Actieve en wat mindere actieve herinneringen

“Het was volgens mij begin jaren ’80 dat FC Groningen promoveerde naar de eredivisie. Tegen Cambuur was dat. Ik was daarbij!” De persoon aan de andere tafel keek mij aan en trok de schouders iets omhoog:

“Oh, oké. Dat kan. Toen was ik nog niet geboren.”

Dit soort momenten heb ik steeds vaker en ik merk dat zo’n antwoord best wel even binnenkomt. Niet keihard ofzo, want het hoort erbij maar die confrontaties met de generatiekloof beginnen soms een beetje ongemakkelijk te voelen. Het hangt ook een beetje af van de persoon die je voor je hebt, of ze wel wíllen luisteren naar wat je te zeggen hebt.

Dat ze niet gaan gapen zeg maar..

Want dat is dodelijk voor de verteller. Toch blijf ik volhouden in het vertellen want anders ben ik bang dingen te vergeten. “Vergeten gaat steeds beter!” roept mijn lieve moeder dan altijd. Daarom is het zo belangrijk de grijze massa te blijven trainen. En fysiek in beweging te blijven. Dat zei mijn moeder in betere tijden ook altijd tegen ons en iedereen. Daarmee was ze eigenlijk neuropsycholoog Erik Sherder al ver voor met zijn Ommetje.nl, de App waarin je gestimuleerd wordt steeds meer te bewegen.

Mijn moeder had niet voor niks de bijnaam ‘Truus de Trimster’!

Maar het vergeten sluipt er toch regelmatig in. Niet alleen bij mij, ook bij mijn vrienden. Dan hadden we het over een herinnering en dan was er altijd wel eentje die het zich niet meer herinneren kon. En dat is best een rare gewaarwording. Maar dat heb ik ook wel wanneer ik naar oude foto’s kijk. Het is fijn dat ze er zijn want het kan herinneringen makkelijker vasthouden in de toekomst maar soms moet ik wel even drie keer kijken. Zoals méér haar en veel minder buik.

Het schuurt regelmatig tegen terugverlangen aan…

Zo is er een foto waar ik naast mijn toen nog jeugdliefde sta, nu mijn partner in het heden. Ik merk dat ik steeds intenser naar die foto moet kijken om de bijbehorende herinneringen in de goede volgorde te zetten. Want soms is die gozer op die foto een vreemde voor mij aan het worden.

Met zijn Goddelijk lichaam!

Hij staat daar ietwat nonchalant lachend in de camera te kijken alsof hij de hele wereld aankan. Maar dat was niet waar, dat kan ik mij nog wel herinneren. Ik liep niet over van zelfvertrouwen. Het Ik T-shirt welke ik draag op de foto is van een bekend sportmerk en dat kan ik mij dan wel weer herinneren want die ‘leende’ ik vaak van mijn broer. Over mijn arm hangt een sweater die ik uitgetrokken had, waarschijnlijk omdat ik het warm kreeg van de zomerse zon en van dat mooie meisje naast mij.

Mijn jeugdliefde kijkt mij lachend en verliefd aan.

Zou het komen door de hoeveelheid haar wat ik toen nog had. Had, want nu kijk ik er zo doorheen en boven op mijn hoofd begint zich al enige tijd een kale plek te vormen. En daarbij doet de haargroei bij mij een beetje flauw want het groeit wel op plekken waar God het nooit bedoeld had tijdens het scheppen van de mens.

Beelden uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst blijkt maar weer…

Natuurlijk gaan de jaren tellen maar ik heb het gevoel van mijzelf te vervreemden. Dat is best een rare gewaarwording. Het zal wel bij het leven horen en ik denk dat ook menigeen zichzelf herkent in deze materie want ja, alles is aan verandering onderhevig. En het kost je alleen maar heel veel (negatieve) energie om die veranderingen niet te accepteren.

Daar kan en mag je best wel weemoedig van worden.

Want naast het keiharde feit dat je lichaam andere vormen aanneemt, zullen ook gewoontes veranderen of zelfs helemaal verdwijnen. Eigenlijk is dat best wel heel erg verdrietig, dat we dingen moeten loslaten om het nooit meer te beleven.

Zaak is om het dan los te laten.

Ik vergelijk het wel eens met voetballen. Ooit was ik een begenadigd (ahum..) beoefenaar van dit spelletje. Vanaf mijn jongste jeugd waren blokjesvoetbal, partijtjes op straat, trainingen en de wedstrijden op de voetbalvelden een dagelijks onderdeel. Jaap Fischer bezong het ooit in een lied:

‘Het draait altijd om de bal.’

Dat klopte als een bus. Nadat ik mijn jeugdjaren achterliet op Terschelling en mee ging doen aan een volwassen leven aan de wal, liet ik de bal ook weer even voor wat het was. Pas achter in de twintig besloot ik toch weer te gaan voetballen in een vriendenteam van DEVJO, in Voorburg. Dat duurde precies een half jaar want ik ging steeds brakker lopen na de wedstrijden.

Er werd een hernia geconstateerd.

Daarna heb ik mijn voetbalschoenen aan de wilgen gehangen en leerde ik omgaan met deze enorme teleurstelling. Ja, het voelde echt als een teleurstelling dat ik niet meer kon voetballen. Gelukkig kon ik in de jaren erna nog wel een beetje mijn ei kwijt in de partijtjes met mijn kinderen, hun vriendjes en hun vaders. Dierbare herinneringen heb ik aan die avondpartijtjes op mooie zomeravonden waar wij vaders het opnamen tegen ons kroost.

De rugpijn die zich de volgende dag openbaarde hoorde er gewoon bij.

Je ziet dit soort voetbalpartijtjes haast niet meer. Waarschijnlijk hebben we tegenwoordig andere prioriteiten. Soms denk ik wel eens dat men tegenwoordig liever ‘kant en klare brokken’ wil, betaald entertainment in plaats van lange zomeravonden lekker een partijtje spelen met de jeugd. Terwijl je daar nu juist van die leuke actieve herinneringen aan blijft houden…

Ach ja, veranderingen.

Het hoort nu eenmaal bij het leven dat we dingen vergeten, achter ons laten. Gelukkig vinden we veel terug op bijvoorbeeld Facebook zoals die foto die ik hierboven beschreven heb. De maakster van de foto heet Anneke, een toeristenmeisje die toen met ons en vele eilanders omging.

Alleen kan ik mij haar tot op de dag van vandaag niet meer herinneren terwijl vele anderen dat wel kunnen.

Zwaar irritant, die niet actieve herinneringen…

Behoeftes

Het blijft een gek fenomeen, die vrije in- en uitloopdames. Dit zijn dames die altijd maar dan ook altijd wel wat te praten hebben en met grote regelmaat bij elkaar over de vloer komen. Waarom? Omdat alles besproken kan en moet worden. Er zit volgens mij ook geen rem op… Hier in huis is het niet anders. Een paar keer per week loopt er van alles binnen en meestal ben ik dan de zwijgende barman die alle aanwezigen van een koffietje, cappuccinootje of drankje voorziet. 

Ik ben, zeg maar, de Victor van First Dates. 

Het bezoek is Covid-neutraal hoor, het beperkt zich tot een achterbuurvrouw, haar moeder, haar dochter en nog een vriendin die verderop woont in de wijk. En best inspirerend in deze tijden waarin ik niks beleef. Zo stond ineens de achterbuuf weer in de kamer. Wij zaten net voor de buis om naar Bed & Breakfast te gaan kijken toen ze binnenkwam.  

“Stoor ik?” 

“Nee, natuurlijk niet! Ga zitten. Cappuccinootje?” was het antwoord van mijn vrolijke wederhelft en dan weet ik genoeg. Normaal zet ik dan het geluid van de tv uit en activeer de ondertiteling. Dat zijn ze van mij gewend en ze zeggen daar ook niks over.  

Zolang zij maar kunnen kletsen.  

Nu zette ik de tv helemaal uit want ik heb een haat-liefde verhouding met dat Bed & Breakfast programma. Omdat ze bij Omroep Max denken dat ik seniel ben of zo want elke keer herhalen ze hetzelfde riedeltje: over waarover het programma gaat en wat de bedoeling is van de enveloppen die gevuld moeten. En de hoofdpersonen zelf doen ook mee aan de herhaling want elke week opnieuw mist er wel een haakje of een plankje in de douche of ze zeggen het meest dodelijke wat je maar kan zeggen: 

“Leuk schilderijtje, maar ik zou het bij ons niet ophangen…” 

Maar soms heb ik ook geen klik met de mensen die eraan meedoen en dan zapp ik het liefst weg, ware het niet dat mijn wederhelft toch wil blijven kijken. Gelukkig is er dan nog genoeg te zien op mijn telefoon en sluit ik mij af van het gezamenlijke uitje, de kusjes voor het slapen gaan en het ontbijtje waarvan telkens weer gezegd wordt dat het zo overvloedig is. 

Duuuh! Dat is omdat het op televisie is natuurlijk! 

Eigenlijk is het gewoon sluikreclame want als je in dit programma de champagne mag ontkurken kun je er haast wel van uitgaan dat je de tijd erna volgeboekt bent. En de mindere B&B ’s ook hoor. Want tegenwoordig maakt het eigenlijk niet uit of je er positief of negatief uitkomt, in beide gevallen trek je er mensen mee. 

Want smaken verschillen nu eenmaal. 

Deze keer was de reden van samenkomst van buuf en mijn geliefde dat ze elkaar al drie dagen niet gezien hadden. Ik haalde eens diep adem want dat zou betekenen dat deze dames nu drie dagen in moesten halen met praten. Dat zijn 72 uren gesprekstof. Oké, er gaan iets van 20 uurtjes vanaf want er moet ook geslapen worden natuurlijk maar dan nog blijven er dik 50 uur over! En deze dames kunnen praten als Brugvrouw dus elke minuut zal gevuld worden met informatie!

Informatie waar ik niet echt op zat te wachten… 

En ik wist dat mijn vrolijke echtgenote heel wat te vertellen had want ze was na lange tijd weer eens wezen winkelen! In Stad! Samen met dat andere praatmonster van verderop in de wijk. Alle afspraken waren van tevoren vastgezet en zo konden ze van de ene naar de andere winkel. Ze kregen gemiddeld 20 minuten in elke winkel om hun ding te doen en ja, dat viel niet mee achteraf.

  Dat was een hele opgave voor de dames, zo’n tijdsbeperking.

Toen ze weer thuiskwam van dit ‘uitje’ verwachtte ik minimaal een aanhanger met kleding en aanverwante artikelen maar niets was minder waar. Sterker nog, het was ‘maar’ een tas, wel goed gevuld maar niet overdreven.

 Ik zei niks, vroeg enkel of het leuk was en zette ondertussen het eten op. 

En het was leuk geweest. Alleen wel jammer dat je je aan de tijd moet houden want normaal heeft ze veel meer tijd nodig. Dat klopt. Ik ben een keer met haar mee geweest omdat het alweer een tijdje geleden was en ja, het huwelijk is geven en nemen. Uren waren we zoet en uren heb ik gewacht op de stoel bij het pashokje, aan de stamtafel met koffie (en later een glas wijn) of buiten voor de winkel.

En waar slaagde zij uiteindelijk?

Bij de eerste winkel die we gepasseerd waren nadat we de auto geparkeerd hadden… Ik had nog gevraagd: “Moeten we hier niet naar binnen?” Nee, die was te prijzig had ze toen gezegd. Vervolgens sjouwden we van winkel naar winkel en nét op het moment dat ik dacht dat ze zou opgeven liep ze toch die eerste winkel in!

Was ik er weer ingetuind!

Het debat brandde los en ik kon aan de slag als Kamerbode. Zwijgend, zoals het een goed Kamerbode betaamt. Nou was dat niet moeilijk want ik kwam er toch niet tussen en meestal doet mijn mening er niet toe. Want dan vallen ze mij direct aan en dan ben ik ineens De Dominee of De Burgemeester. Waarom? Omdat ik nog wel eens de neiging heb om mijn mening met veel handgebaar te ondersteunen. Mijn favoriete standje is toch wel het opgeheven vingertje. Natuurlijk zocht ik naar mijn geliefde Kamervoorzitter Khadija Arib maar zij was nergens te bekennen waardoor ik geen gelegenheid kreeg bij de interruptiemicrofoon.

Dan maar mijn best doen op de cappuccinootjes, dacht ik bij mijzelf.

Na goedkeuring over de kwaliteit van de cappuccino en ja, ik heb er twee zoetjes in gedaan, luisterde ik met een half oor naar de ruis om mij heen en constateerde ik dat ik het eigenlijk wel prettig vind die vrije in- en uitloopdames. Want het doorbreekt, net als het winkelen, even de covid-sleur.

Want daar hebben we allemaal enorm behoefte aan.  

Umuganda

Zo, de Nationale Opschoon-dag hebben we weer achter de rug! Het viel mij al op dat allerlei Bekende en minder bekende inwoners van de gemeente Oldambt met grijpstok en vuilniszak druk bezig waren onze rotzooi op te ruimen.

Ik herhaal, onze rotzooi!  

Ze hopen daarmee te bewerkstelligen dat wij vervuilers misschien eens gaan nadenken alvorens iets te laten vallen op de grond. Neem bijvoorbeeld de lege verpakkingen van een bekende hamburgerboer. Dit afval kom je vaak tegen in de berm langs ‘s Heeren wegen, onderweg uit het autoraam gegooid.

 Dat gaat in één moeite door.  

Terwijl er toch best veel inspanning aan vooraf gegaan is. Want je moet er eerst nog naartoe rijden met de auto, naar die hamburgerboer. Dan sluit je aan in de rij en je voelt de trek al toenemen. Trek ja, want de warme maaltijd bij Pa en Ma thuis was eigenlijk nog niet zo erg lang geleden.

Maar ja, de diëtiste zegt altijd dat je om de twee uur wat eten moet, toch?  

Na lange minuten die uren lijken mag je bij de praatpaal je wensen kenbaar maken nadat je het raampje geopend hebt. Op dat moment trotseer je de kou van buiten die de trek in eten doet omslaan in vreselijke honger. Hoeveel kan een mens eigenlijk hebben vraag je je dan wel eens af. Vervolgens rij je door en moet je weer je raam openen om te betalen. Dat is best irritant want je ziet ondertussen hoe de ene na de andere tas met het snelle voedsel in de auto voor je verdwijnt. Je geduld wordt nu wel heel erg op de proef gesteld! En de klok tikt gewoon verder en voor je het weet zijn er al tien minuten van je leven voorbij! 

En nog steeds heb je niks te kanen! 

Even later mag je dan eindelijk de buit opeten in de auto op de parkeerplaats en is je honger weer gestild. Vervolgens rij je dan na een paar minuten weer verder, het is immers ‘fast food’, en nadat je de rijksweg opdraait realiseer je je dat de lege verpakkingen nog naast je op de bijrijder stoel liggen.

Shit!

Snel doe je het raam open en mietert de boel naar buiten. “Pffff, die rommel die je er ook van hebt! Gelukkig is de Nationale Opschoon-dag er, die mensen zijn echt goed bezig!” denk je dan, waarna je met een tevreden en voldaan gevoel je weg weer vervolgen kan.

Ach ja.  

Ik zou het moeten snappen want ik ben ook jong geweest. En ik weet heus wel dat niet alleen de jongeren wel eens wat op de grond laten vallen hoor, het is iets van alle leeftijden. Maar toen ik jong was liepen we nog niet mee in demonstraties in Den Haag tegen de milieuvervuiling. Althans, wij kregen er van school niet eens vrij voor, dat kwam niet eens in ons op. Maar in die tijd hadden de leraren ook geen studiedagen.

Nee, die gaven gewoon les.

En weet je, ik snap al die mensen wel dat ze nadat de eerste warme dag zich bewezen had, allemaal naar buiten renden. Hier in de omgeving ook, de prachtige Pieter Smitbrug moest haast de spitsstrook openen om al het verkeer doorgang te kunnen verlenen. Even zat de schrik erin nadat er een éénrichtingsbord werd neergezet maar dat was gewoon een hele leuke 1 april grap. Heel veel vrolijk in het leven staande mensen konden daar even heel hard om lachen!

Dat was wel even nodig in een land met enkele humorlozen….

Maar naar buiten gaan is hier in het Noorden niet zo bijzonder. Wij zijn ruimte gewend en kunnen gaan en staan waar we willen. Maar in de drukkere steden is het eerste groene wat er te vinden is een park of een nog niet bebouwde of vergeten groenstrook tussen twee flatgebouwen in. En ja, die raken zo vol met al die mensen die snakken naar een beetje voorjaar, vooral nu in deze barre tijden. 

Volkomen begrijpelijk! 

Maar nadat al die mensen weer naar huis gaan blijft het park vol. Vol met lege verpakkingen van alle vreterij en drankjes. En dát snap ik niet! Het is ónbegrijpelijk dat men er zo’n teringzooi van maakt! Ik kan er maar geen grip op krijgen, geen verklaring voor bedenken waarom mensen dit toch steeds blijven doen. Dagelijks worden we geconfronteerd met het feit dat we de aarde aan het vervuilen zijn, op allerlei manieren maar we leren er kennelijk niks van. Of komt het doordat we weten dat de gemeente het wel weer achter onze konten opruimt, net zoals onze moeders dat bij ons deden? Of erger, vinden we dat gewoon vanzelfsprekend want ja, die vuilnisbakken worden ook nooit geleegd en ja, dan vraag je er toch om?

Zijn we zo’n verwend klerevolkje geworden?

Misschien is niet meer opruimen een optie? Dat deed mijn moeder bij mij ook en het hielp. Of de optie Rwanda. Dit Afrikaanse land heeft een hele lelijke geschiedenis achter de rug, de gruwelijke genocide van de Hutu’s op de Tutsi’s in 1994 zal menigeen nog bijstaan. Al jaren was er sprake van haat tussen de meerderheid, de Hutu’s en de minderheid, de Tutsi’s. Uiteindelijk sloeg de vlam in de pan en resulteerde die haat in een slachting van naar schatting 500.000 tot 1 miljoen medeburgers, waaronder gematigde Hutu’s en Tutsi’s.

Een onvoorstelbare en diepdroevige gebeurtenis…

Maar het land heeft zich in de loop der jaren herpakt en wel op een hele bijzondere manier. Elke laatste zaterdag van de maand moeten alle Rwandezen tussen de 18 en 65 jaar meedoen aan ‘Umuganda’:

‘Samenkomen met een gemeenschappelijk doel om een resultaat te bereiken.’

Ze vegen dan samen de straten, verrichten kleine reparaties aan straten en afwateringen, planten bomen of bouwen met zijn allen scholen. Naast het verstevigen van de band tussen de eigen bevolkingsgroepen creëren ze een enorme saamhorigheid, breed gesteund door de bewindslieden die ook gewoon meedoen aan Umuganda.

Naast de opkomende tweedeling in ons landje plus de Haagse leugentjes zie ik nu een kans!

Ons aller geestelijk welzijn

De dag dat ik eindelijk geprikt gaat worden komt met de week dichterbij. Eindelijk! Want ik hoop natuurlijk dat we straks van al die ellende af zijn en dat we weer met zijn allen de boel weer kunnen opstarten. Maar waar ik het meeste naar uitkijk is toch wel de rust die dan weer zal terugkeren in ons land, dat het groepje achterdochtige en aandachttrekkende burgers weer huiswaarts keren en iets nuttigs gaan doen in plaats van overal beren achter de bomen te zien.

Het tv-programma ‘Familiediner’ kon het wel eens heel druk krijgen…

Maar we zijn er nog niet. De besmettingen lopen alweer weer flink op, de hele week al boven de 7000 en dat is op zijn Gronings nait goud. En op zijn Nederlands ook niet! Toch doen de meeste mensen het goed en dat is puur omdat die zich wel houden aan de (nog steeds tijdelijke!) regels. Helaas zijn er ook mensen die daar anders over denken of het soms even vergeten. Zo hoorde ik dat de boten naar de Waddeneilanden tjokvol zitten en de regeltjes behoorlijk aan boord losgelaten worden.

Waarschijnlijk denken ze dat corona bij Den Helder, Harlingen en Holwerd stopt…

Dat is dus niet zo. Sterker nog, corona zit ons wereldwijd dwars. Behalve op Urk natuurlijk. Deze gezegende plaats in Nederland heeft, bij monde van één van de 21 kerken, bedacht om alle opgelegde regels los te laten. “Kom maar naar de kerk want God beschermt jullie gelovigen.” Waarom? Omdat men tegemoet wil komen aan de nood en geestelijk welzijn van de gemeente.

Nou inderdaad, aan het geestelijk welzijn van deze gemeente schort een hoop!

En ja, ik weet dat vis eten goed voor de mens is en dat de Almachtige het goed kon vinden met de vissers maar dat wil nog niet zeggen dat je dan ook het gelijk aan je zijde hebt staan. Kijk alleen maar even naar het afgelopen jaar, ze zijn ze daar behoorlijk van God losgeraakt. Het enige positieve over Urk is de 8-koppige familie Jelies. Zij deden mee in de TV serie ‘Een huis vol’ en dat was nog wel te behappen.

‘Aan de nood en geestelijk welzijn!’

Hoe durven ze! Alsof de rest van Nederland daar geen last van heeft! Alsof Urk een eigen Staat is! Nou, als dat zo was dan had ik direct hun Ambassadeur op het matje geroepen en deze geadviseerd om serieus na te denken over een Urkxit! Spuit maar een stuk zand op midden in de Noordzee, bouw het vol met kerken en doe lekker jullie eigen ding. En daarna zal ik die Ambassadeur de deur uitzetten met de woorden:

“Ben je nou helemaal belatafeld of heb je geen kruis meer in je broek!”

Zo, dat lucht op. Nu effe totaal iets anders. Ik ben erachter gekomen dat het mij nog nauwelijks lukt om netjes met pen te schrijven. Het lettertype ‘Hanenpoten’ komt dichter in de buurt. Sterker nog, stel dat ik mee zou doen aan een repetitie ‘schoonschrijven’ dan was ik geslaagd met een tien, plus de bekende griffel. Ik ben gelukkig niet de enige die daar steeds meer moeite mee heeft want het schrijven met een pen begint onderhand aardig uit te sterven. We doen alles via de digitale weg en laten de pen steeds meer ongemoeid.

Oké, het bekende boodschappenbriefje is nog wel analoog. Thuis gebruiken wij daarvoor een kladblok en soms kan ik later niet eens meer ontcijferen wat ik daags ervoor opgeschreven had.

Met als resultaat dat ik met het verkeerde thuiskom…

Terwijl ik vroeger van de meesters en juffen toch echt netjes schrijven heb geleerd. Binnen de lijntjes! En oh, wat was dat leuk! Dictees waren mijn favorieten maar ik had er ook lol in om alles wat de leraren op de borden schreven direct in een schrift te schrijven. Later kwam ik op een school waar je extra cijfers kon scoren door je aantekeningen in een zogenaamd ‘netschrift’ te schrijven. Hoe verzorgder het eruit zag, hoe hoger het cijfer. En het mes sneed hier natuurlijk aan twee kanten want A je concentreerde je voor de tweede keer op de leerstof en B de leraar kon het nu ook lezen en direct checken of je de lesstof wel begrepen had. En C, je kreeg er ook een cijfer voor.

Zo kon ik de wat mindere cijfers op repetities mooi opkrikken!

Tussendoor schreef ik veel brieven met allerlei vrienden en vriendinnen in het land want ook daar kon ik enig genoegen in vinden. De contacten werden gelegd in de vakantieperiodes op Terschelling en vervolgens had ik dan de hele winter weer genoeg adressen om brieven naartoe te sturen. Het schrijven was leuk maar ook het ontvangen van brieven, ik had een dagelijkse gang naar de brievenbus om te kijken of er ook post voor mij was. Naast mijn eigen handschrift kon ik ook van andere handschriften genieten. Het mooiste handschrift was van een zekere Inge uit Rotterdam. Die schreef haar letters met een digitale precisie. Natuurlijk probeerde ik dat ook in mijn retourbrief te doen waardoor het schrijven met de pen alle aandacht kreeg. Ik nam daar ook de tijd voor.

Ik voelde mij de koning te rijk met een chique vulpen en een mooi schrijfblok.

Op een gegeven moment kwam ik ook in aanraking met de digitale wereld en het duurde dan ook niet lang of ik schreef alleen nog jaarlijks de kerstkaarten. Maar ook die vielen weg want ja, wie stuurde nog een kaartje en even leek het erop dat het definitief de strijd verloor met de opkomst van de digitale wereld.

Maar misschien moeten we gewoon elkaar weer brieven schrijven, zoals vroeger.

Of een brief sturen naar de krant omdat je het ergens niet mee eens bent. Want dan moet je eerst goed nadenken alvorens het op papier komt anders wordt het een grote knoeierij. Plus het voordeel dat de boosheid wat zal afnemen in de boodschap. Geloof mij, dat scheelt je een hoop donkere gedachten.

Maar vergeet niet de envelop! Voor je het weet staat de inhoud op een foto….

 

Iedereen is van de wereld

Nu de verkiezingen achter de rug zijn is het altijd weer even spannend wie als eerste zijn of haar verkiezingsbeloften verbreekt. Je kan dan als gedesillusioneerde kiezer jezelf in een geel hesje hijsen of weer elke dag je chagrijn op Facebook delen, mag allemaal. Maar het verstandigste is om gewoon de democratie te respecteren en je erbij neer te leggen.

Want het hoort er gewoon bij.

De meeste partijen likken hun wonden en gaan weer over tot de orde van de dag. Natuurlijk gaan ze evalueren wat er fout gegaan is in de campagne maar echt zorgen maken zullen ze niet want ze zijn al jaren gewend om in het pluche te zitten van de Tweede Kamer.

Zij liever dan ik.

En vanuit die hoek laten ze dan het (onderbuik)gevoel horen van hun kiezers en is de cirkel weer rond. Maar blijf vooral stemmen want dan heb je zelf ook het recht om te klagen! Want dat is nu eenmaal een van de rechten die je hebt in dit land. En de Nederlandse burger heeft veel rechten, zoveel dat er fluwelen handschoenen voor nodig zijn om hem of haar aan te pakken. Daarom hoor je hier ook zo vaak dat er een ‘te zachte aanpak’ is wanneer er sprake is van wanordelijkheden of criminaliteit.

Maar dat zegt men alleen als het zo uitkomt.

Want zodra de politie wel hard optreedt is het land ineens te klein voor een klein groepje mensen. Die beweren dan ineens dat we in een dictatuur wonen. Vaak wordt er dan ook nog ‘privacy’ bijgehaald terwijl ze alles filmen met hun telefoontje. Ik begrijp dat soort mensen niet.

Neem de verkiezingen.

Je mag hier in alle vrijheid je stem uitbrengen zonder bang te hoeven zijn voor represailles. En als je het ergens niet mee eens bent mag je dat uiten. De manier waarop je dat uit kan wel eens tot een verhitte discussie leiden omdat de laatste jaren het fatsoen weg is uit het debat.  

Alleen beginnen we aardig te lijken op Rupsje Nooitgenoeg..

Daarom is het altijd goed om te luisteren naar mensen die wel een dictatuur hebben meegemaakt. Kijk naar onze eigen historie, de Tweede Wereldoorlog. Een goed voorbeeld. Maar ja, dat is alweer 76 jaar geleden en we vergeten zo snel. Recentere verhalen over dictatuur komen bijvoorbeeld uit Syrië. Die mensen hebben verhalen die lijken op de verhalen van de Tweede Wereldoorlog maar dan alleen in een moderner jasje.

Onlangs hoorde ik de Syrische vluchteling Anwar Manlasadoon op de radio zijn verhaal doen.

Hij blogt namelijk over de verschillen tussen zijn land en Nederland. Hoe zij het ervaren om in een land te wonen waar je gewoon mag doen wat je wil zonder tussenkomst van de overheid. Voor de duidelijkheid, doen wat je wil binnen de lijntjes die we ooit met zijn allen uitgezet hebben en staan beschreven in de Nederlandse Grondwet. Anwar vertelde nu over de verschillen in verkiezingen, hoe het er in Syrië toegaat. In Syrië heb je om de zeven jaar ook verkiezingen en dan staat er het volgende op het stembiljet, niet groter dan een A-viertje:

Assad, JA of NEE.

En nog twee of drie onbeduidende politici. Bij JA was er niks loos. Koos je voor NEE dan kon je maar beter maken dat je wegkwam voordat je na een flink aantal stokslagen achter de tralies belandde. Daarom is het begrijpelijk dat bij de laatste verkiezingen in Syrië, in 2014, Assad 88.7 procent van stemmers kreeg… Dan krab je jezelf toch even achter de oren lijkt mij zo. Vluchten is dan een reële optie. En dan mag je hopen dat het land waar je dan naar toe vlucht je de veiligheid kan bieden om een nieuw leven op te bouwen. Net zoals je dan mag hopen dat men jou die echte vrijheid gaat gunnen en dat men je accepteert en respecteert. Want links- of rechtsom, we leven op één wereld, in de wandelgangen ook wel Aarde genoemd. En het mooie is dat wij daar met zijn allen op mogen wonen, zoals Thé Lau & The Scene ooit zo mooi zong: ‘Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen!’ En natuurlijk zal je eerst vreemd aangekeken worden maar wat is vreemd?

‘Vreemden zijn vrienden met wie je nog kennis moet maken.’

Toen ik na 20 jaar Terschelling in Den Haag ging wonen en werken was alles en iedereen vreemd voor mij. Toen ik na 35 jaar Den Haag in Winschoten ging wonen en werken was ook alles vreemd voor mij. Maar doordat de mensen die ik leerde kennen mij niet wegkeken maar mij juist thuis lieten voelen, kon ik snel wennen aan mijn nieuwe leven. Als ik nu achteromkijk zie ik een enorme welvaart om mij heen. Wat we toen niet hadden is inmiddels al bedacht en in ons bezit:

‘We komen niets tekort, we hebben alles. Een kind, een huis, een auto en elkaar.’ Dat zong Doe Maar al in 1982! De winkels puilen uit of we bestellen ons suf vanaf de bank om nog meer te hebben. En met al dat méér lijkt het wel alsof we steeds mínder aan anderen gunnen.

Raar. Want wat leer je als kind? Juist, delen!

Maar we kiezen steeds meer de kant van onszelf en raken zo verstrikt in ons eigen vacuüm. Nederland was ooit een tolerant en sociaal land waar je echt trots op kon zijn maar dat ligt steeds verder achter ons. Kijk maar naar de verkiezingsuitslag, de sociale partijen worden ingehaald door populistisch rechts. Ook dat mag in een democratie, niet in een dictatuur. Dus nogmaals, wij leven in een vrij land. En ja, alles is onderhevig aan veranderingen, ook de instelling van een volk.

Maar of we daar dan nog trots op kunnen zijn?

Nu moeten we de komende weken, misschien wel maanden, weer kijken naar de strijd om een coalitie te vormen. De Praathuizen op de televisie slijpen al de messen.

Wat een vrijheid! Maar verdeel wel de vruchten die we daarvan plukken!                   

 

 

 

 

 

 

 

Het nieuwe abnormaal

Eigenlijk was ik het vergeten hoe het voelde en daarom kwam het extra binnen deze keer. Poëtisch gezien voelde het als ‘opnieuw geboren worden ‘maar eerlijk gezegd staat mij daar niets meer van bij dus eigenlijk gaat die vergelijking niet op. Maar het kwam verdomd dicht in de buurt! Ik was niet de enige die het zo voelde waardoor het haast het gesprek van de dag werd, wat zeg ik, week! Overal blije gezichten, gezichten waaraan ik weer aan moest wennen omdat men er ineens weer heel anders uitzag.

Iemand vond zelfs dat ik weer een ‘jong koppie’ had!

Dat is het enige voordeel van dat kolere virus, dat we weer even de normale dingen in het leven leren waarderen, in dit geval naar de kapper gaan. Afgelopen maandag was ik aan de beurt en werd ik onderhanden genomen door de tondeuse en schaar. En ik kan hier zonder blikken of blozen zeggen dat ik het als zeer prettig ervaren heb. Logisch, want het broeikaseffect op mijn hoofd werd heftiger en heftiger. Met elke haarlok die op de grond viel voelde ik een frisheid rond mijn hoofd die haast hemels aanvoelde. Terwijl in de weken ervoor regelmatig musjes en koolmeesjes achter mij aanvlogen want zij zagen genoeg mogelijkheden in mijn haar voor hun nieuwe woning.

Daar kon wel een vogelnestje of vier van gebouwd worden!

Maar zonder gekheid, het was oprecht een feestje om weer in die kappersstoel te zitten. En dat vond mijn buurman aan de andere kant van het spatscherm kennelijk ook want we kraaiden het uit als twee pubers die net hun eerste stiekeme biertje gedronken hadden. Onze kapper en kapster werden daar nóg vrolijker van want ook zij waren blij want ze mochten weer aan het werk. Nu hadden ze niet stil gezeten hoor, nee, ze hadden de hele zaak gepimpt met een zeer verdienstelijk resultaat. Dat vind ik toch weer knap, om ondanks de tegenslag van sluiting er weer iets positiefs van te maken.

Dat zouden meer mensen eens moeten doen!

Ik wierp een blik op de grond en zag daar mijn dikke, grijze lokken liggen. Onder welke categorie haar zal mijn haar eigenlijk vallen vroeg ik mij af. Wat voor haar heb ik eigenlijk? Normaal haar? Vet haar? Beschadigd haar? Droog haar? Gespleten haar? Ik zou hier nooit over begonnen zijn, sterker nog, ik zou hier nooit over nagedacht hebben maar dat kwam doordat ik voor de zoveelste keer iets in het nieuws las wat mij, heel toepasselijk, de haren deed rijzen. Want de multinational Unilever gaat namelijk het etiket op de shampoo aanpassen, het woord normaal zoals bij ‘normaal haar’ of ‘normale huid’ moet eraf. Dat werd besloten nadat ze een enquête hadden gehouden onder hun klanten.

Omdat 70% van de geënquêteerden een negatief gevoel kregen van het woordje ‘normaal’.

Een van de Unilever directeuren zei in het persbericht het volgende: “Het woordje ‘normaal’ van de verpakking halen lost het probleem niet op. Maar we denken dat het wel een belangrijke stap is naar meer inclusiviteit in de definitie van schoonheid.”

Dat woordje inclusiviteit moest ik effe opzoeken.

Onderlinge verbondenheid betekent het. Nou, daar ben ik altijd al een fel voorstander van maar om dat ons, klootjesvolk, nou duidelijk te maken via een fles shampoo begrijp ik niet helemaal. En ik begrijp die directeur ook niet! Als je zo lult vraag ik mij af hoe jij in het leven staat. En wélk probleem los je er niet mee op dan? Ik heb nooit problemen gehad met een fles shampoo. Nou ja, oké, één keer dan toen de fles achter mij op de grond viel terwijl ik aan het stoeien was met de handdoek na het douchen. Man als ik ben liet ik de fles gewoon liggen alleen wist ik niet dat de dop er niet goed op zat. Ook zo’n mannendingetje. Dus ja, de fles is leeggelopen, dat hoorde ik later die dag van mijn geliefde.

Ik zie dit niet als een probleemcategorie felrood of zo.

En wat is schoonheid? Ik vind mijzelf geen schoonheid waardoor ik mij door deze inclusiviteit behoorlijk uitgesloten voel om mee te doen met jullie shampoo-clubje. En daarbij, ik was altijd tevreden met het ‘voor normaal haar’ op het etiket want het was tenminste duidelijk.

#Doeseffenormaal!

Waarom moet toch over alles nagedacht worden tegenwoordig? Wat is dat toch steeds? We willen terug naar het ‘normaal’ maar eigenlijk gedragen we ons steeds abnormaler. Want wat is normaal? Ik heb altijd gedacht ‘normaal’ te zijn met mijn normale haar en nu voel ik mij behoorlijk abnormaal. En dat wil ik niet omdat we inmiddels weten dat er meer dan genoeg abnormalen op onze planeet rondlopen.

Ik herhaal, meer dan genoeg!

Gelukkig mogen we stemmen komende week en heb ik nog een paar dagen de tijd om de partijprogramma’s van alle 37 politieke partijtjes door te spitten op wat zij normaal vinden. Ja, een flinke klus maar ik heb nog tot woensdag. Een eerste blik op het vierkante meter papier liet bij mij al direct enkele vraagtekens achter. Ten eerste hoe ze die enorme lijst hebben kunnen vouwen tot een A5-formaat, dat moet wel een hele goede origamist geweest zijn en ten tweede staan er partijen op waar ik eerlijk gezegd nog nooit van gehoord had.

Dat is wél het voordeel van een democratie, dat iedereen gehoord wordt in dit land.

Maar daar moet je dan wel voor openstaan natuurlijk en niet direct zeggen de waarheid in pacht te hebben. Want dat heeft niemand gelukkig. Persoonlijk ben ik niet zo van al die snipperpartijtjes maar ik respecteer ze wel. Ze zijn immers opgericht door mensen met bepaalde idealen die iets verder nadenken dan bijvoorbeeld Johan Vlemmix, die koekebakker van De Feest Partij.

En ja, het leven is een feestje en ja, dan moet je wel zelf de slingers ophangen.

Maar je kan niet alles wegfeesten want het leven is niet voor iedereen een feestje. Helaas. Maar je mag jezelf wel in je handen knijpen dat je mág stemmen. Zonder enige dwang!

 

 

Bezint eer ge begint

Het was een vreemde gewaarwording. Nadat ik afgelopen maandag op de radio hoorde dat de meteorologische lente begonnen was, werd ik direct de volgende ochtend al om half vijf gewekt door vrolijk en druk zingende vogeltjes. Het lijkt wel of die vogels een sein afwachten, zo van ‘Nu is het lente!’ 

Een sein van ‘hogerhand’ wellicht… 

Het zit gewoon in hun systeem denk ik. Zo zit de natuur in elkaar en dat blijft wonderlijk. De mens zit anders in elkaar, die kunnen nadenken. Nadenken over wat je gaat zeggen en wanneer je iets gaat zeggen. Daarom was ik uitermate verbaasd toen onze demissionaire premier ineens tijdens een verkiezingsdebat zei dat er een kerncentrale in Groningen gebouwd moest worden. 

Dat schoot bij mij (en vast bij menig Groninger) behoorlijk in het verkeerde keelgat!

Nu nuanceerde hij het later in de week wel weer maar waar komt die gedachtegang toch vandaan? Is het omdat Groningen al decennialang het land van gas voorzien heeft? Krijgt de provincie dan direct het stempel van ‘Energieleverancier voor het leven’? Zijn ze echt zo simpel in Den Haag? Kennelijk wel, want nu er eindelijk erkenning is van alle ellende die de gaswinning veroorzaakt heeft bouwen ze het alweer vol met enorme windmolenparken!  

Mag het niet meer uit de grond dan halen we het wel uit de lucht! 

De plannen voor een waterstoffabriek in de Eemshaven liggen ook al klaar en dan nu weer het plan om een kerncentrale neer te zetten? Iets met ‘Je geeft ze een vinger en ze pakken de hele hand.’ Voor sommigen in Den Haag is het kennelijk een optelsommetje en als dan later blijkt dat er ook flinke nadelen aan kleven dan kunnen ze ineens niet meer rekenen… Of dan bagatelliseren we de gevolgen gewoon, zoals die andere ‘politicus’ Thierry Baudet al deed. Ik citeer: “Die aardbevinkjes ach, het is geen genocide of zo…”.   

Je zal maar als Groninger op hem gestemd hebben… 

Het is de wereld mooier maken op ‘zijn Amsterdams’. Daar lopen types die elke dag wat nieuws bedenken om maar hip en modern te zijn. We stappen over op schone energie maar we zetten de windmolens natuurlijk niet in onze eigen achtertuin. Nee, die kunnen mooi in de provincies neergezet worden, plek zat daar. 

Klopt. En dat willen we zo houden ook als het even kan! 

Alsof Amsterdam de leidraad is hoe wij met zijn allen zouden moeten leven! Ik hoop het niet. En ja, kerncentrales zijn schoner dan kolen- en biomassacentrales maar om van Groningen nu een opvangcentrum voor energieleveranciers te maken? En ja, eerlijk is eerlijk, de laatste paar jaar is er een inhaalslag gemaakt wat de vergoedingen betreft maar pak nou eens door en zorg dat iedereen geen zorgen meer heeft van verzakkingen en scheuren in het huis. Dan neem je je verantwoordelijk en zal het vertrouwen in de politiek wat dit betreft misschien wel weer terugkeren.

Misschien terugkeren!

Ach ja, zolang er politiek bedreven wordt is er gedoe. Vergelijkbaar met koken: ‘Er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden!’ Maar we moeten ook naar ons eigen gedrag kijken. Even jezelf een spiegel voorhouden. Om even bij het energievraagstuk te blijven, ik weet nog goed wat mijn ouders altijd naar ons riepen: 

“Niet te lang douchen! Licht uit! Deur dicht! We stoken niet voor de vogeltjes!” 

Zij waren zich kennelijk al bewust dat energie niet eindig is en dat we er zuinig op moeten zijn. Het zal te maken hebben gehad met de groei van onze welvaart waar zij nog aan moesten wennen omdat ze deels de oorlog en de naoorlogse jaren hadden meegemaakt. Dat waren absoluut geen vette jaren! Daarnaast kregen wij om de dag vlees en in het weekend genoten we van vleeswaren. Soms werden we verrast. Dan kregen we s’ avonds bij de broodmaaltijd overheerlijk gebakken (ondermaatse) tongetjes, balkenbrij of kleine, krokante aardappeltjes in spekvet gebakken.

Extra genieten van het eenvoudige!

Nu is buiten de deur eten meer dagelijkse kost dan zelf koken. Of we laten het bezorgen als we geen zin hebben om de deur uit te gaan. Het boterhammetje voor op het werk kopen we onderweg kant en klaar bij de benzine boer of we laten het op het werk bezorgen. Maar we begrijpen wel dat al dat eten wel verbrand moet worden en daarom gaan we een paar keer per week naar de sportschool.

Met de auto natuurlijk!

Ik pak ook wel eens het gemak wat de welvaart ons brengt maar ik voel dan altijd de blik van mijn ouders in mijn rug. Dat heb ik ook wanneer ik op mijn elektrische fiets even in standje turbo naar de winkel fiets. Waarom? Omdat zij pas op een elektrische fiets stapten toen ze de 85 jaar al gepasseerd waren! En mijn vader doet ‘m alleen aan met tegenwind….

Bikkels zijn het!

Want nogmaals, we consumeren ons suf! En die zucht om te consumeren zorgt ervoor dat we energie naar binnen blijven slurpen alsof we net veertig dagen in de woestijn gelopen hebben. En ja, dan krijgen we te maken met problemen als hoe lossen we het energievraagstuk op. Want dat gaat niet vanzelf. Dus willen we doorleven op die manier dan zullen we moeten accepteren dat er windmolen- en zonnepanelen parken ons uitzicht en leven bederven. 

Of wellicht ook kerncentrales. 

Maar beste politici, kijk dan eerst eens om je heen voordat je iets roept. En leg dat goed uit in plaats van er verkiezingsretoriek van te maken. Sterker nog, sta boven de partijen en ga nou eens samenwerken in plaats van steeds maar bezig zijn met je eigen mening op te dringen omdat dat de idealen zijn van jouw politieke partijtje. 

Want niemand heeft de waarheid in pacht.

Ja, mijn ouders misschien.. Daarom noem ik ze hier ook. Zij hebben samen 177 jaar ervaring in ‘het leven’. En nu ikzelf ouder aan het worden ben, word ik steeds bewuster van hun gelijk:

‘Doe maar normaal. Dan doe je al gek genoeg!’

 

Beweging dankzij verbinding

Natuurlijk had ik ook gehoord dat het druk was. Want ‘druk´ en ‘wonen in de provincie Groningen’ is niet alledaags nieuws. Ik heb het natuurlijk over de kersverse Pieter Smit brug die vlak voordat de winter inviel, geopend was en veel aandacht trok. De opening kwam was perfect getimed want niet veel later konden alle schaats- en winterliefhebbers dankbaar gebruik maken van deze brug. Want als je deze 756 meterslange brug gepasseerd was wachtte aan het einde een prachtige ijsvloer waar jong en oud aan het genieten waren.

Dat durf ik hier wel te beweren!

Want wie ik ook sprak, allen waren enthousiast over het ijs, de sfeer en de brug! En vooral dat laatste is mooi want er waren, nadat de plannen gepresenteerd waren, ook veel wanklanken te horen. Dat snap ik ook wel weer want we horen te vaak dat grote gemeentelijke projecten uiteindelijk of veel te duur uitvallen of totaal geen toegevoegde waarde hebben. Waardoor enigszins wantrouwen wel op de plaats is. Zo zijn er in elke gemeente wel van dit soort prestigeprojecten geweest, projecten die velen uiteindelijk het schaamrood op de kaken heeft doen krijgen.

Te vaak een aanslag op het gezonde verstand…

Maar de Pieter Smitbrug is van een andere orde. Naar mijn mening echt een aanvulling voor de gemeente Oldambt. Oké, het budget is om en nabij met een miljoen euro overschreden maar dat is nog wel te dragen als je het afzet tegen de voordelen die deze brug ons gaat geven. 

Want ik zie alleen maar voordelen.

Zoals natuurlijk een betere verbinding tussen Winschoten en Blauwe Stad. Bewoners van beide kanten kunnen nu veel makkelijker even heen en weer, wandelend of op de fiets. Daardoor zal de auto wellicht wat vaker blijven staan en dat scheelt dan weer in de portemonnee. Je zou er nog tegenin kunnen brengen dat het meer tijd kost maar dat is te verwaarlozen, vooral omdat veel mensen al elektrisch fietsen en daardoor flink de gang erin hebben zitten. En voordat nu alle fietsers die niet elektrisch geholpen worden over mij heen vallen:

Wees daar gewoon trots op! Ik schaam mij dood dat ik al zo’n fiets in gebruik heb…

Maar het is ook een brug die mensen letterlijk met elkaar verbindt want als je erover heen loopt of wandelt is de kans aanwezig dat je bekenden ziet en je daarmee aan de praat raakt. Want nog even ter herinnering, het is de langste fietsbrug van Europa he!

Je bent wel even bezig voordat je aan de overkant bent.

In mijn ogen is het allergrootste pluspunt dat het mensen in beweging gaat zetten. Je bent nu veel gauwer geneigd even de fiets te pakken of de wandelschoenen aan te doen om een frisse neus te halen. Of om even een terrasje te pakken of pootje te baden rondom het Oldambtmeer. En de inwoners van Blauwe Stad fietsen nu even zo snel weer Winschoten in. Allemaal bewegingen die goed zijn voor onze gezondheid en dat scheelt dan weer, op langere termijn, in ziektekosten.

Ik zie de koppen al in de krant: ‘Inwoners gemeente Oldambt gezondste van het land!’

Vorige week zondag mocht ik er eindelijk overheen fietsen en ik was echt onder de indruk. In eerste instantie van het bouwwerk zelf maar helemaal van hoe druk het wel niet was! Wandelaars en fietsers kwamen van alle kanten en je moest echt goed opletten om niet iemand aan te rijden. Maar ook groepjes mensen (ja, op afstand) die gezellig even aan het bijkletsen waren of gewoon even stil stonden om even alles erom heen te bewonderen.

Even schoot mijn bezoek aan de Nieuwe Driemanspolder in Den Haag door mijn hoofd, op die mooie schaatszondag van enkele weken geleden. Het viel mij op dat iedereen elkaar passeerde zonder ook maar een woord te zeggen of ook maar een blik te gunnen. Des te vreemder is het dan ook dat er in Den Haag steeds gelekt wordt. Elke keer als er een persconferentie aangekondigd werd, lag de inhoud al op straat en keken we op het moment suprême naar een herhaling van zaken die we al wisten… De Tena Lady of Man broekjes zijn daar niet aan te slepen!

Ik was het individualisme van de Grote Stad even vergeten…

Want ik weet nog goed toen ik als 20-jarige verhuisde van Terschelling naar Den Haag. Iedereen die ik tegenkwam op straat begroette ik. Helaas zonder respons, op een enkele, zeer verbaasde Hagenees na. Het duurde wel even voordat ik dat groeten afgeleerd had want ja, het zat eenmaal in mijn genen. Dertig jaar later kwam ik weer in het Noorden te wonen en moest ik weer wennen aan het feit dat iedereen elkaar wél even aankeek of een groet gaf. Moi! Hoi! Daag! Of hallo!

Ik was gelukkig zo weer gewend!

Omdat het gewoon goed voelt denk ik, maar ook omdat elk mens het fijn vindt vriendelijk bejegend te worden. Want de mens is sociaal ingesteld, al zien we de laatste tijd steeds vaker dat asociaal gedrag behoorlijk terrein aan het winnen is. Althans, dat denken die lui, de media geeft ze ook steeds vaker een podium om hun krantje of tv-programma te vullen. Ik vertik het om daarin mee te gaan en ik ben daar niet de enige in.

Nee, we zijn nog steeds met méér! 

Daarom was het natuurlijk ook zo druk op de brug! Even voelde het alsof we weer even in het ‘normale’ leefden, heerlijk in de buitenlucht en genietend van alles om ons heen. Het maakte ons eerste fietsritje van het jaar daarom extra leuk. Deze brug gaat heel veel betekenen voor deze regio.

Maar het is nog niet klaar.

Want het schort nog aan een goede infrastructuur aan de andere kant van de brug. De fiets- en wandelpaden sluiten slecht op elkaar aan. Dat mag in mijn ogen het volgende project zijn zodat het Oldambtmeer en Blauwe Stad nóg aantrekkelijker wordt voor bewoners en recreanten.

Dan gaan we samen een mooie  https://www.toukomst.nl/ tegemoet!

 

Wanneer het ijs weer gesmolten is

Wat was dat weekje winter van vorige week een welkome onderbreking van ons gezamenlijke ‘gevangenschap’! Even konden we massaal stoom afblazen op het ijs en daar werd dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. En we hadden eindelijk weer eens iets gemeenschappelijk om te delen, wat prioriteit één meekreeg:

‘Heb ik nog schaatsen en zo ja, moeten ze nog geslepen worden?’

Afgelopen weekend schaatsen we gezamenlijk naar het hoogtepunt van dat weekje ijspret en ik denk dat velen dat weekend nooit meer zullen vergeten. Want na lange tijd werden er weer fijne en vrolijke herinneringen gemaakt welke later nog vaak tot de verbeelding zullen gaan spreken. Hoe mooi was het wel niet, hoe alle bevroren sloten, vaarten, riviertjes en meren zich vulden met enthousiastelingen die maar één doel voor ogen hadden:

Schaatsen!

Maar ook voor de niet schaatsers waren het prachtige dagen. Mijn vrouw kwam zaterdagmiddag al super enthousiast thuis van een wandeling. Ze was via de Pieter Smitbrug naar het bevroren Oldambtmeer gelopen en het was daar zó gezellig dat het ijs er bijna van ging smelten! Het leek wel of iedereen uit de winterslaap ontwaakt was en nu eindelijk weer even konden praten met andere mensen in plaats van met hun eigen, onder curatele gestelde huishouden. Je las de opluchting van de gezichten!

Voor het uitbreken van de pandemie hadden we daar een naam voor, ‘socializen.’

Helaas had ik geen tijd om te socializen want ik moest ‘lasagne to go’ maken. We gingen namelijk de volgende dag op bezoek bij onze kleindochter. Dat had wat voeten in de aarde want de laatste keer dat wij haar konden bewonderen was precies 175 dagen geleden… Ja, schandalig! Maar dat kwam natuurlijk door de opgelegde maatregelen die we met zijn allen dragen moesten en nog steeds dragen moeten. We hebben het al die tijd moeten doen met beeldbellen via de telefoon en kregen zo toch nog iets mee van het groeiproces van deze kleine meid.

Maar de afstand bleef.

Want dit prinsesje woont namelijk in het westen des lands. In normale tijden was dit geen probleem geweest want wij rijden zo die kant op omdat we er gewoon een dagje uit van maken. En we verwennen ons dan met een goedgevulde tas met thermoskannen koffie en thee, overheerlijke zelf belegde broodjes van de bakker en als het mag van de altijd aanwezige lijn, een zakje Winegums!

En ja, wat is dan afstand?

Maar alles liep anders in het afgelopen jaar. Voor iedereen. Telkens moesten afwegingen gewikt en gewogen worden. En dat afwegen viel steeds zwaarder en deden aan beide zijden veel pijn. Gelukkig zijn er nu, dankzij het vaccin en steeds meer kennis van de gedragingen van het virus, weer betere vooruitzichten op een normaal leven. Het vertrouwen daarin heeft weliswaar flinke klappen opgelopen maar zolang we er maar van leren en ervoor openstaan, gaan we de goede kant op. Dat was voor ons ook de reden om uit onze bubbel te stappen en een bezoek te brengen aan onze prachtige kleindochter. Sinds haar geboorte, 2 mei vorig jaar, hebben wij haar nog maar drie keer kunnen bewonderen en knuffelen.

Schandalig ja, ik beken!

Maar zoals ik al zei betrof het uitermate pijnlijke beslissingen, beslissingen die, helaas, bij het leven horen. En het was niet alleen onze kleindochter die we amper zagen, ook onze zonen en schoondochters moesten we op afstand houden om zo de risico’s voor alle partijen zo klein mogelijk te houden.

Nog een reden om deze zondag eens burgerlijk ongehoorzaam te zijn!

Na het bekende (en vreselijke!) ‘elleboogschudden’ konden we eindelijk ons prinsesje in de ogen kijken. Mijn vrouw gaf gauw het cadeautje wat wij mee hadden genomen, een prachtige, door haar collega gehaakte pop. “Kijk eens, dit is Lobke en ze komt uit Zweden! En ze wil heel graag jouw vriendinnetje worden!”

Het meiske draaide haar hoofdje opzij van verlegenheid en zocht de veiligheid van haar ouders.

Logisch, een kinderleven is net zo groot als het kind jong is. En wij wisten als kersverse en hele wijze Oma en Opa dat we nu alle zeilen moesten bijzetten om een plaatsje te krijgen in het leven van dit jonge kind. Het deed mij denken aan de relatie die ik vroeger had met mijn opa’s en oma’s. Die zag ik ook maar twee keer per jaar, ook vanwege de afstand. Toch heb ik ze wel altijd als zodanig gezien dus ik ben er niet slechter van geworden. Maar nu leven we in 2021 en zijn er, zoals ik al eerder zei, eigenlijk geen afstanden meer.

En ja, we zijn door de wol geverfd, samen hebben we vier zonen!

Terwijl ik rare bekken trok en kinderversjes opdreunde om het kleine wonder voor mij te winnen, won mijn vrouw de aandacht. Die kreeg ze nadat ze het meisje een vingertipje slagroom van de door ons meegebrachte Winschoter tompoezen gegeven had. Ik kreeg de aandacht wat later die ochtend nadat de kleine meid moe van alle indrukken, op mijn gezellige opa-buik in een diepe slaap viel.

Vervolgens moest ik mij inhouden om ook niet even een powernapje te doen…

Net na de middag reden we met zijn allen naar de Nieuwe Driemanspolder, een pas ontwikkelt recreatiegebied tussen Leidschenveen (Den Haag) en Zoetermeer. We hadden daar afgesproken met de andere twee zonen en schoondochter zodat de jongens nog even schaatsen konden. Ook dit was een fijn weerzien en niet veel later stond ik naast de mannen op het ijs.

‘Potver! Ik ben gekrompen!’ schoot er door mijn hoofd…

Dat kwam ook natuurlijk omdat ze op schaatsen stonden maar ik weet dat zij al over mij heen kunnen kijken. We nuttigden nog gezamenlijk een lekker koud (!) biertje en een uurtje later reden we weer naar het huis van onze kleindochter want de lasagne moest op tijd in de oven omdat we natuurlijk op tijd thuis moesten zijn vanwege de avondklok. Tegen zes uur namen we afscheid en keken we in het vrolijke lachende gezicht van onze kleindochter.

Het ijs was gesmolten, we hoorden er weer bij!

 

 

 

We moeten wandelen, schaatsen, uitglijden, vallen en weer opstaan 

Nu we aan het eind zitten van de horrorwinter van 2021 en alle media het weer over de pandemie kunnen hebben, leg ik alvast de loper uit voor de lente. Letterlijk, ik heb namelijk een loper van stucloop in de achtertuin gelegd. Daarmee wil ik voorkomen dat we steeds zand naar binnen lopen omdat de tuin opgeknapt gaat worden en nu helemaal kaal is. Een briljant idee al zeg ik het zelf! Maar hij ligt er ook om de lente te ontvangen want ik kan het niet vaak genoeg zeggen:  

De lente is de mooiste tijd van het jaar!  

Misschien komt dat ook wel omdat de winters de laatste jaren niet meer zoveel voorstellen. In plaats van strakke blauwe luchten met een lekker zonnetje zoals afgelopen week moeten we het steeds vaker doen met grauw en donker weer, vaak overgoten met een regenbui. Maar in mijn vroegste herinneringen waren de winters wel mooi. Temperaturen dik onder de nul, veel sneeuw en hele dagen op de ijsbaan genieten van de ijspret in al haar gedaantes. En hoe bijzonder waren de bevroren slaapkamerramen met ijsbloemen, eigenlijk onze eerste kennismaking met het matglas van tegenwoordig! Wanneer je naar buiten wilde kijken of het al gesneeuwd had, moest je eerst het ijs van het raam afkrabben. Lag dat aan de temperaturen of omdat we toen nog geen dubbel glas hadden?  

Herinneringen hebben nog wel eens de neiging flink te overdrijven.. 

Vorige week zondag trok ik weer eens mijn dikke, wollen trui aan en moest gelijk weer even wennen aan die ellendige kriebels die deze veroorzaakte. Dat wekte ook weer een herinnering op, namelijk de herinnering aan zelfgebreide wollen truien, mutsen en handschoenen waarmee je je wapende tegen de kou, meestal geproduceerd door mijn moeder of een van de Oma’s. En het hielp niet echt want de herinneringen aan de vele momenten met kouwe klauwen zitten nog vers in het geheugen, vooral aan een van de veroorzakers van die kou: die irritante bevroren gestreepte veters van de Friese doorlopers. En later kreeg ik van die ijs-tenen van mijn Noren, die hadden stalen neuzen en men zegt in mijn familiekring dat mijn opa er ook nog op geschaatst had… Maar ik won op die dingen wel menig wedstrijdje en dat maakte een hoop goed, zelfs die paar koude tenen. Gelukkig kon je je ook warmen met heerlijke warme chocolademelk. Want op de ijsbaan stond een Koek & Zopie tent die gerund werd door de vrijwilligers van de ijsclub. Je kreeg dan voor een paar centen een witte, porseleinen beker, gevuld met hete chocolademelk. 

Plus natuurlijk dat ellendige vel op je chocomel… 

Maar het feestje werd compleet als je ook nog geld had voor een gevulde koek of kano. Want schaatsen maakt hongerig omdat het best wel een intensieve bezigheid is. En ja, naast de gebruikelijke rondjes om de kerk kwam er ook nog een potje flink uitsloven voor de meisjes bij. Op de een of andere manier zagen die er op het ijs nog mooier uit dan ze al waren. Waarschijnlijk kwam dat door de winterse kleding die ze droegen of doordat hun wangen zo mooi roze kleurden door de kou. Dat naturelle had voor ons jongens een magische aantrekkingskracht en maakte krachten los om nóg meer indruk te maken op het andere geslacht. 

‘Wintermeisjes’ noem ik ze altijd liefkozend. 

Maar vorige week zondag kwam dan eindelijk die langverwachte en heel veel besproken winter ons land binnen. En hoe! Als het razende stoof het over ons landje en werd menigeen gezandstraald zodra deze zich buiten de deur durfde te wagen. Het leek wel of de sneeuw alle boze warhoofden tot de orde wilde roepen.  

Die werden even met twee benen op de grond gezet, om verder uitglijden te voorkomen. 

Ik mocht die middag mij wagen aan een wandeling door de sneeuw. In eerste instantie zou ik alleen met mijn eigen wintermeisje gaan maar we kregen er een doorloper… euhh…meeloper bij. Dat was ons puberende buurmeisje Nikki. Zij moest even wat lucht happen om de goede vrede te bewaren in huis. Logisch, want wanneer je door de omstandigheden dagenlang met elkaar opgescheept zit kunnen er zomaar kleine irritaties ontstaan.  

En kleintjes worden groot he! 

Ik heb echt te doen met al die opvoeders en kinderen momenteel. Het is ook de laatste tijd het gesprek van de dag, hoe we hiermee om zouden moeten gaan. Wij, opvoeders in ruste omdat het kroost zichzelf al kan opvoeden, staan aan de zijlijn maar hebben wel een advies: Probeer de structuur te handhaven maar maak de kleine probleempjes niet groter dan ze zijn. Met andere woorden: drie keer daags een maaltijd en s’ avonds een bakje chips met een snoepje onderin. 

Geheid succes! 

Het werd een barre, winterse wandeling maar het was ook leuk. Vooral toen we het tunneltje nabij Scheemda naderden. Ik zag dat het trottoir iets afliep en zei tegen mijn vrouw dat ze maar achter mij moest lopen, om te voorkomen dat ze zou vallen.  

Ja, ik ben ook tijdens een wandeling een heer in het verkeer! 

Maar dan moet je wel staan blijven… Want nadat zij zich achter had gepositioneerd, voelde ik mijn rechtervoet onder mij wegglijden…en viel het gebouw om! En in mijn val nam ik mijn geliefde mee en lagen we allebei op de grond. Natuurlijk werd dit direct middels een foto vastgelegd door de puber die bijna in haar broek pieste van het lachen… Dit was al de zoveelste keer dat de aantrekkingskracht van de aarde ons te veel werd. Wij waren eerder die week ook al meerdere keren uitgegleden op die oh zo handige loper in de tuin…  

Want zodra het ietsjes bevriest is stucloop net een ijsbaan! 

Maar dat weekje sneeuw en ijs hadden we wel even nodig. Even wat lucht in de donkerste periode van na de Tweede Wereldoorlog. Even ruimte tussen opvoeders en het kroost. Massaal gingen we naar buiten om van al dat moois te genieten, gevoed door onze herinneringen aan vroegere winters met al die wintermeisjes en stoere jongens op het ijs.  

Mooi dat er nu weer nieuwe herinneringen gemaakt kunnen worden! 

Lichamelijke strijd

Vanuit de keuken kijk ik naar de woestenij achter het huis. Dat het toch nog zover gekomen is verbaast mij nog elke dag. Want ik keek er al maanden tegenop en wist dat ik er niet onderuit kon. Daarom vond ik de vertraging door corona helemaal niet erg.

Maar ja, uitstel is geen afstel.

Wij hadden ruim een jaar geleden bedacht dat de achtertuin op de schop moest. En dan niet een klein gedeelte maar de hele tuin. Natuurlijk zei ik tegen vrouwlief dat ik zelf de tuin wel leeg zou maken, dat kon ik wel. Begin december kregen we door dat de hovenier onze tuin eind januari in de planning had gezet en half december kwam de langverwachte vraag: “Schat…wanneer begin je met de tuin…?”

Ik bleef kalm en gaf aan dat het allemaal goed zou komen.

“Laat mij maar schat, ‘t komt allemaal goed!” Begin januari vroeg ze het weer. “Ar…” Voordat ze verder kon praten vulde ik haar al aan: “Ja schat, het komt echt goed. En als ik dat zeg dan komt het ook goed!”

Wij zijn zo ‘Aan-een-woord-genoeg’ stel.

Op een mooie vrijdag begon ik met de eerste stenen te verwijderen. De hovenier had een container laten bezorgen en mijn taak was deze te vullen met stenen, tegels en bandjes. Die avond protesteerde mijn hele lichaam bij elke beweging die ik maakte. De volgende ochtend liep ik zo krom als een hoepel van de pijn in mijn rug en wist ik wat ik doen moest.

Wandelen!

Veel wandelen, de boel in beweging zetten. Gelukkig stimuleerde mijn vrouw mij daar ook in door mee te lopen. Enthousiast begon ze over de App ‘Ommetje’ maar ik wilde gewoon een rondje Winschoten-Scheemda-Winschoten maken. En de terugweg via het Midwolderbos. Alles draait om de eenvoud, daar heb ik geen app voor nodig.

Aigenwies noemen we dat in Groningen.

Vrouwlief accepteert dat gelukkig (tot een bepaalde hoogte) en zonder klagen liep ze dat weekend alle tochten mee. We hadden ook afgesproken dat we tijdens het wandelen niet op onze telefoon zouden kijken. Nee, we moeten tijdens het wandelen ook oog hebben voor alles om ons heen, de natuur met al haar ontluikende prachten en pralen die ons elk jaar weer opnieuw voorgeschoteld worden. Dus de gsm ging in de broekzak, met het geluid op zacht en trilfunctie aan. Na ruim een uur lopen voelde je regelmatig hoe de broekzak zich vulde met de dagelijkse ‘broekzakAppjes’.

Best moeilijk om dan juist niet te reageren.

Ik voelde de pijn in mijn lijf met elke gelopen kilometer afnemen en die maandag begon ik weer met het gesteente te stoeien. Mijn tactiek was om elke dag enkele meters te maken, mijn krachten te verdelen over de week en tussendoor bleef ik wandelen. Mijn Plan van Aanpak liep als een tierelier en ik gaf mijzelf een schouderklopje.

Maar er kwam natuurlijk weer een kink in de kabel!

De hovenier belde s ‘woensdags met mijn vrouw en vroeg hoever we al waren met het leeghalen van de tuin. Ik bevond mij op dat moment in de tuin en had net bedacht dat het wel weer welletjes was geweest, morgen is er weer een dag! Toen ging de keukendeur open en daar stond mijn vrouw in de deuropening heel blij te zijn: “Ik heb goed nieuws! De hovenier wil overmorgen al komen in plaats van volgende week!”

Mijn hart sloeg even over..

“Huh? Hoe bedoel je? Ik ben toch nog niet klaar? Wat heb je gezegd dan?” Ze bleef lachen, ze vertrok zelfs geen spier: “Ik heb gezegd dat de tuin bijna leeg is.” Ik klapte dicht, kon geen woord meer uitbrengen en hapte naar adem. Want ik was ‘nog maar’ net over de helft! En dan moest het schuurtje nog afgebroken worden!  En de schuttingen! Mijn hele planning lag ineens totaal in duigen, een planning waar ik dagen, weken, maanden met mijzelf over vergaderd heb! En, erger, wakker van gelegen heb!

“Wat nou bijna leeg?” riep ik.

“Ach schatje, dat lukt je heus wel.” Zei ze en ging gauw weer naar binnen. Gelukkig had ik iets om mijn agressie mee te blussen, namelijk een halve tuin met tegels en stenen die eruit gehaald moesten worden. En ach, ik voelde mij best wel goed en ondanks de overtollige kilo’s die ik elke dag maar weer mee moet torsen, voelde ik mij fitter dan ooit. Daarbij was het een prima manier om het lichaam in beweging te houden want door de corona mocht ik niet meer trainen tijdens mijn wekelijke sportschool bezoek.

Het Wekelijkse Gesprek met mijn Body zeg maar!

Ik ging door want nu stond ik op tijd. Aan het einde van de middag was de container vol en de tuin leeg.

De volgende dag sloopte ik het schuurtje en de restanten van de schuttingen. Ik had zelfs een dikke meevaller want ik kreeg hulp met het verwijderen van al dat hout. Tinus en Bertus, twee pensionado’s die ons al vaker geholpen hadden, kwamen met auto en aanhanger om het hout af te voeren naar de stort. Dat scheelde enorm veel tijd en in mijn enthousiasme nodigde ik ze uit om samen het hun dames, zodra het weer het toelaat, bij ons te komen eten in onze nieuwe tuin.

Dan kan ik mijn kookkunsten ook eens aan hun tonen!

Toen de container opgehaald werd zag ik dat de vrachtwagen best wel moeite had de container op te tillen. Een gevoel van trots kwam over mij. Trots omdat ik elke steen en tegel door mijn ‘mannenklauwen’ gevoeld heb. Klauwen die de krachten van het gesteente hebben moeten opvangen en daardoor vol zitten met schaaf- en stootwonden. En trots op mijn arme armen, die zijn enkele centimeters langer geworden omdat ik als een discuswerper het gesteente in de container zwiepte, met de daarbij horende aanstellerige oerkreten waar tennisdame en ‘Scream Queen’ Michelle Larcher de Brito, jaloers op zou zijn (zoek maar op JoeToep☺).

Ik voelde een trilling in mijn broekzak.

Een Appje van de hovenier. Het weer werkt niet mee dus nog even geduld…

 

Hou vol!

Eigenlijk wilde ik het hebben over de jongeren onder ons die in een voor hen, onbegrijpelijke fase terechtgekomen zijn. Een fase waar ze nog niet eerder mee te maken gehad hebben in hun jonge leven en waar ze een behoorlijke dreun van gekregen hebben. Ondanks dat ze heus wel weten dat ze nog een lange toekomst in het verschiet hebben liggen.

Dit is slechts een fractie van heel leven.

Maar ik moest mijn plannen wijzigen want sinds de invoering van de avondklok gebeurde er ineens van alles om ons heen waar íedereen even een behoorlijke optater van kreeg. Want 0,05 procent van diezelfde jongeren waren namelijk driftig bezig met hun toekomst, namelijk om die toekomst voor zichzelf met ontzettend veel agressie áf te breken!

0,05 procent! Dat zijn maar 2500 jongeren…

Die cijfers zijn nog hoog geschat. De reden van hun agressie richting het gezag én media was de beperking in hun bewegingsvrijheid en hun eigen tekortkomingen, opgefokt door enkele politieke populisten, treurige wappies en extreem christelijke gemeenten zoals bijvoorbeeld Urk. Vooral die wappies zijn een raar fenomeen. Het lijkt wel of die mensen eindelijk een podium gevonden lijken te hebben, om hun eigen treurige leven een beetje cachet te geven.

Geen wonder dat de geestelijke zorg onder druk staat…

Ik ben net 57 jaar en voor mij is dit ook de eerste keer dat ik beperkt word in mijn bewegingsvrijheid. De autoloze zondagen in 1973 tel ik niet mee want dat was juist méér bewegingsvrijheid: je mocht ineens fietsen en rolschaatsen op de autowegen!

Waarmee ik maar zeggen wil dat ik al ruim 55 jaar vrijheid heb genoten. Dat gun ik de jeugd ook natuurlijk. Alleen kan dat nu even niet omdat we in gevecht zijn met een onzichtbare vijand. Een vijand die niet alleen Nederland de oorlog verklaard heeft maar de hele wereld. En wereldwijd is men het gevecht aangegaan met hulpmiddelen zoals (soms nóg strengere) lockdowns en avondklokken.

En dat is dus niet de strijd aangaan met ziekenhuizen, winkels of gemeengoed in stad of dorp!

Helaas is het niet de eerste pandemie die ons de vrijheid ontnomen heeft. Al eeuwenlang hebben we te maken gehad met allerlei dodelijke virussen zoals de Pest, de Pokken en de Tyfus. Of recenter, het Mers en Ebola virus. Het is helaas van alle tijden en ja, het is verdomd klote dat je het net moet treffen als kind, als puber of als jongvolwassene. Want op die leeftijd hoor je niet opgesloten te zitten maar moet je het leven ontdekken, plezier maken. Dan moet je van je vrijheden kunnen genieten, vrijheden die ooit door je voorouders bevochten zijn.

Letterlijk bevochten zijn!

Zij kregen toen ook te maken met een avondklok, met dien verstande dat als je toch naar buiten ging, je overhoopgeschoten werd. En oh ja, dat duurde niet een paar weken maar een jaartje of vijf. Dat is ook de reden dat we elk jaar dat gevecht voor onze vrijheid herdenken. Op 4 mei al die mensen die vermoord zijn door de vijand en op 5 mei vieren we de Bevrijding. Dat doen we uit respect, omdat we donders goed beseffen dat de offers die er gebracht werden enorm groot waren, soms groter dan ons verstandelijk vermogen dragen kon…

Dus 0,05 procent van de jongeren: Gedraag je, ga naar je kamer en houd je muil!

Zo, dat moest er even uit. Nu schakel ik toch even door naar het feit dat de jeugd de toekomst heeft. Dat zijn die andere 4.975.000! Die moeten we nu wel in de gaten blijven houden want de huidige omstandigheden zijn niet goed voor ze. We moeten goed naar ze luisteren en het gesprek gaande houden, begrip tonen. Want het is niet niks, alle dagen bij huis, het ouderlijk gezag in je nek hijgend en onderwijs volgend via een schermpje. En vooral dat laatste, zonder klasgenoten om je heen, zonder gekkigheid met de leraar of lerares, zonder gezamenlijk rondhangen in de pauzes, zonder schoolfeestjes, zonder ontluikende liefdes, zonder structuur…

Hou vol!

Hou daarom vol, zoals de 23-jarige Michiel schreef in de vers gevallen sneeuw op de Grote Markt in Groningen. En ik sluit mij aan bij een briefschrijver in de krant. Die stelde voor om alle schoolgaande jongeren gewoon het jaar overnieuw te laten doen. Dat scheelt ze een hoop stress en het maakt de kans kleiner dat ze later niet gevangen worden in een burn-out of in een quarterlive crisis. En ja, dan komen ze wat later van school maar wat maakt dat ene jaartje nou uit op dat hele leven wat nog voor ze ligt? Geef ze een extra jaar, laat ze alles beleven zoals ze beleven horen, in klassen, tijdens colleges en schoolfeesten. Geef ze opnieuw de kans hoe het is om brugpieper te zijn of Eerstejaars student. Of hoe het is om te beginnen aan je eerste baantje of je eerste stage.

Skip dat verdomde Covid19 jaar!

Ik heb echt met ze te doen. Maar ook met hun opvoeders. Want de structuur is weg, de dagelijkse sleur wordt waarachtig domweg gemist! Om kwart over acht s ’morgens gaat pas de wekker want waarom zou je eerder je bed uitgaan? Je hoeft immers niet naar school of je staat niet op tijd omdat je een voetbal- of danswedstrijd hebt.

Het is zo herkenbaar. Ik snap het.

Je hoeft immers niet naar school. Als je maar klaar zit zodra de online lessen beginnen. Ik heb moeders gesproken die mij vertelden dat hun kroost gewoon in bed blijven liggen. De eerste week van de lockdown stapten ze nog wel fris uit bed om hun kunstjes te laten zien aan meester of juf maar dat werd na een week al minder. En dan zijn er nog die hormonen in je lijf die ook hun aandacht eisen maar je kan er niets mee.

Wij weten dat want wij zijn ook jong geweest!

Maar jongens, het komt goed. Zoals altijd komt het goed en sta je weer te veel te drinken op feestjes, weet je weer wat een kater is die de volgende dag naast je bed zit, voel je weer het verdriet van een afgekapte liefde of voel je juist weer die vlinders. Of je loopt weer winkel in en uit met je beste vriendin en pakt daarna nog een terrasje in de zon en erger je je weer aan die leraren, aan het verplichte vroege opstaan of aan dat eeuwige gezeur van je ouders.

Maar het komt wél goed!

Kopzorgen

Na het zien van de eerste foto’s die binnendruppelden met daarop de meest afschuwwekkende beelden, kon ik niet anders dan de conclusie trekken dat kappers wél tot de essentiële behoeften horen.

Het was een bevestiging.

Want ook ik loop voor de tweede keer binnen één jaar rond met een ‘Coupe Corona’, een verwilderde kop met haar. Want sinds de kappers hun zaken moesten sluiten groeit het weer alle windstreken op en verbaas ik mij waar al die haren toch steeds vandaan komen. Het lijkt wel of ze een onuitputtelijke oerdrift hebben om ons boven het hoofd te groeien. Laat ik het nóg sterker uitdrukken:

Het voelt alsof er een coup(e) gepleegd wordt op mijn hoofd!

Ik hoop echt dat de kappers snel weer open mogen want anders lopen we straks allemaal opnieuw als Neanderthalers over straat. Dé reden dat de kapper tot de essentiële behoefte hoort! Ze behoren tot de categorie onderhoud, van lichaam en geest. Vooral dat geest, en daarmee bedoel ik natuurlijk de dames want die kunnen soms behoorlijk in hysterie schieten wanneer er ‘iets’ met het haar is.

Waarschijnlijk duiden wij vrouwen daarom ook met ‘haar’ en niet met ‘hem’.

Waarom moesten ze eigenlijk dicht? Mijn kapper bijvoorbeeld werkte zó steriel dat je daar zo een operatie uit zou kunnen voeren. Superveilig. Het enige nadeel was dat je door het dragen van het mondkapje de mimiek van de gezichten van klant of kapper niet kon zien. Want ook ik lul altijd wel even met de kapper, dat hoef ik niet onder stoelen of banken te steken. Dan hebben we het over van alles, van huis, tuin- en keuken dingen tot en met de toestand in de wereld.

Mijn kappers zijn gelukkig van alle markten thuis.

Ze praten net zo makkelijk over gespleten haarpunten als over gespleten persoonlijkheden zoals bijvoorbeeld de voormalige President van de United States, de man die niet tegen zijn verlies kon. Of we hebben het over de binnenlandse politiek, bijvoorbeeld over het debat over het wel of niet invoeren van een avondklok. Want ja, het is bijna weer verkiezingen dus we moeten wel even onze tanden laten zien. Persoonlijk denk ik dan dat het misschien handiger is om tijdens een crisis, een wereldwijde pandemie zelfs, even je eigen partijpolitiek los te laten en als een geheel achter de keuzes van het kabinet te gaan staan.

Scheelt een hoop gelul én tijd!

Of we hebben het over dat nieuwe politieke partijtje, die afscheiding van FvD. Over gespleten persoonlijkheden gesproken. Ze noemen zich Ja21 en hebben onder andere in hun programma staan dat ze ergens in Nederland een spiksplinternieuwe stad willen bouwen.

Ik ben voor!

Want dan kunnen ze daar alle Covid19 ontkenners en vaccinweigeraars huisvesten, inclusief dat zooitje wat vorige week in Amsterdam aan het ‘demonstreren’ was. En geef ze dan als huisarts die demonstrerende homeopathische arts uit Limburg, Dokter Fakenews. En ook een eigen ‘Museumplein’, zodat ze lekker elke dag kunnen demonstreren zonder dat onze hulpdiensten extra werk moeten verrichten. En natuurlijk een eigen tv-zender.

Die noemen we dan ‘Ongehoord Nederland’.

Ik voel mij door die warboel op mijn hoofd ook ongehoord. Want het lijkt wel alsof mijn haar nu helemaal los gaat omdat er al weken geen tussenkomst is van schaar of tondeuse. En net zoals tijdens de eerste lockdown beginnen mijn wenkbrauwen te hangen en groeien er haren uit mijn oren en neus.

En dat werkt op mijn zenuwen.

Soms heb ik echt het idee dat ik de haren die uit mijn oren groeien, vóel groeien! Daarom vroeg ik voor mijn verjaardag een pincet. Want ik mocht die van mijn vrouw niet gebruiken omdat ik er al eens eentje gemold heb tijdens een technisch klusje. Een goede pincet kijkt nauw en dat deed hij niet meer ná het technische klusje. Nu heb ik er zelf eentje van haar gekregen en ik ben er ontzettend blij mee. Zo blij dat ik nu veel langer in de badkamer vertoef, langer dat ik ooit van mijzelf verwacht had. Deze pincet is ook de Mercedes (of de Audi, BMW, Trabant…) onder pincetten, het betreft een echte Tweezerman.

Dat woordje ‘man’ maakte het net niet gênant!

Daarnaast stond deze pincet in 2019 nog op de eerste plaats der pincetten! Dat stimuleert mij enorm en ik pincet mij suf. Zodra de haar zich ook maar een millimetertje boven de huid zich laat zien, is hij voor mij. Daar heb ik dan wel weer een vergroot-spiegel voor nodig maar ook die is voorradig in onze badkamer.

Waarmee ik mij maar weer besef in wat voor weelde wij eigenlijk leven.

Soms laat ik ook even een paar dagen mijn baard staan en dan heb ik nog meer lol. Vooral de zwarte haren zijn heerlijk om eruit te trekken. Even dat kleine pijnscheutje maar daarna de trots na het zien van mijn prooi, hangende aan de gretige stalen tandjes van mijn pincet. Mijn geliefde heeft er zo haar bedenkingen over. Eigenlijk vindt ze het compleet idioot, of erger, zwaar gestoord. Van de week schoot ze even door in haar opmerking toen ik weer voor de spiegel stond:

“Wappie!”

Ach ja, het zal wel aan het huidige ‘normaal’ liggen dat ik zo doe. Ik heb te veel tijd met mijzelf en dan draaf ik nogal door. Ik ben daar niet de enige in en daarom is het zaak dat we deze pandemie zo snel mogelijk onder controle gaan krijgen. Daarom hou ik mij zoveel mogelijk aan de regels waardoor ik mijn abnormale gedrag uiteindelijk weer zal afleren.

En kunnen de kappers weer open!

Dan kan ik weer naar mijn kapper. Om de vier weken. En ja, ik weet ook wel dat veel lotgenoten zich laten knippen door hun vrouw. Omdat die vrouwen dat kunnen. Mijn vrouw kan veel, heel veel. Ze maakt zo uit het niets een Bokkenpootjestaart, werkt de hele week, doet het huishouden en blijft goedlachs.

Maar knippen kan ze niet. Ze heeft dat één keer gedaan en ja, de volgende dag zat ik bij de kapper.

Om het af te maken!

Ook daarom zijn kappers essentieel!

Leven en laten leven

De laatste tijd hoor ik regelmatig Twentse klanken klinken om mij heen. Om precies te zijn een dame met een Twentse tongval. Ineens is ze er en vult haar luide stem de kamer. Soms schrik ik zo erg dat ik in paniek van de bank opspring. Mijn vrouw kijkt mij dan meewarig aan, schudt haar hoofd en zucht eens diep.

Je ziet haar tot tien tellen….

Dat heeft ze zichzelf opgelegd omdat het een gevecht tegen de bierkaai is. (Voor de online lerende jeugdigen onder ons, vechten tegen de bierkaai is een oud spreekwoord en betekent ‘het onmogelijke proberen’ of ‘een verloren strijd aangaan.’) Het is echt een gevecht, een wedstrijd die ze niet winnen kan!

Dat weet ze.

Mijn vrouw heeft namelijk altijd het geluid van haar telefoon hard staan. Zodra zij op haar telefoon iets opent, een TikTokje of zo, galmt de herrie daarvan door het huis. Ik kan daar slecht tegen. En dat weet ze maar ze vertikt het om het geluid op haar telefoon zachter te zetten. In mijn ogen een kleine moeite maar in die van haar dus niet. En dat is jammer want ik kan er niks aan doen dat ik zo snel geïrriteerd ben.

Ik ben namelijk de laatste jaren hypersensitief wat geluid betreft.

Geen idee waar dat wegkomt want ik heb eerder het idee dat ik slechter hoor. Of minder goed luister zal zij zeggen. Zo plagen we elkaar regelmatig en houden we de spanning er een beetje in. En dat is goed want momenteel kun je maar beter even geen jaknikker zijn in de echtelijke sferen want dan wordt het leven pas echt saai. Voor de op wereldniveau bedachte beperkingen kwamen we nog wel eens met anderen mensen in aanraking. Soms dagenlang. En ja, dan waren we te uitgeput om ook nog eens samen van mening te gaan verschillen. Maar nu we aan elkaar overgeleverd zijn moeten we juist thuis het debat aangaan.

Uiteraard wél binnen de beschaving!

Die dame met Twentse tongval is Debbie van de Zande. Zij vlogt. Debbie doet in kleding en daarvoor deed ze iets met kippetjes. En zij deelt dat. En mijn vrouw kijkt dat. Met plezier. Het is nu Debbie voor en Debbie achter. Haast elke dag komt Debbie wel even voorbij. En alles is leuk, leuk en leuk. Naast zich continue omkleden in allerlei outfitjes die de dames moeten verleiden tot kopen, wandelt ze ook regelmatig of stapt ze op de duo-fiets met haar zoon Duke, een hele lieve jongen met een lichte beperking. En al die avonturen worden door mijn geliefde met veel plezier bekeken.

Natuurlijk heb ik daar geen problemen mee.

Want zo heeft eenieder zijn/haar/het favorieten. Ik luister bijvoorbeeld graag naar cabaret en naar dj Rob Stenders. Daar is ook niks mis mee. Leven en laten leven, ik kan het niet vaak genoeg zeggen.

Maar nu komt het, ze wil het steeds delen met mij!

Dat is haar enthousiasme en ik word óók blij van enthousiaste mensen. En ik weet ook wel dat ik soms aardig in de buurt kom van ‘de metroman’, maar dit gaat mij toch echt te ver! Want Debbie is heel erg aanwezig. Ze ratelt aan een stuk door á la Ilse de Lange en verkleedt zich om de haverklap. Voor onze online studenten, om de haverklap betekent ‘telkens weer’ of ‘elk ogenblik’.

Het is allemaal te veel en te druk voor mij, ik ben ook de jongste niet meer hè.

Misschien komt het wel omdat mijn meisje door de lockdown meer thuis moet zitten en ja, daar loop ik ook rond. Ging ze voorheen nog wel eens shoppen dan was ze gewoon een paar uur weg en kwam ze altijd wel iemand tegen waar ze even mee kon babbelen, over het weer, over het werk of over kleding.

Dat doen meisjes nu eenmaal graag.

Jongens doen andere dingen. Zo hoorde ik laatst het liedje ‘Dat vinden jongens leuk’, van Jeroen van Merwijk. Ik citeer een coupletje:

En kattenkwaad begaan, boven op een salamander staan, en een vrouw met weinig aan, zomaar even ergens tegenslaan. Dat vinden jongens leuk, dat vinden jongens leuk.’

Daar is niks gender neutraals aan. Dat is gewoon jongens tegen de meiden of de meiden tegen de jongens. En natuurlijk mogen de gen neutralen hier anders over denken. Dat is zo fijn aan onze samenleving, iedereen heeft vrijheid van denken. En doen. Zo werd een leuke meid met te veel vrije tijd een keer wakker met de vraag waarom de Heer in het kaartspel hoger is dan de Vrouw. Ik denk dan simpel: dat zijn spelregels die ooit zo bedacht zijn. Deze meid heeft toen bedacht om de kaarten Boer, Vrouw en Heer om te zetten naar neutraal:

In Brons, Zilver en Goud.

Waarmee óók de Boer het kaartspel heeft moeten verlaten en dat is best wel pijnlijk. De bedenkster had kennelijk een vooruitziende blik want van de week kwam ineens het nieuws dat 60 % van de boerenbedrijven geen opvolgers meer hebben of kunnen vinden. Nu is dat laatste natuurlijk niet zo verwonderlijk want als boer ben je 24/7 met je werk bezig en is er geen tijd voor weekendjes weg, vakanties naar verre oorden waar je delicatessen als gebakken vleermuis kan eten of even een sabbatical nemen om tot jezelf te komen. Je hebt hooguit tijd voor een tv-programma.

Boer zoekt Vrouw.

Daar heb je ook geen Heer voor nodig. Alleen Yvonne Jaspers. Yvonne was altijd wel een leuk wichtje maar de laatste jaren ben ik wel een beetje klaar met haar. Op een gegeven moment was zij vaker op TV dan Gommers en Kuipers bij elkaar waardoor ik overvoerd werd.

En vervolgens in therapie moest.

Dat heb ik nog niet bij Debbie. En nu ik mij een beetje in haar verdiept hebt kan ik wel zeggen ‘onze Debbie’. Ik aanvaard haar aanwezigheid en ik schrik ook niet meer zo van haar. Ik ben, denk ik, mijn tijd ook ver vooruit.

Zo kwam ik gisteren thuis en riep al bij de keukendeur:

“Hoi Lieverds, jullie mannetje is weer thuis!”

 

 

Snoooooooozig…

Soms heb je even die herkenning. En tegelijkertijd daardoor de erkenning voor jouw problemen. Problemen waar je misschien al jaren mee rondloopt maar waar je niks mee deed. Want je dacht altijd de enige te zijn die rondloopt met die gedachte en ja, soms is het beter om die gedachte(s) voor je te houden. Er zijn al genoeg mensen op deze wereld die zichzelf belachelijk maken.

Dan richten ze bijvoorbeeld ineens een politieke partij op in hun eigen waanzin..

Maar nu was het anders. Want tijdens het koffiedrinken met twee collega’s kregen we het over vroege diensten en over de daarbij behorende rituelen. “Ik sta altijd direct op als de wekker gaat.” zei ik. Dat durfde ik ook wel want er was geen woord van gelogen en ik was er ook best trots op. Want in het verleden sliep ik nog wel eens door de wekker heen. En dat vond ik vreselijk want ten eerste moest ik dan ontzettend haasten, ten tweede schaamde ik mij kapot richting de collega die ik af moest lossen en ten derde achtervolgde deze niet gewenste start van de dag mij de rest van de dag. Oh ja, ten vierde, het geluid van de wekker in die tijd voelde ongeveer hetzelfde aan als dat carbidkanon in Joure! Gelukkig hebben we tegenwoordig een wekkerfunctie op de telefoon en dan mag je het geluid kiezen.

Ik heb ‘homecoming’, een soort speeldoosje maar dan zonder te hoeven opwinden.

“Ik zet altijd twee wektijden op mijn telefoon op scherp. En daar zit dan vijf minuten tussen. Dat zou je dan kunnen zien als snooze minuten of voor als je door de eerste heen slaapt. Maar ik sta bij de eerste tonen al naast het bed!”

Ik kreeg direct bijval.

Beide collega’s stapten ook direct uit bed als de wekker ging. Hun beltonen waren ‘Scampering en Radar. Beiden lieten hun wekker even horen, nou, die radar is echt een neurotentoontje! Als je die hoort dan begint je dag in mijn ogen heel slecht!

“Mijn bedgenote merkt niet eens dat ik het bed uitgestapt ben.” ging ik verder. “Met andere woorden, ik stap geruisloos uit bed, sluip de slaapkamer uit en ga de badkamer in. Uiteraard sluit ik alle deuren achter mij zodat Assepoester niet gestoord wordt in haar dromen.” Ook nu kreeg ik bijval van de heren, zij deden precies hetzelfde. “Maar als ik mag blijven liggen en zij moet er vroeg uit, dan laat ze haar wekker snoozen!” haakte een van de collega’s in. “Dan hoor ik wel twintig minuten lang haar wekker gaan, om de vijf minuten!”

“Jaaa!” riepen zijn toehoorders in koor.

“En als ze dan uiteindelijk uit bed stappen dan gaat dat met veel lawaai, doen ze het licht aan en gaan ze de badkamer in, zonder de deuren weer dicht te doen!” We praatten ineens allemaal heel druk door elkaar, we zaten helemaal in de flow van de herkenning en dat ging gepaard met enorme opluchting. Want dit waren ergernissen die vielen in de categorie ‘Elk huisje heeft zijn kruisje’ maar waar je niet zomaar in het openbaar over spreekt.

Dat hoort niet.

Maar we voelden ons veilig en schonken nog een bakkie koffie in. Ik besloot nu alles eruit te gooien en zei: “Mijn vrouw gaat dan ook nog op een gegeven moment haar haar föhnen! En dat duurt niet even, nee, wel tien minuten want elk haartje moet gerangschikt worden want stel je eens voor dat er eentje niet goed zit!” De mannen knikten instemmend en waren ook een en al oor. En niemand zat meer op zijn telefoon te vegen! “En vooral nu de kappers in lockdown niet te bereiken zijn is de haarnijd in al haar hevigheid uitgebroken.”

Opnieuw klonken er kreten van herkenning.

“Mijn vrouw gaat altijd na uren snoozen de badkamer in met veel bombarie.” begon de andere collega.  “En net op het moment dat ik dan weer wegzak in mijn ruw onderbroken slaap, stormt ze weer de kamer in om zichzelf aan te kleden. Man, dan zit ik rechtop in bed van de schrik!”

Ik kreeg de neiging te gaan klappen om zoveel openheid.

Want soms kan je dan terugverlangen naar vroeger. In de tijd dat de dames nog niet werkten en samen met hun echtgenoot opstonden. Dan maakten ze het ontbijt voor hem en ze smeerden zijn brood. Mijn moeder stapte ook altijd gelijk met mijn vader uit bed. Wanneer hij dan de deur uitging en wij naar school waren, ging ze poetsen in huis en koken, want om twaalf uur moest het warme eten op tafel klaar staan want dan kwam de harde werker en het kroost weer thuis van werk en school.

Mooi was die tijd.

Vooral in deze rare tijden waarin wij leven lijken we steeds meer terug te verlangen naar die tijden. Op Social Media zie je ook steeds vaker dat er foto’s uit het verleden gepost worden. Logisch, want nieuwe foto’s worden haast niet gemaakt want iedereen zit bij huis. Er valt hooguit nog een foto van een wandeling te plaatsen maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Ik hou ervan.

Dat zal wel aan mijn leeftijd liggen. Ik volg op Facebook ‘Terschelling in Vroeger Tijden’ en zie daar soms foto’s voorbijkomen die mij zelfs ontroeren. Zo zag ik een foto van hotel ‘Het Wapen van Terschelling’ met daarvoor een jongen die naast zijn fiets stond. Onder de foto las ik een reactie van Juf Bartie, mijn juf van de 1e klas Lagere School.

Het was haar vader!

Zo mooi. En dichter bij huis kreeg ik het boek van ‘Historisch Scheemda’ onder ogen, een verzamel-fotoboek met daarin vele foto’s uit het verleden van dit Oost-Groningse, al eeuwenoude dorp. Het boek was een cadeau van het plaatselijke supermarkt echtpaar omdat zij 10 jaar bestonden. Het motto van dit ondernemers echtpaar is dat het boek moet verbinden, vooral nu, in deze tijd. Het is een verzamel boek maar de missende plaatjes kan je sparen door er boodschappen te doen.

De kans is dus groot dat ik straks voor de winkel sta.

“Mag ik uw ploatjes?!”

En dan thuis aan de keukentafel inplakken, even terug naar de eenvoud van vroeger.

Maar niet naar de wekkers uit die tijd!

Het jaar van de waarheid

Dat was dan 2020 en nu hebben we weer een splinternieuw jaar voor ons liggen. Ja, het is het jaar van de waarheid. Het jaar waarin duidelijk zal worden of het vaccin doet waarvoor het gemaakt is. Ik heb er alle vertrouwen in. Sommigen noemen dat naïef, ik noem het gewoon gezond verstand. Dat vertrouwen heb ik al een jaartje of 56 en dat bevalt mij goed. Ik heb al heel wat injecties gekregen in al die jaren, met als hoogtepunt de wereldberoemde ‘stereo-prik’ in militaire dienst. Die laatste zorgde ervoor dat je twee dagen je armen niet bewegen kon maar dat was alles.

Dus geen microchip of ander zweverig bedenksel.

Maar er zat wel spul in om mij te behoeden voor difterie, tetanus, polio en de tyfus. Nu, jaren later kan ik wel bevestigen dat het gewerkt heeft want ik heb geen een van die ziektes onder de leden gehad. Daarom bij deze:

Bravo voor de wetenschap!

Ik sta er heel erg nuchter in. Dat heeft te maken met wat ik achter mij heb liggen. Een leven met ups en downs maar ‘het komt altijd weer goed’ liep er als een rode draad dwars doorheen. Die rode draad heb ik gevonden in mijn eigen opvoeding en daar ben ik tot op de dag van vandaag mijn ouders zeer dankbaar voor.

Helaas is zo’n basis niet voor iedereen weggelegd.

Dat realisme heb ik heus wel. En van het concert des levens heeft niemand een program. We proberen in de toekomst te kijken maar meestal loopt het toch allemaal anders. Zo wist ik nooit wat ik wilde worden. Totdat vriendje Richard zei dat hij naar de koksschool ging. En omdat ik het op de plaatselijke MAVO absoluut niet naar mijn zin had heb ik toen ook die stap genomen. Gelukkig maar want ik at na deze opleiding(en) voltooid te hebben, elke dag lekker. Maar goed, weer even terug naar het heden, 2020 ligt achter ons en ik denk dat we met zijn allen het er wel over eens zijn:

Blij toe!

Waarschijnlijk is dat ook de oorzaak dat heel veel mensen de kerstboom direct na de kerst al het huis uitgeschopt hebben, om zo snel als mogelijk het jaar achter ons te laten. Daarnaast werd alle kerstverlichtingen die menig huis en tuin in lichterlaaie gezet hebben, ook al snel geruimd. Alsof het na 1 januari niet meer vroeg donker is. Of is het de drang naar het voorjaar? Want ik betrapte mijzelf op een opmerking op Nieuwjaarsdag tegen mijn vrouw, nadat ik de resten van een vuurkorfvuurtje aan het opruimen was:

“Het lijkt wel of het buiten veel helderder is dan gisteren.”

Vrouwlief zag dat niet zo. Zij is liefhebber van de donkere dagen en dat probeert ze zo lang mogelijk te lengen. Grappig als ik ben zeg ik dan dat de dagen ook weer gaan lengen en dat we eindelijk weer aan de goede kant van het jaar zitten. Totdat de warmte ons land weer gaat binnenvalt, dan loop ik weer te mopperen en verlang ik naar ijskoude dagen, diep weggedoken in mijn winterjas en ijskoude klauwen omdat ik weer eens mijn handschoenen vergeten was mee te nemen. Dat is wel het voordeel van de winter, het is koud genoeg om juist wat te doen en om warm te blijven terwijl de warmte mij vaak overdag tot stilstand kan brengen.

Of ik moet een verkoelend briesje opzoeken.

Zo waren wij in 2019 een weekje op Terschelling, precies die week dat het smoorheet was en de mussen al niet eens meer van het dak vielen omdat er geen levende mus meer te bekennen was. Maar zelfs op het eiland was het niet te harden. Wanneer je dan toch iets wilde doen overdag kon je naar het strand en moest je wel aan de vloedlijn gaan liggen voordat je iets van enige verkoeling vinden kon.

Zelfs de kwallen doken onder!

Die verstopten zich in diepere wateren omdat het daar nog enigszins koel was. Het was aan die vloedlijn wel goed toeven en zodra het te heet werd namen we lekker een duik in het koele water van de Noordzee. Aan het einde van de dag pakten we onze spullen weer op en liepen dan weer richting de strandovergang. Dat was een slijtageslag want ten eerste knalden we na een paar meter ons verwijderd te hebben van de vloedlijn al tegen een muur van warmte op en ten tweede is het strand van Terschelling zo ontzettend breed dat het voelde als die veertig dagen door de woestijn!

Ja, ook in je vakantie kan je het ontzettend zwaar hebben!

Persoonlijk wapen ik mij het beste tegen de warmte door in huis te blijven. Als een soort van zomerslaap zeg maar. Dan lummel ik overdag wat en kom weer tot leven in de avonduren, uren die vaak machtig mooi zijn doordat de natuur zichzelf dan in slaap wiegend aan ons toont. Net zoals de vogels ‘s morgens vroeg al ruim op tijd beginnen te zingen.

‘Vogeltje, wat zing je vroeg, is de nacht niet lang genoeg?’

Ach ja, de herhaling van de seizoenen. Ze hebben wel allemaal hun eigen schoonheden. Alleen januari en februari zijn voor mij wel de saaiste maanden van het jaar. Eigenlijk zouden we die moeten afschaffen. Maar ja, de hoop blijft ons maar vasthouden. Hoop dat het gaat vriezen en dat we op elke sloot en op elke riviertje of kanaal met de schaatsen onder kilometers kunnen vreten, en ons laven aan warme chocolademelk met slagroom, met ernaast een klein alcoholisch slokje waar je warm van wordt. En dan zwieren en zwaaien over het bevroren water, indruk maken op de meiden en de jongens zoals we in onze vroegste herinneringen ook altijd deden.

Helaas, das war einmal.

