Na een geweldig fietsritje met ups en downs in het landschap, kwamen we aan bij het Liselund Castle park, in de achttiende eeuw gebouwd door een Franse edelman voor zijn vrouw en we parkeerden onze fietsen. Er stonden drie auto’s en een stuk of zes fietsen waardoor ik wist dat het geen dringen zou worden.
Volgens het internet zou het een wandeling worden vol romantiek.
Daar leende dit park zich ook wel voor en ik als ik de omgeving met de dame naast mij combineerde, zag ik haar ineens bloemen plukken in een witte, lange jurk en met een wit hoedje op haar hoofd. Daarnaast liep ik in een driedelig pak met hoge hoed en in mijn hand een witte paraplu waarmee ik haar beschermde tegen de zon.
Dat was het visuele gedeelte.
Lichamelijk dacht ik daar anders over na even daarvoor nog de 497 traptreden omhoog gelopen te hebben, bij de krijtrotsen van Møn. Dat was een flinke aanslag op mijn gestel, maar we kunnen wel zeggen dat dit, zoals ze dat tegenwoordig altijd zeggen, van de bucketlist af kan.
Het park lag er vredig bij en een Pauw ging er eens goed voor zitten om gefotografeerd te worden.
Tijdens de wandeling zag ik hoe een bonte kraai, een vogel die we al vaak hadden gezien in Denemarken, geschrokken wegvloog toen hij iets aan het snaaien was. Nadat ik dichterbij kwam, zag ik zijn slachtoffer, een slang van een centimeter of 15 minus een stukje staart. Voor mij was dit weer een hoogtepuntje, want zoiets had ik nog nooit eerder gezien, enkel een keer in het terrarium van een mattie van mij, Sean Lou. Aangezien hij veel weet over reptielen, hij is eigenlijk de Freek Vonk van het Noorden, appte ik hem de foto. ‘Geen idee, Google lens al gebruikt?’ appte hij terug.
‘Ik dacht dat jij mijn Google lens zou zijn.’ Appte ik, enigszins teleurgesteld, terug.
Het bleek niet om een slang te gaan maar om een hazelworm, een pootloze hagedis. En die werpt dus zijn staart af wanneer hij gegrepen wordt, bijvoorbeeld door een bonte kraai. We liepen verder door dit bijzondere park en toch moest er ook weer geklommen worden. Zwaar zuchtend kwamen we op de plek waarvoor deze inspanning nodig was, namelijk aan de rand van het park waar we ineens weer uitkeken over een turquoise blauw gekleurde zee.
We stonden wederom boven op een witte krijtrots.
Het kasteel bleek een horecagelegenheid te hebben en na deze romantische wandelingen trakteerden we ons op het terras op een kopje koffie, een cappuccino en twee gebakjes. De prijs was ook van adel: 274.75 Deense Kronen, omgerekend 36,67 euro. Maar het ging natuurlijk om het hele plaatje, de entree voor het park was gratis en we hadden die ochtend dat duurbetaalde mootje zalm gratis gekregen waardoor we het wel aandurfden deze bestelling te plaatsen. Na een klein uurtje besprongen we de fietsen weer, want het liep al tegen zessen en we moesten ook nog terug naar ons huisje in Næsby- strand. Eenmaal bij de auto peuzelden we eerst het mootje zalm op dat we in het koelvak van de auto bewaard hadden.
Allebei de helft en toch voor honderd procent genieten van deze delicatesse!
Hierna reden we weer terug en genoten we van het over het algemeen groene en glooiende landschap en verwonderde ik mij ook positief over het rijgedrag van de Denen, net zoals ik mij al verwonderde over het rijgedrag van de Duitsers op de reis hier naartoe. Want zodra we een bebouwde kom binnenreden, hield elke autobestuurder zich aan de maximumsnelheid, of die nu 60 of 40 km per uur was.
Het kan dus wel!
De volgende twee dagen bleven we lekker bij huis om de eenvoudige reden dat we daar ook genoten van alles om ons heen; het gezang van de vogels (met name de Koekoek!), het mooie weer, zo nu en dan een hert in de tuin en uiteraard van elkaar. Uiteraard hebben we wel gefietst die dagen, maar dat was puur praktisch, voor de boodschappen, maar ook om andere routes te ontdekken naar de stad.
En omgekeerd natuurlijk.
Nu was dat rust pakken ook wel handig, want zo konden we onze door zadelpijn overbelaste achterwerken wat rust gunnen want zaterdag stond er een lange tocht op de planning, namelijk een kijkje nemen bij Dodemanskisten …euh…Dodekalitten. Dit is een kunstwerk van twaalf enorme granieten beelden en ligt net onder het havenplaatsje Kragenæs. Dat maakt nieuwsgierig en vrienden van ons met Deense ervaring hadden ons dit ook al getipt. Na de kaart erbij gepakt te hebben bleek het om een afstand te gaan van om en nabij de 38 kilometer en zou het een kleine twee uur fietsen zijn.
Vanaf Næsby- strand schuin omhoog naar het ‘Stonehenge van Denemarken’.
Dat werd weer een bijzonder aangename fietsrit, vooral omdat het heel rustig was op de wegen ernaartoe. En als er dan een auto ons wilde passeren dan hielden ze toch even in, om die twee ‘aolegies’ niet te laten schrikken. De routeplanner stuurde ons soms letterlijk het bos in en één keer moesten we omkeren omdat het pad vergroeid was met de bomen en struiken. Dat viel erg op want overal waar we kwamen waren de tuintjes gemaaid of was er een pad gemaaid in het hoge gras. Zelfs bij leegstaande huizen werd het gras kort gehouden en kwamen wij tot een conclusie:
Denen houden het graag kort!
Bij Horslunde, om precies te zijn in het park van het Reventlow- Pederstrup Museum, zetten we de fietsen aan de kant om onze meegebrachte broodjes op te eten met koffie. Het landhuis én het bijbehorende koetshuis lagen er goed onderhouden bij en ja, het gras in het park was mooi groen én gemaaid, eigenlijk onnodig om dat nog te vermelden. Het was genieten, vooral dat we even het zitvlak konden ontlasten want we moesten nog 12 kilometer fietsen alvorens we de beelden konden aanschouwen. Een half uurtje later zaten we weer op de fiets en hoe dichter we bij onze bestemming kwamen, hoe meer bussen met toeristen we zagen.
Allemaal op weg naar Dodemanskisten..euh.. Dodekalitten.
Wordt vervolgd!