of NEE.

En nog twee of drie onbeduidende politici. Bij JA was er niks loos. Koos je voor NEE dan kon je maar beter maken dat je wegkwam voordat je na een flink aantal stokslagen achter de tralies belandde. Daarom is het begrijpelijk dat bij de laatste verkiezingen in Syrië, in 2014, Assad 88.7 procent van stemmers kreeg… Dan krab je jezelf toch even achter de oren lijkt mij zo. Vluchten is dan een reële optie. En dan mag je hopen dat het land waar je dan naar toe vlucht je de veiligheid kan bieden om een nieuw leven op te bouwen. Net zoals je dan mag hopen dat men jou die echte vrijheid gaat gunnen en dat men je accepteert en respecteert. Want links- of rechtsom, we leven op één wereld, in de wandelgangen ook wel Aarde genoemd. En het mooie is dat wij daar met zijn allen op mogen wonen, zoals Thé Lau & The Scene ooit zo mooi zong: ‘Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen!’ En natuurlijk zal je eerst vreemd aangekeken worden maar wat is vreemd?

‘Vreemden zijn vrienden met wie je nog kennis moet maken.’

Toen ik na 20 jaar Terschelling in Den Haag ging wonen en werken was alles en iedereen vreemd voor mij. Toen ik na 35 jaar Den Haag in Winschoten ging wonen en werken was ook alles vreemd voor mij. Maar doordat de mensen die ik leerde kennen mij niet wegkeken maar mij juist thuis lieten voelen, kon ik snel wennen aan mijn nieuwe leven. Als ik nu achteromkijk zie ik een enorme welvaart om mij heen. Wat we toen niet hadden is inmiddels al bedacht en in ons bezit:

‘We komen niets tekort, we hebben alles. Een kind, een huis, een auto en elkaar.’ Dat zong Doe Maar al in 1982! De winkels puilen uit of we bestellen ons suf vanaf de bank om nog meer te hebben. En met al dat méér lijkt het wel alsof we steeds mínder aan anderen gunnen.

Raar. Want wat leer je als kind? Juist, delen!

Maar we kiezen steeds meer de kant van onszelf en raken zo verstrikt in ons eigen vacuüm. Nederland was ooit een tolerant en sociaal land waar je echt trots op kon zijn maar dat ligt steeds verder achter ons. Kijk maar naar de verkiezingsuitslag, de sociale partijen worden ingehaald door populistisch rechts. Ook dat mag in een democratie, niet in een dictatuur. Dus nogmaals, wij leven in een vrij land. En ja, alles is onderhevig aan veranderingen, ook de instelling van een volk.

Maar of we daar dan nog trots op kunnen zijn?

Nu moeten we de komende weken, misschien wel maanden, weer kijken naar de strijd om een coalitie te vormen. De Praathuizen op de televisie slijpen al de messen.

Wat een vrijheid! Maar verdeel wel de vruchten die we daarvan plukken!                   

 

 

 

 

 

 

 

Het nieuwe abnormaal

Eigenlijk was ik het vergeten hoe het voelde en daarom kwam het extra binnen deze keer. Poëtisch gezien voelde het als ‘opnieuw geboren worden ‘maar eerlijk gezegd staat mij daar niets meer van bij dus eigenlijk gaat die vergelijking niet op. Maar het kwam verdomd dicht in de buurt! Ik was niet de enige die het zo voelde waardoor het haast het gesprek van de dag werd, wat zeg ik, week! Overal blije gezichten, gezichten waaraan ik weer aan moest wennen omdat men er ineens weer heel anders uitzag.

Iemand vond zelfs dat ik weer een ‘jong koppie’ had!

Dat is het enige voordeel van dat kolere virus, dat we weer even de normale dingen in het leven leren waarderen, in dit geval naar de kapper gaan. Afgelopen maandag was ik aan de beurt en werd ik onderhanden genomen door de tondeuse en schaar. En ik kan hier zonder blikken of blozen zeggen dat ik het als zeer prettig ervaren heb. Logisch, want het broeikaseffect op mijn hoofd werd heftiger en heftiger. Met elke haarlok die op de grond viel voelde ik een frisheid rond mijn hoofd die haast hemels aanvoelde. Terwijl in de weken ervoor regelmatig musjes en koolmeesjes achter mij aanvlogen want zij zagen genoeg mogelijkheden in mijn haar voor hun nieuwe woning.

Daar kon wel een vogelnestje of vier van gebouwd worden!

Maar zonder gekheid, het was oprecht een feestje om weer in die kappersstoel te zitten. En dat vond mijn buurman aan de andere kant van het spatscherm kennelijk ook want we kraaiden het uit als twee pubers die net hun eerste stiekeme biertje gedronken hadden. Onze kapper en kapster werden daar nóg vrolijker van want ook zij waren blij want ze mochten weer aan het werk. Nu hadden ze niet stil gezeten hoor, nee, ze hadden de hele zaak gepimpt met een zeer verdienstelijk resultaat. Dat vind ik toch weer knap, om ondanks de tegenslag van sluiting er weer iets positiefs van te maken.

Dat zouden meer mensen eens moeten doen!

Ik wierp een blik op de grond en zag daar mijn dikke, grijze lokken liggen. Onder welke categorie haar zal mijn haar eigenlijk vallen vroeg ik mij af. Wat voor haar heb ik eigenlijk? Normaal haar? Vet haar? Beschadigd haar? Droog haar? Gespleten haar? Ik zou hier nooit over begonnen zijn, sterker nog, ik zou hier nooit over nagedacht hebben maar dat kwam doordat ik voor de zoveelste keer iets in het nieuws las wat mij, heel toepasselijk, de haren deed rijzen. Want de multinational Unilever gaat namelijk het etiket op de shampoo aanpassen, het woord normaal zoals bij ‘normaal haar’ of ‘normale huid’ moet eraf. Dat werd besloten nadat ze een enquête hadden gehouden onder hun klanten.

Omdat 70% van de geënquêteerden een negatief gevoel kregen van het woordje ‘normaal’.

Een van de Unilever directeuren zei in het persbericht het volgende: “Het woordje ‘normaal’ van de verpakking halen lost het probleem niet op. Maar we denken dat het wel een belangrijke stap is naar meer inclusiviteit in de definitie van schoonheid.”

Dat woordje inclusiviteit moest ik effe opzoeken.

Onderlinge verbondenheid betekent het. Nou, daar ben ik altijd al een fel voorstander van maar om dat ons, klootjesvolk, nou duidelijk te maken via een fles shampoo begrijp ik niet helemaal. En ik begrijp die directeur ook niet! Als je zo lult vraag ik mij af hoe jij in het leven staat. En wélk probleem los je er niet mee op dan? Ik heb nooit problemen gehad met een fles shampoo. Nou ja, oké, één keer dan toen de fles achter mij op de grond viel terwijl ik aan het stoeien was met de handdoek na het douchen. Man als ik ben liet ik de fles gewoon liggen alleen wist ik niet dat de dop er niet goed op zat. Ook zo’n mannendingetje. Dus ja, de fles is leeggelopen, dat hoorde ik later die dag van mijn geliefde.

Ik zie dit niet als een probleemcategorie felrood of zo.

En wat is schoonheid? Ik vind mijzelf geen schoonheid waardoor ik mij door deze inclusiviteit behoorlijk uitgesloten voel om mee te doen met jullie shampoo-clubje. En daarbij, ik was altijd tevreden met het ‘voor normaal haar’ op het etiket want het was tenminste duidelijk.

#Doeseffenormaal!

Waarom moet toch over alles nagedacht worden tegenwoordig? Wat is dat toch steeds? We willen terug naar het ‘normaal’ maar eigenlijk gedragen we ons steeds abnormaler. Want wat is normaal? Ik heb altijd gedacht ‘normaal’ te zijn met mijn normale haar en nu voel ik mij behoorlijk abnormaal. En dat wil ik niet omdat we inmiddels weten dat er meer dan genoeg abnormalen op onze planeet rondlopen.

Ik herhaal, meer dan genoeg!

Gelukkig mogen we stemmen komende week en heb ik nog een paar dagen de tijd om de partijprogramma’s van alle 37 politieke partijtjes door te spitten op wat zij normaal vinden. Ja, een flinke klus maar ik heb nog tot woensdag. Een eerste blik op het vierkante meter papier liet bij mij al direct enkele vraagtekens achter. Ten eerste hoe ze die enorme lijst hebben kunnen vouwen tot een A5-formaat, dat moet wel een hele goede origamist geweest zijn en ten tweede staan er partijen op waar ik eerlijk gezegd nog nooit van gehoord had.

Dat is wél het voordeel van een democratie, dat iedereen gehoord wordt in dit land.

Maar daar moet je dan wel voor openstaan natuurlijk en niet direct zeggen de waarheid in pacht te hebben. Want dat heeft niemand gelukkig. Persoonlijk ben ik niet zo van al die snipperpartijtjes maar ik respecteer ze wel. Ze zijn immers opgericht door mensen met bepaalde idealen die iets verder nadenken dan bijvoorbeeld Johan Vlemmix, die koekebakker van De Feest Partij.

En ja, het leven is een feestje en ja, dan moet je wel zelf de slingers ophangen.

Maar je kan niet alles wegfeesten want het leven is niet voor iedereen een feestje. Helaas. Maar je mag jezelf wel in je handen knijpen dat je mág stemmen. Zonder enige dwang!

 

 

Bezint eer ge begint

Het was een vreemde gewaarwording. Nadat ik afgelopen maandag op de radio hoorde dat de meteorologische lente begonnen was, werd ik direct de volgende ochtend al om half vijf gewekt door vrolijk en druk zingende vogeltjes. Het lijkt wel of die vogels een sein afwachten, zo van ‘Nu is het lente!’ 

Een sein van ‘hogerhand’ wellicht… 

Het zit gewoon in hun systeem denk ik. Zo zit de natuur in elkaar en dat blijft wonderlijk. De mens zit anders in elkaar, die kunnen nadenken. Nadenken over wat je gaat zeggen en wanneer je iets gaat zeggen. Daarom was ik uitermate verbaasd toen onze demissionaire premier ineens tijdens een verkiezingsdebat zei dat er een kerncentrale in Groningen gebouwd moest worden. 

Dat schoot bij mij (en vast bij menig Groninger) behoorlijk in het verkeerde keelgat!

Nu nuanceerde hij het later in de week wel weer maar waar komt die gedachtegang toch vandaan? Is het omdat Groningen al decennialang het land van gas voorzien heeft? Krijgt de provincie dan direct het stempel van ‘Energieleverancier voor het leven’? Zijn ze echt zo simpel in Den Haag? Kennelijk wel, want nu er eindelijk erkenning is van alle ellende die de gaswinning veroorzaakt heeft bouwen ze het alweer vol met enorme windmolenparken!  

Mag het niet meer uit de grond dan halen we het wel uit de lucht! 

De plannen voor een waterstoffabriek in de Eemshaven liggen ook al klaar en dan nu weer het plan om een kerncentrale neer te zetten? Iets met ‘Je geeft ze een vinger en ze pakken de hele hand.’ Voor sommigen in Den Haag is het kennelijk een optelsommetje en als dan later blijkt dat er ook flinke nadelen aan kleven dan kunnen ze ineens niet meer rekenen… Of dan bagatelliseren we de gevolgen gewoon, zoals die andere ‘politicus’ Thierry Baudet al deed. Ik citeer: “Die aardbevinkjes ach, het is geen genocide of zo…”.   

Je zal maar als Groninger op hem gestemd hebben… 

Het is de wereld mooier maken op ‘zijn Amsterdams’. Daar lopen types die elke dag wat nieuws bedenken om maar hip en modern te zijn. We stappen over op schone energie maar we zetten de windmolens natuurlijk niet in onze eigen achtertuin. Nee, die kunnen mooi in de provincies neergezet worden, plek zat daar. 

Klopt. En dat willen we zo houden ook als het even kan! 

Alsof Amsterdam de leidraad is hoe wij met zijn allen zouden moeten leven! Ik hoop het niet. En ja, kerncentrales zijn schoner dan kolen- en biomassacentrales maar om van Groningen nu een opvangcentrum voor energieleveranciers te maken? En ja, eerlijk is eerlijk, de laatste paar jaar is er een inhaalslag gemaakt wat de vergoedingen betreft maar pak nou eens door en zorg dat iedereen geen zorgen meer heeft van verzakkingen en scheuren in het huis. Dan neem je je verantwoordelijk en zal het vertrouwen in de politiek wat dit betreft misschien wel weer terugkeren.

Misschien terugkeren!

Ach ja, zolang er politiek bedreven wordt is er gedoe. Vergelijkbaar met koken: ‘Er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden!’ Maar we moeten ook naar ons eigen gedrag kijken. Even jezelf een spiegel voorhouden. Om even bij het energievraagstuk te blijven, ik weet nog goed wat mijn ouders altijd naar ons riepen: 

“Niet te lang douchen! Licht uit! Deur dicht! We stoken niet voor de vogeltjes!” 

Zij waren zich kennelijk al bewust dat energie niet eindig is en dat we er zuinig op moeten zijn. Het zal te maken hebben gehad met de groei van onze welvaart waar zij nog aan moesten wennen omdat ze deels de oorlog en de naoorlogse jaren hadden meegemaakt. Dat waren absoluut geen vette jaren! Daarnaast kregen wij om de dag vlees en in het weekend genoten we van vleeswaren. Soms werden we verrast. Dan kregen we s’ avonds bij de broodmaaltijd overheerlijk gebakken (ondermaatse) tongetjes, balkenbrij of kleine, krokante aardappeltjes in spekvet gebakken.

Extra genieten van het eenvoudige!

Nu is buiten de deur eten meer dagelijkse kost dan zelf koken. Of we laten het bezorgen als we geen zin hebben om de deur uit te gaan. Het boterhammetje voor op het werk kopen we onderweg kant en klaar bij de benzine boer of we laten het op het werk bezorgen. Maar we begrijpen wel dat al dat eten wel verbrand moet worden en daarom gaan we een paar keer per week naar de sportschool.

Met de auto natuurlijk!

Ik pak ook wel eens het gemak wat de welvaart ons brengt maar ik voel dan altijd de blik van mijn ouders in mijn rug. Dat heb ik ook wanneer ik op mijn elektrische fiets even in standje turbo naar de winkel fiets. Waarom? Omdat zij pas op een elektrische fiets stapten toen ze de 85 jaar al gepasseerd waren! En mijn vader doet ‘m alleen aan met tegenwind….

Bikkels zijn het!

Want nogmaals, we consumeren ons suf! En die zucht om te consumeren zorgt ervoor dat we energie naar binnen blijven slurpen alsof we net veertig dagen in de woestijn gelopen hebben. En ja, dan krijgen we te maken met problemen als hoe lossen we het energievraagstuk op. Want dat gaat niet vanzelf. Dus willen we doorleven op die manier dan zullen we moeten accepteren dat er windmolen- en zonnepanelen parken ons uitzicht en leven bederven. 

Of wellicht ook kerncentrales. 

Maar beste politici, kijk dan eerst eens om je heen voordat je iets roept. En leg dat goed uit in plaats van er verkiezingsretoriek van te maken. Sterker nog, sta boven de partijen en ga nou eens samenwerken in plaats van steeds maar bezig zijn met je eigen mening op te dringen omdat dat de idealen zijn van jouw politieke partijtje. 

Want niemand heeft de waarheid in pacht.

Ja, mijn ouders misschien.. Daarom noem ik ze hier ook. Zij hebben samen 177 jaar ervaring in ‘het leven’. En nu ikzelf ouder aan het worden ben, word ik steeds bewuster van hun gelijk:

‘Doe maar normaal. Dan doe je al gek genoeg!’

 

Beweging dankzij verbinding

Natuurlijk had ik ook gehoord dat het druk was. Want ‘druk´ en ‘wonen in de provincie Groningen’ is niet alledaags nieuws. Ik heb het natuurlijk over de kersverse Pieter Smit brug die vlak voordat de winter inviel, geopend was en veel aandacht trok. De opening kwam was perfect getimed want niet veel later konden alle schaats- en winterliefhebbers dankbaar gebruik maken van deze brug. Want als je deze 756 meterslange brug gepasseerd was wachtte aan het einde een prachtige ijsvloer waar jong en oud aan het genieten waren.

Dat durf ik hier wel te beweren!

Want wie ik ook sprak, allen waren enthousiast over het ijs, de sfeer en de brug! En vooral dat laatste is mooi want er waren, nadat de plannen gepresenteerd waren, ook veel wanklanken te horen. Dat snap ik ook wel weer want we horen te vaak dat grote gemeentelijke projecten uiteindelijk of veel te duur uitvallen of totaal geen toegevoegde waarde hebben. Waardoor enigszins wantrouwen wel op de plaats is. Zo zijn er in elke gemeente wel van dit soort prestigeprojecten geweest, projecten die velen uiteindelijk het schaamrood op de kaken heeft doen krijgen.

Te vaak een aanslag op het gezonde verstand…

Maar de Pieter Smitbrug is van een andere orde. Naar mijn mening echt een aanvulling voor de gemeente Oldambt. Oké, het budget is om en nabij met een miljoen euro overschreden maar dat is nog wel te dragen als je het afzet tegen de voordelen die deze brug ons gaat geven. 

Want ik zie alleen maar voordelen.

Zoals natuurlijk een betere verbinding tussen Winschoten en Blauwe Stad. Bewoners van beide kanten kunnen nu veel makkelijker even heen en weer, wandelend of op de fiets. Daardoor zal de auto wellicht wat vaker blijven staan en dat scheelt dan weer in de portemonnee. Je zou er nog tegenin kunnen brengen dat het meer tijd kost maar dat is te verwaarlozen, vooral omdat veel mensen al elektrisch fietsen en daardoor flink de gang erin hebben zitten. En voordat nu alle fietsers die niet elektrisch geholpen worden over mij heen vallen:

Wees daar gewoon trots op! Ik schaam mij dood dat ik al zo’n fiets in gebruik heb…

Maar het is ook een brug die mensen letterlijk met elkaar verbindt want als je erover heen loopt of wandelt is de kans aanwezig dat je bekenden ziet en je daarmee aan de praat raakt. Want nog even ter herinnering, het is de langste fietsbrug van Europa he!

Je bent wel even bezig voordat je aan de overkant bent.

In mijn ogen is het allergrootste pluspunt dat het mensen in beweging gaat zetten. Je bent nu veel gauwer geneigd even de fiets te pakken of de wandelschoenen aan te doen om een frisse neus te halen. Of om even een terrasje te pakken of pootje te baden rondom het Oldambtmeer. En de inwoners van Blauwe Stad fietsen nu even zo snel weer Winschoten in. Allemaal bewegingen die goed zijn voor onze gezondheid en dat scheelt dan weer, op langere termijn, in ziektekosten.

Ik zie de koppen al in de krant: ‘Inwoners gemeente Oldambt gezondste van het land!’

Vorige week zondag mocht ik er eindelijk overheen fietsen en ik was echt onder de indruk. In eerste instantie van het bouwwerk zelf maar helemaal van hoe druk het wel niet was! Wandelaars en fietsers kwamen van alle kanten en je moest echt goed opletten om niet iemand aan te rijden. Maar ook groepjes mensen (ja, op afstand) die gezellig even aan het bijkletsen waren of gewoon even stil stonden om even alles erom heen te bewonderen.

Even schoot mijn bezoek aan de Nieuwe Driemanspolder in Den Haag door mijn hoofd, op die mooie schaatszondag van enkele weken geleden. Het viel mij op dat iedereen elkaar passeerde zonder ook maar een woord te zeggen of ook maar een blik te gunnen. Des te vreemder is het dan ook dat er in Den Haag steeds gelekt wordt. Elke keer als er een persconferentie aangekondigd werd, lag de inhoud al op straat en keken we op het moment suprême naar een herhaling van zaken die we al wisten… De Tena Lady of Man broekjes zijn daar niet aan te slepen!

Ik was het individualisme van de Grote Stad even vergeten…

Want ik weet nog goed toen ik als 20-jarige verhuisde van Terschelling naar Den Haag. Iedereen die ik tegenkwam op straat begroette ik. Helaas zonder respons, op een enkele, zeer verbaasde Hagenees na. Het duurde wel even voordat ik dat groeten afgeleerd had want ja, het zat eenmaal in mijn genen. Dertig jaar later kwam ik weer in het Noorden te wonen en moest ik weer wennen aan het feit dat iedereen elkaar wél even aankeek of een groet gaf. Moi! Hoi! Daag! Of hallo!

Ik was gelukkig zo weer gewend!

Omdat het gewoon goed voelt denk ik, maar ook omdat elk mens het fijn vindt vriendelijk bejegend te worden. Want de mens is sociaal ingesteld, al zien we de laatste tijd steeds vaker dat asociaal gedrag behoorlijk terrein aan het winnen is. Althans, dat denken die lui, de media geeft ze ook steeds vaker een podium om hun krantje of tv-programma te vullen. Ik vertik het om daarin mee te gaan en ik ben daar niet de enige in.

Nee, we zijn nog steeds met méér! 

Daarom was het natuurlijk ook zo druk op de brug! Even voelde het alsof we weer even in het ‘normale’ leefden, heerlijk in de buitenlucht en genietend van alles om ons heen. Het maakte ons eerste fietsritje van het jaar daarom extra leuk. Deze brug gaat heel veel betekenen voor deze regio.

Maar het is nog niet klaar.

Want het schort nog aan een goede infrastructuur aan de andere kant van de brug. De fiets- en wandelpaden sluiten slecht op elkaar aan. Dat mag in mijn ogen het volgende project zijn zodat het Oldambtmeer en Blauwe Stad nóg aantrekkelijker wordt voor bewoners en recreanten.

Dan gaan we samen een mooie  https://www.toukomst.nl/ tegemoet!

 

Wanneer het ijs weer gesmolten is

Wat was dat weekje winter van vorige week een welkome onderbreking van ons gezamenlijke ‘gevangenschap’! Even konden we massaal stoom afblazen op het ijs en daar werd dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. En we hadden eindelijk weer eens iets gemeenschappelijk om te delen, wat prioriteit één meekreeg:

‘Heb ik nog schaatsen en zo ja, moeten ze nog geslepen worden?’

Afgelopen weekend schaatsen we gezamenlijk naar het hoogtepunt van dat weekje ijspret en ik denk dat velen dat weekend nooit meer zullen vergeten. Want na lange tijd werden er weer fijne en vrolijke herinneringen gemaakt welke later nog vaak tot de verbeelding zullen gaan spreken. Hoe mooi was het wel niet, hoe alle bevroren sloten, vaarten, riviertjes en meren zich vulden met enthousiastelingen die maar één doel voor ogen hadden:

Schaatsen!

Maar ook voor de niet schaatsers waren het prachtige dagen. Mijn vrouw kwam zaterdagmiddag al super enthousiast thuis van een wandeling. Ze was via de Pieter Smitbrug naar het bevroren Oldambtmeer gelopen en het was daar zó gezellig dat het ijs er bijna van ging smelten! Het leek wel of iedereen uit de winterslaap ontwaakt was en nu eindelijk weer even konden praten met andere mensen in plaats van met hun eigen, onder curatele gestelde huishouden. Je las de opluchting van de gezichten!

Voor het uitbreken van de pandemie hadden we daar een naam voor, ‘socializen.’

Helaas had ik geen tijd om te socializen want ik moest ‘lasagne to go’ maken. We gingen namelijk de volgende dag op bezoek bij onze kleindochter. Dat had wat voeten in de aarde want de laatste keer dat wij haar konden bewonderen was precies 175 dagen geleden… Ja, schandalig! Maar dat kwam natuurlijk door de opgelegde maatregelen die we met zijn allen dragen moesten en nog steeds dragen moeten. We hebben het al die tijd moeten doen met beeldbellen via de telefoon en kregen zo toch nog iets mee van het groeiproces van deze kleine meid.

Maar de afstand bleef.

Want dit prinsesje woont namelijk in het westen des lands. In normale tijden was dit geen probleem geweest want wij rijden zo die kant op omdat we er gewoon een dagje uit van maken. En we verwennen ons dan met een goedgevulde tas met thermoskannen koffie en thee, overheerlijke zelf belegde broodjes van de bakker en als het mag van de altijd aanwezige lijn, een zakje Winegums!

En ja, wat is dan afstand?

Maar alles liep anders in het afgelopen jaar. Voor iedereen. Telkens moesten afwegingen gewikt en gewogen worden. En dat afwegen viel steeds zwaarder en deden aan beide zijden veel pijn. Gelukkig zijn er nu, dankzij het vaccin en steeds meer kennis van de gedragingen van het virus, weer betere vooruitzichten op een normaal leven. Het vertrouwen daarin heeft weliswaar flinke klappen opgelopen maar zolang we er maar van leren en ervoor openstaan, gaan we de goede kant op. Dat was voor ons ook de reden om uit onze bubbel te stappen en een bezoek te brengen aan onze prachtige kleindochter. Sinds haar geboorte, 2 mei vorig jaar, hebben wij haar nog maar drie keer kunnen bewonderen en knuffelen.

Schandalig ja, ik beken!

Maar zoals ik al zei betrof het uitermate pijnlijke beslissingen, beslissingen die, helaas, bij het leven horen. En het was niet alleen onze kleindochter die we amper zagen, ook onze zonen en schoondochters moesten we op afstand houden om zo de risico’s voor alle partijen zo klein mogelijk te houden.

Nog een reden om deze zondag eens burgerlijk ongehoorzaam te zijn!

Na het bekende (en vreselijke!) ‘elleboogschudden’ konden we eindelijk ons prinsesje in de ogen kijken. Mijn vrouw gaf gauw het cadeautje wat wij mee hadden genomen, een prachtige, door haar collega gehaakte pop. “Kijk eens, dit is Lobke en ze komt uit Zweden! En ze wil heel graag jouw vriendinnetje worden!”

Het meiske draaide haar hoofdje opzij van verlegenheid en zocht de veiligheid van haar ouders.

Logisch, een kinderleven is net zo groot als het kind jong is. En wij wisten als kersverse en hele wijze Oma en Opa dat we nu alle zeilen moesten bijzetten om een plaatsje te krijgen in het leven van dit jonge kind. Het deed mij denken aan de relatie die ik vroeger had met mijn opa’s en oma’s. Die zag ik ook maar twee keer per jaar, ook vanwege de afstand. Toch heb ik ze wel altijd als zodanig gezien dus ik ben er niet slechter van geworden. Maar nu leven we in 2021 en zijn er, zoals ik al eerder zei, eigenlijk geen afstanden meer.

En ja, we zijn door de wol geverfd, samen hebben we vier zonen!

Terwijl ik rare bekken trok en kinderversjes opdreunde om het kleine wonder voor mij te winnen, won mijn vrouw de aandacht. Die kreeg ze nadat ze het meisje een vingertipje slagroom van de door ons meegebrachte Winschoter tompoezen gegeven had. Ik kreeg de aandacht wat later die ochtend nadat de kleine meid moe van alle indrukken, op mijn gezellige opa-buik in een diepe slaap viel.

Vervolgens moest ik mij inhouden om ook niet even een powernapje te doen…

Net na de middag reden we met zijn allen naar de Nieuwe Driemanspolder, een pas ontwikkelt recreatiegebied tussen Leidschenveen (Den Haag) en Zoetermeer. We hadden daar afgesproken met de andere twee zonen en schoondochter zodat de jongens nog even schaatsen konden. Ook dit was een fijn weerzien en niet veel later stond ik naast de mannen op het ijs.

‘Potver! Ik ben gekrompen!’ schoot er door mijn hoofd…

Dat kwam ook natuurlijk omdat ze op schaatsen stonden maar ik weet dat zij al over mij heen kunnen kijken. We nuttigden nog gezamenlijk een lekker koud (!) biertje en een uurtje later reden we weer naar het huis van onze kleindochter want de lasagne moest op tijd in de oven omdat we natuurlijk op tijd thuis moesten zijn vanwege de avondklok. Tegen zes uur namen we afscheid en keken we in het vrolijke lachende gezicht van onze kleindochter.

Het ijs was gesmolten, we hoorden er weer bij!

 

 

 

We moeten wandelen, schaatsen, uitglijden, vallen en weer opstaan 

Nu we aan het eind zitten van de horrorwinter van 2021 en alle media het weer over de pandemie kunnen hebben, leg ik alvast de loper uit voor de lente. Letterlijk, ik heb namelijk een loper van stucloop in de achtertuin gelegd. Daarmee wil ik voorkomen dat we steeds zand naar binnen lopen omdat de tuin opgeknapt gaat worden en nu helemaal kaal is. Een briljant idee al zeg ik het zelf! Maar hij ligt er ook om de lente te ontvangen want ik kan het niet vaak genoeg zeggen:  

De lente is de mooiste tijd van het jaar!  

Misschien komt dat ook wel omdat de winters de laatste jaren niet meer zoveel voorstellen. In plaats van strakke blauwe luchten met een lekker zonnetje zoals afgelopen week moeten we het steeds vaker doen met grauw en donker weer, vaak overgoten met een regenbui. Maar in mijn vroegste herinneringen waren de winters wel mooi. Temperaturen dik onder de nul, veel sneeuw en hele dagen op de ijsbaan genieten van de ijspret in al haar gedaantes. En hoe bijzonder waren de bevroren slaapkamerramen met ijsbloemen, eigenlijk onze eerste kennismaking met het matglas van tegenwoordig! Wanneer je naar buiten wilde kijken of het al gesneeuwd had, moest je eerst het ijs van het raam afkrabben. Lag dat aan de temperaturen of omdat we toen nog geen dubbel glas hadden?  

Herinneringen hebben nog wel eens de neiging flink te overdrijven.. 

Vorige week zondag trok ik weer eens mijn dikke, wollen trui aan en moest gelijk weer even wennen aan die ellendige kriebels die deze veroorzaakte. Dat wekte ook weer een herinnering op, namelijk de herinnering aan zelfgebreide wollen truien, mutsen en handschoenen waarmee je je wapende tegen de kou, meestal geproduceerd door mijn moeder of een van de Oma’s. En het hielp niet echt want de herinneringen aan de vele momenten met kouwe klauwen zitten nog vers in het geheugen, vooral aan een van de veroorzakers van die kou: die irritante bevroren gestreepte veters van de Friese doorlopers. En later kreeg ik van die ijs-tenen van mijn Noren, die hadden stalen neuzen en men zegt in mijn familiekring dat mijn opa er ook nog op geschaatst had… Maar ik won op die dingen wel menig wedstrijdje en dat maakte een hoop goed, zelfs die paar koude tenen. Gelukkig kon je je ook warmen met heerlijke warme chocolademelk. Want op de ijsbaan stond een Koek & Zopie tent die gerund werd door de vrijwilligers van de ijsclub. Je kreeg dan voor een paar centen een witte, porseleinen beker, gevuld met hete chocolademelk. 

Plus natuurlijk dat ellendige vel op je chocomel… 

Maar het feestje werd compleet als je ook nog geld had voor een gevulde koek of kano. Want schaatsen maakt hongerig omdat het best wel een intensieve bezigheid is. En ja, naast de gebruikelijke rondjes om de kerk kwam er ook nog een potje flink uitsloven voor de meisjes bij. Op de een of andere manier zagen die er op het ijs nog mooier uit dan ze al waren. Waarschijnlijk kwam dat door de winterse kleding die ze droegen of doordat hun wangen zo mooi roze kleurden door de kou. Dat naturelle had voor ons jongens een magische aantrekkingskracht en maakte krachten los om nóg meer indruk te maken op het andere geslacht. 

‘Wintermeisjes’ noem ik ze altijd liefkozend. 

Maar vorige week zondag kwam dan eindelijk die langverwachte en heel veel besproken winter ons land binnen. En hoe! Als het razende stoof het over ons landje en werd menigeen gezandstraald zodra deze zich buiten de deur durfde te wagen. Het leek wel of de sneeuw alle boze warhoofden tot de orde wilde roepen.  

Die werden even met twee benen op de grond gezet, om verder uitglijden te voorkomen. 

Ik mocht die middag mij wagen aan een wandeling door de sneeuw. In eerste instantie zou ik alleen met mijn eigen wintermeisje gaan maar we kregen er een doorloper… euhh…meeloper bij. Dat was ons puberende buurmeisje Nikki. Zij moest even wat lucht happen om de goede vrede te bewaren in huis. Logisch, want wanneer je door de omstandigheden dagenlang met elkaar opgescheept zit kunnen er zomaar kleine irritaties ontstaan.  

En kleintjes worden groot he! 

Ik heb echt te doen met al die opvoeders en kinderen momenteel. Het is ook de laatste tijd het gesprek van de dag, hoe we hiermee om zouden moeten gaan. Wij, opvoeders in ruste omdat het kroost zichzelf al kan opvoeden, staan aan de zijlijn maar hebben wel een advies: Probeer de structuur te handhaven maar maak de kleine probleempjes niet groter dan ze zijn. Met andere woorden: drie keer daags een maaltijd en s’ avonds een bakje chips met een snoepje onderin. 

Geheid succes! 

Het werd een barre, winterse wandeling maar het was ook leuk. Vooral toen we het tunneltje nabij Scheemda naderden. Ik zag dat het trottoir iets afliep en zei tegen mijn vrouw dat ze maar achter mij moest lopen, om te voorkomen dat ze zou vallen.  

Ja, ik ben ook tijdens een wandeling een heer in het verkeer! 

Maar dan moet je wel staan blijven… Want nadat zij zich achter had gepositioneerd, voelde ik mijn rechtervoet onder mij wegglijden…en viel het gebouw om! En in mijn val nam ik mijn geliefde mee en lagen we allebei op de grond. Natuurlijk werd dit direct middels een foto vastgelegd door de puber die bijna in haar broek pieste van het lachen… Dit was al de zoveelste keer dat de aantrekkingskracht van de aarde ons te veel werd. Wij waren eerder die week ook al meerdere keren uitgegleden op die oh zo handige loper in de tuin…  

Want zodra het ietsjes bevriest is stucloop net een ijsbaan! 

Maar dat weekje sneeuw en ijs hadden we wel even nodig. Even wat lucht in de donkerste periode van na de Tweede Wereldoorlog. Even ruimte tussen opvoeders en het kroost. Massaal gingen we naar buiten om van al dat moois te genieten, gevoed door onze herinneringen aan vroegere winters met al die wintermeisjes en stoere jongens op het ijs.  

Mooi dat er nu weer nieuwe herinneringen gemaakt kunnen worden! 

Lichamelijke strijd

Vanuit de keuken kijk ik naar de woestenij achter het huis. Dat het toch nog zover gekomen is verbaast mij nog elke dag. Want ik keek er al maanden tegenop en wist dat ik er niet onderuit kon. Daarom vond ik de vertraging door corona helemaal niet erg.

Maar ja, uitstel is geen afstel.

Wij hadden ruim een jaar geleden bedacht dat de achtertuin op de schop moest. En dan niet een klein gedeelte maar de hele tuin. Natuurlijk zei ik tegen vrouwlief dat ik zelf de tuin wel leeg zou maken, dat kon ik wel. Begin december kregen we door dat de hovenier onze tuin eind januari in de planning had gezet en half december kwam de langverwachte vraag: “Schat…wanneer begin je met de tuin…?”

Ik bleef kalm en gaf aan dat het allemaal goed zou komen.

“Laat mij maar schat, ‘t komt allemaal goed!” Begin januari vroeg ze het weer. “Ar…” Voordat ze verder kon praten vulde ik haar al aan: “Ja schat, het komt echt goed. En als ik dat zeg dan komt het ook goed!”

Wij zijn zo ‘Aan-een-woord-genoeg’ stel.

Op een mooie vrijdag begon ik met de eerste stenen te verwijderen. De hovenier had een container laten bezorgen en mijn taak was deze te vullen met stenen, tegels en bandjes. Die avond protesteerde mijn hele lichaam bij elke beweging die ik maakte. De volgende ochtend liep ik zo krom als een hoepel van de pijn in mijn rug en wist ik wat ik doen moest.

Wandelen!

Veel wandelen, de boel in beweging zetten. Gelukkig stimuleerde mijn vrouw mij daar ook in door mee te lopen. Enthousiast begon ze over de App ‘Ommetje’ maar ik wilde gewoon een rondje Winschoten-Scheemda-Winschoten maken. En de terugweg via het Midwolderbos. Alles draait om de eenvoud, daar heb ik geen app voor nodig.

Aigenwies noemen we dat in Groningen.

Vrouwlief accepteert dat gelukkig (tot een bepaalde hoogte) en zonder klagen liep ze dat weekend alle tochten mee. We hadden ook afgesproken dat we tijdens het wandelen niet op onze telefoon zouden kijken. Nee, we moeten tijdens het wandelen ook oog hebben voor alles om ons heen, de natuur met al haar ontluikende prachten en pralen die ons elk jaar weer opnieuw voorgeschoteld worden. Dus de gsm ging in de broekzak, met het geluid op zacht en trilfunctie aan. Na ruim een uur lopen voelde je regelmatig hoe de broekzak zich vulde met de dagelijkse ‘broekzakAppjes’.

Best moeilijk om dan juist niet te reageren.

Ik voelde de pijn in mijn lijf met elke gelopen kilometer afnemen en die maandag begon ik weer met het gesteente te stoeien. Mijn tactiek was om elke dag enkele meters te maken, mijn krachten te verdelen over de week en tussendoor bleef ik wandelen. Mijn Plan van Aanpak liep als een tierelier en ik gaf mijzelf een schouderklopje.

Maar er kwam natuurlijk weer een kink in de kabel!

De hovenier belde s ‘woensdags met mijn vrouw en vroeg hoever we al waren met het leeghalen van de tuin. Ik bevond mij op dat moment in de tuin en had net bedacht dat het wel weer welletjes was geweest, morgen is er weer een dag! Toen ging de keukendeur open en daar stond mijn vrouw in de deuropening heel blij te zijn: “Ik heb goed nieuws! De hovenier wil overmorgen al komen in plaats van volgende week!”

Mijn hart sloeg even over..

“Huh? Hoe bedoel je? Ik ben toch nog niet klaar? Wat heb je gezegd dan?” Ze bleef lachen, ze vertrok zelfs geen spier: “Ik heb gezegd dat de tuin bijna leeg is.” Ik klapte dicht, kon geen woord meer uitbrengen en hapte naar adem. Want ik was ‘nog maar’ net over de helft! En dan moest het schuurtje nog afgebroken worden!  En de schuttingen! Mijn hele planning lag ineens totaal in duigen, een planning waar ik dagen, weken, maanden met mijzelf over vergaderd heb! En, erger, wakker van gelegen heb!

“Wat nou bijna leeg?” riep ik.

“Ach schatje, dat lukt je heus wel.” Zei ze en ging gauw weer naar binnen. Gelukkig had ik iets om mijn agressie mee te blussen, namelijk een halve tuin met tegels en stenen die eruit gehaald moesten worden. En ach, ik voelde mij best wel goed en ondanks de overtollige kilo’s die ik elke dag maar weer mee moet torsen, voelde ik mij fitter dan ooit. Daarbij was het een prima manier om het lichaam in beweging te houden want door de corona mocht ik niet meer trainen tijdens mijn wekelijke sportschool bezoek.

Het Wekelijkse Gesprek met mijn Body zeg maar!

Ik ging door want nu stond ik op tijd. Aan het einde van de middag was de container vol en de tuin leeg.

De volgende dag sloopte ik het schuurtje en de restanten van de schuttingen. Ik had zelfs een dikke meevaller want ik kreeg hulp met het verwijderen van al dat hout. Tinus en Bertus, twee pensionado’s die ons al vaker geholpen hadden, kwamen met auto en aanhanger om het hout af te voeren naar de stort. Dat scheelde enorm veel tijd en in mijn enthousiasme nodigde ik ze uit om samen het hun dames, zodra het weer het toelaat, bij ons te komen eten in onze nieuwe tuin.

Dan kan ik mijn kookkunsten ook eens aan hun tonen!

Toen de container opgehaald werd zag ik dat de vrachtwagen best wel moeite had de container op te tillen. Een gevoel van trots kwam over mij. Trots omdat ik elke steen en tegel door mijn ‘mannenklauwen’ gevoeld heb. Klauwen die de krachten van het gesteente hebben moeten opvangen en daardoor vol zitten met schaaf- en stootwonden. En trots op mijn arme armen, die zijn enkele centimeters langer geworden omdat ik als een discuswerper het gesteente in de container zwiepte, met de daarbij horende aanstellerige oerkreten waar tennisdame en ‘Scream Queen’ Michelle Larcher de Brito, jaloers op zou zijn (zoek maar op JoeToep☺).

Ik voelde een trilling in mijn broekzak.

Een Appje van de hovenier. Het weer werkt niet mee dus nog even geduld…

 

Hou vol!

Eigenlijk wilde ik het hebben over de jongeren onder ons die in een voor hen, onbegrijpelijke fase terechtgekomen zijn. Een fase waar ze nog niet eerder mee te maken gehad hebben in hun jonge leven en waar ze een behoorlijke dreun van gekregen hebben. Ondanks dat ze heus wel weten dat ze nog een lange toekomst in het verschiet hebben liggen.

Dit is slechts een fractie van heel leven.

Maar ik moest mijn plannen wijzigen want sinds de invoering van de avondklok gebeurde er ineens van alles om ons heen waar íedereen even een behoorlijke optater van kreeg. Want 0,05 procent van diezelfde jongeren waren namelijk driftig bezig met hun toekomst, namelijk om die toekomst voor zichzelf met ontzettend veel agressie áf te breken!

0,05 procent! Dat zijn maar 2500 jongeren…

Die cijfers zijn nog hoog geschat. De reden van hun agressie richting het gezag én media was de beperking in hun bewegingsvrijheid en hun eigen tekortkomingen, opgefokt door enkele politieke populisten, treurige wappies en extreem christelijke gemeenten zoals bijvoorbeeld Urk. Vooral die wappies zijn een raar fenomeen. Het lijkt wel of die mensen eindelijk een podium gevonden lijken te hebben, om hun eigen treurige leven een beetje cachet te geven.

Geen wonder dat de geestelijke zorg onder druk staat…

Ik ben net 57 jaar en voor mij is dit ook de eerste keer dat ik beperkt word in mijn bewegingsvrijheid. De autoloze zondagen in 1973 tel ik niet mee want dat was juist méér bewegingsvrijheid: je mocht ineens fietsen en rolschaatsen op de autowegen!

Waarmee ik maar zeggen wil dat ik al ruim 55 jaar vrijheid heb genoten. Dat gun ik de jeugd ook natuurlijk. Alleen kan dat nu even niet omdat we in gevecht zijn met een onzichtbare vijand. Een vijand die niet alleen Nederland de oorlog verklaard heeft maar de hele wereld. En wereldwijd is men het gevecht aangegaan met hulpmiddelen zoals (soms nóg strengere) lockdowns en avondklokken.

En dat is dus niet de strijd aangaan met ziekenhuizen, winkels of gemeengoed in stad of dorp!

Helaas is het niet de eerste pandemie die ons de vrijheid ontnomen heeft. Al eeuwenlang hebben we te maken gehad met allerlei dodelijke virussen zoals de Pest, de Pokken en de Tyfus. Of recenter, het Mers en Ebola virus. Het is helaas van alle tijden en ja, het is verdomd klote dat je het net moet treffen als kind, als puber of als jongvolwassene. Want op die leeftijd hoor je niet opgesloten te zitten maar moet je het leven ontdekken, plezier maken. Dan moet je van je vrijheden kunnen genieten, vrijheden die ooit door je voorouders bevochten zijn.

Letterlijk bevochten zijn!