Of het moet dit jaar wel lukken. De kans is aanwezig want de Friezen hebben de Goden verzocht door de Elfstedentocht dit jaar bij voorbaat al af te gelasten en SBS6 stuurde Piet Paulusma de laan uit.  Ja, dat is eigenlijk de Goden verzoeken.

Moet je opletten, krijgt de schooljeugd straks na de lockdown-vrij eindelijk weer eens ijsvrij!

 

 

 

2020, een terugblik

Toen ik vanmorgen in alle vroegte terugreed vanuit de Eemshaven richting Winschoten, keek ik weer met ontzag naar alle rijen met rode lampjes in het landschap, de rode lampen van de windmolens die daar als paddenstoelen uit de grond geschoten zijn. Ik moest denken aan die ene windmolen die ooit nabij het Prins Clausplein in Den Haag neergezet werd.

De wereld was even te klein.

Hier staan hele parken met enorme molens. De energie die Groningen al jaren uit de grond weet te halen om ons landje te voorzien van gas komt nu van boven de grond. Ik denk dat mijn vriend, die ik vandaag weer hoop te ontmoeten, wel even zou schrikken van al die windturbines.

Eenmaal thuis vulde ik direct een thermoskan met koffie. Vervolgens pakte ik de zak met oliebollen die mijn vrouw gisteravond al gebakken had. Normaal bakt ze alleen op Oudejaarsdag. Maar omdat ik mijn jaarlijkse afspraak had met een zeer speciale en bijzondere vriend, maakte ze een uitzondering want ze weet hoe belangrijk ik deze vriendschap vind. Elke Oudejaarsdag komt hij langs, en hij is;

De man die net zoveel neuzen heeft als het jaar nog dagen!

Ik had geen tijd afgesproken maar ik wist dat hij vroeg zou zijn want hij had nog een lange dag voor de boeg. Net op het moment dat ik met mijn gevulde rugzak de deur uit wilde lopen, kwam vrouwlief de kamer inlopen. “Ik heb je toch niet wakker gemaakt?” vroeg ik. Ik gunde haar wat uitslapen op haar vrije dag. “Nee hoor, ik had de wekker gezet, wilde erop tijd uit want dan heb ik wat aan mijn dag.” Dat klopt. Als je de hele week werkt is het dubbel genieten van een vrije dag. Ze gaf mij een kus en zei: “Heb je alles bij je? Oliebollen, koffie, de rollade en de Jutterbitter?”

Verdikke, ik was de Jutterbitter vergeten!

“En moet je het overgebleven kerstbrood niet mee?” riep ze mij toe terwijl ik weer de keuken inliep om de fles kruidendrank uit de vriezer te pakken. “Nee hoor, hij gaf vorig jaar al aan een beetje klaar te zijn met die kerstbroden want dat geeft iedereen al. Daarom had hij nu speciaal gevraagd om oliebollen. En de Jutter neem ik mee voor als hij last krijgt van keelpijn, van al dat praten maar ook om eventuele covid aanvallen te weren.

Hij is namelijk op leeftijd en ik wil hem volgend jaar ook weer zien, gezond en wel.

Nu gaf ik mijn vrouw een kus en rende naar buiten. Ik liep zo snel mogelijk naar de nog net niet afgebouwde Pieter Smitbrug en wist dat ik daar wat obstakels te pareren had omdat het nog niet officieel toegankelijk is voor de burger. Dat was wel eerst de bedoeling maar de corona gooide ook deze bouw in de vertraging.

Zoals al vaker dit jaar..

Tegen acht uur was ik ter plekke. Na de eerste horde genomen te hebben, een afzetting op het fietspad, lukte het mij de dijk op te klimmen en al glibberend in de modderige klei de brug te bereiken. Het brugdeel boven het Winschoterdiep stond open, een beeld waar we al een tijdje tegenaan kijken. Ik keek om mij heen en maakte mij een beetje zorgen of mijn vriend wel deze hordes nemen kon.

Foto: Jeroen Helmers

Ik keek met samengeknepen ogen in het duister, richting de Hoorntjesweg. Maar ik zag niemand naderen. Dan ineens een brul die ik direct herkende als zijnde de stem van mijn vriend. Achter mij! Ik draaide mij om en daar stond hij, op het andere brugdeel. Weer was ik onder de indruk van zijn gestalte: groot, een flinke bos haar met daarop een alpinopet, daaronder zijn markante, door het weer getekende gezonde kop en een dikke grijze baard. Verder had hij zijn bekende lange, lederen jas aan en hoge laarzen die al vele jaren vele kilometers gelopen hebben. In zijn ene hand hield hij zijn wandelstok vast en de andere hand hield hij omhoog, als wijze van begroeting. Ik kon vanaf deze afstand niet zien dat hij weer een jaar ouder geworden was.

“Huh? Wat doet u nou aan die kant?” riep ik verbouwereerd.

En lichtelijk teleurgesteld, want hoe krijg ik die rugzak nou bij hem? Moest ik die gooien of zo? En waarom kwam hij nou van die kant? “Dat was toch niet de afspraak, we zouden elkaar toch aan deze kant van de brug treffen?”

“Klopt,” bulderde de man, “maar zo kunnen we tenminste wél de anderhalve meter handhaven!”

En vervolgens lachte hij zo hard dat verderop een stel eenden geschrokken opvlogen. “Maar ik heb in Midwolda even de ballenvanger van de voetbalvereniging M.O.V.V. geleend dus doe daar de rugzak maar in! Waar staat dat eigenlijk voor, die afkorting?” Hij bukte ondertussen en pakte de lange telescoopstok met netje op en schoof hem uit naar mij. “Dat staat voor Midwolder- en Oostwolder voetbalvereniging.” riep ik terug, en rekte mij uit om de rugzak in het netje te plaatsen. Nadat de rugzak veilig overgekomen was begon hij gretig de inhoud te verkennen.

“Ah! Oliebollen! Je was het niet vergeten, fijn!”

“Nee, dat was ook niet zo moeilijk want ik heb vorige week nog even ons gesprek van vorig jaar teruggelezen.” zei ik. “En ja, het bewijs geleverd, wie schrijft die blijft!” Opnieuw klonk een lach en de inmiddels teruggekeerde eenden keken even op maar vlogen niet opnieuw weg. We hoefden gelukkig niet tegen elkaar te schreeuwen want het was rustig weer en nog fijner, het was opgehouden met regenen.

“Maar hoe is het, jongen?” vroeg de man terwijl hij een hap van de oliebol nam.

“Ja, prima. Naar omstandigheden dan, maar ja, daar zitten we allemaal in.” “Maar hoe is het met U? Nog steeds in goede gezondheid?” vroeg ik, oprecht geïnteresseerd. Want ik heb al jaren een zwak voor deze man en gun hem nog een lang, gezond leven. En in het afgelopen jaar heb ik al te vaak moeten horen van bepaalde lieden dat de ouderen onder ons als ‘dor hout’ beschouwd zouden moeten worden.

Respectloos, egoïstisch gelul!

“Met mij gaat het goed!” antwoordde de man. “Het gaat alleen een stuk minder met onze wereld door dat ellendige virus. Ik heb wel met jullie te doen hoor want ja, ik maak maar één dag in het jaar mee wat jullie meemaken.”

Ik knikte instemmend. “Nou hè, wat een klerezooi. Gelukkig zijn we zover dat we kunnen gaan vaccineren en dan hopen we maar op betere tijden. Dan kunnen we weer overgaan tot de orde van de dag, dan kunnen we weer verder gaan met ons leven zoals we gewend waren vóór de uitbraak van het virus. En dan hoop ik oprecht dat alle strijdbijlen weer begraven kunnen worden door al die figuren die helemaal losgingen op social media of, erger, gewoon op straat, in de winkels of ziekenhuizen.”

“Of bij het Torentje in Den Haag.”

“Ik hoop dat het vertrouwen weer een beetje terug zal komen en dat we weer een beetje respect voor elkaar krijgen. Dat geblaf naar elkaar moet maar eens afgelopen zijn. Want als we iets geleerd hebben dit jaar is dat de grote bekken van dit land echte grote bekken hebben!”

“Sjomps noemen we dat soort lui hier in Groningen.”

“Zo,” zei de man, “het zit je wel hoog hè. Maar ik begrijp je wel hoor, die lui zijn het sop voor de kool niet waard. Dus laten we maar gauw het jaar doornemen, daarom heb je mij bedacht immers.” Ik schoot in de lach en voelde mijzelf weer wat ontspannen. “U heeft gelijk. En laat ik maar met de deur in huis vallen, wij zijn het afgelopen jaar oma en opa geworden van een prachtige kleindochter! Dus u heeft er weer iemand bijgekregen om elk jaar te bezoeken, hoe leuk is dat!”

Ik glom van trots en riep net iets te hard: “En ze noemen haar Roméline Maria Alex!”

“Nou ja zeg!” riep de man, “Daar moet op gedronken worden!” zei hij enthousiast en zette de fles jutter aan de mond en nam een slok. Ik zwaaide maar wat terug want ja, hij had de rugzak. “Zo, dat is lekker spul.” en trok daarbij een brede grijns en veegde met de mouw van zijn jas zijn baard schoon. “En heb je nog meer beleefd in het afgelopen jaar?” vroeg hij, ondertussen de dop weer op de fles draaiend.

“Tja, beleefd…We waren nogal beperkt in onze vrijheden. Maar voordat alles op slot ging ben ik nog met twee collega’s op stap geweest, M & M zoals ik ze noem want ze heten allebei Martin. Drie kerels van boven de 50 die wel even zouden gaan zuipen in Stad. Dat liep wat anders want we gingen naar een Tapas restaurant en ja, kleine porties en het duurde heel lang. Uiteindelijk gingen we om half 12 die avond alweer naar huis want zo laat ging de laatste trein.”

“En zij waren best moe!” zei ik met een knipoog.

Mijn vriend was er inmiddels bij gaan zitten en zijn benen bungelden boven het koude Winschoterdiep. Hij bleef ook lekker van de oliebollen en de rollade eten en spoelde het weg met koffie, ik kreeg er dorst van. “Ja, en mijn vrouw kocht een BH waarmee je niet mocht stofzuigen! Waar gaat het toch heen met de wereld!” Ik zag dat de man even stopte met kauwen en zijn wenkbrauwen fronsen en praatte gauw door. “Het was ook het jaar van het omkopen, dat ouders leraren wat toestopten zodat hun kind een hoger schooladvies kreeg.”

“Hoe dom kun je zijn!” onderbrak mijn gesprekspartner mij, lachend.

“Ja, inderdaad. Soms lijkt het wel of iedereen een grote muil heeft en niemand meer aan zelfreflectie doet. Ik hoop van harte dat 2021 het Jaar van de Spiegel wordt, dat iedereen eerst eens nadenkt alvorens ze allerlei rottigheid over je heen gooien. Dat men zich eens verplaatst in de persoon die ze op dat moment verrot willen schelden of dat ze even tot tien tellen alvorens ze een reactie op social media plaatsen.”

“Ben ik helemaal met je eens,” zei de man. “Zo hoort het ook. Maar geloof mij, ze zijn nog steeds met minder en de meerderheid doet wel normaal. Neem nou die actie voor het Rode Kruis elk jaar, in dat Glazen Huis. Daar laat de Nederlandse bevolking zien dat ze het goed voor hebben met de ander.”

“Eh..ja, maar dat doen ze niet meer. Er werd geklaagd dat het geld naar hulp in het buitenland ging en men vond dat eerst eigen volk geholpen moest worden.. Dit klinkt ranzig maar dat was de teneur. Nu zijn ze gestopt met het Glazen Huis en halen ze op een andere manier geld op, nu wel voor eigen land maar de magie is er af en ze halen lang niet meer zoveel op als toen. De beleving is weg en ja, op de uitzonderingen na hebben we het hier goed. Kijk maar eens in supermarkten zodra de schooljeugd even komt inslaan. Niks boterhammetje mee naar school, donuts, saucijzenbroodjes en chips staat op het menu!”

“Een prachtige traditie onderuitgehaald door een klein groepje roeptoeters..” zei de man, zuchtend.

“Ik vond het altijd de mooiste week van het jaar,” vervolgde ik, “vooral toen in 2016 dat jochie van zes, Tijn Kolsteren, die nagellak actie startte. Van de week was dat nog in het nieuws omdat het Prinses Maxima Centrum in Utrecht een robotarm van dat geld heeft kunnen kopen waardoor andere kinderen misschien wél geholpen kunnen worden.”

“Tijn werd slechts 7 jaar…”

Even vielen we beide stil. Op datzelfde moment vlogen tientallen ganzen over, in V- formatie en luid gakkend boven onze hoofden voorbij. We keken allebei naar dit altijd machtige gezicht, onderwijl knipperend met de ogen want Tijn was weer even bij ons. En alle anderen die ons in het afgelopen jaar ontvallen zijn, vaak dierbaren die je eigenlijk nog lang niet missen wil omdat ze het leven van velen altijd hebben gekleurd. “Aart Staartjes, Liesbeth List, Ennio Morricone, Eddie van Halen, Maradonna, Bram van der Vlugt….Of dichterbij…

Ik schraapte mijn keel:

“Er ging een hoop dit jaar niet door. Geen EK voetbal, geen Olympische Spelen, geen festiviteiten rondom de 75ste verjaardag van onze bevrijding, geen popconcerten.. Maar er was wel de invoering van de donorwet! En ik ben ook een keer vrijwillig naar de Ikea geweest! En ik heb een tijdje mijn baard laten staan maar mijn vrouw vond het niks, ik was te ‘roppig’ op de kop.”

“Net zo’n mooie baard als ik heb?” vroeg de man lachend.

“Nee, bij lange niet. Maar ja, ik heb het even ervaren.” Ik voelde even aan mijn baard van twee dagen die er vandaag wel weer af zal gaan. “Weet u wat we ook weer massaal deden het afgelopen jaar”, vervolgde ik mijn ‘jaaroverzicht’, “om de tijd een beetje door te komen? We gingen weer in fotoboeken kijken. En we gingen ook weer vissen of bordspellen doen met het hele gezin. Of we gingen op vakantie in eigen land, voor sommigen onder ons een enorme ontdekking omdat ze even waren vergeten hoe mooi ons land eigenlijk wel is. En in plaats van naar een pretpark gingen we ‘gewoon’ wandelen in het bos! En toen ontstond er weer een nieuw probleem, lag het bos ineens vol met uitwerpselen van mensen… En tissues!”

“Want dat kunnen we wel, er een bende van maken!”

Mijn toehoorder schudde met zijn hoofd. “Hoe gaat het eigenlijk met je klusjes, wordt het lijstje al kleiner?” We schoten allebei direct in de lach omdat we wel beter wisten. “Man, ik heb net een dikke klus achter de rug. Het hele huis lag overhoop! Maar inderdaad, doordat we veel thuisbleven is het lijstje behoorlijk uitgedund. Dus genoeg daarover, mijn oliebollenbakkertje thuis maakt zo weer nieuwe plannen als ze dit zou horen. Maar ik zit met een veel groter probleem: Weet u misschien waarom er begin dit jaar massaal toiletpapier gehamsterd werd?”

De man keek mij nu heel schaapachtig aan.

“Nee, geen idee. Wat ik wel weet is een bekende spreuk: ‘Er zijn geen problemen, er zijn mensen’.” Hij keek er nu serieus bij. “Geniet gewoon, laat die flauwekul van je schouders afglijden. Laat het negatieve los. Er is altijd iets positiefs, toch?” Ik hoefde nu niet lang na te denken.

“Ja, het virus heeft één groot pluspunt: het discrimineert niet!”

“Hoera, dat bedoel ik!” en hij sprong verbazingwekkend snel overeind en maakte een klein dansje dat TikTok niet zou misstaan. “Laten we zo afsluiten jongen en dat meenemen naar 2021, een Nieuw Jaar met nieuwe kansen, kansen die je wel moet zien anders mis je de boot!”

“Hier!” Ineens zag ik mijn rugzak door de lucht vliegen en wonder boven wonder lukte het mij hem te vangen.

“Dat is een goed begin!” zei hij met een knipoog, je moet het geluk pakken! Het wordt je echt niet aangedragen dus wijzen naar anderen heeft geen zin. Bedankt voor de versnaperingen, ik moet weer verder anders red ik het niet voor twaalf uur vannacht. Het ga je goed en Carpe Diem!” Hij draaide zich om en liep over de brug, weer richting Blauwe Stad.

Ik riep hem nog na: “Vergeet niet de ballenvanger terug te brengen!” Hij stak zijn duim omhoog en keek niet meer om.

Symbolisch voor dit jaar eigenlijk. Beter is om niet meer om te kijken naar 2020.                                                                          

 Fijne jaarwisseling en een fantastisch en gezond 2021!

 

 

Verloren en toch gevonden!

Zo, de eerste hobbel hebben we achter de rug, de kerstdagen van 2020 zijn voorbij. Nu rest ons ‘slechts’ nog de jaarwisseling en dan kunnen we eindelijk dit jaar achter ons laten. Wat een opluchting! Natuurlijk weten we niet wat het nieuwe jaar zal brengen maar het biedt toch wat meer perspectief dan het afgelopen jaar. En dan doel ik natuurlijk op het vaccin wat ons, hopelijk, weer bij elkaar kan brengen. Maar we moeten nog even geduld hebben. Ze beginnen met spuiten op de dag dat ik 57 jaar hoop te worden en daardoor kan ik dan ook zeggen:

Ik trakteer!

Dat is altijd wel weer leuk aan jarig zijn nét na de eerste week van het jaar. Want meestal is de dag van mijn verjaardag de start van een nieuw werkjaar maar ook van de nieuwjaarsrecepties. Zo had ik ooit een werkgever waar het jaarlijkse personeelsfeest gelijk viel met mijn verjaardag. Met een dikke swingende band op het podium en ruim eten en drinken. Later kreeg ik een werkgever die nieuwjaarsrecepties hield op mijn verjaardag dus ik heb zo altijd lekker goedkoop mijn eigen feestje mee kunnen vieren.

Scrooge is er niets bij!

Profiteren van de omstandigheden noem ik het. Dat lijkt verbonden aan mijn generatie, de generatie X. Deze generatie groeide op in een stijgende welvaart en werd daarom ook wel generatie Nix genoemd. Die naam zegt niet veel goeds inderdaad maar die kregen ze omdat ze te maken kregen met een hoge werkeloosheid en de wetenschap dat de seksuele revolutie ook haar nadelen had door allerlei overdraagbare aandoeningen.

Daar was nix aan!

Vóór mij had je de generatie Babyboomers en daarvoor de Stille generatie, dat zijn de mensen die de oorlog hebben meegemaakt en ruim vijf jaar in een lockdown gezeten hebben. Deze bescheiden generatie deed gewoon wat ze moest doen en werkten harder dan alle generaties die volgden. Ze moesten wel want ze wisten hoe slecht het worden kon, na de crisis van de jaren ’30 en een lange oorlog met veel bitter en intens leed. Deze generatie verdient in mijn ogen nog steeds een gouden medaille want wij klimmen nu al tegen de muren op omdat we even pas op de plaats moeten maken in onze vrijheden. Ik niet hoor, ik leg mij erbij neer. Dat verzacht de pijn van het niet zien van familie en het leed wat bedrijven en instellingen nu doormaken.

Maar de generaties na mij, de generatie Y en Z, die weten niet natuurlijk niet wat hen overkomt. 

Het voordeel van de Nix’ers is dat ze goed kunnen samenleven- én werken met de andere generaties, zoals de Babyboomers als met de Millennials. En we kunnen ook aardig meedraaien in het digitale wereldje omdat we in de jaren ’90 de geboorte van het internet op nog redelijke jonge leeftijd mee mochten maken. Ik weet nog goed dat ik in de prille jaren ’90 mijn eerste computer kreeg, met Wordperfect. Ik kreeg een blauw scherm voor me en tikte de eerste letters, in het wit. En vervolgens F3 waarna ik het kon benoemen en opslaan.

En daarna gewoon een nieuw document aanmaken!

Er ging een wereld open voor mij want op de typemachine moest ik min of meer in een keer doortikken en daar was ik nu van af. En niks geen gedoe meer met papier en ‘blunderpap’! Ik behoorde nu tot de computernerds! Ik kocht floppydisks waar ik mijn teksten op kon opslaan of kon delen met anderen.

Dit was nog zonder internet!

Vanaf die dag kon ik mij helemaal gaan uitleven op mijn hobby, schrijven. Ik schreef in die tijd voornamelijk verslagen van de volleybalwedstrijden die ik speelde en later ook voor de softbalvereniging waar ik bij zat, de Haagse Sportvereniging Samenspel Overwint Alles, HSV S.O.A. (what’s in a name..)  En ik ontdekte het fenomeen ‘schrijvers-vrijheid’, dat ik bepaalde wat er in het verslag kwam te staan. Zo had mijn volleybalteam nooit toeschouwers bij wedstrijden maar in mijn verslag schreef ik het ietsjes anders op: ‘Het laaiend enthousiaste publiek welke in groten getale was gekomen, waren haast niet meer te houden nadat Piet met zijn allesvernietigende smash het winnende punt maakte.’ Daarnaast begon ik ook met de manager van de cateringafdeling waar ik werkte ‘De Catering Courant’, een A-viertje met wat flauwekul verhaaltjes en de verjaardagen in die maand.

Oh ja, inclusief de ziekenboeg fruitmand natuurlijk.

Want de wet op privacy was toen nog voor ons een soort van Eftelingsprookje. Daar waren de meesten onder ons nog niet echt mee bezig. Net zoals ze in de Efteling nog niet aan het maken van pornofilms deden. Over porno gesproken, het internet deed bij mij rond 1995 haar intrede. Via de telefoonlijn kwam ik dan krakend en piepend in verbinding met de rest van de wereld en waardoor mijn wereld groter werd dan ooit tevoren. De generaties na mij, de generatie Y en Z, weten niet beter meer.

Daarom kijken ze heel anders naar ons, analogen.

De Verloren Generatie, ontstaan door het economisch verval welke na de tweede oliecrisis ontstaan was. Ik heb dat persoonlijk zo nooit ervaren, heb altijd werk gehad en heb mijzelf ook nooit verloren gevonden. En wat betreft de oliecrisis zag ik ook geen beren op de weg, nee, integendeel! Door die crisis zag ik spelende kinderen op de weg nadat minister-president Den Uyl ons een beperking in bewegingsvrijheid had opgelegd! Nu hadden we op Terschelling al best veel vrijheid wat dat betreft maar de beelden die in het Journaal ‘s avonds tot ons kwamen via die ene televisiezender (!) spraken boekdelen. Over de ‘snelwegen’ die ons land toen rijk waren reden geen gemotoriseerd voertuigen maar zagen we mensen fietsen, wandelen, rolschaatsen of lekker hardlopen!

En dat allemaal op de Dag des Heren!

Zo zie je maar weer dat beperkingen van alle tijden zijn maar zichzelf ook wel weer oplossen. En soms maken die beperkingen de mens zó creatief dat er weer nieuwe kansen ontstaan. Dat is niet iets van één generatie maar van alle generaties.

En ja, jong geleerd ís oud gedaan!

 

De eindsprint

Terwijl de ene na de andere ‘eerste-golf-lockdownbaby’ geboren wordt en wellicht de ‘derde golf’ lockdownbaby’s in de maak zijn, tikken we de laatste weken van het jaar aan. Over het algemeen lijkt alles te gaan zoals voorgaande jaren, niks nieuws onder de zon zou je zeggen. Overal schieten de kerstbomen uit de grond en tuinen veranderen in lichtbakken waar menig piloot van in de war zou kunnen raken wanneer hij op zoek is naar de landingsbaan.  

Gelukkig zijn er niet zoveel vliegbewegingen momenteel….. 

Daarnaast weet je ook dat we in de laatste maand van het jaar beland zijn door al die (opgedrongen) kerst-reclames Reclames waarin we allemaal hele blije mensen zien in prachtige kleding, aan prachtige gedekte tafels met daarop prachtige gerechten die elk dieet even vergeten doen. En reclames waarin de ene na de andere loterij ons door de strot geduwd wordt. 

En dat alles overgoten met een sausje van Bekende Nederlanders. 

Wat betreft de ‘discussies’ over de decemberfeestjes die we de laatste jaren steeds vaker (en steeds agressiever) voeren met elkaar, lijkt ook dit jaar weer net als andere jaren. Nog voordat de pepernoten in de schappen lagen rolden we alweer over elkaar heen. We zijn echt een ontzettend klagerig volkje geworden. En, heel eerlijk, ik laat mij ook wel eens meevoeren. En wanneer het verstand dan na wat relativeren weer de overhand kreeg, schaamde ik mij kapot. 

Maar toch gaat het dit jaar allemaal anders. 

Zo was er al geen Sinterklaas-intocht en er was ook geen normale pakjesavond dit jaar vanwege de beperkingen.  

Alsof we wisten wat we nu, sinds gisteren, weten…. 

Nadat de Sint weer weg was met zijn Pieten schakelden we nog wel automatisch over richting de kerstdagen maar in plaats van er leuk en gezellig naar toe te leven, won de discussie over hoe we deze dagen in moeten vullen. Of beter gezegd, met wie? Want hoe fijn was het toch altijd om mensen in mooie kleding, prachtig gekapte kapsels en vrolijke, pratende gezichten aan een lange, mooi gedekte tafel te zien zitten? Net als in al die steeds herhalende reclames die we elke dag verteren moeten voordat we weer verder kunnen kijken naar die film, serie, quiz, voetbalwedstrijd, praatprogramma of talentjacht.  

De discussie won, versterkt door het verlangen naar de ‘normale’ ergernissen rond deze tijd. 

Bijvoorbeeld de ergernis van het regelen. Van het op tijd de boodschappen binnen halen maar ook het voeren van de gebruikelijke veldslag alvorens je iedereen aan tafel hebt zitten. Want dat hoort er gewoon bij, schoonmoeders die over moeders heen rollen of dochters en zonen die in spagaat gezet worden tussen ouders en bonus ouders, puur omdat hun vader en moeder gescheiden maar toch blijven eisen dat ze aan de Kerstdis zitten. Ik ben voorstander van ‘Niks moet, alles Mag’ en vrede op aarde en alles daarbuiten. 

Dus ook voor de Aliens onder ons.   

Maar dit jaar gaat het anders. Deze kerst zal voor menigeen een unieke beleving worden want je bent weer overgeleverd aan het minimale. Of je moet er gewoon lak aan hebben en lekker elkaar gaan besmetten aan de gourmettafel. Maar de meesten onder ons gaan voor het verstand want dat is nodig om weer licht te zien aan het einde van de tunnel waarin we zitten.  Ik wil hierbij benadrukken dat ik hier niet het licht bedoel waarmee we onze huizen, straten en tuinen mee verlichten.  

Dat is van een totaal andere orde. 

Ik hou wel van al die lichies hoor want ik heb een hekel aan deze donkere dagen. En door de lockdown lijk ik er zelfs gevoeliger voor te zijn. Maar toch is onze voortuin slechts verlicht met een van lampjes voorziene buxusplantje, de enige overgebleven buxus die de buxusmot-pandemie overleefd heeft. Even dacht ik van de week nog lampies bij te halen maar alle winkels met niet essentiële producten moesten dicht.  

Dus daar ging mijn gedroomde landingsbaan in de duisternis… 

Er is wel een kerstboom geland in ons huis. Deze keer geen ‘levende’ en groene maar een kunstige zwarte. Enkele jaren geleden hadden we ook een kunst kerstboom maar die werd te groot bevonden en kwam op Marktplaats te staan. Er kwam een echte boom voor terug, gekocht bij de bouwmarkt want je kreeg er een Dolce Gusto bij. Ik snapte er helemaal niks van en doorredenerend kwam ik erachter dat het in onze welvaart echt steeds gekker aan het worden is. Dat er een dag komt dat wanneer je een volkorenbrood haalt, de bakker je wijst op de kerstboom die je erbij krijgt. “Inpakken of zo meenemen?” 

Wanneer gaan we nou eens kappen met dat kappen? 

Het is de onderwaardering van de natuur om zo je boompjes te moeten slijten, puur en allen voor een paar weekjes vermaak. Dus gewoon allemaal aan de kunstboom, die gaan generaties mee en het is ook beter voor de stikstofreductie. De kerstboompjes die daardoor achterblijven in het grote enge dierenbos kunnen zich eindelijk definitief gaan wortelen en groeien als de bonenstaak van Sjakie. 

‘The sky is the limit!’ 

Maar dit jaar zal het echt anders zijn en dat moeten we even een plaatsje geven. Mij troost de gedachte dat volgende week op deze dag de kerstdagen alweer achter de rug zijn. Dan liggen we wat uit te buiken op de bank of we maken een frisse kiloknaller-verwerkende wandeling. Nu zal het wat de kilo’s betreft bij ons wel meevallen want wij eten met zijn tweetjes dus dan hoef ik mij ook niet uit te sloven.  

Het enige sloven wat ik doe, doe ik aan. 

Want als ik zonder keukensloof ga koken dan ontstaat er ruzie in deze twee dagen van opgelegde vrede want mijn tafelgenote heeft een hekel aan vlekjes in mijn zondagse kleding. Daarom trek ik met liefde mijn schort aan en kook de kerststerren in de borden. En zo zetten we de einsprint in waardoor dit jaar snel achter de rug is.  

Niet té snel want we moeten de eindstreep wel heelhuids halen natuurlijk. En daarna proosten we niet op deze maar op de kerstdagen van 2021.  

En op de gezondheid van al onze geliefden! 

Proost! 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

Sprakeloos

Afgelopen week zijn de plinten geplaatst in de woonkamer. Niet door mij maar door Tinus, een ex- motorrijder die handig is. Heel handig! Hij vond de plinten wel wat aan de hoge kant maar nadat ik hem uitgelegd dat ik een moderne vrouw heb, was het goed.

Vervolgens gingen we aan de slag.

Nou ja, hij voornamelijk. Ik liep er als een soort domme kracht omheen, voor de kleine klusjes. Niet echt dom natuurlijk maar zo voelt het voor mij altijd wel als ik met een vakman mag werken. Het scheelt mij veel stress want ik ben gewoon niet zo handig en daarom ben ik graag de ‘aangeef-klusser’ of de ‘even-vasthouden-klusser’ als er wat gezaagd moet worden. ‘Opperen’ noemen ze dat ook wel, dan ben je Opperman. Toen ik nog een jonge knul was mocht (moest) ik in de vakanties werken bij het bouwbedrijf waar mijn vader ook werkte. De werkzaamheden waren in de duinen, er werd daar een zomerhuis gebouwd. Met een garage eronder. Ik kreeg de functie van Opperman en vond dat heel spannend en stoer klinken. De metselaars en timmermannen om mij heen keken er ook heel ernstig bij toen mij deze functie medegedeeld werd. Na die week wist ik wat ook wat een Opperman doet:

Stenen sjouwen en specie mixen!

In de jaren erna zei ik altijd tegen mijn kinderen wanneer we langs dit zomerhuisje reden dat ik de stenen van die garage bij elkaar gesjouwd heb, waarna de verwachte ‘oooh echt?’ achterwege bleef want ik geloof niet dat de mannen ervan onder de indruk waren. Ik leerde hiervan mij altijd bescheiden op te stellen wanneer ik een baan kreeg. Of in ieder geval nooit hoog van de toren te blazen. Toen ik bijvoorbeeld als Leerling-kok begon te werken heb ik in mijn beleving een jaar lang enkel sla gewassen en mosselen schoongemaakt. Oh ja, en halverwege dat jaar mocht ik zelf de slabakjes vullen die in het restaurant op tafel gezet werden en nee, niet de kers op de appelmoes leggen want ik werkte niet bij Van der Valk…

Ik heb nooit het gevoel gehad hier slechter van geworden te zijn.

Nu was ik opnieuw Opperman en mocht ik Handy Tinus bijstaan. Een hele eer, vooral omdat hij mij hielp met een klus die mijn vrouw mij opgedragen had. Want als dit achter de rug was had ik een heel tevreden vrouw en zoals het spreekwoord luidt”

‘Een tevreden vrouw houd je warm in de kou.’

Wanneer de plint tegen de muur gedrukt werd, nadat Tinus (en niet ik) de lijm erop gedaan had, moest ik drukken. Bij de eerste plint was dat niet zo erg maar ik moest het de hele ronde doen. Had ik de laatste gedaan, moest ik alweer naar de eerste toe en zo kroop ik voort over de vloer.

Oh ja, en om tien uur mocht ik koffie voor hem zetten.

Daar was ik op dat moment ook aan toe. Inclusief gevuld speculaas, welke Tinus afsloeg want hij is niet van de spijs. Daar gaf ik hem gelijk in, niet elke spijs is spijs zoals God het ooit bedoeld had. Nu kon ik Tinus wat bijbrengen want op het gebied van voeding had ik wel wat te vertellen. Ik vertelde hem het verschil tussen echte en nep spijs. Echte is gemaakt van amandelen in combinatie met suiker, de neppe is gemaakt van witte bonen of abrikozenpitten, plus nog wat amandelessence. 

Als je het zuur krijgt dan heb je nep spijs gehad.

Het mooie van Tinus is dat hij graag naar mijn ‘wijsheden’ wil luisteren, net als ik naar die van hem. Nu was ik wat kennis betreft die dag in de meerderheid. Niet omdat ik slimmer ben dan Tinus, nee, absoluut niet, maar omdat ik een hulpmiddel net in huis gehaald had. Wij hadden daags ervoor een zogenaamde ‘slimme’ luidspreker aangeschaft. Dat was een cadeau aan ons zelf omdat we de interne verbouwing goed doorstaan hadden. Nu liep ik wel zo nu en dan tegen de muren op maar dat was omdat deze gesausd moesten worden, niet omdat ik gek werd van een overhoopgehaalde kamer. En ook niet omdat mijn bank in de garage stond in plaats van voor de TV. Nou ja, een beetje dan. Maar de dame hier in huis keek over deze berg heen en daardoor kon ik het ook enigszins handelen.

En deze beloning was ruimschoots voldoende om de ellende van verbouwen te vergeten!

Deze soundbar is aangesloten op de TV en de slimheid zit ‘m in het feit dat je dit ding vragen kan stellen. En elke vraag begin je met:

‘Oké Google..’

En vervolgens stel je de vraag. Bijvoorbeeld of het ging regenen die dag. Want Tinus zijn zaagmachine om de plinten op maat te zagen hadden we buiten neergezet. De dame in de soundbar antwoordde dat het niet zou regenen in Winschoten. Tinus stond erbij toen ze het zei en hij was sprakeloos. Later die dag maakte hij gebruik van een zwaaihaak, een belangrijk stuk gereedschap van de timmerman. Ik had wel eens zo’n ding gezien maar ik wist niet wat je ermee kon doen. Uiteraard legde ik de vraag neer bij Tinus en ik kreeg naar tevredenheid antwoord. Maar vervolgens vroeg ik het ook aan de soundbar en die kwam met dezelfde uitleg.

Tinus was opnieuw sprakeloos. En ik ook.

“Zo heb je geen boeken meer nodig ja! zei hij, vol verwondering. En ik kon het alleen maar met hem eens zijn. De rest van de dag bleven we vragen stellen. Zoals of het waar was dat er cavia opvangcentrum bestaan. Dat klopte, verschillende zelfs. Een daarvan was bezig geld in te zamelen waarmee ze de castratie van opgevangen mannetjes cavia’s konden bekostigen. Want daarna konden ze dan makkelijker bij een vrouwtje neergezet worden en, nog belangrijker, hoefden ze niet eenzaam de feestdagen door te brengen.

“Wat leven we toch in een fantastisch land!” zei Tinus. Ik was het helemaal met hem eens en zei: “De liefde in dit land voor dieren klotst tegen de plinten op!”

 

Het moet weer wat worden!

Volgens de spelletjes industrie schijnt er een toename te zijn van de verkoop van spelletjes. De reden? De pandemie waar we wereldwijd flinke last van hebben. We worden beperkt in ons doen en laten en zijn min of meer verplicht om ons thuis te vermaken.  Met spelletjes dus, zoals Monopoly, Mens erger je Niet, Scrabble, Catan. Om er maar een paar te noemen.

Want dat is gezellig.

Klopt. Tenminste, dat denk ik. Dat ik het niet zeker weet komt omdat ik zelf nooit zo van de spelletjes was. En ben. Maar ik kan mij wel voorstellen dat mensen daar veel plezier aan beleven. Ik kan het mij ook visueel voorstellen. Dan zie ik een aantal mensen zitten aan een tafel met daarop een enorme klerezooi. Dat is natuurlijk geen klerezooi, dat lijkt zo. Want veel spellen nemen veel ruimte in op tafel, net als gourmetten zeg maar. Het zijn vaak ook hele ingewikkelde spellen, ook net al gourmetten: heel veel vlees, groentes, sausjes, dranken en stokbrood op tafel waardoor het overzicht gauw weg is. Daarom ben ik gewoon van de plateservice, gewoon alles op één bord.

Ik ben meer van het dammen zeg maar!

Door de huidige omstandigheden waarin wij verkeren ontwikkelen zich ook allemaal nieuwe bezigheden. Het beeldbellen bijvoorbeeld. Dat heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Vergaderen of lesgeven via een schermpje lijkt inmiddels algemeen geaccepteerd. Daarnaast herontdekken we ook weer de vanzelfsprekende zaken, zoals de natuur. Dat was er altijd wel maar dat waren we een beetje vergeten. De winkelstraat maakte plaats voor bos en duin.

Behalve op Black Friday!

Maar dat terzijde. Het communiceren via beeld gaat ver. Zo is het ‘mukbangen’ weer trendy geworden. Mukbangen is heel simpel: je gaat bijvoorbeeld gourmetten en je zet daar een camera op. Dit tafereel stream je naar YouTube en dan kunnen mensen zien hoe jij al die ieniemienie hapjes naar binnen werkt. Een kind kan de (af)was doen! Je kijkers kunnen natuurlijk ook met je communiceren. Ze zouden bijvoorbeeld kunnen vragen of je de biefstuk wil bakken met een champignonnetje. Of een pannenkoekjes met een spekje en vier krulletjes geraspte kaas.

Geheid succes!

En het werkt twee kanten op want je bent niet meer alleen. En je krijgt aandacht, aandacht waar wij tegenwoordig naar snakken. Ik ga het niet doen hoor. Want dan zien ze steeds hoe ik mors op mijn schone overhemd of T-shirt. Die lol gun ik ze niet. Ik zie wel mogelijkheden om tijdens de komende feestdagen tablets op tafel te zetten en zo samen te eten met mijn familie die her en der in het land wonen. Mocht iemand dan commentaar hebben op hoe ik het aardappelkroketje naar binnen werk druk ik deze persoon gewoon uit.

Maar dan krijgt zij of hij ook geen toetje!

Tja, het is allemaal wat. Maar het zal allemaal ook wel weer wat worden hoor. Zodra de vaccins er zijn sta ik in ieder geval vooraan want ik wil weer naar mijn kinderen in Den Haag kunnen. En naar mijn ouders en zus op Terschelling. En ja, iedereen die het vaccin wantrouwt heeft per definitie gelijk.

Dat zeg ik bij deze.

Maar ik wil het vaccin. En ja, ik ga er misschien wel van blaffen of van achteruit lopen. Of ik krijg een groene streep in mijn haar waardoor men ziet dat ik ingeënt bent. Net zoals bij schapen wanneer ze gedekt zijn door de ram, waarna ze als makke schapen en ietwat in hogere sferen, weer verder grazen. Vervolgens kunnen alle overheidsinstanties precies zien wat je voortaan doet omdat er in het vaccin ook een cameraatje is ingespoten. Deze camera nestelt zich achter je ogen en streamt de beelden die het ziet direct door naar de ambtenaren van alle ministeries.

Zodra je dan iets doet wat niet mag heb je direct een arrestatieteam in je nek!

Maar goed, je moet er wat voor over hebben. Het zal mij een biet zijn, als ik maar weer normaal verder leven mag en weer kan genieten van leuke evenementen, van een biertje op een terras of van lekker naar een voetbalwedstrijdje kijken langs de lijn. Of mijn kleindochter weer in levenden lijve zien in plaats van via zo’n klote schermpje! Ja, ik ben er zó klaar mee.

Ik ben rijp voor de spuit!

Van de week las ik een ingezonden brief waarin de schrijfster zich afvroeg of de virus ontkenners eigenlijk wel af willen van het virus. Dat klinkt dubbel want ze ontkennen het virus immers al, dat lezen we dagelijks terug in alle reacties. Want reageren doen ze dagelijks, alsof ze niets anders te doen hebben (!). Soms komt er dan zelfs bij mij een complottheorietje naar boven! Dan vermoed ik dat er computers zijn die zo ingesteld zijn dat ze direct reageren op iemand die iets zegt over het virus. Die computer maakt dan gebruik van gepikte accounts en strooit dan met de meest verschrikkelijke en harteloze reacties. Bijvoorbeeld op een bericht van iemand die vanuit een revalidatiecentrum zijn dankbaarheid wil tonen aan de zorg. Omdat hij daar weer leert lopen en aan zijn conditie kan werken want het virus had dat allemaal uitgeschakeld. 

Vóór het virus werkte dat allemaal nog prima!

Maar de briefschrijfster bedoelde natuurlijk de aandacht die deze mensen naar zich toetrekken. Want als het virus straks onder controle is dan valt er niks meer te mekkeren en krijgen ze geen aandacht meer. En zullen ze zichzelf weer moeten vermaken met vage websites met vage bedenksels van vage figuren. Figuren die maar één ding willen:

Aandacht!

Dat snap ik ook wel weer. Elk mens wil aandacht. Zo hoorde ik laatst de zangeres van de band ‘Luwten’ op de radio, Tessa Douwstra. Deze band mocht nog wel optreden voor 30 personen en de vraag was hoe zij dat vond. Want die 30 personen mogen enkel toekijken. Dus niet klappen, joelen of juichen. In haar antwoord zat dankbaarheid, dat ze nog mocht spelen én humor:

“Het is alsof je verkering hebt maar je weet niet of die ander jou ook leuk vindt.”

 

 

Naar de slachtbank

“Voor Veldhuis?” hoorde ik de persoon aan de andere kant van de lijn zeggen. “Nee, niet Veldhuis, Veldhuizen!” Ik hou van duidelijkheid, straks gaat er een Veldhuis met mijn bestelling vandoor. “Kan wel wezen maar zegt me zo niks.” was het antwoord. Ik negeerde het: “Ik wil graag een kilo paardenvlees en kom dat morgenochtend halen.”

Nu ik het zo hardop over de telefoon zei vond ik het nog vreemder.

Paardenvlees. Vlees van paarden. In mijn beleving eet je geen paarden. Of beter gezegd, ik eet bewust geen paard. Wel onbewust, het zit namelijk onder andere in de bitterbal, frikandel en de gehakstaaf, toevallig producten die ik niet afsla. Maar ik zou niet naar de slager gaan voor een paardenbiefstuk want ja, een paard, dat is een edel dier! Daar zou je hooguit op kunnen gaan zitten voor een leuk ritje. Of je zet ze voor een karretje en gaat er dan een stuk mee rijden. Of je laat het paard dansen of over hindernissen springen. Of je zet ze in een weiland.

Maar opeten?

“Voor morgenochtend ja, dan kom ik het halen.” Na de goedkeuring van de slager beëindigde ik het gesprek met een ‘Moi, tot morgen’, zodat hij wist dat ik toch van hier kwam. In gedachten zag ik hem vervolgens naar de gehaktmolen lopen en verder gaan met zijn werkzaamheden, hoofdschuddend: ‘Veldhuis of Veldhuizen, één pot nat! Hij had wel wat beters te doen dan te muggenziften over een naam.’

Er moest immers paardenvlees verwerkt worden!

Het vlees was niet voor ons hoor. Het was voor mijn schoonvader, die had al een paar keer bij ons aangegeven zin te hebben in paardenvlees. Hij at het regelmatig in het verleden maar nu zijn vrouw er niet meer is, is hij afhankelijk van wat hij door anderen voorgeschoteld krijgt. En nu gaat het dus gebeuren, het vlees is inmiddels in huis en ik weet nu ook hoe het te bereiden.

Van berijden naar bereiden…

Maar ach, het leven is eten of gegeten worden toch? Dat moet Thierry Baudet ook gedacht hebben nu zijn politieke partij Forum voor Democratie ook rijp is voor de slacht. Hij probeerde nog te redden wat er te redden viel, stapte op maar ook weer niet en wij, het eenvoudige volk, verwonderden ons slechts over zoveel gestuntel. Zijn kompaan was er klaar mee en legde per direct zijn baantje ‘in het pluche’ neer en schreef zijn ontslagbrief aan de Voorzitter van de 2e Kamer.

Zo kan het dus ook.

Maar nee, het moest anders. Er moesten koppen rollen en dat ontaarde in een ordinair straatgevecht wat bij velen het schaamrood op de kaken deed verschijnen. De onstabiliteit droop ervan af want je wist eigenlijk al bij de oprichting dat de ideeën waar ze mee kwamen nooit wezenlijk gemaakt zouden worden. Waarom niet? Omdat ze te extreem zijn. Je kan van alles roepen en bijvoorbeeld terug willen naar vroegere tijden maar dat gaat je nooit lukken, het leven is aan veranderingen onderhevig. Het was nog enkel wachten op de dag, ik citeer nu uit ons ‘prachtige’ Koningslied:

‘De dag die je wist dat zou komen….’

Al decennialang maken we het mee dat er politieke partijen opgericht worden en na enkele jaren in het pluche zichzelf weer kapot maken. Zo had je bijvoorbeeld Leefbaar Nederland en de CD van Janmaat. Allebei met extreme denkbeelden. En ja, je had ook nog Lijst Pim Fortuin maar die hoort niet in deze opsomming want hij werd in koelen bloede vermoord door een losgeslagen milieudebiel.

Over extremisme gesproken..

Maar deze kwam van extreem-links, de niet te onderschatten tegenhanger van extreemrechts. Allebei met gevaarlijk gedachtegoed. Misschien is dat wel de reden dat er steeds heibel is op bestuurlijk niveau, zoals we trouwens ook zien in het politieke landschap van 50Plus. Ook daar zie je allemaal gedoe waar de gemiddelde soap schrijver zijn vingers bij aflikt. Of zichzelf voor de kop slaat:

‘Waarom heb ik dat niet kunnen verzinnen!’

Met Henk Krol als hoofdpersoon in dit drama. Deze guitige, altijd breed lachende kerel zat in 50Plus, richtte vervolgens de Partij voor de Toekomst op, trad weer af en zit nu bij Lijst Henk Krol. Ja, Henk is de stabiliteit zelve, het druipt ervan af. Net als het vertrouwen in hem. Maar ja, zoals hij zelf zegt op de vraag of het misschien niet beter is om te stoppen: “Ik word regelmatig in de trein naar Den Haag aangesproken dat ik goed bezig ben.”

Henkie, door wie dan?

Waarschijnlijk door de conducteur, omdat hij keurig een mondkapje draagt. Maar goed, dit kan allemaal in Nederland dus mocht je werkzoekende zijn, begin dan gewoon een politieke partij. En het maakt niet uit voor wat je staat, er zijn altijd wel kiezers die op jou willen stemmen. Dan kom je onder de vleugels van de Overheid en zit je direct goed want die ambtenaren hebben alles prima geregeld voor zichzelf. Zelfs voor thuiswerken krijg je vergoeding, ter compensatie van het gebruik van je eigen wc-papier, koffie en printerinkt.

Ach ja, het leven is soms oneerlijk.

Dat vinden ze in Amerika ook. List en bedrog doen daar goede zaken volgens de huidige president. Terwijl de ene na de andere hertelling zijn gelijk de nek omdraait. Ook daar zie je dat kinderachtige gedrag, het ‘welles/nietes’ gekeuvel, net als we van de week bij Forum zagen. In mijn ogen zijn het allemaal verwende jongetjes en meisjes met een (moeder)complex van hier tot Tokyo. Zodra het te heet wordt onder de voeten wijzen ze direct naar de ander want het is natuurlijk nooit eigen schuld.

Ik noem het grootheidswaanzin.

En die waanzin maakt iedereen gek. Neem bijvoorbeeld de zogenaamde ‘pedojagers’, jongelui die pedofielen lokken en in elkaar schoppen. Tot de dood erop volgt…

Ik begrijp (beide) partijen niet.

Toen ik jong was hielden andere zaken mij bezig, zoals voetballen, mijzelf uitsloven voor de meiden, folders rondbrengen, op straat ‘hangen’ met leeftijdgenoten, vakkenvullen en gezellig uitgaan in de weekenden. En dat was leuk!

Zo leuk dat ik het zo weer zou doen!

Humor, of het ontbreken ervan

We worden met zijn allen veel te serieus! Het ontbreekt ons aan humor en gaan overal direct met twee benen erin. Het werd van de week maar weer bewezen na een uitzending van het Sinterklaasjournaal. Daarin had men het over de fictieve plaats Kruisigem, ergens in Limburg. Dat was net zo’n fictieve plaats als Zwalk, de plaats waar Sinterklaas aan zal komen met zijn gevolg. Ik vond het leuk bedacht. Want rij maar eens door Limburg, dan zie je overal kruizen langs de weg. En Mariabeelden.

Je weet wel, de moeder van…

Maar dat werd door enkele christenen onder ons niet in dank afgenomen. Want het was kwetsend. Want de naam Kruisigem leek verdacht veel op wat het volk ooit eiste toen Keizer Pilatus aan een opgezweepte meute vroeg wat voor straf Jezus moest hebben.

‘Kruisig hem!’ was het antwoord.

Daar zit wat in maar aan de andere kant, waarom ‘vieren’ we dan elk jaar Goede Vrijdag, de dag van de kruisiging? Ik zou het dan eerder herdenken. In gepaste vorm. Niet door een lang weekend je dood te eten aan chocolade eieren, gekookte eieren en overvolle gourmet garnituren! Nee, ik zou kiezen voor een kerkdienst. Voor de akoestiek. Met mooie muziek, bijvoorbeeld iets van Johan Sebastian Bach, waar je dan in stilte naar kan luisteren en wellicht in spirituele sferen van zal geraken. En dan denken aan allen die niet meer onder ons zijn, even de namen in het hoofd voorbij laten komen zodat we niet vergeten, want ja, wijlen Bram Vermeulen zong het al:

‘En als ik doodga, huil maar niet. Ik ben niet echt dood, moet je weten.  Tis maar een lichaam wat ik achterliet. Dood ben ik pas, als jij mij bent vergeten..’

Dat liedje staat op mijn MP3-speler die ik regelmatig aanzet in de auto, om dan keihard mee te zingen. Dan ben ik weer helemaal Zen. Daarom wil ik als ik zelf ga hemelen dat dit gedraaid zal worden op mijn resomatie. Resomatie? Ja, dat is een nieuwe manier van je lichaam ‘verwerken’ na je dood. Naast begraven, cremeren of kiezen voor een zeemansgraf kan je jezelf nu ook oplossen. Dat kun je van tevoren al vastleggen! Net als je gastenlijst, wat voor cake je wilt of als het om een gezellige borrel zou gaan, het soort bittergarnituur. Sterker nog, ik denk zelfs dat je al alle diëten, allergieën of wat voor intolerantie dan ook, nu al kan doorgeven aan de instantie die jouw ‘mens-verwerking’ doet!

Zodat er niet nog iemand het loodje legt.

Misschien lijkt voorgaande wel verdacht veel op galgenhumor maar dat maakt juist niet uit. Humor kent vele gezichten en daar mag je van mening in verschillen. Je kan ook als leraar een cartoon in de klas bespreken waarop de spot wordt gedreven met een andere Heilige. Dat zou moeten kunnen in een democratie alleen werd deze leraar onthoofd.

Omdat een of andere humorloze extremist/diepgelovige er een probleem van maakte.

Weet je, iedereen is wel eens het middelpunt van spot. Soms ongewild, maar dan heb je het er wel naar gemaakt. Neem die gast uit Heerlen die Pieter Omtzigt verbaal aanviel, midden op straat en vol in de camera. Hij was daar om te protesteren want hij was, volgens het artikel, een bekend activist. Dat was niet zijn beroep want hij was werkloos. Maar hij was al maanden aan het protesteren tegen de corona maatregelen want ja, je moet toch wat doen om je tijd een beetje door te komen. Toen ik het las schoot ik in de lach. Niet omdat hij aan het protesteren was maar omdat hij nu tegen de rechter zei dat hij er spijt van had.

Het kwam door de alcohol, hij had een paar biertjes gedronken.

Samen met zijn demonstrerende matties had hij een terrasje gepakt, tussen het demonstreren door. Want van demonstreren krijg je dorst. En deze meneer is van het dorstige type want hij was in het verleden al drie keer eerder opgepakt voor openbare dronkenschap.

Ik moest natuurlijk niet echt lachen.

Het huilen stond mij nader dan het lachen. Maar de humor trekt mij er dan uiteindelijk wel weer doorheen, daarom is humor een belangrijk onderdeel van ons leven. Want we krijgen wat te verduren in ons leven. Of beter gezegd, wat te verwerken in ons leven. En heb je het ene verwerkt dan komt er wel weer iets anders voorbij waarna je je af gaat vragen of iedereen gek aan het worden is. Zo werd de laatste persconferentie over de corona maatregelen weer onder een loep gelegd door een zooi ‘deskundigen’ die ons land tegenwoordig rijk is. Men vond dat de minister- president kinderachtig sprak over de maatregelen die dit jaar geadviseerd worden tijdens het Sinterklaasfeest.

Ik vond het getuige van veel respect voor de Goedheiligman.

En voor zijn gelovigen. Eigenlijk zou je verwachten dat het merendeel van ons land daar ook zo over denkt want sinds er een discussie op gang gekomen is rondom dit feest, kreeg het Sinterklaasfeest weer een opleving. Daarom was het raar dat Rutte daarop afgerekend werd. Want hij sprak zo over het feest omdat hij wist dat er kinderen mee konden luisteren. Die kans was namelijk aanwezig met een kijkdichtheid van 5,8 miljoen kijkers. Of is het Sinterklaasfeest stiekem toch niet zo populair meer en vinden we kerst veel leuker? Is het gewoon ordinair vals sentiment, waaruit (daar heb je ze weer) extremisten mee aan de haal gaan?

Puur voor eigen gewin.

En ja, kerst is leuker toch? Lang niet zo oubollig als Sinterklaas. En de cadeautjes zijn ook veel luxer. Kerstmis, ook zo’n onderdeel van het geloof. Met de boodschap dat het kind vrede zal brengen. We weten inmiddels beter als je kijkt naar hoe we met elkaar omgaan. Oké, er is minder oorlog maar we gunnen elkaar als individu het licht in de ogen niet meer.

Schaf daarom alle religies af!

En dan stichten we een geloof die wél humor heeft, voor ons allemaal. En dan noemen we deze persoon Satires, Het Almachtige Licht.

Het licht die onze boosheid in de schaduw zal zetten!

Fantasierijk

Wij zitten momenteel midden in het niks. En daar is niks aan kan ik je wel zeggen. Dat niks speelt zich af in onze woonkamer, die moest leeg omdat de stukadoor kwam. Ik moest dus van alles doen deze week. Onder andere de gordijnrails demonteren. Dat lijkt eenvoudig maar bij mij gaat het dan altijd mis. Want tijdens het loskoppelen gleden alle runners er zó aan de ene kant af en lagen ze op de vloer. Er zat dus aan die ene kant geen stop, die was ik vast vergeten bij het monteren.

Kennelijk iets in de gebruiksaanwijzing gemist..

Dat is dus één van de redenen dat ik niet van klussen hou. Want er gaat altijd wel iets mis. Plus het feit dat de ene klus de andere klus veroorzaakt. Want er is hier door de directie besloten dat als het stucwerk klaar is, naast de muren ook het plafond direct maar meegenomen moet worden.

En dan breekt het zweet mij al uit.

Want het zijn allemaal veranderingen en daardoor raak ik uit mijn ritme, voel ik mij niet meer thuis in mijn huis en kruipt het chagrijn genadeloos naar binnen. Gelukkig weet mijn huisgenote dit en doet ze haar best te zwijgen. Dat is een hele opgave voor deze dame maar ze kan het. En ze weet dat het voor alle partijen beter is want anders word ik een blokkeerklusser.

Zo leven wij al enkele jaren vreedzaam met elkaar.

Morgen hoop ik het plafond te kunnen verven en daarna kunnen we de boel weer inruimen. En dan wordt alles weer normaal. Voor mij. Voor mijn vrouw niet want die is al maanden geleden begonnen met de voorbereidingen van deze happening. Wekelijks kwam ze met ideeën voor kleuren op de muren en legde ze dat aan mij voor.

Alsof ik hier een stem in heb…

Ik doe dan gewoon mee hoor. Alleen is mijn oordeel meestal kort. “Ja, prima kleur toch!” En dat vindt zij niet leuk, zij wil dan het liefst daar een heel debat over voeren. Nu is dat tegenwoordig ook een trend, ergens oeverloos over door ouwenelen. In de Tweede Kamer zien we dat maar dat gaat nog redelijk beschaafd. Zoals het natuurlijk ook hoort. Maar kijk eens naar de ‘discussies’ tegenwoordig op het internet. Zodra iemand een mening ventileert struikelt men haast over elkaar heen om daarop te reageren. En dan het liefst met krachtige termen om hun mening kracht bij te zetten. Terwijl dat averechts werkt natuurlijk.

En allemaal onder het mom van Vrijheid van Meningsuiting.

Zo is het momenteel ‘hot’ om iemand te beschuldigen van pedofilie. Niet omdat die persoon dat is maar gewoon, omdat hij/zij een andere mening heeft. Of men wordt verdacht van het drinken van ‘kinderbloed’, ook zoiets waarvan ik denk dat men te veel horrorfilms gekeken heeft of last heeft van een totale wanorde in het hoofd. Men kopieert van alles uit de bubbel van het internet en neemt alles voor waar aan.

En dan raak je in de war, dan verlies je de werkelijkheid uit het oog en wint het wantrouwen.

Er wordt niet meer nagedacht. En mijn simpele mening hierover is dat het komt door een tekort aan fantasie. Tegenwoordig is over alles nagedacht. Zelf je (gezonde) verstand gebruiken hoeft niet meer. Kijk maar eens tussen het speelgoed van de kinderen. Er zit haast niets meer tussen dat tot de verbeelding kan spreken. Dat was in mijn kindertijd wel anders. Als ik met de auto’s ging spelen dan maakte ik van rietjes de wegen. Nu koop je gewoon een kleed waarop de hele infrastructuur van een stad of dorp is afgebeeld. Of je bouwde van de spullen om je heen een eigen wereld.

Wie heeft er niet een tent gemaakt in de woon- of slaapkamer…

Nu had ik als kind de mazzel dat wij een tuin hadden. En in die tuin stond een schommel en een wip. Op de schommel beleefde ik heel veel avonturen als piloot en de wip werd, als we cowboytje en indiaantje speelden, gebruikt als paard. Van de week zag ik twee kinderen paardrijden, op een speelgoedpaard die zich voortbewoog met pedalen. En daardoor schort het aan de fantasie. Want het paard waarop ik als cowboy of als indiaan zat was niet meer dan een houten plank met aan beide kanten een stalen handvat welke voor de teugels moesten doorgaan. Bij die twee kinderen was dat proces al ingevuld. Je zag een paard met teugels en twee zadels.

Enkel de wielen eronder maakten het verschil.

Maar mijn fantasie werd ook versterkt door het lezen van boeken. Boeken zoals bijvoorbeeld ‘De Grote Zeven’, over een vriendengroep die allerlei avonturen beleefden. Volgens mij heb ik hele serie, 15 boeken, gelezen dan wel verslonden.

Om vervolgens weer bij het eerste boek te beginnen.

Wanneer ik dan betrapt werd op lezen in bed door mijn ouders terwijl ik eigenlijk slapen moest, nam mijn fantasie het over en verzon ik in mijn hoofd verhalen. Meestal was ik in die verhalen de held en redde ik het ene na het andere meisje uit de klauwen van pestende jongens. Helaas viel ik altijd in slaap, net op het moment dat ik beloond zou worden door het meisje, met een zoen op de mond (met de lippen stijf op elkaar…)

Voor mij genoeg reden om de volgende avond het verhaal opnieuw te verzinnen!

Fantasie heb je ook in je verdere leven nodig. Neem nou die kleur verf waar mijn vrouw nu al maanden over aan het nadenken is. Ze kan natuurlijk kiezen voor neutraal, bijvoorbeeld door alles wit te maken. Lekker makkelijk en neutraal. En als alles dan klaar is dan gaan we het volhangen met boeddha’s of posters van de Ikea.

Want de tijd van het ‘Zigeunerjongetje met de Traan’ aan de muur is voorbij.

Maar nee, zij wil kleur maar daar kost wel wat denkwerk en voorstellingsvermogen. Toen we eruit waren en de kleuren denkbeeldig op de muren hadden zitten, kreeg ik een zoen van opluchting.

Ik kreeg er een kleur van.

Opbouw versus afbraak

Nadat ik zijn eten naast de magnetron op het aanrecht had gezegd, ging ik nog even bij hem zitten. Hij zat voetballen te kijken onder het genot van een sigaartje, Barcelona tegen Real Betis. “Ik kijk graag naar Barcelona.” zei mijn schoonvader. “En ik zap van de ene sportzender naar de andere.” Op dat moment voelde ik mijn telefoon trillen en ik keek naar het inkomende berichtje:

‘Joe Biden wint Amerikaanse verkiezingen.’

“Zo! Eindelijk weten we het! Joe Biden is de nieuwe president!” riep ik enthousiast. “Oh ja? Dat zal tijd worden ook! Die Trump is hartstikke gek! Zelfs de nieuwszenders drukten hem weg omdat hij de ene leugen na de andere vertelde!” zei mijn schoonvader furieus. “Wat een idioot is die man, wat een enorme mafkees!”

Ik kon het alleen maar met hem eens zijn.

Toen ik later die avond samen met mijn vrouw aan de koffie zat, we hadden net het Acht Uur journaal gekeken, ging mijn telefoon over. Het was mijn vader die middels beeldbellen contact met ons zocht. Lachend nam ik op, die vader van mij! Hij is 86 jaar maar communiceert met alle mogelijke moderne communicatiemiddelen met zijn kinderen maar ook met zijn kleinkinderen, neven en nichten. En nu had hij dus ook het beeldbellen ontdekt.

“Goedenavond op deze prachtige dag!” zei hij zittend vanuit zijn stoel.

“Wat een fantastisch nieuws hè, vanuit Amerika! Eindelijk weten we het en kan Trump zijn biezen pakken!” Ik zag een zeer opgewekte vader en ik hoorde mijn moeder, 91 jaar, op de achtergrond meejuichen. “Wat een gebeurtenis, wat een goed nieuws voor dat land! En voor onze wereld” zei Pa. Ik zag de opluchting in zijn ogen en dacht even terug aan de reactie van mijn schoonvader.

Want ook ik volgde het nieuws over de verkiezingen en viel van de ene in de andere verbazing.

Maar die verbazing was er niet alleen de laatste dagen, die werd vier jaar geleden al ingezet toen Trump aan de macht kwam. Hoe kan het dat zo’n groot en belangrijk land zó diep zakken kon? Dagelijks werden we overspoeld door Tweets in hoofdletters met alleen maar polariserende opmerkingen wat het land alleen maar verder deed splijten. Met als afzender de President van de Verenigde Staten van Amerika, dé persoon die juist voor verbinding zou moeten zorgen.

Amerika, het land wat ooit een trotse wereldmacht was.

Amerika, het land van de onbegrensde mogelijkheden. Amerika, het land dat tijdens en na de Tweede Wereldoorlog vele eigen burgers ingezet heeft voor de vrijheid van vele burgers in den vreemde. En ja, ze deden het niet altijd goed maar elke oorlog kent louter verliezers.

Dat besef lijkt steeds meer grond te winnen.

Amerika, ook een land van uitersten, van extremen die ons nuchtere Europeanen soms de wenkbrauwen doen fronsen. Maar ook het land waarvan gewoonten overwaaien naar ons, gewoontes die door menigeen in de armen gesloten worden.

Maar daar zijn de meningen over verdeeld.  

Ik begrijp ze wel, die vader en schoonvader van mij. Beiden zijn opgegroeid in de Tweede Wereldoorlog, een keiharde leerschool. Vervolgens zagen ze na de bevrijding hoe ons kapot gebeukte land weer opgebouwd werd en hoe iedereen de schouders eronder zette. Dat waren geen werkweken van 32 uur, nee, eerder het dubbele aan uren! Al gauw sloten zij zich aan in het werkbare leven en hielpen ze mee: mijn schoonvader als dragline machinist en mijn vader als timmerman/aannemer. Jaren gingen voorbij en waren zij onderdeel van de samenleving. Een samenleving die naast het herstellen van gebouwen en infrastructuur ook bouwde aan sociale zekerheden, zoals de ziektewet, de WAO, de WW en de Bijstand.

En zij zagen ook hoe al die zekerheden weer steen voor steen gesloopt werden.

Maar zo was het en zo zal het altijd gaan in een wisselend politiek landschap. Dat heet democratie. En aan die democratie hangen regels, onder andere hoe je met elkaar dient om te gaan. We noemen ze ook wel ‘normen & waarden’ en dat kregen deze mannen ook mee in hun opvoeding. En zij gaven dat weer door aan hun kinderen en kleinkinderen. Natuurlijk ging er wel eens iets mis, natuurlijk schoten ook zij wel eens uit de slof en liep de omgang met anderen niet helemaal zoals het moest.

Maar de mens is nu eenmaal niet feilloos.

Zij zagen hoe de wereld ook veranderde. Hoe dingen verdwenen maar ook hoe er weer dingen bijkwamen. Zij zagen hoe we probeerden de ideale wereld te maken maar ze zagen ook met lede ogen hoe alles steeds ingewikkelder leek te worden. Ingewikkelder, omdat het haast onmogelijk is om het iedereen naar de zin te maken. Maar boven alles was de rode lijn in al die ‘gedoetjes’ respect. Men respecteerde andermans mening en discussies werden redelijk beschaafd gevoerd. En deze twee kerels hadden geleerd om mee te veren in de veranderingen waar ze steeds tegenaan liepen.

Want niets is vanzelfsprekend.

Maar in hun enthousiasme over de ontwikkelingen in Amerika las ik enorme opluchting! Want de zittende president stond mijlenver van alles waar mijn vader en schoonvader ooit in geloofden. Ze begrepen het niet dat dit soort mensen aan de macht kunnen komen. Zij weten immers hoe het is om te leven onder een schrikbewind.

Zij hebben gezien waartoe polarisatie kan leiden.

Mijn vader sloot het gesprek af met de woorden dat zij er vanavond een flinke borrel opnemen. Ik proefde uit zijn woorden dat hij hoopte dat dit soort excessen niet meer voor zullen komen want men zou hiervan geleerd kunnen hebben. En wellicht komen de Republikeinen de volgende keer wel weer aan de macht, prima, als ze maar willen verbinden.

Want links of rechtsom, we zullen het met elkaar moeten doen op deze planeet!

 

Ze staan weer voor de deur

Normaal gesproken zouden we rond deze tijd al aan het ‘bakkeleien’ zijn over waar en met wie er kerst gevierd gaat worden. Helaas is dit een jaarlijks terugkerende strijd waar niemand op zit te wachten maar waar velen toch mee in aanraking komen.

Er moet soms flink geknokt worden alvorens we de Vrede op Aarde vieren!

Maar dit jaar gaat het zeer waarschijnlijk helemaal anders. Zijn we min of meer overgeleverd aan onze huisgenoten. Zo ben ik overgeleverd aan mijn vrouw en zij aan mij. Nu moet dat geen probleem zijn deze twee dagen want we zijn al heel wat jaartjes bij elkaar dus die twee dagen kunnen er ook nog wel bij. Kwestie van leven en laten leven, eventueel door zo nu en dan de irritatie-gedoogzone wat uit te breiden als de spanningen wat oplopen.

Liefde is een rekbaar begrip.

Maar hoe kom je deze dagen door als je op elkaar aangewezen bent? Want het lijkt erop dat we tijd overhouden omdat op bezoek gaan bij familie en aanverwanten niet handig is. Daarom ben ik al begonnen met na te denken over welke Netflix-series we kunnen bekijken. En over wat we gaan eten.

Daar kan je nooit te vroeg mee beginnen.

Vrouwlief is ook begonnen met nadenken. Onder andere over waar de kerstboom komt te staan, hoe deze eruit komt te zien, waar de kaarsjes komen te staan, hoeveel kaarsjes er nog bij moeten, wat ze aan moet, wat ze nog aan (kerst)kleding kopen moet want-ik-heb-niks-om-aan-te-trekken, wat voor weer het zal worden, of we overdag gaan fietsen of wandelen en wanneer de kerstboom weer ‘geruimd’ moet worden.

Ja, er komt heel wat bij kijken!

Nu lijkt het alsof zij veel meer moet doen maar dat is toch echt fake news. Want de moeilijkheid zit ‘m in de hoeveelheid eten wat ik moet gaan bereiden want voordat je het weet sta je op 4e kerstdag bij de gft-container het overtollige weg te gooien. En dat willen we niet! Dit jaar heb ik dus het voordeel om maar voor drie personen te hoeven koken, voor ons tweeën en voor mijn schoonvader. Mijn schoonvader, herstellende van drie flinke operaties, zit al enige maanden bij ons ‘in de voeding’ dus een kerstdiner hoort daar natuurlijk ook bij. Hij krijgt zijn eten thuis aangeleverd zodat hij lekker thuis kan blijven met Lobke, zijn hondje, en zijn sigaartjes.

En met alle soorten van sport op de televisie.

Gelukkig gaat het voetbal en schaatsen nog door want hij beleeft daar veel plezier van, ondanks de sfeerloze stadions van dit moment. Nu proberen ze dat wel wat te verbloemen door ‘publiek’ geluiden via de stadionspeakers af te spelen maar dat is het toch net niet. Ik mis bijvoorbeeld het gooien van bierglazen, aanstekers en eurootjes maar ik mis ook die vreselijke opgewonden types die half over de reclameborden hangen om spelers of leiding verrot te schelden. Want die opgewonden standjes werken bij mij altijd op de lachspieren. En dan bedoel ik echt lachen, niet die lachbanden die ze bijvoorbeeld altijd afspeelden bij die show van Ralph Inbar, Banana-split.

Want dan lachte er tenminste nog iemand.

Bij het schaatsen gaat het anders. Vorig weekend hoorde ik via de radio dat er weer geschaatst werd en dat klonk best wel apart. Hier hadden ze geen banden met juichende schaatsfans maar hoorde je enkel hoe de ijzers van de schaatsen zich in het ijs sneden, een magisch geluid! Het deed mij terugdenken aan de jaren dat we nog op natuurijs konden schaatsen, met datzelfde prachtige geluid van noren op het ijs. Soms ging je even ‘slow’, voorovergebogen met de handen op de rug in lange glijbewegingen en dan liet je de punt van je schaats, in mijn geval noren met een stalen neus, achter je aan ‘slepen’.

Alsof je de messen aan het slijpen bent.

Helaas is het ijs de laatste jaren niet meer stevig genoeg en maak je op kunstijs meer kans om te kunnen schaatsen. Door de opwarming van de aarde snappen we dat wel. Met uitzondering van de Friezen natuurlijk. Want die trekken wel de schaatsen aan, al na één nacht ijs. Dat komt omdat de meesten onder hen ‘met de schaatsen om de voeten gebonden’ geboren zijn. Kunnen ze niks aan doen, dat zit in hun genen. Dat ze vervolgens met natte poten thuiskomen zou ze een biet wezen, als ze maar aan hun gerief komen.

Net zoals ze graag kievietseieren zoeken, fierljeppen en alles doen wat mensen buiten Friesland niet begrijpen.

Maar de feestdagen staan weer voor de deur en ik verheug mij er nu al op. En daarnaast verheug ik mij op het boodschappen doen, althans, de boodschappen die ik bij de Jumbo ga doen. Dat is best opmerkelijk want ten eerste heb ik een hekel aan boodschappen doen en ten tweede heb ik een nóg grotere hekel aan boodschappen doen voor de kerstdagen. Het maakt niet uit bij welke super, AH, Plus of de Jumbo, ik vind het niks. Maar van de week was ik even bij de Jumbo en daar werd ik positief verrast door ‘Jumbokapje’, het meisje wat bij de ingang stond om ons, klanten, vriendelijk te woord te staan. En om escalaties over de huidige regels te voorkomen.

Zij was niet alleen vriendelijk, ze was vooruitgestuurd met de Kerstboodschap!

Eenieder kreeg een welgemeende ‘Goedemorgen!’ welke werden versterkt door stralende, sprankelende ogen die boven het mondkapje uitkwamen. Vervolgens bood ze haar hulp aan een oudere heer. Ze vroeg hem of ze even moest helpen met de boodschappen op de scootmobiel te zetten. De man schrok zichtbaar van deze aardigheid en wees het eerst af. Zo’n rechtstreekse benadering, midden op straat… En ook hij had wel eens die verhalen gehoord van oplichters en dergelijke. Toen vroeg ze of ze de winkelkar anders even terug moest plaatsen in de rij. De man aarzelde even, keek in haar ogen en voelde de oprechtheid: “Ja, graag, heel erg bedankt hoor!”

Ik zag zijn glimlach.

Wat mij betreft is het kerstgevoel al begonnen!

 

De overgang en andere getijden

Na de vooraankondiging van een Podcast, ‘de Veertigers’, over hoe je dat zou (kunnen) beleven, kon ik mij niet herinneren of ik daar destijds zelf bij stilgestaan heb. De overgang van 20 naar 30 jaar wel want toen kreeg ik ineens wat last van mijn borstkas en belandde ik bij de huisarts. Hij hoefde niet lang na te denken over de oorzaak: het had te maken had met het beginnende buikje welke zich rond mijn 30ste aan het vormen was. “Dat buikje heb je nog niet geaccepteerd. Daarom hou je, onbewust, je buik in waardoor je verkeerd bent gaan ademhalen. En dan raakt de boel daarboven wat in de stress.” Ik raakte even buiten adem van deze constatering en besefte mij ineens dat mijn gewicht zich negatief aan het ontwikkelen was. Jaren en jaren was ik 75 kilo en nu begon ik, naast de jaren, ook in kilo’s te groeien.

“Mannen ademen namelijk vanuit hun buik.” Zei hij.

Ik zie nog die grijns op zijn gezicht. Zo was hij. En een beetje raar ook. Soms had hij twee verschillende sokken aan en één keer vroeg hij aan mij, toen ik tegenover hem zat, of ik toevallig verstand had van een verstopte riolering. “Nee dokter, mijn riolering werkt altijd prima.” was mijn antwoord.

Waarna hij in de lach schoot en daadwerkelijk begon met dokteren.

Er veranderde na mijn 30ste nog wel meer. Het leven werd allemaal wat serieuzer. Ik werd vader en ‘kreeg’ een hernia die geopereerd moest worden. Ik kwam daarachter nadat ik het voetballen weer even opgepakt had. Want na elke wedstrijd begon ik steeds meer last te krijgen van die rug. Ik begreep toen ook de opmerking ‘Je hebt maar één rug’, die kreeg ik regelmatig naar mijn hoofd geslingerd wanneer ik zware dingen aan het sjouwen was en niet even kon wachten op de hulptroepen. Wedstrijden voetballen gaf ik daarna maar op en hield het bij potjes met mijn kinderen en hun vriendjes. Met pijn in het hart hoor, maar soms moet je het verstand gebruiken wil je niet versleten zijn rond je pensioen.

Ja, het spreekwoord ‘Verstand komt met de jaren’ klopt als een zwerende vinger!

Toen ik 40 werd zou het leven pas echt beginnen volgens de verjaardagskaarten die ik kreeg maar ik beleefde dat niet zo. Ik ging naar mijn werk en daarnaast probeerde ik mijn kinderen op te voeden. Probeerde ja, want in opvoeden had ik nooit les gehad, kon ik hoogstens terugkijken hoe mijn ouders mij opgevoed hadden. Streng doch rechtvaardig maar het voelde aan als een warme deken. Wij, mijn zus, broer en ik gingen niet in discussie maar werden hooguit wat chagrijnig. Je wist waar de grenzen lagen en er waren regels zoals helpen met de afwas of de tafel dekken of opruimen. Of helpen in de groentetuin. Of de auto wassen, van binnen en buiten. Of houthakken voor de openhaard.

Natuurlijk kregen we er ook veel voor terug. Dat was op zondag met het gezin en wat vriendinnen en vriendjes naar het zwembad. Of we gingen naar het bos, strand of naar het sportveld, om te kijken naar het 1e voetbalelftal van onze voetbalclub, Quick’35 en later Sc Terschelling.

En op zaterdagavond een bakkie chips met een glaasje gazeuse!

Pas nadat ik de 50 gepasseerd was kreeg ik het gevoel dat het leven aan het beginnen was. En accepteerde ik mijn buik. Dat kwam door stoppen met roken (weer die wijsheid) en genieten van lekker eten en drinken. Maar ook in het bewegen kwam de klad omdat ik veel meer met de auto moest doen.

Waar ik mij niet achter verschuilen wil, hoor.

Maar na het behalen van de titel ‘Abraham’ leek het wel of alle puzzelstukjes in elkaar vielen. Alsof de onzekerheden in mijn leven als sneeuw voor de zon verdwenen en er een bepaalde rust voor terugkwam. En zelfvertrouwen. De Opa van een collega sprak zich daar heel mooi over uit:

‘Het pad wat jij hebt bewandeld loop ik alweer terug!’

Een prachtige wijsheid die veelzeggend is. Wat wij 50-plussers hebben natuurlijk al het een en ander meegemaakt en worden niet gauw meer verrast. Nou ja, een kleindochter krijgen was toch wel weer heel bijzonder, vooral als ze bij je zit en ineens naar je lacht…

De Oma hier in huis wist dat natuurlijk allang!

Maar ja, waren de meiden in de puberteit al niet veel verder dan wij jongens? Toen wij nog puisterige pubers waren en soms niet eens de signalen van verliefde meisjes zagen? Van de week hadden we hier nog een verliefd pubermeisje over de vloer en die snapte maar niet waarom de jongen waar ze een oogje op had, niet toehapte. “Komt door de anderhalve meter. Die gozer kan niet anders natuurlijk.” riep ik jolig, maar ik werd door de aanwezige dames aangekeken alsof ik er niet toe deed.

Lucht was ik voor ze.

Maar zonder lucht kan je niet leven, toch?

Ook kwam ik erachter dat opvoeden onherroepelijk verbonden is met het tijdsbeeld waarin je opgroeit. Mijn moeder vond de tijd waarin wij kinderen moesten opvoeden een stuk ingewikkelder dan in haar tijd. Terwijl ik altijd dacht dat de 50-tiger en 60-tiger jaren een stuk zwaarder waren omdat ze een heleboel niet hadden wat wij nu wel hebben. Nu denk ik wel eens dat de jongeren van nu het ook weer zwaarder hebben dan wij in onze jongere jaren. Bij ons was alles over het algemeen duidelijk. Nu krijgen de jongeren enorme hoeveelheden aan informatie te verwerken waardoor je, in mijn ogen, soms verzuipt in de meningen.

En wie is dan je reddingsboei.

Het nadeel van 50Plus is toch wel Henk Krol. Maar erger is de overgang voor de dames, als ik mijn eigen dame mag geloven. Van de week kwam ze best wel vrolijk beneden. Ze had geluisterd naar een Podcast over opvliegers. Alles werd haar ineens duidelijker. Al haar irritaties over ‘rommeltjes’ in huis bijvoorbeeld. Want vóór de overgang deerde dat niet.

Zei ze.

En ik kreeg een kus.

 

Appels met peren vergelijken

Het werd een appeltaart. Eerst dacht ik dat het mijn beloning was omdat ik (eindelijk) de garage opgeruimd had, maar dat waren mijn eigen hersenspinsels. Het was gewoon omdat vrouwlief een zooitje appels gekregen had van een collega met boomgaard en ja, daar moet je dan wel wat mee doen.

En ik dien mij bij dit proces afzijdig te houden.

Want eten bereiden in het algemeen veroorzaakt hier in huis nog wel eens een discussietje. Dat steekt soms de kop op. Zoals bijvoorbeeld een maand geleden. Vrouwlief wist een adres waar je stoofperen kon halen, bij mensen met een perenboomgaard hier in Winschoten. Perenmevrouw Annelies was niet thuis maar er lagen twee zakken keurig op ons te wachten op het plateau bij de voordeur van de statige boerderij in Winschoten. De ene zak bevatte peren die zelf van de boom gestapt waren en de andere zak bevatte geplukte peren. Daar zit dus verschil in.

De gevallen peren zijn rijper dan die nog aan de boom hangen zeg maar.

Nu zijn wij zelf ook al een beetje aan de rijpe kant dus we voelden wel een klik met deze peren. Vooral mijn vrouw, die vindt stoofperen namelijk onlosmakend verbonden met ‘gezelligheid’, ‘herfst’ en ‘pruttelende pannetjes op het fornuis’.

Ik vind stoofperen gewoon lekker.

Toen we weer thuis waren wilde ik al beginnen met schillen maar ik kreeg de kans niet. Of beter gezegd, mijn vrouw wilde dat niet. Ik mocht er niet aankomen. En daar zit de crux aangaande onze discussietjes. Over hoe iets te koken. Zij is nogal van de stamppotjes en sudderpannetjes en ik ben iets moderner daarin. Neem bijvoorbeeld spruitjes. Zij kookt ze nog net niet snotgaar en ik hou de spruiten op bijtgaar. Dat laatste vind ik lekkerder maar de spruitjes ook, dat vertelden deze groene rakkers mij laatst toen ik ze aan het klaarmaken was.

Te lang in de pan vonden ze toch echt te heet.

Of het koken van prei. Ook daarin verschillen wij van mening. Mijn geliefde doet er altijd een beetje azijn door en kookt ook deze groente lang. En ja, dat vind ik helemaal niks. Peper en zout, meer niet wat mij betreft. En ook niet te lang koken. Verder leven wij best wel in vrede met elkaar hoor, zijn dit eigenlijk maar speldenprikjes in onze relatie en zal ‘de liefde van de man’ gewoon zijn doorgang blijven vinden via de gebruikelijke weg, de maag. 

Want zij kan namelijk heel goed bakken!

En dat moet ik dan weer opeten. Het is vaak zo lekker dat ik naast het baksel ook nog vlinders voel in mijn buik. Dat weet ze en daar maakt ze handig gebruik van. In de keuken heeft ze bakboeken staan, onder andere van ene Rudolf. Dat is die gozer van TV, van 24 Kitchen. Soms is het hier in huis echt Rudolf voor en Rudolf na.

Dan voel ik mij als man behoorlijk ontmand zeg maar.

Ze ging dus zelf de peertjes schillen en al gauw hoorde ik wat gemopper. De schil was stug zei ze, waarop ik direct het schilmes voor haar ging aanzetten. Ik bood niet aan om te helpen met schillen want ja, dat wilde ze immers niet. Na enig gepuf moesten de peren gevierendeeld worden en nu werd ik wat zenuwachtig want daar moet je een goed mes voor gebruiken. Want een beetje stoer stoofpeertje laat zich niet zomaar het mes op de kruin zetten! Ik stond op en ging bij het aanrecht staan en keek hoe ze met het schilmesje de peer in vieren probeerde te snijden. Ze keek op en zonder een woord gezegd te hebben wist ik wat ze bedoelde:

“Doe ik het weer niet goed?”

Met dat ‘weer bedoelde ze het moment dat ze met de deegroller in de weer was voor een van haar taarten. Ik heb nogal de neiging mij er dan mee te bemoeien omdat ik ooit kokkie ben geweest. En dan leer je hoe je het deeg moet rollen met de deegroller. Het belangrijkste bij dit werkje is dat je tijdens het rollen het deeg regelmatig even los moet maken en bestuiven moet met bloem. Dan rolt het makkelijker uit.

Zij deed dat op dat moment niet.

En op de een of andere manier trek ik dan een smoel die boekdelen spreekt. En dat irriteert haar en ik snap dat. Als ik een klus doe waar ik niet goed in ben en er staat iemand met twee rechterhanden naar mij te kijken, irriteert mij dat ook. Vooral als ze dan zeggen: “Dat doe je verkeerd!” Daarom heb ik in de loop der jaren geleerd nooit te gaan klussen als er een ‘gediplomeerde’ bij staat.

Ik bracht het voorzichtig, met handschoenen aan zeg maar:

“Nee lieverd, je doet het hartstikke goed. Ik heb zo’n zin in dit baksel.” Dat is voor haar genoeg om door te vragen: “Wat doe ik niet goed?” “Niks lieverd, ik zou hooguit het deeg zo nu en dan even losmaken…en wat bestuiven..” en begon direct over iets anders.

Bijvoorbeeld bespreken wat ze de volgende dag wil eten.

Het schilmesje kwam duidelijk tekort om de harde peren te splijten. “Laat mij je even helpen!” zei ik en pakte mijn grootste koksmes. Ze liet het toe. Binnen no time waren alle peren gesneden en terwijl ik mijn mes schoonmaakte en weer in de la legde liet ik haar alleen met de rest van het proces. Dat was voor haar voldoende, nu kon ze ongestoord de wijn, suiker en kaneelstokjes toevoegen. De volgende dag waren de twee grote pannen met peren afgekoeld en ja, ze waren heerlijk. Ze vulde er tientallen bakjes en potjes mee want het was niet alleen voor ons zelf.

Vorig weekend was dus een appelweekend. Naast appeltaart stonden er nu allemaal potjes appelmoes. Allebei van zeer hoge kwaliteit. Om niet bij elk kopje koffie een stuk appeltaart te nemen besloten we een deel in te vriezen. Maar dat ging niet.

De vriezer lag vol met bakjes stoofperen…

Verantwoordelijkheden

Het zal tevergeefs zijn. Het komt toch niet aan, wie je er ook wat van laat zeggen. Dit was mijn eerste gedachte nadat ik las dat onze nationale komiek Jochem Meijer even zijn gal spuwde over het groepje ontkenners van het virus Covid19. Of, in zijn woorden, ‘mafklappers’. Het was best wel bijzonder dat juist hij dat ventileerde want hij is een cabaretier die je zelden uit zijn slof hoort schieten. Maar hij is wel iemand die uitverkochte zalen trekt. Misschien komt dat wel omdat hij een enorme positieve instelling heeft en dat is waar de meeste mensen toch naar verlangen. Dat straalt hij ook uit.

Daar heb ik niet even wat struinwerk op het internet voor nodig..

Maar ook hij zal niet gehoord worden door al die ontkenners, complotdenkers en aanverwanten die zichzelf rekenen tot een hogere orde dan wij, het eenvoudige volk. Wij zijn immers ‘bange schapen’ en laten ons leiden door angst en zij alleen, de ontkenners van het virus, weten de waarheid.

Oké, na wat uurtjes zoeken op het internet maar ze weten het wel!

Maar het is geen angst die ons de huidige regels doen respecteren. En het is ook geen angst om een bezoek aan mijn kinderen in Den Haag af te gelasten, zoals wij dit weekend helaas moesten doen. Of niet zoals wij ons voorgenomen hadden, naar mijn ouders gaan op Terschelling omdat ze ook niet meer de jongsten zijn. Nee, het is absoluut geen angst. Het is je verantwoordelijkheid nemen. Voor jezelf, maar ook voor familie of vrienden, met of zonder onderliggend lijden. Maar ook voor je werk, voor je je collega’s.

Daarom gaan gezond verstand en verantwoordelijkheid vaak prima samen.

Maar we bevinden ons momenteel in een hele rare situatie. Heel de wereld worstelt met het virus omdat men er (nog) te weinig van weet en een klein groepje blijft maar in de ontkennende modus zitten. En blijven ons, het gezonde verstand van Nederland, bestoken met hele rare weetjes. Ik hoef ze hier niet te herhalen maar van de week hoorde ik zelfs dat de corona patiënten in de ziekenhuizen eigenlijk acteurs zijn, ingezet door grotere, duistere machten.

Tja…..

En daarbij komen dan nog de politici die over elkaar heen rollen in plaats van eens goed samen te werken. Pak eens door met zijn allen zodat we straks weer alles kunnen doen wat wij voor de uitbraak van het virus ook deden. Even een harde reset, een bittere pil slikken of in de zure appel bijten, noem het zoals je het noemen wilt maar respecteer het. Maar ga niet onnodig lang debatteren over de fouten die er gemaakt worden in Den Haag.

Nee, los ze samen op!

En ja, wat voor beleid hoor ik je nu al zeggen. Maar daar zit nu juist de angel, men weet het (nog) niet. En tot zolang proberen we van alles om het gevecht tegen deze onzichtbare vijand te winnen. Zo simpel is deze realiteit. Maar nee, de oppositie gaat lekker vanaf de zijkant zitten blèren wat er allemaal fout gaat in hun ogen, of beter gezegd, in de ogen van hun eventuele kiezers. Bij de eerste golf leken ze nog mee te gaan in het beleid maar toen waren de verkiezingen nog relatief ver weg. Nu staan we aan de vooravond van de verkiezingen en ja, de waan van de dag maakt iedereen stapelgek.

Voor de goede orde, ik stem, dus ik mag hier iets over zeggen.

Maar het zijn niet alleen de politici die over elkaar heen buitelen. Ook alle deskundigen of zichzelf benoemde deskundigen die dagelijks de praatprogramma’s vullen maken er een zooitje van. Je vraagt je af waar ze toch steeds die tijd vandaan halen.

Alsof ze niets anders te doen hebben…

Aan de andere kant laat het maar zien dat alle meningen in dit land wél een podium krijgen. Terwijl dat door sommigen ontkent zal worden want die vinden dat de vrijheid van meningsuiting in gevaar is. Dat er grotere machten bezig zijn met allerlei plannetjes om zo de burgers onder de duim te krijgen. Raar, want als ze aan het demonstreren zijn en de media komt daar verslag van doen, belagen ze de medewerkers van die media met veel verbale, fysieke agressie en bedreigingen. Dan moet je niet raar opkijken dat de media je dan niet meer willen volgen, puur om de veiligheid van hun mensen te kunnen blijven waarborgen. Met andere woorden, wil je jouw mening delen?

Doeslief dan!

En oh ja, over vrijheid gesproken. Zijn we het verhaal van de 94-jarige Rotterdammer Jan Hoek vergeten? Die heeft tien jaar van zijn vrijheden in moeten leveren! En dat was nog in de tijd zonder Netflix, zonder internet, zonder elke tien minuten een trein, zonder een infrastructuur van schitterende snelwegen, zonder Thuisbezorgd.nl, zonder Gsm’s, zonder Whatsapp, zonder Facebook, zonder Bol.com, zonder accu’s op fietsen, zonder Mc Donalds of KFC, zonder voetbal voor-tijdens- en nabeschouwingen, zonder elk weekend schaatswedstrijden, zonder elk familielid een eigen auto, zonder kant en klare maaltijden bij de supermarkten en zonder elke dag een praatprogramma op de televisie. Ja, je vraagt je dan af, wat deden die mensen in die tijd dan allemaal?

Werken! Niks meer, niks minder.

En bouwen aan de beschaving waar jij en ik nu in mogen leven. Dus kijk eerst eens naar jezelf voordat je naar anderen wijst. Kap eens met dat wantrouwen naar alles. Ik ben 56 jaar en heb nog steeds een groot vertrouwen in de mensheid. Daar is niks naïefs aan, het is voor mij de werkelijkheid en daardoor kijk ik positief de wereld in. En geloof mij, dan is het leven veel leuker! En natuurlijk heb ik ook teleurstellingen gekend maar ik zet mij ertoe er niet in te blijven hangen.

Dat kost alleen maar (negatieve) energie.

Humor helpt ook. Dat weten mensen met een gezonde dosis humor. Denk daaraan als je in winkel of ziekenhuis gewezen wordt op de (tijdelijke) regels. Geloof mij, dan is het best te dragen.

Gedeelde smart is en blijft toch echt halve smart!

 

 

Kerkgangen

Nu we weer even weten hoe ze er in Staphorst bijlopen (en in nog vele andere plaatsen in Nederland), mag ik ervan uitgaan dat we de mensen die hoofddoekjes dragen vanwege hun geloofsovertuiging even met rust laten? Of beter, voor altijd! Het was gelukkig al redelijk rustig aan dat front omdat we de laatste tijd een andere ‘vijand’ hebben, namelijk het virus Covid 19 met al haar randverschijnselen.

En dan vooral met de randverschijnselen…

Want de beelden vanuit Staphorst met kerkgangers deden mij even terugvallen in de tijd. Alsof de tijd daar stil gestaan had. En dan denk ik: waarom gaan al die mensen die graag alles bij het oude willen houden, niet in Staphorst wonen. Want toen was alles beter.

Toch?

Het was natuurlijk een rare situatie. Overal is groepsvorming nu even niet handig maar deze beminde gelovigen dachten daar anders over. En ze gingen ook nog eens voor het zingen de kerk ín! Terwijl alle koren in ons land monddood gemaakt zijn zongen zij in Staphorst er lustig op los. Wie heeft dat eigenlijk bedacht, zingen in de kerk? Heeft Onze Lieve Heer dat ooit bedacht of was dat een van zijn discipelen? Niet dat ik wat tegen zingen heb, integendeel. Maar ik vond die liedjes in de kerk vaak onnavolgbaar, in tekst maar ook in melodie.

En daarbij, anderen kunnen veel beter zingen!

Daarom zong ik nooit mee als we naar de kerk gingen. En als mijn ouders dat in de gaten kregen, deed ik net alsof ik zong, ondertussen turend in het kerkboekje. De verhalen in die boekjes vond ik over het algemeen wel interessant, die las ik graag want dat waren best wel mooie verhalen. Maar ik las ze ook omdat ik mij vaak doodverveelde in de kerk. Ik vond het saai. Ondanks dat mijn vader ons altijd probeerde te triggeren om mee te gaan naar de kerk met zijn eigen bedachte tegelspreuk:

‘In de kerk is altijd werk!’

Nou, daar waren de meningen over verdeeld. Mijn zus deed wel braaf wat Pa zei maar mijn broer en ik dachten daar totaal anders over. Dat kwam mede door de situatie waar wij ons in bevonden. Want op Terschelling waren wij, katholieken, een minderheid. Tot 1960 hadden ze geen eigen kerk. Sterker nog, mijn vader werkte als timmerman bij Bouwbedrijf Van der Zee, het bouwbedrijf van zijn oom Regnerus van der Zee, de broer van mijn Oma. Ze kerkten in een (aangekocht) huis op West- Terschelling of in de werkplaats van het bouwbedrijf. Na de werkzaamheden op zaterdagochtend werd rond het middaguur de werkplaats schoongemaakt zodat er zondags twee diensten gehouden konden worden. Het magazijn diende als biechtstoel en kleedkamer.

Grappig, de vader van Jezus was ook timmerman!

Maar zomerdag werd dit te klein want de toeristen hadden Terschelling ook ontdekt en ja, sommigen onder hen namen God mee op vakantie! Regnerus van der Zee kreeg toen de opdracht een kerk te bouwen en dat gebouw kreeg de vorm van een tent, geheel passend in de gedachte van een toerist. Leuke bijzonderheid hieraan is dat de staalconstructie uit Hoogezand kwam.

Maar dit even terzijde.

‘We’ hadden nu een eigen, echte kerk, de Petrus de Visser kerk. Zomerdag werd daar flink gebruik van gemaakt. Als jochie vond ik het toen ook wel te doen want de kerk zat dan vol met toeristen in vrolijke toeristenkleding. Nee, daar zat niks Staphorsters bij. Ik keek dan lekker om mij heen en soms werd ik dan even voor een uurtje verliefd op een van de aanwezige toeristenmeisjes. Maar winterdag was het anders. Dan zat je soms alleen met je eigen gezin in de banken, met tegenover je de pastoor. Dat waren meestal de zaterdagavonden, voorafgaand op een avondje ‘Wie-kent-Kwis’ of de ‘André van Duinshow’. Een enkele keer bleef de televisie uit en gingen we tafelbiljarten of sjoelen met studenten van de Hogere Zeevaartschool. Deze jongens zaten op het internaat en gingen ook naar de kerk. Mijn ouders nodigden hen dan wel eens uit voor een bakkie koffie en wat huiselijke gezelligheid omdat ze niet naar hun eigen familie konden.

Dan moesten wij de zelfgemaakte tompoezen of de sneeuwster ineens delen!

Maar goed, we zaten er soms ook alleen met het eigen gezin. Ik weet nog goed dat de pastoor, terwijl hij keek naar twee chagrijnige broers, vroeg of we tijdens deze dienst wel zouden moeten gaan zingen. Heel even gloorde er hoop voor ons maar dat duurde maar een fractie van een seconde: mijn vader vond dat er prima gezongen kon worden!

En zo geschiedde, dit was nog uit de tijd dat Vaders wil wet was!

Om nog even terug te komen op dat zingen in de kerk, ik vind het wel mooi als een koor aan het zingen is. Dat zijn vaak getrainde stemmen en ik hoef mij dan enkel te concentreren op het luisteren. Neem bijvoorbeeld het ‘Ave Maria’, ooit door mijn nichtje Silvia schitterend gezongen in de Barbara-kerk te Vreeswijk, voor haar zus die ging trouwen. Of het lied ‘Uit ijzer en vuur’, een lekkere, vlotte meezinger van Huub Oosterhuis (ja, de pa van Trijntje en Tjeerd).

Bij dit liedje klom ik nog nét niet op de banken!

En ja, oké, de kerstliedjes waren ook wel leuk. Maar het grootste gedeelte van het jaar was het geen kerst en moesten we het doen met die saaie zooi. Daarom snap ik die lui in Staphorst niet. Denken ze dat ze onsterfelijk zijn of zo? Dat God hun behoedt voor het virus omdat ze elke zondag naar de kerk gaan? Naar de kerk gaan maakt je nog geen goed mens.

Ernaar leven wel.

Maar dan moet je het wel in een breed vlak bekijken. Dus niet enkel de Joods christelijke grondslag is zaligmakend. Nee, er is meer dan ons ‘eigen merk’, net zoals er meer is tussen hemel en aarde. Behandel anderen zoals jij ook behandeld zou willen worden.

De tekst op de Eerste Steen van de Petrus de Visser kerk was daar al vooruitstrevend in:

‘Gij zijt niet langer vreemdelingen en gasten.’

 

 

Het Heilige moeten

‘Het regent harder dan ik hebben kan.’ Deze prachtige zin, komende uit het gelijknamige liedje van Bløf, schoot door mijn hoofd nadat mijn vrouw een beetje mopperend door het huis liep. Een beetje hoor, een klein herfststormpje zeg maar. Het was aan het einde van een volle werkweek en dan snap ik ook wel dat het irritatielijntje wat dunner is.

Zij werkt in de zorg.

En ja, dan moet je constant alert zijn. Dat doet ze al decennialang met veel passie en liefde, inclusief een stralende lach. Maar sinds de Covid 19 uitbraken is het niet meer zo leuk en merk ik dat het haar tegen gaat staan. En zij is daar niet de enige in. Steeds vaker horen we dat het zorgpersoneel van alles over zich heen krijgen wanneer ze mensen aanspreken die zich niet aan de huidige Covid regels willen houden.

Zelfs de vrolijke inzet van Tik Tok Tammo lijkt het chagrijn in het OZG niet te kunnen keren.

Nee, er zijn nog steeds mensen die schijt hebben aan de huisregels van het ziekenhuis. Net zoals ze schijt hebben aan de huisregels van bijvoorbeeld Rederij Doeksen, de reder die de overtochten tussen Harlingen en de eilanden verzorgt. Of ze hebben schijt aan de huisregels van de Jumbo, de Plus, Albert Heijn, Aldi of wat voor soort winkel dan ook.

Wat is de definitie van huisregels eigenlijk?

