De dame hier in huis heeft meegedaan met de Run, de wandeleditie. Want wij zijn in de loop der jaren er wel achter gekomen dat wandelen minder snel blessures oplevert en toch het lichaam fit kan houden. En naast dat voordeel beleef je je omgeving ook veel meer. Ooit was ik een gemiddelde hardloper, liep kleine afstandjes die nog wat kilometers betreft op twee handen te tellen waren. Maar op een gegeven moment komt de leeftijd om de hoek kijken en zie je in dat wandelen eigenlijk net zo leuk is. Dat komt natuurlijk ook doordat wij ouderen steeds rustiger worden in ons hoofd; het ‘heilige moeten’ maakt plaats voor gewoon lekker genieten. Nu had ik vorige week zaterdag graag met haar mee willen lopen, ware het niet dat mijn baas mij nodig had. Gelukkig wilde een vriendin van haar wel meelopen en ze kozen de 20 kilometer route.
Het kwam mij eigenlijk heel goed uit.
Want samen wandelen vind ik momenteel eigenlijk niet zo leuk. Niet omdat ze geen leuk gezelschap is, integendeel, maar puur omdat zij mij eruit loopt. Sinds ze haar gal gespuugd heeft, sinds ze in het ziekenhuis haar galblaas verwijderd hebben, is ze gaan wandelen. Alleen. Elke dag minimaal een uur. Want na die operatie was ze ongeveer 2 kilo afgevallen en dat stimuleerde haar om vanaf dat moment haar levenswijze wat aan te passen.
Eigenlijk wilde ze dat ik daarin meeging.
Maar dat wilde ik niet. Ik beweeg al meer dan genoeg op mijn werk en doe dat zonder tegenzin, zie het juist als een enorm pluspunt. Het vele zitten wat we tegenwoordig doen noemen we niet voor niets ‘het nieuwe roken’. Ik heb om die reden zelfs een keer een tweede werkobject de rug toegekeerd omdat ik daar acht uur lang in een bureaustoel zat. Plus dan nog een half uur in de auto om er naartoe te reizen.
En je gelooft het niet, maar het was ook een half uur terug naar huis!
Dat was dus in totaal negen uur zitten! En aangezien ik in 2017 gestopt ben met roken na een kleine vijftigduizend euro geïnvesteerd te hebben in de tabaksindustrie, vond ik het nu ook hoog tijd worden om weer voluit te gaan voor de locatie te gaan waar ik veel meer in beweging kwam. Gelukkig werkte mijn werkgever mee en vanaf dat moment begon mijn stappenteller overuren te tellen.
Van een paar honderd stappen steeg mijn stappenteller naar grote hoogten.
Minimaal tienduizend per dag, met als hoogtepunt dertigduizend stappen, een record dat ik nog niet heb kunnen verbeteren. Ik strand steeds zo rond de vijfentwintigduizend stappen en denk er nu over om mij aan te melden voor overwerk. Mocht de planning dit lezen:
Dat was een grapje!
Toch ontstond er, ondanks mijn oplopende stappenteller, tussen mij en de dame hier in huis een discussie. Want zij vond dat ik wanneer we samen vrij waren, best met haar mee kon lopen want dat was goed voor mij. Dat was afgelopen zomer toen de mussen van de daken vielen van de warmte en ik mij in huis verschool om het hoofd koel te kunnen houden. Dat verweer snapte zij wel maar ik beloofde wel beterschap. Want wanneer ik ’s morgens vroeg ons hondje ging uitlaten zag ik regelmatig mannen die min of meer dezelfde bouw als ik hebben, voorbijwandelen in een lekker hoog tempo. Die liepen om te lopen, zonder opsmuk, zonder flitsende kleding en op gewone wandelschoenen.
Dat zette mij aan het denken.
Vooral nadat ons hondje overleden was vielen naast de leegte die zij achterliet, ook de uitlaatmomenten weg en dat was natuurlijk ook een vorm van bewegen. Want een hond dwingt je de straat op te gaan en houd je actief, katten zijn voor luie mensen bedenk ik mij nu. Afijn, met de tijd dat de hitte het land verliet moest ik aan de slag, dat had ik immers beloofd. Niet alleen aan de dame hier in huis, ik had ook die verplichting naar een collega toe want die had ik ook geënthousiasmeerd om de beweging van wandelen op te zoeken.
En uit te voeren.
Enkele weken geleden kwam ik hem tegen. Hij vertelde mij hoe goed hij al bezig was met bewegen en stelde vervolgens de vraag waarvan ik wist dat die zou komen: “Maar hoe zit het met jou dan?” Vanaf dat moment wist ik dat ik niet meer terug kon en ben ik begonnen om op elke vrije dag een uur te lopen. Daar mag ik dan ook nog de vele fietsritjes bij optellen die ik maak om boodschappen te doen of om andere redenen, alles is hier in Winschoten op loop- en fietsafstand prima te vinden. Voor het uur wandelen bedacht ik de volgende route, om en nabij de vijf punt vier kilometer: via de Bovenburen naar de Blauwe Roos en dan daarna via het fietspad naast het Winschoterdiep weer retour.
En soms draai ik het om, dan begin ik op het fietspad.
Een van de eerste keren dat ik dit rondje liep en ik bij de Blauwe Roos het fietspad opliep, kwam ik een achterbuurman tegen die verderop in onze wijk woont. Hij liep de brug op bij de Blauwe Roos waardoor ik dacht dat hij een stuk van Blauwe Stad mee zou pakken. Deze man had ik ook al vaker zien lopen, ook bij mij achter het huis. Dan liep hij het plein even rond om vervolgens weer terug te lopen naar zijn huis.
Kennelijk een man van de kloppende cijfers en een man die niet de kantjes eraf wil lopen.
Toen ik op een gegeven moment even achter mij keek of er geen fietsers aankwamen – ik moest even opzij voor een dame met een hond – zag ik de buurman weer achter mij op het fietspad. Hij was dus niet richting Blauwe Stad gegaan. Ik draaide mij weer om en probeerde mijn onderbroken tempo weer op gang te brengen.
En hem voor te blijven.
Wat niet lukte. Hij haalde mij in en verdween kort daarop aan de horizon, mij in vertwijfeling achterlatend. Want ik wist nu dat mijn weg nog lang was.
Waarom?
Omdat deze buurman al een hele poos van zijn pensioen geniet!