Zij kregen toen ook te maken met een avondklok, met dien verstande dat als je toch naar buiten ging, je overhoopgeschoten werd. En oh ja, dat duurde niet een paar weken maar een jaartje of vijf. Dat is ook de reden dat we elk jaar dat gevecht voor onze vrijheid herdenken. Op 4 mei al die mensen die vermoord zijn door de vijand en op 5 mei vieren we de Bevrijding. Dat doen we uit respect, omdat we donders goed beseffen dat de offers die er gebracht werden enorm groot waren, soms groter dan ons verstandelijk vermogen dragen kon…

Dus 0,05 procent van de jongeren: Gedraag je, ga naar je kamer en houd je muil!

Zo, dat moest er even uit. Nu schakel ik toch even door naar het feit dat de jeugd de toekomst heeft. Dat zijn die andere 4.975.000! Die moeten we nu wel in de gaten blijven houden want de huidige omstandigheden zijn niet goed voor ze. We moeten goed naar ze luisteren en het gesprek gaande houden, begrip tonen. Want het is niet niks, alle dagen bij huis, het ouderlijk gezag in je nek hijgend en onderwijs volgend via een schermpje. En vooral dat laatste, zonder klasgenoten om je heen, zonder gekkigheid met de leraar of lerares, zonder gezamenlijk rondhangen in de pauzes, zonder schoolfeestjes, zonder ontluikende liefdes, zonder structuur…

Hou vol!

Hou daarom vol, zoals de 23-jarige Michiel schreef in de vers gevallen sneeuw op de Grote Markt in Groningen. En ik sluit mij aan bij een briefschrijver in de krant. Die stelde voor om alle schoolgaande jongeren gewoon het jaar overnieuw te laten doen. Dat scheelt ze een hoop stress en het maakt de kans kleiner dat ze later niet gevangen worden in een burn-out of in een quarterlive crisis. En ja, dan komen ze wat later van school maar wat maakt dat ene jaartje nou uit op dat hele leven wat nog voor ze ligt? Geef ze een extra jaar, laat ze alles beleven zoals ze beleven horen, in klassen, tijdens colleges en schoolfeesten. Geef ze opnieuw de kans hoe het is om brugpieper te zijn of Eerstejaars student. Of hoe het is om te beginnen aan je eerste baantje of je eerste stage.

Skip dat verdomde Covid19 jaar!

Ik heb echt met ze te doen. Maar ook met hun opvoeders. Want de structuur is weg, de dagelijkse sleur wordt waarachtig domweg gemist! Om kwart over acht s ’morgens gaat pas de wekker want waarom zou je eerder je bed uitgaan? Je hoeft immers niet naar school of je staat niet op tijd omdat je een voetbal- of danswedstrijd hebt.

Het is zo herkenbaar. Ik snap het.

Je hoeft immers niet naar school. Als je maar klaar zit zodra de online lessen beginnen. Ik heb moeders gesproken die mij vertelden dat hun kroost gewoon in bed blijven liggen. De eerste week van de lockdown stapten ze nog wel fris uit bed om hun kunstjes te laten zien aan meester of juf maar dat werd na een week al minder. En dan zijn er nog die hormonen in je lijf die ook hun aandacht eisen maar je kan er niets mee.

Wij weten dat want wij zijn ook jong geweest!

Maar jongens, het komt goed. Zoals altijd komt het goed en sta je weer te veel te drinken op feestjes, weet je weer wat een kater is die de volgende dag naast je bed zit, voel je weer het verdriet van een afgekapte liefde of voel je juist weer die vlinders. Of je loopt weer winkel in en uit met je beste vriendin en pakt daarna nog een terrasje in de zon en erger je je weer aan die leraren, aan het verplichte vroege opstaan of aan dat eeuwige gezeur van je ouders.

Maar het komt wél goed!

Kopzorgen

Na het zien van de eerste foto’s die binnendruppelden met daarop de meest afschuwwekkende beelden, kon ik niet anders dan de conclusie trekken dat kappers wél tot de essentiële behoeften horen.

Het was een bevestiging.

Want ook ik loop voor de tweede keer binnen één jaar rond met een ‘Coupe Corona’, een verwilderde kop met haar. Want sinds de kappers hun zaken moesten sluiten groeit het weer alle windstreken op en verbaas ik mij waar al die haren toch steeds vandaan komen. Het lijkt wel of ze een onuitputtelijke oerdrift hebben om ons boven het hoofd te groeien. Laat ik het nóg sterker uitdrukken:

Het voelt alsof er een coup(e) gepleegd wordt op mijn hoofd!

Ik hoop echt dat de kappers snel weer open mogen want anders lopen we straks allemaal opnieuw als Neanderthalers over straat. Dé reden dat de kapper tot de essentiële behoefte hoort! Ze behoren tot de categorie onderhoud, van lichaam en geest. Vooral dat geest, en daarmee bedoel ik natuurlijk de dames want die kunnen soms behoorlijk in hysterie schieten wanneer er ‘iets’ met het haar is.

Waarschijnlijk duiden wij vrouwen daarom ook met ‘haar’ en niet met ‘hem’.

Waarom moesten ze eigenlijk dicht? Mijn kapper bijvoorbeeld werkte zó steriel dat je daar zo een operatie uit zou kunnen voeren. Superveilig. Het enige nadeel was dat je door het dragen van het mondkapje de mimiek van de gezichten van klant of kapper niet kon zien. Want ook ik lul altijd wel even met de kapper, dat hoef ik niet onder stoelen of banken te steken. Dan hebben we het over van alles, van huis, tuin- en keuken dingen tot en met de toestand in de wereld.

Mijn kappers zijn gelukkig van alle markten thuis.

Ze praten net zo makkelijk over gespleten haarpunten als over gespleten persoonlijkheden zoals bijvoorbeeld de voormalige President van de United States, de man die niet tegen zijn verlies kon. Of we hebben het over de binnenlandse politiek, bijvoorbeeld over het debat over het wel of niet invoeren van een avondklok. Want ja, het is bijna weer verkiezingen dus we moeten wel even onze tanden laten zien. Persoonlijk denk ik dan dat het misschien handiger is om tijdens een crisis, een wereldwijde pandemie zelfs, even je eigen partijpolitiek los te laten en als een geheel achter de keuzes van het kabinet te gaan staan.

Scheelt een hoop gelul én tijd!

Of we hebben het over dat nieuwe politieke partijtje, die afscheiding van FvD. Over gespleten persoonlijkheden gesproken. Ze noemen zich Ja21 en hebben onder andere in hun programma staan dat ze ergens in Nederland een spiksplinternieuwe stad willen bouwen.

Ik ben voor!

Want dan kunnen ze daar alle Covid19 ontkenners en vaccinweigeraars huisvesten, inclusief dat zooitje wat vorige week in Amsterdam aan het ‘demonstreren’ was. En geef ze dan als huisarts die demonstrerende homeopathische arts uit Limburg, Dokter Fakenews. En ook een eigen ‘Museumplein’, zodat ze lekker elke dag kunnen demonstreren zonder dat onze hulpdiensten extra werk moeten verrichten. En natuurlijk een eigen tv-zender.

Die noemen we dan ‘Ongehoord Nederland’.

Ik voel mij door die warboel op mijn hoofd ook ongehoord. Want het lijkt wel alsof mijn haar nu helemaal los gaat omdat er al weken geen tussenkomst is van schaar of tondeuse. En net zoals tijdens de eerste lockdown beginnen mijn wenkbrauwen te hangen en groeien er haren uit mijn oren en neus.

En dat werkt op mijn zenuwen.

Soms heb ik echt het idee dat ik de haren die uit mijn oren groeien, vóel groeien! Daarom vroeg ik voor mijn verjaardag een pincet. Want ik mocht die van mijn vrouw niet gebruiken omdat ik er al eens eentje gemold heb tijdens een technisch klusje. Een goede pincet kijkt nauw en dat deed hij niet meer ná het technische klusje. Nu heb ik er zelf eentje van haar gekregen en ik ben er ontzettend blij mee. Zo blij dat ik nu veel langer in de badkamer vertoef, langer dat ik ooit van mijzelf verwacht had. Deze pincet is ook de Mercedes (of de Audi, BMW, Trabant…) onder pincetten, het betreft een echte Tweezerman.

Dat woordje ‘man’ maakte het net niet gênant!

Daarnaast stond deze pincet in 2019 nog op de eerste plaats der pincetten! Dat stimuleert mij enorm en ik pincet mij suf. Zodra de haar zich ook maar een millimetertje boven de huid zich laat zien, is hij voor mij. Daar heb ik dan wel weer een vergroot-spiegel voor nodig maar ook die is voorradig in onze badkamer.

Waarmee ik mij maar weer besef in wat voor weelde wij eigenlijk leven.

Soms laat ik ook even een paar dagen mijn baard staan en dan heb ik nog meer lol. Vooral de zwarte haren zijn heerlijk om eruit te trekken. Even dat kleine pijnscheutje maar daarna de trots na het zien van mijn prooi, hangende aan de gretige stalen tandjes van mijn pincet. Mijn geliefde heeft er zo haar bedenkingen over. Eigenlijk vindt ze het compleet idioot, of erger, zwaar gestoord. Van de week schoot ze even door in haar opmerking toen ik weer voor de spiegel stond:

“Wappie!”

Ach ja, het zal wel aan het huidige ‘normaal’ liggen dat ik zo doe. Ik heb te veel tijd met mijzelf en dan draaf ik nogal door. Ik ben daar niet de enige in en daarom is het zaak dat we deze pandemie zo snel mogelijk onder controle gaan krijgen. Daarom hou ik mij zoveel mogelijk aan de regels waardoor ik mijn abnormale gedrag uiteindelijk weer zal afleren.

En kunnen de kappers weer open!

Dan kan ik weer naar mijn kapper. Om de vier weken. En ja, ik weet ook wel dat veel lotgenoten zich laten knippen door hun vrouw. Omdat die vrouwen dat kunnen. Mijn vrouw kan veel, heel veel. Ze maakt zo uit het niets een Bokkenpootjestaart, werkt de hele week, doet het huishouden en blijft goedlachs.

Maar knippen kan ze niet. Ze heeft dat één keer gedaan en ja, de volgende dag zat ik bij de kapper.

Om het af te maken!

Ook daarom zijn kappers essentieel!

Leven en laten leven

De laatste tijd hoor ik regelmatig Twentse klanken klinken om mij heen. Om precies te zijn een dame met een Twentse tongval. Ineens is ze er en vult haar luide stem de kamer. Soms schrik ik zo erg dat ik in paniek van de bank opspring. Mijn vrouw kijkt mij dan meewarig aan, schudt haar hoofd en zucht eens diep.

Je ziet haar tot tien tellen….

Dat heeft ze zichzelf opgelegd omdat het een gevecht tegen de bierkaai is. (Voor de online lerende jeugdigen onder ons, vechten tegen de bierkaai is een oud spreekwoord en betekent ‘het onmogelijke proberen’ of ‘een verloren strijd aangaan.’) Het is echt een gevecht, een wedstrijd die ze niet winnen kan!

Dat weet ze.

Mijn vrouw heeft namelijk altijd het geluid van haar telefoon hard staan. Zodra zij op haar telefoon iets opent, een TikTokje of zo, galmt de herrie daarvan door het huis. Ik kan daar slecht tegen. En dat weet ze maar ze vertikt het om het geluid op haar telefoon zachter te zetten. In mijn ogen een kleine moeite maar in die van haar dus niet. En dat is jammer want ik kan er niks aan doen dat ik zo snel geïrriteerd ben.

Ik ben namelijk de laatste jaren hypersensitief wat geluid betreft.

Geen idee waar dat wegkomt want ik heb eerder het idee dat ik slechter hoor. Of minder goed luister zal zij zeggen. Zo plagen we elkaar regelmatig en houden we de spanning er een beetje in. En dat is goed want momenteel kun je maar beter even geen jaknikker zijn in de echtelijke sferen want dan wordt het leven pas echt saai. Voor de op wereldniveau bedachte beperkingen kwamen we nog wel eens met anderen mensen in aanraking. Soms dagenlang. En ja, dan waren we te uitgeput om ook nog eens samen van mening te gaan verschillen. Maar nu we aan elkaar overgeleverd zijn moeten we juist thuis het debat aangaan.

Uiteraard wél binnen de beschaving!

Die dame met Twentse tongval is Debbie van de Zande. Zij vlogt. Debbie doet in kleding en daarvoor deed ze iets met kippetjes. En zij deelt dat. En mijn vrouw kijkt dat. Met plezier. Het is nu Debbie voor en Debbie achter. Haast elke dag komt Debbie wel even voorbij. En alles is leuk, leuk en leuk. Naast zich continue omkleden in allerlei outfitjes die de dames moeten verleiden tot kopen, wandelt ze ook regelmatig of stapt ze op de duo-fiets met haar zoon Duke, een hele lieve jongen met een lichte beperking. En al die avonturen worden door mijn geliefde met veel plezier bekeken.

Natuurlijk heb ik daar geen problemen mee.

Want zo heeft eenieder zijn/haar/het favorieten. Ik luister bijvoorbeeld graag naar cabaret en naar dj Rob Stenders. Daar is ook niks mis mee. Leven en laten leven, ik kan het niet vaak genoeg zeggen.

Maar nu komt het, ze wil het steeds delen met mij!

Dat is haar enthousiasme en ik word óók blij van enthousiaste mensen. En ik weet ook wel dat ik soms aardig in de buurt kom van ‘de metroman’, maar dit gaat mij toch echt te ver! Want Debbie is heel erg aanwezig. Ze ratelt aan een stuk door á la Ilse de Lange en verkleedt zich om de haverklap. Voor onze online studenten, om de haverklap betekent ‘telkens weer’ of ‘elk ogenblik’.

Het is allemaal te veel en te druk voor mij, ik ben ook de jongste niet meer hè.

Misschien komt het wel omdat mijn meisje door de lockdown meer thuis moet zitten en ja, daar loop ik ook rond. Ging ze voorheen nog wel eens shoppen dan was ze gewoon een paar uur weg en kwam ze altijd wel iemand tegen waar ze even mee kon babbelen, over het weer, over het werk of over kleding.

Dat doen meisjes nu eenmaal graag.

Jongens doen andere dingen. Zo hoorde ik laatst het liedje ‘Dat vinden jongens leuk’, van Jeroen van Merwijk. Ik citeer een coupletje:

En kattenkwaad begaan, boven op een salamander staan, en een vrouw met weinig aan, zomaar even ergens tegenslaan. Dat vinden jongens leuk, dat vinden jongens leuk.’

Daar is niks gender neutraals aan. Dat is gewoon jongens tegen de meiden of de meiden tegen de jongens. En natuurlijk mogen de gen neutralen hier anders over denken. Dat is zo fijn aan onze samenleving, iedereen heeft vrijheid van denken. En doen. Zo werd een leuke meid met te veel vrije tijd een keer wakker met de vraag waarom de Heer in het kaartspel hoger is dan de Vrouw. Ik denk dan simpel: dat zijn spelregels die ooit zo bedacht zijn. Deze meid heeft toen bedacht om de kaarten Boer, Vrouw en Heer om te zetten naar neutraal:

In Brons, Zilver en Goud.

Waarmee óók de Boer het kaartspel heeft moeten verlaten en dat is best wel pijnlijk. De bedenkster had kennelijk een vooruitziende blik want van de week kwam ineens het nieuws dat 60 % van de boerenbedrijven geen opvolgers meer hebben of kunnen vinden. Nu is dat laatste natuurlijk niet zo verwonderlijk want als boer ben je 24/7 met je werk bezig en is er geen tijd voor weekendjes weg, vakanties naar verre oorden waar je delicatessen als gebakken vleermuis kan eten of even een sabbatical nemen om tot jezelf te komen. Je hebt hooguit tijd voor een tv-programma.

Boer zoekt Vrouw.

Daar heb je ook geen Heer voor nodig. Alleen Yvonne Jaspers. Yvonne was altijd wel een leuk wichtje maar de laatste jaren ben ik wel een beetje klaar met haar. Op een gegeven moment was zij vaker op TV dan Gommers en Kuipers bij elkaar waardoor ik overvoerd werd.

En vervolgens in therapie moest.

Dat heb ik nog niet bij Debbie. En nu ik mij een beetje in haar verdiept hebt kan ik wel zeggen ‘onze Debbie’. Ik aanvaard haar aanwezigheid en ik schrik ook niet meer zo van haar. Ik ben, denk ik, mijn tijd ook ver vooruit.

Zo kwam ik gisteren thuis en riep al bij de keukendeur:

“Hoi Lieverds, jullie mannetje is weer thuis!”

 

 

Snoooooooozig…

Soms heb je even die herkenning. En tegelijkertijd daardoor de erkenning voor jouw problemen. Problemen waar je misschien al jaren mee rondloopt maar waar je niks mee deed. Want je dacht altijd de enige te zijn die rondloopt met die gedachte en ja, soms is het beter om die gedachte(s) voor je te houden. Er zijn al genoeg mensen op deze wereld die zichzelf belachelijk maken.

Dan richten ze bijvoorbeeld ineens een politieke partij op in hun eigen waanzin..

Maar nu was het anders. Want tijdens het koffiedrinken met twee collega’s kregen we het over vroege diensten en over de daarbij behorende rituelen. “Ik sta altijd direct op als de wekker gaat.” zei ik. Dat durfde ik ook wel want er was geen woord van gelogen en ik was er ook best trots op. Want in het verleden sliep ik nog wel eens door de wekker heen. En dat vond ik vreselijk want ten eerste moest ik dan ontzettend haasten, ten tweede schaamde ik mij kapot richting de collega die ik af moest lossen en ten derde achtervolgde deze niet gewenste start van de dag mij de rest van de dag. Oh ja, ten vierde, het geluid van de wekker in die tijd voelde ongeveer hetzelfde aan als dat carbidkanon in Joure! Gelukkig hebben we tegenwoordig een wekkerfunctie op de telefoon en dan mag je het geluid kiezen.

Ik heb ‘homecoming’, een soort speeldoosje maar dan zonder te hoeven opwinden.

“Ik zet altijd twee wektijden op mijn telefoon op scherp. En daar zit dan vijf minuten tussen. Dat zou je dan kunnen zien als snooze minuten of voor als je door de eerste heen slaapt. Maar ik sta bij de eerste tonen al naast het bed!”

Ik kreeg direct bijval.

Beide collega’s stapten ook direct uit bed als de wekker ging. Hun beltonen waren ‘Scampering en Radar. Beiden lieten hun wekker even horen, nou, die radar is echt een neurotentoontje! Als je die hoort dan begint je dag in mijn ogen heel slecht!

“Mijn bedgenote merkt niet eens dat ik het bed uitgestapt ben.” ging ik verder. “Met andere woorden, ik stap geruisloos uit bed, sluip de slaapkamer uit en ga de badkamer in. Uiteraard sluit ik alle deuren achter mij zodat Assepoester niet gestoord wordt in haar dromen.” Ook nu kreeg ik bijval van de heren, zij deden precies hetzelfde. “Maar als ik mag blijven liggen en zij moet er vroeg uit, dan laat ze haar wekker snoozen!” haakte een van de collega’s in. “Dan hoor ik wel twintig minuten lang haar wekker gaan, om de vijf minuten!”

“Jaaa!” riepen zijn toehoorders in koor.

“En als ze dan uiteindelijk uit bed stappen dan gaat dat met veel lawaai, doen ze het licht aan en gaan ze de badkamer in, zonder de deuren weer dicht te doen!” We praatten ineens allemaal heel druk door elkaar, we zaten helemaal in de flow van de herkenning en dat ging gepaard met enorme opluchting. Want dit waren ergernissen die vielen in de categorie ‘Elk huisje heeft zijn kruisje’ maar waar je niet zomaar in het openbaar over spreekt.

Dat hoort niet.

Maar we voelden ons veilig en schonken nog een bakkie koffie in. Ik besloot nu alles eruit te gooien en zei: “Mijn vrouw gaat dan ook nog op een gegeven moment haar haar föhnen! En dat duurt niet even, nee, wel tien minuten want elk haartje moet gerangschikt worden want stel je eens voor dat er eentje niet goed zit!” De mannen knikten instemmend en waren ook een en al oor. En niemand zat meer op zijn telefoon te vegen! “En vooral nu de kappers in lockdown niet te bereiken zijn is de haarnijd in al haar hevigheid uitgebroken.”

Opnieuw klonken er kreten van herkenning.

“Mijn vrouw gaat altijd na uren snoozen de badkamer in met veel bombarie.” begon de andere collega.  “En net op het moment dat ik dan weer wegzak in mijn ruw onderbroken slaap, stormt ze weer de kamer in om zichzelf aan te kleden. Man, dan zit ik rechtop in bed van de schrik!”

Ik kreeg de neiging te gaan klappen om zoveel openheid.

Want soms kan je dan terugverlangen naar vroeger. In de tijd dat de dames nog niet werkten en samen met hun echtgenoot opstonden. Dan maakten ze het ontbijt voor hem en ze smeerden zijn brood. Mijn moeder stapte ook altijd gelijk met mijn vader uit bed. Wanneer hij dan de deur uitging en wij naar school waren, ging ze poetsen in huis en koken, want om twaalf uur moest het warme eten op tafel klaar staan want dan kwam de harde werker en het kroost weer thuis van werk en school.

Mooi was die tijd.

Vooral in deze rare tijden waarin wij leven lijken we steeds meer terug te verlangen naar die tijden. Op Social Media zie je ook steeds vaker dat er foto’s uit het verleden gepost worden. Logisch, want nieuwe foto’s worden haast niet gemaakt want iedereen zit bij huis. Er valt hooguit nog een foto van een wandeling te plaatsen maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Ik hou ervan.

Dat zal wel aan mijn leeftijd liggen. Ik volg op Facebook ‘Terschelling in Vroeger Tijden’ en zie daar soms foto’s voorbijkomen die mij zelfs ontroeren. Zo zag ik een foto van hotel ‘Het Wapen van Terschelling’ met daarvoor een jongen die naast zijn fiets stond. Onder de foto las ik een reactie van Juf Bartie, mijn juf van de 1e klas Lagere School.

Het was haar vader!

Zo mooi. En dichter bij huis kreeg ik het boek van ‘Historisch Scheemda’ onder ogen, een verzamel-fotoboek met daarin vele foto’s uit het verleden van dit Oost-Groningse, al eeuwenoude dorp. Het boek was een cadeau van het plaatselijke supermarkt echtpaar omdat zij 10 jaar bestonden. Het motto van dit ondernemers echtpaar is dat het boek moet verbinden, vooral nu, in deze tijd. Het is een verzamel boek maar de missende plaatjes kan je sparen door er boodschappen te doen.

De kans is dus groot dat ik straks voor de winkel sta.

“Mag ik uw ploatjes?!”

En dan thuis aan de keukentafel inplakken, even terug naar de eenvoud van vroeger.

Maar niet naar de wekkers uit die tijd!

Het jaar van de waarheid

Dat was dan 2020 en nu hebben we weer een splinternieuw jaar voor ons liggen. Ja, het is het jaar van de waarheid. Het jaar waarin duidelijk zal worden of het vaccin doet waarvoor het gemaakt is. Ik heb er alle vertrouwen in. Sommigen noemen dat naïef, ik noem het gewoon gezond verstand. Dat vertrouwen heb ik al een jaartje of 56 en dat bevalt mij goed. Ik heb al heel wat injecties gekregen in al die jaren, met als hoogtepunt de wereldberoemde ‘stereo-prik’ in militaire dienst. Die laatste zorgde ervoor dat je twee dagen je armen niet bewegen kon maar dat was alles.

Dus geen microchip of ander zweverig bedenksel.

Maar er zat wel spul in om mij te behoeden voor difterie, tetanus, polio en de tyfus. Nu, jaren later kan ik wel bevestigen dat het gewerkt heeft want ik heb geen een van die ziektes onder de leden gehad. Daarom bij deze:

Bravo voor de wetenschap!

Ik sta er heel erg nuchter in. Dat heeft te maken met wat ik achter mij heb liggen. Een leven met ups en downs maar ‘het komt altijd weer goed’ liep er als een rode draad dwars doorheen. Die rode draad heb ik gevonden in mijn eigen opvoeding en daar ben ik tot op de dag van vandaag mijn ouders zeer dankbaar voor.

Helaas is zo’n basis niet voor iedereen weggelegd.

Dat realisme heb ik heus wel. En van het concert des levens heeft niemand een program. We proberen in de toekomst te kijken maar meestal loopt het toch allemaal anders. Zo wist ik nooit wat ik wilde worden. Totdat vriendje Richard zei dat hij naar de koksschool ging. En omdat ik het op de plaatselijke MAVO absoluut niet naar mijn zin had heb ik toen ook die stap genomen. Gelukkig maar want ik at na deze opleiding(en) voltooid te hebben, elke dag lekker. Maar goed, weer even terug naar het heden, 2020 ligt achter ons en ik denk dat we met zijn allen het er wel over eens zijn:

Blij toe!

Waarschijnlijk is dat ook de oorzaak dat heel veel mensen de kerstboom direct na de kerst al het huis uitgeschopt hebben, om zo snel als mogelijk het jaar achter ons te laten. Daarnaast werd alle kerstverlichtingen die menig huis en tuin in lichterlaaie gezet hebben, ook al snel geruimd. Alsof het na 1 januari niet meer vroeg donker is. Of is het de drang naar het voorjaar? Want ik betrapte mijzelf op een opmerking op Nieuwjaarsdag tegen mijn vrouw, nadat ik de resten van een vuurkorfvuurtje aan het opruimen was:

“Het lijkt wel of het buiten veel helderder is dan gisteren.”

Vrouwlief zag dat niet zo. Zij is liefhebber van de donkere dagen en dat probeert ze zo lang mogelijk te lengen. Grappig als ik ben zeg ik dan dat de dagen ook weer gaan lengen en dat we eindelijk weer aan de goede kant van het jaar zitten. Totdat de warmte ons land weer gaat binnenvalt, dan loop ik weer te mopperen en verlang ik naar ijskoude dagen, diep weggedoken in mijn winterjas en ijskoude klauwen omdat ik weer eens mijn handschoenen vergeten was mee te nemen. Dat is wel het voordeel van de winter, het is koud genoeg om juist wat te doen en om warm te blijven terwijl de warmte mij vaak overdag tot stilstand kan brengen.

Of ik moet een verkoelend briesje opzoeken.

Zo waren wij in 2019 een weekje op Terschelling, precies die week dat het smoorheet was en de mussen al niet eens meer van het dak vielen omdat er geen levende mus meer te bekennen was. Maar zelfs op het eiland was het niet te harden. Wanneer je dan toch iets wilde doen overdag kon je naar het strand en moest je wel aan de vloedlijn gaan liggen voordat je iets van enige verkoeling vinden kon.

Zelfs de kwallen doken onder!

Die verstopten zich in diepere wateren omdat het daar nog enigszins koel was. Het was aan die vloedlijn wel goed toeven en zodra het te heet werd namen we lekker een duik in het koele water van de Noordzee. Aan het einde van de dag pakten we onze spullen weer op en liepen dan weer richting de strandovergang. Dat was een slijtageslag want ten eerste knalden we na een paar meter ons verwijderd te hebben van de vloedlijn al tegen een muur van warmte op en ten tweede is het strand van Terschelling zo ontzettend breed dat het voelde als die veertig dagen door de woestijn!

Ja, ook in je vakantie kan je het ontzettend zwaar hebben!

Persoonlijk wapen ik mij het beste tegen de warmte door in huis te blijven. Als een soort van zomerslaap zeg maar. Dan lummel ik overdag wat en kom weer tot leven in de avonduren, uren die vaak machtig mooi zijn doordat de natuur zichzelf dan in slaap wiegend aan ons toont. Net zoals de vogels ‘s morgens vroeg al ruim op tijd beginnen te zingen.

‘Vogeltje, wat zing je vroeg, is de nacht niet lang genoeg?’

Ach ja, de herhaling van de seizoenen. Ze hebben wel allemaal hun eigen schoonheden. Alleen januari en februari zijn voor mij wel de saaiste maanden van het jaar. Eigenlijk zouden we die moeten afschaffen. Maar ja, de hoop blijft ons maar vasthouden. Hoop dat het gaat vriezen en dat we op elke sloot en op elke riviertje of kanaal met de schaatsen onder kilometers kunnen vreten, en ons laven aan warme chocolademelk met slagroom, met ernaast een klein alcoholisch slokje waar je warm van wordt. En dan zwieren en zwaaien over het bevroren water, indruk maken op de meiden en de jongens zoals we in onze vroegste herinneringen ook altijd deden.

Helaas, das war einmal.

Of het moet dit jaar wel lukken. De kans is aanwezig want de Friezen hebben de Goden verzocht door de Elfstedentocht dit jaar bij voorbaat al af te gelasten en SBS6 stuurde Piet Paulusma de laan uit.  Ja, dat is eigenlijk de Goden verzoeken.

Moet je opletten, krijgt de schooljeugd straks na de lockdown-vrij eindelijk weer eens ijsvrij!

 

 

 

2020, een terugblik

Toen ik vanmorgen in alle vroegte terugreed vanuit de Eemshaven richting Winschoten, keek ik weer met ontzag naar alle rijen met rode lampjes in het landschap, de rode lampen van de windmolens die daar als paddenstoelen uit de grond geschoten zijn. Ik moest denken aan die ene windmolen die ooit nabij het Prins Clausplein in Den Haag neergezet werd.

De wereld was even te klein.

Hier staan hele parken met enorme molens. De energie die Groningen al jaren uit de grond weet te halen om ons landje te voorzien van gas komt nu van boven de grond. Ik denk dat mijn vriend, die ik vandaag weer hoop te ontmoeten, wel even zou schrikken van al die windturbines.

Eenmaal thuis vulde ik direct een thermoskan met koffie. Vervolgens pakte ik de zak met oliebollen die mijn vrouw gisteravond al gebakken had. Normaal bakt ze alleen op Oudejaarsdag. Maar omdat ik mijn jaarlijkse afspraak had met een zeer speciale en bijzondere vriend, maakte ze een uitzondering want ze weet hoe belangrijk ik deze vriendschap vind. Elke Oudejaarsdag komt hij langs, en hij is;

De man die net zoveel neuzen heeft als het jaar nog dagen!

Ik had geen tijd afgesproken maar ik wist dat hij vroeg zou zijn want hij had nog een lange dag voor de boeg. Net op het moment dat ik met mijn gevulde rugzak de deur uit wilde lopen, kwam vrouwlief de kamer inlopen. “Ik heb je toch niet wakker gemaakt?” vroeg ik. Ik gunde haar wat uitslapen op haar vrije dag. “Nee hoor, ik had de wekker gezet, wilde erop tijd uit want dan heb ik wat aan mijn dag.” Dat klopt. Als je de hele week werkt is het dubbel genieten van een vrije dag. Ze gaf mij een kus en zei: “Heb je alles bij je? Oliebollen, koffie, de rollade en de Jutterbitter?”

Verdikke, ik was de Jutterbitter vergeten!

“En moet je het overgebleven kerstbrood niet mee?” riep ze mij toe terwijl ik weer de keuken inliep om de fles kruidendrank uit de vriezer te pakken. “Nee hoor, hij gaf vorig jaar al aan een beetje klaar te zijn met die kerstbroden want dat geeft iedereen al. Daarom had hij nu speciaal gevraagd om oliebollen. En de Jutter neem ik mee voor als hij last krijgt van keelpijn, van al dat praten maar ook om eventuele covid aanvallen te weren.

Hij is namelijk op leeftijd en ik wil hem volgend jaar ook weer zien, gezond en wel.

Nu gaf ik mijn vrouw een kus en rende naar buiten. Ik liep zo snel mogelijk naar de nog net niet afgebouwde Pieter Smitbrug en wist dat ik daar wat obstakels te pareren had omdat het nog niet officieel toegankelijk is voor de burger. Dat was wel eerst de bedoeling maar de corona gooide ook deze bouw in de vertraging.

Zoals al vaker dit jaar..

Tegen acht uur was ik ter plekke. Na de eerste horde genomen te hebben, een afzetting op het fietspad, lukte het mij de dijk op te klimmen en al glibberend in de modderige klei de brug te bereiken. Het brugdeel boven het Winschoterdiep stond open, een beeld waar we al een tijdje tegenaan kijken. Ik keek om mij heen en maakte mij een beetje zorgen of mijn vriend wel deze hordes nemen kon.

Foto: Jeroen Helmers

Ik keek met samengeknepen ogen in het duister, richting de Hoorntjesweg. Maar ik zag niemand naderen. Dan ineens een brul die ik direct herkende als zijnde de stem van mijn vriend. Achter mij! Ik draaide mij om en daar stond hij, op het andere brugdeel. Weer was ik onder de indruk van zijn gestalte: groot, een flinke bos haar met daarop een alpinopet, daaronder zijn markante, door het weer getekende gezonde kop en een dikke grijze baard. Verder had hij zijn bekende lange, lederen jas aan en hoge laarzen die al vele jaren vele kilometers gelopen hebben. In zijn ene hand hield hij zijn wandelstok vast en de andere hand hield hij omhoog, als wijze van begroeting. Ik kon vanaf deze afstand niet zien dat hij weer een jaar ouder geworden was.

“Huh? Wat doet u nou aan die kant?” riep ik verbouwereerd.

En lichtelijk teleurgesteld, want hoe krijg ik die rugzak nou bij hem? Moest ik die gooien of zo? En waarom kwam hij nou van die kant? “Dat was toch niet de afspraak, we zouden elkaar toch aan deze kant van de brug treffen?”

“Klopt,” bulderde de man, “maar zo kunnen we tenminste wél de anderhalve meter handhaven!”

En vervolgens lachte hij zo hard dat verderop een stel eenden geschrokken opvlogen. “Maar ik heb in Midwolda even de ballenvanger van de voetbalvereniging M.O.V.V. geleend dus doe daar de rugzak maar in! Waar staat dat eigenlijk voor, die afkorting?” Hij bukte ondertussen en pakte de lange telescoopstok met netje op en schoof hem uit naar mij. “Dat staat voor Midwolder- en Oostwolder voetbalvereniging.” riep ik terug, en rekte mij uit om de rugzak in het netje te plaatsen. Nadat de rugzak veilig overgekomen was begon hij gretig de inhoud te verkennen.

“Ah! Oliebollen! Je was het niet vergeten, fijn!”

“Nee, dat was ook niet zo moeilijk want ik heb vorige week nog even ons gesprek van vorig jaar teruggelezen.” zei ik. “En ja, het bewijs geleverd, wie schrijft die blijft!” Opnieuw klonk een lach en de inmiddels teruggekeerde eenden keken even op maar vlogen niet opnieuw weg. We hoefden gelukkig niet tegen elkaar te schreeuwen want het was rustig weer en nog fijner, het was opgehouden met regenen.

“Maar hoe is het, jongen?” vroeg de man terwijl hij een hap van de oliebol nam.

“Ja, prima. Naar omstandigheden dan, maar ja, daar zitten we allemaal in.” “Maar hoe is het met U? Nog steeds in goede gezondheid?” vroeg ik, oprecht geïnteresseerd. Want ik heb al jaren een zwak voor deze man en gun hem nog een lang, gezond leven. En in het afgelopen jaar heb ik al te vaak moeten horen van bepaalde lieden dat de ouderen onder ons als ‘dor hout’ beschouwd zouden moeten worden.

Respectloos, egoïstisch gelul!

“Met mij gaat het goed!” antwoordde de man. “Het gaat alleen een stuk minder met onze wereld door dat ellendige virus. Ik heb wel met jullie te doen hoor want ja, ik maak maar één dag in het jaar mee wat jullie meemaken.”

Ik knikte instemmend. “Nou hè, wat een klerezooi. Gelukkig zijn we zover dat we kunnen gaan vaccineren en dan hopen we maar op betere tijden. Dan kunnen we weer overgaan tot de orde van de dag, dan kunnen we weer verder gaan met ons leven zoals we gewend waren vóór de uitbraak van het virus. En dan hoop ik oprecht dat alle strijdbijlen weer begraven kunnen worden door al die figuren die helemaal losgingen op social media of, erger, gewoon op straat, in de winkels of ziekenhuizen.”

“Of bij het Torentje in Den Haag.”

“Ik hoop dat het vertrouwen weer een beetje terug zal komen en dat we weer een beetje respect voor elkaar krijgen. Dat geblaf naar elkaar moet maar eens afgelopen zijn. Want als we iets geleerd hebben dit jaar is dat de grote bekken van dit land echte grote bekken hebben!”

“Sjomps noemen we dat soort lui hier in Groningen.”

“Zo,” zei de man, “het zit je wel hoog hè. Maar ik begrijp je wel hoor, die lui zijn het sop voor de kool niet waard. Dus laten we maar gauw het jaar doornemen, daarom heb je mij bedacht immers.” Ik schoot in de lach en voelde mijzelf weer wat ontspannen. “U heeft gelijk. En laat ik maar met de deur in huis vallen, wij zijn het afgelopen jaar oma en opa geworden van een prachtige kleindochter! Dus u heeft er weer iemand bijgekregen om elk jaar te bezoeken, hoe leuk is dat!”

Ik glom van trots en riep net iets te hard: “En ze noemen haar Roméline Maria Alex!”

“Nou ja zeg!” riep de man, “Daar moet op gedronken worden!” zei hij enthousiast en zette de fles jutter aan de mond en nam een slok. Ik zwaaide maar wat terug want ja, hij had de rugzak. “Zo, dat is lekker spul.” en trok daarbij een brede grijns en veegde met de mouw van zijn jas zijn baard schoon. “En heb je nog meer beleefd in het afgelopen jaar?” vroeg hij, ondertussen de dop weer op de fles draaiend.

“Tja, beleefd…We waren nogal beperkt in onze vrijheden. Maar voordat alles op slot ging ben ik nog met twee collega’s op stap geweest, M & M zoals ik ze noem want ze heten allebei Martin. Drie kerels van boven de 50 die wel even zouden gaan zuipen in Stad. Dat liep wat anders want we gingen naar een Tapas restaurant en ja, kleine porties en het duurde heel lang. Uiteindelijk gingen we om half 12 die avond alweer naar huis want zo laat ging de laatste trein.”

“En zij waren best moe!” zei ik met een knipoog.

Mijn vriend was er inmiddels bij gaan zitten en zijn benen bungelden boven het koude Winschoterdiep. Hij bleef ook lekker van de oliebollen en de rollade eten en spoelde het weg met koffie, ik kreeg er dorst van. “Ja, en mijn vrouw kocht een BH waarmee je niet mocht stofzuigen! Waar gaat het toch heen met de wereld!” Ik zag dat de man even stopte met kauwen en zijn wenkbrauwen fronsen en praatte gauw door. “Het was ook het jaar van het omkopen, dat ouders leraren wat toestopten zodat hun kind een hoger schooladvies kreeg.”

“Hoe dom kun je zijn!” onderbrak mijn gesprekspartner mij, lachend.

“Ja, inderdaad. Soms lijkt het wel of iedereen een grote muil heeft en niemand meer aan zelfreflectie doet. Ik hoop van harte dat 2021 het Jaar van de Spiegel wordt, dat iedereen eerst eens nadenkt alvorens ze allerlei rottigheid over je heen gooien. Dat men zich eens verplaatst in de persoon die ze op dat moment verrot willen schelden of dat ze even tot tien tellen alvorens ze een reactie op social media plaatsen.”

“Ben ik helemaal met je eens,” zei de man. “Zo hoort het ook. Maar geloof mij, ze zijn nog steeds met minder en de meerderheid doet wel normaal. Neem nou die actie voor het Rode Kruis elk jaar, in dat Glazen Huis. Daar laat de Nederlandse bevolking zien dat ze het goed voor hebben met de ander.”

“Eh..ja, maar dat doen ze niet meer. Er werd geklaagd dat het geld naar hulp in het buitenland ging en men vond dat eerst eigen volk geholpen moest worden.. Dit klinkt ranzig maar dat was de teneur. Nu zijn ze gestopt met het Glazen Huis en halen ze op een andere manier geld op, nu wel voor eigen land maar de magie is er af en ze halen lang niet meer zoveel op als toen. De beleving is weg en ja, op de uitzonderingen na hebben we het hier goed. Kijk maar eens in supermarkten zodra de schooljeugd even komt inslaan. Niks boterhammetje mee naar school, donuts, saucijzenbroodjes en chips staat op het menu!”

“Een prachtige traditie onderuitgehaald door een klein groepje roeptoeters..” zei de man, zuchtend.

“Ik vond het altijd de mooiste week van het jaar,” vervolgde ik, “vooral toen in 2016 dat jochie van zes, Tijn Kolsteren, die nagellak actie startte. Van de week was dat nog in het nieuws omdat het Prinses Maxima Centrum in Utrecht een robotarm van dat geld heeft kunnen kopen waardoor andere kinderen misschien wél geholpen kunnen worden.”

“Tijn werd slechts 7 jaar…”

Even vielen we beide stil. Op datzelfde moment vlogen tientallen ganzen over, in V- formatie en luid gakkend boven onze hoofden voorbij. We keken allebei naar dit altijd machtige gezicht, onderwijl knipperend met de ogen want Tijn was weer even bij ons. En alle anderen die ons in het afgelopen jaar ontvallen zijn, vaak dierbaren die je eigenlijk nog lang niet missen wil omdat ze het leven van velen altijd hebben gekleurd. “Aart Staartjes, Liesbeth List, Ennio Morricone, Eddie van Halen, Maradonna, Bram van der Vlugt….Of dichterbij…

Ik schraapte mijn keel:

“Er ging een hoop dit jaar niet door. Geen EK voetbal, geen Olympische Spelen, geen festiviteiten rondom de 75ste verjaardag van onze bevrijding, geen popconcerten.. Maar er was wel de invoering van de donorwet! En ik ben ook een keer vrijwillig naar de Ikea geweest! En ik heb een tijdje mijn baard laten staan maar mijn vrouw vond het niks, ik was te ‘roppig’ op de kop.”

“Net zo’n mooie baard als ik heb?” vroeg de man lachend.

“Nee, bij lange niet. Maar ja, ik heb het even ervaren.” Ik voelde even aan mijn baard van twee dagen die er vandaag wel weer af zal gaan. “Weet u wat we ook weer massaal deden het afgelopen jaar”, vervolgde ik mijn ‘jaaroverzicht’, “om de tijd een beetje door te komen? We gingen weer in fotoboeken kijken. En we gingen ook weer vissen of bordspellen doen met het hele gezin. Of we gingen op vakantie in eigen land, voor sommigen onder ons een enorme ontdekking omdat ze even waren vergeten hoe mooi ons land eigenlijk wel is. En in plaats van naar een pretpark gingen we ‘gewoon’ wandelen in het bos! En toen ontstond er weer een nieuw probleem, lag het bos ineens vol met uitwerpselen van mensen… En tissues!”

“Want dat kunnen we wel, er een bende van maken!”

Mijn toehoorder schudde met zijn hoofd. “Hoe gaat het eigenlijk met je klusjes, wordt het lijstje al kleiner?” We schoten allebei direct in de lach omdat we wel beter wisten. “Man, ik heb net een dikke klus achter de rug. Het hele huis lag overhoop! Maar inderdaad, doordat we veel thuisbleven is het lijstje behoorlijk uitgedund. Dus genoeg daarover, mijn oliebollenbakkertje thuis maakt zo weer nieuwe plannen als ze dit zou horen. Maar ik zit met een veel groter probleem: Weet u misschien waarom er begin dit jaar massaal toiletpapier gehamsterd werd?”

De man keek mij nu heel schaapachtig aan.