Huisregels zijn regels die gelden in een bepaald gebouw, bijvoorbeeld in een openbaar gebouw, passagiersboot of winkel. Of in je eigen huis. Duidelijk verhaal lijkt mij. Dus als ze willen dat je een mondkapje draagt dan doe je dat gewoon. En mocht je het even vergeten zijn bij binnenkomst en een medewerker spreekt je daarop aan dan zet je eerst je breedste glimlach op en daarna direct het mondkapje.

En vervolgens een duim omhoog ten teken van waardering voor de medewerker.

Geloof mij, het leven wordt er dan alleen maar leuker op! En het heeft niets met angst te maken maar gewoon met alert zijn voor het ongewisse. En als we het ongewisse onder controle hebben kunnen we evalueren en daarna kan elke mening hierover zijn gelijk krijgen. Of zijn ongelijk, maar dat hoort bij het spel. En het scheelt een hoop gedram! Soms is het verstandiger om even je mening voor je te houden. Daarom besloot ik om even mee te gaan in de klaagzang van mijn vrouw. En ik deed wat op dat moment het verstandigste was:

Haar aankijken en goed luisteren.

“We moeten zoveel!” zei ze. “Ik moet fulltime werken, ik moet douchen, ik moet mijn haar föhnen, ik moet mij opmaken, ik moet flossen, ik moet de tuin vegen, ik moet sporten, ik moet strijken, ik moet wassen, ik moet wandelen, ik moet fietsen…Alles moet!”

“Klopt lieverd,” zei ik zo rustig mogelijk, “je hebt helemaal gelijk!” Terwijl ik dat zei bleef ik haar aankijken. Sterker nog, wij mannen worden geacht dat te doen, ook een aftakking van het begrip ‘het heilige moeten’. Al mijn zintuigen stonden nu voor de volle honderd procent op scherp zodat zij geen extra munitie kreeg om haar gemoedstoestand te versterken. Haar ogen spraken boekdelen. Ik zag haar denken: Neemt hij mij nou in de maling of is mijn man echt begripvol? Dat was weer voor mij de aanleiding om ook inhoudelijk verder te gaan met het onderwerp. En vooral niet met grappen en grollen voor de dag te komen.

Soms is zwijgen goud.

“Het lijkt wel alsof we geleefd worden, dat we van alles moeten want anders horen we er niet bij.” zei ik, met mijn meest oprechte gezicht. Opnieuw keek zij mij aan met die ogen van ongeloof. Nu moest ik doorzetten want het was vrijdagavond en ik wilde lekker gaan Netflixen met haar. En omdat de tijd vliegt wilde ik haast maken en was er geen plaats voor een echtelijk veldslagje. Daarbij doet zij precies hetzelfde als ik chagrijnig ben. Alleen gaat dat iets anders want ik ben een zwijger. Zij laat mij dan gewoon met rust en uiteindelijk vind ik mijzelf wel weer en keren we weer terug in het normale.

En komt ze er weken of maanden later op terug wat ik toen gezegd had…

Zal ik alvast de kaarsjes aansteken? Even schoot die gedachte door mijn hoofd maar nee, zaak was om nu binnen haar irritatiegrenzen te blijven en niet dingen te doen die ik anders ook nooit zou doen. Hoe vaak is zij ’s avonds niet thuisgekomen dat ik in het donker op de bank tv zat te kijken. Steevast kreeg ik ‘wat ongezellig’ naar mijn hoofd geslingerd dus als ik dat nu toch zou voorstellen dan wist ze gelijk dat ik haar in de maling nam.

De kaarsjes aansteken is nu eenmaal haar ding.

Als we dan naar bed gaan ben ik degene die de brand- en sluitronde moet lopen. Dat is een ongeschreven wet hier in huis. Zoals zoveel mensen een dagelijks ritme hebben. Ik besloot actief in haar malaise mee te gaan en liep met haar mee, richting de keuken. “Ik ben het met je eens hoor, heb respect voor je. Vooral hoe je jezelf altijd gered hebt. Helaas zitten daar veel dingen in die moeten en ja, na een volle werkweek kan de emmer nog wel eens overlopen.”

Ik vond het best goed en geloofwaardig klinken.

Dat vond zij ook want ik zag de ‘hij neemt mij niet serieus’ blik uit haar ogen verdwijnen.  “Kom, we gaan lekker televisiekijken!” voegde ik er snel aan toe. Ik zette snel de televisie aan en we vielen precies in het begin van ‘Bed & Breakfast’, háár favoriete programma. Net op het moment dat ik weg wilde zappen gilde zij enthousiast “Oooh, komt dat nu? Leuk!” en ze ging er eens lekker voor zitten, het gemopper zag je zo van haar afglijden dankzij het programma van deze bejaardenzender.

Ik zweeg. En dacht na over het voorgaande gemopper van haar. Over het ‘van alles moeten’. Zoals samen naar ‘Bed & Breakfast’ kijken.

Nu was ik chagrijnig!

 

 

 

 

Het bewijs is geleverd….

‘Gewoon je bek houden!’ Wat een prachtige, krachtige en duidelijke zin waarmee onze premier even uit zijn rol schoot en zichzelf als mens aan ons toonde. Even geen ambtelijk of polderend ‘eromheen’ draaiende zinnen maar gewoon duidelijke taal. De boodschap was bestemd voor de supporters van Feyenoord omdat ze te hard juichten. Of die van Willem II. Of je club wint altijd.

Dan verveelt je het juichen snel….

Maar heel het (media) land dook erop. Want dit kon niet en al gauw vlogen de opmerkingen om je oren: ‘Een minister-president nog wel’, ‘Juist hij heeft een voorbeeldfunctie’ en ‘Dit is níet normaal!’ Vervolgens doken alle soorten media er bovenop en was het land weer even te klein. Dat de premier zich later daar min of meer voor verontschuldigde was niet meer belangrijk. Want het kwaad was al geschied en ja, daar gaan we het weer eens de hele dag over hebben! Maar het aller grappigste was toch wel dat in de krochten van het Sociale Media, waar men dagelijks dit soort bewoordingen  bezigt (vaak vele malen erger), men er schande van sprak en vervolgens opnieuw de toetsenborden misbruikten.

Stelletje hypocrieten!

Maar het bewijs was weer geleverd. Zodra er door iemand buiten de lijntjes gekleurd wordt duiken allerlei media er bovenop, als een huiskat op een koolmeesje. Terwijl het gros van het land, de mensen met het gezonde verstand, de schouders ophaalden.

‘Eindelijk duidelijke taal!’

Om vervolgens weer verder te gaan met de dagelijkse bezigheden. Ik ook. Nadat ik de aardappelschillen in de groene container gegooid had, hoorde ik metaalachtige geluiden die ik op al die andere scheidingsdagen nog niet eerder gehoord had. Had ik soms het aardappelschilmesje vergeten uit de schillen te vissen? Dat is al eens eerder gebeurd dus het was geen rare gedachte. Maar deze keer klonk het anders. Ik keek voorzichtig in de bak die al een week open stond vanwege de vele vliegjes en wespen. Op de papiercontainer ernaast stond de door mijzelf gemaakte wespenvanger, een door de midden geknipte frisdrankfles waarvan de kant waar de dop zit er omgekeerd opgezet was. Een soort fuik zeg maar.

Ja, en de dop was er afgedraaid!

De fles vulde ik met bosbessen-ranja en heel veel échte suiker. Heel veel! Dat had ik van een eerder exemplaar geleerd want daar kwam geen wesp op af. Later kwam ik erachter dat het suikervrije ranja was.. Daarom de extra suiker zodat de wesp aan alle kanten geprikkeld werd om toe te happen. Of hij/zij moest niet van bosbessen limonade houden, dat kan natuurlijk. Afijn, het werkte goed want na een paar dagen zag ik heel wat zwart/gele lijkjes drijven.  

Ik zag dat in de GFT bak een stuk of zes energydrank blikjes lagen.

Dat moeten kinderen geweest zijn, de jeugd drinkt graag deze rommel. Ik nam het ze niet kwalijk dat ze het in mijn GFT bak gegooid hadden, hoor. Want het bewijst maar weer eens dat deze kinderen hebben begrepen dat blik niet op straat hoort. Ook had ik begrip voor het blikje wat op de grond ernaast lag. Want het is best vermoeiend om na een mislukte worp het blikje opnieuw op te pakken. Dat hoort bij pubers, alles is te veel als het over opruimen gaat. Misschien gooiden ze het ook wel weg omdat ze in een voorgaand, Covid-vrij leven, wel eens in Den Haag zijn wezen protesteren. Protesteren tegen de vervuiling van de wereld. Want daar moest wat aan gedaan worden. En ze kregen er vrij voor, waarmee maar weer aangetoond werd in wat voor een fijn land we leven, dat iedereen in dit land mag zeggen wat hij of zij wil.

En de ruimte krijgt om er iets van te zeggen!

Onze jongeren zijn echt niet gekker dan mijn generatie was op die leeftijd. Ook ik ben opgegroeid met vallen en opstaan en heb ook wel eens mis gemikt met een blikje. Maar de grote mond van Rutte viel ineens in het niet nadat enkele zichzelf ‘Bekende Nederlanders’ noemende jongens en meisjes hele rare dingen begonnen te zeggen. Ze behoren tot de groep ‘influencers’, mensen die via allerlei platforms van alles op het internet zetten. En die berichtjes worden weer bekeken door andere jongeren en als je het dan interessant genoeg maakt dan gaan die jongeren je volgen. De vraag blijft bij mij wel staan of het echt wel zo interessant is maar daarvoor ben ik waarschijnlijk al te veel een ouwe lul.

Ze filmen, bijvoorbeeld, hoe ze make-up opbrengen.

Of hoe je zit te gamen en wat je score is. Een vriend van mij, Ruben van 11, volgt bijvoorbeeld ene Enzo Knol. En Jan-Willem de Politie-vlogger. Best leuk denk ik dan. Wij hadden in onze jeugd geen influencers. We hadden alleen influenza. Deze was te verdelen in twee soorten: de gewone influenza en de manneninfluenza. Vooral die laatste heeft veel van zich doen spreken alhoewel we sinds de Covid er niet zoveel meer van horen. Want wij mannen hadden al een enorm respect voor de griep.

Toch, dames?

Maar goed, deze influencers plaatsten iets wat leek op een mening op het internet. Want zij voelden zich verantwoordelijk voor hun volgers. Dat lukte, en hoe! Ze kregen alle aandacht in alle soorten media en Nederland sprak er schande van. Zelfs het ‘viruswaanzin-volk’ hield zich even koest, ook omdat zij eigenlijk niet wisten wie deze ‘BN’ers’ waren… Een dag later gingen we de grenzen over met dit ‘nieuws’ en ook daar sprak men er schande van. Al snel werden al deze keutels weer ingetrokken, ik denk ook onder invloed van hun papa’s en mama’s want die werden er ook op aangekeken. Daarbij hoop ik ook dat de ouders van al die miljoenen volgers even een goed gesprek gaan voeren met hun kinderen.

Want je kinderen beschermen tegen onzin hoort ook bij de opvoeding.

Het is al sneu dat deze ‘Bekende Nederlanders’ niet in bescherming genomen worden alvorens ze iets uitkramen.  

Soms is ‘gewoon even je bek houden’ het verstandigste wat je kunt doen..

 

 

Kattenbelletjes

Dat katten gek zijn op vogeltjes wist ik wel maar ik wist niet dat het de gewone huiskatten waren die dat deden. Nee, ik dacht altijd dat het wilde katten betrof. Want deze categorie moet immers overleven zolang er niet bakjes met Whiskas of Royal Canin voor deze tijgertjes klaar staan. Dat zullen we gewoon moeten accepteren. Maar nu blijkt dat ook onze huiskat, die lieve, schattige pluizige (of kale) spinnende beestjes zeer waarschijnlijk, voordat ze bij je op schoot kruipen om even lekker te kroelen, hun buikjes vol hebben met musjes, koolmeesjes of roodborstjes.

Of bij grote trek, een lekker duifje!

Met andere woorden, stop maar met dat blikvoer want onze huis-tuin en- keukenkatten hebben liever van die vliegende gevleugelde hapjes. Persoonlijk zeg ik: terecht, welke jager is er niet groot mee geworden. Het zit in hun genen. Jagen of gejaagd worden, dat is de vraag. En iedereen weet natuurlijk dat katten en vogels geen vrienden van elkaar zijn. En laten we de muizen niet vergeten in dit verhaal, die hebben al helemaal geen goede verstandhouding met katten. Net als hun baasjes.  Die zien liever ook geen muizen over het aanrecht lopen. Daarom is het voor katten relatief makkelijk scoren is om bij het baasje in een goed blaadje te komen. Want wie heeft er niet een dooie muis op de mat gevonden, poeslief neergelegd door Spooky, Luna, Simbo, Wobbe of Tommie.

‘Cadeautje!’

Wij hebben geen kat omdat we BGH’ers zijn (Bewust-Geen-Huisdieren). Die keuze hebben we gemaakt na allebei een leven met een hond achter de rug gehad te hebben. Een bewuste keuze waar we nooit spijt van gehad hebben, ook omdat het voor kleine kinderen goed is om met dieren te leren omgaan. Maar nu zijn we dus BGH’ers omdat we vrij willen zijn in gaan en staan. Want huisdieren nemen is verantwoordelijkheid nemen, met andere woorden, je moet ze verzorgen en eten geven. En uitlaten. Ook als het hondenweer is. Wij hebben wellicht wél muizen maar die ben ik nog niet tegengekomen, die durven waarschijnlijk niet omdat we veel katten hebben in de wijk. En we hebben kikkers maar die vallen weer onder de categorie ‘wild’ en huppen zo nu en dan even de keuken binnen na een dikke regenbui.

Nooit geweten dat kikkers bang zijn om natte voeten te halen..

 

Ik heb niet zoveel met katten maar dat komt waarschijnlijk omdat mijn bijnaam ‘Muis’ is. Een soort ‘Tom & Jerry’ zeg maar. Voorheen zaten ze nog wel eens in mijn tuin maar ik heb ze duidelijk gemaakt dat ik dat niet wil. Nu lopen ze in een grote boog ons huis voorbij terwijl ze mij in de gaten houden. Want deze muis laat niet met zich sollen. Toch wil men een proefproces starten om huiskatten binnen te houden. Dat gaat het gezonde verstand voorbij. Een kat is nu eenmaal een jager en vogeltjes horen dat te weten. Dat zit in hun genen en dat wordt ze door hun ouders bijgebracht voordat ze uitvliegen. Ook al is het zielig, de natuur moet je met rust laten en wij mensen moeten dat gewoon accepteren. Want als we alles zielig gaan vinden dan komen er alleen maar dit soort regeltjes bij. En we hebben in dit land al het gevoel bedolven te worden onder regeltjes.

Maar daar zijn wij niet de enigen in.

Kijk maar eens naar onze buren, de Duitsers. Die zijn voornemens om mensen met honden te verplichten hun hond minimaal twee keer per dag uit te laten. Te bizar voor woorden zou je zeggen want honden laat je minimaal drie keer per dag uit. Dat kreeg ik mee in mijn opvoeding toen wij ‘leen-honden’ moesten verzorgen. Dat waren honden van kennissen die op vakantie gingen en dan mochten wij op ze passen voor twee of drie weken. Zeg maar als een soort compensatie voor het níet hebben van een hond. Zo leerden wij met dieren omgaan, praktisch en doeltreffend. Maar kennelijk zijn in Duitsland dit soort regels nodig, zijn er honden die geklaagd hebben dat ze te lang hun behoeftes in hebben moeten houden en willen ze dat deze regel in hun CAO komt te staan. Dan weet elke Duitser waar hij/zij aan begint als men overweegt een hond in huis te nemen en hoeven de honden niet meer jankend, blaffend en met de poten gekruist achter de voordeur te zitten wachten totdat ze uitgelaten worden.

Want dat is dieronterend!

Want kennelijk zijn we vergeten hoe we dieren moeten verzorgen. En zo is het met alles. We weten ook niet meer hoe we met elkaar om moeten gaan en is ‘ieder voor zich’ inmiddels standaard. En staat het je niet aan dan zet je gewoon een grote muil op om de ander te overtroeven, het liefst met zo grof mogelijk taalgebruik. Daarom begrijp ik wel dat er steeds meer regeltjes bijgekomen zijn in de jaren want we beginnen afwijkend gedrag te vertonen.

We vragen er zelf om.

Maar soms slaan we in die regeltjes ook weer door. Zo was er een mooie, jonge vrouw die geweigerd werd in een museum in Parijs, het Musée d’Orsay. Want haar decolleté was te diep uitgesneden. Ik heb de foto gezien van deze dame en kan alleen maar zeggen dat zij er fantastisch uitzag in haar kleurrijke jurk. Heel flauw gezegd zag ze eruit als een kunststukje, een Meesterwerk, perfect passend in haar omgeving.

Je kon haar zo inlijsten!

Maar omdat we in 2020 leven liet ik de foto ook zien aan mijn vrouw en een toevallig passerende vriendin. Ze vonden de jurk erg mooi maar toch ook een tikkeltje ordinair. Oké, ik ben als man iets gekleurd misschien en was het niet met ze eens. Mannen laten hun spieren toch ook zien? Ik dacht ineens aan de roerige jaren ’60, aan de seksuele revolutie na de truttigheid en onze eerste kennismaking met het begrip ‘emancipatie.’

Oftewel, de bevrijding voor de vrouw van wettelijke, sociale, politieke, morele of intellectuele beperkingen.

(NB, tijdens het schrijven van dit stukje zijn er rond de 2880 vogels gedood door huiskatten.)

Super Tinus

“Eigenlijk zouden we een praatgroep moeten oprichten.” zei ik tegen Tinus, nadat we tot de conclusie gekomen waren dat onze vrouwen best wel veel praten. We waren even bij hem en zijn vrouw Tineke langsgegaan omdat hij de boel achter huis op een hobbel had. De beschoeiing tussen tuin en sloot moest vervangen worden en ik was wel nieuwsgierig naar dit Deltawerkje.

Dan konden we het er even over hebben.

Maar we kregen de gelegenheid niet. De dames waren zo aan het kwakken dat wij er bij weg moesten lopen om onszelf enigszins verstaanbaar te maken. Het leidde enorm af. Want ik weet van mijzelf dat ik, zodra er meerdere mensen in mijn omgeving aan het praten zijn, niet meer geconcentreerd kan luisteren naar de persoon waar ikzelf mee in gesprek ben. Want dan gaan mijn oren zich spitsen naar wat die anderen zeggen en zie ik op een gegeven moment alleen nog maar een pratend gezicht voor mij waarvan de woorden in het luchtledige verdwijnen…

Terwijl in dit geval, Tinus, een begenadigd spreker is…

Hij kan spreken als de beste. Met humor. En zodra het over een van zijn klussen gaat, vaak hout gerelateerd, wordt hij met elke zin alleen maar enthousiaster. En ik ook. Ik hou van enthousiaste mensen. Dit soort mensen klagen ook nooit en dat waardeer ik weer want er wordt al genoeg geklaagd op deze wereld.

Terwijl Tinus heus wel reden tot klagen heeft.

Zo is hij enige tijd geleden geopereerd aan zijn bovenarm en dat is niet echt een verbetering geweest. Maar hij droeg zijn kruis als een kerel en je hoorde hem er niet over. Hij leerde met de pijn te leven en bleef ondertussen gewoon de mensen in zijn nabije omgeving helpen met klusjes. Zo plaatste hij een dakraam en een schutting en tussendoor maakte hij voor ons een plafondplaat waaraan onze nieuwe lampen gehangen werden. Ja, drie lampen om precies te zijn want die moesten boven de eettafel, een bedenksel van mijn huiskoningin. Wellicht geïnspireerd door een van de vele woonprogramma’s en Pinterest had ze besloten drie lampen daarop te hangen in plaats van gewoon eentje.

‘Oh middernacht, schijn niet één maar dríe lichies op mijn!’ zou Drukwerk dan zingen…

Toch ontschoot hem onlangs wel even een vloek want het ging even vreselijk mis. Hij had een mal gemaakt waarmee precies uitgemeten kon worden hoe ze kwamen te hangen. Daarvoor moest er wel even op de eettafel geklommen worden. Mijn vrouw bood spontaan aan om dat ‘even’ te doen, in eerste instantie natuurlijk omdat ze niet wilde dat Tinus zich aan dit waagstuk zou gaan wagen en ten tweede om te voorkomen dat ik de tafel zou bestijgen. En daarmee doelde ze ongemerkt op mijn overwicht in dit huishouden.

Herstel, overgewicht.

Want de tafel moest wel heel blijven moet ze gedacht hebben. En voordat Tinus en ik het in de gaten hadden vroeg ze Tinus de stoel even vast te houden en het volgende moment zette ze één voet op de tafel. De tafel was hier niet van gediend en helde direct vervaarlijk over bakboord waarna het schip leek te kapseizen. In datzelfde moment spande Super Tinus al zijn spieren, inclusief de uitbehandelde spieren in zijn bovenarm en greep mijn vrouw vast.

Drie seconden later stond ze weer met beide benen op de grond en de tafel stond weer op haar poten.

In plaats van een uithaal als een gillende keukenmeid begon ze keihard te lachen, wat zeg ik, te gieren van het lachen en hierdoor zette ze de lijkbleke aanwezigen behoorlijk te kijk. Tinus hapte naar adem en ik begon haar in mijn doodschrik enorm uit te foeteren.

Ze begon nu nog harder te lachen!

En wanneer zij begint te lachen dan slaat ze ook direct dubbel van het lachen. Letterlijk! Tinus begon zenuwachtig heen en weer te lopen en wist niet meer hoe hij het had. Tegelijkertijd wreef hij over zijn armen want die hadden een beste knauw gehad van de reddingsactie. En in plaats van enig begrip hierover bleef ze maar lachen, ondanks mijn vermaningen waarmee ik haar tot de orde trachtte te roepen. Uiteindelijk werd ze rustig en kon het meten alsnog uitgevoerd worden. Toen dat klaar was vroeg ik of Tinus nog een bakkie koffie wilde maar nee, dat was niet nodig en hij wist niet hoe gauw hij weg moest komen.

Weg van die vrouw die hem zo ontzettend deed schrikken!

Ze riep hem nog na: “Ben je zó geschrokken? Kom maar even bij mij op schoot!” Maar niks daarvan, hoofdschuddend koos hij het hazenpad. Ik rende achter hem aan de tuin uit waar zijn fiets stond, ondertussen mij ruim verontschuldigend voor het gedrag van mijn huisgenote. En ik beloofde hem dat als hij uiteindelijk de plaat zou komen ophangen, ik mijn vrouw uit de buurt van de klus zou houden.

“Kan je dat echt regelen?” zei hij en ik zag in zijn ogen een hoopvolle blik.

Toen hij daags erna de plaat kwam ophangen, keek hij eerst even voorzichtig langs het hor gordijn van onze achterdeur alvorens naar binnen te gaan. Gelukkig was ‘zij’ er niet en hadden we even een moment om er even over te praten. Om het hele horrorscenario nog eens door te nemen om te kijken waar het nou eigenlijk echt misgegaan was.

De conclusie was dat vrouwen gewoon veel praten.

“Omdat zij aan het praten was werden wij afgeleid.” zei ik tegen Tinus. “En jouw Tineke kwekt toch ook de hele dag door?” Tinus knikte instemmend. “Ja, dat klopt. Zij gaat altijd als eerste naar boven als we naar bed gaan en dan loopt ze al pratend naar boven. Ik kom altijd een klein uurtje later om haar nog wat yoghurt met wat fruit te brengen en ik zweer het je, dan praat ze nog!”

“Ja echt hè, dat doet die van mij ook! Ze denkt dat ik continue achter haar aanloop! Sterker nog, ze praat zelfs in haar slaap!”

In de stilte van de herkenning dronken wij zwijgend onze koffie.

 

 

 

 

Wonderlijke krachten

Het waren onrustige nachten afgelopen week. Dat kwam omdat er weer een volle maan op het menu stond. Dit best wel boeiende fenomeen heeft ook mijn aandacht maar mijn huisgenote gaat er helemaal op los. Dat komt waarschijnlijk omdat ze een vrouw is. Een collega van mij wist te vertellen dat de maan vrouwelijk is en de zon mannelijk en dat daarom vrouwen er wat meer mee hebben.

Ik wist dat niet.

Maar dat verklaarde waarschijnlijk wel waarom mijn vrouw er altijd zo enthousiast over is. En onrustig. En hyper de pieper. Toen van de week de maan in volle glorie zich aan ons toonde en ik bij haar in bed wilde stappen, moest ik wegduiken voor het raam wat ze had één helft van de gordijnen niet dichtgedaan. Ik kroop de laatste meters over de grond naar het bed anders zagen de buren mij in Adams’ kostuum voor het raam lopen.

Ik wilde de goede verstandhouding niet verpesten.

Mijn enthousiaste wederhelft snapte mijn reactie niet. “Dit is zooooo lekker zegt ze, in bed liggen en kijken naar de volle maan!” Ik zweeg en draaide mijzelf op de rechterzij waarna zij tegen mij aankroop, lepeltje-lepeltje, ons favoriete start- standje. Ik hield dat vijf minuten vol want het leek wel of ik tegen een bouwlamp aan moest kijken. Man, wat gaf die maan een licht! Ik stapte uit bed en gaf een slinger aan het gordijn waarna ik achter mijn rug direct commentaar hoorde:

“Wat doe je nou?”

“Ik doe het gordijn dicht! Ik kan zo niet slapen met al dat licht wat in mijn bakkes schijnt!” en kroop lichtelijk geïrriteerd weer in bed. “En daarbij, jij hebt er geen last van want je ligt verscholen achter mijn rug…” Klagend over zoveel onrecht draaide zij zich nu mij de rug toe, het standje welke wij meestal pas na een kwartiertje inzetten. Ik kon eerst de slaap niet vatten want de vraag bleef maar in mijn hoofd malen wat vrouwen toch hebben met die maan? Mijn moeder is ook al zo’n liefhebster. Zij vertelde mij regelmatig dat ze weer midden in de nacht haar bed uitgegaan was en op de dijk ging zitten.

Om te kijken naar de maan, in alle rust.

Of ze sleepte mijn vader mee en dan bespraken ze hun gedachtes van dat moment uit over het door het maanlicht verlichte Waddenwater. Romantiek ten top. En misschien was dit ook wel een van de ingrediënten voor de basis van een goed huwelijk, de reden dat ze nog steeds bij elkaar zijn en de reden dat zij nog steeds gek met elkaar zijn. Zou dat het zijn?  Dat vrouwen veel met de maan hebben, vanwege de romantiek die er onlosmakend mee verbonden is? Of komt het nog uit de tijd dat de eerste heksen zich manifesteerden? Die werden ook behoorlijk onrustig wanneer het volle maan was.

Denk aan de plaatjes van een volle maan, met door het beeld een heks op een bezem.

Als je er even naar Googled kom je ontzettend veel informatie tegen over de maan, over haar krachten. Krachten die even de boel uit het ritme halen. Want velen onder ons hebben vaste ritmes, structuur om je staande te houden in het leven. Daar is niks mis mee hoor, ik heb zelf ook vaste gewoontes. Maar je moet wel zorgen dat er wat uitspattingen zijn. Een verjaardag, een vakantie of een spontaan bezoekje brengen aan mensen kunnen even een positieve boost geven. Daarmee schud je de boel op zeg maar, even uit het vaste patroon stappen.

En soms word je opgeschud door anderen!

Zo werden wij in mei ineens oma en opa van een prachtige kleindochter. Ineens werd ik door mensen om mij heen betiteld als ‘opa’ en ja, daar moest ik wel even aan wennen. Mijn vrouw niet, die was er helemaal klaar voor en genoot in al haar nopjes. Twee weken terugkwam ons prinsesje logeren, samen met haar gevolg: moeder, vader en oom.

Vrijdagavond kwamen ze en zondagmiddag gingen ze weer terug naar Den Haag.

Toen ik die zaterdagmorgen zachtjes naar beneden liep om voorbereidingen te treffen voor het ontbijt, werd ik verrast door een prachtig mooi tafereeltje. In de stilte van de nieuwe dag zag ik de jonge moeder in de kamer zitten, met op haar schoot haar dochtertje en ernaast de trotse vader.

Het ontroerde mij.

Waarom? Ja, waarom. In eerste instantie natuurlijk omdat het een liefdevol tafereel was. Twee jonge ouders, nog gekleed in slaap outfit, die volop zaten te genieten van hun mooie dochtertje. Het kindje lag in haar nieuwe pyjamaatje (de avond ervoor nog even snel gekocht door Oma want ‘Dat is zo leuk om te geven..’) te genieten van de liefde van haar ouders en brabbelde er vrolijk op los. Heel even dacht ik ‘Ooopaaaaaaa’ te horen maar dat bleek enkel de wens van de gedachte. Ten tweede ontroerde het mij vanwege de serene stilte in de huiskamer. Er werd zachtjes gepraat maar dat werd opgezogen door de stilte van het moment, zo nu en dan zachtjes onderbroken door de prille geluidjes van het nieuwe leven.

Zelfs mijn zoon was stil!

Maar het ontroerde mij misschien ook wel omdat het je weer op de feiten drukt. Een nieuw hoofdstuk, deze keer echt tastbaar want er zat geen digitaal schermpje tussen. Dat besefte ik nadat de kleine meid in mijn armen werd gelegd. Zij keek mij aan en we hadden één op één contact. Ik voelde krachten in mij loskomen waar ik even aan moest wennen.

Maan versus Zon zeg maar.

Krachten waar ik geen vinger achter kan leggen. Ik heb enkel de wetenschap dat de maan wat doet met ons mensen want daar zijn de meeste deskundigen het wel over eens. Door mijn kleine onderzoekjes op het WereldWijde Web weet ik wél dat het 1 oktober weer volle maan is. Ik heb een notitie gemaakt in mijn agenda zodat ik niet voor verrassingen kom te staan.

Dat ik nu precies weet wanneer ik mijn pyjama aan moet doen!

 

Het seizoen is geopend!

Het bladblaasseizoen lijkt dit jaar vroeg te beginnen. Met van de week de eerste herfstdag in de zomer zag ik ook de eerste bladblazer alweer aan het werk. Normaal gesproken heb ik een hekel aan die dingen. En dan met name het geluid wat ze voortbrengen. Menig uitslaap dag werd verpest doordat iemand ’s morgensvroeg al begon te blazen. En die dingen lijken zich razendsnel te vermenigvuldigen want tegenwoordig lijkt het wel of iedereen zo’n ding heeft.

Iedereen?

Nee, één huishouden in Winschoten nog niet. Nog niet inderdaad, maar de druk wordt groter en groter. Want de ene helft van dit huishouden wil een bladblazer en de andere helft wil niet zo’n ding.

Drie keer raden wie..

Vroeg in dit jaar was ik bijna overstag gegaan. De Aldi had van die dingen te koop en in een vlaag van verstandsverbijstering stelde ik ineens aan mijn vrouw voor om er daar eentje te kopen. Want naast de gezellige prijs van dit ding was het ook nog een draadloze en geheel elektrisch. Qua geluid dus ‘uitslapers’ vriendelijk. Mijn vrouw maakte in haar hoofd een vreugdesprongetje want ze wist dat zij het vooral niet moest laten merken. Zij was allang klaar met al dat spul wat steeds van de bomen in onze tuin viel, de zaden van de Iep naast ons huis. Ook ik had mij gestoord aan dat spul want je liep het telkens naar binnen. En je kon er niet tegenaan vegen. Het kwam ook in mijn irritatiezone…

En ja, in de herfst kwam de rest van de boom naar beneden!

Om de koe maar direct bij de horens te vatten stonden we even later bij de winkel. Omdat het regende bleef zij in de auto zitten en ik beloofde haar met een bladblazer terug te komen. Voor in de winkel stond een hele stapel bladblazers maar de accu’s die ervoor nodig waren lagen in de winkel. Na een speurtocht tussen al het gebodene kwam ik bij navraag bij een van de medewerkers erachter dat de accu’s op waren.

Ik zag dat als een teken.

“We lenen die van je vader wel!” zei ik resoluut terwijl ik behoorlijk nat van de regen weer instapte. “Of we kijken nog wel even bij andere bladblazerwinkels.” Vrouwlief zweeg, ze wist dat een leven met een bladblazer weer even ver was dan in het leven ervoor. En ja, hij had ook wel gelijk, we konden die van haar vader ook wel lenen. De rest van het jaar werd er niet meer gesproken over een bladblazer en we leefden nog lang en gelukkig.

Ondanks de vele bladblazers (én de hogedrukspuiten) die onze buurt rijk is.

Door die vroege bladblazer die ik van de week spotte zit ik nu alweer met mijn hoofd in herfstsferen. Dat komt ook door al dat negativisme op de wereld. Ik begrijp dat niet. Terwijl mensen om ons heen dagelijks moeten knokken tegen de verwoestende werking van ziektes of geliefden veel te vroeg verliezen door een ongeluk, zie je een deel van de mensheid continu overal tegenaan trappen. Dwarsliggers die op een agressieve manier hun mening proberen op te dringen en daarmee vergeten te doen waarvoor ze ooit op de wereld gezet zijn.

En dat is leven.

Ook ik weet donders goed dat ik mij druk maak om niks wat betreft die bladblazers. Ik ga dan ook geen Facebook pagina beginnen met bijvoorbeeld de titel ‘Bladblazerwaanzin’. Of naar Den Haag om daar te demonstreren tegen bladblazers en aanverwante irritante artikelen. Want er hebben zo ontzettend veel mensen in dit land baat bij een goede bladblazer en ja, waarom zou ik hun leefgenot dan dwarsbomen.

Nee, ik probeer juist nu meer van het leven te genieten. Bijvoorbeeld door weer eens boswandelingen te maken. Maar dan moet je tegenwoordig wel goed uitkijken waar je loopt want er is iets raars aan de hand. De bossen worden namelijk tegenwoordig bezocht door zogenaamde ‘bospoepers’. Dit zijn mensen die vanwege de Corona beperkingen ineens weer het bos ingaan en er dan achter komen dat er in die bossen geen toiletten zijn.

Nou ja zeg, dat is raar!

Want waar ze voorheen altijd heengingen waren er altijd toiletten aanwezig, vaste of mobiele maar je kon er om een boodschap gaan zeg maar. En wat moet je dan als de nood hoog is? Juist, dan laat je je broek zakken en ga je je kunstje draaien in de volle natuur. Het boswachtersgilde wist zelfs te vertellen dat sommigen de gedachte hebben dat ze met hun ‘gift’ de natuur een groot plezier doen.

Nou, daar denkt de natuur echt anders over!

En de boswachters ook. En de mensen die al hun hele leven door de bossen lopen ook. Het is gewoon goor, vies en abnormaal. Of hebben deze mensen teveel naar die survival programma’s op National Geographic gekeken? Je weet wel, die programma’s dat ze zo’n Super Padvinder volgen met een camera in een afgelegen gebied. Je ziet dan dat die gasten zich voeden met wat de natuur hen geeft, zoals bijvoorbeeld van die dikke, witte wormen. Volgens de voice-over is die worm zeer eiwitrijk en voedzaam. En vervolgens komen de sprinkhanen, mieren en andere veel voorkomende griezels aan de beurt en zien we de ‘overlever’ het ongedierte wegspoelen door te drinken uit een brandschoon bosbeekje.

En als de camera gestopt is schuiven ze snel aan bij de maaltijd voor de crew…

Maar je ziet ze nooit poepen en dat zal wellicht te maken hebben met onze beschaving. Daarom is het wel raar dat onze bossen onder gescheten worden. Tuurlijk, soms kan je ‘huishouden’ door bepaalde omstandigheden in de war geraakt zijn waardoor de controle even weg is. Maar graaf dan een kuil! En veeg de boel dan af met een toevallig voorbijkomend konijn of eekhoorn in plaats van tissues of van die zogenaamde ‘natte’ doekies waarmee je tegenwoordig ook je winkelwagentje mee moet schoonmaken.

Je zou haast zeggen dat deze bospoepers met voorbedachten rade naar het bos gaan..

Oké, dat scheelt thuis wel weer irritaties!

 

 

 

 

 

 

 

 

Het bladblaasseizoen lijkt dit jaar vroeg te beginnen. Met van de week de eerste herfstdag in de zomer zag ik ook de eerste bladblazer alweer aan het werk. Normaal gesproken heb ik een hekel aan die dingen. En dan met name het geluid wat ze voortbrengen. Menig uitslaap dag werd verpest doordat iemand ’s morgensvroeg al begon te blazen. En die dingen lijken zich razendsnel te vermenigvuldigen want tegenwoordig lijkt het wel of iedereen zo’n ding heeft.

Iedereen?

Nee, één huishouden in Winschoten nog niet. Nog niet inderdaad, maar de druk wordt groter en groter. Want de ene helft van dit huishouden wil een bladblazer en de andere helft wil niet zo’n ding.

Drie keer raden wie..

Vroeg in dit jaar was ik bijna overstag gegaan. De Aldi had van die dingen te koop en in een vlaag van verstandsverbijstering stelde ik ineens aan mijn vrouw voor om er daar eentje te kopen. Want naast de gezellige prijs van dit ding was het ook nog een draadloze en geheel elektrisch. Qua geluid dus ‘uitslapers’ vriendelijk. Mijn vrouw maakte in haar hoofd een vreugdesprongetje want ze wist dat zij het vooral niet moest laten merken. Zij was allang klaar met al dat spul wat steeds van de bomen in onze tuin viel, de zaden van de Iep naast ons huis. Ook ik had mij gestoord aan dat spul want je liep het telkens naar binnen. En je kon er niet tegenaan vegen. Het kwam ook in mijn irritatiezone…

En ja, in de herfst kwam de rest van de boom naar beneden!

Om de koe maar direct bij de horens te vatten stonden we even later bij de winkel. Omdat het regende bleef zij in de auto zitten en ik beloofde haar met een bladblazer terug te komen. Voor in de winkel stond een hele stapel bladblazers maar de accu’s die ervoor nodig waren lagen in de winkel. Na een speurtocht tussen al het gebodene kwam ik bij navraag bij een van de medewerkers erachter dat de accu’s op waren.

Ik zag dat als een teken.

“We lenen die van je vader wel!” zei ik resoluut terwijl ik behoorlijk nat van de regen weer instapte. “Of we kijken nog wel even bij andere bladblazerwinkels.” Vrouwlief zweeg, ze wist dat een leven met een bladblazer weer even ver was dan in het leven ervoor. En ja, hij had ook wel gelijk, we konden die van haar vader ook wel lenen. De rest van het jaar werd er niet meer gesproken over een bladblazer en we leefden nog lang en gelukkig.

Ondanks de vele bladblazers (én de hogedrukspuiten) die onze buurt rijk is.

Door die vroege bladblazer die ik van de week spotte zit ik nu alweer met mijn hoofd in herfstsferen. Dat komt ook door al dat negativisme op de wereld. Ik begrijp dat niet. Terwijl mensen om ons heen dagelijks moeten knokken tegen de verwoestende werking van ziektes of geliefden veel te vroeg verliezen door een ongeluk, zie je een deel van de mensheid continu overal tegenaan trappen. Dwarsliggers die op een agressieve manier hun mening proberen op te dringen en daarmee vergeten te doen waarvoor ze ooit op de wereld gezet zijn.

En dat is leven.

Ook ik weet donders goed dat ik mij druk maak om niks wat betreft die bladblazers. Ik ga dan ook geen Facebook pagina beginnen met bijvoorbeeld de titel ‘Bladblazerwaanzin’. Of naar Den Haag om daar te demonstreren tegen bladblazers en aanverwante irritante artikelen. Want er hebben zo ontzettend veel mensen in dit land baat bij een goede bladblazer en ja, waarom zou ik hun leefgenot dan dwarsbomen.

Nee, ik probeer juist nu meer van het leven te genieten. Bijvoorbeeld door weer eens boswandelingen te maken. Maar dan moet je tegenwoordig wel goed uitkijken waar je loopt want er is iets raars aan de hand. De bossen worden namelijk tegenwoordig bezocht door zogenaamde ‘bospoepers’. Dit zijn mensen die vanwege de Corona beperkingen ineens weer het bos ingaan en er dan achter komen dat er in die bossen geen toiletten zijn.

Nou ja zeg, dat is raar!

Want waar ze voorheen altijd heengingen waren er altijd toiletten aanwezig, vaste of mobiele maar je kon er om een boodschap gaan zeg maar. En wat moet je dan als de nood hoog is? Juist, dan laat je je broek zakken en ga je je kunstje draaien in de volle natuur. Het boswachtersgilde wist zelfs te vertellen dat sommigen de gedachte hebben dat ze met hun ‘gift’ de natuur een groot plezier doen.

Nou, daar denkt de natuur echt anders over!

En de boswachters ook. En de mensen die al hun hele leven door de bossen lopen ook. Het is gewoon goor, vies en abnormaal. Of hebben deze mensen teveel naar die survival programma’s op National Geographic gekeken? Je weet wel, die programma’s dat ze zo’n Super Padvinder volgen met een camera in een afgelegen gebied. Je ziet dan dat die gasten zich voeden met wat de natuur hen geeft, zoals bijvoorbeeld van die dikke, witte wormen. Volgens de voice-over is die worm zeer eiwitrijk en voedzaam. En vervolgens komen de sprinkhanen, mieren en andere veel voorkomende griezels aan de beurt en zien we de ‘overlever’ het ongedierte wegspoelen door te drinken uit een brandschoon bosbeekje.

En als de camera gestopt is schuiven ze snel aan bij de maaltijd voor de crew…

Maar je ziet ze nooit poepen en dat zal wellicht te maken hebben met onze beschaving. Daarom is het wel raar dat onze bossen onder gescheten worden. Tuurlijk, soms kan je ‘huishouden’ door bepaalde omstandigheden in de war geraakt zijn waardoor de controle even weg is. Maar graaf dan een kuil! En veeg de boel dan af met een toevallig voorbijkomend konijn of eekhoorn in plaats van tissues of van die zogenaamde ‘natte’ doekies waarmee je tegenwoordig ook je winkelwagentje mee moet schoonmaken.

Je zou haast zeggen dat deze bospoepers met voorbedachten rade naar het bos gaan..

Oké, dat scheelt thuis wel weer irritaties!

 

 

 

 

 

 

 

 

Van alle markten thuis..

We leven in een tijd dat de man/vrouw/gender neutrale gelijk zouden moeten zijn. Dat proces is al een ‘tijdje’ aan de gang, weliswaar met vallen en opstaan maar we doen ons best. Als je daarin kan berusten dan komt het uiteindelijk wel weer goed. Dat is eigenlijk met alles zo. Daarnaast valt het kwartje bij de één nu eenmaal sneller als bij de andere. Als ik even naar mijzelf kijk was ik ook niet zo’n snuggere leerling. 

Ik had bijvoorbeeld nooit geleerd hoe ik moet strijken!

Ja, nu ken ik het wel maar het heeft ruim 48 jaar geduurd. Dat was nadat ik weer op mijzelf kwam te wonen, na mijn scheiding. Natuurlijk had ik wel eens bij de strijkplank gestaan maar de finesse van het strijken was voor mij net zo onduidelijk als destijds de uitleg van mijn wiskundeleraar op de MAVO, over een moeilijke som. Ik was van de categorie ‘ik stond erbij en ik keek ernaar’, het kwartje wilde toen al niet vallen. Maar tijden veranderen en ook ik probeer mee te veren met de veranderingen die in elk leven voor zullen komen. Want als je dat niet doet verzuur je en sta je ineens totaal respectloos en agressief een Haagse agent verbaal aan te vallen. Alsof hij of zij de veroorzaker is van de reden dat jij demonstreert….

Met andere woorden: Het leven is een feestje maar je moet wel zelf de slingers ophangen!

Het strijken leerde ik op veilige afstand, wij waren zeg maar de Covid proof. Ik stond in Den Haag voor de strijkplank en via een ‘livestream’ had ik contact met mijn vriendin, nu echtgenote, in Winschoten. Zij vertelde mij dan hoe ik T-shirts, overhemden en broeken moest strijken en, op zich een leuke bijkomstigheid, hoe ik het op moest vouwen. Ja, ik beken. Ik beken dat ik kan strijken. En om alle vooroordelen direct maar even de kop in te drukken:

Aan de ene kant van de strijkplank stond een glas whisky en aan de andere kant de asbak met peuk!

Dat werkte prima. Maar ook de aanmoedigingen van mijn Leermeesteres aan de andere kant van de digitale stream gaf mij enorm veel zelfvertrouwen. Vanaf die tijd draaide ik mij niet om als er gestreken moest worden en stond ik mijn mannetje om deze huishoudelijke taak uit te voeren. Maar tussen de strijkbeurten door ontstond er toch een klein probleempje. En dat probleempje ontstond niet alleen hier in huis maar ook in andere huishoudens. En daardoor werd het een landelijk probleem en tevens een struikelblok voor al die geëmancipeerde mannen die mee wilden gaan met hun tijd. 

Want de dames vonden dat wij het niet goed deden!

Die dames hadden geen vertrouwen in een goed afloop. Sla de Libelle, de Linda of de Margriet of de Viva er maar op na: ze doen het liever zelf want dan weten ze tenminste dat het goed gebeurt. In de praktijk, ik vertel nu uit eigen ervaring, bleek dat het linker kraagje van het poloshirt ‘vergeten’ was. Of er zat toch nog een kreuk in dat ene overhemd. Dat klopte. Dat was mijn werkoverhemd. Maar ik wist dat er een trui over gedragen werd dus ach, dat kreukje ziet niemand. Soms gaat de strijkbout sneller dan het geluid omdat ik graag sneller en sneller wil want dan kan ik daarna weer een ander huishoudelijk klusje doen.

Grapje!

Toch is het best wel irritant voor ons mannen dat vrouwen zo doen. En mocht je geen opmerking krijgen over het strijkwerk dan maken ze wel opmerkingen over onze vouwkunsten. Want een handdoek opvouwen is niet een handdoek opvouwen maar een kunstwerk. Nu moet ik toegeven dat vrouwen briljant zijn met vouwen. Moet je maar eens opletten als je in een kledingwinkel bent. Dan ben je het ene na het andere aan het passen en de berg met gepaste kleding wordt groter en groter. Nadat de keuzes gemaakt zijn loop je met de berg kleding naar de kassa en dan begint het.

Een cursus kleding vouwen.

Ook hier sta ik erbij en ik keek ernaar maar hoe het moet dringt niet tot mij door. Het is wiskunde en wiskunde is logica maar ik zie het niet. Ik kijk dan altijd maar wat rond of ik probeer de dame die mijn gekozen kleding aan het opvouwen is af te leiden door grapjes te maken of over een actueel onderwerp te beginnen. Over dat Den Haag overspoeld wordt door demonstranten de laatste tijd. En de Scheveningers overspoeld worden door dagjesmensen en dat ze daarom zelf uren in de file komen te staan als ze uit hun werk komen. En dat al die mensen niet in de gaten hebben dat er meer is in het leven dan door te blijven zeiken over de door de regering opgelegde maatregelen tegen corona of dat er meer kuststroken zijn waar je op het strand kan zitten zonder uren in de file te staan. 

En ze was het eens want ook winkeliers hebben te maken met die grote smoelen.

En vervolgens kreeg ik een tas mee met keurig opgevouwen nieuwe kleding, plus een glimlach. Gratis. Voor niks. Of niet helemaal voor niks, ik kreeg de glimlach omdat ik haar respecteerde. Bij mij thuis wordt er ook veel gelachen en zo nu en dan krijg ik ook een glimlach toegeworpen. Bijvoorbeeld nadat ik een klusje gedaan heb. Van de week moest ik op de ‘babykamer’ van onze kleindochter een lampje en een kapstokje ophangen want dit weekend komt ze met haar ouders. Het verzoek was maandag al ingediend maar ik heb altijd even wat denktijd nodig alvorens ik aan de slag ga.

Voor een zogenaamd ‘Plan van Aanpak’.

Vrijdagmorgen rond elf uur was de klus geklaard en riep ik enthousiast “Kama-jaja-jippie-jippie-jeey!!” In het kielzog van deze klus besloot ik direct maar even om wat overhemden weg te strijken en diezelfde avond werd alles gekeurd door Hare Majesteit de Keurmeesteres zelf. 

Het babykamer klusje werd goedgekeurd. 

Wat betreft het strijkwerk kreeg ik slechts een glimlach…

 

  

Als de temperaturen stijgen….

Na het drinken van de zoveelste fles water heb ik het gevoel dat er binnen in mij een aquarium aan het ontstaan is. Ik hoef enkel nog wat visjes naar binnen te slurpen en mijn eigen aquarium is een feit. Mijn favoriete visje is toch wel de sluierstaart goudvis, die zwemt altijd zo sierlijk en dat kriebelt lekker van binnen.

Voorgaande is typisch een geval dat de mens raar gaat doen als de temperaturen stijgen.

Veel water drinken was het advies maar niet teveel blijkt wel. Toch hield ik mij er maar aan want deze hitte is niet aan mij besteed, ik voel mij er ook doodongelukkig bij. ’s Avonds kwam ik pas weer tot leven en kon ik zelfs redelijk genieten van het buiten zitten. Redelijk, omdat de aanvallen van enkele gesjeesde bloedslurpende muggen mij zwaar irriteerden. Of nog erger, aangevallen worden door die blauwe gore vliegen!

Van ‘eigen kweek’, geproduceerd in onze eigen containers…

Ik heb niks met die hitte! Toch heb ik één keer in mijn leven dit soort warmte opgezocht, dat was een vakantie naar  Spanje, Llagostera. Dit land was toen zeer geliefd onder de Nederlanders en massaal vierden men daar de vakanties. Zelfs de Vakantieman, Frits Bom, maakte vanuit Spanje programma’s over vakantie vierend Nederland, inclusief het hilarische onderwerp ‘de Vakantie- Landkaart’.

Wij zaten in een huisje op ‘maar’ twintig minuten rijden van het strand.

Maar dan moest er eerst wel even 1400 kilometer met de auto afgelegd worden alvorens ik mij kon laven aan het beloofde strand, aan de Middellandse Zee. Op zich was dat wel een openbaring voor mij want dit water was zo helder als glas. Maar doordat ik hier zo van onder de indruk was, had ik niet in de gaten dat de zon volop bezig was met het bestoken van mijn spierwitte lijf. Ik deed op die eerste dag allemaal stranddingen zoals volleyballen, zandkastelen bouwen, Beach ballen, snorkelen en voetballen. Er ging voor mij een wereld open en ik genoot met volle teugen.

Daarna kon ik de rest van de vakantie alleen nog maar stilzitten onder een parasol..

Als een kreeft was ik. Verbrand van top tot teen. Dat was mijn eerste ervaring met warmere oorden en tevens mijn laatste. Alle vakanties erna verbleef ik ‘gewoon’ binnen de landsgrenzen en ik vermaakte mij prima door het prettige klimaat wat wij hier hadden, het zogenaamde milde zeeklimaat. Hadden ja, want de laatste jaren lijkt het wel of we opnieuw veroverd dreigen te worden door de Spanjaarden want de zomers hier zijn snikheet. Een vervolg op de 80 jarige oorlog wellicht. Het mediterrane klimaat breidt zich uit over Europa. Want we hebben nu al een aantal zomers achter elkaar de ene hittegolf na de andere en dat maakt mij best wel nerveus. Om het Spaans benauwd van te krijgen!

Daarom probeer ik nu te leven als een Spanjaard.

Zo stond ik op mijn vrije dagen extra vroeg op om volop te kunnen genieten van de ochtend ‘koelte’. Vervolgens deed ik de nodige boodschappen en ging dan snel weer naar huis. Na het middaguur begon mijn siësta, dan trok ik mij een poosje terug in de slaapkamer met mijn ventilator. Deze zeer gewaardeerde aankoop stond de hele dag aan. Als we buiten gingen eten sleepte ik het ding de tuin in en richtte ik ‘m op de eettafel zodat het insectengespuis even elders konden gaan klieren. En zodra we naar bed gingen nam ik ‘m mee naar de slaapkamer waarna de kunstmatig opgewekte wind ons de lakens van de billen blies. Natuurlijk is de ventilator niet geruisloos, wat heet, maar ik sloot mij er gewoon voor af door de ogen dicht te doen en net te doen alsof ik op het strand lag.

Maar dan zonder meeuwengekrijs.

Wij waren niet de enigen die zo de strijd aangingen met de hitte, hoor. Overal om ons heen hoorden we van dit soort verhalen. En naast de mens leken ook de vogels last te hebben van de warmte. Normaliter vliegen hier achter huis hele zwermen mussen maar die zie ik al dagen niet meer. Zelfs nadat ik de quicheschaal (zie ook: https://www.oldambtnu.nl/2019/08/11/column-stille-boel/) weer tevoorschijn gehaald had om zo een zwembadje voor ze te creëren op het schuurdak, lieten ze zich niet zien. Enkel de familie Ekster maakte hier opnieuw dankbaar gebruik van en zij plonsden en dronken er lustig op los.

Maar we zijn die hitte niet gewend.

De basis voor irritaties. Want met het stijgen van de temperaturen zie je de lontjes van verdraagzaamheid ook korter worden. Op (A) Social Media vechten allerlei kampen met elkaar over hun gelijk want we pikken immers niks meer en zelfs de jeugd van Giethoorn deed van zich spreken omdat ze de toeristen ‘terroriseerden’ met bommetjes vanaf de bruggen.

De warmte lijkt ook de ouderwetse humor verdreven te hebben.

En natuurlijk grijpen de populisten ook hun kans (bij gebrek aan echt goede ideeën). Zij maken dankbaar gebruik van verschrikkelijke moorden in dit land of een statement van een Amerikaans bedrijf, om precies te zijn Facebook. Dit medium wil verbinden maar raakt steeds meer betrokken bij het ontbinden, of nog erger, ontwrichten van een maatschappij. Het begint een kotsbak te worden voor onderbuikgevoelens en haat, gevoed door afgunst en een tekort aan empathisch vermogen.

Ik heb een goede raad: Hef  je account op bij Facebook als je jezelf niet kunt vinden in hun regels. Wellicht bereik je daar dan wel wat mee in plaats van altijd maar weer die boosheid in de reacties te moeten melden.

Dat scheelt een hoop ergernis én tijd.

En die tijd kan dan weer gebruikt worden om ons mooie Nederland te herontdekken zoals al velen onder ons dit jaar gedaan hebben. In plaats van vakantie vieren ver over de grenzen blijven ze nu in eigen land. Voor sommigen is het een hernieuwde kennismaking met hun roots en de identiteit waar populisten steeds maar weer mee aan de haal gaan.

In ons egoïsme willen we die identiteit nog wel eens vergeten.

We zijn immers op vakantie!

Wat hangt er nou aan mijn fiets?

Na jaren van verzet ben ik nu ook om. ‘Na jaren van koppigheid’, althans, dat zegt mijn vrouw. En dan zeg ik weer ‘Dat zie je verkeerd. Het is na jaren van achter je principes staan.’

Discussies die de relatie spannend houden zeg maar.

In dit geval ging het om het wel of niet voor een elektrische fiets te kiezen. Ik was steeds tegen omdat ik juist vind dat wij, mensen, steeds minder bewegen. We verplaatsen ons steeds vaker met hulpmotor waardoor de spierkrachten die ons lichaam huisvest, steeds minder aan het werk hoeven. En daardoor verslappen en soms zelfs gaan hangen. Ik heb dat aan den lijve ondervonden nadat ik niet meer dagelijks naar mijn werk fietste. Dat deed ik op een ‘gewone’ fiets, maar wel eentje die lekker sportief oogde en reed.

Daarbij droeg ik ook flitsende fietskleding!

Zo’n strak broekie met inlegzeem, een wielrenshirt en een fietshelm. Ik fietste dan op mijn hardst en haalde menig E-biker met gemak in. Wel had ik dan het snot om de oren zitten terwijl de E-bikers met een grijns op hun gezicht zaten te genieten van het gemak van de accu. Ik kwam dan zeiknat van het zweet op mijn werk aan maar gelukkig waren er mogelijkheden om te douchen. En wanneer ik dan door de gangen naar de kleedkamer liep, kreeg ik lovende opmerkingen van de dames in de kantoren naar mijn kuiten geslingerd.

Inmiddels is het wat dát betreft alweer wat jaartjes stil….

Dat was voor mij best wel een belangrijke reden om zo te blijven fietsen. Zo ijdel ben ik dan ook wel weer. En in hoeverre zijn deze fietsen dan nog duurzaam? Want de productie van accu’s verdient absoluut niet de schoonheidsprijs. Maar ik heb er wel alle vertrouwen in dat daar wel weer een oplossing voor gevonden zal worden.

Door de Willy Wortels onder ons.

Toch begon mijn standpunt over de ‘elektrische fiets’ steeds meer te kraken. Want de E-bike geeft mensen die niet meer op eigen kracht kunnen fietsen de gelegenheid om toch weer met de tweewieler de weg op te gaan. En stel, je woont in een open gebied zoals hier in het mooie Groningen, dan ben je maar wat blij als je wat hulp krijgt wanneer je tegen windkrachtje 5 of 6 in moet fietsen. Dat voelt dan weer net zoals vader of moeder je als kind bij de nek pakte, precies genoeg om later hier met plezier aan terug te denken.

Het hek ging van de dam nadat mijn echtgenote ook een E-bike had aangeschaft.

Want die vloog ineens over de fietspaden en ik moest alle zeilen bijzetten om bij te blijven. Voorheen vond ik samen een stukje fietsen best wel fijn maar sindsdien nam mijn enthousiasme af met elke fietsbeurt. Natuurlijk liet ik dat niet merken maar zij merkte het wel! Niet omdat ik haar niet bij kon houden, nee dat lukte wel, maar het was meer omdat er steeds minder gepraat werd tijdens het fietsritje.

Dat kwam omdat ik steeds achter adem was…

En elke keer als ze thuiskwam van een fietsritje vertelde ze enthousiast hoe heerlijk ze het gevonden heeft, mij als chagrijnige toehoorder… Wanneer wij het erover hadden om ook mij elektrisch te laten fietsen, toverde ik nog een zwak argument uit de hoge hoed. Zwak, want fietsen zou goed wezen voor ‘de lijn’ zei ik dan. Maar als ik al die heren zie fietsen met dezelfde buikomvang als ik dan vraag ik mij af of het waarheid is. Het enige wat ik kan bedenken is dat je dan wat conditie opbouwt.

Oké, en een paar aantrekkelijke kuiten wellicht.

Daarbij zijn die wielrenners steeds vaker doelwit van agressie van mede fietspadgebruikers. Of andersom, dat de medefietspadgebruikers weer boos zijn op de wielrenners. Onder die mede fietspadgebruikers zitten tegenwoordig ook heel veel E-bikers. En die gaan snel, heel snel en daar moet iedereen nog best aan wennen. En zie hier de basis van nóg meer boosheid. Het heeft natuurlijk ook met het tijdsbeeld te maken waarin we leven. Iedereen ìs of wordt boos op elkaar. Het spreekwoord: ‘Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd’ is ondergeschoven door een nieuw spreekwoord:

‘Een dag niet boos geweest is een dag niet geleefd!’

Best raar als je kijkt in wat voor luxe we in dit land leven… Maar eerlijk gezegd kan ik soms ook boos worden hoor, op medeweggebruikers. En op die complotdenkers die ineens uit alle hoeken en gaten komen, opgehitst door mafkezen die doorslaan in het extreme. Of gewoon boos worden op medehuisgebruikers. In mijn geval is dat mijn vrouw. Die lift altijd mee op mijn behoeftes. Ik pak iets en dan wil zij het ook. Ik doe iets en moet ik het ook voor haar doen. Bijvoorbeeld als ik koffie pak dan wil zij ineens ook. En dan niet een gewone koffie, nee, dan wil ze een ‘veel-meer-werk’ cappuccino. Ze wacht eigenlijk net zolang totdat ik opsta om koffie te pakken. Hoogst irritant. Of als ik mijn bril even in een sopje leg omdat de glazen ‘glerig’ zijn, dan loopt ze rustig langs en legt zonder wat te zeggen haar bril naast mij neer.

Je zou haast gaan denken dat het om een complot gaat….

Maar ik ben nu ook om wat de E-bike betreft en de bestelling is geplaatst. Want het laatste stukje verzet wat nog in mij zat, verloor ik onlangs op Terschelling na drie dagen rondscheuren op een elektrische huurfiets. Dat ging waarachtig best makkelijk! Maar dat vertelde ik natuurlijk niet aan haar want dat valt onder de categorie ‘toegeven’.

En dat doen wij mannen niet graag.

Maar ook vanwege het vooruitzicht dat we voortaan wat verder van huis kunnen fietsen in plaats van slechts een rondje Oldambtmeer. Ik moet alleen nog wel wat geduld hebben want de productie heeft coronavertraging opgelopen dus ik zal nog even op eigen kracht moeten.

Ik heb dus nog even om aan mijn kuiten te werken!

 

Rare tijden

Tuinesie en Hintergarten zijn momenteel zeer gewilde vakantiebestemmingen. Dat merk ik ook in onze wijk. Kon het voorheen midden in de zomer nog doodstil zijn, nu is dat wel even anders. Overal hoor je stemmen of spelende kinderen en zelfs de caravans die bij huis ingericht moeten worden voor de vakantie, ontbreken in het straatbeeld.

De zoveelste rare gewaarwording in dit jaar.

Het houdt niet op, kijk naar de discussie ‘mondkapjes.’ Ooit zag ik die dingen in het openbaar gedragen worden in landen met veel smog of in ziekenhuizen. En nu heb ik er zelf een. Eentje van zwarte stof, gekocht in Duitsland notabene want daar móet je ze dragen in de winkels en horecagelegenheden.

Ik snap nu ook wel waarom die Duutsers toch maar steeds weer naar ons toekomen.

Wij hebben immers (nog) niet de mondkapjes plicht. Bij ‘ons’ kun je nog in winkels rondlopen zonder dat je bril beslaat of dat je het Spaans benauwd krijgt. En met het uur dat wij onherkenbaar de Duitse winkels betraden, steeg mijn bewondering, respect en ontzag voor al die mensen die dagelijks met een mondkapje hun werk moeten doen.

Dat zou toch al genoeg reden zijn om je te houden aan de RIVM-regels?

Maar het blijven rare dingen hoor! Het mondkapje wat ik heb doet mij denken aan die onderbroekjes voor honden. Kleine hondjes dan welteverstaan. Lang geleden heb ik een hondje gehad, een Maltezer. Een teefje in de kleur wit. Een collega had een nestje en aangezien ik toen in de kleine kinderen zat kon er ook nog wel een kleintje bij. De gebruiksaanwijzing had ik, zoals mannen altijd verweten worden, vluchtig gelezen. Ik gaf het beestje eten, liet haar minimaal drie keer per dag uit en zo nu en dan mocht ze onder de douche.

En om de paar maanden kreeg ze een knipbeurt.

Tot zover niks loos. Tot ik ineens bloedvlekjes op het vinyl vond. Daar had ik dus niet bij stil gestaan dat teefjes gaan lekken. Maar zoals verwacht in een land waar alles en dan ook echt alles geregeld is, hadden ze daar al een oplossing voor bedacht.

Juist, een hondenonderbroek!

Als ik daar nu aan terugdenk dan lijkt zo’n broekje verdacht veel op het mondkapje welke ik onlangs voor mijn mond bond… Je zou je maar vergissen! En Maltezer Shebeth is al een tijdje geleden gaan hemelen na het bereiken van de respectabele leeftijd van twaalf jaar. De jongens hebben haar begraven en als ik het goed begrepen heb mét haar onderbroekje aan.

Maar het zijn rare tijden.

Zo vertelde mijn vader laatst dat Kinnum, het gehucht op Terschelling waar zij wonen, Westelijk gelegen lag op ’t eiland. Aangezien mijn geografisch inzicht hier op het vaste land te wensen overlaat, was ik op Terschelling mij altijd zeer bewust van Noorden, Oosten, Zuiden en Westen. Dat was ook niet zo moeilijk want je hebt aan de ene kant van het eiland West-Terschelling en aan de andere kant Oosterend. Noord en Zuid waren dan niet zo moeilijk aan te wijzen. Maar nu bracht mijn vader mij op een dwaalspoor met zijn opmerking want in mijn beleving ligt het zuidelijk. “Maar Pa, de Randstad. Dat is toch het Westen?” Zonder ook maar even te verblikken of te verblozen zei hij:

 “Ja, maar dat is anders. Dat is het Wilde Westen!”

Tja, daar heeft hij een punt. Vooral omdat daar het virus weer de kop lijkt op te steken. Ook weer niet zo gek met zo’n dichte bevolkingspopulatie. Een populatie met veel Bekende Nederlanders die tegenwoordig ook hun deskundige meningen mogen geven aan ons, klootjesvolk. Staand achter een desk of via Instagram houden ze ons op de hoogte van de criminaliteit, de kleding van de Koningin en haar dochters, de verstandhouding tussen Andre jr. en zus Roxeanne, de verstandhouding tussen Andre jr. en moeder Rachel, het miljoenen huis van Marco Borsato en over de soap rondom het roddelprogramma Veronica Inside.

En ze hebben, uiteraard, ook nog een mening over Covid 19.

Meningen die dan weer klakkeloos overgenomen worden door hun volgers. Over klakken gesproken, mijn vrouw begon ook ineens raar te doen. Tenminste, dat is mijn mening. Zij denkt er wellicht anders over. Want van de week, midden in de nacht, hoorde ik haar praten in haar slaap en ineens dat klakgeluid maken waarmee je een paard aanspoort te gaan lopen. Dat ging zo: “Tsjik, tsjik, kom maar!” Eerst dacht ik dat ik het niet goed gehoord had, dat ikzelf in een droom zat maar ze draaide zich ineens om en opnieuw maakte ze die geluiden:

“Tsjik, tsjik, tsjik, tsjik, kom maarrrr..”

Je begrijpt, ik stond binnen enkele seconden naast het bed en deed het licht aan. Geschrokken bekeek ik de situatie: “Wat heb ik nou allemaal in mijn bed liggen?” Nadat mijn ogen gewend waren aan het licht zag ik tot mijn grote opluchting enkel mijn vrouw in bed liggen. Geen paard te bekennen of iets wat kan reageren op tsjik tsjakkies. Of droomde ze over een hond die ze wil, een Labradoodle? Enigszins gerustgesteld deed ik het licht weer uit en kroop weer in bed. Wel hield ik enige afstand tot mijn bedgenote want misschien was ik zelf wel de oorzaak van deze nachtelijke escapade.

Dacht ze misschien wel dat ik het paard was…

De rest van de nacht kon ik niet meer slapen, bang dat ik ineens bestegen zou worden. Ooit had dat nog wel gekund maar toen was ik een stuk jonger. Als jonge vader heb ik regelmatig als paard gediend, op handen en knieën door de kamer kruipen met een, twee en soms drie kinderen op de rug.

Natuurlijk confronteerde ik haar de volgende morgen met mijn belevenissen maar zij maakte ervan dat ik het zelf gedroomd heb. Want ze had niks met paarden. Dat klopt. Daarom vroeg ik of ze wel goed geslapen had, omdat ze die nacht zo druk was in bed. “Ja, ik heb héél goed geslapen. Ik heb héérlijk geslapen zelfs!”

Ja, het zijn absoluut rare tijden!

Standaard verhaaltje

Het werden geen drie weken vakantie op Terschelling. Drie weken in een stacaravan op onze favoriete camping, drie weken fietsen, wandelen en bijpraten met familie en vrienden. Want er was ineens een virus. We annuleerden onze vakantie en besloten drie weken thuis te blijven. Vervolgens kwam het toeval om de hoek kijken want mijn schoonvader moest plotseling geopereerd worden, precies in de week voorafgaand aan onze vakantie. Na zijn ontslag in het ziekenhuis kreeg mijn vrouw er ineens een functie bij:

Mantelzorger.

Naast de uitstekende zorg van de Thuiszorg en de hulp van zijn lieve buurtjes ging zij dagelijks naar haar vader voor de nodige ondersteuning. Ze pakte haar vakantiemomentje tussen de bedrijven door en ach, het regende steeds.. Dan was zeer waarschijnlijk de vakantie toch in het water gevallen.  

Het glas is halfvol, niet halfleeg.

Tot zover het ongewone, nu over naar een standaard verhaaltje. Want vorige week kregen wij dan toch even de gelegenheid om weg te gaan, drie volle dagen. En je raadt het al, het werden drie dagen Terschelling, bij mijn ouders die daar al sinds 1958 wonen. Mijn oudste zoon verbleef daar ook met zijn jonge gezin en hij wilde graag een foto maken van vier generaties. Vrijdagmiddag reden we naar Harlingen en na een korte reis met de snelboot kwamen we die avond om half zeven aan op West-Terschelling.

De E-Bikes stonden al klaar!

Nu heb ik eigenlijk geen recht op een fiets met hulpmotor want ik ben iets te corpulent en heb nul conditie waardoor een beetje inspanning echt beter is. Maar mijn vrouw had, omdat we maar drie dagen hadden, anders besloten. Want er moest volop genoten worden! En ze had geen zin om steeds te moeten wachten op een fietsende, hijgende echtgenoot die zich kromgebogen over het stuur zichzelf een weg baant over de kilometerslange fietspaden die het eiland rijk is.

Na twee seconden tegensputteren gaf ik toe en sprongen we op de fiets. Eerst richting haven voor ons diner, een portie kibbeling. Na deze heerlijke visrijke onderbreking besloten we via de Noordsvaarder de Longway te pakken, dan even buurten bij het strand Paal Acht en daarna door naar mijn geboortedorp, Midsland.

En dan naar Pa en Ma!

Van een benauwde tjokvolle boot met mondkapjes naar gezonde frisse lucht, met recht een verademing. Tijdens de heerlijke fietsrit door bos en duin en over nagenoeg lege fietspaden uitten we al het mooie wat we zagen met het ene na de andere superlatief. Superlatieven met één rode lijn: wat is dit toch een mooi eiland! In Midsland schoven we onverwacht aan bij Erik, een ex- Groninger die al jaren op het eiland woont en werkt. Hij zat daar lekker op een terrasje van een kop koffie te genieten en wij genoten even lekker mee. Erik, ooit begonnen als glazenophaler in een van de vele kroegen die het eiland rijk is en nu alweer 25 jaar in dienst is als Havenmeester. En daarnaast was hij collega van mijn veel te vroeg overleden neef Kees, waardoor we nu weer mooie herinneringen konden ophalen en Kees weer even bij ons was.

Wat is een goed gesprek toch een rijkdom.

Toen we wegreden zei ik tegen mijn vrouw dat het zó prettig vertoeven was op het terras dat je zo de hele avond zou kunnen blijven zitten. Maar we moesten door, mijn ouders verwachten ons immers en ja, die hadden we ook al heel lang niet meer gezien door de situatie waar we allemaal inzitten. Dat beseften we nog meer nadat we elkaar op afstand begroet hadden, een knuffelmoment met mijn moeder zat er helaas niet in. Maar elkaars aanwezigheid maakte een hoop goed en toen mijn lieve zus ook nog even langskwam was het feest compleet.

De volgende dag mocht ik het eten verzorgen en dat werd spaghetti, het favoriete gerecht van mijn ouders. Daarna hadden we de hele middag voor ons en maakten we er een fietsmiddagje van, afgewisseld met een beetje winkelen. We begonnen op West, daarna naar Oosterend voor een borrel met wat lekkers erbij en vervolgens weer even een terrasje te Midsland. We pakten nu het buitendijkse fietspad en genoten enorm van het nog drooggevallen Wad. We zagen twee kleuters op hun blote voeten op het Wad enkele basaltblokken omduwen, op zoek naar de buit bestaande uit krabben en kokkels. Hun ouders lagen waarschijnlijk aan de andere kant van de dijk, samen verliefd op een kleedje, genietend van wellicht wat vergeten vlindertjes in de buik. En langs bijna de gehele dijk liepen de schapen, op en onderaan de dijk, afgewisseld met de vele foeragerende vogels met als onmiskenbaar hoogtepunt de vele lepelaars. Oh ja, en zo nu en dan een trotse mantelmeeuw die keer op keer een krab op het asfalt liet vallen zodat de inhoud naar binnen geschrokt kon worden.

Dat is beter dan in een zak afval te happen!

Die avond kwam mijn zoon met zijn prille gezin gezellig langs en konden de generaties vereeuwigd worden. Tijdens het fotograferen verblikte of verbloosde onze kleindochter niet. Ze was het gewend, sinds 2 mei zijn er al honderden foto’s van haar gemaakt. Digitaal natuurlijk.

Analoog deed je daar een heel leven over!

De zondag E-bike ’ten we kriskras door polders, bossen en duinen. En wederom genoten we van de prachtige vergezichten, flora en fauna. ‘Waarom heb ik dit ooit achtergelaten?’ vroeg ik mijzelf af. Maar mijn nuchterheid relativeerde deze gedachte weg. Het was ooit een keuze. En de jeugdherinneringen waren ook keurig vastgelegd in de vele fotoboeken van mijn ouders. Fotoboeken waar ik uren in heb zitten bladeren tijdens ons verblijf. En mijn vader gaf zo nu en dan uitleg, hij weet gelukkig nog heel veel. De maandag bleven we thuis zodat mijn vader even lekker een stuk kon fietsen. Mijn vrouw dook met mijn moeder de tuin in om te zonnen en ik dook weer de fotoboeken in, op zoek naar pareltjes uit het verleden. Op zoek naar het standaardverhaal van elke eiland liefhebber.

En dan altijd weer dat verdomde afscheid. Staand in de erker zwaaiden ze ons uit, mijn vader met een glimlach en mijn moeder zag ik denken: “Waarom gaan ze steeds weer weg?” Zodra we uit zicht waren zegt mijn vader dan een zin, ook zo standaard: “Zo Trui, we zijn weer onder ons.”

Zwijgend fietsten we langs de dijk, richting ons eigen leven. De wind deed mijn ogen tranen en mijn woorden waren even op.

 

Van het concert des levens …

Mijn vrouw kwam van de week thuis met het boek ‘Bonuskind’ van Saskia Noort, een thriller. Het gaat onder andere over gescheiden ouders, gezien door de ogen van een meisje van 15 jaar.

Het zette mij aan het denken. Want steeds vaker betrap ik mij erop dat ik aan jonge mensen vraag of hun ouders nog bij elkaar zijn. De reden dat ik die vraag stel is omdat ik nu zelf weet, uit eigen ervaring, wat een impact het heeft op kinderen. Terwijl scheiden steeds meer geaccepteerd lijkt te worden en niet meer zo bijzonder is als in de tijd dat Circus Custers er een liedje over maakte, ‘Monica’:

De meester zei die dag daarna “ik wil met jullie wat bepraten. ‘t Gaat niet goed bij Monica in huis dat heb je nu wel in de gaten. Haar vader en haar moeder hebben ruzie en die wonen niet meer samen”

Scheiden is inmiddels gemeengoed geworden.

Helaas, want het is absoluut geen pretje. Voor de partners niet, voor de kinderen niet maar ook voor de families en vrienden die eraan verbonden zijn is het geen pretje. Want ineens begint een vertrouwde leefomgeving scheurtjes te vertonen.

Scheiden is lijden.

In het boek zitten veel herkenningspunten. En dan met name hoe de kinderen dit moeten ondergaan. Toen ik scheidde waren mijn jongens respectievelijk 12, 15 en 18 jaar. Ik heb toen alles achter gelaten en huurde in eerste instantie een zolderkamertje. Op de dag dat ik met mijn spullen het huis van mijn kinderen verliet heb ik gejankt, of beter gezegd, gebruld. Het was niet te stoppen, ik had nog nooit van mijn leven zo gejankt. Niet omdat ik spijt had de stekker uit het huwelijk getrokken te hebben maar puur en alleen omdat ik de kinderen achter moest laten.

Ik kan er nog emotioneel van worden.

Doordat ik onregelmatige diensten draaide was het praktischer dat de kinderen bij hun moeder bleven wonen waardoor het zogenaamde Co-ouderschap verviel. Hierdoor veranderde er niet veel voor ze; huis, omgeving en school bleef bij het oude. Enkel hun vader ontbrak in dit rijtje. Achteraf ben ik wel blij dat het zo gegaan is want de kinderen hoefden daardoor niet te leven uit een weekendtas. Na een half jaartje verhuisde ik van de zolderkamer naar een flatje. Dit was voor de jongens dichterbij, op fietsafstand, en ik kreeg daardoor wat extra mogelijkheden om ze te zien. Want ik moest het hebben van de momenten wanneer ik ze ophaalde voor een voetbalwedstrijd, een training of om gewoon iets te ondernemen. Als ik ze dan weer thuis afzette, een knuffel gaf en weer wegreed, kreeg ik het altijd te kwaad. Want ik nam afscheid van een kind wat misschien helemaal niet wilde dat ik wegreed.

Dit waren altijd vreselijke momenten…

Maar goed, dichterbij wonen bleek ook niet de oplossing te zijn. Want de jongens hadden wel wat anders aan hun hoofd dan op bezoek te gaan bij hun vader. Want wat moet je doen bij ‘die ouwe’ op zijn flatje. Oké, hij had dan wel een PS3 aangeschaft maar ach, die hebben we thuis ook. En dingen doen met je vrienden is veel leuker! Ik begreep ze wel, hoor. Ik begreep ze eigenlijk heel goed. Ik was op die leeftijd ook nooit thuis, was altijd buiten of bij vrienden. En dan nu ineens naar je vader omdat hij zo nodig moest scheiden van hun moeder?

Het verstand snapte het, het gevoel had er heel veel moeite mee.

Toch rende ik elke keer naar het balkon als ik buiten kinderstemmen hoorde: De jongens! Maar dan kwam de teleurstelling, het waren gewoon wat kinderen die voorbijfietsten. En dan altijd even die twijfel: was dit mijn straf? Mijn lot? Het voelde aan als falen. Ik had gefaald als vader. Ik had ze, voor mijn gevoel, een belangrijke zekerheid ontnomen. De zekerheid dat ze op zouden groeien in een warm, gezellig en veilig gezin.

En dan was er natuurlijk ‘die ander’. 

Dat gaf ook een enorme belasting op de jongens want het paste niet in het plaatje. Wij probeerden daar zo goed als mogelijk mee om te gaan door niet te pushen. Nou was dat redelijk makkelijk uit te voeren want er zaten om en nabij 270 kilometers tussen, zij woonde in Scheemda en ik nog in Den Haag.

Maar het ging juist hartstikke goed, puur doordat zij zichzelf bleef.

We hebben het zes jaar de tijd gegeven. Mijn vriendin en ik zijn inmiddels getrouwd en wij noemen onze vier jongens onze ‘bonuskinderen’. Het woordje ‘stiefkind’ of ‘stiefvader/moeder’ gebruiken we niet. Ja, de jongens zeggen wel eens ‘Stiefmoeder’!’ tegen mijn vrouw, wanneer ze hun zin niet van haar krijgen.

Maar dat is humor, ook een belangrijk onderdeel om je door zo’n scheiding heen te slepen!

De moeder van mijn kinderen kreeg ook een nieuwe relatie en de kinderen kregen daardoor indirect ook meer rust. Met vallen en opstaan begon iedereen te wennen aan de nieuwe situatie en langzaamaan ontstonden er twee nieuwe, samengestelde gezinnen.

Hoe modern!

Dit is voor mij de eerste keer dat ik er openlijk over schrijf. Over een donker deel in mijn leven waarmee ik een hoop onrust veroorzaakt heb. Dat zal ik nooit ontkennen. En hoe ongelegen kwam het ook voor de jongens, midden in hun puberteit. Maar ‘van het concert des levens krijgt niemand een program’ luidt het spreekwoord en dat klopt ook.

Als je alles van tevoren weet…

Natuurlijk was ik wel altijd bereikbaar voor ze maar het verdiende geen schoonheidsprijs. Ik verschuil mij maar achter het feit dat ik nooit les gehad heb in scheiden. Dat kon ook niet want mijn ouders zijn al 62 jaar getrouwd.

Wat wél een hele wijze les was, is het feit dat je kinderen nooit moet laten kiezen tussen twee ouders. Kinderen zijn loyaal naar beiden en daar valt geen stok tussen te krijgen. Kwaadspreken over de ander kan dus averechts werken en het voegt ook niets toe.

En waarom zou je ook. Je bent immers al gescheiden…

 

Het is af

“Het land is af.” zei Ruud, een van de gasten op het verjaardagsfeestje, voor ons de eerste na de Lock down. Hij zei dit nadat ik mijn verbazing had uitgesproken over een artikel in de krant, over een bedrijf dat bedacht had om tankpistolen te voorzien van een 5.5 inch scherm. Hierop zijn dan reclame boodschappen of op maat gemaakte filmpjes te zien. In Limburg is een tankstation die hiermee al aan het proefdraaien is. Volgens de eigenaar een prima idee want hij ziet de tankende mensen vaak verveeld om zich heen kijken. “En op je telefoon kijken mag niet in verband met brandgevaar. De telefoon kan namelijk statisch geladen zijn en een vonk afgeven. En dat is niet handig wanneer je met brandstof bezig bent.” Een verstandige man, alleen sloeg hij de plank volledig mis met de opmerking die volgde:  

“Door mensen bezig te houden en af te leiden met zo’n filmpje kun je het tanken veraangenamen.”

Ruud had volkomen gelijk met zijn opmerking! Het is waar, ons land is af. Niks meer aan doen. Het is voltooid! Jaren en jaren zijn we bezig geweest om een zo’n mooi mogelijk land te creëren. Met bloed, zweet en tranen bouwden vele generaties aan een nieuwe wereld waarin we zochten naar gemak en voorspoed. Niks was te gek, grenzen werden gepasseerd en ‘the Sky was the limit!’, niets was te gek.

Op zoek naar een perfecte wereld!

Maar als iets klaar is dan weet je even niet meer wat je moet doen en loert de verveling. In werkelijkheid ligt die verveling al achter ons want de meesten onder ons wentelen zich al jaren in de welvaart. We hebben alles en wat we niet hebben bestellen we in China. Spotgoedkoop en daardoor betaalbaar voor alle lagen in de bevolking. We komen eerder tijd tekort dan dat we ons geen raad weten met de tijd.

En nu zijn we dat punt gepasseerd en gaan we gekke dingen verzinnen zoals het voorbeeld waarmee ik dit stukkie begon.

Want wat is er in hemelsnaam mis aan even rondkijken tijdens het tanken? Daarbij moet je ook niet willen dat je afgeleid wordt want voordat je het weet druk je het tankpistool niet goed in de tank en pis je naast de pot. Of over je schoenen of hakjes.

Of je tankt diesel, terwijl de auto toch al jaren op benzine loopt…

Het is van de zotte dat we nu ook al vermaakt moeten worden tijdens het tanken. De debilisering van de maatschappij tiert welig. Loop maar eens door bepaalde winkels en verwonder je slechts. Zo zag ik een elektrische drinkbak met ledverlichting. Voor de kat, zodat deze de hele dag (en nacht!!) drinken kan. Of een Tipi tent voor de kat. Dan kan de kat mee naar de camping.. Of een UV sterilisator voor reinigen van je tandenborstel. Of een douchekop met ingebouwde bluetooth speaker. Of een elektrische kurkentrekker, wellicht ook met ingebouwde bluetooth speaker?

Verzin het en het is er.

Wekelijks komt al deze onzin met duizenden containers ons land binnen. Er is genoeg, een overdaad. En als het verveeld of kapot is gooien we het weg. We willen steeds meer en nemen met minder absoluut geen genoegen meer. En we worden boos als de bezorgers het niet op tijd brengen, dan klagen we steen en been want we zijn strontverwend geworden door de luxe van de welvaart die we niet aan kunnen. De woorden ‘begripvol’ en ‘tolerant’ hebben plaats gemaakt voor hufterig en drammerig gedrag en we zijn allemaal boos op elkaar.

Ik betrap mij er zelf ook wel eens op, hoor.

Daar ben ik in de loop der jaren wel achter gekomen. En dan hou mijzelf een spiegel voor en probeer daar iets van te leren. Dat geeft mij een goed gevoel en leef daardoor bewuster. Nu lees je in de krant dat er in de vakantieoorden flink geklaagd wordt over het hufterige gedrag van de Nederlanders daar. Waren het voorheen de Russen en de Engelsen die zich elders misdroegen, wij Nederlanders horen er nu ook bij. Of zoals die gast die door een fout van de Mediamarkt online drie IMacs wist te kopen voor een paar euro, terwijl die dingen daadwerkelijk om en nabij de 2000 euro kosten. Het joch zegt volledig in zijn recht te staan en weigert het verschil bij te leggen.

Hij maakt kennelijk nooit fouten!

Natuurlijk weet ik ook wel dat dit allemaal excessen zijn en ja, dan krijg je aandacht van de media. Maar dit soort gedrag is steeds vaker eerder regel dan uitzondering aan het worden. We pikken niks meer.

Van niemand niet.

Als ik sta te tanken kijk ik naar de tellers op de pomp. Naar het aantal liters en helemaal naar de teller van de prijs. Want soms schieten de prijzen behoorlijk omhoog, vooral nadat er weer ergens op de wereld een oorlogje gevoerd moet worden. Nu waren de prijzen in de afgelopen maanden weer even goed te behappen en zo nu en dan betrapte ik mij er zelfs op het gaspedaal iets dieper in te drukken.

Want ja, de brandstof was weer lekker goedkoop.

Over oorlogjes voeren gesproken, dat is denk ik ook een van de redenen dat we steeds meer raar gedrag vertonen. We leven al 75 jaar in vrijheid en hoeven ons niet druk te maken over een vijand, laat staan over de angst voor bommen en granaten.

Of over de vrijheid van meningsuiting. 

Zouden we daarom van dat verwende gedrag vertonen? Omdat we toch makkelijker vergeten dan onthouden hoe het er 75 jaar geleden aan toeging? Dat vrijheid niet zo vanzelfsprekend is? Na de Lock down leken we weer even om elkaar te geven. We maakten ons ineens weer zorgen om de ander en we begonnen te helpen waar dat nodig was. En we werden even teruggeworpen naar een situatie van ‘met elkaar slaan we ons er doorheen’, de onzin van de dag maakte plaats voor zinvolle zaken.

Inmiddels ligt dat achter ons.

En we gaan weer verder waar we gebleven waren….

 

Flashbacks

Het regende van de week zo hard dat de kikkers bij ons de keuken in vluchtten. Eerst hadden we dat niet door. Dat kwam pas nadat we de bewegende ‘stofjes’ op het laminaat nader bekeken en zagen dat ze pootjes en armpjes hadden, kikkers in hun kleinste verschijning. Eigenlijk het woord ‘kikker’ nog onwaardig. In plaats van dat mijn vrouw begon te gillen begon ze nu heel lief tegen ze aan te praten, op zo’n kindse manier zoals Oma’s dat kunnen:

“Aah, wat een schatjes! Maar jullie horen hier niet. Nee, jullie horen lekker buiten te spelen en lekker te zwemmen in de sloot. En weet jullie mama wel dat jullie hier zijn? Nee hè, dat weet ze niet. Kom maar, lekker naar buiten jullie!” Met een stukje papier werkte ze de drie kikkertjes naar buiten terwijl ik vol verbazing en met open mond naar dit schouwspel keek.

Want zodra ze een muis ziet schiet ze direct in de stress!  

Afijn, ik kreeg direct een flashback naar mijn jeugdjaren alwaar het ‘vangen’ van kikkerdril een jaarlijks terugkerend evenement was. Dan struinde je op je laarzen de sloten af en schepte je de ‘gevangen’ kikkerdril in je emmertje. Bij thuiskomst ging de gehele inhoud van de emmer in een zinken teil zodat er genoeg ruimte was voor het proces wat komen ging; Het proces van kikkerdril naar kikker.

Dezelfde teil waar wij, voordat we een douche in huis kregen, in werden gewassen.

Bij gebrek aan vissenkommen schepte ik ook een deel van de kikkerdril in een glazen pot. Want dan kon je het proces nog beter volgen. Elke morgen rende ik na het slapen naar beneden om te kijken of er nog veranderingen waren. Het eitje werd een visje, het visje kreeg achterpootjes en even daarna voorpootjes, het staartje werd steeds kleiner en viel er dan uiteindelijk af. En dan was de kikker een echte kikker.

Eigenlijk was de kikkerdril de voorloper van de ‘Transformers’ die we tegenwoordig kennen!

Ik was wel blij met die regen hoor. Want het is goed voor de natuur maar ook omdat ik dan zeker weet dat het niet té warm is. Daar kan ik namelijk niet zo goed tegen. Toen we onlangs weer zo’n warme week hadden hoorde ik op de radio de DJ verrukt reageren nadat de weerman opnieuw hoge temperaturen voorspelde. Dan denk ik ja, pannenkoek! Jij zit lekker plaatjes te draaien in je geairconditioneerde werkruimte! Maar er zijn zat mensen die vanwege de veiligheidsinstructies in volle bepakking hun werk moeten doen. Dat wil zeggen, met helm op, handschoenen aan, lange broek en lange mouwen plus dikke veiligheidsschoenen. In de volle zon.

Dus niet in korte broek en T-shirtje….

Of kijk eens naar een debat in de Tweede Kamer. Daar zie je de heren debaters in een stralend wit overhemdje, mouwtjes opgestroopt en de bovenste twee knoopjes los hun geloof te verdedigen. Niet dat het mij erg boeit hoor, je moet dragen wat je wil. Alleen slaan ze in de bouw wel een beetje door met al die zogenaamde veiligheid. Alsof lange mouwen of broek meer veiligheid kunnen bieden. Een stuk stof biedt echt geen weerstand tegen een vallende steigerpijp of betonnen plaat.

Overdreven regels, bedacht door mensen in een stralend wit overhemdje…

Over onze politici gesproken, de buurtbarbecue van politiek Den Haag is dit jaar afgelast. Deze barbecue wordt elk jaar gegeven ten teken dat het vakantie reces begonnen is. De reden van afgelasting kwam natuurlijk door de corona maatregelen en niet door de petitie ‘Geen Binnenhof barbecue 2020’. Deze petitie op Petities.nl haalde het nét niet.

Met hun dertien ondertekenaars…

Het is trouwens de moeite waard om eens te kijken op de website van Petities.nl. Zo zag ik bijvoorbeeld de volgende petities voorbijkomen: ‘Laat 15-jarigen wel maaltijden bezorgen’, ‘Netflixfilm 365 Days vrouwonvriendelijk’, ‘De bekerfinale Utrecht-Feyenoord na 1 juli alsnog spelen’, ‘Huiswerk moet weg op het Mariscollege’, ‘Stop de misplaatste aandacht voor doodmaaien voor zielige eendjes’, ‘Dieren welkom in elk huis’, ‘Hugo de Jonge geen CDA-lijsttrekker’, ‘Geen derde fietspad door het bos’, Accijns op tabak afschaffen’.

En oh ja, en ’Geen vierde fietspad door het bos!’

Zo zie je maar weer, voor elke mening is wel een podium te vinden in dit landje. Dankzij het internet moet ik daarbij zeggen. Als ik de connectie maak met ‘problemen’ in mijn Lagere Schoolperiode, dan waren wij de volgende petitie begonnen: ‘Geen meiden in ons schoolvoetbalteam.’ Dat werd, na het aantreden van een nieuwe meester, ineens een item. Een voor ons eilandbewoners een nogal aparte snuiter: een lange, slungelachtige kerel met lang haar, vaak gekleed in het zwart en een lange shawl om zijn nek.

Hij had zo de rol van Doctor Who kunnen krijgen!

Deze man had nieuwe ideeën, wilde stenen verleggen en pakte zijn moment. Ideeën die voor ons, en dan met name voor onze ouders, ver over de grens gingen. Hij wilde namelijk dat tijdens het vormen van een nieuw schoolvoetbalteam er ook meiden mee mochten doen.

Tegenwoordig zeggen we dan: ‘Nou, dat was wel even een dingetje!’

Nu hadden we wel een paar meiden die tegen een balletje konden schoppen maar er was eentje die er echt uitsprong, Mieke. Dit meisje kon voetballen als de beste en dat werd erkend door alle voetballende jongens. Dus daar viel wel mee te leven, mocht ze daadwerkelijk geselecteerd worden. En over die andere meiden maakten we ons niet echt zorgen want die zouden toch nooit de selectie van vijftien halen. Er waren genoeg voetballende jongens. Het eiland was even te klein maar Meester Jeroen hield vast aan zijn standpunt, visionair als hij misschien wel was.

Wij waren het er ook niet mee eens omdat onze ouders het er niet mee eens waren. Ouders die niet wisten niet dat ze jaren later vol enthousiasme naar de Oranje Leeuwinnen zouden kijken…

Mieke kon wel voetballen. Vaak beter dan ons. Eigenlijk hadden we toen de beschikking moeten hebben over Petities.nl, dan hadden we wellicht de titel iets aangepast:

‘Geen meiden in ons schoolvoetbalteam. Behalve Mieke!’

Hamsteren

Mijn handen jeuken om opnieuw te schrijven over de ‘Corona-ontkenners’ maar ik doe het niet. Ik heb een leven en laat dat leven niet meer beïnvloeden door een clubje betweters, ‘flat earthers’, doemdenkers, trollen, populisten en complotdenkers die onze democratie proberen te ontwrichten met hun doemscenario’s over de crisis. Een crisis die niet alleen ons verwende landje getroffen heeft maar de hele wereld! Een crisis die ons even met beide benen op de grond gezet heeft. Een crisis die onze hulpverleners (waaronder ook de politie!) op hun tenen deed lopen maar die nu geconfronteerd worden met halve zolen die níet meer met twee benen op de grond staan!

Het sop is de kool niet waard.

Telkens als ik weer van die loze berichten voorbij zie komen doe ik mijn ogen dicht en roep hardop: “Niet op reageren, ze zijn in de minderheid! Wij, het gezonde verstand, zijn nog steeds met meer!” Soms helpt het na één keer hardop roepen maar zo nu en dan delen ze zo ontzettend veel onzin dat ik het een paar keer achter elkaar tegen mijzelf moet zeggen. Hardop!

Om daarna weer vol positieve energie verder te gaan.

Maar ik heb het ook veel te druk. Dat is op zich een goede remedie om niet 24/7 op Social Media van alles te delen. Of als je iets deelt, lees dan eerst even de inhoud in plaats van alleen de titel van het stuk. Maar dit even terzijde, ik had immers beloofd het er niet meer over te hebben.

Ik kom tijd tekort.

Ik heb het namelijk te druk met het temmen van mijn hamster. Of beter gezegd, de hamster in mij. Ik ben daarmee begonnen na het lezen van een artikel van twee (kinder-)artsen, de heren Kreier en Biezeveld, die een verfrissende theorie hadden over waarom de mens zich zo volvreet. De theorie verklaart waarom ik soms van die vreetbuien heb. En waarom ik steeds op zoek ga naar zoetigheden in huis.

Zelfs mijn meloen zoete vrouw wordt soms gek van mij!

Maar het artikel verklaarde veel. Er zit namelijk een hamster in je hoofd! Deze hamster heeft ook een naam, Hypothalamus. Hypothalamus laat je steeds aan eten denken en stuurt je naar de chips, de koekjes of de chocola. Of naar de frituur mocht het gaan om een vetzuchtige hamster. Daarnaast regelt hij ook wanneer je moet vechten, vluchten en paren. Paren? Ja, dat is een ouderwets woord voor voortplanting of gewoon puur seks voor de lol, ook een goede remedie tegen het continue delen van onzin op Social Media.

Een druk hamstertje dus!

Natuurlijk heeft de mens ook nog een eigen willetje. Dat stukje ‘eigenwijs in je hoofd’ noemen ze de prefrontale cortex, in de volksmond ook wel ‘Cor’ genoemd. Cor is een beslisser. Cor hakt knopen door. Dat kan in je voordeel zijn maar ook in je nadeel natuurlijk. Als ik naar mijzelf kijk is het meer in mijn nadeel. Want Cor heeft mij al regelmatig chocola doen laten eten terwijl het eigenlijk niet goed voor mij is. Of als ik voor de vriezer stond mij net dat zetje gegeven om toch die magnum te pakken.

Ook al was het een mini exemplaar..

Het kan ook zijn dat Cor jou ineens de opdracht geeft om weg te lopen bij de vriezer om een glas water te drinken. Dan is het in je voordeel en komt het limbische systeem, de ‘lobbyist’ volgens de schrijvers, om de hoek kijken want die geeft je dan het goede gevoel. Dat het je gelukt is ‘nee’ te zeggen tegen het ijsje. Maar het nadeel in dit geval is dat je dus niet dat heerlijke chocolade ijsje kan proeven, dat je niet met je tanden het knapperige chocola breekt en vervolgens weg kan zwijmelen in het witte roomijs… Ja, Cor zet je aan tot keuzes maken in je leven. Naast die keuzes regelt hij ook je sociale gedrag. Hij maakt dus de beslissing of je een neerbuigende discussie in de winkel begint over de genomen corona maatregelen met de winkelmedewerker of hij beslist dat je de winkelmedewerker bedankt voor zijn inzet waardoor jij en ik redelijk veilig nog kunnen winkelen.

Dus negatief of positief ergens tegenaan kijken.

We weten inmiddels van de verhalen dat de prefrontale cortex nog te vaak negatief gebruikt wordt, helaas. Dat snap ik niet want hij geeft je de (eenvoudige) keus of je goed of slecht gaat handelen. In slim of in dom, het is maar hoe je ernaar kijkt. Bijvoorbeeld door je gewoon aan de 1.5 meter afstands-regel te houden in plaats van je ertegen verzetten. Ik hou mij eraan er gewoon aan en zo nu en dan, als het zo uitkomt, veer ik mee met mijn omgeving. Noodwet of niet.

Want, er zijn geen problemen. Er zijn mensen.

Deze tegelwijsheid hangt al jaren bij mijn ouders aan de muur en ik kom er steeds meer achter dat het klopt als een zwerende vinger. Maar goed, ik zou het er niet meer over hebben had ik je beloofd. Daarom weer even terug naar de hamster in mijn hoofd. Want er is een manier om hem koest te houden zodat hij niet in de stress raakt. En die manier is heel simpel: ga zelf lekker koken! Zoek een recept van Gordon Ramsay of Jamy Oliver, koop alles vers en ga lekker aan de gang in de keuken. Hamstertje Hypothalamus houdt zich nu rustig want hij weet dat er eten aan gaat komen. Natuurlijk is de kans dat er iets mislukt waardoor het feest niet doorgaat maar dan ben je gepermitteerd om toch maar even naar de snackbar te gaan.

Onder de noemer ‘overmacht’.

Ik kan wel redelijk koken alleen laat de hamster mij teveel eten. Maar daar heb ik een oplossing voor gevonden! Heel actueel!

Ik pas de 1.5 meter-regel toe in ons huis! Dan kan ik niet meer bij de koel-vrieskast combinatie waar het ijs ligt of bij de lade waarin chips en andere lekkere dingen liggen.

Slim he!

Daar heeft die hamster niet van terug!

De drie Musketiers

Steeds vaker hoor ik leeftijdgenoten om mij heen praten over het aankomend pensioen. Persoonlijk ben ik daar niet zo mee bezig want ik vind werken een mooi tijdverdrijf. Daarnaast krijg ik er ook nog wat geld voor en doordat ik op mijn werk ben kan ik het niet uitgeven! Daardoor blijft er zelfs wel eens wat over! Nu heb ik geen zwaar beroep, hooguit soms wat geestdodend. Dat compenseer ik wel weer in wat gekkigheid met sommige collega’s of gewoon zo nu en dan een goed gesprek.

Het leven is al serieus genoeg.

Ik begon mijn werkbare leven als kok en ja, dat was een stuk zwaarder. Naast het vele staan, sjouwen, lange uren en elke avond je kunsten vertonen was het werken in de horeca ook super spannend. De mooiste jaren waren bij een party- catering, dan gingen we haast dagelijks met potten en pannen naar de klant toe en kookten een intiem diner op hun fornuizen. Of we bouwden een grote ruimte om in een gezellig uitgaansgelegenheid met eten en drinken, dans en muziek.

