Op therapeutische basis…

Met twee handen greep ik hem beet waarna ik zo snel mogelijk naar de achterdeur liep. Op het moment dat ik mijn vrouw passeerde in de keuken lette ik extra op, op haar en op wat ik in mijn handen had. Eén onverwachte beweging van haar zou funest kunnen zijn.

Nu hebben wij redelijk de ruimte in onze keuken maar toch ontstaan er zo nu en dan nog wel eens wat kleine aanrijdingentjes….

Zowel mijn vrouw als ik bevinden ons graag in de keuken. Zij om te bakken en ik om te koken. Daarbij komt ze er ook graag om mijn rotzooi op te ruimen, dan pakt ze haar favoriete vaatdoekje die ze liefkozend ‘doukie’ noemt (..) en mopperkont ze alle spetters weg die ik nog wel eens achterlaat op aanrecht en fornuis.

En vloer!

Zoals van de week. Ik pakte met mijn rechterhand een pan kokende pasta van het fornuis en draaide mij om, richting gootsteen om de pasta af te gieten. Opeens voelde ik weerstand waardoor de pan scheef kwam te hangen en een deel van het kookvocht over de vloer flikkerde….. De veroorzaker van de weerstand was niemand minder dan mijn vrouw, mijn keukenprinsesje, mijn sta-in-de-weg-je…

Ze had weer wat spetters gezien en bedacht spontaan haar doukie te pakken om ze te elimineren.

En ja…sorry hoor, ben niet zo van de dogma’s….Maar vrouwen en verkeer….Het kan verkeren!

Ze werd niet boos. Hooguit was ze ietsepietsie lichtelijk geïrriteerd. Dat ze niet direct uit haar pan ging kwam natuurlijk doordat ze nu kansen zag haar doukie weer volop te kunnen gebruiken. Niks spetters, het hele Oldambtmeer lag hier op de vloer! Misschien moest er nog wel een extra doukie aan te pas komen.

Het lukte mij nu om haar te passeren zonder lichamelijk contact. Wel hoorde ik haar verbaasd mij nakijken: “Wat doe jij nu weer?”

Ze heeft daar een handje van, weten wat ik aan het doen ben. Dat komt natuurlijk omdat ik nu 24/7 bij haar woon en daar moet ze nog even aan wennen. Aan de andere kant, ik vraag het nooit omgekeerd. Ze is een volwassen vrouw en ik mag er dan ook vanuit gaan dat wat zij doet een reden heeft. Neem bijvoorbeeld haar, hoe zal ik het een beetje lief zeggen, ‘interieur-onrustjes’.

Met grote regelmaat worden meubels en accessoires bij ons thuis verplaatst.

Zoals de eettafel. Deze stond geheel ontkoppeld van de muur in de eethoek. Maar van de een op andere dag stond hij ineens dwars, met een kant tegen de muur. Ze zag dat ik het opmerkte en keek mij vragend aan. Want ze wil dat ik erop reageer. Dat ik dan zeg: “Goh, heb je de boel eens anders gezet. Wat leuk ja!” Maar dat doe ik niet. Want dat is haar ‘ding’ zeg maar en als zij daar gelukkig van wordt, prima! En wij mannen dijen nooit zo uit wat praten betreft dus mijn reactie bleef bij een simpele knik met het hoofd, waarbij mijn wenkbrauwen een milliseconde opveerden. Oh ja, en mijn ogen draaiden zich even om in de kassen… Dat moet ik eigenlijk niet doen omdat ik weet dat ze daar een hekel aanheeft.

“Vindt je het niks?” vroeg ze, met lichte verontwaardiging in haar stem. Ik herstelde mijn fout op tijd. “Jawel hoor! Ja, dit is veel beter zo!” Ik keek haar aan met mijn meest geloofwaardige blik die ik in huis heb. Die blik waarmee ik vroeger bij mijn ouders thuis ook altijd succes oogstte als ik weer iets uitgevreten had en mijn onschuld bewijzen moest.

“Nee, niks meer aan doen, prima zo!” En om voorgaande kracht bij te zetten:  “En zo ruimtelijk nu hè!” zei ik, waarna ik weer met een vers bakkie koffie naar boven wilde lopen, naar mijn ‘man cave’ zeg maar (maar dan zonder een bar, alcoholische versnaperingen, bank en pooltafel..).