“Nee, geen idee. Wat ik wel weet is een bekende spreuk: ‘Er zijn geen problemen, er zijn mensen’.” Hij keek er nu serieus bij. “Geniet gewoon, laat die flauwekul van je schouders afglijden. Laat het negatieve los. Er is altijd iets positiefs, toch?” Ik hoefde nu niet lang na te denken.

“Ja, het virus heeft één groot pluspunt: het discrimineert niet!”

“Hoera, dat bedoel ik!” en hij sprong verbazingwekkend snel overeind en maakte een klein dansje dat TikTok niet zou misstaan. “Laten we zo afsluiten jongen en dat meenemen naar 2021, een Nieuw Jaar met nieuwe kansen, kansen die je wel moet zien anders mis je de boot!”

“Hier!” Ineens zag ik mijn rugzak door de lucht vliegen en wonder boven wonder lukte het mij hem te vangen.

“Dat is een goed begin!” zei hij met een knipoog, je moet het geluk pakken! Het wordt je echt niet aangedragen dus wijzen naar anderen heeft geen zin. Bedankt voor de versnaperingen, ik moet weer verder anders red ik het niet voor twaalf uur vannacht. Het ga je goed en Carpe Diem!” Hij draaide zich om en liep over de brug, weer richting Blauwe Stad.

Ik riep hem nog na: “Vergeet niet de ballenvanger terug te brengen!” Hij stak zijn duim omhoog en keek niet meer om.

Symbolisch voor dit jaar eigenlijk. Beter is om niet meer om te kijken naar 2020.                                                                          

 Fijne jaarwisseling en een fantastisch en gezond 2021!

 

 

Verloren en toch gevonden!

Zo, de eerste hobbel hebben we achter de rug, de kerstdagen van 2020 zijn voorbij. Nu rest ons ‘slechts’ nog de jaarwisseling en dan kunnen we eindelijk dit jaar achter ons laten. Wat een opluchting! Natuurlijk weten we niet wat het nieuwe jaar zal brengen maar het biedt toch wat meer perspectief dan het afgelopen jaar. En dan doel ik natuurlijk op het vaccin wat ons, hopelijk, weer bij elkaar kan brengen. Maar we moeten nog even geduld hebben. Ze beginnen met spuiten op de dag dat ik 57 jaar hoop te worden en daardoor kan ik dan ook zeggen:

Ik trakteer!

Dat is altijd wel weer leuk aan jarig zijn nét na de eerste week van het jaar. Want meestal is de dag van mijn verjaardag de start van een nieuw werkjaar maar ook van de nieuwjaarsrecepties. Zo had ik ooit een werkgever waar het jaarlijkse personeelsfeest gelijk viel met mijn verjaardag. Met een dikke swingende band op het podium en ruim eten en drinken. Later kreeg ik een werkgever die nieuwjaarsrecepties hield op mijn verjaardag dus ik heb zo altijd lekker goedkoop mijn eigen feestje mee kunnen vieren.

Scrooge is er niets bij!

Profiteren van de omstandigheden noem ik het. Dat lijkt verbonden aan mijn generatie, de generatie X. Deze generatie groeide op in een stijgende welvaart en werd daarom ook wel generatie Nix genoemd. Die naam zegt niet veel goeds inderdaad maar die kregen ze omdat ze te maken kregen met een hoge werkeloosheid en de wetenschap dat de seksuele revolutie ook haar nadelen had door allerlei overdraagbare aandoeningen.

Daar was nix aan!

Vóór mij had je de generatie Babyboomers en daarvoor de Stille generatie, dat zijn de mensen die de oorlog hebben meegemaakt en ruim vijf jaar in een lockdown gezeten hebben. Deze bescheiden generatie deed gewoon wat ze moest doen en werkten harder dan alle generaties die volgden. Ze moesten wel want ze wisten hoe slecht het worden kon, na de crisis van de jaren ’30 en een lange oorlog met veel bitter en intens leed. Deze generatie verdient in mijn ogen nog steeds een gouden medaille want wij klimmen nu al tegen de muren op omdat we even pas op de plaats moeten maken in onze vrijheden. Ik niet hoor, ik leg mij erbij neer. Dat verzacht de pijn van het niet zien van familie en het leed wat bedrijven en instellingen nu doormaken.

Maar de generaties na mij, de generatie Y en Z, die weten niet natuurlijk niet wat hen overkomt. 

Het voordeel van de Nix’ers is dat ze goed kunnen samenleven- én werken met de andere generaties, zoals de Babyboomers als met de Millennials. En we kunnen ook aardig meedraaien in het digitale wereldje omdat we in de jaren ’90 de geboorte van het internet op nog redelijke jonge leeftijd mee mochten maken. Ik weet nog goed dat ik in de prille jaren ’90 mijn eerste computer kreeg, met Wordperfect. Ik kreeg een blauw scherm voor me en tikte de eerste letters, in het wit. En vervolgens F3 waarna ik het kon benoemen en opslaan.

En daarna gewoon een nieuw document aanmaken!

Er ging een wereld open voor mij want op de typemachine moest ik min of meer in een keer doortikken en daar was ik nu van af. En niks geen gedoe meer met papier en ‘blunderpap’! Ik behoorde nu tot de computernerds! Ik kocht floppydisks waar ik mijn teksten op kon opslaan of kon delen met anderen.

Dit was nog zonder internet!

Vanaf die dag kon ik mij helemaal gaan uitleven op mijn hobby, schrijven. Ik schreef in die tijd voornamelijk verslagen van de volleybalwedstrijden die ik speelde en later ook voor de softbalvereniging waar ik bij zat, de Haagse Sportvereniging Samenspel Overwint Alles, HSV S.O.A. (what’s in a name..)  En ik ontdekte het fenomeen ‘schrijvers-vrijheid’, dat ik bepaalde wat er in het verslag kwam te staan. Zo had mijn volleybalteam nooit toeschouwers bij wedstrijden maar in mijn verslag schreef ik het ietsjes anders op: ‘Het laaiend enthousiaste publiek welke in groten getale was gekomen, waren haast niet meer te houden nadat Piet met zijn allesvernietigende smash het winnende punt maakte.’ Daarnaast begon ik ook met de manager van de cateringafdeling waar ik werkte ‘De Catering Courant’, een A-viertje met wat flauwekul verhaaltjes en de verjaardagen in die maand.

Oh ja, inclusief de ziekenboeg fruitmand natuurlijk.

Want de wet op privacy was toen nog voor ons een soort van Eftelingsprookje. Daar waren de meesten onder ons nog niet echt mee bezig. Net zoals ze in de Efteling nog niet aan het maken van pornofilms deden. Over porno gesproken, het internet deed bij mij rond 1995 haar intrede. Via de telefoonlijn kwam ik dan krakend en piepend in verbinding met de rest van de wereld en waardoor mijn wereld groter werd dan ooit tevoren. De generaties na mij, de generatie Y en Z, weten niet beter meer.

Daarom kijken ze heel anders naar ons, analogen.

De Verloren Generatie, ontstaan door het economisch verval welke na de tweede oliecrisis ontstaan was. Ik heb dat persoonlijk zo nooit ervaren, heb altijd werk gehad en heb mijzelf ook nooit verloren gevonden. En wat betreft de oliecrisis zag ik ook geen beren op de weg, nee, integendeel! Door die crisis zag ik spelende kinderen op de weg nadat minister-president Den Uyl ons een beperking in bewegingsvrijheid had opgelegd! Nu hadden we op Terschelling al best veel vrijheid wat dat betreft maar de beelden die in het Journaal ‘s avonds tot ons kwamen via die ene televisiezender (!) spraken boekdelen. Over de ‘snelwegen’ die ons land toen rijk waren reden geen gemotoriseerd voertuigen maar zagen we mensen fietsen, wandelen, rolschaatsen of lekker hardlopen!

En dat allemaal op de Dag des Heren!

Zo zie je maar weer dat beperkingen van alle tijden zijn maar zichzelf ook wel weer oplossen. En soms maken die beperkingen de mens zó creatief dat er weer nieuwe kansen ontstaan. Dat is niet iets van één generatie maar van alle generaties.

En ja, jong geleerd ís oud gedaan!

 

De eindsprint

Terwijl de ene na de andere ‘eerste-golf-lockdownbaby’ geboren wordt en wellicht de ‘derde golf’ lockdownbaby’s in de maak zijn, tikken we de laatste weken van het jaar aan. Over het algemeen lijkt alles te gaan zoals voorgaande jaren, niks nieuws onder de zon zou je zeggen. Overal schieten de kerstbomen uit de grond en tuinen veranderen in lichtbakken waar menig piloot van in de war zou kunnen raken wanneer hij op zoek is naar de landingsbaan.  

Gelukkig zijn er niet zoveel vliegbewegingen momenteel….. 

Daarnaast weet je ook dat we in de laatste maand van het jaar beland zijn door al die (opgedrongen) kerst-reclames Reclames waarin we allemaal hele blije mensen zien in prachtige kleding, aan prachtige gedekte tafels met daarop prachtige gerechten die elk dieet even vergeten doen. En reclames waarin de ene na de andere loterij ons door de strot geduwd wordt. 

En dat alles overgoten met een sausje van Bekende Nederlanders. 

Wat betreft de ‘discussies’ over de decemberfeestjes die we de laatste jaren steeds vaker (en steeds agressiever) voeren met elkaar, lijkt ook dit jaar weer net als andere jaren. Nog voordat de pepernoten in de schappen lagen rolden we alweer over elkaar heen. We zijn echt een ontzettend klagerig volkje geworden. En, heel eerlijk, ik laat mij ook wel eens meevoeren. En wanneer het verstand dan na wat relativeren weer de overhand kreeg, schaamde ik mij kapot. 

Maar toch gaat het dit jaar allemaal anders. 

Zo was er al geen Sinterklaas-intocht en er was ook geen normale pakjesavond dit jaar vanwege de beperkingen.  

Alsof we wisten wat we nu, sinds gisteren, weten…. 

Nadat de Sint weer weg was met zijn Pieten schakelden we nog wel automatisch over richting de kerstdagen maar in plaats van er leuk en gezellig naar toe te leven, won de discussie over hoe we deze dagen in moeten vullen. Of beter gezegd, met wie? Want hoe fijn was het toch altijd om mensen in mooie kleding, prachtig gekapte kapsels en vrolijke, pratende gezichten aan een lange, mooi gedekte tafel te zien zitten? Net als in al die steeds herhalende reclames die we elke dag verteren moeten voordat we weer verder kunnen kijken naar die film, serie, quiz, voetbalwedstrijd, praatprogramma of talentjacht.  

De discussie won, versterkt door het verlangen naar de ‘normale’ ergernissen rond deze tijd. 

Bijvoorbeeld de ergernis van het regelen. Van het op tijd de boodschappen binnen halen maar ook het voeren van de gebruikelijke veldslag alvorens je iedereen aan tafel hebt zitten. Want dat hoort er gewoon bij, schoonmoeders die over moeders heen rollen of dochters en zonen die in spagaat gezet worden tussen ouders en bonus ouders, puur omdat hun vader en moeder gescheiden maar toch blijven eisen dat ze aan de Kerstdis zitten. Ik ben voorstander van ‘Niks moet, alles Mag’ en vrede op aarde en alles daarbuiten. 

Dus ook voor de Aliens onder ons.   

Maar dit jaar gaat het anders. Deze kerst zal voor menigeen een unieke beleving worden want je bent weer overgeleverd aan het minimale. Of je moet er gewoon lak aan hebben en lekker elkaar gaan besmetten aan de gourmettafel. Maar de meesten onder ons gaan voor het verstand want dat is nodig om weer licht te zien aan het einde van de tunnel waarin we zitten.  Ik wil hierbij benadrukken dat ik hier niet het licht bedoel waarmee we onze huizen, straten en tuinen mee verlichten.  

Dat is van een totaal andere orde. 

Ik hou wel van al die lichies hoor want ik heb een hekel aan deze donkere dagen. En door de lockdown lijk ik er zelfs gevoeliger voor te zijn. Maar toch is onze voortuin slechts verlicht met een van lampjes voorziene buxusplantje, de enige overgebleven buxus die de buxusmot-pandemie overleefd heeft. Even dacht ik van de week nog lampies bij te halen maar alle winkels met niet essentiële producten moesten dicht.  

Dus daar ging mijn gedroomde landingsbaan in de duisternis… 

Er is wel een kerstboom geland in ons huis. Deze keer geen ‘levende’ en groene maar een kunstige zwarte. Enkele jaren geleden hadden we ook een kunst kerstboom maar die werd te groot bevonden en kwam op Marktplaats te staan. Er kwam een echte boom voor terug, gekocht bij de bouwmarkt want je kreeg er een Dolce Gusto bij. Ik snapte er helemaal niks van en doorredenerend kwam ik erachter dat het in onze welvaart echt steeds gekker aan het worden is. Dat er een dag komt dat wanneer je een volkorenbrood haalt, de bakker je wijst op de kerstboom die je erbij krijgt. “Inpakken of zo meenemen?” 

Wanneer gaan we nou eens kappen met dat kappen? 

Het is de onderwaardering van de natuur om zo je boompjes te moeten slijten, puur en allen voor een paar weekjes vermaak. Dus gewoon allemaal aan de kunstboom, die gaan generaties mee en het is ook beter voor de stikstofreductie. De kerstboompjes die daardoor achterblijven in het grote enge dierenbos kunnen zich eindelijk definitief gaan wortelen en groeien als de bonenstaak van Sjakie. 

‘The sky is the limit!’ 

Maar dit jaar zal het echt anders zijn en dat moeten we even een plaatsje geven. Mij troost de gedachte dat volgende week op deze dag de kerstdagen alweer achter de rug zijn. Dan liggen we wat uit te buiken op de bank of we maken een frisse kiloknaller-verwerkende wandeling. Nu zal het wat de kilo’s betreft bij ons wel meevallen want wij eten met zijn tweetjes dus dan hoef ik mij ook niet uit te sloven.  

Het enige sloven wat ik doe, doe ik aan. 

Want als ik zonder keukensloof ga koken dan ontstaat er ruzie in deze twee dagen van opgelegde vrede want mijn tafelgenote heeft een hekel aan vlekjes in mijn zondagse kleding. Daarom trek ik met liefde mijn schort aan en kook de kerststerren in de borden. En zo zetten we de einsprint in waardoor dit jaar snel achter de rug is.  

Niet té snel want we moeten de eindstreep wel heelhuids halen natuurlijk. En daarna proosten we niet op deze maar op de kerstdagen van 2021.  

En op de gezondheid van al onze geliefden! 

Proost! 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

Sprakeloos

Afgelopen week zijn de plinten geplaatst in de woonkamer. Niet door mij maar door Tinus, een ex- motorrijder die handig is. Heel handig! Hij vond de plinten wel wat aan de hoge kant maar nadat ik hem uitgelegd dat ik een moderne vrouw heb, was het goed.

Vervolgens gingen we aan de slag.

Nou ja, hij voornamelijk. Ik liep er als een soort domme kracht omheen, voor de kleine klusjes. Niet echt dom natuurlijk maar zo voelt het voor mij altijd wel als ik met een vakman mag werken. Het scheelt mij veel stress want ik ben gewoon niet zo handig en daarom ben ik graag de ‘aangeef-klusser’ of de ‘even-vasthouden-klusser’ als er wat gezaagd moet worden. ‘Opperen’ noemen ze dat ook wel, dan ben je Opperman. Toen ik nog een jonge knul was mocht (moest) ik in de vakanties werken bij het bouwbedrijf waar mijn vader ook werkte. De werkzaamheden waren in de duinen, er werd daar een zomerhuis gebouwd. Met een garage eronder. Ik kreeg de functie van Opperman en vond dat heel spannend en stoer klinken. De metselaars en timmermannen om mij heen keken er ook heel ernstig bij toen mij deze functie medegedeeld werd. Na die week wist ik wat ook wat een Opperman doet:

Stenen sjouwen en specie mixen!

In de jaren erna zei ik altijd tegen mijn kinderen wanneer we langs dit zomerhuisje reden dat ik de stenen van die garage bij elkaar gesjouwd heb, waarna de verwachte ‘oooh echt?’ achterwege bleef want ik geloof niet dat de mannen ervan onder de indruk waren. Ik leerde hiervan mij altijd bescheiden op te stellen wanneer ik een baan kreeg. Of in ieder geval nooit hoog van de toren te blazen. Toen ik bijvoorbeeld als Leerling-kok begon te werken heb ik in mijn beleving een jaar lang enkel sla gewassen en mosselen schoongemaakt. Oh ja, en halverwege dat jaar mocht ik zelf de slabakjes vullen die in het restaurant op tafel gezet werden en nee, niet de kers op de appelmoes leggen want ik werkte niet bij Van der Valk…

Ik heb nooit het gevoel gehad hier slechter van geworden te zijn.

Nu was ik opnieuw Opperman en mocht ik Handy Tinus bijstaan. Een hele eer, vooral omdat hij mij hielp met een klus die mijn vrouw mij opgedragen had. Want als dit achter de rug was had ik een heel tevreden vrouw en zoals het spreekwoord luidt”

‘Een tevreden vrouw houd je warm in de kou.’

Wanneer de plint tegen de muur gedrukt werd, nadat Tinus (en niet ik) de lijm erop gedaan had, moest ik drukken. Bij de eerste plint was dat niet zo erg maar ik moest het de hele ronde doen. Had ik de laatste gedaan, moest ik alweer naar de eerste toe en zo kroop ik voort over de vloer.

Oh ja, en om tien uur mocht ik koffie voor hem zetten.

Daar was ik op dat moment ook aan toe. Inclusief gevuld speculaas, welke Tinus afsloeg want hij is niet van de spijs. Daar gaf ik hem gelijk in, niet elke spijs is spijs zoals God het ooit bedoeld had. Nu kon ik Tinus wat bijbrengen want op het gebied van voeding had ik wel wat te vertellen. Ik vertelde hem het verschil tussen echte en nep spijs. Echte is gemaakt van amandelen in combinatie met suiker, de neppe is gemaakt van witte bonen of abrikozenpitten, plus nog wat amandelessence. 

Als je het zuur krijgt dan heb je nep spijs gehad.

Het mooie van Tinus is dat hij graag naar mijn ‘wijsheden’ wil luisteren, net als ik naar die van hem. Nu was ik wat kennis betreft die dag in de meerderheid. Niet omdat ik slimmer ben dan Tinus, nee, absoluut niet, maar omdat ik een hulpmiddel net in huis gehaald had. Wij hadden daags ervoor een zogenaamde ‘slimme’ luidspreker aangeschaft. Dat was een cadeau aan ons zelf omdat we de interne verbouwing goed doorstaan hadden. Nu liep ik wel zo nu en dan tegen de muren op maar dat was omdat deze gesausd moesten worden, niet omdat ik gek werd van een overhoopgehaalde kamer. En ook niet omdat mijn bank in de garage stond in plaats van voor de TV. Nou ja, een beetje dan. Maar de dame hier in huis keek over deze berg heen en daardoor kon ik het ook enigszins handelen.

En deze beloning was ruimschoots voldoende om de ellende van verbouwen te vergeten!

Deze soundbar is aangesloten op de TV en de slimheid zit ‘m in het feit dat je dit ding vragen kan stellen. En elke vraag begin je met:

‘Oké Google..’

En vervolgens stel je de vraag. Bijvoorbeeld of het ging regenen die dag. Want Tinus zijn zaagmachine om de plinten op maat te zagen hadden we buiten neergezet. De dame in de soundbar antwoordde dat het niet zou regenen in Winschoten. Tinus stond erbij toen ze het zei en hij was sprakeloos. Later die dag maakte hij gebruik van een zwaaihaak, een belangrijk stuk gereedschap van de timmerman. Ik had wel eens zo’n ding gezien maar ik wist niet wat je ermee kon doen. Uiteraard legde ik de vraag neer bij Tinus en ik kreeg naar tevredenheid antwoord. Maar vervolgens vroeg ik het ook aan de soundbar en die kwam met dezelfde uitleg.

Tinus was opnieuw sprakeloos. En ik ook.

“Zo heb je geen boeken meer nodig ja! zei hij, vol verwondering. En ik kon het alleen maar met hem eens zijn. De rest van de dag bleven we vragen stellen. Zoals of het waar was dat er cavia opvangcentrum bestaan. Dat klopte, verschillende zelfs. Een daarvan was bezig geld in te zamelen waarmee ze de castratie van opgevangen mannetjes cavia’s konden bekostigen. Want daarna konden ze dan makkelijker bij een vrouwtje neergezet worden en, nog belangrijker, hoefden ze niet eenzaam de feestdagen door te brengen.

“Wat leven we toch in een fantastisch land!” zei Tinus. Ik was het helemaal met hem eens en zei: “De liefde in dit land voor dieren klotst tegen de plinten op!”

 

Het moet weer wat worden!

Volgens de spelletjes industrie schijnt er een toename te zijn van de verkoop van spelletjes. De reden? De pandemie waar we wereldwijd flinke last van hebben. We worden beperkt in ons doen en laten en zijn min of meer verplicht om ons thuis te vermaken.  Met spelletjes dus, zoals Monopoly, Mens erger je Niet, Scrabble, Catan. Om er maar een paar te noemen.

Want dat is gezellig.

Klopt. Tenminste, dat denk ik. Dat ik het niet zeker weet komt omdat ik zelf nooit zo van de spelletjes was. En ben. Maar ik kan mij wel voorstellen dat mensen daar veel plezier aan beleven. Ik kan het mij ook visueel voorstellen. Dan zie ik een aantal mensen zitten aan een tafel met daarop een enorme klerezooi. Dat is natuurlijk geen klerezooi, dat lijkt zo. Want veel spellen nemen veel ruimte in op tafel, net als gourmetten zeg maar. Het zijn vaak ook hele ingewikkelde spellen, ook net al gourmetten: heel veel vlees, groentes, sausjes, dranken en stokbrood op tafel waardoor het overzicht gauw weg is. Daarom ben ik gewoon van de plateservice, gewoon alles op één bord.

Ik ben meer van het dammen zeg maar!

Door de huidige omstandigheden waarin wij verkeren ontwikkelen zich ook allemaal nieuwe bezigheden. Het beeldbellen bijvoorbeeld. Dat heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Vergaderen of lesgeven via een schermpje lijkt inmiddels algemeen geaccepteerd. Daarnaast herontdekken we ook weer de vanzelfsprekende zaken, zoals de natuur. Dat was er altijd wel maar dat waren we een beetje vergeten. De winkelstraat maakte plaats voor bos en duin.

Behalve op Black Friday!

Maar dat terzijde. Het communiceren via beeld gaat ver. Zo is het ‘mukbangen’ weer trendy geworden. Mukbangen is heel simpel: je gaat bijvoorbeeld gourmetten en je zet daar een camera op. Dit tafereel stream je naar YouTube en dan kunnen mensen zien hoe jij al die ieniemienie hapjes naar binnen werkt. Een kind kan de (af)was doen! Je kijkers kunnen natuurlijk ook met je communiceren. Ze zouden bijvoorbeeld kunnen vragen of je de biefstuk wil bakken met een champignonnetje. Of een pannenkoekjes met een spekje en vier krulletjes geraspte kaas.

Geheid succes!

En het werkt twee kanten op want je bent niet meer alleen. En je krijgt aandacht, aandacht waar wij tegenwoordig naar snakken. Ik ga het niet doen hoor. Want dan zien ze steeds hoe ik mors op mijn schone overhemd of T-shirt. Die lol gun ik ze niet. Ik zie wel mogelijkheden om tijdens de komende feestdagen tablets op tafel te zetten en zo samen te eten met mijn familie die her en der in het land wonen. Mocht iemand dan commentaar hebben op hoe ik het aardappelkroketje naar binnen werk druk ik deze persoon gewoon uit.

Maar dan krijgt zij of hij ook geen toetje!

Tja, het is allemaal wat. Maar het zal allemaal ook wel weer wat worden hoor. Zodra de vaccins er zijn sta ik in ieder geval vooraan want ik wil weer naar mijn kinderen in Den Haag kunnen. En naar mijn ouders en zus op Terschelling. En ja, iedereen die het vaccin wantrouwt heeft per definitie gelijk.

Dat zeg ik bij deze.

Maar ik wil het vaccin. En ja, ik ga er misschien wel van blaffen of van achteruit lopen. Of ik krijg een groene streep in mijn haar waardoor men ziet dat ik ingeënt bent. Net zoals bij schapen wanneer ze gedekt zijn door de ram, waarna ze als makke schapen en ietwat in hogere sferen, weer verder grazen. Vervolgens kunnen alle overheidsinstanties precies zien wat je voortaan doet omdat er in het vaccin ook een cameraatje is ingespoten. Deze camera nestelt zich achter je ogen en streamt de beelden die het ziet direct door naar de ambtenaren van alle ministeries.

Zodra je dan iets doet wat niet mag heb je direct een arrestatieteam in je nek!

Maar goed, je moet er wat voor over hebben. Het zal mij een biet zijn, als ik maar weer normaal verder leven mag en weer kan genieten van leuke evenementen, van een biertje op een terras of van lekker naar een voetbalwedstrijdje kijken langs de lijn. Of mijn kleindochter weer in levenden lijve zien in plaats van via zo’n klote schermpje! Ja, ik ben er zó klaar mee.

Ik ben rijp voor de spuit!

Van de week las ik een ingezonden brief waarin de schrijfster zich afvroeg of de virus ontkenners eigenlijk wel af willen van het virus. Dat klinkt dubbel want ze ontkennen het virus immers al, dat lezen we dagelijks terug in alle reacties. Want reageren doen ze dagelijks, alsof ze niets anders te doen hebben (!). Soms komt er dan zelfs bij mij een complottheorietje naar boven! Dan vermoed ik dat er computers zijn die zo ingesteld zijn dat ze direct reageren op iemand die iets zegt over het virus. Die computer maakt dan gebruik van gepikte accounts en strooit dan met de meest verschrikkelijke en harteloze reacties. Bijvoorbeeld op een bericht van iemand die vanuit een revalidatiecentrum zijn dankbaarheid wil tonen aan de zorg. Omdat hij daar weer leert lopen en aan zijn conditie kan werken want het virus had dat allemaal uitgeschakeld. 

Vóór het virus werkte dat allemaal nog prima!

Maar de briefschrijfster bedoelde natuurlijk de aandacht die deze mensen naar zich toetrekken. Want als het virus straks onder controle is dan valt er niks meer te mekkeren en krijgen ze geen aandacht meer. En zullen ze zichzelf weer moeten vermaken met vage websites met vage bedenksels van vage figuren. Figuren die maar één ding willen:

Aandacht!

Dat snap ik ook wel weer. Elk mens wil aandacht. Zo hoorde ik laatst de zangeres van de band ‘Luwten’ op de radio, Tessa Douwstra. Deze band mocht nog wel optreden voor 30 personen en de vraag was hoe zij dat vond. Want die 30 personen mogen enkel toekijken. Dus niet klappen, joelen of juichen. In haar antwoord zat dankbaarheid, dat ze nog mocht spelen én humor:

“Het is alsof je verkering hebt maar je weet niet of die ander jou ook leuk vindt.”

 

 

Naar de slachtbank

“Voor Veldhuis?” hoorde ik de persoon aan de andere kant van de lijn zeggen. “Nee, niet Veldhuis, Veldhuizen!” Ik hou van duidelijkheid, straks gaat er een Veldhuis met mijn bestelling vandoor. “Kan wel wezen maar zegt me zo niks.” was het antwoord. Ik negeerde het: “Ik wil graag een kilo paardenvlees en kom dat morgenochtend halen.”

Nu ik het zo hardop over de telefoon zei vond ik het nog vreemder.

Paardenvlees. Vlees van paarden. In mijn beleving eet je geen paarden. Of beter gezegd, ik eet bewust geen paard. Wel onbewust, het zit namelijk onder andere in de bitterbal, frikandel en de gehakstaaf, toevallig producten die ik niet afsla. Maar ik zou niet naar de slager gaan voor een paardenbiefstuk want ja, een paard, dat is een edel dier! Daar zou je hooguit op kunnen gaan zitten voor een leuk ritje. Of je zet ze voor een karretje en gaat er dan een stuk mee rijden. Of je laat het paard dansen of over hindernissen springen. Of je zet ze in een weiland.

Maar opeten?

“Voor morgenochtend ja, dan kom ik het halen.” Na de goedkeuring van de slager beëindigde ik het gesprek met een ‘Moi, tot morgen’, zodat hij wist dat ik toch van hier kwam. In gedachten zag ik hem vervolgens naar de gehaktmolen lopen en verder gaan met zijn werkzaamheden, hoofdschuddend: ‘Veldhuis of Veldhuizen, één pot nat! Hij had wel wat beters te doen dan te muggenziften over een naam.’

Er moest immers paardenvlees verwerkt worden!

Het vlees was niet voor ons hoor. Het was voor mijn schoonvader, die had al een paar keer bij ons aangegeven zin te hebben in paardenvlees. Hij at het regelmatig in het verleden maar nu zijn vrouw er niet meer is, is hij afhankelijk van wat hij door anderen voorgeschoteld krijgt. En nu gaat het dus gebeuren, het vlees is inmiddels in huis en ik weet nu ook hoe het te bereiden.

Van berijden naar bereiden…

Maar ach, het leven is eten of gegeten worden toch? Dat moet Thierry Baudet ook gedacht hebben nu zijn politieke partij Forum voor Democratie ook rijp is voor de slacht. Hij probeerde nog te redden wat er te redden viel, stapte op maar ook weer niet en wij, het eenvoudige volk, verwonderden ons slechts over zoveel gestuntel. Zijn kompaan was er klaar mee en legde per direct zijn baantje ‘in het pluche’ neer en schreef zijn ontslagbrief aan de Voorzitter van de 2e Kamer.

Zo kan het dus ook.

Maar nee, het moest anders. Er moesten koppen rollen en dat ontaarde in een ordinair straatgevecht wat bij velen het schaamrood op de kaken deed verschijnen. De onstabiliteit droop ervan af want je wist eigenlijk al bij de oprichting dat de ideeën waar ze mee kwamen nooit wezenlijk gemaakt zouden worden. Waarom niet? Omdat ze te extreem zijn. Je kan van alles roepen en bijvoorbeeld terug willen naar vroegere tijden maar dat gaat je nooit lukken, het leven is aan veranderingen onderhevig. Het was nog enkel wachten op de dag, ik citeer nu uit ons ‘prachtige’ Koningslied:

‘De dag die je wist dat zou komen….’

Al decennialang maken we het mee dat er politieke partijen opgericht worden en na enkele jaren in het pluche zichzelf weer kapot maken. Zo had je bijvoorbeeld Leefbaar Nederland en de CD van Janmaat. Allebei met extreme denkbeelden. En ja, je had ook nog Lijst Pim Fortuin maar die hoort niet in deze opsomming want hij werd in koelen bloede vermoord door een losgeslagen milieudebiel.

Over extremisme gesproken..

Maar deze kwam van extreem-links, de niet te onderschatten tegenhanger van extreemrechts. Allebei met gevaarlijk gedachtegoed. Misschien is dat wel de reden dat er steeds heibel is op bestuurlijk niveau, zoals we trouwens ook zien in het politieke landschap van 50Plus. Ook daar zie je allemaal gedoe waar de gemiddelde soap schrijver zijn vingers bij aflikt. Of zichzelf voor de kop slaat:

‘Waarom heb ik dat niet kunnen verzinnen!’

Met Henk Krol als hoofdpersoon in dit drama. Deze guitige, altijd breed lachende kerel zat in 50Plus, richtte vervolgens de Partij voor de Toekomst op, trad weer af en zit nu bij Lijst Henk Krol. Ja, Henk is de stabiliteit zelve, het druipt ervan af. Net als het vertrouwen in hem. Maar ja, zoals hij zelf zegt op de vraag of het misschien niet beter is om te stoppen: “Ik word regelmatig in de trein naar Den Haag aangesproken dat ik goed bezig ben.”

Henkie, door wie dan?

Waarschijnlijk door de conducteur, omdat hij keurig een mondkapje draagt. Maar goed, dit kan allemaal in Nederland dus mocht je werkzoekende zijn, begin dan gewoon een politieke partij. En het maakt niet uit voor wat je staat, er zijn altijd wel kiezers die op jou willen stemmen. Dan kom je onder de vleugels van de Overheid en zit je direct goed want die ambtenaren hebben alles prima geregeld voor zichzelf. Zelfs voor thuiswerken krijg je vergoeding, ter compensatie van het gebruik van je eigen wc-papier, koffie en printerinkt.

Ach ja, het leven is soms oneerlijk.

Dat vinden ze in Amerika ook. List en bedrog doen daar goede zaken volgens de huidige president. Terwijl de ene na de andere hertelling zijn gelijk de nek omdraait. Ook daar zie je dat kinderachtige gedrag, het ‘welles/nietes’ gekeuvel, net als we van de week bij Forum zagen. In mijn ogen zijn het allemaal verwende jongetjes en meisjes met een (moeder)complex van hier tot Tokyo. Zodra het te heet wordt onder de voeten wijzen ze direct naar de ander want het is natuurlijk nooit eigen schuld.

Ik noem het grootheidswaanzin.

En die waanzin maakt iedereen gek. Neem bijvoorbeeld de zogenaamde ‘pedojagers’, jongelui die pedofielen lokken en in elkaar schoppen. Tot de dood erop volgt…

Ik begrijp (beide) partijen niet.

Toen ik jong was hielden andere zaken mij bezig, zoals voetballen, mijzelf uitsloven voor de meiden, folders rondbrengen, op straat ‘hangen’ met leeftijdgenoten, vakkenvullen en gezellig uitgaan in de weekenden. En dat was leuk!

Zo leuk dat ik het zo weer zou doen!

Humor, of het ontbreken ervan

We worden met zijn allen veel te serieus! Het ontbreekt ons aan humor en gaan overal direct met twee benen erin. Het werd van de week maar weer bewezen na een uitzending van het Sinterklaasjournaal. Daarin had men het over de fictieve plaats Kruisigem, ergens in Limburg. Dat was net zo’n fictieve plaats als Zwalk, de plaats waar Sinterklaas aan zal komen met zijn gevolg. Ik vond het leuk bedacht. Want rij maar eens door Limburg, dan zie je overal kruizen langs de weg. En Mariabeelden.

Je weet wel, de moeder van…

Maar dat werd door enkele christenen onder ons niet in dank afgenomen. Want het was kwetsend. Want de naam Kruisigem leek verdacht veel op wat het volk ooit eiste toen Keizer Pilatus aan een opgezweepte meute vroeg wat voor straf Jezus moest hebben.

‘Kruisig hem!’ was het antwoord.

Daar zit wat in maar aan de andere kant, waarom ‘vieren’ we dan elk jaar Goede Vrijdag, de dag van de kruisiging? Ik zou het dan eerder herdenken. In gepaste vorm. Niet door een lang weekend je dood te eten aan chocolade eieren, gekookte eieren en overvolle gourmet garnituren! Nee, ik zou kiezen voor een kerkdienst. Voor de akoestiek. Met mooie muziek, bijvoorbeeld iets van Johan Sebastian Bach, waar je dan in stilte naar kan luisteren en wellicht in spirituele sferen van zal geraken. En dan denken aan allen die niet meer onder ons zijn, even de namen in het hoofd voorbij laten komen zodat we niet vergeten, want ja, wijlen Bram Vermeulen zong het al:

‘En als ik doodga, huil maar niet. Ik ben niet echt dood, moet je weten.  Tis maar een lichaam wat ik achterliet. Dood ben ik pas, als jij mij bent vergeten..’

Dat liedje staat op mijn MP3-speler die ik regelmatig aanzet in de auto, om dan keihard mee te zingen. Dan ben ik weer helemaal Zen. Daarom wil ik als ik zelf ga hemelen dat dit gedraaid zal worden op mijn resomatie. Resomatie? Ja, dat is een nieuwe manier van je lichaam ‘verwerken’ na je dood. Naast begraven, cremeren of kiezen voor een zeemansgraf kan je jezelf nu ook oplossen. Dat kun je van tevoren al vastleggen! Net als je gastenlijst, wat voor cake je wilt of als het om een gezellige borrel zou gaan, het soort bittergarnituur. Sterker nog, ik denk zelfs dat je al alle diëten, allergieën of wat voor intolerantie dan ook, nu al kan doorgeven aan de instantie die jouw ‘mens-verwerking’ doet!

Zodat er niet nog iemand het loodje legt.

Misschien lijkt voorgaande wel verdacht veel op galgenhumor maar dat maakt juist niet uit. Humor kent vele gezichten en daar mag je van mening in verschillen. Je kan ook als leraar een cartoon in de klas bespreken waarop de spot wordt gedreven met een andere Heilige. Dat zou moeten kunnen in een democratie alleen werd deze leraar onthoofd.

Omdat een of andere humorloze extremist/diepgelovige er een probleem van maakte.

Weet je, iedereen is wel eens het middelpunt van spot. Soms ongewild, maar dan heb je het er wel naar gemaakt. Neem die gast uit Heerlen die Pieter Omtzigt verbaal aanviel, midden op straat en vol in de camera. Hij was daar om te protesteren want hij was, volgens het artikel, een bekend activist. Dat was niet zijn beroep want hij was werkloos. Maar hij was al maanden aan het protesteren tegen de corona maatregelen want ja, je moet toch wat doen om je tijd een beetje door te komen. Toen ik het las schoot ik in de lach. Niet omdat hij aan het protesteren was maar omdat hij nu tegen de rechter zei dat hij er spijt van had.

Het kwam door de alcohol, hij had een paar biertjes gedronken.

Samen met zijn demonstrerende matties had hij een terrasje gepakt, tussen het demonstreren door. Want van demonstreren krijg je dorst. En deze meneer is van het dorstige type want hij was in het verleden al drie keer eerder opgepakt voor openbare dronkenschap.

Ik moest natuurlijk niet echt lachen.

Het huilen stond mij nader dan het lachen. Maar de humor trekt mij er dan uiteindelijk wel weer doorheen, daarom is humor een belangrijk onderdeel van ons leven. Want we krijgen wat te verduren in ons leven. Of beter gezegd, wat te verwerken in ons leven. En heb je het ene verwerkt dan komt er wel weer iets anders voorbij waarna je je af gaat vragen of iedereen gek aan het worden is. Zo werd de laatste persconferentie over de corona maatregelen weer onder een loep gelegd door een zooi ‘deskundigen’ die ons land tegenwoordig rijk is. Men vond dat de minister- president kinderachtig sprak over de maatregelen die dit jaar geadviseerd worden tijdens het Sinterklaasfeest.

Ik vond het getuige van veel respect voor de Goedheiligman.

En voor zijn gelovigen. Eigenlijk zou je verwachten dat het merendeel van ons land daar ook zo over denkt want sinds er een discussie op gang gekomen is rondom dit feest, kreeg het Sinterklaasfeest weer een opleving. Daarom was het raar dat Rutte daarop afgerekend werd. Want hij sprak zo over het feest omdat hij wist dat er kinderen mee konden luisteren. Die kans was namelijk aanwezig met een kijkdichtheid van 5,8 miljoen kijkers. Of is het Sinterklaasfeest stiekem toch niet zo populair meer en vinden we kerst veel leuker? Is het gewoon ordinair vals sentiment, waaruit (daar heb je ze weer) extremisten mee aan de haal gaan?

Puur voor eigen gewin.

En ja, kerst is leuker toch? Lang niet zo oubollig als Sinterklaas. En de cadeautjes zijn ook veel luxer. Kerstmis, ook zo’n onderdeel van het geloof. Met de boodschap dat het kind vrede zal brengen. We weten inmiddels beter als je kijkt naar hoe we met elkaar omgaan. Oké, er is minder oorlog maar we gunnen elkaar als individu het licht in de ogen niet meer.

Schaf daarom alle religies af!

En dan stichten we een geloof die wél humor heeft, voor ons allemaal. En dan noemen we deze persoon Satires, Het Almachtige Licht.

Het licht die onze boosheid in de schaduw zal zetten!

Fantasierijk

Wij zitten momenteel midden in het niks. En daar is niks aan kan ik je wel zeggen. Dat niks speelt zich af in onze woonkamer, die moest leeg omdat de stukadoor kwam. Ik moest dus van alles doen deze week. Onder andere de gordijnrails demonteren. Dat lijkt eenvoudig maar bij mij gaat het dan altijd mis. Want tijdens het loskoppelen gleden alle runners er zó aan de ene kant af en lagen ze op de vloer. Er zat dus aan die ene kant geen stop, die was ik vast vergeten bij het monteren.

Kennelijk iets in de gebruiksaanwijzing gemist..

Dat is dus één van de redenen dat ik niet van klussen hou. Want er gaat altijd wel iets mis. Plus het feit dat de ene klus de andere klus veroorzaakt. Want er is hier door de directie besloten dat als het stucwerk klaar is, naast de muren ook het plafond direct maar meegenomen moet worden.

En dan breekt het zweet mij al uit.

Want het zijn allemaal veranderingen en daardoor raak ik uit mijn ritme, voel ik mij niet meer thuis in mijn huis en kruipt het chagrijn genadeloos naar binnen. Gelukkig weet mijn huisgenote dit en doet ze haar best te zwijgen. Dat is een hele opgave voor deze dame maar ze kan het. En ze weet dat het voor alle partijen beter is want anders word ik een blokkeerklusser.

Zo leven wij al enkele jaren vreedzaam met elkaar.

Morgen hoop ik het plafond te kunnen verven en daarna kunnen we de boel weer inruimen. En dan wordt alles weer normaal. Voor mij. Voor mijn vrouw niet want die is al maanden geleden begonnen met de voorbereidingen van deze happening. Wekelijks kwam ze met ideeën voor kleuren op de muren en legde ze dat aan mij voor.

Alsof ik hier een stem in heb…

Ik doe dan gewoon mee hoor. Alleen is mijn oordeel meestal kort. “Ja, prima kleur toch!” En dat vindt zij niet leuk, zij wil dan het liefst daar een heel debat over voeren. Nu is dat tegenwoordig ook een trend, ergens oeverloos over door ouwenelen. In de Tweede Kamer zien we dat maar dat gaat nog redelijk beschaafd. Zoals het natuurlijk ook hoort. Maar kijk eens naar de ‘discussies’ tegenwoordig op het internet. Zodra iemand een mening ventileert struikelt men haast over elkaar heen om daarop te reageren. En dan het liefst met krachtige termen om hun mening kracht bij te zetten. Terwijl dat averechts werkt natuurlijk.

En allemaal onder het mom van Vrijheid van Meningsuiting.

Zo is het momenteel ‘hot’ om iemand te beschuldigen van pedofilie. Niet omdat die persoon dat is maar gewoon, omdat hij/zij een andere mening heeft. Of men wordt verdacht van het drinken van ‘kinderbloed’, ook zoiets waarvan ik denk dat men te veel horrorfilms gekeken heeft of last heeft van een totale wanorde in het hoofd. Men kopieert van alles uit de bubbel van het internet en neemt alles voor waar aan.

En dan raak je in de war, dan verlies je de werkelijkheid uit het oog en wint het wantrouwen.

Er wordt niet meer nagedacht. En mijn simpele mening hierover is dat het komt door een tekort aan fantasie. Tegenwoordig is over alles nagedacht. Zelf je (gezonde) verstand gebruiken hoeft niet meer. Kijk maar eens tussen het speelgoed van de kinderen. Er zit haast niets meer tussen dat tot de verbeelding kan spreken. Dat was in mijn kindertijd wel anders. Als ik met de auto’s ging spelen dan maakte ik van rietjes de wegen. Nu koop je gewoon een kleed waarop de hele infrastructuur van een stad of dorp is afgebeeld. Of je bouwde van de spullen om je heen een eigen wereld.

