Twaalf jaar geleden werden mijn schoonouders de baasjes van een hondje, een mix van een Maltezer en een Shih Tzu, in de wandelgangen ook wel Boomer genoemd.
Ze noemden haar Lobke.
De jeugdjaren van Lobke waren fantastisch want ze werd door vooral mijn schoonmoeder erg vertroeteld. En de buren, Ard & Giny, hadden ook zo’n Boomer puppy, Bente, die net zo oud was waardoor ze lekker met elkaar konden spelen. Met grote regelmaat renden deze twee in de tuin achter elkaar aan of stoeiden erop los.
Lobke ging ook mee op de vakanties.
Dan mocht ze mee in de camper naar onder andere Texel, Harlingen, Zeeland en Spanje. Dan lag ze tijdens de rit lekker bij moeke op schoot en soms kwam ze even overeind om te kijken wat er buiten allemaal te zien was. Als ze niet op vakantie waren lag ze lekker bij haar baasjes op de bank of kon ze bij mooi weer lekker loslopen in de tuin, dankzij een door de zoon van haar baasjes gemaakt hek. De trimster, Rosa, zorgde dat Lobke er altijd weer knap bijliep want ook hondjes moeten er mooi uitzien en dan kon mijn schoonmoeder lekker met haar flaneren in het dorp of in de stad. Tot onze grote hilariteit namen ze haar mee in een werd buggy, maar ze trokken zich niets aan van ons commentaar.
Helaas kon mijn schoonmoeder slechts twee jaar van Lobke genieten.
Zij stierf op 73-jarige leeftijd en nu kwam de verzorging van Lobke helemaal op mijn schoonvader aan. De eerste jaren lukte dat ook prima, hij nam het vertroetelen ook over en ze werden echte maatjes. Trimster Ingrid werd Lobkes nieuwe kapster en wanneer mijn schoonvader even ergens heen moest, zei hij altijd bij het verlaten van het huis tegen Lobke:
“Even op het huisje passen, Lobke!”
Waarna Lobke rustig in haar mand ging liggen om vervolgens trouw te wachten op de terugkomst van de baas. Maar ze mocht ook vaak met hem mee, veelal in die buggy of gewoon lekker aan de lijn of mee in de auto. En uiteindelijk gingen ze ook weer samen de wijde wereld in met de camper, op plekken waar ze eerder ook geweest waren.
Op plekken waar de herinneringen aan de mooie jaren ervoor nog voor het oprapen waren.
Lobke kreeg ook te maken met het verlies van haar stoei vriendinnetje, Bente. Zij mocht maar vier jaar worden. Enkele maanden later kwam er een nieuw speelkameraadje bij de buren, genaamd Kayan. Dit was een mix van een Jack Russel en een Maltezer. Ook nu weer kwamen deze twee viervoeters regelmatig bij elkaar en werden ze dikke maatjes. Het leven was goed voor Lobke, maar ze moest zich noodgedwongen aanpassen aan de baas want die moest regelmatig behandeld worden in het ziekenhuis, waardoor het uitlaten steeds lastiger werd. Wij, de kinderen, probeerden dat zoveel als mogelijk op te vangen, maar het gros van het uitlaten kwam op de schouders van de buren, de baasjes van Kayan. Wanneer Kayan uitgelaten werd, werd Lobke ook opgehaald en soms bleven ze wel een uur weg.
‘Beter een goede buur dan een verre vriend!’
Toen Lobke zeven jaar was (2021) verhuisde ze samen met haar baas naar verpleeghuis Het Vondelhuys in Winschoten. Tijdens het intakegesprek werd aan mijn schoonvader gevraagd of hij zijn hondje zelf uitlaten kon dat was namelijk een voorwaarde wanneer er sprake was van een huisdier. “Jazeker!” zei hij bluffend, en twee weken later werd Het Vondelhuys het nieuwe onderkomen van Lobke. Het uitlaten werd een taak voor ons, de kinderen, want mijn schoonvader kwam niet meer zo ver. Het voordeel daarvan was dat hij elke dag wel iemand van zijn kinderen zag en wij elke dag een loopje hadden. De taken werden verdeeld: de jongste dochter en zoon deden het ‘s morgens en wij de avonden. Lobke werd binnen no-time een echte Bekende en zeer geliefde Vondelhuyser. Want doordat ze er wel eens tussen uit snaaide wanneer haar baasje zorg kreeg, kwam ze ook op andere afdelingen terecht, alwaar ze liefdevol opgevangen en daarna teruggebracht werd naar de baas.
Ruim twee jaar later likte ze voor het laatst de hand van de baas op zijn sterfbed.
