Nu de sneeuw voor de zon verdwenen is, kunnen we onze wonden likken. Want het was wel wat, zo’n weekje ‘omgaan met dat witte spul’, in de volksmond ook wel sneeuw genoemd. Dat viel ineens naar beneden en toen werd eigenlijk alles anders. Want we zagen ineens kinderen achter hun schermpjes weer de straat opgaan om te spelen. Maar we zagen ook de ouderen naar buiten gaan om de kinderen te volgen of gewoon om zelf weer even als kind te gaan spelen!
Op sleetjes, skimboards, ski’s, snowboarden of vuilniszakken, alles wat maar enigszins glijden kan.
Het is net of die sneeuw alle lelijkheid in de wereld even bedekte. Even geen wereldproblematiek. Even geen oorlogen alhoewel dat lastig te verdringen is, omdat de óók winterse beelden uit de oorlogsgebieden té helder voor de geest zitten. Vooral omdat wij de kou in kunnen ruilen voor de warmte van onze huizen, van onze kleding en van onze geliefden die niet het leven hebben moeten laten door een oorlog. Toen ik die vrijdagmiddag de 13e op weg naar mijn werk vlak voor Appingedam strandde op de N33, en niet meer verder kon doordat er een vrachtwagen geschaard was, dacht ik even in gierende oostenwind de stem te horen van wijlen Piet Paulusma:
“Er komt een horrorwinter aan!”
In mijn herinnering voorspelde hij dat elk jaar. Terwijl hij ook wel wist dat je hooguit een week vooruit het weer kan voorspellen. Maar het verkocht wel en de Friezen werden daar altijd een beetje opgewonden van heb ik mij laten vertellen. Toch valt het mij op dat het begrip ‘Elfstedentocht’ de laatste jaren niet meer zo snel uit de mottenballen gehaald wordt. Dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat de aarde aan het opwarmen is, daarmee smelten de gedachten aan een Elfstedentocht.
Zijn het slechts mooie herinneringen.
Na een uur stilstand op de N33 belde mijn werkgever om te zeggen dat ik mocht omdraaien om naar huis te gaan. Want het was geen doen om de Eemshaven veilig te bereiken. Ik snapte dat wel, want de N33 ligt dwars op de oostenwind en daardoor kreeg de stuifsneeuw vrij spel om de wegen ontoegankelijk te maken. Ondanks de sneeuwploegen die dag en nacht bezig waren de wegen enigszins berijdbaar te houden.
Mooi waark!
Toch bleven er auto’s en vrachtwagens van de weg glijden. Ik denk dat de grootste oorzaak gewoon weer het harde rijden was. Want toen ik diezelfde vrijdag ’s morgens met mijn vrouw op de A7 richting Stad reed, keurig in de ‘sneeuwfile’, werden we regelmatig ingehaald door bestuurders die lak hadden aan het aanpassen aan de weersomstandigheden.
Zoals het een goede verkeershufter betaamt.
“Want ik heb winterbanden jonguh! Aan de kaante!” Zouden daarom alle verkeershufters een waarschuwingsbrief van de politie gekregen hebben? Niet vanwege hun rijkunsten, want dat kunnen ze niet, maar puur omdat ze opvallen bij justitie vanwege de vele verkeersboetes die ze in de loop der jaren bij elkaar gescheurd hebben.
Onze belastingcenten!!!
Waarna ze, na een door hen zelf betaalde CBR-cursus weer verder mogen rijden op het rechte pad. Mits ze niet hardleers zijn, alhoewel ik las dat deze maatregel helpt en de meeste verkeershufters toch slimmer zijn dan ze rijden en vervolgens toch maar wat gas terugnemen en zich gedragen in het verkeer. Dat betekent voor ons dan wel weer minder belastingcenten.
Maar dat heb ik liever dan al het leed wat dit gedrag veroorzaakt.
Een andere oorzaak van ongelukken en ongemakken tijdens de sneeuwweek bleek volgens een Wegenwachtmedewerker te maken hebben met de foefjes die tegenwoordig in de moderne auto’s te vinden is. Die auto’s reageren op de omstandigheden, zoals bijvoorbeeld te dicht bij de vluchtstrook rijden of op de auto voor je. Of wanneer je te veel naar de vogeltjes in de weilanden kijkt tijdens het rijden, dan begint er van alles te piepen in die auto’s en krijg je het vriendelijke, doch dringende verzoek om vóór je te kijken!
Als het sneeuwt, denkt de auto: “Hé! Afremmen! Mijn (camera) zicht is beperkt! Gevaar!”
Er waren natuurlijk ook weer veel cynische opmerkingen over deze ‘horror-week’ te horen. Dat zijn de betweters, de Alwetenden die zich tegenwoordig steeds meer profileren in onze moderne maatschappij. Want zij hebben de échte winters meegemaakt, de winters dat er niet drie sneeuwschuivers op de A7 reden, maar eentje in de hele provincie. Plus nog een paar shovels.
Uit de tijd dat één op de tien inwoners een auto bezat.
Tegenwoordig rijden we in Nederland als in een lange file achter elkaar aan en dan is het ook wel logisch dat we even uit ons doen zijn wanneer er wat sneeuw valt. De tijden veranderen, net als de weersomstandigheden én net als ons gedrag naar elkaar toe. Zo zag ik enkele sympathisanten van de politieke partij 50PLUS straatjes vegen. Want dat deden we vroeger ook.
Dat was je sociale plicht!
Maar die plicht hebben we ergens in 2007 afgeschaft omdat we niks meer willen moeten. Dat bepalen we zelf wel! Dus je kan de huidige horrorwinters niet meer vergelijken met de winters van weleer. De klassieke opmerking die de cynici elk jaar weer opwerpen heb ik ook al gehoord tijdens de sneeuwweek: “Je kon vroeger niet naar buiten kijken want de ramen waren bevroren!” Zou dat te maken hebben met het feit dat de ramen toen enkel uit glas bestonden, letterlijk uit enkel glas? Uit de tijd dat niemand nog gehoord had van thermopane, HR plus-plus-plus, spouw- en muurisolatie. Dat wanneer je beneden kwam om de kachel aan te doen, je adem als rookwolkjes uit je mond kwam?
Ik denk het wel.
Toen maandag de dooi intrad zag ik tot mijn grote vreugde dat de fietspaden weer tevoorschijn kwamen en dat ik de fiets weer kon pakken. Daar werd ik blij van na een weekje onbenullige stukjes rijden met de auto. Maar ook omdat de mensen die geen auto hebben en dagelijks aangewezen zijn op de fiets zich weer zonder gevaar voortbewegen konden. Ondanks de enorme inspanningen van sneeuwbestrijders want ook de fietspaden werden niet vergeten, daar maak ik van deze plaats een diepe buiging voor. En wellicht een tip voor de klagers die klaagden dat er in hun straatje niet gestrooid werd.
Schaf een sneeuwschuiver aan! Goed voor je lijf én geest!