Wie heeft er niet een tent gemaakt in de woon- of slaapkamer…

Nu had ik als kind de mazzel dat wij een tuin hadden. En in die tuin stond een schommel en een wip. Op de schommel beleefde ik heel veel avonturen als piloot en de wip werd, als we cowboytje en indiaantje speelden, gebruikt als paard. Van de week zag ik twee kinderen paardrijden, op een speelgoedpaard die zich voortbewoog met pedalen. En daardoor schort het aan de fantasie. Want het paard waarop ik als cowboy of als indiaan zat was niet meer dan een houten plank met aan beide kanten een stalen handvat welke voor de teugels moesten doorgaan. Bij die twee kinderen was dat proces al ingevuld. Je zag een paard met teugels en twee zadels.

Enkel de wielen eronder maakten het verschil.

Maar mijn fantasie werd ook versterkt door het lezen van boeken. Boeken zoals bijvoorbeeld ‘De Grote Zeven’, over een vriendengroep die allerlei avonturen beleefden. Volgens mij heb ik hele serie, 15 boeken, gelezen dan wel verslonden.

Om vervolgens weer bij het eerste boek te beginnen.

Wanneer ik dan betrapt werd op lezen in bed door mijn ouders terwijl ik eigenlijk slapen moest, nam mijn fantasie het over en verzon ik in mijn hoofd verhalen. Meestal was ik in die verhalen de held en redde ik het ene na het andere meisje uit de klauwen van pestende jongens. Helaas viel ik altijd in slaap, net op het moment dat ik beloond zou worden door het meisje, met een zoen op de mond (met de lippen stijf op elkaar…)

Voor mij genoeg reden om de volgende avond het verhaal opnieuw te verzinnen!

Fantasie heb je ook in je verdere leven nodig. Neem nou die kleur verf waar mijn vrouw nu al maanden over aan het nadenken is. Ze kan natuurlijk kiezen voor neutraal, bijvoorbeeld door alles wit te maken. Lekker makkelijk en neutraal. En als alles dan klaar is dan gaan we het volhangen met boeddha’s of posters van de Ikea.

Want de tijd van het ‘Zigeunerjongetje met de Traan’ aan de muur is voorbij.

Maar nee, zij wil kleur maar daar kost wel wat denkwerk en voorstellingsvermogen. Toen we eruit waren en de kleuren denkbeeldig op de muren hadden zitten, kreeg ik een zoen van opluchting.

Ik kreeg er een kleur van.

Opbouw versus afbraak

Nadat ik zijn eten naast de magnetron op het aanrecht had gezegd, ging ik nog even bij hem zitten. Hij zat voetballen te kijken onder het genot van een sigaartje, Barcelona tegen Real Betis. “Ik kijk graag naar Barcelona.” zei mijn schoonvader. “En ik zap van de ene sportzender naar de andere.” Op dat moment voelde ik mijn telefoon trillen en ik keek naar het inkomende berichtje:

‘Joe Biden wint Amerikaanse verkiezingen.’

“Zo! Eindelijk weten we het! Joe Biden is de nieuwe president!” riep ik enthousiast. “Oh ja? Dat zal tijd worden ook! Die Trump is hartstikke gek! Zelfs de nieuwszenders drukten hem weg omdat hij de ene leugen na de andere vertelde!” zei mijn schoonvader furieus. “Wat een idioot is die man, wat een enorme mafkees!”

Ik kon het alleen maar met hem eens zijn.

Toen ik later die avond samen met mijn vrouw aan de koffie zat, we hadden net het Acht Uur journaal gekeken, ging mijn telefoon over. Het was mijn vader die middels beeldbellen contact met ons zocht. Lachend nam ik op, die vader van mij! Hij is 86 jaar maar communiceert met alle mogelijke moderne communicatiemiddelen met zijn kinderen maar ook met zijn kleinkinderen, neven en nichten. En nu had hij dus ook het beeldbellen ontdekt.

“Goedenavond op deze prachtige dag!” zei hij zittend vanuit zijn stoel.

“Wat een fantastisch nieuws hè, vanuit Amerika! Eindelijk weten we het en kan Trump zijn biezen pakken!” Ik zag een zeer opgewekte vader en ik hoorde mijn moeder, 91 jaar, op de achtergrond meejuichen. “Wat een gebeurtenis, wat een goed nieuws voor dat land! En voor onze wereld” zei Pa. Ik zag de opluchting in zijn ogen en dacht even terug aan de reactie van mijn schoonvader.

Want ook ik volgde het nieuws over de verkiezingen en viel van de ene in de andere verbazing.

Maar die verbazing was er niet alleen de laatste dagen, die werd vier jaar geleden al ingezet toen Trump aan de macht kwam. Hoe kan het dat zo’n groot en belangrijk land zó diep zakken kon? Dagelijks werden we overspoeld door Tweets in hoofdletters met alleen maar polariserende opmerkingen wat het land alleen maar verder deed splijten. Met als afzender de President van de Verenigde Staten van Amerika, dé persoon die juist voor verbinding zou moeten zorgen.

Amerika, het land wat ooit een trotse wereldmacht was.

Amerika, het land van de onbegrensde mogelijkheden. Amerika, het land dat tijdens en na de Tweede Wereldoorlog vele eigen burgers ingezet heeft voor de vrijheid van vele burgers in den vreemde. En ja, ze deden het niet altijd goed maar elke oorlog kent louter verliezers.

Dat besef lijkt steeds meer grond te winnen.

Amerika, ook een land van uitersten, van extremen die ons nuchtere Europeanen soms de wenkbrauwen doen fronsen. Maar ook het land waarvan gewoonten overwaaien naar ons, gewoontes die door menigeen in de armen gesloten worden.

Maar daar zijn de meningen over verdeeld.  

Ik begrijp ze wel, die vader en schoonvader van mij. Beiden zijn opgegroeid in de Tweede Wereldoorlog, een keiharde leerschool. Vervolgens zagen ze na de bevrijding hoe ons kapot gebeukte land weer opgebouwd werd en hoe iedereen de schouders eronder zette. Dat waren geen werkweken van 32 uur, nee, eerder het dubbele aan uren! Al gauw sloten zij zich aan in het werkbare leven en hielpen ze mee: mijn schoonvader als dragline machinist en mijn vader als timmerman/aannemer. Jaren gingen voorbij en waren zij onderdeel van de samenleving. Een samenleving die naast het herstellen van gebouwen en infrastructuur ook bouwde aan sociale zekerheden, zoals de ziektewet, de WAO, de WW en de Bijstand.

En zij zagen ook hoe al die zekerheden weer steen voor steen gesloopt werden.

Maar zo was het en zo zal het altijd gaan in een wisselend politiek landschap. Dat heet democratie. En aan die democratie hangen regels, onder andere hoe je met elkaar dient om te gaan. We noemen ze ook wel ‘normen & waarden’ en dat kregen deze mannen ook mee in hun opvoeding. En zij gaven dat weer door aan hun kinderen en kleinkinderen. Natuurlijk ging er wel eens iets mis, natuurlijk schoten ook zij wel eens uit de slof en liep de omgang met anderen niet helemaal zoals het moest.

Maar de mens is nu eenmaal niet feilloos.

Zij zagen hoe de wereld ook veranderde. Hoe dingen verdwenen maar ook hoe er weer dingen bijkwamen. Zij zagen hoe we probeerden de ideale wereld te maken maar ze zagen ook met lede ogen hoe alles steeds ingewikkelder leek te worden. Ingewikkelder, omdat het haast onmogelijk is om het iedereen naar de zin te maken. Maar boven alles was de rode lijn in al die ‘gedoetjes’ respect. Men respecteerde andermans mening en discussies werden redelijk beschaafd gevoerd. En deze twee kerels hadden geleerd om mee te veren in de veranderingen waar ze steeds tegenaan liepen.

Want niets is vanzelfsprekend.

Maar in hun enthousiasme over de ontwikkelingen in Amerika las ik enorme opluchting! Want de zittende president stond mijlenver van alles waar mijn vader en schoonvader ooit in geloofden. Ze begrepen het niet dat dit soort mensen aan de macht kunnen komen. Zij weten immers hoe het is om te leven onder een schrikbewind.

Zij hebben gezien waartoe polarisatie kan leiden.

Mijn vader sloot het gesprek af met de woorden dat zij er vanavond een flinke borrel opnemen. Ik proefde uit zijn woorden dat hij hoopte dat dit soort excessen niet meer voor zullen komen want men zou hiervan geleerd kunnen hebben. En wellicht komen de Republikeinen de volgende keer wel weer aan de macht, prima, als ze maar willen verbinden.

Want links of rechtsom, we zullen het met elkaar moeten doen op deze planeet!

 

Ze staan weer voor de deur

Normaal gesproken zouden we rond deze tijd al aan het ‘bakkeleien’ zijn over waar en met wie er kerst gevierd gaat worden. Helaas is dit een jaarlijks terugkerende strijd waar niemand op zit te wachten maar waar velen toch mee in aanraking komen.

Er moet soms flink geknokt worden alvorens we de Vrede op Aarde vieren!

Maar dit jaar gaat het zeer waarschijnlijk helemaal anders. Zijn we min of meer overgeleverd aan onze huisgenoten. Zo ben ik overgeleverd aan mijn vrouw en zij aan mij. Nu moet dat geen probleem zijn deze twee dagen want we zijn al heel wat jaartjes bij elkaar dus die twee dagen kunnen er ook nog wel bij. Kwestie van leven en laten leven, eventueel door zo nu en dan de irritatie-gedoogzone wat uit te breiden als de spanningen wat oplopen.

Liefde is een rekbaar begrip.

Maar hoe kom je deze dagen door als je op elkaar aangewezen bent? Want het lijkt erop dat we tijd overhouden omdat op bezoek gaan bij familie en aanverwanten niet handig is. Daarom ben ik al begonnen met na te denken over welke Netflix-series we kunnen bekijken. En over wat we gaan eten.

Daar kan je nooit te vroeg mee beginnen.

Vrouwlief is ook begonnen met nadenken. Onder andere over waar de kerstboom komt te staan, hoe deze eruit komt te zien, waar de kaarsjes komen te staan, hoeveel kaarsjes er nog bij moeten, wat ze aan moet, wat ze nog aan (kerst)kleding kopen moet want-ik-heb-niks-om-aan-te-trekken, wat voor weer het zal worden, of we overdag gaan fietsen of wandelen en wanneer de kerstboom weer ‘geruimd’ moet worden.

Ja, er komt heel wat bij kijken!

Nu lijkt het alsof zij veel meer moet doen maar dat is toch echt fake news. Want de moeilijkheid zit ‘m in de hoeveelheid eten wat ik moet gaan bereiden want voordat je het weet sta je op 4e kerstdag bij de gft-container het overtollige weg te gooien. En dat willen we niet! Dit jaar heb ik dus het voordeel om maar voor drie personen te hoeven koken, voor ons tweeën en voor mijn schoonvader. Mijn schoonvader, herstellende van drie flinke operaties, zit al enige maanden bij ons ‘in de voeding’ dus een kerstdiner hoort daar natuurlijk ook bij. Hij krijgt zijn eten thuis aangeleverd zodat hij lekker thuis kan blijven met Lobke, zijn hondje, en zijn sigaartjes.

En met alle soorten van sport op de televisie.

Gelukkig gaat het voetbal en schaatsen nog door want hij beleeft daar veel plezier van, ondanks de sfeerloze stadions van dit moment. Nu proberen ze dat wel wat te verbloemen door ‘publiek’ geluiden via de stadionspeakers af te spelen maar dat is het toch net niet. Ik mis bijvoorbeeld het gooien van bierglazen, aanstekers en eurootjes maar ik mis ook die vreselijke opgewonden types die half over de reclameborden hangen om spelers of leiding verrot te schelden. Want die opgewonden standjes werken bij mij altijd op de lachspieren. En dan bedoel ik echt lachen, niet die lachbanden die ze bijvoorbeeld altijd afspeelden bij die show van Ralph Inbar, Banana-split.

Want dan lachte er tenminste nog iemand.

Bij het schaatsen gaat het anders. Vorig weekend hoorde ik via de radio dat er weer geschaatst werd en dat klonk best wel apart. Hier hadden ze geen banden met juichende schaatsfans maar hoorde je enkel hoe de ijzers van de schaatsen zich in het ijs sneden, een magisch geluid! Het deed mij terugdenken aan de jaren dat we nog op natuurijs konden schaatsen, met datzelfde prachtige geluid van noren op het ijs. Soms ging je even ‘slow’, voorovergebogen met de handen op de rug in lange glijbewegingen en dan liet je de punt van je schaats, in mijn geval noren met een stalen neus, achter je aan ‘slepen’.

Alsof je de messen aan het slijpen bent.

Helaas is het ijs de laatste jaren niet meer stevig genoeg en maak je op kunstijs meer kans om te kunnen schaatsen. Door de opwarming van de aarde snappen we dat wel. Met uitzondering van de Friezen natuurlijk. Want die trekken wel de schaatsen aan, al na één nacht ijs. Dat komt omdat de meesten onder hen ‘met de schaatsen om de voeten gebonden’ geboren zijn. Kunnen ze niks aan doen, dat zit in hun genen. Dat ze vervolgens met natte poten thuiskomen zou ze een biet wezen, als ze maar aan hun gerief komen.

Net zoals ze graag kievietseieren zoeken, fierljeppen en alles doen wat mensen buiten Friesland niet begrijpen.

Maar de feestdagen staan weer voor de deur en ik verheug mij er nu al op. En daarnaast verheug ik mij op het boodschappen doen, althans, de boodschappen die ik bij de Jumbo ga doen. Dat is best opmerkelijk want ten eerste heb ik een hekel aan boodschappen doen en ten tweede heb ik een nóg grotere hekel aan boodschappen doen voor de kerstdagen. Het maakt niet uit bij welke super, AH, Plus of de Jumbo, ik vind het niks. Maar van de week was ik even bij de Jumbo en daar werd ik positief verrast door ‘Jumbokapje’, het meisje wat bij de ingang stond om ons, klanten, vriendelijk te woord te staan. En om escalaties over de huidige regels te voorkomen.

Zij was niet alleen vriendelijk, ze was vooruitgestuurd met de Kerstboodschap!

Eenieder kreeg een welgemeende ‘Goedemorgen!’ welke werden versterkt door stralende, sprankelende ogen die boven het mondkapje uitkwamen. Vervolgens bood ze haar hulp aan een oudere heer. Ze vroeg hem of ze even moest helpen met de boodschappen op de scootmobiel te zetten. De man schrok zichtbaar van deze aardigheid en wees het eerst af. Zo’n rechtstreekse benadering, midden op straat… En ook hij had wel eens die verhalen gehoord van oplichters en dergelijke. Toen vroeg ze of ze de winkelkar anders even terug moest plaatsen in de rij. De man aarzelde even, keek in haar ogen en voelde de oprechtheid: “Ja, graag, heel erg bedankt hoor!”

Ik zag zijn glimlach.

Wat mij betreft is het kerstgevoel al begonnen!

 

De overgang en andere getijden

Na de vooraankondiging van een Podcast, ‘de Veertigers’, over hoe je dat zou (kunnen) beleven, kon ik mij niet herinneren of ik daar destijds zelf bij stilgestaan heb. De overgang van 20 naar 30 jaar wel want toen kreeg ik ineens wat last van mijn borstkas en belandde ik bij de huisarts. Hij hoefde niet lang na te denken over de oorzaak: het had te maken had met het beginnende buikje welke zich rond mijn 30ste aan het vormen was. “Dat buikje heb je nog niet geaccepteerd. Daarom hou je, onbewust, je buik in waardoor je verkeerd bent gaan ademhalen. En dan raakt de boel daarboven wat in de stress.” Ik raakte even buiten adem van deze constatering en besefte mij ineens dat mijn gewicht zich negatief aan het ontwikkelen was. Jaren en jaren was ik 75 kilo en nu begon ik, naast de jaren, ook in kilo’s te groeien.

“Mannen ademen namelijk vanuit hun buik.” Zei hij.

Ik zie nog die grijns op zijn gezicht. Zo was hij. En een beetje raar ook. Soms had hij twee verschillende sokken aan en één keer vroeg hij aan mij, toen ik tegenover hem zat, of ik toevallig verstand had van een verstopte riolering. “Nee dokter, mijn riolering werkt altijd prima.” was mijn antwoord.

Waarna hij in de lach schoot en daadwerkelijk begon met dokteren.

Er veranderde na mijn 30ste nog wel meer. Het leven werd allemaal wat serieuzer. Ik werd vader en ‘kreeg’ een hernia die geopereerd moest worden. Ik kwam daarachter nadat ik het voetballen weer even opgepakt had. Want na elke wedstrijd begon ik steeds meer last te krijgen van die rug. Ik begreep toen ook de opmerking ‘Je hebt maar één rug’, die kreeg ik regelmatig naar mijn hoofd geslingerd wanneer ik zware dingen aan het sjouwen was en niet even kon wachten op de hulptroepen. Wedstrijden voetballen gaf ik daarna maar op en hield het bij potjes met mijn kinderen en hun vriendjes. Met pijn in het hart hoor, maar soms moet je het verstand gebruiken wil je niet versleten zijn rond je pensioen.

Ja, het spreekwoord ‘Verstand komt met de jaren’ klopt als een zwerende vinger!

Toen ik 40 werd zou het leven pas echt beginnen volgens de verjaardagskaarten die ik kreeg maar ik beleefde dat niet zo. Ik ging naar mijn werk en daarnaast probeerde ik mijn kinderen op te voeden. Probeerde ja, want in opvoeden had ik nooit les gehad, kon ik hoogstens terugkijken hoe mijn ouders mij opgevoed hadden. Streng doch rechtvaardig maar het voelde aan als een warme deken. Wij, mijn zus, broer en ik gingen niet in discussie maar werden hooguit wat chagrijnig. Je wist waar de grenzen lagen en er waren regels zoals helpen met de afwas of de tafel dekken of opruimen. Of helpen in de groentetuin. Of de auto wassen, van binnen en buiten. Of houthakken voor de openhaard.

Natuurlijk kregen we er ook veel voor terug. Dat was op zondag met het gezin en wat vriendinnen en vriendjes naar het zwembad. Of we gingen naar het bos, strand of naar het sportveld, om te kijken naar het 1e voetbalelftal van onze voetbalclub, Quick’35 en later Sc Terschelling.

En op zaterdagavond een bakkie chips met een glaasje gazeuse!

Pas nadat ik de 50 gepasseerd was kreeg ik het gevoel dat het leven aan het beginnen was. En accepteerde ik mijn buik. Dat kwam door stoppen met roken (weer die wijsheid) en genieten van lekker eten en drinken. Maar ook in het bewegen kwam de klad omdat ik veel meer met de auto moest doen.

Waar ik mij niet achter verschuilen wil, hoor.

Maar na het behalen van de titel ‘Abraham’ leek het wel of alle puzzelstukjes in elkaar vielen. Alsof de onzekerheden in mijn leven als sneeuw voor de zon verdwenen en er een bepaalde rust voor terugkwam. En zelfvertrouwen. De Opa van een collega sprak zich daar heel mooi over uit:

‘Het pad wat jij hebt bewandeld loop ik alweer terug!’

Een prachtige wijsheid die veelzeggend is. Wat wij 50-plussers hebben natuurlijk al het een en ander meegemaakt en worden niet gauw meer verrast. Nou ja, een kleindochter krijgen was toch wel weer heel bijzonder, vooral als ze bij je zit en ineens naar je lacht…

De Oma hier in huis wist dat natuurlijk allang!

Maar ja, waren de meiden in de puberteit al niet veel verder dan wij jongens? Toen wij nog puisterige pubers waren en soms niet eens de signalen van verliefde meisjes zagen? Van de week hadden we hier nog een verliefd pubermeisje over de vloer en die snapte maar niet waarom de jongen waar ze een oogje op had, niet toehapte. “Komt door de anderhalve meter. Die gozer kan niet anders natuurlijk.” riep ik jolig, maar ik werd door de aanwezige dames aangekeken alsof ik er niet toe deed.

Lucht was ik voor ze.

Maar zonder lucht kan je niet leven, toch?

Ook kwam ik erachter dat opvoeden onherroepelijk verbonden is met het tijdsbeeld waarin je opgroeit. Mijn moeder vond de tijd waarin wij kinderen moesten opvoeden een stuk ingewikkelder dan in haar tijd. Terwijl ik altijd dacht dat de 50-tiger en 60-tiger jaren een stuk zwaarder waren omdat ze een heleboel niet hadden wat wij nu wel hebben. Nu denk ik wel eens dat de jongeren van nu het ook weer zwaarder hebben dan wij in onze jongere jaren. Bij ons was alles over het algemeen duidelijk. Nu krijgen de jongeren enorme hoeveelheden aan informatie te verwerken waardoor je, in mijn ogen, soms verzuipt in de meningen.

En wie is dan je reddingsboei.

Het nadeel van 50Plus is toch wel Henk Krol. Maar erger is de overgang voor de dames, als ik mijn eigen dame mag geloven. Van de week kwam ze best wel vrolijk beneden. Ze had geluisterd naar een Podcast over opvliegers. Alles werd haar ineens duidelijker. Al haar irritaties over ‘rommeltjes’ in huis bijvoorbeeld. Want vóór de overgang deerde dat niet.

Zei ze.

En ik kreeg een kus.

 

Appels met peren vergelijken

Het werd een appeltaart. Eerst dacht ik dat het mijn beloning was omdat ik (eindelijk) de garage opgeruimd had, maar dat waren mijn eigen hersenspinsels. Het was gewoon omdat vrouwlief een zooitje appels gekregen had van een collega met boomgaard en ja, daar moet je dan wel wat mee doen.

En ik dien mij bij dit proces afzijdig te houden.

Want eten bereiden in het algemeen veroorzaakt hier in huis nog wel eens een discussietje. Dat steekt soms de kop op. Zoals bijvoorbeeld een maand geleden. Vrouwlief wist een adres waar je stoofperen kon halen, bij mensen met een perenboomgaard hier in Winschoten. Perenmevrouw Annelies was niet thuis maar er lagen twee zakken keurig op ons te wachten op het plateau bij de voordeur van de statige boerderij in Winschoten. De ene zak bevatte peren die zelf van de boom gestapt waren en de andere zak bevatte geplukte peren. Daar zit dus verschil in.

De gevallen peren zijn rijper dan die nog aan de boom hangen zeg maar.

Nu zijn wij zelf ook al een beetje aan de rijpe kant dus we voelden wel een klik met deze peren. Vooral mijn vrouw, die vindt stoofperen namelijk onlosmakend verbonden met ‘gezelligheid’, ‘herfst’ en ‘pruttelende pannetjes op het fornuis’.

Ik vind stoofperen gewoon lekker.

Toen we weer thuis waren wilde ik al beginnen met schillen maar ik kreeg de kans niet. Of beter gezegd, mijn vrouw wilde dat niet. Ik mocht er niet aankomen. En daar zit de crux aangaande onze discussietjes. Over hoe iets te koken. Zij is nogal van de stamppotjes en sudderpannetjes en ik ben iets moderner daarin. Neem bijvoorbeeld spruitjes. Zij kookt ze nog net niet snotgaar en ik hou de spruiten op bijtgaar. Dat laatste vind ik lekkerder maar de spruitjes ook, dat vertelden deze groene rakkers mij laatst toen ik ze aan het klaarmaken was.

Te lang in de pan vonden ze toch echt te heet.

Of het koken van prei. Ook daarin verschillen wij van mening. Mijn geliefde doet er altijd een beetje azijn door en kookt ook deze groente lang. En ja, dat vind ik helemaal niks. Peper en zout, meer niet wat mij betreft. En ook niet te lang koken. Verder leven wij best wel in vrede met elkaar hoor, zijn dit eigenlijk maar speldenprikjes in onze relatie en zal ‘de liefde van de man’ gewoon zijn doorgang blijven vinden via de gebruikelijke weg, de maag. 

Want zij kan namelijk heel goed bakken!

En dat moet ik dan weer opeten. Het is vaak zo lekker dat ik naast het baksel ook nog vlinders voel in mijn buik. Dat weet ze en daar maakt ze handig gebruik van. In de keuken heeft ze bakboeken staan, onder andere van ene Rudolf. Dat is die gozer van TV, van 24 Kitchen. Soms is het hier in huis echt Rudolf voor en Rudolf na.

Dan voel ik mij als man behoorlijk ontmand zeg maar.

Ze ging dus zelf de peertjes schillen en al gauw hoorde ik wat gemopper. De schil was stug zei ze, waarop ik direct het schilmes voor haar ging aanzetten. Ik bood niet aan om te helpen met schillen want ja, dat wilde ze immers niet. Na enig gepuf moesten de peren gevierendeeld worden en nu werd ik wat zenuwachtig want daar moet je een goed mes voor gebruiken. Want een beetje stoer stoofpeertje laat zich niet zomaar het mes op de kruin zetten! Ik stond op en ging bij het aanrecht staan en keek hoe ze met het schilmesje de peer in vieren probeerde te snijden. Ze keek op en zonder een woord gezegd te hebben wist ik wat ze bedoelde:

“Doe ik het weer niet goed?”

Met dat ‘weer bedoelde ze het moment dat ze met de deegroller in de weer was voor een van haar taarten. Ik heb nogal de neiging mij er dan mee te bemoeien omdat ik ooit kokkie ben geweest. En dan leer je hoe je het deeg moet rollen met de deegroller. Het belangrijkste bij dit werkje is dat je tijdens het rollen het deeg regelmatig even los moet maken en bestuiven moet met bloem. Dan rolt het makkelijker uit.

Zij deed dat op dat moment niet.

En op de een of andere manier trek ik dan een smoel die boekdelen spreekt. En dat irriteert haar en ik snap dat. Als ik een klus doe waar ik niet goed in ben en er staat iemand met twee rechterhanden naar mij te kijken, irriteert mij dat ook. Vooral als ze dan zeggen: “Dat doe je verkeerd!” Daarom heb ik in de loop der jaren geleerd nooit te gaan klussen als er een ‘gediplomeerde’ bij staat.

Ik bracht het voorzichtig, met handschoenen aan zeg maar:

“Nee lieverd, je doet het hartstikke goed. Ik heb zo’n zin in dit baksel.” Dat is voor haar genoeg om door te vragen: “Wat doe ik niet goed?” “Niks lieverd, ik zou hooguit het deeg zo nu en dan even losmaken…en wat bestuiven..” en begon direct over iets anders.

Bijvoorbeeld bespreken wat ze de volgende dag wil eten.

Het schilmesje kwam duidelijk tekort om de harde peren te splijten. “Laat mij je even helpen!” zei ik en pakte mijn grootste koksmes. Ze liet het toe. Binnen no time waren alle peren gesneden en terwijl ik mijn mes schoonmaakte en weer in de la legde liet ik haar alleen met de rest van het proces. Dat was voor haar voldoende, nu kon ze ongestoord de wijn, suiker en kaneelstokjes toevoegen. De volgende dag waren de twee grote pannen met peren afgekoeld en ja, ze waren heerlijk. Ze vulde er tientallen bakjes en potjes mee want het was niet alleen voor ons zelf.

Vorig weekend was dus een appelweekend. Naast appeltaart stonden er nu allemaal potjes appelmoes. Allebei van zeer hoge kwaliteit. Om niet bij elk kopje koffie een stuk appeltaart te nemen besloten we een deel in te vriezen. Maar dat ging niet.

De vriezer lag vol met bakjes stoofperen…

Verantwoordelijkheden

Het zal tevergeefs zijn. Het komt toch niet aan, wie je er ook wat van laat zeggen. Dit was mijn eerste gedachte nadat ik las dat onze nationale komiek Jochem Meijer even zijn gal spuwde over het groepje ontkenners van het virus Covid19. Of, in zijn woorden, ‘mafklappers’. Het was best wel bijzonder dat juist hij dat ventileerde want hij is een cabaretier die je zelden uit zijn slof hoort schieten. Maar hij is wel iemand die uitverkochte zalen trekt. Misschien komt dat wel omdat hij een enorme positieve instelling heeft en dat is waar de meeste mensen toch naar verlangen. Dat straalt hij ook uit.

Daar heb ik niet even wat struinwerk op het internet voor nodig..

Maar ook hij zal niet gehoord worden door al die ontkenners, complotdenkers en aanverwanten die zichzelf rekenen tot een hogere orde dan wij, het eenvoudige volk. Wij zijn immers ‘bange schapen’ en laten ons leiden door angst en zij alleen, de ontkenners van het virus, weten de waarheid.

Oké, na wat uurtjes zoeken op het internet maar ze weten het wel!

Maar het is geen angst die ons de huidige regels doen respecteren. En het is ook geen angst om een bezoek aan mijn kinderen in Den Haag af te gelasten, zoals wij dit weekend helaas moesten doen. Of niet zoals wij ons voorgenomen hadden, naar mijn ouders gaan op Terschelling omdat ze ook niet meer de jongsten zijn. Nee, het is absoluut geen angst. Het is je verantwoordelijkheid nemen. Voor jezelf, maar ook voor familie of vrienden, met of zonder onderliggend lijden. Maar ook voor je werk, voor je je collega’s.

Daarom gaan gezond verstand en verantwoordelijkheid vaak prima samen.

Maar we bevinden ons momenteel in een hele rare situatie. Heel de wereld worstelt met het virus omdat men er (nog) te weinig van weet en een klein groepje blijft maar in de ontkennende modus zitten. En blijven ons, het gezonde verstand van Nederland, bestoken met hele rare weetjes. Ik hoef ze hier niet te herhalen maar van de week hoorde ik zelfs dat de corona patiënten in de ziekenhuizen eigenlijk acteurs zijn, ingezet door grotere, duistere machten.

Tja…..

En daarbij komen dan nog de politici die over elkaar heen rollen in plaats van eens goed samen te werken. Pak eens door met zijn allen zodat we straks weer alles kunnen doen wat wij voor de uitbraak van het virus ook deden. Even een harde reset, een bittere pil slikken of in de zure appel bijten, noem het zoals je het noemen wilt maar respecteer het. Maar ga niet onnodig lang debatteren over de fouten die er gemaakt worden in Den Haag.

Nee, los ze samen op!

En ja, wat voor beleid hoor ik je nu al zeggen. Maar daar zit nu juist de angel, men weet het (nog) niet. En tot zolang proberen we van alles om het gevecht tegen deze onzichtbare vijand te winnen. Zo simpel is deze realiteit. Maar nee, de oppositie gaat lekker vanaf de zijkant zitten blèren wat er allemaal fout gaat in hun ogen, of beter gezegd, in de ogen van hun eventuele kiezers. Bij de eerste golf leken ze nog mee te gaan in het beleid maar toen waren de verkiezingen nog relatief ver weg. Nu staan we aan de vooravond van de verkiezingen en ja, de waan van de dag maakt iedereen stapelgek.

Voor de goede orde, ik stem, dus ik mag hier iets over zeggen.

Maar het zijn niet alleen de politici die over elkaar heen buitelen. Ook alle deskundigen of zichzelf benoemde deskundigen die dagelijks de praatprogramma’s vullen maken er een zooitje van. Je vraagt je af waar ze toch steeds die tijd vandaan halen.

Alsof ze niets anders te doen hebben…

Aan de andere kant laat het maar zien dat alle meningen in dit land wél een podium krijgen. Terwijl dat door sommigen ontkent zal worden want die vinden dat de vrijheid van meningsuiting in gevaar is. Dat er grotere machten bezig zijn met allerlei plannetjes om zo de burgers onder de duim te krijgen. Raar, want als ze aan het demonstreren zijn en de media komt daar verslag van doen, belagen ze de medewerkers van die media met veel verbale, fysieke agressie en bedreigingen. Dan moet je niet raar opkijken dat de media je dan niet meer willen volgen, puur om de veiligheid van hun mensen te kunnen blijven waarborgen. Met andere woorden, wil je jouw mening delen?

Doeslief dan!

En oh ja, over vrijheid gesproken. Zijn we het verhaal van de 94-jarige Rotterdammer Jan Hoek vergeten? Die heeft tien jaar van zijn vrijheden in moeten leveren! En dat was nog in de tijd zonder Netflix, zonder internet, zonder elke tien minuten een trein, zonder een infrastructuur van schitterende snelwegen, zonder Thuisbezorgd.nl, zonder Gsm’s, zonder Whatsapp, zonder Facebook, zonder Bol.com, zonder accu’s op fietsen, zonder Mc Donalds of KFC, zonder voetbal voor-tijdens- en nabeschouwingen, zonder elk weekend schaatswedstrijden, zonder elk familielid een eigen auto, zonder kant en klare maaltijden bij de supermarkten en zonder elke dag een praatprogramma op de televisie. Ja, je vraagt je dan af, wat deden die mensen in die tijd dan allemaal?

Werken! Niks meer, niks minder.

En bouwen aan de beschaving waar jij en ik nu in mogen leven. Dus kijk eerst eens naar jezelf voordat je naar anderen wijst. Kap eens met dat wantrouwen naar alles. Ik ben 56 jaar en heb nog steeds een groot vertrouwen in de mensheid. Daar is niks naïefs aan, het is voor mij de werkelijkheid en daardoor kijk ik positief de wereld in. En geloof mij, dan is het leven veel leuker! En natuurlijk heb ik ook teleurstellingen gekend maar ik zet mij ertoe er niet in te blijven hangen.

Dat kost alleen maar (negatieve) energie.

Humor helpt ook. Dat weten mensen met een gezonde dosis humor. Denk daaraan als je in winkel of ziekenhuis gewezen wordt op de (tijdelijke) regels. Geloof mij, dan is het best te dragen.

Gedeelde smart is en blijft toch echt halve smart!

 

 

Kerkgangen

Nu we weer even weten hoe ze er in Staphorst bijlopen (en in nog vele andere plaatsen in Nederland), mag ik ervan uitgaan dat we de mensen die hoofddoekjes dragen vanwege hun geloofsovertuiging even met rust laten? Of beter, voor altijd! Het was gelukkig al redelijk rustig aan dat front omdat we de laatste tijd een andere ‘vijand’ hebben, namelijk het virus Covid 19 met al haar randverschijnselen.

En dan vooral met de randverschijnselen…

Want de beelden vanuit Staphorst met kerkgangers deden mij even terugvallen in de tijd. Alsof de tijd daar stil gestaan had. En dan denk ik: waarom gaan al die mensen die graag alles bij het oude willen houden, niet in Staphorst wonen. Want toen was alles beter.

Toch?

Het was natuurlijk een rare situatie. Overal is groepsvorming nu even niet handig maar deze beminde gelovigen dachten daar anders over. En ze gingen ook nog eens voor het zingen de kerk ín! Terwijl alle koren in ons land monddood gemaakt zijn zongen zij in Staphorst er lustig op los. Wie heeft dat eigenlijk bedacht, zingen in de kerk? Heeft Onze Lieve Heer dat ooit bedacht of was dat een van zijn discipelen? Niet dat ik wat tegen zingen heb, integendeel. Maar ik vond die liedjes in de kerk vaak onnavolgbaar, in tekst maar ook in melodie.

En daarbij, anderen kunnen veel beter zingen!

Daarom zong ik nooit mee als we naar de kerk gingen. En als mijn ouders dat in de gaten kregen, deed ik net alsof ik zong, ondertussen turend in het kerkboekje. De verhalen in die boekjes vond ik over het algemeen wel interessant, die las ik graag want dat waren best wel mooie verhalen. Maar ik las ze ook omdat ik mij vaak doodverveelde in de kerk. Ik vond het saai. Ondanks dat mijn vader ons altijd probeerde te triggeren om mee te gaan naar de kerk met zijn eigen bedachte tegelspreuk:

‘In de kerk is altijd werk!’

Nou, daar waren de meningen over verdeeld. Mijn zus deed wel braaf wat Pa zei maar mijn broer en ik dachten daar totaal anders over. Dat kwam mede door de situatie waar wij ons in bevonden. Want op Terschelling waren wij, katholieken, een minderheid. Tot 1960 hadden ze geen eigen kerk. Sterker nog, mijn vader werkte als timmerman bij Bouwbedrijf Van der Zee, het bouwbedrijf van zijn oom Regnerus van der Zee, de broer van mijn Oma. Ze kerkten in een (aangekocht) huis op West- Terschelling of in de werkplaats van het bouwbedrijf. Na de werkzaamheden op zaterdagochtend werd rond het middaguur de werkplaats schoongemaakt zodat er zondags twee diensten gehouden konden worden. Het magazijn diende als biechtstoel en kleedkamer.

Grappig, de vader van Jezus was ook timmerman!

Maar zomerdag werd dit te klein want de toeristen hadden Terschelling ook ontdekt en ja, sommigen onder hen namen God mee op vakantie! Regnerus van der Zee kreeg toen de opdracht een kerk te bouwen en dat gebouw kreeg de vorm van een tent, geheel passend in de gedachte van een toerist. Leuke bijzonderheid hieraan is dat de staalconstructie uit Hoogezand kwam.

Maar dit even terzijde.

‘We’ hadden nu een eigen, echte kerk, de Petrus de Visser kerk. Zomerdag werd daar flink gebruik van gemaakt. Als jochie vond ik het toen ook wel te doen want de kerk zat dan vol met toeristen in vrolijke toeristenkleding. Nee, daar zat niks Staphorsters bij. Ik keek dan lekker om mij heen en soms werd ik dan even voor een uurtje verliefd op een van de aanwezige toeristenmeisjes. Maar winterdag was het anders. Dan zat je soms alleen met je eigen gezin in de banken, met tegenover je de pastoor. Dat waren meestal de zaterdagavonden, voorafgaand op een avondje ‘Wie-kent-Kwis’ of de ‘André van Duinshow’. Een enkele keer bleef de televisie uit en gingen we tafelbiljarten of sjoelen met studenten van de Hogere Zeevaartschool. Deze jongens zaten op het internaat en gingen ook naar de kerk. Mijn ouders nodigden hen dan wel eens uit voor een bakkie koffie en wat huiselijke gezelligheid omdat ze niet naar hun eigen familie konden.

Dan moesten wij de zelfgemaakte tompoezen of de sneeuwster ineens delen!

Maar goed, we zaten er soms ook alleen met het eigen gezin. Ik weet nog goed dat de pastoor, terwijl hij keek naar twee chagrijnige broers, vroeg of we tijdens deze dienst wel zouden moeten gaan zingen. Heel even gloorde er hoop voor ons maar dat duurde maar een fractie van een seconde: mijn vader vond dat er prima gezongen kon worden!

En zo geschiedde, dit was nog uit de tijd dat Vaders wil wet was!

Om nog even terug te komen op dat zingen in de kerk, ik vind het wel mooi als een koor aan het zingen is. Dat zijn vaak getrainde stemmen en ik hoef mij dan enkel te concentreren op het luisteren. Neem bijvoorbeeld het ‘Ave Maria’, ooit door mijn nichtje Silvia schitterend gezongen in de Barbara-kerk te Vreeswijk, voor haar zus die ging trouwen. Of het lied ‘Uit ijzer en vuur’, een lekkere, vlotte meezinger van Huub Oosterhuis (ja, de pa van Trijntje en Tjeerd).

Bij dit liedje klom ik nog nét niet op de banken!

En ja, oké, de kerstliedjes waren ook wel leuk. Maar het grootste gedeelte van het jaar was het geen kerst en moesten we het doen met die saaie zooi. Daarom snap ik die lui in Staphorst niet. Denken ze dat ze onsterfelijk zijn of zo? Dat God hun behoedt voor het virus omdat ze elke zondag naar de kerk gaan? Naar de kerk gaan maakt je nog geen goed mens.

Ernaar leven wel.

Maar dan moet je het wel in een breed vlak bekijken. Dus niet enkel de Joods christelijke grondslag is zaligmakend. Nee, er is meer dan ons ‘eigen merk’, net zoals er meer is tussen hemel en aarde. Behandel anderen zoals jij ook behandeld zou willen worden.

De tekst op de Eerste Steen van de Petrus de Visser kerk was daar al vooruitstrevend in:

‘Gij zijt niet langer vreemdelingen en gasten.’

 

 

Het Heilige moeten

‘Het regent harder dan ik hebben kan.’ Deze prachtige zin, komende uit het gelijknamige liedje van Bløf, schoot door mijn hoofd nadat mijn vrouw een beetje mopperend door het huis liep. Een beetje hoor, een klein herfststormpje zeg maar. Het was aan het einde van een volle werkweek en dan snap ik ook wel dat het irritatielijntje wat dunner is.

Zij werkt in de zorg.

En ja, dan moet je constant alert zijn. Dat doet ze al decennialang met veel passie en liefde, inclusief een stralende lach. Maar sinds de Covid 19 uitbraken is het niet meer zo leuk en merk ik dat het haar tegen gaat staan. En zij is daar niet de enige in. Steeds vaker horen we dat het zorgpersoneel van alles over zich heen krijgen wanneer ze mensen aanspreken die zich niet aan de huidige Covid regels willen houden.

Zelfs de vrolijke inzet van Tik Tok Tammo lijkt het chagrijn in het OZG niet te kunnen keren.

Nee, er zijn nog steeds mensen die schijt hebben aan de huisregels van het ziekenhuis. Net zoals ze schijt hebben aan de huisregels van bijvoorbeeld Rederij Doeksen, de reder die de overtochten tussen Harlingen en de eilanden verzorgt. Of ze hebben schijt aan de huisregels van de Jumbo, de Plus, Albert Heijn, Aldi of wat voor soort winkel dan ook.

Wat is de definitie van huisregels eigenlijk?

Huisregels zijn regels die gelden in een bepaald gebouw, bijvoorbeeld in een openbaar gebouw, passagiersboot of winkel. Of in je eigen huis. Duidelijk verhaal lijkt mij. Dus als ze willen dat je een mondkapje draagt dan doe je dat gewoon. En mocht je het even vergeten zijn bij binnenkomst en een medewerker spreekt je daarop aan dan zet je eerst je breedste glimlach op en daarna direct het mondkapje.

En vervolgens een duim omhoog ten teken van waardering voor de medewerker.

Geloof mij, het leven wordt er dan alleen maar leuker op! En het heeft niets met angst te maken maar gewoon met alert zijn voor het ongewisse. En als we het ongewisse onder controle hebben kunnen we evalueren en daarna kan elke mening hierover zijn gelijk krijgen. Of zijn ongelijk, maar dat hoort bij het spel. En het scheelt een hoop gedram! Soms is het verstandiger om even je mening voor je te houden. Daarom besloot ik om even mee te gaan in de klaagzang van mijn vrouw. En ik deed wat op dat moment het verstandigste was:

Haar aankijken en goed luisteren.

“We moeten zoveel!” zei ze. “Ik moet fulltime werken, ik moet douchen, ik moet mijn haar föhnen, ik moet mij opmaken, ik moet flossen, ik moet de tuin vegen, ik moet sporten, ik moet strijken, ik moet wassen, ik moet wandelen, ik moet fietsen…Alles moet!”

“Klopt lieverd,” zei ik zo rustig mogelijk, “je hebt helemaal gelijk!” Terwijl ik dat zei bleef ik haar aankijken. Sterker nog, wij mannen worden geacht dat te doen, ook een aftakking van het begrip ‘het heilige moeten’. Al mijn zintuigen stonden nu voor de volle honderd procent op scherp zodat zij geen extra munitie kreeg om haar gemoedstoestand te versterken. Haar ogen spraken boekdelen. Ik zag haar denken: Neemt hij mij nou in de maling of is mijn man echt begripvol? Dat was weer voor mij de aanleiding om ook inhoudelijk verder te gaan met het onderwerp. En vooral niet met grappen en grollen voor de dag te komen.