Mooie herinneringen.

Later kwam ik in de branche terecht waar ik nu ook nog in zit, de beveiliging. Dat was andere koek en ik moest wel even flink wennen: je zat meer dan je liep. Maar ook daar vond ik wel weer mijn draai en genoot vooral van het gastheerschap welke inherent met beveiligen te maken heeft. Daarnaast pakte ik alles erom heen aan om iets meer bezig te zijn, zoals personeelsvereniging en wat ICT-dingetjes.

Nu ik even teruglees lijkt het wel een Curriculum Vitae te worden!

Daarom maar snel naar de aanleiding van dit stukkie, de Drie Musketiers. Deze drie helden waren eigenlijk met zijn vieren en dat klopt ook in dit verhaal. Want ik heb sinds ik in de afgelopen twee jaar kennis gemaakt met de ‘Musketiers van Oldambt’. Ik noem ze voor het gemak Jan Aramis, Dolf Athos, Henk Porthos en Gerko D’Artagnan. Deze vier pensionado’s zaten ooit op de Ambachtsschool, de voorloper van de LTS. Hier leerden zij ‘de ambachtelijke nijverheid’ zoals ze dat zo mooi zeggen en dat hebben wij mogen ondervinden. Want ondanks dat ze met pensioen zijn kunnen ze de arbeid niet laten en worden ze zo nu en dan nog ingezet voor een klus.

Dit zijn van die kerels die zeggen: ‘Mijn werk is mijn hobby!’

Mannen van het kaliber ‘Vakmanschap is Meesterschap.’ Elk op hun eigen gebied. Jan is van het witgoed, Dolf loodgieter en Gerko en Henk zijn van de houtbewerking. Ze zijn min of meer met elkaar opgegroeid en kennen elkaar al ruim dertig jaar. En in dat verleden kwamen ze elkaar regelmatig tegen op de verschillende werkvloeren en werkten ze samen.

Met respect voor elkaars kunsten.

Ze zijn door de wol geverfd, weten wat ze moeten doen en als ze het niet weten hebben ze zo ontzettend veel kennis dat ze het alsnog oplossen. Ze weten dingen die niet in de schoolboeken staan maar die je in de praktijk leren kan.

En die praktijk heeft ze gevormd en gemaakt zoals ze nu werken.

Naast hun vakmanschap zie je nog meer opvallende kenmerken. Dit soort werklui gooien namelijk nooit wat weg. Sterker nog, ze pakken eerder wat op dan dat ze iets weggooien! Dat wist ik wel want mijn vader, ruim gepensioneerd inmiddels, gooit ook niets weg. Is uit hetzelfde hout gesneden zoals ze dat zo mooi zeggen. Pas als hij er niks meer mee kan dan mag het naar de stort. Zo had hij een stofzuiger die zeer waarschijnlijk al eerdere eigenaren gekend had. Die heeft hij gerepareerd en vervolgens hebben ze er nog jaren plezier van gehad.

Tot vorig jaar..

Mijn vrouw en ik zouden wel even de vloer dweilen. Ik pakte de stofzuiger en zij kwam dan achter mij aan met de dweil. Nu wil het geval dat ik soms een beetje onhandig ben. En dat is nog zacht uitgedrukt. Ik kan soms dingen doen waarvan ik later denk: Dat had ik anders moeten doen. Maar dan is het al te laat. Want tijdens het stofzuigen liep ik zó de emmer met sop voor de vloer omver! Op zich kon die vloer dat best hebben maar de stofzuiger was er minder blij mee.

Al gauw kwam er rook uit…

Mijn vader nam het sportief op en zei dat ding wel weer aan de praat te kunnen krijgen maar enkele dagen later kreeg ik een Appje waar de teleurstelling van afdroop.. De stofzuiger was niet meer te repareren.

De Musketiers in dit verhaaltje zijn net zoals mijn vader. Wellicht een generatie dingetje. Laatst was ik in de werkplaats van een van de Musketiers. Hij had daar een prachtig meubel staan met smalle laatjes. Nadat ik vroeg wat daarin zat trok hij een la open en zag ik allemaal luciferdoosjes, gevuld met allerlei soorten schroefjes en boutjes en moertjes en nippeltjes. De kast was ooit van zijn vader geweest en werd nu gekoesterd door hem. Want alles wat zijn vader op straat of op de werkvloeren vond nam hij mee in zijn broekzak, om het vervolgens keurig gesorteerd weg te leggen in een van de luciferdoosjes.

Een soort monnikenwerk eigenlijk.

Als je dat ziet dan staat de tijd even stil. Want we leven nu in een tijd van ‘gooi maar weg, we kopen wel nieuw.’ Dat is mede de reden dat ik zo onder de indruk ben van deze dappere strijders in onze huidige samenleving. Een samenleving waarin enkele jaren terug nog het werken met je handen soms met minachting benaderd werd.

Gelukkig is die minachting aan het omslaan in bewondering en kiezen steeds meer jongeren ervoor om te werken met hun handen! Dan komen ze afgemat thuis maar de voldoening van een geslaagde klus geeft ze energie. En hopelijk komen ze zo nu en dan een van deze Musketiers tegen en zien ze de lichtjes in hun ogen als ze over een van hun vele projecten praten. En de verbondenheid met hun vak.

‘Eén voor allen, allen voor één!’

 

 

Zwakheden

Zoetekauw noemen ze het ook wel. Dat is iemand met een voorliefde voor zoet. Ik beken, ik behoor tot die categorie. Toen ik nog geen kinderen had was ik een normale innemer. Suiker in de koffie, bruine basterdsuiker in de yoghurt en zo nu en dan een dropje. Meer was het niet.

Oh ja! Regelmatig ijs van Piet, ijssalon Italia!

Jaren later kreeg ik kinderen en die kinderen werden groter en ja, dan moet er toch wel een snoepje in huis zijn toch? Even helder, dat was nog in de tijd dat snoepjes gewoon konden en toen wisten we nog niet dat suikers echt heel slecht zijn voor lijf en leden. Maar dat was ook de tijd dat we veel meer bewogen en niet ons van stoel tot autostoel hesen en vice versa.

En het was de tijd dat we eigenlijk nog nooit van het woord ‘obesitas’ gehoord hadden..

Van huis uit kregen we wel eens een snoepje maar dat was meer uitzondering dan regel. Daarom ging ik graag op visite bij mevrouw Van der Meulen, een oudere weduwe waar de jeugd vaak kwam voor een praatje en een snoepje. Soms had je het geluk een paar centen te hebben en dan kocht je bij de Enkabé daar een paar toverballen of schuimblokken voor. Of je kocht een zak chips, gewoon een grote zak want die ‘eenpersoonszakjes’ hadden we toen niet.

En thuis kregen we op woensdagmiddag en zaterdagavond een bakje chips.

Als vader kocht ik dus regelmatig wat snoep voor in de voorraadkast maar op een gegeven moment werd dat regelmatig eigenlijk een standaard. Elke week vulde ik de boel aan maar het kroost werd niet dikker en de tandarts bleef ook elke keer na een bezoek vol lof over de jeugdige gebitjes.

Alleen werd ik dikker en de tandarts begon ook steeds meer op mij te mopperen…

Zure matten waren eigenlijk wel mijn favoriet maar ook die kleine doosjes Smarties, heerlijk! Die mini-doosjes met snoepjes waren zó mini dat je er wel een paar van moest nemen voordat je het pas echt proeven kon. En spekjes, daar heb ik mij echt misselijk aan gevreten! Met alle gevolgen van dien, de trommel was elke week leeg. De kinderen waren echt onschuldig in dit verhaal, er was maar één dader:

Hun vader…

Nadat ik drie jaar geleden gestopt was met roken nam de toename van zoetigheid alleen maar toe. Dat was voornamelijk de schuld van mijn vrouw. Zij houdt namelijk van gezelligheid en gezelligheid gaat in haar ogen heel goed samen met ‘iets lekkers’. Zodra Pasen in zicht was stroomden de chocolade eitjes het huis binnen en die worden verdeeld over gezellige schaaltjes. Het duurde niet lang meer of ik had ze allemaal opgevroten want ze zijn zó lekker, vooral de witte kunnen op mijn enthousiasme rekenen.

Maar mijn vrouw ’s enthousiasme voor mij nam met elk opgevreten ei alleen maar af.

Ze snapte het niet. “Je kan toch ook gewoon één eitje eten?” zei ze dan, behoorlijk verontwaardigd omdat het hele schaaltje al na één dag leeg was. Ja, dat kan. Maar ten eerste zitten er verschillende smaken in en ten tweede zijn ze klein waardoor je amper proeft hoe ze smaken. Datzelfde herhaalt zich met de weken voor kerst. Dan liggen er overal kerstkransjes en voel ik dat ik weer aan de bak moet.

Want na de kerstdagen zijn ze niet meer lekker…

Tussen deze feestdagen door zie ik toch regelmatig repen chocola of bonbons voorbijkomen. Want ja, het staat zo gezellig en het is ook zo lekker bij de thee. Wat dat laatste betreft ben ik het helemaal met haar eens, chocola is heerlijk bij de thee. En bij de koffie. En bij een biertje. En bij niks, gewoon voor de grijp.

En als ik naar mijn favoriete programma kijk, First Dates, net na het eten.

Er is een periode geweest dat ze de chocola verstopte. Maar al gauw had ze in de gaten dat verstoppen geen zin had met een man zoals ik in huis. Mijn moeder heeft dat vroeger ook geprobeerd. Wij hadden namelijk een grote blauwe, blikken bus in de bijkeukenkast staan waar de chips in bewaard werd. Maar moeder greep regelmatig mis omdat ik er enkele grepen in gedaan had, ik was (en ben) gek op chips. Zó gek dat ik de straf die ik kreeg incalculeerde en voor lief nam. Op een gegeven moment was ze er zo klaar mee waarna ze de chips ging verstoppen voor deze chips verslaafde muis. Dat verstoppen ging ver, heel ver. Want uiteindelijk vond ik de chips in de nis achter het keukentafelkastje en, geloof het of niet, in de centrifuge!

Dat gaf wel aan dat ik voorzichtiger moest zijn en niet in één keer de zak leeg moest vreten…

Onlangs vond ik, in het hier en nu, een Toblerone reep in de kast, op de gebruikelijke ‘chocolade-plank’. Het was een behoorlijk reep, groter dan normaal. En wederom kon ik de verleiding niet weerstaan en opende de driehoek doos voorzichtig waarna ik met veel moeite een stuk afbrak en in mijn mond stak.

Om vervolgens de doos weer voorzichtig dicht te vouwen zodat het niet opviel.

Dit herhaalde zich vervolgens enkele dagen en uiteindelijk lag alleen de lege verpakking er nog. Zonder dat mijn geliefde het door had en waarmee zij bevestigde het links te kunnen laten liggen. Iets wat ik dus niet kan.

Mijn zwakte..

Om haar geen stok te geven besloot ik een nieuwe reep te kopen, de oude verpakking weg te gooien en mij voor te nemen de nieuwe reep niet aan te breken. Toen ik later thuiskwam zag ik het pas. De gekochte reep was toch kleiner, het scheelde exact 260 gram!

Maar ik ging er niet voor terug en gokte op de goede afloop.

Vorige week stond ze met die reep in haar handen. Voor ons geslaagde buurmeisje. Ze mag van ons als cadeautje haar nagels laten ‘stijlen’ en de reep was gewoon voor de geef.

“Goed idee!” zei ik…

Het mag best wat minder

Was het ‘normaal’ wat achter ons ligt eigenlijk niet gewoon ontzettend abnormaal? Dat vraag ik mij steeds meer af de laatste tijd. Iedereen heeft het over de corona, over wat een barrel het eigenlijk is, hoe lastig het is en hoe het ons hele leven op de kop gezet heeft. Maar ik hoor en lees ook steeds vaker dat we er ook iets van kunnen leren. Dat de manier van leven welke we al jaren en jaren gewend waren, misschien iets te veel vergde van mens, dier en wereld.

Hoe ‘gewoon’ was eigenlijk het gewone?

Want als we echt eerlijk daarover zijn dan short het er nog wel eens aan. We leven van evenement naar evenement, de kinderen hebben overvolle agenda’s en komen niet meer aan ‘gewoon’ buitenspelen toe, ze hebben speelgoed wat haast niet meer van de echte wereld te onderscheiden is waardoor de fantasie minimaal de kans krijgt om gezellig ‘mee te spelen.’ Vreemd dat laatste want de meeste ouders van nu weten heus nog wel hoe ze vroeger buiten konden spelen en hoe leuk dat eigenlijk was.

Stoeprandje, verstoppertje, Stand in de mand…

Het vaak gehoorde tegen argument is dat de straten vol staan met auto’s en dat de stoepranden amper nog het daglicht zien door de vele velgen. Dat klopt. Dat geeft juist heel duidelijk aan hoe we ons in de welvaart wentelen. Twee tot drie auto’s per gezin is tegenwoordig helemaal niet meer raar. Daarom worden er weer plekken gecreëerd waar het kroost even los kan komen van het ouderlijk gezag, ‘gezag’ dat ik ook een beetje in twijfel neem want de jongste jeugdigen zijn behoorlijke bijdehandjes. Waardoor het moeilijk corrigeren is.

En vervolgens kregen we te maken met de term ‘conflict vermijdend’ gedrag.

Natuurlijk valt het allemaal vast wel mee en zit ik hier gewoon een beetje zuur mijn stukje te tikken maar toch heeft covid 19 ons behoorlijk een spiegel voorgehouden. Want we hadden ineens de kinderen thuis. Niet een weekend, een weekje of twee weken. Nee, dat werden weken en weken! En er moest ook nog onderwezen worden en dat was voor sommige ouders best wel confronterend want Jantje en Marietje waren toch niet zo hoogbegaafd als zij altijd gedacht hadden.

Gedachtes die zij ook altijd ventileerden aan de meesters en de juffen…

Ziehier de reden hoe het tekort aan leraren blootgelegd werd. Want wie laat zich bij elk tien-minuten gesprekje graag afzeiken? Niemand toch? Hopelijk hebben deze mensen nu een lesje geleerd en voeren ze voortaan (nederig, netjes en beschaafd) het tien minuten gesprekje met de meester of juf.

Geloof mij, dat scheelt een hoop stress en de leraren krijgen er weer lol in!

En geloof mij, later, als de kinderen groot zijn, zoeken ze toch hun eigen weg. Die hoef je haast niets meer uit te leggen want alle antwoorden Googlen ze wel even. Maar de belangrijkste taak die ouders aan hun kinderen moeten meegeven zijn toch wel de levenslessen, lessen hoe je met elkaar omgaat.  

Wie goed doet goed ontmoet!

Ik denk dat we echt meer naar de voordelen moeten kijken van de huidige crisis waarin we ons bevinden. Kijk maar eens hoe we met zijn allen een stuk schoner zijn geworden. We vervuilen minder omdat we minder consumeren en de auto wat vaker laten staan. Terwijl de benzineprijzen weer lijken op de prijzen aan het begin van deze eeuw gebruiken we de auto toch minder! Dat is goed te zien op de weg. We houden ons ook redelijk aan de nieuwe snelheden en de verkeershuftertjes lijken ook wat relaxter te worden. En dan de files.

Welke files?

Die lijken opgelost omdat velen thuis zijn gaan werken. En die thuiswerkers krijgen er ook steeds meer lol in want die zijn even verlost van domme kantoorgrapjes zoals het vastplakken van je computermuis of gsm. En we zijn bewuster onze handen gaan wassen omdat we bewuster geworden zijn van vuiligheid op de gebruiksvoorwerpen om ons heen, zoals bijvoorbeeld een deurkruk of de knoppen van de lift!

Of de hand die geschud moet worden…

Maar het allerleukste is toch ook wel weer verrassend: we hebben namelijk meer seks! Ja, ik, jullie, iedereen! In Zuid-Holland spannen ze de kroon maar hierin Groningen kunnen we er ook wat van! Dat komt natuurlijk doordat we niet meer naar onze ‘buiten vrouw of man’ kunnen en daardoor ontdekt iedereen weer dat het binnenshuis ook best wel leuk is.

Prachtig nieuws toch!

Uitzonderingen op de regel hè! Want er zijn door al dat thuisblijven vast ook wel wat scheurtjes ontstaan in menige relatie. Scheurtjes die de verhoudingen zo onder spanning zetten dat er vast wel weer een soort stoelendans ontstaat in relatieland. Dat zien we ook terug in de politiek, zoals de club van Henk Krol, 50Plus. Die vlogen elkaar zó in de haren dat zelfs mediation niet meer hielp. En bij Femke Halsema zal het momenteel ook wel niet echt lekker lopen. Vermoed ik. Maar we zien ook de andere kant. We zijn massaal getuige van een ontluikende liefde tussen twee hele bekende Nederlanders! Over wie heb ik het?

Over onze premier en Irma natuurlijk!

Hoe leuk is dat toch elke keer weer tijdens de persconferenties! Je voelt de seksuele spanning tussen die twee wanneer ze ons, het Volk, uitleggen hoe we ons beetje bij beetje mogen ‘unlocken’ en weer terug kunnen naar het normaal. Ik word daar zo vrolijk van dat ik eigenlijk niet eens meer luister naar de daadwerkelijke boodschap.

Ik verheug mij nu al op de Staatsbruiloft!

Ach ja, wat kan de liefde toch veel moois geven. Dat geeft positieve energie en dat is veel beter dan dat negatieve geweeklaag, dat vreet juist energie. We moeten Omdenken en eerlijk zijn tegen onszelf in plaats van elkaar gek maken met theorieën die enkele mafketels via allerlei media tentoon spreiden.

Laten we leren van de afgelopen maanden, het zal een heel belangrijk onderdeel worden van onze geschiedenis!

Energie gevende emoties

Het regent momenteel zonnepanelen! Ze schieten als paddenstoelen uit de grond en sinds een weekje groeien ze nu ook bij ons op het dak. Eindelijk! Wij zijn nu ook duurzaam. Na jaren en jaren energie slurpen maken we het nu zelf. Wij horen nu in het rijtje van energieleveranciers en worden rijk. Schatrijk. De Tesla is al besteld en ons gasfornuis zal plaatsmaken voor een kekke inductieplaat waarop ik nog lekkerder zal gaan koken dan voorheen.

Ja, deze energiebaron knalt haast uit elkaar van energie!

En ik ben niet het enige blije mens hier in huis hè, mijn allerliefste energiebaronesje is er ook blij mee. Ze zit nu de hele dag via de zonnepanelen- App op haar telefoon te kijken naar de kilowatten die massaal door ons geproduceerd worden en kirt er op los bij elk piekje van productie. We zijn er zelfs zó blij mee dat we stoelen voor de meterkast hebben gezet om te kijken naar de teruglopende meter.

En dan knijpen wij elkaar even in de handen.

Dat geluksgevoel. Zó intens, zó emotioneel. Eigenlijk is dat best wel raar, dat we zo overdreven reageren. Maar er zit kennelijk momenteel iets in de lucht dat ons mensen wat gevoeliger maakt. Door de huidige omstandigheden lijkt het alsof we allemaal wat liever voor elkaar zijn. Dat we wat meer begrip tonen, dat we wat meer luisteren naar elkaar en dan bedoel ik ook écht luisteren. Ik zeg specifiek ‘lijkt’, want schijn kan bedriegen en zelfs waarheid worden. Zo las ik van de week dat er mensen zijn die hebben gereageerd op het overlijden van de moeder van premier Rutte.

Je verwacht dan, als normaal denkend mens, meelevende condoleances te lezen in de reacties.

Nou, dat was niet helemaal het geval. Kort door de bocht waren vele uitspraken het sop niet waard. Want er werd weer van alles uitgekraamd door …door… ja, door wat voor mensen eigenlijk?  Moeilijk om daar een definitie van te maken want idioten komen in alle lagen van de bevolking voor. Alle lagen ja, want onlangs sprak ik iemand van het ziekenhuis. Haar vertrouwen in de mensheid had even een flinke deuk opgelopen. Want zij werd tijdens haar werkzaamheden bij de hoofdingang op een vreselijke manier uitgescholden en beledigd. Waarom? Omdat zij enkel het deurbeleid uitvoerde.  Het betrof een keurig persoon van rond de 70 jaar die helemaal flipte omdat alleen de partner naar binnen mocht. Deze regel werd toegepast bij eenvoudige handelingen, niet bij belangrijke uitslagen. Zo proberen ze in het ziekenhuis grote drukte te vermijden waardoor men niet spastisch door de gangen van het ziekenhuis hoeven te lopen.

Best wel handig in deze anderhalve meter samenleving.

Maar dat willen sommige mensen helaas niet snappen, de categorie negatief. Maar ik ga nog wel even terug naar de emoties. Mooie, herkenbare emoties die zo nu en dan in ons leven voorbijkomen.

Vaderlijke emoties om precies te zijn.

Van de week raakte ik in gesprek met een leeftijdsgenoot die ongeveer dezelfde ‘bagage’ heeft als ik eerder ook gehad heb. Hij was net verhuisd en vertelde dat hij ook een adreswijziging gestuurd had naar het ouderlijk huis van zijn drie kinderen. Omdat zij het recht hebben te weten waar hun vader woont. Er waren verder geen verwachtingen van een respons op het kaartje want hij zag zijn kinderen al jaren niet meer en ja, scheiden is lijden en laat voor alle betrokkenen diepe littekens na. De kaart was gewoon zakelijk, alhoewel hij wel afsloot met de woorden:

‘Ik mis jullie.’

“Maar zonder verwachting hè, zonder verwachting…” Hij schudde wat met zijn hoofd en vertelde verder. “Maar gisteravond kreeg ik ineens een Appje: “Hoi Pap!” Toen hij die woorden zei sloeg hij stil. Hij trok met zijn mond, perste zijn lippen op elkaar en knokte tegen de tranen. Ik slikte een brok in mijn keel weg. Want dit was zó herkenbaar. Ik begreep hem direct, heb jaren terug ook in die situatie gezeten maar bij mij zijn de littekens met de jaren steeds meer aan het helen. Bij mij, maar ook bij mijn kinderen zie ik nu de rust terugkeren en komen wij allemaal in een rustiger vaarwater.  

‘Hoi Pap!’

Hij vertelde mij dat hij nog nooit zo blij was die woorden te horen. ‘Hoi Pap.’ Het lijkt zo gewoon  maar dat is het niet als je je kinderen al jaren niet meer gezien hebt. Niet omdat je ze niet meer wilt zien maar omdat de omstandigheden je ertoe dwingen. Je leert ermee leven, je draagt het als een man en je vertikt het om in een slachtofferrol te vervallen. Het enige wat je kan doen is doorgaan, doorgaan om boven je verdriet te staan. Om zo min mogelijk deining te veroorzaken. Uit liefde voor het kroost berust je in je lot.

‘Hoi Pap!’

Het was genoeg voor hem om zijn emoties te laten zien aan mij. En ik brak van emotie door de anderhalve meter barrière en gooide mijn arm om hem heen: “Man! Wat een goed nieuws!” en keek ongemakkelijk om mij heen, wellicht op zoek naar iemand met Fisherman’s friends…

Na de wolkbreuk praatte hij als Brugman over hoe fijn dit was en hoe mooi het allemaal wel weer zou kunnen worden, onderwijl toch flink op de rem trappend om niet te hard van stapel te lopen. Want hij zag overduidelijk dat dit een kans was die met beide handen gepakt moest worden. Wellicht met handschoenen want het was nog pril, en broos.

En niet meer terugkijken of wijzen naar schuldigen.

De rest van de dag liep ik met een grijns op mijn smoel van oor tot oor. Dat verhaal van die gozer gaf mij zoveel energie die onze eigen energie productie deed verbleken. Dit soort berichten geven hoop. Hoop in bange dagen zoals ze dat zo mooi zeggen. En de wetenschap dat uiteindelijk alles wel weer goed komt zolang je er maar voor wilt gaan.

Want mensen kunnen echt niet zonder elkaar, energiek als ze zijn.

Eigenlijk net als zonnepanelen niet zonder de zon kunnen!

Tip van de Opa’s

Onlangs heb ik mijn oudste zoon, net vader geworden van een prachtige dochter, even flink op zijn donder moeten geven! Dat klinkt vervaarlijk en wellicht wat agressief maar het was echt even nodig! Niet omdat hij haar mishandelt of zo hoor, laat ik daar wel even heel duidelijk in zijn.

Nee, hij overlaadt haar met aandacht!

Hij is continue aan het knuffelen. Of hij verschoont haar luier en geeft de zuigeling een flesje. En hij doet haar in bad en kleed haar aan. En alles gaat gepaard met knuffelen. Dan doet hij dingen die ik ooit bij hem gedaan heb en mijn vader ooit bij mij. Zoals ‘neusje, neusje, neusje’, ‘Komt een muisje aangelopen’, of ‘Klap, ga naar de markt.’ Allemaal knuffelversjes die bij ons in de familie ooit bedacht zijn om de nieuwe leden in de familie te vermaken.

Maar je kan er ook in doorschieten.

Vooral dat  ‘neusje-neusje-neusje’. Dat is in werkelijkheid namelijk neusje-gok! Dat neusje van het leutje wichie kan zó verdwijnen in een van haar vaders neusgaten! En hij blijft er dan maar mee doorgaan, terwijl je ziet dat ze maar één ding wil: Slapen! En zoveel mogelijk! Tijdens haar ontwikkeling als mooiste kindje van de wereld lag ze veilig en knus in de buik haar moeder. Natuurlijk hoorde ze zo nu en dan haar aanstaande vader wel, wanneer hij weer via de buik contact zocht met haar. Maar daar kon ze zich nog voor afsluiten.

Nu kan dat niet meer…

Uiteraard heb ik gezocht naar een antwoord op dit overdreven gedrag van mijn zoon.  Had hij een meer gender neutrale opvoeding moeten krijgen? Ik weet nog dat hij op zijn 4e of 5e verjaardag van een oom zo’n roze tasje kreeg, met een roze kammetje en een roze spiegeltje erin. Hij smeet het van kwaadheid op de grond. Even helder, hij werd hier niet gepusht! Dit was zijn eigen willetje.

Door die ‘gebrekkige’ opvoeding zitten we nu met de gebakken peren…

Want hij haalt als het ware nu in. Een soort compensatie gedrag zeg maar. Het gemis van een pop in zijn jeugd versus het popke welke hij en zijn vriendin nu op de wereld gezet hebben. Ik had als kind ook geen pop maar ik speelde wel in de Poppenhoek met de poppen op de kleuterschool. Net zoals de andere jochies in de klas.

Maar er is toch ook nog een moeder in dit verhaal?

Jazeker! Alleen zij krijgt simpelweg de kans niet om moeder-babydingen te doen.

Eerst dacht ik dat het aan mij lag. Want ik heb best wel snel een oordeel klaar en betrap mezelf regelmatig op een iets te zure opmerking over nieuwerwetse dingen of uitvoeringen. Maar ik kreeg bijval, bijval van iemand die ik erg hoog acht.

Mijn vader!

De (bijna) 86 jarige overgrootvader van dit meiske om precies te zijn. Ook hij had mijn zoon de oren even gewassen. Wij hebben hem, zonder dat we het van elkaar wisten, even flink aangepakt. Dat hij die kleine met rust moest laten, rust die het meiske zo hard nodig heeft om te groeien. “Het gaat om één van de drie R’n, ‘Rust, Reinheid en Regelmaat’. “

Dat wist ik nog van vroeger toen ik zelf net vader was geworden.

“En jij bent bezig met onRust! Daar zit ook een R in maar dat is niet de goeie!” vervolgde ik mijn relaas toen ik hem telefonisch ter verantwoording riep. “En als kersverse opa heb ik het recht om in te grijpen. Dus wanneer je haar s’ nachts de fles gaat geven dan doe je niet die bouwverlichting aan maar een klein nachtlampje. En dan fluister je lieve dingetjes in plaats van hardop in hardstyle te gaan zingen dat ze lekker aan het groeien is!”

Nou, daar was hij even stil van. Even. Toen kwam zijn antwoord:

“Maar Pa, dat deed jij toch ook bij ons toen wij klein waren?” “Dat klopt jongen, maar dan was je al flink ouder, dus niet net twee weken.. En het was gewoon overdag, tussen de slaapjes door.”

Hij beloofde beterschap.

Maar even later stuurde hij weer een filmpje waarin te zien was dat het meiske de hik had. Ze lag op haar ruggetje op het grote bed en hij, startende vader, lag ernaast. Kennelijk dacht hij dat ze aan het lachen was en dat ze een spelletje wilde doen waarna hij steeds de slab op haar hoofdje legde en dan ineens wegtrok.

“Kiekeboe!”

Je zag aan haar de frustratie. Haar handjes probeerden duidelijk te maken dat ze de hik had en helemaal geen zin had in spelletjes. “Help mij van die hik af en leg mij asjeblieft weer terug in mijn bed!” leek ze te zeggen. Hij zag de wanhoop niet in haar ogen en ging gewoon door. Natuurlijk snap ik hem wel hoor, hij is zo trots op haar als een aap met zeven staarten. Zo hoort het ook te gaan.

Maar nu moet hij toch even naar zijn (o)pa’s  luisteren!

Zijn enthousiasme voor zijn dochter wil hij ook heel graag delen. Want hij bestookt al zijn telefoon contacten ook met Appje’s. Over het algemeen met foto’s en filmpjes waarop zijn dochter te zien is, inclusief de verwekker.. Leuk, maar mijn telefoon draait nu overuren en het geheugen raakt voller en voller waardoor mijn telefoon trager en trager wordt. Ik zit nu dagelijks de boel op te schonen en heb al 10 gig aan foto’s op de harde schijf, enkel van dit lieve kleine meiske. Het zijn al meer foto’s en filmpjes die ooit van hem zelf gemaakt zijn!

Hij is dus helemaal in de bonen en een beetje in de war

Zo vertelde hij van de week dat de administratie van zijn werk hem benaderd had, via de mail, ik citeer:

‘Beste Youri, ik gok dat je vader bent geworden? Van harte gefeliciteerd! Wel wil ik even doorgeven dat ik jouw weekstaat ga aanpassen. Zwangerschapsverlof wordt namelijk alleen gebruikt door de dames. De dagen die jij opneemt omtrent geboorteverlof dienen geregistreerd te worden onder betaald kort verzuim….’

We zijn er (weer) geknipt voor

Aanstaande dinsdag is het dan eindelijk zo ver. Na weken en weken wachten en elke dag opnieuw de confrontatie aangaan in de badkamer mag het weer! Ik mag naar de kapper! Eerlijk gezegd had ik eerst die wildgroei niet zo door maar na de incubatieperiode van om en nabij de vier weken zag ik de eerste verschijnselen. En drong het pas echt tot mij door. Natuurlijk probeerde ik het nog te negeren en verdoezelde ik het door het weg te halen, met een pincet of schaar. Maar twee weken later was er geen ontkomen meer aan en was de wildgroei van haren op en rond mijn hoofd, compleet.

Ik had een corona-kapsel…

Het enige wat nog wat troost gaf was het feit dat ik niet de enige was. Nee, er liepen genoeg soortgenoten rond die met het zelfde probleem zaten. Langzaamaan zag ik keurige gekapte types veranderen in Neanderthalers, alsof ze zó uit een ver verleden tijdperk kwamen lopen.

Enkel de knuppel over de schouder ontbrak nog..

Opvallend was dat de dames die wilde koppen wel leken te accepteren. Of noem het begrip, zij waren natuurlijk ook slachtoffer van het kapper verbod. Dat was wat! Toen het bekend werd gemaakt hoorde ik in de wijk menige dame een gil geven, een gil waar overduidelijk een flink stukje angst in te horen was.  Want de meeste dames zien de kapper toch echt als het allerheiligste en vinden ultieme geluksmomentjes in de kapsalon waar wij mannen maar weinig van begrijpen. Zij zien het als drie uur ontspanning van de hoogste orde.

Mijns inziens is een half uur lang genoeg om te knippen!

Toch begon het wat te rommelen. Enkele weken na de lockdown hoorde ik termen zoals ‘uitgroei’ en ‘nek uitscheren’ of er moesten ineens ‘verfpakketjes’ gehaald worden. Mijn vrouw ging toen de keuken in om een ‘potsjekoek’, een Terschellinger koek in tulbandvorm, te bakken. Die gaf ze aan de kapper toen ze het bestelde verfpakketje ging ophalen. Toen ik haar vroeg sinds wanneer we betalen met eigen baksels legde ze uit dat het ‘gewoon ter ondersteuning’ was, dat deden wel meer klanten van de kapper.

Zie hier het ontstaan van de Corona-kilo-kappers-knallers!

Eigenlijk was dat ook weer zo’n rare bijkomstigheid, dat er ineens in vele huishoudens van alles gebakken werd. Ik was daar ook slachtoffer van en heb potsjekoek, kruidkoek, mueslikoekjes, appeltaart en krentenbrood van oliebollenbeslag moeten eten. Op een gegeven moment raak je daar aan gewend en zit je rustig twee tot drie keer per dag bij de koffie eigen baksels te eten.

En ja, dan kan je in mijn geval rustig zeggen dat ik daar een slachtoffer van ben.

Dat werd van de week bevestigd nadat ik een ‘lang niet meer aangehad’ overhemd aan wilde trekken. Dat ging dus niet meer. Gekrompen, was mijn eerste reactie, maar de weegschaal besliste anders. Depressief sneed ik mij een extra dik plak poffert af die mijn vrouw gekocht had in de Langestraat om zo de ondernemers een ietsiepietsie te steunen en at het gulzig op. Vervolgens zocht ik hulp bij slachtofferhulp en die mevrouw hoorde mijn verhaal aan.

“Maar de Poffert was wél zeer smakelijk!” waardoor wij vrolijk het gesprek beëindigden.

Ik ben dus wat steviger geworden in de laatste weken maar mijn omgeving lijkt het wel te accepteren. Mijn vrouw noemt mij nu haar ‘beertje’ en zolang ze het verkleind heb ik daar vrede mee. En ja, het overkomt ons allemaal hè, we kunnen er niets aan doen dat we meer eten, minder bewegingsvrijheid hebben en matjes kweken in de nek, over de oren en boven de ogen. Het vrouwvolk ziet het manvolk langzaamaan weer veranderen in echte kerels! Daar valt ook wel wat over te zeggen. 

Want laten we eerlijk zijn, wij mannen zijn de laatste decennia, excusez le mot, zachtjes aan wel wat verwijfder geworden.

We staan wat langer dan voorheen in de badkamer, gebruiken allerlei crèmepjes voor huid en hoofdhaar en zelf ben ik begonnen met baardolie in mijn prille baard te smeren! Na de emancipatie van de vrouw proberen wij mannen dat weer in te halen, competitief als wij zijn. Ook gaan steeds meer mannen naar die thermische baden omdat ‘ze even een moment voor zichzelf willen hebben..’ en make-up is sommigen ook niet vreemd.

Dat gaat mij dan weer iets te ver.  

Maar nu kan ik rustig zeggen dat ik uitkijk naar de knipbeurt van aanstaande dinsdag. Want het is echt een zooitje op mijn hoofd. Plus een op hol geslagen beginnende baard waardoor ik er behoorlijk vervaarlijk bij loop. Toen de kapper mij belde betrapte ik mij erop even een klein vreugdesprongetje te maken. Wel Appte ik direct even een recente foto van mijzelf zodat ze, wanneer ik dinsdag bij ze voor de deur sta, mij niet wegsturen al ware ik een zwerver die op gratis koffie uit is.

Wellicht met een stukje potsjekoek, uit de vriezer van de kapper!

Aanstaande dinsdag mogen ze aan hun meesterwerk beginnen. Dan ga ik extra genieten van het geluid van de tondeuse die zich vanuit mijn nek ronkend opbokst tegen de wildgroei, aangestuurd door de arm van de kapper of kapster. Of naast mijn oren omhoog, dan komt het monotone geluid heel erg dichtbij waardoor ik altijd de neiging heb om in slaap te vallen. Gelukkig houden ze het gesprek wel gaande waarmee ze erger voorkomen.

Maar we gaan het niet over corona hebben!

Want ik benijd ze niet hoor, al die ondernemers die de deuren weer mogen openen. Geheid dat ze telkens hetzelfde verhaal moeten vertellen, hoe ze al die weken doorgekomen zijn en hoe ze gepiekerd hebben. Of de boel wel stabiel genoeg was om zolang gesloten te kunnen zijn. Met andere woorden, dan kom je uit de malaise en moet je er vervolgens ook nog over praten…

Daarom mijn advies, begin gewoon over iets anders, over koetjes en kalfjes van mijn part. 

Die zijn ook altijd zo blij als een kind wanneer ze weer de wei in mogen!

 

 

 

Functiewijzigingen

Fases beheersen ieders leven. Zo starten de meesten onder ons als baby heb ik mij laten vertellen en daarna begint de ellende pas goed. Dat is natuurlijk een grapje, het leven is veel te leuk. Ik kan mij er niet zoveel van herinneringen maar volgens mij was ik super blij toen ik in 1964 in Harlingen ter wereld kwam.

Mijn moeder wat minder want het werd een keizersnee..

Maar al gauw werd de pijn van de ingreep vergeten en werd ik haar lieveling ’s zoon. Want ik heb langer in haar buik gezeten dan mijn broer en zus. Ook voorgaande is grappig bedoelt want ik weet ook wel dat ze ons alle drie zeer lief had. Toen ik in de puberteit kwam werd dat wat minder maar ach, zij had toen die beruchte leeftijd van de overgang.

Daar was die keizersnee een schrammetje bij.

Uiteindelijk kwam het weer goed nadat ik uitgevlogen was. We belden vanaf dat moment elkaar wekelijks en dan zaten we zó een uurtje te beppen. Rond mijn 30ste trouwde ik en een paar maanden later werd ik vader van een zoon, de eerste van de drie zonen die ik in totaal mocht krijgen. Ik heb hun luiers verschoond, ik heb met ze op de bank gelegen om solidair te zijn in hun middagslaapje, ik heb ze de fles gegeven, ik heb op de grond naast het ledikant gelegen wanneer ze wat ziekjes en huilerig waren, ik heb met ze gestoeid, ik heb ze voorgelezen voor het slapen waarna niet zij maar ík in slaap viel, ik heb ze leren fietsen, ik heb ze leren banden te plakken (alleen liepen ze steeds weg), ik heb met ze gevoetbald, ik ben met ze naar de trainingen geweest, ik ben met ze naar de wedstrijden geweest, ik heb met ze gevist, ik heb ze naar school gebracht of opgehaald en heb ook diverse keren ruzie met ze gehad.

Ruzie zoals niet geheel ongebruikelijk is tussen ouders en kinderen.

Dit jaar wordt de oudste 26 , de middelste 23 en de jongste 20 jaar. Wat maar weer aantoont dat de tijd geen vertraging kent. Man, man, wat vliegt de tijd! Tot halverwege vorig jaar had ik dat besef niet zo. Het waren gewoon mijn jongens en daar was ik ook heel gewoon trots op. En ik werd nog trotser op ze toen wij vorig jaar tot twee keer toe met zijn allen bij elkaar waren.  En dat die bijeenkomsten erg gezellig en bijzonder waren. Bijzonder ja. Want wij zijn ouders van een ‘samengesteld’ gezin met vier zonen! En natuurlijk heeft dat ons én de jongens veel bloed, zweet en tranen gekost.

Maar het is gelukt en we zitten nu met zijn allen in een rustiger vaarwater!

Ja, 2019 was voor ons een bijzonder jaar en dat kreeg aan het einde van het jaar nog een staartje. En het besef dat we echt ouder worden: er was een kleinkind op komst! Mijn vrouw sprong allerlei gaten in de lucht van plezier en blijdschap, ik bleef redelijk met twee benen op de grond want ja, het was de confrontatie ineens hè… Hoe ging dat liedje ook alweer van Peter Koelewijn:

‘Je wordt ouder pappa, geef ´t maar toe, Je wilt er alles aan doen, maar je weet niet hoe
Je bent nog snel maar ook eerder moe, Je wordt ouder pappa, je wordt ouder pappa’

Die tekst is zo helder als glas alleen het accepteren is nog wat troebel. Want alles gaat lichamelijk niet meer zo vlotjes. Plus daarbij opgeteld wat lichte ouderdomsongemakjes. Van de week kwam daar nog een ongemakje bij, namelijk een doorligplek achter mijn oor omdat de linkerpoot van mijn bril iets te strak zit..

Ik wil dit allemaal niet maar het hoort kennelijk bij het ouder worden. Daarom probeerde ik mijn enthousiasme voor de functiewijziging van ‘vader’ naar ‘opa’ te minimaliseren. En dan nog iets, deze nieuwe functie zal echt geen extra geld opleveren!

Integendeel, je kan daarop leeglopen als ik al kijk naar de uitgaven van mijn vrouw die ze nu al gemaakt heeft voor de ongeborene!

Na de jaarwisseling wist ik dat het er toch echt van komen zou. Maar toen kwam daar ineens dat rare virus om de hoek kijken en gaf ik de jonge ouders te kennen dat ze beter even konden wachten met bevallen. “Wacht gewoon nog een jaartje. Dit is geen leuke tijd om ter wereld te komen en ze zit goed waar ze nu zit. Toch?”

Op de ene of andere manier werd ik niet serieus genomen.

Vorige week, in de nacht van vrijdag op zaterdag, 2 mei, begon om 04:36 uur mijn gsm ineens te trillen. Ik schoot overeind want om die tijd belt meestal de planning van mijn werk voor een extra dienstje. Maar het was zoon Youri, hij belde mij via WhatsApp beeldbellen. Nadat ik eindelijk in de gaten had waar ik moest ‘vegen’ verschenen ze in beeld, mijn zoon, zijn vriendin Jorinde en …..Mijn vrouw, inmiddels ook rechtovereind, keek mee over mijn schouder en slaakte enkele kreten. Want naast het jonge stel lag nog een persoon.

Of beter gezegd, onze eerste kleindochter! 

Met alles erop en eraan, heerlijk tegen haar moeder aan en de handjes gebald naast het hoofd. Nu kreeg mijn ‘ik-ben-nog-te-jong-om-opa-te-zijn’ meninkje toch even een kleine aanvaring te verwerken. Een aanvaring met het besef een nieuwe fase ingegaan te zijn. Slapen ging erna niet meer en later zong ik mijn vrouw liedjes toe als ‘Omaatje lief’ van Heintje en zij zong spontaan ‘Mijn opa, mijn opa’ van Hetty Blok en Leen Jongewaard!

Hoe snel kan het ‘verval’ gaan!

Op de 75ste Bevrijdingsdag én op mijn moeders 91ste verjaardag, reden wij richting Den Haag om te gaan ‘Kroamschudden’, ‘Hartsje kieken, ’t Pottje bekieken’ of gewoon op kraamvisite te gaan. Het werd Raamvisite maar dat deed niets af aan het wonder wat ons getoond werd, zo klein, zo mooi en zo’n gaaf kindje. Het was de drie uur heen en drie uur terug rijden meer dan waard!

Die avond lag ik met oma in bed, nog hyper de piep van de dag. En we waren het eens:

De kleine prinses lijkt gelukkig op haar moeder!!

 

Wat een plaatje!

De vijfde maand van het jaar 2020 is aangebroken maar door dat kolere virus is mij het tijdsbesef totaal ontgaan. Normaal gesproken had ik allang terrasjes gepakt of even op bezoek geweest bij het kroost in Den Haag maar het bleef beperkt tot de achtertuin, de voortuin, het pleintje achter huis, de supermarkt en natuurlijk mijn werk.

Want thuiswerken zat er voor mij niet in.

Oh ja, en vorige week mocht ik nog even naar de hengelsportwinkel! Want vissen mag van de regering dus ik was er als de kippen bij. Ik was niet de enige. Want vissen is hip en hot omdat al die anderen dingen waar men doorgaans (massaal) naartoe gaat, zoals de Efteling, festivals, sportevenementen en andere groepsvermakelijkheden, niet meer mogen.

Dat mag enkel nog virtueel.

Mijn voornaamste tijdverdrijf nu is kijken hoe de katten van de buurvrouw zich op het garage dak aan de jacht wagen. Er lopen er drie, een grijze, een zwarte en een bruine. Gisteren had ‘die bruine’ nog bijna een duif te pakken maar de duif was net even slimmer. En als er dan even geen lekkere hapjes rondvliegen of lopen dan bevecht hij zijn territorium met de andere katten in de buurt.

Of hij schijt van pure nijd in onze tuin…

Ik heb nu tijd om dat soort dingen bij te houden vanuit mijn ‘mancave’. En ik denk veel na. Bijvoorbeeld over de uitbreiding van muziek in dit huis. Ik vind het heerlijk om overal muziek te horen. Wij hebben van die ‘wifi-boxen’ zeg maar, die je ook nog onafhankelijk van elkaar bedienen kan. Dus in elke ruimte zou je andere muziek kunnen luisteren. Of terug kunnen luisteren.

Ja, inderdaad, met zo’n handige App!

We hebben nu vier boxen, een in de keuken, een in de woonkamer, een in mijn kamertje en een in de badkamer. Ik mis er nog een in de WC maar je kan het ook overdrijven. Alhoewel het wel een uitkomst is wanneer je eens níet naar je eigen gezeik wilt luisteren… Nu kwam onlangs mijn geliefde met een idee welke best wel aanlokkelijk was. Onze televisie staat op het tv meubel maar zij wil hem aan de muur. Mijn reactie: “Tuurlijk, dan kun je er nog veel meer ‘accessoires’ op kwijt, zoals kaarsjes, lampjes, kevertjes of Toekan’s op een stokkie.”

“Plus een bossie nep-tulpen..”

Maar niets was minder waar. “Nee,” zei ze, “als jij de televisie ophangt dan mag je van mij een platenspeler op het tv meubel zetten!” Nu had ze mijn aandacht. Want ik ben voornemens een platenspeler aan te schaffen vanwege het ‘vinyl-gevoel’. Nu niet denken dat ik in een soort midlife crisis zit of dat ik terug wil naar vroeger. Dat is absoluut niet waar, ik luister al veel digitaal en maak ook gebruik van Spotify. En toen begin jaren ’80 de eerste muziekcd’s werden verkocht stond ik ook vooraan.

Maar muziek op vinyl, dat klinkt toch net even anders. En het is ook weer hip en hot! En hoe leuk is het om naar de platenwinkel te gaan en jezelf de nieuwste plaat van Pearl Jam, Blackbird, Chef’s Special, Danny Vera of Billy Eilish cadeau te geven.

Net als vroeger.

Dan gingen we bijvoorbeeld naar Plato, Music Store, Poort, Fame, Evelyn Novacek, Free Record Shop of naar Hekman. Elke dorp of stad had wel zo’n platenwinkel. En dan lekker sneupen in de bakken met elpees, op zoek naar die ene plaat. Of je liet de gekozen plaat opzetten door de medewerker van de zaak waarna je een koptelefoon aangereikt kreeg om het te beluisteren. Zo kon je even weg zwijmelen in de wereld van The Police, Deep Purple, Herman Brood, Paul Young, Meat Loaf of The Rolling Stones.

Na het afrekenen fietste je snel naar huis om vervolgens linea recta naar je kamer te gaan.

Daar haalde je dan voorzichtig de plaat uit de hoes en bekeek je hem door je duim op de rand te plaatsen en je wijsvinger in het gaatje te duwen. Vervolgens inspecteerde je het vinyl of er geen onregelmatigheden te zien waren. Daarna legde je de plaat op de draaischijf, pakte voorzichtig de arm op en zette de naald op het vinyl.

Met beleid!

Want als je de naald iets te dicht op de rand had gezet dan zat het gevaar erin dat hij er naast viel. En dat was slecht voor de naald. Het ging niet altijd goed. Vooral wanneer je een paar nummers wilde overslaan, dan moest je mikken in de juiste groef van de plaat en dat ging wel eens mis. Met krassen als gevolg. En als er een kras opzat dan sloeg de plaat over..over…over..over.. Op een gegeven moment wist je precies op welk moment van het liedje de plaat zou blijven hangen en stond je al naast de pick-up om de naald een ienie-mienie zetje te geven.

Of je stampte even hard op de grond of je gaf een klap op het meubel waar de pick-up opstond.

Later kwamen de automatische armen en hoefde je minder op te letten. Maar het typische grammofoonplaten geluid bleef bestaan. En die kreeg je niet meer terug op CD of ander digitaal medium.

Maar ik kan het terugkrijgen door nu toe te happen, door enkel een TV op te hangen..

Toch kwam het verstand om de hoek kijken. Want het zijn wel even kosten hoor, een platenspeler, boxen en een versterker. En we moeten ook nog de voortuin afmaken met plantjes en boompjes als ik eerdere berichten van het front geloven moet. De tuin is dan wat mij betreft de mooiste tuin van de wijk. Dat durf ik hier wel te beweren. Maar één ding moet nog wel even aangepast worden.. Wij hebben nog zo’n oranje doek in het zonnescherm. Die nodig aan vervanging toe is.

Ik hoefde het haar maar één keer voor te stellen…

Twee dagen later stond de mevrouw van de Zonneschermwinkel te meten en over een week of drie hebben wij inderdaad de mooiste voortuin van de wijk!

 

Visserslatijn

‘Als ze me missen dan ben ik vissen…’ zong Nico Haak ooit en dat deuntje jakkert de laatste tijd steeds door mijn hoofd. Of eigenlijk sinds een collega aangegeven heeft te willen vissen. Met mij. En dat vond ik ook wel een goed plan.

En deed er verder niks mee.

Hij daarentegen was wat fanatieker. Enkele dagen later stuurde hij mij een Appje met de mededeling een hengel en een vispas gekocht te hebben. En vervolgens kwam de vraag hoever ik was in de aanschaf van hengel en vispas want het werd mooi weer. Ik snapte zijn enthousiasme maar had een klein, gênant probleempje. Mijn zakgeld was niet toereikend. Dat kwam omdat ik niet goed mijn best gedaan had volgens de baas in huis. Er liggen namelijk al enkele weken een stapel steigerplanken in de tuin en de bedoeling is dat daar een tuintafel van gemaakt zou worden.

Door mij.

Maar ja, daar moet ik mij op voorbereiden. Want het is niet zomaar iets dus er moet eerst over vergadert worden. En daarna moet er een plan van aanpak gemaakt worden anders wordt het een zooitje. Dus ja, dat kost tijd. Teveel en te kostbare tijd volgens mijn vrouw. Die tafel had in haar ogen allang klaar kunnen zijn want we bevinden ons al een tijdje in het voorjaar. Met andere woorden, we kunnen in de tuin zitten. Uiteraard sputterde ik nog tegen, gooide het op de corona-maatregel van dat we elkaar toch niet mogen bezoeken. Dus waarom dan toch een grotere tafel? Nou, daar nam ze geen genoegen mee…

En kreeg ik geen zakgeld.

Maar toch kwam er ineens een ommekeer in dit conflict! Net op het moment dat ik mijzelf nooit meer zag zitten aan de waterkant, met hengel, koffie en voor de kou een alcoholisch slokje, zwaaide de poort van de tuin ineens open! Daar stond Tinus, de ‘motorrijder-die-niet-meer-op-de-motor-mag-van-zijn-vrouw’, in de deuropening. Hij wilde helpen. Dat komt natuurlijk ook omdat hij veel tijd over heeft. Hij mag namelijk niet meer motorrijden van zijn vrouw. Hij vertelde dat nogmaals aan ons en ik merkte dat het hem hoog zat, hoorde zelfs even een snik in zijn stem…”Maar goed, ik wil daarom mijn tijd wel een beetje zinvol invullen!”  Nou, dat was niet tegen dovemans oren.

Mijn zegen heeft hij!

En helemaal die van mijn vrouw! Want hij en hout zijn hetzelfde als de kurk op de wijnfles, de leerkracht en zijn leerlingen, Studio Sport met het bord op schoot, het ziekenhuis en het verplegende personeel, de burgemeester en haar ambtsketting, de kapper en zijn schaar, de voetballer en zijn bal en de schrijver en zijn pen. Wat hij ziet met zijn ogen kan hij maken met zijn handen. En ik? Ik ben slechts de zoon van een timmerman….

Met twee linker handen.

Maar dat boeide mij nu niet en bood hem direct een stoel en koffie aan. “Beste Tinus, je wilt dus echt een tafel maken van deze stapel hout?” en schoof hem de stoel aan. Ja, dat wilde hij wel. En hij begon direct met het meten en betasten van het hout. Betasten? Ja, betasten. Je zag het in zijn ogen, het respect en liefde voor het natuurlijke product.

Je zag zelfs nog méér liefde in zijn ogen voor hout dan wanneer hij over zijn oude motor sprak…

De volgende dag kwam hij het hout al halen waarop mijn echtgenote de rest van de dag nóg vrolijker was dan ze normaal al is. Ik besloot, als kleinzoon van een smid, het ijzer te smeden nu het heet was! Diezelfde dag ben ik direct uit mijn werk naar de hengelsportwinkel in Winschoten gegaan. Eenmaal binnen zag ik heel even door de hengels het water niet meer maar Gerben, de eigenaar, schoot mij snel te hulp. Het was voor mijn doen best wel een aanslag op mijn zakgeld maar het thuisfront was in opperbeste stemming dus ik durfde het wel aan en drukte op het knopje ‘Oke’ van de pinautomaat.

Toen een van de andere klanten mij een compliment gaf voor de gekochte hengel, steeg mijn zelfvertrouwen nog meer. Daarnaast gaf deze aardige kerel ook nog een tip voor een goed viswatertje waardoor ik het gevoel kreeg er nu echt bij het visgilde te horen. Trots als een pauw.. euh..karper, verliet ik even later de winkel en legde de hengel in de auto.

Inclusief de nodige accessoires natuurlijk!

Nadat ik thuis was gekomen kwam ook net de achterbuurvrouw eraan lopen. Ze had een ‘gezellig’ cadeautje gekocht voor mijn vrouw, iets met een geur en iets van chocola. Ze zette het op de keukentafel en verdween na gezegd te hebben dat ik er vanaf moest blijven. Althans, van de chocola dan wel te verstaan.

Ze kent mij.

Ik Appte intussen mijn collega de foto’s door van mijn nieuwe aanwinst en deze antwoordde natuurlijk erg enthousiast. Eindelijk konden we een dag plannen! We hadden ook al een locatie op het oog, namelijk het Damsterdiep bij Delfzijl. Daar woont een collega van ons, het type ‘Mi casa et tu casa’. Want naast het feit dat dit een hele aardige collega is, is het ook handig om vlakbij de vis stek een onderkomen te hebben alwaar wij eventueel koffie en dergelijke kunnen aanvullen.

‘Of even een tosti kunnen halen, met een klein biertje of zo..’

Ja, soms gaat onze fantasie best wel op de loop. Visserslatijn van de hoogste categorie zeg maar. Maar wat geenszins onze voorpret van het vissen kan bederven! Nu was het voor mij nog wel een zaak om de uitgave te verantwoorden aan mijn vrouw. Eén antwoord had ik al klaar, wanneer ze gaat vragen wat zo’n hengel kost:

“Dat is niet belangrijk. Het gaat om het resultaat!”

Die krijg ik namelijk regelmatig van haar te horen als ze weer iets van accessoires voor het huis gekocht heeft. Toen ze thuiskwam gaf ik haar spontaan een knuffel en overlaadde haar met liefdesverklaringen.

En dat ik wat voor haar gekocht had.

En wees naar het cadeautje op de keukentafel!

 

Beeldig

Facetime en Skype, oftewel beeldbellen, zijn momenteel weer helemaal hip. Was het in de tijd van de Thunderbirds en Start Trek nog een ver van ons bed show, nu is het een gemeen goed waar jong en oud gebruik van maken. Toen ik nog in Den Haag werkte en mijn vrouw nog ‘mijn Groningse vriendin’ was, stond bij ons beiden Skype standaard aan. Zo hadden we allebei toch nog wat gezelligheid van elkaar.

En als er even wat chagrijn was dan verbrak ik of zij gewoon even de verbinding!

We deelden dan via Skype ons ontbijt of we dronken samen even koffie. Warm eten deden we eigenlijk nooit samen want ik vond het heerlijk om met het bord op schoot Het Journaal te kijken. In alle rust, zonder vrouwelijke inbreng: “Oooh, wat ziet Annechien er weer leuk gekleed uit!” of “Ooh, moet je die hakken zien…. prachtig!”

Dit gebeurde met wederzijds goedvinden en het stond zwart op wit in het relatiecontract (Hoofdstuk 8, paragraaf 16).

In dat contract staan ook mijn beperkingen beschreven hoor, beperkingen die te verwaarlozen zijn in mijn ogen. Bijvoorbeeld een boer of wind laten of morsen op mijn net gewassen kleding. Ik kan daar niks mee want ook mijn fysiek gestel heeft zijn grenzen waardoor ik mijn lichaam niet altijd in de hand heb. Niets menselijks is mij vreemd.

En dat morsen, tja… ben gewoon niet zo handig.

Maar dit even terzijde. Wij Skype’ten er dus op los. Zelfs als er visite was dan deed ik op afstand mee, dan stond haar laptop op de eettafel zodat ik er ook een beetje bij was. Nu klinkt dat heel liefdevol en gezellig allemaal maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik dan gewoon languit op de bank TV zat te kijken.. En ik had het geluid van Skype zachter gedraaid want een kamer vol visite 272 kilometer verderop hakt er qua geluidsoverlast nog steeds flink in! Zo nu en dan kreeg ik dan een Appje…Dan stond er weer eentje te zwaaien..

En kwam ik overeind en zwaaide er vrolijk op los.

Nadat we definitief samen kwamen te wonen was dat directe contact, zonder scherm ertussen, wel even wennen. Sterker nog, op de eerste dag dat ik in Winschoten uit ons bed stapte, zette ik nog half slapend Skype aan….

“Dat hoeft niet meer, schatje..” en kreeg ik een knuffel.

Maar nu iedereen beperkt is in zijn of haar bewegingsvrijheid, kun je wel zeggen dat beeldbellen toch wel een uitkomst is. Zo had ik van de week weer even contact met mijn zonen in Den Haag en ik was oprecht blij ze weer eens te zien. Natuurlijk kreeg ik direct commentaar over mijn uiterlijk. Ik heb namelijk nog steeds de baard in de groei en ja, dat ziet er misschien wat woest uit. Mijn vrouw wil er ook maar niet aan wennen en kijkt nog steeds met zo’n blik van:

‘Het zal wel een fase zijn…’

En omdat ik niet meer naar de kapper kan is mijn haar inmiddels ook een aflevering geworden van ‘wild nature’. En mijn wenkbrauwen lijken ondertussen wel op kleine zonneschermpjes voor mijn ogen.  Ik zou zo mee kunnen doen aan een survival-uitzending van National Geographic. Dan maak ik eerst een vuurtje met twee vuurstenen en spiets vervolgens een paar van die dikke larven op een tak. En dan roosteren boven het vuur alsof het marshmallows zijn…Vervolgens rooster ik nog wat sprinkhanen en neem als toetje termieten op een bedje van paarse dovenetel. Daarna was ik mij door een duik te nemen in een knus beekje en doe een dutje in een oud vossenhol.

En vervolgens, als de camera uit is, stap ik in mijn auto en stort mij weer in de welvaart!

Ja, de huidige situatie waarin wij ons bevinden speelt mij ook parten. Doordat we nu eerst heel goed moeten nadenken of we wel of niet ergens naartoe moeten gaan raken we wat in de war. Vandaag, voor de lezer van dit stukkie gisteren, voeren mijn vrouw en ik al de hele dag de discussie wat we gaan eten. Voor de hand ligt het eten van asperges maar de kans dat de anderhalve meter bij de aspergeboer niet te garanderen is, is te groot. Dat moet je niet willen. Toch? Uiteindelijk kreeg ik een ingeving van het duiveltje op mijn linkerschouder, hij stelde het gerecht ‘Duiveltjes-kip’ voor en dat kreeg de goedkeuring. We klapten voor onszelf want het is in deze roerige tijden best moeilijk om tot een compromis te komen.

Gelukkig hebben we de foto’s nog van de asperges van vorig jaar.

Op Social Media zie je ook dat we steeds meer visueel ingesteld raken. Nu we elkaar niet meer mogen opzoeken plempen we allemaal foto’s op Instragram en Facebook waarmee we iets over onszelf vertellen. Ik zie vooral veel foto’s van kinderkoppies met bloempotkapsels voorbij komen waarmee, naar mijn idee, duidelijk met veel liefde naar vroegere tijden gekeken word.

Ik snap dat wel.

Want wanneer je continue bij huis zit en je alles gedaan hebt aan klusjes, komt de rust weer terug in je leven. Hand in hand met de heimwee. Dan voel je weer de traagheid van je jeugdjaren, de jaren dat de zomers nooit voorbij gingen en je de winters grotendeels schaatsend doorbracht. Ook dat willen we visualiseren door te kijken naar foto’s van vroeger, foto’s uit een tijd dat je nog nooit gehoord had van een ‘lockdown’, 1,5 meter afstand houden, 20 seconden handen wassen of van wekelijkse persconferenties van de minister president.  

Toen was geluk heel gewoon…

Maar het was natuurlijk niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Ook toen waren er problemen waar we mee om moesten leren gaan. Het zijn slechts aangedikte herinneringen die met de dagen dat we ouder worden steeds meer geromantiseerd worden. Herinneringen die we hebben opgeslagen in onze hoofden en die we nu, in deze klote tijd, kunnen bevestigen met foto’s. En soms met 8 millimeter filmpjes.

Zonder geluid.

Maar die weten we nog wel! Omdat we alles toen veel intenser beleefden!

 

Het nieuwe winkelen

Soms lijkt het wel alsof we met zijn allen opnieuw opgevoed worden sinds we ons aan allerlei regels moeten houden. De gewone dingen zijn ineens niet meer zo gewoon. Bijvoorbeeld even toiletpapier halen bij de buurtsuper….. Dan heb je een uitdaging hoor!

Want tegenwoordig is dat een heel ritueel.

Je gaat natuurlijk alleen! De partner blijft gewoon thuis! Nee, ook niet voor de gezelligheid mee, gewoon thuisblijven. Doe maar iets voor jezelf! Onder deze regel vallen de kinderen natuurlijk ook, met uitzondering als het echt niet anders kan natuurlijk. Maar dan heb ik het wel over de echte kleintjes die je niet zomaar bij huis kan laten, wil je je huis nog heel terugzien.

Dat biedt geen garantie voor de toekomst trouwens.

Want ik heb ooit, als niet zo slimme 12 plusser, met een aansteker het brandvrije plafond bij ons in de keuken ‘getest’. Ik zei tegen een van mijn vrienden, Stado, dat het plafond van brandvrij materiaal was. Hij geloofde het niet. En wat doe je dan in deze pre-puberale fase? Juist, dan klim je op het aanrecht en hou je er een brandende aansteker tegenaan.

De zwarte plek die dat achterliet kregen we niet weggepoetst…

Dus neem het wat minder slimme 12 plussers-kroost toch maar mee naar de winkel. Je kan die natuurlijk altijd buiten laten staan bij de winkel want zij vermaken zich wel met hun Insta’s, Snapchats, WhatsApps (inclusief alle groepsapps waar ze inzitten..) en het kijken naar Dumpert.nl. Alvorens je naar binnen gaat pak je de winkelkar die even daarvoor gedesinfecteerd is door de jongens en meisjes die daar werken. Je bedankt ze daar vriendelijk voor en snauwt ze niet af.

Dat doe je maar als je weer thuis bent bij je partner!

Voor de zekerheid kijk je nog een keer op je boodschappenbriefje. Toiletpapier dus. Vervolgens haal je diep adem, loop je naar binnen en probeer je in te schatten hoeveel obstakels er genomen moeten worden. Die obstakels zijn niet de gewone man of vrouw die doelgericht in de winkel zijn maar die lui die ‘gezellig’ met zijn tweeën gaan omdat ze nergens anders heen kunnen en zich thuis doodvervelen.

En ja, de Efteling is ja dicht ja!

Dan kies je de kortste weg naar het pad met het almachtige en oh zo edele toiletpapier. Over het algemeen moet dit goed gaan want de meeste mensen houden zich wel aan de regels. En als er dan per ongeluk een kleine verkeersopstopping ontstaat, bijvoorbeeld bij het knooppunt broodafdeling/kaashoek/Chips & Pinda’s schap, dan lossen de deelnemers in het verkeer het onderling wel op. Op een uiterst vriendelijke manier.

Daar hoeft over het algemeen geen supermarktmanager aan te pas komen.

Nadat je dan via de huisdierenafdeling aangekomen bent bij het uiteindelijke doel en je tot de conclusie gekomen bent dat er nog wat toiletrollen staan, laat je een klein vreugdekreetje schieten.  Dan pak je snel het kostbare goed en vervolg je in één vloeiende beweging je weg, in dit geval de kortste weg naar de kassa. Daar aangekomen is het even oppassen want er kan namelijk een opstopping ontstaan. Gelukkig hebben ze nu van die 1,5 meter vloerstickers waardoor het afstand houden goed gehandhaafd kan blijven. Dat zou haast elk mens met een basisschool opleiding wel moeten snappen. Nu is het aan de kassa medewerkers om tijdig een kassa bij te zetten voordat er een lange file ontstaat tot aan de vleeswaren hoek.

Maar dat kunnen die jongens en meiden wel!

Vervolgens reken je af en spreek je nogmaals je waardering uit, want zij werken immers aan het front. En zij zorgen dat wij nog enigszins veilig onze boodschappen kunnen doen. En noem hun naam, dan komt het compliment helemaal goed binnen! Vervolgens ga je naar buiten en geef je je boodschappenwagentje aan de medewerker met het duizenddingendoekje en bedank je ook die voor de prettige samenwerking.

Geloof mij, het kost je niks extra’s! Je krijgt er enkel een (waardevolle) glimlach voor terug!

Tot zover de frontlinie. Je kan ook online winkelen. Handig, nu onze bewegingsvrijheid beperkt is. De winkeliers spelen hier handig op in door via allerlei leuk opgenomen filmpjes. In die filmpjes laten ze ons zien wat de mogelijkheden zijn. Ook hier in Winschoten zie je de ondernemers de handen ineen slaan. Op een originele en verstandige manier zodat er nog steeds geshopt kan worden.

Wij hoeven ze daar enkel in te steunen, mits we straks weer gezellig willen winkelen met zijn allen!

De bouw- en tuinartikelen winkels draaien daarentegen volle bak want er is ineens tijd genoeg om te klussen of de tuin op te knappen. Dat laatste heb ik zelf ondervonden want vorige week stond ineens mijn zwager voor de deur met tegels en zand. Dat was even een schok voor mij want ik moet mij daar altijd eerst mentaal op voorbereiden.

Mijn vrouw daarentegen niet, die maakte een klein lente sprongetje.

Bloed chagrijnig hielp ik mee maar naarmate de tuin vorm kreeg en een fris windje de hitte van de zon wat aangenamer maakte, begon ik het toch wel leuk te vinden. Nadat driekwart van de tuin klaar was kreeg ik nog een opdracht mee, namelijk worteldoek leggen. Iets te snel zei ik dat ik dat wel kon en dat ik dat de volgende avond ‘even’ zou doen.

Ik kon er die nacht nauwelijks van slapen..

Het werd toch een prachtige maandagavond. Want twee engeltjes in de vorm van twee vriendinnen van mijn vrouw kwamen toevallig langs. En binnen de kortste keren lagen ze op hun knieën voor mij, handig te doen met schaar en worteldoek en alles op anderhalve meter afstand. Mijn vrouw vond dit natuurlijk hartstikke gezellig en kwam met nog cappuccino’s en koffie de tuin in.

En ik? Ik was de gelukkigste man van de wereld!

Toch sloeg de verbazing toe nadat de dames ineens over losgepeuterde nagellak begonnen. Nou, dat was wat! Ik maande hen bij de les te blijven maar ze negeerden mij … Het gebabbel ging gewoon door, zonder dat het fout ging. Niet veel later lag het worteldoek er perfect in en was er weer die bevestiging:

Vrouwen kunnen écht twee dingen tegelijk!

 

Herinneringen uit eerste hand

Wanneer ik in de auto zit denk ik aan van alles en nog wat. Maar vooral over onderwerpen waarover ik kan schrijven of enkel een zin die ik kan gebruiken in mijn stukkies. De kunst is om die ‘ingeving’ dan te onthouden maar dat lukt niet altijd. ‘Vergeten gaat steeds beter’ zou mijn moeder dan zeggen. Op mijn gsm zit wel een geluidsrecordertje maar ja, dan zit je weer met die gsm in de hand hè, dat is niet zo handig tijdens het autorijden… Gelukkig heb ik wel een pen en dan schrijf ik gauw even wat steekwoorden op mijn hand. Dat is volgens mij nog niet verboden. Bij thuiskomst is het dan de kunst het direct even op een papiertje te schrijven want inkt op de hand heeft natuurlijk niet het eeuwige leven.

Vooral tegenwoordig, nu we een paar honderd keer per dag onze handen wassen!

Afgelopen dinsdag had ik ook weer zo’n ingeving toen ik van werk naar huis reed en kalkte ik de ingeving ergens tussen Nooitgedacht en Spijk snel op mijn hand. Eenmaal thuisgekomen vereeuwigde ik de notitie op de computer waarna ik mijn handen weer kon wassen.

Drie dagen later stond het er nóg op!

Ik kreeg het er niet af! Unicura handzeep, Dettol handzeep, Dreft, Ajax, Glorix, Jiff, niets hielp. Nadat ik de schuurmachine tevoorschijn haalde greep mijn vrouw in. Ze vond dat namelijk een beetje overdreven en wist mij te overtuigen dat het vanzelf wel zou slijten. Maar hoe kon het toch dat deze inkt onverwoestbaar was? Ik had een pen gebruikt die ik wel vaker gebruik dus daar lag het niet aan.

Toen viel ineens het kwartje!

Het kwam natuurlijk door het vele handenwassen! Normaal heb je op je handen altijd wel een laagje vet zitten waardoor inkt er ook zo weer vanaf gaat. Maar nu zitten we in een abnormale situatie en poetsen we ons suf. Dat leverde natuurlijk ook weer grappen op, dat op de handen van sommige mensen oude spiekbriefjes en discotheekstempels weer tevoorschijn kwamen.

Discotheekstempels?

Ja, als je vroeger naar de discotheek ging dan kreeg je, na het betalen van de entree, een stempel op je hand. Zo kon je tussendoor even naar buiten om een beetje te vrijen, je ruzie met vriendin of vriend te beslechten of een beetje te ouwehoeren met andere discogangers. Ik was niet van de disco hoor maar ging wel naar dit soort uitgaansgelegenheden toe als puber, voor de gezelligheid en voor de meiden natuurlijk. Ik zong dan vaak mijn lijflied:

‘Disco really made it, its empty and I hate it’, van Gruppo Sportivo!

Wij hadden op Terschelling best wel veel discotheken, Actania, Dellewal en de OK18. En de Braskoer, maar die was net iets minder van de disco in mijn beleving. En eens per maand, als ik bij mijn vriendinnetje in Scheemda was, gingen we naar Night Fever. Mooie tijden waar ik van de week even aan moest denken nadat ik een foto van Actania voorbij zag komen. Want je ziet momenteel veel foto’s van vroegere dagen voorbij komen op Social media. Dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat we ons weer thuis moeten vermaken. Als tijdverdrijf duiken heel veel mensen nu in de foto- archieven en plaatsen daar dan foto’s van op Social media.

Van toen ze nog kind waren.

Want daar is nu, sterker dan ooit, behoefte aan. Ik zou dat ook best wel even willen alleen liggen de fotoboeken van mijn jeugd bij mijn ouders op Terschelling. En voorlopig kunnen we daar niet heen. Althans, het is verstandiger om thuis te blijven. Niet alleen omdat ze op een eiland wonen maar omdat het nu gewoon echt verstandiger is niet naar je ouders te gaan, net als naar je opa en oma of je oom en tante.

Of naar welke oudere dan ook.

Daar houden wij ons aan en eerlijk gezegd was ik het al een beetje gewend. Ik zie mijn ouders sinds ik aan ‘de Wal’ woon maar twee, drie keer per jaar. Maar hier aan de wal is dat natuurlijk anders, daar lopen de meeste mensen zo even binnen bij Pa en Ma en nemen dan, onder het genot van een bakkie koffie, de dag of week even door.

Begrijpelijk dat veel mensen dat heel erg missen.

Maar ja, we leven in een rare tijd en zullen ons er doorheen moeten slaan. Volgens mij lukt dat best want de meeste mensen zijn inventief genoeg om de dagen door te komen. Zie het meekijken in de fotoboeken, zie de (vaak grappige) filmpjes die in elkaar geflanst worden en zie hoe mensen zich weer dingen gaan herinneren, inclusief de vaak leuke of boeiende verhalen die de herinneringen nog meer kleur geven.

We hebben weer oog voor elkaar omdat we elkaar eigenlijk best wel missen…

Maar we doen ook klusjes. Nou ja, ik niet. Mijn vrouw, haar broer en haar zoon doen dat. Die zijn nu, terwijl ik lekker zit te schrijven, de voortuin aan het leeg maken. Helaas (..) kan ik niet meehelpen want ik heb een deadline want het is al zaterdag. Daarbij opgeteld de regel dat we niet meer groepjes mogen vormen, drie personen is de max. Het is dus pure overmacht dat ik nu lekker op mijn kamertje zit en zij zich in het zweet scheppen en tillen.

Bij deze mijn oprechte excuses…

Maar zonder gekheid, het is natuurlijk haar eigen schuld. Zij wilde dat de voortuin op de schop genomen werd en ik schoof het liever voorbij de crisis. Maar mijn meisje denkt daar anders over, zij was ook altijd meer van de disco om maar even nog een verschil te noemen. En dat bots wel eens en dan heb ik weer iets om over te schrijven. Zo had ze van de week de keuken gestofzuigd en gedweild. Toen ze net klaar was morste ik wat koffie.

“Potverdorie!” riep ze mij boos toe, “Ik wil bij leven nog een gesprek met je moeder over jou!”

Soms is het ook wel even handig als je ouders even niet bezocht kunnen worden…

 

 

Met twee benen weer op de grond

Aangezien wij op zekere leeftijd zijn hoeven wij ons de komende weken (maanden wellicht?)) niet echt druk te maken of de kinderen zich wel kunnen vermaken nu ze voornamelijk bij huis zijn. Onze kinderen zitten namelijk al in de categorie ‘Volwassen’. Die doen net als ons nu, werken, nestelen, bij ons de koelkast plunderen of oefenen in de liefde!

Met alle gevolgen van dien …..

Nu kreeg ik van de week, na de persconferentie die ons leven nog meer zou beknotten, een Appje van een aanstaande vader, mijn zoon: ‘Je ziet je kleindochter, als het zo doorgaat, ergens in 2022… denk ik’. Natuurlijk is dat overdreven maar ik snap zijn sarcasme wel.

Ik snap zijn bezorgdheid.

Nu ben ik niet het type wat direct aan het voeteneinde van het kraambed wil staan hoor. Ik heb liever dat de nieuwe ouders eerst even lekker wennen aan de nieuwe fase in hun leven. Maar ik begrijp dat de aanstaande oma waar ik mee samenwoon daar ietsjes anders over denkt. Die loopt hier rond als een pauw, trots en ongeduldig in het wachten op wat komen gaat:

Oma worden van een kleindochter.

Maar ik begrijp zoonlief wel want zo’n gebeurtenis in je leven wil je delen met je familie en je geliefden. Hij wil dit gezamenlijke wondertje zo snel mogelijk delen met de rest van de wereld. Ook dat snap ik. Alleen zitten we nu met zijn allen in een situatie die we enkel in films hebben zien gebeuren, films zoals ‘Outbreak’, 12 Monkeys of ‘Children of Men’. (Ga ze nou ook niet opzoeken want dan zakt de moed je echt in de schoenen. Moed die we nog hard nodig zullen hebben…)

Dus dat delen zal dan voorlopig enkel via de digitale weg gaan.

Want moeder Aarde heeft op een klote manier aan de noodrem getrokken. Even pas op de plaats, even nederig zijn. Zelfs wijzen naar anderen heeft geen zin! Iedereen die zich mens mag noemen kan ermee te maken krijgen. Dus ook de klootzakjes, de leukerds, de armen, de rijken, de slimmeriken, de dommeriken, de zieken, de gezonde, de sportieve, de onsportieve, de knappe, de lelijke, van welk ras dan ook, heteroseksueel, homoseksueel of transgender.

Het virus doet daar niet aan…

Je zou dat kunnen zien als een pluspuntje. En er ontstaan meer pluspuntjes. Het lijkt wel alsof we elkaar opnieuw ontdekken, dat we weer oog hebben voor het kleine. Op allerlei manieren proberen we er op een positieve manier mee om te gaan, de mensen laten zich weer van hun beste kant zien door allerlei initiatieven op te starten. Zoals muzikanten die voor de ramen van ouderen gaan staan of online optredens verzorgen. Of mensen die bij huis kwamen te zitten en zich nu aanbieden als een soort boodschappenservice voor mensen die beter thuis kunnen blijven.

De meeste mensen deugen echt!

En jongens, kijk eens naar de ruimte die je nu krijgt in de supermarkt! Ongekend. Zelfs wanneer je even iemand over het hoofd ziet volgt er direct een ‘sorry’. We worden weer aardig tegen elkaar. Daarnaast hebben we ook weer oog voor de vakkenvullers, voor de kassamedewerkers en voor de hulpverleners die door moeten gaan om ons te voorzien van ons natje, droogje en onze gezondheid.

Met gevaar voor hun éigen gezondheid!

Maar we voelen ons nu ook, meer dan ooit, verbonden met alles en iedereen die door de huidige omstandigheden hun werk niet meer kunnen uitvoeren, zoals bijvoorbeeld de mensen in de horeca, de kapperszaken en al die kunstenaars uit de culturele hoek. Mensen die voor ons vermaak de benen uit hun lijf lopen, ons nóg mooier maken dan we al zijn en mensen die ons even van de dagelijkse zorgen verlossen door ons te verwonderen, te plezieren of te laten lachen.

Zorgen ja, want het leven bestaat nu eenmaal uit ‘gedoetjes’, zoals wijlen filosoof Erik Gude ons ooit zo mooi vertelde in een van de afleveringen van De Wereld Draait Door.

Over werelden die gestopt zijn gesproken…

En je hoort om je heen dat we de kleine, gewone dingen in de dagelijkse omgang met elkaar zo missen. Bijvoorbeeld iemand de hand schudden ter nadere kennismaking. Of iemand een tikkie op de schouder geven om je waardering voor hem of haar wat kracht bij te zetten. Of gewoon iemand in de ogen kunnen kijken tijdens het gesprek want dat lijkt sinds de 1,5 meter invoering inmiddels meer op turen! Persoonlijk mis ik de jeugd die nog wel eens bij ons over de vloer kwamen om te vertellen over schoolzaken, voetbalwedstrijden of over potentiele nieuwe vriendjes of vriendinnetjes. En ik mis de samenvattingen van het voetbal op zondagavond en de beelden van de eerste wielerklassiekers van het jaar.

Zeer waarschijnlijk ben ik daar niet de enige in…

En dat verzacht enigszins de pijn van onze afgenomen vrijheden. We dragen het met elkaar, ook al weet ik dat er toch nog mensen zijn die het allemaal bagatelliseren. Gelukkig maar een klein groepje, hoor, de aandacht niet waard.

De categorie ‘De Aarde is plat’ zeg maar..

Deze crisis doet mij ook wel eens hardop lachen hoor. Of beter gezegd, verbazen. Want we weten nog steeds niet waarom mensen massaal toiletpapier ingekocht hebben. Want het virus speelt zich voornamelijk af in de keel en/of longen en heeft niets te zoeken tussen de billen, toch? Of gaan we er massaal papier-maché van maken en kleien we ons door de verveling heen? En van de week kreeg ik helemaal de slappe lach toen ik hoorde van een voor mij totaal nieuw fenomeen, namelijk de ‘quarantaine-expert’!

Daar had ik werkelijk nog nooit van gehoord!

Het betrof Andre Kuipers. Voorheen astronaut en nu gebombardeerd tot quarantaine- expert. Flauwekul ten top. Want mijn generatie plus alle generaties ervoor waren de echte ‘quarantaine- experts!’ Wij stammen nog uit de tijd dat ‘verveling’ elke dag wel even langs kwam. Omdat daar nog ruimte voor was. Wij hadden geen GSM’s, geen Netflix, geen Spotify, geen pretparken en geen ouders die ons overal heen brachten.

Wij vermaakten ons gewoon zelf!

 

 

De baas in huis

Aangezien we ons sociale leven op een laag pitje moeten zetten ben ik maar begonnen met van alles in en om het huis aan te pakken. En dan heb ik het over de klusjes die in de afgelopen maanden zich opstapelden. De garage is opgeruimd, het schuurtje is opgeruimd, de klimop is getoupeerd en onder en rondom onze ‘milieustraat’ is alles geveegd.

“En nu?” vroeg ik aan de opdrachtgeefster.

Mijn vrouw keek mij aan en begon zonder enige aarzeling direct klusjes te spugen naar mij: “De voortuin moet aangepakt worden, onze slaapkamer moet een nieuw verfje en de zolder moet opgeruimd worden!” Ik kromp ineen want daar kan ik niet zo goed tegen, van die doortastendheid. Zij noemt het gewoon ‘de koe bij de horens pakken’. Toen ik hiervan wat wilde zeggen onderbrak ze mij:

“En wanneer doe je nou eens wat met die planken? Je zou daar toch een tafel van maken voor in de tuin?”

Och ja, dat is waar. Ik was het eigenlijk al vergeten maar zij natuurlijk niet. Zij vergeet dat soort dingen nooit. Ze vergeet alleen de tijd wel eens en roept dan heel charmant: “Och hemel, is het al zó laat?” Maar klusjes vergeten die ík moet doen vergeet ze never-nooit-niet! Met de jaren vraag ik mij steeds vaker af waarom meisjes zo doen. Waarom moeten de jongens altijd maar bezig zijn en mogen de meiden zich verliezen in winkelen, damesblaadjes lezen en zich te goed doen aan High Tea’s?

En ja, er zijn natuurlijk uitzonderingen op de regel!

Maar hier in huis heeft zij de broek aan. Het troost mij dat ik daar niet de enige in ben onder de mannen. Het is ons lot zeg maar. Van de week sprak ik een lotgenoot die ik hier nu maar even voor de gelegenheid ‘Tinus’ noem omdat het gesprek ‘vertrouwelijk’ was.

Afijn, Tinus kwam even buurten om te klappen voor mijn vrouw omdat zij in de zorg werkt, zij kreeg een live aubade aan de voordeur! Even later begon hij met de zoon van mijn vrouw over motoren want die heeft onlangs een motor gekocht, zijn eerste. Een oudje, maar prima om een beetje te wennen aan zo’n krachtpatser. Tinus raakte tijdens dit gesprek steeds meer in vervoering want hij was ooit een verwoed motorrijder. Dan reed hij op zijn Suzuki Intruder 800 door het ganse land of daarbuiten en dan voelde hij zich zo vrij als een vogel en zong het hoogste lied:

‘Bertus op sien Norton en Tinus op de BSA’!

Ik keek naar dit schouwspel met gemengde gevoelens. Dat heeft verschillende redenen en de aller belangrijkste is dat een neef van mij, Marco, in ’92 verongelukte met zijn motor. Slechts de enorme goede herinneringen aan hem zitten in mijn hart en ik koester de foto aan de muur in mijn ‘mancave’ vanwaar hij naar mij kijkt wanneer ik aan het schrijven ben.

Zo leeft hij voort….

Maar aan de andere kant snap ik de passie van de motorrijder donders goed. Die passie had Marco óók en dat zie je terug bij alle motorrijders die ik ken, zoals André, Jan-Hendrik, Gitta, Gerard, Vincent, Rein, Goof en Tinus natuurlijk! Toen ik hardop aan het nadenken was over dit onderwerp legde een collega aan mij uit wat het nou precies is, dat gevoel op de motor. Hij zei:

“Als motorrijder ben je de regisseur in het verkeer!”

Dat vond ik mooi en ik snapte het eigenlijk ook wel. Want een motorrijder kijkt veel verder vooruit dan de gemiddelde automobilist omdat die vaak met van alles en nog wat bezig zijn. En een motorrijder is veel geconcentreerder bezig met het rijden omdat hij (of zij!) zich bewust is van de krachten onder hem maar ook van de kwetsbaarheid.

Wat dat betreft zou elke autobestuurder ook eens motor moeten rijden!

Ik heb geen motorrijbewijs, ondanks de midlife. Toch snap ik die gasten wel want ik heb wel altijd brommert gereden, een Zündapp. Dat was weliswaar de langzaamste van Terschelling maar snelheid is niet het allerbelangrijkste. Vele jaren later bereed ik een scooter, zo’n pizza typje, de Peugeot Ludix. Ik ging daarmee naar mijn werk en ik begeleidde zo nu en dan mijn kinderen van en naar school. Dan ging ik als een ware motoragent op de kruisingen staan om de jongens veilig over te laten steken.

Of ik bracht ze ermee naar hun trainingen of voetbalwedstrijden.

Wat dat laatste betreft ging het een keer bijna mis. Deze scooter kon wél hard rijden en die krachten had ik niet altijd even goed door. Na een voetbalwedstrijd stond ik klaar met mijn scooter, te wachten op mijn jongste zoon. Vervolgen dacht ik dat hij er al op gesprongen was maar toen ik wegreed hoorde ik nog nét die gil: “Pappaaaaaaaaaaaaaaaa!”

Het jochie stond nog op de plek waar ik even daarvoor op hem stond te wachten…

Ik keek naar het schouwspel voor mij en zag oud en jong vol passie praten over het motorrijden en ja, motorrijden kent geen leeftijd. Je zag de twinkelingen in de ogen, vooral bij Tinus want die had ruim 50 jaar meer ervaring. Ik zag ook dat hij het mist, vooral nadat hij vertelde dat hij van zijn lieve vrouw de motor weg moest doen na een hartoperatie. Ze kochten er twee elektrische fietsen voor maar links- of rechtsom, een elektrische fiets maakt nog geen motor en twee al helemaal niet!

Ik snap ze allebei.

Zij is zo gek op haar man en is veel te bang hem kwijt te raken. En hij is gek op haar en accepteert haar mening, ondanks de kriebels die er nog steeds zijn… Hij toont dat onder andere door haar elke avond een kopje yoghurt met vers fruit op bed te brengen. En op hele lieve dagen verrast hij haar met ijs in plaats van yoghurt!

Zo lief.

Ook hier is duidelijk dat de vrouw de broek aan heeft. En hij houdt van haar en hoopt elke dag weer…

Dat zij die passie ook ziet!

 

Je Maintiendrai

Toen ik begin jaren ’80 mijn militaire dienstplicht vervulde kwam ik met de spreuk ‘Je Maintiendrai’  in aanraking. Het stond beschreven in het embleem op mijn militaire kleding, dat embleem met die twee leeuwen. En ja, het staat ook aan de voorzijde van je paspoort.

Daar is dus wél een woord Frans bij!

Ik zag er niet zoveel in maar dat was ook wel logisch want wij speelden in die tijd militair’tje in vredestijd. Er was wel oorlog maar dat was ver van ons bed dus we hoefden niet al schietend ons te verdedigen of mensen te verraden om ons eigen hachje te redden. Wij deden enkel ons plicht, spannender was het niet. Toch moest ik van de week aan deze spreuk denken nadat we van de ene persconferentie naar de andere duikelden waar onze leiders vertelden hoe wij ons moeten wapenen tegen een crisis. Een crisis die ons allemaal behoorlijk boven de pet gaat. Even schoot mij de oliecrisis van ’73 door het hoofd maar dat ging enkele om zuinig te zijn met de benzine, niet om onze gezondheid.  Maar toen ik vanmiddag in de auto naar huis reed en na zat te denken over dit stukje, begreep ik ineens de diepere betekenis van deze spreuk:

‘Ik zal handhaven!’

Wij moeten handhaven! Maar dan wel handhaven met het gezonde verstand! Want er is wel wat aan de hand in ons landje, of beter gezegd, wereldwijd. Natuurlijk deden we het eerst af als een griepje en ach, het kwam uit China..

Lol!

Het corona nieuws bracht ook allerlei grapjes met zich mee en we moesten er met zijn allen hard om lachen. Ik ook! Ik verbaas mij ook telkens weer hoe snel er van alles in elkaar geflanst wordt, vaak van een hoge kwaliteit en met veel humor. Humor is goed voor het relativeren maar toch begon ik onpasselijk te worden nadat bleek dat de Chinese bevolking in ons land ineens ontweken, nagewezen en uitgescholden werd… Ik moest toen denken aan het boek welke ik momenteel aan het lezen ben, ‘Alle mensen deugen’, maar daar kreeg ik door dit soort berichten steeds meer twijfel over.

Toch deugen de meeste mensen wél!

Dat is mijn handvat en daar blijf ik mij aan vasthouden. Ondanks de discussies die zich op Social Media sneller verspreiden dan het virus zich over ons land. Vaak aangezet door populisten die hier een slaatje uit proberen te slaan om zo kiezers voor zich te winnen én, het allerbelangrijkste want daar gedijen ze het best bij, onrust en tweedeling te zaaien. Deze stemmingmakerij lijkt veel volgers te hebben maar geloof mij:

Wij zijn met meer!!

Want kijk hoe we onszelf weer oprapen en de handen uit de mouwen begonnen te steken nadat tot ons doorgedrongen was hoe ernstig het was. Scholen komen met online huiswerk, mensen boden aan om boodschappen of klusjes te doen voor risicogroepen, Sikkom.nl zette een telefoongroep op om ouderen te bellen zodat ze even een ander praatje horen of juist even hun hart kunnen luchten en horecabedrijfjes moesten dicht maar kwamen met een soort van bezorg service zodat niemand zonder eten komt te zitten.

Want we zijn niet allemaal sterren in de keuken!

En natuurlijk zijn er heel veel verliezers. Kijk naar al die ZZP’ers die geen vangnet hebben, kijk naar alle bedrijven die de deuren moeten sluiten of indirect getroffen worden doordat anderen hun deuren moesten sluiten. Kijk naar al dat personeel wat ineens bij huis zit en geen idee heeft hoe het allemaal verder moet. Kijk naar al die mensen die ons op een of andere manier al jaren vermaken met hun culturele vaardigheden zoals dans, zang en muziek.

Zij moeten allemaal een stap terug, een stap met zeven mijlslaarzen…

Dat is geen kattenpis en iedereen weet dat. Iedereen snapt dat. En we zullen de politieke leiders op hun blauwe ogen moeten geloven dat er fondsen zijn die van allerlei kanten gevuld zullen worden met gemeenschapsgelden zodat straks, als alles weer achter de rug is, iedereen zoveel als mogelijk schadeloos gesteld kan worden.

Want we moeten daarna weer door!

En ja, dan de zorg. Die wil ik hier wederom even apart benoemen want zij staan straks misschien wel aan ons bed wanneer jij of ik ook getroffen worden. Die kans is absoluut aanwezig en we kunnen enkel de kans daarop verkleinen door ons te houden aan die maatregelen zodat het virus niet kan pieken. Wij kunnen dit door ons (nog) gezonde verstand te gebruiken. Dus even niet naar die verjaardag of dat feestje. Gewoon even pas op de plaats. Gewoon even thuis blijven. Kijk van mijn part alle Netflix-series of kijk naar alle herhalingen van VT Wonen of kijk naar 24/7 naar 24 Kitchen. We hebben genoeg middelen dicht bij huis om ons te vermaken!

Of speel weer eens een potje Monopoly of Mens Erger je Niet of bouw een iglo van wc papier!

Er is dan een grote kans dat de zorg zal handhaven, daar heb ik alle vertrouwen in. Deze mannen en vrouwen zijn geboren met de ‘drive’ zorg te verlenen, dat zit in hun DNA. Momenteel zetten ze alle zeilen bij om getroffenen op te vangen en te verzorgen. Geef ze de ruimte daarvoor. En begrijp ook dat deze mensen na hun werkdag, werkavond of werknacht ook nog boodschappen nodig hebben.

Dus hamster niet.

Denk alleen maar: Nous maintiendrons.

Wij zullen handhaven!

 

Bloot gewoon

“Nou, daar stonden we dan in ons blootje op zolder.” Mijn vrouw had ineens alle aandacht op de verjaardag waar voornamelijk dik-in-de-dertigers zaten. ‘Wat zei ze nou?’ Je zag het de aanwezigen denken na deze openbaring. Maar mijn vrouw zag de verwondering op de gezichten niet want ze was nog vol van wat wij die nacht ervoor beleefd hadden.

Ik schoot mijn vrouw te hulp door eraan toe te voegen dat we beiden in ons bamboe ondergoed liepen en ja, dat is haast in je blootje. Maar aan de andere kant, wat is er mis met in je blootje slapen? Niks toch? Het is ons eigen huis en Adam en Eva waren toch ook bloot? En we worden toch ook bloot geboren? Natuurlijk, het lichaam is aan verval onderhevig maar daar krijgen we allemaal mee te maken, toch?

Ik herhaal het nog maar even, het was in ons eigen huis!

Want je kan er ook op uitgaan en in het openbaar in je blote kont lopen. Bijvoorbeeld in een sauna.  Of je gaat thermaal badderen. Dat heb ik wel een keer gedaan hoor, in Bad Nieuweschans. Het was zo’n zwempakdag dus semi-bloot. Na die dag wist ik dat het ook bij die ene keer zou blijven. Man, man, wat viel dat tegen! Ik dacht eerst: Leuk, zwemmen, ravotten in het water en misschien wel even van de duikplank of mijn geliefde opschrikken met een bommetje . Maar al deze inspanningen mochten juist niet, je mocht enkel rustig in het water lopen, een beetje drijven of gewoon een beetje dom voor je uit staren.

Sorry, daar ben ik nog te actief voor!

In de sauna zelf hield ik het ook niet lang uit. Mijn longen kwamen in opspraak maar de oorzaak daarvan kwam natuurlijk van jarenlang shaggies roken. Dat snapte ik nog wel. En dan was er nog de Yin Yang -of stilte ruimte, waar je onder het genot van pianomuziek op een soort geplastificeerd bed mocht liggen. Binnen een paar minuten overstemde ik de muziek met gesnurk waarna mijn geliefde mij een tik gaf: “Dat is niet de bedoeling, sukkel!”

‘Sukkel’ is een koosnaampje hoor.

“We waren dus wakker geworden van getik op de overloop en Ar’ ging kijken.” vertelde ze. “Toen hij zei dat het een lekkage was, wist ik direct al wat er loos was: Ik had de ketel bijgevuld maar vergeten de kraan dicht te draaien…”

Dat die kraan niet dichtgedraaid was zou normaal genoeg reden zijn geweest om vol ongeloof en met superlatieven als ‘Ooooh’ en ‘Aaah’ te reageren op dit verhaal maar de aanwezigen bleven hangen bij dat ene onderdeel. “Liepen jullie in je nakie naar de zolder?” “Jullie slapen dus naakt?”

Alsof er een wereld voor ze open ging.

Ik snap dat wel, het is niet voor niets dat de ‘Onesie’ (spreek uit: ‘Wansie’) door de  jongere generaties uitgevonden is. Dat zijn van die broekpakken waar men zich inbakert voor het slapen gaan, in allerlei varianten te krijgen zoals bijvoorbeeld een schaap, pandabeer, konijn of koalabeer.

Vroeger zei de partner gewoon dat hij of zij hoofdpijn had…

Dan moet je dus met een dier het bed delen en daar ben ik dan heel helder in: dat hoort niet! Het idee dat er al bed wantsen rondkruipen in mijn matras doet mij al gruwelen. Toch zei mijn vrouw van de week dat ze even dacht naast een grote beer te liggen. Daar heeft ze deels gelijk in en dat komt door het experiment waar ik mee bezig ben. Ik laat namelijk mijn baard staan en ben daar nu een week mee onderweg. Ik wilde de baard eens ervaren, gevoed door enkele baarddragers op mijn werk en door een liedje van Maarten van Roosendaal;

‘Laat je baard staan. Ach man laat je baard staan. Maar red mij niet.’

Ik ben nu best wel ‘roeg’ of ‘roppig’ om de kop. De baard tiert welig in zijn ontwikkeling waardoor mijn vrouw steeds naar mij kijkt met een blik van ..hmmm..wat moet ik hiermee en zij houdt nu enigszins afstand. Op zich komt dat nu wel goed uit omdat het Corona-virus ons sociale leven even stil heeft gezet. Mijn collega’s kijken mij ook al zo aan en je ziet ze twijfelen aan mijn geestelijke gezondheid, met daarna de geijkte opmerkingen: Is je scheerapparaat kapot of je scheermes bot. Mijn kapster keek ook even op van de week.

Toen ze klaar was zei ze: “Zo, nou je haar zit in ieder geval wél weer netjes!”

Maar ik kan het hebben. Ik wil gewoon eens kijken hoelang het duurt voor de baard een beetje volwassen is. Dat de baard een baard is. Dat er gemorst eten in blijft hangen waardoor mensen om mij heen kunnen zien wat er bij ons op het menu gestaan heeft. Dat er muizenissen in gaan groeien, ooit bezongen door Boudewijn de Groot,

‘Hij fluit zijn pluche lapjeskat want hij heeft last van muizenissen die nesten maken in zijn baard.’

Dat wil ik meemaken, voelen en beleven.

Opnieuw keek ik de dik-in-de-dertigers diep in de ogen en wreef ondertussen met mijn vingers door de toen nog minimale baardgroei. Maar ze zaten nog in het verhaal van mijn vrouw, ze waren visueel met ons meegelopen naar zolder alwaar wij met enkele handdoeken en in ons blootje het water te lijf waren gegaan.

“Na een kwartier van dweilen met de kraan dicht (!) hadden we een emmer vol met water!” vertelde mijn vrouw. “Ik was zó blij dat we er wakker van geworden waren, anders was het echt een zooitje geworden!”

Er werd gelachen maar je zag ze denken: dweilen in je blootje?

Ik haakte erop in en begon wéér over mijn baard in wording. “En als mijn baard mij niet bevalt dan vraag ik mijn kapper mij te gaan scheren. Ik heb wel vertrouwen in hem, denk niet dat hij de Sweeney Todd (een demonische barbier) van Winschoten is.

“En als hij dan klaar is dan heb ik het weer!”

De ‘jeugd’ keek mij nu vragend aan.

“Dan heb ik weer een blote konten gezicht!”

 

Zweedse toestanden

“Zullen we anders straks effe naar de Ikea?” Het was eruit voor ik er erg in had en ik wist dat ik nu niet meer terug kon. Ik had het toverwoord gezegd en mijn vrouw pakt dat met beide handen aan. “Oh ja, leuk, wat een goed idee! “ En vervolgens kwam de onvermijdelijke toevoeging:

“Gezellig!”

Onze vroege afspraak in de Stad verliep vlot en toen hadden we ineens tijd over. En ik was goed gehumeurd want we hadden beide een vrije dag en de avond ervoor hadden we lekker getafeld met de schoonouders van mijn oudste zoon. En ja, daar krijg ik dan energie van en dat trek ik door naar de volgende dag. Vooral omdat deze mensen zo aardig waren geweest om iets heel speciaals voor mij mee te nemen uit Den Haag, namelijk een replica van De Brandaris, de bekende icoon van Terschelling. Deze was ooit gemaakt door mijn dienstmaten en hun vriendinnen ter ere van mijn eerste huwelijk en hij stond al die jaren op de kamer van mijn middelste zoon. En in die flow schoot ik door met het voorstel om naar eerder genoemde woon toko te gaan.

Ik weet dat ik mijn geliefde daar een groot plezier mee doe.