Wij werden haar nieuw baasjes en dat was voor haar ontzettend wennen. Want ze moest ten eerste wennen aan het huis, de omgeving en het slapen in de woonkamer in plaats van op het bed van de baas. Die eerste week hoorden we haar regelmatig hardop klagen als wij in bed lagen: ze miste haar baas. Een bevriende en gepensioneerde dierenarts tipte ons door een kledingstuk van de ouwe baas in de mand te leggen.
Het huilen hield direct op!
Wij moesten natuurlijk ook wennen aan onze nieuwe rol als hondeneigenaar. Zo kwamen we erachter dat wanneer we bij het ontbijt een gekookt eitje tikten, Lobke direct bij je kwam staan. Na een stuk of wat ontbijtjes later snapten we waarom, zij was in afwachting van het kapje van het ei! En we moesten wennen omdat we allebei ook nog volop werkten, dat was wel eens een wat gepuzzel met uitlaten. Maar als we dan naar werk gingen en ze was dan een paar uurtjes alleen, dan wisten we wel wat we zeggen moesten:
‘Even op het huisje passen, Lobke.’
Soms kon Lobke ook niet mee, maar dan kon er altijd wel wat geregeld worden. Dat had ze helemaal aan zichzelf te danken, want Lobke was een allemansvriend. Zo werd ze vertroeteld bij familie Harry en Reina in Hoogezand of ze werd, als we iets langer dan acht uur wegbleven, liefdevol uitgelaten door vriendin Hanneke en haar kinderen of buurvrouw Mariska.
Lobke vond het allemaal prima en gezellig.
Wanneer we gingen fietsen mocht ze ook mee, achterop bij de bazin in een speciaal fietsmandje. Dat was genieten voor haar en ze lag er soms als een ware diva in; de twee voorpootjes over de rand van de bak of lekker met haar snuit vol in de wind. Hierdoor kon ze altijd mee tijdens onze fietstochten door het land. En ze kon natuurlijk mee naar Terschelling, waar ze heel veel vrijheid kreeg tijdens de wandelingen door de polders. Mijn vader vond dat ook altijd heel gezellig en enkele maanden geleden wilde ze zelfs bij hem op schoot liggen wat ze vervolgens anderhalf uur volgehouden heeft toen we bij hem op bezoek waren.
Sinds maandagmorgen is het stil in huis.
Ruim anderhalve maand geleden werd ze ziek en we brachten haar naar de dierenarts. Het was volgens hem iets van een ontsteking en op de echo was niets te zien. Ze kreeg wat antibiotica en nog wat medicatie waarna we weer naar huis konden. Maar het werd er niet beter op en Lobke veranderde op een manier waar we geen vinger op konden leggen. Eten werd steeds moeizamer en zelfs het eerste tikje op een gekookt ei deed haar niet meer in beweging komen. De laatste weken veranderde Lobke van een vrolijk hondje in een oud, breekbaar hondje. Ze sliep veel, at weinig tot niets en tijdens het uitlaten stapte ze regelmatig ‘op de rem.’ Werden we normaal aangesproken door mensen of het nog een puppy was, nu zag iedereen een oude hond die zich steeds moeizamer voortbewoog. Toch probeerde ze ons nog wel vrolijk te benaderen, maar het staartje ging daarna gauw weer hangen en haar ogen keken ons aan… En afgelopen zondagavond kroop ze in plaats van naast ons op de bank, onder de bank … Waar ze de volgende morgen nóg lag en uiteindelijk met moeite onder vandaan kwam.
De dierenarts bevestigde onze bange vermoedens tijdens het maken van een echo.
De tumor had al flink huisgehouden en we hebben haar kort daarna op een heel respectvolle manier losgelaten, met dank aan de dierenarts en haar assistente. We lieten haar gaan in de armen van haar intens verdrietige baasje, die nu het laatst tastbare van haar overleden ouders ook moest loslaten.
Zo’n klein hondje, maar wat een enorm verdriet!
Dat hadden wij niet verwacht, want we staan best wel nuchter in het leven. Dieren leven nu eenmaal korter dan mensen en sommige mensen hebben al heel vaak afscheid moeten nemen van hun geliefde dier. Maar dit mooie, liefdevolle, grappige, bescheiden en vooral trouwe hondje had ons helemaal ingepakt. Ze was altijd enthousiast als we van werk thuiskwamen en ze werd dan nog enthousiaster als ze met ons mee mocht, hetzij met de auto of met de fiets. Maar ze kon ons ook behoorlijk gek maken als we haar riepen voor het uitlaten. Want dan rende ze ervandoor of ze kroop onder de eettafel, een spelletje waar ze altijd veel lol in had. Of als ze even de voordeur uitgeglipt was en je riep haar, dan wist je wat er komen ging:
Vooral niet komen!
Nu komt ze echt nooit weer, hoe vaak we ook roepen en zullen we het hebben moeten van de herinneringen.
(Lobke is 12 jaar geworden, we verstrooien haar bij mijn schoonouders.)