Opnieuw ging ik in de fout. Niks naar boven rennen. Dat is vragen om moeilijkheden. Ik maakte er een schijnbeweging van door te zeggen: “Zal ik je even een lekkere cappuccino maken? Dan drinken we even samen koffie aan de eettafel en weten we meteen of het lekkerder zit..”

Dit was op het randje van de grens of ze mij nog serieus nam. Want de tafel heeft al eerder zo gestaan dus er was eigenlijk niks nieuws onder de zon. Nogmaals, het is gewoon haar ‘ding’ en daar heb ik mij maar in te schikken. Dat zijn van die dingen in relaties, elkaar in de waarde laten en elkaars rariteiten ..euhhh…elkaars hobby’s gewoon accepteren. Ze speelde het spel mee en even later zaten we, gezellig, aan de eettafel ‘nieuwe’ stijl en keerde de rust weer terug.Net op het moment dat ik de deurkruk van de achterdeur met mijn elleboog opende, herhaalde ze haar vraag, nu wat luider: “Wat doe je in godsnaam?!” Zonder te antwoorden liep ik naar buiten en gooide mijn vangst achter de overgebleven resten van de hortensia’s. Waar die hoort.

“Zo,” zei ik toen ik weer binnen kwam, “ik snap echt niet hoe dat beest binnen gekomen is!” Mijn vrouw keek mij verbaasd aan. “Hoe bedoel je? Welk beest?”

“Die kever! Er zat een kever in de kamer, op het tafeltje naast de bank!”

Dat was het natuurlijk niet. Ja, het was wel een kever maar deze was van metaal. Op een stokkie met een voetje. Voor de broodnodige decoratie zeg maar. Mijn vrouw én al die lui van die woonprogramma’s op de televisie noemen dat ook wel ‘woonaccessoires’. En naast de televisie ligt een kaarsendover en deze heeft naast het ‘hoedje’ om de kaars te doven aan de andere kant een kever.

Er is weer een nieuwe hype gaande, de zogenaamde kever-decoratie- hype.

Waren we net verlost van de jarenlange terreur van Boeddha beeldjes in alle soorten en maten, nu is de kever hot. Mijn verwarring is groot. Ik heb altijd gedacht dat vrouwen niet zo van de insecten zijn, dat ze er bang voor zijn. Waarom worden die beesten dan nu massaal toch in huis gehaald?

Het is de complete verwarring die wij mannen moeten ondergaan. Ik ben daar nu voor in behandeling, bij een heuse therapeut. Samen proberen we de verwarring te ontrafelen, zodat ik deze streken van mijn vrouw enigszins kan leren begrijpen. Ik ben al drie keer geweest en de therapeut raadde mij onder andere aan om het van mij af te schrijven.

Dat doe ik dan ook braaf. Boven in mijn schrijfkamertje. Maar alvorens ik achter mijn bureau ga zitten check ik eerst alles om mij heen. Of alles, bureau, stoel, computer, nog wel op dezelfde plek staan. Op de plek waar het de vorige dag stond. En de dag ervoor.

Want die zekerheid is weg. En voordat je het weet moet ze mij van de vloer opvegen

En dan heeft ze heel veel doukies nodig!

 

 

Auteur: Arjen Veldhuizen

Schrijverijtjes van Muis: Hallo, ik ben Arjen Veldhuizen en mijn roots liggen op Terschelling waar ik in 1964 ter wereld kwam (eigenlijk in het St. Jozef ziekenhuis te Harlingen maar mijn ouders woonden op het eiland). Ik ben getrouwd met Janet en wij hebben samen(gesteld) 4 zonen, Youri, Bas, Sven en Sil. Op de Lagere school kwam ik er al achter dat ik iets met schrijven had, als puber kwam het al meer tot uiting en eigenlijk tot op de dag van vandaag heb ik ‘schrijfdrang’. Op deze website staan schrijverijtjes, Muizenstaartjes zoals ik ze noem, over zaken die mij bezighouden en die ik in de afgelopen 7 jaar aan Facebook toevertrouwd had en teksten die ik schrijf voor Hoemannendenken.nl en OldambtNu.nl. Ik schrijf soms luchtig, soms wat inhoudelijker en laat mij graag inspireren door mijn omgeving. Hieronder staan al mijn teksten die ik vanaf begin 2011 geschreven heb, dus hoe meer je naar beneden scrolt hoe langer geleden. Veel leesplezier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.