Twee weken nadat ze de Wandelrun gelopen had, liep de dame hier in huis mee met De Tocht om de Noord, de 25 kilometer versie. Dat had wel wat voeten in de aarde, want na de Wandelrun kreeg ze griep.
Flinke, echte vrouwengriep.
Dus niet die versie waar wij mannen last van hebben. Hoe weet ik dat? Nou, ze ging namelijk gewoon naar haar werk! Want ze waren onderbezet, dus ze kon gewoon niet ziek thuisblijven. Nu kon ik protesteren wat ik wilde, maar voor haar was dit geen discussie waard. Het is een instelling die ze al haar hele werkbare leven hanteert en ze weet dat je daar absoluut niet slechter van wordt, integendeel. Maar ik protesteerde ook uit eigenbelang, omdat ik hierdoor thuis niks meer aan haar had als gezelschap, vooral nadat ze daarentegen wel mijn advies opvolgde:
“Meid, ga na het eten lekker warm douchen en duik dan je bed in.”
Normaal gesproken lopen onze vrije dagen redelijk synchroon en kunnen we samen iets ondernemen, maar nu ging ze zelfs op haar vrije dag aan het werk. Daardoor zag ik haar pas ’s avonds bij het eten en daarna kroop ze weer het bed in. Hierdoor lag ik de hele avond alleen op de bank, kijkend naar een slechte, ‘meer voor mannen’ film op Netflix en niemand naast mij die mijn fetisj bevredigde (dan leg ik mijn voeten op haar schoot, trekt zij mijn sokken uit en masseert dan mijn voeten). Gelukkig begon mijn werkweekend op vrijdag en wist ik dat ik toch nog een beetje onder de mensen zou komen tijdens deze crisisdagen.
Voor haar en voor mij!
Want naast een onuitputtelijke snotneus en hoestbuien, zat ze er erg over in of ze wel op tijd fit zou zijn voor de Tocht om de Noord en dat deelde ze dan met mij. Want ze voelde zich zo beroerd door al die griepverschijnselen dat ze bang was de 25 kilometer never nooit te halen. Gelukkig heb ik in Militaire Dienst gezeten en bleef ik haar moed inspreken, als zijnde dat zij een kameraad was in de loopgraven op een regenachtige, ijskoude winterdag. Ze vlijde zich dan in bed tegen mij aan als dank, maar dat was ik gauw weer zat en ik wist niet hoe snel ik mij moest loskoppelen van haar.
Ze was bloedheet van de koorts!
En ja hoor, het onvermijdelijke gebeurde. Ik werd ook ziek! Dat begreep ik niet, want sinds ik de 60 lentes aangetikt heb, ontvang ik elk jaar trouw de griepvaccinaties en aanverwanten. En de laatste keer dat ik mij ziek heb moeten melden was ergens in 2023. Nu was ik nog wel naar het werk gegaan, maar eenmaal aanwezig zakte de moed mij in de schoenen, liepen de temperaturen in mijn lijf op en gaf ik mij over aan de ergste griep der griepen:
Mannengriep!
Mijn werkgever was meelevend en ze stuurden mij naar huis met liefdevolle adviezen: ‘Kruip maar lekker onder de wol!’ Toen ik terugreed naar huis, belde mijn vrouw vanaf haar werk om te vragen hoe het met mij ging, aangezien ik de dag ervoor klaagde over pijn aan mijn ribben en rug. Ik zette mijn meest treurige, zielige mannengriep stem op en piepte dat ik onderweg was naar huis.
Met bijna achter elk gesproken woord een duidelijk hoorbare geeuw.
In plaats van mij hard uit te lachen, koos ze toch voor medeleven. “Heel verstandig, lieverd, lekker naar huis en lekker je bed in!” Op de een of andere manier moest ik nu aan mijn moedertje denken, de vrouw die mij wanneer ik ziek was als kleine jongen, op de bank liet liggen en liefdevol een dekentje over mij heen legde. Daarna streelde ze mij door de haren, pelde een sinaasappel voor me en sneed die in kleine stukjes.
Om er vervolgens wat suiker over te strooien.