En het zou er vast niet druk zijn op dat tijdstip. Wél dus want toen wij rond half tien de roltrap waren gepasseerd en erachter kwamen dat de tent pas om tien uur open ging, moesten we schuilen in het restaurant. En die tent zat nagenoeg vol. Het zweet brak mij uit bij het zien van de rijen bij de kassa’s! Gelukkig belde een van mijn kinderen mij op dat moment waardoor ik alvast aan een tafeltje kon gaan zitten. Vrouwlief ging twee koffie halen, glimlachend; zij zag geen rijen bij de kassa, die zag alleen maar gezelligheid. En ze had de vooruitziende blik dat er misschien ook nog wat gekocht zou gaan worden. Op haar wensenlijstje stond namelijk en kastje waar je schoenen in kon opbergen.

En ja, die verkopen ze daar. Zó handig!

Tijdens mijn telefonisch onderonsje met zoonlief keek ik rond en zag borden op dienbladen voorbij komen met broodjes, worstjes, croissants, pannenkoekjes, ei en uitgebakken spek. Een oudere man stond met zo’n blad in de rij bij de koffie en begon alvast met een stukkie spek. Hij had gelijk ook, het water liep mij uit de mond en ik moest denken aan mijn moeder die ons altijd vertelde dat het ontbijt het belangrijkste van de dag was.  Alleen deed ik dat thuis onder het lezen van een spannend stripboek.

Tegenwoordig doen ze dat dus in de Ikea.

‘Er bestaat geen medicijn tegen oud of eenzaam zijn..’ zong Herman van Veen ooit. Want ik kan nu wel beweren dat ontbijten in je eigen huis moet maar het is toch veel leuker om dat gezamenlijk te doen? Elke keer vroeg uit de veren met de spanning wie er nu weer aan je tafeltje komt zitten. Voor hetzelfde geld ontspruit er wel een nieuwe liefde! Daar kan geen Married at First sight niet tegenop! Zijn er eigenlijk al eens liefdeskoppels ontstaan via deze Zweedse uitvinding? 

Maar praktisch gezien heeft het ook een groot voordeel: Thuis heb je er geen rommel van!

De koffie was verbazingwekkend lekker, ik kan niets anders dan dit toegeven. “En gratis!” voegde mijn vrouw er fijntjes aan toe. Ze zei het net niet té enthousiast want ze weet dat ik dan azijnzeikerig kan reageren. Zo van dat dit allemaal lokkertjes zijn van deze grote ondernemingen en dat het daarom voor de kleinere zaken een stuk moeilijker wordt om staande te blijven in deze commerciële wereld. Maar ik hield mij in. Ook omdat ik inmiddels weet dat ook de kleinere zaken met gratis koffie op de proppen komen.

In een beetje zichzelf respecterende dames-kledingzaak heb je zelfs speciale koffietafels voor de mannen om ze koest te houden! Die staan meestal centraal in de zaak zodat de dames hun kerels in de gaten kunnen houden tussen al dat vrouwelijk geweld en vice versa de heren het koopgedrag van hun dames.

Zo is de cirkel weer rond.

Even later liepen we over de paden met de pijlen. Zij liep voor mij anders raakte ik haar kwijt of verdronk ze in iets anders. Zoals bijna gebeurde op de kinderafdeling. Ik wilde versnellen maar de aanstaande oma vertraagde nu iets. Ik gaf haar een lichte duw als teken dat ze voort moest maken en fluisterde, een bietsie venijnig, dat ze bij het onderwerp moest blijven, een schoenenkastje.  

“Volg de pijlen schat!”

Hoe meer wij verdwaalden in deze Zweedse Reus hoe meer mijn geduld begon op te raken want het liep al tegen lunchtijd en het mandje raakte voller en voller.

Nog steeds zonder schoenenkastje.

Even later zaten we weer in de auto op weg naar huis. We bespraken de nieuwe situatie in ons huis, de twee-meter-dertig hoge vuurtoren die nu pontificaal in de woonkamer stond. “Ik zet hem van de week op zolder hoor.” sprak ik mijn vrouw geruststellend toe. Maar zij, haar hele leven al liefhebber van Terschelling, had andere plannen want ze was overdonderd door dit prachtige bouwwerk. Hier was duidelijk veel aandacht aan besteed. Haar respect voor deze toren die al 426 jaar haar licht laat schijnen over de Wadden, de Noordzee en het eiland, was groot.

“We zetten hem in jouw kamertje!” zei ze en lachte om mijn verbaasde blik.

Hoe dan? Was mijn eerste gedachte. Haar vrouwenlogica was al veel verder dan mijn simpele blik wat interieur dingetjes betreft. Ik zag een kamer vol met kledingkasten, een bureautje en een stoel plus een boekenplank. Maar dat zag ik verkeerd. De boekenkast komt naast de kledingkast, in die boekenkast zetten we de printer en op de plek van de boekenkast zetten we dan de Brandaris. “Dan kan hij je mooi bij schijnen tijdens het schrijven!” zei ze enthousiast.

“We zitten alleen met één ding.”

“Het schoenenrek is te breed, daar moeten we nog wel even voor naar de Ikea…”

Schrokken brokken

Op de een of andere manier lukt het mij maar zelden om ‘netje’ te eten. Vork en mes zijn voor mij, rechtsonhandige Harry, gereedschap waar ik steeds mee in de clinch lig. Zij liggen volgens protocol respectievelijk links en rechts naast het bord. Ik snij ook met de rechterhand en moet dan met mijn linkerhand de vork naar mijn mond brengen. En daar gaat het mis. Op de een of andere manier heb ik geen controle over die linker hand. Of beter gezegd, over die vork. Ik krijg het negen van de tien keer niet voor elkaar om de vork (met voedsel) naar mijn mond te brengen. Want tegen die tijd dat de vork aangekomen is ter hoogte van mijn onderlip, flikkert de boel eraf.

Niet moeilijk te raden waar het terechtkomt.

Op mijn overhemd, meestal het overhemd welke ik nog maar net schoon uit de kast getrokken heb. En als ik geen overhemd aanheb dan valt het ook op het T-shirt of op het vest. Mijn ‘verliesmomentjes’ maken geen onderscheid in kleur, soort of status. Uiteraard tot groot ongenoegen van mijn levenspartner:

“Het zal Jantje de Boer niet wezen!” roept ze dan, hoofdschuddend.

Voorheen antwoordde ik nog wel eens met de zin die Jantje ooit zelf gaf als antwoord als ‘vlekkenkampioen’: “Ja maar Mam, ik moest weer eens een katje uit de boom halen!” Maar daar ziet ze de lol niet meer van in want er komt nog een ergernis onder de tafel kijken.. Het laminaat is namelijk een soort opvangcentrum voor mijn gemorste etenswaar. Haar reactie?

“Echt, als je zo door gaat dan stop ik je in een verzorgingstehuis!”

Natuurlijk hebben we er alles aan gedaan om mijn afwijkende eetgewoonte te verbeteren. Ik heb bijvoorbeeld mijzelf aangeleerd om na het snijden, het mes in de rechterhand over te hevelen naar de linkerhand en de vork over te hevelen naar de rechterhand. Alleen is het zo’n gedoe, is het een soort van stuivertje verwisselen en soms mis ik de grip en dondert vork of mes op of naast het bord.

Een andere oplossing is natuurlijk een slab voordoen.

Die had ik als kind ook, zo een waar een knoop ingelegd werd, ter hoogte van je nek. Aan het einde van de week werd dat ding gewassen door moeder en dat was nodig ook, je kon aan de slab precies zien wat we gegeten hadden die week… Zo’n slab heb ik niet meer maar ik gebruik nu nog wel eens een theedoek. De punt leg ik dan onder mijn bord zodat alles wat er valt, keurig in de slab opgevangen wordt.

Innovatief bezig zijn met je handicap!

Maar het allerbeste en meest doeltreffende idee kwam toch van mijn vrouw: Het bord dichterbij en mijn stoel zo ver aanschuiven dat ik met mijn buik strak tegen de tafel aanzit. Het lijkt te helpen, alleen heb ik nog wat moeite met doperwten en rijst….

Ik verlies mij ook steeds in de drang naar het voorjaar. Elk jaar weer begin ik mij aangenaam prettig te voelen wanneer de maand Maart weer aangebroken is, puur omdat Maart de eerste lentemaand is van de drie. Dan geniet ik van de vroege vogels die zingend ’s morgensvroeg via het open raam mijn slaapkamer vullen met al hun fantastische liederen. Wanneer dan mijn wekker gaat sta ik nét even sneller op en heb ik nét even met wat meer zin om de dag weer te beginnen. Daarbij opgeteld de eerste zonnestralen die tussen de kieren van de gordijnen mij beschijnen en waarvan ik al enige warmte op mijn huid voelen kan.

Helaas krijg ik dan toch weer regelmatig de deksel op de neus want Maart kan nog best onstuimig zijn. Ze hebben niet voor niks Maartse spreekwoorden en gezegden, zoals ‘Maartse buien’, ‘Er is geen maart zo goed of het sneeuwt op de boer zijn hoed.’ ‘Maart roert zijn staart.’ Alleen al door eraan te denken voel ik de kou, de waterkou die dwars door alle lagen kleding zich een weg weet te vinden naar de kippenvel. Gelukkig hebben ze ook nog een positievere versie van voorgaande spreekwoorden bedacht:

‘Hoor je de koekoek half maart, ga dan naar huis en doof de haard.’ 

Daar hou ik mij dan maar aan, ook al hebben we geen haard. Maar voorlopig liggen de maanden januari en februari weer achter ons en kunnen we weer volop gaan genieten van alle komende drukke werkzaamheden welke veroorzaakt worden door flora en fauna.

De natuur op haar best!

Hoe de grauwe akkers langzaamaan van groene gloed overgaan in jong, frisgroen gewas. Hoe de weidevogels zich weer gaan nestelen onder toezicht van onder andere de buizerd, de kiekendief of de torenvalk. Deze prachtige vogels zie ik regelmatig langs de provinciale weg op een paaltje, lantaarnpaal of gewoon lekker in het gras langs de slootkant zitten.

Wachtend op een prooi en dan opeten zonder te morsen.

Naar het schijnt voornamelijk op veldmuizen want de Groninger akkers zitten er vol mee. Nu heb ik begrepen dat mensen het zielig vinden dat roofvogels zich vergrijpen aan muizen, insecten, fazanten en konijnen. Maar geloof mij, zolang deze nuttige dieren niet naar de Jumbo of Albert Heijn kunnen zullen ze toch echt moeten jagen. En als zij het niet doen dan doen de kraaien, de kauwtjes, de meeuwen of de blauwe- en zilverreigers het wel. Zo zag ik laatst een filmpje van een zilvermeeuw die een konijntje, ja zo’n heel lief konijntje, in een paar happen naar binnen schrokken brokte.’

Hij liet niet eens een boer!

Eigenlijk is dat ook mijn probleem, dat schrokken brokken. Zodra ik mijn eten voor mij heb ga ik in de aanval. Dat heb ik mijzelf aangeleerd toen ik nog als kok in de horeca werkte, er was meestal weinig tijd om even rustig te eten. Maar van huis uit was ik het ook gewend omdat wij vroeger altijd tussen de middag warm eten kregen.

Exact om twaalf uur stond het eten op tafel.

Exact om tien over twaalf was het op.

En tot één uur lag de familie Veldmuis horizontaal op de bank.

Uit te buiken!

Valentijn en zijn perikelen

Wanneer je in een relatie zit moet er van twee kanten hard gewerkt worden om die relatie staande te houden. Maar tegenwoordig willen relaties, zodra het ook maar een beetje scheef zit, al in mineur raken met alle gevolgen van dien. De handdoek wordt snel in de ring geworpen want er is geen energie meer om er nog iets van te maken. Of je moet om de tafel gaan zitten met een relatietherapeut om weer op één lijn te komen.

Of je verzint één Dag van de Liefde en die dag noem je dan Valentijnsdag.

Mijn ouders zeggen altijd: ‘Het is geven en nemen. En meer geven dan nemen!’ Neem dat maar voor waarheid aan want deze geliefden zijn dit jaar al 62 jaar getrouwd! Maar toch geldt dat niet voor alle stelletjes en zullen ze de bittere pil van scheiden in moeten nemen. Je denkt nu vast dat ik het ga hebben over Chantal en Henk, een stel dat op televisie ging trouwen zonder dat ze elkaar van tevoren gezien hadden of überhaupt elkaar kenden. ‘Married at first sight’: Welke gestoorde idioot heeft dit programma bedacht? Maar het is net als met het filmen van ongelukken, er keken een kleine miljoen ramptoeristen naar en dan denken ze bij de televisie:

Het doel heiligt de middelen!

Dat Chantal en Henk (plus al hun familieleden en vrienden) voor de rest van hun leven voor lul lopen boeit ze bij de omroepen niet. En dat deze mensen na het lezen van alle meninkjes hierover op social media en in alle roddelrubrieken min of meer getraumatiseerd worden boeit ze ook niet. Kijkcijfers, daar gaat het om!

Niet zo soft Veldhuizen!

Maar wat zijn nu 1 miljoen kijkers eigenlijk? Ons land telt immers 17 miljoen inwoners, waarom kijken die andere 16 miljoen dan niet? Ik snap het gewoon niet dat dit soort programma’s gemaakt mogen worden. Het is voyeurisme, het is Big Brother en het is zwaar beneden de gordel die we ook wel ‘de moraal’ noemen. Mijn verontwaardiging zit hem in het simpele feit dat er heel veel media zich met dit geneuzel begon te bemoeien en waardoor het haast onmogelijk is om er niet van te weten.

Of je moet onder een steen gelegen hebben…

Gelukkig kan ik het redelijk makkelijk van mij afschudden en kijk ik dichter bij huis naar zaken die veel interessanter zijn. Of in ieder geval oprechter! Want de echte reden dat ik over relaties begon is dat ik van de week werd aangesproken door een collega die eens even goed voor de dag wilde komen bij zijn geliefde. Hij vond dat ze dat verdiende want “Ze was de allermooiste, de allerliefste en de allerleukste vrouw van Groningen. En van Nederland! En van Europa! En van de hele wereld!”

Ik schoot vol van zoveel liefde…

Hij had daarom voor haar een (digitale) kaart gemaakt. In die kaart schreef hij het volgende: ‘Lieve schat, ik hou van je en heb heel veel vertrouwen om met jou een nieuwe toekomst op te bouwen!’ Ja, het zijn ‘Tweedehandsjes’ zoals wijlen mijn schoonmoeder dat altijd zo mooi kon zeggen. Tweedehandsjes zijn stelletjes die voor de tweede keer getrouwd zijn. Net als mijn vrouw en ondergetekende.

Enkele gebruikerssporen maar nog in prima staat!

Hij schreef die kaart op de dinsdag vóór Valentijnsdag waarmee hij toch maar mooi op tijd was voor een man, op zich was dát al een compliment waard! Op Valentijns ochtend zat hij bij de tandarts en kreeg hij een telefoontje van het werk, of hij de volgende dag een avonddienst kon draaien. Helaas, dat kon hij niet want hij had een etentje. “Maar ik kan wel een ochtenddienst draaien..”

Dat was prima!

Toen hij weer thuiskwam verwachtte hij natuurlijk een blije echtgenote die stralend van geluk aan de keukentafel op hem zat te wachten, met de Valentijnskaart tegen haar borst gedrukt. Niets was minder waar, de postbode had hun huis nog niet gevonden… Hij gaf het de voordeel van de twijfel en vertelde enthousiast nadat zij hem een bakkie koffie voorgezet had dat hij een extra dienstje te pakken had. Zij schrok en vroeg: “Wanneer heb je die extra dienst?”

“Morgen!” zei hij, “Een dagdienst want we gaan immers ’s avonds uit eten!”

“Dat was ik niet vergeten hoor!” voegde hij er lachend aan toe terwijl hij wat koffiemelk in de koffie deed. Ze reageerde niet. Ze staarde slechts wat sip voor zich uit. Hij nam een slok van zijn koffie en begon nu toch lichtelijk in paniek te raken want als zijn vrouw ineens zweeg voelde hij aan alles dat er wat loos was. Er spookte van alles door zijn hoofd. Zou ze teleurgesteld zijn dat hij haar niet verrast had met iets voor Valentijnsdag? Nou prima, want dat was immers niet zo, die kaart komt zo en dan valt ze mij vast in de armen.

“Wat is er lieverd?”

“Niks!” Nu was hij alert tot in zijn vezels want als een vrouw zegt dat er niks aan de hand is, was er juist wel wat aan de hand. “Kom op nou, vertel, wat zit je dwars?” en hij zette zijn mooiste glimlach op, de glimlach waar zij ooit verliefd op geworden was. Hij, die ruwe bolster, blanke pit waar ze nu al jaren gelukkig mee is. Ze zuchtte diep: “We zouden morgenochtend bij de voetbalwedstrijd kijken van Ramon…”

Hij kon zich wel voor zijn kop slaan!

Dat was hij helemaal vergeten, puur omdat hij enkel dacht aan wat extra uurtjes te kunnen werken want er is staat een verhuizing op stapel. “Ik had zo naar dit weekend uitgekeken..” voegde ze er nog aan toe, “omdat we eindelijk weer eens samen vrij waren. En nu moet je vanavond natuurlijk ook weer vroeg naar bed omdat je er morgen weer vroeg uit moet!”

Ze was terecht boos. Gelukkig had hij nog één troef, de Valentijnskaart. Maar die kwam niet. Die kwam dinsdag pas. En nee, ze was niet verrast.

Hij had de kaart namelijk betaald van de gezamenlijke rekening dus ze wist er van….  

Als de lente komt …

“Ze stonden ook bij de kapper. Mooi hè!” zei mijn vrouw en ze wees mij op een flinke bos tulpen in een vaas. Die vaas stond weer op de pilaar die ik eerder wit heb moeten verven en onlangs weer zwart omdat de kerstboom erop moest. Waarschijnlijk bedacht in het kader van ‘bezigheidstherapie voor de man’ of iets dergelijks.

Of ‘Hellup! Mijn man heeft geen hobby!’

Het waren namaaktulpen en ze waren te koop in Duutsland had de kapster gezegd. “Dus die heb ik toen maar direct even gehaald nadat ik klaar was bij de kapper, jij was toch bij de voetbal.” Ik haalde mijn schouders op en nam een bak koffie. Even op temperatuur komen want het was fris op het veld geweest terwijl het op het veld er een stuk heter aan toeging. De gemoederen raakten oververhit nadat de 2-0 voorsprong omgezet werd in een 2-2. Een van de aanleidingen was (natuurlijk) de Scheidsrechter omdat er een rode kaart uitgedeeld werd. En even daarna een rode kaart voor de leider omdat deze zichzelf verloor in een verbale strijd met scheidsrechter en een speler van de tegenstander.

Even voor de duidelijkheid, de strijd ging tussen twee jeugdelftallen, jongens en meisjes van 13, 14 jaar….

Maar ach, we weten niet beter kennelijk en iedereen wil zijn gelijk. Ondanks dat we in het verleden al genoeg ellende op de sportvelden hebben meegemaakt leren we niet van datzelfde verleden. De kans dat de jeugd zich later ook zo gaat gedragen is aanwezig want er zijn voorbeelden genoeg die suggereren dat elkaar beschreeuwen en vernederen normaal is.

Nou, geloof mij, dat is het niet!

Gelukkig zag ik na het laatste fluitsignaal dat de spelers elkaar gewoon de handen schudden omdat zij nog wél respect voor elkaar hadden. Met gemeende respect, want beide elftallen waren aan elkaar gewaagd. Het spelertje die al ruim een kwartier kampte met hamstringklachten maar niet gewisseld werd omdat ze geen wissels meer hadden, kreeg nu eindelijk verzorging…..

Emoties maken kennelijk ook blind.

Dat de emoties oplopen op de voetbalvelden weten we en steeds vaker zie je dat verenigingen daar wat aan doen. Bijvoorbeeld door poster op te hangen met teksten als: ‘Zonder respect geen voetbal’ of ‘Dit is een spel, de coaches zijn vrijwilligers, de scheidsrechter is ook een mens dit is NIET de Champignon League!’ Of ‘Schreeuwen is ook agressie!’

Maar de agressie is de krijtlijn gepasseerd…

Zo las ik van de week dat er ouders zijn die leraren proberen om te kopen om zo een beter schooladvies voor hun kroost te fiksen. Dat gaat dan waarschijnlijk zo:  “Schat, haal jij effe een Playstation 4 voor Meester Tim, dan neem ik die mee naar het 10 minuten gesprek straks.” Dat is dan nog de ‘vriendelijke’ manier. Die andere manier behelst intimidatie en veel verbale agressie want ja, oordeel niet over onze kinderen hè! Wát VMBO! Mijn kind is veel beter!

Persoonlijk zou ik blij zijn met zo’n advies want dan weet je zeker dat ze aan het werk kunnen!

Maar ja, de verwachtingen zijn hoog. Ik snap wel dat leraren met angst en beven de 10 minuten gesprekjes ingaan. Thuis nemen ze elke keer weer grootst afscheid van hun geliefden omdat ze niet weten heelhuids thuis te komen of omdat ze een paar dagen opgenomen moeten worden in het ziekenhuis.

Triest. Het is in en in triest hoe we met elkaar omgaan.

Toen ik die avond een beetje verveeld naar de televisie zat te kijken, bekeek ik nogmaals de bos tulpen in de vaas. Ze waren niet van echt te onderscheiden en mijn nieuwsgierigheid trok mij van de bank om ze toch nog eens van dichtbij te bekijken. Ze waren van plastic maar dat zag je absoluut niet. Sommigen waren zelfs nog dicht en in de stengel zat een ijzerdraad die de boel rechtop moest houden natuurlijk. Als je zo je huis zou vol zetten met bloemen ben je dus in één keer klaar, dan hoef je als man niet meer thuis te komen met een bloemetje.

Hier zat potentie in!

“Zeg, wat kost dat eigenlijk?” vroeg ik aan mijn vrouw, terwijl ik naar de bloemen wees. Zonder blikken of blozen gaf ze antwoord: “Dat is niet belangrijk. Het gaat om het resultaat!” Toen wist ik het wel, duur spul dus. Dat hoor ik haar wel vaker zeggen, dat de prijs niet belangrijk is. Maar zodra ik bijvoorbeeld een fles frisdrank koop bij een winkel waar ik toevallig die dag langs kwam, krijg ik de wind van voren omdat die fles bij een andere winkel die week in de aanbieding was.

Want dat scheelt.

Als man heb je dan gewoon niets meer te zeggen en dat doe ik dan ook maar niet. Mijn vrouw is daar heel duidelijk in en daarom pluist ze ook elke week alle reclamefolders uit. Ik ben meer van de ‘Nee-Nee’ sticker op de deur maar zij niet. Als ze dan ergens een flink voordeeltje uitgeslagen heeft kan ze dat ook heel smeuïg aan al iedereen om haar heen vertellen. Zo had ze een poosje geleden haar oog laten vallen op een poef ter waarde van zestig eurootjes. Ze had hem gespot in een meubelzaak maar ze liet hem toch maar staan. Enkele weken later was ze er weer, het was zondag  en buiten gierde storm Ciara om de winkels. Daarom besloot ze wederom om de poef niet te kopen en fietste ze even later naar huis.

Een beetje teleurgesteld, dat wel.

De volgende dag was ze weer in de buurt van de meubelzaak, nu met de auto. Ze stapte weer naar binnen want ze wilde toch nog even kijken naar de poef. En wat zag ze?

Hij stond in de aanbieding, nu voor veertig euro!

De poef staat nu bij haar stoel en elke avond hoor ik haar weer zeggen hoe ze ervan geniet. Even had ik nog de neiging om naar Duitsland te rijden, om te kijken hoeveel die tulpen nu gekost hebben maar die gedachte zette ik toch maar gauw opzij.

Je moet een gelukkige vrouw nooit tegen de haren instrijken!

 

 

Geef ze de ruimte!

“Ja, ga maar naar je kamertje..!”

Dat roept mijn vrouw de laatste tijd steeds vaker wanneer ik aanstalten maak om naar boven te gaan, naar het kamertje waar ik mijn bureau heb staan, mijn computer, mijn muziek en nou ja, gewoon, mijn spulletjes. Ik zit daar nu eenmaal graag ‘mijn ding’ te doen.

Of ik zit daar gewoon naar buiten te staren.

Naar de wijkkatten die in tijgersluipgang over de randen van de schuttingen lopen, loerend naar de mussen die af en aan vliegen tussen de talrijke vogelhuisjes in de diverse tuinen of een bad nemen in de waterplassen op de schuurtjes.  Of ik zie hoe de kinderen uit de buurt op de fiets af en aan fietsen van of naar hun school, huppelend en lachend omdat ze nog niet echt meedoen in de zorgen van de Grote Mensenwereld. Of ik zie langs het fietspad de mannen en vrouwen hun honden uitlaten en ondertussen zo nu en dan met elkaar in gesprek gaan over wat hen op dat moment bezig houdt. Daar kan ik dan naar turen en ondertussen luister ik naar muziek die ik leuk vind.

Het is mijn Mancave zeg maar…

Dat woord heb ik niet verzonnen hoor, Mancave. Dat is weer zo’n woord van deze tijd en soms loop ik daar dan wat achteraan te sukkelen met op mijn rug een boel onbegrip. Want een Mancave is niets minder dan een plek waar mannen hun hobby of favoriete bezigheden kunnen uitoefenen. Dat zegt die andere ‘wijsneus’ die onderhand ook al flink ingeburgerd is, Wikipedia. Deze kennis website voegt daar nog aan toe dat het meestal een zolderkamer of een garage is, ‘vaak helemaal ingericht naar de smaak van de man.. soms met eigen bar en TV!’

Pff…mag ik effe braken!

Vroeger heette dat gewoon ‘een hobby’ en je oefende dat uit waar er ruimte was. Dus stel dat je hobby Pitjollen was dan voerde je die hobby uit in de ruimte die er op dat moment beschikbaar was. Dat kon de woonkamer, het klompenhok of de duiventil zijn. Of waar moeder de vrouw de piepers aan het pitten was. Niks eigen ruimte! Men was al blij dat er überhaupt ruimte was!

Mancave…pffff… Ik noem het een product van De Arrogantie van de Welvaart!

Mijn kamertje stelt ook niks voor hoor. Ik deel het met twee kledingkasten en een boekenplank waarop wat naslagwerk en enkele ceedees staan. Aan de muur hangen foto’s van dierbaren, zowel de levenden als diegene die ons ontvallen zijn. Regelmatig kijk ik naar de foto’s van die laatste categorie en denk dan aan ze terug, toen ze er nog waren en toen het nog normaal was dat ze er waren.

Toen we ze nog niet misten zeg maar..

Want vaak gaat het om geliefden die té jong heengegaan zijn, geliefden die het ook verdienden om te genieten van het leven zoals het leven bedoelt is. Helaas besliste het lot anders. Ik denk dan ook aan alles wat ze inmiddels gemist hebben omdat ze er niet meer zijn.

Daar kan ik dan best treurig van worden…

Maar over het algemeen zit ik hier lekker, in mijn eigen ‘bubbel’ (ook zo’n trendy woord) te zitten zeg maar. Met mijn eigen muziek en mijn eigen gedachten zonder gestoord te worden door mijn vrouw.

Oef! Ja, dat klinkt heftig maar dat is het ook! Want mijn vrouw praat graag. Dat zegt ze ook van mij maar zij kan het toch nét even beter. En ik weet wanneer te zwijgen. Zij niet. En soms wordt dat praten van haar gestimuleerd door bijvoorbeeld een vriendinnetje van haar. Dan kakelen ze tegen de klippen op en kom ik er, figuurlijk gezien, niet tussen. Soms lukt het mij wel maar dan heb ik al minutenlang mijn vinger opgestoken en dan geven ze mij, meestal een zucht onderdrukkend en met een verveelde blik, wat spreekruimte.

En terwijl ik spreek gaan zij op hun telefoon gluren…

Maar het kan nog erger. Dan gaat het stormen hier in huis en geloof mij, daar is de storm Ciara niks bij! Want dan lopen hier geen twee maar drie vrouwen over de vloer! Dat komt nog wel eens voor, zo aan het begin van de avond, net nadat ik mij op de bank genesteld heb voor de TV. Want dan komt die andere vriendin, ‘zij van hierachter’, ook binnen en dan gaat het pas echt los! Ik grijp dan direct naar de afstandsbediening om de ondertiteling aan te zetten bij het programma zodat ik niets hoef te missen. Zij zitten dan meestal aan de eettafel te tokken en dat gaat over van alles. Over wat ze op werk beleefd hebben of over iets nieuws op kleding gebied of ze hebben het over interieurs.

Of er wordt flink geroddeld, daar zijn die lui van RTL Boulevard en Shownieuws nog kinderachtig bij!

Het meeste ontgaat mij en ik geniet extra van de service ‘ondertiteling.’ Zou de bedenker van het ondertitelen van een programma ooit zo op die gedachte gekomen zijn? Afijn, ik zat daar dus lekker in mijn eigen bubbel tot het rumoer verderop toenam. Hierdoor raakte ik mijn ondertiteling even kwijt en hoorde ik waar de opwinding over ging.

Over laarsjes in de aanbieding!

Die ene dame had ze al, mijn vrouw had ze net gekocht en die ‘van hierachter’ wilde ze passen want ze waren zó leuk, zó gaaf en zó goedkoop.

Die wilde ze nu dus ook!

Maar voor de zekerheid moest er wel even gepast worden en hop, daar gingen de laarsjes uit en hop daar gingen de andere voetjes in de laarsjes en hop, daar begon ze ineens heen en weer te lopen door de kamer, voor de TV langs…. En dat herhaalde zich nog een keer of vijf!

Mijn bubbel spatte uiteen en van pure ellende en stik chagrijnig zette ik de TV maar uit. Ze hadden het niet eens door dat ik naar boven was geglipt, naar mijn eigen kamertje.

En toen begreep ik ineens waarom mannen een Mancave hebben!

Vaders gaan op stap!

Enkele maanden geleden werd de knoop doorgehakt. Samen met twee collega’s zouden we een avondje op stap. Iets met eten en iets met zui… euh..drinken.

Voor  mij een uitdaging want zo vaak eet ik niet buiten de deur. Mijn restaurant is mijn keuken en mijn keuken is mijn restaurant. Daarbij opgeteld betaal ik slechts de inkoopsprijs en ben ik dus spekkoper. Ja, oké, ik moet dan natuurlijk wel alles zelf in de vaatwasser doen. En die de volgende dag weer legen. Maar dat is niet erg, vooral niet als het eten weer vurrukkelijk was. Toch is het goed voor de mens om zo nu en dan even uit je bubbel te treden. Even uit je comfortzone te stappen.  Even ‘los van ’t wiif’ zoals een visclub op Terschelling zichzelf noemt, zodat er ruimte is voor nieuwe inspiraties en even andere praat.

Met andere woorden, Vader gaat op stap!

Mijn collega’s, M & M, zijn van dezelfde leeftijd en hebben eigenlijk dezelfde bagage als ik heb. Dat schepte op de werkvloer al een band en nu wilden wij dat nog eens extra testen door een avondje op stap te gaan. Ondanks dat we de 50 gepasseerd zijn voelden we ons toch weer even jong en er werd zelfs een groeps-App geopend! Die werd gevuld met de ene gekkigheid na de andere waardoor we weer even pubers werden. Zij natuurlijk meer dan mij want ik ben de oudste van de Drie Musketiers en gedraag mij daar ook naar.

De ene M lichtte ons via de App in dat we naar een Tapas-restaurant zouden gaan in de gezelligste stad van Nederland, Groningen.

Toen werd ik een beetje chagrijnig want ik hou van een goede hap, niet van welke verkleinende vorm dan ook!

Mijn thuisfront lag in een deuk want zij weten hoe ik over tapas denk. Zij kennen inmiddels mijn uitgesproken en ongezouten mening over deze hype. Want wat eten betreft ben ik best conservatief ingesteld. Maar een mens komt soms tot inkeer en daarom besloot ik deze keer maar eens niet mijn kont in de kribbe te gooien en gewoon mij neer te leggen bij deze keuze;

‘Maar wel onder protest!’

Want dat moest nog wel even gezegd worden. En als het inderdaad tegen zou vallen dan had ik natuurlijk het zoet te pakken, het zoet van mijn gelijk!

De bedoeling was dat we na het eten nog een kroeg in zouden gaan. Die ene M had ook besloten dat we een kroeg zouden bezoeken die enkel Nederlands bier tapte. Nu klom die andere M op de barricade want hij wilde echte bieren! Tripels! Uit België! Ik hield mij nu afzijdig in de discussie want als ik alleen al denk aan een Tripel biertje dan leg ik al het loodje. Ik kan heel slecht tegen de wat zwaardere bieren.

Geef mij bijvoorbeeld één ‘Kanon’ biertje en ik ben twee dagen ziek!

Uiteindelijk kwam de discussie tussen de beide M’s tot een remise en kon het programma uitgerold worden: M en ik pakten de trein van half 7 vanuit Winschoten en de andere M pakte de trein vanuit Winsum zodat we alle drie om kwart over zeven elkaar zouden treffen bij het over bekende beeld van het ‘Peerd van Ome Loek’, voor het mooiste Centraal Station van Nederland.

Aangezien ik al een tijdje niet meer op stap geweest was besloot ik daags voor D-Day mijzelf veel rust te gunnen. Dus geen klusjes in en om het huis want daar krijg ik stress van. Mijn kleding had ik ruimschoots van tevoren al klaargelegd en ik betrapte mij erop dat ik aan het zingen was:

‘Zit mijn dasje goed? Zit mijn jasje goed? Vader gaat op stap!’

Want ja, het was in de Grote Stad en dan wil ik er natuurlijk wel ‘bonvivant’ bijlopen! Kleding maken immers de man! Vervolgens was ik super lief voor mijn echtgenote want we moesten het ook nog hebben over de hoeveelheid zakgeld die ik mee zou krijgen.

Ja, aan alles was gedacht!

De dag voordat wij ‘dwaze vaders’ op stap zouden gaan, begon die ene M zijn keutel wat in te trekken. “Ja, we maken het toch niet té laat hè, want ik wil zaterdag nog van alles doen..” De andere M en ik vielen haast van de App af! Wat een pannenkoek! Want wij hadden toch echt een dikke vette nachtdienst voor ogen, niet een avondje op de bank naar The Voice kijken of zo. Die ene M schrok van onze reactie en probeerde zijn keutel weer in te trekken maar het kwaad was al geschied: tegen twaalf uur was het partijtje afgelopen.

We hadden dus maar vier uurtjes om alles te doen wat we ons zelf al wekenlang beloofden…

Vorige week vrijdag was het dan zo ver. Voor de zekerheid had ik een platvink kruidenbitter bij mij want je weet nooit wat er onderweg kan gebeuren. Na het boemelen in de trein plus de nodige slokjes uit de platvink, liepen we vanaf Het Peerd jolig en luidruchtig naar het restaurant. Het bedienend personeel vroeg of we wisten hoe het werkte en M & M knikten overtuigend. Ik gaf aan hen te volgen.

De eerste biertjes werden besteld.

Onze gezamenlijke ‘bagage’ bleek vele overeenkomsten te hebben waarvan sommige pijnlijk herkenbaar waren. Maar door het delen werd het minder zwaar en goede humor deed wonderen. Het eten was voor mij eerst even wennen, al dat getut op van die kleine schoteltjes… M & M adviseerden mij om de gerechtjes gewoon dubbel te bestellen. Toen ik het eindelijk door ging het echt los en vulden we allerlei nummers in op het kaartje, zoveel dat je het kon vergelijken met een hoofdgerecht.

Een half uur lang kregen we geen tapas maar wel bier. Nog een half uur later hadden we nog steeds geen tapas gekregen maar wel bier. Het bedienend personeel wist ons te vertellen dat onze laatste bestelling de keuken niet bereikt had…

Het bier wél!

Inmiddels was het zo laat dat we de kroeg met Nederlandse bieren ook wel op onze lege buiken konden schrijven…

Het dessert bestond slechts uit het zoet van mijn gelijk over tapas.

Toch gingen we met een voldaan gevoel weer huiswaarts en we waren het unaniem eens dat er een vervolg moest komen. In een kroeg, niet in een restaurant. Rond één uur die nacht waren we alle drie weer thuis en ik betrapte mijzelf wederom op een paar zinnen uit een liedje:

‘En als hij in thuis zijn flanel staat
Staat ie te barsten van de slaap
Vader heeft niet dat mondaine
Waar ie dikwijls over praat
Maar het is een mooie scene
Als ie voor de spiegel staat’

 

Na de Dolle Mina’s

Het is inmiddels 2020 en we leven in een maatschappij waar veel gebeurt. In een razend snel tempo worden we meegevoerd in een groeiende welvaart waar alles kan of moet kunnen. Maar we rekenen in onze drang naar een perfecte wereld ook af met zaken die níet meer kunnen, zoals bijvoorbeeld het discrimineren van ras, geloof of geaardheid.

Dat zal tijd worden ook!

Aan de andere kant leven we ook steeds meer als individu in plaats van in een groep. Het eigenbelang gaat voor het algemeen belang met, bijvoorbeeld, als gevolg dat de eenzaamheid alleen maar aan het groeien is. En dat is raar, we hebben immers meer vrije tijd dan in de jaren dat we nog wel met elkaar omgingen, in de jaren dat je nog wist wie je buren waren. Daarnaast roepen we heel hard dat de vrijheid van meningsuiting heel belangrijk is. Alleen kunnen we er niet mee omgaan want zodra we ergens op aangesproken worden is de reactie steeds vaker een van agressieve aard.

Dat resulteert weer in het feit dat steeds minder mensen iets willen zeggen van het gedrag van anderen, bang bedolven te worden onder verbaal geweld.

Maar druist dat dan niet in tegen het recht van vrijheid van meningsuiting? Die geldt immers voor ons allemaal. Toch? Of vergeten we dat steeds wanneer we iemand met een tirade klein proberen te krijgen? Precies, misschien moeten de schreeuwers onder ons eerst maar eens tot tien tellen voordat ze wat zeggen. En misschien weer eens de grondwet erbij pakken waar al onze rechten in staan.

Dan zien ze ook dat élk mens recht heeft op vrijheid en veiligheid.

Het recht om te leven in een veilige omgeving. Dat je dus rond kan lopen zonder bang te moeten zijn voor gevaren die veroorzaakt worden door derden. Nog vers in ons geheugen ligt het verbod op straatintimidatie in Rotterdam. Dat verbod is verworpen want iemand intimideren op straat valt weer onder de vrijheid van meningsuiting.

Ik noem het een uiting van onfatsoen in het kwadraat!

Dit is in de ogen van de meerderheid in ons land onwenselijke gedrag. En we ventileren dat ook naar buiten en wijzen dan het liefst naar onze nieuwe medelanders. Want ‘die hebben last van een te hoog testosteron’ en ze vallen ‘onze meisjes en vrouwen’ lastig. Dat klopt ook gedeeltelijk, sommigen onder hen hebben andere normen en waarden dan de onze.

Maar wat zijn onze normen en waarden dan en voor wie gelden ze?

De aanleiding dat ik hier nu over schrijf is een gesprek welke ik onlangs mocht voeren met een dame die net als ik, in Winschoten woont. Maar het had, ben ik bang, net zo goed over een andere plaats in Nederland kunnen gaan. Zij vertelde mij dat ze graag wandelde alleen moest ze dat voornamelijk in de vroege avonduren doen want overdag werkt ze. Meestal wandelde ze een uurtje, goed voor ongeveer 5 kilometer. Ze loopt dan wel zoveel als mogelijk over de verlichte paden want je moet niet vallen als je alleen bent.

Ja, ze wandelde alleen.

Op zich is daar niks mis mee. Misschien wat ongezellig maar aan de andere kant is het ook goed om even tot jezelf te komen, vooral na een drukke werkdag. Toch zie je in de avonduren vaak mensen met hun tweeën lopen en ook daar is niks mis mee. Maar doen ze dat voor de gezelligheid of doen ze dat om andere redenen? Die vraag kwam bij mij boven toen ze verder vertelde over wat ze meegemaakt had.

En mijn mond viel open!

Ze vertelde mij dat ze al een paar keer lastig gevallen werd door mannen. Niet jonge maar volwassen mannen. Ze kreeg opmerkingen naar haar hoofd geslingerd zoals bijvoorbeeld: “Zo…wat loop jij hier alleen..” of “Zonde hoor, om zo in je eentje te moeten lopen..” Of ze kreeg de schrik om het lijf toen twee mannen op de fiets ineens ‘Boe!’ riepen en vervolgens hard lachend doorreden.

Dat zou je nog weg kunnen stoppen in de categorie humor maar het is wel sneue humor…

Die andere opmerkingen zijn suggestief. Die opmerkingen suggereren andere opties, onder andere dat ze met zo’n kerel zou moeten gaan wandelen. ‘Want dan komt alles goed.’ In mijn ogen ben je totaal mesjogge dat je überhaupt zo’n opmerking durft te maken! Hoe haal je het in je botte hersens om zomaar iemand op straat aan te spreken over het feit dat ze alleen loopt? Krijg je thuis te weinig aandacht van je vrouw? Of gaat dit om mannen die geen vrouw hebben en zwaar gefrustreerd juist  ‘s avonds de straat opgaan om vrouwen lastig te vallen, in de hoop een vrouw te treffen die op hun ‘avances’ in gaan?

Nou, dat gaat vast nog wel een keertje lukken…maar niet heus.

Geloof mij, ik ben gek op vrouwen maar ik weet wel mijn grenzen! En een van die grenzen is dat je een vrouw op straat niet zo aanspreekt, beperk je slechts tot een gemeende goedenavond.

Of hou het bij een welgemeende ‘Moi!’

Ze werd niet constant lastig gevallen hoor, maar ik ben van mening dat één keer zoiets zeggen al te veel is. Want de impact is groot geweest voor deze dame want de lol van het wandelen is ze kwijt. Ze loopt nu met angst door de straten, bang voor miezerige mannetjes die hun frustraties niet voor zich kunnen houden. Het gaat hier om onze normen en waarden waar we al decennia lang voor aan het vechten zijn. Waar we voor naar de stembussen zijn gegaan om te zorgdragen dat die normen en waarden plus alle onze vrijheden, niet aangevallen worden door gekkies zoals hierboven benoemd. Waar we ‘mensen van over de grenzen’ ook op wijzen…

Beschaving noemen we dat!

Dat moest ik even kwijt. Dat is mijn recht binnen de kaders van het fatsoen.

Dat is waarom we het recht van Vrijheid van Meningsuiting ooit bedacht hebben.

 

 

Bey bey Dellewal?

Beelden zijn belangrijk voor de mens, daarom fotograferen we veel en willen we steeds vaker beeldend geïnformeerd worden. Maar er zijn ook beelden die gewoon blijven hangen in je hoofd, beelden die op de een of andere manier zoveel indruk op je gemaakt hebben dat ze in je geheugen gegrift staan. Zo heb ik een beeld van het eiland waar ik ben opgegroeid, Terschelling. Dit eiland wordt ook wel ‘de Parel der Wadden’ genoemd en daar ben ik het altijd mee eens geweest en dat ventileer ik vaak in gesprek maar ook in schrift.

“Dat is een gebrek aan je opvoeding!” zeg ik altijd gekscherend tegen mensen die nog nooit op Terschelling geweest zijn.

Ik moet er elk jaar naar toe en kan hier met zekerheid zeggen dat ik in al die jaren, inmiddels 56 jaar, maar één keer een jaar gemist heb, dat was het jaar 2017. Dat deed best pijn en ik was jaloers op degene die wel gingen. Maar in mijn hoofd nam ik dan de boot, liep ik door de polders, jutte ik schelpen op het brede strand, lag ik loom in de zomerzon op de dijk te luisteren naar de Bonte Pieten, fietste ik voor verkoeling door de vele bossen en vrijde ik met mijn geliefde in een duinpannetje….

Zo kon ik het gat van 2017 nog enigszins dragen.

Die bootreis blijft uniek. Twee uren lang genieten, twee uren lang in een vakantieflow want je wist dat de onrust achter je lag. Even bijtanken, even terug naar de basis. En natuurlijk even het dek op, ergens ter hoogte van het Schuitegat waar het eiland in haar volle glorie al te zien is. De Noordvaarder, de bekende strandtent met het mooiste uitzicht van de wereld, het Seinpaalduin, de Brandaris, de rode daken van de huizen van West, de in grote getale aanwezige masten in de jachthaven, de Hogere Zeevaartschool en last but not least, de bossen met op de voorgrond de mooiste baai van de wereld, Dellewal.

Dellewal, waar ik als 18 jarige jongen voor het eerst werd gekust door mijn geliefde…

Dat was het beeld vanaf de boot, het beeld waarvan je wist dat je bijna thuis was en waarvan de toerist wist dat hij of zij een periode van rust tegemoet ging zien. Er is ook nog een beeld vanaf het eiland zelf over Dellewal. Wanneer je vanaf de oostkant met de fiets, vechtend tegen de vaak aanwezige westenwind de top van Dellewal bereikte, dan keek je automatisch naar links en zag je Dellewal, de jachthaven, de haven en de Waddenzee.

En dan voel je je bevoorrecht!

Dellewal is een onderdeel van het ‘eilandgevoel’ waar eilanders en liefhebbers van Terschelling het vaak over hebben. Daarom snap ik niet dat er stemmen opgaan om er te gaan bouwen. Letterlijk voor het geld want de gemeente heeft, net als vele andere gemeenten, last van financiële tekorten. Uiteraard snap ik dat tekorten aangevuld moeten worden maar zijn er nou echt geen andere manieren dan het aanzicht van dit stukje Terschelling te verminken met woningbouw? Waarom niet de oude Zeevaartschool campus afbreken en daar nieuwe appartementen bouwen zodat het personeel voor de Horeca ook fatsoenlijk gehuisvest kan worden?

Of de woningnood ermee oplossen?

Dellewal is notabene de enige natuurlijke baai van Nederland, dat moet je dan überhaupt toch beschermen tegen het grote geld? Of is de afbraak al begonnen bij de bouw van woningen naast het hier eerder genoemde paviljoen, waarvan ik en velen met mij altijd zeggen dat je hier het mooiste uitzicht hebt van de wereld?

Waarom iets kapot maken wat nooit meer hersteld kan worden?

Nu zie ik al een verandering op het eiland die al enige jaren bezig is. En even voor de goede orde, ik ben absoluut niet tegen verandering! Die golf van verandering is al enige jaren bezig op ’t eiland, ouwe meuk werd afgebroken en er kwamen nieuwe dingen voor terug. Een mooi voorbeeld is de nieuwe supermarkt in Midsland. Maar men mikt steeds vaker op het kapitaal en maakt het dan voor de jeugd oninteressanter. De prijzen op het eiland liegen er ook niet om en steeds vaker hoor ik van mensen aan de wal dat ze Terschelling te duur vinden. Persoonlijk heb ik die ervaring ook, mocht afgelopen zomer tien euro aftikken voor twee appelgebakjes.

Zonder slagroom!

En voorheen had je winkels waar je voor een redelijke prijs nog een jas kon kopen, nu hangen er in sommige winkels jassen van honderden euro’s. En daarnaast valt mij nog wat op. Vroeger wist je dat de boot aangekomen was want dan werd het wat drukker op de Hoofdweg met auto’s. Nu zie je steeds vaker dat die rijen auto’s die nu van de boot komen haast al een file vormen waar ze in het Westen jaloers op zullen zijn. Ik weet het, de welvaart is groeiende en groeiende maar je kan hier ook op inspelen door bijvoorbeeld in Harlingen het aantrekkelijker te maken om je auto daar te parkeren. En mensen op te voeden hoe ze een eiland moeten beleven.

Want in de auto rij je er langs, op de fiets zie je het en wandelend beleef je het!

En om even terug te komen op de jeugd, die hebben heus wel wat te besteden hoor. Maar dat niet alleen, ze hebben ook de toekomst! Want ook zij zullen hun ervaringen op het eiland later weer overbrengen op hun kroost door ze ook mee te nemen naar het eiland.

En zo blijft de cirkel rond!

Er zijn in mijn ogen nog genoeg plekken om te bouwen of om te verbouwen. Maar blijf nou af van die paar unieke stukjes Terschelling. Hou het in de hand, maak er geen benedenwindse eilanden van, blijf jezelf en blijf daar eigenwijs is. Want dat is het handelsmerk van het eiland en dat moet je niet willen verminken.

Dan pleeg je broodroof.

Dellewal, waar ik begin tachtiger jaren plotseling gekust werd door het mooiste meisje van het eiland, als afscheid. Zij ging weer terug naar Groningen en ik bleef achter. Maar het was ook het begin van een relatie die we, met een onderbreking van ruim dertig jaar, weer opgepakt hebben.

Verliefd op Terschelling zijn wij nog steeds. En daar zijn wij absoluut niet de enige in! Vorig jaar januari zag ik burgemeester Wassink nog helpen de troep op te ruimen van het strand en uit de duinen. Ik hoop dat hij nu, voordat hij burgemeester af is, Dellewal de bescherming kan geven wat het verdient.

Dat zal een fantastisch afscheidscadeau van hem zijn!

 

Onderbroekenlol

Je ziet ze vaak staan voor de winkel, van die kerels die daar maar een beetje staan te staan. Het vaakst bij de winkels waar ze ondergoed verkopen voor de dames. Soms met een peuk, soms turend op de telefoon of soms staan ze gewoon een beetje dom te kiek’n.

Net als ik, alleen dan zonder peuk sinds drie jaar.

Op de telefoon kijken is mijn nieuwe verslaving en daar werk ik aan. Daarom blijft ‘dom kiek’n’ in mijn geval over. Afgelopen zaterdag was het weer zo ver. We gingen eigenlijk even ‘de Straat’ in voor een overhemd voor mij maar toen we langs de onderbroekenzaak liepen werd er even van dat plan afgeweken. Majesteit moest even naar binnen. Dat is niet erg hoor, ik wil niet het blok aan het been zijn van mijn vrouw. Zij moet zich vrij voelen om te doen wat ze moet doen. Ik zie haar als gelijke in onze relatie en dat is omgekeerd ook zo.

Want ik roep altijd dat ik een moderne man ben.

Twintig minuten later kwam ze weer naar buiten. Ja, twintig minuten later! Ik had ondertussen de enorme foto’s van het Groninger landschap (https://www.rlfotodesign.nl/) die de Gemeente Oldambt (was idee van onze hoofdredacteur Jeroen!) aan de overkant opgehangen had, bekeken. Van voor naar achteren en van achteren naar voren. En dat vervolgens nog een paar keer want ik moest op de een of andere manier de tijd doden. Die foto’s zijn daar opgehangen ter verfraaiing van de straat want achter die foto’s staan slechts de resten van twee uitgebrande panden. Het viel mij op dat ondanks die enorme foto’s er toch nog mensen waren die er tussendoor gingen kijken.

Terwijl de foto’s toch écht mooier zijn…

Op die foto’s zie je onder andere een vossenfamilie en een weidse blik op koolzaadvelden die het Groninger landschap zo mooi kleur geven. Afijn, we liepen verder en ik vroeg mijn vrouw wat ze gekocht had. Haar antwoord was wat vaag. “Ja, ik heb even een beha gepast die ik mooi vond maar ik doe het toch maar niet.” Mijn antwoord was dan ook logisch: “Zat de beha niet lekker dan?” “Jawel,” antwoordde ze, “maar ik doe het toch maar niet.” Ik liet de beha nu maar voor wat het was en we gingen vervolgens van de ene kledingzaak naar de andere, op zoek naar een overhemd. Een simpel overhemd, zonder opdrukjes van figuurtjes zoals flamingo’s, surfers of vierkantjes, rondjes of driehoekjes en zonder allerlei kleurtjes.  

Alles draait om de eenvoud.

Haar beha had mij wel aan het denken gezet. Waarom had ze dat ding niet gekocht?  Maar misschien was het wel mijn schuld, omdat ik niet mee naar binnen was gegaan zodat ze iemand had die het kledingstuk kon keuren. Terwijl zij altijd wel met mij naar binnen gaat. En dan neemt ze mijn klagen en steunen voor lief want kleding passen is een straf voor mij. Maar ze blijft enthousiast en beheerst de nuance, dus niet direct een oordeel of zo.

Zo van: “Nee Ar, dat kan echt niet!” zonder in de lach te schieten…

Maar ja, een lingeriezaak is wat anders dan een kledingzaak. Daar hangen overal foto’s van dames met minimale bedekking. En die minimale bedekkingen hangen dan weer aan hangertjes in rekken waar je jezelf tussendoor moet manoeuvreren. Wat heb je daar dan als man te zoeken?

Daarom staan wij mannen vaak buiten.

Wat ondergoed betreft hebben wij mannen het een stuk eenvoudiger, mits je niet opgewonden raakt van ondergoed met een merk. Ik kocht altijd mijn ondergoed bij de goedkoopst mogelijke aanbieder, dus niet die van Christiano Ronaldo of Bjorn Borg. Gatverdamme! Nu viel het mij de laatste tijd wel op dat die boxers van mij altijd het eerst slijtage vertoonden op de naad aan de achterkant. Mijn vrouw zette ook haar vraagtekens erbij maar nam met duidelijke minachting genoegen met mijn antwoord: “Wellicht door de te harde winden die mij wel eens ontgaan..” Ik kon er verder ook geen verklaring voor geven maar het hield mij wel bezig. Tot ik ineens boxershorts voorbij zag komen die gemaakt worden van bamboe. Ik herkende mij in de boxers problematiek die in de beschrijving stond en het woordje ‘duurzaam’ was genoeg om mij te doen happen in deze verkoop truc.

Bamboe.. Het zette mij wel aan het denken.

Was dat niet een lekkernij voor pandaberen? Die beesten staan toch op de nominatie om uit te sterven? Geef ik ze dan niet nét het laatste zetje door onderbroeken van bamboe te kopen? Want dan hebben ze minder bamboe om te eten, toch? Een vriend van mij trok mij uit de sloot vol schuldgevoel:

“Ach man, we hebben hier in Nederland maar twee Panda’s rondlopen dus er is genoeg bamboe!”

Enkele dagen later kwamen ze binnen, keurig in een plat doosje en gewikkeld in vloeipapier. De prijs was er ook naar hoor, ik denk dat ik voor de prijs van één voorheen twee tot drie onderbroeken kon kopen. Maar kwaliteit hè, daar gaat het toch wel om in het leven. Ik trok er direct een aan en hoorde wat kraken. Wellicht een verkeerd geweven scheut van de bamboe maar gelukkig bleef het daar bij.

Zonder overhemd liepen we terug richting fiets en we kwamen weer langs de lingeriezaak. “Haal die beha nou, ze verkopen echt geen rommel daar.” zei ik, vastberaden. Ze ging er niet tegenin en even later kwam ze naar buiten met een gezellig tasje waarop ik zei: “Nou, zo moeilijk was het dus niet om door te pakken.”

“Klopt. Het is een mooie beha. En de verkoopster zei dat ik ‘m gewoon moest dragen maar er niet mee moest gaan stofzuigen…”

Ik stond direct stil, pakte het tasje af en liep linea recta terug naar de winkel. Nu ging ik wel naar binnen, zette het tasje op de toonbank met de begeleidende woorden: “Ze hoeft de beha niet!” De verkoopster keek mij verbaasd aan maar voordat ze wat kon zeggen zei ik het:

“Want nu moet ik voortaan stofzuigen!”

 

 

 

Een goed gesprek

“Wát heb je gekregen?” vroeg mijn broer nadat hij mij belde om mij te feliciteren met mijn verjaardag. “Een aanzetstaal en een aardappelpureeknijper.”zei ik, een tikkeltje verontwaardigd.. “Zit er ruis op de lijn of zo?”

“Nee, de lijn is prima maar een aardappelpureeknijper als cadeau?” Nu was hij een tikkeltje verontwaardigd. Hij is kennelijk meer van de nieuwe sokken of van een mooie stropdas maar toen ik dat aan hem vroeg, ontkende hij dat. “Ik kreeg als cadeau biefstuk eten bij Loetje!”zei hij, waarna direct de vraag erachteraan kwam of ik wel wist wie Loetje is? “Ja hoor, ik weet wel wie Loetje is, we wonen hier in Groningen echt niet onder een steen of zo hoor.“ antwoordde ik, nu flink verontwaardigd. “Oké, rustig maar..” zei hij snel, “Vier je je verjaardag nog?” “Nee, ik vier het niet maar ik vier wel dat ik weer een jaar ouder mocht worden zonder lichamelijke ongemakken, op een irriterende teennagel van mijn grote teen na dan…”

Die teen is door mijn huisarts een dag voor Kerst onder handen genomen. Ruim een uur heb ik daar gelegen want de verdoving kreeg de teen niet knock-out. De een na de andere spuit ging de teen in en telkens als de arts weer even langs kwam na het behandelen van een andere patiënt, kneep hij effe in de teen en zag dan aan mijn grimas dat de verdoving nog niks om het lijf had. En ik gaf geen krimp! Nee, ik ben van de jaren ’60, de jaren dat alles nog echt pijn deed omdat men toen nog niet wist van ‘roesjes’ of verdovingen. Ik ben wel wat gewend. Tegenwoordig vragen ze of je de pijn een cijfer wil geven.

Nou, vroeger scoorden we de ene dikke voldoende na de andere!

Deze prikjes voelden net iets venijniger dan een prik van een mug en ondertussen bespraken wij het wel en wee in de wereld. Op een gegeven moment was de teen knock-out en kon de slager … euh, de dokter aan de slag. Normaal gesproken laat ik medici die aan mijn lijf zitten blind hun gang gaan. Zij hebben er per slot van rekening voor gestudeerd, tussen de studentenfeestjes door… Daarom keek ik ook niet naar de handelingen aan mijn voet van de op zijn hurken zittende dokter. Maar doordat de dokter mij ineens iets vroeg moest ik hem wel aankijken en zag toen een best wel luguber tafereel…

(Let op, de komende zin kan weerzinwekkende beelden oproepen..)

Er stond een schaar met één poot rechtop in mijn teen, net onder de nagel. De teen zelf was afgebonden met een dik post-elastiek en de arts zat met een wattenstaaf het een en ander weg te ‘dippen’. In de andere hand had hij nog een schaar waar hij ook het een en ander mee weg knipte. Maar ik hield mijzelf voor niets te voelen en keek gauw weer weg van het slagveld. “Gaat u nog iets leuks doen met de kerst of heeft u storingsdienst?”

Ja, ik moest ook even nadenken…Storingsdienst? Dit is een dokter, geen monteur! Al moet ik toegeven dat de werkzaamheden onder aan mijn been wel anders deden vermoeden.

De dokter begreep mij gelukkig en gaf aan wel een bereikbaar dienst tijdens de feestdagen te hebben. Het begrip ‘ziek worden’ kent natuurlijk geen feestdagen. Na de snij-werkzaamheden kreeg mijn teen een mooie tulband op z’n kop en mocht ik mij, na het aantrekken van de sok, op slippers het abattoir verlaten. De dokter liet mij persoonlijk uit en hij gaf mij nog de tip een ibruprofennetje te nemen, een tip die ik stoer en lachend afsloeg want ach, het stelde niks voor hoor.

Een uur erna slikte ik toch maar zo’n pilletje, plus een paracetamolletje want het begon ineens flink te kloppen in mijn slipper.

“Vier je het dan helemaal niet?” vroeg mijn broer. De verbazing klonk door in zijn stem. Hij is namelijk wel van het vieren van verjaardagen. Het liefst nodigt hij het hele dorp uit. En dan mogen ze nog blijven eten ook! Ik zuchtte eens diep: “Nee Rein, ik vier het niet. Iedereen is uitgefeest na de Feestdagen! En iedereen is aan het lijnen en dan blijf ik maar weer zitten met kratten bier en chips!”

Ik kwam nu echt op gang met mijn tirade:

“Sindsdien beschouw ik mijn verjaardag als een gewone werkdag. Daarom lag ik vanmorgen ook om half tien in de stoel bij de tandarts want ik had een opstandige kies die al een paar weken aan het zeuren was. En ze hadden alleen vandaag nog plek. En nu ben ik op werk, dat stond al zo gepland. We hadden wel gebak bij de koffie hoor, ja, soms moet je eens uit de band springen, toch!”

Broerlief gaf het op en begon toen maar over zijn eigen plannen, hij wordt in november 60 jaar namelijk. Dat wil hij grootst aanpakken. Net als toen hij 59 werd. En toen hij 58 werd. En toen hij 57 werd.

“Maar goed,” vervolgde hij, “jij bent nu de trotse bezitter van een aanzetstaal en een aardappelpureeknijper! Mooi man!” en ik proefde door de telefoon de ironie die er dik bovenop gelegd werd. “Ja, ik ben daar erg blij mee! Ik had hiervoor een andere, goedkopere versie maar die kneep ik helemaal aan gort toen ik aardappelkroketjes ging maken. Waarschijnlijk een geval van metaalmoeheid. En dan dat aanzetstaal! Eentje met diamanten! En met tien jaar garantie! Man, man, die heb ik direct even uitgeprobeerd op een mes die ik maar niet scherp kreeg maar die is nu weer zo scherp als een ..als een… Ja, als een mes ja!”

“Oké, rustig maar” zei hij, “ik wist niet dat je kwaad werd. En ja, kwaliteit is belangrijk, ook op keuken gebied. Heb je verder nog nieuws?”

“Euh nee, niet echt. Het is januari hè, saaie maand. Met straks als hoogtepunt ‘Blue Monday’, de meest deprimerende dag van het jaar. Kan ik mij echt op verheugen!” zei ik cynisch.

Mijn broer heeft gelukkig humor:

“Ja, een mooie dag om puree van te maken!”

Twintig-twintig

Het is altijd weer even wennen hoor, zo’n nieuw jaar. Je kan er weken naar toe leven in alle gezelligheid van de feestdagen maar wordt ruw wakker geschud op 1 januari na het zien van het Nieuws in Binnen- en Buitenland. Dan realiseer je je weer dat de ellende in de wereld geen Oud & Nieuw kent… Nou ja, we gaan er maar weer voor. Dit jaar is de start redelijk makkelijk want ik was in het oude jaar al begonnen met lijnen.

En nee, er is nog niet veel van af maar geduld is en blijft een schone zaak.

Net als vele anderen heb ik ook goede voornemens. Zo ben ik bijvoorbeeld gestopt met roken. Dat was ik al in januari 2017 maar de behoefte is er nog wel degelijk, sterker nog, ik droom regelmatig dat ik een sigaret opsteek. Daarom heb ik mij voor 2020 voorgenomen om opnieuw te stoppen want stel dat mijn droom ineens uitkomt, dan zijn de gevolgen niet te overzien!

Ik heb mij ook voorgenomen om de AD en de Telegraaf App van mijn gsm af te gooien. Ze noemen zich kranten maar ze lijken steeds meer de kant op te gaan van de roddelpers. De Telegraaf had die naam al natuurlijk, ooit ingegeven door Henk van der Meyden die ons regelmatig ook via de televisie kwijlend de laatste nieuwtjes vertelde over Bekend Nederland. Maar het Algemeen Dagblad begint ook aardig die kuren te krijgen. Het is mij namelijk opgevallen dat ze ons overstelpen met ‘nieuws’ over de zoon van dé Smartlappenkoning, André Hazes. Hoe toevallig, die zoon heet ook André maar voor het gemak zetten we achter zijn Andre het woordje ‘Junior’.

Junior staat haast elke dag in de krant. Dat komt niet omdat hij dat zo graag wil maar omdat er ‘journalisten’ zijn die denken dat wij, boeren, burgers en buitenlui, het interessant vinden. Laat ik  hier even een paar koppen achter elkaar zetten die mij in het afgelopen jaar behoorlijk de stuipen op het lijf jaagden:

‘André en Monique krijgen liefdesbaby. André en Monique hebben mooiste kind van de wereld. André en Rachel nog steeds geen vrienden. André en Rachel blijft moeilijke relatie. André en Monique in crisis. André terug bij Monique. André gek op Monique. André heeft andere liefde? André heeft een andere liefde. André doet een Maaslandje. André en Rachel dichter als ooit bij elkaar. André Hazes jr.: Ik val nu eenmaal op rijp. André en Bridget delen liefdeskiekjes. André en Bridget naar de rechter. André breekt met Bridget.

André doet het met Patricia Paay….’

Daar ben ik nu van af want ik heb mij inmiddels een keurig abonnement gegeven van een gerenommeerde krant. Op een stikstofvriendelijke manier want ik heb gekozen voor de digitale versie waardoor er geen distributeur of krantenjongen de weg op hoeft om bij mij de krant door de brievenbus te gooien. Nu denk je natuurlijk: Gelul Veldhuizen! Want die krantenjongen doet zijn wijk op de fiets. Klopt. Zo deden ze dat vroeger. Nu brengen ze de kranten met de auto want er is geen jeugd meer die ’s morgens vroeg zijn of haar nest uitstapt om de krant rond te brengen.

Op enkele bikkels na dan.

Ach ja. Alles is aan verandering onderhevig. Neem bijvoorbeeld het vuurwerk. Er is voor 77 miljoen de lucht ingegaan. Dat bedrag is zonder het illegale vuurwerk wat men massaal ‘elders’ bestelde.  Raar eigenlijk, we hebben een hekel aan alles wat illegaal is en spreken er schande van maar zodra het om onze portemonnee gaat vergeten we die hekel even… Inmiddels verknallen (!) enkele liefhebbers van vuurwerk het feestje zo erg dat de kans dat het verboden zal worden alleen maar toe zal nemen.

Je krediet verspelen noemen ze dat ook wel.

‘Grotere Machten’ bedachten nog een dikke mist tijdens Oud & Nieuw, in de hoop dat er minder overlast zou zijn. We weten inmiddels dat het niet geholpen heeft want de schade loopt opnieuw in de miljoenen en de letsels aan lijf en leden logen er ook weer niet om. Vele ogen raakten beschadigd, ondanks het uitdelen van een veiligheidsbril en vele oren genieten de komende jaren van een vette piep in het oor… Wel apart trouwens. Wanneer je geen vuurwerk gekocht had kreeg je ook geen bril en was je aan de grilligheid van de medemens overgeleverd…

Afijn, de tegenstanders van vuurwerk kregen weer genoeg vuurwerk om hun argumenten het helemaal te verbieden, kracht bij te zetten.

Als ik vuurwerk liefhebber zou zijn dan had ik nu al een goed voornemen voor 2021! Dan kocht ik enkel legaal dat spul in en hield ik rekening met mijn omgeving, dus mens en dier. En ik zou mijn kinderen op hun hart drukken niks te slopen. Want als ze dat wel zouden doen dan konden ze nog wat extra vuurwerk verwachten;

Een flinke schop onder de kont!

Ja, geweld lost niks op, ik weet het. Maar beter een schop onder de kont dan een auto in de fik waarvan je enkel de dagwaarde nog terug van mag verwachten… Nu weet ik ook wel dat het niet alleen de jeugd is die slopen. Er zijn genoeg ‘volwassenen’ die buiten hun boekje gaan. En ja, ben je kind van zo’n ouder dan weet je natuurlijk niet beter en sloop je lekker mee….

Dan toch maar een algeheel vuurwerkverbod?

Dat noemen we dan weer betutteling. Dan klagen we over al die regeltjes in dit land want je mag niks meer in dit land! Klopt ja, maar kijk dan eerst even in de spiegel voordat je ‘huilie huilie’ doet. En effe heel eerlijk, van mij mag het vuurwerk in de ban, heb er niks mee. Maar ik snap ook dat er mensen zijn die het leuk vinden, die prachtig siervuurwerk de lucht inschieten ter waarde van vele honderden euro’s, euro’s die ook elk jaar weer flink inhakken op het huishoudelijke budget…

De buren in je straat snap ik dan ook wel weer, als ze naar jouw vuurwerk staan te kijken, met een brede lach om de mond.

Want ja, het kost hun geen euro!

 

 

 

 

2019, een terugblik

Vanmorgen schrok ik wakker, zat rechtop in mijn bed. Nadat ik mijn bril opgezet had keek ik op de wekker: “Shit! Half 8! Ik heb mij verslapen!” riep ik hardop. Mijn vrouw schrok nu ook wakker en vroeg waar die paniek vandaag kwam. Zuchtend verklaarde ik mijn haast. “Ik had je gister toch gezegd mijn jaarlijkse afspraak te hebben!” Ik sprong uit bed om mij te wassen en aan te kleden en zette snel de koffie aan. Een uurtje later was ik onderweg. Eerst naar het Winschoterdiep en vervolgens liep ik richting Blauwe Stad. Op het fietspad ter hoogte van de Verlengde Kloosterlaan richting Hora Siccemaweg speurde ik in de nog donkere morgen naar een teken van leven. In mijn rugzak zaten de gebruikelijke spullen die ik altijd op deze dag meeneem, namelijk twee thermoskannen koffie, enkele plakken kerstbrood en nog wat rollade die ik uit mijn mond gespaard had op 2e kerstdag. Want ja, niet ieder pondje mag meer door mijn mondje, ik zal het nieuwe jaar enkele kilo’s lichter betreden.

Althans, dat is de theorie….

Voor mij is dit de belangrijkste dag van het jaar, een traditie die voortgezet moet worden. Mijn Opa deed het, mijn vader deed het en de laatste jaren doe ik het. Een goed gesprek voeren over het afgelopen jaar met de man die zich alleen op 31 december vertoond!

Met de man die net zoveel neuzen heeft als het jaar nog dagen!

Deze oude man, getekend door het wel en wee van het leven maar nog steeds vlot en wijs van geest, zwerft alleen vandaag door het land. Niet iedereen treft hem, terwijl hij toch zou moeten opvallen gezien zijn beschrijving…

Ik daarentegen stap er juist voor uit bed want het is een aardige kerel en hij heeft ook nog wat te vertellen! En sinds enkele jaren neem ik die gesprekken ook op en schrijf ze uit om zo even terug te blikken in het jaar.

Vorig jaar trof ik hem nog bij het Winschoter Diep, ter hoogte van de toen nog te bouwen Burgemeester Pieter Smit brug. De eerste tekenen van de bouw zijn er inmiddels en wellicht kunnen we er komend jaar eindelijk gebruik van gaan maken. Wij hebben toen tegen de helling van de dijk gezeten om het jaar door te nemen. Hij klaagde dat er helemaal geen bankjes bij de dijk stonden want de kou van de grond trok in zijn oude botten. En ja, hij had een punt want bovenop de dijk kun je prachtig uitkijken over het Diep, de A7 en Blauwe Stad.

Maar ja, toen wisten we nog niet dat de Gemeente Oldambt financieel niet lekker in haar vel zat…

Ik liep het fietspad op en enkele eenden vlogen geschrokken op uit het Oldambtmeer. Verderop zag ik iemand lopen, in rustige tred en ietwat gebogen rug. Ik herkende hem uit duizenden en versnelde. Even later liep ik naast hem. Hij herkende mij direct en we omarmden elkaar even stevig:

“Kerel, is het je toch gelukt om je bed uit te komen op deze bijzondere dag van het jaar!” riep hij mij hartelijk toe.

“Ik begon de moed al op te geven, heb wel een uur staan wachten bij de Pieter Smit brug in wording.” En vervolgens weer die lach. “Heb je koffie bij je? Ik krijg namelijk al kloofjes in mijn lippen!” En opnieuw die lach waarna een aalscholver de vleugels nam. Een verdwaalde zilverreiger keek er van op en liep vervolgens snel doch parmantig weg. Ik gaf hem een mok koffie en een stuk kerstbrood.

Voor de rollade leek het mij nog te vroeg.

We gingen op het bankje zitten en keken tussen het riet door naar het Oldambt Meer. Achter ons lag het pad richting het Midwolderbos.

“Nou, de politiek heeft het afgelopen jaar de boel weer eens flink opgeschud hè! Neem nou die opmerking van die politicus, dat de veestapel maar even gehalveerd moest worden.” Ik knikte heftig en haakte erop in: “Nou, dat kun je wel zeggen. Het lijkt wel alsof al die politici alleen nog maar willen scoren in plaats van gewoon het debat aangaan. Zo had je dat belangrijke debat over het personeelstekort bij de politie. Er werd stevig gedebatteerd, er was veel emotie want het was een belangrijk onderwerp. Tot een van de Kamerleden interrumpeerde: “U heeft het over een tekort aan bemanning bij de politie. Mag ik u corrigeren, het gaat over de beménsing van de politie.!”

De mond van de man naast mij viel open…

“Ik ben blij dat ik maar één dagje per jaar even mee mag doen in deze maatschappij!” zei hij en gaf mij een ferme klap op de schouder. Hij nam een slok van de dampende koffie. “En zijn jullie met zijn allen nog steeds zo verslaafd aan de telefoon?” Hij is misschien oud maar nog verdomd goed op de hoogte van onze moderne probleempjes. “Euh..ja, helaas wel. En het wordt alleen maar erger vrees ik. Zelfs ouderen zie je al steeds op zo’n ding zitten te gluren. Sterker nog, mijn eigen vader kreeg een keer van zijn kleinkinderen op zijn lazer omdat hij tijdens het eten op zijn telefoon zat om de stand van een voetbalwedstrijd te volgen. En ging het nou om Ajax die zo lekker aan het ballen was in de Champignon League, nee hoor, het ging over PSV! De kinderen riepen: ‘Opa! Nu die telefoon weg! Anders ga je maar naar je kamer!’ Nou, u snapt wel dat we flink gelachen hebben.”

“Nu je het toch over eten hebt,” zei de man, “ik lust wel een plak rollade. Ik ben al op vanaf middernacht hè!” en gaf mij een knipoog.

“Hoe is het eigenlijk qua geweld op de voetbalvelden tegenwoordig? Hebben we wat geleerd van de gebeurtenissen in voorgaande jaren?” vroeg hij, al kauwend. Ik keek somber voor mij uit, in het niets van de rietkraag. “Dat gaat gewoon door. Debiele, schreeuwende en zelfs knokkende ouders langs de lijn die kijken naar het kroost, kroost welke met het schaamrood op de wangen spelen want ze willen geen geschreeuw, ze willen gewoon een potje voetballen. Daarbij opgeteld enkele randdebielen op de tribunes die hun frustraties botvierden op een gekleurde speler. En dat allemaal vanwege een inmiddels jaarlijks terugkerende discussie over Sinterklaas en zijn medewerkers! Waar gaat het verdomme over!” Woest stond ik op maar mijn vriend maande mij tot rust waarna ik mopperend weer ging zitten.

“Stelletje kleuters!”

De man nam het woord: “Eens Arjen, eens komt de dag dat kleur niet meer telt. Want er zullen echte problemen ontstaan waarbij wij elkaar, elke wereldburger voor nodig hebben. Die generatie zal dan geregeld terugkijken in de geschiedenis en zich afvragen waar toch al die haat vandaag kwam. Net als wij terugkijken op het verleden van onze voorouders en al die eeuwen ervoor. Wij zagen bijvoorbeeld Kruistochten voorbij komen waarin moord en verderf als een rode draad meeliep. Dat snapten we ook niet. En na de Tweede Wereldoorlog is er Godzijdank geen derde bijgekomen en dat komt puur doordat we geleerd hebben van het verleden. Het verstand komt echt met de jaren!”

Zwijgend en weer wat rustiger van zijn woorden schonk ik zijn mok weer vol.

“Jullie hadden in de familie toch wat mijlpaaltjes te vieren hè.” vroeg hij. Hij weet namelijk alles van mijn familie. Ook van andere families maar je moet het wel willen horen. “Ja klopt,” antwoordde ik glimlachend, “mijn moeder werd 90, mijn vader 85 en mijn zuster 60 jaar. En dat hebben we goed gevierd! En voor mij en mijn vrouw was het allemaal nog bijzonderder want ons samengestelde gezin kwam daarvoor regelmatig bij elkaar en daar genieten we nú nog van!”

Mijn ogen werden wat vochtig maar dat lag niet aan de weersomstandigheden, dat lag aan het lange traject welke wij eerst hebben moeten doorlopen om uiteindelijk de rust te vinden in de nieuwe weg die wij ingeslagen zijn. Hij sloeg een arm om mij heen en we zwegen even. Toen brak hij de stilte, net voordat een groepje kinderen ons fietsend passeerden, begeleidt door muziek uit een meegedragen speaker.

“Vertel eens, het was toch ook weer een jaar vol gekkigheid?” Ik dacht even diep na en lachend schoot mij wat te binnen: “Zeker wel. Zo was er ineens een nieuwe kloof tussen mannen en vrouwen, namelijk de ‘orgasme-kloof’…. De dames moeten het met minder doen terwijl de mannen juist orgasmeren!”

Mijn vriend verslikte zich nu haast in zijn koffie.

“Maar dat was niet het enige. Op de Huishoudbeurs waren de piemelrietjes heel erg populair en sneue kerels in onze maatschappij verloren zich in het massaal delen van selfies, de zogenaamde ‘dick-pics’. En nu we toch in deze hoek zitten, de Kruidvat startte een vibratorlijn. Dat laatste snap ik wel want ja, daar komt de orgasme-kloof weer om de hoek kijken….”.

Mijn gesprekspartner rolde haast van het lachen van de bank af.

“En ja, de Brexit is nu een feit. Eindelijk. Want we waren ‘Brexit-moe’ zeiden de geleerden. Nu ben ik het daar niet mee eens want het is niet zomaar wat, je afscheiden van je vrienden. Persoonlijk kan ik daar ook slecht mee omgaan. Maar die Britten moeten straks alles weer opnieuw organiseren en daar heb je toch vrienden bij nodig. Linksom of rechtsom!”

“Wilt u nog wat rollade?” en ik pakte de rugzak die onder ons bankje lag. “Graag! En ja jongen, dat uitspreken van onderbuikgevoelens hoor ik ook steeds vaker om mij heen. Maar toch staan we op de vijfde plaats van de 156 landen op de ranglijst van de gelukkigste landen! Dus die onderbuikgevoelens komen van een minderheid, daar hoef je geen wiskunde voor gestudeerd te hebben. Men realiseert zich steeds minder in wat voor rijkdom we hier leven. En dat bedoel ik het niet alleen maar materialistisch maar ook hoe alles hier is geregeld. Jij klaagde in een brief aan jullie nieuwe burgermoeder over de fietspaden hier in de gemeente, dat sommige fietspaden een aanslag op je nieren zijn. Maar er zijn landen, hier niet ver vandaan, die niet eens fietspaden hebben! Nu hoef je niet alles te bagatelliseren maar het is wel de realiteit.”

Tja, daar had hij wel een punt.

Ik schonk de laatste koffie in en wist dat het gesprek aan het einde zat. De man moest immers verder, de dag is nog lang zat. Een zwaan wurmde zich ondertussen tussen het riet, op zoek naar een Eindejaars-maaltje. “Mijn vrouw had afgelopen jaar haast alle lampen in de kamer verkocht via marktplaats!” zei ik lachend. “Het het nooit zo donker west!” vervolgde ik, in mijn beste Gronings.

“Of ‘t wer altied wel weer licht!” zong mijn vriend lachend. Ja, hij kent zijn klassiekers!

Nadat we uitgelachen waren vertelde ik hem dat we inmiddels weer licht in de huiskamer hebben en dat was best wel prettig zo tijdens de donkere dagen. Vooral omdat we dan ook altijd even terugdenken aan de overledenen in het afgelopen jaar, geliefden in onze omgeving. Maar ook prominenten die ons leven kleurden, zoals Martine Bijl, Barry Hughes, Rutger Hauer, Fernando Ricksen, Jules Deelder….

Opnieuw keken we even zwijgend voor ons uit.

De man brak de stilte: “Heeft je vrouw dat ‘handige mandje’ nog, dat mandje waar jij steeds mee ‘in conflict’ kwam omdat het zich niet liet opvouwen? Of heb je ‘m weer in de container gegooid?” Ik schoot in de lach: “Nou, verdomd als het niet waar is maar hij ligt nu inderdaad in de container! Dat had ze zelf gedaan! Toen ik aan haar vroeg waarom ze dat gedaan had zei ze dat iemand iets gemorst heeft in de mand waardoor de mand helemaal beschimmeld was.

“En van de dader ontbreekt elk spoor!” zei ze toen en bleef ze mij heel lang en indringend aankijken…

Lachend stond mijn vriend op. Hij rekte zich uit en geeuwend gaf hij aan weer verder te moeten. Hij schudde mij stevig de hand en zei: “Volgend jaar graag oliebollen, dat kerstbrood wordt eentonig.” Hierop volgde een vette knipoog en hij liep weg, mij achterlatend met een lege rugzak maar met in mijn hoofd weer een verhaal om dit jaar af te sluiten.

Iedereen een heel fijn, vrolijk, gezond, liefdevol en gelukkig 2020!

Janet & Arjen

 

 

Overgevoelig stukkie

Wanneer ik in de auto zit luister ik met grote regelmaat Radio 1, voor de actualiteiten, de sport maar ook voor een goed interview. Het voordeel van radio is dat je niet afgeleid word door beelden waardoor je de inhoud veel beter tot je neemt. Je begint niet te staren naar een neushaar of een pukkel welke steeds groter lijkt te worden. Dat had ik bij (de gestopte) Jeroen Pauw. Die heeft altijd zijn tweede knoopje los van zijn overhemd en links of rechtsom, ik begin altijd te staren naar die plek, dat geultje net boven zijn borstkas.

Het blijkt een litteken te zijn.

Want ja, we weten tegenwoordig alles van de Bekende Nederlanders, dat is ook een van de voorwaarden die gelden wanneer je een Bekende Nederlander wordt. Jeroen heeft ooit aan de Libelle uitgelegd dat hij als tweejarig kind een tracheotomie heeft gehad omdat hij het zo benauwd had. Dan maken ze een sneetje in je luchtpijp. Met als resultaat een litteken dat door de jaren alleen maar groter en groter want het groeit met je lijf mee. Net als zeg maar met de geslachtsorganen.

Maar dat laatste wil ook wel eens tegenzitten…

Nu werd Frank Kramer geïnterviewd. Frank is een veelzijdig mens, ooit kwam hij in beeld als voetballer van Telstar, MVV en Volendam. Hij viel op, niet door zijn voetbalkwaliteiten maar om zijn Frank Kramer zijn. Al gauw was hij te zien in televisie programma’s zoals Avro’s  Sportpanorama, de Frank Kramer-show, Hints en Boggle, allemaal programma’s ter vermaak van het volk. En tussendoor zagen wij hem meezingen in een soort TROS (vergelijkbaar met het WNL van nu) bandje die met het nummer ‘Standing on te Inside’ zelfs de Top 40 behaalde.

Zie https://youtu.be/GaL8alohheI en verwonder je slechts….

Later werd hij commentator bij Eurosport waar hij vorig jaar op een ludieke manier mee stopte; hij versloeg een voetbalwedstrijd maar had het over totaal andere zaken, onder andere las hij een gedicht van Willem Wilmink voor.

Kortom, een man die het lekker buiten de lijntjes kleurt.

Hij verraste mij nu ook weer. Want hij vertelde overgevoelig te zijn voor van alles en nog wat; voor mensen die smakken met eten. Voor gebaren, zoals een vrouw die continue de haren achter haar oren duwt, voor mensen die een snoepje in de mond hebben en voor geluiden. Ik herkende mij hier direct in en riep keihard in de auto:

“Ja! Ja, dat heb ik nou ook!”

Zo ben ik hypergevoelig voor bijvoorbeeld Marco Borsato. Ja,ik weet het, er zijn mensen die met hem weglopen en dat mag ook. Maar ik kan die gozer niet verdragen. Zijn persoon niet maar helemaal zijn liedjes niet. Maar door mijn hypergevoeligheid hoor ik hem juist! Wanneer ik alleen ben dan druk ik hem snel weg maar dat lukt natuurlijk niet in gezelschap, dan moet ik hem ‘full monty’ ondergaan. Daarnaast is het blaffen van honden voor mij een dingetje. Natuurlijk snap ik dat die beesten alleen maar kunnen blaffen, maar regelmatig hoor ik ze uren achter elkaar blaffen. Dan denk ik: ‘Dat beessie heeft ergens last van, is ziek of ergens bang voor.’ Maar de leiders van de roedel denken daar kennelijk anders over en laten het gebeuren, die horen het niet. Doof geblaft.. Als ik eigenaar was dan zou ik toch echt navraag doen bij Martin Gaus. Of bij een goede KNO arts!  

Of, wanneer Gaus en de KNO arts het ook niet meer zien zitten, investeren in een bezoek aan hondenpsycholoog Cesar Milan.

Daarnaast ben ik ook overgevoelig voor herhalende gesprekjes. Zo had ik een collega die wel zes keer in het uur mij wees op het nog te verwachten kerstpakket: “Ik ben zóóó benieuwd wat er in zit dit jaar!” Meestal begon het al in september. Ik ergerde mij er verschrikkelijk aan maar op een gegeven moment passeerden we een grens en sloeg het door naar gekkigheid. Dan confronteerde ik hem op de meest rare tijden met die vraag:

“Ik ben zó benieuwd…!”

Hij hield ook van gezelligheid en gezellige dingen doen. Dan bedacht hij iets wat we met nog enkele collega’s zouden kunnen gaan doen en dan volgde steevast het volgende zinnetje:

“Leuk! En als je dan een gezellig cluppie hebt..”

Maar dichter bij huis hoor ik het bij mijn vrouw. Bij haar gaat het eigenlijk het hele jaar door. Bijvoorbeeld als we besloten hebben stamppot maus te gaan eten. Dan roept ze steevast aan het einde van de dialoog: “Och, ik kan mij daar zo op verheugen!” Of als we langs het Winschoter Diep lopen, fietsen of met de auto rijden en het water ligt er rimpelloos bij: “Och, moet je kijken, het water is bladstil! Net een spiegel!” Of, als de herfstkleuren (of de lentekleuren) weer in de bomen zitten, dan roept ze mij haar verwondering hierover toe, elk seizoen weer, elk jaar weer. De laatste tijd schiet ik in de lach en ben ik, net als bij die collega, toch die grens van acceptatie overgegaan. Dan zeg ík het voordat zij het zegt! En ach, haar verdediging is natuurlijk waterdicht:

“Wees blij dat ik zo enthousiast kan zijn over de ‘gewone’ dingen..”

En daar heeft ze natuurlijk tweehonderd procent gelijk in!! Want zolang je nog kan genieten van de bewegingen in de natuur en daar ook oog voor hebt, geniet je volop van het leven. Je kan ook bijvoorbeeld twee dagen met de kerst in een winkelcentrum of meubelboulevard gaan rondlopen. Of op Eerste Kerstdag ‘gewoon’ nog even naar de supermarkt gaan voor een vergeten boodschapje.

Maar het allerergste en het meest tenenkrommende zinnetje waar ik maar niet aan kan wennen is een vraag die ik vaak krijg wanneer ik lekker aan het koken ben, bijvoorbeeld een dinertje met de kerstdagen. Zowel mijn vrouw als haar regelmatig mee etende vriendin hebben daar een handje van, net op het moment dat ik druk bezig ben met alle ingrediënten op het juiste moment op het bord te krijgen:

“Kan ik nog wat voor je doen?”

Daar ben ik dan wel voor in behandeling….

 

De dagen die er toe doen

Er zijn voor mij twee dagen in het jaar die ik qua bijzonderheid eigenlijk nooit vergeet. Nu denk je natuurlijk dat het om mijn trouwdag en verjaardag zal gaan maar niets is minder waar. Sterker nog, afgelopen jaar vergat ik pardoes onze trouwdag of, moderner gezegd, onze geregistreerd partnerschap dag…

Ze kon het hebben gelukkig…

Mijn verjaardag ben ik tot nog toe nog nooit vergeten maar dat komt ook vanwege het ezelsbruggetje, het kerstkind heeft net als ik het sterrenbeeld Steenbok.  Nu heb ik niks met die sterrenbeelden maar omdat ze vanaf januari stoppen met Astra TV vond ik het wel kies om op de valreep van 2019 hier nog wat aandacht aan te besteden. Want dat is wel een dingetje hoor, want hoe komen we nu onze slapeloze nachten door…

Nooit meer ‘s nachts even intiem met de mediums Sonja, Hannah, Shafida, Rob, Janny en Milazis…

Maar er zijn dus twee dagen waar ik een klik mee heb. Zoals vandaag, zondag 22 december. Want vanaf vandaag gaan de dagen weer lengen en verdrijven we het donkere elke week met twee minuten. Die andere dag is 21 juni want dat worden de dagen weer korter. En daar kan ik kort over zijn want dan begint bij mij het chagrijn! Daarom zeg ik ook altijd na de Jaarwisseling:

We zitten weer aan de goede kant van het jaar!

Daar sta ik hier in huis wel alleen in want mijn allerliefste partner, vriendinnetje, vrouw en echtgenote is juist meer van de donkere dagen. Daarom noemt ze mij ook altijd het lichtpuntje in huis. En dat laatste verzin ik nu ter plekke, ik kan ook ontzettend chagrijnig wezen. Sterker nog, ik word al chagrijnig als ik aan mijn verjaardag dénk. Want die is ergens in de eerste week van het nieuwe jaar en dat is gewoon te vroeg. Want iedereen is dan nog aan het bijkomen van alle feestdagen waarin drank en eten overmatig genuttigd worden. Ik had dat eerder nooit zo in de gaten, tot ik na de zoveelste verjaardag met allerlei gebak, hapjes en dranken bleef zitten.

Want op mijn verjaardag is iedereen al volop aan het lijnen!

Een keer kocht ik een cake om te trakteren op mijn werk, voor bij de koffie. Want ach, een plakje cake is geen gebakkie dus dat moet wel mogen van de lijndokter. In plaats van dankbare collega’s kreeg ik volop hoon over mij heen: “Is er iemand dood?” Vanaf die dag ben ik gestopt met trakteren, vanaf die dag was ik helemaal klaar met mijn verjaardag en vier ik het met hoogstens een goede maaltijd en een goed glas whisky.

Aan mijn dieetvrije lijf geen polonaise!

Ja, allemaal grootspraak natuurlijk. Ook ik moet lijnen en daar ben ik dan ook voorzichtig mee begonnen. Goede timing ook, zo vlak voor de kerstdagen, ik weet het. Maar ik heb al een week niet een tweede keer opgeschept en het toetje is niet meer dan een bakkie magere (pfff…alleen dat woord al…) yoghurt met een theelepel aardbeienjam. Voor ‘het zoetje’ zoals ze dat tegenwoordig zo vreselijk overdreven zeggen in al die kookrubrieken. Met kerst zijn we gezellig met zijn tweetjes en zal ik wat uitgebreider koken en mag ik ook wat morsen met de calorietjes. Na de kerstdagen gaan we weer verder met het regime en laten we ons uithongeren.

Dat uithongeren bestaat uit anderhalve aardappel, veel groente en een ieniemienie stukkie vlees.

Of helemaal geen vlees, een lekkere pasta maakt ook veel goed. En nee, ik waag mij niet aan vegetarische ‘vlees’ producten. Die dans laat ik aan mij voorbij gaan want sommige maaltijden, bijvoorbeeld boerenkool met worst, moet je niet verloochenen met een fake worst.

Er is al genoeg fake in de wereld!

Maar minderen is altijd goed. Consuminderen op voeding. Maar ook op andere gebieden zouden we moeten minderen. Bijvoorbeeld door ons minder dartwedstrijden op de tv te laten zien, zodat ‘onze Barney’ zichzelf niet meer zo voor schut hoeft te zetten omdat hij in de eerste ronde van het WK darten er al uitvloog. Doordat we eisen dat hij altijd moet winnen, tenminste, dat denkt deze pijlenschutter. Verliezen is onlosmakelijk verbonden met winnen, accepteer dat gewoon en val niet in een slachtofferrol. Maar we zouden vooral moeten minderen met elkaar in de haren vliegen op social media, bij de kassa of gewoon op straat.

Zonde van de energie.

Maar er zijn ook dingen die we meer zouden moeten doen. Bijvoorbeeld elkaar complimentjes geven. Even de afgunst van je afzetten zou de boel ook veel meer kleuren. Ja, hoe naïef kan ik zijn hè. Zolang er figuren in de politiek rondlopen die ons tegen elkaar opzetten zullen we nog jarenlang Sire campagnes moeten verzinnen zoals #doeslief.

En er zou veel meer gefreubeld moeten worden!

Want dit jaar lijkt het erop dat hier een kerstkrans van de Acé-Tion aan de voordeur komt te hangen. Ja, diep triest hè, dat we zo ver zijn gezakt. Voorheen ging mijn meisje met haar vriendinnetjes om de eettafel zitten om kerstkransen of iets wat erop lijkt te maken. Dat was na een bezoek aan een tuincentrum want ze hadden dennengroen, hulst, en minikerstballen nodig. En tijdens al dat gefreubel moest er natuurlijk inwendig ook wat versierd worden. Dat werd dan ingevuld met eigen baksels en kerstzoetigheden, onder het genot van winterthee en later enkele glazen wijn.

Hoe heerlijk kan het leven zijn!

Maar dit  jaar bleef het alleen maar bij het opzetten van de kerstboom. De meiden waren niet geïnspireerd. Of ze waren gewoon moe. Want twee van die meiden zijn jonge moeders en met al die drukke agenda’s van de hedendaagse jeugd is het hard werken. En de andere is net gepensioneerd, die moet eerst bijkomen van al die jaren en jaren arbeid, een enorme omschakeling in een leven van de mens. Mijn vrouw hoor ik de laatste tijd ook steeds vaker over haar pensioen. Dan maak ik tegenwoordig  grappend de opmerking dat ze eerst maar eens oma moet worden! Maar ik snap haar wel hoor, want vijf dagen intensief en vol verantwoordelijkheid moeten werken is niet niks.

Morgen toch maar even naar de Acé-Tion!

Fijne Kerstdagen!

 

 

 

 

 

 

 

Een boompje planten

Nadat ik Sint en Piet op het station van Apeldoorn had uitgezwaaid, verlangde ik naar de rust die nu weer snel over ons land zou neerdalen. Maar eigenlijk wist ik wel beter want december is ook de maand van de ‘gedoetjes’. Rond oktober begint voor velen de ellende al, zoals bijvoorbeeld de vraag bij wie men de kerstdagen door zal brengen. Daar gaan meestal kleine veldslagjes aan vooraf terwijl de boodschap toch echt Vrede op Aarde is.

Wij zeggen daarom altijd: Niks moet, alles mag!

In het weekend na Pakjesavond schiet de stress dan naar een hoogtepunt. Want de kerstboom moet nog opgetuigd worden!  Het leek wel een landelijke campagne, overal om mij heen verschenen er ineens bomen in de huiskamers. Mijn vrouw stond zondag vrolijk op maar was toch ietsjes gespannen. Je zag haar constant denken en als ik wat zei dan reageerde ze er pas seconden later op. Nog vóór het ontbijt was ze al wat spulletjes … euh..accessoires aan het verplaatsen.

Kortom, er stond wat te gebeuren.

Eigenlijk begon ze die week ervoor al. De houten pilaar die ik ooit wit moest verven, moest nu ineens matzwart geverfd worden. “Kijk, ik heb de verf al gehaald!” zei ze, en wees triomfantelijk op een potje verf. Natuurlijk rees bij mij toen het grapje of het niet enkel roetvegen mochten worden maar het verstand won. “Oh ja, en zondag klaar graag!” zei ze, vastberaden. In gedachten maakte ik een plan van aanpak: woensdag schuren, donderdag en vrijdag verven en zaterdag drogen.

Dat noem ik planning.

Zij noemde het een ‘beetje dom’ want woensdag was haar verjaardag! Maar nadat ik had uitgelegd dat ik tussen al dat klussen door ook nog wel eens moet werken liet ze mij mijn gang gaan. Direct na het verjaardagontbijt begon ik en een kwartiertje later was de eerste verf eraf maar kwam ik er zelf helemaal onder te zitten. Dit was pas dom, vooral nadat ik, toen de eerste visite verscheen, de zooi naar binnen liep om ook een gebakkie te scoren… Ze lachte het maar weg, immers, het doel heiligt de middelen:

Een matzwarte pilaar.

Die zondag bracht ze mij op de hoogte van háár planning:  “Ik ga vandaag de kerstboom optuigen! En hij komt op de zwarte pilaar te staan!” Ik schrok mij rot, had eigenlijk verwacht dat ze het nog een weekje uit zou stellen omdat anders, tegen de tijd dat het daadwerkelijk kerst is, er meer naalden op de grond zouden liggen dan aan de takken.

Maar ze had vertrouwen in deze boom en bleef bij haar besluit.

De somberheid van het weer sloeg nu over op mij. Want een kerstboom optuigen gaat nooit zonder slag of stoot, dat wist ik uit eigen ervaring en dat van anderen. In voorgaande jaren wist ik deze dag altijd te ontlopen door bijvoorbeeld een weekenddienst van een collega over te nemen. Dan kwam ik thuis en was alles klaar én vredig. Net zoals in de kerstfilms, waar vader en moeder zingend en lachend de kerstboom optuigen.

Met een dikke sneeuwbui als beloning!

Maar de werkelijkheid gebiedt anders. Ook bij ons. Mijn vrouw wilde de boom, die al een paar dagen in de garage stond te acclimatiseren, met standaard en al in een grote bloempot zetten. Daarna moest de boom op de pilaar gezet worden. Dat was het plan. Maar de standaard was te groot. Dat was balen maar ze gaf de moed niet op en scoorde een mand bij de buurvrouw. Maar ook deze was niet groot genoeg en ik bespeurde ietsjes van chagrijn. Ze kon niet anders dan zich erbij neerleggen en ik zette de boom rechtstreeks op de pilaar.

Hierna mocht ik wat voor mijzelf gaan doen.

Dat zei ze niet hoor, dat zag ik in haar ogen. Want de boom moest nu opgetuigd worden en daar was een vrije, creatieve geest voor nodig, inclusief kerstmuziek en absoluut zonder mij. Ik ben in haar ogen een beetje de antichrist zeg maar. Even later ging ik naar beneden voor koffie en trof daar een zwaar teleurgestelde echtgenote aan. De streng lampjes was tekort om de gehele boom te belichten. “Nu moet ik er weer uit om lampjes bij te halen..” zei ze beteuterd. Ik knikte instemmend, leefde ontzettend mee, schonk een bakkie koffie in en liep snel weer naar boven. Drie kwartier later kwam ze terug, zuchtend en klagend, want het was smoordruk in de winkel. Het lag voor de hand maar ik zei het maar niet hardop:

“Kwam iedereen lampjes tekort dan?”

Kort daarna stond ze ineens naast mij, opnieuw in de klaagmodus. Ze was erachter gekomen dat er verschil zat in de lampjes die ze net gekocht had, namelijk ‘warm classic’. En het moest ‘warm light’ zijn. Maar die waren op. Ze besloot terug te gaan en de twee strengen om te ruilen voor één langere. Nu bleef ze een uur weg, het was nóg drukker daar! Om haar te kalmeren hielp ik haar mee de streng uit de knoop te halen en bedacht dat dit exemplaar lang genoeg was om alle bomen in de wijk te verlichten..

Maar zwijgen is goud.

Na het sein ‘groen’, spurtte ik weer snel naar boven. Nu was het zaak ook boven te blijven zodat zij in alle vrijheid haar klus kon uitvoeren. Tegen etenstijd hoorde ik de stofzuiger en toen wist ik dat ze klaar was. Snel liep ik naar beneden want ik had flink honger. Bij binnenkomst in de kamer keek zij mij vragend en hoopvol aan. In de hoek van de kamer stond een prachtige verlichte, versierde boom, inclusief afstandsbediening zodat je de boom kon verlichten in verschillende sferen…

“Schat! Wat prachtig! Wat heb je dat weer mooi gedaan!” zei ik, welgemeend.

We waren allebei opgelucht en tijdens het koken bedacht ik dat het ook erger kon. Het was immers maar één boom want ze was kennelijk niet op de hoogte van de Bij-boom.

