Nu onze vakantie alweer ver achter ons ligt, is de Grote Vakantie al volop bezig. Jaren terug noemden we dat ook wel de komkommertijd omdat er in die periode veel minder nieuws was. Maar die tijd is voorgoed voorbij als je kijkt naar alle ellende in de wereld die we voor onze kiezen krijgen.
Terwijl we daar echt niet voor gekozen hebben!
Elke avond worden we in het nieuws geconfronteerd met oorlog, een wapenstilstand en weer oorlog en natuurlijk niet te vergeten, de strapatsen van de president van Amerika. Of de woningnood, het stikstofprobleem én, we zitten er middenin, de klimaatveranderingen. En o ja, laten we vooral de fatbikes niet vergeten, die zijn ook altijd goed voor de dagelijkse klaagzang. De vele media bestoken ons elke dag met al dat nieuws en meestal ook met dezelfde gezichten want die hebben er hun werk van gemaakt, dat is hun bestaansrecht. Ik snap wel waarom ze gevraagd worden naar hun mening want ze hebben overal wel een mening over en eerlijk is eerlijk, het babbelen gaat ze makkelijk af. Het doet mij dan weer denken aan de kroegen waar ik vroeger wel eens kwam. Want daar zaten altijd wel types die het wel wisten hoe iets aangepakt of opgelost moest worden. Als we alle hierboven genoemde problemen aan deze ‘kenners’ over zouden laten, waren er geen problemen meer. Met de voorlopers van al die meningen op de televisie werden we al vroeg bekend, bijvoorbeeld Het Praathuis van de Fabeltjeskrant. Of de Haagse Koffietent, zoals cabaretier Harry Jekkers ooit zijn show ‘Het gelijk van de koffietent’ het benoemde:
‘Een koffietent is een houten keet van vijf bij zes meter en daar passen alle problemen van de wereld in en die worden door de arbeiders met een bakkie pleur opgelost en geanalyseerd in een paar seconden!’
Nu zijn het geen arbeiders meer maar meestal een handjevol experts, heel veel Bekende Nederlanders, ex-politici die nu wat meer durven zeggen dan toen ze nog in functie waren en natuurlijk de influencers, die pikken zo mooi een graantje mee uit de geldruif die de televisie tot haar beschikking heeft. Ze bespreken dan alles wat het maar een beetje lekker doet bij de kijkbuiskindertjes en doen dat dan ook met een enorme stelligheid, alsof ze er écht verstand van hebben. Of ze slaan het besproken probleem zó (extreem) plat waardoor het weer alle aandacht krijgt van de andere media. Want men weet, je kop boven het maaiveld steken scoort!
In plaats van ze echt te informeren.
Gelukkig zijn er nog wel kranten en een paar ‘praathuizen’ op de televisie die ons wel informeren over de inhoud en ons alle kanten van het probleem laten zien. En nog belangrijker, het mag saai zijn en men jaagt niet op hijgerige quotes of zelfbedachte theorieën.
Mijn theorie is dat juist saaiheid mij het beste informeert.
En daardoor is voor mij het glas over het algemeen halfvol in plaats van halfleeg en loop ik niet de hele dag boos te wezen op alles en iedereen. En ik laat alle verontwaardigde reacties op de socials links liggen, want dat scheelt nóg meer ergernis én agressie. Al die negativiteit zuigt alle energie uit je lijf, het is niet voor niets dat steeds meer mensen al dat geklaag en gescheld beu is en daarom zich afkeren van die socials. Nu is het niet echt zo dat ik nooit mopper hoor, integendeel. En als ik een keer een slechte dag heb en begin te mopperen word ik hier thuis wel gecorrigeerd.
Waarna ik weer met beide benen op de grond sta.
Van de week las ik in de krant dat de streamingdiensten steeds beter bekeken worden en zelfs meer omzet maken dan de televisiewereld. Dat lijkt mij al bewijs genoeg. Misschien moet men toch eens wat meer nadruk leggen op wat er wel goed gaat in de wereld om ons heen, dat het niet alleen zwart of wit is maar ook grijs kan zijn. Zo belde mijn jongste zoon mij enkele weken geleden op met de boodschap dat hij en zijn vriendin een appartement gekocht hebben. Ik viel haast van mijn stoel, want ze zochten in de regio Den Haag en ja, we horen immers dagelijks dat het onmogelijk is voor de jeugd om aan een woning te komen.
Zij waren nog maar een jaar aan het zoeken!
Dat geeft de burger moed! Het ging hier om een appartement in een flat, op de vijftiende verdieping en eenenzeventig vierkante meters om in te leven. Dus geen tuin, oprit of garage. Ik benoem dat zo expliciet omdat ik wel eens denk dat de eisen bij de starters erg hoog liggen. Toen ik zelf uitvloog, ik was 20 jaar, begon ik in Den Haag op een kamer van vier bij vijf met daarin een keukenblokje met koud stromend water. Als ik wilde douchen kon dat in de douche op de gang, mits niet een van de andere bewoners aan het douchen was. Dat was de theorie. In de praktijk liep het wat anders. Want als ik laat thuiskwam van mijn werk en ik wilde nog even douchen na een hele dag in de keuken gestaan te hebben, moest ik wijdbeens op de opstaande randen van de douchecabine staan omdat er een grijze, ondoorzichtige substantie niet door het putje weggelopen was. Maar het deerde mij niet, ik woonde op mezelf en dat was het belangrijkste.
De was deed ik in de stomerij, een paar straten verderop.
Na een jaar kon ik naar de zolderverdieping verhuizen en had ik ineens de beschikking over twee ruimtes, inclusief een keukenblokje met koud én warm water. Weer een jaar later kon ik een etage huren van een mooi herenhuis naast het bedrijf waar ik werkte, in de Indische buurt van Den Haag. Pas toen er kinderen in het spel kwamen kon ik uiteindelijk, ik was inmiddels 31 jaar, een eengezinswoning betrekken.
Zonder oprit en garage, maar wel met een tuintje!
Ik snap het wel hoor, dat men steeds hogere eisen stelt, we leven in een enorme welvaart waardoor we met minder geen genoegen meer nemen. Een huishouden met minimaal twee auto’s is het nieuwe normaal, net als minimaal twee keer per jaar op vakantie gaan of wekelijks uit eten of thuis laten bezorgen. Maar een onsje minder mag best, daar word je niet slechter van.
Eerder rijker.