Helaas kwam ik in een leeg huis, dus geen hand door mijn haar en geen sinaasappel in stukjes. Even dacht ik nog mijn vrouw te bellen, of ze niet thuis kon komen om mij te verzorgen, maar daar had ik de krachten niet meer voor. En eenmaal in bed sliep ik ook direct en doorliep ik koortsige dromen die ik, nadat ik aan het einde van de middag wakker was geworden, niet meer na kon vertellen. Ook niet aan de dame die inmiddels weer thuisgekomen was van haar werk en het niet kon laten om mij toch weer even te wijzen op het fenomeen ‘mannengriep’, een boomerang die ik kon verwachten, omdat ik eerder die week haar griep platgeslagen had tot een griepje:
“Och jongen, het wordt nóg erger!” zei ze lachend.
Het werd niet erger, het bleef beperkt tot twee dagen en nachten slapen en daarna was ik weer het mannetje zonder mannetjesgriep. De dame hier in huis knapte gelukkig ook weer op waardoor we weer in ons gewone ritme kwamen te zitten. Toch bleef ze zich zorgen maken over haar conditie en begon, ondanks dat de zin er nog niet helemaal was, weer aan haar dagelijkse wandelingen.
Vrijdag, de dag voor de Tocht om de Noord, was ze weer voor negentig procent fit.
De vriendin die met haar mee ging lopen was ook fit. Ze aten die avond op verzoek door mij gemaakte lasagne. De volgende morgen bracht ik ze naar de start in Scheemda; bij de strokartonfabriek in ruste. Die middag kon ik ze rond vier uur weer ophalen en toen de dames mij zagen, begonnen ze wild te zwaaien en te springen van enthousiasme. Vanaf dat moment kreeg ik alleen maar superlatieven over de Tocht te horen en de dame die naast mij kwam te zitten begon al door het openstaande bijrijdersraam te roepen dat het een gevalletje appeltje-eitje was geweest. Ter illustratie stopte ze twee vingers in de neus; “Ik kan nóg wel tien kilometer lopen!”
Dat riekte naar hoogmoed.
“We hebben zo’n leuke dag gehad!” vertelde de vriendin, terwijl ze achter mij plaatsnam in de auto. “Het was fantastisch!” riep de dame naast mij, het gesprek overnemend. “Oh Ar, je hebt echt wat gemist. Het was zó leuk! Ik ben, ondanks dat ik hier al jaren woon, op plekken geweest waar ik nog nooit geweest was! Maar het begon al bij de start, de strokartonfabriek waar mijn opa én mijn oom nog gewerkt hebben. En vlak bij het huisje waar mijn opa en oma gewoond hebben, zo bijzonder!”
Voordat ik antwoord kon geven, begon de vriendin achter mij.
“Overal langs de route waren bandjes en koren die Groninger liedjes zongen en oh ja, heel veel Ede Staal natuurlijk. En op sommige plekken zagen we tafereeltjes ‘zoals het vroeger ging’, kregen we allerlei versnaperingen en we liepen zelfs dwars door kerken heen, zo leuk!” De dame hier in huis nam het weer over: “En door de Geneverstokerij Oost-Groningen, in Oostwold! En naast de onbekenden waar we spontaan mee in gesprek raakten, kwamen we ook veel bekenden tegen, ook zo leuk! Opvallend was dat iedereen zo relaxed was. Niemand maakte er een wedstrijd van, alsof men gewoon enkel wilde genieten van de route, de vergezichten, het mooie weer, de versierde straten en de velden met pompoenen.”
“We werden gedragen door alles wat er onderweg te zien en te horen was!”
Die nacht kwam dan toch de hoogmoed om de hoek kijken. De dame naast mij in bed had vandaag met twee vingers in de neus de 25 kilometer gewandeld, maar ze kon niet slapen van onrustige benen. De volgende dag plaagde ik haar daarmee terwijl ik twee vingers in de neus stak. Maar ze hoorde het niet en herhaalde maar weer wat ze sinds gistermiddag vier uur herhaalde:
“Man, wat hebben wij een leuke dag gehad!”
Disclaimer: Omdat de dame hier in huis zo ontzettend enthousiast was over De Tocht Om de Noord, werd dit stukkie een stuk langer.