De Bij-boom?

Ja, dat is een nieuwe trend in onze beschaving…een kleinere versie van de grote. En die zet je dan in de keuken, in de gang , naast je bed, in de wc of op je balkon. Dat is dan wel weer goed voor de stikstof!

 

 

Blaosmeziek

‘Blaasmuziek, op een mooie zondagmorgen, Blaasmuziek, blaast mij omver, Met toeters en bellen een mooi verhaal vertellen, Zondagse blaasmuziek blaast mij rijk’

Voorgaande is mijn eigen vrije vertaling van het prachtige, Limburgse lied ‘Blaosmeziek’, van Gé Reinders. Ik moest daaraan denken nadat ik gelezen had dat muziekvereniging Excelsior uit Finsterwolde bekend maakte dat ze gingen stoppen. Noodgedwongen, want het lukte hun niet meer om nieuwe leden te werven. Volgens de vereniging heeft de jeugd andere interesses, bijvoorbeeld de telefoon en het internet. Persoonlijk denk ik dat het ook te maken heeft met de tijd waarin we leven. Want er is al zoveel.

En we moeten al zoveel.

Herman van Veen bezong dat al zo mooi: ‘We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan.’ En zo is het natuurlijk ook. Anders hoor je er niet bij. En nu hebben we hier in Stad ook nog het Groninger Forum erbij gekregen en moeten we en kunnen we nóg meer. Uiteraard wil ik daar ook heen, ik hou wel van veranderingen en nieuwigheden, maar ik wacht nog even tot de rijen bij de ingang opgelost zijn zodat ik ten volle kan genieten van het gebodene.

Om je aan te sluiten bij een fanfare moet je wel echt iets hebben met trombones, tuba’s, trompetten of bugels. Of er moet een andere reden zijn om je erbij aan te sluiten, bijvoorbeeld de sociale contacten die je bij een vereniging kan opdoen. Sterker nog, dat was voor mij, jochie van 11, 12 jaar de reden om mij aan te sluiten bij de fanfare. Het sociale contact waar ik het meest interesse in had heette Karin en zij bespeelde de bugel. Maar ik was niet de enige die interesse had in Karin. Japie, een maatje van me, vond haar ook leuk. Zo besloten wij om allebei lid te worden van muziek-vereniging ‘Schylge’ zodat we nog dichter bij haar in de buurt konden komen. En omdat de jeugd zich toen ook al niet zo gauw aansloot bij de fanfare, hadden wij redelijk veel kans om met Karin op te kunnen trekken.

Zonder kapers op de kust van leeftijdgenootjes.

Mijn instrument werd de tuba, Japie ging direct op de trombone. Meneer van Dijk, zelf een verdienstelijk tuba blazer, kwam wekelijks bij mij thuis om mij noten te leren lezen. Hierdoor leerde ik de tuba te gebruiken waarvoor hij ooit gemaakt is. Deze vriendelijke man deed zijn best en ik deed ook mijn best, maar een echt succes werd het niet. Want het viel mij tegen. Ik hoefde eigenlijk alleen maar ‘hoem papa, hoem papa’ te toeteren, de melodie was in mijn ogen ver te zoeken. Daarnaast sloeg de goede man de maat op mijn schouder waardoor mijn vingers bij elke slag naast de ventielen raakten. En juist die ventielen gaven nog enigszins klank en kleur aan de lucht die ik er via het mondstuk ingeblazen had.

Natuurlijk gaf ik niet op, ik keek wel uit.

Hier zat maanden zeurwerk in: “Mag ik bij de fanfare?!” Uiteindelijk zwichtten mijn ouders en mocht ik bij de fanfare. Het hoogtepunt waren de dinsdagavonden. Dan repeteerden we met de gehele fanfare in een van de oude lokalen van de MULO, onder de bezielende leiding van een dirigent uit Harlingen, Marinus Beuker. En dat klonk best goed, zo met zijn allen. Zelfs mijn eenvoudige inbreng viel niet uit de toon!  Maar dat kwam vast doordat meneer Van Dijk nu niet de maat sloeg op mijn schouders.

Hij moest immers nu zelf blazen.

De muziek die wij speelden vond ik nooit zo interessant, ik was immers een puber in opleiding.  Maar nadat we ineens ‘The Floral Dance’, van de The Brighouse and Rastrick Brass Band gingen spelen, raakte ik ineens enthousiast.

Dat kwam natuurlijk doordat dit nummer de Top 40 gehaald had!

Want nu waren wij, fanfaristen der Noordelijke eilanden, ineens modern! En dat was best wel stoer natuurlijk. Na enige tijd werd ik gepromoveerd van tuba naar trombone en kwam ik ineens tussen ‘bekende’ eilander trombonisten te zitten, zoals Piet de Jong, Jan Hek, ‘meneer’ Koopmans en Schelte de Groot. Japie en ik werden daartussen gemoffeld op onze aangepaste trombones.

Aangepaste trombones?

Ja, met ventielen. De ‘groten’ hadden schuiftrombones waarmee ze naast flink konden uithalen, ook nog een leuke show weggaven door te gaan staan en dan met die instrumenten te zwaaien en te zwieren. Wij, de debieltjes…euh ..de ventieltjes, zaten er dan een beetje sneu bij. Maar dat deerde niet, want het hoogtepunt moest eigenlijk nog komen. En dan heb ik het niet over de optredens die wij als fanfare moesten uitvoeren. Nee, die deed je gewoon omdat het erbij hoorde. Zoals Sinterklaas en zijn Pieten begeleiden na aankomst in de Terschellinger haven. Dan moest je in uniform met witte handschoentjes aan. Eerst hielpen die handschoentjes nog wel een beetje tegen de kou maar enkele uren later, we moesten het hele eiland over, waren we verkleumd. Aan het einde van de rit had je geen vingers meer over en kreeg je pas laat in de avond weer het gevoel terug in de vingers.

Maar dat deerde niet, het was voor een goed doel.

Tijdens de jaarlijkse uitvoering van de vereniging in Zalencentrum ‘Actania’, kwamen haast alle eilanders naar ons kijken en luisteren. Met aan het einde vrij dansen onder het genot van een drankje. En in de kleine uurtjes lekker een broodje kroket snaaien in de keuken van de uitbater. Dat waren prachtige tijden maar het mooiste was toch echt Karin, het meisje uit de Bugel-hoek, het meisje waar het Japie en mij om te doen was. Want als wij op die dinsdagavonden klaar waren met repeteren mochten wij haar naar huis begeleiden. En wanneer we dan bij haar achter huis stonden mochten wij haar een kus geven, omstebeurt. Nu was een ‘kus’ een groot woord hoor. Je hield de lippen stijf op elkaar en dan drukte je ze op de hare. Maar het was hemels, het was fantastisch en het was genoeg om lid te blijven bij de fanfare.

Eigenlijk zou elke muziekvereniging een Karin moeten hebben!

 

Cowboys en Cowgirls accessoires

“Heb je je schoenen wel netjes opgeruimd?” vroeg de vrachtwagenchauffeur aan mij terwijl ik bezig was met het maken van een toegangspasje, voor hem en zijn collega. Of ik wát? Vol verbazing keek ik hem aan.

“Ja, heb je je schoenen wel netjes opgeruimd?”

“Daar schreef je zondag toch over, op OldambtNu.nl. Dat je vrouw daarover zat te mopperen.”     Mijn mond viel open en ik lazerde haast van mijn stoel. Dit had ik nog nooit meegemaakt! Dat een ‘wildvreemde’ mij aansprak over mijn hobby. Ik schrijf al een jaartje of vijfentwintig in het openbaar en nu, op mijn werkplek, werd ik als zodanig herkend.

“Ga je nu over mij schrijven,” vervolgde hij lachend “omdat ik ‘de eerste’ ben die je herkende? Tja, de verleiding was groot natuurlijk maar beloven kon ik het niet. “Dat hangt van mijn vrouw af, meestal brengt zij mij wel op ideeën. Haast dagelijks.” Lachend liepen ze weg en ik zwom even weg in mijn eigen ijdelheid. De deur ging weer open en de collega van mijn ‘fan’ kwam weer binnen. Of ik zijn tasje ook gezien had. “Tasje?” “Ja, ik had een zwart tasje bij mij, daar zitten mijn belangrijke papieren in.” Ik keek om mij heen en onder de balie maar zag niks liggen. Toen keek ik naar hem en zei:

“Bedoel je dat tasje wat je onder je arm draagt?”

Hij gaf zichzelf een klap voor het hoofd en bulderend van het lachen liep hij achter zijn kameraad aan. Ik rende om de balie heen en liep naar buiten: “Maar nu heb ik wél een onderwerp voor komende zondag! Namelijk over mannen met tasjes, dat mannen die eerder vergeten omdat ze het eigenlijk niet gewend zijn!”

Vrouwen wel. Want zij hebben die tasjes hard nodig voor alle spullen die ze dagelijks meesjouwen. Zoals de lippenstift, de make-up, wat kleingeld voor toiletbezoek, zakdoekjes, hygiëne verbandjes, pepermuntjes, de mini-vibrator, naald en draad, nieuwe panty, spiegeltje, paracetamol, portemonnee en huissleutels.

Voor de duidelijkheid: dit is een gemiddelde tas en niet de tas van de dames in mijn directe omgeving!

Die vrouwen in mijn directe omgeving veranderen daarentegen wel vaak in opgewonden standjes wanneer ze een nieuwe tas zien! Die vreugde is vergelijkbaar met een man die getuige is van een prachtig doelpunt, bijvoorbeeld van Quincy Promes, na wéér een strakke voorzet van Hakim Zyech!

Soms denk ik wel eens, had ik vroeger maar beter mijn best gedaan op school, met handenarbeid. Dan was ik misschien wel heel handig geworden met het maken van damestasjes en zat ik wellicht nu niet in een nat, herfstig en somber landje maar ergens op een wit strandje onder een tropisch zonnetje mijn stukkie te schrijven.

Of ik dicteerde het mijn secretaresse!

Natuurlijk gebruiken mannen ook wel eens tasjes. Maar die zijn meestal van plastic en de opdruk is lang niet zo spannend als bijvoorbeeld Zybille (?) Zusss, Emperio Armani, Ralph Lauren, Piet (?) Gabor of Enrico Benetti. Nee, op die van de mannen staat meestal:

‘Jumbo’, ‘Aldi’ of ‘AH’. 

Die gaan voor eenvoud. En goedkoop. Maar toch zien we sinds enkele jaren een ommekeer, zo nu en dan zie je een man met een tasje. In de winkelstraat of, zoals ik van de week meemaakte, op de werkvloer. En nee, dan heb ik het niet over die heuptasjes! Je weet wel, zo’n ieniemienie-tasje aan een riem die vaak net onder de pokkel tevoorschijn komt. Waar hooguit een pakkie shag met een wegwerpaansteker in zit. Nee, dat is weer het andere uiterste.

Mannen zien heus wel de voordelen van een tasje, hoor. Want je kan, in plaats van in je broek- of overhemd zak.. bijvoorbeeld je telefoon erin doen. Maar ook je portemonnee, je mondspray, je oortjes, je oplader en je sleutelbos waar huis, schuur en auto aanhangt.

Handig, maar de argwaan lijkt tot nog toe nog steeds te winnen.

Ook uit onverwachte hoek worden wij getriggerd tasjes te gebruiken, namelijk vanuit de klus-en bouw hoek. Tegenwoordig kun je allerlei gereedschap-tassen kopen, met stoere opdrukken zoals Stanley, DeWalt, Conrad, Parat, et cetera. Je hebt ze in schouder-, koffer-, rug- maar ook als gordeltassen, die laatste voor het Cowboy-gevoel. Ze worden ook wel ‘organizers’ genoemd waardoor je precies weet wat je pakt als je op een keukentrap of ladder staat en je vrouw net op dat moment met de buurvrouw staat te kletsen.

Ja, daar is over nagedacht!

En steeds meer klussers maken gebruik van deze ‘tasjes’. Daar kwam ik achter toen ik Sean-Lou, een collega, vertelde dat ik ‘herkend’ was en over het ‘zoek geraakte tasje. Sean-Lou is zo’n handyman (niet dé Handyman). Sean-Lou kan alles. Onlangs had hij nog zijn wasmachine gemaakt. Daarnaast lijkt hij ook nog op de klusser Al Borland, uit die komische serie van begin jaren ’90: Home Improvement. Die gozer speelde in de serie de rechterhand van Tim ‘The Toolman’ Taylor en had ook altijd zo’n gereedschap riem om. Sean-Lou was helemaal niet verbaasd over het onderwerp, mannen met tasjes en klussers met tasjes;

“Tijdens het klussen maak ik gebruik van een gereedschap gordel!” zei hij, zonder blikken of blozen.

Hij liet mij een foto zien van een riem met daaraan verschillende ‘uitsparingen’ van leder, van verschillende groottes. “Vet stoer, man! Je lijkt wel een Cowboy!” zei ik, en voelde mij een tikkeltje jaloers. Sean-Lou begon nu enthousiast te vertellen:

“Dat ding is super handig als je bijvoorbeeld veel te schroeven hebt, zoals laatst toen ik mijn zwager aan het helpen was met gipsplaten te monteren. Ik had een hele doos schroeven in mijn tasje gekiept waardoor ik naast de trap vasthouden hem ook voorzien kon van schroeven. “En écht hè, mijn zwager was diep, diep onder de indruk!”

Dat laatste is typisch Sean-Lou, beetje van de overdrijf zeg maar.

Mijn fantasie ging op de loop. Want waarom dragen de dames niet van dit soort gordels, als echte cowgirls? Zo losjes om de heupjes, met de hele inhoud van hun tasje zó in het zicht!

Toch maar eens in de groep gooien, de groep ‘dames in mijn directe omgeving’.

 

Wanordelijkheden

“Tjonge jonge, wat zijn jullie toch ontzettend bewerkelijk!” Ik keek even op van mijn telefoon en zag vrouwlief de schoenen rangschikken in de gang. Soort bij soort en links bij rechts. Even schoot door mijn hoofd dat een linkerschoen niets kan zonder de rechterschoen en vice versa. Snappen ze dat in de Haagse politiek ook?

En vervolgens keek ik maar weer op mijn telefoon, even weg van de verwarring.

Ik zat naar beelden te kijken van de voetbalwedstrijd FC Den Bosch-Excelsior. Niet naar de wedstrijd zelf hoor, maar meer naar de beelden van een groepje ‘zangtalenten’ op de tribune. Even daarvoor hadden ze een spandoek uitgerold met de tekst: ‘M-side (hartje) Zwarte Piet’. Toen moest ik wel heel even heel hard lachen. En nadat ik hoorde dat ze Sinterklaasliedjes begonnen te zingen ging ik helemaal stuk. Want we spreken hier over de ‘harde kern’ van een voetbalclub en ja, daar zitten vaak heel veel eencelligen tussen die voor niks terugdeinzen, het liefst geweld gebruiken en tenminste drie keer in één zin het woord ‘kanker’ gebruiken voor elk  zelfstandig naamwoord.

Stoer zijn en tegelijk Sinterklaasliedjes zingen?

Na de laatste ‘Zie ginds komt de stoomboot’ gingen ze ‘los’ op een speler van Excelsior en in die teksten zat totaal geen liefde. Nee, die waren, zachtjes uitgedrukt, harteloos. Nadat die speler het huilen nader stond dan het lachen legde de 30 jarige scheidsrechter de wedstrijd stil.

Dat was pas stoer!

Die scheidsrechter nomineer ik dan ook voor een erelidmaatschap van ‘de Echte Mannen club’. Dat kon deze week mooi geregeld worden want afgelopen dinsdag was het Internationale Mannendag. In eerste instantie dacht ik: ‘Wat moeten wij mannen met een Mannendag?’ maar na het zien van de beelden uit een voetbalstadion dacht ik: ‘Ja, er valt nog een hoop te doen.’ Want echte mannen gaan naar het voetbalstadion om naar het voetbal te kijken, om te genieten van een mooie actie of een mooi doelpunt. Niet om mensen op hun kleur af te rekenen.

Want in ons land is niemand een racist, toch?

Wij weten immers beter. Wij hebben een oorlog achter ons liggen, bijna 75 jaar geleden. En daarom weten wij dat rassenhaat een dodelijk gif is. We willen verbinding, geen verdeling. We moeten over onze vooroordelen heen leren stappen, dan ben je pas stoer. En we moeten ons niet laten meeslepen in groepsgedrag: kijk maar naar die sneue gasten op die tribune, kijk maar naar die sneue en laffe gasten in Gorinchem en kijk maar naar de jaren ’90 waarin groepen jongeren ‘poten’ gingen rammen in de bosjes.

Ja, debiel gedrag tegen minderheden is van alle jaren…

“Hallo! Ik vroeg je net wat! Waarom zijn jullie mannen zo ontzettend bewerkelijk? Waarom laten jullie alles achter je slingeren?” Mijn vrouw stond nu voor mij in een nét-niet-dreigende houding. Dat zag ik gelukkig als voordeel en daarom reageerde ik direct, voordat de poppen echt aan het dansen gingen.

“Ja, sorry. Klopt. Ik beken! Je hebt helemaal gelijk!”

Ik wist ook precies waar het om ging. We hebben namelijk een schoenenrek in de hal staan, zo’n metalen rekje. Nee, niet van de IKEA. Deze keer is hij van Leen, die heeft ook vaak van die handige dingetjes voor in huis. Afijn, telkens als ik mijn schoenen erop zet, achterstevoren zodat ze blijven haken achter de hak van de schoen, donderen ze eraf. En omdat ik mij niet laat kennen door zo’n duf rekje, buk ik wederom en doe een tweede poging. Maar terwijl ik weer rechtop sta dondert er altijd wel weer een schoen af en ben ik er ineens flauw van. Dan is mijn grens van geduld bereikt en geef ik de schoenen een schop, draai mij om en laat de irritatie van mij af glijden.

Totdat mijn geliefde er wat over zegt.

“Ja sorry schat, je hebt gelijk.” zei ik nogmaals. Want ik wilde er vanaf en ik moest nog mijn Facebook tijdlijn bekijken, mijn mail checken en dat ene grappige plaatje nog even delen op WhatsApp. Dat hoefde ik niet tegen haar te zeggen en ik wist ook al wat zij nu tegen mij ging zeggen:

“Leg die telefoon nou eens weg!”

Als ze dat zegt dan word ik zó boos op haar want ik weet dat ze gelijk heeft. Mijn telefoon is mijn allessie, mijn second love, mijn maîtresse in eenzame uurtjes, mijn op-een-na-grootste- liefde. Ik vind de huidige GSM’s echt de uitvinding van de eeuw. Je kan er (haast) alles mee: het nieuws volgen, je mail checken of versturen, je werkrooster bekijken, klok kijken, regenbuien volgen, filmpjes bekijken, foto’s mee maken, notities mee maken, betalen bij de kassa, iets online mee bestellen, foto’s op bekijken, radio luisteren, muziek luisteren en de lichamelijke inspanningen van de dag ermee vastleggen.

En je kan ermee bellen!!!!

Natuurlijk zie ik ook wel dat ik min of meer verslaafd ben aan dat ding. Daarom heeft ze ook gewoon gelijk. En soms moet je, als echte man, je vrouw ook gewoon gelijk geven. Dat is goed voor de relatie. Dat is goed voor jezelf, even kritisch naar jezelf kijken. Dan leg je de telefoon even weg want zolang er geen App is die je schoenen op de goede manier opruimt heb je op dat moment ook niets aan die telefoon.

Ik stond op, omhelsde haar en gaf haar een dikke knuffel. “Sorry lieverd, ik ga mijn leven beteren en zal er voortaan op letten.” Ze smolt natuurlijk en ik maakte direct even een slag door huis, tuin en schuur om het een en ander op te ruimen. Zoals die hamer en schroevendraaier die al dagen op mijn werkkamertje lagen vanwege een klusje waar ik in gestrand was. En die broek die al wekenlang aan mijn kast hing, met de gedachte deze nog aan te doen maar die dag kwam maar niet.

Zo was ik nog wel even een dik uurtje bezig maar ik wist wat mijn beloning was.

Lekker op de bank zitten ‘vegen’ op mijn telefoontje!

Met als hoogtepunt de winnende goal van Mendes Moreira tegen FC Den Bosch.

 

 

Krasse knarren versus confrontaties…

Het is het cliché der clichés maar het is echt zo, het leven vliegt voorbij! Sinds ik de 50 gepasseerd ben, heb ik steeds meer het besef dat het leven nu pas echt gaat beginnen. En dat ik voort moet maken.

Want het is zó voorbij!

Steeds vaker hoor ik mij dat zeggen en steeds vaker krijg ik de bevestiging. En dan realiseer ik mij dat ik fysiek geen 18 meer ben. Dan voel ik hoe de jeugdigheid uit mijn lichaam kruipt terwijl dat botst met wat ik geestelijk denk…dat ik nog steeds een jonge god ben. Ik laat mij dan ook niet gek maken door jongere geesten en sta mijn mannetje, puur op karakter.

Dat noemen ze ook wel doorzettingsvermogen.

Maar dat strookt dus niet met de werkelijkheid.  Steeds vaker bemerk ik dat mijn lichaam ’s morgens langer nodig heeft de stramheid te verdrijven. De motor loopt prima maar piept zo nu en dan. Mijn rug is de grootste boosdoener, zo een keer per jaar zit de boel vast. Vroeger ging ik dan direct plat  liggen maar dat is, voor mij althans, achterhaald. Nu trek ik mijn wandelschoenen aan en… Nee, mijn vrouw trekt mij mijn wandelschoenen aan.  

En dan ga ik lopen. Terwijl elke stap een pijnscheut veroorzaakt blijf ik lopen, kilometer na kilometer. En met elke kilometer loop ik steeds rechter en rechter en na een paar dagen zit de boel weer los.

En voel ik mij weer die jonge god!

En tóch steeds weer die confrontaties! Dan zegt bijvoorbeeld zo’n jochie of meisje ineens ‘U’ tegen mij. Ja, prima opgevoed hoor, maar kap daar eens even mee! This is 2019!

En ik ben misschien wel niet genderneutraal maar wel leeftijdneutraal!

Of er volgt een confrontatie na een potje stoeien met mijn zonen. Wanneer ik binnen enkele seconden ineens op de grond lig, in een ijzeren greep die mij slechts nog het woordje ‘kappen!’’ doet uitschreeuwen. Dat dan het besef wegebt dat ik toch nog heel even gedacht had ze nog wel aan te kunnen…

Pijnlijk. Fysiek en mentaal ben ik dan haast al dood.

Daarom roep ik steeds harder en harder dat het leven pas begint bij vijftig. En dat geven we ook mee aan ons kroost. Kleinkinderen? Ah joh, geniet nou maar van het leven, alles op zijn tijd. En zo denkt mijn vrouw er ook over, we vormen één front tegen de ouderdom en genieten van wat het leven ons geeft. We eten lekker, we drinken graag een drankje en zo nu en dan rijden we naar Den Haag om weer even bij te praten met mijn drie zonen. Want wij rijden heel makkelijk en zonder het gevoel ‘Den Haag is zóóóó ver weg’ die kant op. Stikstofvriendelijk, met een gangetje van 100 km per uur en broodjes en koffie als smakelijke onderbreking.

Onlangs was het weer zover.

We hadden afgesproken bij mijn oudste zoon en zijn vriendin. Tot onze grote verrassing waren zijn broers er ook. Gezellig! Na de knuffels en het uitwisselen van wat gekkigheid kregen mijn vrouw en ik niet een koekje maar beiden een envelop bij de koffie. Met een stuiver als postzegel. “Omdat we met Kerst niet bij jullie kunnen zijn krijgen jullie nu alvast wat van ons.” zei zoonlief. “Oké,” zei ik, “dan maken we die enveloppen met de Kerstdagen wel open, dat is leuker.” En legde vervolgens de envelop naast mij neer. Tot ergernis van de aanwezigen want ze riepen ineens allemaal in koor:

“Nee joh, dat duurt veel te lang. Maak nu nou maar open!”

Mijn vrouw en ik keken elkaar begripvol aan, wederom die confrontatie; geduld versus ongeduld. Alles moet snel tegenwoordig. We gaan nu richting kerst maar de folders voor Pasen zijn al gedrukt en liggen halverwege januari al op de mat….

Er zat bij ons beiden een kraskaart in met de tekst: ‘Krassen voor geluk’. De link met de stuiver aan de voorzijde van de envelop was snel gelegd. En opnieuw wilde ik aangeven dat het toch leuker was om dit onder de kerstboom te doen maar de blikken om mij heen zeiden genoeg en braaf begonnen we te krassen. De tekst die daarna verscheen deed mij vloeken en mijn vrouw gaf een gil:

We worden opa en oma!

Opa en Oma. Zijn ze nou helemaal belatafeld! De jongens en de ‘Gezegende onder de Vrouwen’ keken mij seconden lang aan nadat ik gelezen had. “Waarom huil je nou niet? Normaal begin je altijd te huilen?” Klopt, ik ben de laatste jaren emotioneler dan vroegere jaren maar nu was daar geen sprake van. Dat kwam natuurlijk door de tekst op de kraskaart. Het was opnieuw de confrontatie met het ouder worden en dat was ik in die seconden aan het verwerken. 

Deze confrontatie was toch echt wel een in de categorie ‘Code Rood’!

Want we waren nog niet zo ver. Tenminste, ik niet. Mijn vrouw daarentegen sprong overeind en knuffelde de kersverse ouders en ik schuifelde er schoorvoetend achteraan. En daarna feliciteerden we onze andere zonen want die werden immers Oom. Die titel, Oom, kon ik ooit wel hebben zonder dat confronterende gevoel. Ik heb zelfs, toen ik voor het eerst Oom werd, de OZS opgericht, de Oomzegger-schap Stichting. Met zelfgemaakte ledenpasjes. Een stichting met huisregels, onder andere dat je altijd kleingeld bij je moest hebben zodat je je neefjes/nichtjes wat toe kon stoppen om snoep of een ijsje te kunnen kopen.

En je moest naar sigaren ruiken.

Ook dat is inmiddels gedateerd, roken deed je vroeger… Maar goed, de volgende dag waren ze nog steeds zwanger. En langzaam daalde het besef en ietsje te snel steeg de vreugde. Want toen we die middag door een winkelstraat liepen, stopten we ineens, tegelijk, bij de speelgoedwinkel… Ik kocht een mini voetbal en mijn vrouw een leesboekje. Die mocht ons kleinkind dan meenemen als het bij ons kwam logeren.

Bij opa en oma Muis.

Later die avond reden we weer huiswaarts en voelden we ons ook een beetje zwanger. We waren er stil van en als we wat zeiden dan ging het over een koffertje, rompertjes, voorleesboeken en spenen.

Grijnzend keek ik opzij, naar de oma naast mij: “En op die speen zetten we dan de teksten ‘lievelings oma en lievelings opa’! 

Ik kreeg die grijns de rest van de reis niet meer van mijn smoel!

Wie de schoen past…

Het was nog net geen stampvoeten wat mijn vrouw deed maar het kwam wel heel erg dichtbij.   Man, man, wat kunnen de dames soms tekeer gaan als ze even last hebben van een ..euh…dipje!

Dipjes, damesdipjes noem ik ze maar even voor het gemak.

De meeste mannen zullen dit wel herkennen en de meeste vrouwen zullen dit wel ontkennen. Die dipjes zijn verkrijgbaar in allerlei varianten, zoals bijvoorbeeld het ‘voorjaars-dipje’, het ‘ik-heb-geen-kleding-dipje’, het ‘herfst-dipje’, het ‘chocola-tekort-dipje’, het ‘ik-ben-te-dik-dipje’, of ‘mijn-haar-zit-voor-geen-meter-dipje’, of ‘ik-heb-geen-kont-dipje, of ‘mijn-man-ziet-mij-niet-meer-dipje…’

En nog veel meer, vul zelf maar in.

En dan zeggen ze wat over ons, mannen, dat wij ons altijd zo vreselijk aan kunnen stellen wanneer we bijvoorbeeld een griepje hebben of zo. Terwijl het allang wetenschappelijk bewezen is dat de mannengriep vele en vele malen erger is dan bij vrouwen. In moderne taal: mannengriep is geen Hoax, het bestaat!

Deze keer betrof het een ‘ik-heb-geen-schoenen-dipje’.

Ze stampte met haar laarsjes op het laminaat en riep mij toe dat ze diezelfde  laarsjes helemaal zat was. En dan moest ze ook nog vanwege de weersomstandigheden sokjes dragen en dat was helemaal verschrikkelijk. Mijn ogen gleden langs haar broek naar beneden en ik zag twee gezellige laarsjes met een printje van een of ander luipaard of tijger en mijn onbegrip voor deze in mijn ogen totaal nutteloze discussie steeg eerder dan dat ik het met haar eens was.

Ik keek haar aan. Ik hoorde haar aan. Ik liet haar uitrazen.

Dat is over het algemeen het verstandigste om te doen in zo’n situatie maar ik zag aan haar ogen dat ik mij nu toch even moest inspannen. Inspannen om het te begrijpen, het te kúnnen begrijpen. En ik had wel in de gaten dat ik nu heel goed op mijn woorden moest passen om nog redelijk gezellig de dag door te komen. Dus even alle zeilen bijzetten terwijl er allerlei gedachtes door mijn hoofd spookten: Moest ik nu zeggen dat ze er nog prima uitzagen? Fout natuurlijk, want dan struikelt ze over het woordje ‘nog.’ Of moest ik gewoon toegeven, toegeven dat ze er inderdaad niet uitzagen en dat er eigenlijk maar een ding opzat:

Nieuwe kopen!

Maar dat vond ik te makkelijk. Ik loop zelf op schoenen van 35 euro en op sportschoenen van 25 euro. En die laatste zijn pas echt aan vervanging toe want als ik op een steentje stap dan voel ik die dwars door de zool heen. En daarbij heeft zij veel meer schoenen dan ik waardoor het klagen in mijn ogen totaal ongegrond is, onrechtvaardig eigenlijk. Als ik dat dan zou zeggen dan weet ik eigenlijk direct haar antwoord, dan gaat zij mij wijzen op mijn ‘zondagse’ schoenen. Dit zijn een paar hele dure van ene Floris die ik alleen maar draag bij feesten  en partijen. Elke keer als zij een ‘ik-heb-geen-schoenen-dipje’ heeft gooit zij mij die Floris schoenen weer naar mijn hoofd, waardoor ik nu een pesthekel aan die schoenen heb gekregen.

En ik krijg er nog steeds blaren van!

Maar ik klaag niet en ik stamp niet met de voeten! Ik accepteer en draag mijn ongemak. Daarom heb ik als man ook gewoon veel meer rust in het hoofd. Dat zit in onze genen. Zij, oftewel de vrouw in het algemeen, hebben steeds maar weer van die oplaaiende dipjes zoals hier beschreven. Soms worden die dipjes aangewakkerd door de weersomstandigheden. Ik hoor bijvoorbeeld elke eerste  zomerse dag wel een keer dat ze nieuwe teenslippers nodig heeft. In het begin van onze relatie reageerde ik daar nogal eens op door te zeggen dat ze die vorige zomer al had aangeschaft maar dat doe ik al niet meer.

Is onbegonnen werk!

En wanneer het buiten weer kouder wordt dan begint ze weer over nieuwe sloffen. Net als vorig jaar. En alle voorgaande jaren. Plus een nieuwe winterjas, dat is een echte Gouwe Ouwe! Toen we in oktober even een fris weekje hadden gaf mijn allerliefste vrouw aan dat ze het steeds zo koud had op de fiets. Zij fietst tegenwoordig ‘elektrisch’ en trapt dapper door weer en wind naar haar werk en dat moedig ik ook aan. Want naast het feit dat ze daardoor super stikstofvriendelijk is, scheelt het ook nog een stuk in de portemonnee.

En heb ik wat meer om uit te geven!

Althans, dat dacht ik. Want ook hier komen de genen van de vrouw weer boven drijven. Ze kreeg namelijk een ‘ik-heb-geen-schoenen- voor- op- de fiets-dipje.’ Mijn eerste reactie was dat ze dan harder moest fietsen; “dan krijg je het vanzelf warm schatje”. Dat weet ik uit ervaring want ik fietste ook altijd naar het werk. Ook tijdens ijzige kou. Dan fietste ik harder en harder totdat het zweet op mijn kop als ijspegels aan mijn kin bengelde. Maar mijn vrouw  fietst al zo hard. Ze trapt zelfs zo hard dat de aandrijving het niet bij kan houden waardoor het systeem haar weer als het ware afremt! Daar is ze nog over gaan ‘klagen’ bij de fietsenzaak. Dus voor haar geen bloed, zweet en tranen maar keiharde kou die via allerlei manieren tussen lijf en kleding kruipt.

En nu moet ze daar weer gepaste kleding en schoeisel voor aanschaffen…

Het spreekwoord ‘Vrouwen bloot, handel dood’ bevestigd eigenlijk mijn bedenksels hierover. Het betekent dat bij warm weer er weinig verkocht wordt omdat …..de dames dan liggen te zonnen! Ervan uitgaande dat de nieuwe bikini of het nieuwe badpak al gekocht is natuurlijk…

Met mijn uiterste begripvolle smoel keek ik naar haar. Ze had haar jas aan, de haartjes mooi in de vorm, sjaaltje om en de lipjes mooi rood gestift. Klaar voor wat boodschappen te doen maar ja, die schoenen hè,  die stonden op deze zaterdagmiddag haar flink in de weg. Ik besloot toch te kiezen voor de makkelijkste weg. “Lieverd, rij dan zo meteen even de Straat in en haal jezelf nieuwe laarsjes, je werkt er immers hard voor!”

Maar dat was niet genoeg om haar te kalmeren. Het zat te diep. Het was een dip.

Ik ben ervoor in behandeling…

 

Beste Eenzame Planeet toerist,

Nu we aan de laatste twee maanden van het jaar begonnen zijn, zien we naast de paddenstoelen ook weer de lijstjes uit de grond schieten. Lijstjes met wensen voor Sinterklaas, de Kerstman, lijstjes voor de Top 2000 en lijstjes met overzichten van het jaar. En sommige van die lijstjes kijken al naar het jaar wat volgt:

Het magische jaar 2020.

Zo heeft de reisgids ‘Lonely Planet’ ook weer een lijstje gemaakt, namelijk een lijstje met populaire vakantiebestemmingen. Ze maken die lijstjes omdat jullie, toeristen, steeds meer tijd hebben om te reizen. En omdat jullie vermaakt willen worden. Want je moet alles een keer in je leven gezien en ervaren hebben. Althans, zo denken jullie. Enkele jaren geleden werd Texel nog genoemd in de gids en hield ik, liefhebber van het eiland Terschelling, de adem in. Want stel je voor dat ze ineens allemaal ook naar ‘mijn’ eiland zouden komen!

Nou, dan mogen de zandzakken voor de deur en hoeven ze zich daar niet meer alleen druk te maken over de stijgende zeespiegel…

Kennelijk hebben ze van Lonely Planet toen niet verder gekeken dan Texel lang is want daarna werd het weer even rustig en moesten jullie, reislustigen, het doen met de gebruikelijke reisjes naar Ibiza, Lesbos en Italië. Tot vorige maand, toen was Nederland wederom weer aan de beurt. Deze keer wezen ze Utrecht aan als populair gebied. Ze bedoelden hoogstwaarschijnlijk de provincie Utrecht want de stad is al aan het dichtslibben en de Domtoren staat de komende jaren nog in de steigers.

Wat wel weer een kunstwerkje c.q. bezienswaardigheid op zich is.

Maar er is nog een reden dat ze Nederland aanraden, namelijk de ‘feestjes’ die er georganiseerd worden in het nieuwe jaar.

Je zou dan na aankomst op Schiphol direct kunnen doorreizen naar Amsterdam om daar Koningsdag te vieren. Doe wat oranje kleding aan of zet iets geks op je hoofd en je hebt geheid een leuke dag. De dagen erna kun je gebruiken om weer enigszins bij je positieven te komen. Daarna pak je de trein op het speciaal voor de Formule 1 aangelegde spoor en laat je je vervoeren naar Zandvoort. Hier kun je genieten van snelle raceauto’s die tot ons vermaak lekker veel CO2 uitstoten. Of, als  je wat avontuurlijker aangelegd bent, kan je lekker gaan wandelen in de omgeving van het circuit. Wie weet kom je dan een bibberende, copulerende rugstreeppad of een schuilende zandhagedis tegen.

Gevlucht voor het geweld op het circuit.

Ongeveer twee dagen na dit spektakel mag je weer met ons meedoen en gaan we met zijn allen de Bevrijding vieren. Ik heb eigenlijk geen idee of Bevrijdingsdag in 2020 nu wel of niet een nationale vrije dag is.. Want ze zijn in ons land nog steeds aan het bakkeleien of het nu wel of niet een Nationale Feestdag is. Er was iets met ‘om de vijf jaar’ terwijl iedereen het toch wel met elkaar eens is om het elk jaar in vrijheid te vieren. Want die vrijheid vieren blijft nodig, vooral nu we weer een opkomst zien van het rechts-extremisme. Eigenlijk zijn we het verplicht, het te vieren.

Want die vrijheid werd duur betaald!

Maar er zal vast wel ergens een muziekfestival zijn, een leuke braderie of ander vertier. Je zou zeggen dat er nu wel genoeg gefeest is maar er komt nog een toetje. Voor velen vast de kers op de taart. Je moet dan wel even een paar dagen overbruggen want het begint op 12 mei.

Ideetjes genoeg zou ik zeggen.

Ga bijvoorbeeld lekker uitwaaien op Texel of pik een dagje in de rij staan bij de Efteling mee. Of ga knuffelen met luipaarden in Beekse Bergen of overleef een dagje strand op Scheveningen op de eerste de beste zonnige dag. Of leer en ervaar file rijden op de A1, de A4, de A7, de A12, de A13, de A16, de A27, de A50, de A58 of de A58, inclusief ongelukken kijken van dichtbij waardoor er weer een file kan ontstaan…

Mogelijkheden genoeg.

En beste toerist, dan mag je tot slot naar Rotterdam, de stad van Dick Advocaat die de plaatselijke voetbalvereniging Feyenoord landskampioen maakte nadat niemand maar dan ook niemand meer geloofde in dit team. Rotterdam, de stad die geen winkelcentrum heeft maar een koopgoot!

En de stad die de eer heeft het Eurovisie Songfestival te mogen organiseren!!!

Het zat eraan te komen hoor, dat Nederland weer mee mocht doen met dit fantastische muziekspektakel. Jaren en jaren telde ons land niet mee en nadat wij een Indiaan gestuurd hadden wist men ineens dat er een andere weg ingeslagen moest worden. We besloten het stoerste mokkel van Nederland met een stem als een klok te sturen, de Haagse Anouk. Zij haalde de voorrondes en werd negende! Bij menig schuchtere Nederlander begon er nu toch iets te kriebelen. Want de laatste keer dat wij er een beetje toe deden was ergens… nou ja, lang geleden. Na Anouk volgde The Common Linnets, met die leuke blonde meid uit de Achterhoek.

Of was het nou Twente?

Nou ja, maakt niet uit, beide streken worden ook niet genoemd in Lonely Planet gids. Dit zangduo werd tweede en enkelen onder ons gingen er in geloven. Daar schrok de organisatie van en daarom stuurden ze het jaar erop Trijntje Oosterhuis en kwamen we niet verder dan de halve finale. Hierdoor werd iedereen weer chagrijnig en stuurden we vervolgens Douwe Bob, O’G3NE (?) en Waylon.

En wederom werd het weer hangen en wurgen. Tot vorig jaar. Toen ging het allemaal anders. Een totaal onbekende gast kwam met een best wel geinig liedje. En hij was gewoon ‘gewoon’, niet extravagant.

En de rest is geschiedenis.

Trouwens, even voor de duidelijkheid, voorgaand songfestival geneuzel heb ik even gegoogeld hoor, want de laatste keer dat ik naar dit festival keek was ik nog afhankelijk van twee televisiezenders…

Dat was op Terschelling. Dat ligt in het Noorden van Nederland, net als Friesland, Groningen en Drenthe.

Daar is niets te doen.

En dat willen we graag zo houden. 

Generatie dingetjes

Steeds vaker word ik geconfronteerd met ‘de generatiekloof’.

Gelukkig maar.

Want als dat niet het geval geweest zou zijn dan was ik óf een zure ouwe kerel die overal over zat te zeiken óf ik was dood. Beide opties staan niet in mijn vocabulaire want ik heb niks maar dan ook niks met de zure medemens en wat de dood betreft mag ik alleen maar dankbaar wezen om er nog te zijn. Om er nog te mógen zijn!

Want dat is niet vanzelfsprekend, ik herhaal het nog maar eens.

Generatiekloof is een kloof die ontstaat tussen oud en jong wanneer ze elkaar niet meer begrijpen omtrent opvattingen of normen en waarden. Beide partijen kunnen daar over gaan zeuren, met in de meeste gevallen verbittering als gevolg. Of je luistert wel naar elkaar waardoor de kloof kleiner wordt. Door bijvoorbeeld met elkaar samen te werken.

En van elkaar te leren.

Dat vergeten we nog wel eens de laatste jaren. We verdelen ons steeds vaker in twee kampen, gevoed door onbegrip en angst. Maar dat is ook de rekening die we gepresenteerd krijgen door hoe wij met zijn allen leven, hoe we de wereld overbelasten want we willen alles, op elk moment van de dag en het liefst zo snel mogelijk. En als we niet op onze wenken bedient worden dan komen we op voor onze rechten. Zonder enige nuance! Zo hard als het maar kan!

En tegelijkertijd vergeten we onze plichten…

Dit is niet alleen hier een probleem. Ook elders op de wereld wordt een soort van tweestrijd gevoerd. Dat komt ook doordat bepaalde figuren op deze wereld een steeds grotere muil ontwikkelen en er garen bij spinnen om tweedracht te zaaien. Twee goede (slechte) voorbeelden zijn de Brexit en de gang van zaken in de Verenigde Staten.

Iedereen staat niet naast elkaar maar tegenover elkaar.

Aangemoedigd door grote schreeuwers die hier een slaatje uit willen slaan, die precies weten hoe ze die onderbuikgevoelens kunnen voeden met verzonnen of verdraaide verhalen. Waren wij voorheen nog een land die heel goed was in het zogenaamde polderen, nu zijn we verdeeld tot op het bot en heerst de afgunst. We gunnen elkaar niks meer. Zodra iets niet gaat zoals we met zijn allen ooit hebben afgesproken krijg je een grote bek of een middelvinger. Hele generaties worden daarmee geconfronteerd en dat leidt weer tot klagen en wijzen naar anderen.

Want het ligt nooit aan jou!

Ik wapen mij tegenwoordig tegen het negatieve want ernaar luisteren kost je alleen maar energie. Met andere woorden: ik gebruik gewoon mijn gezonde verstand. We krijgen de kans om wat van dat leven te maken, hoe bevoorrecht wil je zijn! Want teveel mensen om ons heen kregen (of krijgen) die kans niet.

Teveel. Veel teveel.

Geniet! En zie ook de kleine dingen die het leven wellicht ‘gewoon’ maken maar aan de andere kant ook weer zeer aangenaam. Zo had ik van de week twee startende pubers over de vloer, een gozer van 13 en een meid van 15 jaar. Zij wonen bij ons in de straat en hadden nog nooit van wentelteefjes gehoord.

Over generatiekloven gesproken…

Dat vertelden ze mij toen ik tosti’s ‘uit de pan’ voor ze aan het bakken was. Dat kenden ze ook niet en toen mochten ze dat bij ons proberen. Tosti’s uit de pan zijn niets meer dan tosti’s uit de pan.

Meer is het niet.

Maar er zit wel degelijk verschil in met de tosti’s die uit het tosti ijzer komen. Want het begint met de liefde voor het product. Het brood welke ik hiervoor gebruik komt uit een echte bakkerij, prachtig stoer boeren bruin brood. Die beleg ik dan met goudgele plakken belegen boeren kaas, vers aangesneden bij de plaatselijke kaasboer. De ham laat ik achterwege, we eten immers al genoeg vlees met zijn allen.

Toch?

Vervolgens komt er weer zo’n lekkere stoere boterham op te liggen en die besmeer ik met boter, margarine of olijfolie. Daarna leg ik de tosti met gesmeerde kant in de voorverwarmde koekenpan, besmeer dan de vrijgekomen andere kant en sluit het geheel af met een andere koekenpan, ondersteboven. Zorg dat de pan niet te heet wordt en doe het deksel niet te snel dicht, anders kan het geduld niet naar binnen.

Zing eventueel een liedje. Of ruim alvast de vaatwasser uit. Of praat gezellig met het gezelschap.

Draai dan de tosti om en doe vervolgens weer iets waardoor de tosti rustig de tijd heeft een tosti te worden. Realiseer dat de tijd om een tosti te maken peanuts is op een heel leven. Wanneer de tosti aan beide kanten Bahama-bruin is haal je de tosti uit de pan en snij je ‘m schuin doormidden. Leg ze dakpansgewijs op een bord en spuit ernaast wat Hela currysaus. Dus niet die van Remia, AH, Jumbo, Plus of Oliehoorn.

En geniet dan van het resultaat: Beide kinderen hebben drie tosti’s naar binnen gewerkt alsof ze weken niet gegeten hadden!

En nu dus aan de wentelteefjes. Omdat ze vakantie hadden kwamen ze om 10 uur binnen lopen en gingen ze braaf aan tafel zitten. Tijdens het bakken namen we de week door: school, voetbal en randzaken zoals vriendjes en vriendinnetjes. Eigenlijk ging ik terug in de tijd toen ik aan het vroegpuberen was. Ik heb genoeg herinneringen met oudere generaties en daardoor bouw je ook respect voor elkaar op. Dan wordt ik enthousiast en probeer ik mijn herinneringen weer met hun te delen, om te laten zien dat ik ook geworsteld heb met puberprobleempjes zoals zij dat nu hebben.

“De Lagere school vond ik geweldig, het middelbaar onderwijs vond ik verschrikkelijk. Voetballen deed ik op het schoolplein, op straat en op het voetbalveld en mijn eerste verkering was met Karin. Toen was ik zes.”

Maar ze hadden geen aandacht voor mij, ze vielen aan op de wentelteefjes die vers gebakken (in de roomboter) op hun bord lag. Ze vonden het heerlijk. En het rook ook zo lekker.

Ik was het met ze eens.

En de generatiekloof was als sneeuw voor de zon verdwenen!

De sleet zit in de keet

Mijn vrouw is een beetje teleurgesteld in mij want ik verras haar de laatste tijd nooit meer. Zij houdt ervan om verrast te worden met een bloemetje, een lief briefje in haar lunchzakje of een spontane ‘Ik hou van je!’

Dit floepte er van de week ineens bij haar uit, tijdens het kijken naar Binnenstebuiten. Mijn reactie was een lang zwijgen terwijl ik normaal gesproken altijd wel de discussie aan ga, maakt niet uit waarover.

Want nu had ze gelijk, ze had gewoon gelijk!

Even probeerde ik mij er nog uit te redden met een oprisping: “Maar ik kijk nu toch ‘gezellig’ met je naar Binnenstebuiten?” Want eerlijk gezegd krijg ik jeuk van dit programma, behalve wanneer die koks erop uitgaan om bij een kleine ondernemer iets te proeven zoals een lekker biertje, bonbonnetje of een mooi stukje vlees. Maar hoe iemand een oude verbouwde school of kerk inricht zou mij een zorg zijn, vooral om hoe ze praten:

“Deze ruimte heeft hele fijne, delicate vibrerende accessoires waar je de oorsprong van het gebouw in terug kan herkennen..”

En dan staat manlief ernaast, braaf te knikken. En even later mag manlief wat vertellen en dan staat vrouwlief weer braaf mee te knikken. Volgens mij is het van A tot Z gescript en dan ben ik weg want ik hou van spontaniteit. En geloof mij, deze praatjepot’s zijn niet spontaan! Want kijk maar eens een paar afleveringen achter elkaar, dan zie je dat ze allemaal hetzelfde doen uiteindelijk. Het enige verschil zou je nog kunnen zoeken in de inrichting, maar de woorden die gebruikt worden in al die programma’s komen allemaal overeen:

‘Details’. ‘Sfeer’. ‘Warmte’. ‘Verloren ruimte’. ‘Basis kleuren.’ ‘Robuust’. ‘Stijlen’. ‘Mix’. ‘Design’.

En daar ben ik op de een of andere manier allergisch voor. Net zoals de reclame die we tussendoor opgedrongen krijgen. Overgevoelig noemt mijn vrouw dat. Dan zit ik zwaar te zuchten op de bank en dan weet zij al hoe laat het is en wil ze het liefst wegzappen van het onderwerp. Want zij kan zich daarvoor afsluiten. En ik niet. En daardoor ontstaat er toch een probleempje in onze relatie.

Kennelijk zat ik nu te zuchten terwijl wij samen op de bank naar Binnenstebuiten zaten te kijken en kreeg ze dat ‘gevoel’ weer dat onze relatie een beetje vastgeroest is.

Tja, de vrouw en haar gevoel. Menig man krijgt hier mee te maken. En hoe je je ook verdedigt, dat gevoel is een dingetje hoor. Je moet van goede huize komen om iets van dat gevoel weg te nemen. Ik wil mij niet op de borst slaan maar meestal lukt het mij wel. En niet door een bosje bloemen mee te nemen, ook niet door twee bossen bloemen mee te nemen bij de supermarkt omdat twee bossen in de aanbieding zijn voor vijf euro, nee, puur door gewoon iets liefs te doen.

Door bijvoorbeeld even het strijkwerk weg te strijken.

Of heel lekker te koken, precies datgene waar zij zo zin in had toen zij s’morgens door weer en wind op haar fiets naar het werk ging. Zij is bijvoorbeeld gek op stamppotjes en zo maakte ik voor haar van de week boerenkool met worst. Nu hoor ik je al zeggen dat de vorst er eerst over moet maar dat is makkelijk te simuleren door de boerenkool eerst een paar uur in de vriezer te leggen. Dan denkt die boerenkool:

‘Hè! Het vriest! Nu wordt ik nóg lekkerder!’

Maar goed, daar wordt zij dan heel gelukkig van en dan denk ik: Waarom bloemen als je het ook met boerenkool kan zeggen! Soms vraagt ze ook of ik nog van haar hou en dan antwoord ik altijd met de woorden: “Kind, je moest een weten! Dat is met geen pen te beschrijven!” en ga vervolgens weer door met mijn bezigheden van dat moment. Eerder nam ze daar nog wel genoegen mee maar nu was de maat kennelijk vol.

Volgens haar zit de sleet er in.

“Lieverd, ik hou toch van je!” riep ik haar liefkozend toe en trok daarbij mijn meest ernstige doch liefdevolste blik. Maar het was te laat, het was niet meer spontaan in haar ogen en ik moest nu mijn volledige aandacht geven. “Laten we erover praten schatje. En ja, ik weet het dat ik soms niet al te scheutig ben met complimentjes maar geloof mij, geloof mij allerliefste, ik hou van je met heel mijn hart en van hier tot de maan en zelfs nog verder dan de maan!”

“Zie je wel! Je neemt mij niet serieus!”

Oké, daar had ze wel een punt en toen heb ik maar toegegeven dat ze gelijk had. Ik schoot tekort en beloofde haar mijn leven te beteren. “Zal ik morgen de was anders even vouwen, dat scheelt jou weer werk.” Want dat was ook een dingetje, dat ik steeds minder in het huishouden doe. Dat klopt. Maar dat komt ook omdat zij mij niet helemaal vertrouwd met het huishouden. Ik ben wat makkelijker in de uitvoering daarvan.

Daarom doet ze het liever zelf.

“Nee hoor, dat hoeft niet. Ik heb liever dat je het lijstje met klusjes afwerkt want ook dat wordt eerder langer dan korter. Pfff….dat was weer een statement maar ik hield mij in, uit liefde. Nu heb ik laatst wel een paar muurtjes gesausd maar we kwamen erachter dat het niet helemaal dekkend was, met andere woorden, het moet nog een keer. Een beetje klusser had dan allang een pot verf bijgehaald en de muren opnieuw gedaan maar in dit verhaal zat dat er niet in.

Want ik ben geen ‘beetje klusser.’

Nu heb ik mijzelf voorgenomen om op zeer korte termijn die pot verf te kopen en de muren van een tweede laag te voorzien. Daarmee toon ik haar mijn liefde en zal zij mij vergeven voor mijn botte houding en kan de sleet weer in de kast.

Eergisterenmorgen kwam ik beneden en struikelde haast over de wasmand met de keurig opgevouwen was. Op de bank zat haar zoon en ik wees op de mand: “Heb jij dat gedaan?” Een dikke grijns van oor tot oor verscheen op zijn gezicht: “Ja, dat had Mam gevraagd. In een Appje. En dat doe ik dan direct!”

Tsssss…. De jeugd van tegenwoordig is ook niet meer wat het geweest is!

De postbezorger belt altijd twee keer

Het verbaasde mij niet dat de postbezorgers in de provincie Groningen het meest geliefd zijn. Zo een keer per maand tref ik wel eens een postbezorger aan de deur en die staat mij altijd vriendelijk te woord, glimlach om de mond en ogen die oprecht uitstralen lol in het werk te hebben. Dat verbaasde mij dan weer wel want dit beroep is behoorlijk uitgekleed. Door de politiek. Die bedachten enige jaren geleden dat het monopoly van de PTT, TPG, TNT, Post.NL, of weet ik veel hoe ze zichzelf tegenwoordig nog noemen, maar eens afgelopen moest zijn.

Laat het maar over aan de marktwerking, dat is goedkoper!

Toen kwamen er ineens andere postbedrijven bij en werd onze post vanuit diverse loodsen en huiskamers gesorteerd en naar de geadresseerde gebracht. Ja, je las het goed, huiskamers. Want medewerkers van Sandd kregen de bakken met post thuisbezorgd waarna ze het zelf mochten sorteren en zelf mochten bepalen wanneer ze het gingen bezorgen. Dat laatste overigens wel binnen een bepaalde tijdsduur.

Dat was een soort thuisbezorgd.nl voor postbezorgers zeg maar….

Ik vond dat altijd raar. Want de ouderwetse postbode was een beroep op zich. Deze mensen waren trots op hun werk en trotseerden alle weersomstandigheden, onwetend over de ‘gevaren-codes geel-oranje en rood, enkel om jouw post veilig aan huis te bezorgen. Daarnaast tekenden zij een geheimhoudingsverklaring en moesten ze, uiteraard, van onberispelijk gedrag zijn. De postbode was belangrijk voor alle lagen van de bevolking en kreeg daar ook naar betaald. Voor het zakelijke postverkeer maar ook voor de particuliere post natuurlijk. De postbode was een begrip. En er waren ook BP’ers, Bekende Postbodes zoals Pieter Post, Raymond van Barneveld, Berry van Aerle, Piet Kleine, Paulus Post (Oebele), Hein Gatje (J.J. de Bom), Anton Gleuf en last but not least…

Postbode Siemen Sietsema!

De postbode kwam overal en kon ook vaak verhalen vertellen of overbrengen, van wijk tot wijk of van dorp tot dorp. En de postbode was ook een belangrijke schakel in de liefde. Ik heb jarenlang vele brieven geschreven naar mijn geliefde en dan was het altijd ontzettend spannend wanneer je weer een brief terug kreeg:

‘En morgen, als de postbode mijn huis weer heeft gevonden, dan stort ze mijn hart vol… met al het liefs uit ….Scheemda.’

Maar de laatste jaren lag mijn post bij iemand anders in huis. Dan lag mijn felicitatie-kaart voor Tante Truus ineens op de keukentafel van de Sandd bezorger en zat hij of zij lekker te sorteren, onder het genot van een bakkie pleur en een sprits. En als je pech had kreeg de kleuter in dit huishouden het ook nog even te pakken met zijn limonadehandjes of hij of zij vouwde er vliegtuigjes van…

Dit heeft jaren geduurd, dat was nog ver voor de privacywet bedacht werd.

Maar het allerergste was dat je er niet meer op kon vertrouwen dat je post nog wel bezorgd werd.  Want niet elke nieuwe postbezorger nam zijn/haar werk serieus. Op zich ook wel logisch want de salarissen waren een stuk lager. Want door simpel het woord postbode om te buigen tot postbezorger kon men het uurloon lekker naar beneden schroeven. Maar nu lijkt het er op dat de post weer een monopoly zal worden, want Post.NL gaat een fusie aan met Sandd. Maar dat is natuurlijk mosterd na de maaltijd.

Want er is haast geen post meer.

Ja, de blauwe enveloppen van de Belastingdienst. Terwijl het gros van de mensen aangegeven hebben deze digitaal te willen ontvangen, blijven ze stug die enveloppen opsturen. En verder krijgen we nog folders. Veel folders met aanbiedingen die wij eigenlijk niet kunnen laten liggen. En tussendoor valt er ook nog wel eens een bekeuring op de mat maar dat is het dan eigenlijk ook wel.

En hoe zit het met de verjaardag ’s kaartjes?

Nou, die zijn er nog wel maar we gebruiken ze nooit. We doen die felicitaties tegenwoordig gewoon via Facebook. Ideaal! Facebook houdt je op de hoogte, geeft je een seintje dat 1, 2, 3 of zelfs meer vrienden van je jarig zijn. En soms staat er dan ook nog eens hoeveel jaar je geworden bent waardoor je je wensen nóg specialer kan maken.

Echt, sinds ik Facebook heb feliciteer ik mij het ongans!

Elke dag is er wel iemand jarig. En het ergste is dat ik al niet eens meer naar de verjaardagskalender kijk. Terwijl ik een hele mooie heb, ooit gekregen van aardige collega’s met persoonlijke foto’s. Die hangt in de wc maar ik kijk er niet meer naar. Vergeet zelfs regelmatig de maand om te slaan waardoor het bijvoorbeeld nu nog september is in onze plee. Nee, zodra ik mij overgeef aan een toiletbezoek kijk ik alleen nog maar naar mijn telefoon. En stuur ik vanaf de pot mijn digitale wensen naar de jarige. En aangezien de meeste mensen de kalender op de wc hebben hangen en vast óók hun telefoon meenemen, is het zeer waarschijnlijk dat als iemand je feliciteert met je verjaardag, deze persoon ook op dat moment met andere dingen bezig is….

Ja, nu ga je er ineens anders naar kijken hè!

Het is niet voor niets dat de telefoon tien keer viezer is dan de wc-bril. Maar ik dwaal weer eens af. Dat doe ik wel vaker. Oh ja, ik had het over de minimale post die nog op de deurmat valt. Maar dat hebben we natuurlijk aan ons zelf te danken. Want wie schrijft er tegenwoordig nog een brief of kaart? Haast niemand meer. We sturen nu een mailtje of …dat kan korter….een Whatsappje.

Dit is dus geen klaagzang maar een hand in eigen boezem steken!

Maar voor nu is het een feit dat de Groningse postbezorgers het meest gewaardeerd worden. Dat lijkt mij logisch toch? Want in dit deel van Nederland zijn de mensen nog onthaast, staan altijd open voor een praatje. En daarom belt de postbezorger eerst één keer en blijft dan wachten.

Want hij snapt dat je waarschijnlijk achter huis nog even met de buurman/vrouw staat te praten.

Om vervolgens een tweede keer aan te bellen!

 

Lui

Nu de laatste tractoren en de laatste klimaatdemonstranten Den Haag weer verlaten hebben, kunnen we weer over tot de orde van de dag. Want het leven gaat nog steeds door, ondanks de klimaat- stikstof- en ‘hoe beledig je de boer’ crisis. Terwijl ik wel bewondering heb voor al die demonstranten hoor, ik doe het ze niet na en wil hier wel even bekennen nog nooit gedemonstreerd te hebben. De reden?

Omdat ik te lui ben.

En omdat ik helemaal geen zin heb in de reis die je ervoor moet maken. Want er komt wat bij kijken hoor. Want eerst moet je bedenken hoe je er heen gaat, met de auto of met de trein. In mijn geval wordt dat de trein want ik heb een bloedhekel aan file rijden. Of je moet een elektrische auto hebben want dan mag je op de ‘Tesla-strook’! Deze strook komt er straks bij als wij, simpele fossiele brandstofrijders, weer teruggezet worden naar 100 km per uur. Die elektrische coureurs mogen dan op de ‘Tesla’ strook wel 130 km per uur rijden.

En opnieuw hebben we een tweedeling in ons land!

Dan de voorbereiding op de demonstratie dag. Er moet een lunchpakket gemaakt worden. Daarbij komt dan nog een thermoskan koffie want die oploskoffie in de trein is niet te zuipen. Eenmaal in de trein mag je dan hopen een plekkie te vinden want ik ben natuurlijk niet de enige die naar het Haagse gaat waardoor je voorbij Zwolle geheid als een sardientje in een blikje omringt ben door mede-demonstranten. Vervolgens moet je dan naar je startplek lopen, meestal is dat het Malieveld in Den Haag en mag je hopen dat je je blaas nog heb kunnen legen in de trein of op het station. Of zoals ik wel eens doe, bij de Mac Donalds, die hebben fantastische waterbesparende toiletten.

Dat is voor mij als 50 plusser de voornaamste reden om te gaan juichen als ik die grote M zie aan de horizon!

En dan moet er nog geprotesteerd worden! Het lijkt wel een dagtaak maar dat is het ook. Daarom heb ik veel respect voor al die demonstranten. Althans, als het echt ergens om gaat. Zoals bijvoorbeeld bij de hierboven genoemde demonstraties. Beiden hebben en maken een punt. Maar ik ben niet voor alle demonstraties hoor, bepaalde zwart-wit discussies sla ik over omdat het de groep waar het uiteindelijk om gaat een biet zou wezen.

Als ze maar hun cadeautjes krijgen…

Maar goed, we gaan weer over tot de orde van de dag. En die orde is onder andere dat we midden in een regenperiode zitten. Mijn eigen persoontje kreeg het behoorlijk te verduren en ben een aantal keren flink nat geregend. Maar zoals een plaatsgenoot mij van de week vertelde toen we aan het schuilen waren voor weer een hoosbui, het water komt nooit verder dan je vel! Dat zei zijn opa altijd en die man had alle gelijk van de wereld.

En door al die regen roeiden we haast ongemerkt de herfstmaand oktober in.

En oktober is voor mijn vrouw het startsein dat het ‘gezellig’ gemaakt moet worden in huis. Afgelopen voorjaar had ze het een en ander aan huisraad via Marktplaats verkocht, onder andere enkele lampen en diverse ‘accessoires’. Ondanks dat het in eens een stuk donker was in huis (‘Tis nog nooit zo donker west’)  ruimde het mooi op. 

Althans, zo dacht ik erover.

Ik zag het maar als een genetisch bepaalde fase, als een vorm van nesteldrang zeg maar. We zien dat elk voorjaar terugkomen in de natuur en dat slaat dan weer over naar de mens. Dus ook op mijn vrouw. Maar nu zitten we in de herfst van het jaar 2019 en dan krijgt ze weer de kriebels.  Want die ‘lege plekken’ in het huis moeten weer opgevuld worden. Dat bedenkt ze samen met medestanders in het complot, zoals haar Woonmagazines, het digitale Pinterest en haar ‘deskundige-op-dit-gebied’ achterbuurvrouw. Dat opvullen gaat niet in één keer maar in fases.

Want dan valt het niet op en breekt bij mij het zweet niet uit.

Inmiddels hebben we weer licht in huis. Naast diverse accessoires in de vorm van gezellige kleine lampjes, schaaltjes en een gouden beeldje van een Toekan (?) staan er ook weer echte lampen. Die laatste hebben andere kappen gekregen zodat ze weer een tijdje ..euhhh…periode mee kunnen.

Tot de volgende fase aanbreekt.

En dan begint alles weer opnieuw. Het is een soort van onrust. Onrust die ze heel goed kan delen met die achterbuurvrouw. Die twee kunnen ook uren en uren praten over de inrichting van huis, , over op welke plek iets moet staan en welke kleur het object moet hebben. En zodra ze dan zeg maar  kleur bekennen wordt mijn hulp gevraagd.

Zoals afgelopen dinsdag.

Ik had dat tasje van de verfwinkel allang zien staan maar liep er met een grote boog omheen. Tot moeder de vrouw mij erop wees: “Ik heb een klusje voor je! Die muren moeten geverfd worden.” Mijn eerste reactie was een natuurlijke reactie: “Verven? Die muren hebben toch al een kleur?” waarna ik door wilde lopen naar boven, naar mijn eigen veilige klusjes loze kamertje.

Want ik hou niet van klussen.

Ze hield mij tegen, haalde mij een beetje aan en sloot af met een kus. “Joh, die muurtjes heb jij zo geverfd. En jij kan dat ook zo goed, jij hebt het geduld om ook bij de randjes netjes te verven.” Natuurlijk voelde ik mij gevleid en uiteindelijk zwichtte ik voor haar vleierij. “Oké, ik ga er van de week mee aan de slag.” en wurmde mij los uit haar omhelzing. Tenminste, dat dacht ik: “Ho, ho, dat kun je nu toch wel even doen, je bent vrij vandaag!”

Fout!

Want ik moet eerst aan het idee wennen, dan ga ik een plan maken en tot slot bepaal ík de dag, niet zij!

Want waar de man woont draagt hij de kroon!

PS Het werd een compromis. Ik mocht die dinsdag nog wat voor mijzelf doen als ik maar beloofde om zondag te gaan verven.

 

 

Niet gek maar knettergek!

Het is zover. Het mag niet meer. Althans, ik mag het niet meer doen, ik moet voortaan genderneutraal schrijven! Want regelmatig heb ik het over ‘mijn vrouw’ omdat zij mij nogal eens inspireert te schrijven over de verschillen tussen man en vrouw maar dat mag dus niet meer. Voortaan moet het anders, bijvoorbeeld:

Mijn partner…of…Mijn mens…?

Eigenlijk dacht ik steeds dat al dat geleuter over genderneutraal vanzelf wel zou verdwijnen. De NS was er in 2017 al mee begonnen door op het perron ‘Beste dames en heren’ te vervangen voor ‘Beste reizigers’.

Daar was over nagedacht…

Ach ja, dit soort oprispingen werkt bij de nuchtere inwoners van dit land natuurlijk behoorlijk op de lachspieren. En het inspireerde mij toentertijd om er een stukkie over te schrijven. Daarom ben ik wel blij met deze gekkies die de hele dag dingen verzinnen om maar een beetje aandacht te genereren.

Want een dag niet gelachen is een dag niet geleefd!

Opvallend vaak komen deze bedenksels uit de hoofdstad, Amsterdam, de stad van trendsetters en, die hoor je ook steeds vaker, de influencers. Deze laatste roeren zich voornamelijk op het internet, hitsen de boel een beetje op waarna heel Nederland daar weer op gaat reageren. En dan hebben de influencers hun doel bereikt, namelijk aandacht.

Zo zagen we na de gruwelijke moord op een advocaat ineens opperste verontwaardiging in de hoofdstad. Terechte verontwaardiging natuurlijk om de daad, debiel voor woorden. Maar ook verontwaardiging met een luchtje. Want er werd door de media gesuggereerd dat er in Amsterdam wel eens wat gesnoven werd. Dat criminelen daar dik verdienen omdat er veel gebruikt wordt. Wij, de meerderheid, wij, nuchtere Nederlanders, weten dat allang. Want Amsterdam is niet meer alleen poep op de stoep zoals Ciske de Rat dat zo grappig en leuk kon zingen, nee, de Hoofdstad gaat naar de gallemiezen!

Want de cocaïne klotst tegen de kades van de Amsterdamse grachten op!

En die crimineeltjes varen er wel bij. Dat zijn jochies op scootertjes met hoodies die niets anders doen dan die rotzooi verkopen aan brave, hippe Amsterdammers. Amsterdammers die denken zo verdomde hip te kunnen zijn dankzij dat poeder, in hun flitsende wereldje met bakfietsen, scootertjes, bierfietsen en blote mannen en vrouwen op bootjes in de grachten.

En dan moet je betalen, betalen, pannekoek!

Maar van dat snuiven ga je raar doen. Ten eerste snuif je jezelf het neustussenschot weg, ten tweede sterft je grijze massa af mits je die überhaupt nog hebt want ja, hoe kom je erbij om poeder met je neus op te snuiven en ten derde krijg je kronkels in je kop. En ja, dan bedenk je ineens dat de visboer in de stad weg moet want die trekt teveel toeristen aan. Of de letters I AMSTERDAM moeten weer weggehaald worden want ook dat trekt teveel toeristen aan. Of je maakt de stad zo ontzettend duur om in te wonen waardoor er geen leraar meer wil werken. Met van de week het trieste resultaat dat een basisschool sluiten moest …

Mijn advies? Stop met snuiven!

En kijk daarna eens om je heen want er is meer dan Amsterdam. Je mag best trots zijn op je stad maar inmiddels is het trotse gedrag overgegaan in hautain gedrag. Wij, in jullie ogen eenvoudige burgers uit de provincies, komen niet alleen naar Amsterdam omdat het Amsterdam is. Dat denken jullie.  Nee, wij komen voor jullie zelf.

Om vervolgens hoofdschuddend en vol medelijden terug te rijden naar huis…

Je zou zeggen dat ik afwijk van waar ik mee begon maar niets is minder waar. Want er was nieuws wat eigenlijk ook zo in Amsterdam bedacht had kunnen worden. Het nieuws kwam nu uit het land van de Gele Hesjes, Frankrijk. Men had bedacht dat speelgoed voortaan genderloos moest worden.

Ja, ik herhaal het hier maar even, ze willen genderloos speelgoed!

Natuurlijk schoot ik even in de lach en ging vervolgens verder met mijn bezigheden. Maar dit nieuws verspreidde zich miraculeus want het werd natuurlijk weer opgepakt door die internet gekkies. Waarom? Omdat het afwijkt van de norm en daarmee kan je de boel lekker opstoken. En ja hoor, de nuchtere mensen die we hier nog in dit land hebben (lees: de meerderheid), vielen om van verbazing. Ik dacht eerst nog dat het wel over zou waaien maar een van onze eigen ministers vond het een goed plan en besloot dat ook maar even te twitteren of op een andere manier aan het volk kenbaar te maken.

Het klootjesvolk zeg maar…

Als deze idioterie een bodem krijgt dan mag ‘de mens’ in de speelgoedwinkel straks niet meer vragen of het een cadeautje voor een jongetje of een meisje is. Het meisjes en jongens inpakpapier moet dus in de ban en daarvoor krijg je genderloos papier. De blauwe en roze muisjes op de beschuitjes gaan ook op de schop, die worden straks in de fabriek van De Ruijter op een hoop gegooid en komen gezamenlijk in een genderneutraal doosje. En Roze Zaterdag, dat gaan ze dan ook verbieden, toch?

Of gaat dat de trendsetters, de influencers en de hipsters met hun omgekrulde broekpijpjes en blote voeten in de schoentjes dan te ver?

Weet je, ik ben voorstander van dat iedereen zichzelf kan en mag zijn. Dat is onze verworven vrijheid. Dat zijn de regels in dit land. Maar ga nu asjeblieft niet de boel op stang jagen en van alles verzinnen om een perfecte maatschappij te willen creëren. Alle drie mijn zonen hebben op voetbal gezeten en toen speelden zij al met meisjes in de teams. Ik sprak dan met de vaders van die meiden en die waren apetrots op hun voetballende dochters. Terecht. Dat zijn voor mij ‘blauwe meisjes’, niks mis mee. En zo ken ik ook een jongen die ontzettend goed dansen kan, landelijk valt hij regelmatig in de prijzen.

En ook daar is niks mis mee!

Maar voor mij gaat er wel wat mis als ik genderneutraal schrijven moet. Want de meeste onderwerpen worden mij hier thuis aangedragen door mijn vrouw…euh…mijn mens, week in week uit.

Om de doodeenvoudige reden dat mannen en vrouwen wel degelijk verschillend zijn!

En dat heeft ook weer zijn/haar leuke kanten, toch?

De dame met de lamp

Vorige week zondag kreeg ik via WhatsApp een foto onder ogen. Op deze foto was te zien hoe Anneke, een kennis van ons, door haar man innig omhelsd werd nadat haar laatste minuten als actieve verpleegkundige waren ingegaan, ze ging met pensioen. Haar man, kinderen en kleinkinderen haalden haar op omdat dit natuurlijk een heel bijzondere dag was.

Ze was ontzettend geroerd…

En het roerde mij. Want ik zag in die ene ontroering haar hele werkbare leven voorbij komen. Zevenenveertig jaar geleden begon ze bij het RK Ziekenhuis in Groningen en de laatste jaren werkte ze op de afdeling Acute Opname in het OZG. Met plezier draaide ze al die jaren dag-avond en nachtdiensten. En natuurlijk waren er dagen dat het zwaar was.

Heel erg zwaar….

Dat waren de dagen dat jonge mensen en mensen van haar eigen leeftijd kwamen te overlijden. Dan troostte zij zich maar met het feit dat zij die laatste uren aan hun bed gestaan heeft, dat ze het vreselijke lijden enigszins heeft kunnen verlichten door medisch in te grijpen maar ook door kleine gebaartjes, zoals eventjes over de wang of door het haar strijken. Maar ook door de patiënt lieve, geruststellende woorden toe te fluisteren of gewoon door snel in te grijpen bij ongemakkelijke, mensonwaardige momenten..

Zwijgend, zonder bravoure maar enkel uit mededogen…

Jaren en jaren liep ze als een Florence Nightingale door de gangen van het St. Lucas ziekenhuis. Samen met haar collega’s draaide ze haar diensten zonder klagen. Collega’s waar ze mee kon lachen maar ook waar ze mee kon huilen, dan droegen zij het kruis gezamenlijk en ja, dan is de last minder. Deze collegialiteit is juist zo bijzonder en belangrijk. En die zie je vaker bij mensen die hulp verlenen. Want ze zijn zich allemaal bewust van het feit dat zij zich bevinden tussen de realiteit van pijn en verdriet en leven en dood.

Hun handelen is van levensbelang.

Alleen wordt dat nog wel eens vergeten. Dan uiten we onze pijntjes in ongenoegen. En omdat mensen zoals Anneke op dat moment het dichts in de buurt zijn, krijgen zij het vol over zich heen. En waar de meeste mensen dan wild om zich heen beginnen te slaan of verbaal vreselijk uit hun pan gaan, blijven de dames en heren in de zorg rustig en kalm.

Daar kan menig kort lontje een voorbeeld aan nemen.

Maar ik zag meer op die foto. Ik zag dat ze eigenlijk nog helemaal niet wilde stoppen. Want dat zit niet in haar systeem. Anneke staat in mijn ogen dan ook symbool voor al die medewerkers in de zorg. Die medewerkers die voor ons klaar staan wanneer we ons in een ongemakkelijke positie bevinden. Medewerkers die zorg geven omdat ze onder andere de volgende eigenschappen hebben: betrokkenheid, empathisch vermogen en passie.

Enorme passie.

En flexibiliteit. Want ook in de verhuizing naar het splinternieuw ziekenhuis zag zij iets positiefs, ondanks dat er daardoor op een andere manier gewerkt moest worden. Daarom snap ik de huidige realiteit niet. Een realiteit die deze mensen dwingt om acties te voeren voor wat meer salaris en wat minder werkdruk. Zo las ik van de week een krantkop: ‘Vierhonderd patiënten de dupe van acties ziekenhuispersoneel’. Hoezo de dupe? Want in mijn ogen ligt de oorzaak dat er gestaakt wordt niet bij de verzorgenden maar bij de werkgevers en de politiek. En ik denk dat die vierhonderd patiënten eerder begrip voelen voor de situatie dan dat zij zich de dupe zullen voelen. Want in elke branche worden de CAO’s aangepast aan de tijd, aan de welvaart en aan de vraag. In dit geval om meer handen aan het bed.

Want de vraag om zorg neemt eerder toe dan af!

Want links of rechtsom, de mens zal altijd zorg nodig hebben. Bij de een vanwege minder goede genen, bij de andere omdat deze de verleidingen van de welvaart niet kan weerstaan. Terwijl we er alles aan doen om deze verleidingen aan te pakken, zoals bijvoorbeeld bij het rook-alcohol- en drugsbeleid. Maar laten we de voedingsindustrie hierbij niet voorbij gaan, want ook die zijn er debet aan dat we steeds meer zorg nodig hebben. Iemand die nooit rookt of drinkt kan nog steeds ten onder gaan door producten te eten waar allerlei toevoegingen inzitten die niet natuurlijk zijn.

Puur en alleen maar om het langer houdbaar te maken en er lekkerder uit te laten zien!

Daarom blijft de grote vraag waarom men er maar niet uit wilt komen. Zijn hun handen echt gebonden of zijn ze bang voor hun eigen inkomen? Zorg is niet uit te bannen. Je kan niet zeggen: we stoppen met de zorg want het is te duur. Het gaat hier om mensen, niet om producten. En er zijn mensen zoals Anneke die de zorg zien als hun roeping. Net zoals ooit Florence Nightingale, ‘The Lady with the lamp’, haar leven inzette om te zorgen voor de medemens. En geloof mij, niet iedereen is in de wieg gelegd om zorg te verlenen! Dat zit in je of niet. Een poster van Loesje laat precies weten hoe dit soort mensen zijn en hoe ze hun werk uitvoeren:

‘Twee ogen, twee oren, twee handen, twee benen. Ik kan wel acht dingen tegelijk!’

Anneke gaat nu genieten van haar welverdiende, vrije tijd. Ze hoeft niet meer in weer en wind ’s avonds de deur uit als iedereen lekker thuis zit, met de feestdagen werken terwijl haar gezin gezellig thuis aan tafel zit of kant en klare maaltijden nuttigen omdat ze een avonddienst heeft. Nee, ze heeft haar plicht ruimschoots gedaan en ik herhaal het nog maar eens, zevenenveertig jaar heeft ze zorg gegeven. Voor mensen zoals jij en ik. Samen met haar man mag ze nu gaan reizen en de wereld verkennen. Zonder te zorgen. Zonder zorgen.

Maar ik hoop oprecht dat de zorg gaat krijgen wat ze verdienen zodat er nieuwe Anneke’s zullen opstaan en het edele vak van verpleegkundige of anders gaan oppakken.

Anders moeten wij met zijn allen ons serieus grote zorgen gaan maken….

 

Met andere ogen

Logisch dat ik het zelf niet gezien had. Daarom draag ik een bril. Maar dankzij een goedziende collega kwam ik erachter: het montuur van mijn bril was gebroken. Dat was best wel vervelend want dat kan weer kosten met zich meebrengen en daar zit ik nou net effe niet op te wachten. Aan de andere kant…

‘Elk nadeel hep zijn voordeel!’

Want de relatie tussen de bril en mij is niet goed. Regelmatig vervloek ik dat ding, wij passen niet bij elkaar. Eigenlijk al vanaf de eerste dag botert het niet tussen ons, laat hij zich ook wel eens (expres!) vallen of hij drukt zichzelf zó zwaar op mijn neus dat ik er koppijn van krijg.

Regelmatig overviel mij dan ook de gedachte om van ‘m te scheiden…

Maar ja, dat kost geld. En ik weet nog dat ik deze bril mee naar huis nam, ter kennismaking met mijn naasten. Op één persoon na, de enige man overigens, vond iedereen hem hip. Helaas liet ik mij leiden door de meerderheid en besloot er toch voor te gaan, terwijl een klein stemmetje in mijn hoofd zei dat ik het niet moest doen. Want deze bril was teveel bril. Als ik ergens binnen zou komen dan zou men mij niet zien maar wel de bril.

En daarna zagen ze mij pas…

Want dat was op dat moment de mode. En ik ben niet van de mode, ik ben van gewoon. Hier was dus duidelijk sprake van een ongelijkwaardige relatie. Dit kon nooit goed gaan maar eigenwijs als ik ben besloot ik toch door te zetten. Al gauw ging het mis, de bevestiging van het neusvleugeltje brak af. Einde relatie!

Dacht ik.

Vrolijk liep ik de brillenwinkel binnen en keek al met een schuin oog naar de andere, minder opvallende brillen aan de wand die zich lonkend aan mij toonden. Niet extravagant maar gewone, envoudige brilletjes. De opticien was snel klaar met zijn oordeel. Eigenlijk veel te snel:

“Dit mag nooit gebeuren! U krijgt een nieuwe want hij valt nog binnen de garantie!”

Het voelde aan als een mislukte poging tot relatietherapie en ik werd nog chagrijniger. Hoe kwam ik van dat ding af? En hoe moest ik dit thuis vertellen want mijn vrouw had inmiddels ook een hekel gekregen aan deze bril. Ook zij voelde dat dit ding het derde wiel aan de wagen was.

Steeds vaker verzocht ze mij om mijn oude bril op te doen, zelfs als we naar bed gingen want ‘dat was prettiger om naar te kijken..’

Daarnaast begon ik ook anders te kijken naar dingen. Bijvoorbeeld naar het Westen des Lands. Daar hadden ze bedacht om de Formule 1 races naar Zandvoort te halen. Naar Zandvoort! Zandvoort, het Scheveningen van Noord-Holland. Als ex-Westerling kende ik Zandvoort wel. Van de files er naar toe wanneer het een beetje begon te zomeren. Dat kwam omdat de naam groter is dan de bestaande infrastructuur, die bestaat namelijk uit louter B weggetjes en olifantenpaadjes. Gelukkig kon er een keuze gemaakt worden want in Assen, dat ligt in Drenthe maar valt nog steeds onder Nederland, ligt een hele mooie racebaan. En die racebaan ligt precies tussen een prachtige infrastructuur van mooie 100 km wegen waar haast nooit files staan. En op een steenworp van Assen ligt een schitterend vliegveld waar de heren van Mercedes, Renault, Ferrari en Alfa Romeo prima kunnen landen met hun autootjes.

Er is zelfs plaats voor de Pitspoezen!

Maar de arrogantie won uiteindelijk toch van de logica. Enkele prominenten in ‘het wereldje’ kochten her en der wat mensen om en de keuze viel toch op Zandvoort. Heel nuchter Nederland viel achterover van verbazing. Inmiddels weten we dat naast het aanpassen van de wegen, ook het spoor daar op de schop moet. Zodat de liefhebbers van de Formule 1 met de trein ernaar toe kunnen. Ik vraag mij dan af wat er met dat spoor gebeurt als dat weekendje racen voorbij is.

Ik zou zeggen: Zet ‘m in als spoorlijn tussen Noord-Holland (via de Afsluitdijk) en Friesland!

Dat maakt dan de druiven ietsjes minder zuur. Maar dit soort mensen kijken met een andere bril naar ons, eenvoudige stervelingen buiten de Randstad. Wij zijn immers de boeren die teveel stikstof produceren, daarom bedacht deze week een jochie van notabene Democraten’66 dat de boeren maar eens flink aangepakt moesten worden. Heel raar, want de grootste uitstoot manifesteert zich boven de Randstad. En die hebben niet zoveel veeteelt, enkel wat kinderboerderijen zodat de kinderen daar ook leren waar de melk vandaan komt…

Maar ja, die bril van mij hè. Daar was iets mee waardoor ik wellicht alles verkeerd zag.

Daarom ging ik vorige week naar de opticien. Op advies van mijn vrouw, zij had daar ook een bril gekocht en was zeer tevreden met het advies en het resultaat. Ik kwam precies volgens afspraak om 2 uur binnen, hijgend als een oud paard want ik probeerde met mijn ‘gewone’ fiets mijn vrouw bij te houden.

Ja, zij rijdt elektrisch tegenwoordig.

De opticien was geduldig en gaf mij een brillendoekje om de nattigheid van mijn hoofd te deppen. Even later werd ik getest door apparatuur waar menig opticien zijn vingers bij af zou likken. Mijn ogen waren er niet beter op geworden, zo bleek.

Met andere woorden, ik moest aan een nieuwe bril.

Ik keek bedrukt want het blijft altijd maar weer een aanslag maar van binnen was het feest, liepen al mijn rode en witte bloedlichaampjes de polonaise. Na de oogtest kreeg ik een kleuren analyse. Een wat? Ja, een kleurenanalyse. Om te kijken wat voor mens ik ben. Een zeer vriendelijke dame liet mij alle kleuren van de regenboog zien middels gekleurde doeken en na een minuut of tien wist ze het:

Ik was een Lente en Winter mens!

En ze wist ook direct welke bril daarbij paste. Ze liep naar de brillenwand, zocht en zocht en ja, daar was hij. Hij was verkeerd teruggelegd door een klant, in het vakje ‘zomer’. Nadat ik hem opgezet had voelde het direct goed en vroeg ik haar ten huwelijk.

Die vriendelijke dame?

Nee, die bril natuurlijk!

 

 

Sneue sukkeltjes

‘Als een ballon, een ballon, een ballonnetje, Een ballonnetje, dat danst in de wind Aan een draadje naar de zon, Gaat zo’n lekker dikke, rooie, mooie luchtballon Een ballon, een ballon, een ballonnetje, Een ballonnetje, dat danst in de wind Aan een draadje naar de zon, Gaat zo’n lekker dikke mooie Lekker dikke rooie, B’lon, b’lon, b’lon’

Voorgaande tekst komt uit het liedje ‘Als een ballonnetje’ van cabaretier, zanger, kunstschilder en dichter Toon Hermans. Toon leefde grotendeels in een tijd dat ballonnetjes nog gezien werden als onderdeeltjes van onschuldige vrolijkheid en verdriet. Vrolijkheid omdat ballonnen (kinder)feestjes opleukten en verdriet omdat ze vaak werden opgelaten bij crematies of begrafenissen, als symbool voor het loslaten van het leven…

‘Maar wat geweest is, is geweest…’ zong Boudewijn de Groot ooit.

Want de ballonnen zijn de onschuld voorbij lijkt het wel. De magie is weg, ten onder gegaan aan de moderne tijd. Ballonnen komen steeds vaker negatief in het nieuws vanwege de vervuiling van Moeder Aarde. Zo leuk ze hierboven door Toon beschreven zijn, dansend in de wind, zo veel schade brengen ze nadat ze klappen en op de grond vallen.

Want ze komen terecht in de voedselketen van het dierenrijk, met alle gevolgen van dien…

Gelukkig weten we dat en zie je steeds vaker dat er eerst goed nagedacht gaat worden alvorens men overgaat tot het oplaten van die ballonnen. En je ziet steeds vaker dat gemeenten, al dan niet na een burgerinitiatief, aangeven ballon-vrij te willen zijn. Over het algemeen gaat dat zonder slag of stoot want het kroost lijkt zich al steeds vroeger bewust te worden van de gevolgen van vervuiling.

Je zou dan kunnen zeggen: jong geleerd, oud gedaan.

Maar niets is minder waar, de ballon heeft namelijk een nieuwe functie gekregen en dan met name onder het uitgaanspubliek. Was het voorheen nog alcohol of drugs die men nodig had, nu zoeken ze het (ook) in lachgas want we willen meer, omdat we niet meer tevreden zijn met wat we al hebben…

Dat is toch om te brullen!

Toen ik jong was had ik maar een paar biertjes nodig om een leuke avond te hebben. En ik rookte, shag. Geblowd werd er toen wel maar daar had ik niets mee, vond het stinken en had er totaal geen behoefte aan. De kick kreeg ik door bijvoorbeeld gewoon gezellig mee te zingen in de kroeg op nummers van de enige échte André Hazes en ik sloot de avond af met een vette hap in de snackbar waar je alweer wat ontnuchterde door de felle TL-lampen. Of we gingen na sluitingstijd van de kroeg of disco nog even mee met leeftijdgenoten van het ‘vaste land’ die hun vakantie vierden op ons eiland, gezellige jongens en meiden waarmee we een band hadden gekregen.

Dit waren prachtige avonden en nachten waar ik nog regelmatig met zeer warme gevoelens aan terugdenk.

Meer hadden we niet nodig. In de loop der jaren kwamen er steeds meer ‘genotsmiddelen’ bij en zagen we de opkomst van chemische zooi, verpakt in vrolijk gekleurde pilletjes. Alcohol, wiet en sigaretten waren niet genoeg om een leuke avond te hebben, dacht men. Daarbij moet nog wel even gezegd worden dat voorgaande ‘genotsmiddelen’ ook slecht zijn voor de gezondheid en absoluut niet thuishoren in het menselijk lichaam.

‘Stom hè….’ik vind ’t gewoon lekker!’ zou Petje Pitamientje gezegd hebben.

Ik ook hoor. Alcohol en shag waren voor mij onlosmakelijk verbonden met een avondje stappen. Alleen dat blowen vond ik maar niks, dat gelurk aan zo’n grauwe peuk. En soms werd dat ding ook nog doorgegeven en moest je wel andermans lichaamssappen proeven, gadverdamme!

Er zou maar eentje tussen zitten met een koortslip!

Maar ieder zijn ding, ieder zijn behoefte, ieder zijn meug. Alleen hebben ze nu weer wat nieuws, namelijk het inhaleren van lachgas. Dat klinkt onschuldig maar we weten inmiddels beter. Het kan leiden tot zuurstoftekort, bevriezing van de longen, gesprongen trommelvliezen, neurologische aandoeningen en hersenschade.

Maar van dat laatste hebben ze kennelijk al last want je bent toch wel echt een super sneue sukkel als je op straat aan zo’n ballon gaat zitten lurken!

Dan zet je jezelf toch wel echt te kijk. Dat kinderen met ballonnen spelen snap ik, maar dat je als puber of als volgroeide puber met een ballon loopt, mag je jezelf toch wel even serieus afvragen of je alles wel op een rijtje hebt.

Man, man, wat zet je jezelf voor lul!

En natuurlijk hoor ik, 50 plusser, af te geven op deze bezigheden. Toen ik jong was keken die 50 plussers van toen ook meewarig naar de jeugd. Alleen met dat verschil dat onze ouders geen ‘Curling’- ouders waren.

Curling-ouders?

Ja, deze term kwam ik van de week tegen in een artikel en ik vond hem briljant! Ze bedoelen ermee dat er ouders zijn die continu het levenspad van hun kroost aan het schoonvegen zijn waardoor de kinderen niet meer kunnen omgaan met tegenslag en teleurstellingen. Sterker nog, ze noemen het pamperen van je kind zelfs kindermishandeling! Steeds vaker maken we ons daar schuldig aan omdat we liever het conflict met het kind vermijden dan het conflict in de ogen kijken: ‘Naar je kamer! Nu!’ En kinderen voelen dat en buiten het uit, voelen zich prins- en prinsesheerlijk als ze hun opvoeders weer hebben gedist.

Stelletje loeders!

Maar ik snap het wel van die ouders want de kinderen van tegenwoordig zijn een stuk bijdehanter dan in vroegere jaren. Zodra je ze met een argument om de oren slaat om ze ergens op terecht te wijzen, krijg je tientallen argumenten retour, snel even gegoogeld natuurlijk. Je moet echt van goede huize komen om nog steeds door je kinderen als leider te worden gezien.

Dus niet als lijder.

Als Papa tegen zijn kleine meid zegt, ik citeer uit nog maar even een klassieker:

‘Ben je bang voor ’t hondje, Hondje bijt niet, Papa zegt dat ie niet bijt’

Dan kijkt die kleine meid Papa sceptisch aan omdat ze allang weet om welk ras en soort het gaat. Eentje die niet bijt.

“En nu wil ik naar de Mac!”

Het betere lik werk

We zijn uitgelikt. Na jaren en jaren is het over en uit. Dat zal niet makkelijk gaan want we likten ons rijk. Sommigen likten alleen, anderen deden het met de partner of de hele familie en er waren zelfs mensen die het in groepsverband deden. Als je dan toch op zoek zou moeten gaan naar de Nederlandse identiteit dan kwam je wat het likken toch wel heel dichtbij.

Dan had je de Nederlandse identiteit beet bij de kop!

Net op het moment dat ik dit nieuwsbericht met mijn vrouw wilde delen, voelde ik dat het alweer misgegaan was. Beteuterd keek ik naar mijn buik en zag daar een paar kruimels aardappel liggen op mijn overhemd. Op zich was dat nog niet zo erg maar ja, de jus, die maakt vlekken…

“Nee, hè Ar, hoe krijg je het toch voor elkaar?”

Ik keek nu nóg beteuterder want ze had het gezien en ik wist nu wat er komen zou. “Ga nou dichter bij de tafel zitten en leg die telefoon weg!”

“Ja, ja, ik weet het! Maar ik lees net een bericht en daar zal jij wel blij van worden denk ik.” Dit was natuurlijk tactiek van mij want dit onderwerp moest zo gauw mogelijk van tafel want het is een terugkerend probleem. Al jaren knoei ik eten, op het laminaat of erger, op mijn kleding. En vaak heb ik die kleding net uit de kast gehaald waar het fris en schoongewassen op mij wacht, allemaal uit liefde voor mij want mijn lieve vrouw wil dat ik er tiptop bij loop.

En dan zit ze niet te wachten op geknoei met eten op haar Meesterwerkjes….

In het begin van onze relatie gooide ik het nog op mijn genen. Mijn vader heeft namelijk last van dezelfde kwaal. Toen lachten we erom. Maar die tijd is voorbij. Nu probeert zij mij alsnog op te voeden. “Je moet meebewegen. Dichter bij de tafel zitten en dan niet de vork naar je mond brengen maar de mond naar de vork. Dat kon ik heus wel alleen vergeet ik dat steeds, dan zit ik alweer met mijn kop ergens anders of ik zit, zoals hiervoor beschreven, tijdens het eten op mijn telefoon te kijken.

Tja, dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden.

Nu houdt mijn vrouw van eigen initiatief nemen dus ik stond direct op, liep naar de kraan, pakte de punt van de theedoek, deed daar een beetje afwasmiddel op en maakte het puntje nat. Vervolgens drukte ik het op de vlek en begon zachtjes te wrijven terwijl de dame aan de eettafel hoofdschuddend verder at. Opnieuw probeerde ik het gesprek te openen over het nieuwsbericht wat ik voor het ontstaan van de vlek aan haar wilde vertellen.

“Je hoeft niet meer te likken, schat!”

Nu had ik haar aandacht maar nog niet van harte. Toch besloot ik nu door te drukken. “Jij spaart toch zegels bij de supermarkt?” Ze knikte, maar ze gunde mij geen blik waardig. Want ze wist dat ze dat overhemd welke ik nu driftig aan het opwrijven was, die middag nog gewassen en gestreken had. Ze had duidelijk geen zin in zoete broodjes maar ik zette nu alle zeilen bij:

“Jouw supermarkt gaat eindelijk over op digitaal sparen!”

“De zegels worden gewoon bijgeschreven op je bonuskaart.” vervolgde ik. Nu had ik haar aandacht! Want ik hoorde haar al langer klagen over die stomme zegeltjes. En ik klaagde dan rustig met haar mee want ik heb zegeltjes plakken al jaren terug de rug toegekeerd. Maar dat was omdat ik solidair was met de kassa- medewerker. Ik erger mij al jaren aan de manier van hoe die jongens en meiden moeten werken: “Wilt u koopzegels? Wilt u zegeltjes voor de pluche beesten? Wilt u zegeltjes voor de messen-set? Wilt u zegeltjes voor de handige opbergbakjes? Wilt u zegeltjes voor de Jan de Bouvrie placemats?

Wilt u ….et cetera, et cetera….

Vreselijk! Het zou mij niet eens verbazen als we over een tijdje te horen krijgen dat de gemiddelde kassa medewerker psychische hulp moet inroepen. En geloof mij, het zit diep bij die meiden en jongens. Ik heb zelfs al een keer gehoord dat iemand tijdens het bedrijven van de liefde het hele riedeltje van hierboven eruit gooide toen het hoogtepunt naderde… Het is dat dit stel daarna direct in therapie gegaan is want de lol die ze altijd hadden tussen de met zegels gespaarde lakens was toch even voor een paar maanden weg.

Zo zie je maar weer waar al die onzin naar toe kan leiden…

Maar het ging mij ook om de smaak van die zegeltjes. Ooit likte ik er op los om de benzine zegels op te kunnen plakken maar had daarna de hele avond het gevoel dat ik een stuk rubber in mijn mond had in plaats van een tong. Ze smaakten ook anders dan de zegels van de Koningin, die waren best lekker. Hoe die van de koning smaken weet ik niet want ik stuur al lang geen brieven of kaarten meer.

Ze komen toch niet aan…

Mijn vrouw daarentegen maakte er altijd een hele ceremonie van. Dan maakte ze zichzelf een cappuccino, pakte vervolgens de zegels uit het zegeltjes-opvang-bakje, zette via Spotify Julio Iglesias op en ging dan aan de keukentafel lekker zitten likken. En daarna kwam het plakken, precies tussen de lijntjes en rechtop! En dan, wanneer er genoeg boekjes vol waren kwam het heugelijke moment van inleveren. Wij hebben inmiddels al het een en ander bij elkaar gespaard: de beroemde en beruchte messenset, een prachtig mooie houten snijplank, diverse pannen en de wijnglazen waarvan de suggestie gewekt werd dat het om kristal ging.

Eigenlijk moeten die supermarkten het gewoon omdraaien. Wanneer je als klant zegeltjes wilt dan vraag je er zelf maar om! Ons land is een pamperlandje aan het worden. En we moesten toch meer participeren? Nou, laten we dan beginnen bij de zegels. Dat is beter voor de klant want die kiest dan ervoor om wel of niet dat hele riedeltje aan te horen.

En belangrijker, het is beter voor het liefdesleven van de kassa medewerkers!

 

48 uur

Soms zijn er van die dagen die vanaf het begin tot het eind vol gepland zijn. Zoals vorig weekend. Mijn zus werd 60 jaar en omdat het leven gevierd moet worden besloot ze het dit keer maar eens groots aan te pakken. Tot onze grote vreugde hield ze het feestje op Camping Cupido, een camping op Terschelling die twee jaar terug het 60 jarig lustrum bereikt had.

Ons kent ons zou je haast kunnen zeggen!

Maar wij waren er erg blij mee want we hebben wat met die camping. Een beetje boel zelfs. Mijn vrouw heeft daar van kinds af aan altijd gekampeerd. Eerst in een tent, daarna in een caravan en weer later in een stacaravan. En in het begin van de jaren ’80 kreeg ik als eilandbewoner ook een klik met deze camping want mijn vrouw en ik kregen ‘verkering’.

Een logisch gevolg van een camping met zo’n naam, Cupido, de Godin van de Liefde.

Enkele maanden geleden viel bij ons de uitnodiging van zuslief op de mat. We boekten direct twee stacaravans voor ons gezin. Helaas kon de vriendin van mijn oudste zoon niet mee en mijn ‘bonus’ zoon kon pas vanaf zondagmorgen.

De weersvooruitzichten waren zodanig goed dat we zaterdagmorgen direct de eerste boot pakten, in de wetenschap dat die middag op het strand wel een powernapje gemaakt kon worden. Net na Groningen kregen we bericht dat mijn jongens uit Den Haag ook onderweg waren en ik slaakte even een zucht van verlichting want het was toch wel erg vroeg. Om tien uur stonden we op de haven van Terschelling en huurden we fietsen, waaronder twee tandems voor de jeugd..

Ja, iedereen had er zin in!

Na wat rondhangen bij de Brandaris en na het aanschaffen van een normale zwembroek voor mij, mijn vrouw had namelijk de ‘roze surfplankjes-zwembroek’ meegenomen, besloten we naar het strand van Paal 8 te fietsen. Heerlijk via de ‘Longway’, een prachtig fietspad door de bossen en duinen waar we volop konden genieten van de natuur en de stilte. Die stilte kreeg het behoorlijk te verduren want de jongens waren zó uitgelaten dat zang  en gelach de boventoon voerde. Eenmaal bij het strandpaviljoen werd het eerste biertje al gauw besteld en wist ik, als oudere, wijze man, dat  door de alcohol in combinatie met de warmte het inkakken niet lang meer op zich zou laten wachten.

En dat moest ik voor zijn want we moesten nog wat kilometertjes maken!

