Terugkomen op mijn besluit om dit jaar de grens over te gaan om vakantie te vieren, kon ik niet meer, waardoor de vrouw hier in huis nu echt wist dat de vakantie naar Denemarken doorging. Daarmee werd de druk op mijzelf wel enigszins opgevoerd en daarom probeerde ik het maar een beetje te relativeren. Zo was de afstand namelijk best te doen, we moesten ruim vijfhonderd kilometer met de auto rijden, een klein stukkie varen en daarna nog een half uurtje met de auto. Vanuit Groningen gezien lijkt het op een ritje naar Limburg en dat heb ik al een paar keer gedaan in mijn leven, dat was te overzien.
In plaats van naar beneden moesten we nu dan omhoog.
Doordat een vriend geopereerd moest worden in Arnhem, besloten we de dag voor vertrek even bij hem op bezoek te gaan, om hem sterkte te wensen. Eigenlijk was dit al een soort van opwarming over de autorit van de volgende dag, maar dan nog lekker op vertrouwde, Nederlandse grond en snelwegen.
Lees: lekker en vertrouwd is in dit geval ergernis over het rijgedrag van enkele weggebruikers.
Iemand zei tegen mij dat de rit door Duitsland het meest pittig zou zijn, daarna werd het alleen maar beter. Die gedachte had ik ook, maar dan wel met enige twijfel. Want als ik zie hoe al die Duutsers hier door het Groninger landschap rijden, verrast die rijstijl mij op een positieve manier. Vooral als ik op de fiets hier door Winschoten scheur, valt het op hoe vaak de Duitse kentekens de fietsers alle ruimte geven om over te steken wanneer die situatie zich voordoet.
Enkele Nederlandse bestuurders geven dan juist gas bij.
Ook als het klote weer is, stug doorrijden en lak hebben aan de medeweggebruikers. Maar goed, dit even terzijde. Na het dagje Arnhem hebben we die avond gebruikt om alles in te pakken. Of beter gezegd, de dame hier in huis pakte alles in en mijn taak bestond uit alle spullen netjes in de auto te leggen. Zodat wij én de hond ook nog plek hadden. Daarnaast was het ook mijn taak om alle keukenbenodigdheden klaar te zetten, want we gingen gewoon koken op ons vakantieadres, de aardappelen en de uien lagen al in de auto
Uit eten gaan kan altijd nog.
De volgende dag stonden we vroeg op om de laatste spullen bij elkaar te leggen, de fietsen op de auto te zetten, de broodjes te smeren voor onderweg en de ingrediënten voor de macaroni in een koeltas in de auto te leggen. Die macaroni stond namelijk de eerste avond op Deense bodem op het menu. Tegen half tien reden we de eerste grens over, en was de reis naar Puttgarden dan toch echt begonnen. Richting Oldenburg, Bremen, Hamburg en Lubeck. Ik reed voornamelijk op de rechterrijstrook met een gangetje van honderd want we hadden immers vakantie én het bespaarde benzine, niet geheel onbelangrijk in deze tijd van dure energieprijzen. En mocht ik een vrachtwagen in willen halen dan was dat geen enkel probleem, die snelle auto’s op de linkerbaan gaven daar in de meeste gevallen alle ruimte voor.
De gebruikelijke ergernis tijdens het rijden begon ik achter mij te laten.
Bij Bremen maakten we kennis met de eerste files, maar op de een of andere manier voelde het rijden in deze files ook anders dan de files in Nederland. Sowieso werd ik verrast hoe het verkeer op de linkerbaan dan helemaal links op de baan ging rijden én hoe men afstand hield van elkaar op alle banen. Wanneer er ingevoegd moest worden, kregen deze weggebruikers alle gelegenheid om dat te doen en ik ontdekte niet een auto die steeds de gaatjes dicht wilde rijden.
Zoals men dat in Nederland wel gebruikelijk vinden.
Vrouwlief zocht het even op, waarom iedereen links op de linkerbaan ging rijden. Dat was je verplicht, in verband met de eventuele hulpdiensten die erlangs moeten. Ik genoot van deze braafheid, het maakte het rijden een stuk aangenamer. Maar ik begon mij ook af te vragen hoe bestuurders van buiten de grenzen tegen ons, Nederlanders, aankijken wanneer ze over onze wegen rijden. Die rijden daar dan vast niet zo relaxed als ik nu reed.
Die rijden vol ergernis, dat kan niet anders!
Tot aan Puttgarden kwamen we nog een keer of drie in een file te staan, maar het deerde mij niet, we reden-er-langzaam-zo-doorheen, heerlijk! Via een brug kwamen we aan op het eiland Fehmarn en iets na half vier stonden we voor de poorten van de boot naar Rødby, alwaar het scannen van een QR-code genoeg was om je aan te melden. Exact om vier uur reden we aan boord, gelijktijdig met een stroom vrachtauto’s en personenwagens onder ons. Dat was opnieuw een bijzondere ervaring, gezien onze ervaringen met bootreisjes.
Ja, ik ben niks gewend.
We stapten uit de auto en namen de trap naar boven. Vervolgens stapten we een grote ruimte binnen waar ik omviel om van verbazing: er was een winkel aan boord! Iets met taxfree, het bestaat dus nog. De vrouw hier aan boord vond dit wel interessant en ik liep met de hond op de arm uit gewoonte maar met haar mee, maar gaf het na een paar minuten alweer op en ging voor de winkel staan.
Op straat zeg maar. Zoals mannen dat doen als ze met de vrouw op stap zijn.
Na een minuut of tien belde ik haar op, of ze nog mee naar dek ging. “Want ik vaar niet elke dag op de Oostzee.” Voegde ik er nog aan toe, maar ze had al opgehangen. We genoten op dek van het uitzicht. Dit was toch anders dan de Waddenzee. Niet veel later reden we van boord, zwaaiden naar de Douanebeambten en koersten door veel polder naar ons huisje in Naesby Strand.
Op mijn horloge kreeg ik een melding;
‘Hé wereldreiziger! Je lijkt in een andere tijdzone te zijn. Tik hier om de tijd op je horloge aan te passen.’
Einde bericht. Ik keek naar de klok in de auto en zag geen verschil wat tijd betreft, maar leuk vond ik het wel. Ik was vanaf dit moment een wereldreiziger en een gevoel van trots bekroop mij.
Wordt vervolgd!