Soms is zwijgen goud.

“Het lijkt wel alsof we geleefd worden, dat we van alles moeten want anders horen we er niet bij.” zei ik, met mijn meest oprechte gezicht. Opnieuw keek zij mij aan met die ogen van ongeloof. Nu moest ik doorzetten want het was vrijdagavond en ik wilde lekker gaan Netflixen met haar. En omdat de tijd vliegt wilde ik haast maken en was er geen plaats voor een echtelijk veldslagje. Daarbij doet zij precies hetzelfde als ik chagrijnig ben. Alleen gaat dat iets anders want ik ben een zwijger. Zij laat mij dan gewoon met rust en uiteindelijk vind ik mijzelf wel weer en keren we weer terug in het normale.

En komt ze er weken of maanden later op terug wat ik toen gezegd had…

Zal ik alvast de kaarsjes aansteken? Even schoot die gedachte door mijn hoofd maar nee, zaak was om nu binnen haar irritatiegrenzen te blijven en niet dingen te doen die ik anders ook nooit zou doen. Hoe vaak is zij ’s avonds niet thuisgekomen dat ik in het donker op de bank tv zat te kijken. Steevast kreeg ik ‘wat ongezellig’ naar mijn hoofd geslingerd dus als ik dat nu toch zou voorstellen dan wist ze gelijk dat ik haar in de maling nam.

De kaarsjes aansteken is nu eenmaal haar ding.

Als we dan naar bed gaan ben ik degene die de brand- en sluitronde moet lopen. Dat is een ongeschreven wet hier in huis. Zoals zoveel mensen een dagelijks ritme hebben. Ik besloot actief in haar malaise mee te gaan en liep met haar mee, richting de keuken. “Ik ben het met je eens hoor, heb respect voor je. Vooral hoe je jezelf altijd gered hebt. Helaas zitten daar veel dingen in die moeten en ja, na een volle werkweek kan de emmer nog wel eens overlopen.”

Ik vond het best goed en geloofwaardig klinken.

Dat vond zij ook want ik zag de ‘hij neemt mij niet serieus’ blik uit haar ogen verdwijnen.  “Kom, we gaan lekker televisiekijken!” voegde ik er snel aan toe. Ik zette snel de televisie aan en we vielen precies in het begin van ‘Bed & Breakfast’, háár favoriete programma. Net op het moment dat ik weg wilde zappen gilde zij enthousiast “Oooh, komt dat nu? Leuk!” en ze ging er eens lekker voor zitten, het gemopper zag je zo van haar afglijden dankzij het programma van deze bejaardenzender.

Ik zweeg. En dacht na over het voorgaande gemopper van haar. Over het ‘van alles moeten’. Zoals samen naar ‘Bed & Breakfast’ kijken.

Nu was ik chagrijnig!

 

 

 

 

Het bewijs is geleverd….

‘Gewoon je bek houden!’ Wat een prachtige, krachtige en duidelijke zin waarmee onze premier even uit zijn rol schoot en zichzelf als mens aan ons toonde. Even geen ambtelijk of polderend ‘eromheen’ draaiende zinnen maar gewoon duidelijke taal. De boodschap was bestemd voor de supporters van Feyenoord omdat ze te hard juichten. Of die van Willem II. Of je club wint altijd.

Dan verveelt je het juichen snel….

Maar heel het (media) land dook erop. Want dit kon niet en al gauw vlogen de opmerkingen om je oren: ‘Een minister-president nog wel’, ‘Juist hij heeft een voorbeeldfunctie’ en ‘Dit is níet normaal!’ Vervolgens doken alle soorten media er bovenop en was het land weer even te klein. Dat de premier zich later daar min of meer voor verontschuldigde was niet meer belangrijk. Want het kwaad was al geschied en ja, daar gaan we het weer eens de hele dag over hebben! Maar het aller grappigste was toch wel dat in de krochten van het Sociale Media, waar men dagelijks dit soort bewoordingen  bezigt (vaak vele malen erger), men er schande van sprak en vervolgens opnieuw de toetsenborden misbruikten.

Stelletje hypocrieten!

Maar het bewijs was weer geleverd. Zodra er door iemand buiten de lijntjes gekleurd wordt duiken allerlei media er bovenop, als een huiskat op een koolmeesje. Terwijl het gros van het land, de mensen met het gezonde verstand, de schouders ophaalden.

‘Eindelijk duidelijke taal!’

Om vervolgens weer verder te gaan met de dagelijkse bezigheden. Ik ook. Nadat ik de aardappelschillen in de groene container gegooid had, hoorde ik metaalachtige geluiden die ik op al die andere scheidingsdagen nog niet eerder gehoord had. Had ik soms het aardappelschilmesje vergeten uit de schillen te vissen? Dat is al eens eerder gebeurd dus het was geen rare gedachte. Maar deze keer klonk het anders. Ik keek voorzichtig in de bak die al een week open stond vanwege de vele vliegjes en wespen. Op de papiercontainer ernaast stond de door mijzelf gemaakte wespenvanger, een door de midden geknipte frisdrankfles waarvan de kant waar de dop zit er omgekeerd opgezet was. Een soort fuik zeg maar.

Ja, en de dop was er afgedraaid!

De fles vulde ik met bosbessen-ranja en heel veel échte suiker. Heel veel! Dat had ik van een eerder exemplaar geleerd want daar kwam geen wesp op af. Later kwam ik erachter dat het suikervrije ranja was.. Daarom de extra suiker zodat de wesp aan alle kanten geprikkeld werd om toe te happen. Of hij/zij moest niet van bosbessen limonade houden, dat kan natuurlijk. Afijn, het werkte goed want na een paar dagen zag ik heel wat zwart/gele lijkjes drijven.  

Ik zag dat in de GFT bak een stuk of zes energydrank blikjes lagen.

Dat moeten kinderen geweest zijn, de jeugd drinkt graag deze rommel. Ik nam het ze niet kwalijk dat ze het in mijn GFT bak gegooid hadden, hoor. Want het bewijst maar weer eens dat deze kinderen hebben begrepen dat blik niet op straat hoort. Ook had ik begrip voor het blikje wat op de grond ernaast lag. Want het is best vermoeiend om na een mislukte worp het blikje opnieuw op te pakken. Dat hoort bij pubers, alles is te veel als het over opruimen gaat. Misschien gooiden ze het ook wel weg omdat ze in een voorgaand, Covid-vrij leven, wel eens in Den Haag zijn wezen protesteren. Protesteren tegen de vervuiling van de wereld. Want daar moest wat aan gedaan worden. En ze kregen er vrij voor, waarmee maar weer aangetoond werd in wat voor een fijn land we leven, dat iedereen in dit land mag zeggen wat hij of zij wil.

En de ruimte krijgt om er iets van te zeggen!

Onze jongeren zijn echt niet gekker dan mijn generatie was op die leeftijd. Ook ik ben opgegroeid met vallen en opstaan en heb ook wel eens mis gemikt met een blikje. Maar de grote mond van Rutte viel ineens in het niet nadat enkele zichzelf ‘Bekende Nederlanders’ noemende jongens en meisjes hele rare dingen begonnen te zeggen. Ze behoren tot de groep ‘influencers’, mensen die via allerlei platforms van alles op het internet zetten. En die berichtjes worden weer bekeken door andere jongeren en als je het dan interessant genoeg maakt dan gaan die jongeren je volgen. De vraag blijft bij mij wel staan of het echt wel zo interessant is maar daarvoor ben ik waarschijnlijk al te veel een ouwe lul.

Ze filmen, bijvoorbeeld, hoe ze make-up opbrengen.

Of hoe je zit te gamen en wat je score is. Een vriend van mij, Ruben van 11, volgt bijvoorbeeld ene Enzo Knol. En Jan-Willem de Politie-vlogger. Best leuk denk ik dan. Wij hadden in onze jeugd geen influencers. We hadden alleen influenza. Deze was te verdelen in twee soorten: de gewone influenza en de manneninfluenza. Vooral die laatste heeft veel van zich doen spreken alhoewel we sinds de Covid er niet zoveel meer van horen. Want wij mannen hadden al een enorm respect voor de griep.

Toch, dames?

Maar goed, deze influencers plaatsten iets wat leek op een mening op het internet. Want zij voelden zich verantwoordelijk voor hun volgers. Dat lukte, en hoe! Ze kregen alle aandacht in alle soorten media en Nederland sprak er schande van. Zelfs het ‘viruswaanzin-volk’ hield zich even koest, ook omdat zij eigenlijk niet wisten wie deze ‘BN’ers’ waren… Een dag later gingen we de grenzen over met dit ‘nieuws’ en ook daar sprak men er schande van. Al snel werden al deze keutels weer ingetrokken, ik denk ook onder invloed van hun papa’s en mama’s want die werden er ook op aangekeken. Daarbij hoop ik ook dat de ouders van al die miljoenen volgers even een goed gesprek gaan voeren met hun kinderen.

Want je kinderen beschermen tegen onzin hoort ook bij de opvoeding.

Het is al sneu dat deze ‘Bekende Nederlanders’ niet in bescherming genomen worden alvorens ze iets uitkramen.  

Soms is ‘gewoon even je bek houden’ het verstandigste wat je kunt doen..

 

 

Kattenbelletjes

Dat katten gek zijn op vogeltjes wist ik wel maar ik wist niet dat het de gewone huiskatten waren die dat deden. Nee, ik dacht altijd dat het wilde katten betrof. Want deze categorie moet immers overleven zolang er niet bakjes met Whiskas of Royal Canin voor deze tijgertjes klaar staan. Dat zullen we gewoon moeten accepteren. Maar nu blijkt dat ook onze huiskat, die lieve, schattige pluizige (of kale) spinnende beestjes zeer waarschijnlijk, voordat ze bij je op schoot kruipen om even lekker te kroelen, hun buikjes vol hebben met musjes, koolmeesjes of roodborstjes.

Of bij grote trek, een lekker duifje!

Met andere woorden, stop maar met dat blikvoer want onze huis-tuin en- keukenkatten hebben liever van die vliegende gevleugelde hapjes. Persoonlijk zeg ik: terecht, welke jager is er niet groot mee geworden. Het zit in hun genen. Jagen of gejaagd worden, dat is de vraag. En iedereen weet natuurlijk dat katten en vogels geen vrienden van elkaar zijn. En laten we de muizen niet vergeten in dit verhaal, die hebben al helemaal geen goede verstandhouding met katten. Net als hun baasjes.  Die zien liever ook geen muizen over het aanrecht lopen. Daarom is het voor katten relatief makkelijk scoren is om bij het baasje in een goed blaadje te komen. Want wie heeft er niet een dooie muis op de mat gevonden, poeslief neergelegd door Spooky, Luna, Simbo, Wobbe of Tommie.

‘Cadeautje!’

Wij hebben geen kat omdat we BGH’ers zijn (Bewust-Geen-Huisdieren). Die keuze hebben we gemaakt na allebei een leven met een hond achter de rug gehad te hebben. Een bewuste keuze waar we nooit spijt van gehad hebben, ook omdat het voor kleine kinderen goed is om met dieren te leren omgaan. Maar nu zijn we dus BGH’ers omdat we vrij willen zijn in gaan en staan. Want huisdieren nemen is verantwoordelijkheid nemen, met andere woorden, je moet ze verzorgen en eten geven. En uitlaten. Ook als het hondenweer is. Wij hebben wellicht wél muizen maar die ben ik nog niet tegengekomen, die durven waarschijnlijk niet omdat we veel katten hebben in de wijk. En we hebben kikkers maar die vallen weer onder de categorie ‘wild’ en huppen zo nu en dan even de keuken binnen na een dikke regenbui.

Nooit geweten dat kikkers bang zijn om natte voeten te halen..

 

Ik heb niet zoveel met katten maar dat komt waarschijnlijk omdat mijn bijnaam ‘Muis’ is. Een soort ‘Tom & Jerry’ zeg maar. Voorheen zaten ze nog wel eens in mijn tuin maar ik heb ze duidelijk gemaakt dat ik dat niet wil. Nu lopen ze in een grote boog ons huis voorbij terwijl ze mij in de gaten houden. Want deze muis laat niet met zich sollen. Toch wil men een proefproces starten om huiskatten binnen te houden. Dat gaat het gezonde verstand voorbij. Een kat is nu eenmaal een jager en vogeltjes horen dat te weten. Dat zit in hun genen en dat wordt ze door hun ouders bijgebracht voordat ze uitvliegen. Ook al is het zielig, de natuur moet je met rust laten en wij mensen moeten dat gewoon accepteren. Want als we alles zielig gaan vinden dan komen er alleen maar dit soort regeltjes bij. En we hebben in dit land al het gevoel bedolven te worden onder regeltjes.

Maar daar zijn wij niet de enigen in.

Kijk maar eens naar onze buren, de Duitsers. Die zijn voornemens om mensen met honden te verplichten hun hond minimaal twee keer per dag uit te laten. Te bizar voor woorden zou je zeggen want honden laat je minimaal drie keer per dag uit. Dat kreeg ik mee in mijn opvoeding toen wij ‘leen-honden’ moesten verzorgen. Dat waren honden van kennissen die op vakantie gingen en dan mochten wij op ze passen voor twee of drie weken. Zeg maar als een soort compensatie voor het níet hebben van een hond. Zo leerden wij met dieren omgaan, praktisch en doeltreffend. Maar kennelijk zijn in Duitsland dit soort regels nodig, zijn er honden die geklaagd hebben dat ze te lang hun behoeftes in hebben moeten houden en willen ze dat deze regel in hun CAO komt te staan. Dan weet elke Duitser waar hij/zij aan begint als men overweegt een hond in huis te nemen en hoeven de honden niet meer jankend, blaffend en met de poten gekruist achter de voordeur te zitten wachten totdat ze uitgelaten worden.

Want dat is dieronterend!

Want kennelijk zijn we vergeten hoe we dieren moeten verzorgen. En zo is het met alles. We weten ook niet meer hoe we met elkaar om moeten gaan en is ‘ieder voor zich’ inmiddels standaard. En staat het je niet aan dan zet je gewoon een grote muil op om de ander te overtroeven, het liefst met zo grof mogelijk taalgebruik. Daarom begrijp ik wel dat er steeds meer regeltjes bijgekomen zijn in de jaren want we beginnen afwijkend gedrag te vertonen.

We vragen er zelf om.

Maar soms slaan we in die regeltjes ook weer door. Zo was er een mooie, jonge vrouw die geweigerd werd in een museum in Parijs, het Musée d’Orsay. Want haar decolleté was te diep uitgesneden. Ik heb de foto gezien van deze dame en kan alleen maar zeggen dat zij er fantastisch uitzag in haar kleurrijke jurk. Heel flauw gezegd zag ze eruit als een kunststukje, een Meesterwerk, perfect passend in haar omgeving.

Je kon haar zo inlijsten!

Maar omdat we in 2020 leven liet ik de foto ook zien aan mijn vrouw en een toevallig passerende vriendin. Ze vonden de jurk erg mooi maar toch ook een tikkeltje ordinair. Oké, ik ben als man iets gekleurd misschien en was het niet met ze eens. Mannen laten hun spieren toch ook zien? Ik dacht ineens aan de roerige jaren ’60, aan de seksuele revolutie na de truttigheid en onze eerste kennismaking met het begrip ‘emancipatie.’

Oftewel, de bevrijding voor de vrouw van wettelijke, sociale, politieke, morele of intellectuele beperkingen.

(NB, tijdens het schrijven van dit stukje zijn er rond de 2880 vogels gedood door huiskatten.)

Super Tinus

“Eigenlijk zouden we een praatgroep moeten oprichten.” zei ik tegen Tinus, nadat we tot de conclusie gekomen waren dat onze vrouwen best wel veel praten. We waren even bij hem en zijn vrouw Tineke langsgegaan omdat hij de boel achter huis op een hobbel had. De beschoeiing tussen tuin en sloot moest vervangen worden en ik was wel nieuwsgierig naar dit Deltawerkje.

Dan konden we het er even over hebben.

Maar we kregen de gelegenheid niet. De dames waren zo aan het kwakken dat wij er bij weg moesten lopen om onszelf enigszins verstaanbaar te maken. Het leidde enorm af. Want ik weet van mijzelf dat ik, zodra er meerdere mensen in mijn omgeving aan het praten zijn, niet meer geconcentreerd kan luisteren naar de persoon waar ikzelf mee in gesprek ben. Want dan gaan mijn oren zich spitsen naar wat die anderen zeggen en zie ik op een gegeven moment alleen nog maar een pratend gezicht voor mij waarvan de woorden in het luchtledige verdwijnen…

Terwijl in dit geval, Tinus, een begenadigd spreker is…

Hij kan spreken als de beste. Met humor. En zodra het over een van zijn klussen gaat, vaak hout gerelateerd, wordt hij met elke zin alleen maar enthousiaster. En ik ook. Ik hou van enthousiaste mensen. Dit soort mensen klagen ook nooit en dat waardeer ik weer want er wordt al genoeg geklaagd op deze wereld.

Terwijl Tinus heus wel reden tot klagen heeft.

Zo is hij enige tijd geleden geopereerd aan zijn bovenarm en dat is niet echt een verbetering geweest. Maar hij droeg zijn kruis als een kerel en je hoorde hem er niet over. Hij leerde met de pijn te leven en bleef ondertussen gewoon de mensen in zijn nabije omgeving helpen met klusjes. Zo plaatste hij een dakraam en een schutting en tussendoor maakte hij voor ons een plafondplaat waaraan onze nieuwe lampen gehangen werden. Ja, drie lampen om precies te zijn want die moesten boven de eettafel, een bedenksel van mijn huiskoningin. Wellicht geïnspireerd door een van de vele woonprogramma’s en Pinterest had ze besloten drie lampen daarop te hangen in plaats van gewoon eentje.

‘Oh middernacht, schijn niet één maar dríe lichies op mijn!’ zou Drukwerk dan zingen…

Toch ontschoot hem onlangs wel even een vloek want het ging even vreselijk mis. Hij had een mal gemaakt waarmee precies uitgemeten kon worden hoe ze kwamen te hangen. Daarvoor moest er wel even op de eettafel geklommen worden. Mijn vrouw bood spontaan aan om dat ‘even’ te doen, in eerste instantie natuurlijk omdat ze niet wilde dat Tinus zich aan dit waagstuk zou gaan wagen en ten tweede om te voorkomen dat ik de tafel zou bestijgen. En daarmee doelde ze ongemerkt op mijn overwicht in dit huishouden.

Herstel, overgewicht.

Want de tafel moest wel heel blijven moet ze gedacht hebben. En voordat Tinus en ik het in de gaten hadden vroeg ze Tinus de stoel even vast te houden en het volgende moment zette ze één voet op de tafel. De tafel was hier niet van gediend en helde direct vervaarlijk over bakboord waarna het schip leek te kapseizen. In datzelfde moment spande Super Tinus al zijn spieren, inclusief de uitbehandelde spieren in zijn bovenarm en greep mijn vrouw vast.

Drie seconden later stond ze weer met beide benen op de grond en de tafel stond weer op haar poten.

In plaats van een uithaal als een gillende keukenmeid begon ze keihard te lachen, wat zeg ik, te gieren van het lachen en hierdoor zette ze de lijkbleke aanwezigen behoorlijk te kijk. Tinus hapte naar adem en ik begon haar in mijn doodschrik enorm uit te foeteren.

Ze begon nu nog harder te lachen!

En wanneer zij begint te lachen dan slaat ze ook direct dubbel van het lachen. Letterlijk! Tinus begon zenuwachtig heen en weer te lopen en wist niet meer hoe hij het had. Tegelijkertijd wreef hij over zijn armen want die hadden een beste knauw gehad van de reddingsactie. En in plaats van enig begrip hierover bleef ze maar lachen, ondanks mijn vermaningen waarmee ik haar tot de orde trachtte te roepen. Uiteindelijk werd ze rustig en kon het meten alsnog uitgevoerd worden. Toen dat klaar was vroeg ik of Tinus nog een bakkie koffie wilde maar nee, dat was niet nodig en hij wist niet hoe gauw hij weg moest komen.

Weg van die vrouw die hem zo ontzettend deed schrikken!

Ze riep hem nog na: “Ben je zó geschrokken? Kom maar even bij mij op schoot!” Maar niks daarvan, hoofdschuddend koos hij het hazenpad. Ik rende achter hem aan de tuin uit waar zijn fiets stond, ondertussen mij ruim verontschuldigend voor het gedrag van mijn huisgenote. En ik beloofde hem dat als hij uiteindelijk de plaat zou komen ophangen, ik mijn vrouw uit de buurt van de klus zou houden.

“Kan je dat echt regelen?” zei hij en ik zag in zijn ogen een hoopvolle blik.

Toen hij daags erna de plaat kwam ophangen, keek hij eerst even voorzichtig langs het hor gordijn van onze achterdeur alvorens naar binnen te gaan. Gelukkig was ‘zij’ er niet en hadden we even een moment om er even over te praten. Om het hele horrorscenario nog eens door te nemen om te kijken waar het nou eigenlijk echt misgegaan was.

De conclusie was dat vrouwen gewoon veel praten.

“Omdat zij aan het praten was werden wij afgeleid.” zei ik tegen Tinus. “En jouw Tineke kwekt toch ook de hele dag door?” Tinus knikte instemmend. “Ja, dat klopt. Zij gaat altijd als eerste naar boven als we naar bed gaan en dan loopt ze al pratend naar boven. Ik kom altijd een klein uurtje later om haar nog wat yoghurt met wat fruit te brengen en ik zweer het je, dan praat ze nog!”

“Ja echt hè, dat doet die van mij ook! Ze denkt dat ik continue achter haar aanloop! Sterker nog, ze praat zelfs in haar slaap!”

In de stilte van de herkenning dronken wij zwijgend onze koffie.

 

 

 

 

Wonderlijke krachten

Het waren onrustige nachten afgelopen week. Dat kwam omdat er weer een volle maan op het menu stond. Dit best wel boeiende fenomeen heeft ook mijn aandacht maar mijn huisgenote gaat er helemaal op los. Dat komt waarschijnlijk omdat ze een vrouw is. Een collega van mij wist te vertellen dat de maan vrouwelijk is en de zon mannelijk en dat daarom vrouwen er wat meer mee hebben.

Ik wist dat niet.

Maar dat verklaarde waarschijnlijk wel waarom mijn vrouw er altijd zo enthousiast over is. En onrustig. En hyper de pieper. Toen van de week de maan in volle glorie zich aan ons toonde en ik bij haar in bed wilde stappen, moest ik wegduiken voor het raam wat ze had één helft van de gordijnen niet dichtgedaan. Ik kroop de laatste meters over de grond naar het bed anders zagen de buren mij in Adams’ kostuum voor het raam lopen.

Ik wilde de goede verstandhouding niet verpesten.

Mijn enthousiaste wederhelft snapte mijn reactie niet. “Dit is zooooo lekker zegt ze, in bed liggen en kijken naar de volle maan!” Ik zweeg en draaide mijzelf op de rechterzij waarna zij tegen mij aankroop, lepeltje-lepeltje, ons favoriete start- standje. Ik hield dat vijf minuten vol want het leek wel of ik tegen een bouwlamp aan moest kijken. Man, wat gaf die maan een licht! Ik stapte uit bed en gaf een slinger aan het gordijn waarna ik achter mijn rug direct commentaar hoorde:

“Wat doe je nou?”

“Ik doe het gordijn dicht! Ik kan zo niet slapen met al dat licht wat in mijn bakkes schijnt!” en kroop lichtelijk geïrriteerd weer in bed. “En daarbij, jij hebt er geen last van want je ligt verscholen achter mijn rug…” Klagend over zoveel onrecht draaide zij zich nu mij de rug toe, het standje welke wij meestal pas na een kwartiertje inzetten. Ik kon eerst de slaap niet vatten want de vraag bleef maar in mijn hoofd malen wat vrouwen toch hebben met die maan? Mijn moeder is ook al zo’n liefhebster. Zij vertelde mij regelmatig dat ze weer midden in de nacht haar bed uitgegaan was en op de dijk ging zitten.

Om te kijken naar de maan, in alle rust.

Of ze sleepte mijn vader mee en dan bespraken ze hun gedachtes van dat moment uit over het door het maanlicht verlichte Waddenwater. Romantiek ten top. En misschien was dit ook wel een van de ingrediënten voor de basis van een goed huwelijk, de reden dat ze nog steeds bij elkaar zijn en de reden dat zij nog steeds gek met elkaar zijn. Zou dat het zijn?  Dat vrouwen veel met de maan hebben, vanwege de romantiek die er onlosmakend mee verbonden is? Of komt het nog uit de tijd dat de eerste heksen zich manifesteerden? Die werden ook behoorlijk onrustig wanneer het volle maan was.

Denk aan de plaatjes van een volle maan, met door het beeld een heks op een bezem.

Als je er even naar Googled kom je ontzettend veel informatie tegen over de maan, over haar krachten. Krachten die even de boel uit het ritme halen. Want velen onder ons hebben vaste ritmes, structuur om je staande te houden in het leven. Daar is niks mis mee hoor, ik heb zelf ook vaste gewoontes. Maar je moet wel zorgen dat er wat uitspattingen zijn. Een verjaardag, een vakantie of een spontaan bezoekje brengen aan mensen kunnen even een positieve boost geven. Daarmee schud je de boel op zeg maar, even uit het vaste patroon stappen.

En soms word je opgeschud door anderen!

Zo werden wij in mei ineens oma en opa van een prachtige kleindochter. Ineens werd ik door mensen om mij heen betiteld als ‘opa’ en ja, daar moest ik wel even aan wennen. Mijn vrouw niet, die was er helemaal klaar voor en genoot in al haar nopjes. Twee weken terugkwam ons prinsesje logeren, samen met haar gevolg: moeder, vader en oom.

Vrijdagavond kwamen ze en zondagmiddag gingen ze weer terug naar Den Haag.

Toen ik die zaterdagmorgen zachtjes naar beneden liep om voorbereidingen te treffen voor het ontbijt, werd ik verrast door een prachtig mooi tafereeltje. In de stilte van de nieuwe dag zag ik de jonge moeder in de kamer zitten, met op haar schoot haar dochtertje en ernaast de trotse vader.

Het ontroerde mij.

Waarom? Ja, waarom. In eerste instantie natuurlijk omdat het een liefdevol tafereel was. Twee jonge ouders, nog gekleed in slaap outfit, die volop zaten te genieten van hun mooie dochtertje. Het kindje lag in haar nieuwe pyjamaatje (de avond ervoor nog even snel gekocht door Oma want ‘Dat is zo leuk om te geven..’) te genieten van de liefde van haar ouders en brabbelde er vrolijk op los. Heel even dacht ik ‘Ooopaaaaaaa’ te horen maar dat bleek enkel de wens van de gedachte. Ten tweede ontroerde het mij vanwege de serene stilte in de huiskamer. Er werd zachtjes gepraat maar dat werd opgezogen door de stilte van het moment, zo nu en dan zachtjes onderbroken door de prille geluidjes van het nieuwe leven.

Zelfs mijn zoon was stil!

Maar het ontroerde mij misschien ook wel omdat het je weer op de feiten drukt. Een nieuw hoofdstuk, deze keer echt tastbaar want er zat geen digitaal schermpje tussen. Dat besefte ik nadat de kleine meid in mijn armen werd gelegd. Zij keek mij aan en we hadden één op één contact. Ik voelde krachten in mij loskomen waar ik even aan moest wennen.

Maan versus Zon zeg maar.

Krachten waar ik geen vinger achter kan leggen. Ik heb enkel de wetenschap dat de maan wat doet met ons mensen want daar zijn de meeste deskundigen het wel over eens. Door mijn kleine onderzoekjes op het WereldWijde Web weet ik wél dat het 1 oktober weer volle maan is. Ik heb een notitie gemaakt in mijn agenda zodat ik niet voor verrassingen kom te staan.

Dat ik nu precies weet wanneer ik mijn pyjama aan moet doen!

 

Het seizoen is geopend!

Het bladblaasseizoen lijkt dit jaar vroeg te beginnen. Met van de week de eerste herfstdag in de zomer zag ik ook de eerste bladblazer alweer aan het werk. Normaal gesproken heb ik een hekel aan die dingen. En dan met name het geluid wat ze voortbrengen. Menig uitslaap dag werd verpest doordat iemand ’s morgensvroeg al begon te blazen. En die dingen lijken zich razendsnel te vermenigvuldigen want tegenwoordig lijkt het wel of iedereen zo’n ding heeft.

Iedereen?

Nee, één huishouden in Winschoten nog niet. Nog niet inderdaad, maar de druk wordt groter en groter. Want de ene helft van dit huishouden wil een bladblazer en de andere helft wil niet zo’n ding.

Drie keer raden wie..

Vroeg in dit jaar was ik bijna overstag gegaan. De Aldi had van die dingen te koop en in een vlaag van verstandsverbijstering stelde ik ineens aan mijn vrouw voor om er daar eentje te kopen. Want naast de gezellige prijs van dit ding was het ook nog een draadloze en geheel elektrisch. Qua geluid dus ‘uitslapers’ vriendelijk. Mijn vrouw maakte in haar hoofd een vreugdesprongetje want ze wist dat zij het vooral niet moest laten merken. Zij was allang klaar met al dat spul wat steeds van de bomen in onze tuin viel, de zaden van de Iep naast ons huis. Ook ik had mij gestoord aan dat spul want je liep het telkens naar binnen. En je kon er niet tegenaan vegen. Het kwam ook in mijn irritatiezone…

En ja, in de herfst kwam de rest van de boom naar beneden!

Om de koe maar direct bij de horens te vatten stonden we even later bij de winkel. Omdat het regende bleef zij in de auto zitten en ik beloofde haar met een bladblazer terug te komen. Voor in de winkel stond een hele stapel bladblazers maar de accu’s die ervoor nodig waren lagen in de winkel. Na een speurtocht tussen al het gebodene kwam ik bij navraag bij een van de medewerkers erachter dat de accu’s op waren.

Ik zag dat als een teken.

“We lenen die van je vader wel!” zei ik resoluut terwijl ik behoorlijk nat van de regen weer instapte. “Of we kijken nog wel even bij andere bladblazerwinkels.” Vrouwlief zweeg, ze wist dat een leven met een bladblazer weer even ver was dan in het leven ervoor. En ja, hij had ook wel gelijk, we konden die van haar vader ook wel lenen. De rest van het jaar werd er niet meer gesproken over een bladblazer en we leefden nog lang en gelukkig.

Ondanks de vele bladblazers (én de hogedrukspuiten) die onze buurt rijk is.

Door die vroege bladblazer die ik van de week spotte zit ik nu alweer met mijn hoofd in herfstsferen. Dat komt ook door al dat negativisme op de wereld. Ik begrijp dat niet. Terwijl mensen om ons heen dagelijks moeten knokken tegen de verwoestende werking van ziektes of geliefden veel te vroeg verliezen door een ongeluk, zie je een deel van de mensheid continu overal tegenaan trappen. Dwarsliggers die op een agressieve manier hun mening proberen op te dringen en daarmee vergeten te doen waarvoor ze ooit op de wereld gezet zijn.

En dat is leven.

Ook ik weet donders goed dat ik mij druk maak om niks wat betreft die bladblazers. Ik ga dan ook geen Facebook pagina beginnen met bijvoorbeeld de titel ‘Bladblazerwaanzin’. Of naar Den Haag om daar te demonstreren tegen bladblazers en aanverwante irritante artikelen. Want er hebben zo ontzettend veel mensen in dit land baat bij een goede bladblazer en ja, waarom zou ik hun leefgenot dan dwarsbomen.

Nee, ik probeer juist nu meer van het leven te genieten. Bijvoorbeeld door weer eens boswandelingen te maken. Maar dan moet je tegenwoordig wel goed uitkijken waar je loopt want er is iets raars aan de hand. De bossen worden namelijk tegenwoordig bezocht door zogenaamde ‘bospoepers’. Dit zijn mensen die vanwege de Corona beperkingen ineens weer het bos ingaan en er dan achter komen dat er in die bossen geen toiletten zijn.

Nou ja zeg, dat is raar!

Want waar ze voorheen altijd heengingen waren er altijd toiletten aanwezig, vaste of mobiele maar je kon er om een boodschap gaan zeg maar. En wat moet je dan als de nood hoog is? Juist, dan laat je je broek zakken en ga je je kunstje draaien in de volle natuur. Het boswachtersgilde wist zelfs te vertellen dat sommigen de gedachte hebben dat ze met hun ‘gift’ de natuur een groot plezier doen.

Nou, daar denkt de natuur echt anders over!

En de boswachters ook. En de mensen die al hun hele leven door de bossen lopen ook. Het is gewoon goor, vies en abnormaal. Of hebben deze mensen teveel naar die survival programma’s op National Geographic gekeken? Je weet wel, die programma’s dat ze zo’n Super Padvinder volgen met een camera in een afgelegen gebied. Je ziet dan dat die gasten zich voeden met wat de natuur hen geeft, zoals bijvoorbeeld van die dikke, witte wormen. Volgens de voice-over is die worm zeer eiwitrijk en voedzaam. En vervolgens komen de sprinkhanen, mieren en andere veel voorkomende griezels aan de beurt en zien we de ‘overlever’ het ongedierte wegspoelen door te drinken uit een brandschoon bosbeekje.

En als de camera gestopt is schuiven ze snel aan bij de maaltijd voor de crew…

Maar je ziet ze nooit poepen en dat zal wellicht te maken hebben met onze beschaving. Daarom is het wel raar dat onze bossen onder gescheten worden. Tuurlijk, soms kan je ‘huishouden’ door bepaalde omstandigheden in de war geraakt zijn waardoor de controle even weg is. Maar graaf dan een kuil! En veeg de boel dan af met een toevallig voorbijkomend konijn of eekhoorn in plaats van tissues of van die zogenaamde ‘natte’ doekies waarmee je tegenwoordig ook je winkelwagentje mee moet schoonmaken.

Je zou haast zeggen dat deze bospoepers met voorbedachten rade naar het bos gaan..

Oké, dat scheelt thuis wel weer irritaties!

 

 

 

 

 

 

 

 

Het bladblaasseizoen lijkt dit jaar vroeg te beginnen. Met van de week de eerste herfstdag in de zomer zag ik ook de eerste bladblazer alweer aan het werk. Normaal gesproken heb ik een hekel aan die dingen. En dan met name het geluid wat ze voortbrengen. Menig uitslaap dag werd verpest doordat iemand ’s morgensvroeg al begon te blazen. En die dingen lijken zich razendsnel te vermenigvuldigen want tegenwoordig lijkt het wel of iedereen zo’n ding heeft.

Iedereen?

Nee, één huishouden in Winschoten nog niet. Nog niet inderdaad, maar de druk wordt groter en groter. Want de ene helft van dit huishouden wil een bladblazer en de andere helft wil niet zo’n ding.

Drie keer raden wie..

Vroeg in dit jaar was ik bijna overstag gegaan. De Aldi had van die dingen te koop en in een vlaag van verstandsverbijstering stelde ik ineens aan mijn vrouw voor om er daar eentje te kopen. Want naast de gezellige prijs van dit ding was het ook nog een draadloze en geheel elektrisch. Qua geluid dus ‘uitslapers’ vriendelijk. Mijn vrouw maakte in haar hoofd een vreugdesprongetje want ze wist dat zij het vooral niet moest laten merken. Zij was allang klaar met al dat spul wat steeds van de bomen in onze tuin viel, de zaden van de Iep naast ons huis. Ook ik had mij gestoord aan dat spul want je liep het telkens naar binnen. En je kon er niet tegenaan vegen. Het kwam ook in mijn irritatiezone…

En ja, in de herfst kwam de rest van de boom naar beneden!

Om de koe maar direct bij de horens te vatten stonden we even later bij de winkel. Omdat het regende bleef zij in de auto zitten en ik beloofde haar met een bladblazer terug te komen. Voor in de winkel stond een hele stapel bladblazers maar de accu’s die ervoor nodig waren lagen in de winkel. Na een speurtocht tussen al het gebodene kwam ik bij navraag bij een van de medewerkers erachter dat de accu’s op waren.

Ik zag dat als een teken.

“We lenen die van je vader wel!” zei ik resoluut terwijl ik behoorlijk nat van de regen weer instapte. “Of we kijken nog wel even bij andere bladblazerwinkels.” Vrouwlief zweeg, ze wist dat een leven met een bladblazer weer even ver was dan in het leven ervoor. En ja, hij had ook wel gelijk, we konden die van haar vader ook wel lenen. De rest van het jaar werd er niet meer gesproken over een bladblazer en we leefden nog lang en gelukkig.

Ondanks de vele bladblazers (én de hogedrukspuiten) die onze buurt rijk is.

Door die vroege bladblazer die ik van de week spotte zit ik nu alweer met mijn hoofd in herfstsferen. Dat komt ook door al dat negativisme op de wereld. Ik begrijp dat niet. Terwijl mensen om ons heen dagelijks moeten knokken tegen de verwoestende werking van ziektes of geliefden veel te vroeg verliezen door een ongeluk, zie je een deel van de mensheid continu overal tegenaan trappen. Dwarsliggers die op een agressieve manier hun mening proberen op te dringen en daarmee vergeten te doen waarvoor ze ooit op de wereld gezet zijn.

En dat is leven.

Ook ik weet donders goed dat ik mij druk maak om niks wat betreft die bladblazers. Ik ga dan ook geen Facebook pagina beginnen met bijvoorbeeld de titel ‘Bladblazerwaanzin’. Of naar Den Haag om daar te demonstreren tegen bladblazers en aanverwante irritante artikelen. Want er hebben zo ontzettend veel mensen in dit land baat bij een goede bladblazer en ja, waarom zou ik hun leefgenot dan dwarsbomen.

Nee, ik probeer juist nu meer van het leven te genieten. Bijvoorbeeld door weer eens boswandelingen te maken. Maar dan moet je tegenwoordig wel goed uitkijken waar je loopt want er is iets raars aan de hand. De bossen worden namelijk tegenwoordig bezocht door zogenaamde ‘bospoepers’. Dit zijn mensen die vanwege de Corona beperkingen ineens weer het bos ingaan en er dan achter komen dat er in die bossen geen toiletten zijn.

Nou ja zeg, dat is raar!

Want waar ze voorheen altijd heengingen waren er altijd toiletten aanwezig, vaste of mobiele maar je kon er om een boodschap gaan zeg maar. En wat moet je dan als de nood hoog is? Juist, dan laat je je broek zakken en ga je je kunstje draaien in de volle natuur. Het boswachtersgilde wist zelfs te vertellen dat sommigen de gedachte hebben dat ze met hun ‘gift’ de natuur een groot plezier doen.

Nou, daar denkt de natuur echt anders over!

En de boswachters ook. En de mensen die al hun hele leven door de bossen lopen ook. Het is gewoon goor, vies en abnormaal. Of hebben deze mensen teveel naar die survival programma’s op National Geographic gekeken? Je weet wel, die programma’s dat ze zo’n Super Padvinder volgen met een camera in een afgelegen gebied. Je ziet dan dat die gasten zich voeden met wat de natuur hen geeft, zoals bijvoorbeeld van die dikke, witte wormen. Volgens de voice-over is die worm zeer eiwitrijk en voedzaam. En vervolgens komen de sprinkhanen, mieren en andere veel voorkomende griezels aan de beurt en zien we de ‘overlever’ het ongedierte wegspoelen door te drinken uit een brandschoon bosbeekje.

En als de camera gestopt is schuiven ze snel aan bij de maaltijd voor de crew…

Maar je ziet ze nooit poepen en dat zal wellicht te maken hebben met onze beschaving. Daarom is het wel raar dat onze bossen onder gescheten worden. Tuurlijk, soms kan je ‘huishouden’ door bepaalde omstandigheden in de war geraakt zijn waardoor de controle even weg is. Maar graaf dan een kuil! En veeg de boel dan af met een toevallig voorbijkomend konijn of eekhoorn in plaats van tissues of van die zogenaamde ‘natte’ doekies waarmee je tegenwoordig ook je winkelwagentje mee moet schoonmaken.

Je zou haast zeggen dat deze bospoepers met voorbedachten rade naar het bos gaan..

Oké, dat scheelt thuis wel weer irritaties!

 

 

 

 

 

 

 

 

Van alle markten thuis..

We leven in een tijd dat de man/vrouw/gender neutrale gelijk zouden moeten zijn. Dat proces is al een ‘tijdje’ aan de gang, weliswaar met vallen en opstaan maar we doen ons best. Als je daarin kan berusten dan komt het uiteindelijk wel weer goed. Dat is eigenlijk met alles zo. Daarnaast valt het kwartje bij de één nu eenmaal sneller als bij de andere. Als ik even naar mijzelf kijk was ik ook niet zo’n snuggere leerling. 

Ik had bijvoorbeeld nooit geleerd hoe ik moet strijken!

Ja, nu ken ik het wel maar het heeft ruim 48 jaar geduurd. Dat was nadat ik weer op mijzelf kwam te wonen, na mijn scheiding. Natuurlijk had ik wel eens bij de strijkplank gestaan maar de finesse van het strijken was voor mij net zo onduidelijk als destijds de uitleg van mijn wiskundeleraar op de MAVO, over een moeilijke som. Ik was van de categorie ‘ik stond erbij en ik keek ernaar’, het kwartje wilde toen al niet vallen. Maar tijden veranderen en ook ik probeer mee te veren met de veranderingen die in elk leven voor zullen komen. Want als je dat niet doet verzuur je en sta je ineens totaal respectloos en agressief een Haagse agent verbaal aan te vallen. Alsof hij of zij de veroorzaker is van de reden dat jij demonstreert….

Met andere woorden: Het leven is een feestje maar je moet wel zelf de slingers ophangen!

Het strijken leerde ik op veilige afstand, wij waren zeg maar de Covid proof. Ik stond in Den Haag voor de strijkplank en via een ‘livestream’ had ik contact met mijn vriendin, nu echtgenote, in Winschoten. Zij vertelde mij dan hoe ik T-shirts, overhemden en broeken moest strijken en, op zich een leuke bijkomstigheid, hoe ik het op moest vouwen. Ja, ik beken. Ik beken dat ik kan strijken. En om alle vooroordelen direct maar even de kop in te drukken:

Aan de ene kant van de strijkplank stond een glas whisky en aan de andere kant de asbak met peuk!

Dat werkte prima. Maar ook de aanmoedigingen van mijn Leermeesteres aan de andere kant van de digitale stream gaf mij enorm veel zelfvertrouwen. Vanaf die tijd draaide ik mij niet om als er gestreken moest worden en stond ik mijn mannetje om deze huishoudelijke taak uit te voeren. Maar tussen de strijkbeurten door ontstond er toch een klein probleempje. En dat probleempje ontstond niet alleen hier in huis maar ook in andere huishoudens. En daardoor werd het een landelijk probleem en tevens een struikelblok voor al die geëmancipeerde mannen die mee wilden gaan met hun tijd. 

Want de dames vonden dat wij het niet goed deden!

Die dames hadden geen vertrouwen in een goed afloop. Sla de Libelle, de Linda of de Margriet of de Viva er maar op na: ze doen het liever zelf want dan weten ze tenminste dat het goed gebeurt. In de praktijk, ik vertel nu uit eigen ervaring, bleek dat het linker kraagje van het poloshirt ‘vergeten’ was. Of er zat toch nog een kreuk in dat ene overhemd. Dat klopte. Dat was mijn werkoverhemd. Maar ik wist dat er een trui over gedragen werd dus ach, dat kreukje ziet niemand. Soms gaat de strijkbout sneller dan het geluid omdat ik graag sneller en sneller wil want dan kan ik daarna weer een ander huishoudelijk klusje doen.