Tegen het middaguur zaten we weer op de fiets en de gang naar mijn geboortedorp, Midsland, was ingezet want daar moest ook nog wat gewinkeld worden. Vervolgens fietsten we langs mijn zus om haar even een verjaardagsknuffel te geven en daarna konden we inchecken op de camping. Na deze verplichtingen was er even een paar uur gelegenheid voor ontspanning. Wij hadden het strand in ons hoofd vanwege de bloedverstikkende hitte maar het kroost wilde liever in het Duinmeertje, gelegen naast de camping.

En zij waren in de meerderheid.

De jeugd ging alvast vooruit en nadat ik mijn nieuwe zwembroek aangedaan had en zonder schaamte naar buiten durfde, volgden wij. We besloten door het ondiepe deel van het meertje naar de overkant te lopen waar de jeugd vol smart op ons zaten te wachten en terwijl ik daarmee bezig was, wist ik wat er komen zou…

Daar kwamen de mannen ineens op mij afstormen!

Ooit liep ik de 5 kilometer in 17,5 minuut en daar plukte ik nu de vruchten nog van. Nou ja, het schilletje van de vruchten. Maar het was genoeg om de wal weer te bereiken zonder nat pak en teleurgesteld dropen de heren weer af naar hun handdoekjes. Even later kregen ze dan toch hun zin toen we met de bal het water ingingen. Een beetje gooien, een beetje duiken naar de bal en tussendoor een paar slagen zwemmen. Ze gebruikten nu een tactiek die ik niet zag aankomen. Dat kwam doordat ik geen bril op had en omdat ik recht tegen de zon inkeek: de bal werd hoog opgegooid, mijn richting op. Ik probeerde de bal te volgen en vervolgens lag ik onderuit na een pittige bodycheck van mijn middelste zoon. En daarna was het hek van de dam en kreeg ik de ene na de andere worsteling te verwerken, tot grote hilariteit van die gastjes natuurlijk want ja, dit moest weer eens even want :

‘We zien je niet zo vaak meer, Pa!’           

Die avond vierden we mijn zus haar verjaardag en het werd een verdomd leuk feestje! Zelfs haar volksdansclub had de moeite genomen om haar eens even goed in het zonnetje te zetten en konden wij allemaal genieten van trekzak muziek, dans en zang! De volgende dag zaten we om 9 uur buiten aan het ontbijt en was (bonus) zoon nummer vier ook gearriveerd. Na het ontbijt stond fietsten naar het huis van mijn ouders op het programma want daar zouden de rest van de familie zich ook nog even verzamelen om wat foto’s te maken. En daarna was het alweer tijd om afscheid te nemen van mijn ouders en de rest van de familie.

Op de een of andere manier gaat mij dat steeds moeilijker af…

Hierna werd het toch het strand en nadat ik ter water was gegaan werd ik opnieuw gebodycheckt en kreeg ik een flinke hap zout water naar binnen. Deze keer was het de zoon van mijn vrouw, die wilde zich ook even laten gelden en mijn jongens waren ervan onder de indruk. Maar nadat een van die gasten een kwal had gezien wisten ze niet hoe gauw ze uit het water moesten komen en besloten we maar om weer terug te gaan naar het Duinmeertje. Dat kwam ook wel goed uit want wij moesten de caravans nog even schoonmaken, de jeugd ging nog even zwemmen. Vlak voor vertrek naar de haven kregen mijn vrouw en ik nog even de gelegenheid om de oude eigenaresse van de camping een warme en welgemeende knuffel te brengen.

Ook dat afscheid ging ons steeds moeilijker af…

Tegen de avond zaten we weer op de boot terug, voldaan en tevreden over een heerlijk weekend met ons (samengestelde) gezin. Het toetje van dit weekend was tevens de kers op de taart want we hebben de gehele reis op het dek kunnen zitten, genietend van de Waddenzee met al haar schoonheid. En we beseften dat na jaren de rust terug was in ons gezin, dat de jongens het hartstikke goed doen en steeds meer hun eigen weg aan het bewandelen zijn.

Ondanks dat we ze nooit een airco meegegeven hebben naar school…

Stemmingmakerij

Nu we weer midden in de zomerse temperaturen zitten, besef ik opnieuw dat de kranten van tegenwoordig wel erg vaak op sensatie belust nieuws verspreiden. Want na de vorige hitte periode schreeuwden de krantenkoppen ons toe dat de zomer voorbij was en Paulusma liet al wat ballonnetjes op met de suggestie dat er een horrorwinter ons in aantocht was…

En trouwens, hoe zit het met die wespenplaag die ze ons beloofd hadden?

Ik zie er zo nu en dan heus wel eentje rond mijn bierflesje cirkelen maar ben er nog niet van onder de indruk. Wel zie ik veel van die blauwe vliegen maar dat komt waarschijnlijk van de afval containers die zo lekker gaan meuren met deze hitte. Wij hebben inmiddels een eigen afvalbrengstation achter het huis, in de vorm van vier containers. Ze staan niet in de tuin maar achter de schutting, zo ver als mogelijk verwijdert van ons buitenleven zodat je niet in de stank zit. We scheiden ons wezenloos en zo nu en dan gaat er wel eens wat mis, dan ligt er wat plastic in de GFT bak of wat GFT afval in de grijze bak en moet ik mijn vrouw weer streng toespreken. Ja, dat moet ik want ik ben de baas van dit station. Zodra er een bak geleegd is stort ik mij met water en groene zeep op deze madencouveuses en schrob mij het ongans. Vervolgens stop ik er een verantwoord biologisch afbreekbaar plastic zak in en parkeer de bak weer op zijn plaats. Dat is mijn taak, ooit stilzwijgend aan mij opgelegd door vrouwlief.

Terecht ook, want ik scheid nagenoeg foutloos!

Zelfs het afsluitringetje van een melkpak of dat kleine reepje plastic waar ze de dop van de Croma fles mee afsluiten, kieper ik in de plastic afvalcontainer. Daar ben ik behoorlijk autistisch van geworden maar dat komt omdat ik steeds weer die beelden zie van dode vissen en vogels met plastic afval in of aan hun lijfjes. Het is al zó erg dat door het eten van vis, wij ook plastic consumeren en er, misschien, uiteindelijk ook aan dood gaan.

Want goed is het zeker niet voor lijf en leden!

Mijn geliefde echtgenote is daar wat makkelijker in. Dat geeft niet, ik ben in dit geval haar stofzuiger. En als ik wat mors op de grond, een pinda, een aardappel of wat kruimels brood, is zij mijn stofzuiger. Zo zijn de taken eerlijk verdeeld en leven we volop in harmonie. Maar toch denk ik eraan om bordjes boven de containers te maken met daarop de teksten: Rest-Plastic-GFT-Papier. Net zoals op het echte afvalbrengstation.

Dan heb ik een eigen afval-imperium!

Een vriendin van mij wees op het maken van een wespenlokfles, met limonade erin want wespen zijn gek op zoet. Dat was een goed idee! Zo kon ik mooi die klere beesten vangen voordat ze de aanval op mij zouden inzetten of voordat ze aan mijn bier gaan zitten lurken! Daarbij opgeteld het feit dat ik direct de vruchten plukte van mijn scheidingsdriften want in de plastic container lag nog een plastic waterflesje. Ik knipte de fles doormidden en vervolgens duwde ik de bovenste helft omgekeerd in de onderste helft. Daarna freubelde ik er wat ijzerdraad omheen zodat het lokflesje opgehangen kon worden en vulde het met limonade en stukjes meloen.

Na een uurtje draaide ik de dop er af en gooide die terug in de container….

Vol trots vertelde ik het later aan mijn achterbuurjongen lars en zijn maatje Koen, twee jongens van 13 jaar. Met grote regelmaat heb ik gesprekjes met die gasten over van alles en nog wat. Bijvoorbeeld over Ajax en zo, maar dat laatste levert nogal eens flinke discussies op. Want Ajax is slecht en FC Groningen is goed volgens de mannen.

Zalig zijn de onwetenden…

Nadat ik weer eens helemaal afgezaagd werd door de mannen over mijn club voorkeur kwam het gesprek over wie hun boterhammen smeert voor naar school. Want Koen laat dat altijd over aan zijn moeder. “Aan je moeder? Kan je dat niet zelf dan?” sprak ik mijn verbazing uit. “Jawel hoor maar dit is veel makkelijker, hoef ik het lekker niet te doen.”

“Ja, oké, dat snap ik maar je bent al 13 jaar. En als je ze zelf smeert weet je ook wat je erop hebt zitten. Dan wordt je niet verrast met beleg wat je niet lust.” “Ik lust alles!” zei het ventje, eigenwijs. “Tuurlijk,” zei ik, “maar je kan ook wel eens geen zin hebben in kaas of worst op je brood. Of pindakaas of chocopasta.” Opnieuw ontkende deze pre-puber. “Nee, want we doen dat altijd in overleg. Zij vraagt aan mij wat ik op mijn brood wil, dan zeg ik wat ik erop wil hebben en dan voert zij dat uit.” Zijn maatje bemoeide zich nu ook met het gesprek en zei dat zijn moeder dat ook altijd doet. Hierop besloot ik het over een andere boeg te gooien:

“Maar je moeder werkt de hele dag en dan moet ze ook nog eens jouw boterhammen smeren? Hoe leuk is het dan om tegen haar te zeggen: ‘Mam, ik smeer mijn eigen boterhammen wel zodat jij even lekker kan uitrusten van het werk!’ Of wachten jullie tot het weer Moederdag is?” Hij keek mij aan of ik niet helemaal zuiver was en nam een hap van het ijsje die hij net gekregen had van de moeder van zijn vriendje.

En daarmee was het gesprek ten einde en gingen ze voetballen op het pleintje….

Ruim een week hing de wespenlokfles te lokken maar de wespen hadden totaal geen interesse. Terwijl wij ze toch wel zo nu en dan om het hoofd hadden vliegen. Ik Appte verontwaardigd die vriendin en gaf aan dat het gewoon een hoax was, die wespenlokfles. Allemaal stemmingmakerij. Ze reageerde vol verbazing want bij haar thuis zaten er al heel wat gestreepte lijkjes in. En daarna kwam de vraag welke limonade ik gebruikt had.
Ik pakte de fles uit de koelkast en bekeek het etiket:

Granaatappel siroop. 0% suiker & calorieën….

Alles draait om de eenvoud

Ze bestaan dus echt. Bakjes die speciaal gemaakt zijn om een banaan in te vervoeren. Bakjes die de vorm hebben van een banaan. Bakjes die ook de kleur hebben van een banaan, geel. Ik wist dat niet, totdat een collega zo’n ding uit haar tas haalde. Volgens de eigenaresse was het juist handig, was het bedacht om het kneuzen van de banaan te voorkomen. Daardoor komen er geen bruine vlekjes op en wordt de banaan niet zacht of ranzig op zekere plekken. Mijn mond viel open en ja, dan zie ik er wat dom uit maar voor dit soort onzin zet ik ook speciaal mijn domme gezicht op. En ik weet heus wel dat er bakjes zijn waar je je gesmeerde boterhammen in kan vervoeren. Dat noemen we in de volksmond ook wel een broodtrommel, weliswaar een uitstervend soort omdat plastic boterhamzakjes of kant en klare sandwiches in dikke, plastic verpakkingen steeds meer terrein winnen. Want ja, anders moet je elke dag het trommeltje schoonmaken en dat kost tijd.

Maar bakjes om bananen in te vervoeren waren mij vreemd, totdat die collega dat ding ineens uit haar tas haalde.

Logisch was het wel dat het uit de tas van een vrouw kwam. Want die zijn gevoelig voor dit soort onzin. En dat blijft mij verbazen, dat hoef ik hier niet meer uit te leggen. En elke, zichzelf respecterende man weet dat ook. Mannen scheuren een banaan van de tros, stoppen die in hun zak of leggen die in een plastic tasje die ze mee naar werk nemen. Als ze die banaan dan enkele uren later op gaan eten zal er gerust een bruin vlekkie op zitten maar dat deert de man niet en drie happen later is de banaan opperdepop.

Zo doen wij dat!

Natuurlijk vertelde ik het direct aan mijn vrouw toen ik thuis kwam, van dat ‘bananen-moment’. Maar zij keek er niet van op en ging rustig door met strijken, met een glimlach van oor tot oor want ze had een nieuw strijkijzer en die was zó ontzettend fijn om mee te strijken dat ze alles uit de kast gehaald had om het opnieuw te strijken.

Zelfs mijn onderbroeken stonden stijf van de strijkbeurt!

Vervolgens kwam de verbazing: “Wist je dat dan niet? Er zijn ook uitvoeringen met een touwtje, die kun je dan om je nek hangen. Voor kinderen zeg maar. Ze bestaan al jaren en je hebt ook uitvoeringen voor een tomaat, appel of komkommer.” Hoofdschuddend liep ik de kamer uit, weg van al die rariteiten die de mens steeds maar weer verzint. Zelfs de komkommer mag niet zacht worden! Straks vertellen ze mij ook nog dat er bakjes zijn met bovenop een bobbel.

Die zijn dan voor de boterhammen met een spiegelei!

De wereld slaat door. Of niet de wereld, maar de verwende welvarende mensheid slaat door. Maar toch blijven sommige dingen nog steeds voortbestaan. Ten eerste in onze geest, vroeger was immers alles beter en een ieder heeft wel zoete herinneringen aan iets. En zo nu en dan, haast op één hand te tellen, komt zo’n herinnering weer tot leven.

Zo waren wij laatst getuige van een prachtig tafereel, namelijk het afhalen van eigen gekweekte sperziebonen. De heer des huizes haalde de bonen van de planten af en de vrouw des huizes ging ze ‘doppen’, met behulp van haar dochter, kleindochter, kleinzoon, mijn echtgenote en haar zoon. Daar waren ze een hele middag mee bezig en ondertussen werd er gepraat, gelachen en wederom gepraat.

Want de herinneringen werden met elke gedopte sperzieboon steeds helderder.

Herinneringen aan vroegere tijden toen dit soort activiteiten nog in vele huishoudens uitgevoerd werden. En, zei de heer des huizes, alvorens wij naar school gingen, moest elk kind zijn kamer opruimen en aardappels schillen. Het ontbijt bestond uit pap of dikke plakken brood met kaas of spek en romige, verse koemelk.  En niemand had een gluten-allergie, een lactose -intolerantie of last van andere fratsen. En na schooltijd werd er meegeholpen in de moestuin. Daar werd niet over gediscussieerd.

Dat deed je gewoon.

En als je dan vraagt of ze gelukkig waren in die tijd dan krijg je een volmondig ‘ja!’ retour, want ze waren gelukkig met wat ze hadden. De wereld was nog beperkt tot het dorp verderop en de meeste familieleden woonden vlakbij elkaar. En iedereen praatte met elkaar, over kleine dingen en over grote dingen die ze uit de krant haalden of via de radio meekregen. En vakantie vieren was beperkt tot een dagje langs de snelweg, auto’s kijken vanuit de berm. Daar was niks exclusiefs aan terwijl dat tegenwoordig wel allemaal gewenst is. Hoe verder we weg gaan hoe interessanter het is.

Althans, dat denken sommigen onder ons.

Nu, vele jaren later is de moestuin nog niet uitgestorven maar veel scheelt het niet meer omdat de welvaart ons opslokt, we moeten van alles. Daardoor kunnen we onze eigen boontjes niet meer zelf doppen en zoeken we het in diepvries bonen of in potten. Onder de noemer dat gemak de mens dient. Maar we zien niet dat het gemak een keerzijde heeft, namelijk gemeenschapszin. We zitten midden in de tijd van het ‘Individualisme’, oftewel:

‘Ikke, ikke en de rest kan stikke!’

Aan het einde van de middag werd ik geAppt met de vraag of ik ook ‘gezellig’ kwam want dan gingen we met zijn allen eten. En ja, een deel van de drie enorme emmers met sperziebonen stond op het menu. “Met een gehaktbal of hamburger!” zei de moeder des huizes, daarvan had ze nog een paar liggen in de vriezer.

De spontaniteit van deze onverwachte wending van de dag was voor mij al genoeg reden om in te gaan op de uitnodiging.

En nadat de klok zes uur geslagen had zaten wij met zijn allen in de tuin aan de tuintafel, met daarop enkele grote pannen met sperziebonen, aardappelen, gehaktballen en hamburgers in de jus. En iedereen praatte met elkaar en genoot van de maaltijd.

Hoe eenvoud het leven tóch echt hartstikke mooi kan maken!

 

Stille boel

Het is stil in de wijk en dat maakt mij een ietsepietsie neerslachtig.. Het lijkt wel uitgestorven, zelfs de vogels hoor je nog amper hun liederen zingen. Alsof ze weten dat ‘zingen’ nu geen zin heeft want er is toch niemand die er naar luistert. De familie Ekster, gehuisvest in de bomen achter ons huis, hoor ik nog wel regelmatig krijsen. Die kunnen zich nog geen vakantie veroorloven want hun kinderen zijn nog net even te klein. Vorige week raakte ik bevriend met deze familie nadat ik een zwembadje voor ze geregeld had. Niet een zwembadje van de Action maar gewoon een schaal uit een van de keukenkastjes, gevuld met fris, koel water. Deze had ik op het dak van het schuurtje gezet en niet veel later kwamen ze het bekijken.

Eerst Pa Ekster, als verkenner van de familie, of alles wel veilig was. Zijn ogen schoten alle kanten op, op zoek naar potentieel gevaar maar die was er niet want iedereen is op vakantie. En de katten uit de buurt weten dat ik op de loer lig met mijn waterpistool dus daarvan hoefde hij ook geen gevaar te duchten.

Soms wil ik de natuur wel eens helpen.

Nadat hij voorzichtig zijn linker poot liet zakken in het water en door had dat er niks gebeurde, sprong hij er ineens in en liet zich zakken door zijn poten, zijn veren wijd gespreid zodat het frisse water de wekenlange droogte kon afvoeren. Dat was het teken voor de rest van de familie die vanaf het dak van de garages toekeken om toe te treden tot dit tropische zwemparadijs. Niet veel later was het een vrolijk waterfestijn op het dak van mijn schuurtje en vanaf mijn schrijfkamertje keek ik met genoegen toe, het voelde aan als een goede daad.

Misschien haal ik de krant of Hart van Nederland er wel mee!

Maar verder is het stil. We zitten nu midden in de piek van de vakantieperiode en dan ga ik ineens de dingen missen die ik gewend was. Lachende kinderen in de tuin, barbecue geuren, een startende motor, een bladblazer, jankende kinderen in de tuin, blaffende honden, lachende volwassenen in de latere zomeravond en vuurkorf geuren.

Enkel de stemmen van ons zelf vertellen mij dat wij nog wel thuis zijn..

Zelfs de rijen bij de kassa in de supermarkt lijken even verleden tijd. Ik heb niet eens de tijd om even wat zaken op mijn GSM te checken want je bent zó aan de beurt! En het verkeer is helemaal een lachertje. Nu hoef je hier in Groningen al niet echt te spreken over drukte op de weg maar er is nu zó weinig verkeer dat je jezelf eenzaam en verlaten kan voelen op de A7!

Behalve bij Stad, daar is het momenteel net de Randstad!

Ach ja, de vakantieperiode. De foto’s stromen binnen van familie en vrienden met daarop echte vakantie taferelen. Foto’s van witte strandjes, blote benen met gelakte nagels, gevulde zwembaden met groene krokodillen en roze flamingo’s, donkere luchten van zomerstormen boven exotische meren, historische gebouwen en bruggetjes, terrastafeltjes gevuld met de heerlijkste mediterraanse gerechten die we nooit zo lekker thuis kunnen maken en vrolijke korte broekjes, jurkjes, petjes en hoedjes.

Even leven in andere culturen, even geen El Paso, boerka’s en politici die ergens wat van vinden…

Maar nogmaals, het is hier nu wel erg stil! En het weer hier is helemaal klote, het lijkt eerder herfst dan een mooie zomerse dag in augustus. Ik gun jullie natuurlijk wel die vakantie maar voor ons, achterblijvers, is het behoorlijk saai. Kunnen we volgend jaar niet gewoon allemaal tegelijk gaan? Dan leggen we massaal de sleutel onder de mat en gaan we lekker weg. Dan komen we elkaar wellicht tegen op een terras, strand of camping en spelen we een spelletje Jeu de Boules of Skip-Bo. Tot diep in de nacht want overdag is het daar veels te warm voor.

“Ar! Weet jij waar mijn quiche schaal is?”

Ik schrok. Ik zat zo in gedachten bij al die vakantiegangers dat ik even mijn positie vergeten was, op mijn schrijfkamertje met buiten de een na de andere vette regenbui. Quiche schaal? Hebben wij die dan? Dat komt omdat ik nogal simpel ben wat gebruiksvoorwerpen zijn in de keuken. Als ik saus moet uitscheppen dan pak ik de eerste de beste grote lepel om dat uit te voeren want het moet snel anders wordt het eten koud. Maar officieel hebben wij daar een sauslepel voor.

Die ligt keurig in de bestek lade, naast de groente- en aardappellepels en het sla bestek.

Maar ik ben niet zo van de hokjes en daardoor ben ik ook niet zo bezig om die hokjes te vullen. Als ik een bord tegen kom waarop ‘Bread’ staat dan durf ik er rustig een pannenkoek op te leggen. Of thee te drinken uit een kopje waar ‘Coffee’ op staat. Zo’n lefgozer ben ik wel. Zo zijn er ook mensen die voor hun raam op de vensterbank het woord ‘Home’ neerzetten. Dat snap ik dan weer niet, dan denk ik dat die mensen dat doen omdat ze kennelijk bang zijn om hun huis voorbij te rijden?

Home is toch where the heart is?

“Die ronde, wit keramieken schaal..”, riep mijn vrouw nogmaals van onderaan het trapgat. Ik liep naar de overloop: “Huh? Welke schaal bedoel je precies?” antwoordde ik haar. “Die witte ronde quiche schaal, die we ik vorig jaar voor mijn verjaardag gekregen had.” “Geen idee lieverd, geen idee…”

“Oké, ik zoek wel verder. Gaat het schrijven goed?”

“Euh..ja, prima.” En ik sloot mij weer op in mijn mancave zoals ze dat tegenwoordig noemen, over hokjes gesproken. Terwijl ik mij weer installeer zie ik de regen zich opnieuw storten op de lege achtertuinen. Verlaten achtertuinen met verlaten schuurtjes.

Op één schuurtje na. Die van ons. Met daarop een witte, ronde schaal, nu gevuld met regenwater….

 

 

Want dieren zijn precies als mensen….? 

Mijn vrouw wil waslijnen in de tuin want die had ze ook op haar vakantieadres. Dat was haar goed bevallen: “Het is zóóóó heerlijk om je was buiten op te hangen! Je ziet dan alles lekker wapperen in de wind en ja, het ruikt ook zo heerlijk als het buiten gehangen heeft. En het is zo droog!”

Ik kon het niet met haar eens zijn….

Eerst wel hoor. Toen ik in de vakantie iets eerder van bed was dan zij hoorde ik de wasmachine zijn laatste lied centrifugeren. Even later gooide ik de was in de wasmand en liep naar buiten, naar de waslijnen. Er stond een klein wit tafeltje naast, die was bestemd voor de wasmand. Die link kon ik zelf wel bedenken als moderne man zijnde.

Want mannen zijn praktisch!

Maar mannen zijn ook haantjes! Dat zagen we weer tijdens het politieke zomerreces toen er toch weer wat politici van zich lieten horen. In negatieve zin en als klap in het gezicht van hun kiezers. Want er is ruzie in de Baudet en de Rebellenclub. De een kreeg meer aandacht dan de andere en wat doe je dan als haantje? Juist, de gebraden haan gaan uithangen! De dames van de PvdD hadden daar ook moeite mee want de oprichtster wil dat er iemand opkomt voor het dier, dus ook voor de gebraden haan. Maar het inmiddels vertrokken Partij voor de Dieren lid waarmee ze het aan de stok kreeg, wilde juist dat ook de menselijke problemen van de gebraden haan benoemd worden.

Dat zowel het dier maar ook de mens wel eens hulp nodig hebben.

En laten we eerlijk zijn tegen elkaar, wij mensen zijn natuurlijk beesten als het om huisdieren gaat. En we slaan alleen maar door want we willen het beste voor ons huisdier. We behandelen onze huisdieren als mensen en dan geven we ze, bijvoorbeeld, een stukje (kruidige) worst.

Of sterker, het dier eet mee met wat die dag de pot schaft!

Nu ben ik geen kenner van dieren maar ik weet wel dat dieren andere voeding nuttigen dan de mens. Dat spul is gewoon te vinden in de supermarkt, sterker nog, tegenwoordig heeft elk zichzelf respecterend dorpje of winkelcentrum wel een dierenwinkel waar je dat allemaal kan kopen. Plus nog alle andere, vaak onnodige accessoires zoals een elektrische deken, hondensokken met anti-sliplaag, een decoratieve drinkfontein, een opblaasboot, een knuffelhol of speelgoed uit de intelligentie-speelhoek.

Dat laatste is voor katten, die zijn kennelijk slimmer dan honden..

Ja, de vrouwen doen dus tegenwoordig ook aan haantjesgedrag. Op zich een mooi bewijs dat man en vrouw steeds gelijkwaardiger worden maar persoonlijk krijg ik er ontzettende jeuk van, meer dan van die arme processierups. En over deze diertjes gesproken, wie komt er voor deze onschuldige diertjes op? Diertjes die zo lekker knus in onze bomen hangen?

Niemand!

En ondertussen doen we er alles aan om deze aankomende vlinders af te maken… Eigenlijk is het gewoon een vorm van genocide, dat durf ik hier wel te beweren. En eigenlijk is het wachten op het moment dat iemand oproept tot een stille tocht, op Facebook bijvoorbeeld.

Inclusief een minuut stilte.

Maar ik dwaal af, ik had het over de dames van de Partij voor de Dieren. Want terwijl zij aan het kibbelen waren speelde zich een drama af in menig tuin. Gelukkig zag een oplettende facebook strijdster dat wél en zette dat direct online. Binnen no time werd het massaal gedeeld waardoor erger voorkomen kon worden. Maar dat was door haar inbreng, niet door die van de PvdD! Het trieste aan dit verhaal is dat de moordenaar er eigenlijk niks aan kan doen, ze voeren enkel een opdracht uit.

En dat is het gras maaien!

Grasmaaien? Ja! De slimme robot grasmaaier die tegenwoordig ons gele …euh…groene gazon maait, schijnt nogal rigoureus te werk gaan. Ze zien namelijk de baby-egeltjes boven het hoofd en maken ze een kopje kleiner. Rigoureus vermalen ze alles wat ze op hun pad tegenkomen; egeltjes, mollen maar ook veldmuisjes. Met al die open slaapkamerramen van tegenwoordig moet je het geweeklaag wel eens gehoord hebben….

En dan gaat het egeltje, het molletje of het muisje dood.

En dat is de schuld van de mens omdat die te lui is om het gras te maaien! En doordat de mens dat gras niet meer hoeft te maaien is er geen lichaamsbeweging meer waarna obesitas de macht overneemt van het menselijk lichaam. En dan moet je weer naar de sportschool. Zo snijdt het mes van de slimme robot grasmaaier uiteindelijk aan twee kanten. Daarom heb ik het gras zelf gemaaid op ons vakantieadres. Met een domme elektrische maaier. Want ik moest rekening houden met de palen van de waslijnen.

En het witte tafeltje waar de wasmand nog op stond.

Binnen no time had ik de was opgehangen en inderdaad, het was een mooi gezicht al die wapperende was. Even later vertelde ik tijdens het ontbijt dat ik de was al opgehangen had en dat het inderdaad geen straf was om te doen. “En het is inderdaad een mooi gezicht, dat gewapper! Net als vroeger!” zei ik, gemeend. “Ja he, eigenlijk moeten we thuis ook maar een paar waslijnen ophangen…..”

“Als de was droog is dan ga ik het gras maaien, goed?” zei ik, totaal in Zen met mijzelf omdat wij het  zo eens met elkaar waren. Dat kwam vast door de vakantie die wij genoten. Ze knikte en liep glimlachend de tuin in. Enkele minuten later was ze alweer terug terwijl ik nog even een beschuitje smeerde.

“Schat..”

“Lief hoor, dat je de was opgehangen hebt, maar dat heb je zeker nooit eerder gedaan?” Ik keek haar vragend aan en begreep uit haar woorden dat ik iets niet goed gedaan had. En dat had ik goed gezien. Want alles hing door elkaar zei ze, sokken, handdoeken, mijn zwembroek, handdoeken, haar BH, theedoeken, mijn kroeldoekje… Dat hoorde niet, je moet altijd van groot naar klein werken of andersom.

Tja, wist ik veel. Ik had gewoon de volgorde van de wasmand aangehouden.

Dat noemen we ook wel praktisch…

 

Helden en Antihelden

Als een klap bij een veels te blauwe hemel kwam voor mij (en wellicht vele anderen) het bericht dat Floris is overleden. Dit bericht vond ik nog een stuk erger dan het ‘fake nieuws’ dat Amerigo, het paard van je weet wel, vorige maand overleden was.

Maar ja, soms vliegen de komkommers je om de oren in medialand.

Maar ridder Floris van Rosemondt, mijn jeugdheld, is niet meer. Wekenlang  hield hij en zijn kompaan Sindala ons in de ban met zijn avonturen en dat was wel even wat anders dan de Fabeltjeskrant en Paulus de Boskabouter. Wij maakten kennis met figuren die we hooguit wel eens in strips voorbij zagen komen, zoals Maarten van Rossum, Wolter van Oldenstein, De Sergeant en last, but not least, Lange Pier.

En Gravin Ada van Couwenberg natuurlijk, waar Floris (en de mijne) zijn hart sneller van ging kloppen.

Achteraf  waren het maar 13 afleveringen…In zwart-wit. Maar dat was logisch want ja, je was kind en het speelde zich allemaal af in de Middeleeuwen, toch? Toen had je geen kleuren televisie… Ik weet nog het moment dat ik voor mijn verjaardag een Floris-boek kreeg, gemaakt van de serie met heel veel foto’s. Die waren in kleur. Dat was wel even een openbaring, dat bloed op dat schild moest wel echt zijn want het was rood!

Ik heb dat boek ook meerdere malen bekeken en verdronk dan in het verhaal. Vervolgens speelde ik Floris met mijn vriendjes en we schreven het ene na het andere hoofdstuk, met op de achtergrond het decor van de Terschellingse duinen en bossen. Floris en zijn avonturen spraken duidelijk tot de verbeelding van mijn generatie. Latere generaties moesten het hebben van series als The A team en programma’s van die nasynchroniserende schreeuwzender met lachmachines, Nickelodeon.

Of, nog erger, alles van Bassie & Adriaan!!

Slechts 75 jaar mocht mijn held worden en nu is hij in de ridderhemel. Want ondanks zijn latere filmkarakters (ruim 140!), onder andere in Turks Fruit, Keetje Tippel, Soldaat van Oranje, Spetters, The Blade Runner, The Hitcher, Blind Fury en de Heineken ontvoering, bleef hij voor mij Floris, de ridder die het kwaad bestreed met zwaard en listige plannetjes.

Het wordt nu een spannende boel daar in de hemel!

Wij, stervelingen, gingen van de hemel naar de hel want wat was het warm afgelopen week! Het was zelfs zó warm dat ik mijn zwembroek aandeed. Tot grote vreugde van mijn vrouw want ze vindt ‘m zo mooi. Ik niet. Hooguit lekker luchtig, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Want er zit een printje op. En als het nou een printje was van streepjes of bolletjes of vierkantjes, dan was het te accepteren.

Maar een printje van roze surfplankjes met mannetjes erop……

Kom op zeg, ik ben een grijze, spierwitte, dikke, kalende man van halverwege de 50. Die staan echt niet meer op een surfplank hoor, die donderen daar direct vanaf. Maar mijn vrouw ziet dat dus anders. Of ze ziet het écht anders, dan ziet ze niet mij maar een mooie, gebruinde slanke adonis met sixpack en lange wapperende haren in de tuin zitten, met een surfplankje losjes op z’n schouder…

Mensen zijn immer steeds vaker visueel sterk ingesteld!

En weet je, ik heb geen goede herinneringen aan surfen. Ooit, in onze verkeringstijd, heb ik een keer op zo’n plank gestaan. Een keer op de Midwolderplas en een keer achter dijk op Terschelling, op het Wad. Bij die laatste ging het mis, want toen ik eenmaal op de plank stond zag ik mijzelf steeds verder van de dijk afdrijven… Gelukkig zagen mijn vrienden dat ook waardoor ik niet gered hoefde te worden door de helden van de KNRM. Toen wist ik dat ik geen surfer was en dat ik mij ook nooit meer moest voordoen als surfer.

Dus ook geen surfzwembroeken meer dragen!

Maar ja, het was zo ontzettend warm deze week dat ik overstag ging om hem dan toch maar aan te doen. Wel in een veilige omgeving, mijn tuin, zodat er niemand aanstoot aan zal geven. Ik was de hele week in de tuin te vinden om verkoeling te zoeken, verkoeling die overigens nergens te vinden was.

Zelfs de vogels zaten niet wijdbeens maar wijdvleugels om zo nog enige koeling te vangen tussen de veertjes.

En tussendoor mocht er ook nog gewerkt worden, precies de diensten op de warmste uren van de dag waardoor ik elke avond totaal uitgesurfd thuis kwam. Mijn vrouw had het slimmer aangepakt, die had nog een weekje vakantie. Zij vertelde mij dan ’s avonds hoe heerlijk het was op haar zonnebedje en hoe ze zich zo nu en dan koelde door de tuinslang over haar heen te laten sproeien.

En na deze verkoelende praat volgde dan weer een ontzettende plaknacht…

In de tijd van Floris had je deze temperaturen niet. Daarom droegen ze ook harnassen want het zette toch niet uit zoals onze bruggen dat wel doen tegenwoordig. En als Floris het dan eens warm had dan voldeed een maillot, korte broek en overhempie. En eventueel een cape wanneer het regende. Maar nu is het anders. Het wordt steeds warmer en warmer en nu is het een kunst om ermee om te leren gaan. Je hoort ook steeds vaker de term ‘hitteplan’. Persoonlijk ben ik voor een hitteplan maar dan volgens de Spaanse Slag. Die hebben immers genoeg ervaring. Mijn idee is dan om lekker vroeg uit de veren te gaan, je werk te doen en tussen twee en vijf siësta houden. Daarna weer even wat werkzaamheden uitvoeren en dan tegen negen uur in de avond lekker gaan eten met een goede wijn.

Het Zwitserleven gevoel zeg maar!

Maar dan gewoon in ons eigen land. Het land waar ooit winterdag de Elfstedentocht geschaatst werd en het land waar Piet Paulusma ons waarschuwde voor horrorwinters. Die horrorwinters zien we nog slechts op oude polygoonbeelden en Piet is van de Nationale televisie verbannen.

En de Elfstedentocht?

Die doen we tegenwoordig zwemmend….

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Niksnutten

Niksnutten zijn wij Hollanders. Wij kunnen urenlang niks doen. Niets meer en niets minder. Tenminste, als ik de krant moet geloven. De Amerikanen vinden dit ‘niks doen’ heel apart en nu ze het ontdekt hebben, ‘omarmen ze het oer-Hollandse niets doen’ want dat is goed tegen de groeiende burn-outs in dat land. Ik weet precies wat ze bedoelen. Ik heb de afgelopen twee weken regelmatig aan de eettafel gezeten en een beetje dom naar buiten zitten staren, met alleen het tikken van de klok als metgezel. Plus omgevingsgeluiden, zoals een auto die voorbij reed, een koekoek die zijn bekende oeuvre met de wereld deelde, een buurman die iets aan het timmeren was, een loeiende koe in de achtertuin, de vuilniswagen die de groene bakken leegde en een dikke mantelmeeuw die weer eens klaagde over de eeuwige honger in zijn lijf.

Ze noemen dit ook wel vakantie!

Maar ik snap wel wat die Amerikanen bedoelen. Niks doen is best een leuke bezigheid tussen al het moeten. Ik herinner mij als kind dat er soms dagen voorbij gingen van niks doen. Gewoon dom vervelen. In een stoel of vanaf de bank helemaal niks doen. Zelfs niet nadenken. Staren tot je hoofd leeg is en enkel de omgevingsgeluiden toelaten. En het dan ook uitspreken naar je familieleden:

“Ik vervéééééééél me..”

Soms was er een opleving. Dan bedachten mijn broer en ik dat we gingen monopolyen. Dan trokken we dat spel uit de kast, bouwden de boel op, telden het geld en kozen een kleur pion. Zonder chips of snoepjes want dat kregen wij maar twee keer per week, op woensdagmiddag en zaterdagavond. Als de hele tafel bedekt was met het monopoly-spel dan keken we elkaar aan en zeiden: “Heb jij nog zin?”

“Nee..” was het antwoord, en vervolgens werd alles weer opgeruimd..

Maar niks doen wordt steeds moeilijker. Het wordt moeilijker vanwege de smartphone. Die dingen geven zoveel vertier… Je kan er bijna alles mee. Lezen, schrijven, mailen, televisie kijken, films kijken, bankzaken regelen, spullen kopen, foto’s maken, muziek zoeken en luisteren, contacten onderhouden via allerlei social media, bellen(!), enzovoorts, enzovoorts… Zelfs als we in de rij staan bij de kassa bekijken we effe dat ding om de tijd te doden.

Want voordat je het weet ben je dood!

En een ongeluk zit in een klein hoekje, daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben. Ik kom hier op na het lezen van een bericht van de politie. Zij hadden (opnieuw) een bericht online gezet met het verzoek naar de mede weggebruikers om eens begrip te tonen wanneer er een weg afgezet wordt. Want na een flinke aanrijding waarbij een van de slachtoffers aan het vechten was voor zijn leven moesten ze de weg afzetten zodat alle hulpverleners veilig en snel hun werk konden doen. Hierop werd door sommige automobilisten ontzettend agressief gereageerd en dat ventileerden ze middels intimidaties zoals schelden en opgestoken middelvingers.

De sukkels.

Ze willen niks begrijpen, zijn alleen maar bezig met hun eigen sores, zoals een te kleine piemel of iets dergelijks. Waarom zo gefrustreerd? Een grote lul ben je toch al!

En als je dan toch stil staat, pak je telefoon en speel dan even een spelletje Candy Crush (op niveau..) en zeik niet tegen die mensen die een ander mens aan het helpen zijn. Of bel je vrouw en maak na jaren van onderlinge strijd een einde aan je huwelijk.

Je vrouw zal er zeker van opknappen!

Dit soort gedrag ontstaat uit de negatieve kant van verveling. Door frustratie en door verwend gedrag. Maar je kan je ook positief vervelen, daar is niks mis mee. Want we moeten al zoveel. Alle dagen vermaak, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, dag in dag uit. De kinderen van nu hebben niet eens meer tijd om te spelen want het weekendje Londen, het dagje naar de Efteling of het Sweet Fourteen, Fifteen, Sixteen party’s moeten nog gevierd worden.

En de terugkom-dagen van die Sweet Fourteen, Sweet Fifteen en Sweet Sixteen.

Je kan het zo gek niet verzinnen of het is al verzonnen! Als we elkaar maar bezig houden. Maar zo nu en dan zie je nog iets voorbij komen waarvan je denkt: Ja! Er zijn nog mensen die het doen, het leven simpel houden. Laatst zag ik enkele foto’s van een kinderfeestje. Er zaten acht kinderen aan een gedekte tafel, de jarige stond op de stoel en werd toegezongen. Daarna een foto waarop de acht genodigden plus de jarige aan het sjoelen waren. Ze stonden allemaal om de sjoelbak heen en hadden aandacht voor elkaar. Op de volgende foto liepen alle fuifnummers in de tuin en ze deden een potje trefbal. En dan de laatste foto. Hier zat het hele spul weer aan tafel te genieten van zelfgebakken, ik herhaal, zelfgebakken pannenkoeken!

Met veel, heel veel poedersuiker en stroop!

De huidige opvoeders boksen tegen elkaar op, bang dat hun kind als niksnut wordt aangezien. Dus hoe groter je uitpakt met iets hoe meer respect je kind krijgt. Denken ze dan. En tussendoor even werken want ja, het kost ook wel wat hè, al die uitjes. Maar we liggen liever krom dan dat we eens wat afzeggen, alles moeten we meemaken want anders hoor je er niet bij. Maar een keer niks doen is geen schande hoor.

Nooit geweest ook…

De klok van ons vakantieadres tikt onze laatste vakantie-uren weg. Over een paar uur zijn we weer aan de andere kant van de Waddenzee en moeten we er weer tegenaan. Dan begint het dagelijkse leven weer, komen de beslommeringen weer om de hoek kijken en moet de structuur van het normale leven weer in het gareel komen. Straks bij de boot zien we ‘verse aanvoer’ van gestreste mensen die op zoek zijn naar wat rust. Rust en natuurlijk ook vertier.

Dat moet ook, genieten van het leven.

De klok tikt verder en de kater waar wij op passen miauwt. Hij wil weer naar buiten want de zon schijnt en de vogeltjes fluiten vrolijk en verleidelijk. Ik sta op uit mijn stoel en laat hem vrij. Even voelde ik bij mijzelf een kater opkomen van jewelste maar dat was ook zo weer verdwenen.

Want zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens!

Hoera! Vakantie!

De vakantieperiode is weer aangebroken en velen onder ons maken daar gebruik van. Even ontspannen, even niks moeten, hoe heerlijk kan dat toch zijn. Mijn vrouw en ik zijn al een weekje bezig en worstelen ons door de eerste dagen. Worstelen ja, want vanaf de eerste dag voelden we ons moe, ontzettend moe. Een van de grote ‘boosdoeners’ van dit euvel is de bestemming. Wij vieren onze vakantie namelijk op Terschelling en daar zijn de luchten zwaar, ontzettend zwaar. Dat komt door de zuivere luchten. Het zuurstofgehalte is hier abnormaal hoog vertelde men mij hier in de wandelgangen.

Precies een week geleden vertrokken we. Om zes uur ging het wekkertje en mijn planning was om rond kwart voor acht in de auto te zitten. Tegen mijn vrouw had ik half acht gezegd…

Twee uurtjes later stond de auto in standje ‘lang parkeren’ en zaten wij in standje ‘de vakantie is begonnen!’ Zodra je aan boord bent van de boot naar Terschelling, begint ook je vakantie. Dat klopt als een boot, om maar eens een woordje wat schippersjargon te gebruiken. Je voelt per gevaren kilometer de onrust uit je verdwijnen en plaatsmaken voor ontspanning. Ik voelde dat op een gegeven moment ook en deed mijn ogen even dicht terwijl ik mijn hoofd in mijn hand liet rusten.

“Ar! Ar!!!!”

Ik schrok wakker en zag mijn vrouw een beetje beschaamd naar mij kijken. Plus drie dames die tegenover ons zaten, aan de raamzijde van de boot. “Je snurkte!” zei mijn vrouw fluisterend, terwijl ze duidelijk bezig was haar lachen in te houden. Maar het kwaad was al geschied. “Geeft niet hoor, dat zijn we wel gewend.” gilden de dames mij breed lachend toe. Ik lachte terug maar van binnen was ik totaal van slag, voelde ik mijzelf een ouwe lul die betrapt werd op een oude mannen kwaaltje…

Maar er was geen vaargeul meer terug!

Ik mompelde wat als “Tja, begin van de vakantie…” en begon ineens quasi interessant in de krant te bladeren die voor mij lag. Dat is best wel eens lastig, als je lichaam ouder is dan je geest. Het is een kwestie van toegeven maar daar voel ik mij soms te goed voor en dan kom je in de ontkenningsfase, in de categorie ‘eigenwijze ouwe kerel’.

Maar dat dutje aan boord was kennelijk een aankondiging voor het verdere verloop van onze vakantie!

Want we sliepen als kanonnen, lagen er ‘s avonds al voor tienen in terwijl de zon nog onder moest. En normaal ga ik er s’ nachts nog wel een paar keer af om af te wateren (ja, ja, ouwe mannenkwaal!) maar nu sliep ik zomaar door! Dat was wel even een rare gewaarwording, voelde mij weer die baby die ook voor het eerst doorsliep, tot grote vreugde van mijn ouders. Nu was het tot grote vreugde van mijzelf want een goede nachtrust is ook wel wat waard.

Wij komen al jaren en jaren op Terschelling en we deden altijd alles met de fiets. Dat is ook geen straf want je kan hier ontzettend leuk fietsen; door de polders, langs de dijk, door de duinen en door de bossen. Natuurlijk pakte je dan makkelijk grote delen van het eiland en zou je denken dat je op een gegeven moment wel alles gezien hebt. Dat klopt grotendeels, maar je moet wel blijven kijken om al dat moois te zien wat er op het eiland bloeit en groeit. Maar dit jaar ging het anders. Mijn vrouw kwam met het idee:

Zullen we de komende dagen gaan wandelen in plaats van fietsen?

Dit moest niet eens eerst bezinken bij mij want ik begin wandelen eigenlijk steeds leuker te vinden. Was ik ooit meer van het hardlopen, nu ik wat zwaarder ben dan voorheen kan ik een goede wandeling ook wel waarderen. Vooral omdat je er nagenoeg geen blessures aan overhoudt. Daarbij opgeteld het feit dat we deze dagen even niks moeten. We hoeven nergens op tijd te zijn, we hebben even geen haast want we hebben immers vakantie.

En, in de auto kom je er langs, op de fiets zie je het en wandelend beleef je het!

Deze wijsheid kregen wij van de week te horen van een goede vriendin. Dat klopt ook! Wij hebben inmiddels vele kilometers achter ons liggen en we zijn tot de conclusie gekomen dat we het eiland ineens heel anders meemaken. We zien de pracht en praal van de wilde bloemen die hier volop groeien, de geuren die ze verspreiden zijn een lust voor de neus, we horen en zien de vogels die continue bezig zijn met fourageren en dat doen ze onder een scala van prachtige wolkenvelden die juist hier, op het eiland, zo goed te zien zijn.

En daar mogen wij tussen- en onderdoor lopen, zonder prikkeldraad afzettingen!

Tijdens een van onze wandelingen langs de Waddenkant kregen we met een extra beleving te maken. We vonden namelijk een half aangevreten karkas tussen de schelpen, het zeewier en de uitgevreten krabbenschildjes. Het was en flink karkas en we dachten dat het om een ree’tje ging waardoor wij zelfs ietsjes opgewonden werden.  We voelden ons weer even dat kind wat van alles ontdekte aan de waterkant, terwijl pa en ma even verderop lagen te zonnen achter hun windscherm. Maar na onderzoek en informatie ingewonnen te hebben bij een deskundige vuurtorenwachter, bleek het te gaan om een zeehond. Maar dat mocht de pret van het beleven niet drukken en we sjokten lekker door, loerend naar meer avonturen.

Afgelopen donderdagmorgen liepen we een uitgezette tocht van 10 kilometer. Deze tocht wordt al 56  jaar georganiseerd en uitgezet door de organisatie van de Brandaris Wandeltochten. De routes zijn afwisselend en altijd weer erg verrassend. Vandaag liepen we om Oost, dwars door de duinen en licht schurend tegen de Boschplaat aan. Een kleine twee uurtjes later zaten die kilometers in de benen en nadat we weer thuis waren moest ik even een uurtje plat om bij te tanken.

Want dat is het mooie van vakantie. Even niet op de tijd letten. Even helemaal niets.

Maar wel zo nu en dan je even het apelazarus lopen!

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Wie de roos wil plukken moet de doornen niet ontzien…’

Omdat we dit weekend in Winschoten weer kunnen genieten van het Rozenfestival ben ik het eigenlijk wel verplicht om dit stukje zingend te beginnen:

‘Ik geef je een roosje mijn roosje Ik geef je een roos elke dag En ik hou van jou tot de wei zonder dauw En de echo niet lacht om een lach’

Met speciale dank aan Conny Vandenbos. Ik ben min of meer met deze zangeres opgegroeid. Ooit lag zij tussen de platencollectie van mijn ouders en draaiden we haar liedjes met grote regelmaat. Van ‘Ik ben gelukkig zonder jou’ tot en met ‘Sjakie van de hoek’. Ze lag tussen andere grootheden van die tijd, zoals Toon Hermans, Wim Sonneveld, Vicky Leandros, Max & Betsy (!) en Bryan Ferry. Plus de nodige klassieke muziek, waaronder mijn favoriet, ‘Peter en de Wolf’ van Sergej Prokofjev.

Een gevarieerd gezelschap kun je wel zeggen.

Het cabaret en het betere Nederlandse lied is blijven hangen. Vicky Leandros heb ik losgelaten. Vicky is naar mijn idee categorie Helen Fischer en daar loop ik ook niet warm voor. Terwijl er toch genoeg mannen rondlopen die haar uit de kunst vinden. Dat noemen ze ook wel de ‘Wow’- factor. Ik kende die Wow- factor niet maar bij navraag gaat het erom of er een zogenaamde ‘klik’ is tussen twee mensen en zo ja, dan noem je dat de Wow-factor. En wanneer er dan geen sprake is van een Wow- factor dan vertel je dat de volgende dag ‘gewoon’  via een Whatsappje..

Sukkels.

Vroeger gebruikte je naast woorden ook symbolen om je liefde voor een ander te verduidelijken. De roos is zo’n symbool. De roos staat voor liefde, geluk, vreugde en genegenheid. Maar ook voor gratie en schoonheid. Ik zou best mijn vrouw elke dag wel een roos willen geven want zij presteerde het ooit om bij mij de Wow-factor te raken.

Toen zij mij voor het eerst kuste stond ik in vuur en vlam en hoogstwaarschijnlijk heb ik toen heel hard ‘Wow!’ geroepen.

Het is alleen zo jammer dat rozen zo verrekte duur zijn. Daarom uit ik mijn liefde voor haar op een andere manier. Met groenten bijvoorbeeld. Ik uit mijn liefde voor haar door een lekkere salade te maken. Of ik uit het in brood.  Dan smeer ik haar boterhammetjes met haar lieveling ’s beleg. Of met huishoudelijke taken. Dan strijk ik zo een hele wasmand weg zodat zij dat niet meer hoeft te doen.

Of ik koop twee bosjes rozen bij de supermarkt, die zijn vaak in de aanbieding!

En daar is ze dan ook blij mee, hoor. Ik kan eigenlijk op dat gebied nooit iets verkeerds doen. Daarnaast blijven er genoeg gebieden over waar ik het wel verkeerd kan doen. Simpele dingen, maar zo ontzettend fout. In haar ogen dan hè. Gisteren lagen de tuinstoelkussens niet op de tuinstoelen maar op de grond toen ze thuis kwam van werk.

Nou, de tuin was even te klein.

Maar dat kwam natuurlijk doordat ze net thuis kwam van een drukke werkdag. Dan zit ze nog in een flow van concentratie en dat moet ze dan nog even loslaten. Flow is ook zo’n Wow woord trouwens. Dat hoor je steeds vaker om je heen: “Ja,ik ga even door nu hoor, zit zo in een flow!”

En ik zeg het zelf ook steeds!

Zoals afgelopen zondag. We hadden bedacht samen even het huis te doen. Mijn vrouw zou beginnen met stoffen en ik moest er dan achteraan om te stofzuigen. Niet omgekeerd. Dat lijkt op een tactiek en dat is het ook! Want doordat zij met zo’n blauw lapje in het ‘niets’ staat de wuiven, zuig ik dat ‘niets’ weer op. In de volksmond noemt met dat ‘niets’ ook wel stof. Ik zat er klaar voor, we hadden net het ontbijt op en zij zat nog even lekker in haar Libelle. Mijn geduld werd op de proef gesteld want ze zat een half uur later nog in die Libelle.

Zeker het kerstnummer…

Afijn, ik zat in de flow om wat te gaan doen dus ik bedacht dat het schuurtje in de tuin wel even opgeruimd kon worden. Na een kwartiertje stond ze ineens naast mij en gaf ze aan erg blij te zijn met mijn actie. Als beloning kreeg ik te horen dat zij nu ging stoffen én daarna ging stofzuigen! Van pure blijdschap en omdat die verdomde flow maar niet ophield, ging ik de garage ook opruimen. Want al mijn gereedschap lag niet meer in de betreffende kisten maar op de werkbank. Deze klus duurde wat langer maar dat mocht de flow niet drukken, ik bleef dapper doorgaan. Mijn vrouw had de flow ook te pakken want zij stond ineens de vloer in de woonkamer te dweilen.

Ik begon van enthousiasme te zingen: “Ik geef je een roosje, mijn roosje….”

Na theetijd bleef ik onrustig. Vrouwlief daarentegen was klaar en ze ging lekker zitten met een woonblad. Mijn hoofd tolde van de strijdlust en eureka! Ik wist wat ik moest doen! Er moest nog even een kabel getrokken worden, voor een betere wifi hogerop in ons huis. Wij hadden al een jaar geleden een apparaat ontvangen van de provider maar ik heb altijd even tijd nodig om een plan te maken. Dat plan had ik nu rond: gat in de woonkamer vloer boren, kabel erdoor, in de kruipruimte de kabel oppakken en vervolgens weer even een gat boren in de vloer ter hoogte van de trap naar boven. Oh ja, en dan moet ik wel even het laminaat in de gang eruit halen omdat daar het kruipluik zit…

Een kind kan de was doen!

Zij keek mij aan en zei niks toen ik haar van mijn plannen vertelde. Dat begreep ik pas nadat ik mijzelf weer uit de kruipruimte had gewurmd, toen ik van top tot teen onder het zand zat…

Uiteindelijk was de klus na een uurtje geklaard. Mijn geliefde verzocht mij buiten al mijn kleren uit te doen. “Ja, ook je onderbroek!” kreeg ik te horen, iets te venijnig.

Ik was even niet haar roosje. Ik was haar brandnetel…

 

Over bandjes enzo…

Genieten. Het lijkt wel alsof dat woord steeds vaker uit mijn mond rolt. Nu ben ik snel tevreden hoor, een lekker bord eten of een vers gemalen bakkie koffie kan mij in extase brengen. Of wanneer mijn vrouw ’s morgens fris en fruitig naar beneden komt, met een brede glimlach en de lipjes mooi rood gestift. Dat is even anders hoe ik er meestal bijloop om die tijd; joggingbroek (en joggen ho maar…) en een zwart t-shirt.

Want zwart kleed zo lekker af..

Maar zonder flauwekul, ik geniet ook zo van het wonen hier in Groningen en ja, ik val in herhaling maar het is gewoon zo. Vooral hoe mensen hier nog met elkaar omgaan in het dagelijkse leven. Naast het groeten op straat maar ook hoe men zo maar even een praatje begint. Zoals van de week. Ik moest twee nieuwe autobanden hebben. Eigenlijk vier, maar dat is direct zo’n aanslag dus werden het er twee. Terwijl de bemanning van deze speciaalzaak de banden gingen verwisselen en ik aan een bijzonder lekker bakkie koffie stond te lurken, liep een andere klant net het kantoortje uit. Hij keek mij aan en ik hem … en voordat ik er erg in had waren wij in gesprek.

We hadden zeg maar een band…

Eerst natuurlijk over de reden dat we daar waren, het kopen van een band. Mijn verhaal was niet zo spannend, ze waren gewoon versleten, maar zijn verhaal was een stuk spannender. Het betrof een camper en een van de banden was geklapt, tijdens het rijden! Een scheur van hier tot Tokyo en ommelanden! Dat had ook met het gewicht te maken, zo’n camper krijgt wel wat te verduren want naast kleding en beddengoed moet er ook wat drank en eterij mee, dat scheelt weer in de uitgaven en dat begrijp ik volkomen.

Je kan je euro’s maar één keer uitgeven hè!

Maar ik, of beter gezegd wij, genieten ook van onze achterbuurjongen, Lars. Deze 12 jarige prepuber en aanstaande brugpieper houdt ook van een praatje. Eigenlijk van heel veel praatjes. Maar het is geen praatjesmaker, nee, er komen wel degelijk mooie praatjes uit. Regelmatig komt hij even buurten voor een goed gesprek of om gewoon even zijn verhaal vertellen. Met dezelfde regelmaat krijgt hij dan van ons een ijsje, maar, zoals hij zelf zegt:

“Ik kom hier niet voor het ijs, hoor!”

Hij denkt tegenwoordig ook na over geldzaken. Hij gaf aan dat vijfhonderd euro niet zoveel was. Nee, niet op een bedrag van een miljoen, dat was ik wel met hem eens. Maar vijfhonderd euro blijft voor mij toch een flink bedrag. Ik heb het niet in mijn portemonnee, laat staan op mijn rug. “Voor dat bedrag kan je vijf paar voetbalschoenen kopen.” zei ik, om zijn verbeelding te prikkelen aangezien hij voetbalgek is. “Of 417 kopjes koffie in de kantine van je voetbalclub.”

“Of je kan er 714 ijsjes van kopen!” zei ik, en wees hem op het ijsje welke hij op dat moment aan het wegstouwen was.

Hij verblikte of verbloosde niet en gooide het maar over een andere boeg. Hij begon te vertellen over de estafette die ze moesten lopen tijdens de school sportdag en daarmee was het financiële item afgesloten. Hierna bespraken we nog even de streken die hij uithaalde op zijn bijna oude school en de discussies die hij nog wel eens gevoerd heeft met zijn Juf en zelfs met de directeur.

Ja, de jeugd van tegenwoordig is een stuk mondiger.

Maar daarmee niet vervelender hoor. Ik hou wel van dit soort gesprekjes. Het houdt de geest jong en zo blijf ik een beetje verbonden met deze generatie. En zoals we dankzij het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau weten, snakken we met zijn allen naar verbondenheid. Daarom duiken we ook zo gretig met zijn allen in het water om samen met Maarten van der Weijden een stukkie te gaan zwemmen. Of we kleden ons in oranje kleding om de voetballende dames aan te moedigen.

Of we gaan ineens allemaal lederen armbandjes dragen!

Dat laatste lijkt onderhand wel een plaag! Waren armbandjes voorheen nog typische vrouwen accessoires, de kerels hebben het nu ook ontdekt. Naast lederen armbandjes heb je ze ook met kralen, gelijk als zo’n bid snoer die Moslims gebruiken, een Tasbih of zoals wij ze kennen, de Rozenkrans. In mijn omgeving zie ik ze tegenwoordig ook en ik ontwikkelde een interesse in deze bandjes. Er waren er bij die hadden er eentje om de pols maar er waren ook gasten die er wel zes of zeven om de pols droegen. Bij eentje dacht ik zelfs dat hij daardoor wat scheef liep maar ik kan mij daarin natuurlijk ook vergist hebben.

Het triggerde mij en ik voelde een drang om te kopen opkomen…

Dat uitte zich in het loslaten van kleine proefballonnetjes over het onderwerp bij vrouwlief. Daarmee peilde ik direct of zij het wel leuk vond want voor lul lopen doe ik liever niet. Ondanks haar twijfelende reactie vanaf het eerste ballonnetje, durfde ik het ook te roepen toen we een keer in de koopgoot van Groningen liepen, de Herestraat. Want hier zou vast wel zo’n bandje te koop zijn! Maar haar diepe zucht zei genoeg en deed mijn ballon niet knappen maar exploderen.

“Sukkel! Ik wilde je er eentje geven voor onze trouwdag, volgende week!”

“Echt? Dat meen je niet! Ach lieverd, wat lief!” Ik was oprecht verrast. En toen kwam toch weer die twijfel. “Maar effe voor de goede orde, wat kost zoiets eigenlijk?” Dat is mijn Nederlandse identiteit hè, op de centen blijven letten, vooral omdat het om iets totaal onbelangrijks ging. “Ik dacht iets van 65 euro.” zei ze, zonder blikken of blozen.

Mijn kooplust verdween als sneeuw voor de zon.

“Vijfenzestig euro??” riep ik, iets te hard want iedereen in de Herestraat keek onze kant op.
“Laat maar! Niet kopen! Vijfenzestig euro voor een stukkie leer! Zijn ze nou helemaal van de pot gerukt… We leggen er wel 65 euro bij, dan koop ik er wel twee autobanden voor.”

Want op vier armbanden kan je immers niet rijden!

Vlaggetjesdag

Elk jaar weer zien we ze weer terugkeren op Social Media, die foto’s van rugtassen aan de vlaggenstok met daaronder een blije of zelfs juichende geslaagde scholier. Rugtassen die haast uit elkaar vallen omdat er jarenlang kilo’s aan boeken in gezeten hebben maar nog net in staat zijn een dagje te hangen. Boeken ja, sommige keurig gekaft, andere nog niet eens uit het cellofaan gehaald… 

Het digitale tijdperk is nog niet helemaal van de grond gekomen!

Alle trotse vaders, moeders, opa’s en oma’s of welke verzorgende dan ook, laten je dan weten dat hun zoon, dochter, kleinzoon, kleindochter of pleeg- of bonuskind geslaagd is. Voor sommigen is dat een jaarlijks terugkerende ergernis, anderen vinden het juist leuk omdat ze zelf ook ooit juichend onder zo’n rugtas aan een vlaggenstok hebben gestaan.

Alleen kwam het toen niet op Facebook..

Ook in onze omgeving was het raak. Onze vier zonen hebben hun opleiding met succes afgerond. En daar bleef het niet bij want ondergetekende heeft het afgelopen jaar ook weer in de schoolbanken gezeten en …met succes afgerond! Ik was een zogenaamde BBL’er zoals ze dat tegenwoordig noemen, een dag naar school en vier dagen werken. Daaraan voeg ik met trots mijn leeftijd toe, 55 lentes, waardoor we hier met recht kunnen zeggen dat je nooit te oud bent om te leren.

Dat het wat stroever ging dan in mijn jongere jaren is natuurlijk helder, dat was ‘mijn handicap’.

Maar leuk vond ik het wel. Vooral de mix aan leeftijden in onze klas, van 19 jaar tot ..euh..ja, 55 jaar. Ik was de oudste van het stel en dat werd mij ook regelmatig voor de voeten geworpen. Maar ik leed daar niet onder hoor, want 50 plussers (behalve zuurpruim Henk Krol!) zijn relaxed. Die maken zich niet meer druk en weten inmiddels wel hoe het leven in elkaar zit.

Het leven begint echt bij 50!

Maar het was soms best wel pittig, vooral de dagen vlak voor de examens. Op school hadden ze gezegd dat je elke dag minstens een uur moest studeren. Nou, dat nam ik mij dan ook wel voor alleen schortte het nog wel eens aan de uitvoering. En daardoor werd ik vlak voor de examens behoorlijk nerveus. Dat uitte zich onder andere in gechagrijn richting mijn vrouw. En omgekeerd. Zij werd weer chagrijnig van mij omdat ik steeds zo afwezig was. Dan zat ik geestelijk afwezig te zitten bij haar in de tuin en dan begint ze ineens over hoe prachtig de planten erbij staan. Ik snurk dan iets van “Ja, mooi hoor…” en tuur vervolgens weer verder op mijn telefoontje terwijl ik eigenlijk best weet dat ik in de schoolboeken zou moeten turen. En ik weet ook dat ik haar gewoon met aandacht moet antwoorden want zij pikt dit soort gedrag niet, het werkt juist als een rode lap.

“Leg die telefoon nu eens weg!”

Geschrokken (en zwaar geïrriteerd..) legde ik mijn gsm naast me en keek haar met een stoïcijnse blik aan, onder begeleiding van een diepe zucht. “Ja, zucht maar, ik vroeg je alleen maar wat hoor!” zei ze, duidelijk geïrriteerd. “Je moet eens wat meer aandacht hebben voor je omgeving, bijvoorbeeld voor de planten in de tuin.” Ik keek om mij heen, zweeg en zag niks. Ja, planten. Planten waarvan ik de naam niet eens weet. Terwijl zij dat mij wel honderd keer gezegd heeft. Het vlaggetje op de hoek van het schuurtje zag ik wel, het vlaggetje van Terschelling die trots wapperde in de wind.

“Ja, mooi hoor..(!)” en ik keek met een schuin oog naar mijn gsm.

Ze slikte en ging toen door. De schat. Ik snap wel dat ze soms even overkookt. “Het is alleen jammer van de Hortensia’s. Die heb jij niet goed gesnoeid en daardoor geven ze dit jaar minder bloemen.” Nu had ze mijn aandacht: “Huh! Hoezo mijn schuld? Ik had je toen gebeld! Op je werk nota bene, of ik ze mocht terugsnoeien want ik moest de schutting voorzien van nieuwe planken. En dat was goed zei jij toen!” Ik pakte direct mijn gsm, dat had ik wel verdiend. “Ja, dat klopt, maar je hebt het niet goed gedaan en daarom hebben we nu minder bloemen.”

De rest van de avond stond de vlag er wat treurig bij…

Na al dat vlagvertoon van de geslaagden komen de diploma uitreikingen en dat zijn tegenwoordig hele evenementen. Scholieren en studenten gaan dan allemaal ‘op sjiek’ en hun verzorgers doen er alles aan om hun kroost zoveel als mogelijk te doen opvallen. Vroeger was er enkel strijd onder ouders om op te vallen qua traktatie op verjaardagen, nu ligt die druk bij het examen bal. Limousines, vrachtwagens of zelfs helikopters worden ingezet.

The sky is the limit!

De scholen doen net zo hard mee. Ik ben eens bij een diploma uitreiking geweest die uren duurde doordat er tussendoor veel geëntertaind moest worden. Dat noemen ze dan een toegevoegde waarde of iets dergelijks. In mijn tijd werd je naam geroepen, liep je naar voren, kreeg je een hand en in je andere hand het felbegeerde papiertje en kon je weer terug naar je plaats. Nadat al je klasgenoten de buit binnen hadden ging je de stad in om het eens lekker op een zuipen te zetten.

Niets meer en niets minder.

Maar ach, tegenwoordig mag je elke dag wel een vlaggetje ophangen. Daarom vlagden wij in de afgelopen week voor al die wandelaars hier in de omgeving. Zij liepen weer de jaarlijkse Avondvierdaagse en afgelopen vrijdag mochten wij, de niet-lopers, die duizenden sportievelingen weer binnenhalen. Onder de muzikale klanken van de fanfares , de vrolijke dansjes van de dansMariekes en de dansJannen en ons bewonderend applaus. Hoe leuk zijn deze dagen toch elk jaar weer hier in de Gemeente Oldambt. Hoe leuk en gezellig is het dan langs de route, waar jong en oud aanwezig zijn en gezellig met elkaar praten. Social talk, maar dan zonder telefoon..

Alleen daarom zou je de vlag al willen uithangen!

 

 

 

 

 

 

 

De klapperrrrs… van de week

Beduusd van mijn actie die ik even daarvoor, in een fractie van een seconde, had uitgevoerd, keek ik verdwaasd door het slaapkamerraam naar buiten en weer naar de plek waar ik die fractie eerder nog horizontaal lag, in mijn bed. Door de knetterende klap had ik niet eens de gil van mijn vrouw gehoord die inmiddels rechtop in bed zat, met de hand voor de mond: “Wat een knal was dat hè,” zei ik, terwijl ik naar buiten bleef kijken naar het vervolg. Op dat moment werd ik verblind door een enorme lichtshow en kwam ik weer tot mijn positieven.

Het onweerde.

Ik begon direct te tellen en kwam tot twintig. Volgens de berekeningen is 3 tellen één kilometer dus het moest een kilometertje of zes, zeven in de buurt zijn geweest. Misschien wel recht boven Scheemda? Of boven Oude Pekela? Het voorspelde noodweer kwam immers vanuit het zuiden. Maar de donder was zó ontzettend hard en langdurig dat het leek alsof ons dak in tweeën scheurde.

Daarna was het stil.

Doodstil. Zelfs de honden en de katten uit de buurt waren zo onder de indruk van voorgaand natuurgeweld dat zij respectievelijk vergaten te blaffen en te schijten in onze tuin. Wij werden er ook stil van en maakten daarom maar snel gebruik van de gelegenheid en doken weer in bed. Want de volgende dag stond er gewoon weer een werkdag in de planning en ja, dan moet je toch je rust pakken voordat er wallen onder je ogen ontstaan.

Werken is leuk en je krijgt er ook nog eens wat voor maar er gaat altijd zoveel vrije tijd inzitten..

Uiteraard waren we al uren ervoor, wat zeg ik, dagen ervoor gewaarschuwd dat het zou gaan onweren. Het zou heel erg gaan onweren. Het zou verschrikkelijk gaan onweren. Het zou het ‘onweer des doods’ worden….

Superlatieven schoten tekort om ons, simpele zielen, te waarschuwen.

Maar heeft het wel zin al die waarschuwingen?  Want wij Hollanders zijn toch per definitie een nuchter volkje. Wij zijn de uitvinders van nuchterheid, vaak te lezen als tegeltjeswijsheden zoals bijvoorbeeld: ‘Het leven is hard. Daarna ga je dood’ of ‘Als ik gemekker wil horen koop ik wel een geit!’ of ‘ Als ik niet antwoord, ben ik niet arrogant, maar jij niet interessant.’

Waarom dan steeds vaker van die aanstellerige, overdreven waarschuwingen. Betutteling, ook op andere vlakken beginnen we er steeds beter in te worden. Zodra medewerkers van het Openbaar Vervoer gaan staken ligt ‘heel Nederland plat’ en spreekt men over ‘horror-files’ en een ‘ontwricht land’. Ik ben anders opgevoed. Als het buiten steenkoud was had mijn vader het altijd over een ‘dun windje’. Wanneer het nog kouder was dan steenkoud dan had mijn vader het over een ‘gemeen dun windje’.

Daar was geen woord Frans bij.

Nadat we de klap te boven waren gekomen las ik de volgende dag dat het Kruidvat met flitsend nieuws kwam. Deze winkel blijkt namelijk verkozen te zijn als een van de populairste winkels in ons land. Of, zoals ze dat zo mooi toevoegden, het ‘meest toekomstbestendige’. Net zoals de winkels van Rituals en … de Ikea! Die laatste zag ik niet aankomen want de Ikea is geliefd bij menig vrouw en gehaat bij menig man. En aangezien er ongeveer net zoveel mannen als vrouwen rondlopen in ons land zou dat betekenen dat er sprake is van een gelijkspel. Of er zijn steeds meer mannen die hun mening hebben aangepast?

Of snappen ze nu eindelijk de handleidingen…

Nu was ik van de week toevallig in het Kruidvat (of de Kruidvat..) en wederom viel het mij op dat het er een chaos was, alsof iemand even vlak voordat ik mijn fiets geparkeerd had, de lont van het Kruidvat aangestoken had en de boel tot explosie kwam. Want het is er altijd een chaos, je moet slalommen tussen de shampoos, de tandenborstels, de huid-oliën en de gadgets waar je achteraf eigenlijk niets aan hebt. Want óf er is teveel voorraad óf de winkel is te klein om het allemaal op te slaan. Het begint steeds meer op een rommelmarkt te lijken maar misschien is het daarom wel een winkel waar men graag komt. Even sneup’n! Want rommelmarkten worden ook graag bezocht heb ik mij wel eens laten vertellen. Door deze positieve aandacht voor het Kruidvat bedacht het management om nóg een konijn uit de hoge hoed te toveren.

Ze starten namelijk een vibratorlijn!

Want dat is echt iets van deze tijd, volgens de deskundigen. Het is heel normaal dat die dingen tegenwoordig in menig nachtkastje liggen. En dat geloof ik wel. Want we benoemen het ook steeds vaker, een vibrator is een vibrator en niet meer een ‘massagestaaf’ (niet te verwarren met de gehakstaven van onze hedendaagse tijd). Zo werden ze nog genoemd in de tijd dat ik als puber plaatjes keek in de catalogus van de Wehkamp. Niet eens stiekem hoor, die catalogus werd vroeger bij ons gewoon door de postbode bezorgd en vond gretig aftrek bij mijn broer en mij. Dat was een onderdeel van onze puberteit. En dat was nog de tijd dat postbodes gewoon hun werk deden en zorgden dat onze post vertrouwelijk behandeld werd. Dat was nog de tijd dat scholen examens van hun leerlingen veilig konden opsturen via de postbode met op zijn pet de initialen ‘PTT’.  En er raakte nooit iets kwijt.

Maar ik dwaal af..

Een derde van de winkelende vrouwen zijn wel in voor deze nieuwe producten, zo lees ik. Want, ik citeer een van de krolse klanten: ‘Mijn man in bed is ook niet alles.’ Dat zijn geen opbeurende citaten als ik eerlijk ben, hoe graag ik ook elke vrouw een fijn intiem leven gun.

‘Make love not war’ is mijn motto.

Blijft over dat twee derde van de winkelende dames in het Kruidvat wél tevreden zijn met de kunsten en acrobatische toeren van hun partner.

En dat geeft mij dan wel weer een goed gevoel.

Oergevoelens

“Haal je hand daar eens weg! Viezerik!” riep mijn vrouw mij toe. Ik keek haar aan en zag een zeer verontwaardigde blik in haar ogen die ik niet plaatsen kon want ik was mij van geen kwaad bewust. Was het mijn positie? Ik lag namelijk zijwaarts op de bank TV te kijken. Naar mijn favoriete progamma, First Dates.

En dan de Engelse versie!

Want de Nederlandse versie is een grote kermis. Daar worden karikaturen tegenover elkaar gezet die eigenlijk tegen zichzelf beschermd zouden moeten worden. Want wij kijkers willen graag gluren bij de buren, wij willen vermaakt worden en dan het liefst door leedvermaak. Geef het volk brood en spelen… voyeurisme van de hoogste categorie. Vanaf de bank klinken dan de quasi verontwaardigde oooh’s en aaah’s en vinden we dat het eigenlijk niet moet kunnen.

Maar de week erop zitten we er toch weer klaar voor, met chips en bier, op de eerste rang.

“Wat is er nu weer?” vroeg ik, mij nog steeds van geen kwaad bewust. Ik lag gewoon even na het eten te chillen op de bank, in mijn trainingsbroekje, T-shirt en vest. Eventjes  bijkomen van de warme maaltijd en van mijn inspanningen van het koken.  En na te denken over wat de ‘liberale’ leider van FvD nu weer allemaal gezegd had. Deze overrijpe kakker met een vlotte babbel uitte zich kritisch over de moderne vrouw. Want deze dames zijn zo druk met hun carrière dat ze nauwelijks nog kinderen op de wereld zetten omdat ze daar geen tijd meer voor hebben. Ik heb ook een fulltime werkende vrouw en ik wil daarom nog even wat toevoegen aan zijn relaas.

Namelijk dat ze ook niet meer koken!

Maar ook Baudet ziet dat de dames steeds slimmer worden en dat ze zich niet meer laten gebruiken als broedkast. Vroeger stonden meneer Pastoor en andere religieuzen aan het voeteneind van de echtelijke sponde stonden om te checken of er nog voortgeplant werd. Nu doet deze gladjanus een poging want hij is bang voor slimme vrouwen.

De stakker.

“Haal die hand eens uit je broek!” riep mijn vrouw mij toe en trok nu een gezicht van afgrijzen. “Waarom?” antwoordde ik, nu wat snauwerig want ik voelde mij behoorlijk in het kruis getast. Mijn taak, het koken van het avondeten, had ik immers met goed gevolg afgelegd en nu begint ze ineens over mijn hand die ik deels in mijn broek heb zitten. Waarom? Geen idee, dat gaat soms vanzelf. Misschien wel omdat ik dat lekker vind. Of omdat hele veel mannen dit wel eens doen.

“Ja, waarom lig je daar met die hand in je kruis? Dat is toch goor?” Even dacht ik terug aan de Europese verkiezingen van afgelopen donderdag. Had ik toch beter op de FvD moeten stemmen? Dan kwamen dit soort vragen van mijn vrouw niet bij haar op. Dan stond ze tijdens mijn chill uurtje met mezelf nog gewoon in de keuken de boel op te ruimen en was ze daarna naar boven gegaan om te strijken.

Eigenlijk zo gek nog niet, die ideeën van Thierry…

“Goor? Hoe kom je daar nu bij?” en ik haalde mijn hand uit mijn broek er rook even vluchtig aan mijn hand. “Ik heb net nog gedoucht! Ik ruik enkel bloemetjes van de Badedas. Geen lavendel! Niks mis mee.” En ik stopte mijn hand weer terug op de plek die in opspraak was. Ze ging nu helemaal los.

“Je bent Al Bundy toch niet!” zei ze, zwaar geïrriteerd omdat ik niet deed wat zij wilde.

“En hoe kom je erbij dat alle mannen dat doen?” Ik haalde nu mijn hand uit mijn broek en ging rechtop zitten. Hier was zwaarder bewijsmateriaal nodig. Ik spuugde nu even in mijn handen, wreef ze even stevig in elkaar en tikte op mijn telefoon de volgende zoekopdracht: ‘Waarom zitten mannen graag met hand in hun broek?’ Bam! Direct tientallen hits op dit onderwerp! En weet je op welke sites? De Viva, de Flair, Grazia.nl, Ze.nl en natuurlijk nog de Libelle en de Linda.

Ja mannen, we worden in menig media platform compleet uitgekleed en geanalyseerd!

Ik begon het direct voor te lezen aan mijn vrouw en tijdens het lezen werd ik alleen maar enthousiaster. Mijn vermoeden werd bevestigd. Want ik ben echt niet de enige man op deze wereld die, let op dames, deze afwijking heeft. Oké, Baudet doet het waarschijnlijk niet, die snuift wel aan zijn zakje lavendel.

Over afwijkingen gesproken.

“Mannen doen dit ter bescherming van hun ‘erfgoed’. Want stel dat er ineens uit onverwachte hoek een voorwerp (bal) of vuist die richting op komt. Daarnaast voelen ze zich er comfortabel en veilig bij.”

“Aldus  de schrijfster…”

Ik keek mijn vrouw nu indringend aan over mijn bril, een standje die ik volgens haar van mijn vader heb overgenomen. Zij keek op haar beurt terug met een blik vol ongeloof, onbegrip en ….spijt. Spijt dat ze ooit met mij een relatie begonnen is, spijt dat ze nu net een man moest treffen die zijn hand in zijn broek stopt.

Onverstoorbaar ging ik verder, genietend van mijn gelijk want het werd nóg mooier!

“Maar er zijn nog meer redenen. Doordat ze dit doen maken ze een stofje aan, het stofje oxytocine. Dit stofje werkt namelijk kalmerend en komt ook los bij de moeder-zoon verbinding. Eigenlijk is het jullie eigen schuld!”

“Kijk”, vervolgde ik, nu kaarsrecht zittend omdat mijn gelijk een honderd procent score zou gaan opleveren, “Kijk, en nu komt het! Het is een gewoonte van heel lang geleden, nog langer geleden dan de dag dat de vrouwen ook kiesrecht kregen zodat zij ook mochten stemmen op politieke figuren, een recht waar ze voor geknokt hebben.”

Ik moest even ademhalen, zo diep zat ik nu in mijn gelijk.

Zij zweeg omdat ze wist dat ik nu door zou gaan. “De oermannen deden het al! Kijk maar, het staat hier!” en ik drukte mijn gsm onder haar neus waarna ze direct haar neus optrok. Ik deed net of ik het niet zag. “De oerman, Janet, de oerman! Voor elk gevecht met een andere oerman of wild beest duwden ze effe de hand in de broek, roken eraan en vielen toen hun slachtoffer aan!”

Ze stond op en liep zwijgend naar boven.

Vast strijkwerk…

PS: ik heb gestemd. Op wie? Op een vrouw!

Kom je buiten spelen?

‘Kom je buiten spelen?’ Dat was in mijn jeugd een vraag die dagelijks wel een paar keer passeerde. Een vraag die meestal dan ook positief beantwoord werd door de toehoorder want buiten was het veelal spannender dan binnen. Buiten was vrijheid, avontuur, spanning, vrolijkheid en buiten waren je vrienden.

En de meisjes.

Die waren er ook vaak bij. Bij haast alles wat wij deden. Zelfs bij oorlogje spelen in de duinen deden de  meiden dapper mee en menig veldslag werd zelfs gewonnen door hun. Of lieten wij ze winnen, zolang we maar bij ze in de buurt waren en van hun aanwezigheid konden genieten… De wapens bestonden voornamelijk uit een combinatie van een uit hout gezaagd geweer met een ‘pyleke-buis’ (installatiebuis) als loop, bij elkaar gehouden door duct tape.  En op de loop zat een knijper die functioneerde als vizier. Sommige onder ons hoefden hun fantasie niet te gebruiken want die kregen van hun ouders gewoon een volautomatisch geweer die lekker knetterde nadat je de trekker overhaalde.

Voor de duidelijkheid: de pyleke-buis schieters riepen ‘pang’ of ‘paw’, overigens zonder verantwoording te hoeven afleggen bij het Openbaar Ministerie..

Nadat je geraakt was stortte je klagend ter aarde, de een nog mooier dan de ander en heel vaak geholpen door het podium waar je op dat moment op stond: op een van de vele Terschellinger duinen. Het naar beneden rollen resulteerde in prachtige sterfscènes die haast niet meer te evenaren waren. Dat je daarna onder het zand kwam te zitten en plekken kreeg van de prikken van het helmgras, deerde de pret niet.

En na tien tellen mocht je gewoon weer meedoen.

Maar het was niet alleen maar oorlog voeren daar in de buitenwijken van mijn woonplaats, Midsland. Nee, er werd ook gevoetbald. Op straat, met vier jasjes als doel. En als er dan eens een auto voorbij kwam, die waren toen nog op een hand te tellen, dan gingen we even opzij. Of we speelden een partijtje voetbal bij een vriendje in de tuin, die had daar twee doelen staan en dat was natuurlijk nóg leuker.

Zodra de weilanden weer weilanden werden en het gras hoog genoeg was, deden we na schooltijd ‘meiden de jongens’. Dan verstopten de meiden of de jongens zich in het hoge gras en wachtte je in spanning af wie je vond. Ondertussen at je van wat er om je heen groeide, bijvoorbeeld de zuurstengels die het weiland toen nog rijk was en je maakte van Madeliefjes alvast een ketting, om het meiske te imponeren. En dan werd je gevonden. En dan kreeg je een kusje!

Soms werd er van tevoren afgesproken waar zij zich zou gaan verstoppen maar dan was er al wat meer aan de hand, dan zat je in de fase ‘bijna verkering’.

Voorgaande zijn zomaar wat herinneringen die bij mij opkwamen nadat ik een grappig filmpje zag van twee jochies die in de regen buiten aan het spelen waren. En herinneringen die een groot onderdeel waren van mijn best wel gelukkige jeugd. En die draag je heel je leven met je mee en zodra je zelf kinderen krijgt, probeer je dat gevoel door te geven. Dat lukte deels omdat mijn jongens in een totaal andere omgeving opgroeiden dan ik. Mijn kinderen wilden wel buiten spelen maar hun generatie kreeg al te maken met de nadelen van ons groeiende, welvarende land. De oorzaak? Alle straten slipten dicht door geparkeerde auto’s en jakkerend verkeer. En die paar kinderen die toch nog voorzichtig met een bal tussen de auto’s durfden te laveren, kregen vaak te maken met boze volwassen omdat die bang waren voor krassen op hun auto.

Dat zijn vast volwassenen die nooit jong zijn geweest …

Ach ja, ik ben een beetje in een sentimentele bui en dan blik je wel eens terug naar vroegere tijden. Die bui vormde zich boven mijn hoofd nadat wij vorig weekend naar Terschelling afreisden. Want mijn moeder werd op Bevrijdingsdag 90 jaar. Negentig jaar en nog steeds zelfstandig wonend dankzij haar sportieve levensstijl en mijn vader, want die doet de zorg.  Ik heb daar een stukje over geschreven omdat ik heel erg ben van liever pluimen geven bij leven dan bij de uitvaart…Maar dat was niet de enige reden van mijn sentimentele bui, het kwam ook door het feit dat we onze vier zonen weer eens een keer bij elkaar hadden want dat was twee jaar geleden alweer voor het laatst geweest.

Ja, wij zijn een zogenaamd ‘samengesteld’ gezin en dan zijn bepaalde zaken niet meer zo vanzelfsprekend.

Het werden twee zeer intensieve dagen. Intensief omdat alles met de fiets gebeuren moest want de auto’s stonden in Harlingen geparkeerd. Maar dat is het mooie van het eiland, fietsen is daar geen straf, zelfs niet met windkracht 6 en een temperatuurtje ‘winterjas’. En we namen al het gemopper over dat fietsen van de mannen op de koop toe, want we wisten dat ze in hun hart genoten van de fietsritjes, de lol, de gein en de gezelligheid.

Vooral ondergetekende moest het ontgelden voor al dat ‘leed’, bestaande uit zadelpijn, vermoeidheid door het tegen de wind in fietsen en het steeds maar overal op tijd moeten zijn. Maar gelukkig heb ik een brede rug en ik kon mijn geklaag over hun geklaag weer kwijt bij mijn vrouw en bij de vriendin van mijn jongste zoon. Vooral die laatste vond het geweldig om zo het eiland te leren kennen want dit was haar eerste keer.

Die tijdsdruk kwam doordat ik persé wilde dat we die avond met zijn allen de Dodenherdenking op het eiland zouden meemaken. Een herdenking die begint met een stille tocht door het dorp en vervolgens tegen acht uur eindigt bij het Monument, ooit opgemetseld door een oom van mijn vader.

We waren ruim op tijd. En eenmaal meelopend in de stoet nam de stilte bezit van de jongens. En begrepen ze weer dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid die ooit bevochten is door jonge mensen, net zo jong als zij nu zijn. Ze zagen de leeftijden van de gesneuvelden op de grafstenen staan en de stilte overdonderde, slechts een merel zong hun lied.

Een lied voor de gevallenen. Omdat zij nooit meer buiten kunnen spelen….

https://muizenstaartjes.nl/vergeten-gaat-steeds-beter/

 

Vergeten gaat steeds beter…

Mijn moeder is vandaag jarig. De cijfers 80 in haar leeftijd hebben plaats gemaakt voor de cijfers 90 en nu is ze een jaar ouder geworden als haar moeder ooit geworden is. Het bereiken van deze mijlpaal heeft ze naar mijn idee zelf bewerkstelligd door altijd maar in beweging te zijn én, niet geheel onbelangrijk, door positief in het leven te staan. 

Ze draagt niet voor niets al haar hele leven de bijnaam ‘Truus de Trimster’.  

Het is niet niks, 90 jaar. Daarom schrijf ik dit stukje, omdat ik maar ook mijn broer en zus haar zo dankbaar zijn voor wat ze ons allemaal meegegeven heeft in het leven. Dat besef wordt alleen maar groter nu we zelf grijze haren ontwikkelen, kwaaltjes krijgen en ook regelmatig wel eens dingen vergeten. 

Ja, bij ons gaat het vergeten ook steeds beter, lieve moeder! 

Zij spoorde ons altijd aan om dingen op te schrijven en gaf daarin zelf het goede voorbeeld. Overal in het ouderlijk huis liggen nog steeds briefjes of kaartjes met overduidelijk haar (prachtige en sierlijke) handschrift. Briefjes met daarop recepten van gerechten die ze ooit van haar moeder had gekregen, gewoon wat aantekeningen of kaartjes of memo’s  met spreuken of gedichtjes waar ze eens door geraakt werd.  

Zij heeft de liefde voor onze taal op ons overgebracht. 

Dit is opnieuw een ode aan haar. Het kan niet vaak genoeg beschreven worden omdat we zo trots op haar zijn. En omdat het vergeten steeds beter gaat. En omdat ze altijd een voorbeeld was en is voor ons. Zij heeft ons gedragen en op de wereld gezet. Uit liefde. En ze heeft ons vervolgens gevoed en opgevoed. Uit liefde. En ze heeft ons vervloekt als we weer eens wat uitgevreten hadden… 

Ja, ook uit liefde. 

En tussen al dat opvoeden door deelt ze nog elke dag de liefde met onze vader die nu zorgt. Uit liefde voor haar. Regelmatig krijg ik een foto van wat hij nu weer gekookt heeft en sta ik versteld van zijn kookkunsten.  Die twee rechter handen waarvan ik er maar eentje geërfd heb, doen dat toch maar weer even. Ik had er ooit een opleiding voor nodig om een beetje te kunnen koken, hij schudt inmiddels het ene na het andere gerecht uit zijn mouw. Maar ik weet het geheim.  

Het is de liefde!  

Al 61 jaar zijn ze getrouwd en nog steeds zijn ze stapelgek op elkaar. Een relatie op puur gelijkwaardige basis van twee mensen die elkaar feilloos kennen, aanvoelen én respecteren. “Geven en nemen, maar altijd iets meer geven dan nemen,” riepen ze ons altijd toe. Dat is een van de belangrijkste ingrediënten voor een liefdevolle relatie.  

Als kinderen leefden we een geregeld, stabiel leven waarin structuur een van de pijlers was. Structuur die nodig was om een gezin van een hardwerkende aannemer draaiende te houden. Die structuur bestond onder andere ook uit huishoudelijke taken voor ons. Die taken stonden op lijstjes die afgekruist werden na uitvoering zodat er geen onenigheid ontstond: Tafel dekken, tafel afruimen, afwassen of afdrogen, houthakken en helpen in de (groente) tuin.  

Geloof me, dat was echt pedagogisch verantwoord! 

Want wij zijn daar niet slechter van geworden, integendeel, daar plukken wij sinds we uitvlogen zijn nog elke dag de vruchten van. Zelfstandig de wereld in, die boodschap gaf ze ons eigenlijk mee. En niet teuten! Aanpakken, daar was ze van. Maar het was niet altijd strak en streng. Want wanneer je ziek was dan was ze er voor je. Dan kreeg je stukjes sinaasappel met wat suiker en een beschuitje met wat suiker en kaneel en dat mocht je dan opeten op de bank, vanonder je dekentje. En naast je lagen dan Donald Duck’jes, de Tina’s of een leesboek van de Bieb. En een emmer, voor het geval dat er gespuugd moest worden.  

En tussendoor dronk je samen een kopje thee, met wat honing want dat was goed voor je keel. 

De zaterdagavonden.’ Dan creëerde ze altijd gezelligheid, bijvoorbeeld door op de zaterdagavond wat lekkers bij de koffie te doen. Ik zie mijzelf nog steeds staan in de keuken, haar te helpen met het maken van tompoezen of het aansnijden van een Sneeuwster. Of ze bakte zelf iets, en dan was het vechten om de gardes af te mogen likken. En wat te denken van de verse scholletjes en tongetjes die we met enige regelmaat voorgeschoteld kregen, lekker stevig gebakken, voor op brood. En winterdag was er altijd wel een keer gebakken bloedworst,  gebakken tomaat of balkenbrij wat de avondmaaltijd sierde. Ja, s’ avonds aten wij brood en tussen de middag werd er warm gegeten. 

In rap tempo! 

Want Pa wilde altijd na het eten nog even een tukkie doen. En dat vond ze logisch want ze was altijd vol lof over hem, over haar (Her)mannetje die hard voor zijn centen moest werken. Eigenlijk was zij het hoofd van het gezin. Zij hield de boel draaiende, zat ons achter de vodden met huiswerk maken, stond aan de zijlijn op het voetbalveld als we moesten voetballen, ging met haar dochter graag naar ‘Oude Liedjes Zingen’ en onderhield de sociale contacten.  

Zij was de spil van het gezin. 

De dag begon voor haar al in de vroege morgen. Ze was al beneden om Pa zijn ontbijt te verzorgen want die moest als eerste de deur uit. Dat ging volgens een strak schema want hij moest personeel van huis halen en naar de bouwplek brengen en die rekenden erop dat ze op tijd gehaald en gebracht werden. En die moesten voor 12 uur ’s middags weer naar huis gebracht worden want ook bij hen stond moeder de vrouw klaar met de warme prak.  

En ’s middags vice versa. 

En als wij ook naar school waren begon het huishouden weer. Alles om mijn vader de ruimte te geven zijn werk goed te doen en ons op tijd op school te krijgen. Een opstelling waar zij bescheiden in was, zij schikte zich in haar rol als ‘echtgenote van’. Maar de zondag was er voor de ontspanning. Dan gingen we de bossen in of we verbleven urenlang op het strand. En we genoten volop met het hele gezin van de plek waar onze ouders ooit een bestaan opbouwden en een gezin stichtten: Terschelling!  

Lieve Moeder, vandaag is het weer zondag en nu zijn we er (haast) allemaal om dat met U te vieren. Als dank, als enorme dank! Het zijn een kleine duizend woorden geworden van lof die natuurlijk veel tekortschieten voor wat wij werkelijk aan respect voelen maar zo blijft het nog een beetje leesbaar. En u kunt het nog eens nalezen, desnoods elke dag weer. 

Want vergeten gaat immers steeds beter.. 

Elke dag anders

Vroeger had je vaste dagen om wat te doen. Op maandag deed men de was, op dinsdag werd die was gestreken, op woensdag werd de kapotte kleding ‘versteld’ (voor de jeugdigen onder ons: versteld is een ander woord voor reparatie) en at men vaak een gehaktbal bij het eten, op donderdag was het ‘kuis’ dag (voor de jeugdigen onder ons: kuisen is schoonmaken), op vrijdag at men vis omdat enkele religieuzen ooit bedacht hadden dat er op die dag geen vlees gegeten mocht worden, de zaterdag was de dag om te klussen en werd het grind in de tuin of oprit aangeharkt en op zondag ging met naar de kerk.

En op maandag begon voorgaande riedel helemaal weer van voren af aan!

Hier krijg ik dus jeuk van. Ik hou niet van dit soort ritmes. Daarom zul je mij nooit horen zeggen dat vroeger alles beter was. Want vroeger was alles niet beter, vroeger is geweest en zal nooit meer terugkomen. Net als deze dag die ook weer voorbij gaat. Net zoals Koningsdag ook weer voorbij is. Die dag was vroeger wel beter want het werd altijd gevierd op 30 april, Koninginnedag. Toen was het negen van de tien keer wél mooi weer. Koningin Beatrix dwong dat kennelijk af, ze had, heb ik van horen zeggen, een direct lijntje met ‘boven’. Haar zoon nam op een gegeven moment de tent over en omdat hij ook niet van repeterende dagen hield besloot hij zijn verjaardag gewoon op zijn eigen verjaardag te vieren.

Met slecht weer als straf…

Vrijdag slingerde het Rode Kruis zelfs het bericht de wereld in dat de Koningsdag-vierders op moesten passen op onderkoeling! Ja, echt waar, de betutteling ten top en de krant van Wakker Nederland die niks moet weten van regeltjes, deelde graag dit bericht.

En alle landen om ons heen lachten besmuikt in hun vuistje, die gekke Hollanders toch…

Herinneringen aan vroeger zijn natuurlijk wel altijd leuk om zo nu en dan even terug te halen. Absoluut. Maar de wereld draait wel door en stilstand is achteruitgang. Hier bij mij thuis leven we dan ook van dag tot dag. Hier geen ‘maandag wasdag’. Hier hangen mijn onderbroeken nooit op dezelfde dag aan het wasrek in de tuin. Nee, die kunnen op elke dag van de week wel een keer gespot worden in onze tuin. En weet je hoe mijn vrouw die onderbroeken checkt of ze droog zijn?

Dan grijpt ze even met haar hand in het kruis!

Onderhands! Meestal doet ze dat in de loop, als ze even achter huis moet zijn. En als ze nog wat vochtig zijn dan blijft het slechts bij kruisgrijpen en loopt ze gewoon door. En nee, het is niet op zijn Trump’s. Ze doet het op haar eigen manier; vluchtig maar wel elegant. Zij wast dus wanneer het uitkomt. Gewoon omdat dat kan. Heerlijk. Geen dag is hier hetzelfde. Geen sleur achter onze deur.

Nu hoor ik je al denken: Waarom doet zij de was? Waarom doe jij dat niet? Je houdt niet van vaste dagen maar wel van vaste patronen? Ze strijkt ook zeker alles zelf? Ben je zo ouderwets ingesteld? Ze vult zeker ook elke dag je broodtrommeltje? En als het beleg je niet zint geef jij haar zeker commentaar?

Ruuuustiggg!

Zij doet inderdaad de was. Niet omdat ik het niet wil of dat ik het niet kan. Ik weet heus wel het verschil tussen de bonte en de witte was en dat bepaalde kledingstukken niet te heet gewassen mogen worden. En dat sommige kledingstukken niet in de droger mogen. En nog iets, ik kan ook strijken. Dat heeft zij mij enkele jaren terug geleerd. Via Skype, omdat zij in Winschoten woonde en ik nog in Den Haag. Ik ging dan met de strijkplank voor de camera van de computer staan en dan gaf zij aanwijzingen. Ze was het alleen niet eens met de randverschijnselen die via haar beeldscherm tot haar kwamen, randverschijnselen die ikzelf had bedacht om het strijken enigszins wat op te leuken. Want links, op het uiterste puntje van de strijkplank stond een glas whisky en helemaal rechts een asbak met een brandende peuk. Zo kon ik mijn verslavingen combineren met dit gezellige, huiselijke tafereeltje.

Als het had gekund had ze mij zó door het scherm getrokken!

Maar ik kan het allemaal. Alleen ik mag het niet doen van haar! Terwijl zij eigenlijk precies hetzelfde doet als ik maar nét even anders. Het zal ‘het gevoel’ wel zijn. Vrouwen doen graag aan gevoel. Ik denk enkel: zou gauw mogelijk die was wegwerken! Nou, ‘even’ is er echt niet bij. Bij de wasmachine staat een enorme verzameling aan middeltjes en geurtjes die de was schoon, zacht en lekker moeten maken. Toen ik nog op mezelf woonde stonden er slechts drie flessen, voor de witte was, de bonte was en de verzachter. 

Hou het simpel.

Maar mijn kennis is haar te min. Haar kennis van het wassen daarentegen is internationaal bekend. Onze gezamenlijke zonen bellen regelmatig voor adviezen wanneer zij aan het wassen geslagen zijn. Ja, de jongens zijn hartstikke modern bezig en wassen, strijken en koken erop los. Dat komt natuurlijk omdat de vrouwen in hun leven van dezelfde generatie zijn en zij weten niet beter dat zowel de man als de vrouw de was doet.

Want die generatie doet absoluut niet aan vaste patronen.

Dat hebben ze weer van ons geleerd en dat doet mij deugd. Zoals wij de vaste patronen van onze ouders verafschuwden, verafschuwen onze nazaten weer de onze en doen ze het op hun manier. Maar toch zei mijn oudste zoon laatst tegen mij dat hij het opvoeden heel anders zal gaan doen, ondanks dat ik best wel streng was (maar wel rechtvaardig) en zo nu en dan lijnrecht tegenover hem stond.

“Ik ga heel streng zijn!” zei hij.

Prima. Veel succes. Ik zie dat kleine grut wel tegemoet als ik moet oppassen. En dan vertel ik ze wel hoe wij het deden en hoe hun vaders daar destijds op reageerden.

En vervolgens ga ik ze alles leren wat hun ouders eigenlijk niet willen!

 

 

 

Andere sferen

Mijn vrouw en ik zijn inmiddels wel uitgepraat. Alles wat er gezegd moest worden is wel gezegd of opgeschreven en mochten er dingen zijn die toch besproken moeten worden dan doen we dat modern door elkaar effe een WhatsAppje te sturen. Een enkele keer communiceren we via de analoge weg, dan maken we gebruik van die oh zo handige, leuke en gezellig gekleurde memoblaadjes naast de koelkast om bijvoorbeeld een belangrijke boodschap op te schrijven.

Heel handig, vooral wanneer je dat briefje vergeet mee te nemen….

Gelukkig is dat dan weer digitaal op te lossen door een foto van het boodschappenbriefje te maken en deze door te Appen naar diegene die op dat moment verloren rondloopt in de supermarkt. Dat is natuurlijk ook een vorm van communiceren zonder te praten. Want alles is immers al gezegd, we kennen elkaar door en door en weten wanneer er wat gezegd of gezwegen moet worden. Dat zwijgen is voornamelijk mijn ‘ding’. De ene keer bewust, de andere keer gaat dat vanzelf.