Grapje!

Toch is het best wel irritant voor ons mannen dat vrouwen zo doen. En mocht je geen opmerking krijgen over het strijkwerk dan maken ze wel opmerkingen over onze vouwkunsten. Want een handdoek opvouwen is niet een handdoek opvouwen maar een kunstwerk. Nu moet ik toegeven dat vrouwen briljant zijn met vouwen. Moet je maar eens opletten als je in een kledingwinkel bent. Dan ben je het ene na het andere aan het passen en de berg met gepaste kleding wordt groter en groter. Nadat de keuzes gemaakt zijn loop je met de berg kleding naar de kassa en dan begint het.

Een cursus kleding vouwen.

Ook hier sta ik erbij en ik keek ernaar maar hoe het moet dringt niet tot mij door. Het is wiskunde en wiskunde is logica maar ik zie het niet. Ik kijk dan altijd maar wat rond of ik probeer de dame die mijn gekozen kleding aan het opvouwen is af te leiden door grapjes te maken of over een actueel onderwerp te beginnen. Over dat Den Haag overspoeld wordt door demonstranten de laatste tijd. En de Scheveningers overspoeld worden door dagjesmensen en dat ze daarom zelf uren in de file komen te staan als ze uit hun werk komen. En dat al die mensen niet in de gaten hebben dat er meer is in het leven dan door te blijven zeiken over de door de regering opgelegde maatregelen tegen corona of dat er meer kuststroken zijn waar je op het strand kan zitten zonder uren in de file te staan. 

En ze was het eens want ook winkeliers hebben te maken met die grote smoelen.

En vervolgens kreeg ik een tas mee met keurig opgevouwen nieuwe kleding, plus een glimlach. Gratis. Voor niks. Of niet helemaal voor niks, ik kreeg de glimlach omdat ik haar respecteerde. Bij mij thuis wordt er ook veel gelachen en zo nu en dan krijg ik ook een glimlach toegeworpen. Bijvoorbeeld nadat ik een klusje gedaan heb. Van de week moest ik op de ‘babykamer’ van onze kleindochter een lampje en een kapstokje ophangen want dit weekend komt ze met haar ouders. Het verzoek was maandag al ingediend maar ik heb altijd even wat denktijd nodig alvorens ik aan de slag ga.

Voor een zogenaamd ‘Plan van Aanpak’.

Vrijdagmorgen rond elf uur was de klus geklaard en riep ik enthousiast “Kama-jaja-jippie-jippie-jeey!!” In het kielzog van deze klus besloot ik direct maar even om wat overhemden weg te strijken en diezelfde avond werd alles gekeurd door Hare Majesteit de Keurmeesteres zelf. 

Het babykamer klusje werd goedgekeurd. 

Wat betreft het strijkwerk kreeg ik slechts een glimlach…

 

  

Als de temperaturen stijgen….

Na het drinken van de zoveelste fles water heb ik het gevoel dat er binnen in mij een aquarium aan het ontstaan is. Ik hoef enkel nog wat visjes naar binnen te slurpen en mijn eigen aquarium is een feit. Mijn favoriete visje is toch wel de sluierstaart goudvis, die zwemt altijd zo sierlijk en dat kriebelt lekker van binnen.

Voorgaande is typisch een geval dat de mens raar gaat doen als de temperaturen stijgen.

Veel water drinken was het advies maar niet teveel blijkt wel. Toch hield ik mij er maar aan want deze hitte is niet aan mij besteed, ik voel mij er ook doodongelukkig bij. ’s Avonds kwam ik pas weer tot leven en kon ik zelfs redelijk genieten van het buiten zitten. Redelijk, omdat de aanvallen van enkele gesjeesde bloedslurpende muggen mij zwaar irriteerden. Of nog erger, aangevallen worden door die blauwe gore vliegen!

Van ‘eigen kweek’, geproduceerd in onze eigen containers…

Ik heb niks met die hitte! Toch heb ik één keer in mijn leven dit soort warmte opgezocht, dat was een vakantie naar  Spanje, Llagostera. Dit land was toen zeer geliefd onder de Nederlanders en massaal vierden men daar de vakanties. Zelfs de Vakantieman, Frits Bom, maakte vanuit Spanje programma’s over vakantie vierend Nederland, inclusief het hilarische onderwerp ‘de Vakantie- Landkaart’.

Wij zaten in een huisje op ‘maar’ twintig minuten rijden van het strand.

Maar dan moest er eerst wel even 1400 kilometer met de auto afgelegd worden alvorens ik mij kon laven aan het beloofde strand, aan de Middellandse Zee. Op zich was dat wel een openbaring voor mij want dit water was zo helder als glas. Maar doordat ik hier zo van onder de indruk was, had ik niet in de gaten dat de zon volop bezig was met het bestoken van mijn spierwitte lijf. Ik deed op die eerste dag allemaal stranddingen zoals volleyballen, zandkastelen bouwen, Beach ballen, snorkelen en voetballen. Er ging voor mij een wereld open en ik genoot met volle teugen.

Daarna kon ik de rest van de vakantie alleen nog maar stilzitten onder een parasol..

Als een kreeft was ik. Verbrand van top tot teen. Dat was mijn eerste ervaring met warmere oorden en tevens mijn laatste. Alle vakanties erna verbleef ik ‘gewoon’ binnen de landsgrenzen en ik vermaakte mij prima door het prettige klimaat wat wij hier hadden, het zogenaamde milde zeeklimaat. Hadden ja, want de laatste jaren lijkt het wel of we opnieuw veroverd dreigen te worden door de Spanjaarden want de zomers hier zijn snikheet. Een vervolg op de 80 jarige oorlog wellicht. Het mediterrane klimaat breidt zich uit over Europa. Want we hebben nu al een aantal zomers achter elkaar de ene hittegolf na de andere en dat maakt mij best wel nerveus. Om het Spaans benauwd van te krijgen!

Daarom probeer ik nu te leven als een Spanjaard.

Zo stond ik op mijn vrije dagen extra vroeg op om volop te kunnen genieten van de ochtend ‘koelte’. Vervolgens deed ik de nodige boodschappen en ging dan snel weer naar huis. Na het middaguur begon mijn siësta, dan trok ik mij een poosje terug in de slaapkamer met mijn ventilator. Deze zeer gewaardeerde aankoop stond de hele dag aan. Als we buiten gingen eten sleepte ik het ding de tuin in en richtte ik ‘m op de eettafel zodat het insectengespuis even elders konden gaan klieren. En zodra we naar bed gingen nam ik ‘m mee naar de slaapkamer waarna de kunstmatig opgewekte wind ons de lakens van de billen blies. Natuurlijk is de ventilator niet geruisloos, wat heet, maar ik sloot mij er gewoon voor af door de ogen dicht te doen en net te doen alsof ik op het strand lag.

Maar dan zonder meeuwengekrijs.

Wij waren niet de enigen die zo de strijd aangingen met de hitte, hoor. Overal om ons heen hoorden we van dit soort verhalen. En naast de mens leken ook de vogels last te hebben van de warmte. Normaliter vliegen hier achter huis hele zwermen mussen maar die zie ik al dagen niet meer. Zelfs nadat ik de quicheschaal (zie ook: https://www.oldambtnu.nl/2019/08/11/column-stille-boel/) weer tevoorschijn gehaald had om zo een zwembadje voor ze te creëren op het schuurdak, lieten ze zich niet zien. Enkel de familie Ekster maakte hier opnieuw dankbaar gebruik van en zij plonsden en dronken er lustig op los.

Maar we zijn die hitte niet gewend.

De basis voor irritaties. Want met het stijgen van de temperaturen zie je de lontjes van verdraagzaamheid ook korter worden. Op (A) Social Media vechten allerlei kampen met elkaar over hun gelijk want we pikken immers niks meer en zelfs de jeugd van Giethoorn deed van zich spreken omdat ze de toeristen ‘terroriseerden’ met bommetjes vanaf de bruggen.

De warmte lijkt ook de ouderwetse humor verdreven te hebben.

En natuurlijk grijpen de populisten ook hun kans (bij gebrek aan echt goede ideeën). Zij maken dankbaar gebruik van verschrikkelijke moorden in dit land of een statement van een Amerikaans bedrijf, om precies te zijn Facebook. Dit medium wil verbinden maar raakt steeds meer betrokken bij het ontbinden, of nog erger, ontwrichten van een maatschappij. Het begint een kotsbak te worden voor onderbuikgevoelens en haat, gevoed door afgunst en een tekort aan empathisch vermogen.

Ik heb een goede raad: Hef  je account op bij Facebook als je jezelf niet kunt vinden in hun regels. Wellicht bereik je daar dan wel wat mee in plaats van altijd maar weer die boosheid in de reacties te moeten melden.

Dat scheelt een hoop ergernis én tijd.

En die tijd kan dan weer gebruikt worden om ons mooie Nederland te herontdekken zoals al velen onder ons dit jaar gedaan hebben. In plaats van vakantie vieren ver over de grenzen blijven ze nu in eigen land. Voor sommigen is het een hernieuwde kennismaking met hun roots en de identiteit waar populisten steeds maar weer mee aan de haal gaan.

In ons egoïsme willen we die identiteit nog wel eens vergeten.

We zijn immers op vakantie!

Wat hangt er nou aan mijn fiets?

Na jaren van verzet ben ik nu ook om. ‘Na jaren van koppigheid’, althans, dat zegt mijn vrouw. En dan zeg ik weer ‘Dat zie je verkeerd. Het is na jaren van achter je principes staan.’

Discussies die de relatie spannend houden zeg maar.

In dit geval ging het om het wel of niet voor een elektrische fiets te kiezen. Ik was steeds tegen omdat ik juist vind dat wij, mensen, steeds minder bewegen. We verplaatsen ons steeds vaker met hulpmotor waardoor de spierkrachten die ons lichaam huisvest, steeds minder aan het werk hoeven. En daardoor verslappen en soms zelfs gaan hangen. Ik heb dat aan den lijve ondervonden nadat ik niet meer dagelijks naar mijn werk fietste. Dat deed ik op een ‘gewone’ fiets, maar wel eentje die lekker sportief oogde en reed.

Daarbij droeg ik ook flitsende fietskleding!

Zo’n strak broekie met inlegzeem, een wielrenshirt en een fietshelm. Ik fietste dan op mijn hardst en haalde menig E-biker met gemak in. Wel had ik dan het snot om de oren zitten terwijl de E-bikers met een grijns op hun gezicht zaten te genieten van het gemak van de accu. Ik kwam dan zeiknat van het zweet op mijn werk aan maar gelukkig waren er mogelijkheden om te douchen. En wanneer ik dan door de gangen naar de kleedkamer liep, kreeg ik lovende opmerkingen van de dames in de kantoren naar mijn kuiten geslingerd.

Inmiddels is het wat dát betreft alweer wat jaartjes stil….

Dat was voor mij best wel een belangrijke reden om zo te blijven fietsen. Zo ijdel ben ik dan ook wel weer. En in hoeverre zijn deze fietsen dan nog duurzaam? Want de productie van accu’s verdient absoluut niet de schoonheidsprijs. Maar ik heb er wel alle vertrouwen in dat daar wel weer een oplossing voor gevonden zal worden.

Door de Willy Wortels onder ons.

Toch begon mijn standpunt over de ‘elektrische fiets’ steeds meer te kraken. Want de E-bike geeft mensen die niet meer op eigen kracht kunnen fietsen de gelegenheid om toch weer met de tweewieler de weg op te gaan. En stel, je woont in een open gebied zoals hier in het mooie Groningen, dan ben je maar wat blij als je wat hulp krijgt wanneer je tegen windkrachtje 5 of 6 in moet fietsen. Dat voelt dan weer net zoals vader of moeder je als kind bij de nek pakte, precies genoeg om later hier met plezier aan terug te denken.

Het hek ging van de dam nadat mijn echtgenote ook een E-bike had aangeschaft.

Want die vloog ineens over de fietspaden en ik moest alle zeilen bijzetten om bij te blijven. Voorheen vond ik samen een stukje fietsen best wel fijn maar sindsdien nam mijn enthousiasme af met elke fietsbeurt. Natuurlijk liet ik dat niet merken maar zij merkte het wel! Niet omdat ik haar niet bij kon houden, nee dat lukte wel, maar het was meer omdat er steeds minder gepraat werd tijdens het fietsritje.

Dat kwam omdat ik steeds achter adem was…

En elke keer als ze thuiskwam van een fietsritje vertelde ze enthousiast hoe heerlijk ze het gevonden heeft, mij als chagrijnige toehoorder… Wanneer wij het erover hadden om ook mij elektrisch te laten fietsen, toverde ik nog een zwak argument uit de hoge hoed. Zwak, want fietsen zou goed wezen voor ‘de lijn’ zei ik dan. Maar als ik al die heren zie fietsen met dezelfde buikomvang als ik dan vraag ik mij af of het waarheid is. Het enige wat ik kan bedenken is dat je dan wat conditie opbouwt.

Oké, en een paar aantrekkelijke kuiten wellicht.

Daarbij zijn die wielrenners steeds vaker doelwit van agressie van mede fietspadgebruikers. Of andersom, dat de medefietspadgebruikers weer boos zijn op de wielrenners. Onder die mede fietspadgebruikers zitten tegenwoordig ook heel veel E-bikers. En die gaan snel, heel snel en daar moet iedereen nog best aan wennen. En zie hier de basis van nóg meer boosheid. Het heeft natuurlijk ook met het tijdsbeeld te maken waarin we leven. Iedereen ìs of wordt boos op elkaar. Het spreekwoord: ‘Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd’ is ondergeschoven door een nieuw spreekwoord:

‘Een dag niet boos geweest is een dag niet geleefd!’

Best raar als je kijkt in wat voor luxe we in dit land leven… Maar eerlijk gezegd kan ik soms ook boos worden hoor, op medeweggebruikers. En op die complotdenkers die ineens uit alle hoeken en gaten komen, opgehitst door mafkezen die doorslaan in het extreme. Of gewoon boos worden op medehuisgebruikers. In mijn geval is dat mijn vrouw. Die lift altijd mee op mijn behoeftes. Ik pak iets en dan wil zij het ook. Ik doe iets en moet ik het ook voor haar doen. Bijvoorbeeld als ik koffie pak dan wil zij ineens ook. En dan niet een gewone koffie, nee, dan wil ze een ‘veel-meer-werk’ cappuccino. Ze wacht eigenlijk net zolang totdat ik opsta om koffie te pakken. Hoogst irritant. Of als ik mijn bril even in een sopje leg omdat de glazen ‘glerig’ zijn, dan loopt ze rustig langs en legt zonder wat te zeggen haar bril naast mij neer.

Je zou haast gaan denken dat het om een complot gaat….

Maar ik ben nu ook om wat de E-bike betreft en de bestelling is geplaatst. Want het laatste stukje verzet wat nog in mij zat, verloor ik onlangs op Terschelling na drie dagen rondscheuren op een elektrische huurfiets. Dat ging waarachtig best makkelijk! Maar dat vertelde ik natuurlijk niet aan haar want dat valt onder de categorie ‘toegeven’.

En dat doen wij mannen niet graag.

Maar ook vanwege het vooruitzicht dat we voortaan wat verder van huis kunnen fietsen in plaats van slechts een rondje Oldambtmeer. Ik moet alleen nog wel wat geduld hebben want de productie heeft coronavertraging opgelopen dus ik zal nog even op eigen kracht moeten.

Ik heb dus nog even om aan mijn kuiten te werken!

 

Rare tijden

Tuinesie en Hintergarten zijn momenteel zeer gewilde vakantiebestemmingen. Dat merk ik ook in onze wijk. Kon het voorheen midden in de zomer nog doodstil zijn, nu is dat wel even anders. Overal hoor je stemmen of spelende kinderen en zelfs de caravans die bij huis ingericht moeten worden voor de vakantie, ontbreken in het straatbeeld.

De zoveelste rare gewaarwording in dit jaar.

Het houdt niet op, kijk naar de discussie ‘mondkapjes.’ Ooit zag ik die dingen in het openbaar gedragen worden in landen met veel smog of in ziekenhuizen. En nu heb ik er zelf een. Eentje van zwarte stof, gekocht in Duitsland notabene want daar móet je ze dragen in de winkels en horecagelegenheden.

Ik snap nu ook wel waarom die Duutsers toch maar steeds weer naar ons toekomen.

Wij hebben immers (nog) niet de mondkapjes plicht. Bij ‘ons’ kun je nog in winkels rondlopen zonder dat je bril beslaat of dat je het Spaans benauwd krijgt. En met het uur dat wij onherkenbaar de Duitse winkels betraden, steeg mijn bewondering, respect en ontzag voor al die mensen die dagelijks met een mondkapje hun werk moeten doen.

Dat zou toch al genoeg reden zijn om je te houden aan de RIVM-regels?

Maar het blijven rare dingen hoor! Het mondkapje wat ik heb doet mij denken aan die onderbroekjes voor honden. Kleine hondjes dan welteverstaan. Lang geleden heb ik een hondje gehad, een Maltezer. Een teefje in de kleur wit. Een collega had een nestje en aangezien ik toen in de kleine kinderen zat kon er ook nog wel een kleintje bij. De gebruiksaanwijzing had ik, zoals mannen altijd verweten worden, vluchtig gelezen. Ik gaf het beestje eten, liet haar minimaal drie keer per dag uit en zo nu en dan mocht ze onder de douche.

En om de paar maanden kreeg ze een knipbeurt.

Tot zover niks loos. Tot ik ineens bloedvlekjes op het vinyl vond. Daar had ik dus niet bij stil gestaan dat teefjes gaan lekken. Maar zoals verwacht in een land waar alles en dan ook echt alles geregeld is, hadden ze daar al een oplossing voor bedacht.

Juist, een hondenonderbroek!

Als ik daar nu aan terugdenk dan lijkt zo’n broekje verdacht veel op het mondkapje welke ik onlangs voor mijn mond bond… Je zou je maar vergissen! En Maltezer Shebeth is al een tijdje geleden gaan hemelen na het bereiken van de respectabele leeftijd van twaalf jaar. De jongens hebben haar begraven en als ik het goed begrepen heb mét haar onderbroekje aan.

Maar het zijn rare tijden.

Zo vertelde mijn vader laatst dat Kinnum, het gehucht op Terschelling waar zij wonen, Westelijk gelegen lag op ’t eiland. Aangezien mijn geografisch inzicht hier op het vaste land te wensen overlaat, was ik op Terschelling mij altijd zeer bewust van Noorden, Oosten, Zuiden en Westen. Dat was ook niet zo moeilijk want je hebt aan de ene kant van het eiland West-Terschelling en aan de andere kant Oosterend. Noord en Zuid waren dan niet zo moeilijk aan te wijzen. Maar nu bracht mijn vader mij op een dwaalspoor met zijn opmerking want in mijn beleving ligt het zuidelijk. “Maar Pa, de Randstad. Dat is toch het Westen?” Zonder ook maar even te verblikken of te verblozen zei hij:

 “Ja, maar dat is anders. Dat is het Wilde Westen!”

Tja, daar heeft hij een punt. Vooral omdat daar het virus weer de kop lijkt op te steken. Ook weer niet zo gek met zo’n dichte bevolkingspopulatie. Een populatie met veel Bekende Nederlanders die tegenwoordig ook hun deskundige meningen mogen geven aan ons, klootjesvolk. Staand achter een desk of via Instagram houden ze ons op de hoogte van de criminaliteit, de kleding van de Koningin en haar dochters, de verstandhouding tussen Andre jr. en zus Roxeanne, de verstandhouding tussen Andre jr. en moeder Rachel, het miljoenen huis van Marco Borsato en over de soap rondom het roddelprogramma Veronica Inside.

En ze hebben, uiteraard, ook nog een mening over Covid 19.

Meningen die dan weer klakkeloos overgenomen worden door hun volgers. Over klakken gesproken, mijn vrouw begon ook ineens raar te doen. Tenminste, dat is mijn mening. Zij denkt er wellicht anders over. Want van de week, midden in de nacht, hoorde ik haar praten in haar slaap en ineens dat klakgeluid maken waarmee je een paard aanspoort te gaan lopen. Dat ging zo: “Tsjik, tsjik, kom maar!” Eerst dacht ik dat ik het niet goed gehoord had, dat ikzelf in een droom zat maar ze draaide zich ineens om en opnieuw maakte ze die geluiden:

“Tsjik, tsjik, tsjik, tsjik, kom maarrrr..”

Je begrijpt, ik stond binnen enkele seconden naast het bed en deed het licht aan. Geschrokken bekeek ik de situatie: “Wat heb ik nou allemaal in mijn bed liggen?” Nadat mijn ogen gewend waren aan het licht zag ik tot mijn grote opluchting enkel mijn vrouw in bed liggen. Geen paard te bekennen of iets wat kan reageren op tsjik tsjakkies. Of droomde ze over een hond die ze wil, een Labradoodle? Enigszins gerustgesteld deed ik het licht weer uit en kroop weer in bed. Wel hield ik enige afstand tot mijn bedgenote want misschien was ik zelf wel de oorzaak van deze nachtelijke escapade.

Dacht ze misschien wel dat ik het paard was…

De rest van de nacht kon ik niet meer slapen, bang dat ik ineens bestegen zou worden. Ooit had dat nog wel gekund maar toen was ik een stuk jonger. Als jonge vader heb ik regelmatig als paard gediend, op handen en knieën door de kamer kruipen met een, twee en soms drie kinderen op de rug.

Natuurlijk confronteerde ik haar de volgende morgen met mijn belevenissen maar zij maakte ervan dat ik het zelf gedroomd heb. Want ze had niks met paarden. Dat klopt. Daarom vroeg ik of ze wel goed geslapen had, omdat ze die nacht zo druk was in bed. “Ja, ik heb héél goed geslapen. Ik heb héérlijk geslapen zelfs!”

Ja, het zijn absoluut rare tijden!

Standaard verhaaltje

Het werden geen drie weken vakantie op Terschelling. Drie weken in een stacaravan op onze favoriete camping, drie weken fietsen, wandelen en bijpraten met familie en vrienden. Want er was ineens een virus. We annuleerden onze vakantie en besloten drie weken thuis te blijven. Vervolgens kwam het toeval om de hoek kijken want mijn schoonvader moest plotseling geopereerd worden, precies in de week voorafgaand aan onze vakantie. Na zijn ontslag in het ziekenhuis kreeg mijn vrouw er ineens een functie bij:

Mantelzorger.

Naast de uitstekende zorg van de Thuiszorg en de hulp van zijn lieve buurtjes ging zij dagelijks naar haar vader voor de nodige ondersteuning. Ze pakte haar vakantiemomentje tussen de bedrijven door en ach, het regende steeds.. Dan was zeer waarschijnlijk de vakantie toch in het water gevallen.  

Het glas is halfvol, niet halfleeg.

Tot zover het ongewone, nu over naar een standaard verhaaltje. Want vorige week kregen wij dan toch even de gelegenheid om weg te gaan, drie volle dagen. En je raadt het al, het werden drie dagen Terschelling, bij mijn ouders die daar al sinds 1958 wonen. Mijn oudste zoon verbleef daar ook met zijn jonge gezin en hij wilde graag een foto maken van vier generaties. Vrijdagmiddag reden we naar Harlingen en na een korte reis met de snelboot kwamen we die avond om half zeven aan op West-Terschelling.

De E-Bikes stonden al klaar!

Nu heb ik eigenlijk geen recht op een fiets met hulpmotor want ik ben iets te corpulent en heb nul conditie waardoor een beetje inspanning echt beter is. Maar mijn vrouw had, omdat we maar drie dagen hadden, anders besloten. Want er moest volop genoten worden! En ze had geen zin om steeds te moeten wachten op een fietsende, hijgende echtgenoot die zich kromgebogen over het stuur zichzelf een weg baant over de kilometerslange fietspaden die het eiland rijk is.

Na twee seconden tegensputteren gaf ik toe en sprongen we op de fiets. Eerst richting haven voor ons diner, een portie kibbeling. Na deze heerlijke visrijke onderbreking besloten we via de Noordsvaarder de Longway te pakken, dan even buurten bij het strand Paal Acht en daarna door naar mijn geboortedorp, Midsland.

En dan naar Pa en Ma!

Van een benauwde tjokvolle boot met mondkapjes naar gezonde frisse lucht, met recht een verademing. Tijdens de heerlijke fietsrit door bos en duin en over nagenoeg lege fietspaden uitten we al het mooie wat we zagen met het ene na de andere superlatief. Superlatieven met één rode lijn: wat is dit toch een mooi eiland! In Midsland schoven we onverwacht aan bij Erik, een ex- Groninger die al jaren op het eiland woont en werkt. Hij zat daar lekker op een terrasje van een kop koffie te genieten en wij genoten even lekker mee. Erik, ooit begonnen als glazenophaler in een van de vele kroegen die het eiland rijk is en nu alweer 25 jaar in dienst is als Havenmeester. En daarnaast was hij collega van mijn veel te vroeg overleden neef Kees, waardoor we nu weer mooie herinneringen konden ophalen en Kees weer even bij ons was.

Wat is een goed gesprek toch een rijkdom.

Toen we wegreden zei ik tegen mijn vrouw dat het zó prettig vertoeven was op het terras dat je zo de hele avond zou kunnen blijven zitten. Maar we moesten door, mijn ouders verwachten ons immers en ja, die hadden we ook al heel lang niet meer gezien door de situatie waar we allemaal inzitten. Dat beseften we nog meer nadat we elkaar op afstand begroet hadden, een knuffelmoment met mijn moeder zat er helaas niet in. Maar elkaars aanwezigheid maakte een hoop goed en toen mijn lieve zus ook nog even langskwam was het feest compleet.

De volgende dag mocht ik het eten verzorgen en dat werd spaghetti, het favoriete gerecht van mijn ouders. Daarna hadden we de hele middag voor ons en maakten we er een fietsmiddagje van, afgewisseld met een beetje winkelen. We begonnen op West, daarna naar Oosterend voor een borrel met wat lekkers erbij en vervolgens weer even een terrasje te Midsland. We pakten nu het buitendijkse fietspad en genoten enorm van het nog drooggevallen Wad. We zagen twee kleuters op hun blote voeten op het Wad enkele basaltblokken omduwen, op zoek naar de buit bestaande uit krabben en kokkels. Hun ouders lagen waarschijnlijk aan de andere kant van de dijk, samen verliefd op een kleedje, genietend van wellicht wat vergeten vlindertjes in de buik. En langs bijna de gehele dijk liepen de schapen, op en onderaan de dijk, afgewisseld met de vele foeragerende vogels met als onmiskenbaar hoogtepunt de vele lepelaars. Oh ja, en zo nu en dan een trotse mantelmeeuw die keer op keer een krab op het asfalt liet vallen zodat de inhoud naar binnen geschrokt kon worden.

Dat is beter dan in een zak afval te happen!

Die avond kwam mijn zoon met zijn prille gezin gezellig langs en konden de generaties vereeuwigd worden. Tijdens het fotograferen verblikte of verbloosde onze kleindochter niet. Ze was het gewend, sinds 2 mei zijn er al honderden foto’s van haar gemaakt. Digitaal natuurlijk.

Analoog deed je daar een heel leven over!

De zondag E-bike ’ten we kriskras door polders, bossen en duinen. En wederom genoten we van de prachtige vergezichten, flora en fauna. ‘Waarom heb ik dit ooit achtergelaten?’ vroeg ik mijzelf af. Maar mijn nuchterheid relativeerde deze gedachte weg. Het was ooit een keuze. En de jeugdherinneringen waren ook keurig vastgelegd in de vele fotoboeken van mijn ouders. Fotoboeken waar ik uren in heb zitten bladeren tijdens ons verblijf. En mijn vader gaf zo nu en dan uitleg, hij weet gelukkig nog heel veel. De maandag bleven we thuis zodat mijn vader even lekker een stuk kon fietsen. Mijn vrouw dook met mijn moeder de tuin in om te zonnen en ik dook weer de fotoboeken in, op zoek naar pareltjes uit het verleden. Op zoek naar het standaardverhaal van elke eiland liefhebber.

En dan altijd weer dat verdomde afscheid. Staand in de erker zwaaiden ze ons uit, mijn vader met een glimlach en mijn moeder zag ik denken: “Waarom gaan ze steeds weer weg?” Zodra we uit zicht waren zegt mijn vader dan een zin, ook zo standaard: “Zo Trui, we zijn weer onder ons.”

Zwijgend fietsten we langs de dijk, richting ons eigen leven. De wind deed mijn ogen tranen en mijn woorden waren even op.

 

Van het concert des levens …

Mijn vrouw kwam van de week thuis met het boek ‘Bonuskind’ van Saskia Noort, een thriller. Het gaat onder andere over gescheiden ouders, gezien door de ogen van een meisje van 15 jaar.

Het zette mij aan het denken. Want steeds vaker betrap ik mij erop dat ik aan jonge mensen vraag of hun ouders nog bij elkaar zijn. De reden dat ik die vraag stel is omdat ik nu zelf weet, uit eigen ervaring, wat een impact het heeft op kinderen. Terwijl scheiden steeds meer geaccepteerd lijkt te worden en niet meer zo bijzonder is als in de tijd dat Circus Custers er een liedje over maakte, ‘Monica’:

De meester zei die dag daarna “ik wil met jullie wat bepraten. ‘t Gaat niet goed bij Monica in huis dat heb je nu wel in de gaten. Haar vader en haar moeder hebben ruzie en die wonen niet meer samen”

Scheiden is inmiddels gemeengoed geworden.

Helaas, want het is absoluut geen pretje. Voor de partners niet, voor de kinderen niet maar ook voor de families en vrienden die eraan verbonden zijn is het geen pretje. Want ineens begint een vertrouwde leefomgeving scheurtjes te vertonen.

Scheiden is lijden.

In het boek zitten veel herkenningspunten. En dan met name hoe de kinderen dit moeten ondergaan. Toen ik scheidde waren mijn jongens respectievelijk 12, 15 en 18 jaar. Ik heb toen alles achter gelaten en huurde in eerste instantie een zolderkamertje. Op de dag dat ik met mijn spullen het huis van mijn kinderen verliet heb ik gejankt, of beter gezegd, gebruld. Het was niet te stoppen, ik had nog nooit van mijn leven zo gejankt. Niet omdat ik spijt had de stekker uit het huwelijk getrokken te hebben maar puur en alleen omdat ik de kinderen achter moest laten.

Ik kan er nog emotioneel van worden.

Doordat ik onregelmatige diensten draaide was het praktischer dat de kinderen bij hun moeder bleven wonen waardoor het zogenaamde Co-ouderschap verviel. Hierdoor veranderde er niet veel voor ze; huis, omgeving en school bleef bij het oude. Enkel hun vader ontbrak in dit rijtje. Achteraf ben ik wel blij dat het zo gegaan is want de kinderen hoefden daardoor niet te leven uit een weekendtas. Na een half jaartje verhuisde ik van de zolderkamer naar een flatje. Dit was voor de jongens dichterbij, op fietsafstand, en ik kreeg daardoor wat extra mogelijkheden om ze te zien. Want ik moest het hebben van de momenten wanneer ik ze ophaalde voor een voetbalwedstrijd, een training of om gewoon iets te ondernemen. Als ik ze dan weer thuis afzette, een knuffel gaf en weer wegreed, kreeg ik het altijd te kwaad. Want ik nam afscheid van een kind wat misschien helemaal niet wilde dat ik wegreed.

Dit waren altijd vreselijke momenten…

Maar goed, dichterbij wonen bleek ook niet de oplossing te zijn. Want de jongens hadden wel wat anders aan hun hoofd dan op bezoek te gaan bij hun vader. Want wat moet je doen bij ‘die ouwe’ op zijn flatje. Oké, hij had dan wel een PS3 aangeschaft maar ach, die hebben we thuis ook. En dingen doen met je vrienden is veel leuker! Ik begreep ze wel, hoor. Ik begreep ze eigenlijk heel goed. Ik was op die leeftijd ook nooit thuis, was altijd buiten of bij vrienden. En dan nu ineens naar je vader omdat hij zo nodig moest scheiden van hun moeder?

Het verstand snapte het, het gevoel had er heel veel moeite mee.

Toch rende ik elke keer naar het balkon als ik buiten kinderstemmen hoorde: De jongens! Maar dan kwam de teleurstelling, het waren gewoon wat kinderen die voorbijfietsten. En dan altijd even die twijfel: was dit mijn straf? Mijn lot? Het voelde aan als falen. Ik had gefaald als vader. Ik had ze, voor mijn gevoel, een belangrijke zekerheid ontnomen. De zekerheid dat ze op zouden groeien in een warm, gezellig en veilig gezin.

En dan was er natuurlijk ‘die ander’. 

Dat gaf ook een enorme belasting op de jongens want het paste niet in het plaatje. Wij probeerden daar zo goed als mogelijk mee om te gaan door niet te pushen. Nou was dat redelijk makkelijk uit te voeren want er zaten om en nabij 270 kilometers tussen, zij woonde in Scheemda en ik nog in Den Haag.

Maar het ging juist hartstikke goed, puur doordat zij zichzelf bleef.

We hebben het zes jaar de tijd gegeven. Mijn vriendin en ik zijn inmiddels getrouwd en wij noemen onze vier jongens onze ‘bonuskinderen’. Het woordje ‘stiefkind’ of ‘stiefvader/moeder’ gebruiken we niet. Ja, de jongens zeggen wel eens ‘Stiefmoeder’!’ tegen mijn vrouw, wanneer ze hun zin niet van haar krijgen.

Maar dat is humor, ook een belangrijk onderdeel om je door zo’n scheiding heen te slepen!

De moeder van mijn kinderen kreeg ook een nieuwe relatie en de kinderen kregen daardoor indirect ook meer rust. Met vallen en opstaan begon iedereen te wennen aan de nieuwe situatie en langzaamaan ontstonden er twee nieuwe, samengestelde gezinnen.

Hoe modern!

Dit is voor mij de eerste keer dat ik er openlijk over schrijf. Over een donker deel in mijn leven waarmee ik een hoop onrust veroorzaakt heb. Dat zal ik nooit ontkennen. En hoe ongelegen kwam het ook voor de jongens, midden in hun puberteit. Maar ‘van het concert des levens krijgt niemand een program’ luidt het spreekwoord en dat klopt ook.

Als je alles van tevoren weet…

Natuurlijk was ik wel altijd bereikbaar voor ze maar het verdiende geen schoonheidsprijs. Ik verschuil mij maar achter het feit dat ik nooit les gehad heb in scheiden. Dat kon ook niet want mijn ouders zijn al 62 jaar getrouwd.

Wat wél een hele wijze les was, is het feit dat je kinderen nooit moet laten kiezen tussen twee ouders. Kinderen zijn loyaal naar beiden en daar valt geen stok tussen te krijgen. Kwaadspreken over de ander kan dus averechts werken en het voegt ook niets toe.

En waarom zou je ook. Je bent immers al gescheiden…

 

Het is af

“Het land is af.” zei Ruud, een van de gasten op het verjaardagsfeestje, voor ons de eerste na de Lock down. Hij zei dit nadat ik mijn verbazing had uitgesproken over een artikel in de krant, over een bedrijf dat bedacht had om tankpistolen te voorzien van een 5.5 inch scherm. Hierop zijn dan reclame boodschappen of op maat gemaakte filmpjes te zien. In Limburg is een tankstation die hiermee al aan het proefdraaien is. Volgens de eigenaar een prima idee want hij ziet de tankende mensen vaak verveeld om zich heen kijken. “En op je telefoon kijken mag niet in verband met brandgevaar. De telefoon kan namelijk statisch geladen zijn en een vonk afgeven. En dat is niet handig wanneer je met brandstof bezig bent.” Een verstandige man, alleen sloeg hij de plank volledig mis met de opmerking die volgde:  

“Door mensen bezig te houden en af te leiden met zo’n filmpje kun je het tanken veraangenamen.”

Ruud had volkomen gelijk met zijn opmerking! Het is waar, ons land is af. Niks meer aan doen. Het is voltooid! Jaren en jaren zijn we bezig geweest om een zo’n mooi mogelijk land te creëren. Met bloed, zweet en tranen bouwden vele generaties aan een nieuwe wereld waarin we zochten naar gemak en voorspoed. Niks was te gek, grenzen werden gepasseerd en ‘the Sky was the limit!’, niets was te gek.

Op zoek naar een perfecte wereld!

Maar als iets klaar is dan weet je even niet meer wat je moet doen en loert de verveling. In werkelijkheid ligt die verveling al achter ons want de meesten onder ons wentelen zich al jaren in de welvaart. We hebben alles en wat we niet hebben bestellen we in China. Spotgoedkoop en daardoor betaalbaar voor alle lagen in de bevolking. We komen eerder tijd tekort dan dat we ons geen raad weten met de tijd.

En nu zijn we dat punt gepasseerd en gaan we gekke dingen verzinnen zoals het voorbeeld waarmee ik dit stukkie begon.

Want wat is er in hemelsnaam mis aan even rondkijken tijdens het tanken? Daarbij moet je ook niet willen dat je afgeleid wordt want voordat je het weet druk je het tankpistool niet goed in de tank en pis je naast de pot. Of over je schoenen of hakjes.

Of je tankt diesel, terwijl de auto toch al jaren op benzine loopt…

Het is van de zotte dat we nu ook al vermaakt moeten worden tijdens het tanken. De debilisering van de maatschappij tiert welig. Loop maar eens door bepaalde winkels en verwonder je slechts. Zo zag ik een elektrische drinkbak met ledverlichting. Voor de kat, zodat deze de hele dag (en nacht!!) drinken kan. Of een Tipi tent voor de kat. Dan kan de kat mee naar de camping.. Of een UV sterilisator voor reinigen van je tandenborstel. Of een douchekop met ingebouwde bluetooth speaker. Of een elektrische kurkentrekker, wellicht ook met ingebouwde bluetooth speaker?

Verzin het en het is er.

Wekelijks komt al deze onzin met duizenden containers ons land binnen. Er is genoeg, een overdaad. En als het verveeld of kapot is gooien we het weg. We willen steeds meer en nemen met minder absoluut geen genoegen meer. En we worden boos als de bezorgers het niet op tijd brengen, dan klagen we steen en been want we zijn strontverwend geworden door de luxe van de welvaart die we niet aan kunnen. De woorden ‘begripvol’ en ‘tolerant’ hebben plaats gemaakt voor hufterig en drammerig gedrag en we zijn allemaal boos op elkaar.

Ik betrap mij er zelf ook wel eens op, hoor.

Daar ben ik in de loop der jaren wel achter gekomen. En dan hou mijzelf een spiegel voor en probeer daar iets van te leren. Dat geeft mij een goed gevoel en leef daardoor bewuster. Nu lees je in de krant dat er in de vakantieoorden flink geklaagd wordt over het hufterige gedrag van de Nederlanders daar. Waren het voorheen de Russen en de Engelsen die zich elders misdroegen, wij Nederlanders horen er nu ook bij. Of zoals die gast die door een fout van de Mediamarkt online drie IMacs wist te kopen voor een paar euro, terwijl die dingen daadwerkelijk om en nabij de 2000 euro kosten. Het joch zegt volledig in zijn recht te staan en weigert het verschil bij te leggen.

Hij maakt kennelijk nooit fouten!

Natuurlijk weet ik ook wel dat dit allemaal excessen zijn en ja, dan krijg je aandacht van de media. Maar dit soort gedrag is steeds vaker eerder regel dan uitzondering aan het worden. We pikken niks meer.

Van niemand niet.

Als ik sta te tanken kijk ik naar de tellers op de pomp. Naar het aantal liters en helemaal naar de teller van de prijs. Want soms schieten de prijzen behoorlijk omhoog, vooral nadat er weer ergens op de wereld een oorlogje gevoerd moet worden. Nu waren de prijzen in de afgelopen maanden weer even goed te behappen en zo nu en dan betrapte ik mij er zelfs op het gaspedaal iets dieper in te drukken.

Want ja, de brandstof was weer lekker goedkoop.

Over oorlogjes voeren gesproken, dat is denk ik ook een van de redenen dat we steeds meer raar gedrag vertonen. We leven al 75 jaar in vrijheid en hoeven ons niet druk te maken over een vijand, laat staan over de angst voor bommen en granaten.

Of over de vrijheid van meningsuiting. 

Zouden we daarom van dat verwende gedrag vertonen? Omdat we toch makkelijker vergeten dan onthouden hoe het er 75 jaar geleden aan toeging? Dat vrijheid niet zo vanzelfsprekend is? Na de Lock down leken we weer even om elkaar te geven. We maakten ons ineens weer zorgen om de ander en we begonnen te helpen waar dat nodig was. En we werden even teruggeworpen naar een situatie van ‘met elkaar slaan we ons er doorheen’, de onzin van de dag maakte plaats voor zinvolle zaken.

Inmiddels ligt dat achter ons.

En we gaan weer verder waar we gebleven waren….

 

Flashbacks

Het regende van de week zo hard dat de kikkers bij ons de keuken in vluchtten. Eerst hadden we dat niet door. Dat kwam pas nadat we de bewegende ‘stofjes’ op het laminaat nader bekeken en zagen dat ze pootjes en armpjes hadden, kikkers in hun kleinste verschijning. Eigenlijk het woord ‘kikker’ nog onwaardig. In plaats van dat mijn vrouw begon te gillen begon ze nu heel lief tegen ze aan te praten, op zo’n kindse manier zoals Oma’s dat kunnen:

“Aah, wat een schatjes! Maar jullie horen hier niet. Nee, jullie horen lekker buiten te spelen en lekker te zwemmen in de sloot. En weet jullie mama wel dat jullie hier zijn? Nee hè, dat weet ze niet. Kom maar, lekker naar buiten jullie!” Met een stukje papier werkte ze de drie kikkertjes naar buiten terwijl ik vol verbazing en met open mond naar dit schouwspel keek.

Want zodra ze een muis ziet schiet ze direct in de stress!  

Afijn, ik kreeg direct een flashback naar mijn jeugdjaren alwaar het ‘vangen’ van kikkerdril een jaarlijks terugkerend evenement was. Dan struinde je op je laarzen de sloten af en schepte je de ‘gevangen’ kikkerdril in je emmertje. Bij thuiskomst ging de gehele inhoud van de emmer in een zinken teil zodat er genoeg ruimte was voor het proces wat komen ging; Het proces van kikkerdril naar kikker.

Dezelfde teil waar wij, voordat we een douche in huis kregen, in werden gewassen.

Bij gebrek aan vissenkommen schepte ik ook een deel van de kikkerdril in een glazen pot. Want dan kon je het proces nog beter volgen. Elke morgen rende ik na het slapen naar beneden om te kijken of er nog veranderingen waren. Het eitje werd een visje, het visje kreeg achterpootjes en even daarna voorpootjes, het staartje werd steeds kleiner en viel er dan uiteindelijk af. En dan was de kikker een echte kikker.

Eigenlijk was de kikkerdril de voorloper van de ‘Transformers’ die we tegenwoordig kennen!

Ik was wel blij met die regen hoor. Want het is goed voor de natuur maar ook omdat ik dan zeker weet dat het niet té warm is. Daar kan ik namelijk niet zo goed tegen. Toen we onlangs weer zo’n warme week hadden hoorde ik op de radio de DJ verrukt reageren nadat de weerman opnieuw hoge temperaturen voorspelde. Dan denk ik ja, pannenkoek! Jij zit lekker plaatjes te draaien in je geairconditioneerde werkruimte! Maar er zijn zat mensen die vanwege de veiligheidsinstructies in volle bepakking hun werk moeten doen. Dat wil zeggen, met helm op, handschoenen aan, lange broek en lange mouwen plus dikke veiligheidsschoenen. In de volle zon.

Dus niet in korte broek en T-shirtje….

Of kijk eens naar een debat in de Tweede Kamer. Daar zie je de heren debaters in een stralend wit overhemdje, mouwtjes opgestroopt en de bovenste twee knoopjes los hun geloof te verdedigen. Niet dat het mij erg boeit hoor, je moet dragen wat je wil. Alleen slaan ze in de bouw wel een beetje door met al die zogenaamde veiligheid. Alsof lange mouwen of broek meer veiligheid kunnen bieden. Een stuk stof biedt echt geen weerstand tegen een vallende steigerpijp of betonnen plaat.

Overdreven regels, bedacht door mensen in een stralend wit overhemdje…

Over onze politici gesproken, de buurtbarbecue van politiek Den Haag is dit jaar afgelast. Deze barbecue wordt elk jaar gegeven ten teken dat het vakantie reces begonnen is. De reden van afgelasting kwam natuurlijk door de corona maatregelen en niet door de petitie ‘Geen Binnenhof barbecue 2020’. Deze petitie op Petities.nl haalde het nét niet.

Met hun dertien ondertekenaars…

Het is trouwens de moeite waard om eens te kijken op de website van Petities.nl. Zo zag ik bijvoorbeeld de volgende petities voorbijkomen: ‘Laat 15-jarigen wel maaltijden bezorgen’, ‘Netflixfilm 365 Days vrouwonvriendelijk’, ‘De bekerfinale Utrecht-Feyenoord na 1 juli alsnog spelen’, ‘Huiswerk moet weg op het Mariscollege’, ‘Stop de misplaatste aandacht voor doodmaaien voor zielige eendjes’, ‘Dieren welkom in elk huis’, ‘Hugo de Jonge geen CDA-lijsttrekker’, ‘Geen derde fietspad door het bos’, Accijns op tabak afschaffen’.

En oh ja, en ’Geen vierde fietspad door het bos!’

Zo zie je maar weer, voor elke mening is wel een podium te vinden in dit landje. Dankzij het internet moet ik daarbij zeggen. Als ik de connectie maak met ‘problemen’ in mijn Lagere Schoolperiode, dan waren wij de volgende petitie begonnen: ‘Geen meiden in ons schoolvoetbalteam.’ Dat werd, na het aantreden van een nieuwe meester, ineens een item. Een voor ons eilandbewoners een nogal aparte snuiter: een lange, slungelachtige kerel met lang haar, vaak gekleed in het zwart en een lange shawl om zijn nek.

Hij had zo de rol van Doctor Who kunnen krijgen!

Deze man had nieuwe ideeën, wilde stenen verleggen en pakte zijn moment. Ideeën die voor ons, en dan met name voor onze ouders, ver over de grens gingen. Hij wilde namelijk dat tijdens het vormen van een nieuw schoolvoetbalteam er ook meiden mee mochten doen.

Tegenwoordig zeggen we dan: ‘Nou, dat was wel even een dingetje!’

Nu hadden we wel een paar meiden die tegen een balletje konden schoppen maar er was eentje die er echt uitsprong, Mieke. Dit meisje kon voetballen als de beste en dat werd erkend door alle voetballende jongens. Dus daar viel wel mee te leven, mocht ze daadwerkelijk geselecteerd worden. En over die andere meiden maakten we ons niet echt zorgen want die zouden toch nooit de selectie van vijftien halen. Er waren genoeg voetballende jongens. Het eiland was even te klein maar Meester Jeroen hield vast aan zijn standpunt, visionair als hij misschien wel was.

Wij waren het er ook niet mee eens omdat onze ouders het er niet mee eens waren. Ouders die niet wisten niet dat ze jaren later vol enthousiasme naar de Oranje Leeuwinnen zouden kijken…

Mieke kon wel voetballen. Vaak beter dan ons. Eigenlijk hadden we toen de beschikking moeten hebben over Petities.nl, dan hadden we wellicht de titel iets aangepast:

‘Geen meiden in ons schoolvoetbalteam. Behalve Mieke!’

Hamsteren

Mijn handen jeuken om opnieuw te schrijven over de ‘Corona-ontkenners’ maar ik doe het niet. Ik heb een leven en laat dat leven niet meer beïnvloeden door een clubje betweters, ‘flat earthers’, doemdenkers, trollen, populisten en complotdenkers die onze democratie proberen te ontwrichten met hun doemscenario’s over de crisis. Een crisis die niet alleen ons verwende landje getroffen heeft maar de hele wereld! Een crisis die ons even met beide benen op de grond gezet heeft. Een crisis die onze hulpverleners (waaronder ook de politie!) op hun tenen deed lopen maar die nu geconfronteerd worden met halve zolen die níet meer met twee benen op de grond staan!

Het sop is de kool niet waard.

Telkens als ik weer van die loze berichten voorbij zie komen doe ik mijn ogen dicht en roep hardop: “Niet op reageren, ze zijn in de minderheid! Wij, het gezonde verstand, zijn nog steeds met meer!” Soms helpt het na één keer hardop roepen maar zo nu en dan delen ze zo ontzettend veel onzin dat ik het een paar keer achter elkaar tegen mijzelf moet zeggen. Hardop!

Om daarna weer vol positieve energie verder te gaan.

Maar ik heb het ook veel te druk. Dat is op zich een goede remedie om niet 24/7 op Social Media van alles te delen. Of als je iets deelt, lees dan eerst even de inhoud in plaats van alleen de titel van het stuk. Maar dit even terzijde, ik had immers beloofd het er niet meer over te hebben.

Ik kom tijd tekort.

Ik heb het namelijk te druk met het temmen van mijn hamster. Of beter gezegd, de hamster in mij. Ik ben daarmee begonnen na het lezen van een artikel van twee (kinder-)artsen, de heren Kreier en Biezeveld, die een verfrissende theorie hadden over waarom de mens zich zo volvreet. De theorie verklaart waarom ik soms van die vreetbuien heb. En waarom ik steeds op zoek ga naar zoetigheden in huis.

Zelfs mijn meloen zoete vrouw wordt soms gek van mij!

Maar het artikel verklaarde veel. Er zit namelijk een hamster in je hoofd! Deze hamster heeft ook een naam, Hypothalamus. Hypothalamus laat je steeds aan eten denken en stuurt je naar de chips, de koekjes of de chocola. Of naar de frituur mocht het gaan om een vetzuchtige hamster. Daarnaast regelt hij ook wanneer je moet vechten, vluchten en paren. Paren? Ja, dat is een ouderwets woord voor voortplanting of gewoon puur seks voor de lol, ook een goede remedie tegen het continue delen van onzin op Social Media.

Een druk hamstertje dus!

Natuurlijk heeft de mens ook nog een eigen willetje. Dat stukje ‘eigenwijs in je hoofd’ noemen ze de prefrontale cortex, in de volksmond ook wel ‘Cor’ genoemd. Cor is een beslisser. Cor hakt knopen door. Dat kan in je voordeel zijn maar ook in je nadeel natuurlijk. Als ik naar mijzelf kijk is het meer in mijn nadeel. Want Cor heeft mij al regelmatig chocola doen laten eten terwijl het eigenlijk niet goed voor mij is. Of als ik voor de vriezer stond mij net dat zetje gegeven om toch die magnum te pakken.

Ook al was het een mini exemplaar..

Het kan ook zijn dat Cor jou ineens de opdracht geeft om weg te lopen bij de vriezer om een glas water te drinken. Dan is het in je voordeel en komt het limbische systeem, de ‘lobbyist’ volgens de schrijvers, om de hoek kijken want die geeft je dan het goede gevoel. Dat het je gelukt is ‘nee’ te zeggen tegen het ijsje. Maar het nadeel in dit geval is dat je dus niet dat heerlijke chocolade ijsje kan proeven, dat je niet met je tanden het knapperige chocola breekt en vervolgens weg kan zwijmelen in het witte roomijs… Ja, Cor zet je aan tot keuzes maken in je leven. Naast die keuzes regelt hij ook je sociale gedrag. Hij maakt dus de beslissing of je een neerbuigende discussie in de winkel begint over de genomen corona maatregelen met de winkelmedewerker of hij beslist dat je de winkelmedewerker bedankt voor zijn inzet waardoor jij en ik redelijk veilig nog kunnen winkelen.

Dus negatief of positief ergens tegenaan kijken.

We weten inmiddels van de verhalen dat de prefrontale cortex nog te vaak negatief gebruikt wordt, helaas. Dat snap ik niet want hij geeft je de (eenvoudige) keus of je goed of slecht gaat handelen. In slim of in dom, het is maar hoe je ernaar kijkt. Bijvoorbeeld door je gewoon aan de 1.5 meter afstands-regel te houden in plaats van je ertegen verzetten. Ik hou mij eraan er gewoon aan en zo nu en dan, als het zo uitkomt, veer ik mee met mijn omgeving. Noodwet of niet.

Want, er zijn geen problemen. Er zijn mensen.

Deze tegelwijsheid hangt al jaren bij mijn ouders aan de muur en ik kom er steeds meer achter dat het klopt als een zwerende vinger. Maar goed, ik zou het er niet meer over hebben had ik je beloofd. Daarom weer even terug naar de hamster in mijn hoofd. Want er is een manier om hem koest te houden zodat hij niet in de stress raakt. En die manier is heel simpel: ga zelf lekker koken! Zoek een recept van Gordon Ramsay of Jamy Oliver, koop alles vers en ga lekker aan de gang in de keuken. Hamstertje Hypothalamus houdt zich nu rustig want hij weet dat er eten aan gaat komen. Natuurlijk is de kans dat er iets mislukt waardoor het feest niet doorgaat maar dan ben je gepermitteerd om toch maar even naar de snackbar te gaan.

Onder de noemer ‘overmacht’.

Ik kan wel redelijk koken alleen laat de hamster mij teveel eten. Maar daar heb ik een oplossing voor gevonden! Heel actueel!

Ik pas de 1.5 meter-regel toe in ons huis! Dan kan ik niet meer bij de koel-vrieskast combinatie waar het ijs ligt of bij de lade waarin chips en andere lekkere dingen liggen.

Slim he!

Daar heeft die hamster niet van terug!

De drie Musketiers

Steeds vaker hoor ik leeftijdgenoten om mij heen praten over het aankomend pensioen. Persoonlijk ben ik daar niet zo mee bezig want ik vind werken een mooi tijdverdrijf. Daarnaast krijg ik er ook nog wat geld voor en doordat ik op mijn werk ben kan ik het niet uitgeven! Daardoor blijft er zelfs wel eens wat over! Nu heb ik geen zwaar beroep, hooguit soms wat geestdodend. Dat compenseer ik wel weer in wat gekkigheid met sommige collega’s of gewoon zo nu en dan een goed gesprek.

Het leven is al serieus genoeg.

Ik begon mijn werkbare leven als kok en ja, dat was een stuk zwaarder. Naast het vele staan, sjouwen, lange uren en elke avond je kunsten vertonen was het werken in de horeca ook super spannend. De mooiste jaren waren bij een party- catering, dan gingen we haast dagelijks met potten en pannen naar de klant toe en kookten een intiem diner op hun fornuizen. Of we bouwden een grote ruimte om in een gezellig uitgaansgelegenheid met eten en drinken, dans en muziek.

Mooie herinneringen.

Later kwam ik in de branche terecht waar ik nu ook nog in zit, de beveiliging. Dat was andere koek en ik moest wel even flink wennen: je zat meer dan je liep. Maar ook daar vond ik wel weer mijn draai en genoot vooral van het gastheerschap welke inherent met beveiligen te maken heeft. Daarnaast pakte ik alles erom heen aan om iets meer bezig te zijn, zoals personeelsvereniging en wat ICT-dingetjes.

Nu ik even teruglees lijkt het wel een Curriculum Vitae te worden!

Daarom maar snel naar de aanleiding van dit stukkie, de Drie Musketiers. Deze drie helden waren eigenlijk met zijn vieren en dat klopt ook in dit verhaal. Want ik heb sinds ik in de afgelopen twee jaar kennis gemaakt met de ‘Musketiers van Oldambt’. Ik noem ze voor het gemak Jan Aramis, Dolf Athos, Henk Porthos en Gerko D’Artagnan. Deze vier pensionado’s zaten ooit op de Ambachtsschool, de voorloper van de LTS. Hier leerden zij ‘de ambachtelijke nijverheid’ zoals ze dat zo mooi zeggen en dat hebben wij mogen ondervinden. Want ondanks dat ze met pensioen zijn kunnen ze de arbeid niet laten en worden ze zo nu en dan nog ingezet voor een klus.

Dit zijn van die kerels die zeggen: ‘Mijn werk is mijn hobby!’

Mannen van het kaliber ‘Vakmanschap is Meesterschap.’ Elk op hun eigen gebied. Jan is van het witgoed, Dolf loodgieter en Gerko en Henk zijn van de houtbewerking. Ze zijn min of meer met elkaar opgegroeid en kennen elkaar al ruim dertig jaar. En in dat verleden kwamen ze elkaar regelmatig tegen op de verschillende werkvloeren en werkten ze samen.

Met respect voor elkaars kunsten.

Ze zijn door de wol geverfd, weten wat ze moeten doen en als ze het niet weten hebben ze zo ontzettend veel kennis dat ze het alsnog oplossen. Ze weten dingen die niet in de schoolboeken staan maar die je in de praktijk leren kan.

En die praktijk heeft ze gevormd en gemaakt zoals ze nu werken.

Naast hun vakmanschap zie je nog meer opvallende kenmerken. Dit soort werklui gooien namelijk nooit wat weg. Sterker nog, ze pakken eerder wat op dan dat ze iets weggooien! Dat wist ik wel want mijn vader, ruim gepensioneerd inmiddels, gooit ook niets weg. Is uit hetzelfde hout gesneden zoals ze dat zo mooi zeggen. Pas als hij er niks meer mee kan dan mag het naar de stort. Zo had hij een stofzuiger die zeer waarschijnlijk al eerdere eigenaren gekend had. Die heeft hij gerepareerd en vervolgens hebben ze er nog jaren plezier van gehad.

Tot vorig jaar..

Mijn vrouw en ik zouden wel even de vloer dweilen. Ik pakte de stofzuiger en zij kwam dan achter mij aan met de dweil. Nu wil het geval dat ik soms een beetje onhandig ben. En dat is nog zacht uitgedrukt. Ik kan soms dingen doen waarvan ik later denk: Dat had ik anders moeten doen. Maar dan is het al te laat. Want tijdens het stofzuigen liep ik zó de emmer met sop voor de vloer omver! Op zich kon die vloer dat best hebben maar de stofzuiger was er minder blij mee.

Al gauw kwam er rook uit…

Mijn vader nam het sportief op en zei dat ding wel weer aan de praat te kunnen krijgen maar enkele dagen later kreeg ik een Appje waar de teleurstelling van afdroop.. De stofzuiger was niet meer te repareren.

De Musketiers in dit verhaaltje zijn net zoals mijn vader. Wellicht een generatie dingetje. Laatst was ik in de werkplaats van een van de Musketiers. Hij had daar een prachtig meubel staan met smalle laatjes. Nadat ik vroeg wat daarin zat trok hij een la open en zag ik allemaal luciferdoosjes, gevuld met allerlei soorten schroefjes en boutjes en moertjes en nippeltjes. De kast was ooit van zijn vader geweest en werd nu gekoesterd door hem. Want alles wat zijn vader op straat of op de werkvloeren vond nam hij mee in zijn broekzak, om het vervolgens keurig gesorteerd weg te leggen in een van de luciferdoosjes.

Een soort monnikenwerk eigenlijk.

Als je dat ziet dan staat de tijd even stil. Want we leven nu in een tijd van ‘gooi maar weg, we kopen wel nieuw.’ Dat is mede de reden dat ik zo onder de indruk ben van deze dappere strijders in onze huidige samenleving. Een samenleving waarin enkele jaren terug nog het werken met je handen soms met minachting benaderd werd.

Gelukkig is die minachting aan het omslaan in bewondering en kiezen steeds meer jongeren ervoor om te werken met hun handen! Dan komen ze afgemat thuis maar de voldoening van een geslaagde klus geeft ze energie. En hopelijk komen ze zo nu en dan een van deze Musketiers tegen en zien ze de lichtjes in hun ogen als ze over een van hun vele projecten praten. En de verbondenheid met hun vak.

‘Eén voor allen, allen voor één!’

 

 

Zwakheden

Zoetekauw noemen ze het ook wel. Dat is iemand met een voorliefde voor zoet. Ik beken, ik behoor tot die categorie. Toen ik nog geen kinderen had was ik een normale innemer. Suiker in de koffie, bruine basterdsuiker in de yoghurt en zo nu en dan een dropje. Meer was het niet.

Oh ja! Regelmatig ijs van Piet, ijssalon Italia!

Jaren later kreeg ik kinderen en die kinderen werden groter en ja, dan moet er toch wel een snoepje in huis zijn toch? Even helder, dat was nog in de tijd dat snoepjes gewoon konden en toen wisten we nog niet dat suikers echt heel slecht zijn voor lijf en leden. Maar dat was ook de tijd dat we veel meer bewogen en niet ons van stoel tot autostoel hesen en vice versa.

En het was de tijd dat we eigenlijk nog nooit van het woord ‘obesitas’ gehoord hadden..

Van huis uit kregen we wel eens een snoepje maar dat was meer uitzondering dan regel. Daarom ging ik graag op visite bij mevrouw Van der Meulen, een oudere weduwe waar de jeugd vaak kwam voor een praatje en een snoepje. Soms had je het geluk een paar centen te hebben en dan kocht je bij de Enkabé daar een paar toverballen of schuimblokken voor. Of je kocht een zak chips, gewoon een grote zak want die ‘eenpersoonszakjes’ hadden we toen niet.

En thuis kregen we op woensdagmiddag en zaterdagavond een bakje chips.

Als vader kocht ik dus regelmatig wat snoep voor in de voorraadkast maar op een gegeven moment werd dat regelmatig eigenlijk een standaard. Elke week vulde ik de boel aan maar het kroost werd niet dikker en de tandarts bleef ook elke keer na een bezoek vol lof over de jeugdige gebitjes.

Alleen werd ik dikker en de tandarts begon ook steeds meer op mij te mopperen…

Zure matten waren eigenlijk wel mijn favoriet maar ook die kleine doosjes Smarties, heerlijk! Die mini-doosjes met snoepjes waren zó mini dat je er wel een paar van moest nemen voordat je het pas echt proeven kon. En spekjes, daar heb ik mij echt misselijk aan gevreten! Met alle gevolgen van dien, de trommel was elke week leeg. De kinderen waren echt onschuldig in dit verhaal, er was maar één dader:

Hun vader…

Nadat ik drie jaar geleden gestopt was met roken nam de toename van zoetigheid alleen maar toe. Dat was voornamelijk de schuld van mijn vrouw. Zij houdt namelijk van gezelligheid en gezelligheid gaat in haar ogen heel goed samen met ‘iets lekkers’. Zodra Pasen in zicht was stroomden de chocolade eitjes het huis binnen en die worden verdeeld over gezellige schaaltjes. Het duurde niet lang meer of ik had ze allemaal opgevroten want ze zijn zó lekker, vooral de witte kunnen op mijn enthousiasme rekenen.

Maar mijn vrouw ’s enthousiasme voor mij nam met elk opgevreten ei alleen maar af.

Ze snapte het niet. “Je kan toch ook gewoon één eitje eten?” zei ze dan, behoorlijk verontwaardigd omdat het hele schaaltje al na één dag leeg was. Ja, dat kan. Maar ten eerste zitten er verschillende smaken in en ten tweede zijn ze klein waardoor je amper proeft hoe ze smaken. Datzelfde herhaalt zich met de weken voor kerst. Dan liggen er overal kerstkransjes en voel ik dat ik weer aan de bak moet.

Want na de kerstdagen zijn ze niet meer lekker…

Tussen deze feestdagen door zie ik toch regelmatig repen chocola of bonbons voorbijkomen. Want ja, het staat zo gezellig en het is ook zo lekker bij de thee. Wat dat laatste betreft ben ik het helemaal met haar eens, chocola is heerlijk bij de thee. En bij de koffie. En bij een biertje. En bij niks, gewoon voor de grijp.

En als ik naar mijn favoriete programma kijk, First Dates, net na het eten.

Er is een periode geweest dat ze de chocola verstopte. Maar al gauw had ze in de gaten dat verstoppen geen zin had met een man zoals ik in huis. Mijn moeder heeft dat vroeger ook geprobeerd. Wij hadden namelijk een grote blauwe, blikken bus in de bijkeukenkast staan waar de chips in bewaard werd. Maar moeder greep regelmatig mis omdat ik er enkele grepen in gedaan had, ik was (en ben) gek op chips. Zó gek dat ik de straf die ik kreeg incalculeerde en voor lief nam. Op een gegeven moment was ze er zo klaar mee waarna ze de chips ging verstoppen voor deze chips verslaafde muis. Dat verstoppen ging ver, heel ver. Want uiteindelijk vond ik de chips in de nis achter het keukentafelkastje en, geloof het of niet, in de centrifuge!

Dat gaf wel aan dat ik voorzichtiger moest zijn en niet in één keer de zak leeg moest vreten…

Onlangs vond ik, in het hier en nu, een Toblerone reep in de kast, op de gebruikelijke ‘chocolade-plank’. Het was een behoorlijk reep, groter dan normaal. En wederom kon ik de verleiding niet weerstaan en opende de driehoek doos voorzichtig waarna ik met veel moeite een stuk afbrak en in mijn mond stak.

Om vervolgens de doos weer voorzichtig dicht te vouwen zodat het niet opviel.

Dit herhaalde zich vervolgens enkele dagen en uiteindelijk lag alleen de lege verpakking er nog. Zonder dat mijn geliefde het door had en waarmee zij bevestigde het links te kunnen laten liggen. Iets wat ik dus niet kan.

Mijn zwakte..

Om haar geen stok te geven besloot ik een nieuwe reep te kopen, de oude verpakking weg te gooien en mij voor te nemen de nieuwe reep niet aan te breken. Toen ik later thuiskwam zag ik het pas. De gekochte reep was toch kleiner, het scheelde exact 260 gram!

Maar ik ging er niet voor terug en gokte op de goede afloop.

Vorige week stond ze met die reep in haar handen. Voor ons geslaagde buurmeisje. Ze mag van ons als cadeautje haar nagels laten ‘stijlen’ en de reep was gewoon voor de geef.

“Goed idee!” zei ik…

Het mag best wat minder

Was het ‘normaal’ wat achter ons ligt eigenlijk niet gewoon ontzettend abnormaal? Dat vraag ik mij steeds meer af de laatste tijd. Iedereen heeft het over de corona, over wat een barrel het eigenlijk is, hoe lastig het is en hoe het ons hele leven op de kop gezet heeft. Maar ik hoor en lees ook steeds vaker dat we er ook iets van kunnen leren. Dat de manier van leven welke we al jaren en jaren gewend waren, misschien iets te veel vergde van mens, dier en wereld.

Hoe ‘gewoon’ was eigenlijk het gewone?

Want als we echt eerlijk daarover zijn dan short het er nog wel eens aan. We leven van evenement naar evenement, de kinderen hebben overvolle agenda’s en komen niet meer aan ‘gewoon’ buitenspelen toe, ze hebben speelgoed wat haast niet meer van de echte wereld te onderscheiden is waardoor de fantasie minimaal de kans krijgt om gezellig ‘mee te spelen.’ Vreemd dat laatste want de meeste ouders van nu weten heus nog wel hoe ze vroeger buiten konden spelen en hoe leuk dat eigenlijk was.

Stoeprandje, verstoppertje, Stand in de mand…

Het vaak gehoorde tegen argument is dat de straten vol staan met auto’s en dat de stoepranden amper nog het daglicht zien door de vele velgen. Dat klopt. Dat geeft juist heel duidelijk aan hoe we ons in de welvaart wentelen. Twee tot drie auto’s per gezin is tegenwoordig helemaal niet meer raar. Daarom worden er weer plekken gecreëerd waar het kroost even los kan komen van het ouderlijk gezag, ‘gezag’ dat ik ook een beetje in twijfel neem want de jongste jeugdigen zijn behoorlijke bijdehandjes. Waardoor het moeilijk corrigeren is.

En vervolgens kregen we te maken met de term ‘conflict vermijdend’ gedrag.

Natuurlijk valt het allemaal vast wel mee en zit ik hier gewoon een beetje zuur mijn stukje te tikken maar toch heeft covid 19 ons behoorlijk een spiegel voorgehouden. Want we hadden ineens de kinderen thuis. Niet een weekend, een weekje of twee weken. Nee, dat werden weken en weken! En er moest ook nog onderwezen worden en dat was voor sommige ouders best wel confronterend want Jantje en Marietje waren toch niet zo hoogbegaafd als zij altijd gedacht hadden.

Gedachtes die zij ook altijd ventileerden aan de meesters en de juffen…

Ziehier de reden hoe het tekort aan leraren blootgelegd werd. Want wie laat zich bij elk tien-minuten gesprekje graag afzeiken? Niemand toch? Hopelijk hebben deze mensen nu een lesje geleerd en voeren ze voortaan (nederig, netjes en beschaafd) het tien minuten gesprekje met de meester of juf.

Geloof mij, dat scheelt een hoop stress en de leraren krijgen er weer lol in!

En geloof mij, later, als de kinderen groot zijn, zoeken ze toch hun eigen weg. Die hoef je haast niets meer uit te leggen want alle antwoorden Googlen ze wel even. Maar de belangrijkste taak die ouders aan hun kinderen moeten meegeven zijn toch wel de levenslessen, lessen hoe je met elkaar omgaat.  

Wie goed doet goed ontmoet!

Ik denk dat we echt meer naar de voordelen moeten kijken van de huidige crisis waarin we ons bevinden. Kijk maar eens hoe we met zijn allen een stuk schoner zijn geworden. We vervuilen minder omdat we minder consumeren en de auto wat vaker laten staan. Terwijl de benzineprijzen weer lijken op de prijzen aan het begin van deze eeuw gebruiken we de auto toch minder! Dat is goed te zien op de weg. We houden ons ook redelijk aan de nieuwe snelheden en de verkeershuftertjes lijken ook wat relaxter te worden. En dan de files.

Welke files?

Die lijken opgelost omdat velen thuis zijn gaan werken. En die thuiswerkers krijgen er ook steeds meer lol in want die zijn even verlost van domme kantoorgrapjes zoals het vastplakken van je computermuis of gsm. En we zijn bewuster onze handen gaan wassen omdat we bewuster geworden zijn van vuiligheid op de gebruiksvoorwerpen om ons heen, zoals bijvoorbeeld een deurkruk of de knoppen van de lift!

Of de hand die geschud moet worden…

Maar het allerleukste is toch ook wel weer verrassend: we hebben namelijk meer seks! Ja, ik, jullie, iedereen! In Zuid-Holland spannen ze de kroon maar hierin Groningen kunnen we er ook wat van! Dat komt natuurlijk doordat we niet meer naar onze ‘buiten vrouw of man’ kunnen en daardoor ontdekt iedereen weer dat het binnenshuis ook best wel leuk is.

Prachtig nieuws toch!

Uitzonderingen op de regel hè! Want er zijn door al dat thuisblijven vast ook wel wat scheurtjes ontstaan in menige relatie. Scheurtjes die de verhoudingen zo onder spanning zetten dat er vast wel weer een soort stoelendans ontstaat in relatieland. Dat zien we ook terug in de politiek, zoals de club van Henk Krol, 50Plus. Die vlogen elkaar zó in de haren dat zelfs mediation niet meer hielp. En bij Femke Halsema zal het momenteel ook wel niet echt lekker lopen. Vermoed ik. Maar we zien ook de andere kant. We zijn massaal getuige van een ontluikende liefde tussen twee hele bekende Nederlanders! Over wie heb ik het?

Over onze premier en Irma natuurlijk!

Hoe leuk is dat toch elke keer weer tijdens de persconferenties! Je voelt de seksuele spanning tussen die twee wanneer ze ons, het Volk, uitleggen hoe we ons beetje bij beetje mogen ‘unlocken’ en weer terug kunnen naar het normaal. Ik word daar zo vrolijk van dat ik eigenlijk niet eens meer luister naar de daadwerkelijke boodschap.

Ik verheug mij nu al op de Staatsbruiloft!

Ach ja, wat kan de liefde toch veel moois geven. Dat geeft positieve energie en dat is veel beter dan dat negatieve geweeklaag, dat vreet juist energie. We moeten Omdenken en eerlijk zijn tegen onszelf in plaats van elkaar gek maken met theorieën die enkele mafketels via allerlei media tentoon spreiden.

Laten we leren van de afgelopen maanden, het zal een heel belangrijk onderdeel worden van onze geschiedenis!

Energie gevende emoties

Het regent momenteel zonnepanelen! Ze schieten als paddenstoelen uit de grond en sinds een weekje groeien ze nu ook bij ons op het dak. Eindelijk! Wij zijn nu ook duurzaam. Na jaren en jaren energie slurpen maken we het nu zelf. Wij horen nu in het rijtje van energieleveranciers en worden rijk. Schatrijk. De Tesla is al besteld en ons gasfornuis zal plaatsmaken voor een kekke inductieplaat waarop ik nog lekkerder zal gaan koken dan voorheen.

Ja, deze energiebaron knalt haast uit elkaar van energie!

En ik ben niet het enige blije mens hier in huis hè, mijn allerliefste energiebaronesje is er ook blij mee. Ze zit nu de hele dag via de zonnepanelen- App op haar telefoon te kijken naar de kilowatten die massaal door ons geproduceerd worden en kirt er op los bij elk piekje van productie. We zijn er zelfs zó blij mee dat we stoelen voor de meterkast hebben gezet om te kijken naar de teruglopende meter.

En dan knijpen wij elkaar even in de handen.

Dat geluksgevoel. Zó intens, zó emotioneel. Eigenlijk is dat best wel raar, dat we zo overdreven reageren. Maar er zit kennelijk momenteel iets in de lucht dat ons mensen wat gevoeliger maakt. Door de huidige omstandigheden lijkt het alsof we allemaal wat liever voor elkaar zijn. Dat we wat meer begrip tonen, dat we wat meer luisteren naar elkaar en dan bedoel ik ook écht luisteren. Ik zeg specifiek ‘lijkt’, want schijn kan bedriegen en zelfs waarheid worden. Zo las ik van de week dat er mensen zijn die hebben gereageerd op het overlijden van de moeder van premier Rutte.

Je verwacht dan, als normaal denkend mens, meelevende condoleances te lezen in de reacties.

Nou, dat was niet helemaal het geval. Kort door de bocht waren vele uitspraken het sop niet waard. Want er werd weer van alles uitgekraamd door …door… ja, door wat voor mensen eigenlijk?  Moeilijk om daar een definitie van te maken want idioten komen in alle lagen van de bevolking voor. Alle lagen ja, want onlangs sprak ik iemand van het ziekenhuis. Haar vertrouwen in de mensheid had even een flinke deuk opgelopen. Want zij werd tijdens haar werkzaamheden bij de hoofdingang op een vreselijke manier uitgescholden en beledigd. Waarom? Omdat zij enkel het deurbeleid uitvoerde.  Het betrof een keurig persoon van rond de 70 jaar die helemaal flipte omdat alleen de partner naar binnen mocht. Deze regel werd toegepast bij eenvoudige handelingen, niet bij belangrijke uitslagen. Zo proberen ze in het ziekenhuis grote drukte te vermijden waardoor men niet spastisch door de gangen van het ziekenhuis hoeven te lopen.

Best wel handig in deze anderhalve meter samenleving.

Maar dat willen sommige mensen helaas niet snappen, de categorie negatief. Maar ik ga nog wel even terug naar de emoties. Mooie, herkenbare emoties die zo nu en dan in ons leven voorbijkomen.

Vaderlijke emoties om precies te zijn.

Van de week raakte ik in gesprek met een leeftijdsgenoot die ongeveer dezelfde ‘bagage’ heeft als ik eerder ook gehad heb. Hij was net verhuisd en vertelde dat hij ook een adreswijziging gestuurd had naar het ouderlijk huis van zijn drie kinderen. Omdat zij het recht hebben te weten waar hun vader woont. Er waren verder geen verwachtingen van een respons op het kaartje want hij zag zijn kinderen al jaren niet meer en ja, scheiden is lijden en laat voor alle betrokkenen diepe littekens na. De kaart was gewoon zakelijk, alhoewel hij wel afsloot met de woorden:

‘Ik mis jullie.’

“Maar zonder verwachting hè, zonder verwachting…” Hij schudde wat met zijn hoofd en vertelde verder. “Maar gisteravond kreeg ik ineens een Appje: “Hoi Pap!” Toen hij die woorden zei sloeg hij stil. Hij trok met zijn mond, perste zijn lippen op elkaar en knokte tegen de tranen. Ik slikte een brok in mijn keel weg. Want dit was zó herkenbaar. Ik begreep hem direct, heb jaren terug ook in die situatie gezeten maar bij mij zijn de littekens met de jaren steeds meer aan het helen. Bij mij, maar ook bij mijn kinderen zie ik nu de rust terugkeren en komen wij allemaal in een rustiger vaarwater.  

‘Hoi Pap!’

Hij vertelde mij dat hij nog nooit zo blij was die woorden te horen. ‘Hoi Pap.’ Het lijkt zo gewoon  maar dat is het niet als je je kinderen al jaren niet meer gezien hebt. Niet omdat je ze niet meer wilt zien maar omdat de omstandigheden je ertoe dwingen. Je leert ermee leven, je draagt het als een man en je vertikt het om in een slachtofferrol te vervallen. Het enige wat je kan doen is doorgaan, doorgaan om boven je verdriet te staan. Om zo min mogelijk deining te veroorzaken. Uit liefde voor het kroost berust je in je lot.

‘Hoi Pap!’

Het was genoeg voor hem om zijn emoties te laten zien aan mij. En ik brak van emotie door de anderhalve meter barrière en gooide mijn arm om hem heen: “Man! Wat een goed nieuws!” en keek ongemakkelijk om mij heen, wellicht op zoek naar iemand met Fisherman’s friends…

Na de wolkbreuk praatte hij als Brugman over hoe fijn dit was en hoe mooi het allemaal wel weer zou kunnen worden, onderwijl toch flink op de rem trappend om niet te hard van stapel te lopen. Want hij zag overduidelijk dat dit een kans was die met beide handen gepakt moest worden. Wellicht met handschoenen want het was nog pril, en broos.

En niet meer terugkijken of wijzen naar schuldigen.

De rest van de dag liep ik met een grijns op mijn smoel van oor tot oor. Dat verhaal van die gozer gaf mij zoveel energie die onze eigen energie productie deed verbleken. Dit soort berichten geven hoop. Hoop in bange dagen zoals ze dat zo mooi zeggen. En de wetenschap dat uiteindelijk alles wel weer goed komt zolang je er maar voor wilt gaan.

Want mensen kunnen echt niet zonder elkaar, energiek als ze zijn.

Eigenlijk net als zonnepanelen niet zonder de zon kunnen!

Tip van de Opa’s

Onlangs heb ik mijn oudste zoon, net vader geworden van een prachtige dochter, even flink op zijn donder moeten geven! Dat klinkt vervaarlijk en wellicht wat agressief maar het was echt even nodig! Niet omdat hij haar mishandelt of zo hoor, laat ik daar wel even heel duidelijk in zijn.

Nee, hij overlaadt haar met aandacht!

Hij is continue aan het knuffelen. Of hij verschoont haar luier en geeft de zuigeling een flesje. En hij doet haar in bad en kleed haar aan. En alles gaat gepaard met knuffelen. Dan doet hij dingen die ik ooit bij hem gedaan heb en mijn vader ooit bij mij. Zoals ‘neusje, neusje, neusje’, ‘Komt een muisje aangelopen’, of ‘Klap, ga naar de markt.’ Allemaal knuffelversjes die bij ons in de familie ooit bedacht zijn om de nieuwe leden in de familie te vermaken.

Maar je kan er ook in doorschieten.

Vooral dat  ‘neusje-neusje-neusje’. Dat is in werkelijkheid namelijk neusje-gok! Dat neusje van het leutje wichie kan zó verdwijnen in een van haar vaders neusgaten! En hij blijft er dan maar mee doorgaan, terwijl je ziet dat ze maar één ding wil: Slapen! En zoveel mogelijk! Tijdens haar ontwikkeling als mooiste kindje van de wereld lag ze veilig en knus in de buik haar moeder. Natuurlijk hoorde ze zo nu en dan haar aanstaande vader wel, wanneer hij weer via de buik contact zocht met haar. Maar daar kon ze zich nog voor afsluiten.

Nu kan dat niet meer…

Uiteraard heb ik gezocht naar een antwoord op dit overdreven gedrag van mijn zoon.  Had hij een meer gender neutrale opvoeding moeten krijgen? Ik weet nog dat hij op zijn 4e of 5e verjaardag van een oom zo’n roze tasje kreeg, met een roze kammetje en een roze spiegeltje erin. Hij smeet het van kwaadheid op de grond. Even helder, hij werd hier niet gepusht! Dit was zijn eigen willetje.

Door die ‘gebrekkige’ opvoeding zitten we nu met de gebakken peren…

Want hij haalt als het ware nu in. Een soort compensatie gedrag zeg maar. Het gemis van een pop in zijn jeugd versus het popke welke hij en zijn vriendin nu op de wereld gezet hebben. Ik had als kind ook geen pop maar ik speelde wel in de Poppenhoek met de poppen op de kleuterschool. Net zoals de andere jochies in de klas.

Maar er is toch ook nog een moeder in dit verhaal?

Jazeker! Alleen zij krijgt simpelweg de kans niet om moeder-babydingen te doen.

Eerst dacht ik dat het aan mij lag. Want ik heb best wel snel een oordeel klaar en betrap mezelf regelmatig op een iets te zure opmerking over nieuwerwetse dingen of uitvoeringen. Maar ik kreeg bijval, bijval van iemand die ik erg hoog acht.

Mijn vader!

De (bijna) 86 jarige overgrootvader van dit meiske om precies te zijn. Ook hij had mijn zoon de oren even gewassen. Wij hebben hem, zonder dat we het van elkaar wisten, even flink aangepakt. Dat hij die kleine met rust moest laten, rust die het meiske zo hard nodig heeft om te groeien. “Het gaat om één van de drie R’n, ‘Rust, Reinheid en Regelmaat’. “

Dat wist ik nog van vroeger toen ik zelf net vader was geworden.

“En jij bent bezig met onRust! Daar zit ook een R in maar dat is niet de goeie!” vervolgde ik mijn relaas toen ik hem telefonisch ter verantwoording riep. “En als kersverse opa heb ik het recht om in te grijpen. Dus wanneer je haar s’ nachts de fles gaat geven dan doe je niet die bouwverlichting aan maar een klein nachtlampje. En dan fluister je lieve dingetjes in plaats van hardop in hardstyle te gaan zingen dat ze lekker aan het groeien is!”

Nou, daar was hij even stil van. Even. Toen kwam zijn antwoord:

“Maar Pa, dat deed jij toch ook bij ons toen wij klein waren?” “Dat klopt jongen, maar dan was je al flink ouder, dus niet net twee weken.. En het was gewoon overdag, tussen de slaapjes door.”

Hij beloofde beterschap.

Maar even later stuurde hij weer een filmpje waarin te zien was dat het meiske de hik had. Ze lag op haar ruggetje op het grote bed en hij, startende vader, lag ernaast. Kennelijk dacht hij dat ze aan het lachen was en dat ze een spelletje wilde doen waarna hij steeds de slab op haar hoofdje legde en dan ineens wegtrok.

“Kiekeboe!”

Je zag aan haar de frustratie. Haar handjes probeerden duidelijk te maken dat ze de hik had en helemaal geen zin had in spelletjes. “Help mij van die hik af en leg mij asjeblieft weer terug in mijn bed!” leek ze te zeggen. Hij zag de wanhoop niet in haar ogen en ging gewoon door. Natuurlijk snap ik hem wel hoor, hij is zo trots op haar als een aap met zeven staarten. Zo hoort het ook te gaan.

Maar nu moet hij toch even naar zijn (o)pa’s  luisteren!

Zijn enthousiasme voor zijn dochter wil hij ook heel graag delen. Want hij bestookt al zijn telefoon contacten ook met Appje’s. Over het algemeen met foto’s en filmpjes waarop zijn dochter te zien is, inclusief de verwekker.. Leuk, maar mijn telefoon draait nu overuren en het geheugen raakt voller en voller waardoor mijn telefoon trager en trager wordt. Ik zit nu dagelijks de boel op te schonen en heb al 10 gig aan foto’s op de harde schijf, enkel van dit lieve kleine meiske. Het zijn al meer foto’s en filmpjes die ooit van hem zelf gemaakt zijn!

Hij is dus helemaal in de bonen en een beetje in de war

Zo vertelde hij van de week dat de administratie van zijn werk hem benaderd had, via de mail, ik citeer:

‘Beste Youri, ik gok dat je vader bent geworden? Van harte gefeliciteerd! Wel wil ik even doorgeven dat ik jouw weekstaat ga aanpassen. Zwangerschapsverlof wordt namelijk alleen gebruikt door de dames. De dagen die jij opneemt omtrent geboorteverlof dienen geregistreerd te worden onder betaald kort verzuim….’

We zijn er (weer) geknipt voor

Aanstaande dinsdag is het dan eindelijk zo ver. Na weken en weken wachten en elke dag opnieuw de confrontatie aangaan in de badkamer mag het weer! Ik mag naar de kapper! Eerlijk gezegd had ik eerst die wildgroei niet zo door maar na de incubatieperiode van om en nabij de vier weken zag ik de eerste verschijnselen. En drong het pas echt tot mij door. Natuurlijk probeerde ik het nog te negeren en verdoezelde ik het door het weg te halen, met een pincet of schaar. Maar twee weken later was er geen ontkomen meer aan en was de wildgroei van haren op en rond mijn hoofd, compleet.

Ik had een corona-kapsel…

Het enige wat nog wat troost gaf was het feit dat ik niet de enige was. Nee, er liepen genoeg soortgenoten rond die met het zelfde probleem zaten. Langzaamaan zag ik keurige gekapte types veranderen in Neanderthalers, alsof ze zó uit een ver verleden tijdperk kwamen lopen.

Enkel de knuppel over de schouder ontbrak nog..

Opvallend was dat de dames die wilde koppen wel leken te accepteren. Of noem het begrip, zij waren natuurlijk ook slachtoffer van het kapper verbod. Dat was wat! Toen het bekend werd gemaakt hoorde ik in de wijk menige dame een gil geven, een gil waar overduidelijk een flink stukje angst in te horen was.  Want de meeste dames zien de kapper toch echt als het allerheiligste en vinden ultieme geluksmomentjes in de kapsalon waar wij mannen maar weinig van begrijpen. Zij zien het als drie uur ontspanning van de hoogste orde.

Mijns inziens is een half uur lang genoeg om te knippen!

Toch begon het wat te rommelen. Enkele weken na de lockdown hoorde ik termen zoals ‘uitgroei’ en ‘nek uitscheren’ of er moesten ineens ‘verfpakketjes’ gehaald worden. Mijn vrouw ging toen de keuken in om een ‘potsjekoek’, een Terschellinger koek in tulbandvorm, te bakken. Die gaf ze aan de kapper toen ze het bestelde verfpakketje ging ophalen. Toen ik haar vroeg sinds wanneer we betalen met eigen baksels legde ze uit dat het ‘gewoon ter ondersteuning’ was, dat deden wel meer klanten van de kapper.