Zoals enkele weken geleden, toen ze aan de eettafel bezig was met een zogenaamd ‘Moodboard’.

Daar had ik nog nooit van gehoord maar na het zien van mijn verbaasde blik vertelde ze mij dat het eigenlijk een vorm van communicatie was. Want ze plakte met Velpon de door haar uitgeknipte plaatjes van interieurs en de daarbij behorende ‘accessoires en details’ die ze gevonden had in de Libelle en interieurmagazines, op het bord. “En als het klaar is moet jij hem daar ophangen!” zei ze enthousiast en wees naar het kale muurtje nabij de keuken. Zonder mijn reactie af te wachten ging ze verder: “Leuk hè! Dan kan jij en iedereen die hier over de vloer komt zien hoe ik het hier ingericht wil hebben. Zó gezellig!”

Zwijgend liep ik de trap op naar mijn schrijfkamertje, drukte de computer aan en Googelde het woord Moodboard.

‘Een Moodboard is een sfeerbord. De bedoeling van een sfeerbord is om een sfeer te uiten’.
Het stond er echt! Maar goed, ondanks dat we niet meer praten heerst er een prima sfeertje in ons huis. Tenminste, tot vorige week. Want sindsdien is de sfeer in huis eerder sfeerloos dan gezellig. De reden van deze ommekeer is het feit dat de vrouw des huizes bedacht had om wat huiselijke relikwieën, zoals enkele vazen en lampen, op marktplaats te zetten.

Oh ja, en een roze beeld, van een lam op ware grootte welke ze autistisch schaap blijft noemen.

Ik ben gestopt met haar daarin te verbeteren. Maar dat heeft ook te maken met het feit waar ik dit stukje mee begon, dat we uitgepraat zijn. Wat rest is slechts de berusting. Want ze is in bepaalde opzichten behoorlijk halsstarrig en daar moet ik telkens op anticiperen. Om nog maar even een voorbeeld te geven van haar halsstarrigheid, ze vertikt het telkens weer om een bakje onder de koffiemachine te zetten. Dat bakje heb ik ooit bedacht omdat deze (koffiebonen) machine ingesteld staat op een uurtje stand-by. Daarna zet de machine zichzelf uit en spoelt de leidingen nog even schoon. En dat spoelwater wordt dan opgevangen met dat bakje.

Dan wordt het oorspronkelijke lekbakje van het apparaat namelijk niet vuil.

Ja, je leest het goed, het oorspronkelijke, geïntegreerde lekbakje mag niet vies worden. Want het oorspronkelijke lekbakje is veel lastiger om schoon te maken en je hebt het niet direct door wanneer het te vol raakt waarna een overstroming kan ontstaan die nóg lastiger is om schoon te maken.

Wij mannen zijn nu eenmaal praktisch maar zij vertikt het om dat toe te geven.

Maar de sfeer is uit het huis want ze heeft alles verkocht. Inclusief het roze lam. Dat lam staat nu ergens op een vensterbank van een boerderij in Heiligerlee, een prima plek voor een lam mag ik wel zeggen. Wij hebben nu alleen nog maar een plafonnière maar die geeft zoveel licht dat de hele wijk vol in het licht komt te staan dus we doen dat alleen in noodgevallen. Met andere woorden, we doen nu, nadat de duisternis ingevallen is, alles op de tast. Dat is best wel geinig en ook best wel lekker maar ook hier zijn grenzen aan verbonden.

Want het is niet elke dag feest!

Daarom moest ik wat verzinnen en tijdens het lezen van de krant zag ik toch ineens weer een lichtpuntje.
Een artikel over een workshop, ‘Telepathie met je hond.’
‘Telepathie is het vermogen tot rechtstreekse overdracht van gedachten en gevoelens en van informatie op afstand zonder gebruik van taal of technische hulpmiddelen’, lees ik verder in het artikel.

Mijn interesse was gewekt en even later zat ik op de website van de bedenkers te koekeloeren. Het kwam erop neer dat je hele gesprekken kon voeren met je hond zonder te spreken of te blaffen! Aan het einde van de workshop, na een gezamenlijke stiltewandeling in de bossen, zo las ik, weet je alles van je hond en ervaar je jezelf rijk door ‘een schat aan informatie’ die je van je lieveling te horen krijgt.

Het moet niet gekker worden!

Wat zou zo’n hond dan allemaal te vertellen hebben vraag ik mij dan af. En zou de hond willen dat je weet wat hij uitgevreten heeft toen jij aan het werk was of wat hij met dat teefje heeft uitgespookt in de bosjes van de uitlaatplek? Of misschien zegt hij wel dat het eten wat je elke dag trouw voorzet eigenlijk niet te vreten is? Of je krijgt te horen dat hij het absoluut hond onwaardig vindt dat hij een jasje aan moet omdat jij denkt dat het te koud is buiten?

Want dan kom je mooi van een koude kermis thuis!

Afijn, ik heb geen hond maar dit soort geneuzel heeft mij wel aan het denken gezet om iets met telepathie te gaan doen. Want als ik die telepathie onder de knie krijg kan ik zonder te praten én in het donker toch contact maken met mijn geliefde.

En misschien komen we daardoor wel weer in hogere sferen.

Kloven

Nadat de eerste verkiezingsuitslagen binnen gedruppeld waren voelde ik een unheimlich gevoel op mij neer dalen. Een gevoel welke ik de laatste jaren steeds vaker voelde want wat is er toch met ons landje aan de hand? Waar is het gezonde en nuchtere verstand gebleven waar wij Hollanders toch om bekend stonden? Want we zien steeds vaker kloven ontstaan tussen de bevolking, kloven die onze verbondenheid, we zijn immers allemaal mens, doen splijten en tegen elkaar opzetten.

Er is nu zelfs sprake van een orgasmekloof!

Haak nu niet af en laat je haakwerk toch nog even liggen want we moeten hier even over praten. Even serieus elkaars intimiteiten delen om alle negatieve obstakels weg te nemen en blokkades te elimineren. De enige manier om je los te maken van vastgeroeste levensstijlen. En goddank, we kúnnen en mogen er in deze roerige tijden ook over praten dankzij de vele vrije geesten die ons in het verleden de weg daarin gewezen hebben.

De orgasmekloof dus.

Het is de kloof tussen man en vrouw. Het is het verschil in salaris tussen man en vrouw. Het is het verschil van denken tussen man en vrouw. Het is het verschil tussen een overhemd en een blouse. De vrouw schiet namelijk ontzettend tekort in haar orgasmes terwijl de man zich een ongeluk kan orgasmeren, een nieuw woord voor meerdere orgasmes, te vergelijken met consumeren maar dan anders natuurlijk want je gaat niet even lekker orgasmeren in de winkelstraat.

Het gaat hier over de hetero-vrouw!

Want de dames die de liefde delen met hun gelijken hebben geen problemen op dit gebied. Voor hen is het ‘bekend terrein’, die weten alle wegen en zijweggetjes heel makkelijk te bewandelen.  Zonder gebruik van een navigatiesysteem! Mannen hebben daar meer moeite mee en schakelen daarom een navigatiesysteem in.

Daarom heet zo’n systeem ook een Tom-Tom en niet een Wendy-Wendy. 

De jeugd heeft over het algemeen geen last van een orgasmekloof blijkt uit het onderzoek. Die hebben goed opgelet en van onze seksuele sores allang geleerd hoe het wél moet. Daar hebben ze vast op school les in gehad door leraren met vrije geesten. Ik vind dat mooi want het scheelt deze jongeren een hoop gelazer in de toekomst wanneer ze in een relatie zitten. Daarom is het te hopen dat er niet een of andere politieke partij hiervoor een online kliklijn voor gaat openen want dan begint alle ellende weer opnieuw.

Dan hebben we de Barbie’s en de Ken’s weer aan het dansen.

De jeugd is daarom ook gelukkiger dan de ouderen onder ons, verteld het onderzoek verder.  Gelukkig maar want de jeugd heeft de toekomst. Ja, ik spring nu ineens over op een ander onderzoek welke van de week geopenbaard werd, een onderzoek naar hoe gelukkig wij Nederlanders zijn. En wat bleek? Wij Nederlanders zijn weer een treetje gestegen op de geluks-ladder en staan nu op de vijfde plaats van de 156 deelnemende landen!

Met stip!

Oké, je kan nog wat sikkeneurig worden van het feit dat het niet om een podiumplaats gaat maar ik was er behoorlijk van onder de indruk. En je hebt ook écht een punt als je even de Groninger kinderen aanhaalt in het verhaal want die zijn bang, bang voor aardbevingen en bang dat hun ouders aan al die ellende onderdoor gaan. Je moet wel super egoïstisch zijn als je dan nog durft te zeggen dat de Groningse gasbel helemaal leeggezogen moet worden! Dan ontneem je het geluk van die kinderen om op te groeien zoals kinderen horen op te groeien:

Zonder angst!

Maar hoe kan het toch dat het gevoel anders is, het gevoel dat er een tweedeling in ons landje aan het ontstaan is? En waarom is iedereen dan zo ontevreden en zo agressief naar elkaar? Komt dat doordat elke mening tegenwoordig ook direct weer de opstanding van een nieuwe politieke partij is? Nederland telt ruim 17 miljoen inwoners en 28 politieke partijen plus nog wat rondfladderende mannetjes en vrouwtjes die ook volgelingen zoeken voor hun politieke ideeën of tekortkomingen.

Bijvoorbeeld de POV, de Partij voor de Orgasme-arme Vrouw?

Deze partij zal zich dan gaan inzetten om de luie man een schop onder zijn kont te geven. Hij moet niet meewerken aan een ‘liefdes-baby’ als hij zijn tweede relatie aangaat, nee, ze moeten later kunnen zeggen dat het eigenlijk een ongelukje was na een wilde nacht in de duinen of nadat ze de nieuwe Ikea eettafel eens flink getest hadden! Hij moet niet vertrouwen op een Tom-Tom maar op zijn eigen navigatiemiddelen! Moeder de vrouw zal dan ’s morgens met een verliefde doch vermoeide blik in haar dankbare ogen zijn ontbijt gaan maken, met gebakken eieren en uitgebakken spek omdat het potverdorie haar een enorm lentegevoel geeft weer eens echt de liefde genoten te hebben!

Sodemieter op met je liefdesbaby’s, wees een echte kerel!

Volgens het geluks- onderzoek lijden we aan ‘cultuurpessimisme’. Cultuurpessimisme oftewel in het Latijns ‘mentem omnia in deterius culturae’, betekent dat wij dingen liever negatief zien dan positief. Dat is onze honger naar het eeuwige klagen, om maar even een onderdeeltje te noemen van de Nederlandse identiteit. Het glas (ja ja, daar komt ie weer) is half leeg in plaats van half vol. We spelen liever de rol van het slachtoffer dan van de held.

Toch is er volgens het Centraal Planbureau voor de Statistiek een nuance te benoemen.  Want als je al die mensen met verschillende meningen bij elkaar brengt en je laat ze met elkaar spreken, dan blijken ze toch meer overeenkomsten te hebben dan ze van tevoren dachten. En zien ze dat het allemaal wel meevalt. En er hoeft maar eentje op te staan die ineens niet een grote muil opzet maar iets aardigs zegt over zijn of haar tegenstander. Daar kan geen agressie tegenop, daarmee snoer je de kwaadsprekerij en duw je de boosheid de hoek in. 

“Blijf jij maar even in de hoek staan en als je afgekoeld bent mag je weer meedoen!” 

Ja, samenleven is best moeilijk en de sociale media en al die nieuwsbrengers doen hun best om onze schermpjes te vullen. Maar soms schieten ze door en worden de kloven alleen maar groter en dan is het maar net aan welke kant je staat van de kloof en of je de loopbrug nog wel kan zien. Of die mooie fietsbrug die hier in Winschoten ons straks zal verbinden met het Oldambtmeer en omstreken.  

De Pieter Smitbrug om precies te zijn, genoemd naar een fantastische burgemeester die ook niet van kloven hield.  

Carpe diem!  

Doe eens lief

“Doe eens lief..” zei mijn vrouw tegen mij, nadat ik flink op haar zat te mopperen omdat ik voor de zoveelste keer gestuit was op een enorme irritatie. Ze keek mij aan met haar meest lieve blik; kopje ietsjes schuin en grote, smekende ogen. Net als puppy’s altijd zo koddig kunnen doen, hunkerend naar een extra (honden) koekje of ter verontschuldiging omdat ze weer wat kapot gevreten hebben… Maar zij is geen puppy en ik moet mij gewoon kunnen irriteren in mijn relatie!

Dus ging ik door.

Dat recht heb ik. Daar heb ik voor getekend toen we ter gemeentehuis ons verbonden. Dat staat in de kleine lettertjes, ergens halverwege het contract op bladzijde 183. Stel dat ik niet de ruimte heb om mij te irriteren dan is de kans op ontploffingsgevaar aanwezig. Dan is de kans groot dat ik mijn ergernissen op anderen ga botvieren. Dan ga ik bijvoorbeeld lekker negatief reageren op Facebookberichtjes, lekker schelden en grove opmerkingen maken om de ander zo hard als mogelijk te raken. Of heel hard lachen om filmpjes waarin te zien is dat iemand in elkaar geschopt wordt. Of ik ga heel hard met de auto rijden op de linker rijbaan rijden en dan ga ik vlak achter zo’n treuzelaar rijden die niet harder wil dan 130. En in de bebouwde kom stop ik niet voor voetgangers en fietsers, nee, dan lach ik ze lekker uit omdat ze dom door de regen moeten, de sukkels. En als ze mij dan boos aankijken dan stop ik en stap ik uit om ze effe flink uit te schelden.

Wie denken ze wel dat ze zijn!

Daarom is het beter om het lekker dicht bij huis te houden. Niets is lekkerder dan je irriteren aan je partner en het is, nogmaals, ook fijner voor de buitenwereld. Dat scheelt een hoop onrust in de samenleving. En er hoeven geen campagnes meer gevoerd te worden om elkaar er nog maar eens op te wijzen dat we allemaal een onderdeel zijn in die samenleving, dat we echt van elkaar afhankelijk zijn.

“Doe eens lief zeg!”

Ze keek mij nu iets minder gezellig aan dan even daarvoor. Dit was de blik ‘mijn geduld is nu op’ en voor mij het sein dat Code Oranje was ingezet door de autoriteiten. Met andere woorden, op mijn tellen passen! Toch nam ik de gok om het recht in eigen hand te nemen, op zijn Urks zeg maar alleen dan zonder fysiek geweld: “Ja, maar dat ding ligt altijd in de weg en daarbij is het zogenaamde gemak van dat ding hoofdzakelijk ongemak!”

“Waar heb je het over?”

Haar gezicht stond nu gelijk aan het weer van de laatste weken: regen, hoosbuien en heel veel wind. Onstuimig zeg maar. Want dat is haar irritatie aan mij! Dat ik soms onduidelijk ben. En vaak afwezig,  wel fysiek aanwezig maar mentaal totaal ergens anders. Ik vind dat wel meevallen, je moet soms gewoon geduld hebben in een relatie anders komt er teveel druk op de ketel. Dat is bij ons terug te vinden in de bijlage van ons contract, aanhangsel 22D. En in aanhangsel 38F bijvoorbeeld staat dat zij het recht heeft kaarsjes te branden, onder het kopje ‘gezelligheid in huis brengen’.  En daar maakt ze ook grif gebruik van. En in aanhangsel 38G staat dat ik ze uit mag blazen wanneer het bedtijd is.

Geloof het of niet, maar ik ben soms wel twintig minuten bezig met die brand- en sluitronde!

“Ik heb het over dat mandje. Je weet wel, die mand die je ooit kreeg in je kerstpakket.” Haar gezicht klaarde ineens op want dat was haar, hoe zeggen ze dat tegenwoordig, haar ‘lievelings’. Ooit gekregen van haar baas, gevuld met crackers, paté, kaarsjes en een fles wijn. Maar bij mij stond die mand al gauw in de irritatie top 5. Vanaf de eerste dag kreeg ik ruzie met dat ding omdat het mandje in elkaar geklapt kon worden. Goed bedacht, maar het werkte niet en hij veerde altijd weer direct terug in zijn oorspronkelijke vorm waardoor de mand steeds niet zo wilde liggen als mijn bedoeling was.

Dag in, dag uit!

Zoals gisteravond, toen ik een bureaustoel op moest halen bij mijn schoonvader. Neem mijn auto maar had mijn vrouw gezegd. Door mijn timmermansoog zag ik dat de stoel precies door de deuropening van haar auto op de achterbank kon maar halverwege bleef hij ergens achter hangen waardoor ik niet door kon duwen. Uiteraard gaf ik niet op maar toen ik bijna door mijn rug ging bleek, na inspectie met de zaklamp op mijn gsm, dat de boosdoener bestond uit een dwarsliggende mand. Of zoals mijn vrouw steeds zegt, die handige mand. Nu werd ik tot waanzin gedreven en na een stevig gevecht tussen man en mand moest de mand toch het onderspit delven en verdween hij in de grijze container van mijn schoonvader. Nee, de mand haalde zelfs de recycling container niet meer!

Na haar dit verteld te hebben verdween eigenlijk direct mijn irritatie, ik voelde het zó uit mijn lijf stromen en een serene rust kwam tot mij.

Maar nu sloeg het weer om. Donkere wolken vormden zich boven Huize Veldmuis. Want het drong nu tot haar door dat het mandje niet meer een onderdeel van ons leven was. Ik had de mand al eens eerder in de container gemieterd nadat ik erover gestruikeld was maar toen heeft zij hem er direct weer uitgehaald en kreeg ik een mand vol met verwensingen over mij heen… Haar mandje, waar ze zo aan gehecht was, lag nu enkele kilometers verderop in een donkere, grijze container, te wachten op de grote grauwe vuilniswagen die het mandje met huid en haar zal op eten. Het mandje zal nooit meer parmantig aan haar linker arm hangen tijdens het boodschappen doen en slechts de herinnering zal nog meegedragen worden, herinneringen aan een mand waarin ooit, op een mooie decemberdag,  crackers, paté, kaarsjes en wijn in gezeten hebben….

“Doe eens lief!!!!!!!”

Gilde ik nu naar mijn vrouw. “Het is maar een mandje! En we hebben nog genoeg boodschappentassen, van de AH en van de Jumbo.” Mijn redding was het feit dat de eettafel tussen ons in stond waardoor het mij lukte om op haar in te blijven praten: “En wie weet krijg je dit jaar wel weer een nieuwe kerstmand van je baas! Weet je wat, ik doe wel een oproep op Marktplaats, voor een nieuwe mand!”

Het bleef nog lang onrustig….

 

 

 

Getuige

Het mooie van bijzondere momenten in je leven is dat ze je altijd bijblijven, dat je er geen moeite voor hoeft te doen om ze te onthouden. Ze worden dan opgeslagen in een speciaal kamertje in je hoofd, goed beveiligd en aan alle kanten ingedekt zodat de tijd des levens er niet mee aan de haal gaat. Soms gaan die momenten wel een eigen leven leiden, dan worden ze nóg mooier dan ze waren en zal de werkelijkheid wel iets aangedaan worden maar in de basis blijft het hangen zoals je het ooit beleefd hebt. Vaak gaat het om verrassende gebeurtenissen waarvan je in bepaalde sferen raakt, geraakt door het bijzondere, geraakt door het besef dat je er bij mocht of mag zijn.

En dan wil je het delen, zo vaak als mogelijk en zolang anderen het willen horen.

Eerst was er nog de twijfel. Moet ik dit bijzondere moment wel delen? Zit men wel te wachten op iets  waarvan ik deze week bijzonder opgewonden van geworden ben en waarvan ik volgens mijn vrouw heel raar van ging doen? Vast, maar ik was niet de enige en daarom deel ik het dan toch.

Om het gevoel nog even lekker vast te houden!

Mijn eerste, vergelijkbare moment, welke in mijn geheugenkamertje ‘dat blijft je leven lang bij’ al jaren verborgen zit, is de maanlanding in de nacht van 20 juli op 21 juli 1969. Slechts vijf jaar was ik nog maar. Waarschijnlijk kwam het door de entourage; met ons gezin, midden in de nacht voor de buis en onder de indruk van mijn ouders omdat zij weer onder de indruk waren van wat er via de (zwart-wit) televisie hen getoond werd.

Op 7 juli 1974 was ik getuige van de finale van het wereldkampioenschap voetballen in Duitsland. Een gevoelig onderwerp maar het moet nu even aangehaald worden, Nederland-Duitsland. Eindstand 1-2. Opnieuw was er een trauma geboren die haar weerga niet kende bij de liefhebbers van voetbal.

Later dat jaar, om precies te zijn 29 oktober 1974, werd ik ‘s nachts mijn bed uitgehaald om te kijken naar de bokswedstrijd Mohamed Ali versus George Foreman. Zaterdag 11 juni 1977, ik zat inmiddels in een naderende puberteit, werd ik ‘s morgens om vijf uur uit bed gehaald door een opgewonden vader: “Ze zijn de trein bij De Punt aan het aanvallen!” en enkele seconden later zaten we weer met de hele familie voor de televisie met grote ogen te kijken naar overvliegende straaljagers en schietpartijen om de gegijzelden te bevrijden na een wekenlange kaping. Ook dit maakte een onuitwisbare indruk voor alle betrokkenen…

Op 29 mei 1985 ging ik met mijn vader voor de televisie zitten om te kijken naar de finale van de Europacup 1 (Tegenwoordig Champions League) in het Heizelstadion te Brussel, tussen Liverpool en Juventus. De gordijnen gingen dicht tegen het voorjaarslicht en het wachten was op het fluitsignaal. Het liep anders, de beelden van geweld en paniek die tot ons kwamen waren onwerkelijk en verslagen keken wij toe, verslagen omdat wat wij zagen niet te beschrijven was en waar wij en niemand op deze wereld voorbereid waren.

Het voetbalspelletje was ineens niet meer zo leuk…

Het klaarde wat voetbal betreft enkele jaren later weer op, om precies te zijn op 25 juni 1988. Toen werd Oranje Europees Kampioen na een 2-0 zege op Rusland dankzij Ruud Gullit en de wereldgoal van Marco van Basten. Heel Nederland werd stapelgek en heel Nederland kleurde oranje.

Voorgaande gevoelens zullen velen onder ons ook meedragen, zich blijven herinneren omdat het gebeurtenissen die het zogenaamde collectieve geheugen vormen. Daar waren wij allemaal getuige van, van historische waarde.

Afgelopen dinsdag werd ik weer blij verrast. Dinsdag 5 maart 2019! De voetbalwedstrijd Real Madrid- Ajax stond op het programma. Oftewel, David tegen Goliath. Oftewel Klein Duimpje tegen de Reus. Oftewel 90 miljoen tegen 580 miljoen eurootjes. Ajax had thuis verloren met 1-2 maar dat was niet direct een reden om geen geloof in de return te hebben. Ajax had immers vele kansen gehad om te scoren maar Real hoefde maar twee kansen te krijgen om ze te benutten en dat deden ze dan ook.

Toch wil ik hier wijlen Johan Cruijff even memoreren: “Je speelt altijd met elf tegen elf. En een zak met geld kan niet scoren!”

Ik moest de volgende dag wel om 5 uur mijn bed uit maar een bepaalde kracht wist mij te overtuigen dat ik toch moest gaan kijken. Een spanning nam plaats in mijn lichaam en ik begon er van te hoesten en daarom besloot ik wat medicatie voor de keel te nemen, een glaasje Schylger Juttersbitter. Mijn vrouw keek vanaf haar troon even op want ze weet dat ik een matige drinker ben en half negen in de avond was best wel vroeg, dat was ze niet gewend van mij. We hadden afgesproken dat zij, als de wedstrijd zou beginnen, naar boven zal gaan om daar vanuit haar bed wat anders op televisie te gaan kijken.

Dat noemen ze ruimte geven in een relatie, zij noemt het liefde uit zelfbehoud.

En daarbij gezegd, ik ben geen fanatiek kijker van voetbal, kan mijn tijd wel beter gebruiken. Maar deze keer dus niet. Deze keer was het anders. Ik had al een filmpje gezien op het internet waar ik zag hoe de meegereisde fans van Ajax een geweldig feestje aan het bouwen waren op het Puerta del Sol, voor mij werd na het gezien te hebben het Plein van de Hemelse Vrede. Want wat was dit mooi! Er werd niks gesloopt, enkel gezongen en gedanst, prachtig!

Direct na het fluitsignaal ging het al bijna mis en kreeg mijn ‘flow’ gevoel een klein krasje te verwerken; de kopbal van Varane op de kruising. Maar daarna nam Ajax het over en hoe! En dat resulteerde in de 7e minuut al in een doelpunt van Ziyech waarna ik even heel erg begon te schreeuwen. Mijn vrouw was nog beneden en zij schrok zo dat ze bijna haar thee omgooide.

Gelukkig accepteerde ze mijn excuses voor deze uitbarsting.

Ruim tien minuten later sprong ik van de bank nadat Neres na een onnavolgbare actie van Tadic de bal voor de 2e keer achter de keeper wist te wippen. Nu was het oermens in mij los en gooide ik alle chroom van mij af en schreeuwde allerlei krachttermen richting TV, met gebalde vuisten richting de wereld boven ons.

Real moest wisselen door blessures en Garteh Bale kwam erin, een voetballer die net zoveel verdiend als de gehele Ajax selectie… Hij stond niet voor niets reserve bleek later, het enige wat goed zat bij hem was zijn haar…in een knotje, hoe leuk!

De 2e helft begon weer in het voordeel van Real maar Ajax nam het uiteindelijk weer over en Tadic maakte een wereldgoal nadat Mazraoui de bal wel in het veld hield. Daar dachten de Spanjaarden anders over maar de VAR gaf Ajax het voordeel. Terecht 0-3!

Telefoon! Mijn vrouw, nog steeds beneden omdat ze helemaal beduusd was om mijn reacties op de wedstrijd en deze kant van haar mannetje nog niet eerder gezien had, keek mij verbaasd aan wie er op dit uur mij nog belde. Het was mijn vader, die zat ook te kijken en was ook helemaal verrukt en blij. Dat wilde hij even delen.

“En,” zei hij, “ik ga straks mijzelf straks trakteren op een heerlijke whisky, dat hebben we wel verdiend!”

Dan was er toch weer Real die de 1-3 maakte. Er was nog genoeg tijd en even trok er bij mij een bui over. Tot die vrije trap. Uit die best wel onmogelijke hoek nam Lasse Schone deze vrije trap en man oh man, nu sprong ik haast door het plafond en schreeuwde dat dit de mooiste avond van mijn leven was. De bal ging met een boog de 16 meter in, zo over keeper Courtois heen en naadloos in de kruising.

1-4. Het lijkt wel een rugnummer!

Er gebeurde daarna nog van alles maar ‘we’ wisten het zeker, Ajax zou doorgaan en Real was klaar met de Champigons League. “Dit is fantastisch!” riep ik mijn vrouw toe toen het eindsignaal geklonken had, “dit is geschiedenis, dit overtreft alles! Je bent getuige van een unieke gebeurtenis! Eens in de 20 jaar maak je dit mee. Het is net als de fans van Feyenoord gevoeld moeten hebben toen ze na een jaartje of 20 weer eens kampioen werden. Zo wint Ajax eens in de 20 jaar van dit soort clubs, denk maar aan 1995 toen ‘we’ van AC Milan wonnen!”

Met open mond keek ze mij aan, zoveel flauwekul had ze nog nooit gehoord. Maar ja, vrouwen hè, die hebben andere liefhebberijen waardoor ze gauw over ging op de orde van dag. Ze vroeg aan me of ik ook nu naar bed ging want ze wist wel dat voor- en nabesprekingen van wedstrijden niet aan mij besteed waren.

“Ga jij alvast maar,” zei ik tegen mijn vrouw, ik wil alles nog zien, zelfs als ik er tien reclameblokken voor door moet ploegen.” En opnieuw begon ik met superlatieven te strooien waarna ze gauw naar boven snelde, mij alleen latend in mijn geluk.

De volgende dag werkte ik met allemaal Ajax liefhebbers en van de acht uren die we gewerkt hebben, hebben we acht uren de wedstrijd keer op keer besproken…

Dit getuige verslag moest ik even kwijt. Fijn weekend allemaal enneuh…voor de liefhebbers, zondag speelt Ajax weer tegen Fortuna Sittard.

 

Huishoudelijke mededelingen

Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt nadat ik op de TV het woord ‘piemelrietjes’ voorbij hoorde komen. Ik heb geen idee meer in welke context maar Google is almachtig en je bent nooit te oud om te leren. Dat digitaal opzoeken was in dit geval ideaal. Want ik hoefde er niet voor naar de Bieb, om schoorvoetend aan een van de medewerkers te vragen of er boeken zijn of informatie te vinden is over piemelrietjes. Ik had heus wel een vermoeden, dat is man’s ‘dirty mind’, maar dacht er direct achteraan dat het natuurlijk niet echt was, dat het gewoon een Van Kooten & de Bie woordspeling was uit een ver verleden.

Of een achtergebleven restje van de seksuele revolutie van de jaren ’60.

Na het woord ‘piemelrietjes’ ingetikt te hebben kreeg ik maar liefst negen pagina’s met voltreffers voor mijn neus, waarna mijn aandacht direct getrokken werd door één ‘hit’ die ik even niet verwacht had. Want waar denk je waar ik naar verwezen werd?

Naar de Huishoudbeurs!

Even was ik van slag, want wat hebben piemelrietjes met de Huishoudbeurs te maken. De Huishoudbeurs, ooit halverwege de jaren ’50 bedacht om huisvrouwen kennis te laten maken met het vak huishouding en alle zaken daaromheen. Dat was nog de tijd dat de meisjes naar de Huishoudschool gingen om daar bijvoorbeeld te leren koken. Daarom roepen kinderen van nu altijd nog dat Oma altijd zo lekker kookt! Deze beurs stamt nog uit de tijd dat alles anders ging. Dat was de tijd dat de mannen nog 60 tot 80 uur per week maakten, dat ze hele gesmeerde broden met worst en kaas meenamen naar hun werk omdat ze dat nodig hadden om zware arbeid te kunnen verrichten.

Toen was er nog geen sprake van overvloedige obesitas.

Dat was de tijd dat de man het hoofd van het gezin was en de vrouw de motor van het gezin. Dat was de tijd … euh…die sommige mannen nu eigenlijk wel weer terug willen. Die willen weer terug naar vroeger want toen was alles beter.

Nou, niet beter, hooguit wat minder gecompliceerder zou ik zeggen.

En dan heb ik het niet alleen over die ‘moeder’s kindjes’ zoals Carla en Frank van Putten altijd zo briljant uitbeelden (tik maar in op YouTube) maar over de angstige mannen, angstig om hun macht te verliezen. Sommige van dat soort mannen namen al het zekere voor het onzekere door een politieke partij op te richten. Om zich tegen de opkomst van de zelfstandige vrouw te verzetten. Om te bewerkstelligen dat de vrouw zich weer onderwerpt aan de klassieke leest, het huishouden.

De nostalgie in het pluche, terwijl regeren toch echt vooruitzien is!

Nu denk ik niet dat de moderne vrouw zich opnieuw een schort aan laat trekken. Sinds het gezin allang niet meer de hoeksteen van de samenleving is werken de meeste vrouwen en doppen ze hun eigen boontjes. Een inhaalslag die ze eigenlijk heel goed uitvoeren. En trouwens, in die keukens zie je steeds vaker dat de kerels het overnemen. De ene omdat hij het gewoon leuk vindt en de andere man omdat hij zo kan bijdragen aan het huishouden.  Oh ja, en dan is er nog de categorie man die het keukenschort om doet omdat hij gewoon lékker wil eten….

Zelfs mijn vader, een stoere bouwvakker van 84 lentes jong, heeft zich het koken aangeleerd en kookt nu de sterren van de hemel!

Complete gelijkheid is er nog niet maar we zijn op de goede weg. Maar wat hebben piemelrietjes nu te maken met de Huishoudbeurs? Die vraag zette mij er toe om toch maar op die google link van de Huishoudbeurs te klikken. En vervolgens op het programma.

Ik overdrijf als ik zeg dat wat ik las mij de broek deed afzakken maar de eerder hier genoemde seksuele revolutie uit de jaren ’60 is nog steeds bezig! Want ik dacht altijd, naïef als ik kan zijn, dat het een beurs was met daarop bedrijven die hun huishoudelijke producten aan de man … euh… aan de mens wilde brengen. Niets meer en niets minder.

Maar het programma liet iets heel anders zien.

Zo was er een plein en die noemden ze ‘Het plein der lusten’. Natuurlijk dacht ik eerst dat het over eten ging, over dingen we wel en niet lusten, maar na de beschrijving helemaal gelezen te hebben kwam ik toch op iets heel anders, ik citeer: “Hier leer je als vrouw weer je zintuigen scherp te zetten, hoe leuk het is om meer aandacht te besteden aan je partner en omgekeerd. Dit geeft nieuwe energie in de veilige omgeving van andere enthousiaste vrouwen.”

Mijn blozen deed mij gauw verder lezen, op zoek naar een zelf-parkerende auto, een magnetron die je commando’s kan geven of een lekkere kookworkshop waar je van af kon vallen.

Maar het hield niet op. Het volgende programmaonderdeel was de Toiletquiz met niemand minder dan de acteur Barry Atsma, een acteur die menig vrouwenhart op hol laat slaan. Hier kon je een jaar lang Eco sexy duurzaam toiletpapier winnen. Ja, ik moest dat zinnetje ook even teruglezen maar het stond er echt, Eco sexy toiletpapier! Opgewonden las ik verder en nu stuitte ik op een workshop Erotische Gedichten schrijven. En even verderop konden de dames leren haken onder de bezielende en wellicht erotische leiding van Bobbi Eeden, een pornoster!

‘Even rustig ademhalen…’ Het liedje van Acda en De Munnik schoot even door mijn hoofd.

Dit was revolutie! Dit was een huishoudbeurs in schaapskleren! Dit was Kamasutra, dit was Sodom en Gomorra! Hiermee vergeleken is de Libelle Zomer Week hooguit een uitbreiding van de Efteling! En het is natuurlijk begonnen toen ene meneer Christian Grey met zijn 50 tinten grijs op een andere manier aandacht besteedde aan de vrouw. Misschien is het daarom wel dat wij mannen achter het fornuis kruipen, schichtig om ons heen kijkend of we de partner nog wel goed genoeg behagen.

Was het dan allemaal erotisch georiënteerd?

Nee, er was ook nog genoeg te zien voor de minder opgewonden standjes, zoals een heus dierenplein met onder andere de workshop Kroelen met Konijnen, een modeshow, een TrimjeFit-met Wendy, een workshop lederen mini-tasjes maken, een workshop Wandhangers maken, een workshop Kleding opvouwen en opbergen, een babyhoek en nog veel en veel meer. Voor de man onbegrijpelijk, maar ik begrijp nu wel dat de vrouw gewoon geen tijd meer heeft voor het huishouden!

En oh ja, die piemelrietjes. Dat zijn rietjes in de vorm van een piemel, ik citeer uit de folder: ‘Leuk voor vrijgezellen-feestjes en Carnaval…’

 

 

 

 

Liefde maakt blind

Mannen zijn anders dan vrouwen! Dat zal niemand betwisten want vrouwen hebben andere fysieke kenmerken dan de man, kenmerken die ik hier echt niet hoef uit te leggen. Nee, ik heb het hier over het mentale verschil en daarover kun je blijven schrijven, dat is een onuitputtelijke bron met (dankbare) onderwerpen voor ons, de verwonderde en in mijn geval, verwarde man. Vanmorgen werd mij weer zo’n onderwerp in de schoot geworpen, het onderwerp ‘blind voor vrouwendingen’. 

Waarom zie ik het nooit?

Mijn partner in de liefde is gisteren geopereerd aan haar linkeroog. Aan staar. Ze halen dan de vertroebelde lens eruit en stoppen er een kunstlens voor terug. Met andere woorden, ze halen het originele onderdeel eruit en stoppen er een splinternieuwe onderdeeltje voor terug.

Dankzij de wetenschap!

Ze loopt hier nu rond in beperking, dat wil zeggen dat ze even bepaalde dingen die ze gewend is om te doen even niet mag doen. Die taak heb ik nu gekregen en aangezien ik gek ben op rollenspellen hebben we bedacht dat ik nu haar verpleegkundige ben. Madam zit gezellig zielig te Netflixen vanuit haar Haagse relaxstoel en ik zorg voor een natje en een droogje.

Zo ging het gisteren nadat ze, gelukkig, weer heelhuids thuis gekomen was.

De nacht had ze ook goed doorgebracht en het is mij gelukt haar niet een keer een elleboogstoot te geven na een onhandige draai in de echtelijke sponde. Nu zou dat geen gevolgen gehad hebben voor haar oog, hooguit een vloek, want ze moet een week lang slapen met een beschermkapje over haar oog.

Voor de goede orde, ik slaap met een tok!

Want wij zijn in bed best wel onstuimig, soms is het net apenkooien. En over apen gesproken, zoals een baby aap aan haar moeder hangt zo hangt mijn schatteke aan mij, de hele nacht door! Dat is waarschijnlijk ook de reden dat ik regelmatig midden op de dag instort op de bank, om zo wat slaap in te halen.

Die dutjes zijn dus eigenlijk gewoon uit onmacht.

Afijn, toen we vanmorgen wakker werden en we elkaar hadden gecheckt op blauwe plekken en dergelijke, begon zij hardop na te denken hoe ze haar haren zou gaan wassen want er mag geen water in het beruchte oog komen. Daar had ze al eerder hardop over nagedacht en ik ving iets op dat ik dan haar haren maar moest wassen. Nu ben ik een best wel moderne man maar haren wassen van een ander is voor mij wel even een ‘dingetje’. Of laat ik iets duidelijker zijn, haren wassen van een vrouw, dat is voor mij wel een ‘dingetje’. Daar heb ik geen ervaring mee. Dat komt wellicht doordat ik enkel drie jongens op de wereld gezet heb en geen meisjes. Op de een of andere manier is mij dat nooit gelukt. Toen die gasten klein waren heb ik hun haren heus wel een keer gewassen en sterker nog, ik waste ook de haren van de hond, maar de haren van een vrouw had ik nog nooit gedaan. Wel heb ik laatst de haren van mijn moeder op haar eigen verzoek geborsteld, dat was niet wassen maar qua gevoel kwam het aardig in de buurt.

Daarom dacht ik hardop tegen mijn geliefde dat ik nog wel iets zou bedenken, soms ben ik best wel inventief.

We gingen eerst ontbijten en ik had wat bedacht tijdens de nachtrust. Het kostte wat slaap maar het was een geniaal plan: “Ik haal zo even een badmuts en dan knip ik er een rondje uit. Die trek ik dan over je hoofd, dan onder je haargrens tot over je ogen. Dan zijn je ogen bedekt en kun je zelf je haren wassen!”

Trots op deze oplossing nam ik een hap van mijn koolhydraatrijk brood, nam een slok van mijn koffie en keek genoegzaam kauwend haar vragend aan, wat ze ervan vond. Ze staarde mij aan, net zoals die cowboy’s in die prachtige spaghetti westerns. Ik dacht zelfs het geluid van een mondharmonica te horen!

“Ik doe het zelf wel, laat maar.” was haar antwoord, was haar vonnis…

Ze ging naar boven en ieder deed zijn ding. Ik haalde de vaatwasser leeg, vrat als beloning een chocolaatje van het schaaltje chocolaatjes welke mijn schatje van de achterbuurvrouw gekregen had, trok een stofzuiger door de kamer, nam nog even deel aan de zin en onzin van de diverse media op de telefoon en pikte nog een chocolaatje omdat ze wel heel erg lekker waren. Vervolgens vergat ik de discussie bij het ontbijt.

Zoals ik wel vaker dingen vergat die er niet toe doen.

Even later kwam ze weer fris, fruitig en goedgemutst beneden en passeerde ik haar onder aan de trap. Nu kon ik de badkamer in en daarna stond een stukje schrijven op mijn programma. Ik sloot de deur achter mij en net toen ik bij de vijfde tree van de trap was ging de deur weer open en keek ik in twee, of nou ja, anderhalf paar boos kijkende ogen: “Je ziet het niet hè! En je vraagt je ook niet af hoe ik het gedaan heb!”

Mijn benen begonnen te trillen van het balanceren op trede vijf, waarvan ik wist dat een van de bouten wat los zat en dat ik daar toch eens wat aan moest doen. Maar het kwam ook doordat ik totaal geen idee had waar ze het over had. Vragend keek ik haar aan, als een hond zijn baasje kan aankijken…

“Hoe ik mijn haren nu gewassen heb!” antwoordde ze, bijtend op haar lippen.

“Maar je ziet het niet! Je ziet het nooit!” vervolgde ze haar relaas, duidelijk zwaar teleurgesteld. “Omdat het je niet interesseert. Wanneer ik wat verander in huis zie je het niet, wanneer ik iets in de tuin gedaan heb zie je het niet, wanneer ik een nieuw jurkje of bloesje aan heb zie je het niet en wanneer ik de was gedaan heb zie je het niet.”

We zijn inmiddels een paar uur verder en ik loop op mijn tenen. Telkens scan ik alles om mij heen en sla het op, om haar vóór te zijn wanneer ik weer iets moet zien. Mijn ogen zijn prima alleen mijn grijze massa loopt wat achter ben ik bang. Over vier weken moet het andere oog onder het mes en kan ze daags erna weer perfect alles zien. Dan is ze (qua ogen..) weer een jonge meid en zal ze waarschijnlijk nóg meer dingen zien die ik niet zie.

En dan zal ze mij met andere ogen gaan bekijken.

Ben ik bang….

Opstandig

Over een week of vier rollen we weer de lente in en kunnen we ‘de winter’ van ons afschudden. De Friezen kunnen weer rustig slapen en zich voorbereiden op het zoeken naar kievietseieren. Gelukkig kunnen ze dát nog wel doen want we bevinden ons midden in het langste Elfstedentocht-loze tijdperk, al 22 jaar om precies te zijn. En daar worden ze opstandig van want ze willen zo graag ijs. Want zodra het ook maar even vriest staan ze al op hun schaatsen en vervolgens zie je ze in ruim gedeelde filmpjes door het maagdelijk ijs zakken.

Best sneu.

En dat vinden velen onder ons, daar hoef je geen Fries voor te zijn. Daarom is het wél raar dat er zo zuur gereageerd werd op die 15000 opstandige scholieren die onlangs bezit namen van Den Haag. Om te demonstreren voor een beter klimaat. Zij willen namelijk ook dat de winters weer koud zijn, met sneeuw en ijs. Zij willen ook genieten van schaatstochten zoals hun ouders en voorouders dat hebben mogen ervaren.

Maar nee, we klagen liever, al dan niet gevoerd door populisten die van alles doen om tweedeling in de maatschappij te creëren.

Ik was aangenaam verrast door de actie van de jongeren. Want ook ik was in de loop der tijd wat sceptischer geworden over de mentaliteit van de, zoals elke oudere het zich wel eens minachtend laat ontvallen, ‘de jeugd van tegenwoordig..’. Deden ze eindelijk eens iets anders dan over hun telefoon hangen, bank hangen of lachgas snuiven, was het wéér niet goed!

Terwijl de jeugd toch echt de toekomst heeft! Laten we dat vooral niet vergeten.

“Ja, maar ze demonstreren onder schooltijd!” was een van de bezwaren van de tegenstanders. Ik snap dat niet. Want deze demonstratie had inhoudelijk toch echt met enkele schoolvakken te maken,

zoals:
met Biologie, afdeling dieren. De dierenwereld raakt immers ook van slag door de temperatuursverhoging. Neem bijvoorbeeld de Indiase halsbandparkieten, de Amerikaanse rivierkreeftjes en de Aziatische tijgermug. Deze gedijen prima hier. Die parkieten en die kreeftjes noemen we zelfs al een plaag en de tijgermug is ook hard op weg om ons vreselijk te gaan irriteren.

En wat te denken van het vak Natuurkunde. Het klimaat is immers onderhevig aan natuurwetten. Net zoals het onderhevig is aan Wiskundige berekeningen, zodat we onze dijken tijdig verhogen om natte voeten te voorkomen. En Geschiedenis, een vak waarvan we hebben geleerd dat er in vorige tijden toch echt meer ijs lag dan tegenwoordig.

Die 15000 scholieren hebben die ene donderdag eigenlijk heel veel geleerd! En tegelijkertijd ons, volwassenen met het wijzende vingertje, een lesje.

Maar het was ook Maatschappijleer. Niks maatschappelijke stage, laat ze gewoon een dagje demonstreren in Den Haag! Want naast dit alles leerden ze ook dat saamhorigheid een verbindende factor is. Grensoverschrijdende saamhorigheid, want de Belgische, Zweedse en Duitse scholieren gingen hen reeds voor. En afgelopen week zagen we ook dat de Engelse jeugd de straten opzochten om hun zorgen te tonen.
En toch vonden enkele politici in Den Haag en klimaatontkenners dat deze scholieren ver over de scheef gingen. Er was er zelfs eentje die vond dat ze bijles moesten krijgen in plaats van een les demonstreren. Of men lanceerde foto’s van het afval wat in sommige schoolkantines bij elkaar geveegd was. Onder die foto’s stond dan de boodschap dat de ‘klimaatspijbelaars’ eerst maar eens naar zichzelf moesten kijken. Klopt. Maar wees dan ook zo eerlijk om te erkennen dat elke generatie de boel wel eens liet slingeren. En daarbij opgeteld, wie heeft al die verpakkingen van heden ten dage bedacht? Waren dat die kinderen die donderdag langs het Torentje in Den Haag liepen?

Echt niet.

De zure regen die de jongeren over zich heen kregen is inmiddels weer wat geluwd en nu genieten we al een paar dagen van voorzichtige, lenteachtige dagen. Mensen duiken hun tuinen weer in en schoffelen voorzichtig de koude grond wat los naast de sneeuwklokjes en de kleurrijke krokussen die zich openvouwen om ten volle te genieten van het heldere zonlicht. Die temperaturen zijn best wel verwarrend voor sommigen onder ons.

Want neem nou de potloodventers, die moeten veel eerder naar buiten om hun kunstjes te vertonen dan voorheen, toen er nog strenge winters waren. Want een beetje venter houdt de basisregel in acht:

Nooit met kou uit de bosjes springen!

Deze informatie heb ik van een opstandige en klagende potloodventer. Hij klaagde niet over de huidige weersomstandigheden hoor, nee, het ging over de concurrentie. Want er is een groeiende groep piemelmaffia die meisjes en vrouwen bestoken met foto’s van hun jonge- en oude heren.

Het digitale tijdperk kent geen grenzen!

Deze digi-dick’s denken dat ze daarmee de ontvanger kunnen opwinden maar niets is minder waar. Want de meeste ontvangers schieten eerder in een lachstuip voor zoveel zieligheid, zoveel, ik citeer een populaire kreet uit een van onze woondecoratie-programma’s, foto’s met een ‘minimalistisch karakter’!

Om deze vorm van aanranding hét kopje in te drukken, zou je ze eigenlijk allemaal online moeten zetten, op bijvoorbeeld de website www.sneuepiemels.nl. Dan kunnen we er met zijn allen om lachen en denken deze lulletjes rozenwaters er vast nog wel een keer over na alvorens zich zo te tonen aan het andere geslacht.

En als we het dan toch over echte palen hebben: Aan de schandpaal met die lui!

Het blijkt maar weer dat het best lastig is om op te groeien in een digitaal tijdperk en sommigen kunnen de weelde echt niet aan. Het heeft veel voordelen maar ook nadelen, nadelen waar je eigenlijk in onderwezen zou moeten worden hoe daarmee om te gaan.

Voor jong en oud!

Bijvoorbeeld hoe je moet omgaan met negatieve reacties op een dagje demonstreren in Den Haag. Want je had toch net op school geleerd dat demonstreren een grondrecht is. En je voelt je gesteund door 350 Nederlandse wetenschappers of hebben die teveel gezopen in hun studentenhuisjes? In het verleden demonstreerden scholieren ook. En als je daar wat van vond dan moest men achter de typemachine gaan zitten, de brief in een envelop doen, een postzegel plakken en naar de dichtstbijzijnde brievenbus lopen.

Er was dus tijd genoeg om na te denken alvorens je iets verstuurde. En er was dus tijd om tot bezinning te komen…

Back to the roots

Geachte mevrouw de burgemeester, welkom terug!
Ik ken u niet en u kent mij niet maar laat ik eens onbescheiden zijn, we hebben wel enkele raakvlakken te delen. Om te beginnen heeft u, net als ik, uw ‘roots’ verlaten om in het Westen een leven op te bouwen. U verliet net als mij het Noorden, u Delfzijl en ik Terschelling. Twee plaatsen met een eigen haven en allebei ook verbonden met de Waddenzee.
Maar er is nog meer.
U kwam onder andere in Amsterdam te werken en later in Haarlem. Ik heb vier maanden in Haarlem gewoond, om precies te zijn in de Ripperda-kazerne alwaar ik mijn dienstplicht begon te vervullen. En laat die meneer Ripperda, Wigbolt Ripperda, nu weer uit Groningen komen. Uit Winsum! Misschien was dat wel de reden dat u zich zo thuis voelde in Haarlem? Want die gast liep daar al rond in de jaren 1572, om de stad te verdedigen tegen de Spanjaarden.
Prachtig verhaal toch, een Groninger die de stad Haarlem verdedigde!
Na mijn dienstplicht ging ik in Den Haag wonen en werken en ook hier hebben we een raakvlak. Den Haag is immers de thuisbasis voor de politiek en dat is zoals we weten, een van uw liefhebberijen. Nadat ik hoorde dat een andere liefhebberij van u toneelspelen is, kreeg ik het zowaar voor elkaar om wederom een raakvlak te vinden. Want ik heb ooit, in de zesde klas van de Lagere School, een soort van toneelstuk geschreven voor de jaarlijkse schoolavond.
De titel van dit stuk was ‘De prinses die niet kon lachen.’
Dat dit compleet geïnspireerd was door een ‘echt’ toneelstuk welke ik eerder dat jaar gezien had in een theater te Leeuwarden doet niet meer ter zake. En van plagiaat had ik nog nooit gehoord… Het bewijst wél weer hoe belangrijk theater voor de mensheid is; je kan er gewoon van genieten maar je kan je er ook door laten inspireren en zelf iets scheppen. Creatief bezig zijn. Iets maken of doen waar anderen weer van kunnen genieten maar waar men ook energie van krijgt.
Positieve energie.
U staat positief in het leven als ik het een beetje goed ingeschat heb. En u bent het daarom vast wel met mij eens dat het de laatste jaren wel eens ontbreekt aan positiviteit. Het positivisme zit in een verdomhoekje en daarom is het goed dat om daar wat meer aandacht aan te besteden. En daarom is het goed dat de keuze op u gevallen is, zodat we de zon weer een beetje zien schijnen en dat Groningen zich de rug gaat rechten. Dat deed u al door hardop te zeggen dat de Groninger best wel wat trotser mag zijn op zichzelf, op zijn gemeente en op zijn provincie. Want mede dankzij Groningen zit het grootste gedeelte van ons land er warmpjes bij en worden er simpele of overheerlijke gerechten bereidt op talrijke fornuizen.
Ja, ja, we moeten van het gas af.
Ik weet het standpunt van uw partij, Groen Links. Maar nu staat u boven de partijen en hoeft u enkel ons, de politieke partijen én de inwoners van Oldambt, te leiden. En geloof mij, de dag dat we echt ‘groen’ worden is dichterbij dan u denkt, het is een kwestie van tijd, van anders denken, het afleren van gewoontes. En het moet vooral niet teveel kosten want het leven is al duur genoeg.
Ondergetekende doet zijn best maar ik kook nog wel op gas. Op een dikke vijfpitter van 90 centimeter breed. Het fijne van op gas koken is dat je ziet hoeveel vuur er onder de pannen zit. En het resultaat is verbluffend, ze likken hier de pannen uit.
Zó lekker!
Maar ik ben mij wel bewust dat het anders zal moeten. Dat het gas eraf moet en dat we meer moeten nadenken over de welvaart waarin we leven. En dan met name over de gevolgen van die welvaart. Ik uit dat bewustzijn door bijvoorbeeld lopend naar de supermarkt te gaan en niet met de auto. Dat lukt natuurlijk alleen met kleine boodschapjes anders belast ik de ziekenhuizen weer met herniaklachten die ik opgelopen heb omdat ik een krat bier mee moest sjouwen. Daarnaast loop ik naar mijn wekelijkse sportuurtje in de plaatselijke sportschool. Voor de duidelijkheid, terug ook! Of ik pak de fiets, als ik bijvoorbeeld super gezond brood zonder foute toevoegingen moet halen. Die broden kosten wat meer dan in de supermarkt maar doordat ik fiets kost het geen benzine.
Een win-win situatie!
Nu moet ik wel zeggen dat het wandelen en fietsen in de afgelopen maand wat tegenviel. Dat kwam niet door de horror-winter waarin we ons volgens die Fries Piet Paulusma bevinden maar doordat ik me de afgelopen maand niet geschoren heb. Je kon namelijk kiezen in januari welke trend je ging volgen, in de trant van Stoptober (stoppen met roken) en Movember (je snor laten staan). Het ging om de volgende trends: Januadry of Januhairy. Die eerste hield in dat je een maand lang geen alcohol nuttigde en die tweede dat je jezelf een maand niet zou scheren of knippen.
De keuze als drinker met mate(n) was snel gemaakt!
Ik viel dus even terug in de oertijd, de tijd dat de hele wereld nog hartstikke groen was. Maar na een week kwam ik erachter dat het toch prettiger is om het een en ander dagelijks bij te houden. Dat loopt en fietst toch wat relaxter! Wielrenners scheren zich immers ook! Het is nu februari en ik ben weer op alle fronten geknipt en geschoren, tot grote vreugde van mijn echtgenote.
En u bent tot onze grote vreugde nu officieel de burgemeester van de gemeente Oldambt!
Toen u zei dat u nog wel eens over het woord Oldambt struikelde moest ik hardop lachen en vond ik weer een raakvlak. Want ik ben daar ook al een paar keer over gestruikeld. Dat is het Westerse wat we nog van ons af moeten schudden. Maar geloof mij, ‘slechte’ gewoontes zijn snel af te leren. En daarbij opgeteld, de gemeente is nog jong. Net als de eerste burgemeester van deze gemeente, Pieter Smit.
Een burgervader die door de inwoners in het hart gesloten werd maar ons veel te vroeg ontvallen is, helaas.
Beste burgermoeder, na het wonen op een kluitje in de Randstad kunt u nu gaan genieten van deze mooie plek op Aarde, de plek met haar weidse zichten, gekleurd door de koolzaad-, de mais en de korenvelden, haar gemoedelijke dorpjes, het groeten van elkaar op straat, de file loze wegen, de leuke evenementen en de nuchterheid van haar bewoners. Ik geniet hier al een tijdje van en zie hier het laatste raakvlak welke wij mogen delen; Ik heb ook het Westen verlaten om hier een nieuw leven op te bouwen!
En daar heb ik nog geen dag spijt van gehad!
Heel veel succes en plezier in uw nieuwe functie,
Hoogachtend,

Arjen Veldhuizen

Op therapeutische basis…

Met twee handen greep ik hem beet waarna ik zo snel mogelijk naar de achterdeur liep. Op het moment dat ik mijn vrouw passeerde in de keuken lette ik extra op, op haar en op wat ik in mijn handen had. Eén onverwachte beweging van haar zou funest kunnen zijn.

Nu hebben wij redelijk de ruimte in onze keuken maar toch ontstaan er zo nu en dan nog wel eens wat kleine aanrijdingentjes….

Zowel mijn vrouw als ik bevinden ons graag in de keuken. Zij om te bakken en ik om te koken. Daarbij komt ze er ook graag om mijn rotzooi op te ruimen, dan pakt ze haar favoriete vaatdoekje die ze liefkozend ‘doukie’ noemt (..) en mopperkont ze alle spetters weg die ik nog wel eens achterlaat op aanrecht en fornuis.

En vloer!

Zoals van de week. Ik pakte met mijn rechterhand een pan kokende pasta van het fornuis en draaide mij om, richting gootsteen om de pasta af te gieten. Opeens voelde ik weerstand waardoor de pan scheef kwam te hangen en een deel van het kookvocht over de vloer flikkerde….. De veroorzaker van de weerstand was niemand minder dan mijn vrouw, mijn keukenprinsesje, mijn sta-in-de-weg-je…

Ze had weer wat spetters gezien en bedacht spontaan haar doukie te pakken om ze te elimineren.

En ja…sorry hoor, ben niet zo van de dogma’s….Maar vrouwen en verkeer….Het kan verkeren!

Ze werd niet boos. Hooguit was ze ietsepietsie lichtelijk geïrriteerd. Dat ze niet direct uit haar pan ging kwam natuurlijk doordat ze nu kansen zag haar doukie weer volop te kunnen gebruiken. Niks spetters, het hele Oldambtmeer lag hier op de vloer! Misschien moest er nog wel een extra doukie aan te pas komen.

Het lukte mij nu om haar te passeren zonder lichamelijk contact. Wel hoorde ik haar verbaasd mij nakijken: “Wat doe jij nu weer?”

Ze heeft daar een handje van, weten wat ik aan het doen ben. Dat komt natuurlijk omdat ik nu 24/7 bij haar woon en daar moet ze nog even aan wennen. Aan de andere kant, ik vraag het nooit omgekeerd. Ze is een volwassen vrouw en ik mag er dan ook vanuit gaan dat wat zij doet een reden heeft. Neem bijvoorbeeld haar, hoe zal ik het een beetje lief zeggen, ‘interieur-onrustjes’.

Met grote regelmaat worden meubels en accessoires bij ons thuis verplaatst.

Zoals de eettafel. Deze stond geheel ontkoppeld van de muur in de eethoek. Maar van de een op andere dag stond hij ineens dwars, met een kant tegen de muur. Ze zag dat ik het opmerkte en keek mij vragend aan. Want ze wil dat ik erop reageer. Dat ik dan zeg: “Goh, heb je de boel eens anders gezet. Wat leuk ja!” Maar dat doe ik niet. Want dat is haar ‘ding’ zeg maar en als zij daar gelukkig van wordt, prima! En wij mannen dijen nooit zo uit wat praten betreft dus mijn reactie bleef bij een simpele knik met het hoofd, waarbij mijn wenkbrauwen een milliseconde opveerden. Oh ja, en mijn ogen draaiden zich even om in de kassen… Dat moet ik eigenlijk niet doen omdat ik weet dat ze daar een hekel aanheeft.

“Vindt je het niks?” vroeg ze, met lichte verontwaardiging in haar stem. Ik herstelde mijn fout op tijd. “Jawel hoor! Ja, dit is veel beter zo!” Ik keek haar aan met mijn meest geloofwaardige blik die ik in huis heb. Die blik waarmee ik vroeger bij mijn ouders thuis ook altijd succes oogstte als ik weer iets uitgevreten had en mijn onschuld bewijzen moest.

“Nee, niks meer aan doen, prima zo!” En om voorgaande kracht bij te zetten:  “En zo ruimtelijk nu hè!” zei ik, waarna ik weer met een vers bakkie koffie naar boven wilde lopen, naar mijn ‘man cave’ zeg maar (maar dan zonder een bar, alcoholische versnaperingen, bank en pooltafel..).

Opnieuw ging ik in de fout. Niks naar boven rennen. Dat is vragen om moeilijkheden. Ik maakte er een schijnbeweging van door te zeggen: “Zal ik je even een lekkere cappuccino maken? Dan drinken we even samen koffie aan de eettafel en weten we meteen of het lekkerder zit..”

Dit was op het randje van de grens of ze mij nog serieus nam. Want de tafel heeft al eerder zo gestaan dus er was eigenlijk niks nieuws onder de zon. Nogmaals, het is gewoon haar ‘ding’ en daar heb ik mij maar in te schikken. Dat zijn van die dingen in relaties, elkaar in de waarde laten en elkaars rariteiten ..euhhh…elkaars hobby’s gewoon accepteren. Ze speelde het spel mee en even later zaten we, gezellig, aan de eettafel ‘nieuwe’ stijl en keerde de rust weer terug.Net op het moment dat ik de deurkruk van de achterdeur met mijn elleboog opende, herhaalde ze haar vraag, nu wat luider: “Wat doe je in godsnaam?!” Zonder te antwoorden liep ik naar buiten en gooide mijn vangst achter de overgebleven resten van de hortensia’s. Waar die hoort.

“Zo,” zei ik toen ik weer binnen kwam, “ik snap echt niet hoe dat beest binnen gekomen is!” Mijn vrouw keek mij verbaasd aan. “Hoe bedoel je? Welk beest?”

“Die kever! Er zat een kever in de kamer, op het tafeltje naast de bank!”

Dat was het natuurlijk niet. Ja, het was wel een kever maar deze was van metaal. Op een stokkie met een voetje. Voor de broodnodige decoratie zeg maar. Mijn vrouw én al die lui van die woonprogramma’s op de televisie noemen dat ook wel ‘woonaccessoires’. En naast de televisie ligt een kaarsendover en deze heeft naast het ‘hoedje’ om de kaars te doven aan de andere kant een kever.

Er is weer een nieuwe hype gaande, de zogenaamde kever-decoratie- hype.

Waren we net verlost van de jarenlange terreur van Boeddha beeldjes in alle soorten en maten, nu is de kever hot. Mijn verwarring is groot. Ik heb altijd gedacht dat vrouwen niet zo van de insecten zijn, dat ze er bang voor zijn. Waarom worden die beesten dan nu massaal toch in huis gehaald?

Het is de complete verwarring die wij mannen moeten ondergaan. Ik ben daar nu voor in behandeling, bij een heuse therapeut. Samen proberen we de verwarring te ontrafelen, zodat ik deze streken van mijn vrouw enigszins kan leren begrijpen. Ik ben al drie keer geweest en de therapeut raadde mij onder andere aan om het van mij af te schrijven.

Dat doe ik dan ook braaf. Boven in mijn schrijfkamertje. Maar alvorens ik achter mijn bureau ga zitten check ik eerst alles om mij heen. Of alles, bureau, stoel, computer, nog wel op dezelfde plek staan. Op de plek waar het de vorige dag stond. En de dag ervoor.

Want die zekerheid is weg. En voordat je het weet moet ze mij van de vloer opvegen

En dan heeft ze heel veel doukies nodig!

 

 

55

Allereerst: allemaal bedankt voor de leuke en lieve felicitaties voor mijn verjaardag! Altijd leuk om deze ook digitaal te kunnen (en mogen) ontvangen. Was het in vroegere dagen nog afwachten bij wie je op de kalender stond en of de postcode je huis nog kon vinden, tegenwoordig hoeven we daar niet echt meer over na te denken omdat we er digitaal op gewezen worden.

Eigenlijk hebben we het er alleen maar drukker mee!

Doordat mijn verjaardag dit jaar iets anders liep dan normaal, ben ik toch maar even achter het toetsenbord geklommen om het te delen met jullie, omdat het eigenlijk toch wel bijzonder was. En omdat het goed afgelopen is hoor.

55 jaar geleden kwam ik op 8 januari in het (tochtgat) Harlingen ter wereld nadat ik enkele dagen mijn moeder dwars gezeten had. De beide dokters op het Terschelling, Mathijssen én Smit, hadden daags ervoor besloten dat mijn moeder met gezwinde spoed naar het St. Jozefziekenhuis in Harlingen gebracht moest worden. Voor de helikopter was het te mistig en het vaarverkeer had nog geen radar waardoor er toch wel een probleempje ontstond. Maar Rederij Doeksen had nog wel de Holland, Paraat En Start Klaar, en dit prachtige schip bracht mijn ouders en ondergetekende (als verstekeling zeg maar) naar de overkant van de toen nog My Little Pony, Jutlandia klapstoeltjes en andere moderniteiten vrije Waddenzee.

Enkele dagen erna, op 8 januari 1964 om kwart over vijf in de middag, werd ik geboren na de uitvoer van een keizersnee. Naast dit heugelijke feit kreeg ik later de wetenschap dat het ook de geboortedag was van wijlen David Bowie en Elvis Presly, maar ook die van Lager School klasgenote Ineke en Anita, de latere buurvrouw van mijn broer.

Vanaf dat moment waren wij de rest van onze levens toch wel een beetje met elkaar verbonden.

Nu ben ik niet zo van verjaardagen. Natuurlijk, het is fijn ouder te mogen worden maar om nou te zeggen dat het een hoogtepunt van het jaar is, nee. Dat komt voornamelijk omdat mijn verjaardag elk jaar weer in de eerste week na de feestdagen valt. Ook dit jaar.. En ik weet van mezelf dat zodra het oude jaar ingewisseld is voor een nieuwe, dat iedereen even op gang moet komen. En dat iedereen weer een beetje zijn of haar ritme moet zoeken. En dat iedereen weer een beetje op zijn of haar lijn gaat letten.

Dus een feessie met allerlei lekkers bij Veldmuis is dan echt effe teveel van het goede.

Jarenlang bleef ik dus zitten met gebak, leverworst, frisdranken en bier. En aangezien verstand met de jaren komt, besloot ik om mijn verjaardag voortaan over te slaan. Tuurlijk, er mag altijd gefeliciteerd worden maar verder geen gedoetjes zoals ‘Wanneer vieren we het?’ of ‘Wat moeten we hem nu weer geven?’

Na mijn 50ste is een fles whisky altijd goed!

Maar dit even terzijde. Mijn vrouw is van deze kronkel op de hoogte en we zouden er niets aan doen. Dat respecteert ze, onder dwang want ze is natuurlijk van de gezelligheid.  Ik was gewoon die dag in Assen voor mijn wekelijkse verplichtingen en zij was ook gewoon aan het werk gegaan. “Je krijgt je cadeautje wel als je vanavond thuis komt!” riep ze nog voordat ze naar haar werk ging.

Prima. Geen gedoe. Zet maar bij mijn whiskyverzameling neer.

Die ochtend trilde mijn telefoon regelmatig maar ik nam niet op, alles op zijn tijd. Net na de lunch trilde mijn gsm weer en mijn nieuwsgierigheid won het nu en in de display stond ‘Echtgenote, Janet’. Hier klopte iets niet en na mij verontschuldigd te hebben nam ik op.

“Hoi met mij, sorry dat ik bel maar je vader is met de helikopter naar het MCL gebracht.. Je broer is al onderweg. Hij zet zijn vrouw op de boot zodat zij zich over je moeder kan ontfermen want ze is toch vrij en je zus kan dan gewoon blijven werken.  Ik kan nu weg van werk, kan jij ook weg?”

Oké, die kwam even binnen. Want als je met de heli het eiland afgaat dan is er wel wat aan de hand. Dan is het niet omdat je een vinger afgezaagd hebt met de cirkelzaag. Of toch wel, jaren geleden, in de tijd van dokter Van Schie, had mijn vader een black-out en lag ineens zijn wijsvinger tussen het zaagsel. Hij is toen met die vinger naar Van Schie gegaan en toen bedachten ze samen dat het tegen vier uur in de middag was, dat de heli dan weer richting thuisbasis zou vliegen.

Na een telefoontje was het geregeld, hij mocht mee naar Leeuwarden en ze zetten hem wel even bij het ziekenhuis af. De vinger werd er weer aangezet alleen kwam er een ziekenhuisbacterie om de hoek kijken waardoor hij op de IC terecht kwam en zijn verlof noodgedwongen moest verlengen.

Maar hij kon daarna wel weer zijn vinger gebruiken!

Levensbedreigend zou het dan nu moeten zijn… Net als weer enkele jaren later, toen was het ook levensbedreigend want hij had een longembolie. Deze keer werd hij met de ambulance naar de heli gebracht en werd terstond horizontaal ingeladen. Mijn allerliefste zus was daarbij en maakte van dit best wel unieke moment nog een paar foto’s. Gewoon met een fotocamera, in die tijd speelde dit zich af. Maar ook deze keer kwam hij weer fris en vrolijk het ziekenhuis uit, wel met wat medicatie maar dat hoort er nu eenmaal bij.

Even priemde een vervelende gedachte door mijn hoofd. Hij is bijna 85 jaar jong… En drie keer is …..

Snel schudde ik het van mij af. Ik was ook een jaar ouder geworden en daarmee ook wijzer dus ik reageerde heel verstandig: “Ik kom nu naar huis, ik pik je dan op en dan rijden we samen naar Leeuwarden. En onderweg bel ik broer en zus wel even voor de details.”

Ruim anderhalf uur later waren we op de spoedeisende hulp en niet veel later werden we binnen geroepen op de zeer moderne afdeling, het zag er allemaal gelikt uit en nóg belangrijker, de medewerkers waren super vriendelijk! Hij was blij verrast en ja, waar is dit nu voor nodig maar eigenlijk is het wel hartstikke leuk! Ik haakte daar op in door tegen de verpleegkundige te zeggen dat mijn vader de allerbeste vader van de wereld is.

“Want hij komt gewoon met de helikopter naar de wal om mij te feliciteren met mijn verjaardag!”

We mochten gezellig bij hem gaan zitten en ondertussen werd er van alles met hem gedaan, infuus aangelegd, hartfilmpje en bloed aftapperij. En hij praatte als Brugman, Kees Brugman! (zo heet een oude vriend van hem en wij maken daar al jaren grappen over, maar ook dit even terzijde). En zolang hij praat was het goed, toch? Ondertussen was broer ook gearriveerd en niet veel later kwam ook nog de oudste kleinzoon met zijn vrouw, zijn in gezegende toestand vrouw. Ik realiseerde mij dat mijn vader 55 jaar geleden ook in het ziekenhuis was, naast zijn vrouw die hem toen een zoon geschonken had…

De dokter vroeg van alles en pa antwoordde uitgebreid. Zo is hij. Geen details vergeten. Ook al is het twintig jaar geleden. En nee, ik slik geen maagtabletten die wel zijn voorgeschreven. Want ik las de bijsluiter toentertijd en gooide die zooi direct in een hoek. “Ik redt mij prima met Rinnies. Ik koop één keer per jaar de kleinste verpakking en kom hou dan nog over!” Zijn eerder genoemde, ietwat uit het lood staande wijsvinder stak hij omhoog en keek de dokter indringend aan: “Ik bijt gewoon een klein hoekie van die rinnie eraf, kauw er goed op en weg is het maagzuur!”

De dagen erna kwamen er nog wat onderzoekjes maar steeds was er weer die verbazing van doctoren en verplegend personeel. Bloed goed, zuurstof goed, ijzer goed. Deze man verkeerd in top conditie. Ook hier had hij steeds een antwoord op: “Ik fiets veel. Wel 80 kilometer in de week. Door weer en wind!”

Ik keek met een schuin oog naar de spiegel en bedacht mij dat mijn vader misschien wel twee keer in mij past…..

Ook kregen ze te horen dat hij thuis zijn vrouw, onze lieve moeder, verzorgd. Klopt. Met de mantel der liefde. Ik snap nu ook dat mijn moeder zich steeds afvroeg of ze Herman wel dag gekust had, alvorens hij in de ambulance stapte om naar de helikopter gebracht te worden. Want zo’n vent wil toch elke vrouw? Want hij kookt, hij maakt het huis schoon, hij wast de haren van zijn Truusje, hij lapt de ramen en tussendoor verzorgd hij ook nog even de paarden van de buurtjes zodat die even elders kunnen ontspannen.

En daarnaast is hij ook nog vrijwilliger bij Stichting Bunkers Terschelling! Daar staat hij in het winkeltje of, als het even nodig is, gidst hij de toeristen rond in dit unieke project.

Draaf ik door? Nee, ik ben trots. Apetrots op deze man en deze vrouw. Want dat is een goed stel! En natuurlijk is het niet altijd rozengeur en maneschijn geweest maar ze hebben alle stormen doorstaan, wisten met alle ontwikkelingen van hun kinderen op een zeer moderne manier om te gaan en te verwerken en ze blijven zo ontzettend gek met elkaar.

Bewonderenswaardig.

Pa zit nu weer opgeknapt en dubbel gecheckt op de boot. En op de haven van Terschelling staat mijn allerliefste zus en mijn allerliefste moeder hem op te wachten. Mijn moedertje die wel eens wat vergeet de laatste tijd maar nooit haar humor:

‘Vergeten gaat steeds beter!’ roept ze ons toe als ze daar even aan herinnert wordt. Straks mag ze haar Herman weer knuffelen en kussen. En even later vraagt ze dan misschien wel: “Heb ik je al een kus gegeven?” Waarop mijn vader vast gaat zeggen: “Nee, dat heb je nog niet gedaan!”

Zou dat het geheim zijn van die twee?!

Het glas is vol of half leeg

De chocolade paashazen liggen alweer in de winkels en dan weet je dat het Nieuwe jaar weer begonnen is. Dat weet je ook na het lezen van de eerste nieuwsberichten van het piepjonge jaar in wording. Dat we 85 miljoen euro armer zijn geworden in de nacht van 31 december op 1 januari. Om precies te zijn, 70 miljoen aan vuurwerk en 15 miljoen aan de schade van datzelfde vuurwerk. En daar zit nog niet de schade bij van het net niet afgefikte Scheveningen, daar moeten nog even wat onderzoekjes naar gedaan worden. En ach ja, die wind die ineens draaide…Dat hadden we niet afgesproken met het KNMI…

Volgens mij was hier toch echt sprake van een code rood. Felrood!

Voorgaande is geen verrassing. Dat zien we elk jaar terug en elk jaar weer zijn we het eens dat al deze onzin moet stoppen. Tegen beter weten in. We wensen elkaar ieder jaar weer een gelukkig nieuwjaar en profiteren, van dat gevoel, er hooguit maar één dag van. Want toen we op 1 januari wakker werden en hoorden over de ellende in Scheveningen, explodeerde de verontwaardiging als Pools illegaal vuurwerk over ons land.  En kwam de teleurstelling. De teleurstelling dat het weer een puinhoop geworden was. De teleurstelling in de mensen die zich verzetten tegen de ontruiming van de Boulevard. En het verdriet over de doden die er landelijk te betreuren vielen, de agressie tegen hulpverleners en de vernielingen maakten dat de Nieuwjaarsdag toch niet zo gelukkig was begonnen als we eigenlijk gewild hadden…Vijfentachtig miljoenen euro’s, in vlammen op. Van zo’n bedrag moet je, bijvoorbeeld, toch wel een ziekenhuisje open kunnen houden?  Want ook dat is een probleem wat zich landelijk aan het ontwikkelen is….

Misschien is het een kwestie van wennen maar sorry, mijn gezond verstand kan en wil er niet aan wennen!

En dan heb ik het nog niet eens over de andere kosten, kosten die we zullen moeten maken om onze belaagde hulpverleners, politie,  brandweer en ambulancepersoneel, weer fysiek op te lappen zodat zij weer de straat op kunnen.

En mentaal, zodat ze ook weer dúrven, de straat op gaan!

Allemaal voor onze veiligheid. Want dat eisen we, een veel gehoorde klacht is immers: ‘Als je ze nodig hebt zijn ze nergens te vinden!’  Grote flauwekul. Verbeter de wereld en begin nu eens echt bij jezelf. Begin in je eigen omgeving. Geef aan je nageslacht door dat ze met hun poten van andermans spullen af moet blijven! Dat heet opvoeden! Ooit heb je kinderen op de wereld gezet in een staat van opwinding of in een vloek en een zucht, maar daarna moet je wel je verantwoording nemen.

En als je naar anderen wijst, wijs je met drie vingers naar jezelf!

We lopen ook altijd te klagen over al die regeltjes die er steeds verzonnen worden en waar wij, burgers, ons aan moeten houden. Ikzelf ook hoor, klaag me regelmatig suf. Deze regeltjes worden bedacht door politici. Die reageren op de waan van de dag. Zo las ik laatst dat politici minstens twee keer per dag ‘geschokt’ zijn. Daarom zitten ze ook steeds op hun telefoontjes in de Kamer, om de waan van de dag bij te kunnen houden. En zodra ze dan op de gang ondervraagd worden door het journaille wat ze vinden van, ik noem maar even een voorbeeldje, de overlast van open haarden en vuurkorfjes, dan reageren ze geschokt. En vervolgens bedenken ze een regeltje om hier wat aan te doen. Want geloof mij, open haarden en vuurkorfjes mogen straks (ook) niet meer!

Daarom mijn verontwaardiging: waarom mochten ze dan wel duizenden pallets op elkaar stapelen en in de fik steken?

Waar is het gezond verstand dan gebleven? Gezond verstand was toch ook ooit een ‘traditie’, we zijn toch weldenkende mensen? Dat gezonde verstand is allang weg. Dus we zullen aan die regeltjes moeten wennen. Want wij leven in een welvaart die uit haar voegen barst en kunnen die weelde niet meer dragen. En ja, daarom toch die regeltjes, als laatste redmiddel om het nog een beetje gezellig te houden onder elkaar. Want elke mening, elke irritatie moet aangepakt worden. Net zolang tot er niemand meer wat te klagen heeft, dan spreken we niet meer over de welvaart maar over het Paradijs…

Oeps! Straks willen we ook nog het eeuwige leven! En we willen de miljoenen van de Staatsloterij en de Postcodeloterij. En als we niks winnen in die loterijen dan worden we opnieuw boos. Boos op alles en iedereen. Dan draait de wind in onze hoofden en steekt er weer een flink portie afgunst de kop op en daarmee zetten we onszelf in vuur en vlam. Zonde. Negatieve energie trekt onze accu’s leeg en misschien kunnen we daarom wel niet meer alles aan, verdrinken we in onze eigen ellende en worden onze lontjes alsmaar korter.

Tot zover mijn verontwaardiging. Dat moest ik even kwijt.

Gelukkig is het glas bij mij altijd halfvol en niet half leeg. Daarom schuif ik nu die negatieve deken van mij af, we zitten immers weer aan de goede kant van het jaar! De dagen gaan weer lengen, het licht buiten wordt weer helderder en de trekvogels komen weer terug van de overwintering in warmer oorden. Zodra ik de kieviet weer zie is voor mij het voorjaar begonnen. Dan fladder ik net als een kieviet boven de polders, door ons huis. Dan schud ik als het ware mijn wintervacht van mij af. En voel ik mij weer licht als een veertje!

Helaas is de weegschaal realistischer..

Maar daar wordt ik niet sikkeneurig van want ik heb tegenwoordig een vis, zo’n tropische verrassing. Voor op mijn werk. De zogenaamde kantoorvis. En voordat iedereen begint te klagen; de vis zit in een ruim, rechthoekig aquarium en niet in een ronde kom. Die vis geeft mij namelijk rust en daardoor voer ik mijn werkzaamheden beter uit. Dat is goed voor mijn werkgever en dus ook weer goed voor de economie. Dan krijgen we misschien volgend jaar een nóg hoger geldbedrag op onze januari-salarisstrookje…

We hadden trouwens eerst een kantoorhond waar je mee kon knuffelen tijdens de koffiepauze, om bijvoorbeeld je salarisstrookje te vieren, maar die moest steeds uitgelaten worden en daardoor ontstond er onrust op de werkvloer. Vooral als het slecht weer was buiten..

Daarom mijn advies voor het Nieuwe Jaar: neem een vis. Je hoeft die niet uit te laten en ze hebben geen last van het vuurwerk. Althans….Die onderzoeken lopen nog.

2018…een terugblik

Net zoals voorgaande jaren op deze dag ben ik vanmorgen extra vroeg mijn bed uitgestapt. Stilletjes, zodat vrouwlief even lekker kon uitslapen. Ook zij heeft het Oude Jaar immers achter zich. Vervolgens gooide ik alle dieettips van 2018 overboord en verloor mij in een stevig ontbijt; een koppel gebakken eieren met spek en een bak stevige koffie. Na dit vreetfestijn trok ik mijn jas en wandelschoenen aan, zette mijn pet op en vulde mijn rugtas met nog wat resten kerstbrood, enkele plakken rollade en een thermoskan sterke, zwarte koffie. Met een scheut cognac, dan bleef het lekker warm.

Want vandaag zou ik hem weer tegenkomen, die man waar ik in de loop der jaren steeds meer bewondering voor gekregen heb.

Het was wel een gok. Waar zou hij zich bevinden? De meeste kans was toch in de buurt van water, bij het Winschoterdiep of ergens rond het Oldambtmeer. Want daar houdt hij van, met zijn getekende kop starend in de toekomst en nadenkend over het jaar wat achter ons ligt. Die ene keer dat ik hem trof in de koffiehoek van de Albert Heijn was omdat het in dat jaar écht winter was. De winters van tegenwoordig stellen niks meer voor, ook al blijft Piet Paulusma volhouden dat we een horrorwinter krijgen. De kwakdeus.

Met Erben Wennemars hijgend in zijn kielzog…

Toen het enigszins licht geworden was liep ik al ter hoogte van de Blauwe Roos, het verkeersknooppunt van Winschoten. Van daaruit nam ik het fietspad langs het Winschoterdiep, richting de Kloosterbrug. Want mijn vermoeden was dat hij wel eens bij de nog te bouwen fietsbrug zou kunnen staan, genoemd naar de zo geliefde burgervader én Groninger van het jaar, wijlen Pieter Smit. En mijn vermoeden werd bevestigd! Ik zag hem al van ver staan, in zijn bekende pose.

De man die net zoveel neuzen heeft als het jaar nog dagen!

Ik versnelde mijn tred en bedacht mij dat het meedoen aan de Fjoertoer op Terschelling, eerder dit jaar, mij toch wel de nodige loopervaring heeft opgeleverd. Werd ik voorheen nog wel eens moe van alleen de gedachte al om een stukkie te lopen, nu draai ik mijn neus er niet meer voor om en maak heel makkelijk de ene na de andere kilometer.

Niet veel later schudde ik hem hartelijk de hand. Het viel mij op dat zijn enorme handen net zo getekend waren door het leven als zijn hoofd, getekend door al die jaren die achter ons liggen en van het dragen van al die herinneringen. En natuurlijk, ik kon ‘m niet ontwijken, kreeg ik van een van die kolenschoppen een enorme dreun op mijn schouders. Nadat ik ons een bak koffie had ingeschonken en hem een stuk kerstbrood gegeven had gingen we tegen de pas opgeknapte dijk zitten, in de luwte, zodat de motregen niet helemaal vat op ons kreeg.

“Het was me wel weer een jaartje, hè!?” begon ik het gesprek.  

“Nou,” antwoordde de man en slikte een stuk kerstbrood weg, “dat kun je wel zeggen. Het lijkt wel of we het steeds drukker krijgen met zijn allen, eigenlijk zoveel drukker dat we het niet meer een plaats kunnen geven en daar dan weer van in de war raken. Sterker nog, ik denk dat ik nu precies het probleem benoem waar we met zijn allen onder lijden. We worden van te veel zaken op de hoogte gehouden, iedereen krijgt een podium, elke idioot kan zijn mening ventileren. Plus daarbij opgeteld al die media die ons bestoken via het internet, de radio en de televisie. Er zijn zoveel zenders en die willen allemaal vertellen wat er op de wereld loos is, zowel bij jouw achterbuurman Frits of bij de achterbuurvrouw Tjitska, die aan de andere kant van de wereld woont.”

Ik kon slechts knikken want ik heb een achterbuurman die Frits heet en aan de andere kant van de wereld woont een nicht van mijn vrouw die Tjitska heet! En hij ging gewoon door, blij dat er weer eens iemand naar hem wilde luisteren, bedacht ik mij.

“Die Friezen hè, die kregen ook weer eens aandacht.” Ineens begon hij hard te lachen: “Bij gebrek aan ijs!” “En nee, dan heb ik het niet over dat gedoe bij Dokkum, ik heb het over het feit dat ze de culturele hoofdstad van Europa mochten zijn. En ja, er was wel een Elfstedentocht maar die werd deze keer gezwommen! Door topper Maarten van der Weijden. Enkele azijnpissers haalde hun genoegen uit het feit dat Maarten de volle 200 kilometer niet haalde maar voor mij, eenvoudige sterveling die na één baantje zwemmen al kapot is, is hij de Koning van het water!”

“Moi!” Een midlifer met buikje op een racefiets passeerde ons.

“Natuurlijk werd er wel geschaatst maar daarvoor moesten we helemaal naar Zuid-Korea, daar waren immers de Olympische Winterspelen. Dat was nog voordat Noord- en Zuid- Korea elkaar weer eens de handen gingen schudden, na jarenlange onenigheid.”

Hij nam een slok van zijn koffie en ik haakte er snel op in:

“Ja, dat was een historisch hoogtepuntje, plus het feit dat het op Koningsdag was en dat onze Koning zijn verjaardag toch maar mooi in onze provincie vierde! Een statement naar de rest van het land, dat die maar eens moeten beseffen dat zij er warmpjes bijzitten dankzij ons gas en dat velen hier daarvoor op de blaren moeten zitten.”

De man knikte en zei: “In Zeerijp ging het al flink tekeer…”

We zwegen even. Ik sneed een luchtiger onderwerp aan. “Dat was wel weer raar hè, dat ‘we’ er niet bij waren in Rusland, bij het WK voetbal. Een voetballand als Nederland hoort daar toch gewoon bij te zijn? Gelukkig deden de dames het een stuk beter, die mogen in het nieuwe jaar meedoen met het WK in Frankrijk!” De man moest even verzitten, gromde iets wat leek op ‘Waarom staan er geen fatsoenlijke bankjes langs dit mooie kanaal…’  en antwoordde:

“Dat komt omdat ze teveel verdienen. Waarom je uitsloven als het geld binnenstroomt. En de mentaliteit. Die gasten zijn meer bezig met hun haardracht en tattoos dan met het spelletje, het spelletje dat zo leuk is om te doen en waar haast iedereen wel mee opgegroeid is. Gelukkig staat nu Ronald Koeman voor de klas en die heeft door hoe hij ze moet aanpakken. Ronald is zelf ook jong geweest, hij snapt die gasten en het feit dat we in andere tijden leven.”

“Zo, daar kan geen analyse van die mannetjes van ‘Voetbal International’ tegenop!” kopte ik deze voorzet in. De ‘rechtsbuiten op leeftijd’ negeerde mij en vervolgde zijn relaas: “Die lui van VI zitten daar alleen maar om de boel op te naaien, zogenaamd het vrije woord te verspreiden. Ik zie dat anders. Het zijn een stel zure, oude wijven die scoren over de rug van anderen en krijgen daar ook nog eens dik voor betaald. En het zijn maar middelmatige voetballers geweest hè!”

“Ja, dat klopt.” zei ik, en ik schonk hem nog wat koffie bij waarna hij gretig de mok aan zijn mond zette. Ik wilde nog zeggen dat er poedersuiker in zijn dikke baard zat maar kreeg niet de gelegenheid.

“Maar ach, dat zijn allemaal maar oppervlakkigheden,” vervolgde hij, “entertainment. Geef het volk brood en spelen! Maar ondertussen blijkt dat we almaar dikker worden en de lontjes korter, verhogen ze de BTW op groenten en fruit, weten de kinderen niet meer hoe ze zich moeten vervelen en worden ze té beschermend opgevoed, worden er cursussen ‘Omgangsvormen’ gegeven aan raadsleden van Gemeenten, ik herhaal, raadsleden, lopen de toeristen de wereld plat en raken toeristische steden overbevolkt en worden de zomers alleen maar heter en heter met als gevolg dat we droog komen te staan..”

“Dan maar allemaal aan het alcoholvrije bier! Want dat lijkt nu toch wel geaccepteerd na het debacle van Buckler” grapte ik, maar ik wist dat hij gelijk had.

“Heeft u nog meegekregen dat we hier tegenwoordig een heel modern ziekenhuis hebben?” “Jazeker!” zei de man, “het ziekenhuis in Delfzijl en Winschoten zijn samengevoegd tot één ziekenhuis, dat kon mij natuurlijk niet ontgaan want mijn ouderdom komt ook met gebreken.” En hij gaf mij een knipoog. “Maar dat was wel even een verhuizing zeg, een hele organisatie.” “Klopt’, zei ik, dat was een hele klus maar ze hebben het gered. Nu nog de kinderziektes oplossen en dan hebben we er weer een schier zaikenhoes bij.”

De man keek mij even verbaasd aan.

“Ha, ja, dat is Gronings, ik probeer me dat een beetje aan te leren. “Maar we mogen echt trots zijn op dit nieuwe ziekenhuis want ik was onlangs in een Haags ziekenhuis omdat mijn zoon daar lag maar man, man, wat een oude zooi en wat een onvriendelijk personeel. Dat is in het OZG een stuk beter! Wat wel jammer was dat RTV Noord zo weinig aandacht besteedde aan de opening van het ziekenhuis, daar snapte ik geen hout van.”

“Wilt u trouwens wat rollade? Is van de echte slager, superlekker. Ik had expres wat plakken achter gehouden voor u met kerst omdat ik elk jaar weer uitkijk naar onze ontmoeting.” Dat was niet aan dovemans oren besteed en voor ik het wist had hij alle plakken opgegeten. 

Toen nam hij het gesprek weer over. “Jij ging toch trouwen in 2018? Is dat nog doorgegaan of heeft ze zich bedacht?” en weer klonk er een bulderende lach over het Winschoterdiep. “Nee klopt hoor, we zijn eind mei getrouwd. Nou ja, een geregistreerd partnerschap was het eigenlijk. Het gekke was dat hier geen kosten aan verbonden waren terwijl wij toch een ambtenaar een keer 20 minuten en een keer 8 minuten van zijn werk gehouden hebben. Die eerste keer was het gesprek in het Gemeentehuis plus het invullen van enkele formulieren. De tweede keer was ook in het Gemeentehuis, het daadwerkelijke trouwen maar dat was zomaar klaar! Acht minuten later stonden we buiten! Daar valt niks romantisch van te maken maar ach, het gaat erom dat we het leuk met elkaar hebben, toch? Bent u eigenlijk getrouwd of getrouwd geweest?”

“Euh…Nee, dat pad heb ik nooit belopen.” Ik keek hem aan en zag ook geen spijt of zo.

 “Maar effe wat anders, over trouwen gesproken,” en opnieuw kreeg ik een harde klap op mijn schouder, “jij en je familie hadden nog wat te vieren hè! Het zestig jarig huwelijksfeest van je ouders! Man, man, dat is tegenwoordig wel bijzonder hoor, ik denk dat jongere generaties dat niet meer zullen halen, hooguit doen ze het in drie keer: 20 jaar bij die, 20 jaar bij die andere en 20 jaar bij weer een andere omdat die laatste niet kon koken!” Hij begon te bulderen van het lachen en even verderop sloeg een hond aan.

En dat kwam niet door het vuurwerk.

“Ja, zestig jaar inderdaad. We hebben dat in kleine kring mogen vieren en het was een mooie dag. En het deed ons maar weer beseffen hoe dankbaar we mogen zijn dat ze nog onder ons zijn. En de liefde tussen die twee hè, die spat er nog van af!”

De man stond ineens op en trok mij ook overeind. Hij keek mij vervolgens diep in de ogen en zei: “Dat, jongeman, die liefde. Dat is wat we meer naar elkaar moeten tonen. Niet onze tekortkomingen maar wat wij kunnen, wie we zijn. De wereld ligt aan onze voeten, grenzen vervagen en we moeten ons realiseren dat we het met elkaar moeten doen. Met respect voor elkaar, wat voor afkomst je ook maar hebt. Dat is waar het om draait, niet om ik maar om wij!”

“En nu ga ik weer verder. Er zijn nog veel mensen die vandaag in mij geloven en waar ik mee in gesprek moet. Neem alleen maar je eigen familieleden die zich overal op de wereld bevinden. Ooit hebben hun vaders over mij verteld, over die man die net zoveel neuzen heeft als het jaar nog dagen.  

Verdomd, ik dacht toch echt dat hij vochtige ogen kreeg. Of waren het mijn eigen ogen….

Fijne jaarwisseling en een goed, rustig, gezond, begripvol en vooral liefdevol 2019!

 

 

 

 

 

 

 

 

Lichtpuntjes

Hier thuis voeren wij elk jaar weer de discussie of ‘de donkere dagen voor kerst’ wel of niet gezellig zijn. Mijn vrouw vindt van wel. Ik ben meer voor het seizoen erna, het voorjaar.

Haar enthousiasme begint over deze periode begint meestal omstreeks eind september, begin oktober. Zij begint te stralen als het eerste blad van de bomen valt, verwondert zich telkens over de afwisselende herfstkleuren en kruipt knorrend van opwinding in bed dicht tegen mij aan zodra de regen hard tegen de ramen klettert vanwege de eerste najaarsstorm.

Door de elementen raakt zij helemaal in haar element!

Zodra de klok eind oktober weer teruggezet wordt naar wintertijd, gaat ze helemaal los. Want dan kunnen de kaarsjes weer aan. Niet één of twee kaarsjes, nee, hele pelotons. Waxinelichtjes, geurkaarsen, dompelkaarsen, drijfkaarsen, figuurkaarsen, we hebben van alles in huis. Deze kaarsjes liggen op voorraad in de la van het tv meubel en voordat de bodem in zicht is, haalt ze snel weer nieuwe want een avond zonder…..Nee, dat kan echt niet!

Dus laat die donkere dagen maar komen!

Ik heb ook eens een zak kaarsjes gekocht maar dat waren, zei ze zwaar teleurgesteld, niet de goeie. Want die dingen hebben namelijk verschillende branduren en ik had die met het laagst aantal branduren gekocht.

Hoe kon ik nou toch zo stom zijn!

Uiteraard zag ik het probleem niet. Is het kaarsje opgebrand dan pak je gewoon weer een nieuwe, toch? Maar goed, daar denken de geleerden anders over. Mannen denken anders dan vrouwen, dat is nu eenmaal zo. Vrouwen zijn bijvoorbeeld ook van de kussentjes en volgens mijn kapster, Nirmen, zijn ze ook van de (fleece) dekentjes. Maar in mijn wijk zijn het vooralsnog de kussentjes. Laatst kwam hier zelfs een buurvrouw haar pas gekochte kussentje laten zien. Nou, het huis was te klein en vele enthousiaste kreetjes vulden de kamer. Enkele dagen later lagen hier ineens ook nieuwe kussentjes op de bank…

Het blijft een gek fenomeen. De vrouw koopt zich een orgasme aan kussentjes en wij mannen gooien diezelfde kussentjes direct opzij want die dingen liggen altijd maar in de weg! Nou ja, het zij zo. We hebben er maar mee te leren leven, toch?

Ieder zijn ding, leven en laten leven. En nooit commentaar geven….

Vorige week kwam mijn vrouw weer helemaal lyrisch thuis. Ze was naar die winkel geweest die zo ontzettend goedkoop is. Zo goedkoop dat wanneer je het weer zat bent, weg kan gooien. En dan koop je gewoon weer wat nieuws. Uit zelfbescherming mompelde ik cynisch: “Ach ja, we leven nu eenmaal in een weggooi maatschappij….Na mij de zondvloed.”

“Arjen Veldhuizen! Dat hoorde ik!” antwoordde ze boos. Hierop besloot ik mijn mond maar te houden want ze gaf twee hele heldere signalen af, namelijk het uitspreken van mijn volledige naam en het toontje waarop ze mijn naam zei. Dat beloofde niet veel goeds. Dat zijn de meest heldere waarschuwingen die een vrouw kan geven en ik weet zeker dat veel mannen dit herkennen, dat durf ik hier wel te beweren. En ja, zo vlak voor de kerst, vrede op aarde dus laat ik dan maar beginnen om de lieve vrede te bewaren in mijn eigen omgeving…

Daarom gooide ik het snel over een andere boeg, zo verstandig als ik ben. “Nou, laat eens zien, wat voor moois heb je je gekocht dan?” Deze woorden kwamen van ver en om ze kracht bij te zetten trok ik daarbij mijn allervriendelijkste gezicht. “Led- kaarsen!” antwoordde ze argwanend en ze keek mij indringend aan. Maar haar enthousiasme deed haar boosheid vergeten en ze vervolgde, haast kirrend: “Daar hoeft alleen maar een batterijtje in en je hebt er de hele avond plezier van!” Het zag er inderdaad uit als een kaars en het vlammetje was gewoon een stukje plastic wat heen en weer bewoog. Even dacht ik haar te wijzen op de inhoud van de la van het tv meubel, de voorraad kaarsen. Maar ik bedacht mij net op tijd dat dit een zinloze actie zou worden. Soms is het beter je keutel in te trekken wil je niet in een verhitte discussie terechtkomen.

En ik wist, er komt nog véél meer…

Dat manifesteert zich in de periode na Sinterklaas. Want dan moet er een boom komen, een kerstboom om precies te zijn. Dat lijkt eenvoudig maar dat is het niet. Want wat voor boom moet er komen? Een grote, een kleine, een Nordman of een Groene fijnspar, een duurzame, een met of zonder kluit. En hoe tuigen we de boom op? Gekleurde ballen? Zilveren ballen? Gouden ballen?

Pingpong ballen?

Ze gaat dan de deur uit om zich te laten inspireren door anderen en na terugkomst krijg ik dan te horen of ze daadwerkelijk geïnspireerd was. Helaas, dit jaar niet, het viel tegen. Dan breekt bij mij het zweet uit want een rusteloze vrouw in huis is niet fijn. En hecht ze nog waarde aan mijn, bescheiden mannenmening?

Neuh…

Gelukkig vervrouwde ze zich en ging ze digitaal speuren naar ideetjes voor de kerstboom en aanverwanten. Je zag haar wikken, wegen, nog eens een keer wikken en na een aantal uurtjes kwam de beslissing! Het werd een kleine Nordman in een pot op een bijzettafeltje! Met kralen kettingen die aan de onderste takken werden gehangen al ware het een treurwilg.

Maar niks getreurd, ik was allang blij want er zou een zee van rust neerdalen in ons húske!

En natuurlijk zaten er ook lampjes in de boom. Laat er licht schijnen in de duisternis, zo dacht iemand tweeduizend jaar geleden er ook over. Nu moet ik eerlijk zeggen dat mijn vrouw best wel bescheiden is qua hoeveelheid lampjes. Buiten hangt ze nagenoeg niks op en ik spreek uit ervaring: het kan erger! In een vorig leven woonde ik in een straat waar duizenden, nee, miljoenen lampjes opgehangen werden door de bewoners. Het waren er zoveel dat er piloten waren die dachten te maken te hebben met een nieuwe landingsbaan van Schiphol!

Echt waar!

Maar gelukkig is mijn vrouw daar niet zo van. Nee, zij is van het fijnere werk, van de details zegt ze. “Daarom ben je natuurlijk ook met mij getrouwd, want ik heb ook fijne details.” riep ik haar vrolijk en tevreden zittend naast de kerstboom, toe.

Ze keek mij aan, nam een hapje van een kerstkransje met gekleurde suikertjes en bladerde weer verder in de Libelle, de kerst-editie.

Want dat is gezellig!

Fijne Kerstdagen!

Boekenwurmen

De jeugd leest niet meer zoals wij, dertigers en alles daarboven, opgevoed zijn. Mijn eigen kinderen raken na 4 zinnen al compleet in de war, beginnen dan al te klagen dat het ‘zo veel’ is en haken het liefste af, op zoek naar Playstation of andere moderne afleiding. Terwijl ik ze er altijd op wees dat lezen zo ontzettend leuk is. Dat komt natuurlijk door mijn achtergrond. Lezen werd mij met de paplepel ingegoten. Mijn vader las boeken, mijn moeder las boeken en mijn broer en zus lazen boeken. En de wekelijkse gang naar de Bibliotheek was net zo normaal als de gang naar de kerk, al was die laatste gang vaak verplicht door het gezag.

Het gezag bestond toen nog uit ouders, ooms en tantes, opa’s en oma’s, buren, leerkrachten, voetbaltrainers en bibliothecaresse ’s.

Naar de bibliotheek gaan voelde