Zie hier het ontstaan van de Corona-kilo-kappers-knallers!

Eigenlijk was dat ook weer zo’n rare bijkomstigheid, dat er ineens in vele huishoudens van alles gebakken werd. Ik was daar ook slachtoffer van en heb potsjekoek, kruidkoek, mueslikoekjes, appeltaart en krentenbrood van oliebollenbeslag moeten eten. Op een gegeven moment raak je daar aan gewend en zit je rustig twee tot drie keer per dag bij de koffie eigen baksels te eten.

En ja, dan kan je in mijn geval rustig zeggen dat ik daar een slachtoffer van ben.

Dat werd van de week bevestigd nadat ik een ‘lang niet meer aangehad’ overhemd aan wilde trekken. Dat ging dus niet meer. Gekrompen, was mijn eerste reactie, maar de weegschaal besliste anders. Depressief sneed ik mij een extra dik plak poffert af die mijn vrouw gekocht had in de Langestraat om zo de ondernemers een ietsiepietsie te steunen en at het gulzig op. Vervolgens zocht ik hulp bij slachtofferhulp en die mevrouw hoorde mijn verhaal aan.

“Maar de Poffert was wél zeer smakelijk!” waardoor wij vrolijk het gesprek beëindigden.

Ik ben dus wat steviger geworden in de laatste weken maar mijn omgeving lijkt het wel te accepteren. Mijn vrouw noemt mij nu haar ‘beertje’ en zolang ze het verkleind heb ik daar vrede mee. En ja, het overkomt ons allemaal hè, we kunnen er niets aan doen dat we meer eten, minder bewegingsvrijheid hebben en matjes kweken in de nek, over de oren en boven de ogen. Het vrouwvolk ziet het manvolk langzaamaan weer veranderen in echte kerels! Daar valt ook wel wat over te zeggen. 

Want laten we eerlijk zijn, wij mannen zijn de laatste decennia, excusez le mot, zachtjes aan wel wat verwijfder geworden.

We staan wat langer dan voorheen in de badkamer, gebruiken allerlei crèmepjes voor huid en hoofdhaar en zelf ben ik begonnen met baardolie in mijn prille baard te smeren! Na de emancipatie van de vrouw proberen wij mannen dat weer in te halen, competitief als wij zijn. Ook gaan steeds meer mannen naar die thermische baden omdat ‘ze even een moment voor zichzelf willen hebben..’ en make-up is sommigen ook niet vreemd.

Dat gaat mij dan weer iets te ver.  

Maar nu kan ik rustig zeggen dat ik uitkijk naar de knipbeurt van aanstaande dinsdag. Want het is echt een zooitje op mijn hoofd. Plus een op hol geslagen beginnende baard waardoor ik er behoorlijk vervaarlijk bij loop. Toen de kapper mij belde betrapte ik mij erop even een klein vreugdesprongetje te maken. Wel Appte ik direct even een recente foto van mijzelf zodat ze, wanneer ik dinsdag bij ze voor de deur sta, mij niet wegsturen al ware ik een zwerver die op gratis koffie uit is.

Wellicht met een stukje potsjekoek, uit de vriezer van de kapper!

Aanstaande dinsdag mogen ze aan hun meesterwerk beginnen. Dan ga ik extra genieten van het geluid van de tondeuse die zich vanuit mijn nek ronkend opbokst tegen de wildgroei, aangestuurd door de arm van de kapper of kapster. Of naast mijn oren omhoog, dan komt het monotone geluid heel erg dichtbij waardoor ik altijd de neiging heb om in slaap te vallen. Gelukkig houden ze het gesprek wel gaande waarmee ze erger voorkomen.

Maar we gaan het niet over corona hebben!

Want ik benijd ze niet hoor, al die ondernemers die de deuren weer mogen openen. Geheid dat ze telkens hetzelfde verhaal moeten vertellen, hoe ze al die weken doorgekomen zijn en hoe ze gepiekerd hebben. Of de boel wel stabiel genoeg was om zolang gesloten te kunnen zijn. Met andere woorden, dan kom je uit de malaise en moet je er vervolgens ook nog over praten…

Daarom mijn advies, begin gewoon over iets anders, over koetjes en kalfjes van mijn part. 

Die zijn ook altijd zo blij als een kind wanneer ze weer de wei in mogen!

 

 

 

Functiewijzigingen

Fases beheersen ieders leven. Zo starten de meesten onder ons als baby heb ik mij laten vertellen en daarna begint de ellende pas goed. Dat is natuurlijk een grapje, het leven is veel te leuk. Ik kan mij er niet zoveel van herinneringen maar volgens mij was ik super blij toen ik in 1964 in Harlingen ter wereld kwam.

Mijn moeder wat minder want het werd een keizersnee..

Maar al gauw werd de pijn van de ingreep vergeten en werd ik haar lieveling ’s zoon. Want ik heb langer in haar buik gezeten dan mijn broer en zus. Ook voorgaande is grappig bedoelt want ik weet ook wel dat ze ons alle drie zeer lief had. Toen ik in de puberteit kwam werd dat wat minder maar ach, zij had toen die beruchte leeftijd van de overgang.

Daar was die keizersnee een schrammetje bij.

Uiteindelijk kwam het weer goed nadat ik uitgevlogen was. We belden vanaf dat moment elkaar wekelijks en dan zaten we zó een uurtje te beppen. Rond mijn 30ste trouwde ik en een paar maanden later werd ik vader van een zoon, de eerste van de drie zonen die ik in totaal mocht krijgen. Ik heb hun luiers verschoond, ik heb met ze op de bank gelegen om solidair te zijn in hun middagslaapje, ik heb ze de fles gegeven, ik heb op de grond naast het ledikant gelegen wanneer ze wat ziekjes en huilerig waren, ik heb met ze gestoeid, ik heb ze voorgelezen voor het slapen waarna niet zij maar ík in slaap viel, ik heb ze leren fietsen, ik heb ze leren banden te plakken (alleen liepen ze steeds weg), ik heb met ze gevoetbald, ik ben met ze naar de trainingen geweest, ik ben met ze naar de wedstrijden geweest, ik heb met ze gevist, ik heb ze naar school gebracht of opgehaald en heb ook diverse keren ruzie met ze gehad.

Ruzie zoals niet geheel ongebruikelijk is tussen ouders en kinderen.

Dit jaar wordt de oudste 26 , de middelste 23 en de jongste 20 jaar. Wat maar weer aantoont dat de tijd geen vertraging kent. Man, man, wat vliegt de tijd! Tot halverwege vorig jaar had ik dat besef niet zo. Het waren gewoon mijn jongens en daar was ik ook heel gewoon trots op. En ik werd nog trotser op ze toen wij vorig jaar tot twee keer toe met zijn allen bij elkaar waren.  En dat die bijeenkomsten erg gezellig en bijzonder waren. Bijzonder ja. Want wij zijn ouders van een ‘samengesteld’ gezin met vier zonen! En natuurlijk heeft dat ons én de jongens veel bloed, zweet en tranen gekost.

Maar het is gelukt en we zitten nu met zijn allen in een rustiger vaarwater!

Ja, 2019 was voor ons een bijzonder jaar en dat kreeg aan het einde van het jaar nog een staartje. En het besef dat we echt ouder worden: er was een kleinkind op komst! Mijn vrouw sprong allerlei gaten in de lucht van plezier en blijdschap, ik bleef redelijk met twee benen op de grond want ja, het was de confrontatie ineens hè… Hoe ging dat liedje ook alweer van Peter Koelewijn:

‘Je wordt ouder pappa, geef ´t maar toe, Je wilt er alles aan doen, maar je weet niet hoe
Je bent nog snel maar ook eerder moe, Je wordt ouder pappa, je wordt ouder pappa’

Die tekst is zo helder als glas alleen het accepteren is nog wat troebel. Want alles gaat lichamelijk niet meer zo vlotjes. Plus daarbij opgeteld wat lichte ouderdomsongemakjes. Van de week kwam daar nog een ongemakje bij, namelijk een doorligplek achter mijn oor omdat de linkerpoot van mijn bril iets te strak zit..

Ik wil dit allemaal niet maar het hoort kennelijk bij het ouder worden. Daarom probeerde ik mijn enthousiasme voor de functiewijziging van ‘vader’ naar ‘opa’ te minimaliseren. En dan nog iets, deze nieuwe functie zal echt geen extra geld opleveren!

Integendeel, je kan daarop leeglopen als ik al kijk naar de uitgaven van mijn vrouw die ze nu al gemaakt heeft voor de ongeborene!

Na de jaarwisseling wist ik dat het er toch echt van komen zou. Maar toen kwam daar ineens dat rare virus om de hoek kijken en gaf ik de jonge ouders te kennen dat ze beter even konden wachten met bevallen. “Wacht gewoon nog een jaartje. Dit is geen leuke tijd om ter wereld te komen en ze zit goed waar ze nu zit. Toch?”

Op de ene of andere manier werd ik niet serieus genomen.

Vorige week, in de nacht van vrijdag op zaterdag, 2 mei, begon om 04:36 uur mijn gsm ineens te trillen. Ik schoot overeind want om die tijd belt meestal de planning van mijn werk voor een extra dienstje. Maar het was zoon Youri, hij belde mij via WhatsApp beeldbellen. Nadat ik eindelijk in de gaten had waar ik moest ‘vegen’ verschenen ze in beeld, mijn zoon, zijn vriendin Jorinde en …..Mijn vrouw, inmiddels ook rechtovereind, keek mee over mijn schouder en slaakte enkele kreten. Want naast het jonge stel lag nog een persoon.

Of beter gezegd, onze eerste kleindochter! 

Met alles erop en eraan, heerlijk tegen haar moeder aan en de handjes gebald naast het hoofd. Nu kreeg mijn ‘ik-ben-nog-te-jong-om-opa-te-zijn’ meninkje toch even een kleine aanvaring te verwerken. Een aanvaring met het besef een nieuwe fase ingegaan te zijn. Slapen ging erna niet meer en later zong ik mijn vrouw liedjes toe als ‘Omaatje lief’ van Heintje en zij zong spontaan ‘Mijn opa, mijn opa’ van Hetty Blok en Leen Jongewaard!

Hoe snel kan het ‘verval’ gaan!

Op de 75ste Bevrijdingsdag én op mijn moeders 91ste verjaardag, reden wij richting Den Haag om te gaan ‘Kroamschudden’, ‘Hartsje kieken, ’t Pottje bekieken’ of gewoon op kraamvisite te gaan. Het werd Raamvisite maar dat deed niets af aan het wonder wat ons getoond werd, zo klein, zo mooi en zo’n gaaf kindje. Het was de drie uur heen en drie uur terug rijden meer dan waard!

Die avond lag ik met oma in bed, nog hyper de piep van de dag. En we waren het eens:

De kleine prinses lijkt gelukkig op haar moeder!!

 

Wat een plaatje!

De vijfde maand van het jaar 2020 is aangebroken maar door dat kolere virus is mij het tijdsbesef totaal ontgaan. Normaal gesproken had ik allang terrasjes gepakt of even op bezoek geweest bij het kroost in Den Haag maar het bleef beperkt tot de achtertuin, de voortuin, het pleintje achter huis, de supermarkt en natuurlijk mijn werk.

Want thuiswerken zat er voor mij niet in.

Oh ja, en vorige week mocht ik nog even naar de hengelsportwinkel! Want vissen mag van de regering dus ik was er als de kippen bij. Ik was niet de enige. Want vissen is hip en hot omdat al die anderen dingen waar men doorgaans (massaal) naartoe gaat, zoals de Efteling, festivals, sportevenementen en andere groepsvermakelijkheden, niet meer mogen.

Dat mag enkel nog virtueel.

Mijn voornaamste tijdverdrijf nu is kijken hoe de katten van de buurvrouw zich op het garage dak aan de jacht wagen. Er lopen er drie, een grijze, een zwarte en een bruine. Gisteren had ‘die bruine’ nog bijna een duif te pakken maar de duif was net even slimmer. En als er dan even geen lekkere hapjes rondvliegen of lopen dan bevecht hij zijn territorium met de andere katten in de buurt.

Of hij schijt van pure nijd in onze tuin…

Ik heb nu tijd om dat soort dingen bij te houden vanuit mijn ‘mancave’. En ik denk veel na. Bijvoorbeeld over de uitbreiding van muziek in dit huis. Ik vind het heerlijk om overal muziek te horen. Wij hebben van die ‘wifi-boxen’ zeg maar, die je ook nog onafhankelijk van elkaar bedienen kan. Dus in elke ruimte zou je andere muziek kunnen luisteren. Of terug kunnen luisteren.

Ja, inderdaad, met zo’n handige App!

We hebben nu vier boxen, een in de keuken, een in de woonkamer, een in mijn kamertje en een in de badkamer. Ik mis er nog een in de WC maar je kan het ook overdrijven. Alhoewel het wel een uitkomst is wanneer je eens níet naar je eigen gezeik wilt luisteren… Nu kwam onlangs mijn geliefde met een idee welke best wel aanlokkelijk was. Onze televisie staat op het tv meubel maar zij wil hem aan de muur. Mijn reactie: “Tuurlijk, dan kun je er nog veel meer ‘accessoires’ op kwijt, zoals kaarsjes, lampjes, kevertjes of Toekan’s op een stokkie.”

“Plus een bossie nep-tulpen..”

Maar niets was minder waar. “Nee,” zei ze, “als jij de televisie ophangt dan mag je van mij een platenspeler op het tv meubel zetten!” Nu had ze mijn aandacht. Want ik ben voornemens een platenspeler aan te schaffen vanwege het ‘vinyl-gevoel’. Nu niet denken dat ik in een soort midlife crisis zit of dat ik terug wil naar vroeger. Dat is absoluut niet waar, ik luister al veel digitaal en maak ook gebruik van Spotify. En toen begin jaren ’80 de eerste muziekcd’s werden verkocht stond ik ook vooraan.

Maar muziek op vinyl, dat klinkt toch net even anders. En het is ook weer hip en hot! En hoe leuk is het om naar de platenwinkel te gaan en jezelf de nieuwste plaat van Pearl Jam, Blackbird, Chef’s Special, Danny Vera of Billy Eilish cadeau te geven.

Net als vroeger.

Dan gingen we bijvoorbeeld naar Plato, Music Store, Poort, Fame, Evelyn Novacek, Free Record Shop of naar Hekman. Elke dorp of stad had wel zo’n platenwinkel. En dan lekker sneupen in de bakken met elpees, op zoek naar die ene plaat. Of je liet de gekozen plaat opzetten door de medewerker van de zaak waarna je een koptelefoon aangereikt kreeg om het te beluisteren. Zo kon je even weg zwijmelen in de wereld van The Police, Deep Purple, Herman Brood, Paul Young, Meat Loaf of The Rolling Stones.

Na het afrekenen fietste je snel naar huis om vervolgens linea recta naar je kamer te gaan.

Daar haalde je dan voorzichtig de plaat uit de hoes en bekeek je hem door je duim op de rand te plaatsen en je wijsvinger in het gaatje te duwen. Vervolgens inspecteerde je het vinyl of er geen onregelmatigheden te zien waren. Daarna legde je de plaat op de draaischijf, pakte voorzichtig de arm op en zette de naald op het vinyl.

Met beleid!

Want als je de naald iets te dicht op de rand had gezet dan zat het gevaar erin dat hij er naast viel. En dat was slecht voor de naald. Het ging niet altijd goed. Vooral wanneer je een paar nummers wilde overslaan, dan moest je mikken in de juiste groef van de plaat en dat ging wel eens mis. Met krassen als gevolg. En als er een kras opzat dan sloeg de plaat over..over…over..over.. Op een gegeven moment wist je precies op welk moment van het liedje de plaat zou blijven hangen en stond je al naast de pick-up om de naald een ienie-mienie zetje te geven.

Of je stampte even hard op de grond of je gaf een klap op het meubel waar de pick-up opstond.

Later kwamen de automatische armen en hoefde je minder op te letten. Maar het typische grammofoonplaten geluid bleef bestaan. En die kreeg je niet meer terug op CD of ander digitaal medium.

Maar ik kan het terugkrijgen door nu toe te happen, door enkel een TV op te hangen..

Toch kwam het verstand om de hoek kijken. Want het zijn wel even kosten hoor, een platenspeler, boxen en een versterker. En we moeten ook nog de voortuin afmaken met plantjes en boompjes als ik eerdere berichten van het front geloven moet. De tuin is dan wat mij betreft de mooiste tuin van de wijk. Dat durf ik hier wel te beweren. Maar één ding moet nog wel even aangepast worden.. Wij hebben nog zo’n oranje doek in het zonnescherm. Die nodig aan vervanging toe is.

Ik hoefde het haar maar één keer voor te stellen…

Twee dagen later stond de mevrouw van de Zonneschermwinkel te meten en over een week of drie hebben wij inderdaad de mooiste voortuin van de wijk!

 

Visserslatijn

‘Als ze me missen dan ben ik vissen…’ zong Nico Haak ooit en dat deuntje jakkert de laatste tijd steeds door mijn hoofd. Of eigenlijk sinds een collega aangegeven heeft te willen vissen. Met mij. En dat vond ik ook wel een goed plan.

En deed er verder niks mee.

Hij daarentegen was wat fanatieker. Enkele dagen later stuurde hij mij een Appje met de mededeling een hengel en een vispas gekocht te hebben. En vervolgens kwam de vraag hoever ik was in de aanschaf van hengel en vispas want het werd mooi weer. Ik snapte zijn enthousiasme maar had een klein, gênant probleempje. Mijn zakgeld was niet toereikend. Dat kwam omdat ik niet goed mijn best gedaan had volgens de baas in huis. Er liggen namelijk al enkele weken een stapel steigerplanken in de tuin en de bedoeling is dat daar een tuintafel van gemaakt zou worden.

Door mij.

Maar ja, daar moet ik mij op voorbereiden. Want het is niet zomaar iets dus er moet eerst over vergadert worden. En daarna moet er een plan van aanpak gemaakt worden anders wordt het een zooitje. Dus ja, dat kost tijd. Teveel en te kostbare tijd volgens mijn vrouw. Die tafel had in haar ogen allang klaar kunnen zijn want we bevinden ons al een tijdje in het voorjaar. Met andere woorden, we kunnen in de tuin zitten. Uiteraard sputterde ik nog tegen, gooide het op de corona-maatregel van dat we elkaar toch niet mogen bezoeken. Dus waarom dan toch een grotere tafel? Nou, daar nam ze geen genoegen mee…

En kreeg ik geen zakgeld.

Maar toch kwam er ineens een ommekeer in dit conflict! Net op het moment dat ik mijzelf nooit meer zag zitten aan de waterkant, met hengel, koffie en voor de kou een alcoholisch slokje, zwaaide de poort van de tuin ineens open! Daar stond Tinus, de ‘motorrijder-die-niet-meer-op-de-motor-mag-van-zijn-vrouw’, in de deuropening. Hij wilde helpen. Dat komt natuurlijk ook omdat hij veel tijd over heeft. Hij mag namelijk niet meer motorrijden van zijn vrouw. Hij vertelde dat nogmaals aan ons en ik merkte dat het hem hoog zat, hoorde zelfs even een snik in zijn stem…”Maar goed, ik wil daarom mijn tijd wel een beetje zinvol invullen!”  Nou, dat was niet tegen dovemans oren.

Mijn zegen heeft hij!

En helemaal die van mijn vrouw! Want hij en hout zijn hetzelfde als de kurk op de wijnfles, de leerkracht en zijn leerlingen, Studio Sport met het bord op schoot, het ziekenhuis en het verplegende personeel, de burgemeester en haar ambtsketting, de kapper en zijn schaar, de voetballer en zijn bal en de schrijver en zijn pen. Wat hij ziet met zijn ogen kan hij maken met zijn handen. En ik? Ik ben slechts de zoon van een timmerman….

Met twee linker handen.

Maar dat boeide mij nu niet en bood hem direct een stoel en koffie aan. “Beste Tinus, je wilt dus echt een tafel maken van deze stapel hout?” en schoof hem de stoel aan. Ja, dat wilde hij wel. En hij begon direct met het meten en betasten van het hout. Betasten? Ja, betasten. Je zag het in zijn ogen, het respect en liefde voor het natuurlijke product.

Je zag zelfs nog méér liefde in zijn ogen voor hout dan wanneer hij over zijn oude motor sprak…

De volgende dag kwam hij het hout al halen waarop mijn echtgenote de rest van de dag nóg vrolijker was dan ze normaal al is. Ik besloot, als kleinzoon van een smid, het ijzer te smeden nu het heet was! Diezelfde dag ben ik direct uit mijn werk naar de hengelsportwinkel in Winschoten gegaan. Eenmaal binnen zag ik heel even door de hengels het water niet meer maar Gerben, de eigenaar, schoot mij snel te hulp. Het was voor mijn doen best wel een aanslag op mijn zakgeld maar het thuisfront was in opperbeste stemming dus ik durfde het wel aan en drukte op het knopje ‘Oke’ van de pinautomaat.

Toen een van de andere klanten mij een compliment gaf voor de gekochte hengel, steeg mijn zelfvertrouwen nog meer. Daarnaast gaf deze aardige kerel ook nog een tip voor een goed viswatertje waardoor ik het gevoel kreeg er nu echt bij het visgilde te horen. Trots als een pauw.. euh..karper, verliet ik even later de winkel en legde de hengel in de auto.

Inclusief de nodige accessoires natuurlijk!

Nadat ik thuis was gekomen kwam ook net de achterbuurvrouw eraan lopen. Ze had een ‘gezellig’ cadeautje gekocht voor mijn vrouw, iets met een geur en iets van chocola. Ze zette het op de keukentafel en verdween na gezegd te hebben dat ik er vanaf moest blijven. Althans, van de chocola dan wel te verstaan.

Ze kent mij.

Ik Appte intussen mijn collega de foto’s door van mijn nieuwe aanwinst en deze antwoordde natuurlijk erg enthousiast. Eindelijk konden we een dag plannen! We hadden ook al een locatie op het oog, namelijk het Damsterdiep bij Delfzijl. Daar woont een collega van ons, het type ‘Mi casa et tu casa’. Want naast het feit dat dit een hele aardige collega is, is het ook handig om vlakbij de vis stek een onderkomen te hebben alwaar wij eventueel koffie en dergelijke kunnen aanvullen.

‘Of even een tosti kunnen halen, met een klein biertje of zo..’

Ja, soms gaat onze fantasie best wel op de loop. Visserslatijn van de hoogste categorie zeg maar. Maar wat geenszins onze voorpret van het vissen kan bederven! Nu was het voor mij nog wel een zaak om de uitgave te verantwoorden aan mijn vrouw. Eén antwoord had ik al klaar, wanneer ze gaat vragen wat zo’n hengel kost:

“Dat is niet belangrijk. Het gaat om het resultaat!”

Die krijg ik namelijk regelmatig van haar te horen als ze weer iets van accessoires voor het huis gekocht heeft. Toen ze thuiskwam gaf ik haar spontaan een knuffel en overlaadde haar met liefdesverklaringen.

En dat ik wat voor haar gekocht had.

En wees naar het cadeautje op de keukentafel!

 

Beeldig

Facetime en Skype, oftewel beeldbellen, zijn momenteel weer helemaal hip. Was het in de tijd van de Thunderbirds en Start Trek nog een ver van ons bed show, nu is het een gemeen goed waar jong en oud gebruik van maken. Toen ik nog in Den Haag werkte en mijn vrouw nog ‘mijn Groningse vriendin’ was, stond bij ons beiden Skype standaard aan. Zo hadden we allebei toch nog wat gezelligheid van elkaar.

En als er even wat chagrijn was dan verbrak ik of zij gewoon even de verbinding!

We deelden dan via Skype ons ontbijt of we dronken samen even koffie. Warm eten deden we eigenlijk nooit samen want ik vond het heerlijk om met het bord op schoot Het Journaal te kijken. In alle rust, zonder vrouwelijke inbreng: “Oooh, wat ziet Annechien er weer leuk gekleed uit!” of “Ooh, moet je die hakken zien…. prachtig!”

Dit gebeurde met wederzijds goedvinden en het stond zwart op wit in het relatiecontract (Hoofdstuk 8, paragraaf 16).

In dat contract staan ook mijn beperkingen beschreven hoor, beperkingen die te verwaarlozen zijn in mijn ogen. Bijvoorbeeld een boer of wind laten of morsen op mijn net gewassen kleding. Ik kan daar niks mee want ook mijn fysiek gestel heeft zijn grenzen waardoor ik mijn lichaam niet altijd in de hand heb. Niets menselijks is mij vreemd.

En dat morsen, tja… ben gewoon niet zo handig.

Maar dit even terzijde. Wij Skype’ten er dus op los. Zelfs als er visite was dan deed ik op afstand mee, dan stond haar laptop op de eettafel zodat ik er ook een beetje bij was. Nu klinkt dat heel liefdevol en gezellig allemaal maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik dan gewoon languit op de bank TV zat te kijken.. En ik had het geluid van Skype zachter gedraaid want een kamer vol visite 272 kilometer verderop hakt er qua geluidsoverlast nog steeds flink in! Zo nu en dan kreeg ik dan een Appje…Dan stond er weer eentje te zwaaien..

En kwam ik overeind en zwaaide er vrolijk op los.

Nadat we definitief samen kwamen te wonen was dat directe contact, zonder scherm ertussen, wel even wennen. Sterker nog, op de eerste dag dat ik in Winschoten uit ons bed stapte, zette ik nog half slapend Skype aan….

“Dat hoeft niet meer, schatje..” en kreeg ik een knuffel.

Maar nu iedereen beperkt is in zijn of haar bewegingsvrijheid, kun je wel zeggen dat beeldbellen toch wel een uitkomst is. Zo had ik van de week weer even contact met mijn zonen in Den Haag en ik was oprecht blij ze weer eens te zien. Natuurlijk kreeg ik direct commentaar over mijn uiterlijk. Ik heb namelijk nog steeds de baard in de groei en ja, dat ziet er misschien wat woest uit. Mijn vrouw wil er ook maar niet aan wennen en kijkt nog steeds met zo’n blik van:

‘Het zal wel een fase zijn…’

En omdat ik niet meer naar de kapper kan is mijn haar inmiddels ook een aflevering geworden van ‘wild nature’. En mijn wenkbrauwen lijken ondertussen wel op kleine zonneschermpjes voor mijn ogen.  Ik zou zo mee kunnen doen aan een survival-uitzending van National Geographic. Dan maak ik eerst een vuurtje met twee vuurstenen en spiets vervolgens een paar van die dikke larven op een tak. En dan roosteren boven het vuur alsof het marshmallows zijn…Vervolgens rooster ik nog wat sprinkhanen en neem als toetje termieten op een bedje van paarse dovenetel. Daarna was ik mij door een duik te nemen in een knus beekje en doe een dutje in een oud vossenhol.

En vervolgens, als de camera uit is, stap ik in mijn auto en stort mij weer in de welvaart!

Ja, de huidige situatie waarin wij ons bevinden speelt mij ook parten. Doordat we nu eerst heel goed moeten nadenken of we wel of niet ergens naartoe moeten gaan raken we wat in de war. Vandaag, voor de lezer van dit stukkie gisteren, voeren mijn vrouw en ik al de hele dag de discussie wat we gaan eten. Voor de hand ligt het eten van asperges maar de kans dat de anderhalve meter bij de aspergeboer niet te garanderen is, is te groot. Dat moet je niet willen. Toch? Uiteindelijk kreeg ik een ingeving van het duiveltje op mijn linkerschouder, hij stelde het gerecht ‘Duiveltjes-kip’ voor en dat kreeg de goedkeuring. We klapten voor onszelf want het is in deze roerige tijden best moeilijk om tot een compromis te komen.

Gelukkig hebben we de foto’s nog van de asperges van vorig jaar.

Op Social Media zie je ook dat we steeds meer visueel ingesteld raken. Nu we elkaar niet meer mogen opzoeken plempen we allemaal foto’s op Instragram en Facebook waarmee we iets over onszelf vertellen. Ik zie vooral veel foto’s van kinderkoppies met bloempotkapsels voorbij komen waarmee, naar mijn idee, duidelijk met veel liefde naar vroegere tijden gekeken word.

Ik snap dat wel.

Want wanneer je continue bij huis zit en je alles gedaan hebt aan klusjes, komt de rust weer terug in je leven. Hand in hand met de heimwee. Dan voel je weer de traagheid van je jeugdjaren, de jaren dat de zomers nooit voorbij gingen en je de winters grotendeels schaatsend doorbracht. Ook dat willen we visualiseren door te kijken naar foto’s van vroeger, foto’s uit een tijd dat je nog nooit gehoord had van een ‘lockdown’, 1,5 meter afstand houden, 20 seconden handen wassen of van wekelijkse persconferenties van de minister president.  

Toen was geluk heel gewoon…

Maar het was natuurlijk niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Ook toen waren er problemen waar we mee om moesten leren gaan. Het zijn slechts aangedikte herinneringen die met de dagen dat we ouder worden steeds meer geromantiseerd worden. Herinneringen die we hebben opgeslagen in onze hoofden en die we nu, in deze klote tijd, kunnen bevestigen met foto’s. En soms met 8 millimeter filmpjes.

Zonder geluid.

Maar die weten we nog wel! Omdat we alles toen veel intenser beleefden!

 

Het nieuwe winkelen

Soms lijkt het wel alsof we met zijn allen opnieuw opgevoed worden sinds we ons aan allerlei regels moeten houden. De gewone dingen zijn ineens niet meer zo gewoon. Bijvoorbeeld even toiletpapier halen bij de buurtsuper….. Dan heb je een uitdaging hoor!

Want tegenwoordig is dat een heel ritueel.

Je gaat natuurlijk alleen! De partner blijft gewoon thuis! Nee, ook niet voor de gezelligheid mee, gewoon thuisblijven. Doe maar iets voor jezelf! Onder deze regel vallen de kinderen natuurlijk ook, met uitzondering als het echt niet anders kan natuurlijk. Maar dan heb ik het wel over de echte kleintjes die je niet zomaar bij huis kan laten, wil je je huis nog heel terugzien.

Dat biedt geen garantie voor de toekomst trouwens.

Want ik heb ooit, als niet zo slimme 12 plusser, met een aansteker het brandvrije plafond bij ons in de keuken ‘getest’. Ik zei tegen een van mijn vrienden, Stado, dat het plafond van brandvrij materiaal was. Hij geloofde het niet. En wat doe je dan in deze pre-puberale fase? Juist, dan klim je op het aanrecht en hou je er een brandende aansteker tegenaan.

De zwarte plek die dat achterliet kregen we niet weggepoetst…

Dus neem het wat minder slimme 12 plussers-kroost toch maar mee naar de winkel. Je kan die natuurlijk altijd buiten laten staan bij de winkel want zij vermaken zich wel met hun Insta’s, Snapchats, WhatsApps (inclusief alle groepsapps waar ze inzitten..) en het kijken naar Dumpert.nl. Alvorens je naar binnen gaat pak je de winkelkar die even daarvoor gedesinfecteerd is door de jongens en meisjes die daar werken. Je bedankt ze daar vriendelijk voor en snauwt ze niet af.

Dat doe je maar als je weer thuis bent bij je partner!

Voor de zekerheid kijk je nog een keer op je boodschappenbriefje. Toiletpapier dus. Vervolgens haal je diep adem, loop je naar binnen en probeer je in te schatten hoeveel obstakels er genomen moeten worden. Die obstakels zijn niet de gewone man of vrouw die doelgericht in de winkel zijn maar die lui die ‘gezellig’ met zijn tweeën gaan omdat ze nergens anders heen kunnen en zich thuis doodvervelen.

En ja, de Efteling is ja dicht ja!

Dan kies je de kortste weg naar het pad met het almachtige en oh zo edele toiletpapier. Over het algemeen moet dit goed gaan want de meeste mensen houden zich wel aan de regels. En als er dan per ongeluk een kleine verkeersopstopping ontstaat, bijvoorbeeld bij het knooppunt broodafdeling/kaashoek/Chips & Pinda’s schap, dan lossen de deelnemers in het verkeer het onderling wel op. Op een uiterst vriendelijke manier.

Daar hoeft over het algemeen geen supermarktmanager aan te pas komen.

Nadat je dan via de huisdierenafdeling aangekomen bent bij het uiteindelijke doel en je tot de conclusie gekomen bent dat er nog wat toiletrollen staan, laat je een klein vreugdekreetje schieten.  Dan pak je snel het kostbare goed en vervolg je in één vloeiende beweging je weg, in dit geval de kortste weg naar de kassa. Daar aangekomen is het even oppassen want er kan namelijk een opstopping ontstaan. Gelukkig hebben ze nu van die 1,5 meter vloerstickers waardoor het afstand houden goed gehandhaafd kan blijven. Dat zou haast elk mens met een basisschool opleiding wel moeten snappen. Nu is het aan de kassa medewerkers om tijdig een kassa bij te zetten voordat er een lange file ontstaat tot aan de vleeswaren hoek.

Maar dat kunnen die jongens en meiden wel!

Vervolgens reken je af en spreek je nogmaals je waardering uit, want zij werken immers aan het front. En zij zorgen dat wij nog enigszins veilig onze boodschappen kunnen doen. En noem hun naam, dan komt het compliment helemaal goed binnen! Vervolgens ga je naar buiten en geef je je boodschappenwagentje aan de medewerker met het duizenddingendoekje en bedank je ook die voor de prettige samenwerking.

Geloof mij, het kost je niks extra’s! Je krijgt er enkel een (waardevolle) glimlach voor terug!

Tot zover de frontlinie. Je kan ook online winkelen. Handig, nu onze bewegingsvrijheid beperkt is. De winkeliers spelen hier handig op in door via allerlei leuk opgenomen filmpjes. In die filmpjes laten ze ons zien wat de mogelijkheden zijn. Ook hier in Winschoten zie je de ondernemers de handen ineen slaan. Op een originele en verstandige manier zodat er nog steeds geshopt kan worden.

Wij hoeven ze daar enkel in te steunen, mits we straks weer gezellig willen winkelen met zijn allen!

De bouw- en tuinartikelen winkels draaien daarentegen volle bak want er is ineens tijd genoeg om te klussen of de tuin op te knappen. Dat laatste heb ik zelf ondervonden want vorige week stond ineens mijn zwager voor de deur met tegels en zand. Dat was even een schok voor mij want ik moet mij daar altijd eerst mentaal op voorbereiden.

Mijn vrouw daarentegen niet, die maakte een klein lente sprongetje.

Bloed chagrijnig hielp ik mee maar naarmate de tuin vorm kreeg en een fris windje de hitte van de zon wat aangenamer maakte, begon ik het toch wel leuk te vinden. Nadat driekwart van de tuin klaar was kreeg ik nog een opdracht mee, namelijk worteldoek leggen. Iets te snel zei ik dat ik dat wel kon en dat ik dat de volgende avond ‘even’ zou doen.

Ik kon er die nacht nauwelijks van slapen..

Het werd toch een prachtige maandagavond. Want twee engeltjes in de vorm van twee vriendinnen van mijn vrouw kwamen toevallig langs. En binnen de kortste keren lagen ze op hun knieën voor mij, handig te doen met schaar en worteldoek en alles op anderhalve meter afstand. Mijn vrouw vond dit natuurlijk hartstikke gezellig en kwam met nog cappuccino’s en koffie de tuin in.

En ik? Ik was de gelukkigste man van de wereld!

Toch sloeg de verbazing toe nadat de dames ineens over losgepeuterde nagellak begonnen. Nou, dat was wat! Ik maande hen bij de les te blijven maar ze negeerden mij … Het gebabbel ging gewoon door, zonder dat het fout ging. Niet veel later lag het worteldoek er perfect in en was er weer die bevestiging:

Vrouwen kunnen écht twee dingen tegelijk!

 

Herinneringen uit eerste hand

Wanneer ik in de auto zit denk ik aan van alles en nog wat. Maar vooral over onderwerpen waarover ik kan schrijven of enkel een zin die ik kan gebruiken in mijn stukkies. De kunst is om die ‘ingeving’ dan te onthouden maar dat lukt niet altijd. ‘Vergeten gaat steeds beter’ zou mijn moeder dan zeggen. Op mijn gsm zit wel een geluidsrecordertje maar ja, dan zit je weer met die gsm in de hand hè, dat is niet zo handig tijdens het autorijden… Gelukkig heb ik wel een pen en dan schrijf ik gauw even wat steekwoorden op mijn hand. Dat is volgens mij nog niet verboden. Bij thuiskomst is het dan de kunst het direct even op een papiertje te schrijven want inkt op de hand heeft natuurlijk niet het eeuwige leven.

Vooral tegenwoordig, nu we een paar honderd keer per dag onze handen wassen!

Afgelopen dinsdag had ik ook weer zo’n ingeving toen ik van werk naar huis reed en kalkte ik de ingeving ergens tussen Nooitgedacht en Spijk snel op mijn hand. Eenmaal thuisgekomen vereeuwigde ik de notitie op de computer waarna ik mijn handen weer kon wassen.

Drie dagen later stond het er nóg op!

Ik kreeg het er niet af! Unicura handzeep, Dettol handzeep, Dreft, Ajax, Glorix, Jiff, niets hielp. Nadat ik de schuurmachine tevoorschijn haalde greep mijn vrouw in. Ze vond dat namelijk een beetje overdreven en wist mij te overtuigen dat het vanzelf wel zou slijten. Maar hoe kon het toch dat deze inkt onverwoestbaar was? Ik had een pen gebruikt die ik wel vaker gebruik dus daar lag het niet aan.

Toen viel ineens het kwartje!

Het kwam natuurlijk door het vele handenwassen! Normaal heb je op je handen altijd wel een laagje vet zitten waardoor inkt er ook zo weer vanaf gaat. Maar nu zitten we in een abnormale situatie en poetsen we ons suf. Dat leverde natuurlijk ook weer grappen op, dat op de handen van sommige mensen oude spiekbriefjes en discotheekstempels weer tevoorschijn kwamen.

Discotheekstempels?

Ja, als je vroeger naar de discotheek ging dan kreeg je, na het betalen van de entree, een stempel op je hand. Zo kon je tussendoor even naar buiten om een beetje te vrijen, je ruzie met vriendin of vriend te beslechten of een beetje te ouwehoeren met andere discogangers. Ik was niet van de disco hoor maar ging wel naar dit soort uitgaansgelegenheden toe als puber, voor de gezelligheid en voor de meiden natuurlijk. Ik zong dan vaak mijn lijflied:

‘Disco really made it, its empty and I hate it’, van Gruppo Sportivo!

Wij hadden op Terschelling best wel veel discotheken, Actania, Dellewal en de OK18. En de Braskoer, maar die was net iets minder van de disco in mijn beleving. En eens per maand, als ik bij mijn vriendinnetje in Scheemda was, gingen we naar Night Fever. Mooie tijden waar ik van de week even aan moest denken nadat ik een foto van Actania voorbij zag komen. Want je ziet momenteel veel foto’s van vroegere dagen voorbij komen op Social media. Dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat we ons weer thuis moeten vermaken. Als tijdverdrijf duiken heel veel mensen nu in de foto- archieven en plaatsen daar dan foto’s van op Social media.

Van toen ze nog kind waren.

Want daar is nu, sterker dan ooit, behoefte aan. Ik zou dat ook best wel even willen alleen liggen de fotoboeken van mijn jeugd bij mijn ouders op Terschelling. En voorlopig kunnen we daar niet heen. Althans, het is verstandiger om thuis te blijven. Niet alleen omdat ze op een eiland wonen maar omdat het nu gewoon echt verstandiger is niet naar je ouders te gaan, net als naar je opa en oma of je oom en tante.

Of naar welke oudere dan ook.

Daar houden wij ons aan en eerlijk gezegd was ik het al een beetje gewend. Ik zie mijn ouders sinds ik aan ‘de Wal’ woon maar twee, drie keer per jaar. Maar hier aan de wal is dat natuurlijk anders, daar lopen de meeste mensen zo even binnen bij Pa en Ma en nemen dan, onder het genot van een bakkie koffie, de dag of week even door.

Begrijpelijk dat veel mensen dat heel erg missen.

Maar ja, we leven in een rare tijd en zullen ons er doorheen moeten slaan. Volgens mij lukt dat best want de meeste mensen zijn inventief genoeg om de dagen door te komen. Zie het meekijken in de fotoboeken, zie de (vaak grappige) filmpjes die in elkaar geflanst worden en zie hoe mensen zich weer dingen gaan herinneren, inclusief de vaak leuke of boeiende verhalen die de herinneringen nog meer kleur geven.

We hebben weer oog voor elkaar omdat we elkaar eigenlijk best wel missen…

Maar we doen ook klusjes. Nou ja, ik niet. Mijn vrouw, haar broer en haar zoon doen dat. Die zijn nu, terwijl ik lekker zit te schrijven, de voortuin aan het leeg maken. Helaas (..) kan ik niet meehelpen want ik heb een deadline want het is al zaterdag. Daarbij opgeteld de regel dat we niet meer groepjes mogen vormen, drie personen is de max. Het is dus pure overmacht dat ik nu lekker op mijn kamertje zit en zij zich in het zweet scheppen en tillen.

Bij deze mijn oprechte excuses…

Maar zonder gekheid, het is natuurlijk haar eigen schuld. Zij wilde dat de voortuin op de schop genomen werd en ik schoof het liever voorbij de crisis. Maar mijn meisje denkt daar anders over, zij was ook altijd meer van de disco om maar even nog een verschil te noemen. En dat bots wel eens en dan heb ik weer iets om over te schrijven. Zo had ze van de week de keuken gestofzuigd en gedweild. Toen ze net klaar was morste ik wat koffie.

“Potverdorie!” riep ze mij boos toe, “Ik wil bij leven nog een gesprek met je moeder over jou!”

Soms is het ook wel even handig als je ouders even niet bezocht kunnen worden…

 

 

Met twee benen weer op de grond

Aangezien wij op zekere leeftijd zijn hoeven wij ons de komende weken (maanden wellicht?)) niet echt druk te maken of de kinderen zich wel kunnen vermaken nu ze voornamelijk bij huis zijn. Onze kinderen zitten namelijk al in de categorie ‘Volwassen’. Die doen net als ons nu, werken, nestelen, bij ons de koelkast plunderen of oefenen in de liefde!

Met alle gevolgen van dien …..

Nu kreeg ik van de week, na de persconferentie die ons leven nog meer zou beknotten, een Appje van een aanstaande vader, mijn zoon: ‘Je ziet je kleindochter, als het zo doorgaat, ergens in 2022… denk ik’. Natuurlijk is dat overdreven maar ik snap zijn sarcasme wel.

Ik snap zijn bezorgdheid.

Nu ben ik niet het type wat direct aan het voeteneinde van het kraambed wil staan hoor. Ik heb liever dat de nieuwe ouders eerst even lekker wennen aan de nieuwe fase in hun leven. Maar ik begrijp dat de aanstaande oma waar ik mee samenwoon daar ietsjes anders over denkt. Die loopt hier rond als een pauw, trots en ongeduldig in het wachten op wat komen gaat:

Oma worden van een kleindochter.

Maar ik begrijp zoonlief wel want zo’n gebeurtenis in je leven wil je delen met je familie en je geliefden. Hij wil dit gezamenlijke wondertje zo snel mogelijk delen met de rest van de wereld. Ook dat snap ik. Alleen zitten we nu met zijn allen in een situatie die we enkel in films hebben zien gebeuren, films zoals ‘Outbreak’, 12 Monkeys of ‘Children of Men’. (Ga ze nou ook niet opzoeken want dan zakt de moed je echt in de schoenen. Moed die we nog hard nodig zullen hebben…)

<